De Plofkip

In het angstaanjagende programma
Opsporing Verzocht worden camerabeelden
getoond van een vaag figuur
die 500 tips opleveren

 

Schermafbeelding 2016-01-28 om 23.39.09De geschiedenis heeft oorlogen en rampen nodig, de topvoetballer regelmatig een weergaloos doelpunt, de journalist een keertje een primeur.
Voor politie en justitie is het niet anders.
Politie en justitie hebben af en toe een zaak van belang nodig, een zaak waar iedereen over praat en die nog lang heugt.

Jaren geleden diende zich zo een zaak aan.
In Noord-Groningen, in ’t Zandt en omgeving, brandden leegstaande schuurtjes af.
Al snel was duidelijk dat er geen sprake was van spontane zelfontbrandingen, maar dat er een brandstichter actief was, ja misschien zelfs wel een pyromaan.
De branden zetten de pers in vuur en vlam, van overal kwamen verslaggevers he-le-maal naar Groningen om verslag te doen.
Er zijn zelfs journalisten in ’t Zandt gaan bivakkeren om niks te missen.

Het werd een kat-en-muisspel en een lang verhaal.
Vlak voor kerst overmeesterde een arrestatieteam in de draaideur van het UMCG in Groningen een 18-jarige jongen op ziekenbezoek.
Met een zak over het hoofd werd hij in een snelle auto met loeiende sirene afgevoerd naar het politiebureau in Delfzijl.
Er kwam een persconferentie waar politie en justitie glunderend van trots vertelden: we got him.

’t Was Johnny B.
In zittingszaal 14 verliep het later ietwat anders (de rechters achten bijna niets bewezen), maar dat is een nog langer verhaal.

Het leven ging daarna zijn sukkelgang.
Tot mei vorig jaar.
Dan vindt een wandelaar bij de Jumbo aan de Wilhelminakade in Groningen een wit emmertje met daarin een kookwekker van de Blokker die met draadjes aan iets is verbonden wat doet denken aan een bom.
Drie weken later ontploft er iets tegen de gevel van de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen.
Er is ook wat schade.

In het angstaanjagende programma Opsporing Verzocht worden camerabeelden getoond van een vaag figuur die 500 tips opleveren.
Het Jumbo-hoofdkantoor krijgt een brief met de eis: er moeten bitcoins komen, veel, anders gebeurt er echt wat.
De afpersing is een feit.
Er volgt nog een bommelding bij de Jumbo in de Euroborg.
Na uren zoeken wordt niets gevonden.
Bij een Jumbo in Zwolle wordt een verjaardagskaart bezorgd met een verdacht poedertje.

De hoofdofficier van justitie looft een beloning van 10.000 euro uit.
Dan wordt in oktober in de binnenstad van Groningen een man aangehouden.
Er volgt een persconferentie die de politie met trots en live uitzendt via Periscope.
We got him.

’t Is Alex O.
Afgelopen week verscheen deze kleine man – roze trui, witte sokken – voor het eerst in de rechtszaal, vrolijk lachend en zwaaiend naar en kushandjes uitdelend aan zijn publiek op de tribune.
Wij van de pers, toegestroomd vanuit alle hoeken, twitterden O.’s opkomst collectief de wereld in.

Ik wil deze zaken van belang niet bagatelliseren.
De meeste brandjes destijds in ’t Zandt stelden niet veel voor, maar er ontstond wel onrust en grote bezorgdheid.
Wat er tot nu toe bij de Jumbo’s is voorgevallen, is ook niet fijn.
Winkeldieven richten vast meer schade aan, maar dat neemt niet weg dat bommen lelijke, gemene en ongewenste dingen zijn.

In Groningen gebeuren wel ergere dingen waar politie en justitie minder hard mee aan de weg timmeren.
Waarom dat zo is, weet ik niet.
Wij van de pers zijn hierin ook een beetje raar.

Terwijl verslaggevers en cameraploegen wachten voor de ingang van zittingszaal 14 voor de pro forma-zitting met Alex O., wordt binnen uitspraak gedaan in een grote zedenzaak waarin twintig jonge vrouwen zijn aangerand.
Dat is doorgaans wel een onderwerp waar de pers over bericht.
Daarna wordt een tbs’er die in de Van Mesdagkliniek een mede-tbs’er dronken van drank en drugs wilde vermoorden veroordeeld tot tbs.
Er is vrijwel geen belangstelling.

Wij willen Alex O., die we niet de plofkip, maar liefkozend de Jumbo-bomber noemen.
De zitting verloopt voorspelbaar.
Er zijn een paar mededelingen en de advocaat vindt (‘het ijs is te dun’) dat Alex O. het komende strafproces in vrijheid moet kunnen afwachten.
De officier van justitie vindt van niet.
De rechters gaan daar dan over nadenken om vervolgens te vertellen dat is besloten dat Alex O. in voorlopige hechtenis blijft.
Tot slot mag de verdachte wat zeggen.
Hij zegt dat hij onschuldig is en dat hij al drie maanden ten onrechte in de gevangenis zit.
Dan is het klaar.

Dit alles speelt zich af in een half uur en in een vriendelijke sfeer.
Alex zegt ‘tot de volgende keer’ tegen de rechters, de rechters zeggen ‘bedankt voor uw komst’.
Als kort daarna een strafzaak begint waarin het Openbaar Ministerie welgeteld 1.132.272 euro eist van vier Groninger henneptelers, is de pers zo goed als uit zicht.
Zo gaat dat.

Wat Alex O. – indien schuldig – te wachten staat?

De Jumbo in Groningen is vaker afgeperst.
In 2004 dreigde een medewerkster voedsel in de schappen te vergiftigen en dat wereldkundig te maken.
De eis was dat de leidinggevende van de vleeswaren moest worden ontslagen.
De afperser, dan medewerkster afdeling brood, had die baan als leidinggevende op vlees willen hebben, maar ze werd gepasseerd.
Na intensief onderzoek werd de vrouw, zwanger en moeder van drie kleine kinderen, gearresteerd.

De officier van justitie zette zwaar in.
Hij noemde de huilende verdachte addergebroed en eiste voor dit uitvaagsel twee jaar celstraf.
De rechtbank legde twee weken later, in augustus 2005, een werkstraf op van 240 uur.
Wel moest Trudy een schadevergoeding betalen aan de Jumbo van 30.000 euro.
Dat mocht gelukkig in termijnen.

Alex O. moet nog even geduld hebben.
Hij is naar verwachting in mei aan de beurt.

Ondertussen gaat het redelijk tot goed met Johnny B.
Want wat een toeval.
Kort voordat de landelijke pers arriveert voor de Jumbo-zaak zit daar Johnny in de hal te wachten.
Hij moet terechtstaan wegens een verbale bedreiging van een persoon die hem, hollend door een weiland, met mes achter de broek aan zat.
Heel verhaal.
‘Ja, ’t gaat best goed, druk bezig met een eigen bedrijf.’

Niet lang nadat hij het gerechtsgebouw met drie weken voorwaardelijk verlaat, komt de advocaat binnen die Alex O. bijstaat.
Laat dat nou de advocaat zijn die destijds Johnny ook bijstond.
De persofficier van justitie is er.
Exact dezelfde.
Weer even later meldt zich in vol ornaat de politieman die destijds sluw het onderzoek leidde naar de branden in ’t Zandt.
Nu leidt hij het Jumbo-onderzoek.

Alsof de duivel aan het werk is.
Nog even en wij van de pers melden dat Alex O. eigenlijk Johnny B. is.

Rob Zijlstra

er komt een vervolg

het rechtbankverslag over Trudy, de eerdere Jumbo-afperser [juli 2005] link

De vraag en het antwoord

Strafrechter Edzard van Weringh laat regelmatig aan verdachten weten dat hij op de hoogte is van de situatie ter plekke.
Opdat verdachten hem geen kletskoek verkopen.
Hij zegt dan: ‘Ik heb natuurlijk even op Google gekeken, op Street View…’

Op een dag reed een Googleman door het ’t Zandt, door een gewone straat waar er duizenden van bestaan.
Met gewone huizen met voortuintjes, met gras of grind en hekjes voor de sier.
Hier en daar zijn de gordijnen dicht en staan de grijze containers met huisvuil nog op de stoep te wachten.

Halverwege de straat woont Johan (57) met familie en aanverwanten in drie van vier aan elkaar vast gebouwde rijtjeshuizen.
Voor de deuren staan twee auto’s uit, zeg maar, de iets duurdere prijsklasse dan in de straat gewoon is, op trailers liggen twee speedboten en in de tuin, links, wappert fier een piratenvlag.

Misschien dat de man van Google wel dacht toen hij door de straat reed: ‘Jemig, wa’s dit?’

Op 14 december vorig jaar denderde een arrestatieteam van de politie door deze straat om Johannes – de zoon van Johan – te arresteren.
Zoon werd verdacht van brandstichtingen en woninginbraken, die hij zo luidde de redelijke verdenking, samen met Johnny B. zou hebben gepleegd.
Inmiddels is dat wettig en overtuigend bewezen.

Zoon Johannes woonde in een van de vier woningen.

De leden van het arrestatieteam waren die ochtend op alles voorbereid vanwege de mogelijke aanwezigheid van wapens.
Het was niet de bedoeling dat er moest worden geschoten.
Tijdens de arrestatie wordt in de woning van zoon Johannes een hennepkwekerij aangetroffen.

De actie leidde tot een hoop gedoe, want zoiets trekt natuurlijk, ook in ’t Zandt, bekijks.
Een van de vier woningen, rechts, gaat deels verscholen achter een heg.
Tijdens de politieactie zou vader Johan zich achter die heg hebben verscholen.
Dat vond de politie zo bedenkelijk dat ook de vader als verdachte werd aangemerkt.

