zeden

Oude mannen

In de afgelopen tien jaar
heeft de rechtbank in Groningen
zeventig 65-plussers veroordeeld

Afgelopen week veroordeelde de rechtbank een 70-jarige man uit Marum wegens ontucht met zijn kleinkind. De respectabele leeftijd vormde voor de rechters geen beletsel om van een vrijheidsstraf af te zien. Man moet nu twee jaar naar de gevangenis.

Op de vraag waarom hij zijn kleinkind had misbruikt, antwoordde de opa in de rechtszaal, achteloos zoals een puber een blikje Red Bull op straat kan gooien: ‘Ik dacht er niet bij na.’ Acht jaar lang je kleinkind misbruiken en daar dan niet bij nadenken. Bij de politie had hij gezegd: ‘Ik dacht dat ze het wel prettig vond.’

Kun je lelijker dan lelijk zijn? Valser dan vals? Groter dan de allergrootste hork? Hoe diep kun je zakken? Komende week staat in Groningen een in 1932 geboren man uit Assen terecht omdat ook hij zijn kleindochter seksueel zou hebben misbruikt.

En deze mannen zijn niet met z’n tweetjes alleen. In de afgelopen tien jaar heeft de rechtbank in Groningen zeventig 65-plussers veroordeeld. Zij kregen vooral voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met een werkstraf. Veertig van die zeventig mannen hebben zich schuldig gemaakt aan een zedenmisdrijf. De tien oudste verdachten ooit in zittingszaal 14 – van 76 tot 85 jaar – werden allemaal op eentje na veroordeeld wegens ontucht met kinderen. Die ene andere, een 77-jarige man uit Blijham, had een leeftijdgenoot verkracht en kreeg vier jaar celstraf opgelegd.

Jawel. Het is waar dat de meeste veroordeelden behoren tot de groep twintigers, gevolgd door de dertigers, de veertigers en zo in afnemende mate voort. In het algemeen klopt het dus dat de wijsheid met de jaren komt, ervan uitgaande dat misdaad niet wijs is. Die zeventig veroordeelden vormen de uitzonderingen. Maar ze zijn er wel.

Een misdrijf dat het na zeden ook goed doet onder deze uitzonderlijke groep ouderen is fraude dan wel oplichterij. De 68-jarige Hendrik uit Ulrum is daar een schoolvoorbeeld van. Hem hangt een gevangenisstraf boven het hoofd van acht maanden, de helft mag wat de officier van justitie betreft voorwaardelijk. De rechters moeten nog uitspraak doen.

In de rechtszaal wekt Hendrik de indruk dat het hele proces hem aan de kont kan roesten. Tegen de rechters, zonder emotie: ’’Ik heb het gedaan. Het had natuurlijk niet mogen gebeuren. Ja hoor, spijt van. De gevolgen accepteer ik ook gewoon.’’

Een paar jaar geleden verscheen Hendrik op de regionale televisie. Hij had van oplichters spookfacturen ontvangen, maar daar trapte hij als voormalig belastingambtenaar mooi niet in. Hij wilde de mensen waarschuwen. In de camera zei hij: ‘Mensen die dit doen, die moet je aanpakken.’

Wat het tv-kijkende publiek niet wist, niet kon bevroeden, was dat Hendrik de boel toen al flink aan het besodemieteren was. Als penningmeester van de plaatselijke begrafenisvereniging boekte hij geld van de vereniging over naar zijn eigen rekening. Eerst een beetje, daarna een paar keer op een dag een beetje en gaandeweg steeds meer en vaker: opgeteld verduisterde Hendrik 95.453,50 euro.

De 540 contributie betalende leden van de begrafenisvereniging zijn de gedupeerden. Het is cru, maar wie nu of binnenkort doodgaat, moet bijlappen.

Hendrik nam in 2010 afscheid van de fiscus en ging met pensioen. De begrafenisvereniging dacht met een oud-belastingambtenaar niet alleen een betrouwbaar, maar ook een kundig iemand in huis te hebben.

  Scheringa

De rechters willen weten: ‘Hoe kon het nou gebeuren?’ Nou gewoon, zegt hij. Er waren thuis wat financiële problemen, mede dankzij fratsen van bankier Dirk Scheringa en zijn DSB-bank, er was een erfenis die niet kwam, reparaties aan het huis, kapotte koelkast, andere dingen. En zo.

Waarom steeds van die kleine bedragen? Hendrik: ‘Kleine bedragen zijn goed weg te zetten in de boekhouding.’ De ene keer betrof het een voorschot, dan een vergoeding, daarna weer waren het onkosten. Hendrik: ‘Je kunt niet alles onder een post wegschrijven.’

In oktober 2015 ontdekte het bestuur dat er iets niet klopte. Bij de voorzitter kwamen berichten binnen dat rekeningen niet werden betaald. Hendrik werd gevraagd om opheldering. Hij slaagde erin de goegemeente nog een tijdje om de tuin te leiden, maar in maart vorig jaar kwam de dag waarvan hij wist dat die zou komen en viel het doek.

Waren er dan geen kascontroles, geen ledenvergaderingen of momenten van bezinning? Nee. Er waren bestuursvergaderingen, maar niet frequent. Hendrik zegt dat hij altijd weer blij was als de vergadering was afgelopen. ‘Dat ze er niet over waren begonnen.’ In de verhoorkamers van de politie had Hendrik nog gemeend dat het bestuur ook blaam trof. Dat had toch moeten controleren? Kritiek had hij ook op het politieonderzoek. Dat was, vond hij als financieel specialist, nogal amateuristisch. Ook berichtgeving over de kwestie in de pers hekelde hij. Waar in godsnaam bemoeit die rotpers zich mee?

positief

De rechters willen van Hendrik weten hoe het nu met hem gaat. Hij zegt: ‘Oh, wel goed hoor. De meeste mensen in het dorp groeten mij niet meer, maar een paar wel, die zijn positief. Die zeggen, wij kennen je ook anders.’ Hij vertelt dat hij zo veel als mogelijk binnenblijft, niet de straat opgaat. Maar soms gaat hij fietsen op zijn racefiets. Zegt: ‘Want een mens moet wel in beweging blijven.’

De officier van justitie oppert dat Hendrik die racefiets ook kan verkopen en de opbrengst aan de vereniging kan geven. Of: ‘Verkoop je huis.’ Hendrik doet dat niet. De officier van justitie: ‘Nee, want hij laat het op z’n beloop.’ Wat raar mag heten, vindt de aanklager, is dat de bankschulden die er waren er nog steeds zijn. Er staat ook geen Ferrari voor zijn deur. Waar is dat geld allemaal gebleven? Hendrik haalt de schouders op: ‘Verdwenen in de lopende uitgaven.’
.
Advocaat Ubo van Ophoven probeert de zaak te ontdoen van de rafelranden. Hij brengt in: ‘Hendrik is een kleine man van weinig woorden die zich schaamt en gebukt gaat onder de gebeurtenissen. Het zal zijn leven blijvend bepalen. Hij heeft er niet luxueus van geleefd. En wat dan voegt een gevangenisstraf toe? De begrafenisvereniging is daar niet mee geholpen en de samenleving ook niet. Celstraf betekent dat Hendrik nog verder in de modder wordt geduwd dan waar hij al zo diep inzit.’

Ik dacht, bij nader inzien, zo had ik dit verhaal ook kunnen noemen: moddermannen.

Rob Zijlstra

Een week 14 [3]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 3.

deel 1
deel 2
.

DONDERDAG 14 juli 2016

01.35 uur
Er ontstaat soms ophef na berichten in de media over zedenmisdadigers. Over pedofielen. Niet zelden gaat die ophef over de aanwezigheid van een verdachte of veroordeelde ontuchtpleger en/of kinderverkrachter. Niemand wil in de nabijheid van zo’n figuur wonen. Dan komt de burgemeester eraan te pas om te sussen en soms ook de televisie en dan wordt het allemaal nog erger.

Ik heb in twaalf  jaren in de rechtszaal zo veel ontuchtzaken voorbij zien komen dat het niet anders kan dan dat in iedere stadswijk, in elk dorp, hoe klein ook, er wel een of twee zedendelinquenten wonen. Gewoon bij u in de straat, hij is misschien wel uw aardige buurman. Voor het idee: de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen behandelt meer zedenzaken dan diefstallen of drugszaken.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 01.48.13

bron: eigen onderzoek

Ontuchtzaken wennen nooit. Een dief, een drugsdealer, wat ze doen, het mag niet, maar misschien hadden ze honger of schulden of beide. Zwakbegaafd, in de war. Geen excuus, maar toch… Voor iemand die voor eigen gerief zijn eigen kind verkracht, of het kind van iemand anders, ligt het anders. Voor zo iemand is er geen ‘maar toch…’

Het idee dat in Groningen (en dat is elders niet anders) tientallen, honderden kinderen wonen die gisteren, vandaag en morgen weer stelselmatig worden misbruikt, verkracht – soms dagelijks en dat jaren achtereen – gaat gezond voorstellingsvermogen te boven. En toch is het zo, het bestaat. De daders zijn meestal vaders,  stiefvaders, opa’s, soms een oom.

De rechtbank heeft donderdag heel de ochtend uitgetrokken voor dit soort zeden.
Voor de zoveelste zeden.

’s Middags zijn er gelukkig twee dieven.

09.45 uur
De eerste strafzaak loopt. Man (52) wordt door de rechters ondervraagd over de beschuldigingen van misbruik, gedaan door zijn dochter die nu 19 jaar is. Het zou zijn begonnen op vakantie in Benidorm toen ze 12 jaar was. Daarna gebeurde het op de camping in Wedde en vervolgens ook thuis in Stadskanaal. Zo luidt de beschuldiging.

De verdachte vader ontkent.
Hij zegt, samengevat: ‘Mijn dochter is een fantast. Ze zat aan de drank, aan de drugs, ze spijbelde, ze was alleen maar aan het feestvieren.’

Verdachte: ‘Ze zei ook altijd dat ze was geadopteerd.’
Rechter: ‘Was ze geadopteerd?’
Verdachte: Nee, ik was erbij toen ze werd geboren.’
Rechter: ‘Okay, ik niet.’

11.05 uur
Schermafbeelding 2016-07-14 om 12.53.44Tijdens de rechtszaak komt iets naar voren wat ik bij aanvang niet wist. De verdachte bekleedde tot vorig jaar een publieke functie die hij – volgens nieuwsberichten – neerlegde vanwege ‘fysieke omstandigheden’.

De vraag die ik regelmatig moet beantwoorden: hoeveel informatie laat ik weg om te voorkomen dat een verdachte publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? En: is dat wel mijn verantwoordelijkheid?

Ik leg de kwestie voor aan de redactiechef dan wel hoofdredactie om samen een wijs en journalistiek verantwoord besluit te kunnen nemen. Dit zijn heel lastige kwesties.

11.30 uur
De officier van justitie zegt dat deze vader zijn eigen dochter jarenlang seksueel heeft misbruikt voor eigen gerief. Alleen een langdurige gevangenisstraf is passend. Ze eist 36 maanden. De advocaat benoemt in zijn pleidooi de publieke functie die de verdachte bekleedde. Ik schrijf – in de rechtszaal – een artikel en stuur dat naar een aantal collega’s. De geraadpleegde collega’s op de redactie reageren niet veel later: publiceren. Inclusief functie waardoor verdachte niet langer anoniem is. Om 12.45 gaat het bericht online.

12.46
Zedenzaak 2, begint ruim een uur later dan gepland.  Schennispleger in de auto, raampje naar beneden, meisje van 9 op de fiets, een kwestie  uit mei 2015.  De verdachte: ‘Misschien heeft ze mijn riem gezien.’

13.00
Uitsprakentijd. Om niet meer tijd te verliezen wordt de verlate schenniszaak in zittingszaal 14 niet onderbroken, zoals te doen gebruikelijk, maar worden de uitspraken gedaan in zaal 13. In splits mezelf in tweeën.  Twee ongewenst verklaarde vreemdelingen – mannen uit Somalië – krijgen de veelplegersmaatregel isd opgelegd. Dat is 2 jaar zitten. Een man uit Appingedam die werd verdacht van oplichting – een miljoen euro – wordt deels vrijgesproken, deels schuldig bevonden wegens verduistering. Zijn straf: een jaar zitten. Een jonge verdachte uit Friesland wordt vrijgesproken omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum. Terecht.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 13.28.45Ik ga niet terug naar de schennispleger in 14. Hij zoekt het maar uit. Ik vind het te weinig voor een nieuwsbericht. Een broodje. Vanwege al het onrecht en oneerlijke zaken, haal ik graag mijn broodjes bij Goud Eerlijk in de Nieuwe Ebbingestraat.

Straks een oplichterij rondom een zorgboerderij met een verdachte vader en zoon.

 

14.00 uur
Oplichting, dan wel verduistering van 11.000 en 24.000 euro. Verdachte vader is niet komen opdagen, verdachte zoon is er wel. Zoon loog bij de politie om zo de schuld op zich te nemen. Zoon: ‘Ik zou een lagere straf krijgen dan mijn vader met zijn strafblad.’ Komt daar nu op terug. Vader is een boef. Zoon zegt: ‘Als mijn vader vroeger weg was, wist ik nooit of hij in detentie zat of niet.’

De zaak gaat als een nachtkaars uit. Niet de zoon, maar de afwezige vader is de grote boef. Zoon mag wegkomen, vindt de aanklager, met een werkstrafje. Vader moet later – dit jaar nog? – terechtstaan.  Ik zie in mijn administratie dat de man tien jaar geleden ook al eens is veroordeeld. Hij verkocht toen niet bestaande entreekaarten voor echte voetbalwedstrijden.

16.05 uur
De zitting van vandaag is  gesloten. Nog even en de schoonmakers komen. Heb het gerechtsgebouw verlaten en zit nu op de krant. Laatst las ik dat een journalist schreef dat-ie op kantoor was. Vast een burgerjournalist. Een echte journalist zegt zoiets niet. Waar ik ben? Ik ben op de krant.

Op de krant is nog wat discussie over de verdachte met een publieke functie. Ik heb geschreven dat de man lid was van de gemeenteraad, fractievoorzitter zelfs, toen aangifte werd gedaan van ontucht. Het vermelden van de functie is daarmee relevant. Vinden wij op de krant.

IMG_8969 2

al thuis – in gedachten in een hangmat

19.10 uur
Ik ben momenteel columnloos. Zeven weken achtereen is de DvhN-weekeindekrant anders omdat wij in de zomer net doen alsof er minder nieuws is en er minder valt de duiden. Wat de rechtbank betreft, is dat een beetje waar: volgende week staan er in Groningen slechts drie strafzaken op de rol van de meervoudige strafkamer. In de vakantieperiode ligt niet de misdaad, maar wel de de strafrechtspraak op z’n gat.

Misdaadbestrijding en normhandhaving is en blijft een ambtelijke aangelegenheid.
Er is geen alternatief.

Voor mij betekent dit dat ik op donderdag tijdelijk geen verhaal hoe te leveren voor de zaterdagkrant. Een wekelijkse column is eervol om te hebben, het is alsof je een eigen praatprogramma hebt. Dan moet je altijd, een keertje niet is geen optie. Ik vind het geweldig om te doen. Het is verslavend. Maar even niet is op dit moment ook heel aangenaam.

Dit even duurt zeven weken.
Na zeven weken komt de strafrechtmachine uit de sluimerstand en heet de strafrechtspraak weer overbelast te zijn en kunnen er opnieuw allerlei draken worden bedacht om die overwerkte rechters te ontlasten.

Mijn column schrijf ik al jaren steevast op donderdagavond.
Nu dus even niet.
Nu ben ik al thuis.
Ik lig in volle overgave ontspannend in mijn hangmat in de tuin, gespannen tussen appelboom en eik, in handbereik wijn, een oude Miles Davis op de oortjes (dit in het geval het buiten zomers en aangenaam zwoel zou wezen).

Morgen – vrijdag – nog een internetoplichting, een man met kinderporno, een aan drugs verslaafde veelpleger met een dierenarts en Alex, een oude bekende die een telefoon zou hebben gestolen.

Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Kale cijfers

Rechters gaan qua lage straffen
niet helemaal vrijuit

32 gem cel p zaak 4Straffen die in rechtszalen worden opgelegd zijn te hoog en zijn te laag.
Precies goed is het zelden of nooit.

Twee weken geleden stond een 49-jarige man terecht die zijn buurmeisje seksueel zou hebben misbruikt.
Dat zou zestien jaar geleden zijn gebeurd.
Man zegt dat het niet zo is.
Het buurmeisje is inmiddels een vrouw.
In haar slachtofferverklaring, gericht aan de rechters, zei ze dat de verdachte voor de buitenwacht een leuke man is.
Maar dat de buitenwacht eens weten moest.
Ze vindt dat de verdachte geen recht heeft, niet meer, op een gelukkig en zorgeloos bestaan.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden.
Het vermeende slachtoffer zal dit vast veel te weinig vinden, de ontkennende verdachte vindt het een nachtmerrie, een horrorscenario.
Maandag laat de rechtbank weten wat passend en geboden is.

Wat ik maar wil aangeven: het gaat er zo nu en dan heftig aan toe in zittingszaal 14.
Maar kijkend naar de kale cijfers, dan moet de conclusie zijn dat er laag wordt gestraft. Relatief.
Een strafzaak bij de meervoudige strafkamer (drie rechters en met als het leven goed is minimaal één rechtbankverslaggever) is landelijk gezien goed voor gemiddeld een jaar celstraf per verdachte.
In Groningen ligt dat voor dit jaar en tot nu toe op gemiddeld 7 maanden per verdachte.

Zeven is bijna de helft van een jaar.

4 onvoorw 81Dit lage cijfer komt niet omdat rechters in Groningen aardige mensen zijn.
Ze zijn in de rechtszaal niet milder dan hun soortgenoten elders.
Om die 7 maanden te kunnen verklaren kan het heel goed zijn dat in Groningen minder ernstige zaken ter beoordeling aan rechters worden voorgelegd.

Dat ‘wij’ onder het gemiddelde blijven hangen, is mooi voor hier.
Het betekent dat het elders (behalve in Drenthe) ernstiger is.

Ik verbaas mij ook daarom regelmatig over de politie die bijvoorbeeld maar blijft volhouden dat de bestrijding van mensenhandel in Groningen een speerpunt moet wezen.
Mensenhandel in Groningen bestaat – denk ik dan wel eens – alleen in de hoofden van hen die het moeten aanpakken.

Vorige maand was er een grote politie-actie in Groningen mede in verband met dit hardnekkige speerpunt.
Agenten mochten op klaarlichte dag verdacht uitziende types (figuren met haar?) in auto’s met buitenlandse kentekens willekeurig van straat plukken en deze vermeende criminelen meenemen voor controle.
Dat dit zo was en zo ging stond gewoon in de krant.
Geen burgemeester, geen geëngageerde advocaat of een andere bewaker van de openbare orde die ‘ho, ho’ riep.

De enige man (keurig voorkomen, vrijwel kaal) die zich dit jaar voor mensenhandel in Groningen moest verantwoorden, werd vrijgesproken.
Vorig jaar waren er vier verdachte mensenhandelaren, twee kregen werkstraffen, de lelijkste een celstraf van 18 maanden.

30 vonnis eis 8Rechters gaan qua lage straffen overigens niet helemaal vrijuit.
Een officier van justitie kan – binnen de regels van de wet – eisen wat hij wil, de rechters gaan in driekwart van de strafzaken onder die eis zitten.
Doen ze een keer iets meer, dan is het meestal maar een onsje.
In de ogen van rechters zijn eisen van het Openbaar Ministerie te hoog.
Al jaren doet het gerucht de ronde dat officieren van justitie bewust hogere eisen op tafel leggen omdat ze weten dat rechters stronteigenwijs zijn en bijna altijd voor lager gaan.
Of het waar is, weet ik niet.

Het komt ook voor dat het Openbaar Ministerie in de rechtszaal al met een heel lage strafeis op de proppen komt.
Wat is er dan aan de hand?
In het asielzoekerscentrum in Musselkanaal was een vechtpartij geweest met gewonden.
Twee broers kregen het aan de stok met Zaid (21) uit Syrië.
Zaid zou hebben gewandeld met het zusje van de twee broers en die wilden dat onder geen beding.
Toen de broers tijdens het biljarten Zaid zagen, riepen ze hem en kreeg hij met vlakke hand een harde klap in het gezicht.
Achteraf bleek dat de broers zich hadden vergist.
’t Was niet de verdacht uitziende Zaid die met het zusje had gewandeld.
Maar dat was achteraf.

Na de klap had Zaid geduwd en ook teruggeslagen.
Hij voelde zich bedreigd, hij was bovenop een radiator terechtgekomen waar hij met de rug tegen de muur stond.
Ineens was daar een kapper en een schaar.
Zaid zwaaide.
Stak.
Hij raakte beide aanvallende broers, de een in de onderarm, de ander in het gezicht.

Alle getuigen verklaren tegenovergesteld.
Misschien ook wel, denkt de advocaat, omdat de verbaliseerde verklaringen met tussenkomst van nogal wat tolken tot stand zijn gekomen.
De advocaat: ‘Eigenlijk weten we helemaal niks over wat er nou precies is gebeurd. Het is een dossier vol tegenstrijdigheden.’
De advocaat kreeg op basis van het dossier ook niet de indruk dat de politie het naadje van de kous had willen weten.
Voor de raadsman is het zo klaar als een klontje: zij begonnen, twee tegen een, zelfverdediging, noodweer, geen straf, klaar.

Ondanks de onduidelijkheid is er toch een rechtszaak voor de meervoudige strafkamer, drie rechters.
Voor Zaid staat het leven op het spel.
In november vorig jaar is hij via een achtbaan op duizelingwekkende wijze in Nederland terechtgekomen.
Bij een veroordeling moet hij misschien terug, terug naar de dood waaraan hij wist te ontsnappen.
Wat weten wij daar nou van?

De officier van justitie: ‘Tja, een lastig dossier.’
Het steken met scharen in armen en gezichten is doorgaans goed voor heftig strafrechtelijk geweld in de zaal.
Maar er moet ook worden gekeken naar de context van alles.
De officier van justitie: ‘Het komt erop neer dat verdachte door alle strafmodaliteiten die we hebben ernstig wordt getroffen.’
De advocaat: ‘Doe dan een ontslag van alle rechtsvervolging.’
De officier van justitie: ‘Nee. Ik eis een maand celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

Schermafbeelding 2016-06-11 om 09.43.31Een lagere strafeis kan bijna niet.
Willen rechters daar onder gaan zitten, dan moet Zaid eigenlijk een beloning krijgen en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Op 20 juni doet de rechtbank in deze kwestie uitspraak.
De kans is groot dat de gemiddeld opgelegde straf na die uitspraak daalt.

Met kale cijfers moet je wel altijd oppassen.

Wist u trouwens – het is onderzocht en uitgerekend – dat één moord de samenleving gemiddeld 3 miljoen euro kost?
Dat zal in Groningen (en Drenthe) wel weer lager zijn, maar toch…

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

rechtbankverslaggever als datajournalist

de kosten van de criminaliteit [onderzoek in opdracht wodc]

Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25

afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Niet gekker

‘Normaal ben ik niet zo.
Ik moet gewoon even
nokkie zijn geweest.’

Schermafbeelding 2016-02-27 om 18.11.43Zittingszaal 14 is de zaal van het strafrecht in Groningen.
Qua woorden die er worden gesproken is het denk ik een van de meest bijzondere zalen van heel de provincie.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan in deze zaal worden gevraagd of geantwoord.
Zou ik de president van de rechtbank zijn, dan zou ik de tekst ‘het moet niet gekker worden’ ergens laten aanbrengen.
Zo groot als maar mogelijk.

Goed, koffie mag je niet mee naar binnen nemen (een flesje water wordt gedoogd), de telefoon moet op straffe van verbanning uit en het hoofd moet onbedekt.
Petje af.
Maar er bestaan geen taboes.

Zittingszaal 14 is als zaal niet heel imposant.
De ene zijkant telt tien smalle ramen, de andere acht, maar daglicht is er nooit.
Aan weerszijden hangen grote, zwarte Sony’s aan de muur, aan eentje een goedkope klok van Blokker.
De meubels die er zijn neergezet, zijn lomp, te groot voor de ruimte die er is.
Aan de hoge muur waar het publiek naar kijkt, hangen vijf panelen, die samen een kunstwerk vormen.

De maker van die werken is de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius die in 1999, fietsend in zijn stad, door een automobilist werd doodgereden.
Hij schilderde de vijf panelen in zachte, lieflijke pasteltinten.
Daarmee wilde Hillenius tegenwicht bieden aan de harde, rauwe werkelijkheid die in rechtszalen wordt besproken.

Maandag was de kunst van de maker hartstikke nodig.
Tussen de zachte panelen hing het grote oprolbare doek voor een vertoningen.
Doorgaans worden daar slechte beelden op getoond van vage figuren die cafetaria’s overvallen.
Maar nu zagen we een erg blote vrouw, liggend op een duistere bank.
In haar stak een bierflesje dat op en neer ging.
We zagen handen aan armen die dat deden.
We hoorden gelach en iets dat klonk als kreunen.
Het duurde één minuten en vijftig seconden.

Een mannenstem luidde het einde van het ranzige filmpje in.
Rauwe stem: ‘Ik vind het nou ook wel goed zo. Ik heb genoeg gezien.’

Voordat de rechters de film startten was het publiek op de tribune verzocht de zaal te verlaten. De film zou achter gesloten deuren worden getoond.
Na de vertoning mocht het publiek weer binnenkomen.
Net toen ik wilde opstaan, sprak de rechter dat was besloten een uitzondering te maken voor de pers, dit in het belang van de openbaarheid van de rechtspraak.
En zo keek ik op maandagochtend op een doek van 3 bij 4 meter naar een bierflesje in het blote kruis van Anneke.

Er zijn drie verdachten.
Femke (26) en haar stiefmoeder Connie (42).
De armen met handen zijn van hen.
Connies hoofd komt een paar keer herkenbaar in beeld.
De derde verdachte is Ko (34).
Hij is de man van de stem en de maker van het filmpje.

De rechters zeggen dat het allemaal nogal gênant is.
Ze zeggen: ‘Maar we moeten er toch over praten.’
Femke kijkt strak voor zich uit, haar linkerhand ligt op haar zwangere buik.
Connie huilt.
Femke zal dat straks ook gaan doen.
Ko is niet komen opdagen.

Het verwijt dat aan de twee vrouwen wordt gemaakt is dat zij seks hebben gehad met iemand die wilsonbekwaam is, met iemand die onmachtig is.
Plat en niet-juridisch gezegd: ze hebben een laveloze vrouw verkracht.
En daar heeft Ko met zijn telefoon een filmpje van gemaakt.
Het was ook op zijn bank in zijn woning in het oosten van Groningen.

De rechters: ‘In hemelsnaam, waarom?’
Connie heeft het nu niet meer, haar stem stokt.
Femke komt met een gedeeltelijke bekentenis: ‘Lichamelijk was ik erbij, maar geestelijk totaal niet.’

Een en ander gebeurde in oktober 2014.
Niet lang daarna gingen er geruchten door het dorp.
En toen nog erger: het filmpje werd verspreid.
Het duurde niet lang of het halve dorp keek naar Anneke op de bank.
Zij wist zelf toen nog van niks.
Een kennis van haar vond het te gortig en stapte met zijn telefoon waarop ook hij het filmpje had ontvangen naar de politie.
Buurtagenten bekeken het, ze zagen Anneke en herkenden de stem van Femke en toen ze nog een keer keken herkenden ze ook Connie.

In maart werden ze aangehouden.
Ko ook.
Bij de politie werden uitvoerig verklaringen afgelegd.
Connie: ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
Femke: ‘Normaal ben ik niet zo. Ik moet gewoon even nokkie zijn geweest.’
Ko had bij de politie verteld dat hij filmde in opdracht van Connie.
Connie had ruzie met Anneke, ze hadden elkaar die avond ook geslagen, in de gang bij hem thuis. Ze waren toen al aangeschoten.

Connie: ‘Ik had ruzie met Anneke, Ko gaf mij toen een pilletje, om rustig te worden.’
Femke denkt dat ze flink wat cocaïne heeft gesnoven.
Ze zegt: ‘Ik weet helemaal niets meer.’
Connie: ‘Ik ook niet, maar ben wel vol in beeld op dat filmpje.’
Op haar werk hadden ze dat ook gezien.
Ze mocht vrijwillig ontslag nemen, dan kreeg ze een beetje geld mee.

Het vermoeden is dat iemand iets in het drankje van Anneke heeft gedaan.
Misschien wel GHB, raar spul dat Ko altijd in de koelkast had, wordt gezegd.

Anneke heeft geen aangifte willen doen.
Ze is bang voor represailles.
Maar de officier van justitie heeft geen aangifte nodig om de drie verdachten te kunnen vervolgen.
De beelden spreken voor zich.
Duidelijk is te zien, vindt zij, dat Anneke bewegingloos is, dus onmachtig.
Ze spreekt van ontzettend ernstige feiten die ze met alle officieren van justitie had besproken.

Gezamenlijk waren ze tot de conclusie gekomen: 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Dus ook voor Ko die alleen maar filmde, ook voor Femke die hoogzwanger is.

De advocaten doen wat ze moeten doen.
Ze proberen de scherpe kanten eraf te halen.
Misschien bewoog Anneke toch wel een beetje en was ze helemaal niet zo laveloos van de drank en drugs.
Misschien was het wel een seksueel experiment van volwassenen met een slokje op.
Strafbaar is het dan niet, zegt de ene advocaat.
De andere: ‘Het is gebeurd, iedereen dronken, iedereen onder invloed, dan dient straf geen doel.’

Zij die weten dat ik in zittingszaal 14 kom vragen soms wat nou de ergste zaak is geweest, de meest heftige zaak, die ik heb gevolgd.
Dat is moeilijk te zeggen, antwoord ik dan.
Omdat ik inmiddels weet: het kan altijd nog gekker.

Rob Zijlstra

De beste kok

‘Ze proberen me te fucken.
Ik ben geen snitch, ik heb niks
tegen die agent gezegd, hij
zit gewoon dom te lullen.’

 

Schermafbeelding 2016-02-05 om 00.01.54De zoekterm ‘liegen’ levert op het internet van Google een zee aan wetenswaardigheden en intrigerende verhalen op.
Liegen is gezond en liegen is leuk, zonder leugens komt het grote raderwerk dat de samenleving in beweging houdt abrupt tot stilstand.
Het is ook daarom dat de mens slecht is in het herkennen van leugens.

Het is zelfs zo dat ‘professionele leugenontmaskeraars’ – als politiemensen en rechters – in testen niet beter scoren in het vaststellen van leugens dan ‘gewone’ mensen.

De goedopgeleide Gert (47) uit Drenthe wordt verdacht van ontucht met twee dochters van zijn nieuwe partner die hij via een datingsite had leren kennen.
Omdat hij als gevolg van een stukgelopen relatie dakloos was geworden, trok hij al snel bij haar in.
Het leek zo leuk, ook zij leek leuk, maar het werd al snel een hel in Leek, zei Gert.
De nieuwe liefde bleek een zuipschuit met een kwade dronk.
Toen hij twee jaar na binnenkomst de benen nam, deden de dochters aangifte van seksueel misbruik.

De politie deed onderzoek en de kwestie belandde bij het Openbaar Ministerie.
Door het systeem kwam het strafdossier op een plank terecht waar het een paar jaar bleef liggen.
Gert ontkent het misbruik.
Hij zegt op de eerste donderdag van februari 2016 dat hij de kinderen in 2007 en 2008 niets heeft aangedaan.

Liegt hij?
Of liegen de inmiddels volwassen kinderen?
De officier van justitie weet het niet en vraagt – want dat is dan de consequentie – de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Ze voegt er nog wel aan toe: ‘Daarmee wil ik niet beweren dat de kinderen liegen.’

De advocaat van Gert heeft de moeder van de kinderen wel op flinke onwaarheden betrapt.
Om de politie een idee te geven hoe een smeerlap die Gert wel niet was, had ze verhalen die hij had geschreven aan de politie gegeven.
Fantasierijke seksverhalen.
De advocaat was samen met Google gaan zoeken en ontdekte dat de verhalen afkomstig waren van allerhande sekssites.
De nieuwe liefde had honderden pagina’s digitaal geknipt en geplakt en toen uitgeprint.
Die moeder is zelf een gemeen liegbeest, zei (in vrije vertaling) de advocaat.

Dat was ’s middags.
In de ochtend hadden de rechters Duman (51) het vuur na aan de schenen gelegd.
Duman zou iemand een vuurwapen op het hoofd hebben gezet.
Die iemand deed aangifte waarop de politie Dumans woning doorzocht.
Het wapen werd niet gevonden.
Agenten vonden wel iets anders: in de stofzuiger vonden ze 34.000 euro aan contanten.

De rechters willen weten of Duman dat kan uitleggen.
Hij vertelt dat hij 30.000 euro had geleend van zijn vader.
De rest is spaargeld.
Duman werkt in een shoarmazaak in Groningen waar hij niet veel verdient, maar waar hij wel royale fooien krijgt, genoeg om te kunnen sparen.
De rechters moeten weten dat Dumas kok is, niet zomaar een kok, maar een heel goede.
Daarom wil hij een eigen eethuisje beginnen.
Vandaar die lening.

Op de toon van ‘en dat moeten wij geloven’ blijven de rechters maar vragen stellen.
Los van legale inkomsten, is in vier jaar tijd opgeteld 55.000 euro op Dumans bankrekening gestort.
Wat is dat dan?
Duman zegt dat mensen soms geld van hem lenen.
Krijgt hij zijn geld terug, dan stort hij het weer op de rekening.

Tijdens de huiszoeking vinden agenten een boksbeugel, een verboden wapen.
Wat hij daarmee moest?
Duman: ‘Daarmee trek ik auto’s achteruit.’
Rechters: ‘Uh?’
De rechters merken vervolgens op dat in zijn schuurtje spullen zijn aangetroffen die je ook wel tegenkomt in hennepkwekerijen.
Duman: ‘Ik verhuurde mijn schuurtje.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’

De man die hij zou hebben bedreigd, vertelde aan de politie dat hij niet langer hennep wilde telen, dat hij daarom werd bedreigd.
De rechters lezen in het dossier dat Duman een paar keer is veroordeeld in verband met drugs, dat hij zelfs al eens in Duitsland heeft vastgezeten.

De officier van justitie concludeert dat alles aanwezig is om gerechtvaardigd te kunnen denken dat Duman zich bezighoudt met witwassen van crimineel geld.
De eis: drie maanden gevangenisstraf.

Houding en lichaamstaal kunnen de liegende mens verraden.
Scar (21) en Face (22) zijn twee jonge ganstermannen die worden verdacht een ov’tje te hebben gezet, in dit geval de overval (ov) op cafetaria Plaza in Groningen.

Scar zit slungelig en onderuitgezakt in de verdachtenbank, dan weer ligt zijn hoofd op het tafelblad, alsof hij slaapt.
Face heeft een wat actievere zit, maar hij is dan ook een battle-rapper.
In hun gezichten sieren kleine tatoeages.
Met messen zouden ze de eigenaar en een medewerkster hebben bedreigd.
De overvallers gingen er vandoor met de kassalade en 640 euro.

Het gebeurde in oktober 2014, in april vorig jaar werden ze opgepakt.
Scar en Face zeggen dat ze met deze overval niets te maken hebben.
Ze liegen niet.
Ze zwijgen.
Waarom?
Omdat dat mag.
Face wil naar huis, want hij gaat niet zitten voor iets wat hij niet heeft gedaan.
Scar zit al in de gevangenis wegens een gewapende overval in Delfzijl waar hij drie jaar voor kreeg.

De officier van justitie wil daar nog eens achttien maanden aan toevoegen.
Overweldigend is het bewijs niet.
Maar Scar vindt het best, hij zit zijn tijd wel uit.
Daarna gaat hij weg.
Zegt: ‘Nederland is een zogenaamd vrij land, maar als je wilt werken en je hebt een strafblad, dan maak je geen kans.’
Nederland, zegt Scar, is een land van mooie praatjes.

De rechters: ‘Ze zeggen dat het erg slecht met u gaat.’
Scar haalt de schouders op, gaapt, kijkt weg en zegt: ‘Och, ik adem.’

Face, die al eens een enkelbandje doorknipte, krijgt een strafeis van vier jaar om de oren geslingerd.
‘Tsss.’

In het cellencomplex van de politie werd een undercover-agent op hen afgestuurd.
Nietsvermoedend zouden ze op de luchtplaats tegen de liegboef belastende woorden hebben gesproken waardoor ze nu in de penarie zitten.
Face: ‘Ze proberen me te fucken. Ik ben geen snitch, ik heb niks tegen die agent gezegd, hij zit gewoon dom te lullen.’

Dat liegen van nature een heel menselijke eigenschap is, is in de rechtszaal knap lastig.
Scare en Face doen wel ontzettend stoer, maar zijn misschien wel goudeerlijk, terwijl de hoogopgeleide bleue Gert best de berekende minkukel kan zijn.
Ook met Duman kun je alle kanten op.
Misschien liegt hij wel en is hij helemaal niet zo’n goede kok die hij zegt te zijn.

Rob Zijlstra

update – 16 februari 2016 – uitspraken
Gert is vrijgesproken, dat was niet een heel grote verrassing. En ook niet dat Scare en Face zijn veroordeeld. Scare heeft de geëiste  18 maanden gekregen, die komende dus bij de 3 jaar die hij al eerder had ontvangen. Face is veroordeeld tot 3 jaar celstraf.

Kind van de rekening

Hij vraagt aan de rechters
of die wel eens dronken zijn?

Schermafbeelding 2015-12-10 om 19.47.23Het is zonder twijfel heel sneu dat al die bekenden van de politie in Amsterdam op straat worden doodgeschoten.
Maar de echte slachtoffers van de criminaliteit zijn zij die er niets aan kunnen doen: kinderen.

Donderdag stond een man, een vijftiger uit Drenthe, voor het denkbeeldige hekje in zittingszaal 14.
Eerder stond hij als onderwijzer voor de klas.
Na een veroordeling wegens ontucht en het in bezit hebben van kinderporno – eerder is al jaren geleden – leek het hem niet verstandig terug te keren in het onderwijs.
Ook zijn activiteiten bij verengingen had hij beëindigd, want stel dat het uit zou komen.
Sindsdien brengt hij bij u thuis stilletjes de folders rond, ’s middags bij een enkeling de avondkrant.

Het is niet best, maar dat weet hij zelf nog niet.
Hij had destijds anderhalf jaar in de gevangenis gezeten.
Daarna viel hij in handen van de hulpverlening.
De geconsumeerde hulp werkte als een aspirientje, niet heel lang.
Al snel zat hij hulpeloos een paar keer per week als een eenzame man achter het beeldscherm, op zoek naar kinderen in situaties waarin die gruwelijk werden misbruikt.
Het allerliefst vond hij misbruikte jongens tussen de 8 en de 14 jaar.
Toen hij eens een paar verboden foto’s verstuurde – naar iemand – ging er bij Google een rode lamp branden.
De afdeling Big Brother van Google belde de politie en verstrekte informatie over de afzender van de onderschepte e-mail.
En zo gebeurde het dat in december vorig jaar twee agenten bij Jan (58) op de stoep stonden.

Hij zegt tegen de rechters – opgelucht omdat hij er nu over kan praten – dat zijn pedofiele gevoelens het hebben gewonnen van het gezonde verstand.
Jan – daar zijn er heel veel van, dus dat kan best – had na zijn aanhouding onmiddellijk de huisarts gebeld.
Hij wilde nog een keer hulp.
Sinds april zit hij in therapie, drie dagen per week.
Hartstikke leuk.
‘Je zit in een groep met mannen met hetzelfde. Dan praten we en dan houden we elkaar scherp.’

Of hij al vorderingen maakt?
Enthousiast: ‘Ja, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben.’
Jan heeft met zijn therapeutische mannenpraatgroep een nieuwe invulling van zijn leven gevonden.

De officier van justitie kijkt niet vol begrip.
Ze kijkt boos en zegt dat achter ieder plaatje een misbruikt kind schuilgaat.
Ze zegt: ‘Dit moet ik toch even kwijt. Voor uw gerief zijn er zeker duizend kinderen verkracht en ernstig misbruikt.’
De officier van justitie hekelt het feit dat Jan pas onmiddellijk de huisarts belde nadat de agenten hem met zijn nieuwe misdaad hadden geconfronteerd.
‘Die anderhalf jaar celstraf die u al eens heeft uitgezeten, was u kennelijk vergeten.’

Misschien dat Jan had gerekend op een werkstraf, misschien had de praatgroep dat wel voorspeld. De reclassering had het in ieder geval geadviseerd.
De boos kijkende officier van justitie zegt dat ze van het advies gaat afwijken.
Jan schrikt zichtbaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, een half jaar voorwaardelijk, een proeftijd van tien jaar.

Kinderen zijn op allerlei manieren misdaadslachtoffers.
Deze week kreeg de 21-jarige Gerko uit Groningen tbs met dwangverpleging.
Dat is niet niks.
Er zijn kinderen die niet opgroeien, maar moeten overleven, kinderen die geen opvoeding krijgen.
Bij wie rust en reinheid is vervangen door drank en drugs, waar regelmaat staat voor de grootst mogelijke rottigheid.
Dat geldt voor Gerko.
Er zijn veel Gerko’s in Groningen en Drenthe en daarbuiten.
Ook mannen als Jan zijn geen uitzondering.
In de rechtszaal zijn mannen als Jan zelfs de meest trouwe klanten.

M. is geen slachtoffer.
M. heeft een ontzettend goed contact met haar moeder.
Ze deden samen altijd leuke dingen.

Dat zegt moeder Joke tenminste.
Moeder Joke is verdachte en dat snapt ze dus niet.
Haar dochter M. had de aangifte toch ingetrokken?
Hoe dan verdachte?
Dat haar dochter een schadeclaim heeft ingediend van tien miljoen euro, vindt zo ook al zo raar.
Tien miljoen!

Ook André – hij zit naast zijn (ex-)vriendin Joke, ook als verdachte – begrijpt er niks van, maar dat is vooral omdat hij niets meer weet.
Hij vraagt aan de rechters of die wel eens dronken zijn?
Want dan weten ze dat je dingen kunt vergeten.

Joke zegt dat ze haar dochter nooit heeft gedwongen.
André: ‘Kijk, als je dronken bent, dan kun je ook niet meer nadenken, dat is een nadeel.’
Joke zegt dat het één keertje is gebeurd.
Andre: ‘Ja, ik lust ’m dus wel.’
Joke: ‘Ze deed het vrijwillig. En ze vond het ook niet erg. Ze had er plezier in. Er zijn foto’s gemaakt toch? Dan kunnen jullie zien dat ze lacht.’

De rechters vragen aan André: ‘U heeft die foto’s gemaakt?’
Andre haalt de schouders in zijn ruime Adidas-trainingspak op: ‘Ik was dus dronken.’
Rechters: ‘Maar u was toch ook wel eens een dag nuchter?’
André denkt even na en zegt dan: ‘Dat weet ik niet meer.’
En die foto’s?
’t Zou kunnen.

Het is een verhaal vol rottigheid, nog veel meer dan hier staat verwoord.
Joke ontving klanten thuis of in het vakantiehuisje in het Stadspark in Groningen.
Op een dag was dochter M. na allerlei omzwervingen weer bij haar komen wonen, M. was toen 17 jaar.
Dochter zag wat moeder allemaal uitspookte, ook voor de webcam.

En toen moest ze meedoen, samen met haar moeder.
Ze zou de helft van het geld krijgen.
Maar ze kreeg niks.
Ja, ze kreeg een keer een Blackberry en later Binky, een hondje.
Maar die moest ze terugbetalen.
Dat kon best, want er kwamen soms meerdere mannen op een dag bij Joke.
In het strafdossier zitten daarvoor de bewijzen, de foto’s bijvoorbeeld die André maakte.
Daarop is te zien hoe moeder en dochter, zoals Joke het zei, samen leuke dingen doen.
André: ’Pfff. Ik heb haar niet aangeraakt. Dat weet ik nog wel.’

De officier van justitie: ‘Het is uitbuiting. Dochter M. was onder invloed van drank en wiet heel gemakkelijk te beïnvloeden, onder invloed werd ze een gewillig slachtoffer. Om maar geld in het laatje te brengen. Het gemak waarmee een ouder over morele grenzen heenstapt zodra er geld kan worden verdiend, is schokkend.’

Joke en Andre horen een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Daarnaast heeft M. als kind van de rekening recht op een financiële compensatie.
Geen tien miljoen, maar 5.000 euro, zegt de officier van justitie, zou billijk zijn.

Rob Zijlstra

update – 21 december 2015 – uitspraken
Moeder Joke heeft een straf gekregen die gelijk is aan de tijd dat ze al heeft vastgezeten: 44 dagen. Uitbuiting in de sfeer van mensenhandel acht de rechtbank niet bewezen. Wel: ontucht met een minderjarig eigen kind. Maar om de vrouw nu terug te sturen naar de gevangenis (consequentie van de strafeis) vinden de rechters niet gepast. Immers, moeder en dochter hebben weer een goede relatie. Komt bij: de zaak is veel te oud voor een zo zware vrijheidsstraf. Dit is het zoveelste vonnis van de rechtbank dit jaar waarbij de straf aanzienlijk lager uitvalt vanwege het tijdsverloop.
Stiefvader André kreeg ook geen twee jaar cel, maar moet 60 uur werken voor niks. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen ontucht. Medeplegen is de zwaardere variant van medeplichtigheid.
De schadeclaim is afgewezen. Die tien miljoen sowieso Maar ook de door het OM voorgestelde 5.00o euro. Dochter moet naar de burgerrechter wil ze geld zien.

update – 24 december 2015 – uitspraak
Jan is ook veroordeeld en mag in zijn handen knijpen: 12 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op de maximale periode van 10 jaar. Het feit dat Jan (opnieuw) hulp heft gezocht is voor de rechtbank aanleiding om niet mee te gaan in de eis van het Openbaar Ministerie.

 

De hufter

leeswaarschuwing: dit is tamelijk heftig

Ik ben niet van de zwaarste straffen.
En liever ook niet van geroeptoeter.
Ik vind de uitspraak dat je soms (vaker) moet zwijgen omdat je anders niet hoort wat anderen te zeggen hebben, een heel waardevolle.
Ik vind ook dat bijzondere momenten niet stil verzwegen, maar benoemd moeten worden.
Donderdag had ik een bijzonder moment.

Ik zat achter een van de allergrootste hufters die ik ooit heb moeten meemaken in de rechtszaal.
Uren na de zitting hoopte ik nog steeds dat de rechtbank over twee weken een veel zwaardere straf oplegt dan de eis van de officier van justitie.

Zo, dat is eruit.

Naast mij zaten de vader en de moeder.
Knokkend tegen het bijna onmogelijke in de gegeven omstandigheden: rustig blijven, rustig blijven.
Toen de vader zich eenmaal even liet gaan, hij sprak één woord, een woedewoord dat aan zijn mond ontsnapte, werd hij direct terechtgewezen door de rechters.
Bars klonk het: ‘U moet uw mond houden.’

Rustig blijven.

De moeder vocht om niet te schreeuwen, zij liet haar tranen stromen.
Dat mocht nog wel.
De moeder en de vader hielden, onzichtbaar voor de rechters, elkaars handen vast.
De vader balde zijn vrije vuist, een vuist die hij op het tafelblad liet rusten, die hij soms wel door het blad leek te willen duwen.

Rustig blijven.
Mond houden.

De hufter die voor mij zat, die ook vlak voor de vader en de moeder zat, is misschien wel de allerergste Groninger die bestaat zonder dat ik daar enig bewijs voor heb.
Hij gaf het zelf wel toe: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: ‘Waarom?’
Jakob: ‘Achteraf bezien had het niet mogen gebeuren.’
Rechters: ‘Nee. Ja. Nogmaals, waarom?’
Jakob: ‘Ze vond het geen probleem.’
Rechters: ‘Ze was 12.’
Jakob: ’Ik dacht 13’
Rechters: ‘Waarom? Was het geilheid?’
Jakob: ‘Ja, ik denk het wel.’

Jakob, een man van 44 jaar, heeft een meisje van 12 jaar verkracht.
Hij deed dat drie keer op één dag.
Als de rechters vragen of er niet één moment is geweest die dag, een moment waarop hij dacht, waar ben ik godsnaam mee bezig, zegt hij: ‘Nee, niet op dat moment.’

Jakob heeft geen vrienden.
Gelukkig maar.
Wel heeft hij al tien jaar een eigen onderneming met een vergunning van de gemeente Zuidhorn.
Hij heeft een escortbureau.
Hij is er, zegt hij, 24 uur per dag mee bezig.

Op een dag plaatse hij een advertentie op een website voor meer voor mannen
Gezocht: een tienerhoer en een seksslavin.
Hoe bizar, maar zij reageerde.
En hij weer op zijn beurt.
Ze schreef dat ze 17 was, al bijna 18.
Hij schreef terug dat ze dan niet voor zijn escortbureau kon werken.
Dat ze nog twee maandjes moest wachten.
Jakob had een ander voorstel: ze kon privé wel iets betekenen, dan werd ze zijn kindhoer.

Het kleine meisje, met grootse kinderproblemen, zei dat ze dat wel wilde.
Ze schreef een briefje voor haar ouders dat ze zelfmoord ging plegen en stapte bij Jakob in de auto.
Dat was in Amersfoort.
Samen reden ze terug richting Groningen, richting Zuidhorn en dan naar waar hij woont.

Op de eerste de beste parkeerplaats na Amersfoort richting Zwolle verkrachtte hij haar in de auto.
Daarna reden ze verder.
Ter hoogte van Spier gingen ze samen het bos even in.
Het regende.
Staand tegen een boom moest ze hem pijpen.
Hij trok aan haar lange haren.
Rechters: ‘Ze moest uw sperma doorslikken.’
Jakob: ‘Dat had ik vooraf gevraag, of ze dat wel wilde. En dat wilde ze wel.’

Rustig blijven.

Toen ze in zijn woning kwamen, stuurde Jakob zijn Poolse slavin naar buiten – ga de hond uitlaten! – om zich op zijn kamer met sm-attributen voor de derde keer die dag te vergrijpen aan het meisje van 12 jaar.
Terwijl hij dat deed ging in Nederland een Amber-alert de lucht in.

Jakob zegt tegen de rechters dat het meisje thuis problemen had.
Door haar daar weg te halen had hij haar toch ook een beetje geholpen.
De rechters zeggen dat hij wist van het briefje over zelfmoord.
Ze vragen: ‘Er niet bij stilgestaan dat haar ouders doodsangsten uitstonden?
Jakob: ‘Nee, dat kwartje is niet gevallen.’

Niets zeggen.

Toen hij klaar was met verkrachten bracht hij het meisje terug naar huis.
Ze mocht niks zeggen.
Gelukkig deed ze dat wel.
Ze vertelde alles.
Daarna moest ze naar het ziekenhuis.

Moeder zegt in de rechtszaal: ‘Ik had een dochter met twinkelingen in haar ogen. Nu is mijn dochter een rugzakje.’
Moeder zegt dat ze er alles aan zal doen om haar kleine dochter een mooie jonge vrouw te laten worden.
De vader zegt niets.
Hij probeert nog steeds rustig te blijven

Deskundigen zeggen dat de kans op herhaling op korte termijn gemiddeld hoog is, maar op lange termijn hoog.
Jakob zegt dat hij het heel erg heeft gevonden dat zijn moeder is overleden terwijl hij in de gevangenis zat.
Het is een narcistische man, zeggen de deskundigen.
De officier van justitie zegt dat er naast straf een behandeling moet komen.
Ze zegt: ‘Hoe geringer de interne motivatie, hoe groter de externe justitiële druk moet zijn.’
Jakob zegt dat hij het daar mee eens is: ‘Ik sta daar wel open voor.’
.
De officier van justitie eist 42 maanden celstraf.
Waarvan 12 voorwaardelijk.
Dat is dertig maanden netto.

Rustig blijven.

Rob Zijlstra

update – 3 december 2015 – uitspraak
Jakob is veroordeeld. De rechtbank acht verkrachting niet bewezen, maar wel de ontuchtige handelingen. Maar hoewel de rechtbank de gebeurtenissen juridisch een iets lichtere kwalificatie geeft, heeft dat geen gevolgen voor de straf: die is conform. Om daarmee de ernst van de zaak te onderstrepen. 42 maanden waarvan 12 voorwaardelijk, wat betekent dat Jakob netto dertig maanden moet zitten. Die 12 voorwaardelijke maanden blijven hem gedurende de proeftijd van vijf jaren bovenste hoofd hangen.

Affreuze mannen

daar is het hem om te doen, om de schrikreactie

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.38.03De houten deur van zittingszaal 14 zwaait open.
De bode verschijnt in de deuropening om de volgende strafzaak aan te kondigen.
De zoveelste.
Met luide stem roept de dienaar de naam van de verdachte door de wachtruimte.
Otto X. mag binnenkomen.
Er gaan 23 mannen staan.

Er is er maar één Otto X.
Dat is de man die 41 jaar is en uit het oosten van Groningen komt.
Op het internet geeft hij zich bloot.
Ik lees dat hij actief is in een seizoensvereniging, dat het huis van zijn buren te koop staat, dat hij op Twitter het ‘weer online’ en ‘slechte grappen’ volgt en dat hij iets heeft met erotische kledij.
Ook is te lezen waar hij werkt, waar hij heeft gewerkt en wie zijn digitale vrienden zijn.
Otto is op eigen initiatief naar de huisarts gegaan voor hulp.

De andere mannen die gaan staan, zijn leden van de Koninklijke Marechaussee die ter lering (en vermaak) een middagje rechtbank doen.
Ze volgen het proces vanaf de publieke tribune.
Ik denk dat ze nu nog steeds over Otto praten en slechte grappen over hem maken.
‘Even-een-ottootje-doen’.

Verdachte Otto zegt zachtjes tegen de rechters dat hij zich schaamt.
De rechters: ‘Met al die priemende ogen in uw rug snappen we dat. Toch moeten we het er over hebben.’
Dat snapt Otto op zijn beurt ook wel.
Hij heeft een goede opleiding genoten, lees ik.

Otto is een schennispleger.
Hij schendt de goede eer van jonge meisjes.
Dat doet hij bij voorkeur ’s ochtends.
Dan stapt hij in het oosten van Groningen in zijn grote zwarte auto om naar het noorden te rijden, richting Delfzijl, richting Eemshaven en soms nog verder, soms helemaal tot aan Warffum aan toe.

Hij zoekt jonge meisjes, meisjes van een jaar of 14, 15, 16 op de fiets bijvoorbeeld.
Of naar meisjes in die leeftijd die in hokjes staan te wachten op de bus.
Een hele groep meisjes bij elkaar is voor hem niet interessant.
Het liefst heeft hij twee meisjes tegelijk.
Dan is de kans dat ze schrikken groter.
Daar is het hem om te doen, om de schrikreactie.
Daar raakt hij opgewonden van.
Zijn ze eenmaal zichtbaar geschrokken, dan knoopt hij de broek dicht en geeft hij gas.

Wat hij ook doet is gewoon heel langzaam langs een of twee nietsvermoedende meisjes rijden.
Dan zit ‘ie in zijn blote reet achter het stuur en dan bevredigt hij zichzelf.
De rechters: ‘En dan met één hand aan het stuur?’
Ja.

Op zijn werk kan hij best een uurtje later verschijnen, want hij doet er belangrijke zaken.
Het is wel werk vol stress.
Daardoor komt het ook een beetje, zegt hij tegen de rechters.
‘Beetje stoom afblazen.’
Verder heeft de scheiding hem geen goed gedaan.

In maart wordt hij betrapt en neemt de politie hem mee.
Hij zit een nacht vast.
De huisarts wil wel helpen.
Klein probleempje: er bestaat een lange wachtlijst voor hulp aan zedendelinquenten.
De officier van justitie zegt dat het in het belang van de samenleving is dat Otto de behandeling krijgt die hij moet hebben, zodat hij stopt met deze gekkigheid.
De eis: een werkstraf van honderd uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Met een vrijwillig verplichte behandeling.
Doet hij die niet, dan moet hij de twee voorwaardelijke maanden alsnog uitzitten.

Het kan nog gekker.
Dat blijkt als Freek op de stoel gaat zitten waar later Otto plaatsneemt.
Ook Freek (43) uit de Betuwe heeft het zwaar.
Scheiding (ook al), drukte en stress want zeker zestig uren werken per week (wat is dat toch?), spelen een rol.
De advocaat: ‘Maar mijn cliënt heeft niet de intense slechtheid gehad het meisje te beschadigen.’

Freek zoekt in zijn schaarse vrije tijd vertier op ‘chatten met vreemden’, dat is een website die bestaat.
Zo komt hij in contact met haar.
Ze wisselen als vreemden telefoonnummers uit en vervolgen hun gesprekken via WhatsApp.
Freek: ‘Het waren nietszeggende gesprekken, wat ik aan het doen was, wat zij aan het doen was.’

Rechters: ‘U wist dat ze 14 jaar was?’
Freek: ‘Ze zei dat ze 15 was.’
Rechters: ‘Waarom blijft u in gesprek met een meisje van 14, 15 jaar?’
Freek: ‘Ik ben stom geweest.’

Het meest stomme moet nog komen, dat komt nu.
Freek appt dat zij een foto moet sturen.
Doet ze.
Hij vraagt om meer en zij stuurt meer.
Hij zegt dat ze er leuk uitziet en zij stuurt foto’s met het shirt omhoog.
Daarna begint hij te dreigen (dat zegt zij) en daarom stuurt ze bang een paar heul blote foto’s.
Freek zegt dat hij de foto’s bekeek en die dan weggooide.

Op een dag is zij spoorloos verdwenen.
Ze is niet bij het vriendinnetje bij wie ze zou slapen.
Er komt een actie via Burgernet.
Het vriendinnetje vertelt aan de moeder dat er een oudere man is.
Moeder gaat zoeken.
Op de computer van dochterlief vindt ze de blote foto’s.
En foto’s van een man met een erectie en een tepelpiercing.
Freek.

Hij zegt: ‘Mijn huwelijk was ook niet zo goed.’
Rechters: ‘Heeft u haar ook bedreigd? Gedreigd foto’s van haar online te zetten?
Freek: ‘Absoluut niet.’
Rechters: ‘Het blijft vreemd.’
Freek: ‘Ik had de contacten moeten verbreken.’

De rechters vragen wat een gevangenisstraf voor hem betekent.
Freek: ‘Het einde.’
Hij bedoelt de negatieve variant.
Op zijn werk weten ze van niets.
Hij zal ontslagen worden.
Dan is hij ook zijn huis kwijt.
En zijn zoon van 12 met wie hij na de scheiding net weer wat contact heeft.
En zijn nieuwe vriendin zal ook een ex worden.

De officier van justitie wikt en weegt.
Blote foto’s van minderjarigen in een seksuele context heet kinderporno.
Hij benoemt het belang van de wet, de wet die kwetsbare kinderen – alle kinderen – beschermt tegen affreuze mannen als Freek.
De aanklager zegt dat als je het positief bekijkt het hier net goed is gegaan.
Er is geen fysiek contact geweest.
Toch moet er worden afgerekend.
Genoegdoening en preventie bij elkaar opgeteld levert een eis op van een werkstraf van 180 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

Mannen als Otto heb je liever binnen als de tieners ’s ochtends vrolijk en uitgelaten over ’s lands wegen en paden naar scholen fietsen.
Maar ook binnen is er vandaag de dag een boze buitenwereld.

Rob Zijlstra

update – 26 november 2015 – uitspraken
Otto X. is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en 2 maanden voorwaardelijke celstraf. De proeftijd is standaard: 3 jaar. Ook de straf voor Freek is iets lager: 120 uur en 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd idem.

Schermafbeelding 2015-11-15 om 01.37.52

 

 

De slachtofferverklaring

ze spreken omdat ze niet willen zwijgen

Schermafbeelding 2015-10-17 om 11.59.18Er was een signalement van de aanrander op de scooter.
Een forse man met een boos gezicht, een rokersstem, lange nagels, dikke handen, hangwangetjes, grijze snor.
In juni werd hij opgepakt.

Hij heet Mark en is 49 jaar.
In 2009 werd hij veroordeeld tot dertig maanden celstraf omdat hij in 2008 acht vrouwen had aangerand in de omgeving van de Stadsschouwburg in Groningen.
Mark zei toen tegen zijn rechters dat hij spijt had en dat het niet nog een keer zou gebeuren.
Die woorden herhaalde hij deze week.
Opnieuw spijt en weer nooit meer.

In 2013 zou hij in Friesland tenminste zeven jonge vrouwen hebben aangerand.
En in de eerste helft van dit jaar sloeg hij toe in de regio Emmen en Odoorn: dertien jonge vrouwen werden het slachtoffer.

Ik kan het hier allemaal opschrijven.
Over wat de rechters vroegen en wat Mark dan onhandige antwoordde.
Over wat de officier van justitie zei, de advocaat.
Over de deskundigen die spraken over frotteurisme en dat het behandelplafond is bereikt.

En dat er nog geen strafeis kan worden geformuleerd.
Dat de strafzaak daarom in januari wordt voortgezet.

In de rechtszaal zat een machteloze vader die wel van alles zou willen zeggen tegen die rotverdachte, maar dat niet mag zeggen van de rechters. Hij zei nog wel: ‘Weet jij wel wat je hebt aangericht? Besef je dat wel?’
De rechters: ‘Duidelijk, klaar.’
Rechters moeten verdachten die nog niet zijn veroordeeld ook een beetje beschermen,

In de rechtszaal zaten de slachtoffers, de jonge vrouwen.
Zij spreken omdat ze niet willen zwijgen.
Ik luisterde.

Ik weet het nog precies, en ik denk ook niet dat ik het ooit zal vergeten. Het was een donkere dinsdagochtend in februari, en ik fietste zonder zorgen naar school. Ik was net zestien geworden, en stond stralend in het leven. Zoals altijd als ik alleen moest fietsen had ik muziek op. Mijn lievelingsnummer. Terwijl ik heel zachtjes meezong zag ik jou aankomen op een pikzwarte scooter. En hoewel het heel donker was zag ik meteen dat je naar me keek.

De rillingen schoten over mijn rug. Ik wist dat op deze weg naar school weleens meisjes waren aangerand. Maar zoals heel veel andere meisjes dacht ik: dat overkomt mij heus niet. Maar toen ik jou zag begon in meteen te twijfelen. Dit voelde écht niet goed. Toen reed je me voorbij en hoopte ik dat je snel door zou rijden. In de verte zag ik het paadje al waar dit donkere bospad zou eindigen en ik tussen de huizen zou fietsen. Nog maar even, dan ben ik niet meer alleen, hield ik mezelf gewoon voor.

Maar toen ik achterom keek zag ik waar ik al zo bang voor was. Jij reed helemaal niet door, maar je keerde om en kwam achter me rijden. En dat was het moment waarop ik wist dat ik me twee keer had vergist. Één om te denken dat mij dit toch niet overkwam; en twee dat ik het einde van het bospad zou halen. Het was ook het moment waarop ik accepteerde dat me iets stond te gebeuren wat ik absoluut niet wilde.

Ik weet niet hoelang je daar achter me bleef rijden, terwijl ik doodsbang was voor wat je met me ging doen. Het leken wel uren, maar het kunnen maar hooguit dertig seconden geweest zijn. Ik bleef gewoon doorfietsen, iets anders kon ik niet. En toen gaf je gas en reed je ineens naast me, terwijl je me aankeek en je hand in de richting van mijn borst ging. Maar toen je mijn lijf aanraakte verdween mijn angst voor heel even en kwam er enorme kwaadheid voor in de plaats.

Met alle kracht die ik had duwde ik je in je gezicht van me af. Ik kon mijn evenwicht door die duw niet bewaren en viel in de berm. Ik zag hoe jij je evenwicht nog wel kon bewaren en dat je een paar meter verderop stil stond. Ik kwam zo snel als ik kon overeind terwijl ik de pijn in mijn knie probeerde te negeren. Terwijl ik huilend schreeuwde dat je weg moest gaan rende in een stuk naar de autoweg toe.

Ik weet nog dat je naar me om keek, me even recht aankeek en toen wegreed. Ik stopte met rennen en keek je na tot ik zeker wist dat je echt weg was. Ik had nog steeds mijn lievelingsnummer op. Maar het is mijn lievelingsnummer niet meer, want sinds die ochtend moet ik altijd huilen als ik het hoor.

Die ochtend heeft mijn moeder me opgehaald, nadat ik haar gebeld had toen ik bij mijn fiets stond. Toen ik haar belde was ik zo overstuur dat ze niet eens kon horen wie ze ervoor had: mijn jongere zusje of ikzelf. Toen ik iets rustiger werd en ik kon vertellen wat er gebeurd was, kwam ze meteen naar me toe. Toen ik uiteindelijk thuiskwam stond er politie op me te wachten, aan wie ik alles precies moest uitleggen.

Ik deed dat zo goed als ik kon, om snel klaar te zijn. Want ik wilde maar één ding: helemaal schoon in mijn bed liggen. Dus toen ik klaar was ging ik naar boven om meteen onder de douche te gaan. En toen ik daarna in bed lag trok ik de dekens over mijn hoofd omdat ik wilde slapen en alles wilde vergeten. Maar ik kwam erachter dat dat niet ging, want toen ik wakker werd was het het eerste waaraan ik dacht. En dat was nog maar het begin van alles wat er daarna veranderd is.

Mijn gevoel van veiligheid, dat voorheen prima was, was totaal verdwenen. Ik durfde niet meer alleen te fietsen, durfde niet meer door het donker en zelfs in mijn eigen huis en mijn eigen kamer, met mijn familie of vrienden om me heen, vond ik het donker vreselijk. Als ik ’s avonds in bed lag en eraan dacht zei ik soms zachtjes: ‘Ik ben aangerand.’ En dan kon ik niet geloven dat ik het over mezelf had, omdat ik voorheen zo’n heerlijk onbezorgd leventje had.

En scooters, wat een hekel kreeg ik aan dat geluid. Alleen al bij het geluid van een scooter sloeg mijn hart over en wilde ik de benen nemen. Zoals ik vroeger blij en vrolijk was was ik nu verdrietig. Omdat ik dagenlang aan niks anders dacht, en in de les zat terwijl ik tegen mijn tranen vocht.

Maar het ergste vond ik nog wel dat ik onbekende mensen niet meer normaal aan kon kijken. Zouden ze zomaar aan me zitten? Kon ik ze wel vertrouwen? Gedachtes die ik vroeger nooit had, waar ik nu ineens over nadacht, terwijl ik er helemaal niet over wilde nadenken.

En dan ook nog eens school. Ik haalde slechte cijfers voor vakken die ik prima kon, waardoor ik afgelopen jaar met de hakken over de sloot over ben gegaan naar het vijfde jaar. Ook zag ik elke dag op tegen dat bospad, waar ik toch echt doorheen moest. Nog steeds kan ik er niet doorheen rijden zonder eraan te denken en constant over mijn schouder te kijken uit angst dat het nog eens zal gebeuren. En niet alleen ik, maar ook mijn vriendin die er langs moet rijden stond stijf van de zenuwen.

Terwijl mensen om me heen razend waren voelde ik eigenlijk alleen maar leegte vanbinnen. Echte kwaadheid heb ik nooit gevoeld. Eigenlijk alleen verdriet en teleurstelling. Je bent zomaar mijn leven binnengegaan, en het ergste is dat ik je er gewoon niet uit krijg, terwijl ik dat zo graag wil. Het gewoon vergeten, het uit mijn hoofd weghalen en er nooit meer aan denken.

Het is nu meer dan acht maanden geleden, maar telkens als ik erover praat word ik weer verdrietig, omdat ik moet accepteren dat dit voor altijd bij me zal blijven. Ik weet inmiddels dat je al minstens achtentwintig vrouwen en meisjes hebt aangerand, van wie  ik er één ben. Mijn verhaal is slechts één van de achtentwintig… 

Zo is dat dus.

Rob Zijlstra

Dit verhaal staat op deze plek met nadrukkelijke toestemming van het slachtoffer (op verzoek geen naam) en haar ouders.

→ Ik schreef eerder over Mark (maart 2009). Het betrof toen de strafzaak naar aanleiding van de aanrandingen rond de Stadsschouwburg in Groningen »» viagra 

update – 11 januari 2016 – vervolg strafzaak
Het Openbaar Ministerie heeft 36 maanden celstraf en tbs met voorwaarden geëist. Mark wil wel worden behandeld, maar hij wil nog liever naar huis. Hij maakte ook gebruik van het laatste woord: of hij zijn scooter terug kan krijgen? Zijn raadsman verzocht de rechtbank af te zien van celstraf,maar de nadruk te leggen op behandeling. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. >> kort verslag

 

Het logeerbed

Schermafbeelding 2015-10-01 om 21.08.30

dvhn, pagina 18

Een vliegtuig dat opstijgt, is en blijft een wonderlijke gebeurtenis, maar het is al lang geen nieuws meer.
Stort datzelfde vliegtuig uren later neer, waar ook, dan is dat wel nieuws, hoe groot hangt af van het aantal inzittenden, nationaliteiten en natuurlijk de plek van de ramp.

Nieuws heeft vooral ook met afstand te maken.
Nieuws is vaak maar raar.
Wanneer u zich fataal verslikt in een graatje, dan haalt dat niet de voorpagina van de krant van morgen.
Dat wordt anders wanneer de betreurde de verkoper van de vis is.

De verdronken zwemleraar, een horlogemaker die te laat komt, de scheidende trouwambtenaar, kale kapper, rijdende rechter, een wanhopig filosoof.
Een valse noot en het is nieuws.

Piet z’n huwelijk dreigde op de klippen te lopen en daar zat hij vreselijk mee.
Hij had het verteld aan een goede collega met wie hij er tenminste over kon praten, niet alleen na het werk, maar ook tijdens de diensten die ze samen draaiden.
Jannie snapte het tenminste want ze luisterde goed.
Het was dan ook helemaal niet raar dat Jannie hem uitnodigde voor het verjaardagsfeestje bij haar thuis.
Hij mocht ook blijven slapen, dan kon hij een borreltje drinken, wel zo gezellig.

Hetty vond het best.
Hetty is de vrouw van Jannie en andersom.

Er waren die avond nog een paar vriendinnen geweest en er was bier gedronken en wijn.
Toen het feest was afgelopen waren ze niet lam geweest, maar wel flink een beetje teut.
Lachen ook.
Piet zou in het logeerbed slapen.
Toen ze zich klaarmaakten voor de nacht troffen ze elkaar in de krappe badkamer.
Om er nog even te plassen, om de make-up weg te vegen, tanden te poetsen, om er bloot slaapshirts aan te trekken.
Piet tegen de rechters: ‘Meer is er daar in de badkamer niet gebeurd.’

Het licht ging uit en werd het duister en donker

De volgende dag gingen Piet en Jannie volgens het rooster samen aan het werk.
Het eerste wat ze samen deden was een ontbijtje scoren bij de McDonald’s.
Deden ze vaker samen.
Piet was toen een beetje emotioneel geweest.
Alsof er iets was gebeurd.

Zelf zei hij dat het was vanwege dat klotenhuwelijk met zijn vrouw van wie hij hield.
En vanwege ook de kinderen, wat deed hij ze aan?
Kom op Piet, troostte Jannie.

Daarna gingen maanden voorbij, juni werd herfst.
Jannie was, merkte hij wel, gaandeweg afstandelijker geworden.
Toen het oktober was, deed ze aangifte en lag er ineens een heel ander verhaal op tafel.
Jannie beweerde dat Piet haar had aangerand.
Hij had dat gedaan die avond in de badkamer, toen ze daar gedrieën de nacht stonden voor te bereiden

Piet had, vertelde Jannie bij de politie, ineens aan haar blote boxershort getrokken.
Ze had zijn vingers op haar schaambeen gevoeld.
Ze had geroepen: ‘Dit kun je vergeten Piet’.
Toen waren ze gaan slapen.
Tenminste, dat dacht Jannie.
Terwijl Jannie sliep, beleefde Piet stiekeme seks met Hetty.
Dus met de vrouw van Jannie.

Een lang verhaal.
Een kort verhaal.

Toen Jannie in de herfst hoorde over dat van Piet en Hetty deed ze aangifte.
En Hetty?
Hetty toonde zich solidair met haar vrouw.
Zij zei na maanden stellig: ‘Piet heeft mij die nacht verkracht.’

Piet werd per direct door zijn werkgever geschorst.
Jannie en Hetty waren door aangifte te doen ineens slachtoffers geworden.
De officieren van justitie wikten en wogen.
De uitkomst: We seponeren Piet. Er wordt van alles gezegd, maar er is geen bewijs.

Hetty legt zich daar bij neer.
Jannie niet.
Jannie dient een klacht in – artikel 12 – en het gerechtshof oordeelt dat er een strafzaak moet komen.
En zo kan het gebeuren dat de rechtbank in Groningen zich in september 2015 moet buigen over een verjaardagsfeestje in juni 2013.

De officier van justitie spreekt van een precaire zaak.
De officier van justitie zegt over die toestand in de badkamer dat hij wel wil aannemen dat er tanden werden gepoetst en slaapshirts werden aangetrokken, maar dat hij in alle redelijkheid niet kan bewijzen dat de hand in de onderbroek is gegaan.
Hij eist vrijspraak.
En daarmee is ook de vordering van 500 euro die Jannie indiende wat de aanklager betreft van de baan.

Zo ging het er aan toe in de rechtszaal.
Is dit nou nieuws?
Overleg met de redactie.
Redactie neigt naar niet.
Ik zeg dat het vermeende slachtoffer politieagente is.
En de verdachte politieagent.
De redactie: Oei, dat is wel relevant, dan is het wel nieuws.

De volgende dag staat er een stukje in de krant, op pagina 18.
Met het oog op de geëiste vrijspraak doen we dat ten aanzien van de verdachte die in een klein en onwetend dorp woont, ietwat terughoudend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober

Jurkje van taft

Schermafbeelding 2015-08-30 om 10.40.32Er verschijnen steeds meer Drentse verdachten in de rechtbank van Groningen.
Dat is helemaal niet erg, zij het dat de verdachten uit Drenthe zelf misschien liever thuis in Assen terechtstaan.
De 66-jarige Gert uit Hoogeveen die afgelopen week in zittingszaal 14 moest komen opdraven vond het vreselijk.
Geëmotioneerd riep hij: ‘Ik begrijp niet dat ik hier zit.’

Waarom er steeds meer Drenten in Groningen voor de strafrechter moeten verschijnen, laat zich raden.
Er doen momenteel wilde geruchten de ronde en als die geruchten waarheid worden, betekent dit dat het neoclassicistische gerechtsgebouw in Assen – sinds 1840 aan de Brinkstraat – over een paar maanden op slot gaat.
Het lijkt daar een aflopende zaak.

Wie straks op Drents grondgebied een strafbaar feit pleegt en tegen de lamp loopt (dat moet wel), moet niet raar opkijken dat hij naar Groningen moet om verantwoording af te leggen.
Een Drentse advocaat vertelde deze week dat zij nu al en steeds vaker voor zelfs heel eenvoudige strafzaken naar Groningen moet reizen.
Zo had ze onlangs een burenruzie over een heg in Meppel gehad met over en weer bedreigingen. Moesten ze met z’n allen naar de Groninger politierechter.

Maandag aanstaande komt er meer duidelijkheid over de toekomst van de rechtspraak in Assen, Leeuwarden en Groningen.

Gert, bij aanvang al bijna op van de zenuwen, legt aan de rechters uit hoe het zit.
Hij zegt geroerd: ‘Ik heb ik veel gekkenhuizen gezeten. Eenzaamheid is mijn naam. Ik heb vaak zelfmoord proberen te plegen. ’t Is me nooit gelukt. Ze vonden me altijd net op tijd. Gelukkig maar, want als ik op mijn scooter door het mooie Drentse bos rijd, dan is het leven mooi.’

Gert begrijpt niet dat hij in Groningen voor de rechter zit.
Hij heeft niets gedaan.
In Assen zou hij hetzelfde zeggen.
Dat zijn ex-vriendin, aangifte heeft gedaan, noemt hij ‘jammer, jammer, jammer’.
Heel zijn leven had hij geprobeerd een gezin te stichten.
Helaas, treurt hij, is dat niet gelukt.
Zijn eerste vrouw liep op een dag zomaar weg, de tweede pleegde zelfmoord en de derde vrouw haakte na zeven jaar af.
Gert zegt nog steeds niet te weten waarom ze dat deed.
‘Ik heb een verschrikkelijke tijd gehad.’

Hij geeft ietwat beschaamd toe dat hij wel seks heeft gehad met Gerda.
Tegen de rechters: ’Eerst wat strelen en toen friemelen op bed. Als je dat seks kunt noemen, heerlijk.’

Gert had haar leren kennen in het winkelcentrum.
Eerst had hij een keer hallo gezegd.
Daarna had hij haar uitgenodigd voor een kopje koffie, voor een bakkie.
Zegt: ‘Gewoon leuk, want ik heb voor iedereen de deur open.’

Rechters: ‘U wist dat er iets met haar was, dat ze licht verstandelijk beperkt was? Dat ze bijvoorbeeld niet kon lezen en schrijven?’
Gert: ‘Nee, nooit gemerkt. Ze was zeer assertief. Ze had een begeleider. Maar die heb ik ook en ik ben ook normaal. Dat ze niet kon lezen en schrijven wist ik wel. Daarom wilde ik een laptop voor haar kopen. Ze was gewoon een heel leuk kind, ik zei, ik ga je leren lezen en schrijven meisje.’
Rechters: ‘U wist wel hoe oud ze was?’
Gert: ’55.’

Heel lang had de romance niet geduurd.
Gerda kreeg een relatie met een gekke vent uit Assen, vertelt Gert.
‘Ze wilden trouwen, ze had de ring al om haar vinger. Maar toen maakte hij het uit. Per telefoon. Toen kwam ze weer bij mij.’

Rechters: ‘Dat was twee jaar later.’
Gert: ‘Ineens stond ze daar. Dat vond ik zo mooi. Met blote benen. Ze droeg een roze jurk, van taft. Ze had rode pumps aan en een diep uitgesneden blouse, een beetje geelachtig. En ze was zo mooi opgemaakt.’
Gert glundert zoals nog nooit iemand in de Groninger verdachtenbank glunderde.’
Een van de rechters: ‘U was verliefd op haar he?
Gert, heel even stralend: ‘Ja man.’

Eerst kwam er een melding vanuit de GGZ in Assen waar Gerda onder behandeling stond vanwege haar depressiviteit.
De melding luidde dat een man uit Hoogeveen seksueel misbruik had gemaakt van Gerda.
Dat had ze aan haar behandelaar verteld.
Iets later belde ze op om het uit te maken.
Daarna was er politie aan de deur geweest.
Gert: ’Agenten vertelden dat ik grote problemen had. Ik kreeg er kippenvel van. Ik vond het zo erg.’
Na de melding van de GGZ volgde de aangifte.

Een vrijwilliger van slachtofferhulp leest een brief voor waarin Gerda laat weten dat ze veel heeft gehuild, dat ze herbelevingen heeft, dat haar hondje er ook onder lijdt en dat ze zich wanhopig en onmachtig voelt, dat ze Gert een vieze verkrachter vindt en dat ze een tijdje drie keer per week op het station in Assen stond om er een einde aan te maken.
Er rollen nu tranen uit de ogen van Gert.
Snikt: ‘Ik heb medelijden met haar. Het is zo jammer jammer, jammer.’

Op de dagvaarding staat dat Gert seks heeft gehad met iemand met een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die daardoor niet in staat was haar wil te bepalen.
Als je dan toch seks hebt, is er sprake van een zekere dwang.
Dat kan maximaal acht jaar celstraf opleveren.

De officier van justitie heeft niet veel woorden nodig.
De aanklager stelt vast dat er seks is geweest, omdat beiden dat zeggen.
Zij zegt gedwongen, hij zegt dat het van beide kanten vrijwillig was.
Het enige belastende is de verklaring van het slachtoffer, een verklaring die door niets anders wordt ondersteund.
En dan is het bewijs te dun.
Dat Gerda licht verstandelijk gehandicapt is, is waar, maar niet zodanig dat ze niet in staat was om nee te zeggen.

Oftewel: de officier van justitie verzoekt de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Als de advocaat aan het pleidooi wil beginnen, zegt een van de rechters dat ze het kort kan houden, gezien de eis.
De advocaat kijkt wel link uit en doet uitvoerig haar verhaal waar ze een dag op heeft zitten ploeteren.

Waarom de officier van justitie een man als Gert voor de rechter sleept om vervolgens te eisen dat hij wordt vrijgesproken, is mij een raadsel.
Dat er onvoldoende bewijs was, was haar immers bekend.
Gezien de opmerking van de rechter (hou het maar kort) is de verwachting gerechtvaardigd dat de Groninger rechters de Drent over twee weken ook daadwerkelijk zullen vrijspreken.

Gert nam alvast een voorschot op de uitspraak: ‘Dank u wel. Ik ben nu heel blij.’

Rob Zijlstra

update – 10 september 2015 – uitspraak
Ger kan blij blijven. De rechters hebben hem integraal vrijgesproken. Geen dwang en Gerda was heus in staat haar wil te bepalen, vinden de rechters.

Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst