verkrachting

Lucia

even sta ik in de
rechtszaal oog in
oog met de moordenaar

Ik lees oude krantenartikelen uit Nieuwsblad van het Noorden, geschreven door collega’s die nu niet meer bij de krant werken. Ik lees uitvoerige berichten, qua tekst langer dan we vandaag de dag gewend zijn te schrijven en te lezen.

Het is 1988, de dagbladen hadden volop abonnees.

Ik lees in die oude kranten over een jonge vrouw die is vermoord, zij is gevonden in een weiland langs de Euvelgunnerweg in Groningen, nu een bedrijventerrein ten oosten van de stad. Voordat ze werd vermoord, is ze verkracht. Een vreselijker lot kan een mens nauwelijks overkomen, een ernstiger misdaad valt bijna niet te begaan.

Ik lees de oude krantenartikelen uit het archief van het Nieuwsblad van het Noorden omdat de moordenaar, bijna 29 jaar na dato, moet verschijnen in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Vanwege toen – om precies te zijn: 28 jaar, 9 maanden en 25 dagen geleden.

Hij heet Willem.
Hij is nu 57 jaar, is een grote man die van die stevige, zwarte werkschoenen draagt, een donkere spijkerbroek, grijze sweater, grijszwart haar, een dito baard.
Hij is moordenaar voor het leven.

Deze Willem zit gelaten in de verdachtenbank als of hij zonder recht van spreken is.
Zijn behandelaar in de tbs-kliniek waar hij nu verblijft zegt evenwel dat ik eens langs moet komen, om te horen over de goede resultaten die er worden geboekt, mooie resultaten waar zelfs niemand weet van heeft. Vierenveertig procent. Het zijn resultaten die bewijzen, anders dan overal wordt gedacht, dat geen mens onbehandelbaar is. Ik krijg een visitekaartje. Kom langs, zegt de behandelaar, dan krijg je een rondleiding. Van Willem.

Even sta ik in de rechtszaal oog in oog met de moordenaar.
We mogen elkaar geen hand geven, dat hoort niet in de rechtszaal.
We kijken elkaar kort aan, ik ontmoet een vriendelijke blik.
Geen blik om bang van te worden.
Hoe ik terugkeek, dat weet ik niet.
Ik bel wel, zeg ik tegen de behandelaar en stop het visitekaartje weg.

Daags na de moord had Willem van der S. zich op het politiebureau gemeld met de woorden: ‘Het is mis.’ Na zijn misdaad had hij nog verschillende kroegen bezocht in de binnenstad van Groningen. Het was zijn laatste avond in vrijheid.

Ik zet op grond van wat ik in de oude kranten lees wat jaartallen op een rijtje.
In 1981 is Willem vanwege verkrachtingen en pogingen tot doodslag in de regio Ridderkerk als patiënt in de Van Mesdagkliniek beland.
Hij was toen 22, dus nu 35 jaar geleden.
In 1986 wist hij te ontsnappen aan het toezicht van zijn Van Mesdag-begeleiders. Ik heb wel eens gehoord dat tbs’ers op begeleid proefverlof regelmatig wisten te ontkomen op de roltrappen van de V&D. De gevluchte Willem werd niet heel veel later getraceerd en aangehouden in zijn geboorteplaats, zoals de meeste tbs’er die er vandoor gingen: ze vluchtten rechtstreeks naar moeders.

Op 10 maart 1988 genoot Willem van der S. onbegeleid verlof, op donderdagavond, koopavond in de stad. Hij is dan 28 jaar. Dat verlof genoot hij al maanden. Willem bezocht dan in kleine zaaltjes bijeenkomsten van blije kerken. Nog altijd – hoor ik vertellen – is de koopavond een populaire avond voor hedendaagse tbs’ers om de binnenstad van Groningen te bezoeken. Alleen als je het weet, kun je dat zien.

vrouwen eisten
de nacht terug

Een paar dagen na de moord gingen in Groningen drieduizend (!) mensen de straat op om te protesteren tegen seksueel geweld. De mensen droegen fakkels en eisten veiligheid, om veilig naar huis te kunnen fietsen. Vrouwen eisten de nacht terug. Op de muren van de Van Mesdag werden boos witte woorden gekalkt: Stop seksueel geweld!

Ik lees dat de nabestaanden bezwaar maakten tegen het Nieuwsblad van het Noorden, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, tegen EO Tijdsein en Veronica’s Nieuwslijn omdat de naam van het slachtoffer in de berichtgeving voluit werd vermeld, terwijl de naam van Willem beperkt bleef tot Van der S. De nabestaanden hadden ook uit de krant moeten vernemen wat er was gebeurd.

