Jaarverslag 2018

Vooropgesteld. De misdaad is van alle tijden en zal altijd blijven bestaan. Alleen de manier waarop verandert, zij het traag. Eenogige struikrovers zijn verdwenen, maar zij zijn vooralsnog niet vervangen door cybercriminelen. Die bestaan wel, maar in de rechtszalen zie je ze niet. Nog niet.

De verdachten van dit jaar waren op 23 vrouwen na mannen in de leeftijd van 18 tot 77 jaar. Wie op hoge leeftijd in de verdachtenbank moet verschijnen, zit daar doorgaans vanwege een zedenmisdrijf. De 71-jarige man uit Groningen die dacht dat er vanwege zijn leeftijd geen plek zou zijn in de bajes en daarom voorstelde dat hij wel een aan zijn leeftijd aangepaste werkstraf wilde uitvoeren, kwam bedrogen uit: tien maanden cel. Hij had aan de kleinkinderen gezeten.

Er is plek voor iedereen.

onvoorwaardelijke celstraffen door de jaren heen in zittingszaal 14

Die bijna 300 strafzaken leverden opgeteld 187 jaar onvoorwaardelijke celstraf op. Dat is wel eens meer geweest. In het recordjaar 2011 (met 376 strafzaken) werd 370 jaar onvoorwaardelijke celstraf uitgedeeld. Conclusie? De rechters minder streng? Slappe hap? Niet waarschijnlijk. Aannemelijker is dat er minder zware zaken aan rechters worden voorgelegd.

Cijfers zijn verleidelijk om er conclusies aan te verbinden, maar nog meer zijn cijfers valkuilen.

Toch nog een paar. De helft van die 300 strafzaken werd afgedaan met een celstraf. In ruim een kwart van alle strafzaken werd een taakstraf (tezamen 11.900 uren) opgelegd. In bijna een kwart volgde geen straf of ’slechts’ een voorwaardelijke straf, een waarschuwing.

Dat bijna een kwart van de strafzaken eindigde in ‘niets’ bevestigt het beeld dat de misdaad die in de rechtbank van Groningen wordt berecht relatief licht van aard is. De ernstigste zaken zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Er is nog een verklaring waarom het wel meevalt met opgelegde gevangenisstraffen in Groningen: tamelijk veel oude zaken. In de helft van de strafzaken zit er tenminste een jaar tussen de aanhouding van de verdachte en de berechting, bij een op de vijf zaken is het tijdsverloop zelfs twee jaar of nog langer.

Dit tijdsverloop is van invloed op de straf: laat de rechtszaak te lang op zich wachten, dan krijgt de verdachte korting. Of wordt afgezien van het opleggen van een celstraf en krijgt de boef een werkstraf. Op de schuldige verdachte na, is niemand hier blij mee. Vaker dan in eerdere jaren is dit jaar links en rechts uitgesproken dat de rechtspraak in crisis verkeert.

Een beeld dat door de jaren heen niet is veranderd, is het verschil tussen strafeis en opgelegde straf. Officieren van justitie eisen doorgaans veel hogere straffen dan rechters opleggen. In 65 procent van die 300 zaken viel de straf lager uit dan de eis, 31 procent was conform (eis en straf hetzelfde) en in slechts 4 procent vonden de rechters de strafeis te laag. Rechters zeggen dan dat de eis geen recht doet aan de ernst van de feiten.

Het zou mooi en overzichtelijk zijn als de misdaad die in de rechtszaal wordt berecht een afspiegeling is van de misdaad die buiten de rechtszaal wordt gepleegd. Zou dat zo zijn, dan kan de nare conclusie worden getrokken dat Groningers zich meer bezighouden met het misbruiken van kinderen en kinderporno dan met drugshandel, inclusief hennepteelt.

een groot deel van Groningen doet het qua misdaad rustig aan

Dat is niet zo. Waarschijnlijker is dat de strafzaken die de rechtszaal halen, een kwestie van toeval is, van een of ander speerpunt bij het Openbaar Ministerie of dat het een gevolg is van een samenloop van omstandigheden. Bezien vanuit het standpunt van de dader: gewoon dikke pech.

Wat laten de cijfers zien? De meeste strafzaken die de rechtszaal wel halen gaan over geweld (38 procent) waarbij ook het alcoholpercentage van de pleger hoog is. Op de tweede plaats: diefstal (25 procent). Hierbij opgemerkt dat wie met geweld een diefstal pleegt, is ingedeeld in de categorie ‘geweld’. Op plaats drie met 15 procent: zedenzaken.

Een handjevol strafzaken leverde de samenleving ook iets op. Rechters plukten bijna 2,2 miljoen euro uit de broekzakken van Groninger criminelen. Is 2,2 miljoen veel? Wel als je het hebt, maar in de Groninger hennepsector is een paar miljoen een schijntje.

Het zal geen verbazing wekken dat de stad Groningen de meeste plaatsen delict op naam heeft staan: de helft. Oost-Groningen: een kwart. Het Westerkwartier (4 procent), Noord-Groningen (7 procent) en het Eemsmondgebied (4 procent) zijn qua strafzaken tamelijk witte vlekken (10 procent van de zaken dat in zittingszaal 14 werd afgedaan, had betrekking op misdaden uit Drenthe en Friesland).

opgelegde taakstraffen

Voor wie denkt dat het allemaal de schuld is van de buitenlander: 71 procent van de mannen en vrouwen die dit jaar voor het hekje stond is in Nederland geboren en getogen. De rest – 83 personen – heeft een buitenlandse achtergrond, te verdelen over 32 verschillende nationaliteiten.

Tot slot.

De rechtbank Noord-Nederland kampt met een tekort aan strafrechters,. Dat is een probleem dat zich wel, maar niet snel laat oplossen. De verwachting is daarom dat in 2019 opnieuw 300 mannen en een paar vrouwen zich voor de meervoudige strafkamer moeten verantwoorden. Ongeveer de helft van de misdaden is al gepleegd en liggen de bijbehorende dossiers ergens op planken te wachten. Van de andere 150 misdaden zijn de slachtoffers nog onbekend, simpelweg omdat die misdaden de komende maanden worden gepleegd.