Strafrechter Edzard van Weringh: ‘Ik heb even op Street View gekeken en heb die heg wel gezien.’

Johan zegt dat hij zich helemaal niet verstopte.
Hij stond gewoon op het paadje bij de voordeur.
En daarna ging hij samen met zijn partner koffie ging drinken bij zijn ex die daar ook woont.
Vanwege alle commotie.

De politie zag het anders.
De politie noteerde dat Johan plots was verdwenen, sneaky via de achterdeur en toen uit zicht.
Dat was nog veel bedenkelijker.
Johan tegen de rechters: ‘De politie liegt.’

De ex wordt als getuige gehoord.
Ze zegt: ‘Ze kwamen bij mij koffiedrinken. Via de voordeur gekomen en na twintig minuten zijn ze via de voordeur ook weer weggegaan.’
Johan: ‘Zo is het.’

Rechters: ‘Sneaky via de achterdeur?’
Johan die is gekluisterd aan een rolstoel: ‘Dat lukt mij niet eens. Er ligt daar achter een gigantische puinzooi. Daar kan ik niet eens langs.’

De officier van justitie stelt vast dat de twee lezingen niet tegelijk waar kunnen zijn.
Dat dus of de politie liegt of Johan en zijn partner en de ex.
Haar voorstel: nader onderzoek door middel van een schouw.
Rechters moeten er ter plaatste gaan kijken, niet digitaal.

De rechters tegen de officier van justitie: ‘Dus u sluit niet uit dat de politie liegt?’
De officier van justitie: ‘Een nader onderzoek kan alle twijfel wegnemen.’
De rechters willen er na beraad niet aan, ze zien de toegevoegde waarde niet.

Dit was een lange inleiding om te komen tot de kernvraag in deze kwestie: is wat de politie zag bij de heg, voldoende bedenkelijk om aangemerkt te kunnen worden als verdacht?
Anders gezegd en juridisch van ’t grootste belang: was er ten aanzien van de vader ‘een redelijk vermoeden van schuld’ op grond waarvan de politie zijn woning mocht doorzoeken?
Nog anders: mocht de politie de hennepkwekerij, ruim een kilo cocaïne, 27.000 gram verboden vuurwerk en een arsenaal aan wapens in de woning wel vinden?

De rechters: ‘Dat is dus de vraag.’

De officier van justitie zegt van wel.
Ze eist drie jaar en zes maanden celstraf.
De partner van Johan, zij wist er heus ook van, hoort twee jaar cel eisen.

Strafrechtadvocaat Cees Eenhoorn zegt van niet.
Vader Johan was die ochtend geen verdachte, hij gedroeg zich niks niet verdacht.
Ofwel: het wettige vereiste, een redelijk vermoeden van schuld, was er niet.
De inval in de woning is daarmee buiten de boekjes, het bewijs onrechtmatig verkregen. Consequentie: Johan en zijn partner moeten vrijgesproken.

Nu kun je zeggen, ook vanwege het begin van dit verhaal: ja, ja.
En die boten dan?
Die auto’s?
Drugs en wapens?
Die zijn toch gevonden in dat huis?
Nou dan.

Hier dient zich het wezenlijke van het strafrecht aan.
In de rechtszaal gaat het in eerste instantie niet om schuld of geen schuld, maar of het wettige en overtuigende bewijs daarvoor geleverd kan worden.
De overtuiging dat de contrabande bij Johan en zijn partner in huis lag, is er wel.
’t Was er immers.

Maar is het bewijs daarvoor ook wettig, dus volgens de regels waar de politie zich aan moet houden, verkregen?

Wie dit mierenneuken vindt (wat mag) is het er vast niet mee eens dat iedereen op een fiets mag worden gearresteerd, want in potentie een fietsendief.
Of iemand oppakken omdat ‘ie met een volle tas de winkel verlaat.
Alle vrouwen met een iets duurdere auto voor de deur.
Mannen in witte overhemden.
Grieken.
Of willekeurig welke mensen ook die in het verleden al eens zijn aangehouden.

Het is de vraag waar de rechters zonder twijfel – en zonder Google – het antwoord op moeten zien te vinden.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 25 mei 2012 – uitspraken
De vraag is  beantwoord. De politie had de hennepkwekerij niet mogen vinden. Het besluit om de woning binnen te gaan was onjuist: er bestond op dat moment niet een redelijk vermoeden van schuld. De rechtbank heeft vanwege dit niet te herstellen verzuim V. vrijgesproken van hennepteelt.

Het gaat, zo staat in het vonnis, om een belangrijk rechtstatelijk principe dat willekeurig politieoptreden dient te voorkomen. De fout van de politie – het verzuim – kwalificeert de rechtbank als ‘ernstig’.

Maar dan: eenmaal in de woning en na de vonds van de hennep, is alsnog toestemming gevraagd voor een doorzoeking. Nadat die toestemming was verleend, werden de andere verboden spullen gevonden en dus wel op rechtmatige wijze. Voor het in bezit hebben van wapens, cocaine en het illegale vuurwerk is V. veroordeeld tot 30 maanden, een jaar minder dus dan de eis.

Voor de partner van V. geldt hetzelfde verhaal, zij het dat zij een zwaardere starf opgelegd heeft gekregen dan de eis: ook 30 maanden (in plaats van 24). De redenering van de rechtbank is kennelijk – samen uit, samen thuis (in dit geval andersom).

Advocaat Cees Eenhoorn, die beiden bijstond, heeft inmiddels laten weten dat hoger beroep  wordt aangetekend.

VONNIS johan v – volgt zodra beschikbaar

.

Johnny B. & Co – rechtbankverslag

Het is 3 maart 2011.
Vanuit het ’t Zandt rijdt een Skoda Fabia naar Zeerijp.
Om 21.14 uur stappen twee mannen uit die auto en gaan een woning binnen.
Negentien minuten later verlaten ze de woning en lopen naar een geparkeerde auto, naar een Mazda 232 waarvan de zijruit stuk is.
Een van de mannen doet iets bij die auto, met zijn bovenlichaam hangt hij half door het kapotte ruit van de bijrijderportier.

De andere man kijkt toe en om zich heen.

Dan rennen de twee mannen weg.
Niet veel later klinkt in Zeerijp een luide knal.
De Mazda staat in brand.

Om 21.37 uur rijdt de Skoda Fabia het dorp uit, richting Loppersum.
In Loppersum stapt de bijrijder om 21.46 uit de auto.
De Skoda rijdt verder.
Om 22.15 uur stopt de Skoda op een parkeerplaats in Harkstede.
Johnny B. stapt uit en gaat, trap op, zijn woning binnen waar zijn vriendin op dat moment een computerspelletje speelt.
Om 22.40 uur tikt hij op Google de zoekterm ‘auto en brand’ in.

Johnny B. ontkent.
Wat hij die dag heeft gedaan, hij zou het niet meer weten.
Rechters: ‘U was er vlakbij, bij die autobrand. Niets gezien, niets gehoord?’
Johnny B. ‘Nee.’

De genoemde tijdstippen zijn afkomstig van het observatieteam van de politie.
Dat team houdt Johnny B. in de gaten.
Er zijn agenten die om hoekjes staan en in de bosjes liggen.
Onder de twee auto’s waarin B. rijdt, zijn peilzenders geplakt, in het dashboardkastjes zijn microfoontjes verstopt.

Wanneer ze richting Loppersum rijden, zegt Johnny B. – om 21.39 uur – tegen zijn kompaan Johannes V.: ‘Hoorde je hem, ik hoorde hem…’
Johannes: ‘Ehhe…’
De officier van justitie: ‘Duidelijker kan het niet. Met ‘hem‘ bedoelde Johnny B. de luide knal.’

Het onderzoek – met de rare naam Bakkerstor (‘oosterse kakkerlak’) – is in maart 2011 volop gaande.
Aanleiding is een woninginbraak in Holwierde, in november 2010.
Op een kozijn met braakschade zijn rode stukjes lak gevonden.

Een maand later, op 16 december 2010, wordt ingebroken in een woning in Steendam.
Een getuige ziet een grote man met een rood breekijzer lopen.
En ziet ook hoe even later twee mannen iets onder een dekbed uit de woning dragen.
Iets dat lijkt op een grote platte televisie.
De getuige maakt een foto van de mannen.
En noteert het kenteken van hun auto: een Skoda Fabia.
De auto staat op naam van de vader van Johnny B.
Op de foto is een van de mannen goed zichtbaar: het is Johnny B.

Deze inbraak wordt gepleegd daags nadat de proeftijd die hoorde bij de straf die B. in 2008 opgelegd had gekregen, is verstreken.

Op 12 en 14 december 2011 worden Johnny B. en Johannes V. gearresteerd.
Het onderzoek Bakkerstor heeft dan een jaar geduurd.

Samen worden ze verdacht van zeven brandstichtingen en negen woninginbraken.
Al die misdrijven werden gepleegd terwijl de politie – het observatieteam – toekeek, onder de auto’s waarin B. reed peilzenders waren bevestigd, met microfoontjes gesprekken werden afgeluisterd en het internetgedrag van B. werd getapt.

Bij een inbraak in een kapperszaak in Spijk, op 1 maart 2011, is een grote partij shampoo gestolen.
Negen maanden later, op 6 december 2011, rijden Johnny en Johannes langs die zaak.
Johannes zegt tegen Johnny die achter het stuur zit: ‘Ik heb nog steeds geen shampoo weer gekocht… Ik was m’n haar er nog steeds van, elke dag. Kan nog wel een half jaar denk ik.’

Het microfoontje registreert dat ze lachen.

Op 16 maart 2011 is er brand geweest aan de Friesestraatweg bij Hoogkerk.
Op 17 maart 2011 krijgt de politie via de internettap mee dat Johnny B. ’s ochtends om 06.17 uur op Google intikt: ‘brand frisestraatweg‘, zich herstelt en dan intoetst: ‘brand Friesestraatweg‘.