Buro Slachtofferhulp zei tegen de krant: ‘Persvrijheid betekent niet dat je zomaar alles kunt publiceren.’ De verdrietige nabestaanden vingen bot. De pers had geen grenzen overschreden, maar voldoende zorgvuldig bericht, oordeelde de Raad voor de Journalistiek. De politie verklaarde later waarom ze de nabestaanden niet rechtstreeks hadden geïnformeerd: we wilden hen behoeden voor heftige emoties.

Er was een kort geding van vrouwen die vonden dat de Van Mesdag onrechtmatig had gehandeld door Willem van der S. met proefverlof te laten gaan. Het geding was ook gericht tegen de Staat der Nederlanden. De eis: stop met de tbs. Ook hier was bot de vangst. De Van Mesdag had niet onrechtmatig gehandeld, wel onzorgvuldig. Dat laatste was een schrale troost, stond in de oude kranten.

De directie van de Van Mesdagkliniek plaatste zeven dagen na de moord in de krant wanhopig een overlijdensadvertentie om medeleven te betuigen met de nabestaanden. De advertentie viel ik verkeerde aarde.

De rechters gingen woensdag mee met de eis van de officier van justitie: een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaren. De rechters zeiden tegen Willem dat hij dat als iets positiefs moet opvatten. Daarna zeiden ze: ‘Wij wensen u sterkte bij wat u van plan bent. En dan zien we u hier over twee jaar weer.’’

De man die als 22-jarige, als crimineel patiënt, in Groningen terecht kwam omdat daar nu eenmaal de Van Mesdagkliniek bestond (bestaat), die op 28-jarige leeftijd met kwade lust een jonge vrouw van het leven beroofde omdat zij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, vertelde woensdagmiddag in zittingszaal 14 dat hij er nog wat van wil gaan maken.
Van zijn verloren leven.
Twee jaar geleden dacht hij nog, laat maar zitten.
Maar nu, nu wil hij kijken hoe ver hij kan komen, richting vrijheid.
Om alle risico’s uit de sluiten ziet hij vrijwillig af van verloven waar hij – net als toen – recht op heeft.

Ze heette Alok Lucie Burgdorffer.
Roepnaam Lucia.
Studente, 22 jaar.
Wat ze studeerde, staat nergens geschreven.
Ook is er geen foto van haar.
Alleen een vrolijke naam, verbonden aan een gruwelijk misdrijf dat werd gepleegd op 10 maart 1988 in Groningen.
Op een donderdagavond.

Lucia fietste op haar fiets, van of naar haar huis.
Toen opeens.

Rob Zijlstra

Is dit wel waar?

Hij beschouwde haar
als zijn seksslavin
die moest doen
wat hij wilde
schermafbeelding-2016-11-23-om-14-37-36

tweet

De zaak was al bijzonder omdat het over buitenissig veel geld gaat. En omdat het verhaal achter dat geld, welgeteld 1.581.868 euro, nog veel gekker moet zijn, is dit een bizar verhaal.

Het gaat over Ivan en over Darina, vijftien jaar geleden een jonge vrouw uit het Bulgaarse Sliven. Ivan – inmiddels 44 jaar oud – was daar ooit varkensboer. Hij werd in oktober 2009 door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij Darina jarenlang zou hebben uitgebuit. Hij beschouwde haar als zijn seksslavin die moest doen wat hij wilde: zo veel mogelijk geld verdienen.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM, misdaad mag niet lonen) deed uitvoerig onderzoek naar de verdiensten van de vrouw. De uitkomst is akelig: zij zou ruim 1,5 miljoen euro hebben verdiend met het hebben van seks met mannen in de rosse buurt van Groningen.

Mocht dit kloppen, dan even voor het idee: een intiem samenzijn met Darina kostte mischien wel 50 euro per keer.
Als dat zo is, dan had deze jonge vrouw in acht jaar tijd dagelijks, zeven dagen per week, seks met tien mannen.
Als andere cijfers ook kloppen, dan moet half mannelijk Groningen haar kennen.

Groninger agenten die belast zijn met het tegengaan van mensenhandel kenden haar in ieder geval. Op hun rondgangen door de buurt was het hen wel opgevallen dat Darina vaak en lang werkte. Ze maakten wel eens een praatje met haar en uit niets wat ze dan zei kon worden opgemaakt dat ze een slachtoffer was. Maar eind 2008 meldde ze zich op het politiebureau. Ze vertelde dat ze werd uitgebuit.

De politie, aanvankelijk verbaasd want nooit iets gemerkt, begon een onderzoek (onderzoek Kolibrie) en schreef 200 pagina’s vol leed. Dat er dagen waren dat ze twintig uur werkte, dat ze wachtend op klanten altijd moest staan. Dat ze ook moest werken wanneer ze ongesteld was. Pistool op haar hoofd. Een paar keer kreeg ze een cadeautje van haar varkensboer: een keer grotere borsten, een keertje volle lippen.

Ivan streek al het geld op dat zij kreeg en hield er in Bulgarije in een grote villa een luxe leven op na met protserige auto’s en horloges. Op een deel van Ivan’s bezittingen is beslag gelegd.

In oktober 2009 werd Ivan niet alleen tot vier jaar cel veroordeeld, maar ook tot het betalen van 20.000 euro smartengeld aan Darina.
Daarnaast was gevraagd de verdiensten (1.581.868 euro) af te pakken: na aftrek van wat kosten zou Ivan – aldus BOOM – 1.441.370 euro moeten inleveren.
De rechtbank wees dit af: te ingewikkeld voor een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en begon in juni 2011 een procedure bij het gerechtshof.

En kijk, ruim vijf jaar later, donderdagmiddag om drie uur – zeven jaar na de aanhouding van Ivan en vijftien jaar nadat de jonge vrouw voor het eerst als seksslavin achter te ramen in Groningen werd gezet – is er een nieuwe rechtszaak waarin het Openbaar Minsterie die 1.441.370 euro opeist.

Misdaad kan heel lang lonen.

Rob Zijlstra

update 22december 2016 – beslissing
Ivan moet betalen. Hij krijgt 10 procent korting omdat de redelijke termijnen om zoiets af te handelen volgens de rechtbank met 15 maanden zijn overschreden. Resteert: 1.148.595 euro en 19 eurocent.

Catastrofale mannen

Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds
huilend in bed op betere tijden, maar
haar vader bleef een gruwzaam man

schermafbeelding-2016-10-14-om-10-52-54Grote woorden verdienen het om spaarzaam te worden gebruikt.
Je kunt niet iedere misstand een drama, niet elk ongemak een ramp noemen, want dan sta je bij ware malheur met de mond vol tanden.

Het is dus niet zo dat het Noorden van Nederland op 13 november 2014 is ontsnapt aan een catastrofale explosie met gevolgen voor mens en omgeving.
Dat is te zwaar aangezet, het is te groots uitgedrukt.
Toch werd het deze week gezegd in de rechtszaal en moest de 44-jarige Pascal een beetje huilen. Want stel dat de Eemscentrale wel was ontploft door zijn schuld.
Wat dan?

Daar moet hij steeds aan denken, aan wat er misschien had kunnen gebeuren, dat er doden hadden kunnen vallen, eventueel, en hoe stom hij was geweest.
Sowieso.
Pascal moet af en toe even naar adem happen.
Dan weer veegt hij met de palmen tranen uit het gezicht.

Eerst dachten ze dat hij zo’n radicale milieuactivist was.
Op het politiebureau hadden ze dat aan hem gevraagd.
Ben jij dat?
Hij had nee gezegd, hij had geantwoord: ‘Ik ben steigerbouwer.’
Waarom had hij het dan gedaan, dat wil iedereen weten.
Pascal doet zijn best.

Het was razend druk op het werk, het ging maar door, want de klus moest af.
Het was zo druk dat hij geen vrije dag kon krijgen.
Daar had hij wel om gevraagd.
De oma van zijn vriendin was overleden.
Hij wilde graag bij de begrafenis zijn, maar dan moest hij dus vrij en zijn chef, een Duitser aan wie hij toch al een hekel had, gaf geen toestemming.
Het was frustratie.
En een vlaag van verstandsverbijstering.
‘Misschien was het een combi.’

Dat laatste willen de rechters niet zomaar geloven omdat er twee momenten waren geweest dat hij het had gedaan.
De eerste keer om 10.18 uur, de tweede keer om 13.39 uur.
Dan moeten dat twee opeenvolgende vlagen van verstandsverbijstering zijn geweest, wat een beetje apart is, menen de rechters.
Pascal knikt, haalt diep adem en zegt dat hij het ook niet meer weet.
En dat hij ontzettend veel spijt heeft.

Pascal had een hendel omgezet.
Omhoog gehaald.
Twee keer.

In de tenlastelegging staat dat hij ‘opzettelijk een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld…’
Juristen snappen dat zelf ook maar nauwelijks, maar praten nu eenmaal zo.
Het komt erop neer dat Pascal de beveiliging van een hulpkoelsysteem uitschakelde en dat dat bloedlink was.
Ergens in de centrale zou iets cruciaals extreem oververhit kunnen raken.
Een explosie zoals Groningen die nog nooit had beleefd was dan niet uit te sluiten.
Omdat het een hulpkoelsysteem – een back-up – betrof moest het wel heel gek lopen zou dat ook echt gebeuren.
Maar toch.
Ongelukken schuilen in kleine hoeken.