Voorspelling.

De cijfers die aan het einde van 2019 zijn op te tekenen, zullen nauwelijks afwijken van die van dit jaar. Hoe grillig de misdaad ook is.

Rob Zijlstra

Niet de laatste keer 2

Robert Dawes is vrijdag aan het einde van de middag door de rechtbank in Parijs veroordeeld tot 22 jaar celstraf.

In de uitspraak is opgenomen dat hij – hoe goed zijn gedrag ook  –  tenminste tweederde deel van die opgelegde straf daadwerkelijk op de blaren moet zitten.

Komt hij vrij,  op z’n vroegst dus in 2032, dan is Frans grondgebied voor de rest van zijn leven verboden terrein. Nog erger voor hem en dus ook vermeldenswaardig: al zijn bezittingen van nu worden verbeurd. Gaat om vele miljoenen, inclusief het luxe ressort in Spanje waar hij met zijn gezin woonde.

Het was wel even spannend.  Vorige week maandag begon het strafproces. De strafeis (25 jaar) werd woensdag op tafel gelegd. Donderdag eisten de beste advocaten van tout Frankrijk vrijspraak. In Nederland nemen rechters na zoiets twee weken de tijd (langer indien nodig) om tot een eerlijk oordeel te komen. Fransen kunnen dat blijkbaar binnen een dag.

Medeverdachten zijn veroordeeld tot 5, 9, 12 en 13 jaar celstraf.  Samen moeten ze ook nog een boete betalen: doe maar 30 miljoen euro.

Opmerkelijk is  het volgende:  er lag een ‘plan b’ op tafel in het geval Robert Dawes zou worden vrijgesproken. Bij een eventuele vrijspraak (vijftien advocaten vonden dat recht doen) zou Robert Dawes als vrij man het indrukwekkende rechtbankcomplex van Parijs kunnen verlaten om vervolgens als vrij man de Boulevard du Palais te betreden. Na drie jaar voorarrest zou dat, ondanks kou,  vast een feestje zijn.

Maar.

Middels een internationaal arrestatiebevel, ingediend door het Openbaar Ministerie Noord-Nederland,  zou Dawes na het vonnis tot vrijspraak  worden aangehouden om – na misschien wat juridisch gedoe – te  worden overgebracht naar Nederland. Dat gedoe was dus niet nodig.

Ik weet niet hoe het nu verder gaat. Ga ik uitzoeken. En daarover binnenkort berichten.

rob zijlstra

officieel bericht rechtbank van Parijs

 

MEER EN MEER ACHTERGRONDEN: niet de laatste keer, deel 1

Niet De Laatste Keer

MET UPDATE – STRAFEIS 25 JAAR

Parijs.
Maandagochtend 10 december.
Twintig minuten over negen.
Ineens staat hij daar.
Toch kleiner dan gedacht.
Een politieagent maakt de handboeien los.
De kale man wrijft met de rechterhand over de linkerpols.
Door het glas kijkt hij de rechtszaal in en glijden zijn blikken langs de aanwezigen.

Heeft hij enig idee?

Wie bijvoorbeeld Koen Meesters is die op tien meter afstand staat en op zijn beurt naar hem kijkt? Jarenlang heeft Koen Meesters naar dit moment uitgekeken. Van alles schiet er door zijn hoofd. Ja, hij kan naar hem toe lopen en dan zeggen wie hij is. Hij kan ‘m ook, als hij snel is, voor z’n kale kop slaan, dus nog voordat de twaalf gewapende mannen van de Gendarmerie kunnen ingrijpen. In zijn fantasie doet hij dat ook, maar in het echt, in de statige rechtszaal van Parijs, in de Salle Voltaire, blijft hij de man strak aankijken.

Die man achter het glas is Robert Dawes, 46 jaar. Brit. Hij is de hoofdverdachte in het grootste drugsproces van Frankrijk dat die maandochtend op het punt staat te beginnen en elf dagen gaat duren. In de internationale pers wordt Robert Dawes, die jaren achtereen onaantastbaar leek, beschreven als de machtigste drugscrimineel van Europa.

Hij is de man ook die in 2002 opdracht zou hebben gegeven om Gerard Meesters, onderwijzer aan het Alfa-college in Groningen, te vermoorden.

Het was een liquidatie uit vergelding, een misdaad die ook qua wreedheid z’n weerga niet kent, schreven de rechters later. De aan lager wal geraakte zus van Meesters had in Spanje drugs gestolen van haar baas Dawes om daarna spoorloos te verdwijnen. Om haar te vinden zochten ze haar familie op. Op 24 november 2002 kreeg Gerard Meesters, dan 52 jaar, aan huis bezoek van vijf mannen. Hij krijgt een telefoonnummer dat hij moet bellen om te vertellen waar zijn zuster is. Zo niet, dan komen ze terugkomen. En dan niet om te praten.

Meesters meldt het voorval aan de politie en brengt met zijn vrouw, dochter en zoon Koen de twee volgende nachten elders door. Ze zijn bang. De politie zegt niets te kunnen doen. Op zondag 28 november 2002, vier dagen na de bedreiging, wordt opnieuw aangebeld. Gerard Meesters, net thuis, doet de voordeur open. Er wordt niet gepraat. Met acht gerichte schoten wordt Gerard Meesters in koelen bloede vermoord. Hij sterft in de hal van de woning. Als Koen Meesters even later thuiskomt van zijn werk als bezorger van Chinese maaltijden, ziet hij dat de straat is afgezet met politielinten.

