zittingszaal 14

Niet van harte

De officier van justitie
noemt het een stoer, maar
volstrekt kansloos verzoek

Derk is geboren op 22 april 1983. Op die dag stond in de krant dat Ronald en Erwin Koeman samen zouden debuteren in de komende wedstrijd van Oranje. Tegen Zweden. En ook dat het vertrouwen in de internationale luchtvaart terug was. Derk is vandaag 34 jaar geworden.

Hij wel. Dennis Bruns uit Musselkanaal zou in januari van dit jaar 29 jaar worden, maar werd een week voor zijn verjaardag doodgeschoten. In Foxhol. Door Derk. Dat is voorlopig de situatie.

Derk viert zijn verjaardag in de gevangenis. Misschien is dat niet de eerste keer, want hij zat vaker ‘binnen’ zoals boeven de gevangenis noemen. Wie binnen zit, wil altijd naar buiten waar de vrijheid heerst. Voor Derk is dat niet anders, hoewel hij er waarschijnlijk rekening mee houdt dat hij ditmaal wat langer binnen moet blijven.

Hij ontkent niet dat hij Bruns heeft doodgeschoten. Zijn lezing: het was hij of ik. Voor hetzelfde geld was het dus andersom geweest en had ik gemeld dat het niet goed gaat met de Noordelijke scheepsbouw en dat de vakbonden van overheidspersoneel fel gekant zijn tegen de regeringsplannen om twee gedetineerden op één cel te plaatsen. Dat stond in de krant op de dag dat Dennis Bruns werd geboren.

Afgelopen week moest Derk met drie anderen die bij de dood van Bruns betrokken zijn komen opdraven in zittingszaal 14. Het ging om een pro formazitting. Op zo’n zitting moeten de rechters onder meer checken of het nog wel terecht is dat verdachten binnen zitten, dus ontdaan van de vrijheid van buiten. Hoewel Derk de hoofdverdachte is, wil hij naar huis, zegt advocaat Yehudi Moszkowicz. Derk komt dan wel terug als de strafzaak dient, oppert de raadsman.

De officier van justitie noemt het een stoer, maar volstrekt kansloos verzoek. Het is een verzoek voor de bühne. De geachte raadsman, zegt de aanklager, weet donders goed dat van moord verdachte mannen in voorlopige hechtenis horen te zitten.

Het is even na half drie als Derk de rechtszaal betreedt met het hoofd kaalgeschoren, de handen opgeborgen in de zakken van een sportjack. Hij zegt ‘moi’ tegen de rechters en ‘yes’ als die hem vragen of het klopt dat hij is geboren in Slochteren. De rechters zeggen dat hij niet verplicht is vragen te beantwoorden, maar dat hij wel goed moet opletten. Derk: ‘Yo.’

Ik heb hem vaker de rechtszaal zien binnenkomen. In november vorig jaar nog. Hij werd toen verdacht van handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding, na een achtervolging door Hoogezand, werden drugs in zijn auto aangetroffen, allerhande soorten. In de auto lagen meerdere telefoons, een boel bankbiljetten in de broekzak. Overduidelijke indicaties, zei de officier van justitie, dat Derk een drugsdealer is en niet zo’n kleintje ook.

Derk had de schouders maar wat opgehaald. En ‘tja’ gezegd. Hij kocht weleens wat drugs voor vrienden bij een hem onbekende Surinamer in Groningen. Dat maakt hem toch nog geen dealer? En het geld in de broek, was geen drugsgeld, hij heeft altijd veel geld op zak omdat hij ouderwets is, alles in contanten betaalt. Om dit te bewijzen gaat hij wat verzitten en grijpt hij met de rechterhand in de rechterbroekzak en legt een stapel verfrommelde biljetten op tafel. Het is bijna duizend euro. ‘Tja’, hadden toen de rechters op hun beurt gezegd.

In de auto werd ook een gestolen invalidenparkeerkaart gevonden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft, verklaarde Derk: ‘Daar zit handel in.’

De officier van justitie had opgemerkt dat Derk zo ongeveer alle straffen al eens heeft gekregen, dat dit de achtste keer was dat hij terecht moest staan en dat uit rapportages van deskundigen kon worden opgemaakt dat Derk niet erg bereid is zijn leven te beteren. Hulp wilde hij ook niet. De deskundigen: er is geen intrinsieke behandelbehoefte.

De officier van justitie: ‘De verdachte is puur gericht op geld verdienen.’
De rechters: ‘Op zich is daar niets verkeerds aan. Je kunt er zelfs president van Amerika mee worden.’
Derk: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De eerste keer dat ik Derk zag was in 2011. Ook toen was de verdenking dat hij handelde in veel harddrugs. Hij was in zijn auto aangehouden, in diepe slaap en gebogen over het stuur, terwijl de auto met draaiende motor voor het rode en dan weer groene verkeerslicht stond. Surveillerende politiemannen hadden de auto zien staan en toen ze dichterbij kwamen voor poolshoogte roken ze hoe laat het was. Tjokvol drugs.

Op 28 november 2016 werd Derk veroordeeld tot zeven maanden binnen. Welgeteld 46 dagen na die veroordeling schiet hij in Foxhol Dennis Bruns dood.

Advocaat Yehudi Moszkowicz zei afgelopen week dat Derk die avond moest vechten voor zijn leven. Het was zelfverdediging, noodweer. Derk zelf merkte op dat het ‘zo natuurlijk niet had gemoeten’. Volgens de officier van justitie kan van zelfverdediging geen sprake wezen. Zei: ‘Dennis Bruns is in zijn rug geschoten, drie, vier kogels tussen de schouderbladen. Dat past niet bij noodweer.’

In de rechtszaal moet de waarheid altijd achteraf worden gereconstrueerd door hen die er niet bij zijn geweest. Wat inmiddels vast is komen te staan – zo wordt aangenomen – is dat Derk met anderen een halve kilo cocaïne wilde verkopen en dat de kopers, onder wie Dennis Bruns, deden alsof. In werkelijkheid wilden ze de drugs stelen. Rippen. Op tafel lag een envelop met daarin nepgeld met vingerafdrukken. Er ontstond onenigheid. Die liep eerst uit de hand en toen volledig uit de klauwen: er werden vuurwapens getrokken en er werd geschoten.

Om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, wordt binnenkort een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. In Foxhol, op dezelfde plek en in aanwezigheid van Derk die dan aanwijzingen moet geven. Ergens veel later dit jaar (en misschien pas in 2018) volgt dan de echte strafzaak.

In november had de officier van justitie aan Derk gevraagd wat er moet gebeuren om te voorkomen dat hij ooit weer in de rechtszaal moet komen opdraven. Derk had toen ‘huisje, boompje, beestje’ gemompeld en verder niets. In 2013 had een andere officier van justitie hem diezelfde vraag gesteld. Toen had hij wat nukkig geantwoord: ‘M’n levensstijl aanpassen en ‘s avonds om tien uur naar bed.’

Van harte ging het niet.

Rob Zijlstra

Hork

Er vloeien dan tranen, er komt
een extra glaasje water of
een korte schorsing om even
diep adem te kunnen halen.

Uitgerekend op het moment dat de officier van justitie vertelt dat het slachtoffer ook een vader was, een vader die een zoontje van 7 jaar achterlaat, snuit de verdachte met kracht zijn neus in een grote rode zakdoek. De droeve woorden die zojuist zijn gesproken ontgaan hem. Hork is geen jongensnaam. Zou dat wel zo wezen dat heette de verdachte in dit verhaal Hork. Ik noem hem Botte. Hij is 46 jaar.

Botte heeft op 6 maart 2016, zondagochtend rond kwart over zeven, een vreselijk verkeersongeluk veroorzaakt op de Eemshavenweg. Als bestuurder van zijn paarse Fiat Ducato – een bedrijfsbus – komt hij ter hoogte van de afslag Garsthuizen met het rechtervoorwiel in de berm terecht. Een ruk aan het stuur doet de bus naar de linkerberm stuiteren, waar hij kantelt en op de kop in de sloot tot stilstand komt. De 42-jarige Ronald Wolbers uit Assen is uit de bus geslingerd en ligt in het water onder het voertuig. Hij heeft geen schijn van kans. Ronald Wolbers overlijdt ter plaatse.

Ze zijn op stap geweest in de stad en waren op weg naar huis.

In de rechtszaal heten ongelukken in het verkeer niet gebeurtenissen die per ongeluk zijn gebeurd. Ongelukken in de rechtszaal zijn een gevolg van onoplettendheid, onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Als je onoplettend, onvoorzichtig of roekeloos bent, dan is dat verwijtbaar en dus strafbaar. Verdachten die zeggen ‘maar ik deed het niet met opzet’ krijgen te horen dat dat ook niet relevant is.

Wie dan vervolgens zegt ‘maar ik heb die fietser, die voetganger, die andere auto nooit gezien’ zegt daarmee dat hij niet zag wat er wel was en dus dat hij de kop er niet bij had. Wie achter het stuur andere dingen doet dan alert zitten zijn, maakt zich als het dan in een fractie van een seconde misgaat, schuldig aan een misdrijf waar je gevangenisstraf voor kunt krijgen.

Verkeerszaken in de rechtszaal behoren tot de meest heftige strafzaken. Rechters zeggen bij aanvang van zo’n zaak dat ‘er alleen maar verliezers zijn’. Dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachte die dit immers ook niet heeft gewild. De straffen die worden opgelegd zijn meestal werkstraffen al dan niet in combinatie met rijontzeggingen. Officieren van justitie die de straffen eisen zeggen vooraf dat geen enkele straf recht doet aan het leed dat de verdachte heeft veroorzaakt.

De verdachte hoort het aan met het hoofd gebogen, wil het liefst door de grond zakken en spreekt schuldbewust met zachte stem. Er vloeien dan tranen, er komt een extra glaasje water of een korte schorsing om even diep adem te kunnen halen.

Soms heeft de verdachte een kaartje gestuurd met zijn deelneming. Een enkele keer een brief. Soms wilde de verdachte dat doen, maar durfde hij het niet. Hij heeft professionele hulp gezocht om te leren leven met het idee dat je iemand hebt doodgereden, een kind, een vader van een kind.

Zo gaat het vaak. Maar bij Botte ging het anders. Botte erkent in de rechtszaal dat hij achter het stuur zat. Hoewel. Hij had nog geprobeerd politiemensen te doen geloven dat het slachtoffer achter het stuur had gezeten. Verder had hij zich, toen hulpverleners bezig waren een leven te redden, vooral druk gemaakt over zijn gehavende bus.

Botte zegt dat hij niet te hard heeft gereden, hij reed normaal. Twee van de drie inzittenden die de crash overleefden schatten de snelheid op 130 tot 140 kilometer per uur. 100 mocht.

Botte zegt dat het glad was op de weg. Dat was niet zo. Botte ontkent dat hij voor de gein aan het spookrijden was om tegenliggers te fucken. Getuigen: dat deed hij wel.

Botte zegt dat hij nuchter was, dus niet dronken. Ademanalyse: 675 ugl. De max is 220. Eenmaal op het politiebureau sprak hij niet met dubbele tong en als dat wel zo was dan kwam dat vanwege relatieproblemen. Agenten: hij wankelde op zijn benen, hij sprak met dubbele tong.

De auto was niet verzekerd, het rijbewijs ongeldig verklaard. Botte ziet dat anders. Hij wist het niet, dus dan was hij voor zijn gevoel wel verzekerd. Rijbewijs ongeldig? Hij had zijn rijbewijs toch gewoon?

Hij wordt nog lomper. Dat Ronald Wolbers bij het ongeluk om het leven is gekomen, dat kunnen ze wel zeggen, maar wie zegt Botte dat het ook zo is? Hij wist niet eens dat die man bij hem in de bus zat. Rechters: ‘Wilt u nou beweren dat het slachtoffer er al lag?’ Botte: ‘Ik vind het raar. Wij hadden bijna niets en hij wel.’

En dan is er de eigen verantwoordelijkheid. ‘Die heb je wel als je bij iemand in de auto stapt. Toch?’
Rechters: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’
Botte: ‘Nou dat is toch zo?’
Rechters: ‘Wilt u zeggen dat het de schuld van het slachtoffer is dat hij is verongelukt?’
Botte: ‘Ik was nuchter en daar blijf ik bij.’

De rechters attenderen Botte er op dat er nabestaanden in de rechtszaal zitten en dat zij zijn houding als heel pijnlijk kunnen ervaren. Hij reageert kort: ‘Dat is heel erg voor die mensen.’ Om direct op te merken dat hij slechts één fout heeft gemaakt. Hij had een second opinion van het alcoholonderzoek moeten aanvragen. ‘Dat heb ik niet gedaan, dat is mijn fout.’

Vier maanden na het ongeluk had hij zijn beste vriend mishandeld (gebroken onderarm) na bekvechterij en veel bier op de terrassen van Delfsail in Delfzijl. Botte ontkent
dat hij een alcoholprobleem heeft. De psychologe met wie hij moest praten meldt aan de rechtbank dat Botte
driemaal dronken op de afspraak verscheen en grensoverschrijdende opmerkingen maakte over haar uiterlijk.

Hmm. Botte wil wel maandelijks naar een praatgroepje of zo, maar hij wil niet zoals het dwingende advies luidt opgenomen worden in een kliniek. Moet dat wel, dan in de wintertijd, dan is er toch geen werk voor een stratenmaker als hij. Een werkstraf wil hij niet, want werken voor niks is niks. Een gevangenisstraf? Tss… Hij heeft een huis, een hypotheek, een eigen bedrijf.

De officier van justitie: ‘Zijn gedrag is stuitend. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf en daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar.’

Botte zegt dat als hij zonodig de bak in moet, hij de hele rotzooi wel te koop zet. ‘Dan doen we dat toch lekker.’

Botte Hork.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Veelbelovende dag van niks

Het is niet in uw belang
hier zonder advocaat te
zitten, zeggen de rechters

Het is donderdagochtend, even na negen uur. De komende twee, drie uren in zittingszaal 14 zijn gereserveerd voor twee verdachten die samen geweld hebben gebruikt om een tas te stelen. Dat is de beschuldiging. Een van de verdachten had ook, ook een  verdenking, op iemand geschoten. In de rechtszaal moet dat een poging tot doodslag opleveren. Een van de verdachten kent mij en zegt ‘hoi Rob’. Hij blijkt mijn buurjongen van jaren geleden. Hij vertelt dat hij al eens eerder in de krant heeft gestaan.

De andere verdachte is niet gekomen omdat hij onwel is. Woensdag was hij alleen nog maar misselijk,  maar nu, een dag later, is hij ‘kotsziek’, zo weet zijn advocaat. Punt is dat de verdachte zijn eigen strafzaak wel wil bijwonen, want dat recht heeft hij. De behandeling moet daarom worden aangehouden, worden uitgesteld. Mijn buurjongen van jaren geleden wil in dat geval ook later, meldt zijn advocaat.

De rechters trekken zich terug voor beraad in de raadkamer om tien minuten later mee te delen dat de twee strafzaken vandaag niet worden behandeld. Ontzettend jammer, maar helaas, vinden de rechters. Ze merken op dat het een publiek geheim is dat de agenda van de rechtbank meer dan overvol is, dat het eerstvolgende gaatje volgende week donderdag is en anders wordt het pas eind oktober.

De rechtszaal blijft nu tot half twaalf leeg.

De man die dan terecht moet staan omdat hij wordt verdacht van een straatroof in de binnenstad van Groningen is er wel, maar het onderzoek is nog niet klaar. Dus geen strafzaak. Het wordt zo half twee, tijd voor de man die een tankstation van Shell zou hebben overvallen. De behandeling, zo was al aangekondigd, is later, want de zaak is nog niet zittingsgereed.

De klok tikt naar twee uur ’s middags. Een man komt onder begeleiding de rechtszaal binnen en maakt een ietwat verwarde indruk. Hij heeft geen advocaat, dat wil zeggen, die heeft hij wel, maar die is niet gekomen. Want dat wil hij niet. Hij is immers geen crimineel. Bovendien, met zo’n advocaat erbij wordt het alleen maar erger. Hij wil wel een boete.

De rechters zeggen dat bij ontucht misschien wel een andere straf tot de mogelijkheden behoort en dat het daarom goed is, beter ook, dat de verdachte zich wel laat bijstaan door een advocaat. ‘Het is niet in uw belang hier zonder advocaat te zitten,’ zeggen de rechters. Ze willen de zaak niet behandelen. Rechters moeten niet alleen de belangen van heel de samenleving dienen, maar ook die van die enkele verdachte. Betekent wel: nog steeds geen strafzaak.

En zo zal het blijven. De laatste zaak op de rol, gepland om drie uur, gaat niet door en dat was vooraf ingepland. De man die in Delfzijl zou hebben geprobeerd iemand te doden, is voor later.

Aan het einde van de middag stel ik vast dat het een veelbelovende dag van niks was.

Zoeken naar Jolanda

Een verhaal over een
strafzaak die er
nooit zal komen

Er is

                                          uit Aduard

dag.

via Tros Vermist werd

Haulerwijk

Pierement.

dan weer Appelscha.

 

Wim, haar vader

kerst

  garagebedrijf in Veendam

                                                                     Portugesestraat

zwanger.

radeloos

familie Meijer.

raadsel                                                                   aldus de politie.

een beloning van

                            cold case

                                          paspoort in Leek

 

dat boer B. uit Winsum al zijn geld

       honderden tips

Henk H.

                                       of er ooit

blijven?

Rob Zijlstra

meer over deze zaak: het mysterie van jolanda meijer

 

Vergismoord

Foutje

Mijn gewaardeerde collega Mick van Wely van de Telegraaf twittert en schrijft zich suf over de moord op Djordy Latumahina uit Amsterdam.
Hij noemt dat een vergismoord.
Niet Djordy Latumahina had geliquideerd moeten worden, maar een andere ongelukkige man. Nog los van het drama dat achter deze zaak schuil moet gaan, is vergismoord het lelijkste woord van 2017 tot nu toe.
Daar kan geen Japke tegenop.
Het woord is zelfs zo ontzettend lelijk dat niemand het  zou moeten willen gebruiken.

Vind ik.

Want vergissing of niet, iemand doodschieten die niet doodgeschoten had moeten worden, blijft een kille moord.
Een moord is al erg genoeg en misschien in dit geval nog wel meer dan dat.

Ik moest denken aan de Hoornse taart, aan het arrest van 19 juni 1911.

De 63-jarige Johannes Beek uit Haarlem meende toentertijd een appel van jewelste te moeten schillen met de Hoornse marktmeester Willem Markus (84). Beek had een hekel aan Markus. Deze laatste was belast met het toezicht op de kermis van Hoorn. Beek was zijn ondergeschikte en had als taak het geld te innen van de kermisexploitanten. Dat geld, of een deel daarvan, stak hij echter in eigen zak. Markus kreeg daar lucht van, lichtte de burgemeester in en Beek werd op staande voet ontslagen.

Werkloos thuis – het is 1910 – zinde de boze Johannes Beek op wraak.
En hoe.
Hij kocht bij de bakkerij aan de Grote Houtstraat in Haarlem een lekkerste taart, stopte daar meer dan genoeg arsenic trioxide in – dat is rattengif – en liet de lekkernij in een bijbehorende cadeaudoos via Van Gend en Loos, misschien wel met een mooie strik erom,  bezorgen bij de woning van die vreselijke Willem Markus.

Grietje, de vrolijke dienstmeid, deed de deur open en nam de doos met lekkers namens haar werkgever in ontvangst. Maria Markus – Musman, de echtgenote van Willem, lustte alvast een stukje. Een paar uur later bezweek zij aan het rattengif.

Was de wraakzuchtige Beek strafbaar aan deze onbedoelde moord?
Hij wilde de heer Markus doden, hij had niet de opzet om mevrouw Maria om te leggen.
En opzet is wel een vereiste, schreef het wetboek van Strafrecht toen nog, om een strafbare dader te kunnen zijn.

Beek kreeg levenslang, want de juristen bedachten de voorwaardelijke opzet.
Net zo erg.
De juristen zeiden: ‘Indien iemand bij de uitvoering van zijn misdrijf niet het oogmerk heeft om andere personen te raken, maar deze kans wel aanvaardt, is er sprake van voorwaardelijk opzet en kan er derhalve toch aan het bestanddeel opzet worden voldaan.’

Vergismoorden bestaan niet.

Rob Zijlstra

bron: De Hoornse taart (en andere rechtsmonumentjes) van Fred Soeteman (en geïllustreerd door Chris Roodbeen)

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

De misplegers

Ik kijk vaak naar de omroep Max
en dan zie ik allemaal mensen
die uit het leven willen stappen

De misdaad kent veel gezichten. Eén gezicht van de misdaad is het gezicht dat schreeuwt om aandacht. De pleger misbruikt de misdaad dan een beetje. Hij is er niet op uit iemand een kop kleiner te maken, wil geen wraak om welke redenen dan ook en wil zichzelf ook niet verrijken ten koste van een ander. Nee. Hij wil gehoord worden, wil dat er een keertje iemand even naar hem luistert of een arm om hem heen slaat. De misplegers.

Het strafrecht maakt geen onderscheid, maar scheert iedereen over een kam. Ook de mispleger wordt opgepakt, in voorlopige hechtenis genomen, verhoord, veroordeeld en na een laatste woord opgesloten in de gevangenis.

Op een dag, een alledaagse dinsdag, in augustus van het vorige jaar kreeg de politie ’s middags een 112-melding. Overval Q8-tankstation te Ter Apel. De overvaller met witte doeken om het hoofd geslagen was te voet gevlucht. Twee mannen die in de carwash hun Mercedes-Benz Sprinter stonden te schrobben hadden het gezien en waren onverschrokken in de bus gesprongen om de achtervolging in te zetten. Ze zagen de hollende dader verdwijnen in het struikgewas.

De politie arriveerde rap en op aanwijzing van de achtervolgers konden ze Martin (25) na een klein uur zoeken, aanhouden. Hij had zich verstopt tussen de bramenstruiken, met de enkels weggezakt in de zompige modder. Toen de agenten hem vastgrepen, begon hij te huilen.

De buit bedroeg 486 euro. Veel biljetten, een beetje muntgeld. Had Martin bij de overval een wapen gebruikt? Nee. Hij was naar de ingang van het tankstation gelopen. De medewerkster stond daar een sigaret te roken. Hij had haar met grof kabaal naar binnen gedwongen en toen geroepen dat hij geld wilde (’I want money’). De medewerkster was zo onder de indruk van zijn lichaamstaal, dat ze de lade uit de kassa haalde en die op de toonbank zette. Zo was het gegaan.

Er is nog wel een dingetje. Toen de mannen in de Mercedes achter hem aanreden, leek het even alsof Martin naar een verderop geparkeerde groene Renault Clio spurtte. Die auto was van zijn moeder. In de auto zat een man. Was die man een handlanger? Stond de Clio daar een vluchtauto te zijn? Martin zegt van niet.

De man in de Clio was Appie, een huisvriend die zijn moeder vaak helpt met boodschappen doen. Hij had aan Appie gevraagd hem naar Ter Apel te brengen. Martin woont in Emmen. Zodoende.

Rechters: ‘Dus deze Appie stond u niet op te wachten?’
Martin: ‘Nee, nee, echt niet.’
Rechters: ‘Misschien wilt u hem niet verlinken, houdt u hem uit de wind.’
Martin: ‘Ik snap dat u zo denkt, het ziet er ook best wel vaag uit allemaal. Maar het is niet zo.’

Grote vraag: waarom? Waarom, willen de rechters weten, pleegt een jongeman van 25 jaar een overval op een tankstation? Martin vindt het een heel goede vraag, maar een passend antwoord kan het er niet bij geven.

Martin zegt: ‘Ik zat in een donkere periode. Thuis ging het niet goed, ik had ruzie met mijn vader. Er was iets in mij geknapt, als ik het zo mag zeggen. En ik was ook een beetje depressief in mijn hoofd.’
Rechters zeggen: ‘Ja maar… je pleegt toch een overval om geld te maken, om er rijker van te worden? Toch niet om uiting te geven aan je gevoelens?’
Martin weet het niet. De officier van justitie wel: ‘Hij verdient straf, want wat hij heeft gedaan kan niet, zoiets brengt onrust in de samenleving om over de enorme impact die het heeft op het slachtoffer nog maar te zwijgen.’
De advocaat: ‘Het was een schreeuw om aandacht.’

De aanklager wikt en weegt, dreigt heel even met 24 maanden eenzame opsluiting om uiteindelijk 57 dagen celstraf te eisen, dat zijn precies de dagen die Martin al achter slot en grendel heeft gezeten. Daarnaast een werkstraf van 240 uur. De reclassering zal hem helpen en begeleiden. Hij hoeft met deze eis dus niet terug naar de gevangenis. Maar bij nieuwe aandachtvragerij liggen er 365 dagen voorwaardelijke celstraf op hem te wachten.
Rechters: ‘Wat vindt u van deze eis?’
Martin: ‘Ik vind het eigenlijk wel goed en terecht ook.’

Heeft Martin hier de misdaad misbruikt om hulp te krijgen, zoals zijn advocaat beweert? Of is niet hij, maar Guus de echte mispleger? Guus? Wie is dat?

Guus is een 65-jarige man uit Groningen. Hij had niks overvallen, maar wel 112 gebeld met de mededeling dat hij niet verder wilde leven. Hij kondigde aan dat hij zichzelf in brand zou steken. Hij gaf zijn adres door, ging in de woonkamer zitten en schonk zichzelf nog een jenevertje in. Toen twee agenten ter plaatse kwamen roken ze gas. In de keuken had Guus twee van de vier gaspitten halfopen gedraaid. De voordeur stond open, maar dat was vanwege de hond.

De officier van justitie heeft aan Guus een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing ten laste gelegd.

Guus zucht. Hij zegt dat hij uit wanhoop heeft geschreeuwd dat hij dat zou doen. ‘Ik had die twee gaspitten opengezet voor het idee, om een gaslucht te krijgen, zodat het leek alsof het menens was. Ik zocht hulp en dat heb ik helemaal op de verkeerde manier gedaan. Ik was van streek, ik wilde helemaal niet dood.’

Rechters: ‘U zegt dat u van streek was. Maar was u ook in de war?’
Guus: ‘Mijn zus, mijn lievelingszus, was ziek en had besloten dat ze niet verder wilde leven. Daar had ik heel veel moeite mee. Ik zag geen toekomst meer. Ik dacht toen, dan ga ik er ook maar vandoor.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’
Guus: ‘Ik kijk vaak naar omroep Max en dan zie ik allemaal mensen die uit het leven willen stappen. Ik kan daar niet mee omgaan.’
De rechters willen weten hoe het nu met hem gaat.
Guus: ‘Ik sta weer stabiel op de voeten. Ik kan wel weer naar huis.’

Maar de officier van justitie is onverbiddelijk: ‘Het zal. Er is hier sprake van een strafbare poging. Ik eis een jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.’ Nemen de rechters de eis over, dan moet Guus nog twee maanden zitten.

Problemen? Het strafrecht nemen, de oplossing voor alles.

Rob Zijlstra

 

 

 

 

 

Strijder

John Lanting strijdt al jaren tegen instanties die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning en de daaraan gekoppelde aardbevingsproblematiek. Lanting doet dat op eigen wijze.

Probleem in Groningen (een van de) is de trage afhandeling van schade en het achterwege blijven van het vergoeden van de schade aan woningen en gebouwen. Dit ondanks het feit dat de NAM zegt aansprakelijk te zijn, een standpunt dat is onderstreept door uitspraken van de rechtbank.

Een jaar geleden ging John Lanting een paar keer boos op pad. Hij vernielde een hek, knipte draadjes door, spoot met een spuitbus leuzen op een kantoorpand van de NAM in Assen en gooide tien in Uithuizermeeden gekochte eieren tegen een ruit van het Centrum Veilig Wonen, de instantie die belast is met de schadeafhandeling.

Maandagochtend moest John Lanting zich verantwoorden voor de politierechter.

omgekeerde wereld

De omgekeerde wereld. Zo voelde het in de rechtszaal. De wereld op de kop. John Lanting (56) uit Uithuizermeeden, strijder tegen de aardbevingen veroorzakende ‘gasmaffia’ – zoals hij de NAM en consorten steevast noemt – stond terecht omdat hij (kleine) vernielingen heeft aangericht aan eigendommen van de NAM.

Of hij dat heeft gedaan?
Dat wil de politierechter weten.
Jazeker heeft hij dat gedaan.
Zegt: ‘Ik strijd altijd met open vizier. En ik sta er nog voor de volle honderd procent achter.’

Zou hij het weer doen?
Ietsje voorzichtiger nu: ‘Vast. Want het zijn emoties.’
En dan, weer als een wervelwind: ‘Ze slopen onze bezittingen, onze huizen, onze gezondheid en dat doen ze 365 dagen per jaar. Dat kan allemaal maar. Wij horen hier niet te zitten.’

De politierechter: ‘Als alle gedupeerden zouden handelen als u dan wordt het een chaos in Groningen.’
Lanting: ‘Maar het is hier al chaos, mevrouw de rechter.’
Het publiek heeft hoorbaar moeite om te doen waar de rechter om had verzocht: mond houden.

Lanting ziet zijn acties (‘reacties’) vooral symbolisch. Bij een boorlocatie bij Zeerijp had hij ‘drie draadjes’ doorgeknipt. ,,Om de vogeltjes te bevrijden, de vogeltjes dat zijn mijn vrouw en ik. Ik heb ons bevrijd uit deze gevangenis waar de gasmaffia ons en met ons vele anderen in heeft gestopt.’’

Lanting voelt zich niet veilig in zijn woning, zijn geboortehuis, en strijdt voor een goede uitkoopregeling. Al jaren. Zijn acties zijn het gevolg van woede, frustratie en machteloosheid. ‘Het is noodweer.’

Bij het Centrum Veilig Wonen (waar hij niet meer mag komen) in Appingedam gooide hij tien eieren tegen de ruiten. ‘Bewust eieren, om niets te vernielen’, zegt Lanting.
Officier van justitie Henk Mous legt uit wat vernielen juridisch betekent: ‘Eieren tegen een raam gooien is vernieling want het raam kan niet meer worden gebruikt waarvoor het is gemaakt.’
Hoongelach in de zaal.
Mous maakt geen vrienden.

En dat doet hij ook niet met de strafeis.
Tegen Lanting: ‘Ik heb begrip voor uw situatie, maar wij hebben allemaal afgesproken in het dikke wetboek van strafrecht dat we ons aan de regels houden.’
Geboe op de tribune.
De aanklager eist een toegangsverbod voor alle NAM-locaties in heel Nederland om te voorkomen dat Lanting opnieuw strafbare feiten gaat plegen. Voor elke overtreding: drie dagen celstraf. Daarnaast een boete van 500 euro.

Lanting, kwaad, vinger in de lucht: ‘Dit is intimidatie en onderdrukking. U brengt mij hiermee nog meer in psychische nood.’

De politierechter is het ook niet met de officier van justitie eens.
Ze legt een voorwaardelijke werkstraf op van 40 uur.
Merkt op: ‘Een gebiedsverbod vind ik te ingrijpend.’
Lanting reageert: ‘Hier kan ik mee leven.’

Naast deze stok achter de deur – want zo moet de straf worden gezien – moet Lanting 112,50 euro betalen aan het Centrum Veilig Wonen.
Dat is de berekende schade.
Het betreft de schoonmaakkosten van de ruit waartegen tien eieren aan hun einde kwamen.
Er waren twee mannen van het Centrum Veilig Wonen naar de rechtbank gekomen om dat toe te lichten.

Waarom dat 112,50 euro moet kosten, bleef onbesproken.
Waarom het Openbaar Ministerie heeft besloten om olie op het vuur te gooien door van deze zaken een strafzaak te maken, ook.

Rob Zijlstra

Boer & koe

Twee dagen later werden de
schokkende beelden aan
heel het land getoond

De officier van justitie is duidelijk, Gert is vooral kwaad. Dieren, zegt de officier van justitie, hebben net als mensen rechten. Dieren horen vrij te zijn van pijn, van ziekte en van stress. Veehouder Gert (57), nors: ‘Ik geef dieren altijd een kans.’

De aanklaagster geeft op haar beurt boer Gert een kans. Wel een laatste: ‘Ik eis een voorwaardelijke sluiting van zijn bedrijf. Gaat hij weer in de fout, dan moet het veebedrijf een jaar dicht. Dan is het einde verhaal.’

Wanneer de economische politierechter de eis, die hij mild noemt, grotendeels overneemt, pakt Gert zijn boeltje bij elkaar, kwakt hij alles in een jute Spar-tas en maakt aanstalten de rechtszaal vroegtijdig te verlaten. Als het moet, zo lijkt het, loopt-ie dwars door de deur van hout. Hij is niet meer kwaad, hij is nu ziedend. Hij moet, dat is de straf, gedurende honderd uren een werkstraf uitvoeren. De geëiste vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf legt de politierechter niet op. Maar wel de voorwaardelijke bedrijfssluiting.

Gert, halverwege de zitting, toen hij nog gewoon kwaad was: ‘Ik hou van mijn dieren. Ik doe mijn best, maar het gaat wel eens fout. Ieder mens maakt fouten. Dat is nooit leuk, maar ik doe het niet expres. Per-ti-nent niet.’

De drie politiemannen van de afdeling beestenboel zitten op de publieke tribune en horen het hem zeggen. Ze zeggen dat ze wel beter weten. Gert is een slechte boer. Bestaan er veel slechte boeren? In elke gemeente zijn er wel een paar, zeggen de mannen van de politie.

Gert kwam een jaar of zes geleden naar Noord-Groningen, na naar verluidt wat problemen elders in de provincie. Hij kwam om opnieuw te beginnen. Hij kan leven van zijn bedrijf, hij heeft een vriendin, maar – en dat vooral – hij heeft een moeizame relatie met de rest van de wereld. De rechter zegt dat hij dat in het dossier heeft gelezen. Is dat zo? Gert haalt de schouders op. ‘Ik heb geen behoefte aan buren.’

Die buren zitten ook in de rechtszaal. Een van hen had 112 gebeld toen Gert, augustus vorig jaar, een dode koe met een stuk touw aan de tractor door het weiland trok, met zo’n 20 kilometer per uur naar de boerderij, honderden meters verderop. Toen later de veearts kwam, bleek de koe niet dood. Het beest leefde nog, maar was er zo slecht aan toe dat de arts met de verlossende spuit moest komen. Koe alsnog dood.

Gert ontkent. Zegt dat hij toch niet met een koe aan een stuk touw achter zijn tractor door het weiland gaat sjezen. ‘Dat heeft toch geen nut?’ Hij dacht dat het beest dood was. Zegt: ‘Er zat geen muziek meer in. Inschattingsfout. Ik ben ook maar een mens.’

De politierechter: ‘Maar waarom dan zo, op zo’n ruwe manier.’
Gert, nuchter: ‘Je moet zo’n koe van het land halen. Ik kan geen 800 kilo op de nek tillen.’

instanties

De buurman had niet alleen 112 gebeld. Hij had het gesleep met het dier ook gefilmd. Want de maat was vol. Al vaker hadden de buren aan de bel getrokken bij de instanties, maar veel hielp dat niet. Daarom ging het filmpje naar SBS6, naar Hart van Nederland. Twee dagen later werden de ‘schokkende beelden’ aan heel het land getoond. Toen kwamen de instanties wel.

Gert: ‘Verschrikkelijk. Die beelden zijn via het internet de hele wereld overgegaan. En wie zegt mij dat die beelden er weer vanaf worden gehaald? Het is geestelijke mishandeling. Terreur. Zoiets verwacht je toch niet van je buren?’

Het was niet alleen het sleepincident. Er liepen kalveren op het veebedrijf rond zonder oormerken, zonder die lelijke gele flappen. Een economisch delict. Gert ziet dat anders. ‘Die kalveren hadden geen flappen, klopt, maar ze waren wel geregistreerd zoals het hoort. Het probleem met die oormerken is dat de oren ervan gaan ontsteken. Wil ik een kalf verkopen, dan moet ik ‘m ongeschonden afleveren, niet met een half oor, dan raak ik ‘m niet kwijt.’

Er waren vaker zieke koeien die dagenlang kermend en kreunend in de wei lagen en uiteindelijk stierven. Met wratten in ogen, met infecties en enge wonden met daarin krioelende maden die de tijd van hun leven hadden, evenals de kraaien die niet konden wachten.

De officier van justitie zegt dat een boer er zijn eigen denkwijzen op mag nahouden. ‘Boer Gert is van de natuur. De koe ziek dan moet de natuur zijn werk doen. Maar zijn zienswijze botst met de wet. Hij kiest er zelf voor om boer te worden, dan moet je je aan de regels houden. Wat hij heeft gedaan is ronduit wreed, er is hier sprake van een ernstige vorm van dierenmishandeling. Het sterftecijfer op zijn bedrijf met een matige stalhygiëne is dertig procent, dat is extreem hoog.’

fors kader

Een gevangenisstraf zou op z’n plaats zijn, zo gaat de officier van justitie verder, maar dan komt ze met de laatste kans op de proppen, met dus die werkstraf en de dreigende stillegging van het bedrijf. De officier van justitie noemt het een ‘fors kader’.

Gert heeft een advocaat meegenomen, maar die weet het verschil niet te maken. Volgens de advocaat hebben de koeien het vooral aan zichzelf te danken en als dat niet waar is dan verwijst hij naar de Oostvaardersplassen waar dieren ook aan de grillen van de natuur zijn overgeleverd. ‘Opvattingen van de mens over dierenwelzijn veranderen voortdurend.’

De politierechter hoort het aan en zegt nog, nadat hij het vonnis mondeling heeft uitgesproken en toegelicht, dat hij gelooft dat Gert heus van goede wil is. ‘Ik gun u dat het weer goed komt.’ Maar de veehouder hoort dat al niet meer, hij is dan al overgegaan van kwaad naar ziedend. Ook het ‘uw buren zijn er niet voor om u in de gaten te houden en u te filmen’ ontgaat hem.

Na afloop van de zitting waar een uurtje voor was uitgetrokken, maar die vier uren duurde, zegt een van de buren: ‘Zo’n rechter kan dat nou wel zeggen, niet filmen, maar als we dat niet hadden gedaan, was niemand in actie gekomen. Het heeft wel geholpen.’

Rob Zijlstra

 

Stromend geld

Nurks komt Freddie – borst vooruit, kin ietwat
opgetrokken – de rechtszaal binnengewandeld

Er was deze week een pas gescheiden man uit Grootegast die op een feestje in Assen, lurkend aan zes flessen bier, de polka had gedanst. Daarna was hij in de auto gestapt en reed hij onbedoeld tegen de vangrail. Nu moet hij voor straf 34 uur werken en aan zijn baas – man is vrachtwagenchauffeur – vertellen dat hij vier maanden zonder rijbewijs is.

Er was ook een man uit Veendam die vreemdging en zijn daden wilde ’ontvreemden’ door zijn bedrogen partner van het leven te beroven, hetgeen geschiedde. Het politieonderzoek is zo goed als klaar, maar de rechters hebben pas het komende najaar tijd de zaak op inhoud te beoordelen.

Er waren  drie mannen niet komen opdagen die vanuit de onderwereld waren opgeklommen naar misschien wel de bestuurlijke bovenwereld van Delfzijl om zo beter te kunnen handelen in drugs. Of dat waar is moet nog blijken. De vermeende ondermijning wacht al ruim twee jaar op berechting.

Er was een voormalig gemeente-ambtenaar uit Groningen die als ’financieel hulpverlener’ 98.315 euro zou hebben verduisterd, geld dat toebehoorde aan mensen met grote schulden, aan de mensen die hij hielp. Hij zou dat hebben gedaan tussen 2010 en maart 2014. Ook hier wacht het recht op z’n beloop.

En Freddie (30) was er. Gelukkig hadden ze wel tijd voor hem. Freddie is in tegenstelling tot de anderen vaker in zittingszaal 14 veroordeeld. Van de voorbije vijf jaren zat hij voor verschillende misstappen er vier achter de tralies. Freddie vindt dat wie vaker wel dan niet is opgesloten een goed alibi heeft. Dus hij ontkent.

Freddie woont in de gevangenis omdat hij bijvoorbeeld betrokken was bij een gewelddadige woningoverval in Groningen. Na die overval, in 2015, dook hij onder in Leeuwarden. Wie nou zou hem daar zoeken? Maar Opsporing Verzocht besteedde aandacht aan de zaak en zond door heel het land beelden uit van een man met een zwart petje op zijn hoofd en met een stoer loopje. Onmiskenbaar Freddie. Hij werd gearresteerd en de rechtbank veroordeelde hem tot anderhalf jaar celstraf.

Tijdens het onderzoek naar die woningoverval werd zijn telefoon getapt. De meeluisterende agenten kregen zo kennis van meer strafbare feiten: Freddie zou zich ook bezighouden met het oplichten van mensen via martkplaats.nl . Hij zou dat samen met ene Jerry (26) uit Assen doen.

Nurks komt Freddie – borst vooruit, kin ietwat opgetrokken – de rechtszaal binnengewandeld. Met een schuin oog kijkt hij naar de rechter die hij een paar maanden eerder had uitgescholden. Hij had ‘vuile hondenkop’ geroepen. En ‘kankermongool.’ Omdat hij niet naar huis mocht. Zo onbeleefd zijn helpt doorgaans niet. De rechter – wat gewend – heette hem evenwel van harte welkom. ‘Goed dat u er bent, gaat u zitten.’

Jerry is er niet. Jerry is aan lager wal geraakt. Droef gedoe. Hij heeft geen besef van welke dag het is, laat staan dat er in zijn beleving een dag bestaat waaraan gekoppeld een tijdstip waarop hij in het gerechtsgebouw van Groningen moet verschijnen. Hij leeft in een andere werkelijkheid. Zijn advocaat: ‘Het is voor Jerry buitengewoon lastig om afspraken na te komen. Ik heb contact met hem per e-mail. Soms geeft hij antwoord, soms ook niet.’

Welgeteld 381 mensen hebben aangifte gedaan. De gedupeerden kochten voor een paar tientjes tot een paar honderd euro entreekaarten voor concerten en evenementen op marktplaats.nl . Een misdaad van grote eenvoud: wie betaalde kreeg niks. Wie daarna telefonisch verhaal kwam halen, werd onvriendelijk aan het lijntje gehouden of afgeblaft.

Het betrof entreekaarten voor de Winterefteling, voor Kensington, de metalmeeting in Eindhoven, voor festival Dekmantel in Amsterdam, voor het Supersized Freestyle-feest in Tilburg, voor U2, voor toegangskaarten om samen met Linda tv-opnames van Ik hou van Holland bij te wonen (daar moet je kennelijk voor betalen). Anderen dachten voor weinig de game FIFA 15 te kopen of de niet meer in de winkel verkrijgbare lampen van Nijntje a tachtig euro.

Het geld stroomde binnen. Dat wil zeggen, het geld belandde op bankrekeningen van katvangers. Zo kwam er geld binnen op de bankrekening van de zwaarverslaafde Johanna. Op een dag 24 keer, opgeteld 2300 euro. Haar bewindvoerder vond dat maar gek. Meestal verdween het geld via pintransacties nog diezelfde dag. De officier van justitie denkt dat Freddie en Jerry er een dagtaak aan hadden.

Freddie ontkent. Zegt dat hij in de gevangenis zat en echt geen wifi heeft op cel. Hoe dan? Goed hij had verlof gehad, zestig uur, en toen was hij bij Johanna in Groningen geweest, in haar huis vol drugsgebruikers. Die Jerry die hij niet kent, was er ook, zag er niet uit. Die gast zat de hele dag achter de computer. Geven ze hem de schuld? Logisch. Ze hebben redenen te over een ander de schuld te geven. Samenvattend: ‘Ik heb er niks mee te maken, maar ik zit al bijna een jaar vast op verklaringen van een paar crackjunkies.’

In zijn nadeel is dat Freddie in 2013 al eens is veroordeeld wegens internetoplichting. Hij kreeg toen negen maanden. Nadeel is ook dat op zijn laptop informatie is aangetroffen die doet vermoeden dat hij advertenties heeft opgesteld voor marktplaats. Ook zijn er veertien sim-kaarten gevonden in een prullenbak in Leeuwarden. Uit gegevens op die kaarten blijkt dat er contacten zijn geweest tussen het telefoontoestel van Freddie en telefoonnummers die aan gedupeerden toebehoren.

De officier van justitie zegt dat Freddie (met Jerry) niet alleen honderden mensen heeft besodemieterd, maar ook schade heeft toegebracht aan het vertrouwen dat het handelsverkeer zo nodig heeft. Zonder vertrouwen geen handel, geen economie.

Freddie heeft voor deze narigheid inmiddels 317 dagen in een cel doorgebracht. De officier van justitie vindt dat voldoende. Wat hem betreft kan Freddie nu doorgaan met het uitzitten van die achttien maanden die hij kreeg voor die overval. Jerry zat 107 dagen vast. Daar kan, oppert de aanklager, nog wel een half jaartje bij.

Zonder te schelden verlaat Freddie de rechtszaal, tikkeltje minder nurks, maar wel weer met de kin opgetrokken. Als hij ooit vrijkomt, had hij nog gezegd, dan gaat hij weg, weg uit Groningen. Dan gaat hij mooi naar Amsterdam, om daar een normaal leven te leiden. Hoe? ‘Dat gaat jullie niets aan.’

Sietse

Afscheid van het verpleeghuis van mijn vader

In september vorig jaar schreef ik een artikel in Dagblad van het Noorden over het verpleeghuis van mijn vader, over Vliethoven in Delfzijl. Ik schreef dit verhaal omdat het er niet klopte, ik liet mijn vader daar niet met een gerust hart achter.

De ziekte van Parkinson had het sterke lichaam van mijn vader, eens een zeeman, later een werknemer van Akzo in Delfzijl, gesloopt. En alsof dat nog niet voldoende was, meldde zich onaangekondigd de dementie om ongenadig een einde te maken aan wat nog restte. Na een jarenlange verzorging thuis – we moeten vanwege geld zo lang mogelijk thuis – ging het niet meer. In maart 2016 klopten wij moegestreden ten einde raad aan bij Vliethoven.

Het was daar vies, het stonk er, het interieur bestond uit bijeengeraapte oude meuk. De 24 dementerende vaste bewoners kregen geen dag fatsoenlijk te eten, de maaltijden kwamen uit de diepvries, het te weinige verzorgende personeel was belast met het ontdooien en vervolgens met het opwarmen van dagelijkse prut, wie vegetarisch was, was overbodige luxe.
Met de bewoners werd nauwelijks iets gedaan. Kennis over de ziekte Parkinson ontbrak, medicijnen werden bewaard in een rommelhok waar ook de schoonmaakmiddelen stonden. Het meerendeel van het verzorgende personeel werkte zich voor het geregistreerde aantal onderbetaalde uren uit de naad, maar kon nooit op tien plekken tegelijk zijn ook al was dat steeds nodig. Er waren nare geweldsincidenten – bijvoorbeeld – als gevolg van een gebrek aan toezicht.

Ik zocht contact met de raad van toezicht (‘ha ha, u moet niet bij ons zijn’), ik sprak met de directie van De Hoven, de stichting waar Vliethoven deel van uitmaakt. De directie was blij met mijn kritische opmerkingen (‘want uw kritiek, uw kritiek is onze uitdaging’). Vervolgens snurkte de praatjesdirectie rustig verder want er was toch geen geld vanwege Den Haag.
Goed gesprek, nooit meer iets van vernomen, nooit meer een reactie.

Uiteindelijk schreef ik, gefrustreerd, wanhopig, mijn verhaal in de krant, niet lang nadat Hugo Borst zijn geweldige actie was begonnen. Er waren mensen in Vliethoven, mantelzorgers, een betrokken man als Bronger, de vriend van een vriend die zomaar ineens patiënt was geworden, familieleden, allemaal begane echte mensen die hard aan de bel trokken, maar ondanks hun lawaai niet werden gehoord. Het verhaal in de krant hielp (mooi hoor, maar het geeft ook erg te denken).

Want jawel. Er werd beterschap beloofd. De locatiedirecteur werd na het verhaal in de krant aan de kant gezet, er kwam een krachtige interim om orde op zaken te stellen. De interim stelde een onderzoek in naar de omstandigheden op Vliethoven. Niet naar de oorzaken.
Op een bijeenkomst met familie van bewoners presenteerde de interim de uitkomsten van zijn onderzoek: het was nog erger dan erg. Hij zei in de volle zaal: ’’Vliethoven was zo diep gezakt, dat dieper niet kon. We hebben op het punt gestaan Vliethoven te sluiten.’’ Mijn verhaal in de krant bleek een milde versie van de werkelijkheid.

De locatiedirecteur was het ‘dieper dan diep’ kennelijk ontgaan. De interim verviel gelukkig niet in rare praatjes, maar stak zijn nek uit en beloofde beterschap. Ineens bleek van alles mogelijk ondanks dat er eerder geen geld heette te zijn. Er werd een grondige renovatie toegezegd.
Los van het krantenverhaal was er Akke Zijlstra. De echtgenote van mijn vader Sietse. Mijn lieve moeder dus. Ze was er dagelijks. Als een luis in de pels. Als een horzel. Zij klaagde niet alleen aan, maar ze deed ook zelf iets. Ze organiseerde doe-avonden voor de bewoners, zodat er eens wat vrolijks gebeurde, ze bouwde een band op met bewoners die nooit bezoek kregen (en krijgen).

We zijn inmiddels een paar maanden verder. De vloeren zijn vervangen, de plafonds hersteld. De muren zijn leeggehaald en fris geschilderd in aangename kleuren. De oude meuk is de container ingegaan, er is een nieuw interieur gekomen waar over is nagedacht.
Nieuwe gordijnen hebben de lappen die er voor de ramen hingen vervangen. Er is iets, ietsje, meer personeel, niet wat met droge ogen is beloofd, niet wat is toegezegd (‘u mag mij erop afrekenen’). En het eten is nu fatsoenlijk, mits er voldoende vrijwiligers zijn. Echte koks, mensen die verstand hebben van voeding voor zieke mensen, is nog steeds een stap te ver.
Een week geleden, op dinsdag, deed mijn vader nog een rondje Vliethoven, samen met Akke, hun dagelijkse wandeling. Mijn moeder had – want ze zijn al bijna 54 jaar samen verliefd – verkering – mijn moeder had een mooiste rode roos meegebracht, het was Valentijn.

Woensdag werden de laatste nieuwe spullen bij Vliethoven afgeleverd ter afronding van de renovatie. Terwijl de lampen naar binnen werden gesjouwd, werd mijn vader afgevoerd, per ambulance naar het UMCG in Groningen.
Daar is hij ’s nachts overleden aan de gevolgen van zomaar ineens een hersenbloeding. We weten nog niet precies waarom zo ineens. Gisteren (dinsdag) hebben we afscheid van Sietse genomen, moeten nemen. Dat deden we met veel verdriet, maar ook in het besef dat de weg die hij nog moest lopen, een lijdensweg zou zijn geweest die ook steeds onaangenamer zou worden. Zelf was hij in Vliethoven al over de grens heen, over wat hij niet meer wilde als het zover zou komen.

Nu mijn vader zomaar ineens dood is, neem ik ook afscheid van het verpleeghuis van mijn vader
Ik hoop van harte dat de raad van toezicht erop toeziet dat de bonte avonden op vrijdag, die mijn moeder vrijwillig organiseerde, met een borreltje erbij, met avonden die de bewoners plezier brachten, met veel vrolijkheid worden voortgezet.
Ik hoop dat ze dat interesseert.

Ik hoop ook heel erg dat de interim ook zonder stukjes in de krant gaat doen wat hij heeft beloofd en waar we hem op mochten afrekenen: dat het beter zal worden.
Ik maak ondertussen een diepe buiging voor het personeel op de werkvloer. Voor de lieve mensen die mijn vader zo goed als ze konden hebben bijgestaan. Won ik maar de hoofdprijs in de loterij, dan kocht ik een groot huis voor iedereen en dan kwam alles met iedereen goed.
Dat zei bijvoorbeeld Edith en ze meende het.
Zet’m op Edith.
Zet’m op Herma.
Zet’m op Kenneth.

Wees niet bang, lief personeel van de werkvloer, wees niet bang voor die doorgeschoten bobo’s, die waardeloze toezichthouders op papier, de managers, de directeuren, maar help hen.
Leg aan ze uit dat stank stinkt.

Dag verpleeghuis van mijn vader.
In september 2016 schreef ik er een verhaal over in de krant
In september 2017 loop ik er nog een keer naar binnen.
En als het nog steeds moet, als het er nog steeds stinkt, dan schrijf ik weer een stukje in de krant.
Maar dan met naam en toenaam.

Rob Zijlstra

Dag van de Advocatuur

Het is vandaag in Groningen een beetje de dag van de advocatuur. Waarom? Zie: een valse kraai?
Maar ook  los van deze tuchtzaak hebben advocaten het niet altijd even gemakkelijk. Het onderstaande bericht, de dagelijkse Rarekiek, staat vandaag in Dagblad van het Noorden.

schermafbeelding-2017-01-13-om-08-11-25

update – vrijdagochtend
De dag is inmiddels ten einde.
Twee leden van de raad van discipline zijn gewraakt.
meer hierover:

 een valse kraai?

Een valse kraai?

terzijde

De Haan Advocaten is het grootste advocatenkantoren van Noord-Nederland en staat landelijk gezien qua grootte in de top-20. Het kantoor begon in 1980 als een geëngageerd strafrechtkantoor in de binnenstad van Groningen. Oprichter is Winfryd de Haan, nog altijd eindbaas. Hij bouwde het strafrechtkantoor uit tot een kantoor met 160 medewerkers, actief op alle rechtsgebieden. Medeoprichter Asse Fokkema haakte halverwege af en is rechter geworden. De andere drie ‘hanen’ van het allereerste uur zijn Erik de Mare, Duco Keuning en Cees Eenhoorn. Zij  zijn nog altijd actief als bevlogen strafrechtadvocaten vanuit het binnenstadskantoortje waar het eens begon.

schermafbeelding-2017-01-11-om-14-24-29

De Haan Advocaten
in de beklaagdenbank
Waarom?

Handelt De Haan Advocaten uit Groningen in het belang van gedupeerde huizenbezitters in het aardbevingsgebied? Of is vooral de eigen portemonnee het belang dat het advocatenkantoor drijft? Het proces kan het kantoor miljoenen euro’s opleveren. De raad van discipline buigt zich vrijdag (al dan niet achter gesloten deuren) over deze kwestie. Zes vragen, vijf antwoorden.

 

1. Wat is er aan de hand?
De Haan Advocaten in Groningen heeft een stichting opgericht die via de rechter probeert materiële en immateriële schade die is ontstaan als gevolg van de aardbevingen in Noord-Groningen door de NAM vergoed te krijgen. Ruim 3.000 mensen hebben zich aangemeld bij deze stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (WAG). De deelnemers moeten eenmalig honderd euro betalen. Komt het tot uitbetaling van de schade, dan moeten de deelnemers een succesfee van vijf tot tien procent afdragen aan De Haan Advocaten.

2. Wat is het probleem?
De beroepsregels van de advocatuur zelf. Advocaten hebben (net als medici) eigen gedragsregels die wettelijk zijn verankerd in de Advocatenwet. Een van de gedragsregels is dat de beloning van de advocaat niet afhankelijk mag zijn van het behaalde resultaat. Het idee achter deze regel is dat advocaten willen voorkomen dat geld de drijfveer wordt in plaats van het belang van de rechtzoekende.

3. Waar komt de klacht vandaan?
Bij de deken van de orde van advocaten Noord-Nederland. De deken is niet alleen zelf advocaat, maar ook toezichthouder, hij is een soort openbaar aanklager die ervoor moet zorgen dat misstanden binnen de advocatuur aan de kaak worden gesteld en worden vervolgd. De deken geeft leiding (als voorzitter) aan de orde van advocaten. Het bezwaar dat de deken heeft tegen de constructie die De Haan heeft opgetuigd, is met het kantoor besproken. Dit heeft niet geleid tot een aanpassing. Daarom wordt de zaak nu voorgelegd aan de raad van discipline, het tuchtcollege van de advocatuur. De voorzitter is een rechter, de overige leden zijn advocaten.

4. Wat kan de raad van discipline?
De raad moet beoordelen of de constructie die De Haan heeft opgetuigd door de beugel kan. Mocht die in strijd zijn met de gedragsregels, dan kan De Haan gevraagd worden de constructie aan te passen. De raad kan ook een streep door de constructie halen. Na de uitspraak (doorgaans binnen zes weken) is er de mogelijkheid tot hoger beroep bij het hof van discipline.

5. Wat zegt De Haan zelf?
Volgens het kantoor is een succesfee onder bepaalde omstandigheden (deze dus) geoorloofd. Ook stelt het kantoor dat er al is geprocedeerd bij de rechtbank en dat toen geen bezwaar is gemaakt. Een derde punt: mensen met een kleine portemonnee kunnen voor weinig (100 euro) meeliften in deze megaclaim.

6. Waarom pas nu?
Dat is een vraag die vooralsnog zonder antwoord is. De stichting WAG werd in april 2013 opgericht. Waarom dan nu pas een klacht van de deken? Boze tongen beweren dat dit te maken heeft met de vorige deken van de orde van advocaten: die was werkzaam bij De Haan Advocaten. Diens opvolger (en huidige deken) Rob Geene wil inhoudelijk niet op de zaak vooruitlopen. De vraag zal vrijdag ongetwijfeld aan de orde komen.

rob zijlstra

dvhn/vandaag

De Haan wil tuchtzaak achter gesloten deuren

Groningen / De Haan Advocaten heeft de voorzitter van de raad van discipline verzocht de tuchtzaak waarbij het kantoor betrokken is, achter gesloten deuren te behandelen.

De orde van advocaten heeft een klacht tegen het kantoor ingediend omdat het zou handelen in strijd met de beroepsregels van de advocatuur. Het kantoor procedeert namens ruim 3000 huizenbezitters tegen de NAM. Bij de gekozen constructie zou niet het belang van de gedupeerden op de eerste plaats staan, maar het financieel gewin. De tuchtzaak dient vrijdag. Tuchtzaken zijn normaal gesproken openbaar.

Winfryd de Haan van het gelijknamige kantoor zegt dat een openbare behandeling van het geschil de lopende civiele zaak kan schaden. ,,Daar komt bij dat wij een geheimhoudingsplicht hebben en ons in een openbare zitting niet goed kunnen verdedigen.’’

Over de omstreden financiële constructie zelf maakt hij zich geen zorgen. ,,Als het alleen daarover zou gaan, dan wil ik er zelfs wel mee op de televisie.’’

De voorzitter van de raad van discipline moet bij aanvang beslissen of de deuren gesloten worden of niet.

 

> website stichting WAG
>> website de haan advocaten

haan

Dagblad van het Noorden – vandaag (tekst is hetzelfde als wat hierboven staat)

 

UPDATE – 13 jan 2017 – leden raad van discipline gewraakt
De tuchtzaak tegen De Haan Advocaten kwam vrijdagochtend onverwacht tot een snel einde. Twee leden van de Raad van Discipline zijn volgens het advocatenkantoor mogelijk partijdig en zijn om die reden gewraakt.

Twee leden van de Raad van Discipline (die over de klacht moet oordelen) hebben zich in het verleden als advocaten beziggehouden met soortgelijke claimzaken. Hoewel die niet van de grond kwamen, maakt het dat ze niet onpartijdig kunnen oordelen, meent Hans Silvius van De Haan Advocaten.

Ook heeft een van de leden, advocaat Peter Yspeert, volgens Silvius zich op een nieuwjaarsreceptie uitgelaten over de tuchtzaak in een gesprek met de voorzitter van de betrokken stichting WAG.

Binnen een maand moet een een wrakingskamer bijeenkomen. Pas daarna kan de tuchtzaak worden voortgezet.

Zeven kwesties

Zeven kwesties van gewicht uit 2016 die gaan spelen in 2017

schermafbeelding-2016-12-31-om-11-32-521. meer en minder
Wel drie jaar lang heb ik op deze plek met regelmaat lopen donderen over de misdaad en dan vooral over het feit dat die de rechtszaal maar mondjesmaat bereikt. Strafrechters kregen steeds minder misdaad voor de kiezen, terwijl niemand daar een logische verklaring voor had. Met name dat laatste vond ik raar, want de misdaad in Noord-Nederland is zo overzichtelijk als een kist met aardappels.

Rechters wezen naar officieren van justitie en die wezen op hun beurt naar politieagenten en allemaal wezen ze naar ministers en staatssecretarissen die met hun drift tot bezuinigen fatsoenlijke misdaadbestrijding om zeep hielpen.

Maar wat blijkt aan het einde van 2016? De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen deed uitspraak in 335 strafzaken en zoveel uitspraken hebben we sinds 2011 niet gehad. En als de tekenen niet bedriegen, is er ook het komende jaar volop werk voor strafrechters.

Met dank ook aan het Openbaar Ministerie. Of ik al een bloemetje naar de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Nederland heb gestuurd? Nee, natuurlijk niet. Welke journalist stuurt nou een bloemetje naar een hoofdofficier?

Terzijde moet wel worden opgemerkt dat de stijging in Groningen mede is te danken aan het geboefte uit Drenthe en Friesland. Om de een of de andere reden zijn het afgelopen jaar 60 strafzaken uit beide buurprovincies in de rechtbank van Groningen afgehandeld. Dat is iets nieuws. Het zijn er ook fors meer dan de strafzaken uit heel Noord-Groningen en het Westerkwartier bij elkaar. Zouden ze in navolging van de bestuursrechtspraak ook de strafrechtspraak stiekempjes (beetje bij beetje) verplaatsen naar Groningen?

2. de rechtbank
Zou dat laatste heus? De rechtspraak is grotendeels openbaar, maar de rechtbank zelf is allesbehalve een glazen huis. Het is veel meer een bunker van plaatstaal en gewapend beton. Achter de schermen van de rechtspraak in Noord-Nederland staat sinds een tijdje een glanzende koffiemachine met echte bonen, maar ik heb geen benul wat zich daar verder allemaal afspeelt. In het voorbije jaar is de president opgestapt en al maanden wordt naarstig gezocht naar een nieuwe. ’t Schijnt dat niemand wil.

Eerder tekende ik op in de wandelgangen dat het zelfs moeilijk is om gewone rechters van elders te bewegen naar Noord-Nederland te komen. Dat kan in 2017 zomaar een probleem worden vanwege die toename van strafzaken.

3. de vonnissen
Derde kwestie. Ik voorspel een doorbraak in 2017 als het gaat om het publiceren van vonnissen op het internet. Ik denk dat dat gaat gebeuren omdat er uiteindelijk heus wel een nieuwe president wordt gevonden. En zij zal dan onmiddellijk een einde maken aan de voortdurende misstand in de strafrechtspraak in Groningen: het zeer matig publiceren van vonnissen op de daarvoor bedoelde website van de rechtspraak (punt nl).

Dus. Na maanden van politieonderzoek, wekenlange voorbereidingen door officieren van justitie en een uren durende rechtszaak komt er een uitspraak, verwoord in een vonnis dat vaak meer dan 8 A4’tjes beslaat. Het doen van uitspraak met daarin dan eindelijk de waarheid duurt gemiddeld 22 seconden en heeft plaats in een lege rechtszaal. Daarna verdwijnen de doorwrochte vonnissen waar door rechtbankmedewerkers dagen noest aan is gewerkt vrijwel ongelezen in het archief. Alsof de rechters zich schamen voor hun beslissingen.

4. de rechters
Ondertussen behoren diezelfde rechters tot de beste van heel de wereld, zo kan worden opgemaakt uit de deze week gepubliceerde Rule of Law Index. Niemand weet precies wat dat is, maar als zo’n club bekendmaakt aan de media dat de Nederlandse rechtspraak wereldwijd op plek 5 staat, maakt dat niet uit. Denemarken staat al eeuwen op de eerste plaats, gevolgd door Noorwegen, Finland en Zweden. En dan al komen wij.

Hoe de ranking voor het komende jaar zal uitpakken? Afwachten. De onderzoekers zullen vast het boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen lezen. Derksen – de man die aantoonde dat de tot levenslang veroordeelde Lucia de Berk (de B.) geen misdaden heeft begaan – beweert op grond van onderzoek dat er in Nederland schokkend veel mensen ten onrechte worden veroordeeld en onschuldig in gevangenissen zitten. Als dat waar is, zijn wij geen wereldtop.

5. de straffen
Hoeveel mannen en vrouwen het afgelopen jaar door de rechtbank in Groningen ten onrechte naar het gevang zijn gestuurd? Ik durf het niet te zeggen. Ik durf er niet eens aan te denken. Die zestig Drenten en Friezen misschien?

Feit is wel dat er in zittingszaal 14 voor bijna 200 jaar aan onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. Omdat wij ons graag voegen bij onze Scandinavische bovenburen, kan het maar zo zijn dat de manier van straffen in 2017 eindelijk eens ter discussie komt te staan. Driekwart van alle mensen die door het strafrechtsysteem wordt opgesloten, zit een straf uit van minder dan drie maanden. Vervelend voor betrokkene, maar zo heel lang is het ook weer niet. Daartegenover staat wel een ontzettend duur en complex gevangenissysteem met hoge recidive-cijfers.

Hoelang vinden we het nog normaal dat onze de rechters die dus tot de besten van de wereld behoren, maar boeven naar het gevang blijven sturen terwijl dat nauwelijks zin heeft? Kan dat niet slimmer?

6. de misdaden
Dan de misdaden zelf. Voor het idee: de misdaden die in het komende jaar worden berecht, zijn vrijwel allemaal al gepleegd. Het leed is al geleden. Tussen het plegen van een misdaad en het berechten ervan zit al gauw een jaar. Voor een handjevol misdaden geldt dat die nog moet worden gepleegd. Wat zou het in het kader van goede voornemens mooi wezen dat de aanstaande daders zich nu bedenken. Dat scheelt slachtoffers en een boel ellende.

7. de misdadiger
Tot slot de boef. Het verdienmodel van de aloude misdaad is zo goed als failliet. Wie mee wil tellen in de wereld van de misdaad gaat in cybercrime. Maar in Noord-Nederland blijven we elkaar met onze dronken koppen de hersenen inslaan, blijven we smachtend naar drugs spullen jatten die aan anderen toebehoren en blijven we maar hennepplanten poten om uit de schulden te geraken.

De rechtspraak gaat in 2017 op grote schaal over op digitaal. Het uur is daar dat niet alleen de politie, maar ook de boef in Noord-Nederland met de tijd meegaat.

Los van deze zeven kwesties hoop ik dat alle vaders en stiefvaders die hun kinderen misbruiken gepakt worden en in 2017 een beroerd jaar krijgen.

Rob Zijlstra

Escape to Alcatraz

schermafbeelding-2016-12-23-om-12-09-13

Even geen nieuw rechtbankverslag, simpelweg omdat de bron waaruit ik put om mijn verhalen te kunnen schrijven zo goed als leeg is. En dat komt weer omdat de  machine van de strafrechtspraak tijdelijk stilligt.

Morgen staat in de speciale zaterdagbijlage van Dagblad van het Noorden – dat is de krant waarvoor ik werk – wel een verhaal over ontsnappen.  Dat is een activiteit waarin het hedendaagse geboefte anders dan in vroegere jaren niet erg uitblinkt.

Zelf was ik dit jaar in San Francisco met uiteraard de bedoeling ook een bezoek te brengen aan Alcatraz.  Het liep uit op een grote teleuralcatrazstelling. Alcatraz bleek uitverkocht. Ik had  minimaal een maand vooraf een kaartje moeten reserveren. En dat wist ik niet.

Wat restte was om vanaf de wal naar het roemruchte eilandje te staren en de fantasie op de vrije loop te laten.

Escape to Alcatraz?

Nah ja, het gevangenismuseum in Veenhuizen is ook mooi.

Het ontsnappingsverhaal dat morgen in de krant staat, draag ik op aan Dikkie. Nadat u het gelezen heeft, weet u waarom.

rob zijlstra