Deze brand (een caravan) wordt op die 16e maart om 20.45 uur aan de brandweer gemeld.
De caravan staat op het erf van een boerderij.
Het observatieteam ziet Johnny B. om 20.47 bij die boerderij over een hek klimmen.
Vervolgens ziet het team hoe B. om 21.00 uur in zijn auto stapt en wegrijdt.

Had het observatieteam op 16 maart 2011 de voet uitgestoken, dan was Johnny B. gestruikeld.
In de rechtszaal ontkent Johnny B. dat hij die dag in de buurt van die boerderij is geweest.

Op 18 november 2011 ziet het observatieteam Johnny B. en Johannes V. over een betonpad lopen bij Ten Post.
Eén minuut daarna ruiken de leden van het observatieteam een scherpe brandlucht.
Weer een minuut later ontdekken ze dat er een schuur in de brand staat.

De agenten stellen vervolgens vast dat B. en V. wegrijden richting Ten Boer.
Het observatieteam ziet hoe ze halverwege keren en terugrijden naar Ten Post.
Achter de brandweerauto aan, naar de brandende schuur.
Voor de brand had de politie gezien dat B. om 20.13 uur 3,84 liter benzine had gekocht bij een tankstation.

Getuigen hadden in de buurt van het schuurtje twee mannen gezien in een grijze, stilstaande auto.
Beetje verdachte mannen, vond de getuige die dit aan de politie meldde.
Die twee mannen leken in niks op Johnny B. en Johannes V.
De officier van justitie in de rechtszaal: ‘Die twee mannen in die grijze auto waren leden van het observatieteam.’

Johnny B. en Johannes V. zeggen dat ze met die brand niets te maken hebben.
Ze waren daar wel in de buurt, klopt wel.
In een weiland hadden ze in het donker naar een hengel gezocht.
Vandaar.

Het openbaar ministerie denkt dat Johnny B. en zijn vriend Johannes V. vorig jaar ten minste 35 misdrijven hebben gepleegd.
Voor de helft van die zaken geldt dat de verdenkingen vermoedens zijn, niet gebaseerd op bewijzen.
Die tellen dus niet mee.
Voor de 17 zaken die wel ten laste zijn gelegd, is dat bewijs er volgens het openbaar ministerie wel, in ruime mate zelfs.

Johnny B. ontkent alle brandstichtingen.
Hij geeft twee woninginbraken toe.
Dus ook die inbraak in Steendam waarbij hij op de foto staat en waarop te zien is hoe hij iets dat lijkt op een grote platte televisie in de handen heeft.

Johannes V. zegt dat hij wel eens iets kocht dat gestolen zou kunnen zijn.
Die grote televisie bijvoorbeeld.
Van wie hij die had gekocht?
V. wil dat niet zeggen.

En de oude munten die hij in Assen bij een handelaar had ingeleverd, waren afkomstig uit een erfenisje.
Dat het om soortgelijke munten gaat die zijn gestolen uit een woning in Holwierde, moet dan op toeval berusten.

Johnny B., hoorde dus 7 jaar celstraf tegen zich eisen.
Johannes V. 6 jaar.

Het openbaar ministerie heeft een sterk verhaal.
Maar ook een heel raar verhaal.

Want waarom zijn Johnny B. en Johannes V. niet veel eerder aangehouden?
Waarom pas in december 2011?
Waarom niet in december 2010 in Steendam?
De politie beschikte toen immers al over een foto van B. als inbreker?
Of waarom niet in maart, na die autobrand in Zeerijp?
Dat had een heterdaad kunnen zijn.

Waarom konden Johnny B. en Johannes V. een jaar lang onder toeziend oog van de politie hun gang gaan?
Dat dit kon, zeiden de advocaten, is bizar.
Ze zeiden: zo bizar en merkwaardig, dat het misschien allemaal niet waar is.
Dat het niet waar is dat Johnny B. onder observatie brand sticht, met gevaar voor mensenlevens en vervolgens niet wordt aangehouden.
De politie had, zeiden de advocaten bij wijze van spreken, de latere slachtoffers een hoop ellende kunnen besparen.

De rechtbank wil er extra lang over nadenken.
De uitspraken worden gedaan op 3 mei.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 3 mei 2012 – uitspraken
Johnny B. is veroordeeld tot 5 jaar celstraf, partner in crime Johannes tot 4 jaar en 6 maanden.
B. werd voor vier van de 17 zaken zaken op de tenlastelegging vrijgesproken. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het feit dat B. eerder is veroordeeld. Door te stelen (in te breken) heeft B. laten zien dat hij geen respect heeft voor  bezit van anderen. De rechtbank acht  vijf woninginbraken, twee pogingen daartoe, vier brandstichtingen en een vernieling wettig en overtuigend bewezen.
Johannes V. heeft zich schuldig gemaakt aan zes inbraken, twee pogingen daartoe, een insluiping, twee brandstichtingen, een vernieling, het exploiteren van een hennepkwekerij en wapenbezit.

VONNIS Johnny B.
VONNIS Johannes V.

.
UPDATE – 16 mei 2012 – hoger beroep
Johnny B. legt zich neer bij zijn veroordeling tot vijf jaar celstraf. Zijn advocaat Gerben Pol laat weten – ‘hoewel wij het niets eens zijn met de uitspraak’ – dat besloten is niet in hoger beroep te gaan. Ook het openbaar ministerie – dat 7 jaar cel eiste – ziet af van hoger beroep. Wat Johannes V. doet, is nog niet bekend. Johannes V. tekent wel hoger beroep aan, zo heeft zijn advocaat desgevraagd laten weten.

.

De mythe

ook nrc handelsblad doet er aan mee

Een eis van zeven jaar?

Daar kun je ook iemand voor omleggen, zei een advocaat in de wandelgangen van de Groninger rechtbank.
Iemand anders beweerde dat justitie nog een rekening heeft te vereffenen met de 24-jarige Johnny B.
Omdat de rechtbank hem in 2008 ‘slechts’ veroordeelde tot netto vijftien maanden celstraf terwijl toen vijf jaar was geëist.

Zeven jaar.

Voor het idee: de rechtbank in Groningen legde sinds 2005 zeven maal een gevangenisstraf van zeven jaar op: een keer voor moord, drie keer voor doodslag en drie keer voor een poging tot moord.

Ik ben een goeie jongen, zei Johnny B. donderdag tegen zijn rechters.
Eigenlijk zijn we ratten, zou hij tegen medeverdachte Johannes V. hebben gezegd, in de auto (met afluisterapparatuur) op weg naar een woning in Spijk om daar in te breken.

Zeg ‘Johnny B.’ in Limburg (of Zeeland) en de kans is groot dat de reactie luidt: ‘de pyromaan van ’t Zandt’.
Gedragsdeskundigen die hem in 2008 onder de loep namen, concludeerden dat Johnny B. juist geen pyromaan is, dat hij niet lijdt aan de ziekelijke stoornis die pyromanie heet.
Donderdag, tijdens het twaalf uur durende strafproces, viel het woord niet eenmaal.

Wij van de media blijven hem wel hardnekkig zo noemen.
Misschien is het verleidelijk iemand in een hokje te stoppen, omdat het geen prettige gedachte is dat gewone mensen ook ongewone, ja zelfs hele nare dingen kunnen doen.

Johnny B. is een mythe geworden, met nationale bekendheid als twijfelachtige eer.
De naam bekt ook best lekker voor een crimineel.
Maar is hij dat ook?

In 2008 werd hij, toen 19 jaar oud, verdacht van 22 brandstichtingen; hij werd veroordeeld voor één brandstichting en twee pogingen daartoe.
Donderdag ging het om zeven brandstichtingen: in een woning, driemaal een caravan, een auto, een schuurtje, een rolletje papier in een pinautomaat.
Daarnaast: negen woninginbraken en een vernieling.

Geen kinderachtige verdenkingen.
De auto, die explodeerde, was een aangepaste auto, de eigenaar was ervan afhankelijk.
Het zal je caravan of pinautomaat maar zijn.
En ook het plegen van inbraken past beter bij rattengedrag, dan dat het het werk is van een ‘goeie jongen’.

Officier van justitie Rianne Wildeman presenteerde in de bomvolle rechtszaal de bewijzen en dat deed zij – met PowerPoint op een scherm van drie bij vijf meter – op overtuigende wijze.
Na haar verhaal was maar een conclusie mogelijkheid: Johnny B. heeft zijn reputatie eer aan gedaan, hij is schuldig.
En maatje Johannes V. ook.

Nadat de officier van justitie had gesproken en de strafeisen op tafel had gelegd (zes jaar voor Johannes V.), verlieten de meeste journalisten met een eenzijdig verhaal de rechtszaal.
Ruim voor etenstijd.
Het proces zou nog tot half tien ’s avonds duren.
In die tijd gaven de advocaten tegengas, om evenwicht in het relaas van justitie te brengen.

De advocaten: wanneer het waar is wat justitie wil doen geloven, dan heeft Johnny B. zijn misdaden gepleegd terwijl het observatieteam van de politie toekeek.
Dat is zo bizar, zeiden ze, dat het misschien helemaal niet waar is wat de officier van justitie zo stellig beweert.

De rechtszaal was toen al bijna leeg.

Bij te veel evenwicht vallen bestaande beelden om.
Blijkbaar houden we liever de mythe in stand.

Rob Zijlstra

Johnny B. & Co.

tekening: annet zuurveen - rechtbanktekenaar

Vandaag, donderdag op 5 april 2012,  staan Johnny B. (24) en Johannes V. (29) terecht voor de rechtbank in Groningen.
Het duo wordt verdacht van woninginbraken, brandstichtingen en van een vernieling.
Johannes V. moet zich ook verantwoorden voor het exploiteren van een hennepkwekerij (300 planten) en wapenbezit.

Het gaat om een bijzondere zaak. De Groninger rechtbank heeft er een hele dag voor gereserveerd. Voor het idee: de laatste moordzaak in zittingszaal 14 werd in anderhalf uur afgehandeld.

De zaak is vooral bijzonder omdat Johnny B., hovenier, een van de verdachten is.
Johnny B. verwierf landelijke bekendheid als de brandstichter van ‘t Zandt.
Om hem aan te kunnen houden, werd zelfs het leger ingezet.

Dat was ongekend.

Met zijn vermeende daden hield Johnny B. een dorp met 700 inwoners in gijzeling, zal de korpschef van de Groninger politie later zeggen. En daaraan, aan de angst, moest hoe dan ook een einde komen. Met de aanhouding van Johnny B., door een arrestatieteam in de draaideur van het UMCG, kwam daar ook een einde aan.

Volgens gedragsdeskundigen is Johnny B. geen pyromaan.
Pyromanie is in Nederland – anders dan wij van de media u willen doen geloven – een zeldzaam verschijnsel.

Pyromanie is een ziekelijke stoornis.
Brandstichters hebben vaak andere drijfveren.
Het heeft er meer van dat Johnny B. eerder bad is dan mad.

Van de 21 branden die hem toen ten laste waren gelegd, achtte de rechtbank uiteindelijk twee pogingen en een voltooide brandstichting bewezen.
Tegen de consequent ontkennende B. werd 5 jaar celstraf geëist; hij kreeg 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk.

Er volgde – tot grote frustratie van vooral de politie – geen hoger beroep.
Het besluit van het openbaar ministerie geen beroep aan te tekenen – wat zeer in de rede had gelegen – zou een deal zijn geweest: Johnny B. zou niet terugkeren naar ’t Zandt om verdere onrust te voorkomen; zou hij dat toezeggen, dan zou justitie de zaak laten rusten.

Na zijn vrijlating, in april 2010, probeerde Johnny B. zijn leven weer invulling te geven.
Ik voerde in die tijd diverse gesprekken met hem en publiceerde een interview, kort nadat hij op vrije voeten was. In de gesprekken bleef hij zijn onschuld benoemen. Hij was zelfstandig gaan wonen in een voor hem nieuw dorp in de provincie Groningen en kon als hovenier weer aan de slag bij zijn vroegere baas.
Zo nu en dan hadden we contact.

Zo trof ik hem begin december in de rechtbank van Groningen. Samen met Johannes V. Ze bezochten een strafzaak van een vriendje die beticht werd van het mishandelen van een politieagente (vrijspraak). Johnny B. had op dat moment even geen werk, maar maakte zich daarover geen zorgen. ‘Het is december, het werk komt wel weer.’

Hij zei: ‘Ik ben goed bezig.’
Ik zei: ‘Zet ‘m op.’
Op de een of de andere manier geloofde ik hem.

Zoals ik er ook altijd rekening mee heb gehouden dat de brandstichtingen in leegstaande schuurtjes in ’t Zandt en omgeving niet (alleen) zijn werk is geweest.
Ik heb dat altijd gedacht omdat ik mij moeilijk kon en kan voorstellen dat een jongen van 18, 19 jaar – wie hij toen was – niet alleen een heel fanatiek gemotiveerd politieteam, maar ook al het technisch vernuft van het leger, in het hemd kon zetten.

Twee weken na de ontmoeting in de rechtbank, werd Johnny B. – op 14 december 2011 – opnieuw aangehouden, samen met die Johannes V., zijn voormalige dorpsgenoot uit ‘t Zandt.

Johannes V. geniet in Noord-Groningen een zekere reputatie.
In 2006 werd hij veroordeeld tot 3 jaar celstraf wegens onder meer een poging tot doodslag op een politieagent. Na het incident was hij ondergedoken. Na een internationaal opsporingsbevel werd hij na anderhalve maand aangehouden.

Vorige week moest Johannes V. als getuige komen opdraven in zittingszaal 14. Bij zijn arrestatie was in zijn woning een hennepkwekerijen met 300 planten aangetroffen. In de naastgelegen woning van zijn vader bloeide een kwekerij met 176 planten en werden ook wapens gevonden. Johannes moest getuigen in de strafzaak tegen zijn vader >> het rechtbankverslag.

Komende donderdag gaat het om brandstichtingen en woninginbraken.
Wat opvalt is dat drie van de zeven brandstichtingen alleen aan Johnny B. worden toegeschreven. In die drie gevallen gaat het om caravans in caravanstallingen. Bij een van die brandstichtingen zou ook gevaar (te duchten) zijn geweest voor mensenlevens.

Ook vrij bijzonder is dat de de politie tal van bijzondere opsporingsmiddelen heeft mogen inzetten. Zo werden tijdens het onderzoek niet alleen peilzenders onder de auto’s van de twee verdachten geplaatst, in de dashboardkastjes had de politie ook microfoontjes met zendertjes mogen verstoppen.
.

De feiten, op basis van de tenlastelegging, in chronologie:

1 november 2010
De Rippert, Holwierde
woninginbraak, brandstichting
buit: sieraden, munten, waardepapieren
verdachten: johannes v. + johnny b.

16 december 2010
Damsterweg, Steendam
woninginbraak
buit: flatscreen, dekbed, geld, sieraden
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 januari 2011
Hogeweg, Eenum
woninginbraak
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

1 maart 2011
Ubbenasingel, Spijk
inbraak (kapperszaak), brandstichting
buit: geld, shampoo, cosmetica
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 maart 2011
Borgweg, Zeerijp
brandstichting
object: auto
verdachten: johannes v. + johnny b.

16 maart 2011
Friesestraatweg, Groningen
brandstichting (stalling caravans)
verdachten: johnny b

8 april 2011
Loppersum
woninginbraak – poging
verdachten: johannes v. + johnny b.

9 april 2011
Wirdumerweg, Loppersum
woninginbraak (rijschool)
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

Het politieonderzoek wordt stilgelegd. Het openbaar ministerie wil vooralsnog niet zeggen waarom. Op de zitting van 5 april, zo meldde de officier van justitie tijdens de pro forma-zitting op 22 maart, wordt over de reden tekst en uitleg gegeven. De advocaten noemen het stopzetten van het onderzoek merkwaardig. In oktober 2011 wordt het onderzoek hervat.

14 oktober 2011
Noordwolderweg, Zuidwolde
brandstichting (schuur, caravanstalling)
verdachte: johnny b.
officier van justitie: met gevaar voor personen

20 oktober 2011
Wirdumerweg, Loppersum
woninginbraak (pedicure)
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

21 oktober 2011
Bosweg, Loppersum
woninginbraak – poging
buit: –
verdachten: johannes v. + johnny b.

18 november 2011
Jan Zijlstraat, Ten Post
brandstichting (schuur)
verdachten: johannes v. + johnny b.

Op 1 december 2011 tref ik Johnny B. en Johannes V. in de rechtbank. ‘Ik ben goed bezig.’

2 december 2011
Boersterweg, Ten Boer
vernieling: met een wapen worden lantaarnpalen stukgeschoten
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 december 2011
Rijksweg, Garrelsweer
brandstichting (caravan)
verdachte: johnny b.

6 december 2011
Parklaan, Spijk
woninginbraak
buit: geld, geldkistje, vvv-bonnen
verdachten: johannes v. + johnny b.

Op 14 december 2011 worden Johannes V. en Johnny B. aangehouden.
Tijdens de arrestaties wordt in de woning van V. een hennepkwekerij aangetroffen
verdachte: johannes v.

Tot zover de verdenkingen.
De waarheid volgt later.

Rob Zijlstra

extra
0 rechtbankverslag Johannes V. (2006) – de afrekening
0 rechtbankverslag Johan V. & Co. (2012) – de bijvangst
0 interview Johnny B. (2010) – ik heb het niet gedaan

.

UPDATE DE EISEN

Johan & Co.

Laten we zeggen dat de 57-jarige Johan V. in de regio een zekere reputatie geniet.
Dat is terecht of niet.
Een feit is dat zijn laatste veroordeling al weer vijf jaar oud is, voor iets met hennep in 2005.

Eind vorig jaar, op 14 december, werd V. gearresteerd.
Er gebeurde op die dag van alles in de regio.
De politie zat al maanden achter de vermeende brandstichter Johnny B. aan.
Op die dag werd Johnny B.– zoals ze dat bij de politie noemen – ‘achterover getrokken’.
Opgepakt.
Ook een tweede verdachte werd die dag in de kraag gevat: de 29-jarige Johannes.
De zoon van Johan V.

Zoon Johannes werd in zijn woning aangehouden.
Dat had wat voeten in de aarde.
Het was druk bij Johan thuis en mede vanwege reputaties en onduidelijkheden ter plaatse, besloot de politie om de halve straat als vuurwapengevaarlijk aan te merken.
Omdat de familie V. in meerdere woningen naast elkaar woont – ze zijn als het ware hun eigen buren – denderden arrestatieteams overal naar binnen.

En dus onbedoeld ook bij vader Johan.
In zijn woning werd het volgende aangetroffen: 1018 gram cocaïne, 172 hennepplanten, 752 gram henneptoppen, pistolen, revolvers en repeterende kogelgeweren, zo’n 700 patronen van divers kaliber, geluidsdempers, nepwapens, 26,8 kilo professioneel vuurwerk en een meter in de elektriciteitskast waar aan was geknoeid.

Vader Johan is bijvangst.
Maandag zat hij met zijn partner in het verdachtenbankje.
Dat wil zeggen, zijn partner zat in het bankje, Johan V. in zijn rolstoel (‘quickie’) ervoor.

Johan V. zegt dat dat van die hennepkwekerij, wel klopt.
Dat was zijn ding.
Om medische redenen gebruikt hij acht tot tien gram wiet per dag.
De kwaliteit van wiet uit coffeeshops vindt hij onder de maat.
Daarom was hij zelf een kwekerij begonnen, een kwekerij voor eigen gebruik.

De partner zegt: ‘En ik wist van niets.’
Een van de rechters: ‘Wat wonderlijk.’
Partner: ‘Ik kom nooit in de schuur.’
Rechters: ‘Heeft u een fiets?’
Partner: ‘Nee.’

Stroom buiten de meter om?
Johan V. zegt dat de rechters dat anders moeten zien.
Van diefstal van stroom is geen sprake, er is meer sprake van onbetaalde rekeningen.
De advocaat van Enexis (stroomnetbeheerder) zegt dat op het adres geen meter staat geregistreerd, maar dat er wel stroom wordt verbruikt.
Er is wel een meter aanwezig, zij het dat dat ding administratief technisch gezien in het magazijn van Enexis staat.
Rechters: ‘Weer een wonderlijke gang van zaken.’

Bijna 27 kilo vuurwerk?
Johan V.: ‘Ik hou van vuurwerk en ik schiet elk jaar aardig wat de lucht in. Dit was een restantje.’

Maar dan: de cocaïne, de wapens.
Johan V. schudt het hoofd.
Niets mee te maken.
Zegt: ‘Ik ben anti-harddrugs. Altijd geweest.’
Rechters: ‘Een hoop geld, een kilo cocaïne. Al gauw 30.000 euro? En u bent wel een man die weet wat er in de wereld te koop is.’
Johan V.: ‘Ik ben er zwaar op tegen.’

Hoe zit het dan?
Er wordt een uur lang heen en weer gepraat, over welles en nietes en over andere wonderlijke gebeurtenissen in de regio.
De lezing van Johan V. is dat hij geen weet had van de aanwezigheid van cocaïne en de wapens.
En waarvan je het bestaan niet weet, kun je ook niet hebben, laat staan in bezit.

De contrabande zou zonder zijn medeweten in zijn woning zijn verstopt.
Door huisvriend Albert en zoon Johannes.

Albert zit buiten zittingszaal 14 op de gang, hij is als getuige opgeroepen.
In de rechtszaal vertelt hij – zwetend en onder ede – dat ergens in de provincie een auto stond, een auto met een kofferbak, nee, merk geen idee.
Die auto had hij opengebroken.
Samen met een ander.
Bij de politie had hij niet willen zeggen met wie hij dat had gedaan.
In de rechtszaal als getuige en na enige aansporingen: met zoon Johannes.

In de auto lagen twee zwarte sportassen, met daarin de wapens en de kilo cocaïne.
Rechters: ‘Wanneer was dat?’
Albert: ‘Om acht uur ’s ochtends, op 13 december.’
Rechters: ‘Dus een dag voor de inval.’

Met de buit waren ze naar Johan V. gegaan en gevraagd of die er handel en winst in zag.
Maar Johan V. had er geen zin in.
Hij had gezegd: weg met die rotzooi.
Vervolgens waren ze naar de woning van Johannes gegaan, twee deuren verderop.

Albert vertelt dat Johannes ook geen trek had in de buit.
Hij had al een hennepkwekerij met 300 planten en met nog meer verboden bezit erbij, vond hij te link.
Johannes wist wel raad: hij zou de wapens en de kogels op de zolder van het schuurtje van zijn vader verstoppen en de cocaïne in de diepvries.

Zo is het gegaan, zegt Albert.
Zijn verhaal is ontlastend voor Johan V.
Rechters: ‘Zit u hier onder ede een verhaal in elkaar te timmeren om iemand te helpen?
Albert: ‘Nee.’

Zoon Johannes zit in het cellencomplex in de kelder van het Groninger gerechtsgebouw.
Ook hij is als getuige opgeroepen.

De rechters: ‘Vertel eens, heeft u samen met Albert ergens in de provincie rond acht uur in de ochtend een auto met een kofferbak opengebroken. Want dat is wat Albert zegt?
Johannes ontkent.
Zegt: ‘Absoluut niet.’
Zegt dat als hij dat wel zou hebben gedaan, hij dat ook gewoon zou toegegeven.

In de lezing van Johannes was Albert bij hem gekomen, met één tas, hij dacht donker van kleur, met daarin wapens en een kilo cocaïne.
Albert had hem gevraagd het even op te bergen
Dat had hij gedaan.
In het schuurtje, in de diepvries.

Getuige Albert wordt nogmaals aan de tand gevoeld en geconfronteerd met de zojuist afgelegde verklaring van Johannes.
Albert begint eerst te draaien en dan te tollen, zegt dat hij heeft gelogen, dat de waarheid nu moet zijn dat hij het alleen heeft gedaan.

De rechters tegen de twee getuigen: ‘Wat apart. Want uw verhalen kunnen niet tegelijk waar zijn. Maar uw verhalen kunnen wel tegelijk niet waar zijn.’
De officier van justitie: ‘Meineed.’

Albert wordt in de rechtszaal aangehouden en wordt afgevoerd naar de kelder.
Ook zoon Johannes krijgt meineed aan de broek.
Meineed is een misdrijf waar twee maanden celstraf op staat.
Johannes lijkt het wel best te vinden, hij zit toch al vast.
Zegt: ‘Waar moet ik tekenen?’

De rechtbank trekt zich terug voor nader beraad en besluit het strafproces te schorsen.
Er zijn te veel wonderlijke dingen gezegd die nader onderzoek behoeven.
De rechters: ‘Zo kunnen we niet verder.’

Johan V. heeft al een tijd niets gezegd, misschien denkt hij na.
Wanneer het waar is dat hij geen weet had van de aanwezigheid van de wapens en cocaïne in zijn woning – wat kan – dan hebben de twee getuigen hem zojuist geen goede dienst bewezen.
Misschien wist hij het wel.
In dat geval was het een slecht in elkaar getimmerd verhaal.

Het is niet bekend wanneer de strafzaken tegen hem en zijn partner worden voortgezet. De strafzaak wordt op 14 mei voortgezet.

 

Rob Zijlstra

extra
● Zoon Johannes V. en Johnny B. staan op 5 april terecht op verdenking van brandstichtingen en woninginbraken.
● Albert zat al eens eerder in zittingszaal 14, toen niet als getuige maar als verdachte: nasi zonder saté (maart 2005)
meineed

.

UPDATE – 14 mei 2012 – voortzetting
De strafzaak tegen Johan V. en zijn partner is vanochtend voortgezet. Het openbaar ministerie heeft 3,5 jaar celstraf tegen V. geeist, zijn partner hoorde 2 jaar cel eisen.

Advocaat Cees Eenhoorn meent dat beide moeten worden vrijgesproken.De inval in de woning is volgens hem onrechtmatitg geweest omdat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond.

Uitspraak op 25 mei.

verslag volgt 

.

Johnny B. (slot)

Stel je voor.

Je gaat – ’s avonds in december 2007 – even op ziekenbezoek in het ziekenhuis en als je dat grote gebouw een uurtje later wilt verlaten, springen ze bovenop je en ben je gearresteerd.
De politie voert je met zwaailichten af naar het politiebureau, roept ‘we hebben hem!’ en vervolgens zit je twee maanden lang opgesloten in een cel zonder dat je contact mag hebben met de buitenwereld.

Na negen maanden sta je eindelijk voor de rechters.
Die zeggen dat je naar huis mag, dat je het proces dat nog moet komen, in vrijheid mag afwachten.
Omdat de rechters vinden, zeggen ze, dat je gezien de beschuldigingen lang genoeg vast hebt gezeten.

De politie brengt je – jij meer dan opgelucht – terug naar de gevangenis zodat je je spullen bijeen kunt rapen.
Eindelijk naar huis.
Maar eenmaal in de gevangenis, zegt de politie dat je opnieuw bent aangehouden.
Dat justitie je niet wil laten gaan.
Een week later moet dat dan alsnog, opnieuw op last van de rechters.

Uiteindelijk, bijna een jaar na je arrestatie in het ziekenhuis, is daar de dag van het proces.
Justitie eist 5 jaar gevangenisstraf.
De rechtbank vindt dat veel te veel, spreekt je in december 2008 van het overgrote deel van de ten laste gelegde beschuldigingen vrij.
Jij krijgt 24 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk.

Omdat je op dat moment vrij bent, hoef je niet direct met de politie mee.
Je moet de oproep afwachten.
Justitie is het er absoluut niet mee eens, maar gaat toch niet in hoger beroep.

Het duurt even, maar in oktober 2009 moet je je dan melden bij de gevangenispoort in Veenhuizen voor het uitzitten van het dan nog resterende deel van de opgelegde straf: nog 177 dagen.

Vandaag is dag 177.
Dan ben je morgen – 843 dagen na die arrestatie in de draaideur van het ziekenhuis – weer vrij man.

Stel je voor dat je zoiets meemaakt.
Dan kun je gerust zeggen dat je het een en ander hebt beleefd.

Daarover gaat het interview dat ik met Johnny B. uit ’t Zandt had.
Dat interview staat zaterdag – exclusief zoals we dat noemen en met een mooie foto – in Dagblad van het Noorden.

Rob Zijlstra

Gelukkiger

U mag de jas wel uitdoen, zeggen de rechters tegen Thembi Nonkululeko als zij wil gaan zitten in het verdachtenbankje.

‘Is misschien wat prettiger.’

Later zullen de rechters tegen haar zeggen dat ze wat gelukkiger moet worden.

 

Het is lente en donderdagochtend, maar het lijkt wel de treurigste dag.

 

Waar Thembi Nonkululeko zit, zat even eerder Albert Hendrik.

Albert Hendrik (26) heeft op straat een vrouw van zijn eigen leeftijd beroofd.

Omdat hij haar portemonnee wilde hebben.

Omdat hij drugs wilde kopen.

De straatroof mislukt.

 

Nu zegt hij dat hij zich schaamt. Het ergste, moeten de rechters weten, is dat hij de vrouw heeft geslagen, een tik op de wang heeft gegeven. Zomaar, hij was het niet eens van plan.

Nu zit Albert Hendrik de straatrover in de rechtszaal te huilen.

 

De officier van justitie zegt dat Albert Hendrik een scharrelend en schrapend bestaan leidt.

Altijd wind tegen, werd al jong verwaarloosd en seksueel misbruikt.

De officier had bij Albert Hendrik moeten denken aan dat ongewenste jongetje dat in de auto stapt in het recente spotje van Sire.

Was woensdagavond nog op de televisie.

Eigenlijk, zegt de officier van justitie, leeft deze verdachte al vanaf zijn zevende op straat.

 

Albert Hendrik wil nu een nieuw leven.

Naar een leven waar hij geen zelfmoord hoeft te plegen, maar waar hij kan laten zien dat hij ook gewoon iemand is. Daarvoor wil hij naar het zuiden reizen. Daar, in Maastricht, kent hij iemand die een garage voor auto’s heeft. Hij kan er monteur leren worden.

 

Na Albert Hendrik kwam dus Thembi Nonkululeko.

 

Ze legt haar winterjas over de schoot en begint te huilen.

Thembi Nonkululeko werd 29 jaar geleden geboren in een omgeving van armoede, drank, geweld en criminaliteit, in Pietermaritzburg, Zuid-Afrika. In de bars in Durban probeerde ze als jonge vrouw aan haar lot te ontsnappen: zo werd ze verliefd op Nelis.

 

Na twee jaar bellen en schrijven reisde Thembi Nonkululeko naar het Noorden, naar haar nieuwe leven, naar Nederland om daar samen met Nelis gelukkig te worden.

Nelis woonde in ’t Zandt, boven op de Groninger klei.

Zo kwam Thembi Nonkululeko, een Zoeloevrouw uit Zuid-Afrika, in 2004 te wonen in misschien wel het witste dorp van Nederland, zegt de officier van justitie.

 

Het gaat goed.

Maar naar mate Thembi Nonkululeko de Nederlandse taal beter onder de knie krijgt, gaat het slechter met de relatie.

Ze praten niet met elkaar.

Zij heeft daar veel behoefte aan.

Hij niet.

Nelis blijkt niet zo’n prater.

Hij is een aardige, hardwerkende man, maar verder meer van het Groninger stugge.

Ook dat zegt de officier van justitie.

 

Thembi Nonkululeko wordt langzaam maar zeker eenzaam. Ze voelt zich geaccepteerd door de familie van Nelis, maar als ze daar op bezoek is, praat iedereen Grunnings.

De rechters zeggen tegen haar dat ze in het strafdossier hebben gelezen dat ze erg haar best deed aansluiting te zoeken.

Op school, waar iedereen aardig tegen haar is, gaat het ook steeds slechter.

 

De eenzaamheid drijft haar in haar rijtjeswoning op de klei in een sociaal isolement. Deskundigen stellen later vast dat er sprake moet zijn geweest van een matig ernstige depressie die Thembi Nonkululeko weet te maskeren door veel te drinken.

Soms is ze laveloos.

Ze gokt ook veel.

Als ze veel verliest, vult Nelis het aan tot niks.

 

Thembi Nonkululeko tegen de rechters: ‘Ik probeerde mijn problemen uit te leggen, maar hij begreep mij niet.’

Twee keer probeerde ze er een fataal einde aan te maken.

 

Op een dag is Nelis niet aardig. Hij pest en kwetst haar als ze op de bank zit. Later in bed zegt hij dat het uit is. Dat het zo niet verder kan.

Thembi Nonkululeko: ‘Ik probeerde te slapen, maar ik moest huilen. Alles leek uit elkaar te vallen. Ik ben naar beneden gegaan. Ik heb mijn moeder gebeld. Die zei, kom maar naar huis. Ik ben weer naar boven gegaan en voorgesteld dat we in relatietherapie zouden gaan. Maar Nelis zei, nee, het is uit. Ik heb toen in de bijkeuken motorbenzine over de vloer gesprenkeld.’

 

Dat hadden de rechters gelezen. En dat er toen ineens een dikke steekvlam was. En toen razendsnel een grote vuurzee. Dat zij nog naar boven was gerend om Nelis te waarschuwen. Dat Nelis dankzij haar hulp door het raam naar buiten kon komen. En dat het niet haar bedoeling was geweest om brand te stichten. En dat, toen iedereen veilig was, Nelis haar nog net had kunnen tegenhouden toen zij de brandende woning weer in wilde gaan.

Dat was de derde poging.

 

Thembi Nonkululeko knikt en snikt. ‘Ik wilde dat Nelis zag hoeveel pijn ik voelde. Hem vertellen dat het gemeen was.’

Rechters: ‘Het was voor u een laatste poging om met hem in contact te komen.’

 

De woning veranderde in een zwarte chaos en de verzekering ging er snel vandoor.

Eigen schuld.

Thembi Nonkululeko zit sinds die nacht in januari in de gevangenis.

De relatie is voorbij.

Zij wil in Nederland blijven, want niet terug naar de armoede, het geweld en de criminaliteit van vroeger.

Nelis heeft laten weten dat hij haar niet zal laten vallen.

 

De officier van justitie eist tegen Albert Hendrik een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk. Daarna moet hij verplicht naar de kliniek om van de drugs af te komen.

Thembi Nonkululeko hoort eveneens tien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk eisen. Zij moet de drank laten staan.

En 180 uur werken.

‘Maar dat is ook om u een beetje te helpen om onder de mensen te komen’, zegt de officier.

 

In beide zaken wordt eind deze maand uitspraak gedaan.

Tegen Thembi Nonkululeko zeggen de rechters alvast: ‘U moet wat gelukkiger worden.’

 

 

Rob Zijlstra 

 

 

UPDATE – 29 april 2009 – uitspraak

De rechtbank heeft Thembi Nonkululeko conform de eis veroordeeld. Brandstichting bewezen. Het vonnis betekent dat de verdrietige vrouw op 4 juni de gevangenis mag verlaten. En dan moet werken, op weg naar een gelukkiger leven.

Streep onder strafzaak ’t Zandt

 

NIEUWS 

 

Het openbaar ministerie gaat niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in de zaak ’t Zandt. Justitie eiste vijf jaar gevangenisstraf tegen Johnny B., maar de rechtbank sprak hem grotendeels vrij en veroordeelde B. tot 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Omdat ook B. afziet van hoger beroep, kan vandaag een streep onder de strafzaak ’t Zandt worden gezet.

 

Justitie legt zich ‘na een zorgvuldige bestudering van het vonnis’ neer bij de uitspraak van de rechtbank. Hoewel Johnny B. alle betrokkenheid bij de brandstichtingen en pogingen daartoe en het versturen van dreigbrieven ontkent, kiest ook hij eieren voor zijn geld. Hij wil hiermee voorkomen dat er opnieuw onrust in zijn voormalige woonplaats ontstaat.

 

Een en ander betekent dat B. nog zes maanden celstraf moet uitzitten. Zijn advocaten hebben laten weten te zullen aansturen op een alternatief: bijvoorbeeld elektronisch huisarrest. Ook laten de advocaten weten dat B. besloten heeft niet terug te keren naar ’t Zandt.

 

R.Z.

Johnny B. veroordeeld

.- update –

 

De rechtbank heeft Johnny B. (20 ) maandagmiddag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk.

 

De rechtbank acht één brandstichting en twee pogingen bewezen. Ook is bewezen, aldus de rechtbank, dat B. dreigbrieven heeft verstuurd.

 

Er was twee weken geleden 5 jaar geëist. Justitie hield B. verantwoordelijk voor drie brandstichtingen en vijf pogingen en voor het versturen van de brieven.

 

Omdat B. niet gedetineerd is, kon hij het gerechtsgebouw als vrij man verlaten. De vordering van de officier van justitie om B. direct na het uitspreken van het vonnis in de zittingszaal aan te houden, werd door de rechtbank afgewezen.

 

Beide partijen hebben aangegeven niet tevreden te zijn.

Justitie is teleurgesteld omdat de rechtbank de feiten ‘anders waardeert dan wij hebben gedaan’. Met een lagere straf tot gevolg. B. meent dat hij ten onrechte is veroordeeld.

Een hoger beroep ligt voor de hand.

 

Zien beide partijen daar van af (ze hebben twee weken de tijd een beslissing ter nemen), dan wordt het vonnis onherroepelijk en moest B. de resterende zes maanden uitzitten. Volgt er wel een hoger beroep, dan mag B. de uitkomsten daarvan in vrijheid afwachten.

 

 

 

Het vonnis is hier te lezen (rechtspraak.nl).

 

UPDATE15 december 2008

Geen hoger beroep

 

 

Uitspraak ’t Zandt

De rechtbank Groningen doet vanmiddag om 13.00 uur uitspraak in de zaak ’t Zandt.

 

Op 14 augustus vorig jaar vloog de leegstaande aalmoezenierswoning aan de Hoofdstraat in het dorp (900 inwoners) in brand. Er zouden nog zo’n twintig branden en brandjes (pogingen) in de daarop volgende vier maanden volgen. In schuurtjes en in leegstaande panden. De onrust in ’t Zandt en omgeving nam per brand toe.

 

Op een gegeven moment stelde de politie met de burgemeester van Loppersum vast dat de openbare orde en veiligheid in het geding was. Besloten werd om alles uit de kast te trekken: er werd een team grootschalige opsporing (tgo) opgetuigd, zo’n team dat normaliter alleen bij moord- en doodslag van stal wordt gehaald. Doel was om nieuwe branden te voorkomen, de brandstichter op te sporen en om met dit alles de rust weer te laten keren.

 

Er werden bijzondere opsporingsmiddelen ingezet tegen op dat moment vijf verdachten. Hun telefoons werden getapt, ze werden geobserveerd (geschaduwd), er werden her en der camera’s in het dorp opgehangen, peilzenders onder auto’s geplakt, er kwam een tijdelijke politiepost in het dorpshuis. Toen dat alles niet leidde tot resultaat, werd een beroep gedaan op het leger en vernuftig legerapparatuur.

 

Op 6 december concludeerde de politie dat Johnny B. – een van de vijf – de boef moest zijn. De tactiek was om hem 24 uur per dag te volgen en hem dan op heterdaad te betrappen en te arresteren.

 

Dat laatste is mislukt.

Op 18 december werd Johnny B. aangehouden in de draaideur van de hoofdingang van het UMCG (ziekenhuis) in Groningen door een arrestatieteam. ‘We hebben hem’, riep de politie zo hard ze maar kon.

Dit nadat een brandende kaars was aangetroffen in een schuurtje in Zeerijp. Johnny B. had zich kort daarvoor opgehouden in die omgeving. Maar niemand heeft hem, terwijl hij in de gaten werd gehouden, in of bij dat schuurtje gezien.

 

Met de aanhouding was wel het doel bereikt. Er volgden geen nieuwe branden, er zat een verdachte in het hok en daarmee keerde de rust in Noord-Groningen terug. Sommigen hadden altijd al gedacht dat het Johnny moest zijn geweest, anderen konden zich dat niet voorstellen.

 

Twee weken geleden werden aan Johnny B., een 20-jarige hovenier – drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe ten laste gelegd. Daarnaast wordt hij verdacht van het versturen van acht dreigbrieven en het in bezit hebben van 28 kilo illegaal vuurwerk.

De eis: 5 jaar gevangenisstraf.

 

Ik schreef eerder dat politie en justitie van Johnny B. een monster hebben gemaakt. Dat vind ik nog steeds. Daarmee wil ik de ernst van deze kwestie niet bagatelliseren. Een inwoner van het ’t Zandt die mijn mening niet deelt – schreef mij dat er meer aan de hand is geweest dan die twintig brandstichtingen en pogingen alleen. Ook de mensen die niet het slachtoffer zijn geworden van brand, zijn toch slachtoffer: wij hebben wel vier maanden in angst gezeten, het gedrag van onze kinderen (angstig) zien veranderen. ‘En daar hoor je niemand over’, zo schreef deze bewoner.

Deze bewoner heeft gelijk.

 

Vanmiddag doet de rechtbank uitspraak.

 

Johnny B. heeft alles ontkend, op het in bezit hebben van illegaal vuurwerk na.

Dat is in zijn woning aangetroffen.

Alles, op het vuurwerk na, ontkennen in deze zaak is wel veel.

 

Wat pleit voor hem?

 

Niemand heeft hem ooit kunnen betrappen.

Gezien de grootse inzet van politiemensen (44.300 politieagenten-uren) en militairen (onbekend), met de meest vernuftige apparatuur, in een klein dorp is dat opmerkelijk. Ook toen de politie zo goed als zeker wist dat Johnny B. ‘hun’ man was en hij onder 24-uurs-toezicht kwam te staan, brak er wel brand uit, maar kon hij niet worden betrapt. Opmerkelijk en gek.

 

Er is geen direct bewijs.

Er zijn wel – soms vage – dna-sporen gevonden die aan B. gelinkt kunnen worden. Dat zegt iets, namelijk dat hij gelinkt kan worden aan de plek van een brandhaard. Maar het zegt niets over het brandstichten zelf.

 

Hij ontkent.

Johnny B. is bijna zestig keer verhoord. Politieverhoren zijn uiterst professioneel: de verhoren worden niet afgenomen, zoals in de film, door een boze en vriendelijke (koffie- en sigaretten aanbiedende) rechercheur. Er wordt een verhoorplan opgesteld, waar gedragswetenschappers aan te pas komen. Rechercheurs worden tijdens het verhoor door hen gestuurd. Er wordt psychologische druk opgebouwd. Er zijn voorbeelden te over dat verdachten die onschuldig zijn, onder deze druk toch een bekentenis afleggen.

Johnny B. bleef echter staan. Dat zegt iets. Een betrokken gedragswetenschapper: ‘Wie na zestig verhoren nog steeds ontkent levert een bijna onmenselijke prestatie. Hij is dan of echt onschuldig of zwaar gestoord.’

Dit laatste is bij Johnny B. niet vastgesteld.

 

 

Wat pleit tegen hem?

 

Nogal wat. Hij is op plekken gesignaleerd waar hij niets te zoeken had en waar kort daarna wel brand uitbrak. Er zijn op brandlocaties schoensporen gevonden die passen in het profiel van schoenen die B. droeg (schoenen overigens die veel mensen dragen). Bij een aantal branden zijn met benzine gevulde flesjes afwasmiddel gevonden. Via een kassabonnenonderzoek is vastgesteld dat de familie B. soortgelijke flesjes afwasmiddel heeft gekocht (alles wat u koopt, is met terugwerkende kracht te achterhalen, ook opmerkelijk). Er is op kaarsen die bij pogingen tot brandstichting zijn gevonden dna-materiaal van B. aangetroffen. Bij een van de branden is een cola-flesje gevonden zonder etiket. Het ontbrekende etiket is een jaszak van B. gevonden. Bij een van de branden (poging) is een blauw papier gevonden dat ook is aangetroffen in de auto van B. De scheurranden komen overeen.

 

Op de dreigbrieven – zonder ernstige bedreigingen overigens – zijn dna-sporen gevonden (op vijf postzegels) die aan B. gelinkt kunnen worden. B. zegt dat hij geen brieven kan hebben verstuurd omdat hij op dat moment vastzat en werd gecontroleerd. De politie heeft – na eigen onderzoek – vastgesteld dat er hiaten zitten in het gecontroleerde postverkeer vanuit de gevangenis. Het kan dus wel.

 

Er pleit veel tegen Johnny B.

Ik denk te veel.

Maar ik denk dat met een schuldigverklaring van B. het mysterie van ’t Zandt niet volledig is opgehelderd.

En ik kan mij niet voorstellen dat B. voor de feiten die hem uiteindelijk ten laste zijn gelegd, vijf jaar gevangenisstraf krijgt.

 

Rob Zijlstra

De pyromaan

Johnny B. wordt verdacht van drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe in ’t Zandt en omgeving, van het versturen van acht foute brieven en van het in bezit hebben van illegaal vuurwerk.

Maandag eiste het openbaar ministerie vijf jaar gevangenisstraf tegen de 20-jarige hovenier.

 

In de media wordt Johnny B. vooral een pyromaan genoemd.

Logisch dus dat hij het heeft gedaan, want pyromanen stichten maar wat graag brand.

 

Punt is dat niemand met kunde bij Johnny B. heeft vastgesteld dat hij een psychische aandoening heeft. Want dat heeft een pyromaan, een stoornis in de impulsbeheersing.

 

Wij, van de media, hebben de verkeerde diagnose gesteld.

Artsen doen dat ook wel eens en steeds vaker. Dan gaat niet het zieke been er af, maar de gezonde rechter.

Dat komt geheid in het nieuws.

Nooit schrijven wij van de media, dat wij het steeds vaker bij het verkeerde eind hebben.

 

Tijdens de rechtszaak van Johnny B. krijgen wij van de media er flink van langs.

Wij hebben de zaak ’t Zandt niet alleen groter gemaakt dan die is, wij hebben ook kritiekloos bijgedragen aan het laten ontstaan van een beeld zoals politie en justitie dat graag zien.

 

En dat is een eenzijdig beeld, zeggen de advocaten.

Bij de hiv-zaak was dat ook al zo.

 

In de rechtszaal zeggen de advocaten Jan Boksem en Tjalling van der Goot: ‘Dagblad van het Noorden heeft de schuldvraag al beantwoord, een zeer kwalijke zaak.’  Wij, van de krant, kregen vorig jaar toestemming een verslaggever met het politie-onderzoek te laten meelopen. Kort na de arrestatie van Johnny B. kon de krant daarom schrijven over de onderzoekshandelingen, opsporingsmethoden en de resultaten van dat alles: ‘De pyromaan van ’t Zandt is gepakt’.

 

Wij mochten meelopen, zei de hoofdofficier van justitie, opdat vooral de inwoners van ’t Zandt konden lezen dat zij, zij van de politie en justitie, ‘alles hebben gedaan om de pyromaan te pakken’.

 

De advocaten: ‘En daarmee was de toon gezet. Johnny B. is al veroordeeld zonder dat er ook maar een rechter aan te pas is gekomen.’

 

En alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, zeggen de advocaten maandagmiddag tegen de rechters: ‘Afgelopen zaterdag toonde RTV Noord een uitzending waaruit blijkt dat zij, zij van Noord, de beschikking hebben over het volledige politiedossier.’ In de uitzending worden de bewijzen die justitie denkt te hebben, uitvoerig getoond, toegelicht en van commentaar voorzien. Nog door een onkundige deskundige ook.

 

De advocaten: ‘Er zit een lek in de organisatie.’ 

 

Op basis van de RTVNoord-uitzending kopt het Algemeen Dagblad op de dag van de zitting: ‘Justitie heeft ijzersterke zaak tegen de pyromaan van ’t Zandt.’

 

De rechters vragen aan Johnny B.: Wat doet dat met u, al die publiciteit’?

Johnny B. zegt: ‘Ik zit er niet op te wachten.’

Rechters: Begrijpen we, maar wat doet het met u? Maakt het u verdrietig?

B.: ‘Tuurlijk, ik lig er wakker van.’

 

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat ook hij zich wel kan voorstellen dat het vervelend is voor de verdachte. En dat hij ook wel heeft gezien hoe ’t Zandt een jaar lang is bestormd door de media. Maar dat het niet op de weg van het openbaar ministerie ligt om het werk van de media te nuanceren.

 

Ik vind dat de advocaten een punt hebben en dat wij, wij van de media, van hun kritiek ook wakker moeten liggen.

Net zoals die chirurgen met hun foute diagnoses.

Doen we dat niet, dan hebben ook wij straks geen poot meer om op te staan.

 

Meelopen met een politie-onderzoek?

Best.

Maar dan moeten we er wel bij vermelden dat de politievoorlichter  onwelgevalligheden voor publicatie mocht schrappen.

Omdat dat de afspraak was.

 

Vertrouwelijke politiedossiers?

Welkom.

Maar bij een publicatie past een begeleidende tekst met een waarschuwing: Pas op, dit verhaal kan een eenzijdig beeld oproepen en u op het verkeerde been zetten.

Of zoiets.

 

Binnen in de rechtszaal gaat het er doorgaans redelijk overzichtelijk aan toe.

Maar buiten is de boel complex geworden.

Daar tellen niet alleen de feiten, maar steeds vaker ook beeldvorming. Niet alles wat politie zegt en justitie beweert, is ook zo.

 

Voor aanvang van het Johnny B.-proces sta ik met vele anderen te wachten tot de deur van zittingszaal 14 opengaat.

Iemand zegt daar tegen mij: ‘Wel lullig voor je Zijlstra, dat wij het dossier hebben gelekt naar RTV Noord en niet naar jouw krant.’

 

De officier van justitie zegt tijdens de zitting tegen de rechters dat het niet justitie en de politie zijn geweest die het dossier hebben gelekt naar RTV Noord.

 

Ik dacht: als de officier van justitie tegen de rechters de waarheid spreekt, dan maakte die politieman voor aanvang van de zitting dus maar een grapje.

 

 

Rob Zijlstra

 

5 jaar

De officier van justitie zette halverwege het requisitoir al even de toon. Voor het bezit van illegaal vuurwerk, 28 kilo, kan ik – zei hij – volgens de richtlijnen van het openbaar al zes maanden gevangenisstraf eisen.

Dat dat niet de praktijk is, gangbaar is een geldboete dan wel een taakstraf, zei hij er niet bij.

 

Met die toon nam de officier van justitie een voorschotje op de strafeis tegen Johnny B. die hij korte tijd later op tafel legde: 5 jaar.

 

De verdenkingen die volgens justitie kunnen worden bewezen.

 

Drie brandstichtingen.

In een leegstaande woning, in een schaftkeet en in een schuurtje. In geen van die gevallen is gevaar te duchten geweest, zoals justitie dat dan zegt, voor mensenlevens. Wel voor goederen.

 

Vier pogingen tot brandstichting.

In een schuurtje, in het pand van de oude brandweerkazerne, in een leegstaande woning, in een clubgebouw van de tennisvereniging. In geen van deze gevallen brak brand uit, omdat het vuur (brandende kaars) vroegtijdig werd ontdekt.

 

Eén voorbereiding.

In een tuin die (hovenier) Johnny B. onderhield, is een plastic tas gevonden met een fles benzine, met daarin een kaars, vastgezet met een sokje met daarop Bob de Bouwer. De tas werd gevonden door de vader van Johnny.

 

Het versturen van dreig- en poederbrieven.

Verstuurd vanuit de gevangenis, gericht aan de regionale pers, de politie, de gemeente en aan drie mensen die aangifte hebben gedaan van brand. Het zijn geen ernstige bedreigingen, maar eerder mededelingen (Johnny B. moet vrij). In twee brieven zat poedersuiker, in eentje een verpulverd krijtje.

 

Illegaal vuurwerk.

Na de aanhouding, wordt huiszoeking gedaan bij Johnny B. Er wordt – bijvangst – 28 kilo vuurwerk gevonden (illegaal, want zonder de juiste etiketten). Het is ook te veel om thuis te mogen bewaren.

 

De branden leidden onmiskenbaar tot grote onrust in ’t Zandt en omgeving. De geschokte rechtsorde was er vier maanden lang niet mis, schetste de officier van justitie. Mensen meldden zich ziek, vakanties werden geannuleerd, nachtrusten verstoord. Schuurtjes werden ontdaan van goederen. Spanningen bij de kinderen op school.

 

 

Ik heb het eens nagekeken.

De afgelopen vier jaar heeft het Groninger openbaar ministerie twaalf keer eerder een gevangenisstraf van 5 jaar geëist.

 

Tegen een man die werd verdacht van doodslag op zijn kind (baby).

Tegen een Groninger die verdacht werd van het beramen van een dubbele moord.

Tegen een vrouw die haar vriend in zijn slaap doodstak.

Tegen een man die zijn vriendin drugs toediende. De vrouw stierf aan een overdosis. Justitie: moord.

Tegen twee mannen wegens twee pogingen tot moord.

Tegen een man die werd verdacht van gewelddadige en gewapende overvallen op winkels en een tankstation (recidivist).

Tegen drie mannen die hun geld verdienden met grootschalige handel in harddrugs. In twee gevallen was sprake van deelname aan een criminele organisatie.

Tegen twee mannen die zich schuldig hadden gemaakt aan gewelddadige verkrachtingen, in een geval met vrijheidsberoving.

 

In geen van de twaalf gevallen werd de 5 jaar ook door de rechtbank opgelegd. De vonnissen varieerden van twee keer vrijspraak, een ontslag van rechtsvervolging tot celstraffen tussen de twee maanden en 4 jaar.

 

Een eis van vier jaar is in het Nederlandse strafrecht ook al een heleboel. In Groningen werd het de afgelopen vier jaar (met zo’n 1400 strafzaken) 22 keer geëist. Het ging dan om pogingen tot doodslag en moord, veel drugs, en diefstallen met geweld, doorgaans zijn dat gewapende overvallen.

Er zat één brandstichting tussen, een man die in Kropswolde zijn huis opblies. Een wonder, aldus justitie toen, dat daar geen slachtoffers zijn gevallen. De rechtbank legde in die zaak 3 jaar celstraf op, waarvan eentje voorwaardelijk.

 

Dit alles zegt niet alles.

Het is even voor het idee.

Mijn idee, dat een strafeis van 5 jaar voor Johnny B. buitengewoon fors is.

 

Rob Zijlstra

 

Een verslag van de rechtszaak volgt later (deze week). Het is nu, bijna vijftien uur na aanvang van die zitting, even op.

 

 

Eis Johnny B.: 5 jaar cel

Het openbaar minsterie heeft zojuist, even voor half vier, een gevangenisstraf van 5 jaar geeist tegen Johnny B. (20). Hij wordt verdacht – uiteindelijk – van drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe in ’t Zandt en omgeving, het in bezit hebben van 28 kilo ilegaal vuurwerk en voor het versturen van 8 dreig- en poederbrieven.

B. heeft alleen bekend het vuurwerk (voor eigen gebruik) in bezit te hebben gehad.

Johnny B. uit ’t Zandt

 

't Zandt en omgeving

Johnny B. (20), de vermeende brandstichter van ’t Zandt, staat vandaag voor de rechtbank. Hij wordt verdacht van negen brandstichtingen in ’t Zandt en omgeving en van het versturen van dreig- en poederbrieven.

De definitieve tenlastelegging wordt maandagochtend, vlak voor de aanvang van de zitting, door justitie vrijgegeven.  Twee maanden geleden suggereerde het openbaar ministerie dat aan B. zich moet verantwoorden voor meer dan negen branden. Dit op basis van de inhoud van de brieven die B. vanuit de gevangenis zou hebben verstuurd naar onder meer de regionale media. Op een aantal van die brieven is zijn DNA aangetroffen.

In ’t Zandt en omgeving werden eind 2007 meer dan twintig branden gesticht.

Johnny B. heeft tot nu toe steeds stellig ontkend iets met de branden te maken te hebben.

De branden, voornamelijk in leegstaande schuurtjes, zorgden voor veel onrust in ’t Zandt. De politie deed uiteindelijk een beroep op het leger om de brandstichter te pakken. In december vorig jaar werd B. in Groningen gearresteerd. In september kwam hij op last van de rechtbank en tot groot ongenoegen van het openbaar ministerie op vrije voeten.

Het proces gaat de hele dag duren. In de loop van de middag, zo is de verwachting, zal de officier van justitie een eis formuleren.

Ik zal de ontwikkelingen tijdens het proces melden, hier en op de site van mijn krant, www.dvhn.nl

r.z.

UPDATE 13.20 UUR

 
Johnny B. strijdlustig in de rechtszaal
 
Het strafproces tegen Johnny B. (20) is rond half een vanmiddag tijdelijk onderbroken. B. bekende vanochtend een van de feiten: het in bezit hebben van 28 kilo illegaal vuurwerk.
Alle andere zaken, vier brandstichtingen en vijf pogingen daartoe en het versturen van poederbrieven (met poedersuiker) ontkende hij met grote stelligheid.
 
Johnny B.maakt een strijdlustige indruk. De rechters verbaasden zich over de grote dossierkenis van B.
 
Eerder had hij bij de politie verklaard tijdens de ziting met een klapper te komen, zodat hij de rechtbank fluitend zou kunnen verlaten. Vanochtend herhaalde hij dat, maar ‘de klapper’ is er nog niet geweest.
 
Wel heeft de rechtbank de politie opdracht te geven een blauwe broek in de zittingszaal te tonen. In die broek zou papier zijn gevonden die ook is gevonden bij een van de branden. De broek zou de politie in de auto van B. hebben aangetroffen. B. stelt echter dat er nooit zo’n broek in zijn auto heeft gelegen.
 
De zitting wordt vanaf half twee voortgezet. In de loop van de middag zal de officier van justitie met een eis komen.