wegenverkeerswet

Hork

Er vloeien dan tranen, er komt
een extra glaasje water of
een korte schorsing om even
diep adem te kunnen halen.

Uitgerekend op het moment dat de officier van justitie vertelt dat het slachtoffer ook een vader was, een vader die een zoontje van 7 jaar achterlaat, snuit de verdachte met kracht zijn neus in een grote rode zakdoek. De droeve woorden die zojuist zijn gesproken ontgaan hem. Hork is geen jongensnaam. Zou dat wel zo wezen dat heette de verdachte in dit verhaal Hork. Ik noem hem Botte. Hij is 46 jaar.

Botte heeft op 6 maart 2016, zondagochtend rond kwart over zeven, een vreselijk verkeersongeluk veroorzaakt op de Eemshavenweg. Als bestuurder van zijn paarse Fiat Ducato – een bedrijfsbus – komt hij ter hoogte van de afslag Garsthuizen met het rechtervoorwiel in de berm terecht. Een ruk aan het stuur doet de bus naar de linkerberm stuiteren, waar hij kantelt en op de kop in de sloot tot stilstand komt. De 42-jarige Ronald Wolbers uit Assen is uit de bus geslingerd en ligt in het water onder het voertuig. Hij heeft geen schijn van kans. Ronald Wolbers overlijdt ter plaatse.

Ze zijn op stap geweest in de stad en waren op weg naar huis.

In de rechtszaal heten ongelukken in het verkeer niet gebeurtenissen die per ongeluk zijn gebeurd. Ongelukken in de rechtszaal zijn een gevolg van onoplettendheid, onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Als je onoplettend, onvoorzichtig of roekeloos bent, dan is dat verwijtbaar en dus strafbaar. Verdachten die zeggen ‘maar ik deed het niet met opzet’ krijgen te horen dat dat ook niet relevant is.

Wie dan vervolgens zegt ‘maar ik heb die fietser, die voetganger, die andere auto nooit gezien’ zegt daarmee dat hij niet zag wat er wel was en dus dat hij de kop er niet bij had. Wie achter het stuur andere dingen doet dan alert zitten zijn, maakt zich als het dan in een fractie van een seconde misgaat, schuldig aan een misdrijf waar je gevangenisstraf voor kunt krijgen.

Verkeerszaken in de rechtszaal behoren tot de meest heftige strafzaken. Rechters zeggen bij aanvang van zo’n zaak dat ‘er alleen maar verliezers zijn’. Dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachte die dit immers ook niet heeft gewild. De straffen die worden opgelegd zijn meestal werkstraffen al dan niet in combinatie met rijontzeggingen. Officieren van justitie die de straffen eisen zeggen vooraf dat geen enkele straf recht doet aan het leed dat de verdachte heeft veroorzaakt.

De verdachte hoort het aan met het hoofd gebogen, wil het liefst door de grond zakken en spreekt schuldbewust met zachte stem. Er vloeien dan tranen, er komt een extra glaasje water of een korte schorsing om even diep adem te kunnen halen.

Soms heeft de verdachte een kaartje gestuurd met zijn deelneming. Een enkele keer een brief. Soms wilde de verdachte dat doen, maar durfde hij het niet. Hij heeft professionele hulp gezocht om te leren leven met het idee dat je iemand hebt doodgereden, een kind, een vader van een kind.

Zo gaat het vaak. Maar bij Botte ging het anders. Botte erkent in de rechtszaal dat hij achter het stuur zat. Hoewel. Hij had nog geprobeerd politiemensen te doen geloven dat het slachtoffer achter het stuur had gezeten. Verder had hij zich, toen hulpverleners bezig waren een leven te redden, vooral druk gemaakt over zijn gehavende bus.

Botte zegt dat hij niet te hard heeft gereden, hij reed normaal. Twee van de drie inzittenden die de crash overleefden schatten de snelheid op 130 tot 140 kilometer per uur. 100 mocht.

Botte zegt dat het glad was op de weg. Dat was niet zo. Botte ontkent dat hij voor de gein aan het spookrijden was om tegenliggers te fucken. Getuigen: dat deed hij wel.

Botte zegt dat hij nuchter was, dus niet dronken. Ademanalyse: 675 ugl. De max is 220. Eenmaal op het politiebureau sprak hij niet met dubbele tong en als dat wel zo was dan kwam dat vanwege relatieproblemen. Agenten: hij wankelde op zijn benen, hij sprak met dubbele tong.

De auto was niet verzekerd, het rijbewijs ongeldig verklaard. Botte ziet dat anders. Hij wist het niet, dus dan was hij voor zijn gevoel wel verzekerd. Rijbewijs ongeldig? Hij had zijn rijbewijs toch gewoon?

Hij wordt nog lomper. Dat Ronald Wolbers bij het ongeluk om het leven is gekomen, dat kunnen ze wel zeggen, maar wie zegt Botte dat het ook zo is? Hij wist niet eens dat die man bij hem in de bus zat. Rechters: ‘Wilt u nou beweren dat het slachtoffer er al lag?’ Botte: ‘Ik vind het raar. Wij hadden bijna niets en hij wel.’

En dan is er de eigen verantwoordelijkheid. ‘Die heb je wel als je bij iemand in de auto stapt. Toch?’
Rechters: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’
Botte: ‘Nou dat is toch zo?’
Rechters: ‘Wilt u zeggen dat het de schuld van het slachtoffer is dat hij is verongelukt?’
Botte: ‘Ik was nuchter en daar blijf ik bij.’

De rechters attenderen Botte er op dat er nabestaanden in de rechtszaal zitten en dat zij zijn houding als heel pijnlijk kunnen ervaren. Hij reageert kort: ‘Dat is heel erg voor die mensen.’ Om direct op te merken dat hij slechts één fout heeft gemaakt. Hij had een second opinion van het alcoholonderzoek moeten aanvragen. ‘Dat heb ik niet gedaan, dat is mijn fout.’

Vier maanden na het ongeluk had hij zijn beste vriend mishandeld (gebroken onderarm) na bekvechterij en veel bier op de terrassen van Delfsail in Delfzijl. Botte ontkent
dat hij een alcoholprobleem heeft. De psychologe met wie hij moest praten meldt aan de rechtbank dat Botte
driemaal dronken op de afspraak verscheen en grensoverschrijdende opmerkingen maakte over haar uiterlijk.

Hmm. Botte wil wel maandelijks naar een praatgroepje of zo, maar hij wil niet zoals het dwingende advies luidt opgenomen worden in een kliniek. Moet dat wel, dan in de wintertijd, dan is er toch geen werk voor een stratenmaker als hij. Een werkstraf wil hij niet, want werken voor niks is niks. Een gevangenisstraf? Tss… Hij heeft een huis, een hypotheek, een eigen bedrijf.

De officier van justitie: ‘Zijn gedrag is stuitend. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf en daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar.’

Botte zegt dat als hij zonodig de bak in moet, hij de hele rotzooi wel te koop zet. ‘Dan doen we dat toch lekker.’

Botte Hork.

Rob Zijlstra

 

update – 24 april 2017 – uitspraak
Botte is veroordeeld conform de eis: 30 maanden celstraf en een rijontzegging voor motorvoertuigen gedurende 4 jaar. Hieronder het volledige vonnis.

klik voor volledige tekst

Wegens omstandigheden

Zijn verschijning viel op
door zijn afwezigheid

Schermafbeelding 2016-03-26 om 10.36.10Het is meestal geen goed teken.
Briefjes met tape op de winkeldeur geplakt waarop de mededeling staat: wegens omstandigheden gesloten.
Handgeschreven briefjes zijn de ergste.
Dan is er iets naars aan de hand.
Niet zelden betreft het in zo’n geval een zojuist gepleegde gewapende overval.
Gelijkluidende mededelingen maar dan op briefjes die uit de printer komen duiden erop dat de winkelier de omstandigheden zag aankomen.
Doorgaans gaat het dan om doordeweekse faillissementen, van V&D en zo.

Ligt het aan de bestaande minister van veiligheid en justitie dan kunnen dergelijke briefjes binnenkort ook aan de poorten van gevangenissen worden opgehangen.
Er moeten wegens omstandigheden een stuk of tien dicht.
Dat was vorige week de snoeiharde boodschap.
Er staan 1600 banen op de tocht.
De vervanger van de koning in Drenthe reageerde ontzet op dit misdadige nieuws.
Hij verkondigde dat ‘Den Haag’ het dan zelf maar uitzoekt, dat de meest veilige provincie van Nederland dan nergens meer aan meewerkt.

Je kunt ook zeggen dat het raar is, zo’n onthutste reactie.
Gevangenissen zijn immers vooral kwalijke noodzaak.
Hoe minder, hoe beter.
Een land dat de luxe heeft penitentiaire inrichtingen te sluiten vanwege een gebrek aan misdadigers zou, inclusief Drenthe, wereldkampioen moeten heten.

Gevreesd evenwel moet worden dat de omstandigheden anders zijn.
De criminaliteit neemt iets af, maar niet in die mate dat een kwart van de cellen opgedoekt kan worden.
Ook de vergrijzing – een genoemde oorzaak van de daling van misdaden – verloopt niet in een zodanig rap tempo dat dat lege luchtplaatsen oplevert in de Esserheem en Norgerhaven in Veenhuizen, noodzakelijkheden die volgend jaar op de nominatie staan gesloten te worden.

Overigens is het niet rechtvaardig alle grijze ouderen over één kam te scheren.
De rechtbank in Groningen stuurde deze week nog een 84-jarige ontuchtpleger voor een jaar naar het gevang.
De kans dat hij daar zal vereenzamen is vooralsnog nihil.
Maar dit terzijde.

Deze week boog de rechtbank zich over de strafzaken van drie leden van de familie S. uit Delfzijl.
Een van hen genoot kort landelijke bekendheid als spookraadslid.
Zijn verschijning viel op door zijn afwezigheid.

Het omvangrijke onderzoek begon in 2012 en ging gepaard met invallen in bedrijfspanden en woningen, er werden ontelbare telefoongesprekken afgeluisterd (de schriftelijke uitwerking van die gesprekken beslaat 7.000 A4’tjes), er is een buitenlandse infiltrant (undercoveragent uit Engeland) ingezet en er worden doorlopend getuigen gehoord.
Tientallen.
De burgemeester gelastte tussen de strafrechtelijke bedrijven door een bestuurlijk onderzoek naar dubieus vastgoed in het toch al geplaagde winkelhart van Delfzijl.

De mannen S. werden in 2014 gearresteerd, in 2015 als verdachten in vrijheid gesteld en volgens de betrokken advocaten zal het proces pas plaatshebben in 2017.
De officier van justitie kondigde donderdag in de rechtszaal aan dat een flink deel van de verdenkingen is komen te vervallen.
Het gaat nu nog slechts om de verkoop van één kilo hennep en 100 gram cocaïne en het uitbuiten van twee werknemers.
De familieleden vormen zelfs niet eens meer een criminele organisatie.
Ook de wapens en munitie zijn zomaar verdwenen.

De advocaten noemen het dossier ‘raadselachtig’ en schrijven dat toe aan amateuristisch broddelwerk van politie en justitie.
‘En dan drukken wij ons zwakjes uit.’

Een van de advocaten zei tegen de rechters: ‘De politie heeft ontzettend veel tijd, geld en energie in deze zaak gestoken.
Na vier jaar blijft er niet veel van over.
Kan de officier van justitie dit aan de samenleving uitleggen?’
De officier van justitie: ‘We hebben lopende het onderzoek beter gekeken naar de haalbaarheid en opportuniteit. En daarna hebben we keuzes gemaakt.’

Onder die omstandigheden krijg je de gevangenissen natuurlijk nooit gevuld.
Worden de S.’jes ooit veroordeeld, dan hebben ze hun straf al uitgezeten.

Misdaadnieuws was afgelopen week ook de beëdiging van de nieuwe korpschef van de Nationale Politie.
De bovenbaas blaakt getuige zijn tweets op Twitter van vertrouwen, maar tijdens de plechtigheden in de Ridderzaal zei hij dat het zo niet kan doorgaan.
Het politiekorps kraakt.
Er moet meer geld komen.
Komt dat er niet, dan kan de politie nergens meer veel tijd en energie in steken.

En dan moet het anders.
Soms kan dat best.
Vorige maand stond een mevrouw terecht wegens een poging tot doodslag.
De verdenking luidde dat zij met haar auto was ingereden op haar achterbuurman.
Niet toevallig en ook niet per ongeluk.
De vrouw leeft al jaren in onmin met haar buur.
’t Was met opzet.
De man overleefde de aanslag.
Hij sprong net op tijd opzij.

In de rechtszaal zat zij als verdachte dader bijna naast het vermeende slachtoffer.
De officier van justitie had met gemak twee jaar celstraf kunnen eisen, maar dat deed ze niet. Ze keek iedereen eens diep in de ogen en deed toen een voorstel aan de rechters.
Misschien zouden buur en buuf eens samen aan tafel kunnen gaan zitten om hun ruziegedoe van jaren voor eens en altijd op te lossen.
De officier van justitie kende wel iemand die daarbij zou kunnen bemiddelen.

Buur wilde wel en toen buuf ook.
Komen ze er niet samen uit, zo luidt de deal, dan volgt alsnog een strafzaak en zit buuf zo achter de tralies.

Donderdag stond een motorrijder terecht die op de eerste mooie lentedag van het vorige jaar zijn racemachine van stal had gehaald.
Hij was gaan toeren door het mooie (zei hij) Gaasterland.
In een haakse bocht, smalle weg, maakte hij een inschattingsfout.
Gevolg: een tegemoetkomende racefietser ging onderuit en belandde met letsel aan de wervels en acht gebroken ribben op de intensive care van het ziekenhuis.

Geen opzet, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig en daarmee een misdrijf in het kader van de wegenverkeerswet, sprak de officier van justitie streng.
Hij eiste een werkstraf van 90 uur.
De motorrijder boog het hoofd.
Hij snapte dat wel.

Kort na de zitting werd hij vriendelijk aangesproken.
Een man zei tegen hem: ‘Dag. Ik ben het slachtoffer. U hoeft wat mij betreft geen straf te krijgen. U kon er ook niets aan doen. Zoiets kan ons allemaal overkomen.’
Onder bepaalde omstandigheden heb je helemaal geen politie, officieren van justitie, rechters en gevangenissen nodig.

Rest de sluiting van V&D.
Daar werden van heel Groningen verreweg de meeste winkeldiefstallen gepleegd.
Dat is binnenkort opgelost.
Een logisch voordeel.

Rob Zijlstra

De kramakkelige brug

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis
maar kan nu het een jaar geleden is
nog niet zo veel

 

relaisEr zitten twee mannen in de rechtszaal die worden beschuldigd van iets wat ze niet met opzet hebben gedaan.
Verreweg de meeste verdachten plegen hun misdrijven wel met opzet.
Een woninginbraak is zelden per ongeluk, laat staan lucratieve drugshandel.

Deze twee mannen – ze hebben niets met elkaar te maken – hebben de misdaad waarvan ze worden verdacht, ook niet gewild.
Toch moeten ze zich als verdachten verantwoorden.
De ene doet dat maar al te graag, de andere als het even zou kunnen liever nooit.

Om met die laatste te beginnen: Max, 26 jaar.
Hij studeerde een tijdje in Groningen, maar besloot halverwege dat het beter was te gaan werken in Hoogezand.
Hij kocht voor het dagelijkse woon-werkverkeer een grijze Mazda MX-5, een sportauto die ook zonder dak kan.
Hoewel het uiterlijk van die auto heel sportief is, zei Max tegen de politie dat hij een defensieve rijder is.
Als je dat bent, dan is je rijgedrag gericht op het voorkomen van ongelukken.
Goed, in 2013 reed hij een keer 49 kilometer per uur te hard door Ten Post wat hem een boete van zeshonderd euro had opgeleverd.
Maar dat was eenmalig stom geweest.

Op 27 februari vorig jaar reed hij over de Petrus Campersingel in Groningen, na het werk, richting huis.
Hard.
Hoe hard?
Max denkt 70.
Een getuige: wel 100.
Max: ‘Nooit. Ik ken de weg. Er zijn kruisingen en er zijn daar altijd fietsers zonder licht. Daar let ik op.’

Het ging mis in een flauwe bocht.
Max verloor de controle, remde om vervolgens met een (achteraf berekende) snelheid van 73 kilometer per uur op een tegenligger te knallen.
De politiedienst die verkeersongevallen analyseert schat dat Max harder reed dan 90.
Dat is minimaal 40 te hard.
Nog veel erger: een van de twee inzittenden, niet de zwangere bestuurster van 24 jaar, maar haar 48-jarige moeder, raakte zeer ernstig gewond.

De rechters: ‘Het snelle rijden is u niet onbekend. Waarom reed u zo hard?
Max zegt dat het weer een eenmalige stomme fout van hem is geweest.
Maar waarom?
Dat zou hij niet weten.
Hij had geen haast of zo.

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis, maar kan nu het een jaar geleden is, nog niet zo veel.
Ze kan bijvoorbeeld niet lang staan, niet lang zitten of lang liggen.
Zichzelf verplaatsen lukt ook niet goed.
Artsen hebben verteld dat de pijn in haar lijf misschien voor altijd zal zijn.
Max zegt tegen de rechters dat hij wel kan janken.
Nee, hij heeft nooit contact gezocht met het slachtoffer.

Er is nog een alcoholdingetje.
Na het ongeluk moest Max blazen wat geen indicatie opleverde dat hij had gedronken.
Maar in het ziekenhuis – ook hij was gewond geraakt – roken artsen adem die riekte naar alcohol. De rechters vragen het drie keer op barse toon.
Drie keer zegt Max: ‘Nee, niks gedronken.’

De volksmond, zegt de officier van justitie, zou spreken van zeer roekeloos rijgedrag.
‘Juridisch kom ik daar niet bij. Meneer is wel hoogst onvoorzichtig geweest.’
Geen opzet, wel schuld.
De passende eis: een werkstraf van 240 uur, een maand voorwaardelijke celstraf, als signaal naar de samenleving en een jaar het rijbewijs kwijt.
Dan maar met de bus naar Hoogezand.

Voor Max zat Dirk (54) in de verdachtenbank.
Eindelijk, want hij had er zelf om gevraagd.
Het Openbaar Ministerie wilde een deal per acceptgiro.
Zou hij 450 euro betalen, dan lieten ze hem met rust.
Dirk vond dat niet eerlijk, want waarom een boete betalen als je niets hebt misdaan?

Dirk is operator.
De volksmond noemt hem brugwachter.
Al dertig jaar en nooit ging het fout.
Maar op die dag in september 2014 had hij met verbijstering op de beeldschermen gezien wat er was gebeurd.
Tijd om op de alarmknop te drukken was er niet geweest.

Bij Dorkwerd, even buiten Groningen, ligt een oude hefbrug over het drukbevaren Van Starkenborghkanaal.
Op die dag in september komt vanuit Groningen de Fossa aangevaren, een binnenvaartschip van tachtig meter lang.
Als het schip halverwege de geopende brug is, zakt plots de hefbrug.
Een paar seconden later plet het gevaarte de stuurhut.
De schippersvrouw aan het roer komt met de grootste schrik vrij.

De officier van justitie: ‘Verdachte heeft te vroeg op ‘brug neer’ gedrukt, niet met opzet, misschien wel uit routine.’
Brugwachter Dirk: ‘De brug ging spontaan naar beneden. Ik deed niks.’

Dorkwerd wordt net als de brug bij Aduard bediend vanaf de centrale post bij Gaarkeuken.
Daar zit Dirk voor beeldschermen achter de knoppen en kan hij met muisklikken zowel Aduard als Dorkwerd bedienen.
En dat doet hij die dag ook.
Want terwijl hij met Dorkwerd bezig is, komt er een melding en moet ook Aduard geopend.
Volgens de procedure kan Dirk dat.

De officier van justitie heeft een reconstructie in tijd gemaakt en concludeert dat Dirk elf achtereenvolgende seconden niet naar de camerabeelden van de brug bij Dorkwerd heeft gekeken.
Had hij wel gekeken, dan had hij het gezien, gezien dat het foute boel was en had hij kunnen ingrijpen met de rode noodknop.
Nu hij dat niet heeft gedaan, is er sprake van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig handelen waardoor levensgevaar voor anderen is ontstaan’.
Er volgt geen nare strafeis.
Wel een vergelding, letterlijk.
Dirk moet alsnog die 450 euro betalen, vindt de officier van justitie.

De brug is nog diezelfde dag vrijgegeven.
Als veilig.
Volgens de advocaten van Dirk, hij heeft er twee voor de prijs van één, is achteraf vastgesteld dat de brug geen kuren vertoonde.
Maar twee techneuten van de provincie Groningen bekeken het later nog eens en kwamen tot de conclusie dat niet kan worden uitgesloten dat de hefbrug zakte als gevolg van een plakkend relais.
Nieuwe bruggen zijn niet voor niets voorzien van een extra veiligheidsrelais.
Blijft er eentje plakken, is er altijd nog de andere.

In wijze boeken staat dat het strafrecht met terughoudendheid moet worden toegepast.
Niet te veel, niet te weinig.
Geen te hoge, maar ook geen te lage straffen.
Niet alleen maar ratio, maar ook emotie.

Dat zal allemaal best, hoor ik de volksmond brommen, maar van ons mag die Max met z’n 100 door de bebouwde kom de volle mep krijgen.
Doe die terughoudendheid dan maar ten aanzien van Dirk, zolang niet kan worden uitgesloten dat in het mechaniek van de kramakkelige hefbrug van Dorkwerd een sleets relaitje zat.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 17 maart
En zo geschiedde. Dirk is door de rechtbank vrijgesproken.

Misdaadtranen

Een klap
Man op de motorkap
Het is Geert, die ook uit het café komt

 

In zittingszaal 14 is geen ruimte voor droefheid over het lot van een verdachte.
Er zijn bijvoorbeeld verdachten die al maanden vastzitten en zodoende hun kleine kinderen missen.
Zulke verdachten willen heel graag naar huis.
Logisch, zingen officieren van justitie dan ongevoelig in koor, want wie vast zit, wil vrij.
Zou dat niet zo zijn, dan zou de wereld op de kop staan.

Dat er in de rechtszaal geen ruimte is voor medelijden, wil niet zeggen dat geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden van verdachten.
Strafrechtspraak is geen wiskunde, maar of tranen helpen?

Mick is een grote, stoere man van 45 jaar.
In een misdaadfilm zou hij de gemene gangster kunnen zijn.
In het echt is hij dat een beetje.
In de politiesystemen heeft Mick code 4 achter zijn naam staan.
Betekent dat hij in het echt vuurwapengevaarlijk is.
Wanneer hij moet worden aangehouden – moet soms – moet altijd een arrestatieteam worden opgetrommeld.

Hij beklaagt zich bij de rechters.
Zegt: ‘Elke keer wanneer ik word opgepakt door het arrestatieteam, beweren agenten dat ik hen heb bedreigd. Altijd.’
Dat hij vuurwapengevaarlijk is, daar is hij het ook niet mee eens.
Tegen de rechters: ‘Ik heb niet eens een gun.’

Mick staat ditmaal terecht vanwege gedoe.
Hij zou zijn ex hebben bedreigd toen hij autopapieren kwam ophalen.
Er is iets met haar voordeur.
Bij de aanhouding die daarna volgde, zou hij lelijke dingen tegen agenten hebben geroepen en een van hen een stomp op de neus hebben gegeven.
Mick ontkent dat.
Zegt: ‘De politie liegt op mij.’
En verder, meldt zijn boze stem, heeft hij geen zin om er over te praten.

Dan ineens is er wat aan de hand in de rechtszaal.
Mick wordt afgevoerd naar de catacomben van het gerechtsgebouw waar de cellen van beton zijn. Het duurt een half uur alvorens de zitting wordt voortgezet, er is dan extra politie aanwezig.
Kort na de hervatting komt een kleine vrouw de rechtszaal binnen.
Mick kijkt heel even over de schouder en slaat dan de beide grote handen voor het gezicht.
En begint onbedaarlijk te huilen.

De rechters, geschrokken: ‘Wat is er nou?’
Mick, ontdaan: ‘Ik ben klaar met het leven van gevangenis in, gevangenis uit. Ik wil werken en niks meer fout doen.’
De reclassering, nuchter: ‘Micky is detentiemoe.’

De officier van justitie is niet onder de indruk van de plotselinge tranen en eist anderhalf jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk mag.
De advocaat grijpt zijn kans.
Mick is aan de buitenkant een grote stoere man die wat bozig kan overkomen, maar iedereen heeft met eigen ogen kunnen zien dat hij ook een andere kant heeft.
De advocaat: ‘U moet niet de buitenkant beoordelen, maar de man die daar inzit.’
Als Mick even later wordt afgevoerd, kijkt hij heel even naar de kleine vrouw.
Het is zijn moeder.

Hij moet ondanks de vermoeidheid een jaar zitten.

Dan komt Tineke (40) de rechtszaal binnenlopen.
Zij is zelf moeder.
De stoel waarop Mick zat, is nu haar zitting.
Tineke oogt ook een beetje stoer en ook zij zal straks gaan huilen.
Meer overeenkomsten zijn er niet.
De misdaad waarvoor Tineke zich moet verantwoorden is geen fijne, het is een misdaad waarmee de publieke opinie snel klaar is.
Tineke is met haar dronken kop achter het stuur gekropen om een paar minuten later een fietser aan te rijden die daarbij ernstig gewond raakt.

Negen maanden met een boze Mick in een klein hok, dat zal haar leren.
Maar zo werkt het gelukkig niet.

Het gebeurde op 16 november vorig jaar.
Een zoon van een vriendin moet optreden in de plaatselijke kroeg.
Tineke gaat kijken, niet te lang.
Een uurtje.
Maar het is gezellig, er is witte wijn en ineens is het vier uur in de nacht.
Er is een leuke jongen van 17 die zegt dat hij wel met haar naar huis wil.
Maar Tineke wil alleen naar huis, dat is maar een kilometer verder.
Zegt: ‘Ik wilde weg, ik dacht, dat kleine stukje, dat kan wel.’

Ze stapt in haar Polo.
Het is geen heldere nacht, het heeft net geregend.
Er is een flauwe bocht en ineens fietsers.
Te laat.
Een klap.
Man op de motorkap.
Het is Geert, die ook uit het café komt.
Tineke zegt: ‘Als je dat overkomt, weet je niet wat je overkomt.’
Zegt: ‘Ik heb de fietsers wel gezien, dat is het stomme. Ik heb gewoon te laat gereageerd.’

Hoe dat zo kon gebeuren?, vragen de rechters naar de bekende weg.
Tineke: ‘Ik ben mij ervan bewust dat ik met drank op achter het stuur zat. Als ik niet had gedronken, was het niet gebeurd.’

Geert is er niet best aan toe.
Schedelbasisfractuur, gebroken jukbeenderen, gebroken sleutelbeen, gebroken schouderblad, overal gebutst.

Wanneer de rechters vragen hoe het nu met haar gaat, komen de tranen.
Ze snottert dat haar grootste zorg uitgaat naar het slachtoffer met wie ze een goed contact zegt te hebben.
Dat ze een dochter heeft en een zoon, dat ze na een moeilijk huwelijk in het belang van de kinderen is gescheiden en dat ze nu alleen de zorg heeft voor zoon en dochter die veel spijbelen en dreigen te ontsporen.
Dat het ontzettend veel energie vergt om alle ballen in de lucht te houden.
Dat ze de eigen woning als gevolg van die rotscheiding met veel verlies van geld heeft moeten verkopen, dat er daarom deurwaarders zijn en dat ze niet in aanmerking komt voor schuldhulpsanering vanwege deze rechtszaak.

Ze huilt dat haar kinderen haar nodig hebben, maar dat ze vijf dagen per week en ook op donderdagavond en soms op zaterdag moet werken.
Dat ze is aangewezen op de bus, omdat haar rijbewijs – snapt ze – is ingevorderd.
Dat de bus niet vaak in haar dorp komt.
Dat ze haar baan niet wil verliezen.
Dat ze soms wel veertien uur per dag van huis is.

Geert het slachtoffer, nog altijd onder behandeling en vaak duizelig en zonder reuk, had tegen haar gezegd dat ze nu vooral aan zichzelf moet denken.
De rechters zeggen tegen Tineke dat ze gelezen hebben dat ze haar rijbewijs niet terug heeft gevorderd – wat wel had gekund – omdat ze zich zo ontzettend schuldig voelt.

Tja, vraagt de officier van justitie hardop aan zichzelf, wat voor straf past hier nou bij?

Rob Zijlstra

→ volgens de landelijke richtlijnen die het Openbaar Ministerie hanteert is in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden

→ het Openbaar Ministerie eiste in bovenstaande zaak een taakstraf van 180 uur, een maand voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging van 2 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk.

update – 22 mei 2015 – uitspraak
De rechtbank is niet ongevoelig gebleken voor de omstandigheden waarin Tineke de ballen omhoog moe houden. De (grote) zorg voor twee opgroeiende kinderen, een forse schuld en de noodzaak veel te werken maakt dat ze aan het eind eis van haar energie. De opgelegde straf, anders dan de eis: een taakstraf van 60 uur, 2 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijtoezegging van 24 maanden waarvan 18 voorwaardelijk.

vonnis volgt – zodra beschikbaar

Elke dag weg

Er was een rechter die de vragen vriendelijk stelde (‘het is ook moeilijk, dat begrijp ik wel’) en er was een rechter die de rol speelde van de boze.
Geagiteerd: ‘Dus als iemand tegen u zegt, spring in de sloot, dan springt u in de sloot?
Wat?
Tuurlijk niet?’
Misschien spreken rechters dat in hun geheime raadkamer wel met elkaar af.
‘Dames, vinden jullie het goed dat ik vandaag weer de boze ben?’

Er was een officier van justitie die gezegd wilde hebben dat meneer hier vandaag niet terechtstaat omdat hij opzettelijk iemand van het leven heeft beroofd.
Er was een verdachte die na twee uur stevig te zijn ondervraagd zei dat hij in de war raakte.
De advocaat die er was noemde wat hij had gelezen ontluisterend.
Er waren intens verdrietige woorden van de dochters.

Het is vrijdag 21 september 2012, de avond is net gevallen.
Ten zuiden van de stad Groningen, in Haren, is een feestje gaande waar duizenden opgewonden jongeren naar toe stromen.
Tegen half negen wordt duidelijk dat het daar uit de hand gaat lopen.
Op datzelfde tijdstip gaat het ook fout aan de westkant van de stad Groningen, op de A7 ter hoogte van bedrijventerrein Westpoort.
Het gaat daar vreselijk fout, met veel ingrijpender gevolgen dan die van dat veelbesproken Project X.

Terwijl in Haren de eerste stenen door de lucht vliegen, rijdt op de A7 een 88-jarige automobilist met tachtig kilometer per uur tegen een stilstaande kraanwagen aan.
De man overleeft de verschrikkelijke klap niet.
In het ziekenhuis bezwijkt hij aan de verwondingen.
De kraanwagen had daar niet mogen staan.

Een deel van de vangrail in de middenberm moet die avond worden vervangen.
De linkerrijstrook is afgezet, de maximumsnelheid is van 120 teruggebracht naar 70.
Rijkswaterstaat is de opdrachtgever, firma Van der Lee de hoofdaannemer.
Er is een manager, een projectmanager, een assistent-manager, er is een hoofduitvoerder, een gewone uitvoerder, er zijn twee ingehuurde kraanmachinisten.
Omdat de assistent-manager van de projectmanager er niet is, heeft de hoofduitvoerder een zzp’er ingehuurd die is belast met de veiligheid.
Dat laatste wist deze 27-jarige zelfstandige Kees overigens niet.
Dat zegt hij.

De veiligheidsvoorschriften eisen dat alle betrokkenen voor de klus bij elkaar komen om de veiligheidsmaatregelen door te spreken.
Zo’n toolbox-meeting – zo noemen ze dat – is er niet geweest.
Zoiets kost maar tijd en tijd is geld in de vangrail-bouw.

Kraanmachinist Rinze (49 jaar, waarvan 18 kraanjaren) rijdt met zijn Atlas Terex 1305 naar de plek waar hij moet werken.
Hij denkt dat dat veilig kan, omdat de uitvoerder had gezegd: rij er maar heen.
Nee, als de uitvoerder had gezegd, spring in de sloot, dan had Rinze dat niet gedaan.
‘Tuurlijk niet.’
Hij zegt: ‘Als je niet meer kunt vertrouwen op de uitvoerder, dan kun je wel stoppen met werken.’

Rinze rijdt met zijn oranje gevaarte de oprit op.
Om in het afgezette werkvak te komen, moet hij op de snelweg de rechter rijstrook oversteken.
Maar het is druk die avond, ook door het gedoe in Haren.
Rinze moet stoppen.
Hij kijkt, hij wacht, enorme knal.
Rinze zet van schrik de oranje zwaailichten aan.
Getuigen bellen 112.
Zelf belt hij Kees: ‘Er is een auto tegen me aan geknald.’

De kraanwagen is een slome (45 km/u max) en mag daarom nooit op de snelweg.
Het gevaarte had op een dieplader naar het werkvak gebracht moeten worden.
De hoofduitvoerder dan wel de uitvoerder van de aannemer of onderaannemer moet dat organiseren, maar in de praktijk gebeurt dat vaker niet dan wel.
Ook diepladers kosten geld en alles wat geld kost is schadelijk voor de winst.

Rechters: ‘U reed met uw voertuig de oprit op, terwijl u weet dat dat niet mag. U weet dat heel goed, u beschikt over veiligheidscertificaten.’
Rinze: ‘Je gaat er vanuit dat het mag. Iedereen deed het.’
Rechters: ‘Een dieplader kost geld.’
Rinze: ‘Ik kreeg per uur betaald. De kosten zijn voor het bedrijf dat de klus heeft aangenomen.’
Rechters: ‘Als het een centenkwestie is, dan zijn het dus niet uw centen.’
Rinze: ‘Nee. De uitvoerder bepaalt hoe er wordt gewerkt.’
Rechters: ‘Er was geen afzetting, er waren geen waarschuwingsborden, geen knipperende lichten. Toch gaat u rijden. Hoe zit het met uw eigen verantwoordelijkheid?’
Rinze: ‘Na het ongeval kreeg ik pas in de gaten dat het zo niet had gemoeten.’
Rechters: ‘U dacht dat er wel een afzetting was en daarmee veilig.’
Rinze: ‘Ja.’
Boze rechter: ‘Maar er stond geen bord, Niks. Niente. U had uw eigen ogen de kost moeten geven.’
De vriendelijke: ‘Het is ook moeilijk, dat begrijp ik wel.’
Rinze, diepe zucht: ‘Al die vragen. Ik vind het verwarrend.’

De officier van justitie zegt dat hij een straf moet eisen.
Rinze had een andere keuze moeten maken.
De aanklager zegt: ‘U heeft niemand van het leven willen beroven. Toch bent u verantwoordelijk voor de dood van de automobilist. Een beroepschauffeur wordt geacht de veiligheidsvoorschriften te kennen en daarnaar te handelen. U bent onvoorzichtig geweest. Mijn eis is gebaseerd op uw gedrag, niet op de vreselijke gevolgen. Ik eis een werkstraf van 100 uur waarvan de helft voorwaardelijk.’

De advocaat zegt dat deze zaak een treurige inkijk geeft.
Een inkijk in hoe het is gesteld met de veiligheid bij wegwerkzaamheden.
Zegt: ‘Ontluisterend. Rijkswaterstaat is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de veiligheid. Maar ze huren daar anderen voor in. Gaat het fout, dan wijst iedereen naar elkaar. Rinze mocht erop vertrouwen dat het veilig was. Hem valt niets te verwijten. Hij moet worden vrijgesproken.’

De hoofdaannemer heeft een boete gekregen van 10.000 euro.
Kees, de voor de veiligheid ingehuurde zzp’er die dat niet wist (zegt hij), moet later terechtstaan.
Rinze is weer aan het werk, maar soms niet.
Dan is hij depressief en slaan angsten toe.

Zij begrijpt niet waarom haar man, met wie ze zestig jaar is getrouwd en drie dochters heeft grootgebracht, nooit meer komt.
Al langer dan twee jaar niet.
Dan vertellen ze haar dat haar man niet meer leeft.
Dat hij dood is.
De volgende dag is ze dat vergeten.
Dan wacht ze, kijkt ze naar hem uit.
En als haar man weer niet komt, dan vraagt ze waarom niet.
Hij kwam toch elke dag?

Rob Zijlstra

update – 22 januari 2015 – uitspraak
Rinze is veroordeeld wegens zeer onvoorzichtig rijgedrag waarbij het slachtoffer is overleden (art 6  Wegenverkeerswet). De straf: 180 uur werkstraf waarvan 80 uur voorwaardelijk en een voorwaardelijke rijontzegging van een jaar.

Schermafbeelding 2015-01-29 om 17.07.51

klik op afbeelding voor uitspraak

 

De dappere dochter

Dat de wijsheid met de jaren komt, zal toch niet voor iedereen gelden?

Haar stem vol ingehouden woede,  maar met niet te verhullen verdriet klettert door zittingszaal 14.
Overal vallen haar woorden neer en overal is het raak.
Ze zegt dat ze lang dachten dat ze een begrafenis moesten regelen, dat ze machteloos moesten zien hoeveel helse pijn ze had, dat alles nu op de kop staat, dat ze heus wel ziet hoe haar vader zo vreselijk zijn best doet rechtop te blijven staan, terwijl ze wel weet dat hij al lang is omgevallen.
Dat ze een baan kon krijgen, eindelijk een echte baan, maar dat dat nu niet kan, dat ze met haar vriend in een huis gaat wonen, maar dat ze helemaal niet blij kan zijn omdat ze haar moeder niet alleen wil laten.
Dat ze zich afvragen of het ooit weer goed zal komen.

De woorden doen zeer.
In de rechtszaal vechten toehoorders tegen tranen, ook aan de perstafel.
Als deze ontzettend dappere dochter is uitgesproken, klopt haar moeder haar bemoedigend op haar schouder.
De moeder is het echte slachtoffer in dit verhaal.
Het is een wonder dat ze er zit.

Het intense verdriet dat de zaal heeft gevuld staat in schril contrast met de lege man die verantwoordelijk wordt gehouden voor al deze ellende.
De lege man is 71 jaar, ziek en hij heeft daarom geen te grote verwachtingen meer van de toekomst.
De officier van justitie heeft evenwel een grote verrassing voor hem in petto.

De officier van justitie zegt het beleefd.
Zegt: ‘Hoewel leeftijd van meneer en zijn gezondheid contra-indicaties zijn voor een gevangenisstraf zie ik geen enkele reden af te wijken van de richtlijnen.’
De officier van justitie eist dat de rechters de lege man voor acht maanden naar de gevangenis sturen.

De lege man heet Dirk en hij was op de dag dat het gebeurde jarig.
’s Middags was de fles Sonnema op tafel gekomen voor een paar borrels.
Hoeveel borrels?
Nou ja, een paar dus.
Drie, vier. na zes uur niks meer, dat weet hij dus zeker.

Het lijkt wel of Dirk liegt en hij maakt het misschien nog wel veel erger.
Zijn verhaal wil dat hij na een paar borrels in de middag tegen acht uur in de auto is gestapt om bij De Sultan in Vlagtwedde twee broodjes shoarma te halen, een rit van ruim dertien kilometer.

Dirk rijdt in zijn oude Peugeot over de Loosterweg, binnen de bebouwde kom, hij mag daar vijftig.
Daar, op nog geen kilometer van zijn woning, loopt ook Marja (47) met haar vriendin.
Zij oefenen voor de Nijmeegse Vierdaagse.
Ze dragen hesjes met gekleurde ledlampjes.
Die doen het ook.

Om 20.46 uur komt de eerste melding bij de politie binnen: er is een ernstig ongeluk gebeurd op de Loosterweg.
Een automobilist heeft een voetganger geschept.
Voetgangster is zeer ernstig gewond, de automobilist is doorgereden.

Dirk haalt zijn broodjes shoarma, rijdt weer naar huis, passeert de plaats van het ongeluk vol zwaailichten en vertelt aan zijn echtgenote dat er kennelijk iets is gebeurd.
Waar?
Nou hier vlakbij, op nog geen kilometer.
Ze eten de shoarma.

Dirk tegen de rechters: ‘En toen kwam de fles Sonnema ook weer op tafel.
Er zat nog een kwart in.
Die heb ik opgedronken.
Ja ik alleen, mijn vrouw dronk sherry.’

De politie doet onderzoek en vindt op de plaats van de aanrijding een afgebroken buitenspiegel.
Ze gaan kijken op het internet en stellen vast dat de spiegel hoort bij een wat oudere Peugeot.
Met die kennis gaan de agenten op pad, overal kijken.
Tegen een uur in de nacht is het raak en bellen ze bij Dirk aan.
Hij moet mee naar het bureau, de auto wordt in beslag genomen.
Om twee uur in de nacht wordt zijn adem op alcohol gecontroleerd: een apparaat meet 345 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht.
Te veel, want 220 is de grens.

Dirk zegt dat hij van de aanrijding niets heeft gemerkt.
Hij heeft geen vrouwen met lichtgevende hesjes zien lopen binnen de bebouwde kom waar hij vijftig kilometer per uur mocht rijden.
Dat de wandelende vrouw over zijn auto heen is geklapt, heeft hij ook niet gemerkt.
Koplamp rechtsvoor stuk?
Nah, niet gezien, niet gemerkt.
Dirk zegt dat hij al 51 jaar achter het stuur van auto’s zit en nog nooit iets heeft veroorzaakt.

Rechters: ‘U was dronken.’
Dirk: ‘Nee.’
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) was gaan rekenen.
Wie ’s nachts om twee uur 345 ug/l blaast, zou ten tijde van het ongeval 500 tot 900 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht blazen.

Rechters: ‘Dan was u dronken.’
Dirk, getergd: ‘Nee. Ik ben pas nadat ik weer thuis ben gekomen gaan drinken. Hoe vaak moet ik dat nou nog zeggen?’
Rechter: ‘Ik hou u alleen de feiten voor, dat is mijn werk.’
Rechters: ‘Als het waar is wat u zegt, dat u pas ’s avonds na het ongeluk bent gaan drinken, dan had u’s nachts geen 345 ug/l geblazen, maar veel meer. Is het echt wel waar wat u zegt?’

Dirk wil misschien de waarheid helemaal niet weten.
Misschien denkt hij wel dat het beter is om zich van de domme te houden.
Dat de wijsheid met de jaren komt, zal toch niet voor iedereen gelden?

De verkeerstechneuten van de politie zeggen dat gezien de schade aan de auto, het niet aannemelijk is dat de bestuurder niets van het ongeluk heeft meegekregen.
De aanrijding moet een enorme klap zijn geweest.
Bij de Sultan hadden ze de volgende dag een foto van Dirk laten zien.
De Sultan zei: ‘Oh, die. De dronken man.’

De officier van justitie wil hem nog wel geloven.
Zij zegt: ‘Hij heeft niets gezien, hij niets gemerkt. Kan. Vanwege de alcohol. Acht maanden.’

Daar zit je dan.
Op leeftijd te ontkennen en te draaien, met vlak achter hem een vrouw die misschien nooit meer goed kan lopen en anderszins.
Hij probeert de woorden van de dappere dochter te ontwijken.
Vraagt zich misschien wel af of hij er wel goed aan heeft gedaan om nooit iets van zich te laten horen.
De rechters zeggen dat ze op 26 juni uitspraak doen.
Dirk reageert.
Hij zegt: ‘Oh, dan is mijn vrouw jarig.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 26 juni 2014 – uitspraak
Dirk is veroordeeld tot 7 maanden celstraf en een rijontzegging van 3 jaar. Meer informatie volgt.

De hardloper

tonckelweg

Tonckelweg, – via streetview google

 

Het letsel was niet met het leven verenigbaar

 

De rechters vragen aan het einde van de ondervraging of hij nog iets over zichzelf wil vertellen, iets belangrijks of zo, iets waarvan hij denkt dat het belangrijk is dat de rechters het weten.

Martin: ‘Tja.’
Wat zeg je dan?
Hij zegt dat hij in Veendam de post bezorgt, dat hij graag mag knutselen aan auto’s, schilderen doet hij ook graag, hij zegt dat hij nu zes jaar samenwoont.
En dat het hem vreselijk spijt wat er is gebeurd.
Zegt: ‘Maar ik kon het niet voorkomen.’

Wat Martin heeft gedaan, zou iedereen die wel eens een auto bestuurt, gedaan kunnen hebben.
En ook als u geen post bezorgt of niet graag schildert, zou u er vreselijk spijt van hebben.
Misschien, denk het wel, zou u ook zeggen dat u het niet kon voorkomen.
En u zou zich, net als Martin, heel erg naar voelen, vanwege wat er is gebeurd.
En ook omdat de officier van justitie wil dat u zeven maanden in een gevangenis moet doorbrengen.

Nu is zeven maanden natuurlijk een straf van niks – want straffen horen zwaarder – maar stel het eens voor.
Dat u tussen nu en 1 januari 2015 wordt op – en afgesloten.
Zeven maanden niet vrij.
Zeven maanden geen inkomen, maar wel huur of hypotheek, andere verplichtingen.
Geen werk meer, want ontslagen.
De kinderen.
Het stempel.

De 39-jarige Martin reed op 27 augustus vorig jaar met zijn auto over de Tonckelweg, Veendam een 37-jarige man dood.
Hij heette Patrick.
Patrick hield van hardlopen, want dat deed hij elke dag.
Dus ook op dinsdag 27 augustus, ’s avonds.
Hij rende over de Tonckelweg.
Martin reed daar langs, op weg naar een kameraad waar hij een paar fietsbanden zou brengen.
Om kwart over negen kwamen hun levenspaden samen.

Martin zegt tegen de rechters dat hij de hardloper nooit heeft gezien.
Had hij de hardloper wel gezien, dan was hij uitgeweken.
Waarschijnlijk heeft Patrick Martin ook niet zien of horen aankomen.
Hij rende rechts op de weg, voor het verkeer uit.
Op zijn hoofd een koptelefoon met muziek.

Martin vond hem, in het duister in de berm.
Hij vond hem omdat hij de muziek hoorde die nog uit de koptelefoon kwam.
Martin belde direct met zijn vriendin.
Een voorbijganger die stopte zei dat hij onmiddellijk 112 moest bellen.

De rechters vragen op een toon vol ongeloof: ‘Maar waarom belde u met uw vriendin, en niet direct met 112?’
Martin: ‘Tja.’
Hij zegt: ‘Ik was verward, vreselijk geschrokken.’
Martin zegt dat hij dacht dat hij een hert had aangereden, dat was vaker gebeurd op de Tonckelweg.
Hij zegt dat hij dacht dat je geen 112 kon bellen voor een hert.
Voor een hert moet je volgens hem een ander nummer bellen.

Patrick was op slag dood.
De officier van justitie zegt: ‘Het letsel was niet met het leven verenigbaar.’

Was deze aanrijding te voorkomen geweest?
Het Openbaar Ministerie zegt van wel.
Als Martin had opgelet, beter had uitgekeken, dan had hij de hardloper niet geschept.
En als Martin zegt dat hij de hardloper niet heeft gezien, dan is het bewijs geleverd: dan heeft hij niet goed uitgekeken.

Wie niet ziet wat er wel is, kijkt niet goed.
U heeft als automobilist de plicht ieder moment alert te zijn.
Ook tijdens fracties van seconden.

Het was kwart over negen, de duisternis had zich al gemeld.
Patrick rende rechts hard, niet links het verkeer tegemoet.
De slogan ‘loop veilig, loop links’ was niet aan hem besteed.
De koptelefoon met muziek maakt het lopen er ook niet veiliger op.
Zeker niet op de Tonckelweg waar de auto’s tachtig kilometer per uur mogen rijden.
Het is geen brede weg.

Het is ook niet wat je zegt een ideale weg voor hardlopen.
Maar de officier van justitie zegt: “Het is ook niet de bedoeling om voetgangers die daar lopen, aan te rijden.’
Dat is zo.

De hardloper droeg voor zijn veiligheid een hesje.
Dat hesje was door de tijd van fel geel verschoten naar vaal geel.
De politie had een reconstructie van de aanrijding gemaakt en de omstandigheden zo goed als mogelijk nagebootst.
Maar ze kochten, zegt de advocaat, een nieuw hesje, niet een vaal gele want die zijn niet te koop, ze kochten een nieuwe fel gele.
Dat is niet eerlijk.
De advocaat vindt daarom dat de conclusie van de politie – het slachtoffer was goed te zien – niet mag worden gebruikt in de beoordeling.

Martin is niet alleen een paar seconden aanmerkelijk onvoorzichtig geweest waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden.
Hij was mogelijk ook onder invloed.
Martin had op maandag wat amfetamine (‘pep’) tot zich genomen.
Dat deed hij soms.
Op dinsdagavond zat die rotzooit nog in zijn bloed.
De officier van justitie zegt dat de drug mogelijk dan wel waarschijnlijk van invloed is geweest op het rijgedrag.
Vastgesteld is dat niet.
Martin vindt niet dat hij onder verdovende invloed was, er was een volle dag verstreken.

De officier van justitie wijkt niet van haar standpunt.
Zeven maanden gevangenisstraf.
En twee jaar het rijbewijs kwijt.

Is dat rechtvaardig?
De rechters zullen het weten, want het strafrecht moet op alles een antwoord hebben.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 juni 2014 – uitspraak
De rechtbank heeft Martin op alle punten vrijgesproken.  Motivatie rechtbank staat in het vonnis (klik hieronder).

vonnis de hardloper

Per ongeluk schuldig

foto: 112groningen

Sontweg, foto: 112groningen

Kun je per ongeluk een misdrijf plegen?
En zo ja, kun je er dan ook voor worden veroordeeld?
Jaap (47) kan het zich niet voorstellen.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik deed het niet met opzet, dus dan ben ik toch ook niet schuldig?’

Maar zijn stem verraadt twijfel.
Hij zit immers wel naast een advocaat in de rechtszaal tegenover drie rechters en een officier van justitie die allen ernstig naar hem kijken.
Op de tribune, achter hem, zit de mevrouw die het slachtoffer is.
Zijn slachtoffer, dat valt niet te ontkennen.

Ja. Je kunt per ongeluk een misdrijf plegen en daardoor in de gevangenis belanden.
Iemand per ongeluk beroven vereist een sterk verhaal.
En wie zegt dat ‘ie per ongeluk een gewapende overval pleegde, recent nog, staat weer niet heel sterk.

Jaap had het aan Nico kunnen vragen.
Nico (30) is veelpleger en door de wol geverfd.
Hij stond een uur eerder terecht, zat in dezelfde stoel en tegenover dezelfde rechters.
Nico had Jaap dan kunnen vertellen dat het bij hem, vier jaar geleden, ook per ongeluk, dus niet expres, was gegaan.
En dat de officier van justitie en ook de rechters hem toen geloofden.
Maar wel mooi een straf.

Wat was er gebeurd, zou Jaap misschien hebben gevraagd.
Nico had dan verteld dat hij op 21 december 2009 zijn beste vriend Henk heeft doodgeschoten.
Ze hadden met z’n drietjes aan tafel gezeten, bij David thuis omdat die verstand had van wapens.
David had gezegd dat het wapen dat op tafel lag, geen best wapen was.
David had ook laten zien hoe je de kogels erin stopt en hoe je die dingen er weer uit kunt halen.
Hoe de veiligheidspal werkt.

Nico had het wapen van tafel gepakt.
Toen hij het vastpakte, klonk een knal.
Henk viel voorover.
Hij was op slag dood.

Gatver, zou Jaap  vast hebben gezegd, ‘maar daar kon je dus helemaal niks aan doen, net als in mijn geval.’
Maar Nico zou Jaap uit zijn dromen hebben geholpen.
Hij zou  hebben gezegd: ‘In mijn geval was er sprake van dood door schuld. Ik had geen kwade bedoelingen en ik heb het gevolg van mijn gedraging niet gewild. Maar ik ben wel roekeloos geweest. Dat kun je mij verwijten. Ik had geen verstand van wapens en toch zat ik er mee te spelen. Bij mij was sprake van een ernstig gebrek aan zorgvuldigheid.’

Jaap: ‘Een werkstrafje?’
Nico: ‘Drie jaar gevangenisstraf.’

Jaap slaakt in de rechtszaal een diepe zucht.
In zijn vrije tijd zit hij graag op de racefiets.
Maar overdag zit hij op de milieuwagen van de gemeente Groningen.
Sinds 1996 rijdt hij met zo’n rood en zwaar gevaarte door de straten van de stad waar fietsers – zegt hij – uit alle gaten en hoeken komen.

Op 10 juni vorig jaar moest hij wat rotzooi ophalen bij de brandweerkazerne aan de Sontweg.
Vlakbij de kazerne had hij acht seconden stilgestaan voor een brandweerwagen met zwaai- en lawaailichten.
Toen trok hij op om met een snelheid van 26 kilometer per uur richting de inrit bij de kazerne te rijden.
Op het moment hij de bocht naar rechts nam, leert de tachograaf, reed hij eerst 2 kilometer per uur en in de bocht zelf 12.
Ineens een akelige gil.
Onder het rechter voorwiel van de vuilniswagen ligt een fiets en een mevrouw.

Jaap: ‘Ik heb gekeken, ook in de spiegels, maar ik heb haar nooit gezien.’
Rechters: ‘Vindt u dat u haar had moeten zien?’
Jaap weet het niet, zegt: ‘Wat ik vind? Ik vind het gewoon kloten.’
Rechters: ‘Bij de politie had u gezegd, het is het risico van het vak.’
Jaap: ‘Ja, ik bedoel, ik rij niet expres iemand aan.’
Rechters: ‘Maar mevrouw was er wel.’
Jaap voorzichtig: ‘Ik heb goed gekeken… maar… maar misschien niet goed genoeg.’

De officier van justitie zegt dat in een fractie van een seconde een leven kan worden verwoest.
Eén zo’n moment, zegt ze, en we zijn allemaal verliezers.
Het slachtoffer, 50 jaar, had zeven weken in het ziekenhuis gelegen waar ze elf keer is geopereerd.
Ze was actief en sportief, nu loopt ze moeizaam en met een stok.
Dat blijft zo.

De officier van justitie zegt dat Jaap haar had moeten zien.
‘Het was een drukke spits, het was er chaotisch als gevolg van wegwerkzaamheden.
En dus had er beter opgelet moeten worden. Verdachte, een ervaren chauffeur, had nog voorzichtiger moeten zijn dan hij al was. Nee, geen opzet, ’t was ook niet expres, maar er is wel sprake van verwijtbaarheid. Ik eis een boete van 1000 euro en twee maanden voorwaardelijke rijontzegging.’

Het was niet zo, maar stel dat Nico en Jaap elkaar na hun strafzaken nog even hadden gesproken.
Nico had dan gezegd: ‘Nou, ik zei het je toch?’
Jaap: ’Tja. Trouwens, waarom moest jij terechtstaan?’
Nico: ‘Ik? Ach, ik heb een paar keer een telefoon van iemand geleend. Op straat. En nu zeggen ze dat ik die telefoons niet wilde teruggeven, dat ik die mensen bedreigde of zoiets met een mes. Die telefoons hebben ze later weer gevonden in een winkel waar ze tweedehands mobieltjes verkopen. Ik heb daar een keer een telefoon verkocht. Ze hebben toen een kopie van mijn legitimatie gemaakt en ik denk dat ze daar nu misbruik van maken. Ik bedoel, dan is het toch ook niet mijn schuld?’

Rob Zijlstra

 wegenverkeerswet, artikel 5

.
UPDATE – 20 maart 2014 – uitspraken
Jaap is veroordeeld. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan artikel 6 van de Wegenverkeerswet: hij had de fietser kunnen en dus moeten zien. Omdat hij dat niet heeft gezien wat er wel was,  is hij onvoorzichtig geweest. Komt bij dat hij een bijzondere verrichting uitvoerde en dat het er ter plaatse druk was mede als gevolg van het tijdstip en werkzaamheden aan de weg.  Dat alles had hem, ervaren hij is, extra alert moeten maken. Dat hij dat niet is geweest, wordt hem verweten. De straf: een boete van 1000 euro en 6 maanden rijontzegging, maar die geheel voorwaardelijk. Proeftijd 2 jaar.
Ook Nico is schuldig aan wat hij heeft gedaan. Zijn straf: 12 maanden.

 

uitspraak

 

 

WhatsApp

egypteneideDe advocaat vertelt aan de rechters dat de verdachte bij hem op kantoor in huilen was uitgebarsten.
Daarover straks meer.

Eerst dit.
Ze rijden iets harder dan zestig kilometer per uur.
Ongeveer zeventig.
Het is donker.
In de verte zien ze de koplampen van de tegenligger.

Wat opvalt is dat die tegenligger midden op de weg rijdt.
Ze zien het gebeuren, maar het besef is er niet.
Het gaat snel.
Ze kijken elkaar even van opzij aan.
Zij zet zich schrap met de beide handen stevig aan het stuur, hij slaat de handen voor het gezicht.

Een enorme klap.

Ze heeft niet meer geremd en is op slag dood.
Hij overleeft de frontale botsing en kan het navertellen.

Lydia Venema was toen 41 jaar, ze kwam uit Meeden.
Het gebeurde op 22 december vorig jaar, aan het Egypteneinde, even buiten de bebouwde kom van Veendam, om kwart voor zeven ’s avonds.
Lydia Venema wilde haar dochter ophalen die bij haar vader was.

Hoeveel automobilisten beseffen dat het rijden in een auto grote risico’s met zich meebrengt?
En dat het veroorzaken van een verkeersongeluk kan eindigen in de gevangenis?
Omdat ‘maar het was een ongeluk’ in de rechtszaal bijna nooit bestaat.
Een misdaad is pas een misdaad als de daad met opzet is gepleegd.
Bij verkeersongelukken is er (meestal) geen sprake van opzet, maar wel van verwijtbaarheid, van schuld.

De verdachte is Paul, 35 jaar.
Hij was bij zijn vader op bezoek geweest.
Veel contact hadden ze al jaren niet, maar met de feestdagen voor de deur was hij er toch maar even langsgegaan.
Hij had twee cola met Bacardi gedronken.
En daarna bier.
De tweede had hij maar voor de helft leeggedronken.

Rechters vragen: ‘Waarom eigenlijk?’
Paul: ‘Het voelde niet goed.’
Rechters: ‘Omdat u nog moest rijden?’
Paul: ‘Ja.’
Rechters: ‘Maar waarom bent u dan toch in de auto gestapt?’
Paul antwoordt dat hij graag naar huis wilde, omdat zijn zwangere vriendin ook oppaste op het zoontje van hem en zijn ex.
Hij zegt: ‘Ik ben heel fout geweest.’

Hij denkt aan een combinatie van factoren.

Vlak voordat hij in de auto stapt, in zijn grijze VW Polo, stuurt hij een WhatsApp-bericht naar zijn vriendin.
Hij bericht haar dat hij in aantocht is.
Hij draait het Egypteneinde op die hem naar de N33 zal voeren.
Het is een lange rechte weg.
Als hij, in herinnering, ongeveer zestig kilometer per uur rijdt, probeert hij de mobiele telefoon uit zijn broekzak te frommelen.
Wie dat wel eens heeft gedaan, weet hoe lastig dat is.

Rechters: ‘U was zich op dat moment niet bewust van de gevaren?’
Paul: ‘Nee.’

Ongemerkt rijdt hij in het midden van de weg, heel even later geheel op de linker weghelft.
Paul heeft niets in de gaten.
Een enorme klap.

Paul denkt dat het een combinatie is van de alcohol, de afleiding van de telefoon en de operatie die hij onderging in verband met staar.
Lezen gaat wel, maar wat moeilijker, het duurt bij hem altijd iets langer als hij moet lezen vanaf het beeldschermpje van de telefoon.

De ontzettend verdrietige tienerdochter van Lydia Venema heeft een brief geschreven aan de rechters.
Ze schrijft dat ze een brief had ontvangen van de verdachte.
En dat ze boos is op die meneer.
Dat zijn excuusbrief een standaardbrief was, niet vanuit het hart geschreven.

Ze schrijft dat haar moeder haar veiligheid was, dat haar wereld nu bestaat uit angst.
Ze schrijft dat het fijn voelt om er over te praten, maar helpen doet dat niet.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van een jaar.
En daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de periode van drie jaar.
De eis is conform de richtlijnen die voor dit soort zaken zijn opgesteld.
De officier van justitie wil nog wel gezegd hebben dat de verdachte van meet af aan eerlijk is geweest.
En dat het daarom zo is dat de nabestaanden precies weten wat er is gebeurd.
Maar dat die eerlijkheid in het niet valt bij de ernst en de gevolgen.
De officier van justitie zegt dat ze geen argument heeft af te wijken van de richtlijn.

Ze zegt dat niets de automobilist zo afleidt dan een mobiele telefoon.
Daar is onderzoek naar gedaan.
De telefoon is in de auto de grootste afleider omdat je er een hand en je ogen er voor nodig hebt.

Paul zal zijn vaste baan in de zorg kwijtraken.
En een tijd lang zijn pasgeboren kind niet zien, haar eerste levensjaar niet meemaken.
Er bestaat geen twijfel, vervolgt de advocaat, dat Paul schuldig is.
De vraag is echter: in welke mate?

Er is sprake van alcohol, maar niet in de categorie heel veel.
Hij was bezig met de mobiele telefoon, maar hij belde niet, dat blijkt nergens uit. Juridisch bezien mag het allemaal een onsje minder, wat dan moet leiden tot een lagere straf.
De advocaat stelt voor: geen onvoorwaardelijke celstraf, want dat voegt niets toe.
Wel een forse werkstraf, in combinatie met een langdurige rijontzegging, lastig voor hem, maar dat is nou eenmaal de consequentie.
En wat de advocaat nog wel gezegd wil hebben is dat het slachtoffer geen autogordel droeg.

Op het kantoor van de advocaat had Paul verteld dat hij een donornier heeft.
En dat hij dus zijn leven heeft te danken aan iemand die is overleden.
Toen was hij in huilen uitgebarsten.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 4 juli 2013 – uitspraak
Paul hoeft niet naar de gevangenis. In plaats van een celstraf van een jaar heeft de rechtbank hem veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, vier maanden voorwaardelijke celstraf en een ontzegging voor het besturen van een motorvoertuig voor een periode van drie jaar. De rechtbank merkt op dat Paul vanaf het begin eerlijk is geweest, berouw heeft getoond en verantwoordelijkheid heeft genomen door contact te zoeken met de nabestaanden. De rechtbank schrijft in het vonnis dat Paul als beginnend bestuurder zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, terwijl hij had gedronken en met zijn telefoon bezig was. Met het vonnis wijkt de rechtbank af van de richtlijnen die voor dit soort zaken gelden.

Beroepsrisico’s

krantambu

uit de krant van 5 december 2011 #dvhn

Inbrekers zijn niet de enigen die zich moeten realiseren dat er risico’s kleven aan hun beroep.
Wie zich heer en meester wil maken over spullen van anderen, moet er voortdurend rekening mee houden dat de carrière met één welgemikte klap beëindigd kan worden.

Er zijn veel meer beroepen die risico’s met zich meebrengen.
Aan inbrekers dichten we vooral kwaadaardige, nare en gemene eigenschappen toe, terwijl leraren op scholen ons vertrouwen genieten.
Leraren zijn correct, vriendelijk en nadenkend.

Tenminste, zo zouden we dat zo graag willen.
Overzichtelijk.
Daar de slechteriken en hier, wij, de goeden.
Maar in de rechtszaal is het nooit wat het lijkt.

Neem het leven van Hans.
Hij is 39-jaar en binnenkort zal hij vader zijn.
Hans’ levenspad is een tijdje glibberig geweest en het had niet veel gescheeld of hij was een inbreker met een slechte inborst geworden.
Net op tijd zei hij tegen zichzelf: ik wil geen criminele carrière.
Hij ging in de horeca werken en zag een vooral smakelijke toekomst voor zich.

Dat viel tegen.
Thuis mopperde zijn vriendin dat hij er nooit was met zijn horecabaan.
Ze mopperde niet een keertje, maar heel de tijd en keer op keer.
Eerst probeerde Hans de ellende nog te ontvluchten door zich te storten in de drank en in het gokken.

Dat hielp niet en de zeurvriendin ging het vandoor.
Hans dacht, dit nooit weer en kreeg als beloning een geschenk uit de hemel.
Een baan passend bij zijn passie op een school waar hij zijn kennis zou kunnen delen.

De rechters tegen Hans: ‘Maar u had geen opleiding.’
Hans zegt dat dat klopt.
De rechters: ‘Dus u heeft ook nooit geleerd dat je als leraar van de leerlingen moet afblijven.’
Het hoofd gebogen.
Had hij dat maar geleerd.

Op school leek het hartstikke goed te gaan.
Achteraf zei de schoolleiding – altijd achteraf – dat het wel opviel dat Hans heel amicaal met zijn leerlingen omging.
In september 2011 kwam de politie bij hem aan de deur.
Hij zei: ‘Ik weet waar jullie voor komen.’
Op zijn computer hadden ze foto’s gevonden.

Gea was 15 jaar.
Dat wist hij wel.
Hij was zelfs een tijdje haar mentor geweest.
Ze hadden het een keertje gedaan, op een stille plek in de uitgestorven Blauwestad.
En later nog een keer bij het Heeresmeer.
Seks.

Hans zegt tegen de rechters: ‘Het is dus niet zo dat ik tegen haar heb gezegd dat ze een slecht cijfer zou krijgen als ze haar kleren niet zou uitdoen.’
De rechters denken misschien wel, nee, dat zou er ook nog moeten bijkomen.
Hans zegt dat Gea vaak het initiatief nam.
Hij zegt: ‘Ze vertelde dat ze dit altijd al had gewild.
Ze zei dan ‘a dream come true’.

Hans zelf droomde ook.
Hij ging trouwen met zijn nieuwe vriendin en dat was zo’n mooie dag geweest.
De klas had een gek stuk opgevoerd.
Het was zelfs zo een mooie dag geweest dat hij paar dagen later al stond te swaffelen voor de webcam.
Terwijl – wist hij – Gea toekeek.
En foto’s veiligstelde.

Was ze jaloers en boos omdat hij was getrouwd?
Hans weet het niet.
Hij is wakker geworden en zoekt de fout vooral bij zichzelf.
Waarom Gea met die blote foto’s naar de schoolleiding was gestapt, hij weet het niet.

De psychiater stelde vast: behalve de alcohol- en gokverslaving is er sprake van seksverslaving.
De rechters: ‘Uw relatie heeft een flinke klap gehad.’
Hans: ‘Klopt. We zijn nu aan het uitdeuken.’

Hij werd door de schoolleiding geschorst en toen ontslagen.
Hans heeft de draad weer opgepakt en heeft nu een eigen bedrijf dat – ondanks moeilijke tijden – goed loopt.
De officier van justitie hoort het hem zeggen.
Was Hans inbreker geweest, dan was hij misschien met een dikke werkstraf weggekomen.
Nu hij als leraar zijn macht heeft misbruikt, moet de straf zestien maanden gevangenis zijn.
De helft mag voorwaardelijk.

Dag eigen bedrijf.

De zittingsdag was met Hans begonnen en eindigde met Theo die 51 jaar is en al bijna 25 jaar ambulance-chauffeur.
Over beroepsrisico’s gesproken.

Er was een spoedmelding, een prio 1.
Tien voor zeven ’s avonds, december dus al donker.
Niet glad.
Theo kent de wegen van Noord-Groningen als geen ander.
Met de toeters en bellen aan mocht hij 120 waar 80 de max is.
Voor de flauwe bocht beveelt de navigatie rechtdoor, terwijl Theo weet dat linksaf sneller is.
Hij drukt op het beeldscherm van de navigatie, op het vlaggetje.
En verliest de macht over het stuur.
De ambulance gaat driften en komt met 120 tot stilstand tegen een pilaar bij het benzinetankstation.
Zijn collega, de bijrijder, raakt zwaargewond.

Samen zitten ze in de rechtszaal.
Samen zijn ze ook naar de rechtbank gekomen.
De collega staat weer rechtop en verwijt hem niks.
Theo heeft het moeilijk.
De officier van justitie zegt vrij vertaald: wie met 120 uur een flauwe bocht ingaat en zoveel ervaring heeft als Theo, moet niet gaan klooien met de navigatie. Daarvoor heb je de bijrijder.

Theo gaat daar niet tegen in.
In december had hij het samen met zijn collega afgesloten.
Dat hij nu als verdachte in de rechtszaal zit, raakt hem.
Het raakt hem als een welgemikte klap.
Zegt: ‘Door deze strafzaak zijn de wonden weer opengereten.’

De officier van justitie eist een straf van niks: ‘U heeft onoplettend gereden Ik eis een boete 500 euro, maar die geheel voorwaardelijk.’
De advocaat doet een tegenbod: ‘Doe niet strafbaar onvoorzichtig’.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 februari 2013 – uitspraken
Hans hoeft van de rechters niet naar de gevangenis. Passend en geboden is een werkstraf van 200 uur. Doet hij  het nog een keer, dan hangt hem 6 maanden cel boven hoofd. Die zijn hem nu voorwaardelijk opgelegd. De motivatie van deze uitspraak staat in het vonnis dat niet is gepubliceerd. Ik heb het vonnis opgevraagd. Nadere info volgt.

Theo is vrijgesproken voor de zwaarste aanklacht, artikel 6 van de wegenverkeerswet, een misdrijf. Volgens de rechtbank is niet te bewijzen dat er sprake is van schuld. Een enkel moment van onoplettendheid is onvoldoende daar van te kunnen spreken. Er zijn geen andere omstandigheden die dat anders maken. Theo is wel schuldig aan artikel 5, een overtreding, van de wegenverkeerswet. De straf: 250 euro voorwaardelijk.

HET VONNIS

Loos

foto 112groningen.nlOp de Hoofdweg in Zuurdijk, zo stond het in de krant, had op zondagmorgen een ernstig ongeluk plaats. Het was om half zeven in de ochtend geweest, Eerste Kerstdag.

De automobilist had de macht over het stuur verloren, oorzaak onbekend. Een inzittende, een 23-jarige man uit Kloosterburen, is met ernstige verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.

Twee andere inzittenden bleven ongedeerd, de bestuurder raakte lichtgewond, had  gedronken, geen rijbewijs.

Op het internet staan 112-foto’s en een filmpje (crash met Volvo).

De 23-jarige man uit Kloosterburen is Roy Reitsma, visverkoper te Groningen.
Hij droomde van een eigen vishandel.
Zes dagen na het ongeluk, op oudejaarsdag, bezwijkt hij aan de verwondingen.
In de straat waar hij woonde, in het huis van zijn ouders, wordt die nacht door buurtbewoners geen vuurwerk afgestoken.

De automobilist die wel had gedronken, maar geen rijbewijs bezit is de nu 39-jarige Martinus.
Martinus is geen prater, zegt de advocaat die naast hem zit,
Sociaal, zegt zij, is Martinus nogal onhandig.
Advocaat: ‘Hij kan zijn gevoel niet uitdrukken. Het lijkt alsof het hem allemaal niet raakt. Maar in zijn hoofd is het nu ongelofelijk druk, hij kan het niet allemaal verwerken.’

Martinus mompelt dat hij wel spijt heeft natuurlijk.

De advocaat rept van cognitieve beperkingen, beperkingen in het denken.
Zegt: ‘Hij heeft schuld aangenomen omdat anderen zeggen dat hij schuldig is.’

De blauwe Volvo crashte aan de Hoofdweg, de weg door het dorp, juist daar waar het wegdek iets smaller wordt.
Daar is de auto tegen drie bermpaaltjes gereden, toen tegen een lichtmast geknald en over de kop geslagen.
De Volvo bleef stil liggen vlak voor een woning, nog net niet door de gevel naar binnen.
De politie ter plaatste zag direct dat het niet goed is met de man die is bekneld.
De andere drie mannen stonden iets verderop, bebloed en verschrikt te kijken.

‘Ik’, zei Martinus op de vraag van de agenten wie er had gereden.
‘Ja’, zei hij op vraag twee of hij had gedronken.
Gecertificeerd werd vastgesteld: 1,83 milligram alcohol per milliliter bloed.
Dat is nogal wat.

Nu, bijna een jaar later, vragen de rechters: ‘Wat is er gebeurd?’
Martinus weet het niet meer.
Hij weet nog dat hij bier had gedronken en daarna was er ineens een klap.
Tussen het eerste biertje en de klap zit tien tot twaalf uur.

Martinus zegt dat hij achter het stuur zat omdat de anderen zeggen dat dat zo was.
Wanneer anderen dat zeggen, dan zal het zo zijn, denkt hij.

Rechters: ‘Met zo veel drank op en dan achter het stuur.’
Martinus: ‘Ik snap het zelf ook niet.’

Hij had die dag, dag voor kerst, hard gewerkt, in de garnalen, Zoutkamp.
Eindelijk thuis, een jointje, misschien later nog eentje.
En bier.
Martinus drinkt al bier sinds zijn vijftiende en bijna altijd veel.
Dat was hij van huis uit zo gewend.
Met al dat bier kon hij zijn problemen op afstand houden.
Vanwege de drank was hij nooit toegekomen aan het nemen van rijlessen.

De anderen waren die avond bij hem gekomen.
Om te drinken, wat te praten en muziek te luisteren.
Op een moment stapten ze in de auto, dat moet wel.
Waarom?
Waarheen?
Martinus weet het niet.
Was er ruzie geweest, in een café?
Het verhaal gaat.

En hoe kwamen ze erbij om over de Hoofdweg door Zuurdijk te rijden?
Dat ligt nergens op een route.
Martinus snapt ook dit niet.

De anderen konden het ook niet vertellen.
De anderen hadden gezegd dat ze lam waren geweest, zo dronken.
Ja, ook Roy was zo dronken geweest.
Een van de twee had gezegd dat ze alle vier hadden gereden, maar later weer niet.

De advocaat van Martinus begrijpt dat wel.
De anderen hebben er belang bij dat Martinus de schuldige is.
De anderen hebben wel een rijbewijs om kwijt te raken.
De anderen willen hier bovendien ook niet zitten.

De rechters vragen aan de beklaagde of hij nog steeds zo veel drinkt?
Martinus zegt dat het minder is geworden, vooral de laatste drie, vier maanden niet zo veel meer.
Rechters, bozig: ‘Oh. Dus u kijkt niet in de spiegel – als u dat al kunt – en zegt dan, na wat er is gebeurd, drink ik geen druppel meer?’

Dat was geen echte vraag van de rechters.
Martinus antwoordde ook niet.

Ook de blikken van de officier van justitie beloven weinig goeds.
Hij zegt dat hij niet kan bewijzen dat Martinus roekeloos heeft gereden.
Zegt: ‘Daar kom ik niet aan toe.’
Wel: ‘Zeer onvoorzichtig.’

Ook dat is artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, gekwalificeerd als een misdrijf.
En dan nog de drank.
Geen rijbewijs.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van vier jaar, daarvan een jaar voorwaardelijk.
En hoewel geen rijbewijs, toch ook nog een rijontzegging voor een periode van vier jaar.
Proeftijd twee jaar.

Na het ongeluk laat Martinus niets van zich horen.
Op oudejaarsdag verneemt hij dat Roy in het ziekenhuis is overleden.
Hij weet het niet zeker.
Hij belt de ouders.
Om vier uur ’s nachts.

Martinus: ‘Ja, dat was een beetje dom.’
Zijn advocaat: ‘Zoals ik al zei, hij is onhandig.’
De officier van justitie: ‘Ik heb daar een ander woord voor: schaamteloos.’

Ik dacht of hopeloos.
Radeloos.
Dat kan natuurlijk net zo goed.

Rob Zijlstra

crash met Volvo

Update – 21 december 2012 – uitspraak
Martinus is veroordeeld tot 3 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Nadat hij zijn straf heeft uitgezeten treedt de rijontzegging van 4 jaar in werking.  Artikel 6 van de Wegensverkeerswet is wettig en overtuigend bewezen. En ook artikel 8 van die wet: rijden onder invloed.

Dagblad van het Noorden - Drie jaar cel voor dodelijk ongeluk

Afdeling Planning

In de krant hadden drie kleine berichten gestaan.
‘Eén-kolommertjes’ zeggen wij op de krant.
Het eerste meldde in vier regels wat er feitelijk was gebeurd, de twee berichten die later verschenen, vertelden over de gevolgen.

De rechters zeggen bij aanvang van de strafzaak: ‘Zeer tragische gevolgen.’
Ze betuigen hun deelname aan de nabestaanden die links op de tribune zitten.
Rechts zitten de mensen die bij de verdachte horen.

De officier van justitie zegt dat Kees (49) zich zodanig heeft gedragen ‘dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden…’
Het verwijt is dat Kees ‘zeer althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend is geweest’.
Niet dat hij het met opzet heeft gedaan.

Door het Eemskanaal vaart een boot.

Momenten van onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid in het verkeer zijn werkelijk ontelbaar.
Zou je al die momenten door heel het land van een dag aan elkaar koppelen, dan heb je aan 24 uur nooit genoeg.
Om ons verkeersgedrag enigszins in goede banen te leiden, investeren we jaar in en jaar uit miljoenen en miljoenen euro’s in allerhande maatregelen, van boetes op de deurmat tot borden langs de weg en spotje op tv.
Aan het einde van het jaar stellen we dan genoegzaam vast dat Nederland nog altijd tot de meest verkeersveilige landen van Europa behoort.
De 661 verkeerdoden in 2011 zijn daarvoor het bewijs.

De boot vaart zo dat de brug over het Eemskanaal omhoog moet.

Kees is klaar met zijn klus in Spijk.
Hij is nu op weg naar Scheemda, waar een volgende klant wacht.
Het is tien minuten voor twaalf, de zon schijnt, het wordt een mooie middag, de waarschuwingslichten langs de kant van de weg beginnen oranje te knipperen, de slagbomen dalen, de brug gaat automatisch omhoog en een zwarte BMW mindert vaart en stopt dan, om te wachten.

Eltje en Ettje hebben boodschappen gehaald en zijn in hun lichtblauwe Fiat Punto op weg naar huis.
Ze stoppen ook, achter een zwarte BMW.
Verderop rijdt Kees in een witte VW-bus.
Hij heeft nog geen weet van de geopende brug.
Hij rijdt tachtig.

Is hij druk?
Staat hij op tijd?
Heeft hij dingen aan zijn hoofd?
Andere dingen dan voor hem op de weg?
Slikt hij medicijnen misschien, pillen die versuffen?
Kees heft beide handen op en zegt: ‘Ik weet het niet.’
Rechters: ‘Wat is uw herinnering?’
Kees: ‘De Fiat was er ineens.’
Rechters: ‘Was u in slaap gevallen?’
Kees: ‘Nee.’
Rechters: ‘U heeft geen verklaring?’
Kees: ‘Helaas niet.’

Vijf minuten voor twaalf: een enorme knal.
De witte VW-bus rijdt vol in op de stilstaande Fiat Punto.
Mevrouw Ettje, 71 jaar en meneer Eltje, 80 jaar, raken zwaargewond.
De BMW belt 112, Kees met de afdeling planning: dat het even iets later wordt.

Vastgesteld wordt dat Kees met onverminderde snelheid van tachtig kilometer per uur op de Fiat is ingereden.
Het remlicht heeft niet gebrand.

Rechter: ‘Dit drama speelde zich vorig jaar in juni af. U heeft heel lang kunnen nadenken en u heeft zich vast voorbereid op deze zitting. Wij, maar ook de nabestaanden, zitten te wachten op een verklaring. Dus nogmaals: hoe kan het nou?’
Kees weet het nog steeds niet.
De ongevallen-analysedienst van de politie zegt dat Kees het had moeten zien.
De omstandigheden om waar te nemen wat waargenomen moest worden, waren optimaal.
Kees keek wel, maar hij zag niets.

De rechters proberen het nog een keer omdat, zeggen ze, het moeilijk te verteren is dat een verklaring die licht kan werpen op de waarheid niet wordt gegeven.
Rechters: ‘U had zicht over 900 meter, kaarsrechte weg. U reed tachtig. Dat betekent dat u 25 seconden de tijd heeft gehad om te zien en te reageren, te remmen.’
IJzig langzaam (en dat twee keer): ‘Vijf-en-twintig-seconden…’

Een bejaard echtpaar uit Siddeburen, had in de krant gestaan.
De dochter zegt in de rechtszaal tegen de rechters: ‘Mijn ouders waren nog heel kwiek, ze waren vitaal en stonden midden in het leven, mijn vader al tachtig, maar jong van geest.’
Een maand voor het ongeluk hadden ze hun 50-jarige huwelijk gevierd.
Ettje Slagter overleed op 25 juni, tien dagen na het ongeluk.
Zes dagen na haar, bezweek haar man Eltje Slagter, aan zijn verwondingen.

Kees: ‘Het had nooit mogen gebeuren.’

De officier van justitie zegt dat strafzaken als deze slechts verliezers kennen.
Dat het strafrecht het nooit kan goedmaken, niets kan uitpoetsen.
De officier van justitie zwijgt 25 seconden (…), zegt dan dat het teleurstellend is dat de verdachte geen verklaring geeft.
Zegt: ‘Meneer weet niets meer en dat maakt het nog moeilijker deze zaak goed te kunnen beoordelen.’

Het justitiële oordeel: geen roekeloze wegpiraterij, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig. De eis: tien maanden gevangenisstraf, rijontzegging gedurende twee jaar.

Er is hier nog niet geschreven over de laptop.
Naast Kees, op de VW-bijrijderstoel, stond een laptop.
Scherm omhoog, beeld naar hem gericht.
Het ding stond aan.
Waarom?

Kees weet het niet.
Nou ja, als je het scherm naar beneden doet, gaat ie uit.
Was hij dan met de computer bezig?
Nee.
Uuh, zou kunnen.
Soms deed de TomTom het niet en dan had hij wel de postcode nodig van de klant.

Dochter tegen de rechters: ‘Voor alle partijen is de waarheid het beste, opdat iedereen recht in de spiegel kan kijken.’
Kees, hand in het gezicht: ‘Ik wou dat het nooit was gebeurd.’
Dochter: ‘Waarom doen we van alles tegelijk? Waarom laten we ons zo opjagen. Waarom letten we niet wat beter op?

De boot vaart verder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 11 oktober 2012 – uitspraak
Het dramatische verkeersongeluk kan bestuurder Kees zeer ernstig worden verweten. Hij had 22 seconden de tijd om een openstaande brug, een rij auto’s verkeersborden, knipperlichten en remlichten op te merken, maar zag helemaal niets. Normaal gesproken, vindt de rechtbank, goed voor celstraf. Maar de bestuurder zal de last dat hij twee mensen heeft doodgereden de rest van zijn leven moeten dragen. Celstraf is daarom niet passend en geboden. Wel een taakstraf van 240 uur, 6 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging voor de periode van 2 jaar.

Lotte

Herman (22 jaar) heeft de afgelopen jaren een aantal keren een boete gekregen wegens het rijden zonder rijbewijs.
Eenmaal was zijn auto om die reden door de politie in beslag genomen.
Heel veel last had hij daar niet van gehad, want zijn moeder was naar het politiebureau gegaan en had de zwarte Golf van haar zoon weer meegekregen.
Herman had de auto gekocht van zijn vader.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik rij al heel lang auto, al sinds mijn 18e.’
Rechters: ‘Hoeveel rijlessen heeft u gehad.’
Herman haalt de schouders op: ‘Dertig? Veertig misschien?’

Het rijbewijs heeft hij nooit gehaald.
Het rijden op de weg mocht dan misschien het probleem niet zijn, wel de theorie, die wilde maar niet slagen.’
Herman: ‘Dat met die borden, daar liep het steeds op stuk.’

De rechters hadden dat wel gelezen in het dossier.
Daarin staat ook dat Herman is opgegroeid in een omgeving waar niemand hem corrigeerde.
De rechters: ‘In de omgeving waarin u groot bent geworden is het niet raar dat de wet wordt overtreden. U heeft geen opvoeding gehad. Normaal gesproken verkoopt een vader niet een auto aan zijn zoon die geen rijbewijs heeft.’

Herman knikt.
Rechters: ‘U begrijpt veel niet. U denkt, ik wil hier rijden, want die ruimte heb ik nodig. In uw beleving geldt de wet voor iedereen, behalve voor u.’
Herman knikt opnieuw, alsof hij dit wel begrijpt.

Deskundigen schreven in hun rapporten dat Herman hulp moet hebben en dan bij voorkeur hulp in een kliniek.
Maar Herman had gezegd dat een kliniek niets voor hem is, dat hij dan liever naar de gevangenis gaat.
Rechters: ‘Meent u dat nou?’
Herman: ‘Ja.’

In eerste instantie had het openbaar ministerie hem doodslag ten laste gelegd.
Dat bleek bij nader inzien niet haalbaar.
Daarom werd het dood door schuld, op basis van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Sinds 10 februari zit Herman in de gevangenis, op een afdeling met extra zorg.
Recent is hij vanwege nachtmerries en een depressief gemoed overgeplaatst.
Dat zegt hij.
Maar de rechters hadden gelezen dat Herman in de gevangenis stoere verhalen liep te vertellen, zo stoer dat medegedetineerden daar een beetje zat van werden.
Er waren voortdurend problemen.
Dat hij daarom is overgeplaatst.

Herman: ‘Klopt niet.’
Rechters: ’t Past wel een beetje bij u.’

Lotte, Jesicca en Lisanne – dikke vriendinnen – brachten op 8 februari dit jaar een bezoek aan de Hanzehogeschool in Groningen.
Om zich te oriënteren op hun toekomst.
Lotte was net één dag 16 jaar.
Na het schoolbezoek gingen ze – dat mocht – nog even de stad in om te shoppen.
Ze hadden beloofd tegen vijf uur ’s middags weer thuis in Veendam te zijn.

In Groningen had een van de meiden met haar telefoon contact met Herman.
Hij wilde hen wel terugbrengen naar Veendam.
Ze spraken af elkaar bij de McDonald’s te ontmoeten.

Herman: ‘Ze wisten dat ik geen rijbewijs had.’
Jessica en Lisanne: ‘Dat wisten we niet.’
Herman: ‘Best wel onverstandig om bij iemand in de auto te stappen die geen rijbewijs heeft.’
Jessica en Lisanne verklaarden dat hij had gezegd dat zijn rijbewijs was ingenomen.

Via de ringweg Groningen rijden ze, langs de Euroborg, over de A7 richting Hoogezand.
Hij zegt: ‘Ik heb gewoon gereden. Je mag daar 130.’
Rechters: ‘120.’
Herman: ‘Mijn TomTom gaf 130 aan. Ik reed 110.’

Ze missen de afslag Veendam.
Ze rijden door met knoeiharde muziek uit de dertig kilo wegende speakers die los in de achterbak hangen.
Herman verlaat bij de eerstvolgende afslag de A7, om te keren en vervolgens opnieuw koers te zetten richting Veendam.
Het is dan tegen half vijf ’s middags.
De zon staat laag.
In de auto draagt niemand gordels.

Getuigen – automobilisten die hij inhaalt – verklaren later dat die zwarte Golf als een idioot reed.
Zeker 140.
Herman: ‘Ik mag toch zeker wel inhalen?’

Een paar keer zeggen de meiden dat ie rustiger moet gaan rijden.
Soms doet hij dat, maar even zo vaak trekt hij weer hard op.
Herman: ‘Iets te hard misschien.’

Om 16.29 uur pingt Lotte via haar telefoon een berichtje naar een vriendin: ‘Hij is kankerstoned, hij rijdt vet hard, niet normaal meer’.
Lotte is bang.
Om 16.31 verstuurt Lotte nog een bericht: ‘Als ik doodga heb je spijt dat je nu lacht’.

Om 16.33 komt bij de politie de eerst melding binnen dat er op de A7 een auto is gecrasht.

Tussen die twee tijdstippen zou Herman zich hebben omgedraaid, om naar iemand te zwaaien.
Naar een kennis, zegt hij.
Jessica en Lisanne: ‘Dat zwaaien duurde wel vijf seconden.’
Heel kort daarop rijdt de auto met de linker wielen door de middenberm, er is een spoor van 43 meter.
Dan knalt de zwarte Golf tegen de vangrail, schiet naar rechts, over de snelweg, over de kop, de halfbevroren sloot in.

Jessica en Lisanne raken lichtgewond.
Herman heeft nauwelijks iets.
Rechters: ‘Een wonder.’
In het ziekenhuis bezwijkt Lotte aan de verwondingen.
Rechters: ‘Verschrikkelijk.’

De rechters: ‘Het verwijt aan u is niet, niet meer, dat u het expres heeft gedaan. Maar wel dat u schuld heeft.’
Herman zegt dat hij het heel erg vindt, dat het niet had moeten gebeuren, maar dat hij er ook niets meer aan kan veranderen.

Hij zegt dat het motorblok ineens uit zijn auto viel.
Dat hij daarom is gecrasht.
Hij was die ochtend nog met zijn auto bij de garage geweest.
Schuldig is hij die zijn auto heeft gemaakt.

De man van de garage kan zich het bezoek niet herinneren.
Technisch onderzoek wijst uit dat het motorblok als gevolg van de crash uit de auto is geknald.
Een vrachtwagenchauffeur die vol in de remmen moest, had het motorblok tien meter door de lucht zien vliegen.

De rechters: ‘Als u zegt dat u het zo erg vindt, is het misschien wel beter om de waarheid te vertellen en dat u er geen dingen om heen vertelt. Da’s misschien niet zo handig.’

De snelheid waarmee Herman vlak voor de crash reed, is niet te achterhalen.
Kan 100 maar net zo goed 140 zijn geweest.
Herman had niet gedronken, in het bloed zijn wel sporen van THC aangetroffen, maar met een heel lage waarde.

De officier van justitie: ‘Roekeloosheid. Hij heeft lichtzinnig gedacht dat de risico’s die hij welbewust nam, zich niet zouden voordoen. Hij kan dingen niet overzien, hij leeft van de ene situatie naar de andere, is zwakzinnig tot zwakbegaafd, geen technisch mankement, wel onverantwoord rijgedrag, legt de schuld bij anderen, de kans op recidive is zeer hoog.’

De eis: 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Reclasseringstoezicht, cognitieve vaardigheidstraining, ambulante behandeling en – ook al heeft hij geen rijbewijs – een rijontzegging van 5 jaar.

Er worden verdrietige en aangrijpende woorden gesproken.
De vader van Lotte vertelt de rechters over de leegte die hij voelt en hoe hij de toekomst vreest, een toekomst waarin hij niets met Lotte kan delen, dat de bestuurder misschien zelf kinderen krijgt die op een dag 16 jaar worden.
De moeder van Lotte schreef dat haar verdriet nog altijd groter is dan haar boosheid.
Jessica en Lisanne moeten huilen wanneer zij de rechters mogen toespreken.

De vader van Herman, over wie de rechters hadden gezegd dat hij had verzuimd op te voeden, is er ook.
Buiten de rechtszaal zit zijn zoon van 15, te wachten want te jong om de rechtszaak te mogen bijwonen.
Terwijl iedereen binnen naar de bedroefde woorden luistert, loopt het broertje van Herman naar buiten, autosleutels in de hand, sigaret in de mond.
Iemand ziet hoe hij voor de rechtbank in een auto stapt, er een () stukje in rijdt om de auto op een andere parkeerplek neer te zetten.

Weliswaar niet roekeloos, maar het geeft te denken.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 juli 2012 – uitspraak
Het vonnis: een celstraf van 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Daarnaast een rijontzegging voor de duur van 5 jaar.

het vonnis

Jakkeren

dvhn – 27 september 2011

Wie dagelijks door Bedum rijdt – ik moet dat – kan beamen dat het helemaal geen rare voorspelling is dat op die lelijke doorgaande weg vroeg of laat een vreselijk verkeersongeluk zal plaatshebben.
Daar zal waarschijnlijk zo’n zilvergekleurde tankwagen vol melk van FrieslandCampina – Domo – bij betrokken zijn en niet te hopen fietsende kinderen.

Honderden van die denderende gevaartes jakkeren dagelijks over de brede doorgaande weg die de gemeente om onbegrijpelijke redenen vorig jaar heeft uitgeroepen tot een 30-kilometerzone.

Een gevaarlijker verkeerssituatie dan daar in Bedum bestaat niet.

Mocht in het onveilige Bedum onverhoopt ooit iets gebeuren, dan weet ik hoe het er in zittingszaal 14 aan toe zal gaan.
Op de publieke tribune wordt gehuild door vaders en moeders en opa’s en oma’s, maar ook door aanwonenden die lange tijd, maar net zo lang tevergeefs de lokale bestuurders hebben gewaarschuwd.
De ver(d)achte chauffeur zegt tegen de rechters dat hij al vele jaren op de auto zit en nog nooit één ongeluk heeft veroorzaakt, dat hij die kinderen op die ook voor hem zo verschrikkelijke dag nooit heeft gezien.
De officier van justitie gaat dan zeggen dat wanneer je niet ziet wat er wel is, je dan met al je ervaring niet goed hebt uitgekeken.
Die kinderen kwamen immers niet uit de lucht vallen.

De rechtbank legt twee weken later wegens roekeloos rijgedrag een werkstraf en een rijontzegging op, voor lief nemend dat de chauffeur daardoor zijn baan kwijtraakt.

Zo gaat het met regelmaat.
Dan zitten er mannen en vrouwen in de beklaagdenbank omdat ze een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
In Groningen waren dat er sinds 2005 welgeteld 113, Frits meegerekend.
Achter dat getal van 113 gaan evenzoveel doden en (zeer) ernstig gewonden schuil.
En onbeschrijfelijk veel leed en blijvend verdriet en gemis.

Frits (nu 19, toen 18) was deze week verdachte nummer 113 sinds 2005 in zittingszaal 14.
Hij had net zijn rijbewijs en wilde op een zondagavond in september vorig jaar met vrienden naar de kermis in Roden.
Eerst reed hij naar De Wilp om Jaap en Jannus op te halen.
Ronnie, 16 jaar, stapte bij hem in de auto.

Vanuit De Wilp koersten ze richting de kermis.
Jaap en Jannus in hun auto voorop.
Frits en Ronnie daar achter aan.

Rechters vragen aan Frits: ‘Had u gedronken of geblowd misschien?’
Vandaag de dag is dat een heel normale vraag aan een 19-jarige.
Frits: ‘Nee, het was zondag, wij kwamen net uit de kerk.’
Rechters: ‘Oh, nou dat zegt niets hoor.’

Dus niet gedronken, niet geblowd.
Sterker nog, Frits kent de rijstijl van Jaap, een stijl die niet echt de zijne is, zegt hij.
Jaap rijdt vaak te hard, vertelt Frits.
‘Dat wist ik, ik heb nog gezegd, rij rustig.’

Ze rijden tussen De Wilp en Zevenhuizen over de Oudewijk.
Rechters: ‘U kent die weg?’
Frits: ‘Ja, een lange, rechte weg met twee drempels en een flauwe bocht, links en rechts rode fietspaden op het wegdek.’
Rechters: ‘Vier-punt-tachtig breed, met optische versmalling. Maximale snelheid: 60.’

Jaap reed, zei hij zelf, 85 tot 90 kilometer per uur.
Frits: ‘Omdat we samen gingen, trok ik bij. Ik denk 80.’
Rechters: ‘En in de flauwe bocht?’
Frits: ‘Ook 80.’

Levensgevaarlijke toestand.

Hij komt rechts in de berm terecht, probeert te corrigeren door bij te sturen, schiet dan over de weg naar links, tegen de eerste boom om vervolgens tegen een tweede boom tot stilstand te komen.
Frits weet bovenwonder uit de totaal vernielde auto te klimmen, de 16-jarige Ronnie is buiten bewustzijn en wordt in allerijl naar het ziekenhuis gebracht waar een negen uur durende hersenoperatie volgt, waarna acht achtereenvolgende dagen voor zijn leven wordt gevreesd.

Tegen de politie liegt Frits dat hij was geschrokken van een auto die seinde met de grote lichten en hem inhaalde.
Frits had dat gelogen op verzoek van Jaap die er niet bij betrokken wilde worden omdat hij vreesde zijn rijbewijs kwijt te raken.

De officier van justitie denkt ook daarom dat Frits en zijn vrienden helemaal niet van die brave kerkgangers zijn, maar aan het jakkeren waren, vrolijk achter elkaar aan, racend richting de kermis, met 80 tot 90 kilometer per uur over een smalle weg met drempels en flauwe bochten waar maar 60 mag.

Met Ronnie gaat het redelijk.
Hij kan weer praten en lopen – al doet dat nog zeer – maar hij kan niks meer ruiken en alles wat hij eet proeft naar karton.
Hij ziet minder en miste een schooljaar.

Frits gaat zodra deze rechtszaak achter de rug is, in traumatherapie omdat hij last heeft van knagende schuldgevoelens.

Ronnie is niet boos op Frits, neemt hem niets kwalijk.
Want Frits, zo staat in zijn brief aan de rechters, deed het niet met opzet.
Het was een ongeluk.
Frits zegt dat hij Ronnie voor die woorden dankbaar is.
Rechters: ‘Grootmoedig.’

De officier van justitie ziet het iets anders.
Opzet is niet aan de orde.
Frits is door zo onvoorzichtig en onverantwoord hard te rijden hartstikke schuldig aan een misdrijf met heel nare gevolgen.
Ze eist voor het misdadige gejakker een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van twaalf maanden waarvan drie voorwaardelijk.

Er komt een 114, tel maar door, een 187.
En Bedum.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 19 juli 2012 – uitspraak
Frits is conform de eis veroordeeld: 120 uur werken en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. In Bedum is (gelukkig) nog niets gebeurd.

Tien tellen

Ongelukken gebeuren in seconden of, nog erger, in een fractie van een seconde.
Beangstigend is ook dat aan zo’n kort moment heel dagelijkse dingen voorafgaan.

Op 14 juni 2010 rijden auto’s over de A7.
De auto’s in dit verhaal komen vanuit de richting Drachten en rijden Groningen in.
Ter hoogte van Maupertuus staat een rood bord langs de weg.
Op dat bord staat: ‘Dat wij honderd zouden worden, hadden we honderd jaar geleden ook niet gedacht…’
De weg, die nieuw is, gaat iets omhoog en dan weer iets naar beneden, richting het Julianaplein.

Het is maandagochtend, rond het middaguur en het is iets drukker dan normaal op de ringweg.
Het Nederlands elftal moet over anderhalf uur voetballen tegen Denemarken, Oranjes openingswedstrijd op het WK in Zuid-Afrika.
Het vermoeden is dat er meer mensen dan anders op weg zijn, om ergens naar toe te gaan om televisie te kijken.

Vlak voor het Julianaplein is plots iets aan de hand met een vrachtauto met pech.
Het achteropkomende verkeer moet in de rem en er ontstaat een rij, een kleine file.
De laatste drie auto’s die aansluiten, zijn een Ford Fiesta, gevolgd door een zwarte Smart en de allerlaatste is een donkerblauwe Ford Ka.

De bestuurder van die auto weet tijdig te stoppen, de bijrijdster doet voor alle zekerheid de alarmlichten nog aan.
Misschien spraken ze wel over die tekst op dat bord dat ze zojuist waren gepasseerd.
Of over de kansen van het elftal.
Een fractie later is alles anders.

De Ford Ka van 865 kilo wordt van achteren geramd door een bus van 11.500 kilo.
De snelheid van de bus op het moment van de botsing: 80 kilometer per uur.

De bijrijdster, 63 jaar, overlijdt ter plaatse.
De 64-jarige bestuurder, haar partner, raakt zwaargewond.

De buschauffeur, 59 jaar, is geen prater.
Sowieso niet.
Als hij wat wil zeggen, stokt de stem en vloeien er tranen.

De rechters willen eigenlijk maar een ding weten: hoe kan het dat alle bestuurders tijdig wisten te remmen en hij niet.
Uitgerekend hij niet, met 35 jaar ervaring als buschauffeur.

Was hij afgeleid?
Had hij dat bord gezien, met die toch ietwat cryptische tekst?
Evert had het bord wel gezien, zegt hij, hij had even opzij gekeken, maar afgeleid nee.

Rechters: ‘Zat u die dag lekker in uw vel?’
‘Ja.’

Evert heeft de rij stilstaande auto’s, de file in wording, domweg niet opgemerkt.
Hij trapte pas op de rem toen hij nog geen twee meter van de Ford Ka was verwijderd, met 80 kilometer per uur.
Geen remsporen.

Uit een analyse van de verkeersongevallen dienst van de politie blijkt dat de buschauffeur de rij auto’s wel heeft moeten zien.
Hij reed 22.2 meter per seconde.
Hij had tien seconden de tijd om te remmen.

Evert: ‘Het ging allemaal heel snel.’
Een van de rechters zegt dat de buschauffeur dat nou wel kan zeggen en begint te tellen, langzaam van 1 tot 10.
Zegt dan: ‘Dat duurt best lang hè? Hoe onvoorzichtig bent u geweest?’

Maar de vraag waarom het kon gebeuren – hij niet, de rest wel – blijft onbeantwoord.

De bestuurder, de partner van de verongelukte vrouw, schrijft in een brief aan de rechters dat hij heel boos is en de strafzaak niet bij kan wonen.
Dat hij niet voor zichzelf instaat.
Dat hij van mening is dat de chauffeur zijn vrouw heeft vermoord.

De officier van justitie zegt dat het niet zo is dat Evert roekeloos heeft gereden.
Dat niet, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.
Dat hij niet tijdig is gestopt, terwijl hij dat wel had moeten doen.
De officier van justitie eist een taakstraf van 150 uur en twaalf maanden rijontzegging, daarvan de helft voorwaardelijk.

De advocaat verzoekt de rechtbank de buschauffeur vrij te spreken.
Ze zegt dat een enkele fout, een enkel moment van onoplettendheid – juridisch gesproken – onvoldoende is om te kunnen spreken van schuld.
‘Dit ongeluk had iedereen kunnen overkomen.’

De advocaat zegt ook dat het openbaar ministerie veel te lang heeft gedraald deze ernstige zaak voor de rechter te brengen.
Meer dan anderhalf jaar, terwijl het gaat om een niet geringe zaak.
De advocaat is van mening dat het openbaar ministerie vanwege het tijdverloop het recht op vervolging heeft verspeeld.

Wanneer de verdachte het laatste woord krijgt, schudt hij het gebogen hoofd.
Hij heeft geen woorden.
De rechters: ‘Dit is wel een kans, bijvoorbeeld iets tegen de nabestaanden te zeggen, want dat heeft u nog nooit gedaan.’

Evert probeert het, zo lijkt het, met al zijn kracht, maar gierende zenuwen zitten in de weg.
De voorzitter van de rechtbank sluit de zitting.
Een fractie later hoor ik de chauffeur, heel zachtjes en gesmoord, fluisteren: ‘Excuus’.

Rob Zijlstra

hinder

.

UPDATE – 19 maart 2012 – uitspraak
De buschauffeur is conform de eis veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en een rijontzegging van 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. De rechtbank acht overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet bewezen.

HET VONNIS – zodra beschikbaar