tbs

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

Olie op het vuur

Aanvankelijk wilde de
officier van justitie
Margreet laten bloeden
voor een poging tot moord

Soms vind ik verdachten zielig. Of een beetje sneu. Dit is een linke uitlating, want voordat je het weet word je door het weldenkende deel van de natie beschimpt en weggezet als een elitaire geitenwollensokkenknuffelaar, als een softe lijpkikker. En toch vind ik het.

Ik schreef afgelopen week over de 52-jarige Femko. Wat hij had gedaan, dat kan helemaal niet. Dat is, links- of rechtsom en hoe sneu ook, niet goed te praten. De rechters vonden dat ook en gaven hem tien jaar geleden een straf die voor een man als Femko een levenslange aangelegenheid kan worden. Tbs. Afgelopen week is zijn status met een jaar verlengd. Met een beetje tegenwind doen ze dat over een jaar weer en het jaar daarop weer en een jaar later weer.

Femko vroeg nog aan de rechters: ‘Wanneer houdt het eens een keertje op?’

Hij woonde samen met zijn Trijn, al tien jaar hadden ze verkering. Veel deden ze niet. Zo waren ze bijvoorbeeld niet de buurt stelselmatig tot last. Wat ze wel deden was dagelijks sloten bier drinken, uit flesjes. Soms hadden ze ruzie. Femko wilde vaak naar zijn moeder (‘naar mammie’), het liefst elke dag. Trijn, tikkeltje jaloers misschien, wilde dat niet. Femko: ‘Dan maakte ze me de kop gek.’

Op een dag goot Femko spiritus over zijn verkering en stak hij haar met de aansteker in brand. Het ging razendsnel. Femko schrok zich het apezuur want dit was nou ook niet de bedoeling. Hij probeerde Trijn met bier te blussen. Dat ging niet. Trijn belandde in het ziekenhuis, Femko in de gevangenis waar hij het doodeng vond. De gevangenis maakte daarna plaats voor tbs-klinieken waar hij zijn dagen al jaren vult met niets. Ik had Femko, die met zijn lange grijze haren op een grote indiaan lijkt, een kleuriger leven gegund.

Ook wat Dina, eveneens 52 jaar, heeft geflikt is volstrekt gestoord. Dat vindt ze zelf ook. Ze vertelt dat ze vaker bij haar buurman op bezoek ging om te praten en om biertjes drinken. Was ze die avond dronken? Nee. Wel aangeschoten. ‘Ik kon nog lopen.’

Ruzie? Nee. Maar buurman had haar wel een klap op de arm gegeven. Zomaar. Dina: ’En toen waren alle emoties, de mishandelingen, de verkrachtingen, de hele rode draad in mijn leven, als een black-out naar boven gekomen.’ Wat ze ook gemeen vond was dat buurman rook in de neus van haar hondje had geblazen. ‘Eigenlijk was ik boos en verdrietig tegelijk.’

Rechters: ‘En toen?’

Dina vertelt dat ze naar haar huis is gelopen, een pannetje heeft gepakt en de fles zonnebloemolie. De olie heeft ze verhit en toen is teruggelopen, ze had aangebeld en toen buurman de deur opendeed, had ze gegooid. Zegt: ‘Ik richtte op de muur, niet op zijn gezicht.’ De hete olie raakte de borst en armen van buurman.

Rechters: ‘Maar waarom dan?
Dina: ‘Ik zei steeds tegen mezelf, doe het toch niet, doe het niet.’
Rechters: ‘En toch deed u het.’
Dina: ‘Totale black-out, het was chaos in mijn hoofd.’
De officier van justitie: ‘U ging planmatig te werk, u wist wat u deed.’

De buurman die ook in de rechtszaal zit – eerste- en tweedegraads brandwonden – zegt dat hij met een megalitteken op zijn arm voor het leven is getekend. Hij heeft geen schadeclaim ingediend. Zijn analyse: ‘Het ging om niks, het was de drank.’

Dina woelt met de handen door de haren en gooit alle chaos in haar hoofd eruit. Ze zegt, huilend, dat de laatste keer dat ze had gestolen in 2014 was geweest, twee cordon bleus, de boete had ze keurig betaald, dat ze van dieren houdt, dat ze het terug wil draaien, dat ze gaat verhuizen en dat ze dood wil, dat ze wel weet dat ze een alcoholprobleem heeft, dat het leven voor haar zo niet langer hoeft.

De officier van justitie vindt een werkstraf van 60 uur voldoende.
Dina: ’Een werkstraf? Oh, dat wil ik wel.’ Ze heeft gehoord dat je dan ’s ochtends met een busje wordt opgehaald en dat ze je ’s avonds weer thuisbrengen.

Ook met Margreet heb ik te doen. Margreet is (was) 43 jaar getrouwd met haar man Bob die haar op een dag vertelde dat hij een vriendin had (heeft). Gevonden op het internet. Bob en Margreet hadden 34 jaar samen een bedrijf met wisselende financiële successen. Toen Bob vertelde dat zijn vriendin ook in de onderneming kwam werken, maar dat zij, zijn vrouw dus, ook gerust kon blijven, knapte er iets. Margreet pakte een mes uit haar tas die op het aanrecht stond en stak haar Bob in de buik.

Grote schrik, maar een pleister volstond. Aanvankelijk wilde de officier van justitie Margreet laten bloeden voor een poging tot moord, maar bij nader inzien maakte hij daar een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van. Bij een poging is het voorgenomen misdrijf niet voltooid, wat aanzienlijk scheelt in de straf.

Margreet zegt tegen de rechters dat haar man Bob niet spoort. ‘Hij kijkt zonder emoties naar die onthoofdingsvideo’s, maar als er dan een filmpje komt over hoe de muskusratten worden gevangen moet hij huilen.’ Ze heeft vanuit de vrouwengevangenis de scheiding in gang gezet.

De rechters vragen vriendelijk: ‘Hoe gaat u straks uw leven weer oppakken?’
Margreet, droef: ‘U denkt dat ik daar een antwoord op kan geven?’

Ze vertelt dat ze moeite heeft met de regels in de gevangenis. ‘Als je 34 jaar een bedrijf runt en altijd van alles moet regelen en beslissen, dan valt het daar niet mee. Is er trammelant, dan word ik naar mijn kamer gestuurd. Dat is dan wel weer komisch. Ik bedoel, ik ben 62.’’

Ze zegt. ‘Ik heb niks meer. Ik heb geen man meer, geen huis, geen werk, geen bedrijf, ik zie de poezen niet meer en nu ben ik ook nog mijn vrijheid kwijt.’