De schutter is de Engelsman Daniel S., een ‘soldaat’ in de organisatie van Robert Dawes. S. wordt na een jaar onderzoek gepakt en veroordeeld tot levenslang. In de rechtszaal in Groningen erkent hij dat hij werkt voor Dawes. Hij vertelt aan de rechters dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoort. Dat het geen ongebruikelijke werkwijze is van ‘de organisatie’ om onschuldige familieleden van in ongenade gevallen criminelen te vermoorden.

Koen Meesters is naar Parijs gekomen om de man te zien die hij verantwoordelijk houdt voor de gewelddadige dood van zijn vader. En hij niet alleen. De rechercheurs van de politie in Groningen die zestien jaar geleden de moord onderzochten, zeggen het ook. Zonder twijfel: Robert Dawes is de opdrachtgever. Het staat in stukken van het Openbaar Ministerie. Het staat zelfs geschreven in de vonnissen van de rechtbank Groningen en het gerechtshof van Leeuwarden.

En het werd deze week ook geopperd in de grote rechtszaal van Parijs. Onderzoekers van het Engelse National Crime Agency: ‘We believe Dawes sponsored the murder of a school teacher in the Netherlands whose sister had stolen a load of drugs.’ De rechter vraagt: ,,Ligt er een aanklacht?’’

Het proces in Parijs heeft met de ‘zaak Groningen’ niet rechtstreeks iets te maken. Dawes staat in Parijs terecht omdat hij leiding zou hebben gegeven aan een internationale criminele organisatie en aan het – via Air France – laten vervoeren van 1300 kilo cocaïne, van Venezuela naar de luchthaven Charles de Gaulle. Waarde: vele tientallen miljoenen euro’s. Niet alleen douanepersoneel was omgekocht, ook hooggeplaatste medewerkers van Air France.

Dawes werd gearresteerd in zijn luxe ressort in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk. Hij zit inmiddels drie jaar in voorarrest. Dertig jaar celstraf hangt er boven zijn hoofd. Er zijn vijf medeverdachten, twee landgenoten en drie Italianen die worden gelieerd aan mafia uit Napels. Zij zitten ook in de rechtszaal.

Koen Meesters (37) is niet alleen naar Parijs gegaan om de confrontatie aan te gaan. Een jaar geleden deden hij en zijn zus Annemarie (35) aangifte tegen Robert Dawes. Sindsdien wordt onderzocht of de machtige drugscrimineel in Nederland kan worden berecht voor zijn rol in de moord op Gerard Meesters. Een besluit, te nemen door het Openbaar Ministerie, is nog steeds niet genomen. Zo ook niet het besluit hem er mee weg te laten komen.

Dat Dawes tot op de dag van vandaag niet is staat van beschuldiging is gesteld, is voor de nabestaanden onbegrijpelijk. Koen Meesters: ,,Het voelt zo ontzettend onrechtvaardig.’’ Hij hoopt dat het gaat gebeuren, maar het vertrouwen in het Openbaar Ministerie is niet rotsvast. Hij zegt: ,,Ik ben ook naar Parijs gegaan om een vinger aan de pols te houden. Iemand moet dat doen. Het Openbaar Ministerie doet het niet.’’

Vijftien jaar lang heeft justitie de moord op Gerard Meesters als een opgeloste zaak beschouwd. De dader is conform de eis veroordeeld, zaak gesloten. Voor Koen Meesters en zijn familie is dat niet acceptabel. Ze kregen officieel te horen dat er andere prioriteiten zijn. Dat ook het terrorisme bestreden moet worden bijvoorbeeld.

In 2017 had het ministerie van justitie bedacht dat moordenaar Daniel S., ondanks de veroordeling tot levenslang, het land uitgezet kon worden, terug naar Engeland. Het Openbaar Ministerie was om advies gevraagd en had geen bezwaar. Voor de familie Meesters was dit voornemen een grote schok. Toen zij via de media hun ongenoegen uitten, werd het besluit haastig ingetrokken. Met de excuses.

Na de aangifte tegen Dawes in november 2017 besloot het Openbaar Minsterie toch onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een vervolging van Dawes in Nederland. Koen Meesters: ,,Als wij niets doen, gebeurt er niets. Via onze inzet, via media-aandacht kunnen we misschien net het verschil maken. Eigenlijk is het schandalig dat het zo moet, maar het is wel hoe het werkt.’’

In het vonnis van Daniel S. schreven de Groninger rechters dat Gerard Meesters gewetenloos is vermoord ‘in opdracht van de organisatie waarvan hij (Daniel S.) deel uitmaakte’. En ook: ‘Organisaties die zich richten op het plegen van misdrijven (…) en het plegen van moord op onschuldige slachtoffers inzetten als middel, zijn naar het oordeel van de rechtbank maatschappelijk niet te tolereren (…).

Dat zijn de gewichtige woorden op papier. En het zijn woorden die elke betekenis verliezen als de opdrachtgever zich niet hoeft te verantwoorden. Wie in Nederland opdracht geeft tot moord, is net zo strafbaar al diegene die de trekker overhaalt.

De eerste dag van het proces in Parijs verloopt chaotisch. In de Nederlandse rechtszaal is het niet de bedoeling dat iemand voor z’n beurt praat, moet iedereen blijven zitten waar ‘ie zit. Rechters eisen absolute stilte. In de Parijse rechtszaal loopt van alles in en uit, de twaalf advocaten die belast zijn met de verdediging van de zes verdachten, praten door elkaar heen, bellen, appen en roepen ‘merde’ als de rechters een getuige ondervragen, ze zijn met laptops in de weer, drinken blikjes Red Bull en hebben vooral zichtbaar plezier in wat ze doen en zeggen. Ze zijn, zo te zien, dikke maatjes met de verdachten.

Franse journalisten zeggen dat ik de top van de Franse strafpleiters aan het werk zie. De tenen van Koen Meesters die op de voorste rij van de houten publieke tribune zit, staan krom. ,,Ik snap dat een verdachte een advocaat heeft, ik snap waarom. Aan de andere kant kan ik het niet begrijpen dat ze het met zoveel power opnemen voor mensen die zo fout zijn. Ook die jolige en amicale omgang met verdachten, ik heb daar grote moeite mee.’’

In de eerste uren van het proces is Dawes actief, oogt hij alert en hangt hij aan de lippen van de tolk. In de middaguren zit hij vooral te gapen en om zich geen te kijken. Zou hij enig idee hebben?

Koen Meesters: ,,Ik weet zeker dat hij me een paar keer heeft aangekeken. Of hij mij kan plaatsen weet ik niet. Het is dubbel. Ik wil dat hij weet dat ik er ben. Dat hij weet, dat hij nog niet van ons af is, dat we nog altijd met hem bezig zijn. Maar ik weet ook waartoe hij in staat is.’’

,,Doe je dit ook voor je vader?’’

Koen Meesters: ‘Dat vragen mensen mij vaak. Nee. Ik doe het voor mezelf. Mijn vader is er niet meer, voor hem hoef ik het niet te doen. Ik ben het niet aan hem verschuldigd of zo. Robert Dawes heeft mij ook persoonlijk iets aangedaan door mijn vader te laten vermoorden. Hij heeft veel ellende en verdriet in het leven van mij, mijn zus en mijn moeder gebracht. Dat hij hiermee wegkomt, dat voelt zo onrechtvaardig.’’

Ik vraag wat Gerard Meesters hiervan had gevonden? Zoon Koen: ,,Mijn vader was een vechter, niet fysiek, maar hij stond zijn mannetje. Hij zou hier helemaal voor gaan. Wat ik doe, zou zijn goedkeuring hebben, dat weet ik zeker.’’

De aangifte van Koen en zus Annemarie Meesters ligt nu bijna dertien maanden bij het Openbaar Ministerie. Wanneer een besluit wordt genomen, is niet bekend. Misschien wacht Groningen op de ongewisse uitkomst van strafzaak in Parijs. Maar misschien ook niet.

Halverwege de tweede dag van het proces, wordt een korte pauze ingelast. Robert Dawes wordt door zijn bewakers gesommeerd te gaan staan en zijn armen naar voren te steken. De handboeien moeten weer om. Dan verdwijnt The One, zoals een van zijn vele bijnamen luidt, uit het zicht, nagekeken door Koen Meesters.

Als we later door de straten van Parijs lopen zegt hij: ,,Als het recht z’n beloop krijgt, zal dit niet de laatste keer zijn geweest dat ik hem zie.’’

rob zijlstra

update – 19 december 2018 – Dawes ontkent

Robert Dawes ontkent dat hij betrokken is bij de drugssmokkel waarvan hij in Parijs terechtstaat. Dawes – hij zit al drie jaar in voorarrest – is vandaag zes uur lang ondervraagd.  Gemaakte opnames door de Spaanse politie waaruit zijn betrokkenheid zou blijken, zijn volgens hem een opzetje. Hij zegt te hebben geweten dat hij werd opgenomen. >> lees verder [nothinghampost]

update – 21 december 2018 – strafeis
Het Franse Openbaar Ministerie heeft in Parijs 25 jaar celstraf geëist tegen de Robert Dawes wegens drugssmokkel en het leiding geven aan een criminele organisatie.

Het Franse OM heeft de rechtbank ook verzocht om van de eis tot 25 jaar tenminste vijftien jaar te ‘garanderen’. Dit om de vervroegde invrijheidstelling (eerder vrij) te beperken. Daarnaast is gevraagd om Dawes als hij zijn straf erop heeft zitten, een permanent toegangsverbod op te leggen voor Frans grondgebied.

Eerder deze week ontkende hij in de rechtszaal elke betrokkenheid. Hij zou, wetende dat hij werd afgeluisterd, hebben gezegd dat de drugs van hem waren om gearresteerd te worden. Waarom? Om op die manier van de Spaanse politie af te komen. De officier van justitie noemde het verweer van Dawes ‘volkomen surrealistisch’.

Tegen een medeverdachte werd vijftien jaar cel geeist. Deze man, net als Dawes afkomstig uit het Engelse Nottingham, wordt gezien als de ‘dirigent’ van de criminele organisatie. Drie Italiaanse medeverdachten – zij zouden lid zijn van de maffia in Napels – hoorden celstraffen eisen van acht, tien en dertien jaar.

Het strafproces in Parijs staat los de moord op Meesters in Groningen. Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland is naar aanleiding van de aangifte door de nabestanden een nieuw onderzoek begonnen naar de rol van Dawes. In het kader van dit onderzoek liggen er rechtshulpverzoeken aan Engeland.

Als het OM op basis van het nu lopende onderzoek besluit dat Dawes strafrechtelijk moet worden vervolgd in Nederland, dan kan om zijn uitlevering worden gevraagd. De nabestaanden van Meesters hopen dat Dawes zich ‘na Parijs’ voor een Nederlandse rechtbank moet verantwoorden.  >> zie ook dvhn.nl

 

lees meer achtergronden: DOSSIER GERARD MEESTERS

 

Het grote incident

Gewapende overvallen, kluiskraken of belastingfraude zijn misdaden die doorgaans niet in een plotselinge opwelling van het gemoed worden gepleegd. Meestal gaat aan deze misdaden denkwerk vooraf. Maar uitgerekend bij het meest kapitale delict uit het wetboek van strafrecht is het net andersom. Een moord wordt vaak wel in een plotselinge drift gepleegd. De meeste moorden zijn daarom doodslagen.

Nooit vergeet ik de man in de verdachtenbank die vertelde hoe het zo was gekomen. Hij was op klus geweest, kwam later thuis dan afgesproken en toen was zij gaan zeuren. Zoals zo vaak. Hij had afgeleerd te reageren, daar werd het alleen maar erger van. Zijn remedie: zodra zij ging jengelen, stapte hij in de auto, ging hij een kroket eten bij het tankstation en als hij dan een uurtje later voor een tweede keer thuiskwam, was de storm gaan liggen.

Op die fatale avond ging het anders. Ze bleef zemelen. In een vlaag, zei hij tegen de rechters, in een vlaag waarin alles zwart werd, greep hij naar de glazen asbak die op tafel stond en haalde uit. Zijn vrouw was op slag dood.

Wat doe je dan zodra je bent bekomen van de eerste schrik? Bel je de politie? 112? Ren je het huis uit? Moeder bellen?

Deze man dronk een flesje Heineken, overdacht zijn leven, stopte zijn geliefde in een Mickey Mouse-dekbedovertrek dat hij van de kinderkamer haalde (zachtjes om niemand wakker te maken) en begroef mama in de tuin.

Doodslag. Acht jaar en tbs met dwangverpleging, luidde de eis. De rechters vonden acht jaar voldoende. Ik moest aan die zaak denken, toen ik afgelopen week de 33-jarige Rutger in diezelfde rechtszaal hoorde praten. Tegen hem werd zeven jaar gevangenisstraf en tbs met dwang geëist.

Ook Rutger had, nadat hij bij zinnen was gekomen, zichzelf de vraag gesteld: en wat nu? Ook hij belde niet de politie. Hij legde het bebloede mes in de vaatwasser, vouwde een deken uit over haar lichaam en ging door waarmee hij bezig was. Met whisky drinken en spannende series kijken op Netflix. Na twee dagen kreeg hij contact met zijn moeder. Zij kwam direct, zij zag het verschrikkelijke en belde 112.

Rutger en Anja (zij werd 46) hadden elkaar anderhalf jaar eerder leren kennen in een kliniek. Toen ze naar buiten mochten, hielden ze contact want ze vonden elkaar leuk en aardig. Rutger, verslaafd aan cocaïne, zag misschien wel een mooie toekomst met haar. Hij ging voor drie maanden naar een afkickkliniek in Schotland en toen hij terugkeerde trok hij bij haar in. Hij voelde zich veilig bij Anja in haar huisje, op het Hogeland ver weg van de smerige drugsscene in de stad.

Van de cocaïne wist hij af te blijven, van de drank nog niet. Tegen de rechters: ‘Drinken is minder erg dan coke, van cocaïne ga je kapot.’’

Rooskleurig werd de liefde niet. Al na een paar weken kwamen er meldingen bij de politie over huiselijk geweld. Het veilige huisje van Anja werd bij de buurtagent een bekend adres, zo Rutger een bekend gezicht werd bij de slijterij in Winsum.

Tegen de rechters zegt Rutger dat het niet zo was dat er voortdurend ruzies waren. ‘In 90 procent van de tijd ging het hartstikke goed. Het was niet dat ik een kwaal was of zo. Na ruzies omhelsde ze me altijd en wilde ze dat ik bleef.’ Eén voorwaarde: niet meer drinken.

De ruzies die er wel waren, waren pittig. Als het niet over drank ging, ging het over geld en over rotzooi die Rutger, lui van aard, maakte. ‘Er ontbrak veel structuur in het huishouden’, zegt hij. Vaak werd hem de deur gewezen. Dan fietste hij, zatte kop en tegenwind, twintig kilometers naar Groningen, op zoek naar een hotel. ‘Dat heeft me klauwen met geld gekost. Als je ’s nachts bij een hotel aankomt, vragen ze woekerprijzen.’

Rechters: ‘Hoe vaak is dat gebeurd?’
Rutger: ‘Ik denk wel vaker dan twintig keer.’

Het wordt 9 februari. De dag, zegt Rutger, van het grote incident. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang beginnen de Olympische Winterspelen, in Noord-Groningen maken Rutger en Anja een wandeling met de hond. Het is koud. Hij is al naar de voedselbank geweest en heeft toen, stiekem, bij de slijter een fles whisky gekocht. Op het bonnetje staat dat dat om 13.49 uur was.

Om 15.11 uur start Rutger zijn computer op. Hij bezoekt de website GeenStijl en kijkt filmpjes op Dumpert. De fles is dan al aangebroken. Om 16.10 uur schakelt hij over op Netflix. Anja stuurt op dat moment een berichtje naar haar dochter die de volgende dag jarig is en 17 jaar wordt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat Anja om 17.30 uur een bestelling heeft gedaan op het internet: ze heeft een alcoholtester aangeschaft.

Hoe wrang, het is zo’n beetje het laatste wat ze doet. Niet lang na die bestelling moet het grote incident zijn gebeurd. Plotseling had Anja in zijn kamer gestaan. Rutger schrok, sloeg zijn glas whisky in een teug achterover en probeerde de fles met zijn voet weg te moffelen.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Maar ze rook het natuurlijk. Ze zei dat ik weg moest. Ik dacht, niet weer dat gezeik. Ik kon nergens heen. Het was donker en koud, ik had geen zin met een dronken harses naar Groningen te fietsen en een hotel te zoeken. Ze trok aan mijn haren om mij uit huis te bonjouren. Ik werd wild. Ik duwde haar, zij viel. Toen schopte ik haar in het gezicht, een paar keer. Ik was zo razend, ik heb een mes gepakt en ben op haar gaan liggen en heb gestoken, met hakkende bewegingen.’

Veertien keer in de hals.

Rechters: ‘Heeft ze nog wat gezegd?’
Rutger: ‘Dat weet ik niet, ik denk niet dat ze daarvoor de kans kreeg. Ze begon raar te trillen, toen was ze weg.’

Om half acht wordt Rutger gefilmd in de supermarkt. ‘Ik was niet meer logisch bezig.’ Hij wilde meer drank. Hij had bedacht dat hij zich lam zou drinken, om dan halfdood het thuis in de fik te steken. ‘Dan maar zo.’

Wat doe je na zo’n plotselinge opwelling?
Rutger zegt tegen de rechters: ‘Het is niet eenvoudig te bedenken wat je moet doen als je net iemand van het leven hebt beroofd.’

Rob Zijlstra

update – 17 december 2018 – uitspraak
Rutger is conform de eis veroordeeld: 7 jaar en tbs met dwangverpleging. Klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis of beluister het geluidsfragment van de uitspraak, zoals die dinsdagmiddag is uitgesproken in zittingszaal 14.

.

vonnis

 

 

 

 

Niet te geloven

De president van de rechtbank sprak, zo ook de eindbaas van het Openbaar Ministerie van heel Noord-Nederland en de noordelijke deken, het geweten van alle Friese, Drentse en Groningse advocaten. Op de eerste rij zat de burgemeester van de grootste stad, daarachter het volk. Veertig rechters in toga keken professioneel toe. Alleen de politie was nergens te bekennen.

Het volk was gekomen voor het feest, maar de gesproken woorden die door de lucht galmden, die de toehoorders kregen te verwerken, waren allesbehalve feestelijk. Het waren alarmerende woorden vol grote zorgen.

De bijeenkomst betrof een buitengewone rechtszitting waar drie nieuwe rechters en twee versgebakken officieren van justitie – allen al eerder door de koning benoemd – werden geïnstalleerd. Zoiets gaat gepaard met formaliteiten en felicitaties met na afloop pinda’s, bier en rode wijn.

De rechtbankpresident was heel gelukkig met haar verse rechters. Want we leven in een tijd van zowel bloei als van veel te weinig. Wie nu wil scheiden waarbij iets moet worden geregeld voor de kinderen, kan beter even wachten. Er zijn te weinig rechters om zoiets goed en op tijd voor elkaar te krijgen.

Komt het ondertussen tot echtelijk geweld in huis, dan geldt iets soortgelijks: wie vandaag nog of morgen zijn partner flink in elkaar rost, moet er rekening mee houden dat deze misdaad niet voor 2020 door een rechter wordt beoordeeld. Dat kun je, mits je de sterkste bent, ook als een voordeel zien.

Als het al tot een rechtszaak komt. Deskundige onderzoekers verkondigden niet zolang geleden dat de criminaliteit fors aan het dalen is. Terwijl velen nog twijfelden of dat wel echt waar is – ‘het is toch niet te geloven’ – meldde de politie in alle ernst dat er dit jaar 16.000 misdadige zaken in de prullenbak zijn gekieperd. Reden: er zijn te weinig rechercheurs om te rechercheren. In politiek Den Haag is zogenaamd met ongeloof gereageerd.

En het is niet alleen hommeles bij de politie. Ook de advocatuur is danig in mineur. De woorden die de deken namens de noordelijke advocaten op de bijeenkomst sprak, waren als een klontje zo klaar. De gefinancierde rechtshulp staat dusdanig onder druk dat alleen rechtzoekenden met een goed gevulde portemonnee nog kunnen rekenen op bijstand van een advocaat. De toegang tot het recht – een recht – wordt verkwanseld.

De rechtsstaat dreigt te verworden tot een juridische voedselbank, waren de weinig warme woorden die de deken sprak.

Advocaten roepen dat al een tijdje, maar menens is het. De deken hield de toehoorders voor dat Rutte en zijn troepen bezig zijn de rechtsstaat systematisch uit te hollen. Hij riep de magistraten, ook de kersverse, op de koppen bijeen te steken, de gelederen te sluiten en een list te verzinnen. Hij riep: ’Weg met het ministerie van afbraak.’ En: ‘Laten we in Noord-Nederland beginnen’.

Nu horen advocaten op de trom te slaan als minder bedeelde delen van het volk als gevolg van politieke keuzes in de knijp komen.

Wat had de president van de rechtbank Noord-Nederland eigenlijk te zeggen? Rechters – die allen tezamen de derde staatsmacht vormen – worden geacht bekwaam en bedaard te zijn en in tumultueuze tijden kalmte te bewaren.

De rechtbankpresident zei dat de samenleving als gevolg van politieke keuzes en afwegingen ontwricht dreigt te raken. Het rechtssysteem wordt door bezuinigingen (door die andere president) steeds verder uitgekleed en raakt in onbalans. De financiële situatie van de rechtspraak is ronduit zorgwekkend en dwingt tot keuzes tussen kwaden. Ook in Noord-Nederland, sprak ze.

Toen zei ze: ‘De kerntaak van de rechtspraak is om de fundamentele rechten van burgers te beschermen (…), om te zorgen dat niet de grootste mond of de dikste portemonnee het in ons land voor het zeggen krijgt, de kerntaak is om samenleven mogelijk te maken. En die kerntaak dreigt uit te hollen.’

De rechtbankpresident na kalm beraad: ‘Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik. Maar dit is wel wat het is: ontwrichting van de samenleving.’

De deken knikte instemmend.
De hoofdofficier van justitie liet een ander geluid horen. Een officier van justitie staat natuurlijk ook het dichtst bij de minister en het ministerie van justitie, het dichtst bij wat de deken het ministerie van afbraak had genoemd. Dan moet je op je woorden passen.

De hoofdofficier beperkte zich tot de geruststellende opmerking dat ondanks de interne commotie bij het Openbaar Ministerie (opstappende en met elkaar rollebollende officieren) de integriteit nog wel hoog in het vaandel staat. Dan weten we dat.

Dat het in de wereld hoog aangeschreven Nederlandse rechtssysteem piept en kraakt uit zich niet alleen in woorden vol zorg, maar is vrijwel dagelijks in de rechtszaal te horen als nagels die over het schoolbord krassen.

In april 2014 sloeg David in Groningen Azziz Barre, een verwarde man, met een vuistslag in het gelaat. Azziz Barre, eens kindsoldaat in Afrika, klapte achterover, met het hoofd op de stoeprand van de Korreweg. Dood. David zei dat hij werd aangevallen, maar dat was niet zo.

De rechtbank veroordeelde hem in januari 2015 tot twee jaar celstraf wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg. De vuistslag was niet bedoeld geweest om te doden. De verdachte David was het er desondanks niet mee eens en ging in hoger beroep. Bijna vier jaar lang lag de zaak ergens in het piepende systeem te verstoffen. Niemand weet waarom. Het gerechtshof deed afgelopen week uitspraak: omdat het veel te lang heeft geduurd, alleen daarom, kreeg David korting in de vorm van een lagere straf. Twintig maanden.

De zaak van Gert is ook niet te geloven. In 2015 werd Gert veroordeeld omdat hij zich in 2014 ontuchtig bezig had gehouden met kinderporno en jonge meisjes in Stadskanaal. In november 2016 ging hij opnieuw in de fout, het slachtoffer was nu een meisje van 13 jaar.

Afgelopen week, twee jaar na de aanhouding, moest Gert zich dan eindelijk verantwoorden. De officier van justitie zei dat ze 24 maanden celstraf zou kunnen eisen. Maar dat ze dat niet ging doen. Want zij, dus het Openbaar Ministerie, heeft de zaak veel te laat aan de rechtbank voorgelegd. Om zichzelf in te peperen dat het zo niet langer kan, eiste ze voor straf twaalf maanden, daarvan de helft voorwaardelijk. Ze zei nog wel: ’Het is spijtig voor iedereen.’

Het is meer dan spijtig, maar zo rolt de rechtspraak momenteel.

Rob Zijlstra

klik op afbeelding voor speech zoals die tijdens de installatiezitting is uitgesproken

 

Grootste crimineel

Ik ga naar Parijs.
En wel hierom.

 De uit Nottingham afkomstige Robert Dawes geldt als een van de grootste criminelen van Europa. Drugs en geweld zijn zijn ding. Jaren gaf hij leiding aan een drugsorganisatie die actief was in Engeland, Spanje, Italië, Dubai, Zuid-Amerika, Afghanistan, Turkije. En in Nederland. In Groningen.

Misschien nu nog wel.
Want maffia.

Jaren achtereen wist Robert Dawes op onnavolgbare wijze uit handen te blijven van justitie, dan wel kwam hij na arrestaties steeds weer op wonderlijke wijze op vrije voeten.

In december 2015 werd hij in Spanje gearresteerd en overgedragen aan Frankrijk. In Frankrijk wordt Dawes verdacht van het smokkelen van 1300 kilo cocaïne (straatwaarde 50 euro per gram) van Venezuela naar Parijs.

Vanaf 10 december 2018 staat hij met anderen terecht. Voor het proces zijn elf dagen uitgetrokken.

In november 2002 – nu 16 jaar geleden – werd in Groningen de 52-jarige onderwijzer Gerard Meesters in de hal van zijn woning aan de Uranusstraat doodgeschoten. Gerard Meesters was een onschuldige burger, met criminaliteit had hij niets te maken. De schutter kreeg levenslang, medepleger Steven Barnes 8 jaar cel, de opdrachtgever voor deze liquidatie gaat – vooralsnog – vrijuit: Robert Dawes.

Ik ga naar Parijs met Koen Meesters.
Koen is de zoon die in november 2002 getuige was van de moord op zijn vader.
Hij zag het gebeuren.

Eind vorig jaar deden hij en zijn zus bij het Openbaar Ministerie aangifte tegen Robert Dawes.
Sindsdien is de politie ermee bezig, de politie wil wel.
Sindsdien is justitie ermee bezig.

Ik ga met Koen Meesters naar Parijs.
Omdat we de man willen zien, willen aanschouwen, die opdracht gaf tot een weerzinwekkende moord.

Samen gaan we naar Parijs om de man te zien die – als de internationale rechtsstaat rechtvaardig functioneert – eens terecht zal staan in zittingszaal 14.

De wet in Nederland zegt dat het geven van een opdracht een moord te plegen net zo erg is als het uitvoeren van die opdracht. Voor drugssmokkel door heel de wereld kan Robert Dawes in Frankrijk een jaar of tien, vijftien krijgen. Voor de opdracht in Groningen levenslang.

Wij gaan naar Parijs in de hoop dat het recht zal zegevieren.

Rob Zijlstra

ACHTERGRONDEN: dossier Gerard Meesters

Vanaf zondag 9 december doe ik op deze plek verslag van ‘Parijs’. 

Gediskwalificeerd

De officier van justitie heeft besloten dat hij het hard gaat spelen. Hij zal geen begrip tonen en als hij praat zal hij boos praten. Tegen de krant hadden de twee verdachten gezegd dat ze ervan uitgaan dat de rechtszaak zal meevallen. Want, zeiden ze, wij zijn natuurlijk geen criminelen. De officier van justitie tegen de rechters: ‘Nou, daar denkt het Openbaar Ministerie dus even heel anders over.’

De toon is gezet en die zal ook niet meer matigen.

Als de advocaat van de verdachten aan het einde van de zitting de rechtbank voorhoudt dat verdachten op leeftijd – hij is 67, zij 68 jaar – niet thuishoren in de gevangenis, veert de officier van justitie op. Gebelgd: ‘Wij sturen wel oudere criminelen naar de gevangenis.’

De verdachten zijn een echtpaar. Het zijn Henk en Gerda, het juweliersechtpaar dat blinkende zaken dreef in Veendam en Stadskanaal. Een leven lang werkten ze zij aan zij en kneiterhard. Samen bouwden ze iets moois op. Een huis aan het water in Blauwestad, een tweede huis in de behaaglijke Spaanse zon, vermogen voor de kinderen, altijd fijne auto’s om in te rijden. En ook landelijke faam, vooral toen Henk een publiciteitsstunt bedacht. Hij maakte een gouden elfstedenkruisje voor Piet Kleine die op 4 januari 1997, op de dag der dagen, in Hindeloopen vergat te stempelen en daarom door het elfstedenbestuur werd gediskwalificeerd. Henk maakte  het goed.

En nu zitten Henk en Gerda in de verdachtenbank, opgescheept met een in hun ogen kwaadaardige officier van justitie die zonder genade tegen beiden gevangenisstraffen eist van vijftien maanden.

Henk en Gerda zouden zich schuldig hebben gemaakt aan faillissementsfraude. Daarmee is bruut een einde gekomen aan de goede naam en faam van dit nu criminele echtpaar, zegt de officier van justitie. Door wat ze deden en nalieten te doen, hebben ze niet alleen de Rabo gedupeerd, maar hebben ze ook hun leveranciers met onbetaalde rekeningen laten zitten.

De aanklager: ’Je kunt zeggen dat ze van hun leveranciers hebben gestolen. Na het faillissement deden ze alsof er niets aan de hand was, ze vluchtten het land uit en zetten hun luxe leventje voort in Spanje. Ze wisten zelf wel wat goed voor hen was en daarmee speelden ze voor eigen rechter.’

Wie failliet wordt verklaard mag de broek aanhouden, maar verder dient alles ten behoeve van de schuldeisers in handen te worden gegeven van de curator. Henk en Gerda verzwegen het bestaan van garageboxen in Winschoten vol huisraad, ze smoesden niks over 75.000 euro in contanten, verstopt in een schoenendoos in de inloopkast. Ze verkochten hun villa in Spanje en staken de opbrengst – 180.000 euro – in eigen zak.

Henk en Gerda: ‘We waren ons van geen kwaad bewust.’
Rechters: ‘U bent failliet en casht 180.000 euro en dan denkt u er niet bij na om dat te melden? Leg dat nou eens uit.’
Henk: ‘Onze intenties waren goed.’
Rechters: ‘Wij kunnen niet in uw hoofden kijken, daarom kijken we naar uw gedragingen.’
Henk: ‘We zijn een beetje naïef geweest.’

Wat tot nu toe onvermeld is gebleven in dit verslag is dat de emoties tijdens de rechtszaak hoog opliepen. Al bij aanvang sloeg Henk met zijn vlakke hand herhaaldelijk hard op het houten tafelblad. Met luide en overslaande stem riep hij dat de Rabobank hem kapot heeft gemaakt, dat de Rabo een vijand was die maar één doel had: hem vernietigen. En dat hij daar ziek van is. He-le-maal leeg. Lamgeslagen. Kapot.
De rechters, vriendelijk: ‘Fijn dat u dit even heeft kunnen zeggen, dat de frustratie er nu uit is.’

Het is niet alleen boosheid wat door de rechtszaal schalde, er klonk ook bitterheid en ja, ook wanhoop.

Henk en Gerda zeggen dat als ze alles vooraf hadden geweten, dat ze het nu anders zouden doen. Zoals het hoort. Ze werkten tachtig uren in de week, of nog meer, en de bedrijfscijfers waren goed, vertelt Henk als hij is bedaard. Probleem: ‘De cijfers waren voor de ratten van de Rabo niet goed genoeg.’ Eind 2015 trok de bank de stekker uit het bedrijf en was het faillissement onafwendbaar. Henk: ‘Maar er waren oplossingen, we hadden vermogen, maar de Rabo wilde maar één ding, wij moesten kapot.’

Rechters: ‘Wat is er met die 180.000 euro gebeurd?’
Gerda, de rust zelve: ‘Daar hebben we van geleefd. En we hebben onze dochter en schoonzoon geholpen met het opzetten van een nieuwe zaak.’
Henk, weer over de toeren: ‘Want als je kinderen hebt, dan help je die. En dat zou ik weer doen. Dat doe je voor je kinderen.’ Een van de rechters merkt op dat leveranciers met onbetaalde rekeningen misschien ook wel kinderen hebben.

Er gaan jaarlijks duizenden personen en ondernemingen failliet. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er in dertig procent van de faillissementen sprake van onrechtmatigheden en strafbare feiten. Duizenden criminele gevallen dus, waarvan misschien maar één of twee procent – mijn inschatting – wordt voorgelegd aan strafrechters. Waarom moeten uitgerekend Henk en Gerda zich verantwoorden? En ook hun dochter (‘ik zit hier fucking onschuldig’) en ex-schoonzoon (‘spijt van’)? Dochter en ex zijn medeverdachten, ze zouden fout geld van Spanje naar de inloopkast hebben vervoerd.

Een antwoord komt niet. Misschien was het daarom dat een van de drie rechters – scherp en indringend – vragen begon te stellen, waarbij ze zei: ‘Ik probeer u ook een beetje te helpen’.

De rechter gelooft niet dat Henk en Gerda naïef zijn geweest. De rechter: ‘Ik heb een ander beeld en dat wil ik u graag voorhouden, want dat vind ik wel zo eerlijk.’ Ze zegt: ‘U heeft dus altijd hard gewerkt. U zegt dat u naïef bent geweest en dat wat u heeft gedaan in het belang was van de kinderen. En daar kan ik mij ook nog wel iets bij voorstellen. Maar we hoeven er niet omheen te draaien? Zeg nou eerlijk, u wist toch dondersgoed dat wat u deed, dat dat niet goed was?’

Het wordt stil, Henk en Gerda zwijgen.
De rechter: ‘Ik zie dat u allebei knikt. Dank u wel.’
Lag daar zomaar ineens een bekentenis.

De vraag die dan rest is of criminelen als Henk en Gerda vijftien achtereenvolgende maanden in de gevangenis moeten verblijven? Dus of zij op hun leeftijd moeten worden gediskwalificeerd?

De uitspraak komt eraan.

Rob Zijlstra

UPDATE – 29 NOVEMBER 2018 – UITSPRAAK
Een diskwalificatie van acht maanden is het geworden, hij in de mannengevangenis, zij in de vrouwengevangenis. En ze moeten daarna ook nog werken: 240 uren p.p. De motivering van de rechtbank staat (uiteraard) in het helder geschreven vonnis [klik op afbeelding]

vonnis