Criminele tip

in washandjes achter
een radiator vinden
agenten bankbiljetten

 

Het moet er heftig aan toe zijn gegaan.
Ze hadden hem op zijn hoofd geslagen en met een hamer op een van de twee grote tenen.
Dat doet gruwelijk pijn.
Daarna dreigden ze vingers af te hakken met een klein Russisch handbijltje.

Zoiets komt niet elke dag voor in Delfzijl.
Het gebeurde in augustus 2012.
Het slachtoffer is Bernard, zijn belagers Duitssprekende mannen uit Rusland en Italië.
De gewelddadige overval op de woning leidde tot een rechtszaak: één verdachte werd vrijgesproken, een ander kreeg vijf jaar celstraf.

Tijdens het strafproces werd duidelijk wat de aanleiding was van een en ander.
Bernard zou erg veel geld in huis hebben.

Een jaar ging voorbij en het werd augustus 2013.
In die maand kwam bij de politie te Delfzijl een tip binnen uit het criminele circuit.
De tip: ene Bernard heeft wapens.
Drie dagen later stonden agenten bij hem op de stoep met het vriendelijke doch dringende verzoek aanwezig schiettuig in te leveren.
Uitleveren, zeggen ze bij de politie.

De woning werd doorzocht.
Er werden twee wapens gevonden, waaronder een doorgeladen Smith en Wesson in de bank.
Een beetje hasj.
In washandjes achter een radiator vonden agenten bankbiljetten.
Briefjes van tien, van twintig, twee van vijfhonderd.
Opgeteld: 26.410 euro.
Elders in de woning nog eens 159 biljetten van tien euro.
Tezamen: 28.000.

Dit zijn geen alledaagse vondsten.
Bernard werd per direct benoemd tot de grootste drugsdealer van Delfzijl.
Drie dagen zat hij vast in een politiecel.
Daarna viel het mee en mocht hij naar huis.

Bernard ontkent de drugshandel.
Het gevonden geld had hij verdiend met hard werken.
Zo had hij een drainagesysteem aangelegd in een tuin van een huisarts.
Het geld was bedoeld voor een nieuw gebit en voor zijn oude dag.

De agenten namen het geld mee naar het politiebureau en begonnen eerst te tellen en daarna te rekenen.
Na bijna twee jaar waren ze eruit.
Conclusie: Bernard heeft 47.621,68 euro verdiend.
Niet met hard werken zoals hij beweert, maar met de handel in drugs.

Twee weken geleden werd de kwestie dan eindelijk voorgelegd aan de rechtbank.
Niet alles in de opsporing heeft nu eenmaal prioriteit.
De rechters hebben inmiddels gesproken.
Bernard moet acht maanden naar de gevangenis wegens witwassen en wapenbezit, beetje drugs.
De eis was negen maanden.

Die 28.000 euro is hij kwijt.
De rechters zeggen dat ze het niet aannemelijk, maar juist onaannemelijk vinden dat Bernard dit geld heeft verdiend met klusjes.
Dat geld wordt verbeurd.
Daarnaast moet hij die 47.621 euro en 68 eurocent – het wederrechtelijk verkregen voordeel – aan ons afdragen.

Het is voor de misdaadbestrijders niet te hopen dat Bernard in hoger beroep gaat.
Dan gaat het nog jaren duren.

Rob Zijlstra

Stinkgeld

een bedankje is er nooit gekomen

Schermafbeelding 2015-04-17 om 21.54.57De officier van justitie doet alsof het verhaal een sprookje is.
Wie, zo begint de aanklager, wie droomt hier nou niet van?
Wie droomt er nou niet van een pot met goud aan het einde van de regenboog?
Over een pot met goud waardoor je ineens dingen kunt doen die eerst onmogelijk waren?

Het antwoord moet zijn: nou zo’n beetje iedereen droomt daar over.
Bijna iedereen zou wel eens dingen willen doen die financieel niet mogelijk zijn.
En zij die alles al hebben, willen alleen maar nog meer.

Het verhaal waar het deze week om draaide in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen is evenwel geen sprookje.
Voor de meest betrokkene is het verhaal verworden tot een nare droom.
En het had zo mooi kunnen zijn.

Er was eens een kraanmachinist die in oktober 2013 grond aan het verzetten was op bedrijventerrein De Hoogte in Groningen.
Tijdens het gegraaf stuitte hij op iets wat daar niet hoorde.
Hij bekeek het eens goed en kon toen even niet geloven wat hij zag: een weckfles propvol bankbiljetten.

Even dacht de kraanmachinist aan die regenboog en misschien ook wel aan witte stranden aan een blauwe zee of aan een knap schuurtje in de achtertuin.
Twee nieuwe fietsen.
Maar hij is een goudeerlijke kraanmachinist.
Hij belde de politie.
Agenten kwamen en ontfermden zich over het geld.
Allemaal dachten ze dat er voor de eerlijke vinder – want zo moet de machinist toch heten – wel een beloninkje in zou zitten.

Dat hadden ze gedacht.

Binnen een uur op die dag in oktober had heel de wereld lucht van de fortuinlijke vondst gekregen.
Journalisten meldden zich bij de werkgever van de kraanmachinist en alle mensen die ooit geld hadden verloren ergens op het noordelijk halfrond belden hoopvol de politie in Groningen.
Angstvallig werd geheim gehouden dat het geld in een weckfles zat en om hoeveel geld het ging.
Dat immers weet alleen hij of zij die het geld daar in de grond verstopte.

Ook het Openbaar Ministerie meldde zich.
Officieren van justitie bekeken, bevoelden en besnuffelden de biljetten en toen was er geen twijfel mogelijk: ’t is misdaadgeld.
En daar moet beslag op worden gelegd.
Hebbes.

De wet zegt dat wie iets vindt na een jaar de rechtmatige eigenaar wordt.
De gemeente is in principe belast met het bewaren van ‘onbeheerd goed’.
Dit gaat hier niet op omdat het geld via de politie bij het Openbaar Ministerie terechtkwam en die liet er in het kader van een strafrechtelijk onderzoek beslag op leggen.
Mocht deze kwestie niet tot een oplossing komen dan lost het geld na verloop van tijd op in ’s lands staatskas.

De kraanmachinist is het er niet mee eens en heeft een advocaat in de arm genomen.
Veel plezier beleeft hij er niet aan.
De contacten met de politie ervaart hij als onplezierig, hij voelt zich miskend en op het verkeerde been gezet.
Een bedankje is er nooit gekomen.
Aan pers heeft hij geen zin en aan criminelen die ‘hun’ geld terug willen hebben al helemaal niet.
Advocaat Erik de Mare heeft namens hem een klaagschrift bij de rechtbank ingediend.

Volgens De Mare zijn er geen concrete aanwijzingen dat het geld een illegale, dus criminele, oorsprong heeft.
En dus kan het Openbaar Ministerie er een punt achter zetten, het geld of overdragen aan de gemeente of teruggeven aan de eerlijke vinder en dan andere dingen gaan doen die ook belangrijk zijn.

In de weckfles zaten vijf paarse briefjes van 500 euro, 51 gele van 200 euro (ja, die bestaan) en 104 groene briefjes van 100 euro en dan nog een heleboel kleine coupures, gladgestreken en opgeteld: ruim 50.000 euro.

De officier van justitie schetst het dilemma.
De kraanmachinist heeft gedaan wat hij moest doen: het geld aan de politie geven.
In het civiele recht is geregeld dat de eerlijke vinder na een jaar eigenaar wordt van een onbeheerd goed.
Maar dat gaat nu niet op omdat het civiele recht hier botst met het strafrecht.
De vraag is of het strafrechtelijk beslag kan worden gehandhaafd?
Aldus de officier van justitie.

Waarom denkt het Openbaar Ministerie dat het om crimineel geld gaat?

Omdat het in criminele kringen gebruikelijk is grote coupures te hebben.
Wie een bankbiljet van 500 in bezit heeft is in de ogen van justitie welhaast per definitie een misdadiger, een autohandelaar of een hennepteler.
Dus.
Een tweede reden is dat het geld bewust is verstopt.
En behoorlijk diep.
De verstopper wilde kennelijk niet dat het geld bij bijvoorbeeld een huiszoeking zou worden gevonden.
Verdacht.
De hoogte van het bedrag – meer dan een jaarsalaris voor velen – speelt een rol.
En ook het feit dat ondanks alle ruchtbaarheid de rechtmatige eigenaar zich niet heeft gemeld, doet vermoeden dat het geld stinkt.

Je zou ook kunnen redeneren dat het geld is gevonden door een zo eerlijke vinder waardoor het criminele kan komen te vervallen.
Het stinkgeld is in eerlijke handen zeg maar eerlijk geld geworden.

Maar zo lief steekt de wet niet in elkaar.
De officier van justitie ook niet.
Zij zegt: ‘Wat nou als meneer het geld krijgt en over een jaar houden we iemand aan die met de waarheid op tafel komt? Die dan vertelt dat het geld afkomstig is van gewapende overvallen? Dan vist de rechtmatige eigenaar achter het net en hebben we een echt probleem.’

De officier van justitie rondt af.
Zegt: ‘Het geld zal aan de staat moeten vervallen. Het is maatschappelijk gezien onacceptabel het geld te geven aan diegene die het eerlijk heeft gevonden. Want daarmee zetten we de poort open voor witwassers. Onze grootste criminelen stappen dan met grote zakken vol geld naar de gemeente en zeggen, kijk eens, een zak vol onbeheerd goed, gevonden op straat. En dan na een jaar komen ze het weer halen, witgewassen en wel. Bingo.’

Een heel klein beetje vindersloon dan misschien?

De officier van justitie namens ons de samenleving: ‘Dat lijkt fair, maar ook dat zit er niet in. Alleen de eigenaar kan vindersloon uitbetalen en wij zijn niet de eigenaar.’

Het is in dezen een kwestie van alles of niets.
Eind deze maand hakt de rechtbank de knoop door.
Misschien is het wel zo dat als de staat alles krijgt, de kraanmachinist nog lang en gelukkig leeft.
Dat is hem hoe dan ook gegund.

Rob Zijlstra

update – 29 april 2015 – uitspraak
Rechtbank bedankt. Het geld – 51.160 euro staat in het vonnis – gaat niet naar de Staat der Nederlanden, maar moet worden overgemaakt naar de bankrekening van de kraanmachinist. Dat heeft de rechtbank besloten. Het kan net zo goed wel als geen misdaadgeld zijn. Maar er is onderzoek gedaan en dat heeft niets opgeleverd. En dan is er na verloop van tijd geen strafrechtelijk belang meer en is, zo vindt de rechtbank, de eerlijke vinder weer in beeld. En dat is nu.

De rechtbank merkt  ook op dat onderzoek naar sporen op het geld niet (meer) mogelijk is omdat het Openbaar Ministerie na notering van de serienummers, het geld heeft afgestort op een justitierekening. Er ligt dus beslag op giraal geld.

Schermafbeelding 2015-04-30 om 11.23.11

klik op afbeelding voor het vonnis

update – 30 april 2015 – cassatie
Het Openbaar Ministerie legt zich niet neer bij het besluit van de rechtbank in Groningen om gevonden geld terug te geven aan de kraanmachinist. Het OM heeft cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Dit wordt bevestigd door advocaat Erik de Mare die de kraanmachinist bijstaat. De Mare zegt dat een nieuwe procedure jaren kan duren. Het geld blijft dus voorlopig op een rekening van justitie staan.

update – 25 juni 2015 – geen hoger beroep
Het Openbaar Ministerie ziet af van hoger beroep omdat dit – zo is de gedachte – bij nader inzien niet de juiste weg is. Wanneer er geen verachte is kunnen anders dan bij bijvoorbeeld wapens criminele goederen niet uit het verkeer worden gehaald. Het OM vindt dat hier sprake is van een hiaat in de wet.  Het is nu aan de wetgever hier iets mee te doen. >> persverklaring openbaar ministerie

Geldezels

1001004008493627

klassieker

De een wilde met geld van de familie een Mercedes in de S-klasse kopen, ergens in Amsterdam.
De ander ging met hem mee,  voor de lol maar ook  om in Amsterdam plezier te maken met drank en met vrouwen.
De een en de ander komen uit Bremen, Duitsland.
Om hun doel te verwezenlijken reden ze op een middag in februari, rond een uur of drie, bij Bad Nieuweschans de grens over.
Onze kant op.

Grenscontrole.

De grenscontroleurs zagen vanuit de Duitse berm twee mannen in een zwarte auto.
Nogal verdacht kennelijk, want direct na de streep, haalden de controleurs de zwarte auto in, drukten op een knopje waardoor een bordje ‘volgen’ zichtbaar werd.
De twee mannen in de zwarte auto werden gesommeerd achter de auto van de grenscontroleurs aan rijden, mee naar het vreemdelingengrenscontrolekantoor in Winschoten.

Daar moest de kofferbak in het kader van artikel 50 van de vreemdelingenwetgeving worden opengemaakt.
Geen lijk.
Toen moesten ze een vraag beantwoorden, een vraag die kennelijk aan willekeurige grenspassanten in vredestijd gesteld mag worden: heeft u ook geld?

Vick en Youri hadden ja geknikt, dat hadden ze.
Ze moesten vertellen hoeveel en waarom en wat ze in Nederland kwamen doen.

De rechters wilden weten: ‘Overkomt u dit wel vaker?’
Youri met de blik op logisch: ‘Tuurlijk.’
Rechters, beetje verbaasd: ‘Natuurlijk?’
Youri: ‘Ja, ik kom vaker in Nederland.’

Vick vertelt dat hij een auto wilde kopen met geld van de familie uit Rusland.
Hij had ruim 30.000 euro bij zich.
Youri zegt dus dat hij plezier wilde komen maken, met drank op en in vrouwen, met als er nog wat overbleef een bezoek aan het casino.
Hij had 7.200 euro in de kontzak.

Hoe ze wel niet aan al dat geld waren gekomen?
Vick en Youri zeiden niet: waarom moeten we dit vertellen?
Nee.
Youri zei: ‘Mijn familie in Rusland heeft een appartement verkocht en nu willen we met dat geld das Auto kopen.’
Vick: ‘Ik ben bokser, ik verdien mijn geld met boksen. En ik heb ook nog wat geld gekregen van mijn broer die tien jaar bij Mercedes heeft gewerkt, ontslagen is en een ontslagvergoeding heeft gekregen van 140.000 euro. Hij heeft nu een eigen bedrijf.’

Youri: ‘Klopt, die zwarte auto is van mij. Ze hebben die auto in beslag genomen. Er zit nog een lening op.’

Vick: ‘Waarom ik pepperspray bij me had? Ik ben zoals ik al zei bokser en soms ook portier. Dan kom je wel eens in situaties terecht. Pepperspray is in Duitsland niet verboden. Dat het wel verboden is in Nederland wist ik niet.’

De rechters willen weten wat ze nu doen voor de kost.
Youri vertelt dat hij bij een automatiseringsbedrijf werkte, dat hij pas ontslagen is en nu een studie volgt om het Engels beter onder de knie te krijgen en dat hij met zijn vrouw geen kinderen heeft.
Vick zegt dat hij drie kinderen heeft.
En schulden.
Bij zijn vader, zijn moeder, zijn neef, bij de Staat, het telefoonbedrijf, het elektriciteitsbedrijf, bij … ‘
– Hoeveel?
‘Niet te overzien.’

De officier van justitie: ‘Geen twijfel mogelijk. In de zwarte auto is een envelop aangetroffen met daarin zestig biljetten van 500 euro. Het is algemeen bekend dat dit soort biljetten wordt gebruikt bij drugstransacties. De heren zijn niet helder over de herkomst van het geld, ze hebben gelogen over het bedrag, ze zeiden eerst dat ze minder bij zich hadden. Bovendien is het onlogisch dat een Duitser in Nederland een auto koopt voor zijn familie in Rusland. Vick wilde feestvieren in Amsterdam terwijl wij weten dat hij schulden heeft.’

De officier van justitie denkt dat Vick en Youri de grens overstaken om hier crimineel geld wit te wassen.
Vick en Youri zijn ezels.
Ze zijn money mules.

Drank en vrouwen van plezier? Een das Auto voor de familie in Rusland? Ammehoela! Een maand gevangenisstraf voor Vick, twee weken voor onze Cassius Clay. Komt bij: het in beslag genomen geld moet van ons allemaal zijn, en zeker niet van hun.

De advocaat van de twee verdachten zegt twee dingen.
Hij zegt: onrechtmatige aanhouding.
Zegt dat zijn cliënten nooit aangehouden hadden mogen worden omdat er geen enkele aanleiding was hen aan te houden. Er was immers geen verdenking. Zij zijn de hollende kleurling toch niet?
Ten tweede zegt de advocaat dat het toch niet zo kan zijn dat wanneer iemand met geld de grens oversteekt en hij niet kan aantonen dat het legaal geld is, het uitgangspunt is dat het dan wel crimineel geld zal wezen.

Europa.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2013 – uitspraken
Vick en Youri zijn vrijgesproken van witwassen. De politie mocht hen wel staande houden en vragen of ze geld bij zich hadden. Ze hebben daar vrijwillig op geantwoord. En daar is niets mis mee. Geen hollende kleurling dus. Toch vrijspraak want het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het geld afkomstig is van misdaad. Er is wel een vermoeden,maar een vermoeden is te weinig om tot een veroordeling te komen. Youri  krijgt zijn 30.000 euro en zijn Mercedes terug. Vick  zijn bij elkaar gebokste 7.200 euro. Hij is wel veroordeeld voor het bezit van pepperspray: een boete van 290 euro voorwaardelijk.

DE VONNISSEN zodra beschikbaar

de hollende kleurling

Kaapverdië

spuitbussen op fb-pagina van jakobIn het strafdossier staat dat Hans (48) erg overtuigd is van de juistheid van zijn eigen opvattingen.
Zijn laatste veroordeling – een taakstraf van 90 uur – was wegens het bedreigen en beledigen van een ambtenaar in functie, een politieman.
Nu is hij, zegt hij stellig, onschuldig.

Jakob (37) is graffitikunstenaar en  komt uit een gegoede familie  van hardwerkende mensen. Zelf was hij na twee jaar feesten in de hennep beland en in dat verband was hij al eens overvallen en gegijzeld.

Hans kijkt bij aanvang van de strafzaak even opzij, naar Jakob. Zijn blik drukt maar een ding uit: als ik de kans krijg vreet ik je voor het oog van de rechters op.
Om dat te voorkomen zitten er zes politiemensen – dat is extra – in de zaal.

Hans en Jakob zouden witwassers, oplichters en flessentrekkers zijn.
Ze zouden op naam van Hamer Brandstoffen bv luxe goederen en bouwmaterieel hebben gehuurd.
Het gehuurde werd niet betaald, maar doorverkocht.
Er zijn 46 bedrijven die aangifte hebben gedaan.

Het viel de politie bij die aangiftes op dat er overeenkomsten zaten in al die verschillende verhalen.
De politie ging er eens goed voor zitten, stelde vast dat ze een capaciteitsprobleem hadden, belde met de bovenregionale recherche in Zwolle die onder de codenaam Kaapverdië een groot onderzoek begon.
Drie maanden later, op 15 januari dit jaar, werden twee verdachten aangehouden.
Het zijn Hans en Jakob.

Een niet volledige opsommingen van de buit: dakramen, sanitair, een zitmaaier, een houtversnipperaar met toebehoren, minishovels, graafmachines, aanhangers, een vorkheftruck, bestelauto’s, een auto-ambulance, een frontmaaier, hogedrukreinigers, 130 spuitbussen (verf) en een jacuzzi.

Een graafmachine en 130 spuitbussen zijn teruggevonden.
De rest is spoorloos.

Rechters: ‘Waar zijn die spullen gebleven?’
Hans wijst naar Jakob: ‘Jullie moeten bij hem zijn.’
Jabob schudt het hoofd: ‘Ik heb er niks mee te maken.
Hans lacht minzaam.

Ze zouden er 146.570 euro aan hebben overgehouden.
Hans briest: ‘Toen ik werd aangehouden had ik negen euro op zak. Dat is alles wat ik had.’
Hij wil maar zeggen: hoeveel bewijs voor onschuld wil je hebben?
Jakob staart voor zich uit.

Hans wil wel toegeven dat hij in ruil voor 1500 euro een bv op zijn naam had laten zetten.
Op papier was hij de directeur van Hamer Brandstoffen bv.
Hij zegt dat hij de intentie had eerlijk zaken te doen.
‘Maar ik ben belazerd, ik ben genaaid. Anderen hebben mijn naam gebruikt. Het lijkt alsof ik de grote man ben, maar dat is niet zo. Ik heb een paar keer te goeder trouw wat spullen opgehaald. Dat is alles.’

Jakob vertelt iets soortgelijks.
Hij zegt dat hij opdrachten kreeg van Hans om spullen op te halen.
Hij zegt: ‘Ik woon op een flatje, wat moet ik met een shovel of graafmachine?’
Jakob zegt dat hij zes of zeven keer een ritje heeft gedaan voor Hans en daar vier- tot vijfhonderd euro mee heeft verdiend.

De rechters willen van Hans weten: ‘Door wie bent u genaaid?
Hans: ‘Dat zeg ik niet.’
Rechters: ‘ Waarom niet?’
Hans: ‘ Ik heb een vrouw en kinderen.’

De graafmachine werd teruggevonden omdat er een  track en tracesysteem was ingebouwd.
De 130 spuitbussen lagen in flatwoning van Jakob.
Op zijn Facebookpagina staan foto’s van wel 130 spuitbussen.
Jakob: ‘Die had ik al, want ik ben immers graffitikunstenaar.’

Na drie uur vragen stellen door de rechters is er nog  veel niet duidelijk.
Ik moet denken aan de bovenregionale recherche.
Zouden die met hun onderzoek Kaapverdië echt niet meer boven water hebben gehaald dan wat nu wordt besproken in de rechtszaal?
Misschien kampt het bovenregionale rechercheteam ook wel met tekorten in de capaciteit.
Moest het team zich beperken tot twee.

De advocaat van Hans mag de naam wel noemen.
De advocaat zegt dat de grote man achter de schermen Mister X moet heten.
Die naam kan worden gelinkt aan een persoon die in 2012 is veroordeeld wegens het oplichten van bedrijven die spullen verhuren.
Mister X zelf is een jongeman die eerder is veroordeeld wegens oplichting met motoren op marktplaats.nl en later wegens mensenhandel.

Maar Mister X & Co. zijn geen verdachten.
De officier van justitie rept ook met geen woord over een groter geheel.
De boeven zijn Hans en Jakob en dat moet voldoende zijn.

Ze zegt: ‘Ze wijzen naar elkaar, maar die bedrijven zitten met de gebakken peren.’
De officier van justitie wil dat Hans en Jakob samen 146.570 euro – de berekende winst – storten in de staatskas.
Ook moeten ze de gedupeerde bedrijven schadeloos stellen.
Geld dat ze aan de bedrijven betalen mag in mindering worden gebracht op de storting in de staatskas.
Daarnaast moet Hans boeten met 24 maanden gevangenisstraf (eis).
Jakob, met iets meer zaken op de tenlastelegging, hoort 36 maanden eisen.

Hans oogt nu weer zo woedend als hij keek bij aanvang van de strafzaak.

Jakob kijkt alsof hij water ziet branden.
Hij had zicht op een vaste baan, via een kennis in een warm land van ver, in de keuken van een multinational.
Dan zou hij zijn moeder die al zijn schulden inloste kunnen terugbetalen.
Hij mompelt: ‘Zesendertig maanden in de gevangenis, dat overleef ik niet.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 22 juli 2013 – uitspraken
Jakob is veroordeeld tot achttien maanden celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk. Hans heeft dertig maanden gekregen.

Een smak geld

De vermeende misdaad geschiedde op 14 oktober 2009.
Vandaag, 10 oktober 2011, stonden de twee verdachten terecht.

De officier van justitie deed alsof zoiets de normaalste zaak van de wereld is.
Ze zei in ieder geval niet dat het wel een beetje gek is, zo laat nog.
Integendeel zelfs.

Een van de verdachten, een 29-jarige man uit Amsterdam, had de moeite genomen om naar Groningen te komen om zijn strafzaak bij te wonen.
Hij had zijn vriendin meegenomen, maar geen advocaat.
De tweede verdachte, een 28-jarige man uit Groningen, had betere dingen te doen.
Uitgerekend vlak voor de zitting beviel zijn vriendin van een gezonde tweeling.
Zijn advocaat is er wel.

Het werd geen fraai proces.

Op 14 oktober 2009 passeren Bilal, de Amsterdammer, en Ibrahim, de Groninger, de grensovergang bij Nieuweschans.
Ze komen uit Bremen en zijn op weg naar huis, naar Groningen.
Het is in het holst van de nacht.

Vlak na de grensovergang worden ze aangehouden door grensbewakers van de Koninklijke Marechaussee die met een MTV-actie bezig zijn, met mobiel toezicht vreemdelingen cq. veiligheid.
Bilal en Ibrahim moeten hun papieren laten zien.
Die blijken dik in orde.
Bilal en Ibrahim zijn in Nederland geboren.
Ze mogen doorrijden.

Dat doen ze om bij het eerstvolgende tankstation, een kwartiertje verderop, even te pauzeren.
Bilal stapt uit om in de shop wat drinken te kopen.
Wanneer hij terugkomt, staan daar die grensbewakers weer.
Ze staan bij de auto en een van hen heeft een wit plastic tasje in de handen.
In dat tasje zit een smak geld, 21.830 euro.

De officier van justitie zegt dat de marechaussee ook even wilde pauzeren en toen ineens in die auto van de mannen met de papieren dik in orde, een plastic tasje zag liggen waar het geld uitpuilde.

Ibrahim kan op dat moment geen verklaring geven.
Bilal zegt dat hij van de aanwezigheid van zoveel geld in de auto, geen eens weet had.

De marechaussee maakt proces-verbaal en noteert dat beide mannen werden gearresteerd en met het busje werden overgebracht naar het politiebureau.
Bilal: ‘Ibrahim werd aangehouden en moest mee in het busje. Ik moest er achteraan rijden.’

De rechters zeggen: ‘Een smak geld.’
Bilal: ‘Ik wist van niks.’
De rechters: ‘Dat mag zo wezen. Punt is dat de officier u er wel van beschuldigt dat u een heleboel geld bij u had en dat u wel wist dat het geen eerlijk geld was, maar misdaadgeld. En als u dat niet wist, dat u dat had moeten vermoeden.’
Bilal: ‘Ik had helemaal geen geld.’
De rechters: ‘De officier van justitie denkt dus dat u bezig was misdaadgeld wit te wassen.’
Bilal: ‘Ik kan hoog of laag springen, maar ik wist er niets van.’

De officier van justitie, boos: ‘Hoe gek denkt deze verdachte wel niet dat wij zijn?’

Wanneer Bilal een klein beetje moet lachen, bijten de rechters hem toe: ‘U zit nou wel te grinniken, maar wij lopen al wat langer mee, verdachte. Als u straks weer in trein naar Amsterdam stapt, zegt u vast tegen uw vriendin, die rechters snappen natuurlijk best hoe het zit. U zit hier een beetje streetwise te wezen, maar hoe geloofwaardig bent u eigenlijk?’

Misschien denkt Bilal nu wel dat het toch zo is dat hij onschuldig is zolang hij niet door rechters is veroordeeld, maar dat zijn kostje bij deze rechters bij voorbaat is verkocht.

Hij vertelt dat hij met Ibrahim naar Duitsland was gegaan.
Ibrahim wilde naar auto’s kijken, naar schadeauto’s of mooie tweedehandjes, die zijn in Duitsland goedkoper.
Ibrahim had, later, bij de politie verklaard dat het geld van een autohandelaar uit Groningen was.
Dat ze hadden gekeken naar auto’s, maar onverrichte zake terug waren gereden naar Nederland.

De autohandelaar bestaat.
Hij heeft het in beslag genomen geld ook teruggekregen.

De advocaat van Ibrahim vraagt zich af hoe geloofwaardig het is dat de leden van de marechaussee in de auto die dik in orde was, zomaar een wit plastic tasje zagen liggen met daarin een smak geld.
Het was geen doorzichtig tasje.
De advocaat denkt dat de leden van de marechaussee in de auto keken, die tas zagen, die tas zomaar pakten en toen in de tas keken en pas op dat moment het geld zagen.
En dat ze dat dus deden zonder een redelijk vermoeden van schuld.
Dat mag dus niet.

Waarmee de aanhouding, met ook nog eens een niet correct proces-verbaal – onrechtmatig is.
En wat onrechtmatig is verkregen, telt niet, waardoor vrijspraak moet volgen.
Komt nog eens bij, vervolgt de advocaat, dat de officier van justitie wel kan roepen dat het geld van misdaad afkomstig is, maar van welke misdaad dan?

Omdat Bilal geen advocaat heeft, mag hij zijn eigen verdediging voeren.
Hij zegt, wijzend naar de advocaat van Ibrahim: ‘Die meneer heeft het mooi gezegd.’
Rechters: ‘U zegt dus, ik had geen idee van dat geld, het is onzin, ik heb er niets mee te maken, ik had geen slechte bedoelingen.’
Bilal: ‘Zo is het.’

Ibrahim bestiert samen met zijn vriendin een kapperszaak in de binnenstad van Groningen.
Bilal werkt in Amsterdam voor een grote onderneming. Hij brengt pakketjes rond.
De officier van justitie wil daar nu, twee jaar na de vermeende misdaad, een einde aan maken.
Ze eist tegen beide verdachten een half jaar gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Ze zegt dat fatsoenlijke burgers over ieder dubbeltje dat ze verdienen belasting moeten betalen, maar dat deze verdachten dachten die dans te ontspringen.

Misschien in het niet verstandig om als Nederlander met ouders die in Marokko zijn geboren in het holst van de nacht de grens te passeren.

Rob Zijlstra

• redelijk vermoeden van schuld

.

UPDATE – 24 oktober 2011 – uitspraken
Bilal en Ibrahim zijn vrijgesproken. Volgens de rechtbank is niet duidelijk of het geld van misdaad afkomstig is. Er wel een vermoeden, maar  het bewijs in het dossier is onvoldoende om aan te nemen dat dit ook echt zo is. Er zijn immers andere scenario’s denkbaar, bijvoorbeeld dat de verdachten de waarheid spreken. Zij krijgen het geld dat in beslag is genomen nu terug.

Omdat de rechtbank tot een vrijspraak komt, is de vraag of er al dan niet sprake was van een redelijk vermoeden van schuld niet beantwoord.

 

 

 

Scharrelaars

Over de grootste boeven worden boeken geschreven en films en documentaires gemaakt.
De scharrelaars moeten het doen met kleine stukjes in de krant.

Dat de groten in de spotlights staan en de kleinen over het hoofd worden gezien, is natuurlijk onrechtvaardig.
Want de kleine boef is wel verantwoordelijk voor het leeuwendeel van alles wat wij onder criminaliteit scharen.
Misschien wel voor meer dan negentig procent.
Zij doen er dus wel degelijk toe.

Een van hen is Johan, 31 jaar geleden geboren in Almelo, maar nu zonder vaste woon- en verblijfplaats.
Ja, hij zit vast in de gevangenis, maar dat is tijdelijk.
Johan zit al jaren tijdelijk in de gevangenis.
Hij lijkt een beetje op zo’n new kid, met stekeltjeshaar en een matje in de nek, klein snorretje.

Zijn misdaden zijn het altijd net niet.
Daarom zit hij nooit lang vast.
De medewerkster van de reclassering schetst het probleem: tijdens detentie gaat het altijd goed met hem en is hij gemotiveerd, maar eenmaal weer buiten is hij in no time terug bij af.
Hij heeft alleen criminele vrienden en moeite met lezen en schrijven.
Ook daarom.

Op 18 januari dit jaar liep een medewerker van TNT op straat post te bezorgen.
Ineens zag deze man iets geks en belde de politie.
Zei: ‘Er klopt hier iets niet.’

De postbezorger had een man langs een regenpijp omhoog zien klimmen, naar de eerste verdieping van een studentenpand in Groningen.
Hij zag hoe de klauteraar vanaf het balkon een krat bier liet zakken en hoe twee andere mannen op de grond dat aanpakten.

De politie reed – want ook niet gek – naar de dichtstbijzijnde vestiging van Albert Heijn.
En ja hoor, daar stonden drie mannen die voldeden aan de signalementen die de postbode had doorgegeven.
De klimmer en Johan met zijn broer.
Ze stonden daar bier te drinken.
Noodgedwongen, want het doel van de klimpartij langs de regenpijp was om het krat in te leveren voor statiegeld.
En dan moeten de flesjes leeg.

De officier van justitie zegt dat Johan zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en heling.
Diefstal van het krat en heling van een flesje bier.
Immers, het flesje bier dat hij aan het leegdrinken was, was afkomstig van diefstal.

Verder werd Johan beticht van witwassen van een Merida Crossfire 8500.
Dat is een herenfiets.

Johan ontkent.
Hij zegt dat hij met verbazing had staan kijken toen zijn vriend in de regenpijp klom.
Hij had nog geprobeerd hem tegen te houden, maar tevergeefs.
Wat hij bij de Albert Heijn deed?
‘Boodschappen doen.’

Rechters: ‘Klinkt wat raar, witwassen van een herenfiets, maar hoe zit dat dan?
Johan: ‘Het was mijn fiets. Het was een eerlijke fiets die ik had geruild tegen een damesfiets.’

Rechters: ‘Er zat geen slot op. En een fiets zonder slot in Groningen is verdacht.’
Johan: ‘Als het geen eerlijke fiets was, had ik niet geruild, want ik wil geen gedonder.’
Rechters: ‘De fiets was gestolen.’

De reclassering zegt dat alles is geprobeerd om hem op het rechte pad te krijgen.
Maar omdat dat nog nooit is gelukt, is nu geadviseerd Johan de veelplegersmaatregel ISD op te leggen.
Als het tegenzit, zit hij vanwege een krat bier, één flesje daaruit en een fiets twee jaar vast in gevangenis de Grittenborgh in Hoogeveen.
De officier van justitie neemt het advies over.

Rechters: ‘U schrikt daar van?’
Johan: ‘Ja.’
Hij wil niet naar de Grittenborgh.
Zijn broer is daar onlangs in een cel overleden.

Na Johan komt Ronnie (40).
Ronnie is zo mogelijk een nog grotere kleine boef.
Momenteel is zijn specialisme het verwijderen van anti-diefstalstrips op dure laptops bij de MediaMarkt.
Dat doet hij met de vingers.
Dat is heel eenvoudig, zegt hij tegen de rechters.

Nadat hij strips heeft verwijderd, stoppen anderen de laptops in een tas en een voor een wandelen ze dan naar buiten.

Nu zijn ze ook bij de MediaMarkt niet gek en hebben ze camera’s zat: alles was opgenomen.
Op 24 september bij de vestiging in Groningen, vier dagen later in Leeuwarden.

Ronnie ontkent het niet.
Zegt dat hij het deed onder bedreiging van wapens en zo.
Door wie?
Door de Bolle, bij wie hij drugsschulden heeft.
Door voor hem te stelen, lost hij schulden in.
Nee, niet goed natuurlijk.
Hij is er ook zat van, van zijn criminele leven.
Wil kappen.
En wat nou zo mooi uitkomt, is dat hij op dit moment supergemotiveerd is om dat te doen.

Dat hij dat is, moeten de rechters weten, komt door zijn zoontje.
Zijn zoontje zit momenteel vast, als verdachte van gewapende overvallen in Groningen.
Zegt: ‘Als ik ISD krijg, wordt mijn motivatie doodgeknuppeld. Dan word ik boos, want dan zit ik twee jaar vast en dan heb ik geen grip op mijn zoon. En juist nu moet ik er voor hem zijn.’

De officier van justitie eist inderdaad wat hij al voelde aankomen: twee jaar ISD.

Ik kijk naar Ronnie die profvoetballer had kunnen worden en het net niet werd.
Toen kwamen de drugs.

Ruim drie jaar geleden, in juni 2007, zat hij ook in zittingszaal 14, op dezelfde stoel, naast dezelfde advocaat.
Hij zei toen, samengevat, tegen de rechters: ‘Ik heb lang genoeg lopen aankloten. Ik ben bijna 37 en het kan zo niet langer. Toen ik werd aangehouden, was ik samen met mijn zoontje. Ik zag hoeveel verdriet hij had, hoeveel impact het had. Hij zei, pa, je moet veranderen. Ik wil er zijn voor mijn zoon.’

Ja, over Ronnie zou je misschien ooit een boek kunnen schrijven.

Rob Zijlstra

.

artikelen wetboek van strafrecht
diefstalhelingwitwassen

extra
het verhaal van Ronnie in juni 2007

veelplegersmaatregel ISD

.

UPDATE – 24 maart 2011 – uitspraken
Johan wil niet, maar moet wel: de rechtbank heeft hem veroordeeld tot de veelplegersmaatregel ISD (2 jaar). Ook Ronnie moet. Hij kreeg eveneens de ISD-maatregel opgelegd. Met deze twee vonnissen staat het aantal ISD-veroordelingen dit jaar op 4. Dat is net zoveel als in heel 2010.

Economisch verkeer

Omar (20) uit Bremen en Heinz (25) uit Hamburg hadden wilde plannen.
Ze zouden feest gaan vieren in Amsterdam.
Tussendoor zouden ze slapen in hotels.

Omar had 2.240 euro en zestig cent in de portemonnee.
Als dat niet voldoende zou blijken, dan was er geen nood.
Dan hadden ze nog ruim 17.000 euro in een plastic zakje, onder de bijrijderstoel.

Op een mooie herfstdag in oktober rijden ze in hun Opel Astra richting de grensovergang bij Nieuweschans.
Kort nadat ze de streep zijn gepasseerd, moeten ze stoppen.
Er is een afgeschafte grenscontrole.

Heinz zegt dat hij zijn broer is, maar als de controleurs dat natrekken, blijkt dat niet te kloppen.
De leugen is reden om de broekzakken en de auto te doorzoeken.
Zo wordt het geld gevonden.
En een stroomstootwapen, een betonschaar en drie zakjes marihuana.

De politie gelooft helemaal niets van het verhaal dat de twee Duitsers naar Amsterdam wilden om er legaal te feesten.
De politie denkt dat het geld crimineel geld is en dat Omar en Heinz ook met criminele intenties richting Nederland waren gereden.

Nader onderzoek levert geen direct bewijs op voor de verdenking dat die 19.365 euro en zestig eurocent van misdaad afkomstig is.
Dat dat toch zo is, zegt de officier van justitie, komt door de feiten en omstandigheden.
En zo is het gekomen dat Omar en Heinz zich vanochtend moesten verantwoorden voor de Groninger strafkamer in zittingszaal 14.

De tolk is er wel, maar de twee verdachten niet.
Heinz blijkt vast te zitten in een Duitse gevangenis in verband met drugs, iets met hennep.
Omar is er gewoon niet.

De rechtbank besluit dat Heinz later aan de beurt is.
Omar moet nu.
Wegens witwassen.
Je mag nu eenmaal niet met veel geld de grens over.
En helemaal niet met geld dat kennelijk uit de lucht is komen vallen.
Geld dat uit de lucht komt vallen kan immers misdaadgeld zijn.

De officier van justitie: ‘En in dit geval kan dat niet anders.’
Omdat de omvang van het bedrag in geen verhouding staat tot de reguliere inkomsten van de twee Duitsers.
Het rechtshulpverzoek: geen reguliere inkomsten.

De officier van justitie: ‘De integriteit van het economisch verkeer is hier in het geding en dat is een bedreiging voor de openbare orde. Daar moet de rem op worden gezet.’
De eis: zes maanden gevangenisstraf.
Het geld dat Omar in de broekzak had, moet verbeurd worden verklaard.

Rob Zijlstra

.

strafbaar feit: artikel 420bis (wetboek van strafrecht)

extra: liquide middelen

.

UPDATE – 31 januari 2011 – uitspraak
Omar is een witwasser en dus een bedreiging voor de economie. Hij komt weg met 6 maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk.