Publieksacademie: cybercrime

Deze lezing wordt donderdagavond vanaf 19.30 uur live gestreamd op de website van Dagblad van het Noorden. Het is de eerste keer dat we dit doen. De Publieksacademie voor de Rechtspraak bestaat sinds november 2014. Samen met het Openbaar Ministerie (parket Noord-Nederland), de rechtbank Noord-Nederland en de Rijksuniversiteit Groningen worden lezingen georganiseerd over thema’s uit de rechtspraktijk.

De lezingen trokken meestal een volle zaal in het fraaie Academiegebouw aan de Broerstraat in Groningen. Ook hier gooit het coronavirus nu roet in het eten. Vandaar de nieuwe opzet.

De sprekers zijn officier van justitie Jeroen Houwink en strafrechter Okko Jan Bosker. De presentatie is in handen van verslaggever Renate Winkel. Ik draag een column voor.

Linkjes naar de livestream – ook via Facebook – volgen.

Tot zover de mededeling.

robz

 

 

 

Het merkwaardige drietal

Wat een merkwaardige verdachten. Gaan ze aan het einde van het twee dagen durende proces iedereen doodleuk bedanken, de strafrechters en alle andere aanwezigen in de rechtszaal, de familie thuis, de politiemensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt. Ja, zelfs het slachtoffer. Iedereen bedankt. Alsof ze een prijs hebben gewonnen.

Voor de slechtste film ooit.

Er is geen prijs. Ze krijgen drie snoeiharde strafeisen aan de broek: de 37-jarige Paay 9 jaar cel, de 22-jarige Dukaan en de 24-jarige Rahasy elk 8 jaar. 

Het zijn mannen zonder noemenswaardige strafbladen die vanuit het niets een misdaad pleegden die qua strafmaat gelijk staat aan doodslag. Alsof een speler van Middelstum 4 ineens opduikt in de finale van de Champions League.

Je kunt er een heel verhaal over schrijven, maar wat dit merkwaardige drietal heeft uitgespookt laat zich ook kort vertellen. Ze plukten een student van rijke komaf van straat, sloten hem op in een woning, bonden hem vast, belden zijn vader en eisten losgeld.

De vader belde de politie, de politie wist zoonlief te bevrijden en de daders te arresteren. Dat was in januari van dit jaar. Afgelopen week zaten de daders als verdachten in de rechtszaal hun spijt te betuigen, elkaar de schuld te geven en het slachtoffer beterschap te wensen. 

Zoals het hierboven staat beschreven, zo eenvoudig ging het niet. De merkwaardige drie hadden de gijzeling maandenlang voorbereid. Ze hadden informatie over het beoogde slachtoffer verzameld, ook over zijn familie in Pakistan. De woning waar het slachtoffer werd vastgehouden was speciaal voor dit doel ingericht, de ramen met vuilniszakken dichtgeplakt. 

Voordat ze het slachtoffer van straat plukten, achter het Hoofdstation in Groningen, hadden ze hem uren in de gaten gehouden. Ze deden het niet zachtzinnig. Ze sleurden de student in een gereedstaande auto en staken hem driemaal met een mes. Op een stille plek sloegen en schopten ze hem beurs. Daarna rolden ze hem in een wandkleed, reden nog een uur rond en brachten hem uiteindelijk naar de woning waar ze met kabelbinders zijn handen en voeten vastbonden en hem op een bed legden. Geblinddoekt, met dopjes in de oren en een sok in de mond. Maakte hij geluidjes, dan sloegen ze. Het duurde twee volle dagen.

In een verklaring laat het 24-jarige slachtoffer weten dat  hij Nederland heeft verlaten om nooit weer terug te komen. Hij is weer thuis in Pakistan, heeft paniekaanvallen en is voortdurend op zijn hoede want hij is het vertrouwen in mensen kwijtgeraakt. ,,Ik zal nooit meer de jongen worden die ik was.’’

Het merkwaardige drietal mocht reageren.

Rahasy, zachtjes, met het hoofd gebogen: ,,Ik kan mij niet voorstellen hoe bang hij moet zijn geweest. Zo erg.’’
Dukaan, stellig: ,,Ik voel de pijn ook, ik hoop dat hij er sterker uitkomt.’’
Paay, wijsneuzerig: ,,Vertrouw diegenen die van je houden en deel geen informatie met mensen die je niet kent.’’

Het slachtoffer moest mishandeld en wel via de camera van Whatsapp aan zijn vader vertellen dat hij was ontvoerd. Terwijl hij dat vertelde hielden de kidnappers een elektrische zaag bij zijn keel. Ze eisten tien miljoen dollar, toen een miljoen en uiteindelijk 250.000 dollar, te voldoen in bitcoins. Ze appten instructies hoe dat te doen.

Zou vader de politie bellen, dan zouden ze eerst de vingers van zoonlief afknippen, dan zijn ogen uitsnijden en hem daarna doden.

De vader belde de politie toch, hij belde de politie in Londen. Londen belde met Nederland en Nederland met Groningen. Groningen wist aan de hand van het telefoonnummer waarmee de vader was gebeld snel en slim de verblijfplaats te achterhalen. 

Telefoonnummers verraden alles, het merkwaardige drietal had daar tijdens de voorbereiding kennelijk niet bij stilgestaan. Wel weten hoe je bitcoins kunt incasseren en cashen, maar de basisregel voor elke te plegen misdaad over het hoofd zien: geen mobiele telefoons.

De rechters vragen wat ze van plan waren geweest als de vader niet zou betalen? Zouden ze de student dan echt martelen en vermoorden? Welnee, luidt het antwoord van het drietal, alleen het idee al. Nee. Ze zouden het slachtoffer na een paar dagen op een afgelegen plek achterlaten met wat geld zodat hij weer thuis kon komen.

Wie zijn deze rare mannen?

Rahasy woonde nog maar net in Groningen. Vanwege forse gokschulden – zo’n 80.000 euro – had hij niet alleen zijn geboortestreek Rotterdam verlaten, maar ook zijn strenge familie die hoge verwachtingen van hem had. Hij is verlegen en heeft trouwplannen met zijn vriendin die in de Verenigde Staten woont en die hij nooit in het echt heeft ontmoet. Zij wil hem nu komen bezoeken in de gevangenis, maar dat wil hij niet. Zegt: ,,Ik voel veel schaamte. Criminaliteit is voor mij niet weggelegd.’’

Dukaan is van Hoogezand en had het winkelbedrijf van zijn vader in de binnenstad van Groningen overgenomen. Nu hij in de gevangenis woont, al sinds januari, kan hij zijn talenten, zegt hij, niet meer inzetten voor de zaak en dat vindt hij jammer. ,,Voor de zaak die ik steen voor steen verder wilde uitbouwen is het een klap.’’ In de gevangenis voelt hij zich allesbehalve thuis. Zegt: ,,Het is behoorlijk crimineel daar.’’

Paay, de oudste merkwaardige, woonde overal in de wereld vanwege het werk van zijn vader, die is piloot, zijn moeder stewardess. Voor hij in Groningen neerstreek, woonde hij in Canada en werkte hij op de luchthaven van Dubai. Zijn vrouw, de moeder ook van zijn kind, bracht hem hier. Zij heeft een goede baan bij de Rijksuniversiteit en een onderzoeksbaan bij het UMCG. Tegen de rechters: ,,Mijn vrouw verdient een betere man.’’

Paay vertelt dat hij meedeed omdat Rahasy met zijn schulden hem heeft gedwongen. De verlegen Rahasy had de loop van een negen millimeter in zijn mond geduwd en toen moest hij wel. Rahasy zegt dat het plan is bedacht door Paay, dat Paay het brein is achter deze nare geschiedenis. Rahasy zegt dat hij het slachtoffer niet heeft aangeraakt. Dat was Paay. Dukaan ontkent op zijn beurt niet dat hij heeft meegedaan. Maar hij had niet in de gaten dat ze aan het gijzelen waren. Hij heeft immers talenten voor de winkel, hij zat niet op crimineel geld te wachten. 

De rechters tonen zich, misschien geïnspireerd, ook een beetje gemeen: of de verdachten vinden dat ze alle drie dezelfde straf moeten krijgen of dat de een wat meer of wat minder moet krijgen dan de ander? 

 De merkwaardigen vinden dat ze alle drie recht hebben op de laagste straf.  

rob zijlstra

   

  

Om te huilen

Het strafrecht sleept zich voort als een slak over schuurpapier. Het recht zegeviert tenenkrommend traag. Met zorgvuldigheid of corona heeft dat niets te maken. Deze week nog wierp een officier van justitie in de rechtszaal de armen wanhopig in de lucht en jammerde dat er in Nederland veel te veel strafzaken zijn.

Het strafrecht verschiet soms in de kleuren van onverschilligheid en willekeur, het allerlaatste wat de rechtsstaat wil. Het ligt niet aan de mensen die het recht met liefde bedrijven. Het zijn de systemen. Op papier zien die er best goed uit, in de praktijk zijn ze verworden tot gedrochten.

Wekelijks worden nieuwe rechtszaken met verdachten en slachtoffers in de zittingszalen uitgeroepen om vervolgens onbehandeld te worden aangehouden. Deze zaken belanden op stapels. Er verdwijnen meer zaken dan er worden behandeld.

Steeds meer stapels.

Zo nu en dan valt er een gat in het zittingsrooster. Een officier van justitie klimt dan de zolder op waar al die strafzaken liggen te verstoffen. Op goed geluk trekt zij een dossier uit een stapel, veegt het spinrag eraf en stuurt vervolgens een dagvaarding naar de bijbehorende verdachte. Gat gedicht, het systeem functioneert.

Zo kwam het dat deze week de 66-jarige mevrouw Hannah in zittingszaal 14 zat. Ze is net een paar maanden met pensioen, maar heeft nog geen dag genoten van haar welverdiende rust. Haar dagen zijn gevuld met stress, want ze heeft iets ontzettend doms gedaan.

Ze keek niet goed uit.

Ze pakte een portofoon van de bijrijdersstoel. Eén, twee seconden was ze afgeleid, niet bezig met het verkeer om haar heen. De fietser die er wel was, zag ze niet. Een luidde knal. In het ziekenhuis werd gevreesd voor het leven van de vrouw op de fiets.

Mevrouw Hannah vindt het vreselijk dat zij de oorzaak is van veel geleden pijn en al dat andere leed. Schuldbewust zit ze in de verdachtenbank, zakdoekje voor de tranen in haar hand. Vlak achter haar zit de vrouw die ernstig gewond raakte, maar het gelukkig overleefde. Zij zit er met heel haar gezin, ze houden elkaars handen vast.

Mevrouw Hannah lette heel even niet goed op, één, twee seconden niet. De officier van justitie zegt dat als je 30 kilometer per uur rijdt en één tot twee seconden niet oplet, dat je dan over een afstand van acht tot zestien meter in het stadsverkeer een gevaar op de weg bent. Dat de auto een gevaarlijk ding is. Dat de Wegenverkeerswet er niet voor niets is. Dat je als onvoorzichtige bestuurder gevangenisstraf kunt krijgen.

Allemaal waar.

Het ongeluk dat mevrouw Hannah veroorzaakte had plaats op 4 juli 2018. Nu pas was er de rechtszaak. Advocaat Niek Heidanus vraagt zich af wat het strafrecht hier nog te zoeken heeft? Wat voegt een straf na meer dan twee jaar in deze toe? Heidanus: ,,He-le-maal niks.’’

De advocaat zegt dat het Openbaar Ministerie (het systeem) geen notie heeft hoe zwaar het is te moeten wachten op de behandeling van een strafzaak. ,,Die onzekerheid, zoiets heeft een enorme impact.’’

Mevrouw Hannah bezocht het slachtoffer, zij bood haar excuses aan, excuses die zijn aanvaard. Het had mevrouw Hannah geraakt. Op de dag van het ongeluk reed ze in de scanauto van de gemeente Groningen om foutparkeerders op te sporen. In haar werk bij Stadstoezicht trof ze zo vaak boze en onredelijke mensen. Maar de mevrouw van de fiets en haar gezin hadden haar warm ontvangen. Zegt: ,,Ze waren niet boos.’’

De officier van justitie – hij die de armen in de lucht smeet – vindt ook dat het niet zo lang had mogen duren. Maar dat het feit daarmee niet minder strafbaar is. Mevrouw Hannah mag wel een korting. De aanbieding: een werkstraf van 110 uur in plaats van 120 uur.

De advocaat: ,,Geachte rechters. Hier wordt nodeloos extra leed toegevoegd.’’

Deze lelijkheid staat niet op zichzelf. En er is nog een ander probleem. Ik weet niet of het ooit wetenschappelijk is onderzocht, maar de praktijk van de rechtszaal leert dat herinneringen aan kwade zaken het geheugen rap verlaten. Dat komt de waarheidsvinding – corebusiness in de rechtszaal – bij oude zaken niet ten goede.

Eddie (50) uit Drenthe wordt verdacht van bedrog. Tussen september 2016 en mei 2018 zou hij tussen de 300 en 400 digitale decoders hebben ontfutseld van Ziggo. Hij had 300 tot 400 valse e-mailadressen aangemaakt en wist het zo te besodemieteren dat hij de kastjes ontving terwijl anderen betaalden. Ook deze oude zaak werd recent aan de rechtbank voorgelegd.

Er is bewijs zat. Bij de afhaalpunten van pakketjes in Meppel begon Eddie een bekende verschijning te worden. Toen hij bij de politie als verdachte in beeld kwam, werden bij de afhaalpunten camera’s opgehangen. Ze zagen hem keer op keer.

Onderzoek leerde dat er op zijn bankrekening 339 keer 35 euro was bijgeschreven. Dat er aan de muur van zijn woning een televisietoestel hing met een waarde van 7.200 euro. En dat op zijn slaapkamer 24 dozen stonden met daarin evenzoveel Humax-decoders.

Hoe dan, vroegen ook de rechters, ook al omdat Eddie in die tijd in de schuldsanering zat en moest zien rond te komen van veertig euro weekgeld.

Schuldig? Dat leek hem sterk. Eddie kon het zich niet herinneren. Zo lang geleden. Dat hij 200 keer een doos bij de Readshop in Meppel had opgehaald? 339 stortingen op zijn rekening? Een tv van 7.200? ,,Wat voor een toestel moet dat wel niet zijn geweest dan?’’ In zijn woningen 24 dozen? Geen idee. Drie keer per jaar naar Gran Canaria? ,,Ik kan het me niet herinneren.’’

Rechters: ,,Houdt u zich nou van de domme?
Eddie: ,,Dat weet ik niet, maar we worden allemaal wel een dagje ouder.’’
De officier van justitie: ,,Tien maanden gevangenisstraf.’’

Zo veel decoders hij ontving – 300 tot 400 – zoveel particuliere slachtoffers maakte hij. En het gaat misschien wel om het topje van een ijsberg. Waarom het langer dan twee jaar heeft moeten duren voordat Eddie zich moest verantwoorden, blijft een raadsel. In de rechtszaal wordt de vraag niet gesteld. Rechters zijn het misschien wel normaal gaan vinden dat het strafrechtsysteem zich als een slak voortbeweegt. Dat rechters vinden dat wat zij doen ook maar werk is.

Aan Eddie vroegen de rechters nog wel of hij de strafeis begreep?
Eddie, nonchalant: ‘Kunt u het in jip-en-janneketaal uitleggen?’
Rechter: ,,Tien maanden gevangenisstraf.’’
Eddie: ,,Oei.’’

Dat ‘oei’ was grappig.
Maar dit verhaal is om te huilen.

rob zijlstra

Henk Kuipers – uitspraak

UPDATE: 10 JAAR CELSTRAF VOOR HENK KUIPERS →  meer bij dvhn / LIVEBLOG

De rechtbank in Groningen doet vrijdag uitspraken in de strafzaken van vier voormalige leiders van motorclub No Surrender. Tegen Henk Kuipers (56) uit Emmen is 12 jaar celstraf geëist. Als het aan het Openbaar Ministerie ligt, brengt Kuipers vrijdag al zijn eerste nacht van die straf door in de cel.

Het strafproces tegen captain Kuipers, zijn rechterhand Theo ten V. uit Klazienaveen (eis: 6 jaar), oprichter Klaas Otto (3 jaar) en Rico R. (4 jaar) begon formeel in maart 2018. Drie maanden daarvoor was Kuipers in zijn woning in Emmen gearresteerd. De arrestatie was de uitkomst van een omvangrijk politieonderzoek dat in 2014 begon.

Het proces is de langstlopende strafzaak die de rechtbank in Groningen ooit heeft behandeld. Toch zal de uitkomst – het oordeel van de rechters – een tussenstap zijn: er komt vrijwel zeker een behandeling in hoger beroep.

Mocht de rechtbank niet opleggen wat het Openbaar Ministerie heeft geëist, mocht Kuipers worden vrijgesproken, dan gaat de aanklager zo goed als zeker in hoger beroep. Kuipers zal bij een veroordeling datzelfde doen; hij vindt de beschuldigingen zeer onterecht, om niet te zeggen bizar.

Kuipers is met een enkelbandje op vrije voeten. Hij heeft dertien maanden in voorarrest gezeten. Normaal gesproken mag iemand die niet is gedetineerd de uitkomst van een proces in vrijheid afwachten, ook als er een hoger beroep volgt.

Voor Kuipers en Rico R. wil het OM een uitzondering maken. De feiten verdragen niet, aldus het OM, dat de verdachten op vrije voeten lopen. Mocht Kuipers worden veroordeeld, dan kan hij in de rechtszaal worden aangehouden. De officier van justitie heeft hier om gevraagd, de rechtbank beslist erover.

Theo ten V. zit al vast

Welke kant het vrijdagmiddag opgaat laat zich moeilijk voorspellen. Feit is dat het OM er veel aan is gelegen om Kuipers (en de zijnen) achter de tralies te krijgen. Kosten noch moeite zijn gespaard om de rechters ervan te overtuigen dat No Surrender geen gezellige jongensclub was, maar een keiharde criminele organisatie.

Het OM hield de rechters voor: ‘Er is sprake van een club die lak heeft aan de normen en waarden van onze samenleving. Die de regels van onze samenleving consequent overtreedt, waarbij het plegen van strafbare feiten niet de uitzondering is, maar de norm.’

Bizar of niet, Henk Kuipers en zijn medeverdachten hebben de schijn tegen. Het imago dat motorclubs hebben is er niet eentje van een high tea-clubje. Kuipers verscheen in de rechtszaal consequent met de tekst ‘no rules, no limits’ op zijn T-shirt.

Maar de schijn tegen hebben is nog geen bewijs voor de ernstige feiten waarvan Kuipers wordt beschuldigd. Want het moet ook gezegd: de bewijzen die het OM tijdens het omvangrijke onderzoek heeft weten te verzamelen zijn niet overweldigend. Het clubhuis van No Surrender in Emmen hing vol met afluisterapparatuur. De leden waanden zich er onbespied, maar gesprekken over omvangrijke criminele activiteiten zijn niet geregistreerd. En misschien ook wel niet gevoerd.

Volgens het OM klonken er op clubavonden vooral ‘hak- en snuifgeluiden’ uit de membersroom, wat dan wel zou betekenen dat het motorvolk massaal aan de cocaïne zat. Het zal misschien, maar het is een interpretatie, een vermoeden hooguit, een rechter kan er niks mee.

Een paar jaar geleden heeft het Openbaar Ministerie de oorlog verklaard aan de Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) waartoe No Surrender wordt gerekend. Deze clubs ondermijnen de samenleving en vormen een bedreiging voor de veiligheid, aldus het OM.