Even na vier uur zei iemand in de centrale, ‘verrek, krijg het nou, de druk in het back-upkoelsysteem van eenheid 3 is gezakt tot onder de 1 bar’.
De medewerker drukte op de rode knop en razendsnel werd een crisisteam geformeerd en werd de halve Eemshaven afgezet.
Verder gebeurde er niets.

Pascal zucht.
De officier van justitie ook, evenals de advocaat.
Er verstrijken jaren zonder dat er ook maar een jurist in Nederland zich verdiept in artikel 161bis van het Wetboek van strafrecht.
Daarin staat dat wat Pascal heeft gedaan niet mag.
De advocaat merkt op dat zijn cliënt al zwaar genoeg is gestraft.
‘Hij is ontslagen en hij heeft het prachtige Groningen verlaten en verruild voor het saaie Waddinxveen. Genoeg, dunkt me.’
Ook merkt de raadsman op dat er geen catastrofe in de lucht heeft gehangen, maar dat er even sprake is geweest van een verminderde staat van veiligheid.
‘Ach.’

Rechters vragen aan Pascal of hij zich op die dag om 10.18 en 13.39 uur bewust was van de gevaren.
Pascal: ‘Ik heb daar op dat moment niet bij stilgestaan.’
De officier van justitie eist een taakstraf van 120 uur.

Maar dan Fred.
Fred is een ander verhaal.
Fred, 46 jaar, bloemenverkoper, is wereldwijd een catastrofe voor de mensheid.
Kleiner kan ik het – op basis van de rechtszaak waar Fred als tragisch figuur de hoofdrol speelde – niet maken.
Een collega van de perskamer noemde hem de smerigste hufter.
‘Geef mij een kwartiertje met hem alleen’, zei ze.

Fred heeft gedurende een jaar zijn jongste dochter misbruikt.
Hij had daar een reden voor: hij zat in een faillissement.
Daardoor had hij het dus ontzettend zwaar want veel stress en toen ging zijn vrouw ook nog vreemd met zijn beste vriend.
‘Het was een fase in mijn leven dat ik erg instabiel was.’

Fred zegt dat het natuurlijk geen excuus is.
Maar ja.
‘Een man met stress doet nu eenmaal rare dingen.’
Hij zegt ook dat hij natuurlijk spijt heeft.
En de rechters moeten niet denken dat het de schuld is van zijn dochter of zo.
Dat is niet zo.
Het is zijn schuld.
‘Ik heb een fout gemaakt. Ik ben verantwoordelijk.’

Hij vertelt dat zijn dochter een pittige dame was, niet gemakkelijk in de opvoeding.
Het was een keer begonnen met knuffelen.
En zo was het doorgegaan.
Zoenen op de mond. Hij met zijn tong.
Soms ging hij trimmen in het bos en dan mocht zij mee (‘nee, ik moest mee’).
Een keer wilde zijn dochter, toen 16 jaar, uit met vriendinnen.
Hij had gevraagd: wat heb je daarvoor over?
Hij was toen in dat bos met zijn vingers in haar vagina gegaan.
Tegen de rechters: ‘Heel spontaan.’

In 2013 vertelde ze alles aan haar moeder.
Ze wilde geen aangifte doen.
Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds huilend in bed op betere tijden, maar haar vader bleef een gruwzaam man.
Een jaar geleden deed ze alsnog aangifte.

De rechters vragen: ‘Was u daar boos over, over die aangifte?’
Hij: ‘Nee. Maar ik was wel verontwaardigd.’
De officier van justitie citeert uit een verklaring van de dochter: ‘Op de dag dat ik aangifte deed, zei hij tegen mij: ‘dit is de dag dat ik je heb begraven’.

Fred vindt niet dat hij hulp nodig heeft.
‘Ik heb veel vrienden die psychiater zijn. Ik heb al met hen gepraat.’
De officier van justitie: ‘Het bewijs is easy. Hij bekent de beschuldigingen. Ik eis een half jaar celstraf, de helft voorwaardelijk.’

Ook Fred heeft het Noorden verlaten.
Hij verkoopt nu de meest vrolijk gekleurde bloemen in Amsterdam.
Alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak – 21 oktober 2016 
Pascal is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Conform dus. De rechtbank volgt in de veroordeling het  Openbaar Ministerie. Dat ziet er dan als volgt uit (fragment vonnis):

schermafbeelding-2016-10-21-om-16-10-50

Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25

afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).

Niet gekker

‘Normaal ben ik niet zo.
Ik moet gewoon even
nokkie zijn geweest.’

Schermafbeelding 2016-02-27 om 18.11.43Zittingszaal 14 is de zaal van het strafrecht in Groningen.
Qua woorden die er worden gesproken is het denk ik een van de meest bijzondere zalen van heel de provincie.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan in deze zaal worden gevraagd of geantwoord.
Zou ik de president van de rechtbank zijn, dan zou ik de tekst ‘het moet niet gekker worden’ ergens laten aanbrengen.
Zo groot als maar mogelijk.

Goed, koffie mag je niet mee naar binnen nemen (een flesje water wordt gedoogd), de telefoon moet op straffe van verbanning uit en het hoofd moet onbedekt.
Petje af.
Maar er bestaan geen taboes.

Zittingszaal 14 is als zaal niet heel imposant.
De ene zijkant telt tien smalle ramen, de andere acht, maar daglicht is er nooit.
Aan weerszijden hangen grote, zwarte Sony’s aan de muur, aan eentje een goedkope klok van Blokker.
De meubels die er zijn neergezet, zijn lomp, te groot voor de ruimte die er is.
Aan de hoge muur waar het publiek naar kijkt, hangen vijf panelen, die samen een kunstwerk vormen.

De maker van die werken is de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius die in 1999, fietsend in zijn stad, door een automobilist werd doodgereden.
Hij schilderde de vijf panelen in zachte, lieflijke pasteltinten.
Daarmee wilde Hillenius tegenwicht bieden aan de harde, rauwe werkelijkheid die in rechtszalen wordt besproken.

Maandag was de kunst van de maker hartstikke nodig.
Tussen de zachte panelen hing het grote oprolbare doek voor een vertoningen.
Doorgaans worden daar slechte beelden op getoond van vage figuren die cafetaria’s overvallen.
Maar nu zagen we een erg blote vrouw, liggend op een duistere bank.
In haar stak een bierflesje dat op en neer ging.
We zagen handen aan armen die dat deden.
We hoorden gelach en iets dat klonk als kreunen.
Het duurde één minuten en vijftig seconden.

Een mannenstem luidde het einde van het ranzige filmpje in.
Rauwe stem: ‘Ik vind het nou ook wel goed zo. Ik heb genoeg gezien.’

Voordat de rechters de film startten was het publiek op de tribune verzocht de zaal te verlaten. De film zou achter gesloten deuren worden getoond.
Na de vertoning mocht het publiek weer binnenkomen.
Net toen ik wilde opstaan, sprak de rechter dat was besloten een uitzondering te maken voor de pers, dit in het belang van de openbaarheid van de rechtspraak.
En zo keek ik op maandagochtend op een doek van 3 bij 4 meter naar een bierflesje in het blote kruis van Anneke.

Er zijn drie verdachten.
Femke (26) en haar stiefmoeder Connie (42).
De armen met handen zijn van hen.
Connies hoofd komt een paar keer herkenbaar in beeld.
De derde verdachte is Ko (34).
Hij is de man van de stem en de maker van het filmpje.

De rechters zeggen dat het allemaal nogal gênant is.
Ze zeggen: ‘Maar we moeten er toch over praten.’
Femke kijkt strak voor zich uit, haar linkerhand ligt op haar zwangere buik.
Connie huilt.
Femke zal dat straks ook gaan doen.
Ko is niet komen opdagen.

Het verwijt dat aan de twee vrouwen wordt gemaakt is dat zij seks hebben gehad met iemand die wilsonbekwaam is, met iemand die onmachtig is.
Plat en niet-juridisch gezegd: ze hebben een laveloze vrouw verkracht.
En daar heeft Ko met zijn telefoon een filmpje van gemaakt.
Het was ook op zijn bank in zijn woning in het oosten van Groningen.

De rechters: ‘In hemelsnaam, waarom?’
Connie heeft het nu niet meer, haar stem stokt.
Femke komt met een gedeeltelijke bekentenis: ‘Lichamelijk was ik erbij, maar geestelijk totaal niet.’

Een en ander gebeurde in oktober 2014.
Niet lang daarna gingen er geruchten door het dorp.
En toen nog erger: het filmpje werd verspreid.
Het duurde niet lang of het halve dorp keek naar Anneke op de bank.
Zij wist zelf toen nog van niks.
Een kennis van haar vond het te gortig en stapte met zijn telefoon waarop ook hij het filmpje had ontvangen naar de politie.
Buurtagenten bekeken het, ze zagen Anneke en herkenden de stem van Femke en toen ze nog een keer keken herkenden ze ook Connie.

In maart werden ze aangehouden.
Ko ook.
Bij de politie werden uitvoerig verklaringen afgelegd.
Connie: ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
Femke: ‘Normaal ben ik niet zo. Ik moet gewoon even nokkie zijn geweest.’
Ko had bij de politie verteld dat hij filmde in opdracht van Connie.
Connie had ruzie met Anneke, ze hadden elkaar die avond ook geslagen, in de gang bij hem thuis. Ze waren toen al aangeschoten.

Connie: ‘Ik had ruzie met Anneke, Ko gaf mij toen een pilletje, om rustig te worden.’
Femke denkt dat ze flink wat cocaïne heeft gesnoven.
Ze zegt: ‘Ik weet helemaal niets meer.’
Connie: ‘Ik ook niet, maar ben wel vol in beeld op dat filmpje.’
Op haar werk hadden ze dat ook gezien.
Ze mocht vrijwillig ontslag nemen, dan kreeg ze een beetje geld mee.

Het vermoeden is dat iemand iets in het drankje van Anneke heeft gedaan.
Misschien wel GHB, raar spul dat Ko altijd in de koelkast had, wordt gezegd.

Anneke heeft geen aangifte willen doen.
Ze is bang voor represailles.
Maar de officier van justitie heeft geen aangifte nodig om de drie verdachten te kunnen vervolgen.
De beelden spreken voor zich.
Duidelijk is te zien, vindt zij, dat Anneke bewegingloos is, dus onmachtig.
Ze spreekt van ontzettend ernstige feiten die ze met alle officieren van justitie had besproken.

Gezamenlijk waren ze tot de conclusie gekomen: 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Dus ook voor Ko die alleen maar filmde, ook voor Femke die hoogzwanger is.

De advocaten doen wat ze moeten doen.
Ze proberen de scherpe kanten eraf te halen.
Misschien bewoog Anneke toch wel een beetje en was ze helemaal niet zo laveloos van de drank en drugs.
Misschien was het wel een seksueel experiment van volwassenen met een slokje op.
Strafbaar is het dan niet, zegt de ene advocaat.
De andere: ‘Het is gebeurd, iedereen dronken, iedereen onder invloed, dan dient straf geen doel.’

Zij die weten dat ik in zittingszaal 14 kom vragen soms wat nou de ergste zaak is geweest, de meest heftige zaak, die ik heb gevolgd.
Dat is moeilijk te zeggen, antwoord ik dan.
Omdat ik inmiddels weet: het kan altijd nog gekker.

Rob Zijlstra

De hufter

leeswaarschuwing: dit is tamelijk heftig

Ik ben niet van de zwaarste straffen.
En liever ook niet van geroeptoeter.
Ik vind de uitspraak dat je soms (vaker) moet zwijgen omdat je anders niet hoort wat anderen te zeggen hebben, een heel waardevolle.
Ik vind ook dat bijzondere momenten niet stil verzwegen, maar benoemd moeten worden.
Donderdag had ik een bijzonder moment.

Ik zat achter een van de allergrootste hufters die ik ooit heb moeten meemaken in de rechtszaal.
Uren na de zitting hoopte ik nog steeds dat de rechtbank over twee weken een veel zwaardere straf oplegt dan de eis van de officier van justitie.

Zo, dat is eruit.

Naast mij zaten de vader en de moeder.
Knokkend tegen het bijna onmogelijke in de gegeven omstandigheden: rustig blijven, rustig blijven.
Toen de vader zich eenmaal even liet gaan, hij sprak één woord, een woedewoord dat aan zijn mond ontsnapte, werd hij direct terechtgewezen door de rechters.
Bars klonk het: ‘U moet uw mond houden.’

Rustig blijven.

De moeder vocht om niet te schreeuwen, zij liet haar tranen stromen.
Dat mocht nog wel.
De moeder en de vader hielden, onzichtbaar voor de rechters, elkaars handen vast.
De vader balde zijn vrije vuist, een vuist die hij op het tafelblad liet rusten, die hij soms wel door het blad leek te willen duwen.

Rustig blijven.
Mond houden.

De hufter die voor mij zat, die ook vlak voor de vader en de moeder zat, is misschien wel de allerergste Groninger die bestaat zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.
Hij gaf het zelf wel toe: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: ‘Waarom?’
Jakob: ‘Achteraf bezien had het niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Nee. Ja. Nogmaals, waarom?’
Jakob: ‘Ze vond het geen probleem.’
Rechters: ‘Ze was 12.’
Jakob: ’Ik dacht 13’
Rechters: ‘Waarom? Was het geilheid?’
Jakob: ‘Ja, ik denk het wel.’

Jakob, een man van 44 jaar, heeft een meisje van 12 jaar verkracht.
Hij deed dat drie keer op één dag.
Als de rechters vragen of er niet één moment is geweest die dag, een moment waarop hij dacht, waar ben ik godsnaam mee bezig, zegt hij: ‘Nee, niet op dat moment.’

Jakob heeft geen vrienden.
Gelukkig maar.
Wel heeft hij al tien jaar een eigen onderneming met een vergunning van de gemeente Zuidhorn.
Hij heeft een escortbureau.
Hij is er, zegt hij, 24 uur per dag mee bezig.

Op een dag plaatse hij een advertentie op een website voor meer voor mannen
Gezocht: een tienerhoer en een seksslavin.
Hoe bizar, maar zij reageerde.
En hij weer op zijn beurt.
Ze schreef dat ze 17 was, al bijna 18.
Hij schreef terug dat ze dan niet voor zijn escortbureau kon werken.
Dat ze nog twee maandjes moest wachten.
Jakob had een ander voorstel: ze kon privé wel iets betekenen, dan werd ze zijn kindhoer.

Het kleine meisje, met grootse kinderproblemen, zei dat ze dat wel wilde.
Ze schreef een briefje voor haar ouders dat ze zelfmoord ging plegen en stapte bij Jakob in de auto.
Dat was in Amersfoort.
Samen reden ze terug richting Groningen, richting Zuidhorn en dan naar waar hij woont.

Op de eerste de beste parkeerplaats na Amersfoort richting Zwolle verkrachtte hij haar in de auto.
Daarna reden ze verder.
Ter hoogte van Spier gingen ze samen het bos even in.
Het regende.
Staand tegen een boom moest ze hem pijpen.
Hij trok aan haar lange haren.
Rechters: ‘Ze moest uw sperma doorslikken.’
Jakob: ‘Dat had ik vooraf gevraag, of ze dat wel wilde. En dat wilde ze wel.’

Rustig blijven.

Toen ze in zijn woning kwamen, stuurde Jakob zijn Poolse slavin naar buiten – ga de hond uitlaten! – om zich op zijn kamer met sm-attributen voor de derde keer die dag te vergrijpen aan het meisje van 12 jaar.
Terwijl hij dat deed ging in Nederland een Amber-alert de lucht in.

Jakob zegt tegen de rechters dat het meisje thuis problemen had.
Door haar daar weg te halen had hij haar toch ook een beetje geholpen.
De rechters zeggen dat hij wist van het briefje over zelfmoord.
Ze vragen: ‘Er niet bij stilgestaan dat haar ouders doodsangsten uitstonden?
Jakob: ‘Nee, dat kwartje is niet gevallen.’

Niets zeggen.

Toen hij klaar was met verkrachten bracht hij het meisje terug naar huis.
Ze mocht niks zeggen.
Gelukkig deed ze dat wel.
Ze vertelde alles.
Daarna moest ze naar het ziekenhuis.

Moeder zegt in de rechtszaal: ‘Ik had een dochter met twinkelingen in haar ogen. Nu is mijn dochter een rugzakje.’
Moeder zegt dat ze er alles aan zal doen om haar kleine dochter een mooie jonge vrouw te laten worden.
De vader zegt niets.
Hij probeert nog steeds rustig te blijven

Deskundigen zeggen dat de kans op herhaling op korte termijn gemiddeld hoog is, maar op lange termijn hoog.
Jakob zegt dat hij het heel erg heeft gevonden dat zijn moeder is overleden terwijl hij in de gevangenis zat.
Het is een narcistische man, zeggen de deskundigen.
De officier van justitie zegt dat er naast straf een behandeling moet komen.
Ze zegt: ‘Hoe geringer de interne motivatie, hoe groter de externe justitiële druk moet zijn.’
Jakob zegt dat hij het daar mee eens is: ‘Ik sta daar wel open voor.’
.
De officier van justitie eist 42 maanden celstraf.
Waarvan 12 voorwaardelijk.
Dat is dertig maanden netto.

Rustig blijven.

Rob Zijlstra

update – 3 december 2015 – uitspraak
Jakob is veroordeeld. De rechtbank acht verkrachting niet bewezen, maar wel de ontuchtige handelingen. Maar hoewel de rechtbank de gebeurtenissen juridisch een iets lichtere kwalificatie geeft, heeft dat geen gevolgen voor de straf: die is conform. Om daarmee de ernst van de zaak te onderstrepen. 42 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, wat betekent dat Jakob netto dertig maanden moet zitten. Die 12 voorwaardelijke maanden blijven hem gedurende de proeftijd van vijf jaren bovenste hoofd hangen.

Het logeerbed

Schermafbeelding 2015-10-01 om 21.08.30

dvhn, pagina 18

Een vliegtuig dat opstijgt, is en blijft een wonderlijke gebeurtenis, maar het is al lang geen nieuws meer.
Stort datzelfde vliegtuig uren later neer, waar ook, dan is dat wel nieuws, hoe groot hangt af van het aantal inzittenden, nationaliteiten en natuurlijk de plek van de ramp.

Nieuws heeft vooral ook met afstand te maken.
Nieuws is vaak maar raar.
Wanneer u zich fataal verslikt in een graatje, dan haalt dat niet de voorpagina van de krant van morgen.
Dat wordt anders wanneer de betreurde de verkoper van de vis is.

De verdronken zwemleraar, een horlogemaker die te laat komt, de scheidende trouwambtenaar, kale kapper, rijdende rechter, een wanhopig filosoof.
Een valse noot en het is nieuws.

Piet z’n huwelijk dreigde op de klippen te lopen en daar zat hij vreselijk mee.
Hij had het verteld aan een goede collega met wie hij er tenminste over kon praten, niet alleen na het werk, maar ook tijdens de diensten die ze samen draaiden.
Jannie snapte het tenminste want ze luisterde goed.
Het was dan ook helemaal niet raar dat Jannie hem uitnodigde voor het verjaardagsfeestje bij haar thuis.
Hij mocht ook blijven slapen, dan kon hij een borreltje drinken, wel zo gezellig.

Hetty vond het best.
Hetty is de vrouw van Jannie en andersom.

Er waren die avond nog een paar vriendinnen geweest en er was bier gedronken en wijn.
Toen het feest was afgelopen waren ze niet lam geweest, maar wel flink een beetje teut.
Lachen ook.
Piet zou in het logeerbed slapen.
Toen ze zich klaarmaakten voor de nacht troffen ze elkaar in de krappe badkamer.
Om er nog even te plassen, om de make-up weg te vegen, tanden te poetsen, om er bloot slaapshirts aan te trekken.
Piet tegen de rechters: ‘Meer is er daar in de badkamer niet gebeurd.’

Het licht ging uit en werd het duister en donker

De volgende dag gingen Piet en Jannie volgens het rooster samen aan het werk.
Het eerste wat ze samen deden was een ontbijtje scoren bij de McDonald’s.
Deden ze vaker samen.
Piet was toen een beetje emotioneel geweest.
Alsof er iets was gebeurd.

Zelf zei hij dat het was vanwege dat klotenhuwelijk met zijn vrouw van wie hij hield.
En vanwege ook de kinderen, wat deed hij ze aan?
Kom op Piet, troostte Jannie.

Daarna gingen maanden voorbij, juni werd herfst.
Jannie was, merkte hij wel, gaandeweg afstandelijker geworden.
Toen het oktober was, deed ze aangifte en lag er ineens een heel ander verhaal op tafel.
Jannie beweerde dat Piet haar had aangerand.
Hij had dat gedaan die avond in de badkamer, toen ze daar gedrieën de nacht stonden voor te bereiden

Piet had, vertelde Jannie bij de politie, ineens aan haar blote boxershort getrokken.
Ze had zijn vingers op haar schaambeen gevoeld.
Ze had geroepen: ‘Dit kun je vergeten Piet’.
Toen waren ze gaan slapen.
Tenminste, dat dacht Jannie.
Terwijl Jannie sliep, beleefde Piet stiekeme seks met Hetty.
Dus met de vrouw van Jannie.

Een lang verhaal.
Een kort verhaal.

Toen Jannie in de herfst hoorde over dat van Piet en Hetty deed ze aangifte.
En Hetty?
Hetty toonde zich solidair met haar vrouw.
Zij zei na maanden stellig: ‘Piet heeft mij die nacht verkracht.’

Piet werd per direct door zijn werkgever geschorst.
Jannie en Hetty waren door aangifte te doen ineens slachtoffers geworden.
De officieren van justitie wikten en wogen.
De uitkomst: We seponeren Piet. Er wordt van alles gezegd, maar er is geen bewijs.

Hetty legt zich daar bij neer.
Jannie niet.
Jannie dient een klacht in – artikel 12 – en het gerechtshof oordeelt dat er een strafzaak moet komen.
En zo kan het gebeuren dat de rechtbank in Groningen zich in september 2015 moet buigen over een verjaardagsfeestje in juni 2013.

De officier van justitie spreekt van een precaire zaak.
De officier van justitie zegt over die toestand in de badkamer dat hij wel wil aannemen dat er tanden werden gepoetst en slaapshirts werden aangetrokken, maar dat hij in alle redelijkheid niet kan bewijzen dat de hand in de onderbroek is gegaan.
Hij eist vrijspraak.
En daarmee is ook de vordering van 500 euro die Jannie indiende wat de aanklager betreft van de baan.

Zo ging het er aan toe in de rechtszaal.
Is dit nou nieuws?
Overleg met de redactie.
Redactie neigt naar niet.
Ik zeg dat het vermeende slachtoffer politieagente is.
En de verdachte politieagent.
De redactie: Oei, dat is wel relevant, dan is het wel nieuws.

De volgende dag staat er een stukje in de krant, op pagina 18.
Met het oog op de geëiste vrijspraak doen we dat ten aanzien van de verdachte die in een klein en onwetend dorp woont, ietwat terughoudend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober