vermist

Michael de Vrieze – patstelling

27/12 – met update: vrijspraak

Het strafproces rond de in 2010 spoorloos verdwenen schaker Michael de Vrieze uit Burum krijgt vandaag bij het gerechtshof in Leeuwarden opnieuw een bijzondere wending

Wat staat er op de rol van het hof?

Op de rol van het hof staat de strafzaak tegen de 39-jarige Cafer G. die in 2013 twaalf jaar celstraf kreeg wegens doodslag. Cafer G. zou in 2010 Michael de Vrieze met geweld om het leven hebben gebracht. Het kan niet anders dan dat zo is en het kan niet anders dan dat Cafer G. de dader is, oordeelde de rechtbank in Groningen.

Het lichaam van slachtoffer Michael de Vrieze is tot op de dag van vandaag spoorloos.

Er zijn maar weinig strafzaken die een zo merkwaardig verloop hebben als deze zaak. Cafer G. is na de veroordeling door de rechtbank en in afwachting van het hoger beroep het land uitgezet. Vanwege de veroordeling is Cafer G. – geboren in Nederland, maar met de Turkse nationaliteit – tot een ongewenste vreemdeling verklaard. Ook kreeg hij een inreisverbod: hij mag Nederland niet meer in.

Dit laatste botst met het recht aanwezig te mogen zijn bij je eigen strafzaak.

aanwezigheidsrecht

Cafer G. ontkent iets met de dood dan wel vermissing van De Vrieze te maken te hebben. Hij heeft te kennen gegeven dat hij aanwezig wil zijn bij de behandeling in hoger beroep. Van dit recht kan hij nu door toedoen van de overheid geen gebruik maken. Een patstelling.

Het ligt nog een stukje complexer.

Dat Michael de Vrieze in 2010 om het leven is gebracht, acht de rechtbank bewezen. De in Burum woonachtige De Vrieze zou in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen zijn vermoord. Dit wordt aangenomen op basis van het vele bloed dat in de woning is aangetroffen. Dat er sprake is geweest van veel bloed was destijds een constatering van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Maar dan gebeurt er iets raars.

Ter voorbereiding van het hoger beroep gelast het gerechtshof nader onderzoek naar het bloed. En wat blijkt? ‘Veel bloed’ blijkt bij nader inzien ‘weinig bloed’. Zo weinig (het bodempje van en borrelglaasje) dat het hof meent dat niet meer voor de volle honderd procent kan worden gesproken van een misdrijf.

Het hof verbindt aan deze nieuwe constatering ook consequenties: de tot twaalf jaar cel veroordeelde Cafer G. mag de gevangenis verlaten om de behandeling in hoger beroep als vrij man – maar nog wel als verdachte – af te wachten.

Twee dagen na dit besluit is G. het land uitgezet. Naar Turkije, een land dat geen onderdanen uitlevert. Het land ook waar Cafer G. kort na de verdwijning van Michael de Vrieze met enkeltje naar toe was gegaan. Gevlucht, aldus het OM.

Nederland heeft destijds nogal wat moeite gedaan om hem als verdachte in handen te krijgen. Toen G. vanuit Turkije naar Moskou reisde, werd de politie getipt. Op verzoek van Nederland werd G. in Moskou gearresteerd en na drie maanden uitgeleverd.

De grote vraag is of het gerechtshof de strafzaak vandaag inhoudelijk kan behandelen. Het Openbaar Ministerie lijkt te vinden van wel. Dat Cafer G. niet naar Nederland kan komen, is volgens het OM zijn eigen keuze. Bovendien kan G. zich laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Cafer G. werd bijgestaan door advocaat Jac. Taekema. De raadsman heeft het gerechtshof laten weten dat hij zich onttrekt aan de zaak. ‘Het aanwezigheidsrecht van mijn cliënt wordt niet gerespecteerd. Dan kan ik, in zijn belang, niet anders doen dan de verdediging neerleggen’, aldus Taekema

Een patstelling binnen een patstelling.
Hoe verder?

Rob Zijlstra

update – 27 december 2017
Cafer G. vrijgesproken – bevindingen NFI geven doorslag

arrest

 

 

update – 13 december 2017 – patstelling doorbroken
Het hof heeft woensdagochtend besloten dat de strafzaak bij verstek behandeld kan worden. Het belang van Cafer G. om bij zijn strafzaak aanwezig te zijn, weegt niet op tegen het belang dat de samenleving heeft bij een voortgang van de zaak, zo luidde na beraad het oordeel.  Er werd uiteindelijk 12 jaar celstraf tegen Cafer G. geëist. Uitspraak op 27 december. Zie voor meer: dagblad van het noorden

 

 

 

Meelezende juristen wezen mij op bovenstaande uitspraak van belang

 

 

overzicht

michael de vrieze

11 april 2010
Michael de Vrieze (45) wordt voor het laatst in leven gezien in het Fair Play-casino in de Euroborg, Groningen.

12 april 2010
De auto van Michael de Vrieze wordt geflitst bij de brug in Noordhorn, de bestuurder is niet De Vrieze, zo is op de flitsfoto te zien.

16 april 2010
Met de pinpas van Michael de Vrieze wordt geld opgenomen. Kort daarvoor is ingelogd op de computer van De Vrieze in zijn woning in Burum. Cafer erkent dat hij daar is geweest. Om de katten eten te geven, zegt hij.