In 2016 werd besloten om met een harde aanpak de ‘schijnbare onaantastbaarheid’ van motorclubs te doorbreken. Niet alleen door politie-inzet, maar ook met hulp van de belastingdienst, niet alleen via de strafrechter, maar ook via de civiele rechter. Satudarah, Hells Angels en No Surrender werden in 2019 door die civiele rechter verboden

Het is ook door deze aanpak dat Henk Kuipers en de medeverdachten onder een vergrootglas zijn gelegd. Of daarmee ook hun activiteiten – naar eigen zeggen feesten en bierdrinken – zijn uitvergroot tot criminaliteit mag vrijdag de strafrechter bepalen.

Het gerechtshof in Leeuwarden kan wat ook de uitkomst is de borst natmaken.

rob zijlstra

lees ook: het OM haalt hard uit naar Henk Kuipers, 12 jaar celstraf

 

Bram en het mannetje

Bram is een vaste gast in mijn verhalen die zich in de rechtszaal laten optekenen. Er is geen crimineel in Nederland te vinden die vaker in zittingszaal 14 terecht heeft gestaan dan Bram.

Toen ik hem voor het eerst zag, was hij halverwege zijn criminele carrière. Nu lijkt het einde in zicht. In hun wekelijks overleg hebben de officieren van justitie uitgesproken dat de maat vol is en dat voor Bram geen oplossing meer bestaat, anders dan de maatregel tbs met dwangverpleging.

Bram gaat het afvoerputje in.

Op de weinige momenten dat hij niet gedetineerd zat wilde het gebeuren dat ik hem op straat tegen het lijf liep. Bij de Coffeecompany namen we dan koffie met een broodje en praatte hij me bij over de stand van zaken van het leven. Zijn leven bestond uit alle denkbare goede voornemens.

Het probleem van Bram: de coke-wekker.

Maakt niet uit hoe lang hij binnen heeft vastgezeten, eenmaal weer buiten gaat die wekker onvermijdelijk af en dan is er geen houden aan. Cocaïne is het beest dat in hem zit.

Als kind groeide hij op onder een zwak gesternte met een psychotische moeder en een gewelddadige vader. Toen Bram 12 jaar was, ging hij aan de drugs, er gleden jaren voorbij dat hij zes liter bier op een dag dronk. Het leven heeft, zegt een gedragsdeskundige in de rechtszaal, van Bram een gehandicapte man gemaakt.

Bram wil het leven wel anders, maar hij kan het niet, niet meer. Het moet (eis) een tbs worden met een hoog beveiligingsniveau.

In december 2016 was Bram net een paar dagen op vrije voeten toen de coke-wekker schalde. Hij stapte een seksshop aan het Zuiderdiep in Groningen binnen met de mededeling dat zijn komst een overval betrof. Ter ondersteuning toonde hij een mes. De medewerker spoot daarop haarlak in zijn gezicht waarop Bram de zaak halsoverkop en zonder buit verliet.

De poging de shop te overvallen leverde hem naast gevangenisstraf ook een behandeling in een afkickkliniek op. Daar had hij anderhalf jaar moeten blijven, maar op de tweede dag nam hij de benen.

Nog diezelfde dag pikte hij bij de nachtwinkel in de Poelestraat in Groningen een zakje M&M’s. ‘Grote boef steelt zakje snoep’, luidde de kop in de krant. De justitiële rekening: de veelplegersmaatregel ISD dus twee jaar achter slot en grendel. Bram had twee jaar zitten voor een zakje snoep wel wat veel gevonden, maar een keuze had hij niet, dat wist hij ook wel.

In januari van dit jaar meldt Bram zich weer in de stad, na welgeteld 35 maanden ‘binnen’ te hebben gezeten. Op dag drie loopt hij om tien voor zes in de ochtend het Bud Gett Hostel binnen, grijpt onverhoeds de nachtportier vast, smakt hem tegen de grond en roept: ’Dit is een overval’. De nachtportier vermoedde op dat moment al zoiets.

In de rechtszaal draait Bram er niet omheen. ,,Ik was ziek en wilde weer naar binnen.’’ Dat de officier van justitie aan de wens binnen te zitten de tbs verbindt, vindt Bram wel weer wat veel van het goede, te rigoureus. Maar ja, mag hij kiezen?

De rechters vragen of Bram spijt heeft?
Bram, bozig: ,,Wat is dat een gemene vraag. Tuurlijk heb ik spijt.’’

Hij had het ditmaal niet alleen gedaan, Bram had een mannetje meegenomen. Dat mannetje wilde eerst hotel Het Schimmelpenninckhuis overvallen, maar Bram vond het hostel, iets verderop, een beter plan.

Het mannetje schudt het hoofd. Zo is het niet gegaan. Hij zegt tegen de rechters dat hij met Bram was meegegaan – nadat hij zijn fiets tegen het politiebureau aan de overkant had gestald – maar dat hij nooit had verwacht dat ze een overval zouden gaan plegen. ,,Ik was flabbergasted.’’ Het mannetje had gedacht dat het om een incasso ging, dat Bram iemand ging bezoeken van wie hij nog geld moest hebben en dat hij mee moest ter ondersteuning. Tegen de rechters: ,,Ik ben een getraind mannetje en heb mijn bekkie wel vol.’’

Komt bij, moeten de rechters weten, dat hij ook best wel een bekend mannetje is in de stad. ,,Ik ben al jaren dakloos, ik bedel op straat, daarvan kan ik rondkomen. Ik heb zo’n overval helemaal niet nodig.’’

Het mannetje slaakt een diepe zucht. Drie jaar had hij geleefd in een beschimmelde tent en ook is zijn moeder overleden. ,,Ik heb nu geen back-up meer. Daar raak je toch behoorlijk van gepikeerd?’’
Hij zegt dat hij heeft besloten dat hij niemand meer tot last wil zijn. ,,Ik zit 24 uur per dag op cel, ik heb geen schulden en ik heb mijn uitvaart top geregeld.’’

Hij vertelt dat zelfs de zucht naar drank is verdwenen. Hij wil niks meer. Zelfs geen toiletwijn. Als hij hier en daar wat vraagtekens ziet, legt hij uit wat dat is, toiletwijn. ,,We maken het in de gevangenis. Water, wat schepjes suiker en dan brood erin. Na een week heb je alcohol.’’

Het mannetje is een Bram-light. De hulpverleners van de reclassering willen het daarom nog wel een keer met hem proberen. Een aller-, allerlaatste keer. De officier van justitie: ,,Een tbs met voorwaarden. Houdt hij zich niet aan de voorwaarden dan kan het worden omgezet in een tbs met dwang.’’ De officier vult aan: ,,Het risico dat het mislukt is reëel. Maar dat risico durf ik aan.’’

Omdat tbs een maatregel is en geen straf, vindt de officier van justitie het nodig dat de overval ook nog moet worden vergolden. Voordat de noodzakelijk geachte behandeling kan aanvangen, moeten beide verdachten eerst nog twintig maanden de gevangenis in.

Want dat ze de overval samen pleegden staat voor de officier van justitie vast. Ze hebben immers ook gedeeld in de buit. Bram had het geld uit de kas gegraaid en had 120 euro aan zijn partner gegeven. Zelf had hij 150 euro.

Op de camerabeelden van de overval is te zien dat ze het hostel rustig verlaten en dan linksaf richting het Zuiderdiep gaan. Bram was naar het café gelopen waar je cocaïne kunt kopen. Hij kocht voor 150 en een uurtje later had hij zich gemeld op het politiebureau met de mededeling dat hij het was die even voor zessen het hostel aan de overkant had overvallen.

En de medeverdachte? Die werd een dag later gearresteerd. Het mannetje was met de buit in de hand linea recta naar de dames van plezier gehold.

rob zijlstra

 

→ Ik schreef eerder over Bram:

2017 – Zakje snoep
2017 – Zet’m op Bram
2013 – Het dwaalspoor
2009 – Marathon

update – uitspraken op 13 november 2020
Geen verrassing: Bram en het mannetje zijn veroordeeld. Voor Bram een tbs met dwang, het mannetje een tbs met voorwaarden. Daarnaast 18 maanden celstraf per persoon. → dvhn

 

De jackpot

Het klinkt apart. Dat iemand die nog maar net 18 jaar al met z’n puistenkop bij de rechter terecht moet staan voor mensenhandel. Alsof er iets niet klopt. Maar het klopt wel, de puisten misschien niet, de rest is maar al te waar.

Strafzaken waarbij kinderen nu eens niet als weerloze slachtoffers, maar als verdachten in de schijnwerpers staan, zijn in de zalen van het strafrecht geen uitzonderingen.

Alleen deze maand al telde ik bij deur van de kinderrechter nogal wat jeugdigen die werden verdacht van diefstallen van dure telefoons en dito merkkleding (maar ook van wokgarnalen en goedkope sokken), van vernielingen (auto’s), openlijk geweld, gewone en zware mishandelingen (op scholen) en pogingen daartoe, van drugshandel, bedreigingen en beledigingen, wapenbezit, heling (scooters), van een verkrachting en nu dus ook van mensenhandel. In dit geval van seksuele uitbuiting.

Voor ieders gemoed en vertrouwen in de toekomst is het helemaal niet erg dat kinderrechters deze strafzaken samen met ouders (als die er nog zijn) en hulpverleners achter gesloten deuren afhandelen.

Wat de 18-jarige Pim bezielde mensenhandelaar te willen zijn (of niet), heb ik dus niet direct kunnen beluisteren. Wel indirect, want Pim heeft een volwassen handlanger, de 26-jarige Ko.

Ko stond ’s ochtends terecht, de jonge Pim tot laat in de middag. De twee verdachten zijn vrienden. Ko wordt omschreven als een jongeman die bovengemiddeld intelligent is. In zijn strafzaak werd ook iets over Pim gezegd: dat die nog slimmer is.

Ko is ooit vanuit Rotterdam naar Groningen gekomen. In de grote havenstad waar zijn ouders hem hadden verwaarloosd had-ie er een puinhoop van gemaakt. Het bracht hem een strafblad dat inmiddels zestien pagina’s telt. Voor een 26-jarige is dat al een beste.

Om uit zicht te geraken van foute matties was hij op een dag vol mooie voornemens naar Groningen getogen voor een nieuw leven. Even vond hij onderdak bij een instelling voor jongens zoals hij, maar toen op zijn kamer een wapen werd gevonden, kon hij vertrekken. Groningen heeft hem uiteindelijk niet veel goeds gebracht, zegt hij tegen de rechters.

Hij had een studie logistiek gedaan, daarna eentje voor servicemedewerker, maar wil nu klusser worden. Met een eigen klusbedrijf. ,,Want je hebt inkomen nodig, je zult toch een beetje moeten werken.’’

Rechters: ,,Kunt u klussen dan?’’
Ko, zonder twijfel: ,,Zekers.’’
Rechters: ,,Hmm.’’

Met z’n tweeën zouden ze in februari van dit jaar een heel andere klus hebben geklaard. Gedurende twee weken zouden ze een jonge vrouw hebben gedwongen tot prostitutie. Het geld dat zij verdiende met – het is niet anders – neuken met en pijpen van vreemde mannen moest ze aan Pim en Ko afdragen.

Het geld stopten ze in een pot die op tafel stond in de kamer van Pim die toen nog maar 17 was. Ze noemden dat hun jackpot.

De vrouw die zij uitwrongen – die zij exploiteerden en kech noemden of chickie – was volgens de officier van justitie een 18-jarige kwetsbare vrouw. Ze had een tijdje in een gevangenis gezeten van een Zuid-Amerikaans land vanwege drugssmokkel. Toen ze berooid terugkwam in Nederland, in Groningen, was daar de slimme Pim. Zelf wilde ze wel bij de Albert Heijn werken, maar Pim had een beter idee.

De jonge kwetsbare wist wel wat, want ze had, toen ze nog minderjarig was, ook al eens in de prostitutie gewerkt. Misschien zijn er nu wel mannen die dit lezen en denken, hé, volgens mij weet ik wel om wie het gaat. Dit terzijde.

De officier van justitie schetst een beeld van Pim als de initiator en regelaar en van Ko als de uitvoerder. Ko bracht de jonge kwetsbare op de scooter naar afspraken, naar de cardates. Dus naar parkeerplaatsen waar klanten in auto’s lustig zaten te wachten. Maar er werd ook een paar keer een hotelkamer bij Van der Valk geregeld. Ko haalde, aldus de officier, ook weer op.

Van Pim weet ik het dus niet, maar Ko ontkent.
Hij zegt tegen de rechters: ,,Ik heb er niets mee te maken.’’

De jonge kwetsbare zou ook door Pim zijn verkracht en zijn mishandeld met een rode bezemsteel waarop later bloed van haar is aangetroffen. Dat zou zijn gebeurd in de krappe containerwoning met de tafel met daarop de jackpot en in aanwezigheid van Ko.

Ko: ,,Ik heb daar niks van meegekregen, ik zat wel aan tafel, maar ik had oortjes in.’’
Rechters: ,,U heeft later ook geen letsel gezien?’’
Ko: ,,Als ik iets had gezien had ik ingegrepen.’’
Rechters: ,,Vriendinnen zagen de volgende dag wel letsel.’’
Ko: ,,Ik let niet zo op de details.’’
Rechters: ,,Of heeft u het wel gezien, maar wilt u het niet zeggen?’’
Ko, geïrriteerd nu: ,,Als ik niets wil zeggen beroep ik mij op mijn zwijgrecht.’’

De rechters houden Ko fragmenten van chatgesprekken voor die uit de telefoons van de verdachten zijn gehaald. Ko mag dan vertellen wat er wordt bedoeld als hij en Pim chatten dat er iemand is die een vluggertje wil en dat dat dan kan voor een barkie. Of wat er wordt bedoeld als ze chatten dat ‘puur is 200 voor een los uur’ en dat ‘3 uur 3 x 180’ is? En, vragen de rechters aan Ko, waarom hij condooms en glijmiddel moest ophalen voor Pim.

Ko gaapt.
De rechters: ,,Je zou hieruit kunnen opmaken dat u mogelijk betrokken bent.’’
,,Nee.’’

De officier van justitie zegt dat Pim de initiator van deze klus was, maar dat Ko een niet weg te denken schakel in het geheel is geweest. Dat fysiek geweld niet werd geschuwd. Dat het kwetsbare slachtoffer werd gedwongen haar verdiensten af te staan, dat Ko haar heeft gestuurd en haar heeft gecontroleerd, dat hij op laakbare wijze van haar heeft geprofiteerd. De strafeis, vervolgt de officier van justitie, moet een duidelijk signaal naar de samenleving zijn: elf maanden celstraf. Plus de maand die hij nog op de lat had staan. Maakt samen een jaar.

Een paar uur later zal de officier van justitie tegen Pim de PIJ-maatregel eisen. Dat is jeugd-tbs en is niet mals. Misschien sprak de officier van justitie hier ook wel van een signaal naar de samenleving, maar dat is dus niet bekend.

Doordat jeugdstrafzaken niet openbaar zijn blijft de buitenwereld qua weten bakken vol ellende en narigheid bespaard. Je leest er niet veel over, maar het is er dus wel.

Dan weet u dat even.

rob zijlstra

 

Het voorleesvonnis

FOTO: KEES VAN DE VEEN / dvhn

De rechtbank in Groningen deed dinsdag uitspraak in de strafzaak van Ergün S., de 34-jarige man uit Rotterdam die een jaar geleden het echtpaar Marinus en Gina Visser uit Slochteren vermoordde in bioscoop Pathé in Groningen.

Tijdens deze zaak moest ik af en toe denken aan een andere zaak, die van Sjef R. (journalisten noemen vreselijke gebeurtenissen nu eenmaal heel zakelijk zaken, maar dit terzijde).

Sjef R. bracht in maart 2013 het echtpaar Lammert en Marga Westra uit Aduard om het leven. Dat gebeurde – o toeval – in de omgeving waar Ergün S. een jaar geleden werd gearresteerd.  De moord (tweemaal doodslag) op het echtpaar Westra was ook al niet te bevatten.  Tegen Sjef R. werd 30 jaar celstraf geëist, hij kreeg er 25.

Ergün S. heeft geen straf gekregen. Hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging en kreeg vervolgens de maatregel tbs met dwangverpleging opgelegd. Met de gedragsdeskundigen en met het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat Ergün S. volledig ontoerekeningsvatbaar is. Hij heeft het (tweemaal doodslag) wel gedaan, maar is geen strafbare dader. De man lijdt aan ernstige psychische stoornissen en wel zo dat de wanen die door zijn hoofd spookten bepaalden wat hij deed.

En dat was niet goed.
Het was gruwelijk.

De uitkomst van het strafproces was niet heel verrassend.
Maar hoe leg je het uit?
Hoe leg je aan de samenleving uit dat een man die drugs gebruikte als een malle en tegelijkertijd weigerde zijn antipsychotische medicijnen te slikken, de man die  willekeurig twee mensen op gruwelijke wijze om het leven heeft gebracht , geen straf krijgt?

Rechters spreken via hun vonnis. Daarin staat hun oordeel, staan de overwegingen om tot dat oordeel te komen. Geen discussie is meer mogelijk. Het vonnis is openbaar, waarmee iedereen kennis kan nemen van die overwegingen. Dat dan nog wel.

We hoeven het er niet mee eens te zijn, schreef ik.
Als we het maar begrijpen.

De rechters in Groningen deden dinsdagmiddag bij de uitspraak nog iets anders, iets dat niet gebruikelijk is. Maar wel heel goed. De rechter die het vonnis uitsprak, de voorzitter van de strafkamer die de zaak behandelde, had  – wat hij noemde – een voorleesvonnis gemaakt. Een heldere samenvatting in klare taal. Dat droeg hij in de rechtszaal, waar ook de nabestaanden zaten, voor.

Nadat hij Ergün S. had ontslagen van alle rechtsvervolging en hem veroordeelde tot de maatregel tbs met dwangverpleging en had gezegd dat de verdachte twee weken de tijd heeft om in hoger beroep te komen, richtte hij zich specifiek tot de nabestaanden. Zoiets had ik nog niet eerder gezien.

De rechtbankvoorzitter – Jeroen van Bruggen – zei het begrijpelijk te vinden dat de nabestaanden naast hun verdriet ook woede en boosheid koesteren jegens de verdachte. En  dat de rechters zich goed realiseren dat de nabestaanden de uitspraak als onrechtvaardig ervaren omdat er geen sprake is van vergelding (want geen straf).

De rechter: ,,Maar in een zaak als deze waar het intense leed van nabestaanden botst met de ontoerekeningsvatbaarheid van een ernstig zieke psychiatrische patiënt is een rechtvaardig gevoelde uitkomst onmogelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat een juiste toepassing van de wet niet tot een andere uitkomst kan leiden dan deze: geen straf, wel tbs.’’

Lekker plat: gekken horen in het gekkenhuis, slechteriken in de gevangenis.

Dat rechters in hun vonnissen de wet juist toepassen, is niets voor de loftrompet.
Het is hen potverdorie geraden. Dat rechters  de moeite nemen hun vonnissen in klare taal te schrijven opdat ook wij het waarom begrijpen, is (nog altijd) niet vanzelfsprekend, maar wel zeer toe te juichen.
Eigenlijk is ook dit hen geraden.

Maar dat rechters daarnaast ook nog eens uitspreken dat ze wel snappen dat direct betrokkenen hun wijsheid als onrechtvaardigheid beschouwen en tegelijkertijd staan voor wat ze vinden, dan pas heb je een uitspraak van jewelste.

Meer rechters zouden  moeten doen wat de rechters dinsdagmiddag in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen deden.

Rob Zijlstra

 

klik op afbeelding om het vonnis te lezen

 

→ lees ook het  liveblog van de zitting

→ of lees, ook goed:  We hoeven het er niet mee eens te zijn…

Staat van normaalheid

De 47-jarige Freddie is omvergeworpen. Roerloos ligt hij op de grond, met de snufferd tegen het linoleum gedrukt. Op zijn blote benen zit zowel links als rechts een vrouw, aan beide zijden twee potige mannen. Freddie maakt zo geen schijn van kans, dat is duidelijk. Zijn rotleven bestaat sowieso uit hard vallen en krabbelend opstaan. Wanneer hij ditmaal weer overeind zal komen is een vraag, want de officier van justitie heeft tbs met dwangverpleging geëist.

Tbs met dwang is het laatste dat hij wiI. Hij zegt dat hij heus nog wel in de samenleving valt te handhaven. ,,Ik vind dat ik voor een tbs nog niet gek genoeg ben.’’ De officier van justitie: ,,Maar wel heel gevaarlijk.’’

In de rechtszaal worden ze met regelmaat uitgesproken, woorden die daarbuiten, in de verharde samenleving, inmiddels de status van taboe hebben bereikt: de slechte jeugd.

Maar helaas. De slechte jeugd bestaat (nog steeds) en niet zo’n beetje ook.

Freddie heeft zich door zo’n slechte jeugd heen moeten worstelen en hij is er beroerd uitgekomen. Hoe ellendig het is geweest en waarom blijft in de rechtszaal onbenoemd. Maar de rechter heeft erover gelezen en spreekt van schrijnende omstandigheden. Dat zegt genoeg.

In de rapporten staat dat er sprake is van ‘negatieve opvoedinsgservaringen’.

Een paar dagen geleden is Freddie 47 jaar geworden. Dertig jaar terug belandde hij als cliënt in de psychiatrie en later als dakloze op straat. Leven werd overleven, niet alleen in de krochten van de stad, maar ook in de opvang, in klinieken, in separeercellen, in gevangenissen.

Soms kruipen er mensen in zijn hoofd. Hij kan dan hun stemmen horen. Soms schreeuwen ze het uit. 

Rechter: ,,Hoort u nu ook stemmen?’’
Freddie: ,,Ja, maar nu zijn het meestal liedjes die ik hoor.’’

Hij wordt verdacht van negen strafbare feiten, de meeste gepleegd in maart, april en mei van dit jaar. Het zijn de misdrijven die horen bij iemand die moet zien te overleven op straat.

Bij de Jumbo in de Oosterstraat in Groningen had hij een blikje bier gestolen, elders beledigde hij twee bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s). Toen zij hem aanspraken omdat hij aan het bedelen was, had hij ‘kankersukkel’ geroepen en tegen die andere ‘trut’ gezegd.

Hij had zich bij de Jumbo aan het Linnaeusplein schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk. Freddie wist niet dat hij daar niet mocht komen – vanwege eerdere diefstallen – en had die ochtend zin in gratis koffie gehad. Bij de broodafdeling hadden ze hem, zegt hij ,,hardnekkig tegen de grond gewerkt’’.

In een cel van het cellencomplex van de politie aan de Hooghoudtstraat vernielde hij de celdeur: met een op de grond gevonden schroefje had hij de deur bekrast met de letters g i f. 

Hij had een opsporingsambtenaar geslagen toen die hem wakker maakte in een leegstaand pand. Hij had op straat iemand die hem passeerde een harde knal voor de kanis gegeven. Het bleek geen willekeurige klap. Het slachtoffer was de nachtportier van de opvang. De man die hem al tweemaal buiten de deur had gezet. Freddie: ,,Dan mag ik hem toch wel een duwtje geven?’’

De officier van justitie: ,,Nee, mag niet.’’

De officier van justitie ziet een patroon. Waren het eerst vooral diefstallen uit winkels, steeds vaker is er sprake van agressie en geweld. Ze stelt vast: Freddie is aan het afglijden.

Het ergste moet nog komen. In april verblijft Freddie bij Lentis aan de Hereweg in Groningen. Het is crisis, Freddie zit in de separeercel, gehuld in een blauw gewaad, een soort jurk. Als hij moet plassen mag hij zonder begeleiding even naar het toilet. 

Halverwege ziet hij in een kantoortje de psychiatrisch verpleegkundige René. De man zit met de rug naar de geopende deur. Iemand roept nog ‘niet doen’, maar Freddie luistert niet: hij springt boven op de verpleegkundige en legt hem – onverhoeds – in een stevige nekklem. Een collega van René springt op zijn beurt op Freddie, er wordt alarm geslagen, meerdere hulpverleners spoeden zich het kantoortje in en weten eerst René te ontzetten en vervolgens Freddie uit te schakelen. Zo ontstaat de situatie zoals beschreven aan het begin van dit verhaal. 

We zijn rond.

Rest de vraag: wat te doen met Freddie? Het antwoord van het Openbaar Ministerie was er al: tbs met dwangverpleging. En dat Freddie dat niet ziet zitten, had ik ook al opgeschreven. Tegen de rechters zegt hij: ,,Ik ben nog in staat van normaalheid. Ik kan mij gedragen bij mensen die zogezegd zorg verlenen. Alleen moeten ze niet gaan kutten want dan word ik boos. Dat wilde ik even gezegd hebben.’’ 

De officier van justitie merkt op dat alle mogelijke behandelingen die ooit in de psychiatrie zijn bedacht op Freddie zijn uitgeprobeerd en dat niets heeft geholpen. Want nog altijd zijn er waanbeelden, is sprake van een gestoord waarnemingsvermogen en dreigt het gevaar van zeer ernstig geweld. Intensieve zorg en beveiliging – de combinatie heet tbs – zijn noodzakelijk. 

Freddie merkt op dat hij de verpleegkundige anders dan wat de officier van justitie beweert, helemaal niet wilde doden of pijn wilde doen. ‘’Ik wilde hem alleen een lesje leren, ik wilde hem van die stoel trekken. Ik wilde hem omverwerpen.’’

Nu is hij zelf omvergeworpen.

Ik kijk naar Freddie in de verdachtenbank. De mondkap half voor de kin. Mat. Het hoofd vooral gebogen. Ik vraag me af – stel de rechtbank legt de tbs-maatregel op – wat voor een man Freddie zal zijn als hij de kliniek weer mag verlaten. Dat zal misschien pas in 2030 zijn, want zo lang duurt gemiddeld een tbs-behandeling. Zal hij herboren zijn? Of ligt hij dan nog steeds met de snufferd op de grond?

Ik moest denken aan de verdachte (ook een poging tot doodslag) van eerder deze week, aan de man die Foxy wordt genoemd en die net als Freddie 47 jaar is. Foxy belandde dertig jaar geleden niet in de psychiatrie, maar in Nederland, als minderjarig asielzoeker uit Mogadishu, Somalië. Zijn jeugd zal daar ook weinig verheffend zijn geweest. 

Ook in zijn hoofd is het voortdurend een kabaal van jewelste waardoor de verstandelijke vermogens beperkt zijn gebleven tot die van een kind van 4 tot 7 jaar. Met dat vermogen struint Foxy al dertig jaar door de straten van de stad. Hij spreekt nog altijd geen woord Nederlands.

Een slechte jeugd, gevolgd door dertig jaar ellende met een weinig rooskleurige toekomst in het verschiet.

Prettige dag verder.

Rob Zijlstra

→ Er was nog iets aan de hand, iets wat tijdens de rechtszaak wel gebeurde, maar in het bovenstaande niet is beschreven. Wat dat was staat hieronder: 

Dikke duim

Stel je wilt iets crimineels uitvreten. Volgens mij maak je dan vooraf ten minste twee afwegingen. De eerste is dat je een inschatting maakt van de omvang van de buit. Je wilt er wel iets aan verdienen. Een tweede overweging is hoelang je denkt die buit te kunnen behouden. Dus hoe groot de kans is dat ze je pakken.

Toen Charlie besloot zijn misdaad te plegen moet hij hebben gedacht dat er wel wat te halen viel bij de coffeeshop waar hij zijn zinnen op had gezet. Charlie is met zijn 57 levensjaren een man die de weg in de wereld van de duisternis kent. 

Minder doordacht lijken de overwegingen van de 20-jarige Enzo te zijn geweest toen hij desgevraagd besloot mee te doen aan een inbraak in het hol van de leeuw: in een politiebureau.   

Eerst Charlie. Hoewel ervaren, krijgt zijn uitvoering een dikke onvoldoende. Met een doek voor zijn mond, een pet op het hoofd en een mes in de hand denderde hij tegen tien uur in de avond coffeeshop De Schavuit binnen en riep: ‘Dit is een overval’. 

De medewerker dacht van niet en ging hem te lijf met een stofzuigerslang. In de worsteling werd de medewerker gestoken in de arm. Charlie maakte 150 gram wiet (met een waarde van 1250 tot 1800 euro), nogal wat joints en 482 euro uit de geldlade buit. De medewerker signaleerde een opvallend glimmend gebit met twee flinke voortanden. Charlie werd niet lang na de overval in de omgeving aangehouden. Zonder buit.

Op een in de shop achtergebleven petje van de overvaller is DNA van Charlie aangetroffen. Toch ontkent hij. Hij sliep in een tent in het park omdat ze in de opvang waar hij was weggestuurd paracetamol hadden aangezien voor cocaïne en toen had iemand zijn tas met daarin ook zijn petje uit die tent gestolen waarvan hij ook aangifte had gedaan en toen… 

Rechter: ,,Dus u zegt dat diegene die uw tas heeft gestolen de overval heeft gepleegd.’’
Charlie, glinsterend goud, twee flinke voortanden: ,,Ja man.’’

Nog wat. Camera’s registreerden de overval met kraakheldere beelden. Door in te zoomen kon de politie zien dat de overvaller de schoenen droeg die Charlie aan had toen hij werd aangehouden. De veters waren op een bijzonder creatieve wijze gestrikt.

Tegen zoveel technisch opsporingsvernuft kan Charlie niet op. Het irriteert hem ook. In het Pieter Baan Centrum stelden wetenschappers vast dat Charlie een man is die snel boos wordt.

Rechter: ,,Klopt dat?’’
Charlie, geagiteerd: ,,Jaaaa, dat merk je toch?’’
De officier van justitie: vier jaar gevangenisstraf. 
Charlie, verongelijkt: ,,Wat? Ik ben al 30 jaar in Nederland, ik heb niemand vermoord en ik ben geen pedofiel.’’ 

Dat Charlie vaker is veroordeeld speelt een rol bij de hoogte van de strafeis. Het zint hem niks dat zijn verleden bij nieuwe strafbare feiten steeds weer wordt opgerakeld. Tegen de rechters: ,,We moeten kunnen vergeten om vredig te kunnen samenleven.’’

De rechtbank: vier jaar.

Is er voor Charlie nauwelijks een weg terug? Voor Enzo? Hij  staat aan het begin van de weg naar nergens. Hij heeft zijn zus, moeder en oma meegenomen naar de rechtbank. Enzo is wat opstandig, de medewerker van de reclassering, wat gewend, weet waarom. Enzo is met zijn 20 jaar  eigenlijk te jong voor zijn leeftijd. De puber zit nog in hem. Spanningsboog kort, impulsiviteit hoog. Enzo heeft hulp nodig om op tijd zijn bed uit te komen. Reclassering: behoorlijk onvolwassen gedrag dus.

In de verdachtenbank is Enzo een eigenwijze neus. Uit zijn hoofd heeft hij geleerd: ,,Ik ben niet verplicht tot antwoorden.’’ Dat zinnetje herhaalt hij na vrijwel iedere vraag van de rechters. Hij vindt dat als de politie zegt dat hij iets heeft gedaan, dat die gasten dan ook maar met bewijzen moeten komen.

De inbraak in het politiebureau in Haren, in mei 2018, geeft hij toe. Hij had in de bosjes naast het bureau op de uitkijk gestaan. Bij onraad zou hij fluiten, maar nodig was dat niet geweest. Het alarm van het bureau bleek uitgeschakeld. De daders jatten politieuniformen, kogelwerende vesten, patroonhouders en handboeien. Easy klusje.

Wat er met de uniformen en toebehoren is gebeurd zegt Enzo niet te weten. Wel weet hij dat zo’n buit in het criminele milieu flink wat geld oplevert. Je kunt er leuke grappen mee uithalen. Of er als neppolitie echte overvallen mee plegen.

Dat hij een paar keer benzine tankte zonder te betalen, klopt ook. Het staat op camera, dus hoe dan ontkennen? Wat hem vet irriteert is dat de politie niet met bewijzen komt voor de beschuldiging dat hij drie mensen heeft besodemieterd. 

Een vrouw had op Marktplaats kinderlaarsjes te koop aangeboden. Ene Simone reageerde en vroeg ter controle of de verkoper 5 cent wilde overboeken via een tikkie. De verkoper deed dat om niet lang daarna vast te stellen dat er 1.429 euro van haar rekening was afgeschreven: bestellingen bij bol. com. 

De politie, zegt de rechter, stelde geen diepgaand onderzoek in. Pas toen het slachtoffer zich later weer meldde met een track- en tracecode die ze had ontvangen, gingen agenten maar eens kijken op het aangegeven adres. De moeder en de zus van Enzo waren stomverbaasd geweest dat er allemaal pakketjes (telefoon, oortjes, parfum) waren bezorgd. Nee, ze wisten van niets. Twee andere slachtoffers gingen het schip in voor 1492 en 1700 euro.

Rechters: ,,Enzo?’’
,,Ik ben niet tot antwoorden verplicht.’’
Rechters: ,,Maar dit vraagt wel om een verklaring.’’
,,Ik wil er niets over zeggen.’’

Aan het einde van de zitting lijkt Enzo’s weerstand gebroken. Eigenlijk schaamt hij zich best wel. En eigenlijk wil hij best wel wat van zijn leven gaan maken. En naar school of zo. 

Over de strafeis voor Charlie was niet lang nagedacht. Dat moest vier jaar zijn. Bij Enzo ligt het anders. Want hoewel hij volwassen is, is een volwassen gevangenisstraf niet het meest briljante idee om te voorkomen dat hij Charlie achterna gaat. De reclassering ziet nog mogelijkheden voor reset.

Het wordt uiteindelijk – volgens het jeugdstrafrecht – een taakstraf van 100 uur en zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie. Dat is de eis en Enzo lijkt niet ontevreden. 

Bij het verlaten van de rechtszaal kijkt hij triomfantelijk naar zus, moeder en oma. Als hij langs de perstafel loopt, vraagt hij met een brede glimlach: ,,Kom ik nou ook in zittingszaal 14,  in de krant?’’ 

Ik: ,,Alleen als je het nooit weer doet.’’

Een dikke duim is mijn deel.

rob zijlstra

Het steentje

Niet zolang nadat ik als rechtbankverslaggever begon heb ik ergens in het rechtbankgebouw in Groningen een klein steentje uit een plantenbak gepakt en op een richeltje gelegd. Gewoon zomaar, zonder bedoelingen. Jarenlang lag het steentje er te liggen. Zo nu en dan, als niemand het zag, keek ik even. Op een dag was het steentje verdwenen, dat was kort voor de zomer die nu net is afgelopen.

Het steentje heeft er 14 jaar gelegen. Nu het weg is, wil ik niet beweren dat er veel is veranderd in het rechtbankgebouw. Maar hoe onbeduidend ook, het is wel een van de weinige veranderingen. Het gebouw volgt zijn hoofdbewoner: binnen de rechtspraak verandert er weinig.

Buiten het gebouw, waar de samenleving is, gaan de veranderingen als een malle. Het rechtsbedrijf blijft een eigenwijs traag vehikel en dat heeft invloed op de rechtsgang. Ik heb een lijst met strafzaken die ooit in zittingszaal 14 zijn uitgeroepen. Met zaken die dus onder de rechter zijn, maar waar nooit meer iets van is vernomen. De verdachten zitten met schorsingen van de hechtenis thuis; zij mogen het proces in vrijheid en onzekerheid afwachten.

Kennelijk ook tot ze een ons wegen.

Ik informeer weleens bij advocaten van hoe het ermee staat, hoe bijvoorbeeld met de ondernemer die met valse paspoorten via het darkweb vanuit Amerika semtex aan de Korreweg in Groningen liet bezorgen. Advocaten smeken dan om geen aandacht aan ogenschijnlijk vergeten strafzaken te besteden. Maak geen slapende honden wakker, Zijlstra. Hoe langer een zaak sukkelt en de verdachte wacht, hoe groter de kans op een milde straf of geen straf. 

Ik schrijf er toch over.

Met regelmaat komt zo’n oude zaak wel voor de rechter en dan zie je onmiddellijk de lelijke gevolgen van traag recht. Voorbeeld. Deze week stond een 71-jarige man wanhopig terecht wegens aanranding van de eerbaarheid. Hij zou de borst van zijn studerend nichtje dat bij hem inwoonde hebben aangeraakt en haar in de badkamer die ze deelden een seksueel getinte tik op de bil hebben gegeven. 

Het had niet mogen gebeuren, zei de man berouwvol. ,,Maar ik had er geen verkeerde intenties mee.’’ Hij was gek met zijn nicht.

Het was drie jaar geleden gebeurd en nu pas was er de rechtszaak. Drie jaar lang stond zijn leven dat altijd uit hard werken had bestaan stil. Drie jaar lang vreesde hij de gevangenis. Zijn omgeving, de familie, weet nergens van. Afgelopen donderdag kwam het einde van de kwelling in zicht: het Openbaar Ministerie eiste een taakstraf van 60 uur.

Misschien dat de rechtbank over twee weken de helft oplegt, misschien ook geheel voorwaardelijk vanwege het onbehoorlijke tijdverloop.

Het is niet zo dat het tergend trage rechtsbedrijf alleen het strafrecht betreft. Andere rechtsgebieden doen er niet voor onder. Ik zat in zittingszaal 12 waar de bestuursrechter een geschil moest beslechten tussen vogels en vliegtuigen. 

Op en rond Groningen Airport Eelde vliegen vogels en vliegmachines en die combinatie is bloedlink. Bij een birdhit – zo noemen ze dat in vliegkringen – kan niet alleen de vogel, maar ook het vliegtuig het loodje leggen. Dan donderen ze naar benee. Als het de vogel betreft heet het een fauna-incident, is het het vliegtuig dan is het een ramp.

In de rechtszaal heet het geschil een botsing van belangen, van veiligheid aan de ene, de natuurbescherming aan de andere kant. 

Beide belangen hebben advocaten in stelling gebracht. Zij bestoken de bestuursrechter met argumenten, verbaal en  met uitvoerige epistels op papier. Nu denk en hoop je dat een wijze rechter met zo een kwestie raad weet. Dat is niet zo. Na lang denken besloot de rechter dat de toestand aan drie rechters moet worden voorgelegd, vanwege zo ingewikkeld.

Dit was op 3 september. Pas op 13 december kan de zaak worden voortgezet. De juridische oplossing zal ergens in 2021 het licht zien, het vliegveld in Eelde is ondertussen gewoon open, fauna-incidenten en rampen voor lief nemend.

De rechtspraak in Nederland produceert veel vonnissen, maar weinig oplossingen. Aan de borreltafel met een goed glas erbij kun je beweren dat de rechtspraak een vorm van vrede stichten is. Zo staat het ook in mooie boeken over het recht.

Eens per jaar staat in de krant dat het Nederlandse rechtsbedrijf in de top 5 van de heel de wereld staat als het om goede rechtspraak gaat. Alleen Scandinaviërs doen het altijd beter, maar daar valt mee te leven.

In het pas verschenen boek Het Papieren Paleis (‘een hartstochtelijk pleidooi voor de broodnodige vernieuwing van onze rechtstaat’) lees ik dat die ranking riekt. En wel  naar volksverlakkerij. Nederland staat, als je beter kijkt dan wat je ziet, in heel de wereld op plaats 40. Dat is middenmoot: we lossen via de rechtspraak maar weinig conflicten op. Nederlandse rechtspraak is zo inefficiënt als de pest. Niks vrede.

Het Papieren Paleis schetst een onthutsend beeld. Niet dat rechters hier aan de lopende band onschuldigen laten opsluiten, maar wel dat het rechtsbedrijf hopeloos is vastgelopen. En nog erger: het bedrijf is niet in staat, niet bij machte, ten goede te  veranderen. Het systeem wordt, schrijft het boek, geregeerd door een tevreden kaste van juristen.

Ook advocaten van vogels en vliegtuigen hebben geen belang bij een oplossing. Zij zijn toernooivechters in een strijdmodel, zij hebben belang bij voortdurende strijd, bij procederen, bij weer een nieuwe rechtszaak over nog een keer hetzelfde. 

Innovatie is het rechtsbedrijf vreemd.

Als beroepstoeschouwer – wat een rechtbankverslaggever is – herken ik veel van wat wordt beweerd. Onlangs hebben rechtbankverslaggevers uit heel het land een verbond gesloten. Uit naam van dat verbond heb ik met collega-verslaggevers Saskia Belleman (De Telegraaf) en Paul Vugts (Het Parool) en namens 35 rechtbankjournalisten het woord gevoerd over onze grieven in en rond de rechtszalen met de eindbazen van de Raad voor de Rechtspraak.

Wij spraken niet over het slome recht. Wij bespraken praktische zaken. Over de toegang tot de perstafels in rechtszalen in tijden van corona, dus dat we er ook aan kunnen zitten, over onze wens dat er geluid is als wij voor de verslaglegging zijn aangewezen op beeldverbindingen. Over onze veiligheid bij risicozaken. En dat we – als het effe kan – graag de beschikking willen hebben over stopcontacten voor onze apparatuur. 

Stroom is in de samenleving al behoorlijk ingeburgerd, maar binnen de rechtspraak is het nog niet overal vanzelfsprekend.

Rob Zijlstra

Het Papieren Paleis  (de noodzaak tot menselijker recht) is geschreven door Maurits Barendrecht  (hoogleraar innovatie rechtssystemen) en Maurits Chabot (historicus, journalist) en is verschenen bij Uitgeverij Balans.  

 

 

Verwondering

blogwebbel

 

 

Mijn column in de krant

Wekelijks schrijf ik een rechtbankcolumn – een rechtbankverhaal – in de zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden. Dat is de krant waarvoor ik werk en ook de krant die dat geschrijf mede mogelijk maakt. Het is de column die ook altijd op deze plek, op dit blog, staat.

Ik ben er in 2004 mee begonnen en het gaat maar door.

De verhalen, die altijd waar zijn, dienen zich soms aan als blokjes kaas, als plakjes worst op een plankje. Dan komt de verdachte de rechtszaal met het hoofd gebogen binnen en dan weet ik na één blik en zonder dat hij ook nog maar een woord heeft gesproken, hij is – schuldig of niet – het verhaal van deze week.

Ik zit ook wel met de handen in het haar als ik op donderdagmiddag nog door het gerechtsgebouw struin en de verdachten het hebben laten afweten, dat er geen geschikt onderwerp is. Dan is  er columnstress.

Dan gaat het wringen omdat mijn zelfgekozen deadline rond middernacht (do op vrij) ligt, de echte deadline – true crime – op vrijdagochtend vroeg.

Nooit lukte het niet.

Op deze site  staan nu meer dan 1200 verhalen uit de rechtbank, uit zittingszaal 14, een deel daarvan is ook terug te lezen in drie niet meer verkrijgbare boeken.

Soms gebeurt het dat ik halverwege de week, ook wel ’s nachts, een idee krijg en soms werk ik dat dan uit. Dan maak ik een schema vol associaties en kronkels. Op donderdagavond schrijfavond, probeer ik dan mijn verhaal te baseren op zo’n schema.

Het komt voor dat rond middernacht blijkt dat ik dan een heel ander verhaal heb geschreven. Maar ook wel eens niet. Vooralsnog wordt dit (zie schema) het verhaal voor zaterdag.

De titel komt nog, die moet nog invallen.

Rob Zijlstra

Zonder acteurs

In de rechtbank van Groningen was eens een officier van justitie actief – later werd hij burgemeester in Friesland – die na zijn lange uiteenzettingen over de feiten en de verzamelde bewijzen zich in de rechtszaal tot de verdachte richtte, de strafeis formuleerde en dan steevast vroeg: ,,U hoeft het er niet mee eens te zijn, maar heeft u mijn eis begrepen?’’

Als de verdachte dan ja zei of knikte, dan ging de officier tevreden zitten, soms met een ‘dat is mooi’ of een ‘dankjewel’.

Dat strafeisen worden begrepen is van groot belang. Begrip houdt het recht staande. Dat geldt natuurlijk ook voor het vonnis, de uitspraak van de rechter, maar dat volgt in dit verhaal pas over vier weken. 

Buitenstaanders als verslaggevers, krantenlezers, de mensen die door straten lopen of zij die thuis aan het koken zijn hebben als het om het recht gaat makkelijk praten. Zij zijn tevreden als zij weten dat het recht z’n beloop heeft gehad, dat rechters verdachten niet onheus hebben bejegend, dat het er een beetje eerlijk aan toe is gegaan, er geen onschuldigen zijn veroordeeld en, nog beter, dat de schuldigen hun verdiende loon hebben gekregen. 

Over het verdiende loon, dus de straf, tonen onderzoeken aan dat de meeste mensen zich kunnen vinden in de door rechters opgelegde straffen. Het begrip neemt toe naarmate er meer kennis is van een kwestie. Een éénkoloms krantenbericht kan nog leiden tot gemopper en gebrom, bij een halve pagina is er instemming.

Er zijn wel mensen die schreeuwen dat de straffen veel te laag zijn, maar deze mensen schreeuwen vaak dat zo luid dat ze de geluiden van de redelijkheid niet meer horen. En dat ook niet willen. Zij zijn niet met de meesten.

Dit is allemaal waar. 

Maar dan ineens word je slachtoffer, staat de politie voor de deur met slecht nieuws. Ineens is je zuster dood met wie je een paar dagen geleden nog dikke lol had, is het je broer die je over een week zou bezoeken. Ineens zijn je ouders dood. Op slag ben je nabestaande. 

Het recht gaat uit van redelijkheid, maar waar moet je die vandaan halen als je geen buitenstaander bent, maar een direct betrokkene bij een nauwelijks te bevatten misdrijf? Hier moest ik dinsdag steeds aan denken toen de rechtbank de Groninger bioscoopmoorden behandelde. 

Op zaterdag 26 oktober 2019 werden Gina en Marinus Visser in bioscoop Pathé bruut om het leven gebracht door een dwaas. Gina en Marinus Visser waren de vaste schoonmakers van de bioscoop en wilden die zaterdagochtend beginnen met hun werk dat ze al doen zolang de bioscoop er is. 

Urenlang moeten de nabestaanden luisteren naar de onnavolgbare woorden van de man die een verdachte moet heten, maar als dader in de verdachtenbank zit. Gina en Marinus werden door hem neergestoken, beveiligingscamera’s in het bioscoopcomplex legden de gruwelijkheden vast. Alles was te zien, het was een film zonder acteurs.  

De strafzaak draait dan ook niet om de vraag of Ergün S. (34) het wel of niet heeft gedaan, of hij schuldig is of niet. Hij heeft het gedaan, iets wat hij niet uitspreekt, maar het ook niet ontkent. Hij zegt: ,,Ik vind het lastig.’’

De grote vraag in zittingszaal 14 is hoe de geschokte samenleving met Ergün S. moet afrekenen? Met wat moet hij betalen? De nabestaanden vragen de rechtbank om de samenleving ‘maximaal’ tegen Ergün S. te beschermen, dat hij dus nooit meer vrijkomt. Dat de rekening levenslang moet zijn.

Hun bedroefde woorden maken indruk, het verhaal van de dochter van Gina en Marinus komt binnen en raakt. Maar dwars door het grote verdriet van de nabestaanden heen moet in de rechtszaal na de schuldvraag nog een tweede vraag worden beantwoord: is hij die het strafbare feit heeft gepleegd ook een strafbare dader?

Anders: kan wat de verdachte heeft gedaan aan hem worden toegerekend? Deze vraag wordt in elke strafzaak gesteld en meestal luidt het antwoord: ja, het kan. 

Maar in deze zaak moet het antwoord nee zijn, zegt de officier van justitie en ze vraagt de rechters om net als zij heeft gedaan het advies van het Pieter Baan Centrum te volgen. Ergün S. is schizofreen en niet zo’n beetje ook en daarmee is hij volledig ontoerekeningsvatbaar. Door een psychose was hij niet in staat zijn wil te bepalen. De wanen in zijn hoofd bepaalden wat hij deed.

De man is ziek. Hij heeft het strafbare feit gepleegd, maar is geen strafbare dader. En dat betekent dat geen straf kan worden opgelegd. Er is geen verdiende loon. Dit is de redelijkheid van het recht.

Ergün S., geboren en getogen in Rotterdam, kwam naar Groningen om dichter bij zijn dochtertje te zijn dat hij niet meer mocht zien. In Rotterdam rende hij soms met zwaaiende armen achter trams aan. Trams zag hij als vrienden, als strijders waarmee hij de armoede de wereld uit zou helpen. Daartoe sprak hij niet alleen met de president, maar ook met de wereldleiders.

Dat was niet ongevaarlijk, wat maakte dat hij een pak nodig had dat hem beschermde. Het pak moest er eentje zijn zoals Iron Man draagt, de superheld. Hij omwikkelde zich met folie, waar hij lachgaspatronen aan vastmaakte zodat hij zich razendsnel kon verplaatsen zodra dat moest.

Het gaat mis als de waan hem vertelt dat elitetroepen met wie hij eerder nog bevriend was, zijn dochtertje hebben ontvoerd en haar hebben meegenomen naar de Noordpool waar zij sterft in een vat met zoutzuur. Tegen de rechters: ,,Ik was ontroostbaar.’’

En in die gemoedstoestand sjouwt hij op zaterdagochtend 26 oktober 2019 als Iron Man door de vroege stad, ergens gaat een deur open, hij glipt naar binnen. In het ketelhuis vindt hij een plek om te rusten.

Gina Visser opent om 07.46 uur de deur van het ketelhuis en wordt vrijwel direct neergestoken. Marinus komt op het gegil af,  er is een korte worsteling waarin ook hij dodelijk wordt verwond. Camera’s registreren dat Ergün om 07.51 uur de bioscoop verlaat. De volgende dag wordt hij gesignaleerd en schiet de politie de man neer die zich heeft omwikkeld met zilverfolie.

Wie schuldig is, maar niet strafbaar, kan wel tbs met dwangverpleging krijgen. En dat is ook de eis die de officier van justitie aan de rechtbank voorstelt. Het is het meest maximale.

We hoeven het er niet mee eens te zijn. 
Als we het maar begrijpen.

 
rob zijlstra

 

Pathémoorden in Groningen

Ik deed vandaag vanuit zittingszaal 14 een liveblog, een intensieve, maar mooie manier om een rechtszaak te beschrijven en te volgen. In mijn beleving is het  leesbaarder dan een rechtbankverslag via Twitter.

Het liveblog van vandaag handelde over de moorden, op 26 oktober vorig jaar, in bioscoop Pathé aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen. In de vroege ochtend van die zaterdag werd het echtpaar Marinus en Gina Visser – zij werkten  als schoonmakers in de bioscoop – doodgestoken toen ze aan hun werk wilden beginnen.

Tijdens de rechtszaak ging het niet om de vraag of de verdachte de dader was. Het neersteken van Gina en Marinus, in een tijdsbestek van nog geen twee minuten, is vastgelegd door camera’s. De vraag waar het in de rechtszaal om draaide is of het dodelijke geweld aan de verdachte is toe te rekenen. Het Openbaar Ministerie vindt van niet en eiste ontslag van alles rechtsvervolging. Het leverde de officier van justitie een compliment van de advocaten van de verdachte op.

Voor wie 6 minuten tijd heeft is het liveblog terug te lezen: tbs met dwangverpleging geëist tegen Ergün S.

[r.z]

→ wie daarna nog een paar minuten tijd heeft: maandag maakte ik een liveblog – het kwam zo uit – over de zitting waarop de strafeisen bekend werden gemaakt tegen leiders van motorclub No Surrender, in het proces dat in maart 2018 begon: 12 jaar geeist tegen Henk Kuipers

Vier jaar

De twee woorden bonken door zittingszaal 14, ter afsluiting van het requisitoir van de officier van justitie. Vier jaar. Dat is de eis. De verdachte kijkt vragend naar links, naar opzij waar de tolk zit. Als zij ‘vier jaar’ heeft vertaald, krimpt het lichaam van Damir ineen.

Damir denkt nu niet: 4 jaar is 48 maanden, gedeeld door 3 is 16 en dat dan vermenigvuldigen met 2 is 32 maanden zitten waarvan hij er al 11 in voorarrest heeft volbracht waardoor er dus nog 21 maanden celstraf resteren. Nee. Damir denkt, terwijl hij nu radeloos naar rechts, naar zijn advocaat, kijkt: vier jaren in een gevangenis. Hoe gaat hij, hij die zijn kinderen mist, dat volhouden? Dat gaat hij nooit.

Na afloop van de zitting loop ik naar de officier van justitie. Bij sommige officieren kan dat gewoon.

Ik zeg: ,,Joh’’.
De officier van justitie: ,,Wat?’’
Ik: ,,Die eis.’’
De officier: Niet goed?’’
Ik: ,,Zo hoog, zo veel, zo hard.’’
De officier van justitie, op zijn beurt: ,,Joh.’’

Damir is volgens het Openbaar Ministerie een mensensmokkelaar. Bijna een jaar geleden werd hij in Ter Apel opgepakt. Hij zou tientallen mensen onder wie veel kinderen in een verrot Mercedesbusje met een Moldavisch kenteken vanuit Frankrijk en Duitsland naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel hebben gebracht.

Damir had moeten weten dan wel vermoeden dat wat hij deed wederrechtelijk was. Dus dat wat hij deed, niet mocht. Want ook Damir wordt, zoals wij allen, geacht de wet te kennen, zegt de officier van justitie. Hij had moeten weten dat hij mensen die niet over geldige grensoverschrijdende reisdocumenten beschikken, niet naar Ter Apel mag brengen.

Dat hij dat ook nog eens deed in een gammel busje met technische malheur en een barst in de voorruit maakt het nog erger. Er hadden ongelukken kunnen gebeuren. Een plotselinge trap op de rem (die werkte) en het was bal op de snelweg. Daarom beschuldigde de officier van justitie Damir naast van mensensmokkel ook nog eens van een ‘poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel’. In de rechtszaal zegt de aanklager dat hij dat bij nader inzien juridisch niet kan hardmaken en dat hij voor dat punt dus vrijspraak vraagt.

Rest de mensensmokkel, vier jaar.

Damir is 35, zoon van de dorpssmid van Glodeni. Hij komt net als zijn smokkelwaar uit Moldavië. Het is het armste land van Europa, een land waar de broodnodige ingrediënten voor levensgeluk aan voorbij zijn gegaan. Volgens Buitenlandse Zaken is het een veilig land om te bezoeken, maar toeristen laten zich er nauwelijks zien, meldt Wikipedia. Na de val van het communisme verliet een kwart van de bevolking, vooral jongeren, het land.

Is het waar, vragen de rechters, is het waar dat u een mensensmokkelaar bent? Damir gaat staan, nederig, pet bij wijze van spreken in de hand en zegt: ,,Geachte heren, ik heb mijn vrouw en mijn kinderen meegenomen naar Frankrijk om daar asiel aan te vragen. In Frankrijk zijn veel mensen van mijn volk, het Romavolk. In Moldavië zijn wij een minderheid en worden wij gediscrimineerd. Ik was de enige met een busje. Ik probeerde mensen te helpen. Ik had geen verkeerde bedoelingen.’’

De rechters gebaren dat hij wel mag gaan zitten en ze stellen hun vragen. Waarom hij dan naar Nederland kwam? Waarom niet België, vanuit Frankrijk niet onlogisch? Hoe vaak hij naar Ter Apel was gereden, hoe vaak in dat rammelbusje en of hij dat ding wel eens uitleende? Of hij zich veilig voelde achter het stuur?

De rechters vragen (tegen beter weten in) of Damir de Dublin-procedure kent? Dat is de complexe procedure die handelt over welk land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Damir antwoordt dat hij over Dublin heeft horen spreken, maar er niets van begrijpt.

Hij zegt dat Roma-mensen elkaar helpen, dat dat een plicht is. Dat Nederland onder zijn volk bekendstaat als een land dat goed is voor asielzoekers, dat de mensen in dat land gastvrij zijn. Over het busje: ,,Wij zijn gewend ons te verplaatsen met de middelen die we hebben. Voor uw land is het busje misschien slecht, in mijn land is het een goede bus.’’ Over de veiligheid: ,,In vergelijking met paarden en trekkarren is zo’n busje veiliger.’’

Damir zou zo graag met zijn vrouw en kinderen tot onze wereld willen behoren. In zijn land is nauwelijks onderwijs. En dat is wat hij wil, onderwijs voor zijn twee kinderen zodat zij het iets beter krijgen dan hij.

Tegen de rechters: ,,Van mijn vader heb ik geleerd dat als je goed bent voor andere mensen, andere mensen ook goed zullen zijn voor jou.’’

In Frankrijk was hij met zijn gezin in een overvol tentenkamp terechtgekomen op een uitgewerkt industrieterrein met zo’n zeshonderd landgenoten en nauwelijks sanitaire voorzieningen. Met zijn busje haalde hij bruikbaar afval op waarmee ze in het kamp nog wat konden. Ondertussen gingen er verhalen over Nederland, over een nieuw leven dat je daar zou kunnen beginnen. Dat je dan eerst naar Ter Apel moest, volgens de routeplanner maar 531 kilometer ver.

Vier keer zou Damir met zijn busje in Ter Apel zijn geweest met opgeteld 38 mensen die hij afzette bij het asielzoekerscentrum. De laatste keer, toen hij werd opgepakt, kwamen er tien volwassenen en negen kinderen uit zijn busje dat volgens EU-normen slechts geschikt is voor acht personen.

Hij kreeg voor zijn smokkelarij geen geld. Dat zegt ook het Openbaar Ministerie. Er werd alleen betaald voor diesel. Advocaat Freek van der Brugge ziet ook daarin zijn gelijk. Damir heeft geprobeerd te ontkomen aan erbarmelijke omstandigheden in het tentenkamp in Frankrijk en hij heeft – omdat hij een busje had – anderen geholpen.

Vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat verdachte een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de rechtsorde, dat hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van een illegaal circuit en dat hij het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van asielzoekers ondermijnt.

Vier jaar.

Van der Brugge: ,,Hoezo illegaal? Het aanvragen van asiel is een mensenrecht. Iemand helpen dat recht uit te oefenen, kan dan toch niet strafbaar zijn?’’

Vrijspraak.

Zittingszaal 14 is het podium van twee werelden die van elkaar gescheiden zijn, niet meer door slagbomen en blaffende honden bij de grenzen, maar door wetten en procedures. Ook wie niets heeft dient de wetten van hen die alles hebben te respecteren. Doe je dat niet, dan mag je naar onze gevangenis.

Vier jaar.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak – 5 oktober 2020

klik voor uitspraak