Hulp voor in de kop

Links zit Jacky (34) met haar getatoeëerde rode kus in de nek, rechts Karel (40) in zijn dichtgeknoopte winterjas. Dit is gezien vanuit de samenleving. Tussen hen in hun advocaten en dat is maar beter ook. Het klikt niet tussen de twee verdachten. Niet meer. Als Karel hoort wat de officier van justitie voor hem in petto heeft – een jaar celstraf – roept Jacky verontwaardigd door de rechtszaal: ,,Dat is veel te weinig.’’ 

Jacky en Karel leiden los van elkaar miserabele levens, dat is zonder twijfel.

Jacky moet stelen voor haar drugs. Toen ze twaalf jaar jong was zat er al heroïne in haar lijf. Nu is ze verslaafd aan cocaïne. ,,Ik ben een en al ongeluk’’, kniest ze. Vijf jaar geleden zat Jacky ook in zittingszaal 14. Ze smeekte de rechters om haar te veroordelen opdat ze steun zou krijgen. ,,Ik heb hulp nodig voor in mijn kop’’, zei ze toen.

De rechters legden tot haar tevredenheid de twee jaar durende veelplegersmaatregel op. Dat wil ze nu wel weer. Gevangenissen zijn niks voor haar, want daar staat het leven stil. ,,Dat is te gemakkelijk voor mij.’’

Het leven van Karel is niet veel aangenamer. Hij zat al eens vijftien jaren in de tbs (afpersingen en berovingen) en tweemaal onderging hij de veelplegersmaatregel, opgeteld vier jaren. Gewone gevangenisstraffen komen daar nog bij. Tegen de rechters: ,,Ik heb een problematische relatie met justitie. Maar ja, heel mijn leven is een probleem.’’

Karel kent de taal van de mensen die aan hem peuteren om hem op een rechter pad te krijgen. Karel: ,,Ik ben verantwoordelijk voor mijn daden, maar niet voor mijn omstandigheden.’’ De rechters knikken goedkeurend. Zo van: dat is een tegeltjeswijsheid zo klaar als een klontje, Karel.

Een moord voor een beter leven

Wat Jacky en Karel gemeen hebben is dat ze een moord zouden doen voor een beter leven. Jacky droomt van de dag dat ze die gluiperige cocaïne overwint, Karel van een warm dak boven zijn hoofd, dat sowieso.

Uitgerekend deze twee lamzaligen komen elkaar ’s avonds op 15 oktober in de binnenstad van Groningen tegen. Ze herkennen elkaars ellende en roken samen een pijpje coke. Want zo is Jacky wel. Als ze wat heeft, dan deelt ze.

De rechters vragen: ,,Dus jullie kenden elkaar niet?’’
Karel: ,,Alleen van ’t zien.’’
Rechters: ,,Was er een plan?’’
Nee, er was geen plan.
Rechters: ,,Dus jullie hebben niet vooraf besproken om iemand te beroven?’’
Jacky: ,,Nee. Echt niet.’’
Rechters: ,,Hadden jullie geld nodig, geld voor drugs of zo?’’
Jacky: ,,Neuh. Ik had geld in de broekzak.’’
Karel: ,,Met alle respect, maar ik beroep me op mijn zwijgrecht. Ik ben er wel een beetje klaar mee.’’

Ze probeerde de boel juist te sussen

Er zijn camerabeelden. Daarop zou een man te zien zijn – een dronken student volgens de verdachten – die doende is geld te pinnen bij de automaat van de ABNAmro aan de Vismarkt. Dan komen Jacky en Karel aangelopen. Karel heeft een mes in zijn hand, een dolk. Terwijl dat mes dreigend hoog wordt gehouden, gaat Jacky tegen de pinner aanstaan en checkt of er wat uit de broekzakken te halen valt.

Dat is de beschuldiging.

Ik wist niks van een mes, zegt Jacky. ,,En ik heb ook niet in zijn zakken gezeten. Hij droeg een skinny jeans, dan kan dat helemaal niet.’’ Ze zegt dat ze de boel juist probeerde te sussen. ,,Ik ging ertussen tussen staan. Eigenlijk was het maar goed dat ik erbij was. Anders was het misschien nog wel erger afgelopen. Je weet het niet met zo’n gek.’’

Karel kijkt nors voor zich uit en zwijgt.
Jacky: ,,Het was niet mijn bedoeling om met de politie in aanraking te komen. Toe even zeg, ik was net een paar dagen vrij.’’

De advocaat van Karel zegt dat het bij een poging is gebleven. Dankzij Karel. Hij bedacht zich toen die student een pakje peuken gaf. Sigaretten. Advocaat: ,,Karel bood toen zijn excuses aan. Ze gaven elkaar een hand en dat was het. Ze gingen, zeg maar, als vrienden uit elkaar.’’

De pinstudent deed wel aangifte.

Tijd om van de drugs af te gaan

nJacky en Karel hebben los van elkaar nog een paar strafbare feiten aan de kont waarvoor ze zich moeten verantwoorden. Jacky had rondslingerende portemonnees gestolen met daarin pasjes waarmee je contactloos kunt betalen. Tegen de rechters: ,,Klopt. Ik ga daar niet om liegen.’’ Dikke zucht: ,,Het wordt echt tijd dat ik van de drugs af ga.’’

Karel had met klappen een ondernemer ontdaan van een mooie Samsung-telefoon. Hij had vieze klusjes voor die man opgeknapt, maar daar geen geld voor gekregen. Dan maar die Samsung.

Rechters: ,,Vieze klusjes?’’
Karel: ,,Drugs dealen.’’

Klopt het dat hij met een grote doos de Mediamarkt was uitgelopen, met in die doos een grote televisie? ,,Daar ben ik schuldig aan.’’

Er is nog een overeenkomst tussen Jacky en Karel. Behalve dat ze zo graag een leven op het rechte pad willen, zijn beiden daartoe niet in staat. Heel reclasserend Groningen vindt Jacky een liefste vrouw van de wereld (‘iedereen heeft een zwak voor Jack’), maar allen vrezen dat de slopende cocaïne ook voor haar zonder genade zal zijn.

Over Karel zegt zijn advocaat: ,,Hij is verstoken van kennis om zich in deze maatschappij te kunnen handhaven. ,,Wat voor ons heel simpel is, heeft hij nooit geleerd. Geef hem een muis van een computer, hij zou niet weten wat daarmee te doen.’’

Vragen in de Tweede Kamer

Na vijftien jaren werd de tbs door de rechtbank beëindigd, tegen alle adviezen in. En ook tegen de wil van Karel. Zomaar stond hij buiten, zonder hulp, zonder begeleiding. Karel haalde er destijds – in het zuiden van het land – het nieuws mee. Over hoe hij na vijftien jaren in de kliniek van de een op de andere dag in de daklozenopvang van Nijmegen belandde. Er werden zelfs vragen over gesteld in de Tweede Kamer.

De officier van justitie deelt de mening van de raadsman. Er moet hulp voor Karel komen. In zijn geval kan dat het beste vanuit de gevangenis. Daarom die eis van twaalf maanden, waarvan twee voorwaardelijk.

Het is dan dat Jacky roept: ,,Dat is veel te weinig.’’ Tegen haar wordt voor de tweede keer de twee jaar durende veelplegersmaatregel ISD geëist. Jacky: ,,Hij komt dan veel eerder vrij dan ik. Dat staat toch niet in verhouding? Doe mij die twaalf maanden dan ook maar. Ja toch? Ik bedoel…’’

De advocaat pakt Jacky bij de schouder en fluistert in haar oor: ,,Doe nou effe rustig.’’

rob zijlstra

ISD = Inrichting Stelselmatige Daders

De dikke duim

Na jaren van gestage daling stijgt de criminaliteit weer. Voor sommigen zal dat goed nieuws wezen en prettig voor het gemoed. Een merkwaardig probleem van de dalende criminaliteit van de afgelopen jaren was dat lang niet iedereen het goede wilde geloven.

Kwade tongen op duister rechts beweerden zelfs gretig dat de afnemende misdaad fake nieuws was van links.

Het was ook lastig: wie moet je de schuld geven als het de goede kant opgaat? Hoe leg je uit dat de criminaliteit afneemt terwijl je voortdurend roept dat het land wordt overspoeld met nare migranten die komen roven?

Voor wie gebaat is bij het zaaien van angst, wie het onbehagen koestert, is het beter dat het slechter gaat.

Het slechte nieuws van meer misdaad werd afgelopen week bekendgemaakt door Erik Akerboom, eindbaas van de Nederlandse politie. Wij van de media vertelden het door, want ons journalisten zijn gek op wat afwijkt van eerder.

Nuance is op z’n plaats. Cijfers kun je naar je hand zetten, al naar gelang de boodschap die moet worden verkondigd. Een hoge politiefunctionaris zou eens over de eigen misdaadcijfers hebben gezegd: de laagste vorm van denken is tellen.

Laat onverlet: wie meer geld wil voor de politie, gaat niet roepen dat de misdaadbestrijding vruchten afwerpt.

De oude boef raakt uit de gratie

De politiebaas kwam zelf met de nuance. De traditionele misdaad daalt nog steeds. Jawel. Zakkenrollerij en woninginbraken zijn onmiskenbaar op z’n retour. De oude boef raakt uit de gratie. Alleen sukkels breken nog in, zou Akerboom hebben gezegd. De stijging zit met name in de categorie online en onzichtbaar.

Verschuivingen binnen de misdaad zijn van alle tijden. Van veedieven hoor je nooit meer iets, van bankrovers evenmin.
En de crimineel van nu struint niet meer door het duister van de nacht, maar zit achter het toetsenbord. Je vraagt je af waar toch de eerste politicus blijft die oproept tot minder blauw op straat.

In de rechtszaal kijk ik naar Mark en vraag ik me af tot welke categorie hij moet worden gerekend. Is hij met zijn 19 jaren een boef van de toekomst of behoort hij tot de groep uitstervende sukkels? Hij ziet er hip uit, maar dat zegt natuurlijk niks. Het uiterlijk is niet kenmerkend voor een crimineel.

Twintig dagen had Mark die nog thuis bij zijn ouders woont in de gevangenis moeten doorbrengen. Dat is een traumatische ervaring voor hem geworden. Hij had tussen moordenaars en verkrachters gezeten, vertelt hij aan zijn rechters. Hij volgt nu EMDR-therapie om die twintig angstige dagen een plekje te kunnen geven.

Toen Mark 17 jaar was, zou hij in Groningen een auto hebben gestolen, een Seat Ibiza. Een half jaar later, dan al 18 jaar, zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan een woninginbraak in Glimmen, dan wel heling van gouden sieraden, gouden tientjes en een tablet van Samsung. De spullen kwamen uit die woning.

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen. Maar er zijn camerabeelden en zijn mobiele telefoon is naast de bestuurdersstoel gevonden. Een medeverdachte zegt dat Mark achter het stuur zat. Het kan niet anders dan schuldig, concludeert de officier van justitie.

Dan die woninginbraak, nu een jaar geleden. Mark was in het bezit van de buit, dat geeft hij wel toe. Hij kan ook niet anders, want ook hier hebben camera’s hem blijvend in beeld gebracht. Dat was in het goudwisselkantoor.

Mark heeft een verhaal. Hij wilde een ketting kopen voor een lieve vriendin. Niet te duur, dus vond hij op Marktplaats wat hij zocht. In Assen, bij ene Viktor. Er werd een afspraak gemaakt. Viktor had meer gouden sieraden in de aanbieding en ook een tablet van Samsung. En omdat Viktor geld nodig had, mocht Mark alles kopen voor 350 euro.

Met zijn aankopen toog hij naar het goudwisselkantoor in Groningen. Waarom? Mark: ,,Ik wilde weten of het echt goud was.’’ En dat was het. Nog gekker: het handeltje was veel meer waard dan 350 euro.

Marks geluk was van korte duur. De gestolen sieraden stonden geregistreerd en goudhandelaren moeten dat weten. De politie werd gealarmeerd en Mark werd thuis in het bijzijn van zijn ouders, broertjes en zusje gearresteerd, met op de achtergrond heel de straat die toekeek.

Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief

Mark zegt dat hij niet wist dat het goud dat hij van Viktor in Assen had gekocht, gestolen goed was. De officier van justitie ziet het anders: Viktor komt uit de dikke duim van Mark. Viktor is verzonnen. Er is onderzoek gedaan. Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief. Mark vermoedt dat de man uit Assen zijn account heeft gewist. Moet wel. Nee, een adres – hij was er immers – kan hij zich niet herinneren.

Er is een getuige, Sander uit Groningen. Een vriend van Mark. Bij de politie had Sander verteld dat ze samen aan het toeren waren – beetje chillen – en dat ze in Glimmen waren geweest, bij een woning. Mark was toen uitgestapt en was even weggeweest. Toen hij terugkwam droeg hij een tas.

Sander is uit eigen beweging, zegt hij, naar de rechtbank gekomen om te getuigen. Hij voelt zich schuldig, want zegt hij tegen de rechters, hij heeft bij de politie niet de waarheid gesproken. Tijdens het verhoor is hij onder druk gezet. Vandaar.

Zegt: ‘Het verhoor ging op een intimiderende manier.’
Rechters: ‘Zoals in de films.’
Sander: ‘Ja.’

Ze hebben me in een verhaal laten rollen

Bij de politie had Sander aanvankelijk gezegd dat hij geen snitch is, geen verrader. Maar hij was gestresst geweest en wilde maar één ding: zo snel mogelijk naar huis. Tegen de rechters: ,,Die agenten hadden een theorie, dat Mark het gedaan moet hebben. Die theorie wilden ze in mij duwen, zo voelde het. Ze hebben me in een verhaal laten rollen.’’

De officier van justitie noemt de getuigenis van Sander – hij staat onder ede – volstrekt ongeloofwaardig, maar verbindt daar in de rechtszaal geen consequenties aan. De rechter had hem daar wel voor gewaarschuwd: ,,Als u liegt, begaat u een misdrijf. Meineed. Daar staat een forse gevangenisstraf op die meestal ook wordt opgelegd.’’

De consequenties zijn voor Mark. Het gelieg van Sander sterkt haar overtuiging dat Mark schuldig is. Wat haar betreft hoeft Mark niet terug naar de moordenaars en de verkrachters. Omdat hij nog zo jong is. Maar hij moet wel boeten. De eis: een werkstraf van tachtig uur en drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Mark belooft een bijdrage te leveren aan dalende misdaadcijfers.
Hij gaat weer naar school.

Rob Zijlstra

Pizza Riciclaggio di Denaro

Hamid is een 32-jarige hardwerkende en vriendelijke jongeman, zegt de advocaat toegenegen. De officier van justitie schudt met afgrijzen het hoofd: Hamid is een dikke leugenaar. Hamid zelf kan aan het einde van de strafzaak nauwelijks nog een woord uitbrengen. Met dichtgeknepen keel huilt hij: ,,Het is niet eerlijk.’’

Of is er iets anders aan de hand?

Eerst dit. Hamid wordt verdacht van witwassen. Hij, hij die zo keihard werkt, vindt dat heel erg, die verdenking. Hij gaat er onder gebukt.

Hamid verkoopt pizza’s. Dat doet hij 364 dagen per jaar, al zes jaren achtereen. Alleen op 25 december is zijn zaak eventjes gesloten. Hij begint om acht uur ’s ochtends met het snijden van het vlees, de champignons, de uien, de groenten en hij kneedt het deeg. Een pizza is niet zomaar iets, zegt hij. De advocaat vult aan: ,,Hobby’s heeft hij niet en uitgaan doet hij nooit. Altijd maar werken.’’

Hamid: ,,Ik heb twee kinderen, maar die zie ik nauwelijks. De oudste is acht, toen ik haar de laatste keer zag, stond ik versteld. Dacht oh, wat ben jij al groot en wat praat je al goed.’’

Op een nacht reed Hamid in de auto van zijn zus langs de rechtbank. Hij slingerde, zo erg dat agenten die dat slingeren waarnamen hem een stopteken gaven. Toen hij het portierraampje opendraaide en beleefd ‘goedenacht heren’ zei, roken de agenten hennep. Hamid vertelde dat hij een harde werker is, net klaar met ondernemen, dat hij naar de coffeeshop was geweest voor nog een rokertje thuis.

De agenten stelden vast dat de aan de Eufraat geboren Hamid zich recentelijk had uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Nederland, dat de auto niet was verzekerd en dat er nog boetes op zijn naam openstonden.

Hamid: ,,Ik slingerde niet.’’
Rechters: ,,U was onder invloed, daarvoor bent u bij de kantonrechter geweest.’’
Hamid: ,,Ik had nog niet geblowd.’’
Rechters: ,,Agenten zagen een tas op de achterbank. Een big shopper met daarin een laptoptas met een slotje. U zei dat die tas van uw zus was en dat er schoolspullen in zaten.
Hamid: ,,Ik zou thuis nog een blowtje roken.’’
Rechters: ,,U zei dat u die openstaande boetes niet kon betalen, dat u als ondernemer een slechte maand had gedraaid.’’

‘Het komt bijna nooit voor dat iemand
met een tas in de auto rondrijdt met daarin 266.000 euro’

De tas moest open. De agenten telden (later) niet alleen 3.400 briefjes van 5 euro, maar ook 106 biljetten van 500 euro. Met de rest opgeteld: ruim 210.000 euro. Uit drie broekzakken en een binnenzak haalden de agenten nog eens 56.000 euro.

Leg uit Hamid.
Spaargeld.

Zegt: ,,Ik heb er zes jaren onafgebroken keihard voor gewerkt. Nooit vakantie. Ik spaarde wat ik kon.’’ De advocaat: ,,Dus altijd maar werken, zuinig leven, geen luxe.’’
Een van de rechters: ,,Het komt bijna nooit voor dat iemand met een tas in de auto rondrijdt met daarin 266.000 euro.’’
Hamid: ,,Ik was vergeten dat die tas met mijn geld in de auto op de achterbank lag.’’

De drie rechters kijken nu met meewarige blikken naar Hamid. Zo van, toe nou beste man, dat kunnen we toch niet geloven? De officier van justitie: ,,Bij de aanhouding kwam hij met de eerste leugens en daar gaat hij in de rechtszaal gewoon mee door.’’

Om iemand te kunnen veroordelen voor
witwassen moet worden aangetoond dat
het geld afkomstig is van ‘enig misdrijf’.

Nu zit het vandaag de dag zo dat wie veel contant geld heeft en niet kan verklaren hoe hij aan dat geld komt, een probleem heeft. Ook omdat dat geld ’s nachts op de achterbank van een slingerende auto lag waarvan de bestuurder zich had uitgeschreven, zich heeft onttrokken aan het zicht van de autoriteiten.

Om iemand te kunnen veroordelen voor witwassen moet worden aangetoond dat het geld afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Een verdachte heeft de plicht – de officier van justitie is hier aan het woord – openheid van zaken te geven. Kan hij geen legale bron voor het geld aantonen, of onvoldoende deugdelijk, dan mogen wij zeggen dat het geld uit een illegale bron komt. En dan kan er dus worden veroordeeld voor witwassen.

Hamid: ,,Het is eerlijk verdiend spaargeld.’’

Met wel twintig agenten waren ze bij Hamid binnengevallen. Heel de buurt was getuige en sindsdien wordt Hamid met de nek aangekeken. De advocaat: ,,Hij groet zijn collega-ondernemers wel, maar die groeten niet meer terug.’’ Na de inval was hij ook veel politiemensen als klant kwijtgeraakt. Bij de inval werden wel ongeopende enveloppen van de belastingdienst aangetroffen, maar geen bedrijfsadministratie.

De politie sprak met de boekhouder. Die liet weten dat er goede zaken werden gedaan, maar dat de omzet niet van dien aard was dat Hamid daar 266.000 euro spaargeld aan kan overhouden. Zo mooi was het ook weer niet. En nee, er werd geen belasting betaald.

Hamid reageert: ,,Ik heb geen boekhoudkundige kennis. Ik werkte alleen maar.’’ Advocaat: ,,Keihard hè.’’
Rechters: ,,Maar u bent ondernemer. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee.’’
Hamid: ,,Ik weet dat niet.’’
Rechters: ,,U weet wel dat omzet niet hetzelfde is als winst?’’

‘Meneer de verdachte kan zich niet
verschuilen achter zijn onwetendheid’

De politie had gepraat met de broer van Hamid. Die werkt ook in de zaak. Hoeveel pizza’s verkopen jullie eigenlijk, luidde een vraag. De broer had toen gezegd: gemiddeld vijftien per dag. En op heel goede dagen wel eens dertig. Hamid: ,,Mijn broer is niet zo snugger.’’

De officier van justitie: ,,Meneer de verdachte kan zich niet verschuilen achter zijn onwetendheid. Dit is meer dan duidelijk een kwestie in de categorie 2 van het witwassen, goed voor een gevangenisstraf van zeventien maanden. Dat is ook mijn eis. En die 266.000 euro krijgt hij niet terug.’’ De advocaat werpt tegen dat celstraf het einde van de pizzeria betekent wat grote gevolgen heeft voor heel de familie. ,,Hamid is de oudste zoon, hij moet voor de familie zorgen.’’

Of is er wat anders aan de hand?

Misschien is Hamid inderdaad een harde werker, maar zijn die vijftien dagelijkse pizza’s een dekmantel voor drugshandel. Zoiets kan, zegt de officier van justitie. Of nog anders: misschien is Hamid een geldezel, een koerier, die misdaadgeld vervoert voor een criminele organisatie. En dat hij – nu hij met hun geld gepakt is – bang is en wel moet liegen om erger dan zeventien maanden celstraf te voorkomen. Dat kan ook.

De rechters zeiden niet: laten we dit tot op de bodem uitzoeken. Ze zeiden dat over twee weken uitspraak wordt gedaan. Misschien was het wel daarom dat Hamid piepte dat het niet eerlijk is.

rob zijlstra

UPDATE – 20 januari 2020 – uitspraak

dvhn / 20 jan 20

De man die niet bestaat

Vanmiddag – zondag 26 januari 2020 – was ik samen met Chun te gast in het programma Tim Talkshow in Forum Groningen. Het programma is een samenwerking van Dagblad van het Noorden en Forum. Presentator is Tim den Besten.

We zaten aan tafel om het verhaal van Chun onder de aandacht te brengen. Hoe meer mensen weet hebben van dit verhaal, hoe beter. Dat denken wij.

De oplossing voor Chun is niet in zicht. De vragen die in de Tweede Kamer zijn gesteld, zijn nog niet beantwoord. Vorige week was staatssecretaris Ankie Broekers-Knol op werkbezoek in Groningen. De zaak van Chun is onder haar aandacht gebracht. Wat dat waard is? Geen idee.

Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja droeg na het gesprek aan tafel een gedicht voor dat hij voor Chun schreef. Oorlogsverslaggever Harald Doornbos (midden-oosten, diverse media) was eveneens aanwezig. Chun is een huisvriend van de familie Doornbos.

De verslaggever filmde het gesprek (terug te kijken op: https://www.pscp.tv/w/1kvJpXrPYOwJE 

Het gedicht van Tsead Bruinja:
de nederlandse regering weet niet meer waar ze haar barmhartigheid heeft gelaten


13 januari 2020, NPO 1 / tv-programma Op1

 

10 januari 2020 / vragen aan de staatssecretaris

 

donderdag 9 januari 2020 / dvhn

 

6 januari 2020 / dvhn

4 januari 2020 / dvhn

 

 

waarom ik dit verhaal heb geschreven ?
hierom, daarom

Het eerste wat ik zei is dat een stukje in de krant ook niet helpt.

Dat ik wel begrijp dat de publiciteit wordt gezocht als niets meer werkt.
Dat ik snap dat als alle pogingen om tot een oplossing te komen zijn mislukt, publiciteit dan wordt gezien als een laatste strohalm.

foto: duncan wijting / dvhn

Ik zei dat ik natuurlijk altijd een keertje langs kon komen om het verhaal aan te horen. Zo begon het, een half jaar geleden. Ik luisterde naar de mensen die hem ondersteunen, naar zijn advocaat. Ik zocht nieuwsberichten op van vijftien tot twintig jaar geleden, over smokkelroutes en mensen die die wegen bewandelen. Ik sprak met anderen, met de burgemeester van de grote stad die wel wilde helpen, maar uiteindelijk met al zijn netwerken niets kon betekenen.

En ik sprak vooral ook met Chun zelf.
Met de man die wel leeft, maar niet bestaat.

Gaandeweg kreeg het verhaal dat ik van verschillende kanten aanhoorde, mij te pakken. Ik dacht, een stukje in de krant mag dan misschien niet helpen, iedereen moet weten dat mensen in Nederland, in Groningen in dit geval, het slachtoffer kunnen worden van de bureaucratie van de overheid.

Dat de bureaucratie in Nederland is opgewassen tegen de menselijke maat.
Dat de overheid mensen kan veroordelen tot levende doden.
En dat dat mag.

Chun is geen asielzoeker die het land moet verlaten.
Chun is het slachtoffer van mensensmokkel.

Als 14-jarige kwam hij in Nederland, in een land dat hij niet kende. Na een paar jaar gedwongen te hebben gewerkt in een keuken van een Chinees restaurant, wist hij aan de klauwen van de mensenhandelaren te ontkomen en belandde hij – aanvankelijk veilig – in de noodopvang in Noord-Nederland.

Sinds 2008 verblijft Chun in Groningen waar
de klauwen van de bureaucratie hem in
een wurggreep namen, om niet meer los te laten.

Omdat hij niet kan aantonen dat hij uit China komt, weigert China (de Chinese ambassade) medewerking aan zijn terugkeer. Zonder die medewerking komt hij zijn geboorteland domweg niet binnen.

Nederland heeft een vergelijkbare  houding: Chun kan niet aantonen wie hij is, wie hij zegt te zijn. Wie geen identiteit heeft, wie niets kan aantonen, kan geen aanspraak maken op een verblijf in Nederland.

Maar: Chun is hier wel.

Nederland: maar op papier niet, waarmee het probleem is opgelost. Want wie niet bestaat kan immers ook geen probleem vormen. Dat Chun, 31 jaar inmiddels, een mens is van vlees en bloed is niet van belang. Gaat hij dood, dan wordt hij nergens uitgeschreven.

Het verhaal van Chun, de man die niet bestaat, staat zaterdag in de weekendbijlage van Dagblad van het Noorden.

Dat is een eerste verhaal.

Mijn voornemen is om niet alleen de ontwikkelingen op de voet te blijven volgen, maar ook de mensen en de instanties die bijdragen aan het laten voortbestaan van deze schrijnende kwestie.

Rob Zijlstra

→ e-mail rob zijlstra [vertrouwelijk]

 

 

 

Onbetrouwbare herinneringen

Dagblad van het Noorden
blikt terug op  verhalen uit 2019.
Vandaag de moord op het
Jaagpad met een
verslaggever als
belabberde getuige.

 

Mensen zijn superslechte waarnemers
(al denken we van niet)
en onze herinneringen verbeelden zich
ook heel wat.

 

Het mooiste pad om de stad Groningen binnen te fietsen is via de Platvoetsbrug, de tafelbrug over, langs de sluizen bij Dorkwerd, vervolgens over het Jaagpad met het Zernike aan de ene en het Reitdiep aan de andere kant en dan – nog een flink eind rechtdoor – de drukte van Paddepoel in.

De weg terug, en dan helemaal naar Garnwerd of nog verder, is net zo mooi.

Het is een route die ik als forens regelmatig fiets. Het is niet de meest logische weg – in de zin van de snelste – om vanaf de rechtbank mijn huis te bereiken, maar het is wel de route waar het hoofd het meest leeg van raakt.

Op 14 mei fietste ik er ook, het was een dinsdag. Een groot deel van de dag had ik doorgebracht in een stiltekamer op de redactie. Ik had Rob Geene, de deken van de orde van advocaten van Noord-Nederland, geïnterviewd en het gesprek opgenomen. Dat gesprek had ik uitgewerkt. Geene spreekt in lange, mooie en zinnige zinnen waarin hij zijn zorgen uit over de rechtsstaat. Aan mij om een drie uur durend gesprek terug te brengen tot een verhaal dat acht tot tien minuten leestijd vraagt.

Via café Hammingh in Garnwerd en de Albert Heijn in Winsum kom ik thuis. Daar verneem ik het nieuws. Er is zojuist een man vermoord, op het Jaagpad langs het Reitdiep, ter hoogte van Zernike. Via burgernet doet de politie een oproep waarbij een signalement wordt gegeven van de mogelijke dader. ‘Zuid Europees uiterlijk, donker trainingspak, donker petje.’
Plekken waar moorden zijn gepleegd

Elke beroep brengt eigenaardigheden met zich mee. Ik heb er een paar. Een daarvan is dat ik straten, woningen, plantsoenen, plekken waar ooit een moord is gepleegd opsla in mijn hoofd. Fiets ik de meest logische route van mijn huis naar de rechtbank – door Beijum, over Korrebrug, Korreweg, klein stukje Noorderplantsoen en dan de Nieuwe Ebbinge of de Boteringe in – dan kom ik nogal wat plekken tegen waar het ooit vreselijk is misgegaan.

Aan de meeste plekken – het zijn er meer dan honderd – is ook de bijbehorende naam van het slachtoffer verbonden.

Ook als ik door de binnenstad wandel, duiken her en der namen op van vermoorde mannen en vrouwen. De route Kattendiep – Zuiderdiep (helemaal tot aan Minerva) is in dit verband de meest gewelddadige van de stad.

Het Jaagpad is nu ook zo’n plek geworden. Op dinsdagavond 14 mei, even na 19.00 uur, werd daar de 27-jarige Hidde Bergman doodgestoken. Zomaar. Toen ik die avond thuis het nieuws vernam, begon ik in mijn hoofd een kleine reconstructie te maken. Had ik een man gezien in een donker trainingspak, met een donkere pet? Hoe laat fietste ik daar?

Twee, drie dagen later hoorde ik een politieman op RTV Noord een oproep doen. Wie iets heeft gezien, moet dat melden, ook als je denkt dat het niet belangrijk is.

Ik heb, toen ik daar fietste, een man gezien die mij opviel. Hij liep over het Jaagpad, richting Groningen. Niet als een wandelaar, genietend van de mooie dag en dit mooie stukje Groningen. Nee. Hij liep een beetje als een zweverige zombie, anders kan ik het niet omschrijven. Hij schreed mij tegemoet. Om hem op de fiets te kunnen passeren, zocht ik oogcontact. De man niet, zijn ogen blikten recht vooruit. En die ogen waren hol en leeg.

Dit beeld had ik niet toen ik de man net was gepasseerd. Het beeld kwam pas thuis, en twee, drie dagen later toen ik de oproep hoorde van de politieman. Ik belde, en vertelde wat mij was opgevallen. En o ja, ik zag ook nog een man in een rood shirt in een boot van aluminium, komende uit de richting  Dorkwerd. Vast ook niet belangrijk, maar jullie vroegen erom.

Een paar keren belde de politie terug. Of ik de kleur van de jas kon herinneren. Geel? En het uiterlijk? Pet? Ik wilde graag behulpzaam zijn. Ja geel. Uiterlijk? Nee. Ook niet geel. Het was een halflange jas. Dat wel. Groen, groenig.

Of toch niet?

Ik merkte dat ik in mijn hoofd een filmpje maakte. Een filmpje waarbij ik ontbrekende stukken zelf begon in te vullen. Want die jas had natuurlijk wel een kleur. En die lege ogen maakten deel uit van een uiterlijk. Na een paar dagen voelde ik mij een belabberde getuige. Alleen die man in de aluminium boot, daar was ik zeker van. Maar of hij een rood shirt droeg?

Bij het schrijven van dit verhaal is de herinnering dat ik op weg naar huis een biertje had gedronken bij café Hammingh, met pin betaald. Ik zoek in de afschriften van de bank: 14 mei, 16.50 uur, 3,65 euro. Bij Garnwerd aan Zee. Dat is naast Hammingh. Vroeger dan ik meende en niet op de plek die ik dacht.

Ik had gedaan wat ik als rechtbankverslaggever in de rechtszaal zo vaak hoor. Dat getuigen – verdachten, slachtoffers – zich feiten menen te herinneren die bij nadere beschouwing helemaal niet kunnen kloppen. Met liegen heeft dat niets te maken. Mensen zijn superslechte waarnemers (al denken we van niet) en onze herinneringen verbeelden zich ook heel wat.

Dit alles neemt niet weg dat de naam van Hidde Bergman voor altijd verbonden blijft met die van het Jaagpad, het pad dat onderdeel is van de mooiste route om de stad binnen te fietsen.

In september verschijnt de verdachte voor het eerst in de rechtszaal. Hij heet Milton T., een jongeman met een kindergezicht. Als hij naar zijn stoel loopt, schrik ik even. Hij loopt niet gewoon, hij zweeft een beetje, als een zombie. Een aparte blik in de ogen. Of is dat wat ik onbewust wil zien?

Helaas maakt een onbetrouwbare herinnering geen einde aan de trieste dood van Hidde Bergman.

Rob Zijlstra

dit artikel stond op 31 december in Dagblad van het Noorden

Bonen doppen

Rechters zijn rijk aan kennis want zij moeten van alles weten. Van alles is al gauw een heleboel. Maar zodra rechters van alles weten om rechtvaardig te kunnen oordelen – de verdachte wordt de dader – zijn hun mogelijkheden maar armoedig: een boete, een taakstraf, een maatregel en als het ernstig genoeg is een vrijheidsstraf. Dan moet de dader voor een tijdje naar de gevangenis.

Aan die straffen kunnen rechters nog wat voorwaarden verbinden. U mag niet meer het genot van drank en drugs smaken. U moet zich laten behandelen. Dat is het dan wel zo ongeveer.

Over pak ’m beet 25 jaar kijken we vast meewarig naar de tijden van nu, misschien zelfs wel ietwat beschaamd. Dat we wijze mensen van povere middelen voorzagen om een hardnekkig en megagroot probleem – criminaliteit – in de samenleving tegen te gaan. En ook verbazing zal er wezen. Over dat die toegewijde rechters met het weinige dat ze hadden onverstoord hun werk maar bleven doen, tot structureel overwerk aan toe – onderwijl wetende dat het allemaal weinig uitrichtte.

Nou ja, zal dan vast worden gezegd, in die tijd namen ze het onderwijs en berichten over de klimaatverandering ook niet bijster serieus. Dat kwam pas later.

Over de verdachte van nu zal in 2044 geen verbazing zijn. Vreemde vogels zijn er altijd geweest en zij zullen er altijd blijven zolang er mensen zijn.

De verdachte van nu heet Joey, voorovergebogen hangt hij in de verdachtenbank. Hij heeft een flesje Spa-water en koekjes meegenomen.

Bedrijven zitten om jongens als Joey
te springen, zegt de advocaat tegen de rechters

Joey is 23 jaar. Drie jaar geleden is hij de oceaan overgestoken en Nederland binnen komen vliegen. Hij is al eens veroordeeld in Zeeland en een keertje in Brabant in verband met een wapen. In Groningen schoolde hij zich aan het Alfa-college. Installatietechniek. Als hij volgende week zijn VCA haalt – voor de veiligheid op de werkplek – kan hij zo aan de bak.

Bedrijven zitten om jongens als Joey te springen, zegt de advocaat tegen de rechters die net van de officier van justitie te horen hebben gekregen dat het beter is om Joey een flinke tijd op te sluiten.

Heel veel meer wordt er niet over de verdachte prijsgegeven. Tijdens de zitting komen nog wel een paar andere vaardigheden aan het licht: Joey is een consequente jongeman, iemand ook die zich niet snel van zijn stuk laat brengen. En hij is zelfredzaam. Hij heeft de reclassering niet nodig, zegt hij. Hij dopt de bonen zelf.

Er zijn nogal wat verdenkingen die Joey in de verdachtenbank hebben doen belanden. Op een speelpleintje in Groningen zou hij De Turk – zo heet een man uit Armenië die daar woont – hebben bedreigd en mishandeld, terwijl een vrouw, ook een bewoonster, hem met de steel van een bezem op de kop sloeg. Daarna had niemand aangifte durven doen, want Joey en een vriend die er ook bij was, genieten er een zekere reputatie. Aanleiding voor het gedoe op het speelpleintje was hun gejakker op scooters.

Iedere man heeft gereedschap

Ook zit Joey er omdat hij in Bauhaus, de bouwmarkt, een moker met werkhandschoenen had gestolen. Wat hij met een moker moest? Niks, zegt hij. ,,Iedere man heeft gereedschap.’’ Iemand had een keer zijn moker afgepakt en nu pakte hij er eentje terug. Lijkt hem nogal wiedes.

Rechter: ,,Het zou ook, het is maar een suggestie, inbrekersgereedschap kunnen zijn.’’
Joey: ,,Nee.’’

De rechter doet die suggestie omdat Joey twee weken eerder met een hamer en een schroevendraaier was aangehouden in een geparkeerde auto. ’s Nachts om half drie, met een bivakmuts over het hoofd. De stuurkap met daar achter de bedrading was verwijderd. Wilde hij de auto soms stelen?

Joey: ,,Nee.’’
rechter: ,,U had alleen een stuurkap nodig.’’
Joey: ,,Het zou kunnen.’’

In Hoogezand was ingebroken in een tankstation van Gulf. Op camerabeelden is te zien hoe twee mannen een kleed op de grond leggen, daar al het rookwaar op gooien en dat meenemen. Hadden ze het moeten kopen dan kostte het 4.175,80 euro.

Joey: ,,Nee.’’

Nog nooit van zijn leven is hij in Hoogezand geweest.
Dat zegt hij wel, maar helemaal klopt dat niet. Een heel klein stukje van Joey was wel in Hoogezand: een stukje huid, aangetroffen op een glasscherf van het kapotgeslagen raam waardoor de inbrekers naar binnen waren gegaan. Het stukje mens werd naar het NFI gestuurd en daar zeiden ze dat de huid – op basis van het DNA – van Joey is. De kans dat het niet zo is is kleiner dan één op de miljard.

Joey schudt het hoofd. Het lijkt hem sterk, temeer omdat dna uniek is en hij daar niet was. Tegen de rechters: ,,Ben ik op heterdaad betrapt dan? Nee dus, nou dan.’’

Er was ook nog iets met vier scooters die in zijn krappe containerwoning stonden te staan. Twee van de scooters, Piaggio Vespa Sprints, bleken gestolen.

Joey: ,,Nee.’’

Geïrriteerd tikt hij met zijn vingers tegen zijn pet die naast de koekjes voor hem op tafel ligt. De rechters moeten weten: daar stonden twee eerlijke scooters, eentje van hem en eentje van zijn oom. Dan gaat hij daar toch niet twee gestolen scooters naast zetten?

Zou de auto met gedoofde
lichten de vluchtauto zijn?

Kan een mens van 23 nog meer op de kerfstok hebben? Joey wel. Met gedoofde lichten rijdt hij in een auto – hij heeft geen rijbewijs – door de stad. Agenten zien dat. Op datzelfde moment is er een inbraakmelding in de buurt. Zou de auto met gedoofde lichten de vluchtauto zijn? Als de bestuurder een stopteken krijgt, gaat hij er plankgas vandoor.

Dat is het begin van een wilde achtervolging. Slingerend raast Joey met snelheden tot 130 kilometer per uur door de stad, stuiterend over verkeersdrempels, door rode lichten, rakelings langs een andere auto, om uiteindelijk tollend en slippend via een lantaarnpaal glijdend tot stilstand te komen tegen een boom.

Joey: ,,Ja, ’t was wel gevaarlijk, maar dat was de schuld van de politie. Die jaagden me op, daar werd ik zenuwachtig van.’’
Rechters: ,,Logisch. Ze wilden u pakken.’’
Joey: ‘Ja, dat snap ik ook wel.’’

De officier van justitie spreekt van een reeks kwalijke feiten in een korte tijd gepleegd, terwijl verdachte ook nog eens in een proeftijd van een eerdere straf liep. De springende werkgevers moeten even geduld hebben. Niet aan de bak, maar vijftien maanden in de bak, dat is de eis.

De rechters noteren het en denken nu na over het consequente ‘nee’ van Joey en of de eis een goeie straf is.

Niet dat het helpt.

Rob Zijlstra

De snelwegschutter

De misdaad in de film, in series, steekt slim in elkaar. Er is een heldere verhaallijn, met een introductie, met voorstelbare personages, met wendingen om de spanning erin te houden, met uiteraard de climax op twee derde deel van het verhaal waarna toegewerkt wordt naar een verrassende ontknoping.

In de rechtszaal is de misdaad altijd anders. De misdaad in de rechtszaal is een willekeurige hap uit de werkelijkheid. Logica is ver te zoeken, nooit kent het verhaal een begin en is er geen einde. En vaak blijft een deel van het verhaal onverteld.

In de nacht van 17 januari, om 01.52 uur, komt er via 112 een melding binnen bij de politie: er wordt geschoten op de snelweg, op de A7 ter hoogte van de Dikke Linde, het tankstation. Een donkere auto met daarin de schutter heeft de afslag genomen naar Kolham.

De mannen van de melding rijden door naar Hoogezand. Op de parkeerplaats van het casino aan de Kerkstraat treffen ze de gealarmeerde politie. De mannen – het zijn de gebroeders B. – zijn ongedeerd. Maar in het achterportier en in de bumper zitten kogelinslagen.

Ze vertellen aan de agenten dat er een zwarte auto naast hen kwam rijden en dat de bestuurder met gestrekte arm op hen schoot. Meerdere keren. Ze weten ook wie de bestuurder is: het is Mo met wie ze in onmin leven.

Ze doen aangifte en Mo (23) wordt twee dagen later gearresteerd. Het Openbaar Ministerie concludeert na onderzoek: Mo heeft na kalm beraad en rustig overleg geprobeerd de gebroeders B. van het leven te beroven terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Oftewel: poging tot moord.

Nu al doemt de vraag op: waarom? Waarom wordt er in het holst van de nacht op de A7 vanuit een rijdende auto met Mo achter het stuur geschoten op de gebroeders B? Was het een afrekening? Een poging daartoe? Een vergissing? Had het met drugs van doen? Met bedrog in de liefde?

Mo: ,,Ik heb niet geschoten.’’

Dit scenario is misschien
niet de meest logische, maar…

Zijn advocaat Mathieu van Linde: ,,Misschien hebben de gebroeders B. het in scène gezet. Om Mo een loer te draaien. Dit scenario is misschien niet de meest logische, maar het kan ook niet worden uitgesloten.’’

Aan het geschiet, het vermeende geschiet, zou iets vooraf zijn gegaan. De gebroeders B. zouden het jongere broertje van Mo hebben bedreigd. Dat zou eerder die nacht zijn gebeurd bij de McDonald’s aan het Sontplein in Groningen. Mo, zeggen de gebroeders, was daar ook.

Mo: ,,Ik was daar niet. Ik was ergens anders in de stad.’’

Hoe dan ook. Het bedreigde broertje gaat er met zijn auto van tussen, de gebroeders B. gaan achter hem aan. Broertje is bang en belt grote broer Mo. Die zegt: ,,Zorg dat ze je niet inhalen, want dan rijden ze je klem. Ik kom zo snel mogelijk.’’

En zo ontstaat de scène op de snelweg. Broertje in een witte Opel voorop, zigzaggend van links naar rechts, daarachter de gebroeders B. in een grijze Citroën en daar weer achter Mo in zijn zwarte Fiesta. Mo gaat naast de gebroeders rijden, strekt de arm en schiet. De gebroeders bellen 112 en rijden door naar Hoogezand.

Mo tegen de rechters: ,,De waarheid is dat ik naast hen ben gaan rijden, ongeveer drie seconden, en dat ik een armgebaar heb gemaakt. Dat klopt. Maar ik heb niet geschoten.’’

Wat zijn de bewijzen?

Op de plek waar zou zijn geschoten, bij hectometerpaal 210 worden vier hulzen gevonden. De politie weet te achterhalen dat de hulzen passen bij een semi-automatisch wapen, vermoedelijk een Browning Zastava. De kogel die in de auto van de gebroeders is aangetroffen, in het achterlicht, zou met zo’n wapen kunnen zijn afgevuurd.

Schotresten zijn megakleine deeltjes
lood, barium, koper of kwik

Als Mo wordt aangehouden draagt hij een jas. De jas wordt onderzocht en jawel: verdachte sporen, zogeheten schotresten. Schotresten zijn megakleine deeltjes lood, barium, koper of kwik die in een wolk vrijkomen als je met een wapen schiet.

Ook de auto van Mo wordt minutieus onder de loep genomen. Ook schotresten? Het Nederlands Forensisch Instituut: het is waarschijnlijker van wel dan van niet. Zijn het dan resten met dezelfde samenstelling als op de jas? Het instituut: dat kunnen we niet vaststellen.

Mo zegt dat het anders zit. Want die jas met sporen, de jas die hij droeg toen hij werd gearresteerd, droeg hij die avond niet. Bovendien is het niet zijn jas, maar van een vriend van wie hij de naam niet wil noemen. En die auto had hij gehuurd. Gehuurd met schotresten, wie zal het zeggen.

Advocaat Van Linde heeft ook nog een ding. De vier hulzen die op de vluchtstrook bij hectometerpaal 210 zijn gevonden, lagen niet ver van elkaar. Van Linde vindt dat opmerkelijk. Vliegen hulzen niet alle kanten op als je vanuit een rijdende auto op een andere rijdende auto schiet? Die hulzen vallen dan toch niet netjes naast elkaar neer op de vluchtstrook?

Sowieso vindt de raadsman het gek dat die hulzen daar op de vluchtstrook lagen. ,,In de lezing van het Openbaar Ministerie heeft Mo geschoten terwijl hij achter het stuur zat. Is het dan niet aannemelijker dat die hulzen in de auto terechtkomen in plaats van daarbuiten?

Het zijn vuurwapengevaarlijke gebroeders dus
hun verklaringen zijn wellicht niet zo heel betrouwbaar

Zat er misschien nog iemand bij Mo in de auto? Zou dat het zijn? Mo zegt van niet, de gebroeders B. verklaarden dat ze de schietende man herkenden als Mo. De raadsman zegt dat de rechters moeten weten dat gebroeders B. bekenden zijn van de politie. Het zijn vuurwapengevaarlijke gebroeders dus hun verklaringen zijn wellicht niet zo heel betrouwbaar.

Het scenario van een bijrijder is niet helemaal uit te sluiten. Mo heeft die avond contact gehad met ene L. uit Appingedam. Onderzoek wijst uit dat de telefoon van L. die nacht dezelfde route heeft afgelegd als de telefoon van Mo.

Als de rechtbank dit scenario, het scenario van een schietende bijrijder, het meest aannemelijk vindt, dan gaat Mo dus vrijuit. Dan is hij niet de schutter.

Maar is het dan niet raar dat Mo beweert dat hij alleen in de auto zat? In een film zou dat inderdaad merkwaardig wezen. Maar in het echt gaat het vaak raar.

De officier van justitie blijft erbij dat Mo de snelwegschutter moet zijn en eist 5 jaar gevangenisstraf. De cliffhanger: gaan de rechters hier in mee? Of zit de verkeerde man in de verdachtenbank? De uitspraak is over twee weken.

Rob Zijlstra

update – 17 december 2019 – uitspraak
Geen 5 jaar celstraf, maar 7 jaar, want geen pogingen tot doodslag, maar pogingen tot moord. Lees het hele vonnis:

 

Els Slurink – nieuw onderzoek

 

Het spijt me

Het betuigen van spijt zou in de rechtszaal van het strafrecht verboden moeten worden. Nog beter zou het zijn om het uitspreken van het woord ‘spijt’ strafverzwarend te laten zijn. ‘Wat? U heeft spijt? Ook dat nog? Jaar erbij.’ Dit alles moet ook gelden voor de opmerking: ‘Als ik het terug zou kunnen draaien, dan…’

Er zijn verdachten die al spijt betuigen nog voordat er een woord is gezegd. Of het tijdens de zitting voortdurend herhalen. Alsof dat helpt.

Het woord spijt is in de rechtszaal zonder betekenis geworden. Ik heb meer dan drieduizend strafzaken gevolgd, de tel kwijt. Slechts eenmaal was er een man – een bullebak in een T-shirt van Feyenoord – die geen spijt had.

Hij had iemand, iemand die hij niet eens kende, tegen het hoofd gemept en wel zo dat het slachtoffer, een kleine man, maanden later nog altijd last had van suizende oren. Het was zo erg dat de man er slecht van sliep en daardoor niet meer in staat was zijn werk naar behoren te doen. Zo moe. In de rechtszaal las hij met gebroken stem een slachtofferverklaring voor om de rechters deelgenoot te maken van de ellende waarin hij zonder schuld verzeild is geraakt.

De bullebak mocht reageren. Hij zei, nors: ‘Ik had ‘m nog harder moeten slaan.’ Daar wilde hij het bij laten.

Al die andere verdachten hadden spijt.

Als je aan Google vraagt wat het nut is van spijt, dan volgen binnen een kwart van een seconde meer dan een half miljoen pagina’s.

Spijt is een complexe emotie, leer ik, die altijd is gekoppeld aan keuzes. Dat je iets hebt gedaan wat achteraf niet zo slim was of dat je iets hebt gelaten en dat het nu te laat is. Het is ook een pijnlijke emotie en dat is goed, want door die pijn herinner je je fouten beter en dan is de kans dat je opnieuw de fout ingaat kleiner: de theorie van de ezel en de steen.

En wie fouten wist,
wist ook wijsheid

Andersom kan ook. Dat het helemaal niet goed is om spijt te betuigen omdat je daarmee je fouten juist wist. En wie fouten wist, wist ook wijsheid. Misschien wist die bullebak dit.

Ik keek naar een filmpje van een spijtprofessor die uitlegt waarom zo veel mensen meedoen aan de Postcodeloterij. Omdat de marketing met al die ongevraagde rommel in de brievenbus een beroep doet op de emotie spijt. Als je niet meedoet, beste bewoner van dit pand, dan sta jij straks je buren te feliciteren met hun gewonnen miljoenen. Om spijt achteraf te voorkomen, maak je (onbewust) de keuze toch mee te doen.

De keuzes die Sjef uit Groningen in zijn leven maakte, laten zich al jaren inspireren door drugs. Dat zijn doorgaans niet de beste keuzes. In maart van dit jaar pikte hij een fiets. Had hij weer. Het bleek de lokfiets van de nationale politie. Daar zit een zendertje in. En dus werd hij, spijtig voor hem, opgepakt.

Toen hij ras weer buiten stond, besloot hij andere keuzes te maken. Hij ging spullen stelen die dierbaren op grafstenen plaatsen. Ornamenten van brons werden zijn specialiteit, begraafplaats Selwerderhof zijn werkterrein.

De politierechter zegt dat het hem heeft verbaasd. In mei en juni werden er nogal wat diefstallen gepleegd op de begraafplaats. Rechter: ,,U struinde daar vrijwel dagelijks rond. Was er nou nooit iemand die u daarop aansprak? Zo van, wat doe jij hier?’’

Sjef: ,,Nooit.’’
Rechter: ,,Goh.’’

Sjef zegt dat hij vanwege de verdovende middelen ver van het padje was afgeraakt. En dat hij – daar komt-ie – heel veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan.

Want daar zagen ze toch ook wel
dat de handel van Sjef niet deugde?

Achter hem zitten de mensen die hij ontzettend veel pijn en verdriet heeft gedaan. De ornamenten, soms (zelfgemaakte) kunstwerkjes, werden losgerukt, los geflext met ook forse schade aan de grafstenen tot gevolg.

De rechter vraagt waar het brons naartoe ging, naar welke recyclingbedrijven en of daar dan geen vragen werden gesteld. Want daar zagen ze toch ook wel dat de handel van Sjef niet deugde?

Er vallen namen van handelaren op industrieterreinen in oud metaal. Sjef: ,,Het wordt gewoon op de weegschaal gelegd en dan krijg je je geld.’’
Rechter: ,,Echt?’’
Sjef: ,,Er worden geen vragen gesteld.’’
Rechter: ,,Ik heb gelezen wat het opleverde.’’
Sjef: ,,Drie euro per kilo’’
Rechter: ,,Dat is een habbekrats Sjef.’

De rechter krabt aan zijn slaap, hij moet dit even verwerken. Zegt: ,,Je mag ook geen winkeldiefstallen plegen, maar dit, dit soort diefstallen, is gevoelsmatig toch van een andere orde.’’
Sjef: ,,Het is de loop van de omstandigheden, veel meer kan ik er niet over zeggen, dat heeft niet zoveel zin, als ik het zou kunnen terugdraaien dan…’’

Eén metaalbedrijf was wel argwanend en belde de politie. Sjef werd aangehouden. Negen diefstallen konden aan hem worden toegeschreven.

Papegaaien was zijn alles
edelachtbare, zegt ze

Vier gedupeerden zitten in de rechtszaal. Een van hen, een moeder, verhaalt over de pijn. Over dat het graf niet alleen een laatste rustplaats is, maar ook een plek van verdriet en troost. Dat hij dit monumentje met zijn blote handen heeft vernield, het heeft ontzield. De moeder zegt dat ze de tiende sterfdag van haar zoontje heeft moeten herdenken bij een kapot monument.

Een mevrouw vertelt dat de bronzen papegaai van het graf van haar man is gestolen. Papegaaien was zijn alles edelachtbare, zegt ze. Nee, helaas heeft ze geen bonnetje meer. Het was nog in guldens. Het bedrijf dat de papegaai speciaal had gemaakt, bestaat ook niet meer. Geld voor een nieuwe papegaai heeft ze niet.

De advocaat van Sjef zegt dat het lijkt alsof het hem niks doet, maar dat is niet zo. Het doet hem wel wat, zegt ze. Zij denkt aan een werkstraf. Sjef zucht en zegt dat de schade niet in geld is uit te drukken. De rechter, nuchter: ,,Maar u moet wel betalen.’’ Opgeteld zo’n achtduizend euro.

Sjef krijgt de straf die de officier van justitie eist: zes maanden gevangenisstraf. Niet alleen vanwege de diefstallen, maar ook vanwege een totaalgebrek aan respect. En omdat hij wel heel gemakkelijk ‘spijt’ zegt.

Met het einde van het jaar in zicht is Sjef wat mij betreft de Gluiper van 2019. Zijn spijt is van eenzelfde larie als ik hier schrijf dat ik tot mijn spijt vergeten ben de naam van dat heel foute recyclingbedrijf te vermelden.

Sorry daarvoor.

Rob Zijlstra

Rechtsstaat !

HISTORISCH

  –

Kromkrommerkromst

Wie in de rechtszaal recht wil praten wat krom is moet met een goed verhaal komen. Veel verdachten proberen het, maar een goed verhaal is maar weinigen gegeven. Er is een beroerd alternatief: wie krom niet recht kan krijgen, brengt z’n geheugen in stelling. Dan zeg je gewoon dat je het niet meer weet.

Er zijn nogal wat mannen veroordeeld voor misdaden waarvan ze vergeten zijn dat ze die hebben gepleegd. Dus dan moet je drie jaar naar de gevangenis en dan kun je aan nieuwsgierige medegedetineerden niet uitleggen wat je hebt uitgevreten. ,,Ik? Pff. Iets met een overval of fraude of zo, ik weet het niet meer. Nee, nee, het was geen ontucht, dat weet ik dan weer wel zeker…”

In de rechtszaal kijk ik naar Sjaak (35). Hij woont in Utrecht. Ooit diende hij bij de luchtmobiele brigade, nu doet hij iets in outsourcing, zij het dat hij momenteel in de ziektewet zit. Vanwege alles.

De rechtszaal zit voller dan vol. Sjaak zit met het hoofd gebogen in de verdachtenbank. Het liefst, kan ik mij voorstellen, zou hij door de grond zakken. Sjaak beleeft waarschijnlijk de moeilijkste uren van zijn leven. Zijn handpalmen doen deze middag dienst als tranenwegvegers.

De volle zaal kent geen medelijden.

Vlak achter Sjaak zit de man – een paar jaren jonger – die niet valt te benijden. Hij kijkt zelfverzekerd, oogt ontspannen, dat wel, maar ik vind niet de woorden om zijn gemoed te duiden. Hij zit in een rolstoel omdat alles wat in een lichaam van een mens kapot kan gaan, zo ongeveer kapot was gegaan. Na de helse pijn is er nu de permanente verlamming. Vrienden en familie hadden al afscheid genomen.

ik hoop dat je een jaar gevangenisstraf krijgt

Hij leest voor wat hij heeft opgeschreven: ,,Ik heb gehoord dat je een empathische jongen bent. Maar ik heb 436 dagen niks van je gehoord, niks van je gezien. Geen excuses. Je liet me voor dood achter. Ik hoop dat je een jaar gevangenisstraf krijgt, dat je een jaar lang iedere dag opstaat en dan steeds weer beseft wat je hebt gedaan, wat je mij hebt ontnomen. En je bent een recidivist. Je rijbewijs was ongeldig verklaard. Ik zal daarom alle kosten op je verhalen.’’

Sjaak rijdt op 9 september vorig jaar, 436 dagen geleden, met de Volvo van zijn moeder over de Bornholmstraat in Groningen. Hij was bij de Burger King geweest.

Het is drukker dan anders. In Roodehaan is het Nazomeren Festival net ten einde. In een lange sliert fietsen festivalbezoekers terug naar Groningen. Halverwege kruist het fietspad de Bornholmstraat.

Hoe hard Sjaak reed, dat weet hij dus niet meer. Veel mensen zijn getuige van het ongeluk. Zij zeggen dat de grijze Volvo zeker 70 reed, 110, iemand heeft het over ‘wel 160’. En met het geluid van een Formule-1-wagen.

Duizenden keren per dag gaat zoiets goed, op 9 september 2018, om 23.30 uur ging het zo vreselijk fout.

Sjaak zegt dat hij het zich niet kan herinneren

Een jongeman (dan 28) en een jonge vrouw (23) worden op de oversteekplaats aangereden, anderen net niet. De jonge vrouw raakt ernstig gewond aan het hoofd. De jongeman wordt met zijn fiets zo’n veertig meter meegesleurd. De auto stopt niet. Getuigen hebben geen remlichten gezien, op het wegdek zijn geen remsporen aangetroffen. Sjaak zegt dat hij het zich niet kan herinneren.

Dat is het kromme.

Niet alleen is het dak van de Volvo zwaar beschadigd, ook de ruit is zo stuk dat je er nauwelijks doorheen kunt kijken. Toch weet Sjaak niks, maar wel het huis van zijn moeder te bereiken, de auto zet hij in de garage.

Voor het ongeluk, voor 23.30 uur, heeft hij WhatsApp-berichten naar zijn vriendin gestuurd, het zijn niks-aan-de-hand-berichten. Kort na het ongeluk, om 23.53 uur, stuurt hij een gezichtje, een smiley met een traan – een emoji. Weet hij ook niet meer.

De volgende ochtend spookt het in zijn hoofd. Zegt hij. Vage herinneringen, er klopt iets niet. Hij maakt zijn moeder wakker. Zij zegt, zegt hij, dat hij de auto naar de garage moet brengen.

de stress stroomt binnen, daarna de paniek

Vriendin belt, ze vraagt wat er aan de hand is. Op het nieuws heeft ze gehoord dat er wordt gezocht naar een grijze Volvo die een ernstig ongeluk heeft veroorzaakt in Groningen en waarvan de bestuurder is doorgereden.

De stress stroomt binnen, daarna de paniek. Het rationele denken stopt. Zegt Sjaak. Hij brengt de auto met de kapotte voorruit naar de garage. ,,Daarna wilde ik naar het politiebureau lopen.’’

Zover komt het niet. Iemand die het nieuws ook heeft gehoord, ziet de Volvo bij de garage staan en belt de politie. Als de politie komt is daar ook Sjaak. De rechters zeggen dat het wel lijkt alsof hij iets wilde verdoezelen, dat zij , de rechters, het allemaal maar gek vinden. Snapt Sjaak.

Nog krommer.

Op het bureau vragen agenten of hij alcohol had genuttigd of drugs gebruikt. Sjaak wil op die vragen ‘geen commentaar’ geven. In de rechtszaal vertelt hij dat hij die middag op een feestje was, waar hij drie wijntjes had gedronken. Geen drugs.

Waarom mocht de politie zijn telefoon niet onderzoeken? Sjaak mompelt iets over zijn vriendin, over tegelijkertijd een andere vriendin en pikante foto’s.

Dan is er nog de papieren zak van Burger King. Die heeft hij weggegooid, dat is gezien. In de zak zaten schoonmaakdoekjes. Er zijn getuigen die hebben verklaard dat er meer mensen in de Volvo zaten. Heeft Sjaak sporen gewist, wellicht om anderen te beschermen? Nee, dat weet hij nog wel, dat is niet zo.

een typisch geval is van ‘aanmerkelijke onvoorzichtigheid’

De officier van justitie en de advocaat zeggen dat het verschrikkelijk is, dat roekeloosheid juridisch te hoog is gegrepen, dat dit een typisch geval is van ‘aanmerkelijke onvoorzichtigheid’, dat verdachte probeerde de waarheid te verhullen. Nee, nee. Begrijpelijk dat dat wordt gezegd, maar ’t is te speculatief, verdachte is niet heel handig geweest, maar logisch vanwege de paniek. Misschien is er wel een medische oorzaak die een black-out kan verklaren.

De officier van justitie: ,,Ik eis een jaar gevangenisstraf.’’
De advocaat: ,,Veel te veel.’’

Sjaak mag wat zeggen, tot slot. Hij zegt dat hij ontzettend meeleeft met de slachtoffers. ,,Ook al komt dat niet zo over.’’ Hij hoopt dat hij ooit iets voor hen kan betekenen. Jawel, hij had een brief geschreven. Echt. Verstuurd ook naar de slachtoffers. Maar die brief blijkt niet bij de juiste mensen te zijn aangekomen. ,,Ik vind dat heel erg.’’

Kromst.

rob zijlstra

UPDATE – uitspraak
Sjaak is veroordeeld toto een gevangenisstraf van 10 maanden en een rijontzegging van drie jaren.

klik op afbeelding voor het vonnis

 

 

 

 

 

 

de volvo zoals de politie die aantrof

de plaats van het ongeluk

De deken spreekt

rob geene

Rob Geene is deken van de orde van advocaten in Noord-Nederland. Vrijdagmiddag was hij een van de drie sprekers tijdens een buitengewone zitting van de rechtbank Noord-Nederland (met borrel na) . Tijdens die zitting werden acht rechters, een bestuurder en twee officieren van justitie  geïnstalleerd, onder wie de nieuwe hoofdofficier van justitie Diederik Greive.

 

Rob Geene is een deken die de afgelopen jaren heeft laten zien dat hij geen blad voor de mond neemt. Geene maakt zich vooral zorgen over de teloorgang van de rechtsstaat. En ook, niet in de laatste plaats, omdat de politiek in meerderheid het populisme omarmt, zo stelt hij. In zijn speech van vrijdagmiddag deed hij een oproep:

‘Ik roep alle rechters, officieren, advocaten, de overheid en de samenleving op om de krachten te bundelen en samen het pentagram van onze rechtsstaat te restaureren.’

Hieronder zijn speech  met toestemming van de auteur hier gepubliceerd (leestijd 10 minuten)

 

Mijnheer de waarnemend President, mijnheer de kersverse Hoofdofficier, installandi, leden van de rechtbank en openbaar ministerie, familie vrienden en collega advocaten.

Het is mij een eer en genoegen u namens de balie Noord Nederland te mogen feliciteren met deze prachtige aanstelling en u te mogen toespreken op deze feestelijke dag.
We bevinden ons in een kerk. Een huis van reflectie. Geen betere plaats om even tijd te nemen voor bezinning op de vraag waartoe wij togadragers op aarde zijn.
Onze Nederlandse democratische rechtsstaat is sluipenderwijs in een ongekende crisis beland. Met als voorlopig dieptepunt de moord op Derk Wiersum en de aanslag op Philippe Schol. Een niet mis te verstane boodschap van de onderwereld aan de bovenwereld en aan de rechtsstaat.

 

De rechtsstaat wordt inhoud gegeven door het dagelijks werk van rechters, officieren en advocaten. Duidelijk is inmiddels wel dat zij in persoon niet adequaat beschermd kunnen worden tegen criminelen, die op steeds gewelddadiger wijze hun positie in de onderwereld verstevigen. Dat is slecht nieuws.

En zo blijkt de rechtsstaat in toenemende mate weerloos te zijn.
Alles van waarde is weerloos (Lucebert)

Er zijn naar mijn overtuiging vijf oorzaken aan te wijzen die hebben bijgedragen aan het verval van onze rechtsstaat. Maar diezelfde oorzaken hebben ook de mogelijkheid van herstel in zich.

Deze vijf oorzaken beïnvloeden elkaar over en weer. Zowel positief als negatief.
Dat gezegd hebbend ligt de metafoor van het pentagram voor de hand. De vijf oorzaken, elementen, met elkaar verbonden, of we dat nu leuk vinden of niet. Die visie levert een werkhypothese op die inzicht kan bieden in de crisis. Inzicht om van daaruit oplossingen te vinden.

Vooraf: een democratische samenleving kan niet functioneren zonder een goed functionerende rechtsstaat. De rechtsstaat is bedacht als een systeem dat burgers en bedrijven beschermt tegen ongebreidelde overheidsmacht.

Om dat te bereiken dient te worden voorzien in een onafhankelijke en integere rechtelijke macht.
Deze staatsmacht kan echter niet functioneren zonder een integer en slagvaardig Openbaar Ministerie en een onafhankelijke, integere en partijdige advocatuur. De drie-eenheid die het fundament vormt van onze democratische rechtsstaat. Beschermd en gefaciliteerd door de overheid. Dit zijn de vijf elementen van het pentagram: RM, OM, advocatuur, overheid en samenleving. Het pentagram van de rechtsstaat.

De eerste en belangrijkste oorzaak van de desintegratie van onze rechtsstaat is een falende overheid. De drie kabinetten Rutte hebben de aanzet gegeven. Het beleid van deze kabinetten is steeds gericht geweest op hervorming van de rechtsstaat op basis van economische markt(werkings-) modellen. Dat kon voorspelbaar niet goed gaan. De rechtsstaat is immers geen bedrijf, maar een fundamentele sociale basisvoorziening die koste wat kost moet worden gekoesterd en onderhouden. Dat verloopt niet langs economische systemen.
Ik herinner me nog de discussies met oud staatssecretaris Teeven. Zijn beleid was er op gericht om de advocatuur uit te roken. Omdat de overheid de advocatuur verantwoordelijk stelde voor het regelmatig terugfluiten van overheidsbeleid op velerlei gebied. Inmiddels is wel duidelijk dat de overheid zelf de belangrijkste oorzaak is van de overbelasting van de rechtspraak.

De tweede oorzaak is zeker zo belangrijk. De publieke opinie. Niet te verwarren met de zogenaamde zesde kernwaarde (genoemd door de commissie Hammerstein) die voor advocaten, rechters en officieren van justitie geldt: dienen van het publiek belang. En dat belang dient ook door de overheid te worden gerespecteerd. Daaraan ontleend de overheid het bestaansrecht.

popularisering van sociale media

De publieke opinie, gedreven door de popularisering van sociale media, daagt de autonomie van de rechtsstaat uit. Op allerlei incidenten wordt gereageerd met primaire gevoelsuitingen. Uitspraken van rechters worden openlijk bekritiseerd, ook door politici.
De derde oorzaak: het onvermogen van de rechterlijke macht om met behoud van de rechtsstatelijke taken in te spelen op de maatschappelijke veranderingen.
De vierde oorzaak: een Openbaar Ministerie dat in een crisis verkeert vanwege falend organisatorisch beleid en onredelijke druk ten gevolge van incidenten politiek. Vanuit dit perspectief dient ook de Tweede Kamer zich diepgaand te herbezinnen op de wijze waarop mede door publieke uitlatingen van volksvertegenwoordigers de rechtsstaat onherstelbare schade wordt toegebracht.

De vijfde oorzaak: de advocatuur heeft veel energie moeten stoppen in een nog immer durend gevecht met het ministerie over nut en noodzaak van een onafhankelijke advocatuur als onmisbare pijler van de rechtsstaat. Een door het beroepsgeheim en een georganiseerde beroepsorde beschermde bijstand aan de rechtzoekende. Dat gevecht in samenhang met een actief ontmoedigingsbeleid van minister Dekker levert enorme vertraging op van het moderniseringsproces van de rechtsstaat.

Bij alle elementen van het pentagram zijn de effecten van de crisis merkbaar.

De orde van advocaten worstelt met de organisatiestructuur. Door de nieuwe toezichtbepalingen, opgelegd door de samenleving, zijn de eisen voor het toezicht op de naleving van de kernwaarden aanmerkelijk verzwaard. De advocatuur kan niet weglopen voor de publieke opinie. Deze is in hoofdlijnen niet positief voor onze orde.
De samenleving vraagt van de advocaat verantwoording over nut en noodzaak van de uitzonderingspositie die hoofdzakelijk wordt bepaald door het beroepsgeheim. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor de uitoefening van de dienende taak om de rechtzoekende in bescherming te nemen.

De advocatuur zal beter moeten uitleggen dat in een democratisch rechtsbestel de bijstand door advocaten alleen kan worden verleend als de relatie tussen advocaat en cliënt een zekere en beschermde immuniteit kent.

de rechtspraak is eveneens toe aan een fundamentele hervorming

Daar hoort bij dat de orde de taak heeft om er op toe te zien dat haar leden zich strikt houden aan de kernwaarden.
En dat de orde laat zien dat dat toezicht ook effect heeft.
Dat levert de nodige spanning op. Verzet tegen de toenemende druk van buitenaf die wordt ervaren als een inbreuk op de autonomie van de beroepsgroep. Dat verzet vertraagt de noodzaak om in te spelen op een nieuwe rol in een snel veranderende samenleving.

De rechtspraak is eveneens toe aan een fundamentele hervorming die aansluiting kan vinden bij de nieuwe werkelijkheid. Een mondige burger; laagdrempelige en betaalbare rechtspraak; snelle communicatie; de vraag naar een betere toelichting op uitspraken en een meer pro actieve inbedding van maatschappelijke ontwikkelingen.

De fusieperikelen bij de rechtbank Noord Nederland geven voeding aan de vrees dat onze rechtbank de aansluiting bij deze ontwikkelingen dreigt te missen. Tot nadeel van de rechtzoekende.

Wat mij daarbij verontrust is het feit dat er wel erg veel onvrede van rechters anoniem publiek wordt gemaakt. En dat zo het noodzakelijke veranderingsproces wordt gefrustreerd.

MR. 22 oktober jl.
Rechters verklaren anoniem dat Noord-Nederland door de fusie van drie rechtbanken verreweg het grootste arrondissement is, met drie provincies met totaal verschillende werkculturen en bevolkingssamenstellingen. Bovendien herbergt de rechtbank verhoudingsgewijs veel ervaren rechters met een groot gevoel voor rechtsstatelijkheid, zegt een rechter. “En wij laten ons niet zo makkelijk ringeloren door het bestuur.”

Het zal goed bedoeld zijn, maar deze rechters bewijzen naar mijn overtuiging de rechtsstaat geen dienst. Dergelijke uitlatingen beïnvloeden immers in negatieve zin het vertrouwen dat onze samenleving moet kunnen stellen in de rechtspraak. Zeker ook als er anoniem melding wordt gemaakt van een angstcultuur.

Met Folkert Jensma (NRC van 3 november jl.) ben ik van mening dat angstcultuur codetaal is voor wat anders:

“Waarschijnlijk gaat het over onmin en argwaan jegens de ongewenste fusie tussen de drie rechtbanken. Jegens de RvdR, de zgn boeman annex stropop van het ministerie, over de werkdruk. Dat is een duidelijk en angstaanjagend symptoom van naar binnen gekeerd denken in een politiek klimaat dat vraagt om transparantie en verbinding.”

Ik wilde u leden van de rechtbank en installandi deze verzuchting toch voorhouden. Een geluid uit het veld. Ook omdat het ons advocaten aangaat.
Ook hier geldt net als bij de advocatuur dat verzet tegen veranderingen het instituut rechtspraak in gevaar brengt.

het OM heeft ten gevolge van deze ontwikkelingen problemen met de geloofwaardigheid

Ik vind het bijzonder jammer dat Maria van de Schepop mede om die reden het veld heeft moeten ruimen. Ik heb haar leren kennen als een moedige president. Met de welhaast onmogelijke opdracht om deze drie overwegend behoudende rechtbanken om te smeden tot een krachtig modern instituut. Een president die steeds de verbinding met OM en advocatuur zocht. Verbinding die juist nu zo hard nodig is.

Maar terug naar de oorzaken.

Het OM.
Mijnheer de hoofd officier: ook uw parket staat onder grote druk. Niet in de laatste plaats omdat de politiek in meerderheid het populisme omarmt.
Het gevolg is dat het OM onder druk van Kamerleden die hun kiezers willen behagen wordt overspoeld met eisen en taakstellingen die het normale rechtsstatelijke werk ernstig bemoeilijken.
Ook het OM heeft ten gevolge van deze ontwikkelingen problemen met de geloofwaardigheid.

Want hoe rechtsstatelijk kan je als OM blijven als de overheid en de politiek beleid afdwingen dat is gebaseerd op incidenten en niet op een fundamentele maatschappelijke visie.

Ik heb de publieke opinie als element van het pentagram genoemd. Dat is, zoals ik probeer aan te tonen, een belangrijke oorzaak van de verstoring van de subtiele balans tussen de elementen van onze rechtsstaat. En werkt als een katalysator voor de crisis in de rechtsstaat.

Wat we er ook van denken mogen: we hebben er terdege rekening mee te houden. De publieke opinie vraagt om rekening en verantwoording. Af te leggen door rechters, officieren en advocaten. En we zullen er niet aan ontkomen daar anders mee om te gaan. Ook al zijn we autonoom en/of onafhankelijk.

De publieke opinie is overigens niet op een lijn te stellen met het publieke belang dat wij als togadragers behoren te dienen.

Wat ik verbazingwekkend vind is dat het publiek belang als stille kernwaarde nooit is betrokken bij de herijking van de taken van rechters en openbaar ministerie. Ook voor hen geldt immers dat zij dit belang moeten dienen.

En hier ligt naar mijn overtuiging de sleutel voor een nieuwe aanpak.
Onze maatschappij populariseert, mede door het massaal gebruik van social media. Diezelfde samenleving laat een stem horen via de politiek. Van daaruit worden steeds weer nieuwe en zwaardere eisen gesteld aan ons: rechters, officieren en advocaten; de dienstverleners, die zich inzetten voor een sterke democratische rechtsstaat.
Van u en mij mag worden verwacht dat wij samen inspelen op deze fundamentele maatschappelijke veranderingen.

Dat wij samen met meer transparantie en een luisterend oor zoeken naar wegen om de rechtsstaat meer dynamiek te geven. Dat wij samen werken aan een betere aansluiting met de samenleving.

Dan helpt het niet als advocaten, officieren en rechters zich ingraven. Zolang wij, ieder voor zich, blijven worstelen met onze identiteit en de wereld om ons heen buiten sluiten raken we steeds verder in een isolement en verwijderen we ons van de samenleving, die we nu juist moeten dienen.

de publieke opinie vraagt om rekening en verantwoording

Wij kunnen niet langer volstaan met steeds opnieuw uitleggen waarom het goed is wat we doen. We zullen uit onze comfort zone moeten komen en meer dan ooit in dialoog met onze samenleving moeten zoeken naar vernieuwing. Dat is geen zwaktebod. In tegendeel: het aangaan van de dialoog met behoud van ieders verantwoordelijkheid is een teken van kracht.

Ik begon met het pentagram van de rechtsstaat. Dat pentagram symboliseert de samenhang en verbondenheid tussen de vijf elementen van de rechtsstaat: overheid, rechterlijke macht, openbaar ministerie, advocatuur en samenleving.

Ik roep alle rechters, officieren, advocaten, de overheid en de samenleving op om de krachten te bundelen en samen het pentagram van onze rechtsstaat te restaureren.
Samen onze taken opnieuw definiëren, samen luisteren naar wat de samenleving nu eigenlijk wil. Samen zoeken naar wegen om de rechtsstaat weer met nieuw elan het hart van onze samenleving te laten zijn. Ieder met behoud van de eigen verantwoordelijkheid, maar met een scherp oog voor de gezamenlijke taakstelling.

Wordt het niet tijd voor de installatie van een nieuwe adviesraad? De Raad voor de Rechtsstaat, waarin vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, openbaar ministerie, advocatuur en overheid de krachten bundelen. Zoeken naar samenwerking en verbinding om de rechtsstaat dynamisch te houden.

Rechtspreken in woelige tijden vraagt om moed en vasthoudendheid. Dat wens ik u allen toe. Mijnheer de Hoofd Officier nog een verzoek: blijf alstublieft wat langer dan uw voorganger. Al die wisselingen zijn niet bevorderlijk voor een hechte samenwerking.
En geloof me, ik ben van origine een doordesemde zuiderling, maar zelfs ik heb mijn hart verpand aan dit geweldige arrondissement.

En nu en marche naar de borrel.

Rob Geene, 22 november 2019, Groningen

→ meer over de deken: de barricaden op

Supporters van het racisme

racisme in beeld

De foto die het Nederland van vandaag laat zien: Foto: Anjo de Haan / ANP

Kraaien pikken – in de geur van magnolia, zoet en fris / en dan plots de geur van rottend vlees – in de vreemde vruchten die de bomen in het zuiden dragen.

Zo wordt het hartverscheurend bezongen in Strange Fruit (Bitter Fruit 1937) door Billie Holiday. Het is de indringende aanklacht tegen het racisme in het zuiden van Amerika.

Ik moest aan de woorden van dit lied, van tachtig jaar geleden, denken toen het racisme dit weekeinde in het zuiden, in Den Bosch, als gal uit de kelen gutste van de doorgesnoven voetbalsupporters. Lachend spoten ze hun gif het stadion in. Lachend werd dit vervolgens afgedaan als kraaiengeluiden.

Daar stonden ze. Op de halflege tribune van het keukenkampioenschap van hun cluppie. De zwarte kraaien. Beelden gingen de wereld over.

Diezelfde middag is daar de burgemeester van Emmen. Had voetballer Ahmad Mendes Moreira net toegebeten gekregen dat hij een zielig mannetje is, de burgemeester van Emmen zegt iets vergelijkbaars tegen twee journalisten. Die moeten niet piepen als ze dreigend toegesnauwd krijgen dat ze hun werk niet mogen doen. Dat ze moeten oprotten naar die vieze wouten die verderop staan.

De burgemeester van Emmen – hij heeft zijn vieze wouten hard nodig om de openbare orde in zijn stad te handhaven – gaat vrolijk met de kraaien van Emmen op de foto. Want Eric van Oosterhout is burgemeester van iedereen. Van alle mensen in Emmen, van alle dieren in de tuin en waarom dan ook niet van de grootste bekken?

Nee, het was geen verheffend weekeinde.

Gelukkig kwam de maandag waarop excuses volgden, waarop in de talkshows om maatregelen werd geroepen, waarop werd gedreigd met levenslange stadionverboden. We gaan dit samen met het Openbaar Ministerie onderzoeken, sprak fier de geschrokken voorzitter van de voetbalvereniging in Den Bosch. Alsof een voetbalclub een taak heeft bij het onderzoeken van strafbare feiten.

Toontje lager, denk ik dan.

Op de achtergrond speelt de volledig ontspoorde discussie over de invulling van een (commercieel) kinderfeest. Redelijkheid – pas dit feest nou een beetje aan aan de tijd van nu – stuit op agressie en op onzekere burgemeesters die laf de weg van de minste weerstand kiezen.

Nog erger,  zo’n weekeinde legt bloot wat we maar steeds niet willen zien, niet willen horen en benoemen:  onverholen racisme in Nederland.

Racisme is geen mening, het is  dagelijkse realiteit.

Goed. Er zijn dit weekeinde geen doden gevallen, er bungelde geen vreemd fruit langs de routes van de intochten van de Sinterklazen. Dat nog niet. Maar er werd wel een meisje  van zes jaar in de trein uitgescholden voor ‘Zwarte Piet’  door een keurig ogend echtpaar van zestig  plus. Het zwarte meisje moest huilen. En profvoetballers die het verschil maken, worden vernederd.

Waarom nog zwijgen?

Zondagavond zag ik een foto. In die foto zag ik waar ik zo bang voor ben. Het is geen foto van mannen die in de allerlaatste minuut van de wedstrijd, blessuretijd, hun cluppie met man en macht aanmoedigen tot het onmogelijke, tot  scoren, om te winnen, om keukenkampioen van het jaar te worden of zo.  Nee. Het is een foto die racisme in Nederland een gezicht geeft.

Even nog hoopte ik dat het een foto was die is gemaakt in Den Bosch, in Emmen desnoods, een beetje ver van het bed. Helaas. De foto is gemaakt in het pro-Pietenvak, op het  Emmaplein. In Groningen.

Het is een foto van de supporters van het racisme.
Ze zijn  overal.

Rob Zijlstra
(zwijgen is geen optie meer)

 

De foto is van Anjo de Haan, gemaakt voor het ANP. Het is  (vind ik) een worldpress-waardige foto. Een foto met een verhaal uit een land waar je zo veel agressie niet verwacht. → anjo de haan 

Strange Fruit / billie holiday

→ ↓ → De burgemeester van alles in Emmen

Verleiding van Groningen

Nu is het niet zo dat het alleen Nederlanders zijn die als verdachten in de zalen van het recht verschijnen. Zo is het strafrecht in zittingszaal 14 een tamelijk internationaal gebeuren. Jaarlijks tel ik ruwweg veertig verschillende nationaliteiten in de verdachtenbank. Ze komen uit alle windstreken en dat is ook een beetje de schuld van Groningen.

Groningen heeft een goede naam in het immens grote buitenland. In Groningen, weten ze daar, kun je dag en nacht feesten, je kunt er zoveel drinken en roken als je maar wilt.

Zo waren David (20) en Toni (24) uit Servië vanuit Belgrado in een gehuurde witte Fiat Punto via Hongarije naar Groningen, gereden. Toni zei dat hij een tante wilde bezoeken, David een broer. Maar bovenal wilden ze marihuana roken in coffeeshops.

Omdat ze de weg niet goed kenden, reden ze wat in de rondte en belandden zo in Anloo, in Stadskanaal en in Musselkanaal. Toevallig of niet, steeds op momenten dat daar werd ingebroken in woningen. Toen ze werden aangehouden, in juli van dit jaar, waren ze in het bezit van sieraden die nog maar pas uit die woningen waren gestolen.

De inbraken in Stadskanaal en Anloo ontkennen ze. Die in Musselkanaal niet, want daar werden ze op heterdaad betrapt. ,,Normaal doe ik zoiets niet’, zegt David tegen de rechters. ,,Ik wil mijn excuses aanbieden.’’ Toni: ,,Ja ik ook. Sorry.’’

Toen de rook om hun hoofden
was verdwenen, was het geld op

De rechters vragen (vrije vertaling): ,,Waarom breek je in in Musselkanaal als je naar hier bent gekomen om van de verleidingen van het leven, van Groningen, te genieten?’’ Diepe zuchten. Ze zaten in een coffeeshop. Toen de rook om hun hoofden was verdwenen, was het geld op. Ze wilden direct terug naar Belgrado, maar wisten niet hoe. Toen kwam de honger. Zodoende.

Een van de rechters merkt op dat je met gestolen gouden oorbellen in een supermarkt in Nederland geen eten kunt kopen. Het cynisme van deze opmerking ontgaat hen, ze buigen wel het hoofd. Een gedupeerde op de publieke tribune vraagt aan de rechters of ze beide heren heel hard in het kruis mag trappen. Als het mag, zegt ze, zal ze de schadeclaim die ze heeft ingediend, met alle plezier laten vallen.

De rechters zeggen dat ze dat niet kunnen toestaan.

De trap moet van de officier van justitie komen en die is daartoe wel bereid, zij het dat de pijn wordt gegoten in de vorm van flinke gevangenisstraffen. Uit één woning namen ze de inhoud mee van een kinderspaarpot. De officier van justitie: ,,Hoe laag kun je zakken?’’

Vijftien maanden voor Toni, twee jaren voor David. Dat zijn de eisen. Want niks broer, niks tante, niks mooi Groningen. David en Toni zijn lid van een criminele clan en trekken door Europa om inbraken te plegen.

Het beroepsrisico van
een rondtrekkende bandiet

De officier van justitie weet inmiddels dat beide mannen worden gezocht in Oostenrijk. De politie daar doet onderzoek naar mobiel banditisme, want dat is waar het hier over gaat. David en Toni horen het aan, misschien vinden ze de strafeisen reuze meevallen. Het beroepsrisico van een rondtrekkende bandiet.

Niet uitgesloten is dat ze in de gevangenis Giedrius en Gintares hebben leren kennen. Giedrius (33) en Gintares (52) zijn collega’s uit Litouwen. In de maand dat David en Toni door Oost-Groningen en Drenthe struinden, slopen de twee Litouwers in het duister door stad en ommeland.

Zelfde verhaal. Ze kwamen om feest te vieren, vertellen ze aan de rechters. Om bier en whisky te drinken en wiet te roken. Ze waren op weg naar Engeland, maar maakten in Groningen waarover ze zo veel moois hadden gehoord, een tussenstop.

Origineel zijn de bandieten niet. En moeite om enigszins geloofwaardig te liegen doen ze ook niet. Giedrius en Gintares ontkennen alles, ze zijn zelfs wat geagiteerd. Omdat ze verdachten zijn, omdat ze vast zitten, omdat het allemaal zo lang duurt.

Ze werden aangehouden in de villawijk bij een woning waar was geprobeerd in te breken. De een lag met een schroevendraaier in een heg van coniferen. De ander was van een dak met een vernield dakraam gesprongen. Wat ze daar deden? Giedrius weet het niet, te dronken, te veel wiet. Gintares: ,,Waarom ik op dat dak zat? Misschien was ik aan het hallucineren.’’

De fietsen hadden ze gekocht op
het station in Groningen, van Marokkanen

Nadat ze bij de kladden waren gegrepen, vonden agenten in de buurt twee fietsen. Van een fiets had Gintares het sleuteltje van het slot in de broekzak. De fietsen bleken een dag eerder in Bedum te zijn gestolen.

Bedum? Hadden ze nooit van gehoord. De fietsen hadden ze gekocht op het station in Groningen, van Marokkanen. Er zijn mensen die Marokkanen overal de schuld van geven. Hoe het kon dat op een vensterbank onder een slaapkamerraam in Bedum een vingerafdruk van Gintares was aangetroffen? Geen idee, hij vindt dat raar. Hij heeft tien vingers en maar van een vinger is een afdruk gevonden? Giedrius heeft op zijn beurt geen idee hoe het kan dat in Bedum ook een schoenafdruk is gevonden van een Puma sportschoen, maat 40. Laat hij nou maat 40 hebben en sportschoenen van Puma. Nou? Half zijn land loopt op Puma, mompelt hij.

Ze hadden ov-kaarten. Aan de hand daarvan kon de politie achterhalen dat ze op de dag van de inbraak met de bus van Groningen naar Bedum waren gereisd. Maar niet terug. Teruggefietst op de buit?

Gintares zegt dat als hij het had gedaan, hij het zou bekennen, want als je bekent wat je hebt gedaan, krijg je strafvermindering. ,,Maar ik heb het niet gedaan, dus beken ik niet.’’ Giedrius zegt dat hij blij is dat er in Bedum die dag niemand is vermoord. ,,Anders zouden jullie mij daar ook nog van beschuldigen.’’

Nog erger dan liquidaties

De trap tussen de benen bedraagt in deze zaak vijftien en twintig maanden celstraf. De officier van justitie heeft het anders dan zijn collega van twee dagen eerder, niet over mobiel banditisme. Hij heeft een andere insteek: ,,Woninginbraken worden door burgers als de meest erge misdaad ervaren, nog erger dan liquidaties. Stevige celstraffen zijn daarom op z’n plaats.’’

De twee advocaten hadden in koor om ‘vrijspraak’ geroepen. Het was een roep die zo weinig overtuiging had dat de beide raadsvrouwen de indruk wekten dat ze niets anders hadden weten te verzinnen. Gintares en Giedrius worden hoofdschuddend afgevoerd. ,,Wat een land.’’

Misschien moet dat de boodschap zijn. In Groningen kun je feestvieren tot je er bij neervalt, maar laten we dat vanaf nu een beetje voor ons houden.

Rob Zijlstra

Traditionele overlast

Vuurwerk op Publieksacademie

Naarmate de jaarwisseling dichterbij komt, worden de discussies over vuurwerk feller. De een vindt dat een traditie behouden moet blijven, de ander wil paal en park stellen aan overlast.

Alle reden om vuurwerk te bespreken op de Publieksacademie voor de Rechtspraak, op donderdag 21 november in het Academiegebouw in Groningen.

Er zijn twee sprekers.

Officier van justitie Karin Broere belicht de strafrechtelijke kant. ,,Vuurwerkhandel is ontzettend lucratief en deels in handen van de georganiseerde criminaliteit.’’ Stafjurist Karin Hofman van de rechtbank Noord-Nederland benadert het bestuursrechtelijk. ,,Een gemeente kan veel vuurwerkregels opstellen, maar hoe handhaaf je die?’’

Broere werkt voor het Functioneel Parket, een landelijk onderdeel van het Openbaar Ministerie: ,,Wij komen niet alleen aan het einde van het jaar in actie. We sporen het hele jaar door illegaal vuurwerk op. De handel, ook vaak via internet, is internationaal en voor een flink deel in handen van de georganiseerde criminaliteit. Wij proberen die handel te frustreren door mensen uit de anonimiteit te halen. Het internet is veel minder anoniem dan soms gedacht. Biedt een site vuurwerk te koop aan, dan zoeken we uit wie erachter zit. Is het fout, dan laten we het account uit de lucht halen.’’

Waar die fascinatie voor
vuurwerk vandaan komt, weet ik niet

Vuurwerk eenvoudigweg verbieden – want te gevaarlijk, teveel overlast – is volgens Broere makkelijker gezegd dan gedaan. ,,Vuurwerk waar we vooral last van hebben, is al verboden. Maar er is een markt voor. Vuurwerk heeft aantrekkingskracht op mensen, vooral op mannen tot een bepaalde leeftijd. Waar die fascinatie vandaan komt, weet ik niet. Volgens mij is het nooit onderzocht. We klagen over vuurwerk, maar kopen het ook massaal.’’

Het grote probleem vindt Broere, dat particulieren maar wat doen, al denken ze zelf vaak van niet. Vuurwerk, zelf niet per definitie illegaal, is altijd gevaarlijk. Professioneel vuurwerk wordt illegaal en strafbaar in handen van de particulier. Dan wordt het ook onveilig.’’

Iedereen doet het weer anders,
dus is er veel gedoe en reuring

Stafjurist Hofman volgt de discussies in diverse gemeenten op de voet. ,,Westerkwartier had het over een verbod, maar dat kwam er niet. De gemeente Groningen stelt vuurwerkvrije zones in. In Rotterdam mag vuurwerk afsteken in de ene straat wel en in de andere niet.’’

Er is geen landelijk vuurwerk-beleid. De algemene regel is: op 31 december en 1 januari mag vuurwerk worden afgestoken.

Hofman: ,,Gemeenten mogen het verbieden, vuurwerkvrije zones aanwijzen of zelfs personen gebiedsverboden opleggen om te voorkomen dat ze vuurwerk afsteken. De minister zegt, het is lokaal maatwerk. Dan zie je in de praktijk dat iedereen het weer anders doet. Dus is er veel reuring. Daarom heeft korpschef Erik Akerboom van de Nationale Politie ook gezegd: dit is niet te handhaven, hou er mee op.’’

Politie op de Grote Markt,
Duitsers op de Vismarkt

Groningen wees vorig jaar de Vismarkt en de Grote Markt aan als vuurwerkvrije zones. Hofman: ,,Was er politie op de Grote Markt, dan staken op de Vismarkt Duitsers vuurwerk af. Zones zijn lastig, een totaalverbod ook. Dan mag afsteken in de ene gemeente niet, in de andere wel. Dan ontstaat vuurwerktoerisme dat ook niet bijdraagt aan de oplossing.’’

Als stafjurist van de rechtbank heeft Hofman geen mening. ,,Maar ik kan me wel iets voorstellen bij wat Akerboom zegt. Wat opvalt is dat in Nederland minder mag dan in het buitenland, maar dat wij wel meer gedoe hebben. Je kunt je ook afvragen waarom je als particulier vuurwerk mag afsteken.’’

In de gemeente Westerkwartier, dat afzag van een vuurwerkverbod, stelde lokale partij 50Plus dat vuurwerk jaarlijks 400 slachtoffers eist, waar sport per jaar leidt tot 4,4 miljoen geblesseerden. Hofman: ,,Dus moet het maar kunnen. Ik weet niet of dat de juiste discussie is.’’

De Publieksacademie voor de Rechtspraak bestaat sinds november 2014. En dus vijf jaar. De lezingenserie is een initiatief van Dagblad van het Noorden in nauwe samenwerking met de rechtbank Noord-Nederland, het Openbaar Ministerie en de Rijksuniversiteit Groningen. Doel is (onder meer) om actuele thema’s uit de rechtspraak voor een groot publiek toegankelijk maken.
Kaarten voor de lezing van Karin Broere en Karin Hofman zijn gratis. Aanmelden moet wel. Dat kan via de kaartensite van Dagblad van het Noorden
datum: donderdag 21 november
tijd: 19.00 – 21.00 uur
locatie: Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

 

De tekst van dit verslag staat vandaag ook als artikel in Dagblad van het Noorden