Helder

Hij woont in het zuidelijke deel van een Groninger tweelingdorp en hij heet Max.
Max, 60 jaar, is in 1984 beëdigd als advocaat en deed in de 25 jaren die volgden 1500 rechtszaken.
En niet slecht, zegt hij zelf, want negentig procent van zijn klanten waren tevreden klanten geweest.

Max was altijd bezig.
Vaak als bevlogen spreker, dan weer als gast – samen met Martin Brozius – bij Barend en Van Dorp (televisie, lang geleden).
Ook was hij hoogleraar te Utrecht geweest en stond hij de laatste keer op de vijftiende plek op de kandidatenlijst van een landelijke politieke partij.
Sinds juli vorig jaar is Max geen advocaat meer.
Hij is nu projectontwikkelaar, creator director, in bodemsaneringszaken.

Soms verdient hij een maand niks (‘nul’).
Soms een ton.
Dat zegt hij tegen de rechters.
Want Max zat maandagmiddag in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Als verdachte.

Justitie beweert dat hij, als advocaat, geld heeft verduisterd.
Eerst 4.059,63 euro.
En toen 6.635,85 euro.

Max ontkent.
Hij zegt, ietwat verongelijkt: ‘Ik zit hier in een verkeerd toneelstuk.’

De kwestie in het kort.

Bram is klusser.
Als klusser had hij een zakelijk geschil.
Terwijl dat geschil er was, raakte Bram ook aan de klus bij Max.
Verbouwinkje kantoorpand.
Max hoort van het geschil en zegt dat hij wel wat kan betekenen, dat hij veel tevreden klanten heeft.
Kortom: na veel gedoe komt er een einde aan het geschil.
Het geld van Bram, ruim 10.000, wordt op de derdenrekening van advocaat Max gestort.

Maar Bram wordt niet tevredenklant nummer 1351.
Want ineens is Max ontevreden over het geleverde kluswerk van Bram aan zijn kantoor.
Max zegt dat Bram zijn geld pas krijgt, als hij goed werk aflevert.

Bram fiets van de ene regenbui in de andere
Hij dient een tuchtklacht in en uiteindelijk krijgt Max klop van de Raad voor Discipline.
Een schorsing van drie maanden en hij moet als de wiedeweerga dat geld aan Bram betalen.

Max doet dat deels.
Klusser Bram wacht nog altijd op ruim 6.500 euro.
Ook maandagmiddag nog.

Het openbaar ministerie staat aan zijn kant.
Volgens de officier van justitie maakt Max zich schuldig aan verduistering.
Ze zegt: ‘Als geld ergens veilig moet zijn, dan is het wel op een derdenrekening van een advocaat.’

De wet: de kern van het misdrijf verduistering is dat misbruik wordt gemaakt van vertrouwen.

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur.
Daarnaast moet Max Bram zijn geld geven.
Punt uit.

Ammehoela.
Dat zei niemand in de rechtszaal, maar dat bedoelde de advocaat van Max er wel te zeggen.

Max moet worden vrijgesproken, zegt de advocaat, omdat het ten laste gelegde – verduistering – niet bewezen kan worden.
Niet omdat er nu eens geen of onvoldoende bewijs is, maar omdat er helemaal geen sprake is van verduistering.
Advocaat Mathieu van Linde: ‘Het geld is niet verduisterd, want het is er nog steeds. Het staat immers op die derdenrekening.’

Komt bij, zegt Van Linde, dat niet Max dat geld op die derdenrekening beheert, maar de Stichting Max.
Max heeft het geld dus nooit onder zich gehad.
Hij heeft er nooit als heer en meester over kunnen beschikken.
En ook heeft hij het niet ter eigen nutte aangewend, hij heeft het zich niet toegeëigend.
Het enige dat Max heeft gedaan is dat hij niet tot uitbetaling is overgegaan.
Dat mag laakbaar zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook strafbaar is.
Want dat is het niet.

Wil Bram zijn geld krijgen, dan zal hij de civiele weg moeten bewandelen.

Aldus de advocaat van de advocaat.

Ik zat vlak achter Max en kon het niet zien.
Maar ik zou me kunnen voorstellen dat hij bij zoveel juridisch tegenwerk dromerig voor zich uit zit te staren.
Hij had zelf al gezegd dat het zijn kwakkelende gezondheid was, die hem bij de afhandeling van zaken minder scherp had gemaakt. En dat toen hij door de politie werd verhoord, hij niet in de gaten had gehad dat het om een strafzaak ging.
En dat…

Rechters (ze onderbreken hem): ‘Heeft u wel eens lucide momenten?
Max: ‘Ik ken het woord lucide niet.’
Rechters: ‘Momenten van helderheid.’
Max: ‘…’
Rechters: ‘Zoek het thuis maar eens op.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 15 maart 2010 – uitspraak
Max is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur. Hij heeft, zegt de rechtbank, het geld wel degelijk onder zich gehad, namelijk als bestuurder van de  stichting. Daarmee had hij zeggenschap over het geld. Aan Bram moet hij nu 5700 euro betalen.

Koud bloed

  

 

 

Koud Bloed 3
Koud Bloed 3

Woensdagmiddag is in Amsterdam niet alleen het Bunkerboek van Peter Elberse gepresenteerd, maar werd ergens daro een uurtje later in een café ook het derde nummer van het true crime magazine Koud Bloed gelanceerd.

 

In dit magazine is een verhaal van mij opgenomen.

Het verhaal over Gerke de Gokker uit Groningen.

 

Vanavond vernam ik dat ze in Amsterdam een foutje hebben gemaakt.

Zul je net zien.

Het slot van mijn verhaal is wegens een technische storing weggevallen.

In de gedrukte media behelst een technische storing doorgaans dat er iets over het hoofd is gezien.

Zoiets kan gebeuren.

Het was wel een mooi slot.

 

Ze hebben het ook mooi opgelost: het complete verhaal is via de website van Koud Bloed te lezen.

En wel hiero.

 

rob z.

(zo, en nu weer over tot de orde van de dag)  

 

update – nog mooier

Ik hoorde vandaag van de uitgever dat een deel van de oplage dat nog niet is verspreid, is terugehaald en dat de drukker opnieuw gaat drukken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boeken

Bekentenissen uit de Bunker
Bekentenissen uit de Bunker

 

 

 

 

 

Even wat anders.

Het is natuurlijk mooi, al dat modern geschrijf op weblogs, maar het is geen boek.

Daarom is het nog mooier dat soms van het een het ander komt.

 

In september, oktober en november vorig jaar schreef misdaadverslaggever Peter Elberse van het ANP vanuit de Bunker in Amsterdam exclusief op mijn weblog over het Holleeder-proces. De Bunkerbijblog.

 

Vandaag verschijnt zijn boek, Bekentenissen uit de Bunker.

De Bunker is de zwaar (meest) beveiligde rechtbank van het land.

 

Peter Elberse is de misdaadverslaggever van Nederland die de meeste uren van iedereen in die desolate Bunker doorbracht, vele, vele uren langer dan ’s lands zwaarste crimineel.

Ik ben er een paar keer geweest.

Geen plek om heel vrolijk van te worden.

 

Elberse zat daar al toen de Hakkelaar er moest terechtstaan.

Hij was er toen Mohammed B. er zijn ding deed.

We waren er samen tijdens het proces van Gerke uit Groningen.

Hij zat daar, af en toe wat ongemakkelijk, tussen Hell’s Angels.

En ook dus bij het proces van de (g)eeuw, van Willem Holleeder.

 

Niemand die hem dat kan navertellen.

 

Het eerste exemplaar wordt vanmiddag, in de Bunker, uitgereikt aan Bram, teamleider Risicovolle Zittingen.

 

Ik schreef een keer over Bram.

Omdat hij mooi ken vertellen over zijn risicovolle gasten.

 

‘Hadden we een keertje een gozert beneden in de cel, intercom stuk.

Hij naar een andere cel.

Denk je? Effe later intercom weer stuk.

Wij, krijg het nou.

Hij weer naar een andere cel.

Dacht je?

Niks intercom.

Die gozer stotterte.

Ja, je ken wel lache hiero.’

 

Het boek van Peter Elberse gaat over spraakmakende zaken in de Bunker die de televisiekijker en de krantenlezer doorgaans niet worden verteld.

 

Even wat anders, dus.

 

Rob Zijlstra

 

uitgeverij De Fontein

Bouwvak 3 (slot)

 

 

Wat, in godsnaam Rob, ben jij nou eigenlijk aan het doen, e-mailde een trouwe lezeres nieuwsgierig.

Ik ben het plafond met balken in mijn oude huis aan het restaureren.

 

Dat wil zeggen:

Slopen wat is (was).

Verf krabben.

Schuren.

Nijptangen.

Schuren.

Schuren.

Zagen.

Nieuw regelwerk.

Schroeven.

Gips, gips.

Nog meer schroeven.

Grondverf.

Schuren.

Nog een keer grondverf.

 

Hele klus.

 

Vijf dagen heb ik dat alles op de wiebelende Atrex-trap gedaan.

Daarna – lang leve de uitvinder – op een rolsteiger (nee, niet de toegezegde, maar van Bert).

 

Wie vijf dagen in z’n uppie op een trap staat, met de blik omhoog gericht, wordt vanzelf een beetje vreemd.

 

Dacht halverwege dag drie:

Heeft criminaliteit eigenlijk wel zin?

Of officieren van justitie?

Een nijlpaard?

Of rechters in zittingszaal 14?

Heeft een rechtbankverslaggevers zin?

Dat soort dingen.

 

En dan ineens dondert mijn nog volle blik Flexa-grondverf van de trap op de houten vloer.

Dan sta je weer met beide benen op de grond.

In de verf.

Was het maar yogurt.

 

Moest toen wel direct denken aan het advies dat ik kreeg toen ik vijf jaar geleden aan de verbouwing van mijn huis begon. Als je een huis gaat verbouwen, luidde dat advies, moet je boven beginnen. Je moet van boven naar beneden werken.

 

Na het plafond rest nog een nieuwe vloer.

Dus, ach…

 

Als ik de doosjes mag geloven, heb ik zo’n 1500 schroeven in mijn plafond gehannest, bijna 100 meter gips (60 breed) verwerkt en 300 meter latjes (het regelwerk) verzaagd. Een ZZP’er draait er zijn hand misschien niet voor om, maar voor iemand als ik met slechts typevingertjes, was het een crime.

 

Soms viel er een schroefje op de grond.

Dan dacht ik, vanuit de hoogte, ach arm schroefje, jij komt zo nog in de stofzuigerzak terecht. Jij zult zoals je daar nu door mijn schuld verloren ligt, nooit dat doen waarvoor je bent gemaakt.

En dat stemde mij – heel vreemd – dan een beetje triest.

En ja echt, dan legde ik de schroefboormachine even terzijde, daalde af, om dat ene schroefje op te rapen om haar een waardige plek te geven in het plafond.

Vond, op dag drie, dat ze daar recht op had.

 

Maar de klus is nu geklaard, de bouwvak gelukkig voorbij.

Alles doet zeer.

 

Ik heb wel mijn klusbeloning binnen.

Stilletjes hoop je, slopend in zo’n oud huis, een schat te vinden.

Geen geldkistje met rijksdaalders en goud of zo, maar een teken.

 

Tussen balk vier en vijf was het al raak.

De handtekening van de timmerman die wat ik nu zo gedreven sloopte, eens vakkundig had aangebracht.

Een timmerman uit Middelstum.

Op 20 maart 1917.

 

Dus toen Woodrow Wilson werd ingezworen voor een tweede termijn als president van de Verenigde Staten en in Leningrad (Sint-Petersburg) net de februarirevolutie was uitgebroken, jaste in mijn huis van nu een timmerman uit Middelstum op een trap (denk ik) zo’n vierhonderd nagels in het plafond die ik er met een nijptang weer uit heb moeten trekken.

 

Zelfs typen doet nou zeer.

Ik ga een week rust in acht nemen.

En dan op naar zittingszaal 14.

 

Ik heb er zin in.

 

Rob Zijlstra

 

Bouwvak 2 (update)

Je kunt wel heel veel schrijven over criminelen en hun criminele zaken, maar in de bouwwereld zijn het ook geen doetjes

Als amateur-jurist schrijf ik beroepshalve over juridische kwesties. Als amateur-bouwvakker klus ik in vrije (vakantie-) tijd aan mijn oude huis.

Ik heb de laatste dagen, wiebelend op de Altrex-ladder, veel moeten denken aan Peter Mayle, de Engelsman die eens neerstreek in de Provence en daarna te boek verslag deed van zijn Franse belevenissen. Niet alleen over de lokale geitenrace, maar vooral ook over de (hilarische) verbouwing van zijn huis.

Hilarisch, omdat Fransen er andere ideeën op nahouden dan de stipte Engelsen. Als het om het nakomen van afspraken gaat, bijvoorbeeld.

Menicucci haalde de schouders op. Mompelde: ‘Une catastrophe.’ En weer gingen tien dagen voorbij.

Een verrukkelijk boek, riep Martin Ros destijds enthousiast voor de Tros Radio.

De bouwkundig adviseur met wie ik in januari mijn bouwplannen voor deze zomer (groen en duurzaam en schelpen onder de vloer) doornam, was over alles heel enthousiast. Hij zou een en ander op papier zetten, ook qua kosten, en dan zou ik volgende week zeker weten horen.

Nooit meer iets van gehoord. Voice-mail. Niets.

Ik heb een stukadoor gehad die achtervolgd werd door pech. Op de eerste zaterdag ging de poes dood, een week later de arme oma en op zaterdag nummer drie was ineens de uitlaat van de auto stuk. Daarna vroeg hij om een voorschot, in verband met een wild feest op Ameland.

De bouwhandelaar in hout en ook gips, bij wie ik mij een trouwe, vaste klant waan, bezorgt 49 weken per jaar bouwmateriaal aan huis, maar niet tijdens mijn bouwvak. En zeker geen lullige – dertig – gipsplaatjes à 3.00 meter.

Gisteren zou mijn nieuwe stukadoor de kamerrolsteiger bezorgen, zoals was afgesproken, maar wat nou, ik had om half acht ’s ochtends niet gebeld, dus…

Geen rolsteiger.

Stukadoor: ‘Maandagavond dan, dan bel ik.’ Zei hij (op weg naar een klant). Okay, zei ik nog. Het is nu maandagavond, 23.52 uur. Misschien dat daar zomaar ineens ook de kat dood is, zo (hopelijk) niet de oma of de startmotor stuk.

Hoe dan ookgeen rolsteiger. Leve mijn wiebelende ladder. Ik geef de moed niet op. Want amateur-bouwvakken in een oud huis heeft ook charmes. Zo vond ik vanmiddag achter het hout delen van een oude krant (1934).

Kwatta Edelreepen, 5 ct.

Iwan Smirhoff vertelt van de groote moeilijkheden.

Visscherijberichten Zoutkamp: de vangsten waren zoo slecht dat het absoluut niet loonend is om hierop voorlopig nog weer uit te gaan. De gehele vangst bedroeg van 1 scheepje slechts 20 kg.

Mijn blik gaat (nu) naar de krant van vanavond die ook op tafel ligt.

China steeds nerveuzer voor Spelen.

En Friese Foekje was toch een vrouw. Mooi. Ik heb een klusprogramma van-dag-tot-dag gemaakt en ik lig ondanks alles op schema. Morgenvroeg komt tussen 08.00 en 10.00 uur Sita Recycling uit Veendam met een lege container van zes kuub. En Formido (uit Winsum, zij wel) levert 30 gipsplaten à 3.00 meter tussen 8.00 en 18.00 uur.

En nog mooier – de zon gaat morgen weer schijnen.

Rob Zijlstra

Bouwvak

Rechtbankverslaggever heeft bouwvak, want een oud huis.

Vanaf 11 augustus ga ik weer schrijven.

rob zijlstra

min of meer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Politiecel voor vier personen met drie stoelen in Groningen – foto: rz

 

Steeds meer cellen leeg door taakstraffen, kopte NRC Handelsblad zaterdag over zes kolommen op de voorpagina.

Steeds meer.
Heel het weekeinde moest er steeds aan denken.
Zou het waar zijn?

Rosa Jansen, de vice-president van de rechtbank in Utrecht, zegt het in de krant. Maar zou het ook in het echt waar zijn?
Ik weet het niet.

‘Steeds meer’ impliceert dat er cijfers aan ten grondslag liggen.
Wat ik weet is dat je het met cijfers uit politie- en justitieland maar nooit weet.
Daar is altijd wel wat mee aan de hand.
Wat bij de politie afneemt, kan bij justitie best toenemen.
Kwestie van registratie.

Aan de bar van het café zaten op het moment van de overval zes mensen.
De barkeepers moest de inhoud van de kassa afdragen, de bezoekers hun portemonnees en mobiele telefoons.
In de overvalstatistieken was dit een (1) overval.
Maar toen de dader werd gepakt, heette het dat er zeven zaken waren opgelost.

En was Nederland vorig jaar niet ineens Europees koploper opsluiten? Amerikaanse toestanden dreigden. En nu staan er zomaar 4.000 cellen leeg (en dat terwijl er steeds minder gedetineerden ontsnappen).
Vierduizend. Dat is een op de vijf.
De staatssecretaris van justitie heeft aangekondigd dat ze gevangenissen gaat afbreken.

Bewaarders mopperen (maken zich zorgen), maar op zich moet zo’n aankondiging toch reden zijn tot grote opgewektheid in het land.
Een land dat cellen bouwt, is niet bezig met de toekomst, maar met de fouten uit het verleden, zei de Amsterdamse politiebaas Bernard Welten wel eens toen hij nog in Groningen zat.

Elders in dat NRC-artikel zegt een onderzoeker van het WODC dat veel taakstraffen mislukken. ‘Die mensen komen uiteindelijk toch in de gevangenis terecht.’
Na verloop van tijd zou je dan verwachten: Uiteindelijk steeds minder cellen leeg door taakstraffen.

Ik weet het niet.
Als het om criminaliteitscijfers gaat, ben ik altijd huiverig.

Wist je wel, zei vorige week een officier van justitie tussen de bedrijven door, dat de omvang van de criminaliteit helemaal niet wordt bepaald door criminelen? Nee? Nee, vervolgde de officier, de omvang van de criminaliteit wordt bepaald door de beschikbare capaciteit bij de politie. En nu iedereen op vakantie is en gaat, is er voor ons niet veel te doen. Er worden de komende weken ook nauwelijks boeven opgepakt. Arrestaties worden over de vakantieperiode heen getild.

Misschien dat de staatssecretaris nog even moet wachten met afbreken.
Omdat het uiteindelijk toch weer anders zit.

Rob Zijlstra