zeden

De verschrikkelijke multitasker

De 45-jarige Adrie zit in de informatie- en communicatietechnologie, is getrouwd, vader van een aanstaande puber en voor zijn eigen woning staat een glimmende Volvo waarmee hij tot voor kort dagelijks op en neer reed naar zijn knetterdrukke baan. Hij heeft normale handen, geen klauwen die je misschien zult verwachten. En uit zijn mond komen geen walmende gassen vol zwavel en zuur. Hij heeft geen bloeddoorlopen ogen en ook geen staart. Nee, Adrie oogt als een man van wie er veel zijn: doodgewoon.

U hoeft dit verhaal niet te lezen.

Hij had een keer zomaar een akelig plan. Hij zou van haar een soort bibliotheek kunnen maken. Mannen legden dan 250 euro per maand in en dan mochten ze twee keer in de vier weken een uur met haar doen wat ze wilden. Elk uur extra, 200 euro. Met vijftig leden, zei hij tegen haar, verdienen we dan veel geld.

Het bleef bij een bizar plan. Er zijn wel aanwijzingen dat hij haar uitleende in ruil voor geld, maar heel concreet werd dat niet. Zijn beloning was van een heel andere orde: hij kreeg de filmpjes die zij moest maken.

Om goede filmpjes te maken had hij haar naar de Action gestuurd, daar kon je goedkope statieven krijgen. Handig zo’n statief, want dan had ze de handen vrij. De opname die ze had gemaakt in het bos was bijzonder goed geslaagd. Goed te zien was, hoe ze, vastgebonden aan een boom, werd geslagen en wreed werd verkracht. De man aan wie Adrie haar beschikbaar had gesteld, hij noemde hem de brute asielzoeker, had zijn vernederende werk goed gedaan.

Adrie zegt tegen de rechters: ‘Maar ze wilde het zelf ook.’

Een enorme hoosbui barst op dat moment los boven de stad.
De rechters kijken hem aan. Ze kijken naar deze doodgewoon ogende man. Wat ze niet zien, is wat er in dat hoofd omgaat. De rechters: ‘Ze wilde het zelf ook, zegt u. Maar ze was toen nog maar 13 jaar. Der-tien-jaar. Een kind.’
Adrie met de vanzelfsprekendheid van de kwispelende hond in de slagerij: ‘Klopt.’

Adrie had een goede vriend. Het leek hem nou zo leuk dat die vriend haar eens flink te grazen nam. Ging hij kijken. De vriend was niet wild enthousiast. Zei: ‘Maar Adrie, ik ben getrouwd, ik heb kinderen en zij is nog maar 13.’
De rechters: ‘Maar het gebeurde wel.’
Adrie: ‘Tja. Ik ben nogal een doordrammer.’

Ze moest het doen met de lelijke collega van zijn werk. Met de cocaïnedealer. Met de man met de scheve vingers. Met mannen met stationwagons die haar meenamen naar afgelegen plekken in Blauwestad. Met een klasgenootje. Hij regisseerde het, zij was zijn seksslavin, te bang om te weigeren.

De rechters willen weten of het klopt dat ze soms vooraf drugs moest gebruiken. Cocaïne? Ja, klopt. Cocaïne. Of wiet. Klopt het ook dat hij een voorkeur had voor fors geschapen mannen. ‘Ja hoor, helemaal.’

Aan het begin van de strafzaak had Adrie zichzelf een aardige man genoemd. Aardig voor eigenlijk iedereen wel.
Rechters: ‘U leefde als een keurige man, met een gezin met alles erop en eraan. Maar u leefde in werkelijkheid een verschrikkelijk dubbelleven.’
Adrie, klein lachje: ‘Ja, dat klopt. Ik ben een goede multitasker.’
Rechters: ‘Wanneer kwam uw vrouw erachter?’
Adrie: ‘Pas toen de politie voor de deur stond.’

Het mannelijk deel van de mensheid maakte deze keer geen goede sier in de rechtszaal. Zijn grootste probleem, vindt Adrie zelf, is misschien nog wel zijn grote bek, waaruit extreem grof taalgebruik komt. ‘Maar daar raak ik opgewonden van.’

Zij was zijn nichtje dat niet meer bij haar aan alcoholverslaafde moeder kon wonen. Zo kwam ze bij oma terecht, maar die was ook niet aardig. Oma sloeg ook. Ze kende niemand, tot Adrie een keertje langskwam. Hij was vriendelijk. Behulpzaam. Eindelijk trof ze in haar eenzaamheid iemand aan die aardig voor haar was. Zo was ze een beetje van hem gaan houden. Dat duurde maar even. Na een tijdje was ze doodsbenauwd voor hem.
.
Ze had hem huilend gesmeekt dat ze het niet meer wilde, dat ze niet meer wilde filmen, niet meer al die mannen aan en in haar. In het strafdossier zitten 40.000 Skype-berichten. De rechters hadden haar smeekbede gelezen en ook het antwoord van Adrie: ‘Als je niet meer wilt, dan ga je toch lekker aan een touw hangen meisje.’
Hij zegt: ‘Ja, ik ging wel eens wat te ver.’
Zij dacht er vaak aan, om aan het leven een einde te maken zodat het stopte.

Nu hij er zo over nadenkt dan heeft hij best wel spijt. Het doet hem ook wat. Maar hij heeft wel een maar. Hij heeft haar nooit gedwongen, alles gebeurde in samenspraak. Ook zij nam initiatieven. Zij wilde het ook. Adrie zegt: ‘Ze is niet zo onschuldig als ze lijkt.’

De rechters, de officier van justitie, de griffier wellicht, de slachtoffer-advocaat, de halve zaal, inclusief perstafel: ‘Maar ze was nog maar der-tien-jaar, nog maar een kind!’

Twee jaar duurde het. Eind 2017 stapte ze naar de politie. Nu is ze 16. Ze mag bij aanvang van de rechtszaak ergens anders zitten in de zaal, zodat ze de verdachte niet steeds hoeft te zien. Haar advocaat heeft het op basis van het dossier uitgerekend. In twee jaar tijd is ze zeker honderd keer door Adrie verkracht, tenminste vijftig maal is dat gedaan door C. naar wie ze een jaar lang elke week toe moest, dat er nog twaalf tot vijftien andere brute mannen zijn geweest die het ook allemaal vaker deden.

De slachtoffer-advocaat legt een schadeclaim op tafel van 125.000 euro: ’Is veel, maar smartengeld ziet ook op de toekomst. Ze moet verder. Geld kan haar daarbij een klein beetje helpen.’ Toewijzen, adviseert de officier van justitie die zelf een strafeis voorstelt van acht jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Ook meldt ze dat er tot nu toe zeven mannen zijn getraceerd die onder regie van Adrie hun lusten op het meisje mochten botvieren. Deze zeven mannen worden gedagvaard.

Op nieuwsredacties worden de gruwelijkste beelden, de weerzinwekkendste foto’s niet uitgezonden, niet gepubliceerd. Rechtbankverslaggevers vermelden niet alle smerige details die in de rechtszaal wel worden besproken.

Heeft u dit verhaal tot hier gelezen en vond u dit al heel erg, weet dat dan.

Rob Zijlstra

Update – 14 juni 2018 – uitspraak
Conform de eis: 8 jaar cel, daarnaast de maatregel tbs met dwangverpleging. Toekenning smartengeld: 100.000 euro.

zie ookdagblad van het noorden

zie ook – het vonnis van de rechtbank met de overwegingen van de rechters

Directeur with love

We leven in een moderne tijd waarin de drempel laag is om met allerlei digitale middelen met elkaar te communiceren. De onderwerpen zijn divers, maar een van de meest gegoogelde woorden op het internet is seks.’

Dit zegt de advocaat van de man die zich schuldig heeft gemaakt aan grooming, het meest eigentijdse misdrijf van dit moment.

De raadsman probeert de rechters duidelijk te maken dat zijn cliënt heus niet de enige is die het internet beschouwt als een woest lustoord. Zelf is de advocaat meer van het scrabbelen waar het woord sex nog de voorkeur geniet. Dat terzijde.

Terwijl de advocaat staat te praten zit de verdachte met het hoofd gebogen naast hem. Het schijnsel van het licht van de TL-lampen die in aluminium bakken aan het plafond van zittingszaal 14 hangen, glanst op zijn kale hoofd. Wat in dat hoofd omgaat?

Bert heeft de officier van justitie zojuist de strafeis horen uitspreken. Hij denkt misschien wel aan zijn pas verworven functie als lid van de directie, aan zijn internationale carrière, eens was hij verantwoordelijk voor de hele Belgische markt, denkt hij aan het bijbehorende inkomen, zijn woning, aan de toekomst met de nieuwe vriendin.

De officier van justitie had tien maanden gevangenisstraf geëist. De helft voorwaardelijk weliswaar, maar dat betekent nog altijd vijf lange maanden in een gevangenis. Hoe is het daar? Hoe gaat hij dat daar volhouden?

De advocaat zegt tegen de rechters: ‘Rechters zijn er niet op uit om mensen kapot te maken. Stuurt u deze man naast mij naar de gevangenis, dan is het einde mooie baan, einde eigen huis, einde inkomen, einde relatie. Hij zal aan lager wal geraken.’ De raadsman heeft een beter idee. ‘Doe een straf die naar de maatschappij toe geloofwaardig is, maar die tegelijkertijd hulp biedt en herhaling voorkomt. Doe een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.’

Bert vist voortdurend papieren zakdoekjes uit zijn colbert om daarmee tranen uit het gezicht te vegen. En paar keer vragen de rechters of het wel gaat? We zien, zeggen ze, dat u ontzettend nerveus bent. ‘Mocht u willen pauzeren, dan moet u dat maar even aangeven.’ Misschien put hij er een beetje hoop uit, rechters die zo vriendelijk en zorgzaam zijn, zullen hem toch straks niet naar het gevang sturen?

Vorig jaar spookten er heel andere dingen door zijn hoofd. Extreme seks  met jonge meisjes, daar dacht hij toen gretig aan. Met vastgebonden kinderen erbij. Het kwam ook door zijn drukke baan met veel klanten en managementverantwoordelijkheden. Tropenjaren waren het. Hij raakte verward, het moest wel misgaan.

Op 28 februari vorig jaar werd hij opgepakt op de parkeerplaats bij een hotel in Hoogeveen. Voor de politie was het een eenvoudig klusje geweest. Er was een meisje op het politiebureau gekomen. Anja van 15 jaar. Ze vertelde dat ze via de chat-app Kik (‘vrijwel anoniem’) contact had met een man. Dat ze naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf naar die man had gestuurd. En dat de man die foto’s en filmpjes nu gaat publiceren op het internet. Tenzij ze naar het hotel komt.

De agenten weten exact hoe laat het is. Op de laatste bijspijkercursus hebben ze dit behandeld. Digitale kinderlokkers om vervolgens in het echt seks met ze te hebben. Oftewel: grooming.

De agenten bellen de officier van justitie van dienst en vragen of het mag? Het mag. En dus gaan de agenten mee naar het hotel. Anja wacht in de lobby. Bert komt. Anja knikt dat dat ‘m is. Bert wordt gearresteerd.

De rechters: ‘Het heeft ons verbaasd. U bent een volwassen man, zelf kinderen, goede baan, en dan dit soort dingen. Man, man.’
Bert: ‘Het was stom, ik had het nooit moeten doen. Ik had het contact moeten verbreken.’

Het wordt erger dan stom. De officier van justitie zegt dat toen ze de processen-verbaal tot zich nam – er stond ook nog kinderporno op zijn computer – dat ze niet alleen boosheid voelde, maar ook walging.

Bert had Anja digitaal leren kennen toen ze 13 jaar was. Anja zat bij een WhatsApp-groep waar meisjes lid van waren die lijden aan anorexia. Bert had zich onder een andere naam in die groep ge-appt want hij was geïnteresseerd in jonge meisjes met anorexia. Zo was het met Anja begonnen.

Van het een kwam geleidelijk het ander. Bert en Anja, zegt Bert, gingen een spel spelen, een spel met seksuele praatjes die allengs extremer werden. Anja stuurde foto’s en filmpjes van zichzelf. En Bert dreigde die foto’s en filmpjes dan op het internet te plaatsen. Dat kon ze voorkomen door meer foto’s en filmpjes naar hem te sturen.

Bert: ‘Het was een rollenspel, het was fantasie, het kwam van beide kanten. Ook zij nam het initiatief.’
Rechters: ‘U bent een man van in de veertig, zij was een kind, een meisje van 13, 14, 15. Hoezo nou rollenspel?’
Bert: ‘Ik had niet de intentie.’
Rechters: ‘U rijdt helemaal vanuit uw woonplaats (regio Den Haag) naar Hoogeveen om seks te hebben met een meisje in een hotel.’
Bert: ‘Het is vreselijk.’
Rechters: ‘U heeft dochters. Hoe zou u het vinden als mannen zo zouden omgaan met uw dochters?’

Bert krimpt ineen, kon hij zichzelf maar extreem ver weg fantaseren, weg uit deze rechtszaal.
Zachtjes: ‘Ik schaam me diep.’

De officier van justitie zegt dat de walging die ze voor Bert voelt tijdens de zitting niet is verdwenen. Integendeel. Deze man zette een kwetsbaar meisje, een kind nog, voor zijn eigen genot onder grote psychische druk. En nog steeds, want waar zijn die foto’s, die filmpjes gebleven? Heeft Anja nog steeds te vrezen? De officier van justitie: ’U hoort de boosheid in mijn stem.’

Bert is zijn directiewerkzaamheden aan het herschikken, zodat hij op vrijdag een thuiswerkdag heeft, zodat hij wat vaker naar zijn behandelaar kan gaan. Hij is in therapie. Daar leert hij dat alles voortkomt uit het verleden, dat je dat verleden moet koppelen aan het heden om vervolgens ballast op te ruimen.

Nog een reden, zegt de advocaat, om af te zien van het opleggen van gevangenisstraf. ‘Cliënt is in behandeling.’
Op het internet lees ik dat de therapie omstreden is.

Is dit het hele verhaal?
Nee.
Het vermoeden is dat de directeur meer Anja’s had.

Rob Zijlstra

update – 9 mei 2018 – uitspraak
De rechtbank heeft Bert veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Hij is zo schuldig als wat, vinden de rechters. Dat celstraf verstrekkende gevolgen heeft voor zijn arbeid zal zo zijn, het is geen reden van een vrijheidsstraf af te zien, aldus de rechtbank.

Oude mannen

In de afgelopen tien jaar
heeft de rechtbank in Groningen
zeventig 65-plussers veroordeeld

Afgelopen week veroordeelde de rechtbank een 70-jarige man uit Marum wegens ontucht met zijn kleinkind. De respectabele leeftijd vormde voor de rechters geen beletsel om van een vrijheidsstraf af te zien. Man moet nu twee jaar naar de gevangenis.

Op de vraag waarom hij zijn kleinkind had misbruikt, antwoordde de opa in de rechtszaal, achteloos zoals een puber een blikje Red Bull op straat kan gooien: ‘Ik dacht er niet bij na.’ Acht jaar lang je kleinkind misbruiken en daar dan niet bij nadenken. Bij de politie had hij gezegd: ‘Ik dacht dat ze het wel prettig vond.’

Kun je lelijker dan lelijk zijn? Valser dan vals? Groter dan de allergrootste hork? Hoe diep kun je zakken? Komende week staat in Groningen een in 1932 geboren man uit Assen terecht omdat ook hij zijn kleindochter seksueel zou hebben misbruikt.

En deze mannen zijn niet met z’n tweetjes alleen. In de afgelopen tien jaar heeft de rechtbank in Groningen zeventig 65-plussers veroordeeld. Zij kregen vooral voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met een werkstraf. Veertig van die zeventig mannen hebben zich schuldig gemaakt aan een zedenmisdrijf. De tien oudste verdachten ooit in zittingszaal 14 – van 76 tot 85 jaar – werden allemaal op eentje na veroordeeld wegens ontucht met kinderen. Die ene andere, een 77-jarige man uit Blijham, had een leeftijdgenoot verkracht en kreeg vier jaar celstraf opgelegd.

Jawel. Het is waar dat de meeste veroordeelden behoren tot de groep twintigers, gevolgd door de dertigers, de veertigers en zo in afnemende mate voort. In het algemeen klopt het dus dat de wijsheid met de jaren komt, ervan uitgaande dat misdaad niet wijs is. Die zeventig veroordeelden vormen de uitzonderingen. Maar ze zijn er wel.

Een misdrijf dat het na zeden ook goed doet onder deze uitzonderlijke groep ouderen is fraude dan wel oplichterij. De 68-jarige Hendrik uit Ulrum is daar een schoolvoorbeeld van. Hem hangt een gevangenisstraf boven het hoofd van acht maanden, de helft mag wat de officier van justitie betreft voorwaardelijk. De rechters moeten nog uitspraak doen.

In de rechtszaal wekt Hendrik de indruk dat het hele proces hem aan de kont kan roesten. Tegen de rechters, zonder emotie: ’’Ik heb het gedaan. Het had natuurlijk niet mogen gebeuren. Ja hoor, spijt van. De gevolgen accepteer ik ook gewoon.’’

Een paar jaar geleden verscheen Hendrik op de regionale televisie. Hij had van oplichters spookfacturen ontvangen, maar daar trapte hij als voormalig belastingambtenaar mooi niet in. Hij wilde de mensen waarschuwen. In de camera zei hij: ‘Mensen die dit doen, die moet je aanpakken.’

Wat het tv-kijkende publiek niet wist, niet kon bevroeden, was dat Hendrik de boel toen al flink aan het besodemieteren was. Als penningmeester van de plaatselijke begrafenisvereniging boekte hij geld van de vereniging over naar zijn eigen rekening. Eerst een beetje, daarna een paar keer op een dag een beetje en gaandeweg steeds meer en vaker: opgeteld verduisterde Hendrik 95.453,50 euro.

De 540 contributie betalende leden van de begrafenisvereniging zijn de gedupeerden. Het is cru, maar wie nu of binnenkort doodgaat, moet bijlappen.

Hendrik nam in 2010 afscheid van de fiscus en ging met pensioen. De begrafenisvereniging dacht met een oud-belastingambtenaar niet alleen een betrouwbaar, maar ook een kundig iemand in huis te hebben.

  Scheringa

De rechters willen weten: ‘Hoe kon het nou gebeuren?’ Nou gewoon, zegt hij. Er waren thuis wat financiële problemen, mede dankzij fratsen van bankier Dirk Scheringa en zijn DSB-bank, er was een erfenis die niet kwam, reparaties aan het huis, kapotte koelkast, andere dingen. En zo.

Waarom steeds van die kleine bedragen? Hendrik: ‘Kleine bedragen zijn goed weg te zetten in de boekhouding.’ De ene keer betrof het een voorschot, dan een vergoeding, daarna weer waren het onkosten. Hendrik: ‘Je kunt niet alles onder een post wegschrijven.’

In oktober 2015 ontdekte het bestuur dat er iets niet klopte. Bij de voorzitter kwamen berichten binnen dat rekeningen niet werden betaald. Hendrik werd gevraagd om opheldering. Hij slaagde erin de goegemeente nog een tijdje om de tuin te leiden, maar in maart vorig jaar kwam de dag waarvan hij wist dat die zou komen en viel het doek.

Waren er dan geen kascontroles, geen ledenvergaderingen of momenten van bezinning? Nee. Er waren bestuursvergaderingen, maar niet frequent. Hendrik zegt dat hij altijd weer blij was als de vergadering was afgelopen. ‘Dat ze er niet over waren begonnen.’ In de verhoorkamers van de politie had Hendrik nog gemeend dat het bestuur ook blaam trof. Dat had toch moeten controleren? Kritiek had hij ook op het politieonderzoek. Dat was, vond hij als financieel specialist, nogal amateuristisch. Ook berichtgeving over de kwestie in de pers hekelde hij. Waar in godsnaam bemoeit die rotpers zich mee?

positief

De rechters willen van Hendrik weten hoe het nu met hem gaat. Hij zegt: ‘Oh, wel goed hoor. De meeste mensen in het dorp groeten mij niet meer, maar een paar wel, die zijn positief. Die zeggen, wij kennen je ook anders.’ Hij vertelt dat hij zo veel als mogelijk binnenblijft, niet de straat opgaat. Maar soms gaat hij fietsen op zijn racefiets. Zegt: ‘Want een mens moet wel in beweging blijven.’

De officier van justitie oppert dat Hendrik die racefiets ook kan verkopen en de opbrengst aan de vereniging kan geven. Of: ‘Verkoop je huis.’ Hendrik doet dat niet. De officier van justitie: ‘Nee, want hij laat het op z’n beloop.’ Wat raar mag heten, vindt de aanklager, is dat de bankschulden die er waren er nog steeds zijn. Er staat ook geen Ferrari voor zijn deur. Waar is dat geld allemaal gebleven? Hendrik haalt de schouders op: ‘Verdwenen in de lopende uitgaven.’
.
Advocaat Ubo van Ophoven probeert de zaak te ontdoen van de rafelranden. Hij brengt in: ‘Hendrik is een kleine man van weinig woorden die zich schaamt en gebukt gaat onder de gebeurtenissen. Het zal zijn leven blijvend bepalen. Hij heeft er niet luxueus van geleefd. En wat dan voegt een gevangenisstraf toe? De begrafenisvereniging is daar niet mee geholpen en de samenleving ook niet. Celstraf betekent dat Hendrik nog verder in de modder wordt geduwd dan waar hij al zo diep inzit.’

Ik dacht, bij nader inzien, zo had ik dit verhaal ook kunnen noemen: moddermannen.

Rob Zijlstra

Een week 14 [3]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 3.

deel 1
deel 2
.

DONDERDAG 14 juli 2016

01.35 uur
Er ontstaat soms ophef na berichten in de media over zedenmisdadigers. Over pedofielen. Niet zelden gaat die ophef over de aanwezigheid van een verdachte of veroordeelde ontuchtpleger en/of kinderverkrachter. Niemand wil in de nabijheid van zo’n figuur wonen. Dan komt de burgemeester eraan te pas om te sussen en soms ook de televisie en dan wordt het allemaal nog erger.

Ik heb in twaalf  jaren in de rechtszaal zo veel ontuchtzaken voorbij zien komen dat het niet anders kan dan dat in iedere stadswijk, in elk dorp, hoe klein ook, er wel een of twee zedendelinquenten wonen. Gewoon bij u in de straat, hij is misschien wel uw aardige buurman. Voor het idee: de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen behandelt meer zedenzaken dan diefstallen of drugszaken.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 01.48.13

bron: eigen onderzoek

Ontuchtzaken wennen nooit. Een dief, een drugsdealer, wat ze doen, het mag niet, maar misschien hadden ze honger of schulden of beide. Zwakbegaafd, in de war. Geen excuus, maar toch… Voor iemand die voor eigen gerief zijn eigen kind verkracht, of het kind van iemand anders, ligt het anders. Voor zo iemand is er geen ‘maar toch…’

Het idee dat in Groningen (en dat is elders niet anders) tientallen, honderden kinderen wonen die gisteren, vandaag en morgen weer stelselmatig worden misbruikt, verkracht – soms dagelijks en dat jaren achtereen – gaat gezond voorstellingsvermogen te boven. En toch is het zo, het bestaat. De daders zijn meestal vaders,  stiefvaders, opa’s, soms een oom.

De rechtbank heeft donderdag heel de ochtend uitgetrokken voor dit soort zeden.
Voor de zoveelste zeden.

’s Middags zijn er gelukkig twee dieven.

09.45 uur
De eerste strafzaak loopt. Man (52) wordt door de rechters ondervraagd over de beschuldigingen van misbruik, gedaan door zijn dochter die nu 19 jaar is. Het zou zijn begonnen op vakantie in Benidorm toen ze 12 jaar was. Daarna gebeurde het op de camping in Wedde en vervolgens ook thuis in Stadskanaal. Zo luidt de beschuldiging.

De verdachte vader ontkent.
Hij zegt, samengevat: ‘Mijn dochter is een fantast. Ze zat aan de drank, aan de drugs, ze spijbelde, ze was alleen maar aan het feestvieren.’

Verdachte: ‘Ze zei ook altijd dat ze was geadopteerd.’
Rechter: ‘Was ze geadopteerd?’
Verdachte: Nee, ik was erbij toen ze werd geboren.’
Rechter: ‘Okay, ik niet.’

11.05 uur
Schermafbeelding 2016-07-14 om 12.53.44Tijdens de rechtszaak komt iets naar voren wat ik bij aanvang niet wist. De verdachte bekleedde tot vorig jaar een publieke functie die hij – volgens nieuwsberichten – neerlegde vanwege ‘fysieke omstandigheden’.

De vraag die ik regelmatig moet beantwoorden: hoeveel informatie laat ik weg om te voorkomen dat een verdachte publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? En: is dat wel mijn verantwoordelijkheid?

Ik leg de kwestie voor aan de redactiechef dan wel hoofdredactie om samen een wijs en journalistiek verantwoord besluit te kunnen nemen. Dit zijn heel lastige kwesties.

11.30 uur
De officier van justitie zegt dat deze vader zijn eigen dochter jarenlang seksueel heeft misbruikt voor eigen gerief. Alleen een langdurige gevangenisstraf is passend. Ze eist 36 maanden. De advocaat benoemt in zijn pleidooi de publieke functie die de verdachte bekleedde. Ik schrijf – in de rechtszaal – een artikel en stuur dat naar een aantal collega’s. De geraadpleegde collega’s op de redactie reageren niet veel later: publiceren. Inclusief functie waardoor verdachte niet langer anoniem is. Om 12.45 gaat het bericht online.

12.46
Zedenzaak 2, begint ruim een uur later dan gepland.  Schennispleger in de auto, raampje naar beneden, meisje van 9 op de fiets, een kwestie  uit mei 2015.  De verdachte: ‘Misschien heeft ze mijn riem gezien.’

13.00
Uitsprakentijd. Om niet meer tijd te verliezen wordt de verlate schenniszaak in zittingszaal 14 niet onderbroken, zoals te doen gebruikelijk, maar worden de uitspraken gedaan in zaal 13. In splits mezelf in tweeën.  Twee ongewenst verklaarde vreemdelingen – mannen uit Somalië – krijgen de veelplegersmaatregel isd opgelegd. Dat is 2 jaar zitten. Een man uit Appingedam die werd verdacht van oplichting – een miljoen euro – wordt deels vrijgesproken, deels schuldig bevonden wegens verduistering. Zijn straf: een jaar zitten. Een jonge verdachte uit Friesland wordt vrijgesproken omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum. Terecht.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 13.28.45Ik ga niet terug naar de schennispleger in 14. Hij zoekt het maar uit. Ik vind het te weinig voor een nieuwsbericht. Een broodje. Vanwege al het onrecht en oneerlijke zaken, haal ik graag mijn broodjes bij Goud Eerlijk in de Nieuwe Ebbingestraat.

Straks een oplichterij rondom een zorgboerderij met een verdachte vader en zoon.

 

14.00 uur
Oplichting, dan wel verduistering van 11.000 en 24.000 euro. Verdachte vader is niet komen opdagen, verdachte zoon is er wel. Zoon loog bij de politie om zo de schuld op zich te nemen. Zoon: ‘Ik zou een lagere straf krijgen dan mijn vader met zijn strafblad.’ Komt daar nu op terug. Vader is een boef. Zoon zegt: ‘Als mijn vader vroeger weg was, wist ik nooit of hij in detentie zat of niet.’

De zaak gaat als een nachtkaars uit. Niet de zoon, maar de afwezige vader is de grote boef. Zoon mag wegkomen, vindt de aanklager, met een werkstrafje. Vader moet later – dit jaar nog? – terechtstaan.  Ik zie in mijn administratie dat de man tien jaar geleden ook al eens is veroordeeld. Hij verkocht toen niet bestaande entreekaarten voor echte voetbalwedstrijden.

16.05 uur
De zitting van vandaag is  gesloten. Nog even en de schoonmakers komen. Heb het gerechtsgebouw verlaten en zit nu op de krant. Laatst las ik dat een journalist schreef dat-ie op kantoor was. Vast een burgerjournalist. Een echte journalist zegt zoiets niet. Waar ik ben? Ik ben op de krant.

Op de krant is nog wat discussie over de verdachte met een publieke functie. Ik heb geschreven dat de man lid was van de gemeenteraad, fractievoorzitter zelfs, toen aangifte werd gedaan van ontucht. Het vermelden van de functie is daarmee relevant. Vinden wij op de krant.

IMG_8969 2

al thuis – in gedachten in een hangmat

19.10 uur
Ik ben momenteel columnloos. Zeven weken achtereen is de DvhN-weekeindekrant anders omdat wij in de zomer net doen alsof er minder nieuws is en er minder valt de duiden. Wat de rechtbank betreft, is dat een beetje waar: volgende week staan er in Groningen slechts drie strafzaken op de rol van de meervoudige strafkamer. In de vakantieperiode ligt niet de misdaad, maar wel de de strafrechtspraak op z’n gat.

Misdaadbestrijding en normhandhaving is en blijft een ambtelijke aangelegenheid.
Er is geen alternatief.

Voor mij betekent dit dat ik op donderdag tijdelijk geen verhaal hoe te leveren voor de zaterdagkrant. Een wekelijkse column is eervol om te hebben, het is alsof je een eigen praatprogramma hebt. Dan moet je altijd, een keertje niet is geen optie. Ik vind het geweldig om te doen. Het is verslavend. Maar even niet is op dit moment ook heel aangenaam.

Dit even duurt zeven weken.
Na zeven weken komt de strafrechtmachine uit de sluimerstand en heet de strafrechtspraak weer overbelast te zijn en kunnen er opnieuw allerlei draken worden bedacht om die overwerkte rechters te ontlasten.

Mijn column schrijf ik al jaren steevast op donderdagavond.
Nu dus even niet.
Nu ben ik al thuis.
Ik lig in volle overgave ontspannend in mijn hangmat in de tuin, gespannen tussen appelboom en eik, in handbereik wijn, een oude Miles Davis op de oortjes (dit in het geval het buiten zomers en aangenaam zwoel zou wezen).

Morgen – vrijdag – nog een internetoplichting, een man met kinderporno, een aan drugs verslaafde veelpleger met een dierenarts en Alex, een oude bekende die een telefoon zou hebben gestolen.

Ongewenste manieren

Een van de rechters:
‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’

Schermafbeelding 2016-07-02 om 10.53.26Er zijn mannen die alles hebben, mannen die alles willen hebben en er bestaan mannen van niets.
Al die mannen kun je in de rechtszaal tegenkomen als verdachte.

Ward en Bart zijn mannen van alles.
Ward is 80 jaar, maar noem hem niet zoals de officier van justitie deed ‘een al wat oudere man’.
Want zo voelt hij zich absoluut niet.
Hij had een kwekerij van bloemen en 200 mensen in dienst.
Nu geniet hij van het schoon dat het leven hem te bieden heeft.
Dat doet hij bijvoorbeeld buitengaats en op het platte dak waar zijn jacuzzi staat.
Als het even kan met jonge vriendinnen want ook die heeft hij.

Soms te jong, zegt de officier van justitie.
Ward zou zes jaar geleden in de jacuzzi seks hebben gehad met een 16-jarige werkneemster die hij verleidde met cadeautjes en geld.
Ward ontkent.
Ze was 18 toen het was gebeurd.
Want daar lette hij scherp op.
Zegt: ‘Ik had ze nooit onder de 18. Ik wachtte altijd. En dat vond ik heel moeilijk.’
Rechters: ‘Want u wilde wel eerder?’
Ward, enthousiast: ‘Jaaaa.’
De officier van justitie eist een dag celstraf en een taakstraf van 100 uur.
Wat Ward was, is Bart (66) nog steeds: directeur/eigenaar van een groot bedrijf met vestigingen in Duitsland, Oostenrijk en met de Verenigde Staten in beeld.
Sponsor van lokale activiteiten.
Hij bewoont een van de duurste woningen van Drenthe, zij het dat hij thuis de boel wel ‘flink in de war heeft’ zoals hij het zelf uitdrukt.
Zijn echtgenote maakt namelijk thuis de post open.
Toen ze las dat haar man zich voor de rechtbank in Groningen moest verantwoorden wegens aanranding van de eerbaarheid was het riante huis zowaar te klein.

Bart zucht verongelijkt.
Ziet een vrouw er leuk uit, dan zegt hij dat.
Want hij is van nature een jager.
Tik op de bil Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.00.24erbij, knijpje in de zij, niks mis mee.
Tenminste, dat dacht hij altijd.
Hij weet inmiddels beter.
Zoiets mag tegenwoordig niet meer.
Kennelijk.
Ook al zijn de rokjes nog zo kort, zo kort dat ‘ze’ om aandacht vragen, ja er zelf om vragen, de handjes blijven nu thuis.
Hij heeft zijn lesje geleerd.
Zo praat Bart die volgens zijn advocaat niet alleen authentiek is, maar ook een ‘amicale vrijbuiter’.

Twee werkneemsters deden aangifte wegens amicale vrijbuiterij: van ontuchtige handelingen.
Ze waren bang geweest omdat hij de baas was en namen uiteindelijk zelf ontslag.
De officier van justitie: meneer dwong deze vrouwen handelingen te dulden.
Meneer wilde met zijn seksueel getinte gedrag meer dan alleen maar een goede werkgever zijn.
Hij maakte misbruik van zijn positie.
De eis: een taakstraf van 120 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf.
Gerrit (64) is een man die alles wil hebben, bij voorkeur wat van anderen is.
Gerrit had kennis van zaken, kende veel financiële termen uit het hoofd, voorspelde dat heel de bliksemse boel zou instorten, dat banken zouden omvallen en dat hij redder in nood kon zijn.
Vijf echtparen met geld, hypotheken en overwaarde op hun woningen gaven Gerrit – het is dan 2007, 2008 – opgeteld een miljoen euro in beheer.
In ruil kregen ze maandelijks 12 procent rente.
Dat kreeg je nergens.

In 2012 ging het mis.
Plots kwam er aan het einde van de maand geen geld.
Gerrit leek verdwenen, in werkelijkheid leefde hij als een god in Frankrijk die graag ging shoppen in Amsterdam.
Er werd aangifte gedaan en na veel gedoe en weinig prioriteit bij de politie stond Gerrit deze week dan eindelijk terecht.Niks aan de hand, zei hij tegen de rechters.

Nog een maSchermafbeelding 2016-07-01 om 00.04.00and en hij is miljonair.
Hij is namelijk de zoon – denkt hij – van een vermogende mevrouw uit Zwitserland die is overleden.
Er loopt een procedure en als DNA uitwijst dat deze mevrouw (die nog wel opgegraven moet worden) zijn moeder is, dan zijn de miljoenen die zij naliet aan neven en nichten van hem.
En het eerste wat hij dan zal doen, is die vijf mensen betalen.
‘Want ik heb dat geld geleend en dan moet je het ook teruggeven.’

Quatsch, zegt de officier van justitie.
Ook de rechters geven er blijk van bedenkingen te hebben bij de solvabiliteit van de verdachte. Een van de rechters: ‘Ik zou u nog geen 1,50 euro lenen.’
De officier van justitie: 18 maanden celstraf, daarvan 6 voorwaardelijk.

Hassan en Mohamud vormen een schril contrast met Ward, Bart en Gerrit, zo schril dat het zeer doet aan de ogen.
Hassan en Mohamud zijn mannen van niets.
Ze hebben geen geld, geen uitkering of verzekering, geen dak boven het hoofd, dus ook geen jacuzzi, ze hebben geen status anders dan ongewenst, geen toekomst, geen vrijheid, geen dingen om te doen, nooit vakantie.
Wat ze hebben zijn strafbladen, alcoholproblemen, verstandelijke beperkingen, een uitzichtloos en onzeker bestaan, gedachten vol treurnis.

Het feit dat ze ongewenst zijn verklaard en hier toch zijn, maakt dat ze continu de wet overtreden zolang ze ademhalen.
Probleem is dat ze het land niet uitgezet kunnen worden.
Hun pech is dat ze zijn geboren in Somalië.
Dat nekt ze nu.
Somalië is een land zonder autoriteit.

Op koopzondag had Hassan een leren tas gestolen uit de etalage van Dicapolavori in de binnenstad van Groningen.
Het ding kostte 140 euro.
Mohamud zegt dat hij niets heeft gestolen, maar dat hij er wel bij was.
Een voorbijganger zag de mannen lopen met de tas, hij profileerde wat, maakte toen een foto en stapte de winkel binnen.Schermafbeelding 2016-07-01 om 00.10.18
Zo werd de diefstal ontdekt.
De politie deed de rest.
Dit was in april.
Sindsdien zitten ze vast.
Het was een diefstal op bestelling, want bij de aanhouding was de tas al verkocht.
Het geld was bedoeld voor eten.

De twee mannen hebben al veel veroordelingen op naam staan en de maat is vol.
De officier van justitie eist de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd.
Voor ongewensten betekent dit dat ze twee jaar in de gevangenis zitten.
De aanklager: het betekent dat ze twee jaar lang een dak boven het hoofd hebben, te eten en dat ze twee jaar lang niets kunnen stelen.
Dat is de winst.

Strafzaken met elkaar vergelijken brengt het gevaar met zich mee dat er verkeerde conclusies worden getrokken.
Het is dus niet zo dat wie het minst heeft, per definitie de hoogste straf krijgt.

Rob Zijlstra

update – 8 juli 2016 – uitspraken
Ward is vrijgesproken. Uit het dossier kan niet met duidelijkheid worden opgemaakt of de vrouw 16 was toen hij seks met haar heeft gehad. dat ze toen al 18 jaar was kan niet worden uitgesloten. Bart is wel veroordeeld: een werkstraf van 80 uur. De rechtbank is het met het OM eens dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als directeur. De straf valt iets lager uit dan de eis omdat Bart heeft aangegeven dat hij vrouwvriendelijk is geworden.

Aanstormend miljonair Gerrit moet zitten, conform de eis een jaar cel met nog eens een half jaar voorwaardelijke celstraf als waarschuwing. Voor de oplichtingskwestie is hij vrijgesproken. De straf is vanwege de verduistering van de gelden van de Eindhovenaren.

Hassan en Mohamud krijgen de komende twee jaar een bed met bad en brood, maar raken wel twee jaren vrijheid kwijt opdat ze de middenstand niet kunnen duperen.  De isd-maatregel dus. Ik vraag me af of dit wel in de haak is met de bedoelingen van de maatregel.

Kale cijfers

Rechters gaan qua lage straffen
niet helemaal vrijuit

32 gem cel p zaak 4Straffen die in rechtszalen worden opgelegd zijn te hoog en zijn te laag.
Precies goed is het zelden of nooit.

Twee weken geleden stond een 49-jarige man terecht die zijn buurmeisje seksueel zou hebben misbruikt.
Dat zou zestien jaar geleden zijn gebeurd.
Man zegt dat het niet zo is.
Het buurmeisje is inmiddels een vrouw.
In haar slachtofferverklaring, gericht aan de rechters, zei ze dat de verdachte voor de buitenwacht een leuke man is.
Maar dat de buitenwacht eens weten moest.
Ze vindt dat de verdachte geen recht heeft, niet meer, op een gelukkig en zorgeloos bestaan.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden.
Het vermeende slachtoffer zal dit vast veel te weinig vinden, de ontkennende verdachte vindt het een nachtmerrie, een horrorscenario.
Maandag laat de rechtbank weten wat passend en geboden is.

Wat ik maar wil aangeven: het gaat er zo nu en dan heftig aan toe in zittingszaal 14.
Maar kijkend naar de kale cijfers, dan moet de conclusie zijn dat er laag wordt gestraft. Relatief.
Een strafzaak bij de meervoudige strafkamer (drie rechters en met als het leven goed is minimaal één rechtbankverslaggever) is landelijk gezien goed voor gemiddeld een jaar celstraf per verdachte.
In Groningen ligt dat voor dit jaar en tot nu toe op gemiddeld 7 maanden per verdachte.

Zeven is bijna de helft van een jaar.

4 onvoorw 81Dit lage cijfer komt niet omdat rechters in Groningen aardige mensen zijn.
Ze zijn in de rechtszaal niet milder dan hun soortgenoten elders.
Om die 7 maanden te kunnen verklaren kan het heel goed zijn dat in Groningen minder ernstige zaken ter beoordeling aan rechters worden voorgelegd.

Dat ‘wij’ onder het gemiddelde blijven hangen, is mooi voor hier.
Het betekent dat het elders (behalve in Drenthe) ernstiger is.

Ik verbaas mij ook daarom regelmatig over de politie die bijvoorbeeld maar blijft volhouden dat de bestrijding van mensenhandel in Groningen een speerpunt moet wezen.
Mensenhandel in Groningen bestaat – denk ik dan wel eens – alleen in de hoofden van hen die het moeten aanpakken.

Vorige maand was er een grote politie-actie in Groningen mede in verband met dit hardnekkige speerpunt.
Agenten mochten op klaarlichte dag verdacht uitziende types (figuren met haar?) in auto’s met buitenlandse kentekens willekeurig van straat plukken en deze vermeende criminelen meenemen voor controle.
Dat dit zo was en zo ging stond gewoon in de krant.
Geen burgemeester, geen geëngageerde advocaat of een andere bewaker van de openbare orde die ‘ho, ho’ riep.

De enige man (keurig voorkomen, vrijwel kaal) die zich dit jaar voor mensenhandel in Groningen moest verantwoorden, werd vrijgesproken.
Vorig jaar waren er vier verdachte mensenhandelaren, twee kregen werkstraffen, de lelijkste een celstraf van 18 maanden.

30 vonnis eis 8Rechters gaan qua lage straffen overigens niet helemaal vrijuit.
Een officier van justitie kan – binnen de regels van de wet – eisen wat hij wil, de rechters gaan in driekwart van de strafzaken onder die eis zitten.
Doen ze een keer iets meer, dan is het meestal maar een onsje.
In de ogen van rechters zijn eisen van het Openbaar Ministerie te hoog.
Al jaren doet het gerucht de ronde dat officieren van justitie bewust hogere eisen op tafel leggen omdat ze weten dat rechters stronteigenwijs zijn en bijna altijd voor lager gaan.
Of het waar is, weet ik niet.

Het komt ook voor dat het Openbaar Ministerie in de rechtszaal al met een heel lage strafeis op de proppen komt.
Wat is er dan aan de hand?
In het asielzoekerscentrum in Musselkanaal was een vechtpartij geweest met gewonden.
Twee broers kregen het aan de stok met Zaid (21) uit Syrië.
Zaid zou hebben gewandeld met het zusje van de twee broers en die wilden dat onder geen beding.
Toen de broers tijdens het biljarten Zaid zagen, riepen ze hem en kreeg hij met vlakke hand een harde klap in het gezicht.
Achteraf bleek dat de broers zich hadden vergist.
’t Was niet de verdacht uitziende Zaid die met het zusje had gewandeld.
Maar dat was achteraf.

Na de klap had Zaid geduwd en ook teruggeslagen.
Hij voelde zich bedreigd, hij was bovenop een radiator terechtgekomen waar hij met de rug tegen de muur stond.
Ineens was daar een kapper en een schaar.
Zaid zwaaide.
Stak.
Hij raakte beide aanvallende broers, de een in de onderarm, de ander in het gezicht.

Alle getuigen verklaren tegenovergesteld.
Misschien ook wel, denkt de advocaat, omdat de verbaliseerde verklaringen met tussenkomst van nogal wat tolken tot stand zijn gekomen.
De advocaat: ‘Eigenlijk weten we helemaal niks over wat er nou precies is gebeurd. Het is een dossier vol tegenstrijdigheden.’
De advocaat kreeg op basis van het dossier ook niet de indruk dat de politie het naadje van de kous had willen weten.
Voor de raadsman is het zo klaar als een klontje: zij begonnen, twee tegen een, zelfverdediging, noodweer, geen straf, klaar.

Ondanks de onduidelijkheid is er toch een rechtszaak voor de meervoudige strafkamer, drie rechters.
Voor Zaid staat het leven op het spel.
In november vorig jaar is hij via een achtbaan op duizelingwekkende wijze in Nederland terechtgekomen.
Bij een veroordeling moet hij misschien terug, terug naar de dood waaraan hij wist te ontsnappen.
Wat weten wij daar nou van?

De officier van justitie: ‘Tja, een lastig dossier.’
Het steken met scharen in armen en gezichten is doorgaans goed voor heftig strafrechtelijk geweld in de zaal.
Maar er moet ook worden gekeken naar de context van alles.
De officier van justitie: ‘Het komt erop neer dat verdachte door alle strafmodaliteiten die we hebben ernstig wordt getroffen.’
De advocaat: ‘Doe dan een ontslag van alle rechtsvervolging.’
De officier van justitie: ‘Nee. Ik eis een maand celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

Schermafbeelding 2016-06-11 om 09.43.31Een lagere strafeis kan bijna niet.
Willen rechters daar onder gaan zitten, dan moet Zaid eigenlijk een beloning krijgen en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Op 20 juni doet de rechtbank in deze kwestie uitspraak.
De kans is groot dat de gemiddeld opgelegde straf na die uitspraak daalt.

Met kale cijfers moet je wel altijd oppassen.

Wist u trouwens – het is onderzocht en uitgerekend – dat één moord de samenleving gemiddeld 3 miljoen euro kost?
Dat zal in Groningen (en Drenthe) wel weer lager zijn, maar toch…

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

rechtbankverslaggever als datajournalist

de kosten van de criminaliteit [onderzoek in opdracht wodc]

Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25

afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).