De lelijke vogel

Ik keek en luisterde afgelopen week naar drie inbrekers. Twee van de drie zijn jongelingen, zij staan misschien wel aan het begin van een carrière. De derde is een oude rot die met inbreken wil stoppen. Hij wil nu ervaringsdeskundige worden.

De oude rot heet Rick, is 44 jaar, geboren in Winschoten. Ooit ging het goed met hem. Hij was laborant met een baan. Hoe het is gekomen werd in de rechtszaal niet verteld, maar op een dag was Rick geen laborant meer, maar junk. Vandaag de dag heet dat een verslaafde veelpleger. Hoe dan ook, de drugs namen de regie van zijn leven over en er was geen ontkomen aan; de drugsverslaving vloog als een lelijke vogel achter hem aan.

In 2012 – Rick was toen al een jaar of tien op inbrekerspad – legde de rechtbank hem de zogenoemde isd-maatregel op, bedoeld voor veelplegers als hij. De maatregel betekent dat je twee jaar op water en brood leeft en heel veel hulpverlening moet ondergaan. Toen hij klaar was, leek hij genezen. Er kwam een vriendin en hij keerde niet terug naar zijn foute vrienden. Het zou toch nog goed komen.

Dus niet. De lelijke vogel had hem opgewacht. De relatie liep stuk en met niks keerde Rick terug naar Groningen. Binnen een dag was hij weer junk. Tegen de rechters zegt hij: ‘Groningen is mijn grootste fout geweest.’

Verslaafde veelplegers leven van onze spullen. En die spullen zijn overal, wat het leven van mannen als Rick enigszins dragelijk maakt. Inbreken is voor hen een makkie. Je hebt er niet eens lef voor nodig, zegt zijn advocaat Cees Eenhoorn die al bijna veertig jaar inbrekers bijstaat.

Eenhoorn: ‘Wie verslaafd is, is zonder geweten. Zolang er drugs in het lichaam zijn, is het geweten uitgeschakeld. Bij een verslaafde draait alles om ikke ikke, ikke, je bent een top-egoïst. Het is de slechtste eigenschap van de drugsverslaafde.’

Rick knikt. Als deskundige kan hij dat beamen. Nu, nu hij in de rechtszaal zit, heeft hij spijt. ‘Als je gaat inbreken denk je daar niet aan.’ Hij drong woningen binnen waar mensen lagen te slapen. Een vrouw had keihard gegild, hij trof eens een man in de blote kont. Rick: ‘Dat is dan best wel wat ongemakkelijk, maar ja…’

Hij had gezien dat op de eerste verdieping een deur openstond en dat er een brandtrap was. ‘Binnen kwam ik een meneer tegen. Die zei dat ik weg moest gaan. Dat snap ik nu wel, maar toen dus niet.’ Hij ging er vandoor met een tosti-ijzer en een messenset. Elders zag hij zomaar op de grond een koevoet liggen, hij wrikte toen maar een bovenraampje open, een tablet was zijn buit.

Een ladder in een voortuin inspireerde hem om via het balkon door een openstaand raam te klimmen. Zo werd hij sieraden rijker. Elders in de wijk (Helpman Groningen) ging het mis. Toen hij door een raampje wilde kruipen kukelde hij naar beneden en scheurde zijn spijkerbroek. Hij nam mobiele telefoons mee, maar liet onbedoeld een lapje spijkerstof achter. De politie onderzocht dat (dna) en toen de uitslag binnenkwam zeiden de agenten: ‘Kijk nou, ’t is onze Rick.’

Rick heeft alles opgebiecht en de aangerichte schade wil vergoeden. Lijkt hem logisch. De officier van justitie komt met een dreigend verhaal over leedtoevoeging, ‘een van de doelen van straf’. Zegt dat hij in deze zaak wel drie jaar cel kan eisen. Maar ook dat hij de behandeling die Rick momenteel in een kliniek ondergaat niet wil doorkruisen met een kale celstraf.

Wat volgt is maatwerk. De aanklager eist 646 dagen celstraf waarvan 540 dagen voorwaardelijk. Het verschil is het aantal dagen dat Rick al heeft vastgezeten. Voorwaarde is dat hij in de kliniek blijft, voor nog zeker een jaar. En daarna moet hij minimaal drie jaar van de drugs en de drank afblijven. Doet hij dat niet, dan wachten hem die 540 dagen celstraf. En om toch nog wat ongemak toe te voegen: een taakstraf van 180 uren. Dit zijn de eisen.

Rick belooft de rechters dat hij nooit weer in Groningen zal komen, zijn toekomst als ervaringsdeskundige zal in de regio Zutphen zijn. Een van de gedupeerden, een grote man, hoort het maatwerk hoofdschuddend aan. Rick had bij hem een elektrische fiets uit de garage gehaald. Op klaarlichte dag. De man zegt tegen Rick, op vriendelijke toon, dat wel: ‘Wees blij dat de politie je heeft gepakt en niet ik.’

Rick knikt, hij begrijpt wat de grote man bedoelt.

De twee jongelingen zijn Jaap en Jopie, 18 en 20 jaar. Zij begrijpen er nog niet veel van. Ze hebben ingebroken in de voetbalkantine van FC Ter Apel en in het gebouw van de tennisclub. De buit: kratten bier, tv-toestel, een laptop, honderden euro’s. Waarom ze het deden? Tja. Weet niet. Zomaar of zo. Spijt? Jaap: ‘Ja.’ Jopie: ‘Pff.’
Onder invloed? ‘Heel veel speed.’

Ze hadden ook een woning ‘gedaan’, een woning van een kennis waarmee de moeder van Jopie ruzie had. Ze wisten dat de bewoners op vakantie waren. Spullen van waarde werden meegenomen en voor weinig verpatst bij Used Products in Emmen. Wat in de woning achterbleef, werd vernield. De foto’s uit de lijstjes aan de muur, de spaarpotten op de kinderkamers, het terrarium met daarin een vogelspin. De officier van justitie spreekt van plundering.

Jaap en Jopie zeggen dat dat van het inbreken wel klopt ja. Maar die vernielingen? Weten ze niet meer. Vergeten.
Het is ook al vijf maanden geleden.

Hun detentie is geschorst, ze zijn in behandeling en als ze dat vol weten te houden, hoeven ze wat het Openbaar Ministerie betreft niet terug naar de gevangenis. Dat hebben ze te danken aan het positieve advies van de reclassering die de toekomst van de twee beginners met vertrouwen tegemoet ziet.

Jopie is het daar roerend mee eens: ‘Als alles nu positief is, waarom zou het dan weer negatief moeten worden?’
Jaap, voor alle zekerheid: ‘Als ik wel terugmoet naar de gevangenis, wil ik naar een gevangenis voor volwassenen. Van jeugddetentie word ik niet beter.’

Onervaren hangen ze in de verdachtenbank, verveeld, af en toe grimassen ze wat naar elkaar. Jopie zegt dat hij chagrijnig wordt van alle vragen van die rechters.

Ze weten niet dat buiten de vogel wacht. Een stevig gesprek met een ervaringsdeskundige zou voor Jaap en Jopie zo gek niet zijn.

Rob Zijlstra

de uitspraken volgen

Inrichting voor Stelselmatige Daders – isd

→ Used Products in Emmen laat weten niet blij te zijn met de vermelding in dit verhaal.  Het bedrijf zegt dat er  alles aan wordt gedaan om te voorkomen dat gestolen spullen worden ingekocht. Verkopers moeten zich legitimeren en worden opgenomen in een inkoopregister.  De politie kijkt mee. Het kan onbedoeld fout gaan, bijvoorbeeld als  aangeboden goederen nog niet als gestolen staan geregistreerd [rz]

 

Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Cheb. Wordt vervolgd.

Meneer heeft zijn kansen gehad
Elke dag dat u vastzit
kunt u niets stelen
En dat is winst

 

Schermafbeelding 2016-02-11 om 23.17.02Ik schreef vaker over Cheb (38).
Dat komt omdat hij een vaste klant is van zittingszaal 14.
Cheb wordt al jaren vervolgd en zo ook de verhalen over hem.

De laatste keer dat hij werd vervolgd kreeg hij anderhalf jaar celstraf, maar daarvan mocht een jaar voorwaardelijk.
Dat was zo ongeveer de tiende allerlaatste kans die hij kreeg in zijn carrière die zich uitstrekt over 25 jaren.

Nooit maakte hij promotie, maar hij ontwikkelde wel een specialisme.
Hij wandelt kantoorgebouwen binnen, groet iedereen vriendelijk, houdt deuren open die normaal voor anderen gesloten moeten blijven, kijkt hier en daar wat rond en gaat dan weer weg.
De op bureaus rondslingerende laptops, mobiele telefoons en portemonnees neemt hij mee.
Zo kan Cheb de gretige dealers betalen.

Waar hij ook goed in is: studentenpanden.
Met een stukje hard plastic flippert hij zo de doorgaans slecht onderhouden voordeuren open.
Ook in studentenpanden slingeren laptops en aanverwanten nogal eens vrolijk rond.

Het is verleidelijk en ook wel gemakkelijk om over Cheb een leuk verhaaltje te schrijven. Want Cheb is nu eenmaal een heel aardige crimineel.
Nooit zal hij een vlieg fysiek kwaad doen.
Als de rechters hem vragen of hij nog weet wat hij nu weer heeft uitgevroten, schudt hij langzaam het hoofd en zegt dan, bedachtzaam: ‘Wat ik mij specifiek kan herinneren is dat ik geen geweld heb gebruikt.’

De vorige keer was hij de synagoge in de Folkingestraat in Groningen binnengewandeld.
Er was daar een tentoonstelling waar entree werd geheven.
Cheb had ‘entree’ onmiddellijk geassocieerd met contant geld.
Eenmaal binnen had hij het geldkistje zo te pakken.

Cheb wordt zelf ook altijd gepakt.
In de rechtszaal had hij zijn hoofd gebogen en gesproken: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Cheb deed de rechters toen een voorstel.
Hij had gezien dat de synagoge wel een likje verf kon gebruiken, zowel van binnen als van buiten.
Als hij dat nou eens zou doen, dan deed hij a, iets terug voor de samenleving en b, het zou hem een verblijf in de gevangenis kunnen besparen.
Cheb vertelde ook dat hij had besloten sowieso te stoppen met de criminaliteit.
De reden: Anna.
Smoorverliefd.
Dat was eind 2013.

Veel regelmatige klanten van zittingszaal 14 wijten hun criminele inborst aan foute vrienden.
Een goede remedie tegen dit karakter: verhuizen, zo ver als mogelijk bij het vriendengespuis vandaan.
Ook Cheb had dat gedaan.
Na een kwart eeuw wandelen door Groningen, had hij besloten een nieuw leven op te bouwen in Leeuwarden.
Helaas niet met Anna, met Anna was het uit.

In oktober vorig jaar liep Cheb in zijn nieuwe woonplaats langs het Centrum Infectieziekten Friesland (Izore).
Uitgerekend toen hij het gebouw passeerde, ging het alarm af.
Hij werd aangehouden en meegenomen naar het politiebureau waar hij had gezwegen.
Waarom?
Cheb: ‘Het was zo overweldigend. Ik voelde zoveel frustratie en teleurstelling. Dat het weer mis was gegaan. En ik was onder invloed. Zo erg dat die agenten het raampje van de politieauto opendraaien, zo stonk ik.’
Is hij ook in het pand geweest?
Cheb: ‘Het is vaag, maar het kan zijn dat ik een paar spulletjes heb meegenomen.’

En zo ging het bij scholen, in het woonzorgcentrum Abbingahiem.
Over de insluiping bij een tandartsenpraktijk heeft hij zijn twijfels.
‘Volgens mij zocht ik daar gewoon medische hulp.’
Veel spijt heeft hij van de diefstal van negen dure laptops, gestolen uit een rolcontainer bij Wetsus.
Tegen de rechters: ‘Ik heb gelezen dat er wetenschappelijk onderzoek verloren is gegaan. Dat is echt schandalig van mij, ik heb hier geen woorden voor.’
Wat er met de computers is gebeurd?
Ingeleverd bij zijn inhalige dealers, als aflossing van een eeuwig durende schuld.
Cheb: ‘Voordat ik het in de gaten had, zat ik alweer in de vicieuze cirkel.’

Komt het ooit nog goed?
Cheb veert een klein beetje op.
En of.
Hij is smoorverliefd.
Op Marijke.
Met haar zal hij gelukkig kunnen zijn.
Marijke moeten de rechters weten, is een hoogopgeleide vrouw die niet eens weet wat drugs zijn.
Zij komt niet uit het wereldje.
Marijke zoekt Cheb op in de gevangenis en samen volgen ze systeemtherapie wat volgens Cheb nu al vruchten afwerpt.

Cheb: ‘Ik heb de vrouw van mijn leven ontmoet. Zij heeft de waarden die altijd al in mij zaten naar boven gehaald. Al die jaren hunkerde ik daar naar. Het leven dat ik heb geleefd, haat ik. Mijn verleden stond in het teken van ontkennen. Maar ik heb nu het punt bereikt, dat ik helemaal klaar ben.’

De officier van justitie plengt geen tranen van ontroering en ook niet van grote vreugde nu een van de hardnekkigste justitieklanten op het punt staat een brave burger te worden. Hadden de rechters net niet opgemerkt dat bij Cheb sprake is van een hardnekkig terugvalpatroon?
Eén emotionele tegenslag en het gaat weer mis?
Dat staat in de rapporten, geschreven door de mensen die tien jaar geleden al rapporteerden zich geen raad te weten met deze verdachte.

Cheb mag dan een vriendelijke crimineel zijn waar je een verhaal met een glimlach over kunt schrijven, zij die door hem zijn bestolen, zullen daar heel anders over denken.
Zij zullen vinden dat Cheb niet om te lachen is en geef hen eens ongelijk.

Dat vindt ook de officier van justitie.
Zij zegt: ‘Meneer heeft zijn kansen gehad. Elke dag dat u vastzit, kunt u niets stelen. En dat is winst. Ik eis vijftien maanden celstraf plus die twaalf maanden die u in 2013 voorwaardelijk opgelegd heeft gekregen.’

Cheb kijkt bedenkelijk.
Kan hij niet iets terugdoen voor de samenleving?
Hij zou bijvoorbeeld de maximaal op te leggen werkstraf kunnen uitvoeren en dat dan tweemaal.
Hij zegt bang te zijn Marijke te verliezen als hij te lang in de gevangenis moet zitten.

Er valt even een stilte in de zittingszaal.
Cheb pakt de kans die hij niet krijgt van de officier van justitie.
Hij zegt dat hij als Marokkaan geen tweederangsburger wil zijn.
En dat hij graag met alle respect koning Willem-Alexander wil citeren: ‘Niet iedereen kan een Epke Zonderland zijn…’

Wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

update – 22 februari 2016
Cheb is veroordeeld, maar heeft nog wel een kans gekregen. De rechtbank heeft een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd: 15 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. De bonus van 12 maanden krijgt hij ook. De rechters achten alles bewezen met uitzondering van de insluiping bij de tandartsenpraktijk.

 

cheb de flipper

 

‘ Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen. Ieders gaven en vaardigheden zijn waardevol en belangrijk.

Niet iedereen kan een Epke Zonderland of Gijs Tuinman zijn. Niet iedereen kan uitblinken als leraar, dokter, wetenschapper of hulpverlener. Maar de kracht van Nederland omvat veel meer dan individuele talenten. De kracht zit in wat we er samen van maken (…)

fragment kersttoespraak 2014 van Willem-Alexander waaruit Cheb citeert  

Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.

Opa Boef

Opa Boef is dood

Schermafbeelding 2015-03-03 om 18.39.07

fragment tekening Annet Zuurveen / 2006

Opa Boef heette ook Dikkie.
In de krant was hij Dikkie S.
Dikkie was een jongen van de straat die slechte dingen deed.
Toen het begrip veelpleger werd geïntroduceerd stond hij als een van de eersten op de lijst.

Het leven is nooit scheutig voor hem geweest.
Hij gokte, maar dat bracht hem geen geluk.
Toen hij een jaar of 20 was kregen de drugs hem te pakken.
Om nooit meer los te laten.

Dikkie S. moest er vaak aan geloven.
Daardoor was er altijd wel een noodzaak het boevenpad op te gaan.
Zo moest hij eens voor middernacht 600 euro op tafel leggen bij de woekerbankiers van de straat.
Zo niet, dan zouden ze hem flink onder handen nemen.
Om te laten weten dat het menens was, sloegen ze hem alvast in elkaar.
Ook in de onderwereld zijn bankiers meedogenloos.

Even gebutst als wanhopig probeerde hij in te breken bij de Praxis aan het Damsterdiep in Groningen.
Hij werd betrapt en belandde voor de honderdduizendste keer in het gevang.

De drugs vraten hem langzaam op.
De nieren deden het ook steeds minder vanwege de alcohol in overvloed.
Het hart idem dito.
Behalve veelpleger en opa werd de verslaafde Dikkie S. een patiënt.

Een van de laatste keren dat ik hem zag was toen hij terechtstond in verband met de diefstal van pakken luiers bij de Albert Heijn aan het Floresplein.
In diezelfde week had hij vlees en wasmiddel gestolen bij de Appie in Vinkhuizen.
En ergens een fiets.
Het leverde hem de veelplegersmaatregel isd op.
Twee jaar zitten.

Vorig jaar kwam hij weer op vrije voeten.
Een paar dagen geleden is Dikkie S. overleden in de gevangenis in Veenhuizen.
Hij kreeg methadon en dat had nooit gemogen.
Het gehavende patiëntenlichaam kon het niet verdragen en besloot er na 49 jaren definitief mee te stoppen.

Uitgezocht wordt wat er is misgegaan in de gevangenis.
Daar wordt dan een rapport van opgemaakt met conclusies en aanbevelingen.

Net goed, zullen misschien de mensen zeggen die ooit het slachtoffer zijn geworden van Dikkie S.
Neemt niet weg dat de kleinkinderen hun opa vast zullen missen.
Want hij was wel hun opa Boef.

Rob Zijlstra

dagblad van het noorden / woensdag 4 maart

dagblad van het noorden / woensdag 4 maart

 

 

 

 

 

 

 

 

update – 15 juli 2016

Schermafbeelding 2016-07-15 om 16.08.45

Vergeten herinneringen

‘’Misschien heb ik als gevolg van
verkeerde beslissingen
onbewust een paar vage dingen gedaan

juwelierIn de zalen van het strafrecht wordt veel vergeten.
Er zijn verdachten die zich niets kunnen herinneren, maar wel zeker weten dat ze het niet hebben gedaan.
Rechters plachten in zo’n geval te zeggen: ‘Dat kan niet. Of u weet het niet meer of u hebt het niet gedaan. Dat zijn twee verschillende dingen.’
Verdachten zwijgen dan maar liever.

Dat geldt niet voor Tony.
Hij weet dondersgoed dat hij het niet heeft gedaan.
Tony is een trouwe bezoeker van zittingszaal 14.
Hij werd 36 jaar geleden geboren in Los Angeles, Amerika.
Hij deed dat op de dag dat in Groningen feest werd gevierd vanwege het Groningens Ontzet.
Het lot bracht hem in Hoogezand, Nederland.
Dat is bepaald geen feest geworden.

Opgeteld bracht Tony hier meer dan tien jaar van zijn leven in gevangenissen door.
Was hij vrij, dan zwierf hij door straten en over wegen.
Tony heeft een specialiteit: inbreken in scholen.
Bedrijven doet hij ook, maar nooit een woning.
Ook een inbreker heeft principes.

Tony’s staat van dienst maakt dat zijn ontkenningen er niet geloofwaardiger op worden.
Goed, de officier van justitie twijfelt of hij het was die in oktober vorig jaar Domino’s Pizza in Hoogezand binnen klauterde en er vandoor ging met 360 euro.
Tony zegt tuurlijk niet.
De eis luidt vrijspraak, want de twijfel is in zijn voordeel.
Die toestand van onzekerheid is er niet over de kraak in de Sint Gerardus Majellaschool, een dag eerder, ook in Hoogezand.
De officier van justitie zegt dat in de school bloed is aangetroffen met – jawel – een DNA-profiel dat overeenkomt met dat van Tony.
Politieagenten kennen zijn DNA uit het hoofd.

Tony heeft een verklaring.
Hij was er met dertig vrienden aan het voetballen, kinkelde met zijn lederen Adidas een ruit in en weg was de bal.
Vertelt: ‘Ik wilde mijn bal terug. Met een steen heb ik het gat wat groter gemaakt en toen ben ik er doorheen gekropen. Ik ben dus wel binnen geweest. Maar anderen ook.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.29.26De buit: de afstandsbediening voor de zonwering.
Tony: ‘Niet mijn ding. Er stonden daar computers, laptops, ipads. Die staan er nu nog. Ik ga toch niet inbreken om een afstandsbediening te stelen?’
Daar heeft hij wel een punt.

Maar de aanklager zegt dat het niet uitmaakt.
Er is iets gestolen, er is iets weg.
Dus punt uit.
Zij wil Tony nu twee jaar opsluiten in een hok dat speciaal voor veelplegers is gebouwd.
Accepteert hij hulp, dan mag hij er af en toe uit, wil hij niets dan blijft de deur gesloten.
Veelplegers kennen de maatregel (isd) en vrezen die.
Tony noemt de isd-eis hartverscheurend.
Hij werpt nog tegen dat alles wat er in gevangenissen te leren valt, hij al heeft geleerd.
Dus heel zinvol lijkt het hem niet, zo’n lang verblijf.

Dan Aziz, 20 jaar, net als Tony een veelpleger, maar dan te Utrecht.
Hij heeft een 16-pagina’s tellend strafblad wat gezien zijn jonge leeftijd welhaast onmogelijk is.
Anders dan Tony weet Aziz het allemaal niet meer, hij kan zich niets herinneren, ja dat hij in elkaar is geslagen en zo, maar verder weet hij het echt niet.
Wel dat hij veel whisky had gedronken.
Hoeveel?
Geen idee.
Maar hij heeft het niet gedaan.
Of kan hij het zich niet herinneren?
Misschien is dat het, zeg het maar.

Agenten vertelden hem toen hij wakker werd in een politiecel waar hij van werd verdacht.
Tegen de rechters: ‘Misschien heb ik als gevolg van verkeerde beslissingen onbewust een paar vage dingen gedaan.’

De rechters vragen: ‘U bent gearresteerd in de gangkast van de buren. Wat deed u daar op blote voeten?
Aziz: ‘Als ik eraan terugdenk krijg ik weer kippenvel.’
Rechters: ‘Aha. Waar denkt u dan aan terug?
Aziz: ‘Dat weet ik niet meer.’

Er is tussen zijn oren gesnuffeld en de deskundigen hebben geen kronkels kunnen waarnemen.
Aziz is een jongeman met een gemiddelde intelligentie die volgens zijn advocaat (‘ik ken hem al heel lang’) nog veel van het leven kan maken.

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.04.42Ook van Aziz is bloed gevonden, uitgerekend in de leeggeroofde etalage van de juwelier in de binnenstad van Groningen.
Het ijzeren hekwerk was aan stukken geflexed, het kogelwerende glas werd met een moker ingeslagen.
Dat gebeurde in de vroege ochtend waardoor de halve binnenstad wakker was geworden.
Wie toch bleef doorslapen werd een uurtje later wel gewekt door het kabaal van een politiehelikopter die de lucht was ingestuurd om de daders op te sporen.

Aziz woonde net twee weken bij zijn vriendin in de smalle steeg naast de juwelier.
Op een avond – vertelt hij – waren daar mannen die eerst aardig deden maar hem in de vroege ochtend in elkaar sloegen.
Ze hadden ook een ijzeren pistool.
Rechters: ‘Dat weet u dus nog?’
Aziz: ‘Vaag.’
Hij denkt dat hij kort daarna het bewustzijn heeft verloren.
Merkt op: ‘Ik kon mij denk ik niet aan de situatie onttrekken.’

Schermafbeelding 2015-02-13 om 00.28.27De politie was snel ter plaatse, maar de daders waren nog sneller gevlogen.
Een politiehond die goed kan ruiken bracht de agenten naar de woning van de vrouw bij wie Aziz was ingetrokken.
Daar stond een flex.
Achter de wasmachine lag een zware moker.
De deur naar het balkon stond open.
Agenten zagen vanaf het balkon nog een deur openstaan, van een andere woning, die van de buren.
Ze gingen naar binnen en daar vonden ze uiteindelijk, op blote voeten en verstopt in een gangkast, de man die in dit verhaal Aziz heet.

Aziz: ‘Wat ik daar deed? Ik had echt heel veel gedronken. Het is best wel een zwart gat voor mij.’

De buit had (heeft) een verkoopwaarde van ruim 20.000 euro en is niet teruggevonden.
De politie van Groningen zocht in Utrecht op grond van aanwijzingen, maar zonder resultaat.
Een broer van Aziz zou er bij betrokken zijn.
Maar welke?
Hij heeft er zes.
De politie is niet door blijven zoeken.
Bedrijfsinbraken kennen een lagere prioriteit dan woninginbraken waar er te veel van zijn.

De officier van justitie eist twaalf maanden celstraf, waarvan er vier voorwaardelijk mogen.

Aziz: ‘Tja.’

Hij vindt het allemaal heel spijtig.
Hij heeft ook spijt.
Zegt: ‘Uiteindelijk zijn we allemaal verliezers.’

In diezelfde stoel zit drie uur later Tony zijn laatste woord uit te spreken.
Iets minder filosofisch, maar toch ook opmerkelijk.
Want ondanks zijn ontkenning dat hij het heeft gedaan, zegt hij: ‘Ik wil mijn excuses aanbieden aan de school.’

Dus toch?

Rob Zijlstra

uitspraken op 26 februari

Biljet van 50

cropped-euro11.jpgDe waarheid ligt niet voor het oprapen rond een op de grond gevallen biljet van 50 euro.

Harm zegt dat het zijn biljet is.
Het lag op de grond, op de grond van de Grote Markt, dat is toevallig zijn huiskamer.
En alles wat in zijn huiskamer op de grond ligt, is van hem.
Dat zegt hij.

Harm is grappenmaker.

Pim zegt dat het zijn biljet van 50 euro is.
Hij wilde zijn fietssleutel uit de broekzak halen en toen viel het biljet op de grond.
Ineens stond een man voor zijn neus en die pakte het geld.

Harm: ’Dat is niet waar.’
Pim: ‘Ik zei, geef me mijn geld terug. Ik pakte hem bruut vast, toen kreeg ik een klap of duw, ik viel op de grond. Dat was bij de poffertjeskraam.’
Harm: ‘Ik vind het heel erg voor deze meneer, maar ik heb hem niet geslagen.’

Pim is met zijn vriend Tim op stap.
Om half drie in de middag zijn ze begonnen met drinken.
Tegen middernacht wil Tim naar huis.
Pim niet.
Omdat hun fietsen met sloten aan elkaar vastzitten, loopt Tim met Pim mee.
Bij de ABNAmro pint Tim geld, want Pim moet de rekening in het cafe nog betalen.
Ondertussen kiften ze.
Tim vindt het maar niks dat Pim nog in de nacht wil blijven.

Ze zijn beide als getuigen opgeroepen.

Kan het zo zijn dat Pim boos van dat gekift het geld op de grond gooide en riep ‘ik hoef je geld niet’ en dat ineens daar Harm was?
Pim: ‘Nee.’
Tim: ’t Zou kunnen. Ik heb het beeld niet scherp.’

De rechters willen van Tim weten of hij dronken was.
Tim denkt dat hij ongeveer 20 glazen bier had gedronken.
Rechters: ‘De gemiddelde garnalenvisser kan wat meer bier wegzetten dan de kantoorklerk, maar met 20 glazen op ben je niet nuchter.’
Tim: ‘Ik was niet dronken,’

Pim wel?
Pim was die nacht gewond thuisgekomen.
Nadat hij bij de poffertjeskraam was opgekrabbeld holde hij weer achter Harm en zijn 50 euro aan.
Onder de Martinitoren zou Harm hem toen hebben geslagen met een fietsketting.
Harm schudt het hoofd.
Tim zegt dat hij het ook niet weet.
Hij zegt: ‘Toen Pim ’s nachts thuiskwam, was ik de hond aan het uitlaten.’

Er zijn twee getuigen die nabij de Febo (Grote Markt / Oosterstraat) hebben gezien hoe Pim achter Harm aanholde terwijl hij riep ‘geef mijn geld terug’.
Er zijn ook camerabeelden waarop is te zien dat Harm een slaande beweging naar achteren maakt, naar Pim.
De advocaat: ‘Ja, te zien is dat Pim blijft staan. En dat-ie dan gaat liggen.’

De rechters vragen aan Harm waarom hij het biljet niet gewoon teruggaf.
Harm zegt dat hij grappenmaker is.
Hij maakt grapjes op straat.
En daar vraagt hij dan een beetje geld voor.
Van dat geld leeft hij.

Rechters: ‘Maar het geld was niet van u.’
Harm: ‘Hij gooide het in mijn richting. Dan is het van mij.’

Harm was vroeger veelpleger en pikte vooral uw fietsen.
Nu dus niet meer, zegt hij.
Nu doet hij het dus anders.
Soms doet hij ook raadsels.
En hij kan trucjes.
Hij kan spijkers uit zijn neus toveren.

Hij zegt: ‘Voor een goede grap of raadsel krijg ik wel eens 50 euro.’
Rechters: ‘Op straat?’
Harm: ‘Ja, ik heb zelfs een keer 100 euro gekregen.’
Een van de rechters: ‘Dat geloof ik niet.’

De rechters willen weten hoe Harm zijn toekomst ziet.
Ze hebben gelezen dat hij een lijvig strafblad heeft met weinig goeds.
En dat hij niets meer te maken wil hebben met hulpverleners en instanties.

Rechters: ‘Eens komt u weer vrij. Wat gaat u dan doen?’
Harm: ‘De uitkering weer opstarten en bij mijn ouders wonen.’
Rechters: ‘Is dat wel een goed idee? Hoe lang gaat dat goed denkt u?’
Harm: ’Niet lang.’

De officier van justitie zegt dat hij niet kan bewijzen dat Harm Pim heeft geslagen met een ketting.
Maar wel dat Harm die 50 euro heeft gestolen, een diefstal die werd gevolgd door geweld.
Getuigen zeggen het en het slaan staat op beeld.
Anders dan de advocaat het ziet, zegt de aanklager dat Pim niet gewoon gaat liggen, maar een klap krijgt en dan ineen krimpt.
(Het zullen wel weer slechte beelden zijn.)

De officier van justitie zegt ook dat Harm zich vaker met geweld aan diefstal heeft bezondigd
En dat er weinig goede voornemens zijn te bespeuren.

De advocaat zegt dat Pim en Tim – ook als getuigen onder ede – liegen dat ze barsten.
Dat ze flink hadden gedronken en dat mensen die flink drinken rare dingen doen.
Bushokjes in elkaar trimmen of – in dit geval – 50 euro op straat weggeven aan een grappenmaker.
De advocaat: ‘Er is niets wederrechtelijk toegeëigend.’

De officier van justitie: ‘Hij moet straf hebben. Ik eis 8 maanden gevangenisstraf.’
Harm: ‘Pff.’

Pim en Tim hebben de rechtszaal dan al lang verlaten.

Rob Zijlstra

uitspraak op 10 november

Ontkenningsfase

Schermafbeelding 2014-05-21 om 16.58.48Nog geen jaar geleden zei veelpleger Bram (42 jaar, waarvan hij er meer dan tien in de gevangenis doorbracht) tegen de rechters dat al zijn problemen waren opgelost.
Hij straalde.
Eindelijk na zoveel jaren drugsellende.
De rechters vroegen, op hun hoede:’Hoe dat zo?’
Bram had geantwoord: ‘Ik heb een vriendin.’
Alles zou daarom goed komen.

Maar alles kwam niet goed.
Bram staat weer terecht, voor de zoveelste keer.
Toen hij werd opgepakt, was hij nog maar een paar dagen vrij.
Zo gaat dat met Bram al 24 jaar achtereen.
Hij drinkt flessen sterke drank in winkels leeg en in andere winkels, zoals de Mediamarkt, glijden de spullen vanaf de schappen zo zijn zakken in.
Nee niet goed, dat hoef je hem echt niet te vertellen.
Maar een mens die leeft, moet eten.

De vriendin van toen, toen de reddende engel, heeft hij nog steeds.
De verdenking van nu is onder meer dat hij haar heeft bedreigd.
Hij had gedreigd haar ‘strot door te snijden’ en haar huis (dat nu ook de zijne is) in brand te steken.
Diepe zucht.
Zegt: ‘Luister. Ik kwam thuis en kon er niet in. Ik heb vijftien jaar op straat geleefd. Dan heb je eindelijk een huis en dan kun je niet naar binnen. Dat is flink balen. Ik was gefrustreerd. Maar we zijn nog steeds bij elkaar.’

Hij had ook met met list en bedrog bij iemand een tientje uit de portemonnee gepraat.
En hij had voor heel even een auto van een wildvreemde mogen lenen en die niet teruggebracht.
Oplichting, zegt de officier van justitie.
Bram is wereldkampioen babbels verkopen.
Dat kan hij aan de ene kan goed, maar aan de andere kant brengt het hem keer op keer in het gevang.
Hij ontkent het niet.
Zegt: ‘Ik ben op een leeftijd gekomen dat er geen ontkenningsfase meer is.’

Hij heeft een brief geschreven.
Die moeten de rechters lezen en dan zullen ze alles begrijpen en hem zonder twijfel vrijspreken.
En als hij dan wat hulp er bij kan krijgen, komt alles goed.
Een van de rechters zucht ook en merkt op: ‘Hoe vaak zijn we elkaar hier wel niet tegengekomen?’
Bram maakt met zijn hand een wegwerpgebaar: ‘Nee, hier heb ik geen zin in. Lees eerst die brief nou maar eens, het is een motivatiebrief.’

De rechters doen wat Bram vraagt en laten daarna weten niet erg onder de indruk te zijn van zijn schrijfsel.
Even was er de hoop dat Bram ergens wat licht had gezien, de hand in eigen boezem had gestoken en had besloten gemotiveerd een nieuw levenspad te gaan bewandelen.
Maar in de brief ging Bram vooral tekeer tegen zijn vriendin die nog geen jaar geleden ervoor zou zorgen dat alles goed zou komen.

De officier van justitie eist de straf die bedacht is voor mannen als Bram: de veelplegersmaatregel isd.
Dat betekent twee jaar achter de tralies, maar met de nadruk op hulpverlening.
Op hulp die al een kwart eeuw niets bij Bram heeft uitgehaald.

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken

Per ongeluk schuldig

foto: 112groningen

Sontweg, foto: 112groningen

Kun je per ongeluk een misdrijf plegen?
En zo ja, kun je er dan ook voor worden veroordeeld?
Jaap (47) kan het zich niet voorstellen.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik deed het niet met opzet, dus dan ben ik toch ook niet schuldig?’

Maar zijn stem verraadt twijfel.
Hij zit immers wel naast een advocaat in de rechtszaal tegenover drie rechters en een officier van justitie die allen ernstig naar hem kijken.
Op de tribune, achter hem, zit de mevrouw die het slachtoffer is.
Zijn slachtoffer, dat valt niet te ontkennen.

Ja. Je kunt per ongeluk een misdrijf plegen en daardoor in de gevangenis belanden.
Iemand per ongeluk beroven vereist een sterk verhaal.
En wie zegt dat ‘ie per ongeluk een gewapende overval pleegde, recent nog, staat weer niet heel sterk.

Jaap had het aan Nico kunnen vragen.
Nico (30) is veelpleger en door de wol geverfd.
Hij stond een uur eerder terecht, zat in dezelfde stoel en tegenover dezelfde rechters.
Nico had Jaap dan kunnen vertellen dat het bij hem, vier jaar geleden, ook per ongeluk, dus niet expres, was gegaan.
En dat de officier van justitie en ook de rechters hem toen geloofden.
Maar wel mooi een straf.

Wat was er gebeurd, zou Jaap misschien hebben gevraagd.
Nico had dan verteld dat hij op 21 december 2009 zijn beste vriend Henk heeft doodgeschoten.
Ze hadden met z’n drietjes aan tafel gezeten, bij David thuis omdat die verstand had van wapens.
David had gezegd dat het wapen dat op tafel lag, geen best wapen was.
David had ook laten zien hoe je de kogels erin stopt en hoe je die dingen er weer uit kunt halen.
Hoe de veiligheidspal werkt.

Nico had het wapen van tafel gepakt.
Toen hij het vastpakte, klonk een knal.
Henk viel voorover.
Hij was op slag dood.

Gatver, zou Jaap  vast hebben gezegd, ‘maar daar kon je dus helemaal niks aan doen, net als in mijn geval.’
Maar Nico zou Jaap uit zijn dromen hebben geholpen.
Hij zou  hebben gezegd: ‘In mijn geval was er sprake van dood door schuld. Ik had geen kwade bedoelingen en ik heb het gevolg van mijn gedraging niet gewild. Maar ik ben wel roekeloos geweest. Dat kun je mij verwijten. Ik had geen verstand van wapens en toch zat ik er mee te spelen. Bij mij was sprake van een ernstig gebrek aan zorgvuldigheid.’

Jaap: ‘Een werkstrafje?’
Nico: ‘Drie jaar gevangenisstraf.’

Jaap slaakt in de rechtszaal een diepe zucht.
In zijn vrije tijd zit hij graag op de racefiets.
Maar overdag zit hij op de milieuwagen van de gemeente Groningen.
Sinds 1996 rijdt hij met zo’n rood en zwaar gevaarte door de straten van de stad waar fietsers – zegt hij – uit alle gaten en hoeken komen.

Op 10 juni vorig jaar moest hij wat rotzooi ophalen bij de brandweerkazerne aan de Sontweg.
Vlakbij de kazerne had hij acht seconden stilgestaan voor een brandweerwagen met zwaai- en lawaailichten.
Toen trok hij op om met een snelheid van 26 kilometer per uur richting de inrit bij de kazerne te rijden.
Op het moment hij de bocht naar rechts nam, leert de tachograaf, reed hij eerst 2 kilometer per uur en in de bocht zelf 12.
Ineens een akelige gil.
Onder het rechter voorwiel van de vuilniswagen ligt een fiets en een mevrouw.

Jaap: ‘Ik heb gekeken, ook in de spiegels, maar ik heb haar nooit gezien.’
Rechters: ‘Vindt u dat u haar had moeten zien?’
Jaap weet het niet, zegt: ‘Wat ik vind? Ik vind het gewoon kloten.’
Rechters: ‘Bij de politie had u gezegd, het is het risico van het vak.’
Jaap: ‘Ja, ik bedoel, ik rij niet expres iemand aan.’
Rechters: ‘Maar mevrouw was er wel.’
Jaap voorzichtig: ‘Ik heb goed gekeken… maar… maar misschien niet goed genoeg.’

De officier van justitie zegt dat in een fractie van een seconde een leven kan worden verwoest.
Eén zo’n moment, zegt ze, en we zijn allemaal verliezers.
Het slachtoffer, 50 jaar, had zeven weken in het ziekenhuis gelegen waar ze elf keer is geopereerd.
Ze was actief en sportief, nu loopt ze moeizaam en met een stok.
Dat blijft zo.

De officier van justitie zegt dat Jaap haar had moeten zien.
‘Het was een drukke spits, het was er chaotisch als gevolg van wegwerkzaamheden.
En dus had er beter opgelet moeten worden. Verdachte, een ervaren chauffeur, had nog voorzichtiger moeten zijn dan hij al was. Nee, geen opzet, ’t was ook niet expres, maar er is wel sprake van verwijtbaarheid. Ik eis een boete van 1000 euro en twee maanden voorwaardelijke rijontzegging.’

Het was niet zo, maar stel dat Nico en Jaap elkaar na hun strafzaken nog even hadden gesproken.
Nico had dan gezegd: ‘Nou, ik zei het je toch?’
Jaap: ’Tja. Trouwens, waarom moest jij terechtstaan?’
Nico: ‘Ik? Ach, ik heb een paar keer een telefoon van iemand geleend. Op straat. En nu zeggen ze dat ik die telefoons niet wilde teruggeven, dat ik die mensen bedreigde of zoiets met een mes. Die telefoons hebben ze later weer gevonden in een winkel waar ze tweedehands mobieltjes verkopen. Ik heb daar een keer een telefoon verkocht. Ze hebben toen een kopie van mijn legitimatie gemaakt en ik denk dat ze daar nu misbruik van maken. Ik bedoel, dan is het toch ook niet mijn schuld?’

Rob Zijlstra

 wegenverkeerswet, artikel 5

.
UPDATE – 20 maart 2014 – uitspraken
Jaap is veroordeeld. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan artikel 6 van de Wegenverkeerswet: hij had de fietser kunnen en dus moeten zien. Omdat hij dat niet heeft gezien wat er wel was,  is hij onvoorzichtig geweest. Komt bij dat hij een bijzondere verrichting uitvoerde en dat het er ter plaatse druk was mede als gevolg van het tijdstip en werkzaamheden aan de weg.  Dat alles had hem, ervaren hij is, extra alert moeten maken. Dat hij dat niet is geweest, wordt hem verweten. De straf: een boete van 1000 euro en 6 maanden rijontzegging, maar die geheel voorwaardelijk. Proeftijd 2 jaar.
Ook Nico is schuldig aan wat hij heeft gedaan. Zijn straf: 12 maanden.

 

uitspraak

 

 

De hotelrekening

Schermafbeelding 2014-02-08 om 21.33.34

hampshire groningen

Een verhaal heeft een eerste regel, maar het begin van een verhaal ligt altijd ergens anders.
Op pak’m beet de oerknal na gaat aan alles iets vooraf.
Nu ook weer.

Danny heeft een vriend die altijd goed voor hem is.
Dus toen die vriend – die straks in dit verhaal Stef gaat heten – hem vroeg iets voor hem te willen doen, zei Danny niet nee.
Hij zei: ‘Dat doe ik, dan kan ik een keer iets voor je terugdoen, want jij bent een goede vriend.’

De goede vriend had gevraagd of Danny wat spullen wilde ophalen uit het hotel.
Voor als het misgaat.
Niet eerder.
Danny die tot de hardcore van het Groninger straatcircuit behoort, had in zijn ruige leven voor hetere vuren gestaan.
Dus toen het misging, belde hij een taxi en liet zich naar het Hampshire Hotel in het zuiden van de stad Groningen rijden.
Tegen de nachtportier zei hij dat hij de spullen kwam ophalen, de spullen van zijn goede vriend.

De nachtportier deed wat een nachtportier misschien wel behoort te doen: in de nacht geen vragen stellen.
Hij gaf alles mee.

Zo belandde Danny in de rechtszaal.
Want die vriend, die zogenaamde goede vriend, zegt dat hij nooit aan Danny de opdracht heeft gegeven zijn spullen op te halen uit het hotel.
Sterker nog: hij kent Danny niet eens.
Wat hij wel weet is dat hij nu zijn spullen kwijt is.
En dat hij die terug wil hebben.
Daarom deed hij aangifte.
Hij claimt 7.255 euro, want zoveel was dat spul wel waard.

Danny moet lachen als hij tegenover de rechters zit.
Dat Stef, uitgerekend hij, zulks beweert.
Ook dat er vier biljetten van 500 euro bij die spullen zaten die nu weg zijn.
Danny: ‘Ja hoor, de grootste cocaïnegebruiker van Groningen heeft vier biljetten van 500 euro in de zak. Toe nou even…’

Natuurlijk had hij de spullen opgehaald.
Omdat hem dat dus was gevraagd.
Hij had de spullen naar het huis van Dickie gebracht, want Dickie heeft een huis.
Wat er daarna is gebeurd, dat weet Danny ook niet.
De halve bende van het benevelde Groninger straatcircuit komt bij Dickie over de vloer.
Dus.

De officier van justitie heeft geen zin om Danny achter de tralies te zetten.
Hij eist wel een gevangenisstraf: 32 dagen waarvan 30 voorwaardelijk.
Die twee dagen die resteren heeft hij al uitgezeten.
Maar, zegt de officier van justitie, hij moet wel een schadevergoeding betalen aan zijn goede vriend, want die spullen zijn door zijn toedoen zoek: 6.000 euro vindt de aanklager billijk.

Nu komt Stef.
Zijn strafzaak ging aan die van Danny vooraf.
Wat is het geval?

In de Groninger onderwereld ging het rare gerucht dat Stef al dagen achtereen feestvierde in een kamer van het Hampshire Hotel.
Met van alles er op en van alles er aan.
Het wilde verhaal kwam ook de politie ter ore en besloten werd poolshoogte te nemen.
Want als Stef zonder legale bron van inkomsten feestviert in een hotel is er misschien wel wat aan de hand.
Een en ander leidde tot de aanhouding van Stef.
Hij moest mee om tekst en uitleg te geven.
Aan de portier kon hij nog net vragen zijn spullen even op te slaan, die zouden later wel worden opgehaald.

De rechters zeggen tegen Stef dat de officier van justitie vermoedt dat die spullen zijn verworven met crimineel geld.
Stef: ‘Phoe.’
Hij zegt dat hij het kan uitleggen.
In de gevangenis had hij een Duitser leren kennen.
Toen hij vertelde dat hij handig is met badkamers, zei die Duitsers dat hij veel werk voor hem had.
Dus toen hij vrij kwam, was hij gaan klussen in Duitsland.
Met het geld dat hij verdiende, was hij naar het casino in Emden gegaan.
Daar deed geluk de rest, het bracht hem 9.100 euro.
Tegen de rechter: ‘En toen ben ik naar Groningen gegaan en heb de grote jongen uitgehangen.’

Zo verklaart hij dat hij zonder inkomen toch de hotelrekening van 945,60 euro kon betalen.
En zo was hij dus ook aan die spullen gekomen, spullen die nu weg zijn.
Mooie spullen die hij vaak had zien hangen in de etalage: kleding van Armani, Moncler, van Dolce & Gabbana, Soho, schoenen van Nike, een schoudertas van Botticelli.
Stef: ‘Gekocht voor 4.500 euro bij een chique modezaak in Haren. Ik dacht met al dat geld, dit is mijn kans.’
Hij heeft de bonnetjes nog.

De officier van justitie zegt dat Stef bij de politie heeft gezwegen.
‘Dat hij nu met een verhaal komt over klussen in Duitsland en een casino in Emden is nieuw. Dat hebben we niet kunnen verifiëren.’

Rechters: ‘Niet zo handig Stef.’
Stef: ‘Heb ik dan geen rechten?’

De officier van justitie vindt dat Stef zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen: hij heeft crimineel geld omgezet in luxe.
Het misdaadgeld moet hij inleveren, welgeteld 7.445,60 euro.
Volgens de aanklager kan Stef dat heus betalen.
Hij moet immers nog 6.000 euro van Danny krijgen.
Ook heeft Stef 1.500 euro ontvangen van het Hampshire Hotel.
Als goedmakertje, omdat het hotel spullen van een gast zomaar en zonder vragen te stellen aan een derde had meegeven.

Verder moet er twee maanden celstraf volgen waarvan de helft voorwaardelijk mag.
Die straf eist de aanklager omdat Stef het bancaire verkeer in gevaar heeft gebracht.
Een maand zitten voor zoiets klinkt niet bijster veel.
Aan de andere kant: in de banksector zijn mannen met veel grotere bedragen met minder naar huis gegaan.
Maar dat verhaal begint heel ergens anders.

Rob Zijlstra

UPDATE –  14 februari 2014 – uitspraken
Danny is veroordeeld tot de geëiste 32 dagen waarvan 30 voorwaardelijk. Daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 50 uur. Aan Stef moet hij 5.286 euro betalen.
Stef heeft twee maanden celstraf gekregen waarvan eentje voorwaardelijk is. Daarnaast moet hij zijn criminele winst inleveren: 7.445,60 euro.

tweet1

tweet (en klik)

Cheb wordt vervolgd

pot-rode-verfCheb is in z’n eentje zo’n beetje het hele Marokkanenprobleem in Groningen.

Anders gezegd: er zijn wel Marokkanen in Groningen, maar in de rechtszaal komen ze zelden, ze hebben daar kennelijk niks te zoeken.
Cheb daarentegen is al jaren een van de meest trouwe bezoekers van zittingszaal 14.
En altijd voor hetzelfde: inbraken en insluipingen.

Hij kwam 34 jaar geleden vanuit Beni Bouifrour naar Nederland.
Veel heeft hem dat niet gebracht.
De eenvoudige sportschoenen die hij draagt zijn van de penitentiaire inrichting in Ter Apel.

Cheb is behept met een dijk van een drugsverslaving, een vlotte babbel en een enorm zelfinzicht.
Met zijn diepdonkere ogen zegt hij tegen de rechters: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Hij wandelde in juni dit jaar door de Folkingestraat in de binnenstad van Groningen.
Hij zag dat in de synagoge een tentoonstelling was waarvoor entree moest worden betaald.
Zijn hersenen begonnen meteen te ratelen: entree is geld, geld is drugs.
Het lichaam deed de rest: dat begon te klimmen en via een plat dak en met behulp van een koevoet die hij altijd bij zich draagt ging hij naar binnen.
Hij vond de kassa met daarin de entreegelden en enige eagle-munten.

Hij werd gesnapt en nu heeft hij zo ontzettend veel spijt.
Bij de politie had hij gezegd dat hij schoon schip wilde maken.
Want hij is verliefd.
Cheb: ‘Tot over mijn oren.’
Op het bureau werden alle verloven ingetrokken want als Cheb gaat biechten zou het oplossingspercentage van inbraken en insluipingen wel eens tot een recordhoogte kunnen stijgen.
Alle wijkagenten van Groningen gingen om hem heen zitten en keken hem vol verwachting aan.
Cheb: ‘Alle andere zaken heb ik niet gedaan.’

De inbraak in de synagoge was ook meer een samenloop van omstandigheden geweest.
Ze heet Anna op wie hij smoorverliefd is.
Ze hadden een heftige ruzie gehad, zo heftig dat hij een gat in de deur had geslagen en toen naar buiten was gegaan, met het hoofd helemaal vol.
Tegen de rechters: ‘Zij zat de hele dagen te zeuren om geld en drugs. Daarom besloot ik op pad te gaan om in te breken.’

Nu hij in de gevangenis zit, mist hij haar.
Zo erg dat hij er bijna gek van wordt.

Cheb heeft ‘s nachts geen frisdrankautomaten opengebroken in het UMCG.
Hij heeft ook niet ingebroken in het gebouw waarin onder meer de biljartverenging is gevestigd.
Ook de laptops uit een gebouw van het Noorderpoortcollege heeft hij niet gestolen.
In het studentenpand waar mobiele telefoons waren ontvreemd, is hij nog nooit geweest.

Dat er foto- en filmmateriaal is waarop Cheb te zien is ten tijde van de diefstallen doet daar volgens hem niet aan af.
Zijn dna op een blikje Fanta in het pand waar de biljartvereniging huist, met de kans kleiner dan 1 op 1 miljard dat het van iemand anders is?
Die telefoon die hij had, afkomstig uit dat studentenpand?

Hij zegt: ‘Die telefoon die ik had, had ik geruild met iemand.’
Beelden van beveiligingscamera’s?
Blikje Fanta met daarop zijn dna?
Cheb: ‘Kan wel kloppen, want ik ben daar geweest. Maar niet om te stelen, maar om rustig drugs te kunnen gebruiken. Ik zoek altijd rustige plekken op omdat ik mijn moeder niet wil confronteren met mijn drugsgebruik. Maar ik ontken ten stelligste dat ik daar heb ingebroken. En u moet het volgens de wet wettelijk bewijzen.’

Rechters: ‘U weet hoe het werkt.’

De officier van justitie ook: ‘Wettig en overtuigend.’
Cheb: ‘Ik mis Anna ontzettend. Ik wil graag met haar trouwen en kinderen krijgen en aan mijn vader met wie ik al acht jaar niet heb gesproken laten zien dat ik ook goed kan doen.’

De officier van justitie: ‘U krijgt nog een kans.’
Cheb: ‘Ik verdien straf voor die inbraak in de synagoge.’

De officier van justitie: ‘Achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk.’
Cheb: ‘Ik zou liever iets voor de samenleving terug willen doen. Ik wil de synagoge wel schilderen, van binnen en van buiten… In plaats van gevangenisstraf.’

De officier van justitie: ‘Met als bijzondere voorwaarde een behandeling in een kliniek voor de duur van maximaal een jaar. Doet u dat niet, dan moet u een jaar extra zitten.’
Cheb knikt, snapt hij: ‘Ik wil niet langer als een tweederangsburger leven, niet meer stelen, want zo ben ik niet.’

Ik vrees: wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 7 oktober 2013 – uitspraak
Cheb is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een lang deel voorwaardelijk: een jaar. Dat is bedoeld als stok achter de deur. De straf is conform de eis. Dat is desondanks het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan het Openbaar Ministerie.  De insluiping in het Noorderpoortcollege en in de studentenwoning kan niet worden bewezen.

de rechtbank heeft het vonnis (nog) niet gepubliceerd

 cheb de flipper (september 2011)

Het dwaalspoor

ambonNee hè. Niet hij weer.
Maar als hij de rechtszaal betreedt, is er geen twijfel mogelijk: ’t is onmiskenbaar Bram. De praatjesmaker, de boef.
Bram de sportman pur sang.
Vijf jaar geleden overhandigde hij in zittingszaal 14 aan de rechters een brief.
Op acht handgeschreven velletjes papier legde hij uit waarom hij zijn leven zou beteren en wat aan dat goede voornemen ten grondslag lag: de marathon van Rotterdam.

Na die 42 kilometer zou alles goed met hem komen.
Maar volgens de hulpverleners die hem al twintig jaar kennen, heeft hij nog een lange weg te gaan.

In 2006 werd Bram veroordeeld wegens een poging tot zware mishandeling in het daklozencircuit: tien maanden celstraf.
In 2009 kreeg hij de veelplegersmaatregel isd (twee jaar in de gevangenis) opgelegd vanwege het leegdrinken van een fles Pisang Ambon in de Albert Heijn en – daaropvolgend – een poging een Playstation te stelen bij de Mediamarkt.
In 2012 – net vrij – wilde het Openbaar Ministerie hem nogmaals twee jaar ’isd’ opleggen wegens een gevalletje van oplichting.
De rechtbank trapte er al dan niet in en legde negen maanden celstraf op waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Op 17 april dit jaar kwam Bram met zijn cocaïneverslaving op vrije voeten.
Het duurde maar even en hij zat weer op het politiebureau.
Hij had een paar blikjes bier gestolen bij de Jumbo in de Euroborg.
En kroketbroodjes.
En een bak met ijs.

De rechters vragen aan hem: ’Klopt dat?’
Bram: ’Klopt.’
Rechters: ’Hoe kwam dat zo?’
Bram: ’Ik had een huisvestingsprobleem. Was gefrustreerd, reageerde wat impulsief, ’t gleed zo de tas in.’

In 2009 zeiden de rechters tegen hem: ’U bent 37 jaar. Al zestien jaar lang heeft u problemen met politie en justitie. Van die zestien jaren heeft u er tien in de gevangenis gezeten. U bent een maatschappelijk probleem (…).
Nu, vijf jaar verder, lijkt er aan het mislukte rotleven van Bram weinig veranderd.

Hij is nog altijd een sportman pur sang – dat zei hij in 2009 en dat herhaalde hij deze week.
Nog steeds gieren de goede bedoelingen door het magere lijf en is er de chaos in de kop als hij geen alcohol drinkt.
De cocaïne sloopt ondertussen ongestoord verder.

Bram ziet het anders.
Tegen de rechters: ’Eigenlijk heb ik geen probleem. Een alcoholprobleem zoals jullie zeggen? Nee. Ik drink wel eens een biertje, maar altijd verspreid over de dag. Ik heb tien jaar op straat gelopen, ik had een huisvestingsprobleem. Maar dat probleem is nu opgelost.’

Hij vervolgt, steeds enthousiaster: ’Ik heb er wel slechter voor gestaan. Een stukje begeleiding, dat kan ik wel hebben. En ik heb een paar corrigerende tikjes nodig als ik op het dwaalspoor beland… Maar verder?’

De rechters vragen waarom het hem ditmaal wel zal lukken?
Bram, glunderend: ’Ik heb een vriendin. Zij heeft een huis in Emmen. Ik heb dus geen huisvestingsprobleem meer.’

In 2009 meldde de reclassering aan de rechtbank dat Bram zijn laatste kans had verspeeld.
Alle hulp die hij de afgelopen jaren aangeboden had gekregen, was op niets uitgelopen. Bram heeft, zei de reclassering, wel een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.
Nu – in 2013 – zegt de reclassering: ’Zijn motivatie is goed en oprecht. Maar wat wij ook doen, hij haakt op het laatst altijd weer af. De enige mogelijkheid die wij zien is nogmaals een langdurige en gedwongen behandeling. En dat kan wat ons betreft alleen binnen een isd-tracject van twee jaar.’

Bram, wanhopig : ’Maar we houden van elkaar. Ik zou een isd verschrikkelijk vinden want dan ben ik haar twee jaar kwijt. Ik weet niet of ik dat wel aankan.’

Bram’s liefde zit achter in de zaal.
Af en toe draait hij zich om en werpt haar lieve blikken toe.
Hij zegt: ’Ik moet hier een kans mee verdienen.’
De liefde, twintig lentes jong, staat onder begeleiding van de hulpverlening.

Rechters: ’Hoe komt u er bij dat u bij haar mag intrekken?’
Dat heeft ze aangeboden.
Rechters: ’Heeft zij u ook opgezocht in de gevangenis?’
Dat heeft ze niet, want ze heeft veertig graden koorts gehad.
Rechters: ’Is uw relatie belangrijk omdat ze u een woning verschaft?
Oh nee, zo moeten de rechters het niet zien.

De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Bram’s wereld sodemietert in elkaar.

Maar dan.
Dan is daar Lidewij Wachters, de advocaat.
Zij zegt dat de rechtbank de isd-maatregel helemaal niet kan opleggen want er wordt niet voldaan aan de criteria.
Die zijn dat tegen een verdachte ten minste tien processen-verbaal in de voorbije vijf jaar moeten zijn opgemaakt in verband met strafbare feiten.
En de advocaat telt er maar negen.

Terwijl Bram met wapperende handen sussende gebaren maakt richting de liefde, rommelt de officier van justitie in haar papieren.
Na even zegt ze: ’De advocaat heeft gelijk. De isd kan helemaal niet worden opgelegd. Ik eis 82 dagen celstraf – dat is de tijd die verdachte al vastzit – wegens de diefstal van blikjes bier en kroketbroodjes.’

Bram danst in blijde verwachting de dans te ontspringen de rechtszaal uit.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Bram kan niet naar de isd, zoals de advocaat al bepleitte. Voor de diefstal heeft hij twee maanden celstraf gekregen, niet toevallig de tijd die Bram al heeft gezeten. Hij mocht kort nadat uitspraak was gedaan de gevangenis met zijn goede voornemens en vlinders in de buik verlaten.  Zet’m op Bram.

De veelpleger

witenbruinMarcel K. (43) is veelpleger te Groningen.
Dat is hij vooral op papier, want de in Delfzijl geboren draaideurcrimineel zit vaker achter de tralies dan hij buiten is.
Marcel is zo iemand die twee jaar vastzit, dan op vrije voeten komt en binnen 48 uur met zijn woeste kop weer op het politiebureau zit.

Veel tijd om veel te plegen heeft hij niet.
Zijn misdaden zijn ook nooit heel groot.
Een oude fiets, een leeg kratje bier voor het statiegeld.
Deze week stond hij terecht voor een reep chocolade die onbetaald de kassa passeerde van de Albert Heijn aan de Vismarkt in Groningen.
Dat had hij niet gedaan, maar Luit, een lotgenoot van de straat.
Marcel had de reep later gepakt, toen die al gestolen was.

‘Mag dat niet?’, vraagt Marcel met luidde stem aan de rechters. ‘Er mag zo veel niet. Kloteland. Waar gaat dit over?’
Ook dat is Marcel.
Vloekend en tierend werkt hij zich door de rechtszaak heen.
Wat hij zeven jaar geleden terloops opmerkte (‘Ik heb geen hulp nodig, ik red mij wel’), zegt hij nu weer.
Een van de rechters, die hem nog niet eerder meemaakte, zegt met de beste bedoelingen: ‘Dat u zo opstandig doet, dat helpt u niet hoor.’
Marcel: ‘Ach, hou toch op man.’

Marcel is ongevoelig voor justitiële druk, heet het en dat is al jaren zo.
En ook nu wordt gezegd: de kans op recidive, op herhaling, is groot.
Je kunt beter zeggen: die staat vast.
De reclassering weet het al heel lang ook niet meer.
Ja, intensieve zorg en begeleiding in combinatie met dagbesteding.
‘Ik werk wel mee,’ zegt Marcel.
De rechters: ‘Echt waar?’
Marcel: ‘Tuurlijk. Ik heb ja niets anders.’

Ondanks het feit dat hij vaker opgesloten zit dan vrij is, slaagt hij er in zijn chronische verslaving in stand te houden.
Dat maakt de kop gek.
Na zijn laatste detentie, werkte Marcel op een zorgboerderij, maar heel lang hield hij dat niet vol.
Bromt: ‘Ik ga niet de hele dag koeienstront scheppen, daarvoor ben ik niet op de wereld gezet.’

Marcel werd aangehouden omdat hij zou hebben geprobeerd in te breken in een cafetaria. Samen met Luit.
Marcel ontkent.
Hij liep er langs, kwam bij een kameraad vandaan die een feestje gaf.
Een bewoonster had hen gezien en de politie gebeld.
Marcel: ‘Wie is Luit? Die ken ik niet. Nooit van gehoord.’
Rechters: ‘Dat is de man bij wie u een tijdje heeft ingewoond.’
Marcel blijft ontkennen, het lijkt hem sterk.

Om een einde te maken aan mannen als Marcel is jaren geleden de veelplegersmaatregel ISD bedacht.
Twee jaar lang wordt de veelpleger opgesloten en krijgt hij hulp op maat aangeboden.
Wie niet meewerkt, krijgt niks en zit twee jaar vast op water en brood.
De maatregel wordt gevreesd en door sommige juristen een gedrocht genoemd.
Justitie noemt de maatregel evenwel al jaren een succes.
Het succes is vooral dat de opgesloten veelpleger twee jaar lang niks kan uitvreten.
Dat is de winst.

De maatregel kan opgelegd worden voor een mislukte inbraak of voor het opeten van een gestolen stuk chocolade.
Marcel moest er al twee keer aan geloven wat hem jaren van de straat hield.
De reclassering blijkt tot nieuwe inzichten te zijn gekomen.
In het advies aan de rechtbank zegt de reclassering dat de veelplegersmaatregel contraproductief werkt voor veelpleger Marcel.
Anders gezegd: het heeft zelfs geen zin meer om Marcel op te sluiten.
Marcel is het daar wel mee eens.

Om toch iets te eisen, eist de officier van justitie dan maar dat de rechtbank Marcel veroordeelt tot een voorwaardelijke ISD.
Gaat hij binnen de proeftijd van twee jaar de fout in (wat zeker gaat gebeuren) moet hij alsnog.
De reclassering is toch tevreden.
Om iets voor Marcel te kunnen doen, is een ‘justitieel kader’ nodig.
Marcel vindt het best.
Als hij wordt afgevoerd, zegt hij tegen zijn rechters: ‘Moi.’
Net als in 2006.

Rob Zijlstra

inrichting voor stelselmatige daders (ISD)

.

UPDATE  – 17 mei 2013 – uitspraak
Marcel moet zitten, dat wil zeggen dat wat hij al heeft gezeten, moet hij zitten. De rechtbank veroordeelt hem tot 6 maand celstraf waarvan 2 voorwaardelijk. De rechtbank gaat uit van medeplichtigheid aan een poging tot diefstal in verenging. Daarnaast: reclasseringstoezicht. Bijzondere voorwaarde: geen harddrugs.  Het vonnis betekent dat Marcel maandag op vrije voeten komt. De reclassering zorgt er voor dat hij veilig van de uitgang van de gevangenis in Ter Apel naar Franeker kan reizen. Daar wacht hem een behandeling.

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Marcel is veroordeeld tot de 2 jaar durende isd-maatregel wegens de diefstal van twee blikjes bier, een fiets en wegens het bedreigen van een medewerker van een supermarkt. Het is de vierde keer dat hij isd krijgt opgelegd. Eenmaal werd de maatregel in hoger beroep teruggedraaid. Marcel speelt als veelpleger in de eredivisie.