Vogelvrij

De burgemeester:
ondernemers die hun zaken op

orde hebben, hebben vast iets te verbergen

Schermafbeelding 2016-05-13 om 01.23.17Op Twitter staan heus wel tweets die even tot nadenken stemmen.
Zo twitterde Erwin Witteveen, een deskundige die knaagt aan vaste gewoontes en oude aannames, een keer: ‘De grootste maatschappelijke kanteling die nu gaande is, is het groeiend besef dat autoriteit en deskundigheid twee losse begrippen zijn.’

Tijdens het even nadenken dacht ik dat je dan ook best kunt zeggen dat autoriteit en rechtvaardigheid niet per definitie twee handen op een buik zijn.
Niet meer.

Afgelopen week besloot de Raad van State (autoriteit) dat het terecht is dat een Groninger ondernemer niet meer mag ondernemen.
De ondernemer kan alleen ondernemen met een vergunning van de gemeente (autoriteit).
Hij is houder van een gedoogde koffieshop, een van de oudste van de stad Groningen.
Zijn handelen is, gelijk een bedrijf als bijvoorbeeld de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), aan strenge regels gebonden.

Aanstaande woensdag moet de koffieshophouder zijn zaak na meer dan 20 jaar sluiten.
De burgemeester van Groningen (autoriteit) denkt dat de ondernemer een crimineel is en vindt dat een crimineel geen vergunning moet krijgen.
Het zou me toch ook wat wezen, autoriteiten die de misdaad faciliteren.

Dat de Groninger ondernemer een crimineel is, zegt de politie (autoriteit).
De politie kan zoiets weten omdat die deskundig is op het gebied van de misdaad.
De Groninger ondernemer houdt zich volgens het gezag bezig met drugshandel, niet alleen in zijn eigen gedoogde koffieshop en aan de achterdeur, maar ook internationaal.
De politie had dat aan de burgemeester doorgegeven.

Harde bewijzen zijn er niet.
Er zijn aanwijzingen die een vermoeden opleveren.
Bestuursrechters van de rechtbank in Groningen gaven de koffieshophouder in de voorbije drie jaren driemaal gelijk: vermoedens tellen niet.
De koffieshop mocht geopend blijven.
De Raad van State denkt daar nu anders over en de Raad van State heeft altijd meer gelijk.
En in dit geval ook, vooralsnog, het laatste woord.

Het saillante is dat de koffieshopeigenaar nooit een verdachte is geweest.
Nooit is op basis van wat de politie dacht te weten een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar vermeende internationale activiteiten.
Er is nooit een strafzaak geweest en dus ook nooit een veroordeling.
Dat de ondernemer zijn administratie, ook voor de fiscus, op orde had, telt niet.
Sterker nog, de burgemeester van Groningen vindt dat maar verdacht: ondernemers die hun zaken op orde hebben, hebben vast iets te verbergen.

Het groeiende besef dat de overheid een burger van valse zaken mag beschuldigingen zonder daarvoor de bewijzen te leveren, is een enge gedachte.
Helemaal als dit verstrekkende gevolgen heeft, zoals de sluiting van een bedrijf.

De wet is bedoeld om de burger enigszins in het gareel te houden.
Opdat we niet massaal door het rode licht rijden, want daar komen ongelukken van.
Maar de wet is ook bedacht – nog veel belangrijker – om de burger te beschermen tegen de overweldigende macht van de overheid.
Daarom is een verdachte pas de dader als strafrechters zeggen dat dat zo is.
Voor een veroordeling is niet alleen wettig bewijs (volgens de regels van de wet vergaard) nodig, maar is ook overtuigend bewijs (het kan niet anders dan dat…) een vereiste.

De politie zegt dat Mohamed (23) ontuchtige handelingen heeft gepleegd in café De Tapperij op de Grote Markt in Groningen.
Na een nacht met vertier zou hij rond half zes des ochtends een vrouw (zij droeg een zwarte spijkerbroek) in haar kruis hebben getast.
Vervolgens maakte Mohamed, zegt de politie, een obsceen gebaar.

Mohamed moet huilen.
Hij zegt dat hij zoiets niet heeft gedaan.
Hij zegt dat hij zo niet in elkaar steekt, zo niet is opgevoed, dat hij een moeder heeft, dat hij respect heeft voor vrouwen.

Hij wilde die nacht eigenlijk naar huis, maar vrienden hadden hem overgehaald nog even mee te gaan.
Ze hadden hem wodka gegeven of whisky, terwijl hij liever Fanta drinkt of Sprite.
Wie die vrienden waren?
Mohamed weet het niet.
Eigenlijk heeft hij helemaal geen vrienden.
Iedereen die aardig tegen hem is, noemt hij een vriend.
Dat is ook een beetje zijn valkuil, rapporteerde de reclassering.
Mohamed is een kwetsbare en beïnvloedbare jongeman, iets te goed van vertrouwen.
Het positieve: hij heeft veel ambities en wil iets van zijn leven in Nederland maken.
Hij studeert elektrotechniek.

De jonge vrouw met spijkerbroek had gedanst.
Twee jongens waren op de dansvloer even opdringerig geweest, maar toen zij daar wat van zei, waren ze weggegaan.
Een uur later, toen zij naar huis wilde, werd ze van achteren in haar kruis gegrepen.
Onverhoeds.
Ze voelde een hand.
Haar broer liep op dat moment naast haar.
De beveiliging was gekomen en daarna de politie.
Mohamed werd aangewezen en moest mee naar het bureau.
De broer had wel wat gezien, een arm, maar niet dat die arm aan zijn zus was geweest.

Mohamed dacht dat hij werd aangehouden omdat hij dronken was.
Pas later, in de cel, vernam hij de echte reden.
Hij had ‘het spijt me’ tegen de agenten gezegd.
Spijt, vanwege het gedoe, dat de agenten zich nu niet met nuttige zaken konden bezighouden. Tegen de rechters, geëmotioneerd: ‘Dit doet mij veel pijn. U kunt mij 20 jaar geven, maar ik heb dit niet gedaan.’

De officier van justitie: ‘Zijn ontkenning overtuigt mij niet. Dat hij niet zo is, zegt niets. Mensen doen onder invloed van alcohol dingen die ze nuchter nooit zouden doen.’

Er zijn geen camerabeelden.
Er zijn geen onafhankelijke getuigen.
Er is een slachtoffer.
Zij wijst naar Mohamed.
Er is een broer die het niet heeft gezien, maar Mohamed ook aanwijst.
De officier van justitie: ‘Waarom zouden ze liegen?’ Hij gelooft best dat Mohamed respect heeft voor vrouwen.
Zegt: ‘Daarom acht ik de kans op herhaling klein en kan worden volstaan met een werkstraf van 50 uur.’ (eis).

advoOm van verdachte een dader te worden, zijn ten minste twee bewijzen nodig.
Aan dat wettelijke minimum is voldaan wanneer twee mensen zeggen dat het zo is.
Kan het slachtoffer zich ook vergissen?
Dat ze om half zes in de ochtend de verkeerde persoon heeft aangewezen?
Nee.
De officier van justitie kan zich daar niets bij voorstellen.

Mohamed heeft geen advocaat die in de rechtszaal verontwaardigd roept dat het niet veel gekker moet worden in deze rechtstaat waar burgers wel vrij, maar niet vogelvrij zijn.

Ik dacht, over de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wordt gezegd dat het wel eens dingen vernielt.
Een vermoeden kan al voldoende zijn.
De NAM mag wel oppassen.

Rob Zijlstra

→ Ik schreef eerder over de kwestie van de koffieshophouder. Het betrof toen het verslag van de zitting (veldslag) bij de bestuursrechter:  snelrecht

 

update – 25 mei 2016 -uitspraak
Tot mijn verbijstering is Mohamed veroordeeld. Ik dacht dat de rechtbank met een vonnis zou komen waarin de rechters het Openbaar Ministerie er eens flink van langs zouden geven. Maar nee. De verklaring van de vrouw die in haar kruis werd gegrepen en de verklaring van haar broer die ook iets heeft gezien, waren voldoende voor een veroordeling. Dus het is waar: wanneer twee mensen zeggen dat een derde mens het heeft gedaan, dan is dat derde mens de sjaak. Wij zijn allen vogelvrij, het recht dat ons moet beschermen tegen willekeur en onrecht, laat ons zitten.

Was er dan echt niet nog iets anders waarop het bewijs is gestoeld? Jawel. Het feit dat Mohamed ‘het spijt me’ heeft gezegd tegen een politieman. Dat is, zo neemt de rechtbank aan, bedoeld als een schuldbekentenis. Dat Mohamed daar zelf een andere uitleg aan geeft, telt niet.

Mohamed vroeg aan de rechter die het vonnis uitsprak of hij nu geen paspoort meer in Nederland kan krijgen. Dat wist de strafrechter niet. De rechter dacht dat het wel mee zou vallen, ‘want u  heeft een heel lichte straf gekregen. Geen 50 uur onvoorwaardelijke werkstraf zoals de eis luidde, maar 50 uur voorwaardelijk. U merkt daar dus niets van,’ zei de rechter nog.

Mohamed was ontdaan.

Ik heb toen iets gedaan wat ik nog nooit eerder heb gedaan. Ik heb hem meegenomen naar de perskamer. Daar heb ik hem uitgelegd dat hij een advocaat moet zoeken, alles moet vertellen en moet uitleggen en om advies moet vragen met het oog op een hoger beroep. Ik heb hem een briefje meegegeven met de naam  en het telefoonnummer van een advocatenkantoor.

Mohamed zei dat hij dacht geen advocaat nodig te hebben omdat hij het niet heeft gedaan. ‘Had ik het  gedaan, dan had ik wel een advocaat meegenomen.’

Ik zal het vonnis – zodra beschikbaar  – hier publiceren.

r.z.

 

De kramakkelige brug

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis
maar kan nu het een jaar geleden is
nog niet zo veel

 

relaisEr zitten twee mannen in de rechtszaal die worden beschuldigd van iets wat ze niet met opzet hebben gedaan.
Verreweg de meeste verdachten plegen hun misdrijven wel met opzet.
Een woninginbraak is zelden per ongeluk, laat staan lucratieve drugshandel.

Deze twee mannen – ze hebben niets met elkaar te maken – hebben de misdaad waarvan ze worden verdacht, ook niet gewild.
Toch moeten ze zich als verdachten verantwoorden.
De ene doet dat maar al te graag, de andere als het even zou kunnen liever nooit.

Om met die laatste te beginnen: Max, 26 jaar.
Hij studeerde een tijdje in Groningen, maar besloot halverwege dat het beter was te gaan werken in Hoogezand.
Hij kocht voor het dagelijkse woon-werkverkeer een grijze Mazda MX-5, een sportauto die ook zonder dak kan.
Hoewel het uiterlijk van die auto heel sportief is, zei Max tegen de politie dat hij een defensieve rijder is.
Als je dat bent, dan is je rijgedrag gericht op het voorkomen van ongelukken.
Goed, in 2013 reed hij een keer 49 kilometer per uur te hard door Ten Post wat hem een boete van zeshonderd euro had opgeleverd.
Maar dat was eenmalig stom geweest.

Op 27 februari vorig jaar reed hij over de Petrus Campersingel in Groningen, na het werk, richting huis.
Hard.
Hoe hard?
Max denkt 70.
Een getuige: wel 100.
Max: ‘Nooit. Ik ken de weg. Er zijn kruisingen en er zijn daar altijd fietsers zonder licht. Daar let ik op.’

Het ging mis in een flauwe bocht.
Max verloor de controle, remde om vervolgens met een (achteraf berekende) snelheid van 73 kilometer per uur op een tegenligger te knallen.
De politiedienst die verkeersongevallen analyseert schat dat Max harder reed dan 90.
Dat is minimaal 40 te hard.
Nog veel erger: een van de twee inzittenden, niet de zwangere bestuurster van 24 jaar, maar haar 48-jarige moeder, raakte zeer ernstig gewond.

De rechters: ‘Het snelle rijden is u niet onbekend. Waarom reed u zo hard?
Max zegt dat het weer een eenmalige stomme fout van hem is geweest.
Maar waarom?
Dat zou hij niet weten.
Hij had geen haast of zo.

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis, maar kan nu het een jaar geleden is, nog niet zo veel.
Ze kan bijvoorbeeld niet lang staan, niet lang zitten of lang liggen.
Zichzelf verplaatsen lukt ook niet goed.
Artsen hebben verteld dat de pijn in haar lijf misschien voor altijd zal zijn.
Max zegt tegen de rechters dat hij wel kan janken.
Nee, hij heeft nooit contact gezocht met het slachtoffer.

Er is nog een alcoholdingetje.
Na het ongeluk moest Max blazen wat geen indicatie opleverde dat hij had gedronken.
Maar in het ziekenhuis – ook hij was gewond geraakt – roken artsen adem die riekte naar alcohol. De rechters vragen het drie keer op barse toon.
Drie keer zegt Max: ‘Nee, niks gedronken.’

De volksmond, zegt de officier van justitie, zou spreken van zeer roekeloos rijgedrag.
‘Juridisch kom ik daar niet bij. Meneer is wel hoogst onvoorzichtig geweest.’
Geen opzet, wel schuld.
De passende eis: een werkstraf van 240 uur, een maand voorwaardelijke celstraf, als signaal naar de samenleving en een jaar het rijbewijs kwijt.
Dan maar met de bus naar Hoogezand.

Voor Max zat Dirk (54) in de verdachtenbank.
Eindelijk, want hij had er zelf om gevraagd.
Het Openbaar Ministerie wilde een deal per acceptgiro.
Zou hij 450 euro betalen, dan lieten ze hem met rust.
Dirk vond dat niet eerlijk, want waarom een boete betalen als je niets hebt misdaan?

Dirk is operator.
De volksmond noemt hem brugwachter.
Al dertig jaar en nooit ging het fout.
Maar op die dag in september 2014 had hij met verbijstering op de beeldschermen gezien wat er was gebeurd.
Tijd om op de alarmknop te drukken was er niet geweest.

Bij Dorkwerd, even buiten Groningen, ligt een oude hefbrug over het drukbevaren Van Starkenborghkanaal.
Op die dag in september komt vanuit Groningen de Fossa aangevaren, een binnenvaartschip van tachtig meter lang.
Als het schip halverwege de geopende brug is, zakt plots de hefbrug.
Een paar seconden later plet het gevaarte de stuurhut.
De schippersvrouw aan het roer komt met de grootste schrik vrij.

De officier van justitie: ‘Verdachte heeft te vroeg op ‘brug neer’ gedrukt, niet met opzet, misschien wel uit routine.’
Brugwachter Dirk: ‘De brug ging spontaan naar beneden. Ik deed niks.’

Dorkwerd wordt net als de brug bij Aduard bediend vanaf de centrale post bij Gaarkeuken.
Daar zit Dirk voor beeldschermen achter de knoppen en kan hij met muisklikken zowel Aduard als Dorkwerd bedienen.
En dat doet hij die dag ook.
Want terwijl hij met Dorkwerd bezig is, komt er een melding en moet ook Aduard geopend.
Volgens de procedure kan Dirk dat.

De officier van justitie heeft een reconstructie in tijd gemaakt en concludeert dat Dirk elf achtereenvolgende seconden niet naar de camerabeelden van de brug bij Dorkwerd heeft gekeken.
Had hij wel gekeken, dan had hij het gezien, gezien dat het foute boel was en had hij kunnen ingrijpen met de rode noodknop.
Nu hij dat niet heeft gedaan, is er sprake van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig handelen waardoor levensgevaar voor anderen is ontstaan’.
Er volgt geen nare strafeis.
Wel een vergelding, letterlijk.
Dirk moet alsnog die 450 euro betalen, vindt de officier van justitie.

De brug is nog diezelfde dag vrijgegeven.
Als veilig.
Volgens de advocaten van Dirk, hij heeft er twee voor de prijs van één, is achteraf vastgesteld dat de brug geen kuren vertoonde.
Maar twee techneuten van de provincie Groningen bekeken het later nog eens en kwamen tot de conclusie dat niet kan worden uitgesloten dat de hefbrug zakte als gevolg van een plakkend relais.
Nieuwe bruggen zijn niet voor niets voorzien van een extra veiligheidsrelais.
Blijft er eentje plakken, is er altijd nog de andere.

In wijze boeken staat dat het strafrecht met terughoudendheid moet worden toegepast.
Niet te veel, niet te weinig.
Geen te hoge, maar ook geen te lage straffen.
Niet alleen maar ratio, maar ook emotie.

Dat zal allemaal best, hoor ik de volksmond brommen, maar van ons mag die Max met z’n 100 door de bebouwde kom de volle mep krijgen.
Doe die terughoudendheid dan maar ten aanzien van Dirk, zolang niet kan worden uitgesloten dat in het mechaniek van de kramakkelige hefbrug van Dorkwerd een sleets relaitje zat.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 17 maart
En zo geschiedde. Dirk is door de rechtbank vrijgesproken.

Weliswaar schuldig

Pyrrhus, de koning van Epirus, won twee veldslagen tegen de Romeinen, maar verloor daarbij een groot aantal mannen. Toen een van zijn generaals hem met zijn overwinning wilde feliciteren zou hij hebben opgemerkt: ‘Nog één zo’n overwinning en ik ben verloren.’ [wikipedia]

 


Keurig misdaadgeld, mag je dat houden?

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.04.47
achterdeur

Worden de twee Bierumer wietkwekers die schuldig werden verklaard, maar geen straf kregen opgelegd, vandaag donderdag alsnog via de portemonnee bestraft?
Het zou zo maar kunnen.

Donderdagmiddag doet de rechtbank in Groningen uitspraak in de ontnemingsprocedure die het Openbaar Ministerie vorig jaar tegen hen begon.
John en Ines hebben hennep geteeld en verkocht.
Hennep telen is strafbaar en het verkopen aan koffieshops wordt niet gedoogd.
De opbrengst is dus wederrechtelijk: het is misdaadgeld.
En omdat het kwade niet mag lonen, moet het verdiende geld worden ingeleverd.
Het geld gaat dan naar de staatskas en daarmee is het van ons allemaal.

De tegenwerping van de advocaten van de Bierumers, Sidney Smeets en Tim Vis, is dat zij belasting hebben betaald over de verdiensten.
Daarmee kan niet meer gesproken worden van misdaadgeld.
Het Openbaar Ministerie ziet dit anders.
De inbreker die zijn buit opgeeft als inkomsten, kan een aanslag verwachten van de fiscus, zei de officier van justitie.
Hij zei ook: ‘De belastingdienst heeft geen moreel oordeel over inkomsten.’

Het is nog iets complexer.
John en Ines stonden terecht wegens de hennepteelt.
Ze zijn zogenaamde principiële henneptelers.
Zij vinden dat de manier waarop zij hennep telen, de manier is waarop het zou moeten.
Met hoe zij het doen, zouden ze bijvoorbeeld de criminaliteit rond hennepteelt een flinke slag toebrengen en zou de staatskas er flink van profiteren.

Nu is het net andersom.

De rechtbank ging er  in mee en oordeelde dat de twee telers zich weliswaar schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit, maar dat ze daarvoor geen straf verdienen.
Wat ze deden en vooral de manier waarop, past binnen de uitgangspunten van het Nederlandse softdrugsbeleid, vonden de rechters in Groningen.
Volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde wegen daarin zwaarder dan de strafrechtelijke aanpak van softdrugs.

De Bierumers… 

hebben openheid van zaken gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt

hebben de benodigde elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier afgenomen en de elektriciteitsrekeningen aan de leverancier betaald

hebben naast hun drugsinkomsten geen uitkering

hebben hun inkomsten en administratie bijgehouden, deze inkomsten opgegeven aan de belastingdienst en daarover ook belasting betaald

hebben geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, er was geen sprake van een brandgevaarlijke situatie en er is geen overlast in de nabije omgeving geconstateerd

hebben enkel en uitsluitend willen afleveren en afgeleverd aan twee gedoogde coffeeshops, van grensoverschrijdende verkoop is voorts evenmin gebleken.

[uit het vonnis]

Diezelfde drie strafrechters moeten nu opnieuw met een oordeel komen over het keurig verdiende, maar vermeende misdaadgeld.
Kun je iemand geen straf opleggen omdat-ie het keurig heeft gedaan om vervolgens wel de verdiensten als misdaadgeld te bestempelen dat afgedragen moet worden?
Het gaat in deze zaak – volgens de berekeningen van het OM – om 174.988 euro.

Juridisch kan het.
John en Ines hebben de wet overtreden.
Daaraan zijn ze schuldig.
Het feit is dus bewezen en dat impliceert dat de verdiensten wederrechtelijk zijn verkregen en dus ook dat er moet worden afgerekend.
Ook keurige misdaad mag niet lonen.

In de geest van de uitspraak ‘wel schuldig, geen straf’ kan de rechtbank de hoogte van het ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ bepalen om vervolgens de terugbetalingsverplichting op nul euro vast te stellen.
Dat doen rechters wel eens vaker.

citaat ag

Of…
Het Openbaar Ministerie ging tegen de schuldigverklaring zonder straf in hoger beroep.
Het gerechtshof in Leeuwarden verklaarde de Bierumers eveneens schuldig, maar legde ook een straf op: drie maanden voorwaardelijke celstraf, gekoppeld aan een proeftijd van drie jaar.
De rechtbank in Groningen kan aansluiting zoeken bij dit arrest van de hogere rechters.
Dan zeggen de Groninger rechters dat een straf via de portemonnee bij nader inzien passend en geboden is.

De uitspraak is rond 13.00 uur en via @zittingszaal14 ‘live’ te volgen.

Rob Zijlstra

update – 14 januari 2016 – uitspraak
Het gaat bijna altijd (vaak, soms) weer anders dan je vooraf inschat. De rechtbank heeft het onderzoek heropend want voelt zich onvoldoende geïnformeerd, sprak de voorzitter. Het komt erop neer dat de rechtbank  de uitkomst van de lopende cassatie bij de Hoge Raad wil afwachten. Zodra er duidelijkheid is in de hoofdzaak, kan dan een beslissing worden genomen in de ontnemingsprocedure.  Een en ander kan nog wel een jaar op zich laten wachten. Eerste reactie van in rechtbankgebouw loslopende juristen: ‘Ja, eigenlijk wel logisch.’ Ook John laat weten zich te kunnen vinden in het tussenvonnis. ‘Ik begrijp het wel.’

het tussenvonnis 

 

update – 15 december 2017 – uitspraken ontneming
De Bierumer wiettelers moet hun met hennep verdiende geld inleveren, zo oordeelt de rechtbank. Het gaat om 175.000 euro. Het hoger beroep is aangekondigd. Het hoe en waarom van de uitspraak staat in het vonnis (zie hieronder).

vonnis

 

 

Schermafbeelding 2016-01-13 om 16.16.43

Haalt Bierumer wietproces de geschiedenisboeken? [dvhn, 2 april 2014] link
Verslag strafzitting rechtbank Groningen [blog, 12 oktober 2014] link
Vonnis rechtbank Groningen [rechtspraak.nl, 16 oktober 2014] link
Arrest hof Leeuwarden, hoger beroep [rechtspraak.nl, 9 november 2015] link
Zitting ontnemingsvordering rechtbank Groningen [blog, 3 december 2015] link

 

Voorgenomen besluit (1)

 

2002 openbaar
Moord in Groningen.

2005 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist levenslang.
De rechtbank in Groningen legt levenslang op.

2006 openbaar
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep levenslang.
Het gerechtshof legt levenslang op.

2014 openbaar
De Hoge Raad wijst een verzoek tot herziening af.
De levenslange gevangenisstraf blijft gehandhaafd.
Het Openbaar Ministerie is tevreden.

2015 niet openbaar
De minister van veiligheid en justitie wil de tot levenslang veroordeelde het land uitzetten.
Het gaat om een voorgenomen besluit.
De levenslang veroordeelde kan op vrij voeten komen.
Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar.

2016 niet openbaar
Bij het gerechtshof dient achter gesloten deuren een zitting over de uitzetting.

rob zijlstra

→ meer hierover, donderdag in Dagblad van het Noorden

Rechtsbedrijf in de branding

het recht als een solide instituut

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.37.04Ik lees het boek De improvisatiemaatschappij.
Het gaat over de sociale ordening van een onbegrensde wereld.
In het boek staat dat er in de voorbije jaren veel is veranderd, dat vertrouwde rotsen in de branding zijn verdwenen en dat wij nu flink zoekende zijn.

Een hele klus want de morele helderheid is ver weg.
Ons zoeken gaat dan ook gepaard, schrijft de schrijver, met onbehagen.
Criminaliteit is van dat onbehagen een uitingsvorm.
Evenals frustratie en hufterig gedrag.

Voor wanhoop is evenwel (nog) geen reden.
We mogen dan behoorlijk in de war en richtingloos zijn, solide instituties als het bedrijfsleven, het onderwijs en het recht weten zich ook in chaotische tijden fier te handhaven.
Dat zegt wel iets.

Het recht als een solide instituut, daar wil ik rotsvast in geloven.

Maar het rechtsbedrijf in Groningen werkt op dit punt niet altijd mee.
Het rechtsbedrijf in Groningen wekt wel eens de indruk dat we haar niet altijd even serieus moeten nemen.
Nog niet heel lang geleden schreef ik over een mevrouw die als verdachte terecht moest staan omdat ze een propje papier op de grond had laten vallen.
De magistraten hadden elkaar in de rechtszaal ongelukkig aangekeken.
Hun blikken: waar we ook mee bezig zijn, zo moet het niet.

Maar vandaag doen ze het weer.
Vijftien mensen moesten donderdagochtend in de rechtbank van Groningen komen opdraven bij de politierechter omdat ze hadden gevist met of zonder een visakte dan wel met een akte die wel één, maar geen twee hengels toestond, omdat ze de vuilniszak niet op correcte wijze hadden aangeboden bij de ‘inzamelvoorziening’, iemand had een leeg blikje bier in de bosjes achtergelaten.

En al deze misdrijven zijn gepleegd in de eerste maanden van 2013.
De politierechter is er heden, een dag in december 2015, een hele ochtend zoet mee.

Maar het komt vast goed.
Hoop ik.

rob zijlstra

De improvisatiemaatschappij is een boek van Hans Boutellier
→ Het propje papier [doorslaand evenwicht]

 

blikje bier

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25
galjoot, nieuwe pekela
Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07
eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Strafrecht van jewelste

Schermafbeelding 2015-10-11 om 00.26.20Het recht is ook bedoeld om heel het raderwerk een beetje soepel te laten verlopen.
Als iedereen gehoorzaamt, werkt het.
Voor wie niet wil luisteren is er het strafrecht.
Toen dat laatste werd bedacht, was het wel de bedoeling dat het strafrecht pas zou worden ingezet als andere manieren niets hadden uitgehaald.
Dat werkte lange tijd, maar toen we ons in de jaren negentig om welke redenen ook steeds onbehaaglijker gingen voelen, kreeg het strafrecht een rol van jewelste toebedeeld.

Vandaag de dag denken we dat het strafrecht de oplossing voor bijna alles is.
Zeg iets lelijks tegen een ambtenaar en de strafrechtmachine begint te draaien.
In de rechtszaal is dat terug te zien.

Kun je in de rechtszaal van het strafrecht belanden door jezelf te bedreigen?
Dat kan.
In maart vorig jaar werd een 35-jarige man uit Groningen – jarenlang was hij hoofd van een stembureau – veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijk celstraf nadat hij gedurende een lange periode zeer bedreigende sms-berichten naar zichzelf had gestuurd.
Na zo’n ontvangen doodsbericht verwisselde hij de sim-kaart van de telefoon en stuurde een bericht terug waarin hij smeekte met rust gelaten te worden.
Enzovoort.

Het hoofd van de man was danig in de war.
Hij had aangifte van die nare berichten gedaan en daar zat de pijn: de veroordeling had betrekking op het doen van een valse aangifte.
Niks hulp, maar voor de strafrechter ermee.

Kun je in de verdachtenbank terechtkomen als je probeert te voorkomen dat de tegenstander scoort?
Jazeker. Dat gebeurde nog niet zo heel lang geleden toen Ronnie, 18 jaar, klein van stuk en met dispensatie keeper van B1, in de 25ste minuut uit zijn doel kwam.
Kort daarop was er chaos met meppende spelers in de zestien en met gillende ouders langs de lijn.
De kleine keeper zou de spits in het gezicht hebben geschopt.
De scheids floot wel, maar er werd ook aangifte gedaan.
Ronnie hoorde in zittingszaal 14 een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag.
Een heel seizoen zitten.

De rechters zeiden na twee weken van beraad dat ze de schop niet konden bewijzen, maar wel een klap.
Daar werd het etiket mishandeling aan gehangen.
De keeper kreeg een werkstraf van tachtig uur.

Kun je met dank aan het strafrecht in de gevangenis belanden als je radeloos bent en om hulp vraagt?
Het kan en het gebeurt.
Voorbeeld: er was eens een verschraalde man die niets meer had.
Hij zwierf door Europa.
Voor de slaap had hij tijdelijk onderdak gevonden in een geitenhok van een kleine kinderboerderij in een buurt in Groningen.
Op een koude en regenachtige dag zag hij geen toekomst meer en toen stak hij wat oude kranten in de fik.
Het houten geitenhok vatte vlam, de buurt zag rook en onraad en belde 112.
De man van niets meldde zich een dag later bij de politie nadat hij een foto in de krant had zien staan.
Hij schrok van wat hij had aangericht.

In de rechtszaal sprak de officier van justitie van een ‘schrijnende hopeloosheid’ om vervolgens vijftien maanden gevangenisstraf te eisen.
Het op deze manier afdwingen van hulp, neigt naar chantage.
Zeer ongehoorzaam.
De rechters vonden dat ook, maar hielden rekening met ’s mans omstandigheden: geen vijftien, maar tien maanden gevangenisstraf.

Kun je voor het strafgerecht worden gedaagd zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of weet waarom?
Volgens de wet mag zoiets niet omdat de meest kwetsbaren meer recht op bescherming hebben dan op straf.
Maar in de praktijk gebeurt het wel.
Strafrechters moeten met grote regelmaat oordelen over mensen die verstandelijk gehandicapt zijn en soms niet eens zo’n beetje.
Strafrechters gaan dan op de knieën zitten om de verdachte vragen te stellen die een kind van vier nog net begrijpt.
Echt waar?
Maar die gaan dan toch niet naar de gevangenis?
Wel.
En ook steeds vaker.

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind?

Angela is een 35-jarige vrouw die in Nigeria is geboren en in Nederland woont.
Ze studeert internationaal recht en is bijna klaar.
Ze heeft een zoontje die ook in Nigeria is geboren, maar als tien maanden jonge baby naar Groningen kwam.
Aart.
Hij is nu 8 en kan voetballen als de beste.
De vader van Aart is een Nederlandse man.
Hij en Angela doen een vechtscheiding.

Powerplay.

Zo goed Aart aan de bal is, zo beroerd ging het op school.
Moeder Angela maakte zich grote zorgen.
Zij heeft zo haar eigen ideeën.
In maart van dit jaar zette zij Aart op het vliegtuig naar Nigeria.
Daar zou hij nu een kostschool bezoeken.
Opa en oma Nigeria houden een oogje in het zeil.

De vader deed aangifte en het Openbaar Ministerie pakte de zaak op en tilt er zwaar aan.
De misdaad waar de moeder zich volgens de aanklager schuldig aan maakt is dat zij haar zoontje heeft onttrokken aan het gezag van de vader.
En, misdaad twee, dat zij haar zoontje onttrokken houdt aan dat gezag.
De vader wordt hierdoor belet het gezag uit te oefenen.

In de volksmond heet dit ontvoering.
Maar kan een moeder haar eigen kind ontvoeren?
Het Openbaar Ministerie vindt van wel.
Er is geen retourticket gekocht.
De eis: drie jaar gevangenisstraf.

Angela betwist het gezag van de vader en beroept zich op Nigeriaans recht.
Toen de rechters op haar verzoek geen nader onderzoek wilden instellen naar de gezagskwestie, wraakte ze de rechters.
De wraking werd afgewezen, het proces voortgezet.
Angela beriep zich vervolgens op het zwijgrecht.

De rechters vroegen: ‘Maar waarom?’
Angela: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
De rechters: ‘Het leed druipt van dit dossier af. Leed voor heel veel mensen.’
Angela zei niks.
De Rechters: ‘Wat zijn de leefomstandigheden van Aart?’
Angela zei toen wel wat.
Ze zei dat die goed zijn.
Tot mei kon ze nog met hem skypen.
Daarna niet meer.
In mei is ze opgepakt en opgesloten.
De rechters: ‘Wat is het belang van uw kind om daar te zitten?’
Angela: ‘Nigeria is een time-out. Aart komt terug.’

Twee weken lang hebben de drie rechters met elk een Wetboek van strafrecht in de hand zitten te beraadslagen: Angela is schuldig.
De opgelegde straf: twaalf maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
De rechtbank hoopt dat moeder, eenmaal op vrije voeten, ervoor zorgt dat Aart zo snel mogelijk terugkomt.

Rob Zijlstra


» De streekderby
» Het geitenhok
» Levend begraven
» De naakte man