Onbevreesd en onschuldig

kebabWie niets heeft gedaan, heeft niets te vrezen.
Zeg dat maar een keertje tegen de 22-jarige Mario als hij weer vrij is.
Hij heeft niets gedaan en toch zit hij een half jaar in de gevangenis.
Hoe kan dat dan?
Omdat drie anderen beweren dat hij wel iets heeft gedaan.

Mario had bij de BIM getankt en wilde nog een broodje kebab scoren voordat hij naar huis zou gaan.
Hij parkeerde de auto voor de broodjeszaak op de stoep.
Mag niet, maar toe maar.
Op de stoep stonden drie studenten, om zes uur in de ochtend.

Ze schrokken zich broodnuchter een ongeluk.
De auto stopte op luttele centimeters voor hen.
Een dikke meter, zegt Mario.
Met piepende remmen, beweren de studenten.
Mario: ‘Ik remde netjes. Er waren geen remsporen.’

Kortom, er was op de nog vroege zondagochtend bij een broodjeshuis in de binnenstad van Groningen een opstootje.
De studenten noemden Mario met zijn gevaarlijk rijgedrag een kut-neger.
Mario zei op zijn beurt: ‘fuck you‘ en bestelde binnen een broodje.
Toen hij weer buiten kwam, stonden de drie studenten hem op te wachten.

Mario zou toen eerst met een mes hebben gezwaaid en vervolgens hebben geprobeerd hen met zijn auto dood te rijden.
Dat zeggen de studenten.
Mario ontkent dat.
Zegt: ‘Er reed een politieauto voorbij. Als het waar is wat ze zeggen, waarom sloegen ze toen geen alarm?’
Hij zegt dat er ook geen mes is gevonden. ‘Want er was geen mes, er was alleen een woordenwisseling.’

De studenten deden aangifte en Mario werd een uur na het gedonder thuis aangehouden.
Dit alles gebeurde op 23 september 2012.
Mario zit sindsdien vast.

De officier van justitie zegt dat hij moet kiezen.
Hij kiest voor de waarheid van de studenten omdat de situatie dankzij Mario met zijn strafblad is geëscaleerd.
Hij baseert zich op de verklaringen van het drietal, ander bewijs is er niet.
Mario kan in z’n eentje zeggen wat hij wil, drie weten nu eenmaal meer dan één.

De officier van justitie (‘er is hier behoefte aan vergelding’) komt met een stevige eis wegens bedreiging en een poging tot zware mishandeling: 365 dagen gevangenisstraf waarvan 172 dagen voorwaardelijk.
Op de dag van de uitspraak – over twee weken – heeft Mario dan precies 193 dagen achter slot en grendel gezeten.
Dat mag voldoende zijn.
Daarnaast een taakstraf van 240 uur.
En een rijontzegging van anderhalf jaar vanwege de auto op de stoep.
En aan een van de studenten (die psychische hulp had ingeroepen) moet hij 750 euro betalen.

Zo gevaarlijk kan het, als je niets te vrezen hebt, in de rechtszaal dus zijn.

Het kan ook anders.
Er bestaan verdachten die wel iets hebben gedaan, maar ook dan niets te vrezen hebben.
Dennis is zo iemand.
Hij is net als Mario 22 jaar en zit al heel zijn leven in de criminaliteit zegt hij.
Hij zit vaker in de gevangenis dan hij buiten is.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik ben gelukkig.’
Een van de rechters: ‘U heeft problemen, want u zit weer vast en tegenover mij.’

De reclassering meldt dat Dennis iemand is die zich nergens druk over maakt en zijn eigen manieren heeft om geld te maken.
De gemiddelde mens zou er gek van worden, maar hij vindt het allemaal wel prima.

Dennis zou drie woninginbraken hebben gepleegd en twee keer hebben gestolen in winkels.
Hij bekent alleen de diefstal van een flesje eau de toilette bij Aktie Maxi.
Dat spul had hij geruild voor een beetje heroïne.
Maar negen pakken luiers bij de Kruidvat?
Ja of nee?
Dennis beroept zich op het zwijgrecht, dat lijkt hem beter.

In een woning waar was ingebroken – een studentenwoning, laptop weg – was een bloedspoor gevonden.
DNA. Van Dennis.
Dennis vraagt aan de rechters: ‘Moet ik de waarheid spreken?’
Rechters: ‘Nee, maar het wordt wel op prijs gesteld.’

Dennis zegt: ‘Eens woonde daar een vriendinnetje van mij. Dan kwam ik daar wel eens. Dat moet de verklaring zijn.’
Er was een spoor aangetroffen op een regenpijp die was gebruikt om via een raam in een andere woning te komen.
Spoor van Dennis.
Hij zegt dat hij wel eens in die regenpijp klimt.
Naast dat huis waar is ingebroken woont een dealer en daar komt hij wel.
‘Dan klim ik eerst in de regenpijp om op het raam te kunnen kloppen.’

In de derde woning stond een fles op het aanrecht, een fles die voor de inbraak nog in de koelkast stond.
Uit de fles was gedronken. Speeksel. DNA.
Jawel, rapporteert het NFI: ”t Is weer Dennis.’

Dennis: ‘Ik was die avond op stap met een kennis. Hij wilde een woning doen, ik wilde niet mee. Ik zat toen een half uurtje in een cafetaria. Daarna ben ik even gaan kijken, hij had alles over de kop gehaald. Ik heb toen een slok uit die fles genomen en ben weggegaan. Ik heb dus niet ingebroken of iets gestolen.’

De officier van justitie, droogjes: ‘Meneer overtuigt mij niet van zijn onschuld.’
De officier van justitie noemt Dennis een notoire inbreker op het foute pad die niet van goede wil is.
De advocaat smeekt (bijna) om Dennis een aller-, aller-, allerlaatste kans te geven.
De officier van justitie piekert er niet over.

Even later verlaat Dennis de rechtszaal met een strafeis van 23 maanden cel aan de broek.
Onbevreesd, want in zijn hoofd onschuldig.

Rob Zijlstra

.

UPDATE  – 4 april 2013 – uitspraken
Mario is veroordeeld, want schuldig, vinden de rechters. Schuldig aan bedreiging, mishandeling en aan de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Dat leverde hem 370 dagen celstraf op waarvan 172 dagen voorwaardelijk. Dat betekent dat Mario vandaag de gevangenis mag verlaten waarna een rijontzegging van 12 maanden in werking treedt.  Aan een van de slachtoffers moet hij 550 euro betalen.

Dennis moet een jaar zitten. De rechtbank acht vier van de vijf diefstallen bewezen.

Niet normaal

Hun uitgeleefde lichamen verkeren in staat van aanhoudende crisis, in de hoofden is altijd chaos. Ze willen wel anders, niets liever dan anders, maar dat kan niet meer.
Om gek van te worden.

Of soe-ie-sie-daal, zegt Jan die 40 jaar is.
Met zijn handen wrijft hij door het vermoeide gezicht. Jan zegt dat er bepaalde omstandigheden zijn.

Suuz is 30 jaar.
Zij wil heel graag nog een keer een leven, maar dan eentje zonder drugs.
Ze heeft horen spreken over afkickkliniek Hoog-Hullen.
Suuz zegt tegen de rechters: ‘Ik heb gehoord dat ze je daar he-le-maal afbreken. Maar dat ze je daarna ook weer opbouwen. Dat wil ik zo graag.’
Antje, 46 jaar en de grootste, zegt dat ze kickbokser is en dat ze sowieso niet kan rekenen.

Jan had, nadat hij in Groningen over de schutting was geklommen, sokken aan een waslijn zien hangen.
Die sokken had hij om zijn handen gedaan en zo was hij door een groot raam geklommen.
Tegen de rechters: ‘Nooit goed natuurlijk.’

Suuz vertelt dat ze hadden gebruikt en dat ze op het Zuiderdiep acht halve liters hadden gestolen. Daarmee waren ze naar het Oosterpark gegaan om daar op een bankje te zitten. Naast een mevrouw. Ze had om twee euro gevraagd. En toen die vrouw dat niet wilde geven, vroeg ze om één euro vijftig.

Antje: ‘Ik snap er geen zak van.’
Rechters: ‘Waar snapt u geen zak van?’
Antje haalt haar schouders op.
Zegt: ‘Ik zei nog tegen die vrouw, ik geef me je adres, die en die straat, dat en dat nummer, dan betaal ik je terug.’

Suuz en Antje ontkennen dat ze geweld gebruikten.
Het slachtoffer verklaarde dat ze door de grootste in haar gezicht was geslagen, tweemaal, met de vlakke hand.
Antje, resoluut: ‘Ik sla met de vuisten. Of ik sla niet. Sowieso neem ik nooit geld aan. Die vrouw duwde twintig euro onder mijn gezicht. Die heb ik wel gepakt.’
Suuz: ‘We gingen een beetje aan haar tas trekken. Antje wilde de telefoon ook pakken. Ik zei toen, nee, niet doen. Tegen die mevrouw zei ik, doe maar twintig euro, dan zijn we weg.’
Antje: ‘Ik heb geen verstand van telefoons, ik ben analfabeet.’

Ook in Assen – Jan woont in Assen – zou hij over een schutting zijn geklommen.
Toen hij door een omwonende werd aangesproken zei hij dat hij een bal zocht.
Later waren een boormachine en een handschuurmachine van Black & Decker verdwenen.
Jan zegt: ‘Tijdens de verhoren gaat de politie nu anders met je om. Heel specifiek. De opbouw is ook anders dan vroeger.’

Suuz vertelt dat ze dagelijks wordt geconfronteerd met het leven dat ze heeft geleefd.
Heel mijn lichaam, zegt ze, zit vol littekens.
Naast de heroïne dronk ze twee flessen port op een dag, tussen de halve liters bier door.
Tegen de rechters: ‘Ik heb mijn moeder mishandeld. Die was alcoholist.’

Antje kijkt met open mond naar Suuz.
Antje zegt: ‘Mijn moeder, dat wil zeggen dat mens waar ik uit kom, heeft mij nogal wat aangedaan. Als ik een andere moeder had gehad, had ik hier niet gezeten. Gelukkig is ze dood.’

De inbraak in het schuurtje in Assen kan Jan zich niet herinneren.
De omwonende had hem wel herkend.
De politie liet haar 24 foto’s zien.
Ze wees foto negen aan.
Jan.

Antje zegt dat ze wel tegen haar vader praat.
‘Die is er niet, maar ik praat wel altijd tegen hem. Soms zeggen mensen dat ik een beetje gek ben. Ik wil het liefst een huisje met mijn vriend. Als ik bij hem ben, gebruik ik niet.’

Er is ook een vrouw beroofd aan het A-kerkhof in Groningen.
Klopt wel zeggen Suuz en Antje.
Antje: ‘Ik ga liever met mannen om.’
Suuz: ‘We gingen de stad in, op zoek naar een slachtoffer. We zagen een vrouw die uit de kroeg kwam. We vroegen haar hoe laat het was. Toen pakten we haar vast. We fouilleerden haar. Ze viel op de grond. Antje zat boven op haar. Ik heb de portemonnee gepakt.’
Antje: ‘Klopt niet. Ik pakte haar bij de kin en zei, rustig, ik help je wel. Ze wilde me slaan. Ik zei niet doen, ik heb een kunstgebit. En hepatitis C.’

De rechters vragen wat het nu allemaal heeft opgeleverd.

Antje: ‘Gevangenisstraf. Want jullie maken mij niet wijs dat ik over twee weken weer buiten sta.’
Suuz: ‘Ik zit nu in een weekprogramma. Ik zal niet weglopen.’
Antje: ‘Elke woensdag kras ik er een streepje bij aan, want ik kan immers niet rekenen.’

‘Wat? Een grijze damesfiets, een Mercure Freeride? Ja, dat kan wel kloppen’, zegt Jan.
‘Waarom? Ik had een fiets met een lekke band. Ik kon dus niet anders dan een fiets stelen.’
Rechters: Er zijn ook mensen die dan naar een fietsenmaker gaan.’
Jan: ‘Ja, het is ook niet de normaalste zaak van de wereld.’

De officier van justitie wil de behandeling van Suuz niet doorbreken met een nutteloze gevangenisstraf.
Suuz zat vanwege de twee straatroven al 110 dagen achter tralies.
De strafeis luidt daarom 365 dagen waarvan 255 voorwaardelijk.
Kan de behandeling voortgezet.

Ze krijgt een vette knipoog van Antje die achttien maanden celstraf hoort eisen.
Ze zegt dat ze ontiegelijk veel spijt heeft.

Jan erkent dat hij de dingen flikte omdat hij gepakt wilde worden.
‘Ik zat al bij de GGZ, eigen bijdrage, een heel team, maar er gebeurde niks. Nu ik in de gevangenis zit, komen ze allemaal langs.’
De officier van justitie: ‘Je valt andere mensen lastig met jouw problemen. In Drenthe bent u veelpleger. Niet goed. Achttien maanden celstraf, zes voorwaardelijk.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2012 –  uitspraken
De rechtbank is van mening dat Jan vier van de vijf diefstalen heeft gepleegd. Hij krijgt daarvoor de straf die de officier van justitie heeft geeist: anderhalf jaar cel waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat is een jaar zitten met aftrek van het voorrarrest. Jan zal niet ontvreden zijn.
Antje moet ook zitten: 16 maanden. Ook voor Suuz zijn de rechters aardig, zij hoeft niet tergu naar de cel, maar mag in de kliniek blijven waar ze nu en vooralsnog niet zonder succes wordt behandeld. Samen moeten ze wel 903 euro aan een van hun slachtoffers betalen. Wie betaalt, maakt de rechtbank niet uit.

Het straattheater

Mark en Henk zijn jongens van de straat.
Misschien kennen ze elkaar wel.
Zijn het gabbers of hebben ze ruzie.
Of beide. Wat ze in ieder geval gemeen hebben is dat ze deze week terecht moesten staan in verband met diefstal.

Henk zou een zak drop hebben gestolen.
Mark blikjes bier.

Voor de jongens van de straat gelden andere wetten.
Omdat ze de klappen van de zweep kennen en altijd de schijn tegen hebben.
De zak drop kost Henk een half jaar gevangenisstraf.
Mark moet zeven maanden de bak in.

Voor drop en een paar blikjes bier?

Mark is 42 jaar. Daarvan is hij er ruim dertig jaar verslaafd, een hele prestatie wanneer je bedenkt dat hij een aanzienlijk deel van zijn leven achter de tralies heeft doorgebracht.
In 2005 kreeg hij al eens ISD opgelegd, de veelplegersmaatregel die twee jaar opsluiting betekent.
Dat was voor een poging een fiets te stelen.

Mark deed bijna vijf jaar over die twee jaar.
Dat kan helemaal niet, maar in zijn geval ging het wel zo.
Niet dat het iets heeft geholpen.

Bij de C1000 had hij een paar blikjes bier gepakt en was daarmee zonder te betalen de winkel uit gelopen.
Camera’s registreerden het.
Tegen de politierechter zegt Mark: ‘Ik ben me er niet van bewust.’
Eigenlijk lijkt het hem ook sterk: ‘Volgens mij heb ik een ontzegging voor de C1000. Mag ik er niet in.’

De politierechter zegt dat hij wel heel erg lijkt op de man die door de camera’s is vastgelegd.
Mark oppert dat het ook iemand anders kan zijn.
Zegt: ‘Ik bedoel maar, wat is waar?’
Politierechter: ‘Eigenlijk is er geen twijfel mogelijk.’
Mark: ‘In dat geval moet je je eigen conclusies maar trekken. Die kan ik niet voor je invullen.’

Op een tijdelijk verblijf in de ruimte na, is alles geprobeerd om Mark op het rechte pad te krijgen.
De politierechter vraagt aan hem: ‘Nooit eens gedacht, nu ga ik het doen, vanaf nu moet het anders?’
Mark: ‘Ho, ho. Zoiets gaat niet één, twee, drie hoor. En verder kan ik er niet veel over zeggen.’
Politierechter: ‘Er hangt een sfeer van uitzichtloosheid om u heen.’
Mark: ‘Ach, toe maar. Ik ben achttien maanden buiten geweest en dit wordt pas mijn derde veroordeling. Ik vind het wel meevallen. Ik bedoel maar, wat is hopeloos?’

De reclassering geeft nooit op en adviseert een klinische opname voor maximaal achttien maanden.
Mark: ‘Ik heb me wel vaker opgeofferd, maar achttien maanden duurt me te lang.’

De officier van justitie zegt dat hij Mark nog wel kent uit de tijd dat hij in de gevangenis werkte, in de jaren tachtig.
Begeleiding door de reclassering ziet de aanklager niet zitten.
Zegt: ‘Zonde van het geld.’
Hij eist vier maanden celstraf. Plus de zes maanden die hem als gevolg van eerdere veroordelingen nog boven het hoofd hingen.
Maakt opgeteld tien.

De politierechter kan zich er grotendeels in vinden.
Zegt: ‘Ik realiseer me dat het niet gemakkelijk is om ineens een brave burger te worden. Maar wij kunnen niet rekening blijven houden met uw omstandigheden. Daar komt een keer een einde aan. De middenstand heeft last van u. Ik veroordeel u tot zeven maanden gevangenisstraf.

Mark: ‘Okay dan.’

Hij maakt plaats voor Henk die gehaast de rechtszaal binnenloopt.
Zegt: ‘Ik loop altijd snel.’
Hij heeft een zak drop gestolen bij de Jumbo.
Ook hier camera’s.
Toen hij werd aangehouden, had hij een paar gram cocaïne op zak.
Bij het station had hij geprobeerd een fiets te stelen.

Henk ontkent.

Hij zegt dat het een complot is van de Jumbo.
Hij legt uit dat hij vaak op het plein staat, voor de Jumbo.
Daar vertelt hij moppen aan het winkelend publiek.
Of doet hij raadsels.
Tegen de politierechter: ‘Ik bedel dus niet, maar val onder het straattheater. De Jumbo kan mij om die reden niet wegsturen. Dat willen ze wel. Daarom proberen ze me op deze manier te pakken.’

En die fiets dan?
Henk: ‘Dat was mijn eigen gestolen fiets. Ik was mijn sleuteltje kwijt, want ik ben altijd van alles kwijt. Dus dan moet ik het slot openbreken. Word ik aangehouden, fiets in beslag genomen, moet ik weer een nieuwe aanschaffen. Cirkeltje rond.’

En nu hij toch bezig is, of de officier van justitie wel weet dat die junkies de markt verpesten, dat die junkies van tegenwoordig fietsen op straat aanbieden voor twee euro. Waar zijn we mee bezig?
Klaagt: ‘Een tientje krijg je er niet meer voor.’

De officier van justitie wekt niet de indruk dat hij daar werk van zal maken.
Henk kan wel meer vertellen.
‘Altijd van alles kwijt. Ja, ja. Je moet je afvragen of hij niet zijn verstand is verloren.’

Over die zak drop die hij niet heeft gestolen, zegt de officier van justitie: ‘Die zak zat wel in zijn tas.’
Henk over die fiets die hij niet heeft gestolen: ‘Ik wil nog wel even gezegd hebben dat ik helemaal geen gereedschap bij me had.’
Ra ra, hoe kan dat?

De officier van justitie: ‘Afstraffen. Met opgeteld zes maanden gevangenisstraf.’

De politierechter hoeft niet lang na te denken.
‘U leeft zoals u leven wilt en dat respecteer ik. Maar u bent volstrekt ongeloofwaardig en zorgt voor overlast. U moet zes maanden zitten.’

Henk staat op, schudt met het hoofd (zo veel onbegrip) en verlaat, haastig nu het nog kan, de rechtszaal.

Rob Zijlstra

De wet van Dion

De beelden van de beveiligingscamera laten aan duidelijkheid weinig te wensen over.
De camera staat gericht op de twee grote glazen toegangsdeuren van het café.
Dion, capuchon over het hoofd, staat aan de bar en dat mag niet.
Hij heeft een toegangsverbod van drie jaar en die zijn nog niet verstreken.
De portier is onverbiddelijk.
Hij opent een van de deuren en wijst Dion met een gestrekte arm de weg: wegwezen!

Dion geeft gehoor aan dit gebiedende verzoek.
Hij sjokt rustig de straat over en buigt zich over zijn scooter die aan de overkant tegen de gevel staat.
Hij pakt iets, draait zich om en loopt terug naar het café, vol in het zicht van de camera.

De portier staat nog steeds bij de deur en ziet dat Dion een ketting in zijn rechterhand heeft.
De officier van justitie zal later zeggen: ‘Een ketting van 1.20 meter lang, twee kilo zwaar.’
De portier probeert de glazen deur dicht te trekken, bezoekers deinzen achteruit.

Dion haalt uit.
Het volgende moment ligt de glazen deur in gruzelementen.
De officier van justitie: ‘Een glazen deur van 12 millimeter veiligheidsglas die je met een hamer nog niet kapotslaat.’

Maar dus wel met een ketting.
De portier raakt gewond, door de klap, dan wel door rondvliegend glas, dat blijft wat onduidelijk.’

Nadat hij de ruit aan diggelen heeft geslagen, loopt hij in alle kalmte weg, zonder om te kijken.
Zes seconden later rennen er politieagenten door het beeld (en dus door de straat) en wordt Dion buiten het zicht van de camera gearresteerd.

De rechters vragen aan de verdachte wat nou zijn bedoeling was met die ketting.
Dion: ‘Slaan.’

Volgens hem vertellen de camerabeelden niet het hele verhaal.
Dat hij niet in het café Ritmo (Gelkingestraat, Groningen) mocht komen, klopt.
Maar hij moest even iets ophalen, een sleutel of zo.
En die portier was direct problemen gaan maken.
Het allerergste: ‘Hij spuugde mij in het gezicht. Toen werd ik boos. Had hij dat niet gedaan, dan waren er ook geen problemen geweest.’

De wet van Dion: wanneer een man een man in het gezicht spuugt, dan mag je hem slaan.
Dion zegt: ‘Dan sla je hem gewoon.’

Ook de officier van justitie laat aan duidelijkheid weinig te wensen over.
De klap met de ketting op de glazen deur moet, gezien de gevolgen, een gigantische klap zijn geweest.
Zou die deur er niet zijn geweest, zou de portier de deur niet net op tijd hebben dichtgetrokken, dan had hij het niet kunnen navertellen.
Kortom: poging tot moord.

De officier van justitie: ‘Toen hij het café verliet, riep hij, ‘ik geef je een klap zodat je het nooit weer doet’. Hij koos voor een definitieve oplossing. Hij wilde de portier doodslaan.’

Het bovenstaande gebeurde op 6 november vorig jaar.
Maar het had net zo goed op een andere datum kunnen gebeuren.
Geweld loopt als een rode draad door het leven van Dion.
Hij is in meerdere cafés niet welkom wegens gesodemieter.

Ik kijk naar Dion die als een forse brombeer in het verdachtenbankje zit.
De rode draad loopt niet door een vrolijk leven.
Dion is van Curaçao, opgevoed door zijn opa.
Omdat hij geen school afmaakte, kan hij, ook nu hij 46 jaar is, nauwelijks lezen en schrijven.

Wat ook triest is – en bijna niet te begrijpen – is dat hij nu 24 jaar in Nederland is, maar de taal niet spreekt.
Een tolk moet zijn gebrom vertalen.

Sinds 1997 is hij klant van politie en justitie.
Hij heeft de status van veelpleger bereikt.
Een aanzienlijk deel van de voorbije vijftien jaren bracht hij door in gevangenissen.
Nog een probleem: Dion drinkt whisky, soms meerdere flessen op een dag.

Knijp je in zijn dossier, zegt de aanklager, dan druipt de drank eruit.

Dion wilde wel naar klinieken om af te kicken, maar steeds waren er weer rechtszaken, gevolgd door weer nieuwe celstraffen.

Behalve de poging tot moord, staat Dion terecht wegens diefstal (parfum, laptop) en vernieling (van nog een cafédeur).

De officier van justitie neemt 14 jaar gevangenisstraf in de mond.
Dat is de straf volgens rechterlijke richtlijnen voor moord.
Bij een poging mag het iets minder wezen.
Maar met het oog op de rode draad, de grote kans op recidive moet hier een hoge strafeis komen, zegt de officier.
Al dan niet gecombineerd met TBS.

Om de beste strafeis te kunnen formuleren, wil de officier van justitie dat gedragsdeskundigen nog eens nader naar de psyche van Dion kijken.
Het verzoek is daarom de strafzaak aan te houden, om het nadere onderzoek uit te voeren en dan een nieuwe zitting in te boeken.
De advocaat gaat er niet eens voor staan.
De advocaat zegt: ‘Daar zijn wij het helemaal mee eens.’

De rechters vragen aan Dion: ‘Zou u aan zo’n onderzoek meewerken?’
Dion: ‘Si.’

Rob Zijlstra

De laatste keer

Bram had geen taartjes meegenomen naar de rechtszaal.
De bode had niet voor koffie gezorgd ter opluistering van de feestelijkheden.
En de rechters kwamen ook niet achter hun tafel vandaan om Bram in de armen te sluiten en te feliciteren.
Laat staan dat er slingers en ballonnen in zittingszaal 14 waren opgehangen.

Had wel gekund.

Bram heeft namelijk aangekondigd dat dit de laatste keer is dat hij als verdachte terechtstaat.
Bram kapt er mee, hij heeft het gehad met zijn leven als crimineel.

De rechters hadden in het dossier zoiets gelezen.
Ze zeggen: ‘U bent er gewoon zat van hè?’
Bram beaamt dat: ‘Helemaal.’

Het strafbare feit waarvoor Bram terecht moet staan is in dertig seconden behandeld.
Op 15 augustus dit jaar krijgt de politie een telefoontje van bouwmarkt Karwei in Groningen.
Medewerkers hebben een winkeldief betrapt en overmeesterd.
Of de politie de dief even kan komen halen?
Op het bureau geeft Bram toe dat hij een slagmoermachine en een partij moerdoppen had gejat.

Rechters: ‘En u blijft vandaag bij die verklaring?’
Bram: ‘Ja.’
Rechters: ‘U erkent het feit dus. Dat is mooi. Dan kunnen we het nu over u en uw persoonlijke omstandigheden hebben.’

Bram is moe.
Niet een beetje, of een beetje veel moe, maar hij is moe in de overtreffende trap.
Een jaar of 25 geleden – hij is nu 46 jaar – ging het mis.
De drugs kregen hem in de greep om niet meer los te laten.
Een van de gevolgen was dat hij nu al bijna een kwart eeuw ‘justitiecontacten’ heeft.
Zo zeggen ze dat.

Een flink deel van die jaren zat hij achter de tralies dan wel in klinieken waar werd geprobeerd hem uit de klauwen van het drugsmonster te bevrijden.
Altijd tevergeefs.
Ze zeggen dan dat alle interventies zijn mislukt.

De rechters: ‘Recidive is bij u een patroon geworden.’
Bram ontkent het niet. Het is zo.

Dat hij nu zo vreselijk moe is, is wel te begrijpen.
Wij kunnen allerlei lelijke dingen roepen over onze junkies, maar niet dat ze lui zijn.
Wie verslaafd is, leidt een jachtig bestaan en moet keihard werken.

Veel van wat los en vast zit, heeft Bram wel eens gestolen of geprobeerd te stelen.
Tien jaar geleden hield hij zich al bezig met benzinediefstallen.
Maar ook cosmetica (veel deodorant) en vleespakketten in supermarkten waren door de jaren heen zijn ding.
Af en toe een huurauto.
In 2007 stond hij terecht voor het stelen van vijf blikken oesters bij de Edah.
Een jaar later voor dure schuur- en schaafmachines in de Hornbach.

Hij kreeg uiteenlopende celstraffen opgelegd en als actief veelpleger werd hem in december 2008 ten einde raad de maatregel isd opgelegd, de twee jaar durende interventie voor hardnekkige veelpleegmannen als Bram.

Een paar jaar geleden noemde een officier van justitie hem nog een iwab (‘ik weet alles beter’).
Maar deze week vertelde de reclasseringsmedewerkster dat Bram opener is geworden.
Nog mooier, zo rapporteerde ze aan de rechtbank, is dat Bram in zijn drugsgebruik wel steeds een terugval heeft, maar dat de periode dat het goed gaat ook steeds langer wordt.
Het gaat steeds langer goed.

Zelf zegt Bram dat hij altijd in Groningen is blijven hangen.
Niet goed, want met altijd dezelfde foute jongens.
Nu wil hij naar Dordrecht, naar De Hoop, een hulpverleningsinstelling waar niets mag: geen sigaretten, geen alcohol, geen drugs.
Alle andere plekken, denkt Bram te weten, zijn voor hem gedoemd te mislukken.

Hij beseft wat de officier van justitie in petto heeft: een nieuwe isd-maatregel van twee jaar.
De maatregel is onder veelplegers berucht.
Niemand wil die.
Maar Bram zegt dat hij er positief tegenover staat.

De rechters: ‘Dan moet u wel erg lang zitten voor een eenvoudige winkeldiefstal.’
Bram knikt.
Maar als hem binnen de isd (een aparte afdeling in gevangenis De Grittenborg, Hoogeveen) de leefstijltrainingen en het toewerken naar duale momenten bespaard kunnen blijven, dan wil hij dat wel.
Zegt: ‘Het gaat me steeds beter af, maar ik heb nog één laatste zetje nodig.’

Bram hoopt vooral dat hij met het isd-stempel zo snel mogelijk kan worden overgeplaatst naar De Hoop in Dordrecht waar niets mag.
Wanneer de reclassering dat ziet zitten, dan kan dat.
Gaat het toch mis, zegt Bram, dan kunnen ze me een time-out geven, kunnen ze me terugsturen naar Hoogeveen.
‘Het is een goede stok achter de deur.’

Bram is zich al aan het voorbereiden op zijn gewenste gang naar Dordrecht.
De Hoop is een nogal christelijke instelling en je moet je daar ook naar gedragen.
Nu heeft Bram niets met dat geloof, maar recent bezocht hij alvast een kerkdienst in de gevangenis.
En hij volgde de cursus ‘christelijk geloven’.

De reclasseringsmedewerkster: ‘De gebeden en het samen zingen, vond hij best lastig, maar we hebben alle vertrouwen in Bram.’

In drie kwartier is de slagmoermachine-zaak behandeld en heeft de officier van justitie inderdaad de isd-maatregel van twee jaar geëist.

Wanneer Bram zittingszaal 14 verlaat, gaan de rechters niet staan om te zeggen: ‘Nou Bram, jongen, ’t was ons een waar genoegen en heel veel succes. We gaan je missen na al die jaren.’

Nee, dat zeiden de rechters niet.

Rob Zijlstra


 isd-maatregel

.

UPDATE – 8 december 2011 – uitspraak
Bram krijgt zijn laatste zetje:  plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (isd) voort twee jaar. Vier maanden nadat de maatregel is aangevangen, komt er wel een toets.

De strippenkaart

De misdaad speelt zich voor een groot deel af op straat of in huizen aan de straten.
De misdaad in de rechtszaal is de juridische vertaling.

Ton (33) en Tanja (29) zouden op straat een vuile rotstreek hebben uitgehaald.
In de rechtszaal heet het dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan een diefstal met geweld.
Dan wel afpersing.

Straatroof.

Ton en Tanja zijn tortelduifjes.
In hun hoofden zijn ze altijd samen en onafscheidelijk.
In het echt zit Tanja in het Intramuraal Motivatie Centrum (IMC) in Eelde, ter voorbereiding op een verblijf in een afkickkliniek.
Ton zit vast in de bajes van Ter Apel.

Ze treffen elkaar in de verdachtenbank van zittingszaal 14.
Bij binnenkomst is Ton zijn politiebewakers net even te snel af en weet hij Tanja een snel kusje te geven.
Tijdens de zitting werpt hij af en toe lieve blikken in haar richting.

Hoewel tot over de oren verliefd, zijn Ton en Tanja geen lieverdjes.
Ze leven op straat.
Daar zwerven ze doorheen en slapen er ook als er geen geld is voor de opvang.
Als er wel geld is, of een beetje over, kopen ze drugs.

De derde persoon in dit verhaal is de man uit Assen.
In de rechtszaal is hij niet aanwezig.
Hij zit misschien wel als een brave huisman thuis in Peelo of Pittelo.

Wat hij beweert strookt niet met wat Ton en Tanja zeggen.
De tortelduiven zeggen dat het heel anders is gegaan.
Tanja zegt tegen de rechters dat ze er nog steeds erg van in de war is wat die man haar heeft aangedaan.

Het gebeurde op maandag 6 juni dit jaar.
Het was toen niet koud, maar nog wel heel vroeg in de ochtend en Tanja was er met haar 40 kilo niet al te best aan toe.
Samen met Ton had ze heel de dag ziek door ook onze straten gescharreld, behoorlijk boos omdat ze bij de opvang was weggestuurd.
Tanja had zich aangemeld voor de ziekenboeg, maar ze had geen 17,50 euro die dag om de opname te bekostigen.

Het werd die dag vijf uur ’s ochtends.
Op dat moment kwam bij de politie een melding binnen van een man.
Van de man.
Hij zei dat hij was beroofd.
Door een man en een vrouw.
Hij vertelde dat hij op stap was geweest en toen in het café de vaatdoek over de tapkraan ging, moest ook hij vertrekken.
Zijn plan was om de eerste trein naar Assen te nemen, omdat hij daar woont.
Maar de eerste trein naar de Drentse hoofdstad liet nog even op zich wachten.
Daarom maakte hij nog een wandelingetje.

In de omgeving van de rosse buurt van Groningen, zo vertelde de Drentse man aan de politie, werd hij aangesproken door een vrouw.
De vrouw zei: ‘Help.’
Hij was toen met haar meegegaan om te helpen.
Toen ze samen op een afgelegen plekje kwamen, was hulp ineens niet nodig.
Sterker nog: de vrouw was plots met haar hulpvraag verdwenen.
In plaats daarvan dook een man op die hem bedreigde, ook met iets scherps en hem vervolgens beroofde.

Zo raakte de man uit Assen zijn geld – drie biljetten van 50 euro en eentje van 20 – kwijt en ook wat pasjes en een strippenkaart.
Hij belde – help – de politie.

Agenten kwamen, samen gingen ze rondjes rijden en zo konden Ton en Tanja worden opgepakt.

Ton en Tanja hebben een andere lezing.
Tanja vertelt in de rechtszaal dat zij werd aangesproken door een man die in de vroege ochtend vroeg of zij aan het werk was en dat hij seks wilde.
Tanja wilde hem wel een handje helpen.
Samen liepen ze naar een afgelegen plek.
En daar vergreep de man zich aan haar.
Hij wilde haar verkrachten en deed dat daartoe ook verwoede pogingen.

Gelukkig was de onafscheidelijke Ton in de buurt.
Die zegt tegen de rechters: ‘Ik zag dat die man bovenop haar lag. Ik schrok natuurlijk. Ik heb hem weggeduwd. Ja, en misschien heb ik hem ook wel een klap gegeven. Tanja was zo vreselijk overstuur, ze was in paniek, ze huilde.’

Het gebeurde op straat, maar in de rechtszaal moet de waarheid worden gevonden.
Dat Ton en Tanja wel eens vaker rottigheid hebben uitgehaald, is bekend.
Van de man die die vroege ochtend het café moest verlaten, de trein wilde halen maar nog wat tijd te doden had, weten we niets.
Ja, dat hij 255 euro en 75 eurocent schadevergoeding wil hebben.

De officier van justitie weet zeker dat Ton en Tanja een rotstreek hebben uitgehaald en dat de man uit Assen in deze geschiedenis het slachtoffer is.

Ton en Tanja hadden die dag immers geen geld, niet eens 17,50 euro voor de ziekenboeg.
Maar in de broekzak van Ton zaten bij zijn aanhouding wel twee briefjes van 50 euro, eentje van twintig en een strippenkaart.

Hij zegt: ‘Dat geld had ik die avond van mijn moeder gekregen.’
De rechters: ‘Uw moeder heeft een uitkering.’
Ton: ‘Maar het is wel mijn moeder.’

En de strippenkaart?
Ton: ‘Van mij.’
Soms reizen hij en Tanja samen een stukje met de bus door de stad.

De officier van justitie: ‘Dat zeggen ze, maar dat is dus niet zo.’
De politie had de stempels op de strippenkaart bestudeerd en er een deskundige van het vervoersbedrijf bijgehaald.
De deskundige: het zijn stempels van busreizen van Assen naar Zuidlaren.
Dat kun je zien aan de codes.
De man uit Assen werkt in Zuidlaren.

Wettig en overtuigend, meent de aanklager.

Ton hoort anderhalf jaar celstraf eisen, waarvan twee maanden voorwaardelijk.
Diefstal met geweld.
Dan wel afpersing.
Straatroof.
Tanja, als medeplichtige 21 dagen.
Dat is de tijd die ze in voorarrest heeft gezeten.
Daarnaast moet ze een taakstraf van 100 uur uitvoeren.
Ook moet er een stok achter de deur komen in de vorm van zes weken voorwaardelijke celstraf.

Met Tanja gaat het qua kilo’s weer wat beter.
Ze wil, net als Ton, graag afkicken.
Ton wil dat, net als Tanja, al jaren.
Daarna willen ze samen in een huisje wonen.

Ze hebben wel een voorwaarde: ze willen samen de kliniek in, om het samen te doen.
De hulpverlening wil daar niet aan.
Ton en Tanja: ‘Waarom wordt het ons niet gegund het samen te doen?’
De hulpverlening: ‘Ze trekken elkaar naar beneden.’

De kans is reëel dat Ton en Tanja het een tijdje zonder elkaar moeten doen.
Ondertussen wachten ze het besluit af van het openbaar ministerie.
Tanja heeft aangifte gedaan van verkrachting.
De officier van justitie: ‘Die zaak is in onderzoek.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 26 september 2011 – uitspraken
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Tanja is vrijgesproken en Ton is alleen veroordeeld wegens een eenvoudige mishandeling, vrijspraak dus voor de diefstal met geweld. Veel van de verdenkingen berusten op een bron: de aangever, het slachtoffer. Onvoldoende, meent de rechtbank. Ook de strippenkaart kan niet overtuigen en is het geld dat bij Ton is aangetroffen is een ander bedrag dan van het slachtoffer is gestolen.  Ton kreeg drie maanden celstraf. Omdat hij die al heeft uitgezeten, mocht hij vandaag naar huis.

Dank je wel, zei Tanja. Ton vroeg de rechter die het nieuws wereldkundig maakte, of die zo snel mogelijk de gevangenis wilde inlichten.

De rechter: ‘Daar ga ik niet over.’

Cheb de Flipper

Het is dat je er niet vrolijk van wordt, anders zou je best om Cheb kunnen lachen.

Drie jaar geleden zat hij in de rechtszaal op de stoel waar hij deze week weer op zat. Toen al was het zijn zoveelste keer.

Dat kan ook niet anders, want Cheb is behalve Marokkaan ook veelpleger.
Dat hij Marokkaan is, is helemaal niet relevant.
Of het moet zijn dat een Marokkaan in de Groninger rechtszaal een niet alledaags verschijnsel is.

Drie jaar geleden verzuchtte de reclasseringsmedewerker tegen de rechters dat hij het niet meer wist met Cheb.
Hij is niet gemotiveerd en al ruim vijftien jaar actief in het schemergebied van Groningen.
Hij is, om de reclasseringsmedewerker van toen te citeren, niet vooruit te branden.
En dat is nog steeds zo.

In oktober 2008 veroordeelden de rechters hem tot de twee jaar durende veelplegersmaatregel ISD.
Dat is ons laatste redmiddel.
Eind vorig jaar kwam hij na een intensieve detentie vol maatwerk op vrije voeten.
Deze week hoorde hij vijftien maanden celstraf eisen.

Cheb is zo verslaafd als de zee golven rijk is.
Plannen voor de toekomst heeft hij wel.
Die behelzen dat hij op de korte termijn vooral verslaafd wil blijven.
Op de langere termijn wil hij er misschien wel van af.

Drie jaar geleden dankte Cheb zijn veroordeling aan inbraken in vooral studentenwoningen en zijn gewoonte kantoorgebouwen binnen te wandelen waar u en ik van alles (laptops, mobiele i-telefoons e.d.) laten slingeren in de veronderstelling dat zoiets veilig is.
Is niet zo.

Op 31 maart dit jaar wandelde hij een kantoorpand aan het Cascadeplein in Groningen binnen.
Opgemerkt moet worden dat hij er keurig uitziet.
Dat de cocaïne en heroïne al vele jaren zijn leven beheersen en hem van binnnenuit opvreten, is aan de buitenkant (nog) niet te zien.

En zo kon het gebeuren dat Cheb drie kwartier lang ongehinderd door de gangen en kantoren van de Raad voor de Kinderbescherming wandelde.
Beveiligingscamera’s legden vast hoe hij aan deuren trok en rondsnuffelde.
Pas na een halve voetbalwedstrijd vroeg iemand op de vijfde wie hij eigenlijk wel niet of wel was.

Cheb.

En wat hij dan wel of niet deed, wat hij hier te zoeken had?
Cheb herhaalt tegen de rechters wat hij toen zei: ‘Ik was op zoek naar werk.’
De drie rechters: ‘Wij zijn gekke Henkie niet. ‘

Cheb, licht geïrriteerd: ‘U wilt beweren dat ik van alles uit de lucht pak?’
Rechters: ‘Vertel geen kletsverhalen.’
Cheb: ‘Ik begrijp dat u kritisch bent.’
Rechters: ‘U bent ook aangetroffen in een beveiligd bedrijfspand aan de Bornholmstraat in Groningen. Om half acht ’s ochtends. Ook om te solliciteren?’
Cheb: ‘Jazeker, ze zeiden dat ik er vroeg bij moest zijn.’
Rechters: ‘Ja, ja.’

Cheb: ‘Als u zo doorgaat ga ik geen vragen meer beantwoorden. Ik wil het voordeel van de twijfel.’
Rechters: ‘Die krijgt u, want u bent de verdachte.’

Cheb werd aangehouden met een schroevendraaier en een hard stukje plastic in de binnenzak.
Een hard stukje plastic is voor mannen als hij een flipper.
Met een flipper maken deze mannen in een handomdraai sloten in deuren met veiligheidskeurmerken open.
Drie jaar geleden liep Cheb tegen de lamp nadat hij met een flipper een studentenhuis was binnengeslopen.
Een getuige zag dat, belde de politie en zei: ’t Is een lange, dunne man, Marokkaans-achtig type, op een grijze mountainbike.’
De politie, toen: ‘Nee hè, dat moet onze Cheb zijn, onze Cheb de Flipper.’

Deze week zegt hij: ‘Wat is een flipper?’
Rechter: ‘Kom op nou toch, dat weet u dondersgoed.’
Cheb, nu boos: ‘Het is uw toon die me niet bevalt.’

Een student hoorde geklapper aan de voordeur, ging kijken en zag een verdachte man.
Cheb tegen de rechters: ‘Ik reed op een geleende scooter en kreeg pech, toevallig voor die voordeur. Op de stoep ben ik gaan sleutelen, ik denk dat meneer dat heeft gehoord.’
De eigenaar van de scooter vertelde desgevraagd aan de politie dat zijn scooter nooit stuk is.
Cheb: ‘Wel als ik erop zit.’

In een ander studentenpand, aan de Eendrachtskade, stond een studente onder de douche.
Toen zij na een kwartiertje weer in haar kamer kwam, waren laptop, portemonnee en telefoon verdwenen.
Op een deur in het pand werd vers bloed aangetroffen, bloed met zijn DNA.
Cheb: ‘Ik ben daar wel geweest, klopt, om drugs te gebruiken, het was koud buiten, ik heb niets meegenomen.’

Bij de Raad voor de Kinderbescherming werd drie kwartier lang niets gestolen, maar dat was hij wel van plan, zegt de officier van justitie.
Het is een poging tot diefstal.

Door een gebouw lopen waar je niets te zoeken hebt of rammelen aan een deur, is geen diefstal, werpt de advocaat tegen.
Wel, zegt de officier van justitie, als het Cheb betreft.

Bij het beveiligde bedrijf verdwenen die ochtend laptops.
Uit het kantoortje van het Helperbad enveloppen met geld, shag en een aansteker.
De beelden van de beveiligingscamera’s laten geen twijfel.
Rechters: ‘Wat deed u in het zwembad?

Cheb zegt dat hij iemand zocht die hij zocht.
Hij vraagt: ‘Heel vervelend, maar wie zegt dat die spullen zijn gestolen op het moment dat ik daar was?’
De officier van justitie.

Rob Zijlstra

• de stille en de hoop, rechtbankverslag 9 oktober 2008

 

 

.

UPDATE – 26 september 2011 – uitspraak
Het zat er aan te komen. Cheb moet zitten, geen vijftien maanden, maar een jaar is voldoende. Of dat zal helpen is een ander verhaal. De flipper wordt vernietigd.

 

.

Scharrelaars

Over de grootste boeven worden boeken geschreven en films en documentaires gemaakt.
De scharrelaars moeten het doen met kleine stukjes in de krant.

Dat de groten in de spotlights staan en de kleinen over het hoofd worden gezien, is natuurlijk onrechtvaardig.
Want de kleine boef is wel verantwoordelijk voor het leeuwendeel van alles wat wij onder criminaliteit scharen.
Misschien wel voor meer dan negentig procent.
Zij doen er dus wel degelijk toe.

Een van hen is Johan, 31 jaar geleden geboren in Almelo, maar nu zonder vaste woon- en verblijfplaats.
Ja, hij zit vast in de gevangenis, maar dat is tijdelijk.
Johan zit al jaren tijdelijk in de gevangenis.
Hij lijkt een beetje op zo’n new kid, met stekeltjeshaar en een matje in de nek, klein snorretje.

Zijn misdaden zijn het altijd net niet.
Daarom zit hij nooit lang vast.
De medewerkster van de reclassering schetst het probleem: tijdens detentie gaat het altijd goed met hem en is hij gemotiveerd, maar eenmaal weer buiten is hij in no time terug bij af.
Hij heeft alleen criminele vrienden en moeite met lezen en schrijven.
Ook daarom.

Op 18 januari dit jaar liep een medewerker van TNT op straat post te bezorgen.
Ineens zag deze man iets geks en belde de politie.
Zei: ‘Er klopt hier iets niet.’

De postbezorger had een man langs een regenpijp omhoog zien klimmen, naar de eerste verdieping van een studentenpand in Groningen.
Hij zag hoe de klauteraar vanaf het balkon een krat bier liet zakken en hoe twee andere mannen op de grond dat aanpakten.

De politie reed – want ook niet gek – naar de dichtstbijzijnde vestiging van Albert Heijn.
En ja hoor, daar stonden drie mannen die voldeden aan de signalementen die de postbode had doorgegeven.
De klimmer en Johan met zijn broer.
Ze stonden daar bier te drinken.
Noodgedwongen, want het doel van de klimpartij langs de regenpijp was om het krat in te leveren voor statiegeld.
En dan moeten de flesjes leeg.

De officier van justitie zegt dat Johan zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en heling.
Diefstal van het krat en heling van een flesje bier.
Immers, het flesje bier dat hij aan het leegdrinken was, was afkomstig van diefstal.

Verder werd Johan beticht van witwassen van een Merida Crossfire 8500.
Dat is een herenfiets.

Johan ontkent.
Hij zegt dat hij met verbazing had staan kijken toen zijn vriend in de regenpijp klom.
Hij had nog geprobeerd hem tegen te houden, maar tevergeefs.
Wat hij bij de Albert Heijn deed?
‘Boodschappen doen.’

Rechters: ‘Klinkt wat raar, witwassen van een herenfiets, maar hoe zit dat dan?
Johan: ‘Het was mijn fiets. Het was een eerlijke fiets die ik had geruild tegen een damesfiets.’

Rechters: ‘Er zat geen slot op. En een fiets zonder slot in Groningen is verdacht.’
Johan: ‘Als het geen eerlijke fiets was, had ik niet geruild, want ik wil geen gedonder.’
Rechters: ‘De fiets was gestolen.’

De reclassering zegt dat alles is geprobeerd om hem op het rechte pad te krijgen.
Maar omdat dat nog nooit is gelukt, is nu geadviseerd Johan de veelplegersmaatregel ISD op te leggen.
Als het tegenzit, zit hij vanwege een krat bier, één flesje daaruit en een fiets twee jaar vast in gevangenis de Grittenborgh in Hoogeveen.
De officier van justitie neemt het advies over.

Rechters: ‘U schrikt daar van?’
Johan: ‘Ja.’
Hij wil niet naar de Grittenborgh.
Zijn broer is daar onlangs in een cel overleden.

Na Johan komt Ronnie (40).
Ronnie is zo mogelijk een nog grotere kleine boef.
Momenteel is zijn specialisme het verwijderen van anti-diefstalstrips op dure laptops bij de MediaMarkt.
Dat doet hij met de vingers.
Dat is heel eenvoudig, zegt hij tegen de rechters.

Nadat hij strips heeft verwijderd, stoppen anderen de laptops in een tas en een voor een wandelen ze dan naar buiten.

Nu zijn ze ook bij de MediaMarkt niet gek en hebben ze camera’s zat: alles was opgenomen.
Op 24 september bij de vestiging in Groningen, vier dagen later in Leeuwarden.

Ronnie ontkent het niet.
Zegt dat hij het deed onder bedreiging van wapens en zo.
Door wie?
Door de Bolle, bij wie hij drugsschulden heeft.
Door voor hem te stelen, lost hij schulden in.
Nee, niet goed natuurlijk.
Hij is er ook zat van, van zijn criminele leven.
Wil kappen.
En wat nou zo mooi uitkomt, is dat hij op dit moment supergemotiveerd is om dat te doen.

Dat hij dat is, moeten de rechters weten, komt door zijn zoontje.
Zijn zoontje zit momenteel vast, als verdachte van gewapende overvallen in Groningen.
Zegt: ‘Als ik ISD krijg, wordt mijn motivatie doodgeknuppeld. Dan word ik boos, want dan zit ik twee jaar vast en dan heb ik geen grip op mijn zoon. En juist nu moet ik er voor hem zijn.’

De officier van justitie eist inderdaad wat hij al voelde aankomen: twee jaar ISD.

Ik kijk naar Ronnie die profvoetballer had kunnen worden en het net niet werd.
Toen kwamen de drugs.

Ruim drie jaar geleden, in juni 2007, zat hij ook in zittingszaal 14, op dezelfde stoel, naast dezelfde advocaat.
Hij zei toen, samengevat, tegen de rechters: ‘Ik heb lang genoeg lopen aankloten. Ik ben bijna 37 en het kan zo niet langer. Toen ik werd aangehouden, was ik samen met mijn zoontje. Ik zag hoeveel verdriet hij had, hoeveel impact het had. Hij zei, pa, je moet veranderen. Ik wil er zijn voor mijn zoon.’

Ja, over Ronnie zou je misschien ooit een boek kunnen schrijven.

Rob Zijlstra

.

artikelen wetboek van strafrecht
diefstalhelingwitwassen

extra
het verhaal van Ronnie in juni 2007

veelplegersmaatregel ISD

.

UPDATE – 24 maart 2011 – uitspraken
Johan wil niet, maar moet wel: de rechtbank heeft hem veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD (2 jaar). Ook Ronnie moet. Hij kreeg eveneens de ISD-maatregel opgelegd. Met deze twee vonnissen staat het aantal ISD-veroordelingen dit jaar op 4. Dat is net zoveel als in heel 2010.

De mens Mannus (2)

Bijna een jaar geleden schreef ik over de mens Mannus met zijn strafblad van 66 pagina.
Over Mannus die het grootste deel van zijn leven in gevangenissen sleet en ook al eens TBR (voorloper van TBS) had gehad.

In 2006 kreeg hij de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd opgelegd.
De isd is het laatste redmiddel.
Daarna weten we het niet meer.
In 2008 kwam Manus weer op vrije voeten.
Het ging mis.
In november vorig jaar kreeg hij voor de tweede keer het laatste redmiddel opgelegd.

Vanochtend moest Mannus in zittingszaal 14 komen opdraven.
Voor een toetsing.
De rechtbank moet toetsen of de isd-maatregel moet voortduren.

De begeleiders van Mannus waren best wel positief.
Het ging eigenlijk wel goed.

Dus binnenkort weer vrij?
Nee.

Mannus is al vrij.
Hij was er niet vanochtend.
Hij heeft de benen genomen.

Rob Zijlstra

de mens Mannus (november 2009)

Stenen tijdperk

foto: robz

Cees Eenhoorn woont in Drenthe, maar is een van de meest ervaren strafrechtadvocaten van Groningen.
Hij is al 28 jaar actief in de zalen van het recht.
Er bestaan ook mannen die net zo ervaren als Eenhoorn zijn.
Richard bijvoorbeeld.

Richard werd 44 jaar geleden, niet ver van de Waddenzee, geboren en is al bijna een kwart eeuw verslaafd aan drugs.
Het is hem gek genoeg niet aan te zien.
Hooguit zou je je een beetje bezorgd kunnen afvragen of hij wel genoeg eet.
Vroeger, toen hij nog een gewone kleine jongen was die in een korte broek naar school moest, vroegen ze dat nooit aan hem.
Zij die hem moesten opvoeden, hadden ook stelselmatig last van drugs en van losse handen.

Justitie wil hem nu voor de zoveelste keer opsluiten.
Richard stelt voor om dan maar direct de sleutel weg te gooien.
Dan gaat hij, als het zo moet, wel voor levenslang.
Dan moeten wij het zelf maar weten.

Hij ontkent zijn meest recente misdaden niet, maar voegt daar aan toe: ‘Wie schuldig is, is niet zo relevant. De vraag is hoe wij straks weer de samenleving ingaan.’

Met wij bedoelt hij zichzelf.
Hij spreekt misschien wel in de meervoudsvorm omdat zijn problemen zo groot zijn dat die in redelijkheid nooit in één persoon passen.

Op 15 maart dit jaar werd hij in Groningen aangehouden nadat hij aan de Friesestraatweg een steen door de ruit van een blauwe auto met een Duits kenteken had gekeild.
Hij had geprobeerd de autoradio te stelen.
Richard zegt dat het zo zal wezen, hoewel hij het zich nauwelijks kan voorstellen.
Zegt dat hij tien jaar geleden dat soort dingen wel deed, maar dat autoradio’s vandaag de dag niets meer opleveren.

Op het politiebureau had hij spontaan ook de woninginbraken opgebiecht die hij twee dagen eerder had gepleegd, aan de Schoolholm in de Groninger binnenstad.
Daar had hij onder meer twee laptops gepikt.
Gepikte laptops doen in het circuit zestig euro per stuk.
Richard zegt dat hij ook wel weet dat het niet leuk is voor de gedupeerden.
Toen een keertje van hem een laptop was gestolen, baalde hij ook stevig.

Lijkt hem logisch.
Zegt: ‘Het is nooit goed. Maar als ik moet kiezen tussen een oud vrouwtje en een laptop, dan…’

Het grote probleem van Richard is dat alles wat sinds het stenen tijdperk is bedacht om mensen te weerhouden hompen vlees en laptops te stelen, al eens op hem is uitgeprobeerd en dat niets heeft geholpen.
De reclassering zegt nu niets meer voor hem te kunnen of willen doen.
Omdat het toch niet helpt.

En Richard zegt dat hij niets meer met de reclassering of welke hulpverlener dan ook te maken wil hebben, omdat die wel van alles beloven, maar nooit hun mooie woorden nakomen.
Zouden ze dat wel hebben gedaan, dan had hij immers nu een huisje en een vrijwilligersbaan gehad en geen 40.000 euro schuld.

Roept met zwaaiende armen: ‘Pleurt toch op. Ik heb vreselijk mijn best gedaan van de drugs af te komen, maar er gebeurt helemaal niks. Dat maakt me boos. Ik ben geen Jan Oetlul?’

Het lijkt hem dus logisch dat hij boos is.

Vervolgt, steeds bozer: ‘Mijn rugzak zit vol. Ik heb alle klinieken gehad. Alles wat daar te leren valt, heb ik geleerd, heb alle diploma’s.’
Nee. Afkicken van de drugs lijkt hem dus niet logisch.
Omdat dat tot mislukken is gedoemd.
Hoe hij het ook zal proberen, hoe goed zijn best ook, het zal uitdraaien op een fiasco.
‘Ik zie het niet zitten.’

Rechters: ‘Maar wat dan?’
Richard, weer wat rustiger: ‘Ik ben een overlastveroorzaker. Ik heb niks te zien zitten. Ik moet het in de praktijk bewijzen.’
Rechters: ‘Hoe?’
Richard heeft wel een idee: ‘Ik wil rust en ik wil net als u ’s avonds voor de tv zitten. Ik wil ’s ochtends opstaan en dan naar mijn werk, daarna nog even naar de sportschool, af en toe op bezoek bij de familie, tv kijken en slapen. En dan weer opstaan. Dan heb je structuur.’

En de drugs dan?
Nou, stop hem in de vrije verstrekking van heroïne.
Dat kan in Enschede.
Dan hoeft hij geen autoradio’s en laptops meer te stelen.
‘Logisch.’

De officier van justitie zegt dat Richard moet leren de juiste keuzes te maken.
Advocaat Eenhoorn zegt dat mannen als Richard weinig keuzemogelijkheden hebben in het leven, omdat het mannen zijn met de rug tegen de muur.
Vertel hem wat.

De officier zegt dat ze Richard nog niet wil afschrijven. En dat hij daarom twee jaar moet worden opgesloten in een inrichting voor stelselmatige daders (isd), in de Grittenborgh in Hoogeveen.
Dat is de veelplegersmaatregel.
Daarmee krijgt hij een kans en die kans moet hij pakken.
Doet hij dat niet, dan vrees ik, zegt de aanklaagster, dat het niet de laatste keer zal zijn dat hij hier zit.

Richard: ‘Waardeloos.’

Hij is al eens eerder tot die maatregel veroordeeld.
Zonder succes.
Hij zegt, met al zijn ervaring: ‘Het heeft geen zin. Dan ga ik die tijd, die 24 maandjes, gewoon uitzitten en werk nergens aan mee. En daarna kom ik hier weer.’

Advocaat Cees Eenhoorn plaatst na de zitting het geheel in een historisch perspectief.
Hij zegt: ‘Als vroeger de ene holbewoner een homp vlees van de ander jatte, dan gooiden ze hem in een grot, rolden er een zware steen voor en het probleem was opgelost. Zo deden we het in het stenen tijdperk en zo doen we dat eigenlijk nog steeds. We sluiten mensen maar op en denken dat dat de oplossing is.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 15 juli 2010 – uitspraak
Desondanks. Richard is veroordeeld tot de 2 jaar durende veelplegersmaatregel isd.

Tasjesdief

Zucht.

Bert is inmiddels al 45 jaar, maar nog altijd veelpleger met een onbedwingbare hang (zucht) naar cocaïne.
Een slechte combinatie.
Het beste is, zegt zijn advocaat, dat Bert een vriendin ontmoet, eentje die ook streng is, die hem meeneemt, ver van het criminele pad.

Soms werkt dat.

Maar de vrouw die Bert was tegengekomen en op wie hij smoorverliefd werd, was zelf ook aan de snuif.
Zij had heel andere eisen.
Janneke werkte als oproepkracht in de prostitutie.
De escort.
Bert vond dat niks.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde haar voor mezelf.’
En dus had hij als een echte man tegen Janneke gezegd: ‘Schat, ik zorg voor het geld.’

En zo kwam het dat Bert op jacht ging.
Naar de Albert Heijn in Veendam, naar Super de Boer in Groningen en Roden en naar de C1000 in Assen en Gieten.
Niet voor de dagelijkse boodschappen, want die haalde hij bij de dealers in Hoogezand.
Bert ging voor de portemonnees in boodschappentassen die soms achteloos aan winkelwagentjes hangen.

Tegen de rechters zegt hij dat hij gewoon de supermarkt binnenstapte, een portemonnee zag en die dan vliegensvlug pakte.
Gewoon willekeurig.
Maar dat laatste is misschien niet helemaal waar.
Zijn oudste slachtoffer was een mevrouw uit Assen van 90 jaar.

De officier van justitie sluit niet uit dat Bert bewust jaagde op oudere vrouwen omdat die weerlozer zijn.
De (enige) vaste bezoeker op de publieke tribune van zittingszaal 14 weet dat wel zeker.
Hij zegt: ‘Weet je wat ik denk? Omdat oudere mensen vaak hun pincode op een briefje schrijven en dat briefje verstoppen tussen de bankpasjes. Schrijf dat ook maar eens op want oude mensen moeten dat niet doen.’

Op 17 juli van het afgelopen jaar wandelt Bert de C1000 binnen aan de Stationsstraat in Gieten.
Het is er lekker druk en hij slaat zijn slag.
Buit: twee bankpasjes en zestig euro aan contanten.
Het slachtoffer, dit maal niet op leeftijd, maar slecht ter been, laat onmiddellijk de rekeningen blokkeren.
Te laat.
In amper tien minuten tijd weet Bert bij twee omliggende banken en in drie winkels 1.071 euro te pinnen.
In de winkels had hij om pakjes sigaretten gevraagd en of hij dan 100 euro extra mocht pinnen.
Dat mocht steeds.

Rechters: ‘Zo ging het.’
Bert: ‘Ja, klopt. Alleen dat ik toen ook in Duitsland geld heb gepind, klopt niet. Ik was gewoon op de fiets.’
Bert bedoelt te zeggen dat hij wel snel kan, maar zo snel van Gieten naar Duitsland fietsen, kan hij niet.

De meeste slachtoffers ontdekten pas bij de kassa dat ze waren bestolen.
Met de bedrijfsleiders werden de camerabeelden bekeken en dan was te zien hoe snel het ging, soms als een winkelwagentje eventjes onbeheerd was, dan weer bij de groente- en fruitafdeling.
De beelden werden vervolgens aan de politie overgedragen.
Agenten zeiden direct, hé, dat is onze Bert, die kennen we. Al 45 jaar, maar nog steeds veelpleger en aan de coke.

In juli sloeg Bert voor het eerst toe bij de Albert Heijn in Veendam, halverwege september werd hij opgepakt, kort nadat hij met een gestolen creditcard 1000 euro had gepind bij de ING-bank in Zuidlaren.
De totale buit, zo heeft de officier van justitie uitgerekend, bedraagt 3.825,14 euro.

Rechters: ‘En allemaal op aan de cocaïne?’
Bert: ‘Helemaal.’

Bij de politie had Bert niks willen zeggen, hij had zich beroepen op zijn zwijgrecht. Maar tegenover de rechters wil hij een open boek zijn.

De rechters zeggen dat Bert een lange staat van dienst heeft als het gaat om hulpverlening.
Dus vragen ze: ‘U kende de weg. Waarom is het dan toch zover gekomen?’
Bert: ‘Ik zat zo in de penarie dat ik mij er niet toe kon zetten de reclassering te bellen.’

Hij zegt dat hij net op vrije voeten was, dacht dat hij zichzelf zou kunnen redden, ook omdat hij zijn woning nog had. ‘Maar het lukte dus niet en nu heb ik niks meer, ik ben alles kwijt.’
Nu heeft hij dus veel spijt, helemaal nadat hij in het dossier las dat een van zijn slachtoffers een vrouw van 90 jaar was.

Hij zegt: ‘Ik zit nu in de gevangenis tussen allemaal criminelen. Ik bedoel, ik ben zelf natuurlijk ook een crimineel, maar in de gevangenis leer ik niks. Ik zit tussen mensen die overvallen en inbraken zitten voor te bereiden voor als ze straks vrijkomen. Dat wil ik niet.’

Bert’s berouw komt oprecht over. Hij heeft aan alle acht slachtoffers een brief geschreven met zijn excuses. Doorgaans wordt dit gewaardeerd, dan wel wordt het een verdachte kwalijk genomen als hij helemaal niks richting slachtoffers onderneemt.

Maar de officier van justitie zegt dat ze is gebeld door twee slachtoffers die behoorlijk ontdaan waren door die brief. Nu weet hij ook nog, hadden gezegd, waar wij wonen. Tegen Bert zegt de officier: ‘Die brief is helemaal verkeerd gevallen. U moet zich beter bewust zijn van uw handelen.’
Advocaat: ‘Het is ook nooit goed.’

De officier van justitie is wel blij met de bekentenissen van Bert.
‘Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn daden en dat is belangrijk. Maar u zult uit het oogpunt van vergelding moeten ondervinden dat wat u doet, gevolgen heeft. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk.’

Na detentie is Bert bereid zich te laten opnemen in een kliniek om zijn cocaïneverslaving definitief de nek om te draaien. Een beter idee is daarom, zegt de advocaat, de straf te matigen. Hoe sneller zijn behandeling kan aanvangen, hoe eerder het rechte pad in zicht komt.
Bert knikt.
Dat is nou exact ook zijn idee.

De rechters vragen of hij tot slot nog wat willen zeggen ‘want u heeft het recht op het laatste woord’.
Bert: ‘Ik pleit er voor dat dit niet op de radio, op tv of in de krant komt.’
Rechters: ‘Daar gaan wij niet over.’
Bert: ‘Oh, ik dacht dat ik daar recht op had.’

Nee.

Rob Zijlstra

UPDATE – 11 februari 2010 – uitspraak
Bert is veroordeeld wegens diefstal tot 20 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Een van de voorwaarden zodra hij vrijkomt,  is dat hij geen drugs mag gebruiken. Wordt hij betrapt bij urinecontroles dan moet hij de overige tien maanden alsnog uitzitten. Verder moet Bert zijn slachtoffers schadeloos stellen.

Inbrekers

De kans dat ik dit verhaal heb geschreven is vrij groot.

Ik schrijf altijd op deze plek.
En het is mijn werk.
Bovendien staat mijn naam er bij.
U mag aannemen dat dit allemaal ook zo is.

In de rechtszaal zou ik geen schijn van kans maken.
In de rechtszaal draait het om bewijzen die niet alleen wettig moeten zijn vergaard, maar ook moeten overtuigen.

Ramon (31) en René (38) zijn inbreker van beroep.
Al jaren.
Beide hebben in de loop der jaren een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd, hetgeen zich uit in de omvang van hun strafblad.
Voor beide geldt dat het strafblad meer dan twintig pagina’s beslaat en dat is veel.

Ramon en René – ze zijn neven van elkaar – mogen zich ook al jaren veelpleger noemen. Ze behoren tot de top.
René werd al eens veroordeeld tot de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd. Ramon zelfs twee keer, wat nogal een prestatie is.

Op 23 september vorig jaar reden ze ’s avonds met z’n tweetjes op één snorfiets door de stad.

Nu zegt dat natuurlijk nog niks, maar voor twee politieagenten die het tweetal voorbij zag snorren, was het een verdachte situatie.
Politieagenten kennen hun veelplegers.
Het viel hen op dat Ramon, die achterop zat, een jas droeg waarbij het net leek alsof er iets onder het kledingstuk zat verstopt.
De jas bolde een beetje.

De agenten besluiten Ramon en René ter controle staande te houden.
Terwijl ze daar mee bezig zijn, menen de agenten te zien dat Ramon dingen weggooit.
De jas bolt even later ook niet meer.

Elders bij de politie komen drie verschillende meldingen binnen van woninginbraak. Daarbij zijn laptops met opladers gestolen, een portemonnee met daarin een biljet van vijftig euro en mobiele telefoons.
De politie denkt genoeg te weten.
Want als er ergens word ingebroken en Ramon en René zijn met z’n tweetjes in de buurt, dan kan worden aangenomen dat er een kans bestaat dat de twee neven aan het werk zijn geweest.

In de buurt waar Ramon en René werden gecontroleerd, vinden andere agenten twee tassen met daarin de gestolen laptops.
Iets verderop, op een geparkeerde auto, liggen de twee adapters.
Het lijkt alsof die zware dingen zijn weggesmeten, want de voorruit van de auto is stuk.

De rechters vragen: ‘En?’
René: ‘Ik ben onschuldig.’
Ramon: ‘Ik ben vreselijk genaaid door de politie. Ik heb er niets mee te maken en verder zeg ik niks.’
Beide kijken boos en af en toe even kort naar elkaar.

De agenten vinden nog meer.
Ze vinden een flipper.
Dat is een stukje plastic waarmee hartstikke gemakkelijk deuren die op slot zijn, kunnen worden geopend zonder braakschade.
Bij de woningen waar is ingebroken, zijn geen sporen van braak aangetroffen.
Daar is dus geflipperd.

Bij de controle blijkt dat Ramon in het bezit is van 75 euro, inclusief een biljet van vijftig euro.
En René heeft drie mobiele telefoons in de binnenzak.
Telefoons van het type die zijn verdwenen uit de drie woningen.

Kortom, het lijkt meer dan aannemelijk dat de twee Groninger topinbrekers weer hebben toegeslagen.

Kan best zo lijken, zegt René, maar toch is het niet zo.
Ramon zwijgt.

Rene zegt: ‘Ik was op weg naar huis. Onderweg kwam ik Martin tegen. Ik kreeg nog geld van hem. Hij had geen geld. Toen heeft hij mij die telefoons gegeven. Als onderpand.’

Ramon verbreekt even zijn zwijgen en zegt: ‘En daar was ik dus niet bij. Ik kwam René later tegen en toen heeft hij mij een lift gegeven. Ik ben dus genaaid.’

De politie deed navraag.
Martin ontkende stellig.
Hij zei dat hij er niks mee te maken had.
René: ‘Ja, nogal logisch, dat zou ik ook zeggen als ik hem was.’

Beide vertellen dat ze juist zo goed bezig waren.

Ramon had net 19 maanden lang in de behandeling gezeten en had 19 maanden lang zijn stinkende best gedaan.
Zegt: ‘Ik heb een nu een jobcoach en al drie sollicitatiegesprekken gehad.’

René zegt dat hij al twee jaar van de drugs af is en dat hij zijn leven bijna weer op de rails had. Zelf geregeld. Woning, bankrekening, alles.
Zegt: ‘Met die therapeutische gesprekken schiet ik niks op. Ik moet aan ’t werk. Ik kan lassen, schilderen, ik ben hartstikke handig. In de gevangenis volg ik een leefstijltraining, voor een stukje gedragsverandering.’

De advocaten zeggen dat het niet rechtmatig is als agenten twee beroepsinbrekers op een snorfiets staande houden enkel en alleen omdat de jas een beetje bolt.
En dat twee ervaren inbrekers toch niet anderhalf uur met de buit rondrijden in de buurt waar ze zouden hebben ingebroken.
Dat een biljet van vijftig euro niks zegt.
Dat het logisch is dat Martin liegt.
En dat het zo raar is dat de politie geen nader sporenonderzoek heeft gedaan.

De officier van justitie vindt deze verdediging niet aannemelijk.
Ze eist een jaar gevangenisstraf tegen Ramon.
Rene hoort 14 maanden celstraf eisen met nog eens zes maanden erbij die hem boven het hoofd hingen als gevolg van een eerdere veroordeling.

De kans dat ik dit heb geschreven is vrij groot.
Toch kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat iemand anders voor deze tekst verantwoordelijk is.

Niet aannemelijk, maar toch…

Rob Zijlstra

UPDATE – 18 januari 2010 – uitspraken
Maar toch dus. Rene is veroordeeld tot een fors lagere straf:  2 maanden cel.  Martin is vrijgesproken, omdat het aangeleverde bewijs onvoldoende is.


Spinnenweb

foto: flickr

Veelpleger Roel (40) zou heel de dag wel met de rechters willen praten.
Graag zou hij willen verhalen hoe er in de gevangenis, in de Grittenborgh in Hoogeveen, met mensen wordt omgegaan.
Niet goed dus.
Roel: ‘Ik word daar knettergek.’

Hij zegt: ‘Ik zit in het spinnenweb van de hulpverlening. Er zijn wel honderd mensen die zich om mij bekommeren, maar er gebeurt helemaal niets.’
Als dit nog lang zo doorgaat, zegt Roel, dan kapt hij er mee.

Roel werd vorig jaar veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd.
Doel van die maatregel is dat wij van de samenleving tegen hem worden beschermd.

Isd’ers die niet gemotiveerd zijn, zitten twee jaar lang opgesloten in een hok met water en brood.
Maar isd’ers die er wat van willen maken, krijgen hulp op maat.

Roel wil er wat van maken en hij doet dat hartstikke goed.
Hij zegt tegen de rechters dat hij de trots van de afdeling is.
Dat zeggen ze steeds tegen hem.
‘Het is om gek van te worden. Want spijkers met koppen slaan? Ho maar.’

Roel doet het zo goed dat hij de gevangenis ’s ochtends met een broodtrommeltje onder de snelbinders mag verlaten.
Dan fiets hij naar zijn werk, naar het magazijn van een groot bedrijf in Hoogeveen.
’s Middags fietst hij dan terug naar de gevangenis.
Zo gaat het al een half jaar goed.

Maar als trots van de afdeling heeft Roel het niet gemakkelijk.
Tegen de rechters zegt hij: ‘Ga maar na. Ik ben de enige die naar buiten mag. Dus al die jongens binnen vragen aan mij of ik wat mee wil nemen. Drugs ja, binnen draait alles om drugs. Maar dat doe ik niet. Dus ben ik in hun ogen een watje.’

De psycholoog die deskundig moet adviseren zegt tegen de rechters dat Roel ondanks de druk stand weet te houden.
Dat dat knap werk is en dat hij als deskundige het nut niet inziet om de isd voort te laten duren.

Roel knikt.
Hij bedoelt maar.

Hij vreest dat al die hulpverleners waar hij knettergek van wordt, het ook niet meer weten.
‘Mijn situatie is lood- en loodzwaar. Ik blijf maar laten zien dat ik het kan.’

Wat hij wil?
Hij wil naar huis ‘met een stukje ambulante nazorg’.

Roel kent het jargon, want hij zat al vaker in zittingszaal 14.
In 2006 zat hij er, niet lang nadat hij twee jaar had vastgezeten en daarna nog eens bijna een jaar in een verslavingskliniek.
Toen hij op vrije voeten kwam, was hij gemotiveerd tot op het bot er iets van te maken.
Maar aan het einde van zijn eerste dag in vrijheid ging het fout.

Ja, daar baalde hij vreselijk van, zei hij toen tegen de rechters.
Hij had zelfs een beetje moeten huilen.
Zijn probleem is dat hij in de gevangenis altijd supergemotiveerd raakt om het eenmaal weer vrij goed te gaan doen.
En in klinieken waar hij al een jaar of tien met regelmaat komt, is hij altijd de trots van de afdeling.

Maar als hij dan echt vrij is, gaat genadeloos de coke-wekker af en moet er toch ook weer geld komen.
Maar dat was toen.

Nu zegt hij dat het hem ditmaal gaat lukken.
Hij zegt: ‘Het verleden kan ik niet veranderen, maar mijn toekomst wel.’

De officier van justitie noemt Roel een bijzondere isd-klant.
Stelt vast dat het goed is dat hij het hartstikke goed doet.
Concludeert dat de bemoeienis van de hulpverlening dus wel degelijk vruchten afwerpt.
De officier van justitie vindt dan ook dat de isd-maatregel moet worden voortgezet.

Maar Roel ziet dat dus anders.
De bemoeienis van al die hulpverleners levert zoveel input op dat het een grote chaos is.
‘Terwijl een beetje structuur voor mij nou juist zo belangrijk is.’

Hij zegt dat als hij niet wordt bevrijd uit het web van al die hulpverleners die hem knettetgek maken, hij kapt met de trots van de afdeling te zijn.
Dan gaat hij zijn resterende tijd wel gewoon uitzitten in het isd-hok.
Dan moeten wij het zelf maar weten.

De rechtbank besluit zijn zaak voor drie maanden aan te houden.
Om het dan nog eens te bekijken.

Rob Zijlstra

De mens Mannus

De meeste mensen komen naar de rechtbank met problemen.
Wie op een dag op een willekeurig tijdstip naar de mensen in de hal met muren van grijs beton kijkt, naar de mensen die daar zitten te wachten op hun beurt, is dat ook wel te zien.
De meeste mensen staren maar wat voor zich uit.
Heel soms bladert eens een mens verveeld in een glossy tijdschrift dat de rechtbank er heeft neergelegd om het niet nog erger te maken.

Deze week was Mannus in het gerechtsgebouw.
Een groter contrast tussen alles wat glossy is of lijkt met de mens Mannus bestaat niet.

Er zijn verdachten die een strafblad hebben van wel 25 pagina’s lang.
In zo’n geval wordt over de verdachte gezegd dat hij een indrukwekkend strafblad heeft. Zo’n opmerking belooft doorgaans weinig goeds.
Mannus heeft een strafblad dat 66 pagina’s telt.

Hij is 51 jaar.
Toen hij zeven jaar was, verdween hij in een internaat.
En toen hij 18 jaar werd, oud genoeg om opgesloten te worden, zat hij prompt in de gevangenis.
Sindsdien is hij eigenlijk nooit echt vrij geweest.
In die zin mag het een wonder heten dat hij kans heeft gezien verslaafd te raken.

Mannus heeft de ergste dingen meegemaakt.
Hij heeft al eens TBR gehad, de voorloper van TBS.
In de zomer van 2006 werd hij veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD, voor een diefstal in Norg.
Hij zat 24 maanden opgesloten, teruggetrokken in een sobere cel in de Grittenborgh in Hoogeveen.

Tegen de rechters zegt hij: ‘Het heeft niet veel zin meer mijn verleden op te rakelen om zo nieuwe therapieën te bedenken voor de toekomst.’

Iets later zal hij zeggen: ‘Maar ik moet toch wat.’
En: ‘Ik vind het een drama dat het toch weer mis is gegaan, dat ik weer vastzit.’

Een van de problemen van Mannus is dat hij de dingen niet meer weet.
Dat komt door de alcohol, het allergrootste probleem.

Begin dit jaar mocht hij de gevangenis weer eens verlaten en hij deed wat hij dan altijd doet: naar de eilanden.
Meestal vaart hij naar Terschelling, ditmaal naar Texel.
Even gaat het daar goed en kan hij de fles laten staan.
Maar dan ineens sneuvelt de ruit van de Wereldwinkel in het hartje van Den Burg.
Ze vinden Mannus kort daarna en maar iets verderop in lunch en dinercafé De Smulpot.

Rechters: ‘Heeft u dat gedaan?
Mannus: ‘Ja, ik denk wel dat ik het was, maar ik weet niet meer waarom.’

Drie weken later duikt hij op in de Wijkstraat in Appingedam waar hij eet zonder te betalen.
Daarna vertrekt hij naar Terschelling, het eiland waar hij het allerliefste is.
Het gaat goed tot de eerste verschijnselen van Oerol zich aandienen.
Mannus vindt dat veel te druk en besluit naar Groningen te gaan.

Hij vindt onderdak in het theehuisje op begraafplaats Selwerderhof.
Als hij op zoek gaat naar wat eetbaars (hij vindt ijs, tosti’s en bevroren appelgebak) gaat het alarm af.

Mannus vertelt: ‘Ik zat daar maar, vijf halve liters op. Ik zat daar op de begraafplaats mijn leven te overdenken. Ik was zo boos op mezelf. Daarom heb ik het theehuisje opengebroken. Ik wist dat er alarm op zat. Ik wilde dat de politie kwam.’

De politie komt ook en weer belandt hij achter de tralies.
Na tussenkomst van de rechter wordt hij geschorst uit voorlopige detentie. Hij gaat naar Leek, naar crisisopvang Den Eikelaar.

In augustus is daar een klein maar o zo illegaal feestje in de nacht.
Een gabberfeestje.
De gabbers zeggen dat hij zo uit het raam kan klimmen.
Op zich nergens voor nodig, vertelt Mannus aan de rechters, want als je daar weg wilt, doen ze gewoon de deur voor je open.

De advocaat van Mannus vermoedt dat de feestgangers hem hebben volgestopt met GHB en hem daarna hebben verleid tot de klauterpartij.
Zegt: ‘Ze waren uit op zijn mobiele telefoon en zijn mooie laptop.’

Eenmaal buiten, het is dan vroeg in de ochtend, brengen ze hem naar een bedrijventerrein en helpen hem over een hek.
Het is het terrein van het autobedrijf Hofman, classic en sportcars.
Een krantenbezorger ziet even later een kale man met oorbellen in een witte sportcar als een gek rondcrossen.

De rechters: ‘Het leek, als we het dossier moeten geloven, wel op een flipperkast, zo ging u tekeer.’

Mannus zegt dat hij vage herinneringen heeft. Dat hij in een auto zat, met allemaal gekke knopjes, dat hij er niks van snapte, dat hij sowieso niet kan autorijden. ‘Verder weet ik het niet, ik snap ook niet wat de bedoeling is geweest. Zou ik het weten, dan zou ik het aan u vertellen.’

Veertien klassieke auto’s raken beschadigd, de ravage is enorm evenals de schade.
Mannus heeft wel een kaal hoofd, maar geen oorbellen.
De advocaat zegt dat het dus ook net zo goed iemand anders kan zijn geweest in die witte auto. Een van de feestgabbers bijvoorbeeld. En dat die mobiele telefoon en de mooie laptop later inderdaad gestolen bleken.

Voor Mannus maakt het allemaal niet veel uit.
Er is toch niemand die weet wat ze met hem aanmoeten.
De reclassering sombert dat aan alle eerdere behandelingen vroegtijdig een einde kwam.

Mannus zelf zegt dat hij wel weet wat de oplossing is.
Hij moet van de drank afblijven.
Zegt: ‘Ik weet alleen niet hoe dat moet. Wist ik het maar.’

De reclassering denkt dat een nieuw langdurig verblijf in een sobere ISD-cel in Hoogeveen niets zal veranderen of het moet al averechts zijn.
Het beste voor Mannus zou een zorg-boerderij-achtige-setting kunnen zijn.
Of iets in een begeleide woonvorm.

De officier van justitie ziet geen andere mogelijkheid dan net als in 2006 de veelplegersmaatregel ISD te eisen.

Mannus zucht en zegt dat hij dan weer twee jaar teruggetrokken in een cel zal zitten. ‘En dat trek ik niet. Als ik dan vrijkom, ben ik 54 en geen stap verder.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 12 november 2009 – uitspraak
De mens Mannus komt geen stap verder: hij wordt voor de duur van twee jaar geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (isd).

Schoonschip

Simon, 33 jaar, zit in een spiraal.
Drugs, hulpverleners, vijanden, steeds meer veelpleger.

Hij zou hebben ingebroken in twee woningen in Appingedam.
Dat ontkent hij.
Hij zou vier croissantjes hebben gestolen bij de V&D in Groningen.
Dat geeft hij wel toe. ’t Was de honger.

Justitie is klaar met Simon.
De betonschaar die hij met zich meesleepte toen hij werd aangehouden, kon hij terugkrijgen.
Dat wil Simon wel.
De rechters begrijpen dat: ‘Altijd handig zo’n ding.’

Justitie vindt dat de samenleving tegen Simon moet worden beschermd en eist de veelplegersmaatregel isd.
Die duurt twee jaar.
De reclassering vindt dit ook het beste.

De advocaat zegt dat de twee inbraken die Simon ontkent niet bewezen kunnen worden en dat het erg disproportioneel is iemand twee jaar op te sluiten voor het stelen van vier croissantjes.

Maar Simon, hij vindt wel dat hij een probleem is en geholpen moet worden, heeft een heel andere reden om geen isd te willen.
Ze zitten daar, zijn vrienden van vroeger.
En dat zijn allemaal vijanden nu.

Twee jaar geleden had hij schoonschip gemaakt.
Het had hem acht maanden celstraf opgeleverd.
Met de politie was hij door de stad gereden en had aangewezen in welke woningen hij had ingebroken.
En waar niet hij, maar anderen dat hadden gedaan.

En die anderen zitten volgens Simon allemaal op de isd-afdeling van gevangenis de Grittenborgh in Hoogeveen.
Daar zitten ze niet op hem te wachten.
Bij wijze van spreken dan.

Want in het echt is hij er meer dan welkom, want een verklikker lusten ze daar rauw.

Het is een neerwaartse spiraal waar Simon in zit.

Rob Zijlstra

UPDATE – 5 oktober 2009 – uitspraak
Isd is niet aan de rode, meent de rechtbank, want een brug te ver. Justitiële druk is wel noodzakelijk. Simon krijgt 8 maand celstraf waarvan 4 voorwaardelijk en nog eens 6 maand die hij eerder voorwaardelijk kreeg opgelegd. Simon knikt instemmend. Als hij nadat het vonnis is voorgelezen de zittingszaal verlaat, knikt de rechter hem bemoedigend toe en zegt: ‘succes’.