17 april 2010
Cafer G. vliegt naar Turkije (enkeltje) waar hij een bedrijfje heeft (entertainment in hotels).

december 2011
Cafer G. reist naar Moskou. Turkije tipt Nederland. G. wordt in Moskou aangehouden.

cafer g.

28 maart 2012
Cafer G. wordt uitgeleverd aan Nederland

1 juni 2012
Openbaar Ministerie looft een beloning van € 10.000 – uit voor de gouden tip die kan leiden tot het vinden van het lichaam van De Vrieze.

10 januari 2013
Het Openbaar Ministerie eist 10 jaar celstraf tegen Cafer G. wegens doodslag.

24 januari 2013
De rechtbank in Groningen veroordeelt Cafer G. tot 12 jaar cel wegens doodslag. G. gaat in hoger beroep.

14 juli 2015
Cafer G. wordt in vrijheid gesteld op last van het hof (geen ernstige bezwaren meer) na uitkomst van het nieuwe onderzoek naar bloed in de woning waar De Vrieze om het leven zou zijn gebracht. G. wordt afgeleverd in Turkije. Hij krijgt als ongewenste vreemdeling ook een inreisverbod van de IND.

13 december 2017 
Inhoudelijke behandeling hoger beroep. Het Openbaar Ministerie vindt dat strafzaak kan worden behandeld zonder de aanwezigheid van Cafer G. Advocaat Jac Taekema legt de verdediging neer (hij onttrekt zich) omdat Openbaar Ministerie het aanwezigheidsrecht niet wil respecteren. Het OM eist 12 jaar cel wegens doodslag.

27 december 2017 
Hof spreekt Cafer G. vrij.

 

eerdere artikelen op dit blog

raadsels zonder lijk – 9 januari 2013

michael de vrieze 1 – 14 juli 2015

michael de vrieze 2 – 17 juli 2015

foetsie – 10 feb 16

 

Affreuze mannen

daar is het hem om te doen, om de schrikreactie

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.38.03De houten deur van zittingszaal 14 zwaait open.
De bode verschijnt in de deuropening om de volgende strafzaak aan te kondigen.
De zoveelste.
Met luide stem roept de dienaar de naam van de verdachte door de wachtruimte.
Otto X. mag binnenkomen.
Er gaan 23 mannen staan.

Er is er maar één Otto X.
Dat is de man die 41 jaar is en uit het oosten van Groningen komt.
Op het internet geeft hij zich bloot.
Ik lees dat hij actief is in een seizoensvereniging, dat het huis van zijn buren te koop staat, dat hij op Twitter het ‘weer online’ en ‘slechte grappen’ volgt en dat hij iets heeft met erotische kledij.
Ook is te lezen waar hij werkt, waar hij heeft gewerkt en wie zijn digitale vrienden zijn.
Otto is op eigen initiatief naar de huisarts gegaan voor hulp.

De andere mannen die gaan staan, zijn leden van de Koninklijke Marechaussee die ter lering (en vermaak) een middagje rechtbank doen.
Ze volgen het proces vanaf de publieke tribune.
Ik denk dat ze nu nog steeds over Otto praten en slechte grappen over hem maken.
‘Even-een-ottootje-doen’.

Verdachte Otto zegt zachtjes tegen de rechters dat hij zich schaamt.
De rechters: ‘Met al die priemende ogen in uw rug snappen we dat. Toch moeten we het er over hebben.’
Dat snapt Otto op zijn beurt ook wel.
Hij heeft een goede opleiding genoten, lees ik.

Otto is een schennispleger.
Hij schendt de goede eer van jonge meisjes.
Dat doet hij bij voorkeur ’s ochtends.
Dan stapt hij in het oosten van Groningen in zijn grote zwarte auto om naar het noorden te rijden, richting Delfzijl, richting Eemshaven en soms nog verder, soms helemaal tot aan Warffum aan toe.

Hij zoekt jonge meisjes, meisjes van een jaar of 14, 15, 16 op de fiets bijvoorbeeld.
Of naar meisjes in die leeftijd die in hokjes staan te wachten op de bus.
Een hele groep meisjes bij elkaar is voor hem niet interessant.
Het liefst heeft hij twee meisjes tegelijk.
Dan is de kans dat ze schrikken groter.
Daar is het hem om te doen, om de schrikreactie.
Daar raakt hij opgewonden van.
Zijn ze eenmaal zichtbaar geschrokken, dan knoopt hij de broek dicht en geeft hij gas.

Wat hij ook doet is gewoon heel langzaam langs een of twee nietsvermoedende meisjes rijden.
Dan zit ‘ie in zijn blote reet achter het stuur en dan bevredigt hij zichzelf.
De rechters: ‘En dan met één hand aan het stuur?’
Ja.

Op zijn werk kan hij best een uurtje later verschijnen, want hij doet er belangrijke zaken.
Het is wel werk vol stress.
Daardoor komt het ook een beetje, zegt hij tegen de rechters.
‘Beetje stoom afblazen.’
Verder heeft de scheiding hem geen goed gedaan.

In maart wordt hij betrapt en neemt de politie hem mee.
Hij zit een nacht vast.
De huisarts wil wel helpen.
Klein probleempje: er bestaat een lange wachtlijst voor hulp aan zedendelinquenten.
De officier van justitie zegt dat het in het belang van de samenleving is dat Otto de behandeling krijgt die hij moet hebben, zodat hij stopt met deze gekkigheid.
De eis: een werkstraf van honderd uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Met een vrijwillig verplichte behandeling.
Doet hij die niet, dan moet hij de twee voorwaardelijke maanden alsnog uitzitten.

Het kan nog gekker.
Dat blijkt als Freek op de stoel gaat zitten waar later Otto plaatsneemt.
Ook Freek (43) uit de Betuwe heeft het zwaar.
Scheiding (ook al), drukte en stress want zeker zestig uren werken per week (wat is dat toch?), spelen een rol.
De advocaat: ‘Maar mijn cliënt heeft niet de intense slechtheid gehad het meisje te beschadigen.’

Freek zoekt in zijn schaarse vrije tijd vertier op ‘chatten met vreemden’, dat is een website die bestaat.
Zo komt hij in contact met haar.
Ze wisselen als vreemden telefoonnummers uit en vervolgen hun gesprekken via WhatsApp.
Freek: ‘Het waren nietszeggende gesprekken, wat ik aan het doen was, wat zij aan het doen was.’

Rechters: ‘U wist dat ze 14 jaar was?’
Freek: ‘Ze zei dat ze 15 was.’
Rechters: ‘Waarom blijft u in gesprek met een meisje van 14, 15 jaar?’
Freek: ‘Ik ben stom geweest.’

Het meest stomme moet nog komen, dat komt nu.
Freek appt dat zij een foto moet sturen.
Doet ze.
Hij vraagt om meer en zij stuurt meer.
Hij zegt dat ze er leuk uitziet en zij stuurt foto’s met het shirt omhoog.
Daarna begint hij te dreigen (dat zegt zij) en daarom stuurt ze bang een paar heul blote foto’s.
Freek zegt dat hij de foto’s bekeek en die dan weggooide.

Op een dag is zij spoorloos verdwenen.
Ze is niet bij het vriendinnetje bij wie ze zou slapen.
Er komt een actie via Burgernet.
Het vriendinnetje vertelt aan de moeder dat er een oudere man is.
Moeder gaat zoeken.
Op de computer van dochterlief vindt ze de blote foto’s.
En foto’s van een man met een erectie en een tepelpiercing.
Freek.

Hij zegt: ‘Mijn huwelijk was ook niet zo goed.’
Rechters: ‘Heeft u haar ook bedreigd? Gedreigd foto’s van haar online te zetten?
Freek: ‘Absoluut niet.’
Rechters: ‘Het blijft vreemd.’
Freek: ‘Ik had de contacten moeten verbreken.’

De rechters vragen wat een gevangenisstraf voor hem betekent.
Freek: ‘Het einde.’
Hij bedoelt de negatieve variant.
Op zijn werk weten ze van niets.
Hij zal ontslagen worden.
Dan is hij ook zijn huis kwijt.
En zijn zoon van 12 met wie hij na de scheiding net weer wat contact heeft.
En zijn nieuwe vriendin zal ook een ex worden.

De officier van justitie wikt en weegt.
Blote foto’s van minderjarigen in een seksuele context heet kinderporno.
Hij benoemt het belang van de wet, de wet die kwetsbare kinderen – alle kinderen – beschermt tegen affreuze mannen als Freek.
De aanklager zegt dat als je het positief bekijkt het hier net goed is gegaan.
Er is geen fysiek contact geweest.
Toch moet er worden afgerekend.
Genoegdoening en preventie bij elkaar opgeteld levert een eis op van een werkstraf van 180 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

Mannen als Otto heb je liever binnen als de tieners ’s ochtends vrolijk en uitgelaten over ’s lands wegen en paden naar scholen fietsen.
Maar ook binnen is er vandaag de dag een boze buitenwereld.

Rob Zijlstra

update – 26 november 2015 – uitspraken
Otto X. is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. De proeftijd is standaard: 3 jaar. Ook de straf voor Freek is iets lager: 120 uur en 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd idem.

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.37.52

 

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Stinkgeld

een bedankje is er nooit gekomen

Schermafbeelding 2015-04-17 om 21.54.57De officier van justitie doet alsof het verhaal een sprookje is.
Wie, zo begint de aanklager, wie droomt hier nou niet van?
Wie droomt er nou niet van een pot met goud aan het einde van de regenboog?
Over een pot met goud waardoor je ineens dingen kunt doen die eerst onmogelijk waren?

Het antwoord moet zijn: nou zo’n beetje iedereen droomt daar over.
Bijna iedereen zou wel eens dingen willen doen die financieel niet mogelijk zijn.
En zij die alles al hebben, willen alleen maar nog meer.

Het verhaal waar het deze week om draaide in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen is evenwel geen sprookje.
Voor de meest betrokkene is het verhaal verworden tot een nare droom.
En het had zo mooi kunnen zijn.

Er was eens een kraanmachinist die in oktober 2013 grond aan het verzetten was op bedrijventerrein De Hoogte in Groningen.
Tijdens het gegraaf stuitte hij op iets wat daar niet hoorde.
Hij bekeek het eens goed en kon toen even niet geloven wat hij zag: een weckfles propvol bankbiljetten.

Even dacht de kraanmachinist aan die regenboog en misschien ook wel aan witte stranden aan een blauwe zee of aan een knap schuurtje in de achtertuin.
Twee nieuwe fietsen.
Maar hij is een goudeerlijke kraanmachinist.
Hij belde de politie.
Agenten kwamen en ontfermden zich over het geld.
Allemaal dachten ze dat er voor de eerlijke vinder – want zo moet de machinist toch heten – wel een beloninkje in zou zitten.

Dat hadden ze gedacht.

Binnen een uur op die dag in oktober had heel de wereld lucht van de fortuinlijke vondst gekregen.
Journalisten meldden zich bij de werkgever van de kraanmachinist en alle mensen die ooit geld hadden verloren ergens op het noordelijk halfrond belden hoopvol de politie in Groningen.
Angstvallig werd geheim gehouden dat het geld in een weckfles zat en om hoeveel geld het ging.
Dat immers weet alleen hij of zij die het geld daar in de grond verstopte.

Ook het Openbaar Ministerie meldde zich.
Officieren van justitie bekeken, bevoelden en besnuffelden de biljetten en toen was er geen twijfel mogelijk: ’t is misdaadgeld.
En daar moet beslag op worden gelegd.
Hebbes.

De wet zegt dat wie iets vindt na een jaar de rechtmatige eigenaar wordt.
De gemeente is in principe belast met het bewaren van ‘onbeheerd goed’.
Dit gaat hier niet op omdat het geld via de politie bij het Openbaar Ministerie terechtkwam en die liet er in het kader van een strafrechtelijk onderzoek beslag op leggen.
Mocht deze kwestie niet tot een oplossing komen dan lost het geld na verloop van tijd op in ’s lands staatskas.

De kraanmachinist is het er niet mee eens en heeft een advocaat in de arm genomen.
Veel plezier beleeft hij er niet aan.
De contacten met de politie ervaart hij als onplezierig, hij voelt zich miskend en op het verkeerde been gezet.
Een bedankje is er nooit gekomen.
Aan pers heeft hij geen zin en aan criminelen die ‘hun’ geld terug willen hebben al helemaal niet.
Advocaat Erik de Mare heeft namens hem een klaagschrift bij de rechtbank ingediend.

Volgens De Mare zijn er geen concrete aanwijzingen dat het geld een illegale, dus criminele, oorsprong heeft.
En dus kan het Openbaar Ministerie er een punt achter zetten, het geld of overdragen aan de gemeente of teruggeven aan de eerlijke vinder en dan andere dingen gaan doen die ook belangrijk zijn.

In de weckfles zaten vijf paarse briefjes van 500 euro, 51 gele van 200 euro (ja, die bestaan) en 104 groene briefjes van 100 euro en dan nog een heleboel kleine coupures, gladgestreken en opgeteld: ruim 50.000 euro.

De officier van justitie schetst het dilemma.
De kraanmachinist heeft gedaan wat hij moest doen: het geld aan de politie geven.
In het civiele recht is geregeld dat de eerlijke vinder na een jaar eigenaar wordt van een onbeheerd goed.
Maar dat gaat nu niet op omdat het civiele recht hier botst met het strafrecht.
De vraag is of het strafrechtelijk beslag kan worden gehandhaafd?
Aldus de officier van justitie.

Waarom denkt het Openbaar Ministerie dat het om crimineel geld gaat?

Omdat het in criminele kringen gebruikelijk is grote coupures te hebben.
Wie een bankbiljet van 500 in bezit heeft is in de ogen van justitie welhaast per definitie een misdadiger, een autohandelaar of een hennepteler.
Dus.
Een tweede reden is dat het geld bewust is verstopt.
En behoorlijk diep.
De verstopper wilde kennelijk niet dat het geld bij bijvoorbeeld een huiszoeking zou worden gevonden.
Verdacht.
De hoogte van het bedrag – meer dan een jaarsalaris voor velen – speelt een rol.
En ook het feit dat ondanks alle ruchtbaarheid de rechtmatige eigenaar zich niet heeft gemeld, doet vermoeden dat het geld stinkt.

Je zou ook kunnen redeneren dat het geld is gevonden door een zo eerlijke vinder waardoor het criminele kan komen te vervallen.
Het stinkgeld is in eerlijke handen zeg maar eerlijk geld geworden.

Maar zo lief steekt de wet niet in elkaar.
De officier van justitie ook niet.
Zij zegt: ‘Wat nou als meneer het geld krijgt en over een jaar houden we iemand aan die met de waarheid op tafel komt? Die dan vertelt dat het geld afkomstig is van gewapende overvallen? Dan vist de rechtmatige eigenaar achter het net en hebben we een echt probleem.’

De officier van justitie rondt af.
Zegt: ‘Het geld zal aan de staat moeten vervallen. Het is maatschappelijk gezien onacceptabel het geld te geven aan diegene die het eerlijk heeft gevonden. Want daarmee zetten we de poort open voor witwassers. Onze grootste criminelen stappen dan met grote zakken vol geld naar de gemeente en zeggen, kijk eens, een zak vol onbeheerd goed, gevonden op straat. En dan na een jaar komen ze het weer halen, witgewassen en wel. Bingo.’

Een heel klein beetje vindersloon dan misschien?

De officier van justitie namens ons de samenleving: ‘Dat lijkt fair, maar ook dat zit er niet in. Alleen de eigenaar kan vindersloon uitbetalen en wij zijn niet de eigenaar.’

Het is in dezen een kwestie van alles of niets.
Eind deze maand hakt de rechtbank de knoop door.
Misschien is het wel zo dat als de staat alles krijgt, de kraanmachinist nog lang en gelukkig leeft.
Dat is hem hoe dan ook gegund.

Rob Zijlstra

update – 29 april 2015 – uitspraak
Rechtbank bedankt. Het geld – 51.160 euro staat in het vonnis – gaat niet naar de Staat der Nederlanden, maar moet worden overgemaakt naar de bankrekening van de kraanmachinist. Dat heeft de rechtbank besloten. Het kan net zo goed wel als geen misdaadgeld zijn. Maar er is onderzoek gedaan en dat heeft niets opgeleverd. En dan is er na verloop van tijd geen strafrechtelijk belang meer en is, zo vindt de rechtbank, de eerlijke vinder weer in beeld. En dat is nu.

De rechtbank merkt  ook op dat onderzoek naar sporen op het geld niet (meer) mogelijk is omdat het Openbaar Ministerie na notering van de serienummers, het geld heeft afgestort op een justitierekening. Er ligt dus beslag op giraal geld.

Schermafbeelding 2015-04-30 om 11.23.11

klik op afbeelding voor het vonnis

update – 30 april 2015 – cassatie
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij het besluit van de rechtbank in Groningen om gevonden geld terug te geven aan de kraanmachinist. Het OM heeft cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Dit wordt bevestigd door advocaat Erik de Mare die de kraanmachinist bijstaat. De Mare zegt dat een nieuwe procedure jaren kan duren. Het geld blijft dus voorlopig op een rekening van justitie staan.

update – 25 juni 2015 – geen hoger beroep
Het Openbaar Ministerie ziet af van hoger beroep omdat dit – zo is de gedachte – bij nader inzien niet de juiste weg is. Wanneer er geen verachte is kunnen anders dan bij bijvoorbeeld wapens criminele goederen niet uit het verkeer worden gehaald. Het OM vindt dat hier sprake is van een hiaat in de wet.  Het is nu aan de wetgever hier iets mee te doen. >> persverklaring openbaar ministerie

Het zwerfkatje

Groot alarm, meisje vermist.

De 14-jarige Diana uit Stadskanaal wordt sinds zaterdag vermist. Intensief speurwerk door de politie heeft tot nu toe niets opgeleverd…’

Zo stond het twee jaar geleden in de krant.
En het was ook op RTV Noord geweest.
Op SBS6, Hart van Nederland.
En Opsporing Verzocht was er klaar voor.

Diana was niet thuisgekomen en haar vader was gaan zoeken.
Hij vond haar fiets bij een bushalte en schakelde ten einde raad de politie in.
Die liet na vier dagen weten: ‘We maken ons grote zorgen en we zoeken natuurlijk intensief verder.’

De rechters vragen aan Albert: ‘Wat bezielde u?’
Albert zegt niet zo veel.
Hij mompelt dat hij wilde helpen.
Rechters: ‘U wilde hulp verlenen?’
Ja.
‘Wist u wel waar u mee bezig was?’
Ja.

Albert was twee jaar geleden net 36 jaar.
Hij heeft verstand van lassen, van vissen en sinds kort van werk zoeken.
Maar van artikel 279, lid 1, Wetboek van strafrecht had hij nog nooit gehoord.
Dat je dus niet opzettelijk een minderjarige mag ontrekken aan het wettig gezag.

Rechters: ‘Dat wist u toch?’
Albert zegt van niet, zegt dat hij dat ook niet heeft gedaan.
‘Ze liep gewoon door Veendam.’
Rechters, verontwaardigd over zo een antwoord: ‘U heeft haar ontrokken gehouden. U deed iets wat niet mocht.’

De advocaat gaat staan en vraagt of de voorzitter van de rechtbank nu al een oordeel heeft?
Advocaat: ‘U stelt geen vraag, maar deponeert een conclusie.’
De voorzitter is niet gediend van deze opmerking over vooringenomenheid.
De voorzitter, bozig: ‘Er zijn rechters die dat doen, maar u weet dat deze rechter dat niet doet.’
De advocaat: ‘Dan moet u vragen stellen en geen conclusies deponeren.’

Albert zegt dat hij achteraf gezien niet slim bezig is geweest.
Dat hij de hele situatie ook niet prettig vond.

Hij was aan het vissen in Veendam, in de buurt van het crossveld, in de buurt ook van het onderkomen van de motorclub.
Daar zag hij een meisje.
Steeds wanneer er een auto aankwam, dook ze weg.
Dat zag hij ook.
Hij had haar aangesproken en toen had zij over haar problemen thuis verteld.
Albert bood aan haar naar huis te brengen, dat leek hem beter.
Maar Diana wilde dat niet, ze wilde nooit meer naar huis.

Rechters: ‘Denkt u dat een kind van 14 iets te willen heeft?’

Albert: ‘Nee.’
Rechters: ‘U had de politie kunnen bellen.’
Albert: ‘Ik had geen nummers.’
Rechters: ‘112 kent iedereen. En dit was wel een 112-gevalletje.’

Albert had Diana aangeboden dat ze wel in zijn auto mocht overnachten.
Hij zorgde voor eten en drinken.
Hij zorgde er voor dat ze kon douchen en een keer schone kleren kreeg.
Hij nam haar een keertje mee naar huis, in het geheim want thuis – bij zijn ouders waar hij toen nog woonde – was damesbezoek taboe.
Dat mocht niet van moeder.
Advocaat: ‘Vertel eens, over de regels bij u thuis.’
Voordat Albert antwoord kan geven, roept zijn vader vanaf de tribune door de rechtszaal: ‘Strenge regels.’

Diana blijft niet één nacht.
Terwijl de politie intensief zoekt en de media de vermissing melden en iedereen zich grote zorgen maakt, worden het tien nachten.
En dan komt artikel 279, lid 1 om de hoek kijken.

De rechters vragen of Albert met Diana heeft gezoend?
Albert knikt: ‘Ja.’
Rechters: ‘Een vrijzoen?’
Albert: ‘Ik heb haar één keer een kus gegeven. Op haar wang.’

De officier van justitie zegt twee dingen.
Ten eerste dat Albert hulp had moeten inschakelen.
Hij had, bij wie dan ook moeten aangeven, ik heb een probleem, ik heb een meisje bij me dat niet naar huis wil.
Het leek alsof hij een zwerfkatje had gevonden en dat wilde houden.
Hij wilde helpen, maar wist heus dat wat hij deed niet goed was.
Hij is geen ontvoerder, maar heeft wel in haar bijzijn jointjes gerookt.
Dat is strafverzwarend.
En de politie heeft door zijn toedoen een kostbaar onderzoek moeten uitvoeren.
Aan de andere kant, er waren ook mensen in zijn omgeving die het wisten, maar ook niets deden.
Desondanks, zegt nog steeds de officier van justitie, blijft het een ernstig feit waar normaliter gevangenisstraf voor opgelegd moet worden.

Ten tweede zegt de officier van justitie dat het hier een oude zaak betreft.
En dat het wel heel triest is dat zo’n zaak twee jaar lang bij het openbaar ministerie blijft liggen.
Ontzettend vervelend ook voor alle betrokkenen.
Het dossier had in een kast gelegen en de collega-officier van justitie van wie die kast was, was vertrokken.
Niet goed, maar zo is het wel gegaan.

Vanwege die lange duur heeft het openbaar ministerie besloten geen gevangenisstraf te eisen.
Wel een werkstraf.
Van 160 uur, waarvan de helft voorwaardelijk.
Van het onvoorwaardelijke deel mogen de twee nachten die Albert in de politiecel heeft vastgezeten, worden afgetrokken.
Daarnaast moet hij op cursus ‘beter omgaan met andere mensen’.

Albert vindt het wel goed.

Rob Zijlstra

• artikel 279,  Wetboek van strafrecht

UPDATE – 21 juni 2012 – uitspraak
Albert is conform de eis veroordeeld: 160 uur werkstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Daarnaast moet hij om voorwaardelijk voorwaardelijk te laten blijven, een aantal cursussen volgen opdat hij geen domme dingen meer doet.

HET VONNIS

Bezorgde vader

In de rechtszalen verschijnen verdachten die een moeilijke jeugd hebben gehad.
Dit is stevig vloeken in de kerk vandaag de dag, maar zo is het wel.

Er bestaan kinderen die geen opvoeding krijgen omdat ouders daartoe niet in staat zijn.
Te dronken, te verslaafd, te druk, te gek, te veel eigen problemen.

Er bestaan kinderen, pubers, die verslaafd zijn aan alcohol, de dag wietrokend doorbrengen met gapen en chillen, die met torenhoge schulden geen dak boven het hoofd hebben, maar op straat leven.
Ja, ook in Groningen, stad of platteland, maakt niet uit.

Er zijn kinderrechters die iets anders zijn gaan doen omdat ze hun werk te zwaar vonden vanwege de dieptrieste ellende in kinderlevens waarmee ze dag in en dag uit werden geconfronteerd.

Ik heb wel ouders – vaders- in de rechtszaal gezien die daar zaten omdat ze hun eigen kind hadden verkracht of hun kinderen jarenlang seksueel hadden misbruikt.
Maar nog nooit heb ik ouders in de verdachtenbank zien zitten omdat ze hun kinderen stelselmatig verwaarlozen.

Maandag zag ik het wel andersom.
Maandag stond een 55-jarige man uit Winschoten terecht omdat hij bezorgd was over zijn dochter.
Twee uur lang werd hij door de rechters doorgezaagd over zijn begane misdaad.

De man, Achmed is zijn naam, heeft een goede baan en vier dochters.
Met drie dochters gaat het uitstekend, goede opleidingen, mooie banen.
Met Abella, 18 jaar en de jongste, gaat het iets minder, dan wel iets anders.

Abella woont in Groningen.
De afspraak was dat ze in de weekeinden thuis is.
Op een dag kunnen haar ouders geen contact met haar krijgen.
Dat is ongebruikelijk.
Op de tweede dag evenmin en neemt de bezorgdheid toe.
Op de derde dag zonder contact is er grote angst en wordt Abella door haar ouders die ten einde raad zijn als vermist opgegeven.

Twee dagen later komt er bij de politie een melding binnen dat er gedoe is in een appartementencomplex in het zuiden van de stad.
Er wordt daar geschreeuwd, er zou iemand van het balkon zijn gesprongen.
De politie gaat ter plaatse.

In het complex treffen de agenten vader Achmed aan, in het gezelschap van Ali, een 43-jarige vriend van de familie.
Achmed en Ali worden aangehouden op verdenking van wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging en worden afgevoerd.

Het is ongeveer zo gegaan: vader Achmed is met al zijn zorgen naar het wooncomplex gegaan en vraagt aan een bewoner of die hem wil bellen zodra zijn vermiste dochter Abella thuiskomt.
Dat telefoontje komt.
Vader Achmed vraagt Ali hem naar Groningen te brengen, omdat hij zelf niet in staat is te rijden.
Vanwege de spanningen.

Ze bellen aan, horen stemmen, maar de deur blijft gesloten.
Via een buur en een balkon komen ze toch binnen.
En daar zit Abella, te chillen met drie jongens.
Op tafel liggen jointjes.

Er vallen woorden.
Twee jongens gaan er als een haas vandoor.
Nog meer woorden, boos geschreeuw.
Frank, de derde jongen, is het vriendje van Abella.
Hij wordt zo bang van alles dat hij via het balkon de woning verlaat en de politie belt.

Van dat vriendje had vader Achmed al gehoord.
Hij zou een crimineel vriendje zijn, een jongen die in de gevangenis heeft gezeten.
Achmed beveelt zijn dochter met hem mee te gaan, mee naar huis.
Zij wil dat niet.
Hij trekt aan haar arm, pakt haar vast.

Tegen de rechters, geëmotioneerd: ‘Het is mijn dochter en ik ben de vader.’

Abella doet aangifte, maar trekt die later in.
Thuis hadden ze goede gesprekken gevoerd.

Achmed zegt tegen de rechters dat hij het beste wil voor zijn dochter.
Niet alleen qua opleiding, maar ook wat vriendjes betreft.
En een vriendje dat als crimineel in de gevangenis heeft gezeten, geniet niet zijn voorkeur.
Ook van drugs in relatie tot dochter wil hij niets weten.
Zegt: ‘Wij zijn moslim.’

De officier van justitie zegt dat het voor een vader ‘op zich een goede eigenschap is om zorg te hebben voor zijn dochter’. Maar dat het gaat om de manier waarop hij uiting heeft gegeven aan die zorg.
De officier van justitie: ‘En dan kom ik tot de conclusie dat de vader uit zorg de strafrechtelijke grens is overgegaan. Hoe groot de zorgen ook, zijn dochter is meerderjarig. En je kunt niet van je kind eisen dat ze een relatie aangaat met iemand met een goede opleiding of met iemand die niet in de bak heeft gezeten.’

Achmed en de vriend van de familie verdienen straf, want vrijheidsberoving is een ernstig feit, zegt de aanklaagster.
En vult ze aan: ‘De straf moet ook worden gezien als een signaal.’

Dacht, maar dit terzijde: hoe gaat het openbaar ministerie dat signaal afgeven? Gaan ze een persconferentie geven? Spotjes bij RTVNoord de komende dagen? Schuift de hoofdofficier van justitie vanavond aan bij DWDD? Gaat het ministerie persberichten in verschillende talen verspreiden? Of zou het openbaar ministerie verwachten dat de rechtbankpers het signaal de wereld instuurt? In dat geval staat het alleen hier en dan is het maar een signaal van niks.

Enfin.

Vader Achmed en vriend Ali horen vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf eisen en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van tachtig uur.

Dochter Abella heeft zich tijdens de zitting liefdevol bekommerd om haar moeder die het op de publieke tribune zicht- en hoorbaar zwaar heeft.
Na ruim drie uur verlaat de familie het gerechtsgebouw.
Ik zie hoe dochter haar vader omhelst, hem een zoen geeft en dan naar haar fiets loopt.
Vader Achmed stapt in de auto en roept haar nog iets na.
Misschien roept hij wel dat ze een beetje voorzichtig moet zijn.
Zoals een bezorgde vader dat kan zeggen.

Rob Zijlstra

.
UPDATE  – 5 maart 2012 – uitspraken
Vader Achmed en vriend Ali hebben zich schuldig gemaakt aan een poging tot vrijheidsberoving en bedreiging, zo vindt de rechtbank. De straf valt voor beiden lager uit dan de eis: 120 dagen celstraf waarvan 117 voorwaardelijk. De drie dagen die ze moeten zitten, hebben ze al gezeten.

Vermist: Ilham Benchelh

Kasem M. (62) uit Siddeburen komt de rechtszaal binnen op sokken.
Nog veel opmerkelijker is de reden van zijn binnenkomst.

In januari verdween zijn echtgenote met wie hij scheidingsplannen had.
Justitie denkt dat in Amsterdam geboren Kasem M. zijn echtgenote heeft vermoord dan wel dat hij haar van haar vrijheid beroofd.
De echtgenote is de Marokkaanse Ilham Benchelh, 36 jaar.
Zij is spoorloos.

De verdenking dat M. het heeft gedaan, is dus vooral een vermoeden.

Maandag was er in zittingszaal 14 een pro forma-zitting.
Advocaat Fred Kappelhof verzocht de rechtbank zijn cliënt naar huis te sturen.
Volgens Kappelhof is er eerder sprake van een gewone vermissing dan van een misdrijf.
In zijn ogen zit M. sinds 26 januari ten onrechte vast.
Kappelhof zei tegen de rechters dat we moeten oppassen mensen ten onrechte vast te zetten, want daar krijgen we alleen maar gedonder mee.
Indachtig Lucia de B.

Het openbaar ministerie ziet het heel anders.
Het openbaar ministerie wil dat de rechtbank een ‘bevel observatie’ afgeeft. Dan kan Kasem M. hoewel hij dat niet wil, toch worden geobserveerd in het Pieter Baancentrum.

De rechters wijzen beide verzoeken af.
Als Kasem M. niet wil meewerken aan een Pieter Baan-onderzoek, dan heeft het geen zin hem naar het observatiecentrum te sturen.
Kasem M. knikt en zegt: ‘Het zou voor iedereen een vervelende tijd worden.’

Het verzoek hem op vrije voeten te stellen, gaat de rechters ook te ver.
Er zijn nog voldoende ernstige bezwaren.
Er is een geschokte rechtsorde, dreigend vluchtgevaar, en de niet uit te sluiten mogelijkheid dat M. het lopende onderzoek gaat frustreren.

Kasem M. zegt dat hij met de verdwijning van zijn echtgenote niets te maken heeft.
Dat hij wordt verdacht en dat onderzoek wordt gedaan, dat snapt hij.
Maar hij zit al sinds 27 januari vast en dat moet nou maar eens zijn afgelopen.
Hij wil ook dat justitie zijn woning vrij van onderzoek maakt.

Wat heeft justitie?

Een bloedspoor.
Op het bed, aan de zijkant, is bloed aangetroffen dat is weggeveegd.
De recherche heeft het spoor met behulp van luminol zichtbaar kunnen maken.
Niet duidelijk is hoe verst dat spoor is.
Dat moet nog worden uitgezocht.

Een matras
Er is een matras dat mogelijk bloedsporen bevat. Moet nog nader worden onderzocht.

Een geldtransactie.
Kasem M. heeft daags voor de verdwijning via hun boekhouder geld laten overmaken van haar rekening naar zijn rekening.

Een afgezegde afspraak.
Op de dag van de verdwijning heeft Kasem M. een zwager gebeld met de mededeling dat diens geplande bezoek niet door kon gaan. Volgens justitie is dat opmerkelijk.

Ruzie.
De man en de vrouw zouden vaak ruzie hebben. Kasem M. zegt dat dat niet zo is. Getuigen wel. Nogal tegenstrijdig, zegt justitie. Ook al met het oog op de voorgenomen scheiding. Ilham Benchelh zou de woning niet willen verlaten.

Poetslap.
In een prullenbak in Siddeburen is een poetslap gevonden met daarop dna-sporen van de vrouw. Advocaat Kappelhof zegt dat dat toch niet vreemd is. Op alles wat uit die woning komt, kan dna van de vrouw zitten. Ze woonde daar immers.

Honden.
De speurhonden Iris en Barrie sloegen aan op een kruiwagen en de kofferbak van de auto. Lijkgeur? Nader onderzoek ondersteunde het hondengeblaf niet. Maar toch.

Volgens advocaat Kappelhof is het logisch dat er dingen worden gevonden die opmerkelijk mogen heten. De politie zoekt daar immers ook naar. Maar wat zegt bijvoorbeeld een afgezegde afspraak?

Justitie denkt nog een paar maanden nodig te hebben het bewijs sluitend te krijgen.
Want hoe het ook zij, feit is dat de vrouw spoorloos is; zij neemt geen geld op, zoekt geen contact met haar kinderen en dierbaren, zendt geen enkel signaal uit dat kan duiden op leven.

Advocaat Kappelhof, in een laatste poging zijn cliënt uit het huis van bewaring te krijgen: ‘Laat hem gaan, dan kan hij ook als speurhond optreden.’

Rechters: Nee.

Rob Zijlstra

UPDATE – 9 mei  2011 – tips
Na aanleiding van een uitzending van Peter R. de Vries (8 mei 2011) zijn bij de politie twintig tips binnengekomen. Uiteindelijk leveren die tips niets op.
update – 15 juli 2015 – vervolg.
Kasem M. heeft na zijn aanhouding in januari 2010  acht maanden vastgezeten en is vervolgens in vrijheid gesteld. Hij bleef wel de status van verdachte houden. Recent – op 1 juli 2015 – heeft advocaat Fred Kappelhof de raadkamer van de rechtbank in Groningen verzocht de strafrechtelijk vervolging te beëindigen. Iemand kan toch niet jarenlang verdacht zijn zonder  dat er zicht is op een strafproces. De raadkamer heeft dat verzoek afgewezen omdat het Openbaar Ministerie aankondigde dat de zaak wel wordt doorgezet. Komend najaar is er een zitting en naar verwachting eind 2015 is er dan een inhoudelijke behandeling. Het Openbaar Ministerie zal moord (dan wel doodslag) aan M. ten laste leggen.

Kasem M. woont in het buitenland.