De officier van justitie eist twaalf maanden opsluiting in een cel in de gevangenis waarvan vier maanden voorwaardelijk mogen. Margreet zegt dat ze wel naar een kliniek wil en dat dat niet zo lang hoeft te duren. Ze bedoelt een levenseindekliniek. De officier van justitie reageert: ‘Ik vind dit heel heftig. Ze heeft een geweldige familie, ik hoop dat ze hulp krijgt om de mooie dingen van het leven weer te zien.’

De strafeis blijft evenwel ongewijzigd.

Rob Zijlstra

Zorgcorset

Nooit kocht hij spiritus
en dan nu ineens wel?

Femko is het er niet mee eens, maar wat kan hij? Zijn leven wordt bepaald door rechters. Gisteren kreeg hij er weer een jaar bij. Hoe lang nog? Dat wil hij wel eens weten.

Femko heeft tbs. Hij verblijft weliswaar niet meer in een tbs-kliniek, maar toch. Een vrij mens is hij niet. Hij zou nog steeds gevaarlijk zijn. En de rechters denken dat de risico’s het best gemanaged kunnen worden binnen het strafrechtelijke kader. Of hij dat begrijpt?

Nee. Femko begrijpt daar niets van.
Hij zegt: ‘Elke keer als ik hier kom dan doen jullie er weer een jaar bij. Houdt het dan nooit een keer op?’
De rechters: ‘Volgend jaar kijken we weer verder.’

In juli 2007 werd Femko uit Leek in zittingszaal 14 veroordeeld tot een jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Er was vijf jaar cel geëist, maar dat vonden de rechters van toen te veel van het goede. Aan de veroordeling ging een emotionele rechtszaak vooraf. Zo had Femko de rechters gesmeekt of hij in de rechtszaal mocht blijven slapen, omdat hij in de gevangenis zo bang was voor zijn medegedetineerden. ‘Het zijn geen lieverdjes daar.’ En dan was er nog Trijn met wie hij tien jaar samen had gewoond en die zo ontzettend kwaad op hem was.

Femko – toen 42 jaar – had Trijn in brand gestoken nadat hij een fles spiritus over haar heen had gegoten toen ze op de bank lag te slapen. Ze hadden ruzie gehad. En bier gedronken met vrienden. Veel bier. Veel te veel zoals ze dat bijna iedere dag deden. Trijn riep wel vaker als ze ruzie hadden: ‘steek me maar in de fik’. Dat had hij toen dus gedaan. Die ruzies, zei hij, maakten hem de kop gek.

Hij had heel even met de aansteker geknipt en toen stond Trijn ineens in lichterlaaie. Hij was zich doodgeschrokken, probeerde het vuur met bier te doven, maar dat was niet succesvol geweest. Trijn was flink gewond geraakt. Einde verkering ook.

De officier van justitie ging uit van een poging tot moord, want Femko zou het vooraf allemaal hebben bedacht. Nooit kocht hij spiritus en dan nu ineens wel?

De geraadpleegde deskundige – een psychiater – zei dat de beste oplossing voor Femko zou zijn dat hij elke dag van overheidswege een krat bier verstrekt zou krijgen. Met een beetje toezicht verwachtte de psychiater dan geen verdere problemen, ook al omdat ze in de buurt niemand tot last waren. Maar ja, had de deskundige ook gezegd, zo’n advies mag ik natuurlijk niet geven.

En zo kwam de tbs om de hoek kijken, want dat Femko niet helemaal normaal spoorde, ja behoorlijk ontoerekeningsvatbaar was, dat wisten ze op de lagere school al.

Er is in voorbije weken onderzoek gedaan of het verantwoord is om de tbs helemaal te beëindigen. Conclusie: het gaat goed met Femko, maar nog net niet goed genoeg. De risico’s zijn nog iets te groot. Het zorgcorset van de tbs is vooralsnog beter, luidt het advies aan de rechters.

Femko: ‘Ik wil er liever van af. Het gaat prima met mij.’
De advocaat stelt een vorm van begeleid wonen voor, in een traject met toezicht.
Geen denken aan, zegt de officier van justitie.

De rechters hebben niet veel tijd nodig om een besluit te nemen. Een paar minuten. De tbs wordt met een jaar verlengd. De rechters tegen Femko: ‘Voor u verandert er dus niet zo veel. Dank voor uw komst.’
Femko, zachtjes: ‘Moi.’

Met die groet verliet hij woensdagmiddag de rechtszaal.
Met diezelfde groet, maar toen nog ferm uitgesproken, betrad hij tien jaar geleden diezelfde rechtszaal.

rob zijlstra

>> zie ook: malle dingen [pdf, juni 2007]

365 dagen x 10 jaar x € 14,00 (prijs 1 krat bier) = € 51.100,-
365 dagen x 10 jaar x € 410,00 (prijs 1 dag tbs) = € 1.496.500,-

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Parkiet

Een gruwelmisdaad
van onmetelijke zinloosheid

Dirk de V. was weer even in de rechtbank van Groningen. Dat wil zeggen, hij was er niet in persoon, maar zijn zaak diende. De rechtbank moest besluiten over zijn tbs-status: moest die worden verlengd of niet?

Er was daarover nauwelijks discussie. De rechtbank trok zich formeel nog wel even terug in de raadkamer, om te ‘raadkameren’, maar na een minuut zaten de drie rechters al weer in de rechtszaal om mee te delen dat de dwangverpleging van overheidswege met twee jaar wordt verlengd. Zoals geëist.  Niemand had anders verwacht.

Dirk de V. bracht in oktober 1999 de toen 27-jarige Tjirk van Wijk uit Groningen om het leven. Het was een gruwelmisdaad van onmetelijke zinloosheid. Tjirk was een willekeurig slachtoffer. De V. zat samen met zijn handlanger Henk H. al in een politiecel in Assen toen de moord nog moest worden ontdekt. Het is een akelig verhaal.

Er leven nog mensen in Groningen die koude rillingen krijgen als ze aan De V. – aan karate Dikkie – worden herinnerd.

De rechtbank in Groningen veroordeelde deze man in 2000 tot 14 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Van verpleging – behandeling – is eigenlijk nooit sprake geweest. De V. brengt zijn dagen veelal door in de isoleer op de afdeling zeer intensieve en gespecialiseerde zorg. Hij werd regelmatig overgeplaatst. Een tijd lang gold dat waar De V. verbleef, het ziekteverzuim steeg. Hoe dat nu is, weet ik niet.

De nu 67-jarige De V. heeft aangegeven dat hij de laatste jaren van zijn miserabele leven graag in vrijheid door wil brengen. Tegen het besluit hem op de longstay-afdeling te plaatsen – in zijn geval is dat de afdeling verkapt levenslang – heeft hij bezwaar aangetekend.

Om te onderzoeken of er nog iets mogelijk is, of aan hem een tikkeltje perspectief kan worden geboden, zou hij moeten worden geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. De V. wil daar wel aan meewerken, maar eist dat hij dan zijn parkiet mag meenemen. Dat beest betekent alles voor hem.

Het Pieter Baan Centrum wil vogel noch kooi.
De V. wil dan geen stap verzetten.
Zijn advocaat pleitte woensdagmiddag voor een beetje creativiteit.
Voor dat beetje perspectief.
De rechters zeiden dat ze daar niet over gaan.

Een parkiet wordt gemiddeld 13 jaar oud.
De parkiet van De V. is  6.
Samen kunnen ze dus nog even vooruit.

De nabestaanden van Tjirk van Wijk waren ook aanwezig in de rechtszaal.
Ze zeiden het niet, maar ik hoorde het hen denken.
Wat hen betreft draaien ze die vogel de nek om.

Rob Zijlstra

⇒ meer over deze zaak: Ene Tjirk van Wijk doet open…

Lucia

even sta ik in de
rechtszaal oog in
oog met de moordenaar

Ik lees oude krantenartikelen uit Nieuwsblad van het Noorden, geschreven door collega’s die nu niet meer bij de krant werken. Ik lees uitvoerige berichten, qua tekst langer dan we vandaag de dag gewend zijn te schrijven en te lezen.

Het is 1988, de dagbladen hadden volop abonnees.

Ik lees in die oude kranten over een jonge vrouw die is vermoord, zij is gevonden in een weiland langs de Euvelgunnerweg in Groningen, nu een bedrijventerrein ten oosten van de stad. Voordat ze werd vermoord, is ze verkracht. Een vreselijker lot kan een mens nauwelijks overkomen, een ernstiger misdaad valt bijna niet te begaan.

Ik lees de oude krantenartikelen uit het archief van het Nieuwsblad van het Noorden omdat de moordenaar, bijna 29 jaar na dato, moet verschijnen in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Vanwege toen – om precies te zijn: 28 jaar, 9 maanden en 25 dagen geleden.

Hij heet Willem.
Hij is nu 57 jaar, is een grote man die van die stevige, zwarte werkschoenen draagt, een donkere spijkerbroek, grijze sweater, grijszwart haar, een dito baard.
Hij is moordenaar voor het leven.

Deze Willem zit gelaten in de verdachtenbank als of hij zonder recht van spreken is.
Zijn behandelaar in de tbs-kliniek waar hij nu verblijft zegt evenwel dat ik eens langs moet komen, om te horen over de goede resultaten die er worden geboekt, mooie resultaten waar zelfs niemand weet van heeft. Vierenveertig procent. Het zijn resultaten die bewijzen, anders dan overal wordt gedacht, dat geen mens onbehandelbaar is. Ik krijg een visitekaartje. Kom langs, zegt de behandelaar, dan krijg je een rondleiding. Van Willem.

Even sta ik in de rechtszaal oog in oog met de moordenaar.
We mogen elkaar geen hand geven, dat hoort niet in de rechtszaal.
We kijken elkaar kort aan, ik ontmoet een vriendelijke blik.
Geen blik om bang van te worden.
Hoe ik terugkeek, dat weet ik niet.
Ik bel wel, zeg ik tegen de behandelaar en stop het visitekaartje weg.

Daags na de moord had Willem van der S. zich op het politiebureau gemeld met de woorden: ‘Het is mis.’ Na zijn misdaad had hij nog verschillende kroegen bezocht in de binnenstad van Groningen. Het was zijn laatste avond in vrijheid.

Ik zet op grond van wat ik in de oude kranten lees wat jaartallen op een rijtje.
In 1981 is Willem vanwege verkrachtingen en pogingen tot doodslag in de regio Ridderkerk als patiënt in de Van Mesdagkliniek beland.
Hij was toen 22, dus nu 35 jaar geleden.
In 1986 wist hij te ontsnappen aan het toezicht van zijn Van Mesdag-begeleiders. Ik heb wel eens gehoord dat tbs’ers op begeleid proefverlof regelmatig wisten te ontkomen op de roltrappen van de V&D. De gevluchte Willem werd niet heel veel later getraceerd en aangehouden in zijn geboorteplaats, zoals de meeste tbs’er die er vandoor gingen: ze vluchtten rechtstreeks naar moeders.

Op 10 maart 1988 genoot Willem van der S. onbegeleid verlof, op donderdagavond, koopavond in de stad. Hij is dan 28 jaar. Dat verlof genoot hij al maanden. Willem bezocht dan in kleine zaaltjes bijeenkomsten van blije kerken. Nog altijd – hoor ik vertellen – is de koopavond een populaire avond voor hedendaagse tbs’ers om de binnenstad van Groningen te bezoeken. Alleen als je het weet, kun je dat zien.

vrouwen eisten
de nacht terug

Een paar dagen na de moord gingen in Groningen drieduizend (!) mensen de straat op om te protesteren tegen seksueel geweld. De mensen droegen fakkels en eisten veiligheid, om veilig naar huis te kunnen fietsen. Vrouwen eisten de nacht terug. Op de muren van de Van Mesdag werden boos witte woorden gekalkt: Stop seksueel geweld!

Ik lees dat de nabestaanden bezwaar maakten tegen het Nieuwsblad van het Noorden, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, tegen EO Tijdsein en Veronica’s Nieuwslijn omdat de naam van het slachtoffer in de berichtgeving voluit werd vermeld, terwijl de naam van Willem beperkt bleef tot Van der S. De nabestaanden hadden ook uit de krant moeten vernemen wat er was gebeurd.

Buro Slachtofferhulp zei tegen de krant: ‘Persvrijheid betekent niet dat je zomaar alles kunt publiceren.’ De verdrietige nabestaanden vingen bot. De pers had geen grenzen overschreden, maar voldoende zorgvuldig bericht, oordeelde de Raad voor de Journalistiek. De politie verklaarde later waarom ze de nabestaanden niet rechtstreeks hadden geïnformeerd: we wilden hen behoeden voor heftige emoties.

Er was een kort geding van vrouwen die vonden dat de Van Mesdag onrechtmatig had gehandeld door Willem van der S. met proefverlof te laten gaan. Het geding was ook gericht tegen de Staat der Nederlanden. De eis: stop met de tbs. Ook hier was bot de vangst. De Van Mesdag had niet onrechtmatig gehandeld, wel onzorgvuldig. Dat laatste was een schrale troost, stond in de oude kranten.

De directie van de Van Mesdagkliniek plaatste zeven dagen na de moord in de krant wanhopig een overlijdensadvertentie om medeleven te betuigen met de nabestaanden. De advertentie viel ik verkeerde aarde.

De rechters gingen woensdag mee met de eis van de officier van justitie: een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaren. De rechters zeiden tegen Willem dat hij dat als iets positiefs moet opvatten. Daarna zeiden ze: ‘Wij wensen u sterkte bij wat u van plan bent. En dan zien we u hier over twee jaar weer.’’

De man die als 22-jarige, als crimineel patiënt, in Groningen terecht kwam omdat daar nu eenmaal de Van Mesdagkliniek bestond (bestaat), die op 28-jarige leeftijd met kwade lust een jonge vrouw van het leven beroofde omdat zij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, vertelde woensdagmiddag in zittingszaal 14 dat hij er nog wat van wil gaan maken.
Van zijn verloren leven.
Twee jaar geleden dacht hij nog, laat maar zitten.
Maar nu, nu wil hij kijken hoe ver hij kan komen, richting vrijheid.
Om alle risico’s uit de sluiten ziet hij vrijwillig af van verloven waar hij – net als toen – recht op heeft.

Ze heette Alok Lucie Burgdorffer.
Roepnaam Lucia.
Studente, 22 jaar.
Wat ze studeerde, staat nergens geschreven.
Ook is er geen foto van haar.
Alleen een vrolijke naam, verbonden aan een gruwelijk misdrijf dat werd gepleegd op 10 maart 1988 in Groningen.
Op een donderdagavond.

Lucia fietste op haar fiets, van of naar haar huis.
Toen opeens.

Rob Zijlstra

Vast schuldig

Tut, tut, tut, sprak de
officier van justitie
verontwaardigd

.

Ik las over het nieuwe boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Onschuldig vast, heet het. Volgens Derksen worden er in Nederland veel meer mensen onschuldig veroordeeld dan we willen weten. De expert denkt dat er op z’n minst duizend mensen per jaar worden veroordeeld voor iets wat ze niet hebben gedaan. Het kabinet is nog niet in spoedzitting bijeen geweest.

Duizenden mensen.

Justitie heeft in de voorbije jaren slechts vijf miskleunen erkend waarvan de kwestie rond Lucia de Berk een van de bekendste is. De verpleegster werd in 2003 tot levenslang veroordeeld wegens meerdere moorden, zeven jaar later werd duidelijk dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Aangetoond door, jawel, Ton Derksen.

En nu zegt uitgerekend die man dat er ontzettend veel meer Lucia’s (m/v) bestaan. Dat Derksen bij nader inzien vaak gelijk krijgt betekent allerminst dat dat ook nu weer het geval is. Dat is juist een van zijn punten: in rechtszalen worden statistische denkfouten gemaakt in combinatie met een natuurlijk wantrouwen ten aanzien van het toeval. Verder is de mens niet alleen slecht in waarnemen en in interpreteren, maar trappen wij ook net zo makkelijk in valse logica. En rechters denken ook nog eens, zegt de wetenschapper, dat uitsluitend verdachten kunnen liegen. Niet de politie, nooit een officier van justitie wat volgens de hoogleraar pertinent een verzinsel is.

Ik weet niet of de gezamenlijke strafrechters Derksen al hebben uitgenodigd om tekst en uitleg te komen geven. Toen ik erover las (het boek zelf moet nog) was ik onthutst. Mocht Derksen gekke Henkie niet zijn en weer gelijk krijgen, dan moet ik in zittingszaal 14 getuige zijn geweest van een paar honderd zaken waarin is gedwaald.

Met de wijsvinger ga ik langs de ruim vierduizend namen van de mannen en vrouwen die in de voorbije twaalf jaar in de Groninger rechtszaal zijn berecht.
De vinger stokt als vanzelf bij Ronald, een ander verhaal.

In oktober 2009 werd deze toen 34-jarige Groninger conform de eis en in volle overtuiging veroordeeld tot zes jaar celstraf. Niet heel veel later belde hij om mij deelgenoot te maken van de grootste naoorlogse justitiële dwaling. Graag zou hij dit prominent op de voorpagina van de krant willen zien staan. Hij stuurde ook alvast een foto toe, die mocht ook gepubliceerd en zonder balkje. Een week later kreeg ik een kopie van een kassabonnetje toegestuurd. Het bewijs, schreef hij als toelichting, dat de hippe bril die hij draagt zoals op de foto te zien, eerlijk is gekocht en dus niet gestolen.

De veroordeling had betrekking op acht gewapende overvallen op tankstations in Groningen, Ten Post, Putten, Barneveld, Grave, Hoevelaken en Maasdriel. Gepleegd in februari van dat jaar in nog geen twee weken tijd. Op camerabeelden is steeds een rode Suzuki Swift te zien waar steeds eenzelfde man uitstapt, met steeds hetzelfde loopje, de overval pleegt, weer in de auto stapt en dan wegrijdt. De rode auto staat op naam van Ronald. Terwijl hij in de rechtszaal zwijgt, rept zijn gedreven advocaat van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de politie.

Tut, tut, tut, sprak de officier van justitie verontwaardigd: ‘Dat zijn grote woorden voor wat klinkklare onzin is.

De dwaling zal nog groter worden.
Ronald gaat – uiteraard – in hoger beroep opdat de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden de zeperd van Groningen ongedaan kunnen maken.
Hij moet er twee volle jaren op wachten.
In oktober 2011 – hij zit dan al twee jaar en zes maanden vast – komt het hof met het oordeel: niks vrijspraak, maar vijf jaar celstraf.
En als donderslag bij heldere hemel met een bonus erbij: tbs met dwangverpleging.

Die tbs kwam uit de lucht vallen. Er was – zoals wel gebruikelijk is – geen advies de maatregel op te leggen. Er was ook geen tbs geëist. Maar de raadsheren hadden ergens in de krochten van het strafdossier gelezen over sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, structurele kwetsbaarheid, cocaïne en een hoge kans op recidive. De raadsheren zeiden: de maatschappij moet worden beveiligd tegen dit gestoorde heerschap.

Ronald bleef de krant bellen, ook op zaterdagmiddagen tijdens de voetbalwedstrijd of op zondagochtenden bij het ontbijt. Lang heb ik gedacht dat zijn veroordeling niet correct was. Niet dat ik daar zeker van was, maar het knaagde, er was twijfel.

Alleen omdat die rode auto op zijn naam stond?
Die had toch iemand anders kunnen gebruiken?
Aan de andere kant: waarom zweeg hij dan in de rechtszaal?

Op een goede dag belde hij voor de duizendste keer en zei hij: ‘Rob, het is geen dwaling. Ja. Ik heb het gedaan, ik heb die acht tankstations overvallen, ik heb vooraf staan posten, ik heb vluchtroutes uitgedacht. Ik wil publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers die ik veel te lang in onzekerheid heb gelaten.’

Eén aspect wilde hij benadrukken en dat mocht groots in de krant: ‘Ik heb het gedaan met volle verstand, ik ben volledig toerekeningsvatbaar. Ik ben niet gek of gestoord.’
Hij legt uit dat hij zich steeds dommer heeft voorgedaan dan hij is.
Zegt: ‘Het was een verdedigingsstrategie die helemaal verkeerd is uitgepakt. En nu zit ik met de gebakken peren.’

Ronald heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt.
Tussen de bedrijven door – en nog voor de uitspraak in hoger beroep – wist hij te ontsnappen. Hij zag kans zich te verstoppen en terwijl ze hem zochten, belde hij een taxi die hem naar Amsterdam bracht waar hij op de trein naar Polen stapte.
Ook daarover belde hij.
‘Ik heb iets doms gedaan Rob’, sprak hij vanuit Polen.
‘Ik ben nu een kat in het nauw, wat moet ik doen?’

Er kwam een internationaal arrestatiebevel.
Hij beloofde vrijwillig terug te keren. Drie weken nadat hij de benen had genomen, meldde hij zich op het politiebureau in Amsterdam. Hij had nog gevraagd: ‘Wat denk je, zullen de rechters begrip voor me hebben?’

Twee weken geleden zat Ronald weer in zittingszaal 14 waar hij de officier van justitie hoorde zeggen dat hij goed bezig is, maar dat het einde nog niet in zicht is. Afgelopen woensdag besloot de rechtbank dat de maatregel tbs met twee jaren moet worden verlengd. Eind 2018 zullen ze dan wel weer zien. Was Ronald in 2009 niet in hoger beroep gegaan, dan was hij ergens in 2012 op vrije voeten gekomen.

Met recht kan hier worden gesproken van een verdachtelijke dwaling.
En nu Derksen lezen.

Rob Zijlstra

Een week 14 [2]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 2.

.

WOENSDAG 13 juli 2016

Schermafbeelding 2016-07-13 om 10.34.25

dagblad van het noorden, 21 juli 2005

10.00 uur
Naarmate ik langer in de rechtszaal zit, kom ik vaker oude bekenden tegen. Sommige verdachten vergeet ik nooit. Andy bijvoorbeeld nooit. Ik zag zijn naam deze week op een lijstje staan, een alledaagse en veelvoorkomende achternaam.

Er ging onmiddellijk een lampje branden. De man met het masker. De laatste (vooralsnog) bankovervaller van Groningen, de man die in de binnenstad van Groningen winkelpersoneel met klanten gijzelde. De man die niet alleen dreigde met zijn wapen, maar er ook echt mee schoot. De man die dat allemaal deed omdat hij geen geld had, maar wel cadeautjes wilde kopen voor zijn dochtertje

In december 2006 schreef ik een verhaal over hem. Hij kreeg toen 6 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Ik schreef onder meer dat hij nog wel een jaar of 10 (pakweg) zou moeten wachten alvorens op vrije voeten te komen. Nu het 10 jaar later is moet Andy weer komen opdraven in zittingszaal 14.  Ligt  het aan het Openbaar Ministerie dan is zijn wachten nog niet voorbij. Naar verluidt, meer wil de advocaat er nog niet over zeggen, komt de officier van justitie vanmiddag met een vordering de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.

het verhaal over Andy: excuses [pdf]

15.30 uur
Het gaat iets anders. Veel beter. Andy krijgt de complimenten van de officier van justitie Pieter van Rest. Tbs is gericht op de terugkeer in de samenleving en het is mooi dat dat hier lijkt te gaan lukken, zegt hij. Ook: ‘Meneer heeft met bloed zweet en tranen een mooi resultaat bereikt. Het perspectief is positief.’

Om nog een jaar een vinger aan de pols te houden stelt de tevreden officier van justitie wel voor de maatregel met een jaar te verlengen. De dwangverpleging was vorig jaar al beëindigd. De man moet zich nog aan vijf voorwaarden houden. Dat waren er elf.

De rechtbank heeft geen twee weken – gebruikelijk – nodig om tot een oordeel te komen. Na een beraad van nog geen vijf minuten meldt de rechtbank dat ‘we’ het gaan doen zoals de officier van justitie het heeft voorgesteld.

Bij het verlaten van de rechtszaal zeg ik tegen Andy: ‘Zet’m, op.’
Waarom niet?
Hij zegt: ‘Zeker weten’
Dat ik 10 jaar geleden een verhaal over hem heb geschreven, weet hij niet meer.
Maakt hem vast ook niet uit.

De advocaat zegt weer iets anders.
Zij zegt: ‘Zie je wel, het was een totaal oninteressante zitting.’
Ik ben bang dat deze advocaat nog denkt dat de pers alleen is geïnteresseerd in slechte zaken, in negatieve dingen.

17.05 uur
Ik ga voor de krant van morgen een positief artikel schrijven. Dat het goed gaat met de tbs’er. Ik heb 65 regels toebedeeld gekregen.

00.30 uur
Ik dacht ineens, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Dat het goed gaat met de man is misschien voor de slachtoffers die hij maakte, ook na zo’n lange periode, misschien helemaal geen goed nieuws. Ik weet nog dat een van de slachtoffers haar baan opzegde, zo bang was ze om nog langer in een winkel te werken. Dat is heftig.

Schermafbeelding 2016-07-13 om 18.32.50

de krant van morgen

→  deel 1

deel 3

morgen – donderdag – is er een goed
gevulde rechtbankdag met met name
in de middag een bijzondere strafzaak 

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

De naam

het recht om te weten
het recht om te vergeten

Kan iemand eisen dat zijn of haar naam wordt verwijderd van het internet?
Dat kan.
Eisen kan altijd.

Er is een man die deze eis heeft ingediend bij de rechtbank in Groningen.
Hij eist dat zijn naam onverwijld wordt verwijderd uit een artikel dat gaat over het verwijderen van namen uit de zoekmachines van Google.
De man had Google verzocht dit te doen.
Op ongelukkige wijze kwam dit verzoek met naam een toenaam op het internet te staan.

De eiser is niet zomaar een man.
In 2015 2005 bracht hij zijn partner Simone van Kleeff in Barendrecht om het leven.
De man werd voor deze misdaad veroordeeld tot 12 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Hij verblijft momenteel in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Wat hij heeft gedaan vindt hij vreselijk, maar hij moet wel verder met zijn leven.
En dat lukt niet wanneer zijn naam – bijvoorbeeld via Google – gekoppeld blijft aan die nare geschiedenis.

Deze week diende voor de Groninger rechtbank een kort geding dat hij heeft aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG).
Het gewraakte artikel staat op de site van de federatie.
De federatie wil het recht behouden om de namen van moordenaars van hun dierbaren te blijven herinneren.

De man vindt dat de koppeling tussen hem en de moord ongeoorloofd is.
Er is sprake, vindt hij, van ongeoorloofde eigenrichting.
Het vermelden van zijn naam is niet proportioneel en het dient geen doel.
Ook geen artistiek of journalistiek doel.
Oftewel: de streep er door.

Geen denken aan, zegt de tegenpartij die wordt bijgestaan door slachtofferadvocaat Richard Korver.
Volgens Korver is er een recht om te vergeten, maar ook een recht om te weten.
Alles afwegende dient dat laatste te prevaleren.

Immers – nog steeds Korver – heeft de maatschappij het recht te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft, hebben de kinderen van Simone van Kleeff het recht te vinden over hun vader wat ze willen en ook de toekomstige partners en vrienden van de moordenaar hebben het recht te weten met wie ze te maken hebben.
Richard Korver: ‘Meneer probeert de sporen van zijn daad achteraf te verdoezelen.’

Of dit laatste mogelijk is, is overigens maar zeer de vraag.
Naar aanleiding van het kort geding hebben diverse websites zijn volledige naam gepubliceerd.

De kortgedingrechter doet op vrijdag 1 mei uitspraak.

Rob Zijlstra

update – 1 mei 2015 – uitspraak
De rechter heeft gewikt en gewogen en stelt dat het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan het belang van bescherming van de privacy. In dit geval: de nabestaanden winnen het van de moordenaar.

Schermafbeelding 2015-05-01 om 11.08.00

klik op afbeelding

Schermafbeelding 2015-04-16 om 10.55.58

Silly walks

de meeste mensen
overvallen geen Albert Heijn
bij onvoldoende saldo 

+ UPDATE

 

Schermafbeelding 2015-04-01 om 17.13.47

Om te kunnen worden veroordeeld tot bijvoorbeeld een gevangenisstraf is het wenselijk dat de verdachte de dader is.
Het probleem is vaak de waarheid.
Het is vrijwel onmogelijk achteraf de waarheid te reconstrueren.
Hooguit kan bij benadering in kaart worden gebracht wat er mogelijk is gebeurd.
En wat waarschijnlijk niet.
Die twee, dat wat mogelijk is en wat waarschijnlijk niet bij elkaar opgeteld, moet in de rechtszaal vaak het bewijs zijn.

De officier van justitie zegt dat Gerrit (50) op 11 januari vorig jaar in Groningen een filiaal van de Albert Heijn heeft overvallen.
Ze zegt dat ze dat ook kan bewijzen.
Onmogelijk, reageert Gerrit die beweert dat hij het plegen van overvallen juist heeft afgeleerd toen hij in tbs-klinieken verbleef.
Tegen de rechters: ‘In de tbs heb ik geleerd andere keuzes te maken.’
Gerrit vreest ook dat zijn burgerrechten worden geschonden.

Het gaat om een rot-overval.
Een man met een eng Afrikaans masker voor zijn gezicht komt om 09.35 uur de Albert Heijn binnen, richt een matzwart wapen op de 16-jarige stagiaire en beveelt haar uit verschillende kassa’s bankbiljetten te halen en die aan hem te geven.
Kleingeld wil hij niet.
Met een ‘sorry’ rent hij om 09.36 uur de super uit met 1300 euro.

Tijdens de overval valt een plastic tas uit de schoudertas die de overvaller draagt.
Op die tas worden biologische sporen aangetroffen waar een dna-profiel van kan worden afgeleid.
Dat profiel wordt vergeleken met de 200.000 opgeslagen profielen van personen in de dna-databank.
Het is van Gerrit.

De rechters: ‘Bij de politie heeft u ontkend ook maar iets met deze overval te maken te hebben. Vindt u dat nog steeds?’
Gerrit: ‘Uiteraard.’
Voor het dna op de tas heeft hij een verklaring.
Zegt: ‘Ik ken dat tasje wel. Ik had op een regenachtige avond zo’n tasje om de zadel van mijn fiets. Blijkbaar heeft iemand het er afgehaald.’

Zoiets kan.

Onderzoek wijst verder uit dat Gerrit een half uur voor de overval geld heeft gepind op het Hereplein in Groningen.
Hij probeert honderd euro te pinnen, dan zeventig, dan veertig.
Hij pint uiteindelijk dertig euro.
Meer laat het saldo niet toe.
Even later is er tussen de telefoon van Gerrit en een telefoon van een ander contact.
Die andere persoon is een bij de politie bekende drugsdealer.

Het kan dus best zo wezen dat Gerrit drugs wilde kopen, bij de pin ontdekte dat hij te weinig geld had voor wat hij aan drugs nodig wilde hebben en om die reden besloot naar de Van Lenneplaan te fietsen om daar de Albert Heijn te overvallen.

Gerrit: ‘Het hele strafdossier is een grote hypothese.’
Zoiets kan ook.

De meeste mensen overvallen geen Albert Heijn bij onvoldoende saldo.
Nu behoort Gerrit niet tot de meeste mensen.
Gerrit is eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
De meeste mensen hebben dergelijke aanrakingen niet.

Anders gezegd, Gerrit zou je op grond van zijn veroordelingen met recht een overvaller kunnen noemen.
In 1994 kreeg hij daar 7 jaar gevangenisstraf voor, in 1999 2 jaar en tbs met dwangverpleging voor overvallen in zijn geboorteplaats Dordrecht.
Zijn laatste veroordeling: 6 jaar en tbs.
Ook voor overvallen.
Gerrit verbleef naast 15 jaren in gevangenissen lange tijd in de Van Mesdagkliniek.
Toen hij werd ontslagen van de tbs-status bleef hij in Groningen hangen.

Nu is het niet zo dat veroordelingen uit het verleden, garanties bieden voor de toekomst.
Zoiets kan weer niet.

Gerrit vertelt dat het scenario van de politie – dat hij uit roven ging uit geldgebrek – niet klopt.
Had hij niet te lang in de tbs verbleven en om die reden een schadevergoeding van 43.000 euro van de staat der Nederlanden ontvangen?
Nou dan.
In mei 2013 had hij dat geld van de bank gehaald en in eigen beheer genomen.
Thuis had hij dus geld zat.

Terzijde: een aantal overvallen dat hij pleegde, pleegde hij op banken.
De reden dat hij het geld van de rekening haalde: ‘Ik vertrouw banken niet.’

Geld speelde dus geen rol bij Gerrit.
En dat geldt ook voor het Openbaar Ministerie.
Er vanuitgaande dat het politieonderzoek niet is gesponsord door Albert Heijn, heeft ook het Openbaar Ministerie kosten noch moeite gespaard bewijs te vergaren.

Het was agenten die de camerabeelden van de overval bekeken, opgevallen dat de overvaller een raar loopje had.
Toen Gerrit was aangehouden vroegen ze zich af of hun verdachte ook een gek loopje zou hebben.
In dat geval zou het bewijs wel eens sluitend kunnen worden.
Een van de agenten had eens gelezen over een Engelsman die deskundig is in loopjes.

De Engelse loopjesdeskundige – hij heet Barry Francis – kreeg beelden toegezonden om te analyseren.
Afgelopen week zat hij in zittingszaal 14 om zijn bevindingen toe te lichten.
Zijn eerste vraag aan de rechtbank: ‘Kan ik vanavond nog wel terug naar Engeland?’
Dat kon.

Francis kan niet alleen loopjes herkennen, maar ook voetstappen en de manier waarop de mens voetstapt benoemen.
Een mensenloopje is niet gelijk een vingerafdruk of aan dna, maar het kan wel een boel zeggen (verraden).
In Engeland zit podoloog Francis vaker in rechtszalen.
Eenmaal eerder trad hij op in Nederland, bij een rechtszaak rond een overval in Amsterdam.
En in 1984 en 1988 was hij lid van de medische staf van het Engelse Olympisch team, eerst in Los Angeles, vier jaar later in Seoul.

En?
Barry Francis zegt dat het loopje van Gerrit bewijs oplevert dat hij de man is die ook op de beelden staat van de beveiligingscamera.
En hoe moet dat bewijs worden gekwalificeerd?
Francis: ‘Als sterk.’

Het pinnen vlak voor de overval, het telefoontje met die bekende drugsdealer, zijn dna op de plastic tas, de conclusies van de loopjesdeskundige.
De officier van justitie: ‘Tel dat bij elkaar op en dan heb je overtuigend bewijs.’
Ze eist een gevangenisstraf van 36 maanden en het betalen van 1500 euro aan de 16-jarige stagiaire die nog maanden nachtmerries had waarin enge gezichten opdoken.

Gerrit is een ervaren verdachte.
Hij heeft over de loopjesspecialist gelezen en vraagt zich af of dergelijk onderzoek in Nederland wel is toegestaan.
Tegen de rechters: ‘Hoe rechtmatig is dit? Is er voldoende juridische basis? Ik bedoel, straks worden mijn burgerrechten nog geschonden.’

Ook heeft hij een Engels onderzoeksrapport gevonden waarin staat dat wetenschappelijke deskundigen in strafzaken het in 71 procent van de gevallen bij het juiste eind hebben.
Tegen de rechters: ‘Ik ben waarschijnlijk wat kritischer dan u bent omdat het om mezelf gaat. Maar u zit tegenover 29 procent.’

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 13 april 2015
Gerrit is vrijgesproken omdat het bewijs dat er ligt, de rechters niet heeft weten te overtuigen. DNA is, zo blijkt weer eens, niet een tovermiddel. En Engelse deskundigen ook niet.

het vonnis (niet beschikbaar)

update – 22 april 2015 – hoger beroep 1
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij de vrijspraak en gaat in hoger beroep.

update – 31 maart 2016 – hoger beroep 2
Het hof komt er niet uit. Het zou arrest wijzen, maar heeft besloten de zaak aan te houden voor nader onderzoek. Er moeten opnieuw sporen worden onderzocht en ook het loopje wordt weer tegen het licht gehouden. Of Francis opnieuw moet komen opdraven weet ik niet. Er komt dus een vervolg.

Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

TBS: minder krampachtigheid graag

o p i n i e

 

Schermafbeelding 2014-06-27 om 00.38.01De criminaliteit neemt al jaren gestaag af en een goed functionerend TBS-systeem levert een wezenlijke bijdrage aan veiligheid.
Een overeenkomst tussen de daling van de misdaad en een functionerend TBS-systeem is dat maar weinig mensen het willen geloven.
Liever zien we (kennelijk) meer misdaad en als het even kan, moeten die lelijke daden worden gepleegd door TBS’ers op verlof.
Dat past beter omdat ons beeld soms wat scheef staat.

De gezamenlijke TBS-klinieken hebben nu het voornemen gelanceerd om de duur van de TBS-behandeling te verkorten door soepeler om te gaan met het verlenen van verloven.
Daar worden vast mensen heel onrustig van.
Maar het is een goede zaak.

Op grond van oneigenlijke argumenten – niet in de laatste plaats gevoed door een paar trieste incidenten met TBS’ers op verlof – is de forensische psychiatrie (wat TBS is) in het verdomhoekje terechtgekomen.
Het imago is beroerd en niet alleen aan de borreltafel.
Ook onder officieren van justitie en strafrechters is de maatregel niet heel populair.
In Groningen wordt de dwangverpleging drie tot vier keer per jaar opgelegd.
Dat is wel eens anders geweest.

Maar ook de TBS-sector zelf was in een kramp geschoten.
Harry Beintema, directeur behandelzaken van de Van Mesdagkliniek in Groningen, beaamt dat.
Hij zegt: ‘Niemand wilde meer de laatste beoordelaar zijn als het ging om het verlenen van verlof. De angst dat het toch mis zou gaan was te groot. De druk vanuit de samenleving werd gevoeld. Hierdoor bleven TBS’ers onnodig lang binnen.’

Het gevolg: in tien jaar tijd steeg de gemiddelde behandelduur van een TBS’er van vijf tot zes jaar naar tien tot elf jaar.
Beintema: ‘En de politiek vond dat niet erg. Als er maar niets gebeurde.’

Binnen de TBS-sector is er de overtuiging dat door soepeler om te gaan met het verlenen van verloven, de behandelduur uiteindelijk korter wordt.
Een gemiddelde duur van acht jaar is nu het streven.
Dat moet het vertrouwen in het systeem doen toenemen.
En iets minder peperduur maken.

Maar niet alleen daarom.
Minder TBS betekent in de praktijk dat meer mensen met ernstige psychische stoornissen – en die mensen bestaan echt – in de gevangenis belanden en vervolgens zonder behandeling op vrije voeten komen.
Zo iemand wil je ’s avonds liever niet tegenkomen.

Het voornemen is dat iemand die de TBS-maatregel krijgt opgelegd, binnen twee jaar na de opname onder begeleiding op verlof mag.
Binnen vier jaar kan een onbegeleid verlof worden toegekend.
Binnen zes jaar zou de TBS’er onder begeleiding, maar buiten de kliniek moeten gaan wonen, binnen acht jaar volgt dan het ‘echte’ proefverlof.
TBS’ers die te boek staan als ‘te gevaarlijk’ krijgen niks.
Dat was al zo en dat moet ook zo blijven.

De TBS-klinieken hebben het gelijk aan hun kant, maar het blijft een lastige boodschap.
Het is ook daarom te hopen dat andere partijen – de politiek voorop – in navolging van de sector zelf het lef hebben minder krampachtig te zijn.
De borreltafel volgt daarna wel.

Rob Zijlstra

dit artikel stond donderdag 26 juni ook in Dagblad van het Noorden en op vrijdag 27 juni in de Leeuwarder Courant

.

nieuwsbericht tbs

dagblad van het noorden, woensdag

 

 

 

Kipfilet met ribbeltjes

schizo3

Indien de verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, schorst de rechter de vervolging, in welke stand zij zich ook bevindt.

 – artikel 16, wetboek van strafvordering

.

Wie serieus wordt verdacht van een strafbaar feit heeft niet zo veel te willen, maar beschikt wel over een paar rechten.
Een verdachte mag zwijgen.
Of praten als Brugman.
Zwijgende verdachten stemmen niet toe.
Praatgrage verdachten doen hun recht dat je niet hoeft mee te werken aan je eigen veroordeling nog wel eens geweld aan.
Maar ze mogen dat zelf weten.
Een groot goed is dat een verdachte recht heeft op een eerlijk proces.

Eerlijk is dat er alleen dan een veroordeling volgt als er ook bewijzen zijn.
Lelijke blauwe ogen alleen zijn niet voldoende.
Eerlijk en humaan is ook dat een verdachte die lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis niet zonder meer op water en brood wordt gezet.
Dat geldt nog meer voor verdachten met een ernstige geestelijke handicap, voor mensen voor wie deze wereld niet is ingericht.
Voor hun zijn de gevangenissen niet gebouwd.
Zij horen uit de klauwen van het strafrecht te blijven.
Voor hun zijn er de witte jassen en de klinieken in het bos.

Deze week stond Ruben terecht.
Het Openbaar Ministerie had dat besloten.

Ruben is een lompe, forse man van 28 jaar.
Toen hij nog een kind was, kreeg hij jeugd-tbs voor ernstige zaken.
In 2007 raakte hij die status kwijt.
Sindsdien verblijft hij in klinieken op basis van machtigingen van rechters.
Niet omdat hij iets strafbaars heeft gedaan, maar omdat hij te gevaarlijk is om vrij te zijn.
In de klinieken geniet hij het hoogste beveiligingsniveau.
Dat betekent dat hij het leven deels in een isoleercel moet doorbrengen.
Wil hij iets of moet hij wat, dan zijn er altijd twee mannen noodzakelijk om hem iets of wat te laten doen.
Het enige menselijke contact is een zus.

Zijn advocaat zegt: ‘Zonder zijn medicijnen is hij agressief, met medicijnen een kasplantje. Er is sprake van een behandelimpasse.’

Ruben wordt met handboeien die zijn vastgeketend aan een leren riem om zijn lichaam de rechtszaal binnengebracht.
Zoiets gebeurt zelden, bijna nooit.
In de zaal is extra beveiliging.
Ruben kan zich niet voorstellen dat hij heeft gedaan wat de officier van justitie beweert.
Roept: ‘Echt?!’

Hij zou een sociotherapeut van de Van Mesdagkliniek op de luchtplaats hebben aangerand.
Hij zou haar onverhoeds hebben vastgegrepen en haar ontuchtig hebben betast.
Zij had nog wel de winterjas aan.
Na een worsteling konden gealarmeerde collega’s Ruben overmeesteren.

Dit gebeurde op 30 januari 2012, aan het begin van de avond.
Er is geen reden waarom het langer dan twee jaar heeft moeten duren alvorens de rechtszaak dient.
De officier van justitie zegt: ‘Daar heb ik geen goed verhaal bij. Excuus aan de rechtbank, excuus aan het slachtoffer.’

De rechters vragen aan Ruben of hij het zich kan herinneren.
Hij zegt net zo vaak ja als nee.
En dan niet gewoon ja of nee, maar hij antwoordt met lang uitgerekte ja’s en hoge, piepende nee’s.
Hij gromt af en toe.
Begint dan weer keihard te lachen.
Volop in beweging, zijn bovenlichaam maakt voortdurend buigingen.

Hij zegt dat het vastpakken bij het spelletje hoorde (‘een heel gevaarlijk spelletje hoor’), dat er bubbeling-muziek staat op zijn mp3-speler, dat je banken kunt kopen bij de Ikea, dat er ribbeltjes zitten op kipfilet, dat een van de rechters mooie ogen heeft, dat hij homo is ook al zeggen ze van niet, dat er een auto-ongeluk is gebeurd toen hij klein was, dat hij nooit naar 0900 mag kijken, zo gek, zo jammer.

Als hij weer hard moet lachen, zeggen de rechters dat dat niet gepast is.
En de opmerking over de mooie ogen ‘accepteren we niet’.
Ruben met harde piepstem: ‘Sorry.’
Rechters: ‘Ze zeggen dat u zich soms van de domme houdt.’
Ruben: ’Wat is dat?’
Rechters: ‘Dat u van niets weet.’
Ruben, blij: ‘Ooooh, meneer de haas.’

Wanneer Ruben een vrouw ziet, raakt hij ontregeld.
Impulsen kan hij niet beheersen.
De officier van justitie merkt op dat sociotherapeuten in tbs-klinieken met heel moeilijke mensen werken, maar dat dat niet betekent dat ze vogelvrij zijn.
En dat wat er 26 maanden geleden is gebeurd ernstig is en dat ze dat ook eerlijk kan bewijzen.
Immers, de sociotherapeut heeft het zelf verklaard.

De officier van justitie: ‘Tbs met dwangverpleging.’
De advocaat: ‘Ruben leeft ’s avonds en ’s nachts in de isoleercel, overdag zit hij op een beveiligde cel. Dat is al jaren zo en dat zal nog jaren zo blijven. Waarom tbs? Wat voegt het toe? Toch niks? Waarom geeft de officier van justitie geen antwoord op mijn vraag?’

Ruben: ‘Ai ai ai. Ik geef haar wel duizend euro. Wat? Heb ik lekker ding gezegd? Neee. Zo brutaal ben ik niet opgevoed hoor. Ik word door jullie voor de gek gehouden. Punani? Heb ik dat gezegd? Wat erg. Aai, aai. Dit wordt een kat-en-muis-spel.’

De rechters zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen.
Ze vragen – dat moeten ze vragen – of Ruben daarbij aanwezig wil zijn, bij de uitspraak.
Zo ja, dan moet er  vervoer worden geregeld.
Dat recht heeft hij immers.
Ruben denkt na, dan wel hij zwijgt.
Plots heel enthousiast tegen de rechters: ‘Jaa, ik kom.’
En vol hoop: ‘Zijn jullie er dan ook weer?’

Rob Zijlstra

 artikel 16 wetboek van strafvordering

schizo1

 

 

UPDATE – 3 april 2014 – uitspraak
De rechtbank heeft geoordeeld, Ruben wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Uit het vonnis:  ‘Gezien de ernst van de aanwezige psychopathologie, de blijvende gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en de zeer hoge kans op recidive wordt TBS met bevel tot verpleging van overheidswege als enige mogelijkheid gezien om verdachte de behandeling te geven die hij behoeft, gevaar (voor de samenleving) af te wenden en de kans op recidive onder controle te krijgen. ‘

de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd