Het logeerbed

Schermafbeelding 2015-10-01 om 21.08.30

dvhn, pagina 18

Een vliegtuig dat opstijgt, is en blijft een wonderlijke gebeurtenis, maar het is al lang geen nieuws meer.
Stort datzelfde vliegtuig uren later neer, waar ook, dan is dat wel nieuws, hoe groot hangt af van het aantal inzittenden, nationaliteiten en natuurlijk de plek van de ramp.

Nieuws heeft vooral ook met afstand te maken.
Nieuws is vaak maar raar.
Wanneer u zich fataal verslikt in een graatje, dan haalt dat niet de voorpagina van de krant van morgen.
Dat wordt anders wanneer de betreurde de verkoper van de vis is.

De verdronken zwemleraar, een horlogemaker die te laat komt, de scheidende trouwambtenaar, kale kapper, rijdende rechter, een wanhopig filosoof.
Een valse noot en het is nieuws.

Piet z’n huwelijk dreigde op de klippen te lopen en daar zat hij vreselijk mee.
Hij had het verteld aan een goede collega met wie hij er tenminste over kon praten, niet alleen na het werk, maar ook tijdens de diensten die ze samen draaiden.
Jannie snapte het tenminste want ze luisterde goed.
Het was dan ook helemaal niet raar dat Jannie hem uitnodigde voor het verjaardagsfeestje bij haar thuis.
Hij mocht ook blijven slapen, dan kon hij een borreltje drinken, wel zo gezellig.

Hetty vond het best.
Hetty is de vrouw van Jannie en andersom.

Er waren die avond nog een paar vriendinnen geweest en er was bier gedronken en wijn.
Toen het feest was afgelopen waren ze niet lam geweest, maar wel flink een beetje teut.
Lachen ook.
Piet zou in het logeerbed slapen.
Toen ze zich klaarmaakten voor de nacht troffen ze elkaar in de krappe badkamer.
Om er nog even te plassen, om de make-up weg te vegen, tanden te poetsen, om er bloot slaapshirts aan te trekken.
Piet tegen de rechters: ‘Meer is er daar in de badkamer niet gebeurd.’

Het licht ging uit en werd het duister en donker

De volgende dag gingen Piet en Jannie volgens het rooster samen aan het werk.
Het eerste wat ze samen deden was een ontbijtje scoren bij de McDonald’s.
Deden ze vaker samen.
Piet was toen een beetje emotioneel geweest.
Alsof er iets was gebeurd.

Zelf zei hij dat het was vanwege dat klotenhuwelijk met zijn vrouw van wie hij hield.
En vanwege ook de kinderen, wat deed hij ze aan?
Kom op Piet, troostte Jannie.

Daarna gingen maanden voorbij, juni werd herfst.
Jannie was, merkte hij wel, gaandeweg afstandelijker geworden.
Toen het oktober was, deed ze aangifte en lag er ineens een heel ander verhaal op tafel.
Jannie beweerde dat Piet haar had aangerand.
Hij had dat gedaan die avond in de badkamer, toen ze daar gedrieën de nacht stonden voor te bereiden

Piet had, vertelde Jannie bij de politie, ineens aan haar blote boxershort getrokken.
Ze had zijn vingers op haar schaambeen gevoeld.
Ze had geroepen: ‘Dit kun je vergeten Piet’.
Toen waren ze gaan slapen.
Tenminste, dat dacht Jannie.
Terwijl Jannie sliep, beleefde Piet stiekeme seks met Hetty.
Dus met de vrouw van Jannie.

Een lang verhaal.
Een kort verhaal.

Toen Jannie in de herfst hoorde over dat van Piet en Hetty deed ze aangifte.
En Hetty?
Hetty toonde zich solidair met haar vrouw.
Zij zei na maanden stellig: ‘Piet heeft mij die nacht verkracht.’

Piet werd per direct door zijn werkgever geschorst.
Jannie en Hetty waren door aangifte te doen ineens slachtoffers geworden.
De officieren van justitie wikten en wogen.
De uitkomst: We seponeren Piet. Er wordt van alles gezegd, maar er is geen bewijs.

Hetty legt zich daar bij neer.
Jannie niet.
Jannie dient een klacht in – artikel 12 – en het gerechtshof oordeelt dat er een strafzaak moet komen.
En zo kan het gebeuren dat de rechtbank in Groningen zich in september 2015 moet buigen over een verjaardagsfeestje in juni 2013.

De officier van justitie spreekt van een precaire zaak.
De officier van justitie zegt over die toestand in de badkamer dat hij wel wil aannemen dat er tanden werden gepoetst en slaapshirts werden aangetrokken, maar dat hij in alle redelijkheid niet kan bewijzen dat de hand in de onderbroek is gegaan.
Hij eist vrijspraak.
En daarmee is ook de vordering van 500 euro die Jannie indiende wat de aanklager betreft van de baan.

Zo ging het er aan toe in de rechtszaal.
Is dit nou nieuws?
Overleg met de redactie.
Redactie neigt naar niet.
Ik zeg dat het vermeende slachtoffer politieagente is.
En de verdachte politieagent.
De redactie: Oei, dat is wel relevant, dan is het wel nieuws.

De volgende dag staat er een stukje in de krant, op pagina 18.
Met het oog op de geëiste vrijspraak doen we dat ten aanzien van de verdachte die in een klein en onwetend dorp woont, ietwat terughoudend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 9 oktober

Jurkje van taft

Schermafbeelding 2015-08-30 om 10.40.32Er verschijnen steeds meer Drentse verdachten in de rechtbank van Groningen.
Dat is helemaal niet erg, zij het dat de verdachten uit Drenthe zelf misschien liever thuis in Assen terechtstaan.
De 66-jarige Gert uit Hoogeveen die afgelopen week in zittingszaal 14 moest komen opdraven vond het vreselijk.
Geëmotioneerd riep hij: ‘Ik begrijp niet dat ik hier zit.’

Waarom er steeds meer Drenten in Groningen voor de strafrechter moeten verschijnen, laat zich raden.
Er doen momenteel wilde geruchten de ronde en als die geruchten waarheid worden, betekent dit dat het neoclassicistische gerechtsgebouw in Assen – sinds 1840 aan de Brinkstraat – over een paar maanden op slot gaat.
Het lijkt daar een aflopende zaak.

Wie straks op Drents grondgebied een strafbaar feit pleegt en tegen de lamp loopt (dat moet wel), moet niet raar opkijken dat hij naar Groningen moet om verantwoording af te leggen.
Een Drentse advocaat vertelde deze week dat zij nu al en steeds vaker voor zelfs heel eenvoudige strafzaken naar Groningen moet reizen.
Zo had ze onlangs een burenruzie over een heg in Meppel gehad met over en weer bedreigingen. Moesten ze met z’n allen naar de Groninger politierechter.

Maandag aanstaande komt er meer duidelijkheid over de toekomst van de rechtspraak in Assen, Leeuwarden en Groningen.

Gert, bij aanvang al bijna op van de zenuwen, legt aan de rechters uit hoe het zit.
Hij zegt geroerd: ‘Ik heb ik veel gekkenhuizen gezeten. Eenzaamheid is mijn naam. Ik heb vaak zelfmoord proberen te plegen. ’t Is me nooit gelukt. Ze vonden me altijd net op tijd. Gelukkig maar, want als ik op mijn scooter door het mooie Drentse bos rijd, dan is het leven mooi.’

Gert begrijpt niet dat hij in Groningen voor de rechter zit.
Hij heeft niets gedaan.
In Assen zou hij hetzelfde zeggen.
Dat zijn ex-vriendin, aangifte heeft gedaan, noemt hij ‘jammer, jammer, jammer’.
Heel zijn leven had hij geprobeerd een gezin te stichten.
Helaas, treurt hij, is dat niet gelukt.
Zijn eerste vrouw liep op een dag zomaar weg, de tweede pleegde zelfmoord en de derde vrouw haakte na zeven jaar af.
Gert zegt nog steeds niet te weten waarom ze dat deed.
‘Ik heb een verschrikkelijke tijd gehad.’

Hij geeft ietwat beschaamd toe dat hij wel seks heeft gehad met Gerda.
Tegen de rechters: ’Eerst wat strelen en toen friemelen op bed. Als je dat seks kunt noemen, heerlijk.’

Gert had haar leren kennen in het winkelcentrum.
Eerst had hij een keer hallo gezegd.
Daarna had hij haar uitgenodigd voor een kopje koffie, voor een bakkie.
Zegt: ‘Gewoon leuk, want ik heb voor iedereen de deur open.’

Rechters: ‘U wist dat er iets met haar was, dat ze licht verstandelijk beperkt was? Dat ze bijvoorbeeld niet kon lezen en schrijven?’
Gert: ‘Nee, nooit gemerkt. Ze was zeer assertief. Ze had een begeleider. Maar die heb ik ook en ik ben ook normaal. Dat ze niet kon lezen en schrijven wist ik wel. Daarom wilde ik een laptop voor haar kopen. Ze was gewoon een heel leuk kind, ik zei, ik ga je leren lezen en schrijven meisje.’
Rechters: ‘U wist wel hoe oud ze was?’
Gert: ’55.’

Heel lang had de romance niet geduurd.
Gerda kreeg een relatie met een gekke vent uit Assen, vertelt Gert.
‘Ze wilden trouwen, ze had de ring al om haar vinger. Maar toen maakte hij het uit. Per telefoon. Toen kwam ze weer bij mij.’

Rechters: ‘Dat was twee jaar later.’
Gert: ‘Ineens stond ze daar. Dat vond ik zo mooi. Met blote benen. Ze droeg een roze jurk, van taft. Ze had rode pumps aan en een diep uitgesneden blouse, een beetje geelachtig. En ze was zo mooi opgemaakt.’
Gert glundert zoals nog nooit iemand in de Groninger verdachtenbank glunderde.’
Een van de rechters: ‘U was verliefd op haar he?
Gert, heel even stralend: ‘Ja man.’

Eerst kwam er een melding vanuit de GGZ in Assen waar Gerda onder behandeling stond vanwege haar depressiviteit.
De melding luidde dat een man uit Hoogeveen seksueel misbruik had gemaakt van Gerda.
Dat had ze aan haar behandelaar verteld.
Iets later belde ze op om het uit te maken.
Daarna was er politie aan de deur geweest.
Gert: ’Agenten vertelden dat ik grote problemen had. Ik kreeg er kippenvel van. Ik vond het zo erg.’
Na de melding van de GGZ volgde de aangifte.

Een vrijwilliger van slachtofferhulp leest een brief voor waarin Gerda laat weten dat ze veel heeft gehuild, dat ze herbelevingen heeft, dat haar hondje er ook onder lijdt en dat ze zich wanhopig en onmachtig voelt, dat ze Gert een vieze verkrachter vindt en dat ze een tijdje drie keer per week op het station in Assen stond om er een einde aan te maken.
Er rollen nu tranen uit de ogen van Gert.
Snikt: ‘Ik heb medelijden met haar. Het is zo jammer jammer, jammer.’

Op de dagvaarding staat dat Gert seks heeft gehad met iemand met een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die daardoor niet in staat was haar wil te bepalen.
Als je dan toch seks hebt, is er sprake van een zekere dwang.
Dat kan maximaal acht jaar celstraf opleveren.

De officier van justitie heeft niet veel woorden nodig.
De aanklager stelt vast dat er seks is geweest, omdat beiden dat zeggen.
Zij zegt gedwongen, hij zegt dat het van beide kanten vrijwillig was.
Het enige belastende is de verklaring van het slachtoffer, een verklaring die door niets anders wordt ondersteund.
En dan is het bewijs te dun.
Dat Gerda licht verstandelijk gehandicapt is, is waar, maar niet zodanig dat ze niet in staat was om nee te zeggen.

Oftewel: de officier van justitie verzoekt de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Als de advocaat aan het pleidooi wil beginnen, zegt een van de rechters dat ze het kort kan houden, gezien de eis.
De advocaat kijkt wel link uit en doet uitvoerig haar verhaal waar ze een dag op heeft zitten ploeteren.

Waarom de officier van justitie een man als Gert voor de rechter sleept om vervolgens te eisen dat hij wordt vrijgesproken, is mij een raadsel.
Dat er onvoldoende bewijs was, was haar immers bekend.
Gezien de opmerking van de rechter (hou het maar kort) is de verwachting gerechtvaardigd dat de Groninger rechters de Drent over twee weken ook daadwerkelijk zullen vrijspreken.

Gert nam alvast een voorschot op de uitspraak: ‘Dank u wel. Ik ben nu heel blij.’

Rob Zijlstra

update – 10 september 2015 – uitspraak
Ger kan blij blijven. De rechters hebben hem integraal vrijgesproken. Geen dwang en Gerda was heus in staat haar wil te bepalen, vinden de rechters.

Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst

 

 

 

Vrijheid met buikpijn

‘Opa zit aan mij.
Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’

 

Het is niet zo dat de mannen en vrouwen die terechtstaan in zittingszaal 14 steeds dezelfde mannen en vrouwen zijn.
Er passeert wel eens een recidivist, maar de grootste groep bestaat uit verdachten die voor het eerst terechtstaan.
En voor een flink deel daarvan geldt dat het ook direct de laatste keer is, want anders klopt de eerste zin niet.

Wat ook waar is, is dat wie wordt verdacht van een strafbaar feit, veel te verliezen heeft.
Ook als de verdenking eenmalig is en ook als de beschuldigingen niet terecht zijn.
Eind vorig jaar werd een man, een voorganger uit Appingedam, vrijgesproken van een paar kuub narigheid.
Hij zat zeven maanden gelaten in de gevangenis.
De verdenking was terecht, maar de rechtbank vond het aangeleverde bewijs uiteindelijk te dun om te kunnen overtuigen.
Vrijspraak.

Drie weken geleden werd Gerrit – de vermeende overvaller van een filiaal van de Albert Heijn in Groningen  – in vrijheid gesteld.
Stevige verdenkingen, maar de rechtbank was niet zonder twijfel.
Nu is Gerrit wel een recidivist, want hij had er opgeteld al vijftien jaren gevangenisstraf opzitten in verband met bankovervallen die hij wel had gepleegd.
Neemt niet weg dat deze Gerrit bijna een jaar boos in voorarrest heeft gezeten waarvan achteraf moet worden vastgesteld dat dat ten onrechte is geweest.

In de Verenigde Staten zitten mannen soms dertig jaar onschuldig in de gevangenis.
Dat staat dan bij ons in de krant.
De kans dat Gerrit op zijn beurt de voorpagina’s haalt van Amerikaanse kranten is niet zo groot. Vrijgesproken onschuldigen presenteren hier doorgaans de rekening van de belemmerde vrijheid aan de overheid.
Dat kost ons zo’n 150 euro per dag, opgeteld tientallen miljoenen per jaar.

Voor Aaldrik (66) ziet het er anders uit.
Of hij wordt veroordeeld of niet, hij is sowieso alles kwijt.
Sterker nog: hij is meer kwijt dan hij ooit had.
Hij zit inmiddels tien maanden als een onschuldige verdachte in de gevangenis en volgens het Openbaar Ministerie is dat meer dan terecht.
De officier van justitie wil dat Aaldrik als een schuldige veroordeelde uiteindelijk drie jaren achter de tralies doorbrengt.
Met die tien maanden is hij dus al aardig op weg.
De advocaat wil dat Aaldrik in vrijheid wordt gesteld, onmiddellijk of anders komende week wanneer de rechtbank uitspraak doet.

Aaldrik snuift en briest.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem erger dan het systeem dat ze er in Rusland op nahouden.
Hij vindt ook dat als je dingen hebt gedaan, je een kerel moet wezen, dan krijg je je veroordeling en dan is het klaar.
Punt.
Maar dat hij voor Piet Snot in de gevangenis zit maakt hem heel boos.’

De rechters zeggen tegen hem dat hij goed moet opletten en dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Rechters zeggen dat zo.
Aaldrik reageert en zet de toon.
Hij zegt ervan uit te gaan dat de rechters hun gezond verstand even zullen gebruiken.
‘We gaan het dus kort houden.’
De zitting duurt vervolgens bijna zeven uur.

De verdenking luidt dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn kleindochter en met haar vriendinnetje.
Dat zou zijn gebeurd tussen 2005 en 2010 als oma de boodschappen deed of al sliep en het gebeurde op bed en in bad.
Maar ook op de toiletten van de Zeehondencrèche in Pieterburen.
De meisjes – toen tussen de 4 en 9 jaar oud – moesten dingen doen die meisjes niet doen.
De moeder van een van de meisjes had een bang briefje gevonden.
‘Opa zit aan mij. Als ik dat vertel, maakt hij mij dood.’
Op zijn laptop is kinderporno aangetroffen.
Ook dat nog.

Aaldrik bast tegen de rechters met dwingende stem: ‘Het is per-ti-nent niet waar. Ik heb die meisjes met geen vinger aangeraakt. En die toiletten op de Zeehondencrèche, ik zou niet weten hoe die eruitzien.’
Over de strafeis: ‘Er moet hier gerechtigheid komen. Geen onzin.’
Over de kinderporno op zijn computer: ‘Ik heb die laptop van mijn zoon gekregen. Misschien is het van hem.’

Een van de rechters: ‘U zou een sigaret op uw kleindochter hebben uitgedrukt.’
Aaldrik: ‘Ach vent hou toch op. Ik ben niet gewelddadig. Ab-so-luut niet. Zegt u? Ja, natuurlijk heb ik mijn eigen kinderen geslagen.’

Aaldrik is een man van aanpakken.
Tijdens het onderzoek komt naar voren dat hij in het verleden – verjaard voor de wet – diezelfde eigen kinderen niet alleen stevig aanpakte, maar ook seksueel heeft misbruikt.
Hij wil daar niet over praten.
‘Het is gebeurd. Klaar. Punt.’

In zijn Noord-Groningse dorp gaan de geruchten al jaren.
Aaldrik is een viespeuk.
Toen hij in juni 2014 werd aangehouden, deed het dorp onmiddellijk uitspraak: tot vijf keer toe werden de ruiten van zijn woning ingegooid.
De burgemeester moest eraan te pas komen.
Aaldrik is in zijn dorp nooit meer welkom.
Zijn echtgenote – zij gelooft in hem (dan weer wel, dan weer niet) – vluchtte naar elders. Aaldrik tegen de rechters: ‘Laat de politie de vernielingen aan mijn huis onderzoeken.
Tot nu toe hebben ze er nul uren aan besteed.’
De rechters: ‘Tja, zo hoort het niet te gaan.’

De advocaat zegt dat een op de vijf aangiftes in zedenzaken vals is en een nog groter deel twijfelachtig.
En dat het bewijs in deze zaak niet kan overtuigen.
Het enige dat er ligt zijn de verklaringen van de twee meisjes.
Er is geen bewijs dat hun verklaringen ondersteunt.
Het kan dus ook niet waar zijn.
En als dat kan, dus ook niet waar, dan is er twijfel en dient vrijspraak te volgen.

Schuldig, onschuldig, het is aan de rechters.
In de rechtszaal is de waarheid niet wat er is gebeurd.
De waarheid is in de rechtszaal altijd een juridische: waar is wat bewezen kan worden.

De waarheid voor Aaldrik op dit moment is dat zijn huis inmiddels met giga-verlies is verkocht, dat zijn AOW is stopgezet omdat je in de gevangenis geen vermogen mag vergaren, dat zijn schulden maandelijks oplopen, dat hij naar het oordeel van het dorp is verbannen uit de regio, dat zijn echtgenote is gevlucht, dat hij met de zoon geen contact meer heeft en dat zijn kleinkind (net als haar vriendinnetje) 15.000 euro smartengeld eist.

Voor Aaldrik valt er een vrijheid te winnen die zonder kleur zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 8 mei 2015 – uitspraak
Aaldrik moet zitten: 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank acht het bezit van kinderporno niet bewezen, mede daarom een lagere straf dan de eis. De schadeclaims zijn afgewezen. Ik verwacht een hoger beroep. Overigens krijgt het OM een heel klein tikje op de vingers van de rechtbank waar de advocaat van de verdachte had gehoopt op een klap voor de kop. De rechtbank beschrijft de tik als: ‘Het ware beter geweest dat de officier van justitie een andere keuze had gemaakt…’  Alsof heldere taal er niet toe doet.

Schermafbeelding 2015-05-09 om 23.54.23

klik op afbeelding

 

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Ophouden

Wat deed eigenlijk
uw vrouw als u met
kinderporno bezig was?

Met veel verbazing luisterde ik naar een verdachte man die tientallen jaren achtereen honderden jonge Groningers het Engels heeft bijgebracht.
Ik schreef er een verhaal over.
Ik schreef op dat hij de domste man van Groningen was.
En dat voor een onderwijzer.

Wat hij deed, was verboden.
Dat wist de man.
Hij wist ook dat hij zijn respectabele baan, zijn maatschappelijke activiteiten in het dorp waar hij veel plezier aan beleefde en wat al niet meer (de echtgenote, de kleinkinderen) op het spel zette.
En toch ging hij, avond na avond, door met het downloaden van kinderporno.
Zijn vrouw zei niets.

Dat de wijsheid met de jaren komt, is niet voor iedereen weggelegd, noteerde ik nog.

Voor de rechters uitspraak deden, kwam ik hem tegen.
Hij gaf een hand en zei: ‘Ik ben inderdaad de domste man van Groningen. Dank dat u mijn naam en woonplaats niet in uw artikel hebt vermeld.’
De domme man kan inmiddels 72 jaar zijn.
Hij kreeg een werkstraf van 240 uur die je – anders dan celstraf – redelijk onopgemerkt kunt uitvoeren.

Er zijn jaren verstreken en er zijn nogal wat meest domme mannen van Groningen bijgekomen.
Een van hen is Rikus, bijna 70 jaar uit Winschoten, een plaats die groot genoeg is om hier Rikus te kunnen heten.
Hij hoorde halverwege deze maand 14 maanden celstraf eisen.
Dan heb je – anders dan bij een werkstraf – wel iets uit te leggen.

Deze domste man had naar een tv-programma van Alberto Stegeman gekeken en wilde zelf ook wel eens beleven hoe mensen in opzetjes trappen.
Hij ging achter de computer zitten, maakte een chat-account aan en zei dat hij Janet heette, dat hij een lief meisje was van 14 jaar.

Hij speelde een meisje dat ook graag erotische gesprekken voerde met mannen.
Hij toonde foto’s.
Van zijn eigen dochter, eerst gekleed en daarna heel erg niet.
Een van de chat-contacten vond het te ver gaan en lichtte de politie in.
Hij werd getraceerd en zo stond de politie bij hem op de stoep.
Zijn computers bulkten van de kinderporno, in de meest extreme vorm.

Hij zegt tegen de rechters dat het als een geintje was begonnen.
Een van de rechters ontploft. ‘Een geintje? Kinderporno? U noemt dat een geintje? U heeft zelf kleinkinderen. Vijf. Stelt u zich het eens voor. Nooit gedacht…?’
Man, onverschillig: ‘Neuh.’
Hij zegt ook niet te weten waarom hij het deed.

De ontplofte rechter: ‘Wat deed eigenlijk uw vrouw als u met kinderporno bezig was?
De verdachte zegt dat zijn vrouw gewoon de kamer binnenkwam.
Hij zegt dat ‘we’ daar niet moeilijk over deden.

Misschien genoten ze – beiden tegen de 70, maar nog vief – op hun oude dag van foto’s en filmpjes waarop is te zien hoe kleine kinderen, jongens en meisjes, soms vastgebonden, huilend uit angst of van de pijn, door grote mannen of stinkende dieren worden verkracht.
Dat is namelijk kinderporno.
Misschien beschermt hij haar.
Er gebeuren wel akeliger dingen in de rechtszaal.

Deze domste man kreeg de geëiste 14 maanden niet.
De rechters lichtten dat niet toe.
Hij moet wel voor straf werken, 240 uren, uit te voeren binnen een jaar.

Akeliger dingen?
Leest u door, dan is het voor de beleving goed het geluid van krassende nagels over een schoolbord in te beelden, zo hard dat het pijn doet in uw kiezen.
Temidden van dit helse kabaal vertelt een man schoorvoetend dat hij zijn kleindochter seksueel heeft misbruikt.
Hij heet zeg maar Leo, 73 jaar.

Het misbruik heeft plaatsgevonden tussen 1995 en 2002.
Leo is geen prater.
Hij zegt: ’t Is gebeurd, had niet mogen gebeuren. Klaar. Heb ook spijt. Dus.’
Rechters: ‘Hoe vaak? En Waarom?’
Leo, hij heeft de winterjas nog aan: ‘Tien keer, elf misschien. Het is een vraagteken. Ik heb er geen verklaring voor. Klaar.’
Rechters: ‘Kom op zeg.’
Leo: ‘Het zal nooit weer gebeuren. Dus.’

De rechters zeggen dat ze dat heel vaak horen in de rechtszaal en dat ze in zijn geval de neiging hebben hem niet te geloven.
Tegen Leo: ‘U weet niet eens waarom u het hebt gedaan. U heeft er 15 jaar over kunnen nadenken. Dus nogmaals, waarom?’
Leo: ‘Gewoon.’

Het was begonnen toen ze 7 jaar was.
Het was een groot geheim, ze mocht er met niemand over praten.
Na jaren deed ze dat toch.
Niemand geloofde haar.
Oma noemde haar een vreselijk kind, haar eigen moeder vond haar een fantast, in de ogen van haar zus was zij een rotzus.
Iedereen koos partij, iedereen was voor opa, niemand voor haar.
Toen ze 18 jaar werd, was dat nog steeds zo.
Nu, nu ze een volwassen vrouw is, schuwt ze mensen.

Ze heeft een brief aan de rechters geschreven die wordt voorgelezen.
Het is een indrukwekkend verhaal.
Ze toont zich in haar woorden niet alleen een dappere, maar ook een sterke vrouw.
Ze schrijft hoe verkeerd het voelt als ze haar opa mist, dat oma nooit contact met haar heeft gezocht, dat ze snapt dat oma bij opa is gebleven, maar dat oma haar zo ontzettend in de steek heeft gelaten.’
Ze schreeuwt te hopen dat opa hulp krijgt, beter hulp dan straf.

Leo is niet in staat te reageren.
Hij heeft de woorden niet.

Nu de waarheid aan het licht is gekomen, hebben de kinderen van opa Leo zich van hem afgekeerd en alle contacten verbroken.
Leo zegt dat hij en zijn vrouw in grote eenzaamheid leven, dat ze nu met niemand meer contact hebben, dat ze leven als kluizenaars.
Hij zegt te hopen dat op een dag alles weer goed komt, dat de weg lang is en hij niet veel tijd meer heeft.

De officier van justitie: ‘Een meisje wordt misbruikt en niemand die haar wil geloven. Moeder en oma keren zich van je af, je bent een vreselijk kind. Je gaat er aan onderdoor. En al die tijd was er een persoon die wist dat je de waarheid sprak. En hij liet het gebeuren. Een celstraf van vijftien maanden, vijf voorwaardelijk, is hier op z’n plaats.

Leo zwijgt.
Gaat een beetje verzitten.
Dan richt hij zich tot de rechters en zegt bars: ‘Als ik moet zitten kan ik de vrouw wel meenemen. Ze heeft last van de longen.’

Bij nagelkrassen op krijtborden roepen we ‘stop’ of ‘hou op’ omdat het geluid onverdraaglijk is.
Wanneer kinderen worden mishandeld, worden misbruikt dan roepen we niks, dan kijken we weg.
Waarom dat zo is, moet nog worden onderzocht.

Rob Zijlstra

Daniella

verslag van een vijf dagen durend strafproces

dvhndag1

dagblad van het noorden, dinsdag – blendle

Op 20 juli 2013 wordt na een telefoontje naar 112 aan het begin van de avond in een woning aan de Opaalstraat (Vinkhuizen) in Groningen de zwaargewonde Daniella van Bergen aangetroffen. Zij is een 20-jarige verstandelijk gehandicapte vrouw. Ze ligt in de gang, onder aan de trap. Het lijkt alsof ze is gevallen. Haar stiefvader, Geert W. (46) is de man die 112 heeft gebeld. Een dag later overlijdt Daniella.

In de woning vindt de politie aanwijzingen die duiden op geweld. Er worden veel bloedsporen aangetroffen en ook een kapotgeslagen honkbalknuppel, een deel ligt in de vuilnisbak. Het lichaam van Daniella blijkt versleept. De politie sluit een misdrijf niet uit.

Merkwaardig is ook dat stiefvader Geert W. spoorloos is. De politie plaatst een spoedtap op zijn telefoonnummer. Wanneer W. daags na het incident de ziekenhuizen in Groningen belt en informeert naar de toestand van Daniella krijgt hij te horen dat de politie hem wil spreken. W. is ‘ondergedoken’ bij een vriend in Leens, Noord-Groningen. Daar wordt hij ’s nachts aangehouden.

Daniella is gevallen, zegt ook moeder Karin S. (50). Zij is die avond boven, samen met haar drie kinderen onder wie Daniella. Haar vriend Geert is beneden, zit achter de computer. Ineens een vallend geluid op de trap. Ook buren horen zoiets. Als Karin gaat kijken, ziet ze Daniella liggen, beneden, onder aan de trap. Zegt ze.

De twee broertjes verklaren dat Daniella niet boven was, maar beneden bij Geert. Die had hen naar boven gestuurd, wat hij wel vaker deed. Na twee weken wordt moeder Karin S. aangemerkt als medeverdachte. In de verhoorkamer zegt ze tegen haar ondervragers: ‘Ze is niet van de trap gevallen. Het is in de kamer gebeurd.’ Beelden van dat moment werden maandag in de rechtszaal getoond. Geert kijkt dan niet, maar buigt het hoofd.

De verdenking luidt dat Geert W. zijn stiefdochter heeft doodgeslagen. Moord. Ook aan moeder Karin S. is moord ten laste gelegd.

.↓

maandag 19 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 – 16.15 uur

Geert W. wordt ter zitting door de rechters ondervraagd. Wanneer hij de rechtszaal binnenkomt, trilt zijn lichaam. Wanneer hij eenmaal zit, zit hij ineengedoken. De kleding die hij draagt zijn zichtbaar maten te groot. De armen tegen de borst gedrukt, dan weer de handen slap in de schoot.

Maar vooral: hij zwijgt. Hij wil niks zeggen. Waarom niet? Ook die vraag beantwoordt hij met een: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.’ Vier uur lang confronteren de rechters hem met de feiten zoals die in het strafdossier zitten en blijven ze hem vragen stellen wetende dat hij die niet zal beantwoorden.

De rechters wijzen hem erop dat hij natuurlijk mag zwijgen, dat dat zijn recht is. Maar misschien niet altijd even verstandig. Omdat er feiten zijn die om een verklaring schreeuwen. Mochten ze Geert W. schuldig bevinden, dan zullen de rechters in het vonnis schrijven dat hij met zijn zwijgen geen verantwoordelijkheid neemt

Geert W. is onderzocht, ook in het Pieter Baan Centrum. Hij heeft niet dan wel summier aan onderzoeken willen meewerken. Geert W. vreest tbs. Daarom zwijgt hij ook, waarschijnlijk op nadrukkelijk advies van zijn twee advocaten. Zo wordt dit spel gespeeld.

W. wordt omschreven als een angstige, zwakbegaafde man die op onverantwoorde wijze door het leven gaat. Het advies van de deskundigen, ondanks het zwijgen: tbs met dwangverpleging. Hij is verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed. Hij zit daar tussenin, zegt de psychiater.

Hij is niet gek, maar ook niet helemaal goed

Zijn verleden speelt een rol. In 2007 is hij veroordeeld door de rechtbank in Zwolle in verband met een ernstig zedendelict: hij heeft in Steenwijk een stiefdochter in een vorige relatie mishandeld en seksueel misbruikt. Hij krijgt 6 jaar celstraf.

Aan het einde van zijn detentie krijgt hij via een contactadvertentie kennis aan Karin S. Eenmaal op vrije voeten trekt hij – met enkelbandje – bij haar in. Daniella woont door de week in een instelling, in het weekeinde is ze thuis. Karin S. krijgt ondersteuning bij de opvoeding van de verstandelijk beperkte Daniella.

Hulpverleners maken zich zorgen. Daniella vertoont seksueel grensoverschrijdend gedrag, zo heet het. De komst van ex-zedendelinquent Geert S. in het toch al kwetsbare gezin is daarom niet een heel gelukkige. De betrokken hulpverleners beleggen zoals zij dat noemen een zorgconferentie over de situatie. Besloten wordt dat een preventieplan wordt opgesteld dat Geert W. moet ondertekenen. W. doet dat. Hij noemt zichzelf ‘de beste papa van Groningen’.

RTVNoord zegt inzage te hebben gehad in het rapport van de Samenwerkende Inspectiediensten. Die concluderen na onderzoek naar het gebeuren dat de hulpverlening tekort is geschoten. De veiligheid van Daniella en haar twee broers had onvoldoende prioriteit en de problemen die er speelden zijn niet effectief opgepakt, zo bericht de omroep.

.↓

dinsdag 20 januari 2015
zittingszaal 14, 09.00 uur — 17.30 uur

Schermafbeelding 2015-01-21 om 08.21.32

dagblad van het noorden – woensdag – blendle

Anders dan de zwijgende Geert W. praat moeder Karin S. honderduit. Haar boodschap is duidelijk: zij moet niet gezien worden als een medeverdachte, maar als slachtoffer van het terreur van Geert W.

Karin S. schetst een horrorbeeld. Nadat hij vanuit de gevangenis bij haar was ingetrokken, was hij een paar maanden aardig. Maar daarna veranderde Geert W. in een sadistisch monster, zo wil Karin S. de rechtbank doen geloven.

Volgens Karin S. begon hij een seksuele relatie met haar verstandelijk gehandicapte dochter. Dat wil zeggen, hij had seks met haar, door de week en in het weekeinde. En als hij zin had, of dronken, of zin en dronken, dan ranselde hij haar af. Mishandelde hij haar. Een paar keer valt het woord martelen.

Hoe lang dat duurde?
Drie jaren.
De laatste vijf, zes weken voor haar dood waren het ergst.

Daniella zou in een instelling gaan wonen, maar Geert W. verbood dat. Ze moest thuis zijn. Ze moest altijd voor hem beschikbaar zijn. Soms moest Karin S. op de bank gaan zitten en dan moest ze toekijken. Soms wilde hij seks met moeder en dochter tegelijk. Dat gebeurde ook, want weigeren kon niet. Ook de beste vriend van Geert W. was bij mishandelingen aanwezig, zegt Karin S. De beste vriend moest ook toekijken.

Karin S. zegt tegen de rechters: ‘Hij had een lijstje in zijn hoofd.’ Op lijstje stond ook haar naam. Dat betekende dat hij ook haar zou vermoorden. Ze vertelt dingen aan de rechters die niet in het strafdossier staan vermeld, die ze nooit eerder heeft verteld. De rechters houden haar voor dat wat ze nu in de rechtszaal vertelt over Geert W. veel erger is dan ze eerder vertelde.

Is het wel waar wat ze zegt?

Is het wel waar wat ze zegt? Of maakt ze van Geert W. een sadistisch monster om er zelf beter uit te komen? Karin S.: ‘Ik lieg niet.’ 

De rechters willen weten waarom Karin S. wel bier ging halen voor Geert W. in de supermarkt, maar niet met Daniella naar het naastgelegen politiebureau ging. Waarom ze wel negen keer een afspraak had met de huisarts, maar niets vertelde. Rechters: ‘Als u dan zo bang was, dan had u zichzelf en Daniella in veiligheid kunnen brengen.’ Karin S.: schudt het hoofd: ‘Ik was zo bang.’

Het horrorbeeld dat Karin S. oproept is dat zij zich met haar twee kinderen (zonen) naar boven liet sturen, dat ze daar gedrieën op bed naar de televisie zaten te kijken, terwijl Geert zich in de woonkamer bezighield met Daniella. Drie jaar lang, dag in, dag uit. Ze konden van alles horen.

Schermafbeelding 2015-01-20 om 21.27.17

een tweet

Op een gegeven moment, zegt Karin S., kon Daniella nauwelijks nog traplopen. En was heel haar lichaam bont en blauw. En als ze liep, liep ze krom. Lag ze in bed, dan huilde ze van de pijn. Het beeld dat ook het strafdossier oproept is dat Daniella is doodgeslagen met een honkbalknuppel en een kapotgeslagen stoel.

Er was hulpverlening, er waren bezorgde hulpverleners. Karin S.: Geert stuurde ze weg.’ De hulpverlening: Het gezin raakte geïsoleerd. Moeder: ‘Geert wist iedereen om de tuin te leiden.’ Er is een nog vertrouwelijk rapport met harde conclusies die uitlekten via RTVNoord. Het wachten is op een lek van het volledige rapport of tot de officiële publicatie. Het Openbaar Ministerie wacht daar naar verluidt ook op.

Vlak voor de fatale afranseling, aan het begin van de avond, kondigt Geert W. de dood van Daniella aan, zegt Karin S. Daniella krijgt het bevel afscheid te nemen van haar broertjes en van haar moeder. Tegen Karin S. zegt Geert W.: ‘Nog tien minuten en dan maak ik er een einde aan, dan maak ik het af.’

Niet lang daarna ligt Daniella onder aan de trap, belt Geert eerst zijn beste vriend en dan 112.

Karin S. tegen de rechters: ‘Ik had mijn angst aan de kant moeten zetten, ik had beter voor mijn kinderen op moeten komen.Ik had sterker in mijn schoenen moeten staan. maar ja, met al mijn angst durfde ik dat niet.’

De psychiater en de psycholoog zeggen dat Karin S.met haar IQ van 60, verstandelijk beperkt,  (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar is. Ze is een vrouw die zich met moeite in het leven staande kan houden, zeggen de gedragswetenschappers. Behandeling in een kliniek en daarna wonen onder begeleiding, luidt het advies.

Kan het waar zijn dat Daniella toch van de trap is gevallen? De forensisch patholoog is als getuige-deskundige opgeroepen. Hij sluit een val van de trap niet uit. Want alles kan. Maar het letsel is er niet door ontstaan, zegt hij. Het letsel past meer bij een extreem gewelddadige afranseling. Is hij daar honderd procent zeker van? De patholoog: ‘Het is een goede gewoonte binnen de forensische pathologie om absolutisme te vermijden.’

.↓

woensdag 21 januari 2015
zittingszaal 14, 08.45 uur – 12.30 uur

dag3

dagblad van het noorden – donderdag – blendle

Officier van justitie Rianne Wildeman is om 08.45 begonnen met het voorlezen van het requisitoir. Dat moet in twee sessies omdat de twee verdachten niet samen in een ruimte willen zijn.

Aan zowel Karin S. als aan Geert W. wordt medeplegen moord en medeplegen poging tot moord ten laste gelegd

Karin S.
De kernvraag is, zegt de officier van justitie bij aanvang van het requisitoir, wat heeft moeder Karin S. gedaan om het geweld tegen haar dochter te doen stoppen? In de volgende anderhalf uur geeft de aanklager het antwoord op die vraag. Kort samengevat luidt dat: niets.

De officier van justitie: ‘Karin S. heeft het tegenovergestelde gedaan van ingrijpen. Terwijl de ze zoveel had kunnen en moeten doen. Ze bleef passief terwijl handelen geboden was.’ Die houding maakt dat Karin S. niet medeplichtig is aan de moord op Daniella, maar gezien moet worden als medepleger.

een medeplichtige speelt een ondersteunende rol,
een medepleger speelt een rol die gelijk is aan de pleger

Het standpunt van het Openbaar Ministerie is dat Karin S. de moord op haar dochter faciliteerde. Zij maakte mogelijk wat Geert W. deed. Karin S. meldde Daniella ziek bij de instelling waar ze verbleef, na afranselingen maakte zij de woning weer schoon, met Allesreiniger en zout vanwege het vele bloed. Ze distantieerde zich niet.

Karin S. was bang. Maar zo bang? De officier van justitie plaatst vraagtekens. Vraagt: was Karin S. zo bang dat ze een beroep kan doen op psychische overmacht? Is dat laatste het geval dan kan geen straf worden opgelegd. De officier van justitie: ‘Ze zal bang zijn geweest, dat geloof ik wel, en in zekere zin is zij ook slachtoffer van Geert W. Maar die angst is niet zo groot geweest zoals ze ons wil doen geloven. Ze wilde een relatie. Ze had liever een slechte relatie dan geen relatie. Je kunt zeggen dat ze haar dochter heeft opgeofferd om een man te kunnen behouden.’

Karin S. is – zo vindt het Openbaar Ministerie met de gedragsdeskundigen – verminderd toerekeningsvatbaar. Wat ze heeft gedaan kan haar niet volledig worden toegerekend. De officier van justitie: ‘De vraag is dan of we moeten inzetten op een langdurige celstraf of op behandeling?’ Het OM kiest voor dat laatste: vier jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar. Voorwaarde: en klinisch opname na detentie. Dat betekent in de praktijk dat Karin S. zodra ze de vrouwengevangenis in Zwolle mag verlaten, moet gaan wonen in een besloten omgeving en onder begeleiding. Voor de rest van haar leven.

Geert W. 
Officier van justitie Rianne Wildeman zegt dat de rechtbank gelukkig niet veel strafzaken behandelt die zo gruwelijk zijn als deze zaak. Wat hier is gebeurd, zegt ze, gaat het voorstellingsvermogen te boven. Het was de hel op aarde.’

Geert W. heeft een obsessie die draait om een foto. Er gaat een verhaal. Dat verhaal wil dat Daniella vijf, zes weken eerder is meegenomen door een taxichauffeur en naar een woning in Beijum in Groningen is gebracht, naar een woning aan de Jensemaheerd. Daar zou ze zijn verkracht, door drie mannen, een vrouw en een herdershond. Er zouden daar ook foto’s van zijn gemaakt en die foto’s zouden op het internet staan. Geert zoekt die foto’s.

Op zaterdag 20 juli 2013 gaat Daniella om half vijf in de middag eten met haar moeder Karin S en met haar twee broertjes. Geert W. eet niet mee, maar drinkt bier. Na het eten stuurt hij Karin en de twee jongens naar boven, zoals hij dat vaker deed. Tegen Daniella zegt hij: ‘En wij gaan weer achter de computer zitten en proberen die foto’s tevoorschijn te halen.’

De politie heeft het verhaal van de taxi en de groepsverkrachting onderzocht, maar dat heeft geen feiten opgeleverd

Na een tijdje zegt Geert W. tegen Daniella: ‘Je mag alvast afscheid nemen van je moeder en je broertjes.’ Tegen Karin S.: ‘Ik maak er een einde aan.’ Er klinkt geschreeuw en gekrijs, steeds harder. Als Karin S. dit in de verhoorkamer van de politie vertelt, zegt ze: ‘Ik werd er misselijk en beroerd van.’

De officier van justitie: ‘Het onderzoek naar bloedspatpatronen in de kamer maakt duidelijk hoe gruwelijk het is geweest. Het was een executie die uren heeft geduurd.’ De hel op aarde.

Geert W. is net als Karin S. verminderd toerekeningsvatbaar. Volgens het Openbaar Ministerie heeft S. beperkte intellectuele vaardigheden en een opgeblazen zelfbeeld. Hij heeft niet willen meewerken aan onderzoeken, maar gedragsdeskundigen menen toch te kunnen stellen dat er sprake is van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkelingen van de geestvermogens. Kans op herhaling: groot.

De strafeis: 14 jaar gevangenisstraf en daarna een tbs met dwangverpleging. In de praktijk kan dat betekenen dat Geert W. niet meer op vrije voeten komt.

.

vrijdag 23 januari 2015
zittingszaal 14, 10.00 uur — 14.00 uur

Het woord is aan de verdediging

Rob van Haarst staat Karin S. bij.

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.54.44De strategie van advocaat Rob van Haarst wordt al snel duidelijk. Hij schildert Geert W. af als een groot en gruwelijk monster waartegen zijn cliënte moeder Karin S. zich nooit kon verweren. Zij immers is een angstig musje.

Nog sterker: niet alleen Karin S. vreesde de man die ze via en contactadvertentie had leren kennen, heel de buurt was bang voor deze Geert W. De buren stonden wel eens met het oor aan de muur te luisteren, maar deden niets. W.’s beste vriend, D.D. uit Leens, is aanwezig geweest bij de mishandelingen van Daniella. Ook hij deed niets. Ook D. luisterde slaafs naar Geert W., zegt Van Haarst: ‘Niemand in zijn omgeving durfde tegengas te geven.’

Zo moet ook de rol van de hulpverlening worden gezien, zegt de advocaat. De contacten met de hulpverleners verwerden tot toneelstukjes.

Van Haarst vindt dat Karin S. een beroep kan doen op psychische overmacht. Zij was door angst niet in staat haar eigen wil te bepalen. Nemen de rechters dat over, dan kan geen straf worden opgelegd. Hij pleit voor een snelle behandeling van Karin S.

Karin S. zegt in haar laatste woord dat haar advocaat het goed heeft verwoord. En ze zegt: ‘Dat ik als moeder zijnde niet heb ingegrepen, niet naar politie ben gegaan, dat vind ik zo verschrikkelijk.’

.

Robert Mesland staat Geert W. bij

Schermafbeelding 2015-01-25 om 16.55.24Advocaat Mesland meent dat moord niet kan worden bewezen. De val van de trap is een scenario dat niet uitgesloten kan worden. Hij zegt het te betreuren dat er geen reconstructie is gemaakt, het had duidelijkheid kunnen brengen. Een mishandeling, gepleegd in een plotselinge opwelling, kan ook.

Ook moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van Karin S. Bij de politie is zij eerst als getuige gehoord. Tegen haar is toen gezegd dat ze getuige zou blijven, dat ze in deze zaak geen verdachte zou worden. En toen ging ze los. Een kwalijke gang van zaken.

Dat Geert W. zwijgt heeft een reden, zegt Mesland. Ook hij is zwakbegaafd en kwetsbaar – daar kan hij niets aan doen. Hij vindt het doodeng hier te zitten. Maar bij de politie heeft hij wel uitvoerig verklaard.

Mesland hekelt de rol van de media. Er is sprake van trial by media, meent hij. Hij noemt met name de Volkskrant, het NOS-journaal en RTLNieuws. Volgens de advocaat heeft het Openbaar Ministerie passages uit het strafdossier gedeeld met de pers. De berichtgeving in de media bereikt ook de gevangenis. Mesland: ‘Mijn cliënt heeft er veel last van. Ik weet ook niet of dit bijdraagt aan de nationale rouwverwerking in deze zaak.

Het is vrijdagmiddag tegen twee uur. Geert W. kan gebruik maken van het laatste woord. Dat wil hij ook, maar hij had erop gerekend dat dat maandag, op de vijfde dag van het proces, zou gebeuren. Aanvankelijk was dat ook de planning. De voorzitter van de rechtbank besluit de zaak te schorsen tot maandag 13.00 uur. Geert W. kan dan het hem wettig gegunde laatste woord uitspreken.

maandag 26 januari 2015
zittingszaal 14, 13.01 uur – 13.06 uur

 Het strafproces is maandagmiddag afgerond. Even na 13.00 uur heropende de voorzitter de zitting om W. in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van het laatste woord.

W. las een korte verklaring voor. Dat kostte hem hoor- en zichtbaar veel moeite. Hij zei dat hij al weken niet slaapt, dat hij bang is verkeerde dingen te zeggen en dat hij niet goed begrijpt wat er allemaal gebeurt.

‘Ik wil zeggen dat ik nooit heb gewild dan Daniella zou overlijden. Ik wilde goed doen. Ik heb Daniella niet vermoord, ik zit al achttien maanden vast en er is geen dag dat ik niet aan haar denk. Ik ben kapot en verdrietig dat zij er niet meer is.’

→ De uitspraken zijn op 19 februari.

Rob Zijlstra

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis.

Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.

meer info volgt

 

Artikel 67a, lid 3

Arie is van 1929

Er zijn loslopende boeven van wie het de bedoeling is dat die achter de tralies verdwijnen en er zijn boeven die achter de tralies zitten met de intentie dat ze op een dag weer vrij mogen rondlopen.
Op een enkeling na.
Er is nog een derde groep: de voorlopig gehechten.
Dat zijn mannen en een paar vrouwen die formeel onschuldig vastzitten omdat ze nog niet door rechters zijn veroordeeld.

Veroordeelde boeven zitten in een gevangenis.
De voorlopig gehechten verblijven met hun bedenkelijke status in een huis van bewaring.
Een gevangenis biedt iets meer comfort.
Daar staat tegenover dat arbeid er verplicht is.
In een huis van bewaring hoef je niet te werken, maar moet de Staat wel arbeid aanbieden.

Het oude huis van bewaring in Groningen – aan de Hereweg – was een zogeheten textielbajes.
Dat was niet omdat de laatste ontsnapping geschiedde met aan elkaar geknoopte lakens (echt).
Het hvb Groningen was een textielbajes omdat de beklaagden achter tientallen naaimachines zaten om gekleurde kussentjes Schermafbeelding 2014-12-19 om 22.38.04en trappelzakken voor baby’s in elkaar te naaien.
Maar dit terzijde.

Er zitten flink wat verdachte onschuldigen achter de tralies.
Willem Holleeder is er sinds kort weer eentje.
Er zijn misschien wel meer verdachten dan opgesloten daders.

Ook Farid (23) uit Veendam is momenteel een voorlopig gehechte.
Hij zit al een half jaar in een cel te wachten op zijn proces.
De officier van justitie wil van hem een dader maken, terwijl Farid naar huis wil, om te trouwen met zijn verloofde die op hem wacht.
Farid zou iemand hebben bedreigd met een vuurwapen.
Toen de politie bij hem aan de deur kwam liet hij zich niet zomaar aanhouden.
Hij verzette zich waarbij politieagenten, zegt de politie, gewond raakten.
Het vuurwapen werd achter de wasmachine gevonden.
Farid ontkent alles.
Hij heeft agenten niet geslagen, niet geschopt.
Dat vuurwapen in zijn huis moeten vrienden daar hebben neergelegd, want hij heeft veel vrienden.

De officier van justitie stelt de rechtbank voor om Farid een jaar op te sluiten, terwijl de advocaat aan de rechters vraagt hem met onmiddellijke ingang in vrijheid te stellen.
De advocaat kan zich niet voorstellen dat Farid een straf krijgt opgelegd – mocht hij al schuldig zijn – die hem langer dan zes maanden in het gevang doet belanden.

Dreigt de voorlopige hechtenis langer te duren dan de te verwachten straf die wordt opgelegd, dan dient een verdachte per direct in vrijheid te worden gesteld: artikel 67a, lid 3., razend populair onder strafrechtadvocaten.

Dus, zegt Farid: ‘Ik zit al zes maanden vast. Ik ben mijn auto kwijt, mijn huis, mijn werk. Alles.’
De rechters antwoorden dat ze er over zullen nadenken.
Mochten ze vinden dat 67a, lid 3 aan de orde is, dan zullen ze dat zo snel als mogelijk mededelen.
Farid merkt nog op dat de feestdagen voor de deur staan.

Na Farid stapt een heuse georganiseerde criminele bende de rechtszaal binnen, omringd door acht politiemensen.
De vijf verdachten zitten vast sinds september dit jaar.
Iets met hennep en export.
Het politieonderzoek is in januari klaar, opdat het strafproces ergens in de loop van 2015 kan aanvangen.
Dat kan best september worden, onschuldig gehechten moeten soms veel geduld hebben.
De advocaten verzoeken de rechters de verdachten in afwachting van het proces in vrijheid te stellen.
Artikel 67a, lid 3 is in beeld.
Het lijkt heel wat, zegt een van de advocaten, maar het zal een zeepbel blijken.
Komt bij, zeggen de andere advocaten, dat het onderzoek bijna klaar is en er geen kans op herhaling is.
Er zijn dus geen gronden de verdachten nog langer in voorlopige hechtenis te houden.
De rechters wijzen de verzoeken af.
De acht politiemensen verlaten de rechtszaal en nemen de onschuldige beklaagden mee.

Ook Arie stond afgelopen week terecht.
Hij hoort eigenlijk net als de anderen in hechtenis te zitten, maar hij is detentieongeschikt verklaard.
Dat heeft met zijn leeftijd te maken.
Arie is van 1929.
Hij heeft zijn misdaad toegegeven.
Daarna was hij onmiddellijk gestopt met wedstrijdbiljarten want hij kon zich niet meer concentreren.
Wat hij heeft gedaan spijt hem.
Dat opa’s van kleindochters moeten afblijven, weet hij nu ook wel.
Detentie zit er voor de 85-jarige niet in, de officier van justitie eist een taakstraf van 180 uur.
De advocaat: ‘Misschien kan hij biljartlessen verzorgen in bejaardentehuizen.’
Niemand moest daar om lachen.

Waar de grens ligt qua leeftijd is mij onbekend.
Karel is 66 jaar en zit wel in voorlopige hechtenis.
Vanuit dezelfde stoel waar eerder die dag Arie zat, zegt Karel dat hij onschuldig in het huis van bewaring verblijft.
Uitgerekend hij die vijftig trouwe arbeidzame jaren achter de rug heeft en dacht van zijn oude dag te kunnen genieten.
Met een harde stem, vingertje in de lucht, roept hij richting de rechters: ‘En dit heet Nederlands recht?

Karel zit alvast vast omdat er aanwijzingen zijn dat hij zijn kleindochter en een kleutervriendinnetje heeft verkracht.
Tussen 2005 en 2010 en misschien wel heel vaak.
Hij is een half jaar geleden aangehouden.
Toen dat gebeurde, is op zijn computer kinder- en dierenporno aangetroffen.
Hij keek er ook graag naar, is de verdenking.

De voorlopige hechtenis is Karel niet in de koude kleren gaan zitten.
Hij wil in afwachting van het strafproces – ergens volgend jaar – naar zijn echtgenote die elders is ondergedoken.
Dat komt omdat zijn dorpsgenoten een voorschot hebben genomen op Karels mogelijke veroordeling: ze keilden alle ramen van zijn woning stuk.
Daar doen ze ook in Noord-Groningen niet moeilijk over.
Nadat de schade was hersteld, deden ze het weer en daarna nog een keer.
Toen kwam de burgemeester en die zei tegen de dorpelingen dat ze er mee moesten ophouden.
De woning staat nu voor te weinig geld te koop.

Dat Karel na zes maanden graag bij zijn gevluchte echtgenote wil zijn, valt wel te begrijpen.
De officier van justitie wil er evenwel niets van weten.
Artikel 67a, lid 3 is nog niet in zicht en daarnaast is er een goede grond Karel voorlopig achter de tralies te houden: hij heeft de rechtsorde geschokt.

Karel moet zijn onzekere tijd in voorlopige hechtenis voortzetten.
Hij roept met al zijn beschikbare boosheid tegen de rechters: ‘Het is hier nog erger dan in Rusland.’

Qua boef zijnde kun je het beste schuldig en met een veroordeling achter de tralies zitten.
Dan weet je waar je aan toe bent.

© Rob Zijlstra

artikel 67a, lid 3 Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. 

Gare rapen

Het is niet voor iedereen onaangenaam dat in Den Haag het idee bestaat dat het Noorden ontzettend ver weg is.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Het is goed voor politie, goed voor justitie, misschien is het wel goed voor heel de strafrechtketen in Groningen, Drenthe en Friesland.
De afstand maakt dat ze in Den Haag niet of nauwelijks in de gaten hebben wat er hier gaande is.
En zolang de noordelijke correspondenten van de landelijke media hun redacties niet kunnen of weten te bereiken dan wel er geen gehoor vinden, blijft de Residentie in onwetendheid en de boeven blij.

Het heeft wel een aantal keren in Dagblad van het Noorden gestaan, die krant waar ik voor werk: terwijl de misdaad onverminderd doorgaat, slaagt de politie in Noord-Nederland er steeds minder goed in boeven op te pakken.
Het aantal strafzaken bij de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden loopt daardoor met een derde terug.
Buiten het Noorden is er sprake van een stijging van bijna tien procent.
Strafzaken die er wel zijn in het Noorden, zijn soms drie, vier jaar oud voordat ze de rechtszaal bereiken.

De kans dat een misdadiger zich voor een noordelijke rechter moet verantwoorden is niet bijster groot.
In een buitenland zouden we dat zorgelijk straffeloosheid noemen.
De strafsector van de Rechtbank Noord-Nederland wordt volgend jaar ingekrompen.
De enige reden: omdat de politie onder aanvoering van het Openbaar Ministerie (justitie) niet doet wat wel moet, is er simpelweg te weinig werk voor de huidige vijftig strafrechters.

Misschien is zoiets in heel Nederland nooit eerder vertoond.

Er waren deze week wel een paar strafzaken in het vaak lege Groninger gerechtsgebouw.
Er was een notoire woninginbreker uit Stadskanaal die al 28 keer eerder is veroordeeld wegens soortgelijks.
Hij ontkent.
Dat zegt niks, want dat doet hij altijd.
Rechtszaal-logica is dat een verdachte die toegeeft het te hebben gedaan als geloofwaardig wordt beschouwd, terwijl een ontkennende verdachte wordt gezien als een leugenaar.

Er was een man uit Delfzijl die boos was.
De politie was bij de buurman geweest vanwege zijn lawaai.
Toen de politie hem daar op aansprak, constateerden agenten dat de boze man onbetaalde boetes had uitstaan.
Hij moest mee naar het politiebureau.
Eerst vanwege het lawaai, toen vanwege de boetes en toen hij eindelijk naar huis mocht, zeiden de agenten dat ze 30 gram hennep in zijn woning hadden gevonden.
Toen moest hij weer blijven.

Boze man tegen de rechters: ‘Ze probeerden me keihard te naaien. Ik mocht gaan en dan weer niet.’
Rechters: ‘En toen werd u boos.’
Boze man: ‘’Ja, ik had niets gedaan, ik was er wel een beetje klaar mee.’
Rechters: ‘En toen veegde u het toetsenbord en een beeldscherm van tafel.’
‘Ja.’
Rechters: ‘En vloog het kopje koffie tegen de muur.’
‘Dat had ik niet moeten doen.’
Rechters: ‘Dus u bekent?’
‘Ja.’

De boze man zit niet vanwege dat lawaai, die boetes, de 30 gram of anders voor de meervoudige strafkamer.
Hij zit tegenover zijn drie rechters omdat hij met de koffie de muur van de verhoorkamer – toebehorende aan de politie Noord-Nederland – heeft vernield en/of beschadigd.
Omdat de muur moest worden overgeschilderd heeft de politie een schadeclaim ingediend van 171 euro.

De boze man zegt dat hij die wel wil betalen.
Zegt: ‘Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan.’

De officier van justitie vindt een werkstraf passend: 30 uur.
Maar omdat de boze man een tijdje vast heeft gezeten, mag hij een aantal uren in mindering brengen: ook 30.
Opdat er 0 overblijft en 171 euro.
Betalen, klaar.

De advocaat is het daar niet mee eens.
Hij wil vrijspraak.
Zegt: ‘In de context van wat er allemaal is gebeurd is het logisch dat iemand een beetje boos wordt. En dan valt er een kopje koffie om. Tja…’
De boze man: ‘Het is niet eerlijk.’
De rechters doen over twee weken uitspraak.

Er was een nurkse jongeman uit Veendam.
Hij zou op 28 juli 2013 op de dansvloer van de disco het topje van zijn ex (flirt van een paar dagen) naar beneden hebben getrokken, waardoor de linkerborst even zichtbaar was.
Heel vervelend.
Juridisch heet zoiets aanranding.
En zo niet, zegt de officier van justitie tegen de rechter, dan moet het belediging heten.

De nurkse jongeman wil er niks over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
De rechters vragen aan de aanklager waarom zij in vredestijd zich gedrieën moeten bezighouden met zo een kwestie.
De officier van justitie zegt dat billen en borsten in een discotheek een seksuele lading hebben en dat hij er verder ook niks aan kan doen.
Dat hij ook zijn bedenkingen heeft.
Aan de andere kant: het is in strijd met ethische normen.
Eis: werkstraf van 30 uur.

Dezelfde advocaat (toeval) is het er weer niet mee eens.
Hij zegt dat zedenzaken altijd door drie rechters beoordeeld moeten worden, dat dat de afspraken zijn.
Maar dat alle andere afspraken door de politie met de voeten zijn getreden.
Bij zedenzaken, zegt de advocaat, dient in het belang van de waarheidsvinding een protocol te worden gevolgd en dat is niet gebeurd.
Ernstige fouten, zo ernstig dat het Openbaar Ministerie het recht de jongeman te mogen vervolgen, heeft verspeeld.

De advocaat denkt dat het feit dat de vader van de onteerde jongedame zelf politieman is, er niets mee te maken heeft.
Dat de politievader aanwezig was bij de verhoren, is weer wel bedenkelijk.

De officier van justitie hoort het aan.Schermafbeelding 2014-11-23 om 21.27.44
Kijkt op zijn beurt bedenkelijk.
Kijkt naar het plafond.
Tuit de lippen.
Knijpt een paar keer de ogen stijf dicht.
Gaat staan.
Zegt dan: ‘De advocaat heeft gelijk. Er zijn fouten gemaakt wat moeten leiden tot uitsluiting van bewijs. Ik zal mijn eis aanpassen. Geen 30 uur werkstraf, maar ik eis dat u verdachte vrijspreekt.’

De jongeman blijft nukkig kijken, de advocaat verlaat de rechtszaal met een tevreden glimlach.
Het is in de strafrechtspraak een zeldzaamheid dat een officier van justitie zijn strafeis na een pleidooi van een advocaat naar beneden bijstelt.
In Groningen is het de afgelopen tien jaar misschien twee keer eerder gebeurd.

Een kopje koffie, vieze politiemuur, een topje, blote borst, heel vervelend.
Veel erger is dat zolang ‘Den Haag’ onwetend blijft, heel de noordelijke strafrechtketen kan blijven doen alsof er niets aan de hand is.
Er is een kans dat er een dag aanbreekt dat iemand in De Haag opmerkt te hebben vernomen dat er rare merkwaardige dingen schijnen te gebeuren in het Noorden van het land.

En dan komen ze.
Om in te grijpen.
Om orde op zaken te stellen.
Terwijl de rapen nu al gaar zijn.

Rob Zijlstra

update – 4 december 2014 – uitspraken
Het vernielen van een politiemuur – het vies maken – is een te licht vergrijp voor een werkstraf, vinden de rechters. De man moet echter wel gestraft, want wat hij heeft gedaan moeten laakbaar heten: een boete van 250 euro. En de schade betalen: 172 euro.

De man van het topje is vrijgesproken.

 

extra 
uit Dagblad van het Noorden

bericht1

pagina 1, dagblad van het noorden, 27 september 2014

bericht2

vervolg pagina 1, dagblad van het noorden – 27 sept ’14

Ons dorp

                                                    Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.

Wie liegt is een leugenaar.
Maar hoe heet iemand die de waarheid spreekt?
Voor de spreker van de waarheid hebben we nooit een mooi woord bedacht.
We laten dat wat we hoog achten onbenoemd.

Of heet de waarheid misschien Henk?
Henk (46) zegt dat wat wordt beweerd, niet is gebeurd.
Hij heeft het gewoon niet gedaan.
Zijn vrouw gelooft hem en steunt hem, want zo zijn ze getrouwd.

Of moet de waarheid Sandra van 17 jaar heten?
Sandra zegt dat het wel is gebeurd, dat ze geur van zijn after shave nooit zal vergeten, hoe vies ze het vond en hoe erg nu nog steeds.
Haar vader gelooft haar, twijfelt niet.
Topvader.
Hij had Henk, daarvoor een vriend, gebeld en gezegd dat hij met zijn poten van zijn dochter af moet blijven.

Sandra en Henk kennen elkaar goed.
Henk en zijn vrouw zijn bevriend met haar ouders, ze wonen in hetzelfde dorp, in dezelfde straat.
Sandra en Henk hadden wel eens gebbetjes op Facebook.
Of ze met leuke vriendjes uitging vanavond?
Niet?
In dat geval zou ze dan kunnen oppassen?
Dat wilde Sandra wel.
Ze chatte dat ze 20 euro per uur kostte.
Daar had Henk dan gedachten bij.

Ze spreken af.
Henk en zijn partner spreken af om met de ouders van Sandra naar het plaatselijke café te gaan.
Met Sandra spreken ze af dat zij bij Henk thuis op de kinderen past.

In het dorpscafé is er vrolijkheid en vertier en wordt het na middernacht vanzelf half een.
Op dat tijdstip stuurt Henk een sms’je naar Sandra.
Of ze al slaapt?
Dat is niet het geval.
De vrouw van Henk zegt dat ze nog even wil blijven.
Henk zegt dat hij alvast gaat want morgen moet immers de auto ingepakt omdat ze overmorgen naar Ameland gaan.

Rechter: ‘Had u gedronken?’
Henk: ‘Bier. Stuk of tien.’
Rechter: ‘Amsterdammertjes?’
Henk: ‘Fluitjes. Maar ik was niet dronken of zo.’
Rechter: ‘Een geoefende drinker dus.’

Henk komt thuis.
Samen met Sandra drinkt hij een biertje en ze roken allebei een sigaret.
Niks aan de hand.
Beiden zeggen dat het zo ging, maar daarna lopen hun verhalen uiteen.
Henk zegt dat het niet is gebeurd.
Sandra: ‘Hij drukte me ineens tegen de bank aan en begon onstuimig te zoenen en te tongen. Ik dacht eerst, een geintje, maar hij ging maar door – ik was daar niet van gediend, dat zei ik ook, maar het was tegen dovemansoren gericht. Hij greep me bij de borsten, zat aan mijn buik en probeerde de knoop van mijn broek los te maken.’

Henk: ‘Het is niet waar.’
Rechters: ‘Merkwaardig. Waarom zou een jong meisje met wie u een goed contact had zoiets zeggen?’
Henk: ‘Het is verzonnen.’
De officier van justitie: ‘Sandra heeft geen motief iets te verzinnen. En haar verhaal is betrouwbaar.’
Henk: ‘Het is knap verzonnen.’
Rechters: ‘Dat kan. Wij moeten ook kritisch kijken naar het verhaal van een jonge vrouw.’

Het is zoals zo vaak in dit soort strafzaken: ja tegen nee.
De leugen tegen de waarheid.
De rechters: ‘En wij waren er niet bij.’

Henk had, toen heel het dorp erover sprak, zijn sociale activiteiten schriftelijk beëindigd.
De rechters vragen aan hem of dat niet een beetje raar is. Als je niets hebt gedaan, dan doe je dat toch niet?
En er is nog iets, nog iets geks, zeggen de rechters.

Een paar dagen na die avond die zo anders liep dan (achteraf) iedereen had gewild, stuurt Henk een sms-bericht naar de ouders van Sandra.
Een van de rechters leest het bericht voor.
Henk had geschreven dat hij dacht dat er niks was gebeurd, maar dat nu blijkt dat er toch iets is gebeurd.
Hij tikte: ‘Ik schaam mij diep.’

Henk zegt tegen de rechters dat ze het bericht anders moeten lezen.
Hij zegt dat hij heel graag in gesprek wilde met de ouders van Sandra.
Om het erover te hebben.
De rechters: ‘En wat gebeurde er toen?’
Henk knikt, zucht diep en zegt te weten waar de rechters naar toe willen.
Zegt: ‘Ik heb toen ook een sms-bericht naar Sandra gestuurd.’
Rechters: ‘Precies. U schrijft aan Sandra dat u het vreselijk vindt wat er is gebeurd. En dat u ervan uitgaat dat zij de waarheid vertelt. U schrijft: Ik heb je niet willen kwetsen. Het spijt me als dit is gebeurd. Drank, het moet en mag nooit een excuus zijn.’

Rechters: ‘Hoe moeten we dit sms’je begrijpen?’
Henk: ‘Het is niet gebeurd.’
Rechters: ‘Wat is niet gebeurd?’
Henk: ‘Alles is flink aangedikt.’
Rechters: ‘Aangedikt? Wat is aangedikt?’
Henk: ‘Het hele verhaal dat ze heeft verzonnen.’
Rechters: ‘Maar waar schaamt u zich dan diep voor?’
Henk: ‘…’
Rechters: ‘Lastig als u dingen opschrijft die u niet zo bedoelt.’

In het dorp vol praat kennen ze de waarheid ook niet.
Sandra schrijft in een verdrietige brief die de officier van justitie in de rechtszaal voorleest dat veel mensen in het dorp haar niet meer groeten.
Dat veel dorpelingen Henk geloven, omdat hij actief is en mooie praatjes heeft.
Ze schrijft: ‘Wie nou gelooft een meisje van 17?’
Ze schrijft dat ze in heel haar leven nog nooit iets naars had meegemaakt en dat uitgerekend iemand die ze goed kent, alles stuk heeft gemaakt.
Dat ze walgt en dat angst zich van haar meester maakt zodra ze een auto ziet rijden die hij ook heeft.

Er bestaan landen waar meisjes en vrouwen die zijn aangerand en verkracht akelig worden gestraft omdat ze de man en zijn familie in verlegenheid hebben gebracht. Gelukkig is het hier anders.
Sandra tegen de rechters: ‘Zodra ik kan, zal ik mijn dorp verlaten.’

Wat een nare geschiedenis, ook als die niet is gebeurd.
Wordt Henk vrijgesproken dan blijft een taakstraf van 150 uur – dat is de eis – hem bespaard.
Maar veel meer ook niet.
Vinden de rechters dat de waarheid Sandra moet heten, dan kan ze misschien eens terugkeren naar haar dorp en groeten de dorpelingen terug.

De leugen is snel, de waarheid is vaak een lang verhaal.

Er is nog een lelijk staartje.
Als de strafzaak bijna ten einde is vraagt een van de rechters aan de officier van justitie hoe het toch mogelijk is dat het onderzoek in deze kwestie op 18 maart 2013 was afgerond en de zaak nu pas (afgelopen week) aan de rechtbank is voorgelegd.
De officier van justitie komt niet met de waarheid op de proppen, maar ze liegt ook niet.
Ze zegt: ‘Het is bijzonder onwenselijk.’

Het strafrechtsysteem faalt door niet alleen een verdachte, maar ook een slachtoffer – ja zelfs een heel dorp – zonder opgaaf van reden langer dan anderhalf jaar te laten bungelen in ongemakkelijke onzekerheid.
Dat is ook een uitspraak, hoe het vonnis ook zal luiden.

Rob Zijlstra

.
extra Aristoteles (384-322 v.Chr.), een leerling van Plato, stelde een klassieke definitie van waarheid op: ‘Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.’ [wikipedia]

 

update – 10 november 2014 – uitspraak
Henk is veroordeeld. Er zijn onvoldoende aanwijzingen in het dossier te vinden die erop duiden dat er sprake is van een onbetrouwbare verklaring, staat in het vonnis. Sandra heeft volgens de rechters de waarheid gesproken.  De verstuurde sms’jes zijn geen harde bekentenissen, maar telen als steunbewijs wel mee. De opgelegde straf is conform de eis: een taakstraf van 150 uur. Daarnaast moet Henk een schadevergoeding betalen van 1025 euro.

Meest onveilige plek

cropped-zwijgniet.pngAls je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.
Dan is het onzichtbaar.
Maar het bestaat wel.
Nog erger: het is overal.
Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen.
Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien.
Als het overal is, dan kun je het niet negeren.
Dan moet je er wel over schrijven.

Over bijvoorbeeld Klaas die 71 jaar is en met zijn looprek de rechtszaal in schuifelt.
Hij oogt allesbehalve gevaarlijk, maar toch zit hij opgesloten in de penitentiaire inrichting De Marwei in Leeuwarden, op de zorgafdeling.
Hij friemelt nadat hij moeizaam is gaan zitten aan de apparaatjes achter zijn oren.
De rechter: ‘Kunt u mij verstaan?’
Klaas: ‘Wel wat.’

Klaas heeft zijn zoon die nu rond de 50 jaar is, seksueel misbruikt.
En niet zo’n beetje ook.
Het gebeurde in het schuurtje, tijdens het vissen, waar niet en heel vaak.
Het is niet de reden dat Klaas zich moet verantwoorden in de rechtszaal.
De misdaad tegen zijn zoon is verjaard, het is te lang geleden.

Rechters vragen desondanks: ‘Is het waar, dat van uw zoon?’
Klaas: ‘Kan wel hoor, maar ik weet er niks meer van.’
Rechters: ‘Of liegt uw zoon?’
Klaas: ‘Denk het niet.’
Rechters: ‘Uw vrouw heeft u een keer betrapt hè?’
Klaas: ‘Daar kan ik mij niks van herinneren.’

Klaas heeft ook drie dochters, inmiddels veertigers.
Joke, nu 49 jaar, heeft aangifte gedaan.
Jarenlang, luidt de beschuldiging, werd zij in de schuur door hem te grazen genomen.
De officier van justitie zegt dat Klaas zijn dochter niet zag als een mens, niet als een kind. ‘Hij zag haar als vlees.’
De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde.
De rechters: ‘Het heeft nooit geleid tot een echtelijke crisis.’

Klaas begint te huilen.
Rechters: ‘Waarom wordt u nou verdrietig?’
Klaas snikt: ‘Van dit allemaal.’
Rechters: ‘We gaan het er toch over hebben.’

In het uur dat volgt, wordt hem het vuur na aan de schenen gelegd.
De rechters staan niet toe dat hij zich verschuilt achter ‘het kan wel zo wezen’ of achter een ‘ik weet het niet’.
Hij zegt dat hij niet wist dat het hebben van seks met je eigen kinderen verboden is.
De rechters zeggen dat ze het idee hebben dat hij de boel voor de gek zit te houden.
Rechters: ‘Moeten we u echt geloven?’
Klaas: ‘Echt wel.’

De officier van justitie zegt dat deze verdachte normbesef mist en dat hij nog steeds niet snapt dat hij het leven van zijn zoon en dat van een van zijn dochters naar de filistijnen heeft geholpen.
De officier van justitie zegt dat de leeftijd van Klaas geen beletsel is voor het eisen van een lange gevangenisstraf: 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
Dat is 3 jaar zitten.

Klaas is de enige niet.
Ard (48) zat er omdat hij negen jaar lang zijn dochter verkrachtte, soms twee tot drie keer per week.
Ja, schrik maar even van die zin.
Nu het veel te laat is, heeft Ard vreselijke spijt.
Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.
Ook hij huilt en zegt dat hij er alles voor over heeft om wat er is gebeurd terug te draaien.

Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden, maar na wat formaliteiten het politiebureau moest verlaten.
Dat was in juli 2012.
De dochter, nu een jonge vrouw, laat weten het vreselijk te vinden dat het twee jaren heeft moeten duren voordat haar vader (die ze niet meer zo noemt) tegenover de rechters zit.
De officier van justitie – verantwoordelijk – probeert het goed te maken met de strafeis.
Ze zegt: ‘Deze jonge vrouw leefde jarenlang op de meest onveilige plek ter wereld, uitgerekend op de plek waar zij zich het meest veilig zou moeten voelen, bij haar vader, bij haar moeder.’
De strafeis: 7 jaar gevangenis.

Harrie (43) is de derde, de zoveelste, maar heus de laatste niet.
Hij is een man zonder vrienden met ook nauwelijks nog contact met de familie.
De psychiater die in gevangenis Norgerhaven werkt, rapporteert dat Harrie een dominante man is en niet altijd even prettig is in de omgang.
Harrie ziet dat anders.
Hij vertelt dat als hij thuiskomt van het werk zijn vrouw altijd een kopje koffie voor hem maakt, maar als hij ’s avonds wat wil drinken hij dat hij dan zelf pakt.

De eerste keer doet altijd pijn, je moet gewoon volhouden, zou hij tegen zijn stiefdochter van 12 jaar hebben gezegd.
Wat de eerste keer niet lukte, lukte nog diezelfde week wel.
Toen zij vele keren verder ontdekte dat het helemaal niet normaal is dat je seks hebt met je stiefvader, wilde ze het niet meer.
De officier van justitie zegt dat er toen thuis een afspraak werd gemaakt.
Niet meer om de dag, zoals het jarenlang was gegaan, maar drie keer in de week.
Toen de stiefdochter in 2002 een jonge vrouw met bijna altijd buikpijn was geworden, was hij verder gegaan met zijn jongste eigen dochter die zichzelf met mesjes begon te verwonden, nu 16 jaar is en van huis is weggelopen.

Is Harrie een hufter?
Zijn vrouw – de moeder van de kinderen – zegt dat Harrie eerlijk is en trouw, een steun en toeverlaat.
Zij gelooft dat haar man onschuldig is.
Harrie ook.
Hij ontkent alles.
Waarom de twee vrouwen hem dan van zulke vreselijke dingen beschuldigen?
Hij weet het niet.
Bij de politie had hij de beschuldigingen gelul genoemd.

De officier van justitie vindt een gevangenisstraf van 5 jaar passend.
Ze vindt dat het niet anders kan dan dat de verklaringen van de twee vrouwen op waarheid berusten.
Want waarom zouden ze liegen?
Overweldigend is het bewijs niet.
Harrie mag als laatste wat zeggen.
Tegen de rechters: ‘Het is wel even genoeg geweest.’

Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 en 29 september

update – 20 september 2014 – vervroegd
De 71-jarige Klaas is ondanks de eis van 48 maanden, 12 voorwaardelijk op last van de rechtbank in vrijheid gesteld. Er is evenwel nog geen uitspraak  gedaan, die is op 29 september.

update – 23 september 2014 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Harrie vrijgesproken. Er zou pas volgende week uitspraak worden gedaan maar omdat de rechters oordelen dat er onvoldoende bewijs, is de verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.

De officier van justitie had over het bewijs gezegd:
‘De(ze) verklaringen ondersteunen elkaar over en weer en kunnen gelden als bewijs voor het misbruik. Er is geen ander motief of belang te bedenken voor het feit dat zij aldus hebben verklaard, dan dat zij de waarheid vertellen. De aangifte en de getuigenverklaring komen ook op veel punten overeen. Niet gebleken is dat zij elkaar hebben beïnvloed in hun verhaal. Verdachte had ook de gelegenheid om het misbruik te plegen. Het gedrag van X is achteraf te verklaren nu het past bij het misbruikt zijn.’

De rechtbank schrijft in het vonnis dat iemand niet veroordeeld kan worden op basis van één verklaring (bewijsminimum): ‘Bij zedenzaken gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de (ontkennende) verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. Dat geldt ook voor deze zaak.’

En: ‘De rechtbank stelt voorop dat zij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van de aangifte van X te twijfelen. De rechtbank is met de officier van justitie van
oordeel dat in dit geval een ander motief voor het doen van aangifte van seksueel misbruik
dan het vertellen van wat haar is overkomen niet voor de hand ligt, met name gelet op het
moment waarop zij voor het eerst over het misbruik heeft verklaard, vervolgens aangifte
heeft gedaan en de omstandigheden waaronder zij daartoe is gekomen.’

Maar omdat de betrouwbaar geachte verklaring geen steun vindt in andere bewijzen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken ‘van al het aan hem ten laste gelegde’.

vonnis 3l

het vonnis – klik op de afbeelding –

 

update – 25 september 2014 –  uitspraak
Ard is veroordeeld tot 5 jaar celstraf. → meer info volgt

dit verhaal is ook gepubliceerd in de zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden
⇒ hoe je seksueel misbruik herkent bij kinderen > slachtofferhulp
⇒ eerdere overpeinzing na afloop van zo’n rotrechtbankdag > rotdag

Billen bloot

columndvhn

Rechter: ‘Je mag prostituees bezoeken, zo veel je wilt…’

Wie in de rechtszaal terecht moet staan beleeft doorgaans niet zijn finest hour.
Voor sommigen is het strafproces de hel.
Dat heeft soms te maken met dreigende vrijheidsbenemende maatregelen zoals gevangenisstraf.
Of met de schaamte.

Want hoewel in zittingszaal 14 geen daglicht doordringt, staat een verdachte er voor iedereen zichtbaar terecht.
Iedereen kan de rechtszaal binnenwandelen en meeluisteren.
Er zit (bijna) altijd pers.

Ik moet nog wel eens denken aan de jongeman die zich moest melden in zittingszaal 14 omdat hij in een steegje in de binnenstad van Groningen een vervelende cafébezoeker een vuistslag in het gezicht had gegeven.
Een paar keer had hij de bezoeker geadviseerd ‘op te zouten’.
De ladderzatte lastpak gaf daar geen gehoor aan.

De klap kwam hard aan.
Hij wankelde, viel om en stuiterde met het hoofd op het harde trottoir.
De dronkenman, die helemaal vanuit Somalië naar hier was gekomen om asiel aan te vragen, overleed nog diezelfde nacht aan de zijn verwondingen.
De studerende jongeman die had uitgehaald had niets aan zijn ouders verteld.
Dat durfde hij niet.

Twee weken lang zat hij in zak en as omdat de officier van justitie de rechtbank had voorgesteld hem anderhalf jaar in een cel op te sluiten wegens mishandeling met de dood tot gevolg.
Een keer een weekeinde niet thuiskomen, zou hij nog wel kunnen verkopen.
Maar niet anderhalf jaar.
Na twee weken kwam een einde aan een martelgang: de rechtbank veroordeelde de student tot een taakstraf van 240 uur.
Daar heeft het thuisfront niets van hoeven te merken.

Met enige regelmaat staan mannen terecht in de rechtszaal met een snipperdag.
Dan weet niet alleen het thuisfront van niets, maar is ook de werkgever onwetend.
Deze verdachten hopen dan maar dat het ook echt waar is dat de strafrechtspraak in dit land slappe hap is zoals ze het op feestjes ook altijd zelf vertellen.
Dat je het in dit land wel heel bont moet maken wil je gevangenisstraf krijgen in plaats van zo’n lullig werkstrafje.
De schrik is met enige regelmaat groot als hen duidelijk wordt dat er in dit land kennelijk iets is veranderd.

Daan uit Hoogezand had het thuis wel verteld.
De rechter: ‘Dat siert u. Maar ze heeft het niet geaccepteerd, heb ik begrepen.’
Daan laat de tranen stromen.
Huilt: ‘Het heeft me mijn relatie gekost.’

Het was de eerste keer dat hij zoiets had gedaan.
‘Ik heb geen seconde getwijfeld, ik heb absoluut niet gedacht dat ze minderjarig was.’
Maar dat was ze wel.
Ze was nog maar 16 jaar.
Dat ze zei dat ze 18 jaar was, is voor de wet niet relevant.
Dat weet Daan inmiddels.
Tegen de rechter: ‘Ik schaam mij kapot.’
De officier van justitie eist negen maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.
De politierechter zegt dat seks heel mooie kanten heeft, maar ook heel nare.
Tegen Daan: ‘U heeft seks gehad met een kwetsbaar kind. Ik veroordeel u tot drie maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk. Dat betekent dat u een maand moet zitten.’

Daan slaakt een diepe zucht. Hij werkt al langer dan tien jaar bij dezelfde baas.
Misschien kan hij het oplossen met vakantiedagen.

Bram komt uit de omgeving van Veendam.
Zakte hij in de rechtszaal maar door de grond.
Ook hij dacht dat ze al 18 jaar was.
Hij had het toen hij haar per telefoon bestelde, zelfs nog gevraagd.
Bram: ‘Ze zei toen 18.’

Rechter: ‘Hoe kijkt u er nu tegenaan?’
Bram: ‘Ik baal er enorm van. Voor mezelf, voor iedereen. Ik heb er slapeloze nachten van…’
Ook hij houdt het niet droog.
Rechter: ‘Je mag prostituees bezoeken, zo veel je wilt. Maar geen minderjarige prostituees.’
Bram: ‘Dat snap ik, ik ben net vader geworden.’

Hij heeft zich voorgenomen dat hij na de strafzaak naar huis gaat om het aan zijn vrouw te vertellen. ‘Ik kan het niet meer voor mij houden.’
Hij vreest het ergste voor de gezamenlijke toekomst.
De officier van justitie haalt de schouders op.
Met de toon van ‘tsja’ zegt hij: ‘Als je naar de prostituees gaat heb je wel vaker thuis wat uit te leggen.’
Bram krijgt eveneens een maand celstraf.

Ook Arend uit Winsum heeft al nachten niet geslapen.
Hij had het opgezocht.
Tegen de rechter: ‘Je kunt er vier jaar cel voor krijgen.’
Zijn relatie was in een crisis beland en hij zocht toen wat liefde.
Hij had de advertentie op speurders.nl gezien.
18 Jaar.
Hij had gebeld, zij was bij hem thuis gekomen.
Hij was op slag verliefd geworden, maar het was bij een bezoek a 150 euro gebleven. Wel had hij nog een paar keer contact gezocht.
De politierechter: ‘U heeft zich schuldig gemaakt aan een heel ernstig misdrijf. U heeft het met een kind gedaan voor uw eigen genot. Een maand celstraf.’

Arend zegt dat hij op advies van de politie thuis niets heeft verteld.
Nu vreest hij voor de toekomst.
Bang dat zijn eigen bedrijf het loodje zal leggen.
Nog banger voor zijn vrouw.
‘Ik heb een heel lieve vrouw. Het gaat weer goed tussen ons. Ik zal haar hart breken.’
De officier van justitie had zoiets al voorspeld toen hij zijn strafeis formuleerde: ‘Het zal ‘m fors raken.’

Hoe het met deze week met deze mannen is afgelopen kan dit verhaal niet vertellen.
Wel dat het Openbaar Ministerie heeft besloten in hoger beroep te gaan.
Een maand celstraf voor seks met een minderjarige prostituee is te weinig, vindt de aanklager.
Het moeten ten minste drie maanden wezen.
Het hoger beroep betekent vooralsnog uitstel van executie.
En nog meer wakkere nachten.

Rob Zijlstra

de zaak
De hoofdverdachte in deze zaak is een 26-jarige Groninger. Gedurende een jaar dwong hij drie minderjarigen van 16 en 17 jaar tot prostitutie. Hij regelde ook de klanten. Daarvoor werden advertenties geplaatst op onder meer speurders.nl . In die advertenties stond dat de prostituees 18 jaar en ouder waren.
De Groninger is veroordeeld tot 3 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk wegens mensenhandel. Er was 5 jaar tegen hem geëist. De rechtbank houdt meer rekening met zijn persoonlijke omstandigheden,met name zijn verstandelijke beperking. De stiefvader van de hoofdverdachte, een docent op een middelbare school, is vrijgesproken van het medeplegen aan mensenhandel. Tegen hem was 3 jaar geëist. Wel kreeg hij 3 maanden wegens ontucht: hij heeft met een van de meisjes seks gehad.
Twee mannen, een verslaafd stel, die hun woning beschikbaar hadden gesteld, zijn veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur. Ze zeggen dat ze werden bedreigd en geïntimideerd door de 26-jarige.

Het Openbaar Ministerie heeft in alle zaken hoger beroep aangetekend.

voor de juristen
Bij art 248b geldt geobjectiveerd bestanddeel en strafbare klant bij prostitutie <18. In een zeer uitzonderlijk geval is denkbaar dat sprake zou zijn van verontschuldigbare dwaling; b.v. indien een klant in de vergunde (legale) inrichting gebruik maakt van een prostituee die zich legitimeert met een valse ID, en niet duidelijk kenbaar is dat zij onder de 18 moet zijn. Er zijn geen voorbeelden van in de rechtspraak.

Bij art 273f geldt als strafverzwarende omstandigheid seks met prostituee onder de 18. Ook dat is geobjectiveerd; dezelfde redenering gaat dus op voor het al dan niet toepassen van de strafverzwaring. Ook geldt dat sub 2/5/8 (toepasselijk bij minderjarigen) minder bewijslast kennen, namelijk geen dwangmiddelen vereist. Dat staat ook los van de wetenschap op dat punt bij de dader.

bron: de officier van justitie die deze zaak behandelde

Benno’s

uienIk luister naar en lees over de kwestie van de Brabantse zwemleraar Benno L. in Leiden.
Hij bood zijn computer ter reparatie aan.
Een medewerker ontdekte kinderpornografisch materiaal op het apparaat wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een omvangrijke ontuchtzaak met tientallen jonge slachtoffers.
En een veroordeling tot 7 jaar gevangenisstraf.

Ik beklom de Martinitoren en keek uit over stad en ommeland.
Dacht: arme burgemeesters.

Tussen april 2004 en vandaag stonden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen 386 mannen en 4 vrouwen terecht wegens de verdenking van een zedenmisdrijf.
Van hen werden er 42 vrijgesproken.
Maakt dat er 348 zedendelinquenten straffen kregen opgelegd.
Die straffen varieerden van een maand voorwaardelijke tot tien jaar gevangenisstraf; van een taakstraf van 80 uur tot 7 jaar in combinatie me tbs met dwangverpleging.

De veroordeelde zedendelinquenten waren tussen de 18 en 82 jaar oud.
Vooral vieze oude mannetjes?
Vijf procent was ouder dan 65 jaar.

Qua aantal werden de meeste zedenmisdrijven die tot een veroordeling leidden gepleegd in Groningen-stad: 135.
Oost-Groningen volgt op de voet: 115.
Noord-Groningen en Eemsmondgebied: 56.
Het Westerkwartier: 29.
De overige 13 kwesties speelden zich af in meerdere plaatsen, ook buiten de provincie.

Ongeveer 40 procent van de getelde zaken heeft betrekking op ontucht, in de meeste gevallen betreft het dan gebeurtenissen waarbij volwassenen kinderen seksueel misbruikten.
Soms eenmalig, vaker jarenlang achtereen.
Een kwart betreft kinderporno, bijna altijd alleen maar het in bezit hebben, niet het produceren of verspreiden van het verboden foto- en filmmateriaal.
Nog eens een kwart betreft verkrachting dan wel pogingen daartoe.
Er waren een paar schennisplegers en aanranders.

Zij waren niet allemaal zwemleraren.
Lang niet zelfs.
Er was één frotteur; een man die seksueel opgewonden raakte door onbekenden heel even aan te raken.
Er waren twee journalisten die logen dat ze aan onderzoeksjournalistiek deden.
Er waren mannen met leidinggevende banen die aan rechters vertelden dat ze liever dood waren geweest.
Die tijdens de rechtszaak alleen maar moesten huilen.
En dan snotterden dat ze wel wilden, maar niet konden stoppen.

Er was eens een brief van een werkgever van een man die zijn dochters jarenlang gruwelijk en avond na avond had misbruikt.
In die brief schreef de werkgever aan de rechtbank dat hij het de dochters zeer kwalijk nam dat zij aangifte hadden gedaan.
Omdat hij daardoor een goed werknemer was kwijtgeraakt.
Hij, maar ook de kerk, zou het de dochters nooit vergeven.

Er waren zaken waarbij alleen de vaders terechtstonden, terwijl uit veel bleek dat de moeders jarenlang de ogen en oren dichtdeden als hij de kinderen naar bed bracht.
Een zaak van een verliefde jongen van net 18 23 die helemaal vanuit Den Haag naar Delfzijl was gekomen om haar van internet  vurig te zoenen, toen niet wetende dat ze nog maar 15 was.
Dronken studenten en cocaïne snuivende bankmedewerkers die onbedoeld met medestudenten en collega’s in bed belandden en elkaar toen niet goed begrepen.

Een man met kleine kinderen en een geit.

Enzovoort.

Een enkeling zit nog in het gevang, de meesten wonen weer ergens.

De genoemde cijfers tonen de top van de ijsberg.
Officieren van justitie verzuchten in de rechtszaal met enige regelmaat dat er zoveel zedenzaken zijn en zo weinig capaciteit om alles te kunnen onderzoeken en vervolgen.
Aangiftes van ernstige zaken blijven soms maanden liggen, soms nog langer.
Er zijn kwesties die niet worden vervolgd; niet omdat het niet zo is, maar omdat het domweg nooit te bewijzen zal zijn.
Er worden kinderen misbruikt zonder dat ooit iemand anders dat zal weten.
Dat gebeurde gisteravond bij u thuis, in uw straat, in de wijk, in uw dorp.
En vanavond gebeurt het weer.

Arme burgemeesters.
Maar nog meer: arme wij allemaal.

Rob Zijlstra

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Weer beter

na drie maanden wisten ze genoeg…

hoe-beterWim (52) heeft een probleem en niet zo’n kleintje ook.
Dat probleem is dat hij zijn huurwoning in Groningen dreigt kwijt te raken.
Als dat gebeurt, dan heeft hij niet alleen niks meer, maar wordt het nog erger.

De dreiging wordt veroorzaakt doordat Wim in de gevangenis zit.
Zijn advocaat legt het de rechters maar even voor. Wim zelf zegt niet zo veel.

De advocaat komt ook met een oplossing.
Als de rechters nou eens de voorlopige hechtenis opheffen dan kan hij de gevangenis verlaten en dan kan hij zorgen voor de huur.
Mochten de rechters hem over twee weken toch veroordelen tot een straf die zijn vrijheid beneemt, dan komt hij gewoon terug.

Het probleem is omvangrijker dan tot hier is geschetst.
Zodra Wim eenmaal zijn woning kwijt is, zal het een hels karwei worden iets anders voor hem te vinden.
Wim is pedofiel.
De advocaat: ‘Een zoektocht naar een nieuwe woning zal gepaard gaan met maatschappelijke onrust.’
Niemand die hem wil.

Wim wordt ervan verdacht dat hij tussen 2009 en maart vorig jaar een meisje seksueel heeft misbruikt.
Toen het stopte omdat hij was aangehouden, was het kind 11 jaar.
Een gezinsvoogd had aan de bel getrokken.
Het slachtoffertje maakte deel uit van een gezin waar Wim regelmatig als huisvriend over de vloer kwam.
Hij was vaker huisvriend.
Drie jaar geleden leidde een stevige verdenking tot een vrijspraak omdat de rechters twijfelden.
Tien jaar geleden niet.
Toen werd hij in een vergelijkbare kwestie veroordeeld.
Ditmaal hangt hem drie jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging boven het hoofd.

Of een zwervend bestaan.

Het nieuwe jaar telt al twee nare strafzaken rond seksueel misbruik.
Vorig jaar is nog gezegd dat de politie te weinig capaciteit heeft om alles wat er op dit akelige gebied gaande is, adequaat aan te kunnen pakken.

De tweede zedenzaak betreft Eildert (41).
Zijn zoon van toen 14 jaar was op een dag in juli vorig jaar overstuur thuisgekomen.
Niet bij hem thuis, maar thuis bij de nieuwe vriend van zijn moeder.
Zoon vertelde in tranen dat hij was misbruikt.
Door zijn vader Eildert.
Niet een keertje, maar vaak.
De nieuwe vriend belde moeder, moeder belde de hulpverlener, de hulpverlener de politie en de politie ging met de zoon praten in een speciale verhoorstudio.
Na drie maanden wisten ze genoeg en werd vastgesteld dat de jongen geen onzin of onwaarheden vertelde.
In oktober werd Eildert aangehouden.
Sindsdien zit hij vast.

Rechters: ‘U was een gewaarschuwd mens.’
Eildert snikt, ja, dat was hij.
Rechters: ‘En toch ging u door. Waarom?’
Eildert zegt dat hij dat zelf ook niet weet.
Rechters: ‘U bent eerder veroordeeld wegens misbruik van twee meisjes, onder wie uw eigen dochter.’
Eildert: ‘Ik weet dat het fout is wat ik doe.’
Rechters: ‘Ga door.’
Eildert: ‘Het is een bepaalde drang die in mij opkomt. Ik ben er zelf ook bang voor.’

Rechters: ‘U heeft uw zoon een aantal keren beloofd dat u zelf naar de politie zou gaan. Dat heeft u niet gedaan.’
Eildert: ‘Mijn advocaat zei dat ik dat niet moest doen.’

Een psychiater en een psycholoog hebben Eildert bekeken en bevraagd en vastgesteld dat er sprake is van de ziekelijke stoornis pedofilie.
Eildert moet – net als Wim – worden behandeld om herhaling (kans daarop is groot) te voorkomen.
De officier van justitie ziet maar een mogelijkheid: tbs met dwangverpleging waar achttien maanden gevangenisstraf bij wijze van vergelding aan vooraf moeten gaan.
Eildert vindt dat te veel en veel te zwaar, maar zegt: ‘Als ’t moet, dan moet het maar. Ik wil niet dat het weer gebeurt, anders hoeft het voor mij niet meer.’
Met dat laatste bedoelt hij leven.

In de strafzaak van Wim werd door deskundigen opgemerkt dat mannen die met de ziekelijke stoornis pedofilie de tbs ingaan, er moeilijk weer uitkomen.
Soms nooit.
De officier van justitie tegen Eildert: ‘Ja, ’t kan heel lang duren.’

Wat in dit soort zaken niet heel gebruikelijk is, is dat het jonge slachtoffer het woord krijgt.
De zoon is inmiddels 15 jaar, maar hij oogt veel jonger.
En kwetsbaar.
In zijn trillende handen houdt hij een briefje vast waar de woorden staan geschreven die hij wil zeggen.
Tranen biggelen over zijn bleke wangen.
In de rechtszaal wordt het stiller dan stil.

Diepe zucht.

Dan ineens, een luide en zelfverzekerde stem: ‘Papa, luister goed. Ik vind het jammer dat het zo is. Waarom doe je dit? Je verpest je hele leven. Waarom wilde je kinderen? Je bent het niet waard.’
Een laatste zin, bedoeld voor de rechters, die raakt: ‘Ik vind dat hij een lange straf moet krijgen zodat hij weer beter wordt.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 januari 2014 – uitspraak
Eildert is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. De gevangenisstraf die daaraan vooraf moet gaan bedraagt 2 jaar, zo oordeelde de rechtbank. De geëiste 18 maanden doet geen recht aan de ernst van de feiten.
Het vonnis is niet gepubliceerd.