zittingszaal 14

De kwaadste

Het afgelopen week gepresenteerde regeerakkoord komt te laat voor Leo en Katrien. En vast en zeker ook voor veel anderen die zich de komende tijd in een rechtszaal moeten verantwoorden voor hennepaangelegenheden, daarvoor minimaal werkstraffen krijgen opgelegd en enorme geldbedragen moeten afdragen.

Zij kunnen nog niet vertrouwen op de toekomst.

Misdaad mag niet lonen en dat zal niet veranderen. Leo weet dat inmiddels als geen ander. Katrien is zich van weinig kwaad bewust, dat wil zeggen, niet meer nu ze de waarheid heeft verteld. Ondertussen rollen gemeenten over elkaar heen om in aanmerking te komen voor het experimenteel regeringsideetje om legaal hennep te telen voor recreatief gebruik.

Wat Katrien al deed, maar dan illegaal.
Dat zegt Leo.
Katrien: ‘Nietes. ’t Was Leo die het deed.’

Eigenlijk moesten Leo en Katrien samen terechtstaan, maar dat leek de rechtbank bij nader inzien niet wenselijk. Onwenselijk is dat ze elkaar tegen het lijf lopen. Leo en Katrien hebben onderling flink bonje. Genuanceerder: vooral Leo heeft mot met Katrien. Zij hoopt dat het op een dag weer goed komt. Leo is toch haar zoon en ook dat zal niet veranderen.

Op 14 juli 2014 was er brand in Finsterwolde, aan de Kromme Elleboog. De krant berichtte er een dag later over op pagina 22. Iemand had rook uit het dak zien komen en de blusgroep van Finsterwolde was snel ter plaatse geweest. Korpsen uit Hoogezand en Scheemda kwamen helpen, maar samen konden ze niet voorkomen dat het woonpand in vlammen opging. Op YouTube staat een filmpje waarop is te zien hoe brandweerlieden de woonboerderij gecontroleerd laten uitbranden.

YouTube – film van Marcel Klip

Hoe de brand is ontstaan is dan nog niet bekend.
Leo weet wel beter: ‘Mijn moeder Katrien heeft de boel in brand gestoken.’
Katrien: ’Nietes. ’t Was Leo die dat deed.’

Het gebeurde op een maandagochtend. Omdat er dan bijna nooit wat gebeurt in Finsterwolde, werd hier en daar een wenkbrauw gefronst.  Vastgesteld werd dat de achterdeur was opengebroken. Moest het op een inbraak met brandstichting lijken? Er werd een speurhond aan het werk gezet en toen het beest begon te kwispelen wist de politie: dit is een indicatie dat er vluchtige stoffen aanwezig zijn.

Het Nederlands Forensisch Instituut later: klopt.

Wat de politie verder wist was dat nog niet heel lang geleden op dit adres een hennepkwekerij was ontmanteld. Dat wist de politie want ze had dat zelf gedaan. Toen ook nog eens werd geconstateerd dat het pand een jaar eerder voor 185.000 euro was gekocht en dat er een brandverzekering was afgesloten van 585.000 euro waren de rapen gaar.

 

Leo, het pand stond op zijn naam, werd van getuige gepromoveerd tot verdachte. Wie verdachte is, wordt vrijwel per definitie afgetapt. Dus dan worden telefoons afgeluisterd, een tactiek waarmee het regeerakkoord ook flinke toekomstplannen heeft. Wat de agenten op de tap hoorden bevestigde het vermoeden dat dit niet zomaar een brand was. Niet alleen Leo werd aangehouden, ook zijn moeder.

Moeder Katrien was die maandagochtend aanwezig in de woonboerderij. Eerst vertelde ze als verdachte dat er mannen zijn geweest, geen lieve mannen, maar mannen die eerder dreigende sms’jes hadden gestuurd. Ze dreigden met brandstichting. En ze bedreigden haar zoon. Dat zou best te maken kunnen hebben gehad met inderdaad die hennepkwekerij, maar daar wist ze verder niets van. Moeders doen niet aan hennep. Bovendien: ’Wij wonen in Zeist, niet in Finsterwolde.’

Maar later past Katrien haar verklaring aan. Ze zegt dan dat zij het heeft gedaan. Dat zij de brand heeft gesticht. Iets later, is het weer helemaal anders gegaan, met de opmerking erbij dat dit wel de echte waarheid is. Tegen de rechters: ‘Liegen is zo vreselijk.’ Die mannen, kennissen van haar partner en nog steeds niet lief, hadden er namelijk niets mee te maken. Aan die mannen had ze ook haar excuses aangeboden.

Hoe dan wel?
Het was haar zoon.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, ik neem alle schuld op mij, maar het is niet de waarheid. Mijn zoon heeft de boerderij in brand gestoken.’

Ze zegt: ‘Ik was er wel bij. Ik heb hem nog gewaarschuwd, huilend. Als moeder. Ik zei, doe het niet. Zoek een baan.’
Ze geeft toe: ‘Ik wist dat de boerderij voor bijna zes ton was verzekerd.’
En die dreigende sms’jes?
Leo heeft zichzelf bedreigd, om de brandstichting te verhullen.
Ze zegt dat ze zich schaamt.

De officier van justitie zegt dat we Katrien niet moeten geloven. Wat we moeten geloven is dat Katrien de boel besodemietert. Dat ze het verzekeringsgeld wilde opstrijken en dat ze haar zoon de schuld geeft. Maar de waarheid moet zijn dat ze het samen hebben bedacht. De hennepkwekerij was opgerold en daardoor kwam er geen geld meer binnen. De brandstichting was een way out.

De rekening die Katrien krijgt gepresenteerd voor het snode plan de verzekeraar te tillen is een werkstraf van tachtig uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf (eis). Zo weinig omdat de strafbare feiten gepleegd zijn in de zomer van 2014 en nu pas, in de herfst van 2017, aan de rechtbank zijn voorgelegd. Dit is vaste prik in de Groninger rechtszaal.

Capaciteitskwestie.

Als Katrien en haar partner het gerechtsgebouw hebben verlaten, meldt Leo zich in de rechtszaal. Hij had zich in het gerechtsgebouw verstopt achter een plantenbak, want hij wil zijn moeder en stiefvader nooit meer zien. De rechters vragen:

capaciteit rechtspraak

Wie heeft de brand gesticht?
– Moeder.

Wie heeft het plan bedacht?
– Moeder en stiefvader.

Van wie was die hennepkwekerij?
– Van stiefvader en zijn vrienden.

De niet-lieve mannen?
– Ja.

Wie heeft die sms’jes verstuurd?
– Moeder.

Wie heeft de aankoop van de boerderij gefinancierd?
– Moeder en stiefvader.

Dachten zij in Zeist: we gaan in Finsterwolde in de hennep?
– Ja.

Wat was uw rol?
– Ik was erbij. En ik heb de benzine gehaald.

Bent u schuldig?
– Ja en nee. Ik voelde de druk van mijn moeder op de schouder.

En nu?
– Twee ton schuld.

De officier van justitie herhaalt wat ze eerder die ochtend zei, alsof ze ook niet honderd procent zeker weet wie nou de kwaadste genius is. En dus ook hier: ze hebben de verzekeraar samen willen bedotten. De rekening die Leo krijgt gepresenteerd: 80 uur en een maand voorwaardelijke celstraf.

De rechters moeten een waarheid kiezen.
In de rechtszaal ligt die lang niet altijd in het midden.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

> meer werk van Marcel Klip 

  >> uit het regeerakkoord: heb hennepvertrouwen

De donkere man

De politie in Noord-Nederland kan het werk niet aan. Er is veel aanbod en er zijn te weinig mensen. Zelfs bij ernstige misdrijven is het naatje pet. Jaren achtereen waren er te weinig rechercheurs, maar het zou wel goed komen. Deze week berichtte de krant dat de forensische opsporing onderbezet is. Er zijn dus nog steeds te weinig rechercheurs.

Arme politie, arme wij.

Een pr-politievoorlichter riep dat ondanks de onderbezetting onderzoeken geen gevaar oplopen. Ammehoela. Het resultaat van politiewerk komt uiteindelijk terecht in de zalen van het strafrecht en daar weten wij wel beter.

Dienders op straat kunnen er ook niet veel aan doen. Dienders – Bernard Welten noemde hen ‘scheidsrechters van de publieke ruimte’ – doen voor een karig salaris hun stinkende best.

Even over Welten.

Van Welten – voormalig korpschef te Groningen, daarna hoofdcommissaris van Amsterdam en tot voor kort adviseur van de blauwe lucht – kun je niet zeggen dat hij met zijn stinkende best het huidige politiekorps naar grote hoogten heeft gebracht. Vrijwel niemand weet wat de man de laatste jaren deed, behalve dat hij er overdadig veel geld voor kreeg, het meest van allemaal.

Het is verleidelijk, maar te gemakkelijk Welten de schuld te geven van alle misère bij de politie. Toen hij in 1999 in Groningen als korpschef aantrad liet hij zich kennen als een toffe peer met stoere plannen. Lekker links ook. Hij stemde dat jaar nog GroenLinks, was actief bij Amnesty International en had een broertje dood aan mensen zonder ambitie. Zijn ideeën over opsporing waren vooruitstrevend.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.11.22

Thuis in Haren verslond hij boeken van Sun Tzu en Charles Handy, over Alexander de Grote. Criminelen die jarig waren, stuurde hij een verjaardagskaart, opdat het geboefte wist dat ze bij de politie in beeld was. De tactiek: strooi zand in hun machine. Welten noemde dat ‘tegenhouden’.

In 2004 – het jaar dat hij Groningen inruilde voor Amsterdam – zei hij het ontzettend raar te vinden dat de overheid alleen het strafrecht gebruikt om de criminaliteit aan te pakken. Hij zag vooral een taak weggelegd voor bestuurders, de burgemeester voorop. Dat wordt nu, dertien jaar later, alom gepredikt.

Genoeg over Bernard Welten. Op een dag heeft de man het fatsoen verloren. Met de zakken vol geld heeft hij de politie verlaten, zijn onderbetaalde scheidsrechters van de publieke ruimte verontwaardigd achterlatend. Het was zijn motto: steek je kop boven het maaiveld uit, sticht verwarring. Alleen dan komen mensen in beweging.

Ondertussen is het in Noord-Nederland zover gekomen dat als er in Dronrijp (vlakbij Menaam) iemand met kogels schiet, de rest van Noord-Nederland zonder politie zit, tenzij agenten uit Oost-Nederland en Noord-Holland tijd hebben even bij te springen. Dat schijnt regelmatig te gebeuren.

En zo gebeurde het dat de dienstdoende brigadier Teake Tjalling Eabema van de politiepost te Harlingen hem flink kneep toen op een zaterdagavond de melding kwam dat aan de andere kant – in Ter Apel – een overval werd gepleegd. Doelwit was snackbar Take Away bij camping Moekesgat. Een gewapende man in een zwart Adidas-jack was met een wapen naar binnen gegaan en eiste geld.

De overval mislukte, de onverlaat vluchtte zonder buit naar buiten. Korte tijd later werd in de buurt een jongeman op een fiets bedreigd met een vuurwapen. Ook hier bleef de misdaad beperkt tot een poging. Er was een vaag signalement: de dader was een donkere man. Beide keren had de overvaller ‘geef me alles’ geroepen wat het vermoeden deed ontstaan niet uitgesloten kon worden dat er sprake was van een en dezelfde dader.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.12.40

Veel verder kwam de politie niet. Dat lag niet aan onderbezetting. De officier van justitie: ‘De criminaliteit van Ter Apel bestaat uit winkeldiefstallen en overlast. Een gewapende overval is er zeldzaam. Daarom wilden we deze zaak hoe dan ook oplossen. We hebben er flink op ingezet.’

De flinke inzet piekerde zich suf. Na dagen prakkiseren zei iemand van het onderzoeksteam dat er in 2013 ook al eens een donkere man werd verdacht van een overval in Ter Apel. Dat bleek achteraf niet te kloppen, maar toch. Misschien moesten we deze donkere man opnieuw arresteren en zijn telefoon afluisteren. Je weet nooit. De buurtagent wist waar hij woonde.

Zo geschiedde. De 24-jarige Kama werd zonder pardon gearresteerd. Daarna werd zijn telefoon afgeluisterd. Agenten hoorden hem bellen met zijn broer. Het gesprek ging over geldgebrek. Bingo, riepen de leden van het onderzoeksteam. ‘We hebben een motief.’

Het team deed nog wat. Ze hadden een foto van verdachte Kama gemaakt en van die foto hadden ze de ogen uitgeknipt. De uitgeknipte ogen plakten ze op de gemaakte compositietekening van de mogelijke dader en voegden die als bewijs toe aan het strafdossier.

Afgelopen week diende de strafzaak. Kama vertelde dat hij op de dag van de overval in Rotterdam was.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.36.22De rechter merkte bij aanvang van de strafzaak op dat hij verbaasd was dat Kama op basis van het dossier als verdachte was aangemerkt. De rechter zei ook, met een vleug cynisme, dat hij een ‘creatief kunstwerkje’ in het dossier had aangetroffen, een knip- en plakwerkje met ogen. Tegen Kama: ’De gelijkenis met u ligt niet 100.000 kilometer uiteen, maar of u het bent, is lastig te zeggen.’

De ervaren officier van justitie voelde de nattigheid en eiste vrijspraak wegens gebrek aan overtuiging. De rechters hadden niet de gebruikelijke twee weken nodig om uitspraak te doen, ze deden het direct. Ze zeiden: ‘Het enige wat de politie heeft vastgesteld is dat de dader een donkere huidskleur heeft en dat u ook een donkere huidskleur heeft. Op basis daarvan veroordelen wij geen mensen.’

Vrijspraak voor Kama. Hij komt nu in aanmerking voor een schadevergoeding. Drie weken zat hij op basis van beroerd politiewerk onschuldig opgesloten. De vergoeding voor justitiële vrijheidsberoving is tachtig euro per gestolen dag. Met geld strijken we problemen glad.

bernard welten politie

interview bernard welten / dvhn, 2004

Toch nog even.

Bernard Welten blijft, las ik, voor drie dagen per maand beschikbaar als adviseur van de nationale politie. Daar krijgt hij 5400 euro voor, per maand. Er zijn mensen bij de politie die dit hebben bedacht, er zijn mensen bij de politie die zoiets goedkeuren. Er was vast een pr-politievoorlichter.

Hoe dit allemaal zomaar kan?
Omdat het kan.
Het is het probleem van de onverschilligheid.

Rob Zijlstra

 

> onverschilligheid
>> interview Bernard Welten (DvhN, 2004)

 

het vonnis: ‘volstrekt onvoldoende bewijsmiddelen’

Bang en gestoord

B. snapt het niet zo goed.
Thuis heeft hij problemen met mannen van de Hells Angels.
En wat doet justitie?
En waarom?

B. is een 43-jarige man en in de war. Hij begrijpt niet waarom justitie hem in de gevangenis opsluit tussen uitgerekend de mannen van de Hells Angels.
In de penitentiaire inrichting De Marwei, Leeuwarden.
Het is een punt van kritiek op zijn detentie, kritiek die hij graag even aan de rechters wil meegeven.

Opdat ze het weten.

Drie maanden geleden, toen B. ook in de rechtszaal zat, vertelde hij aan de rechters dat hij zo ontzettend bang was in de gevangenis. Dat hij daarom liever niet terugging. Maar zijn strafzaak kon toen niet worden behandeld. Nog niet alles was klaar. B. moest wel terug.

Terug naar bang.

Donderdag zat hij er weer.
De rechters vragen hoe het met hem gaat.
Het gaat een stuk beter.
Minder bang.

B. heeft in april dit jaar aan de Henri Dunantlaan in Groningen een vrouw beroofd van haar tas. Dat is de verdenking. Jawel, hij gaf haar een duw, zij, de vrouw viel en raakte daarbij lichtgewond. Omstanders hielden hem aan.

Het zijn de stemmen in het hoofd.
Die praten tegen hem en zeggen ook wat hij moet doen.
Het is om gek van te worden.
Wat is de vraag?

Jawel, die stemmen zijn er al jaren.
Hij praat met ze, praat tegen ze terug.

Hij stuurt ze soms weg, die stemmen.
Maar meestal luisteren ze niet.
Of soms voor eventjes, maar dan komen ze toch weer, weer terug.

Soms zeggen de stemmen dat hij de grootste sukkel is van de stad Groningen.
En dat hij dan moet bewijzen dat dat niet zo is.
Misschien had hij daarom die mevrouw beroofd.

Hoe ook, hij heeft daar enorme spijt van.
Snapt ook wel dat wat hij heeft gedaan niet kan, zoals ook de officier van justitie zegt.

Zijn drugsgebruik maakt het er allemaal niet beter op.
Deskundigen spreken van een chronische psychose.
Paranoïde ook.

Behandeling is noodzakelijk.
Maar er moet ook worden afgerekend.
De eis: veertien maanden celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk.

B. knikt.
In zijn laatste woord zegt hij tegen de drie rechters: ‘Ik ga ermee akkoord dat u mij een straf geeft, maar het moet geen jaren meer duren.’

De uitspraak is op 20 oktober.

DUS

In een beschaafde samenleving bekommeren de sterken zich over de zwakken.
Althans, dat was eens een mooi idee.
In die van de onze van anno nu sluiten we mensen die er ook niets aan kunnen doen op in gevangenissen.
Dat is niet om hen te helpen of te beschermen.
Het dient ook geen doel.
Het is voor straf.

Het is wel een beetje gek.
Wie gestoord is mag niet meedoen aan onze krankzinnige wereld.

 

Bel de politie

De politie heeft veel tijd en energie in deze zaak gestoken, zegt de officier van justitie tegen de rechters. Ga maar na. Het strafdossier telt ruim 1.500 pagina’s, het is de weerslag van een uitvoerig en zorgvuldig onderzoek. De misdaad vereiste dat: Sonja (49) heeft geld gepikt uit de kassa van haar werkgever.

wetboek van strafrechtOp camerabeelden is te zien hoe zij heimelijk bankbiljetten uit de lade haalt.
De officier van justitie spreekt van een doordachte misdaad.

Sonja deed het op 20 juli 2014.
Volgens de camera pikte ze geld tussen 8.02.45 uur en 15.43.40 uur.
In totaal 320 euro.
Sonja is met de camerabeelden geconfronteerd en dat betekende het einde van haar loopbaan bij het bedrijf waar ze negen jaar werkte en waar ze een vooraanstaande positie had verworven.
Ze kon goed overweg met de gasten.

Sonja had de ellende kunnen afkopen. De eigenaar van het bedrijf stelde haar voor de keuze: 15.000 euro betalen of we bellen de politie.

De drie strafrechters hebben er zin in. Ze zagen Sonja twee uur lang door. Van alles willen ze weten. Ook of ze kan verklaren waarom ze tussen 2011 en 2014 zo vaak op vakantie ging, soms wel twee keer per jaar. Mexico. Egypte. Een paar zelfs keer naar Curaçao. Nou?

Ik luister goed naar wat Sonja zegt en hoe ze de zenuwen de baas probeert te blijven. Ze zegt zacht dat tegenwoordig toch heel veel mensen twee keer per jaar op vakantie gaan? Dat haar man een goede baan heeft. En dat ze steeds maar een weekje gingen.

De rechters willen weten of haar man nog bij haar is of dat ze al is gescheiden. Sonja, hoorbaar verrast door die vraag: ‘Gescheiden? Nee hoor.’ Haar man steunt haar. Evenals de kinderen. En vrienden.

Ze had tegen haar baas gezegd: ‘Bel de politie maar.’
Tegen de rechters: ‘Ik heb dat geld niet gestolen.’

Terwijl de rechters door blijven vragen, bekijk ik de website van het gedupeerde bedrijf. Het is een sjieke nering aan fraai Friese water. Je kunt er eten, slapen, met je bedrijf feesten en zelfs vergaderen met een flipover (inclusief gratis gebruik van papier en stiften). Ik lees dat de eigenaar in 2014 is onderscheiden.

Hij is toen benoemd tot Lid van Verdienste van de Vereniging Koninklijke Horeca Nederland.

Ineens moest ik aan Pim Fortuyn denken. In november 1995 was hij in Groningen, als spreker op het jaarcongres van de Vereniging Koninklijke Horeca Nederland in de Martinihal. In de zaal zaten een staatssecretaris en honderden geslaagde horecaondernemers uit heel het land. Ik zat als stadsverslaggever op de achterste rij.

Fortuyn zou spreken over imago en gastheerschap, het thema van het koninklijke congres. De voorzitter verkondigde ter inleiding enthousiast dat het imago van de Nederlandse horeca onberispelijk is en dat het gastheerschap tot het beste van de wereld behoort.

Daarna gaf hij de microfoon aan een geamuseerd glimlachende Fortuyn. Die zei terwijl hij de zaal inliep (vrij vertaald): ‘De pot op met je gastheerschap. Ik ga het hebben over het zwarte geld dat in jullie sector omgaat.

De voorzitter ging staan.
Ontzet.
Protesterend.
Gebarend.

Maar Fortuyn (‘Ik heb de microfoon, dus ik ben de baas en moet jij nu je mond houden’) begon aan willekeurige ondernemers te vragen hoeveel werknemers zij zwart aan het werk hadden en hoeveel zij zwart uitbetaalden.
En waarom.
Het werd geen saaie middag.

Daar moest ik aan denken. Sonja vertelt aan de rechters dat ze verantwoordelijk was voor het uitbetalen van de lonen van werknemers met de 0-uren contracten. Met geld uit de kassa. Steeds aan het einde van de dienst. Alles contant en zonder loonstrookjes. Op diezelfde manier moest ze zichzelf betalen.

De advocaat van Sonja voegt toe: ‘En ze was niet de enige die geld uit de kassa mocht halen. Ook koks deden het, om bijvoorbeeld boodschappen te kunnen kopen. De kassa werd nooit opgemaakt. Administratief was het er een zooitje.’

Regelmatig onaangekondigd, vertelt Sonja, kwam de eigenaar langs om de kassa af te romen. Dan was er te weinig geld om het personeel te betalen. Daarover was vaak gedoe. Ze zegt: ’En er viel niet over te praten. Het moest op zijn manier. Hij zei, ik bepaal wanneer jullie loon krijgen.’

Een van de rechters merkt op dat de werkwijze van het bedrijf vast een fiscale reden heeft. Tegen Sonja: ‘Een jongen die bij mij in het dorp woont kon ook zwart werken. Maar dat weigerde hij, dat wilde hij niet. Maar u deed het wel.’

Sonja knikt. Zegt: ‘Het waren zijn regels. Als je niet meedeed, had je geen werk. Achteraf had het anders gemoeten, maar ja, achteraf weten we het allemaal wel.’

De officier van justitie zegt dat het hotel-restaurant er dan een rommelige bedrijfsvoering op mag hebben nagehouden, verdachte heeft haar werkgever wel flink benadeeld. Ze heeft gepikt en daarmee het vertrouwen dat in haar was gesteld ernstig beschaamd. Het voorstel aan de rechtbank: geef haar een werkstraf van 120 uur (eis).

Vanwege 320 euro?

Het vermoeden was dat ze meer geld uit de kassa heeft gegrist. Niet alleen op die ene dag in juli, maar ook in jaren daarvoor. Opgeteld wel 40.000 euro denkt de ondernemer van verdienste. Het zorgvuldig politiespeurwerk ten spijt, bewijs daarvoor is niet gevonden. De misdaad blijft daarom beperkt tot inderdaad die 320 euro.

Maar dan toont de strafrechtspraak een lelijke kant. Een diefstal moet wettig en overtuigend worden bewezen. Een vermoeden vereist geen bewijs, maar het Openbaar Ministerie mag van de wet op grond van een vermoeden wel een ontnemingsvordering (‘pluk-ze’) indienen. De hoogte van het bedrag mag zijn gebaseerd op dat vermoeden.

 

En zo kan het dat de officier van justitie op grond van uitvoerig en zorgvuldig onderzoek zegt te kunnen bewijzen dat Sonja 320 euro heeft gestolen, maar dat het niet te bewijzen vermoeden 18.240 euro bedraagt. En dat bedrag moet Sonja naast die werkstraf betalen, aan de Staat der Nederlanden.

Hoe het met de strafzaak is afgelopen rond het zwarte geld bij het gerenommeerde hotel-restaurant aan het water?
Ken je die mop?
Er was nooit een strafzaak.
Koninklijke Horeca zei in 2014 trots dat het Lid van Verdienste ‘op geheel eigen wijze het aanzien en functioneren van de horeca in Friesland positief heeft beïnvloed’.

Zo iemand val je natuurlijk niet lastig met onbeduidende zaken.

Rob Zijlstra

 

update – 9 oktober 2017 – uitspraak
Sonja is vrijgesproken. De rechters vinden de verklaringen van haar aannemelijk. Er is geen bewijs dat het is gegaan zoals het Openbaar Ministerie zegt.

het vonnis:

vonnis rechtbank

zie ook: Koninklijke Horeca Nederland

vragen die zeker nog moeten worden gesteld:

Wat doet de branche-organisatie met aangesloten leden die een chaos-administratie bijhouden om fiscale redenen?

Wat doet het Openbaar Ministerie met informatie die strafbare feiten doen vermoeden en zo ja, wat is er in dit geval gedaan?

update / 11 oktober 2017
De vragen zijn  gesteld, het wachten is op de antwoorden.

update / 12 oktober 2017
Koninklijke Horeca Nederland heeft gereageerd. De reactie zoals ik die per e-mail ontving:

Beste Rob,
Zoals we gisteren telefonisch afspraken, heb ik je mail intern besproken.
Zoals ik aan de telefoon al aangaf, vinden wij dat horecaondernemers en dus ook onze leden de wet moeten naleven. Eén van onze kernwaardes is dat we van onze leden vragen dat ze zich goed (laten) informeren over geldende wet- en regelgeving en dat zij deze ook zullen respecteren.
KHN heeft niet de ambitie om zelf wet- en regelgeving te handhaven. Daar zijn officiële instanties voor. Maar KHN adviseert haar leden wel over hun verantwoordelijkheden. Die verantwoordelijkheid blijft echter bij de individuele ondernemer liggen.
In onze statuten is vastgelegd dat een lid door de vereniging uit het lidmaatschap kan worden gezet, wanneer gelet op houding, doen en laten van het lid in en/of buiten verband van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voorduren. Het moedwillig, ernstig overtreden van de wet (en daarvoor veroordeeld zijn) is een reden voor opzegging.
Los van het bovenstaande doen wij geen uitspraken over individuele leden en dus ook niet over deze horecaondernemer en deze zaak. Overigens is hier ook de vraag welk – bewezen – verwijt hier wordt gemaakt. Het gaat om vermoedens.
Ik hoop dat je hiermee uit de voeten kunt. Als je ons citeert in je artikel, zou je de tekst van het artikel dan voor publicatie naar me willen mailen? Dan kunnen we meelezen op feitelijke onjuistheden.
Met vriendelijke groet,
Bernadet Naber
woordvoerder KHN
 .

 

update / 13 oktober 2017
Het Openbaar Ministerie heeft ook gereageerd. Een terechte vraag, zegt de woordvoerster. Het antwoord dat de officier van justitie laat weten: tijdens het onderzoek zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen die duidden op zwart geld-gerommel (mijn typering). Daarom is daar geen nader onderzoek ingesteld of contact gelegd met de Fiod, de club die aan de bak moet bij verdenkingen van zwart geld.

 

.

 

Livestream mensenhandel

dvhn mensenhandel lezing publieksacademie zittingszaal14

De tiende lezing van de Publieksacademie voor de Rechtspraak gaat over mensenhandel, op 28 september 2017

De lezing is geregistreerd door PodiumTV en is hier terug te kijken

sprekers: Kai Lindenberg, universitair hoofddocent (strafprocesrecht) bij de Rijksuniversiteit Groningen  en Jantine Nolta, strafrechter bij de rechtbank Noord-Nederland.

in de zaal: 260 krantenlezers & luisteraars

De Publieksacademie voor de Rechtspraak (#PAvdR) is een initatief van Dagblad van het Noorden in nauwe samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, het Openbaar Ministerie en de Rechtbank Noord-Nederland. En #z14.

De eerstvolgende lezing is op de 30 november – over schulden en faillissementen

 

.

 

 

Game over

 

Halverwege de rechtszaak twitter ik vanuit zittingszaal 14 dat de verdachte wereldkampioen ongeloofwaardig ontkennen is. Dat is nogal wat, want kampioen van de wereld ben je niet zomaar.

Zijn naam is Trevor, 20 jaar.
Hij draagt een donkerblauw streepjespak, het pak dat hij ook tijdens de laatste kerstmaaltijd droeg, zie ik op zijn facebookpagina.
Hij luistert naar Machine Gun Kelly, naar Chief Keef.
Op zijn tijdlijn staan lelijke woorden over de politie.
En dat het leven hard is, niet eenvoudig.
Vrienden noemen hem een ‘zogenaamde gangster’ en een laiverd.
Achter zijn rechteroor, een kleine tatoeage.

Hij heeft het niet gedaan.

Tijdens het tweede politieverhoor bekende hij de misdaad. Ja. Dat hij in Delfzijl was geweest in verband met een Playstation. Ja. Er was klapperij geweest. Maar het was gelogen. Trevor zegt tegen de rechters: ‘Ik zei dat ik het had gedaan omdat ik dacht dat ik dan naar huis mocht. Maar dat was niet zo. Ik mocht niet naar huis en ik heb het ook niet gedaan.’

De verdenking is dat Trevor met twee kompanen een leeftijdgenoot in diens woning in Delfzijl heeft overvallen. Trevor zegt tegen de rechters dat hij op het moment van de overval in Groningen was, aan het barbecuen met vrienden. Dus dan was hij niet in Delfzijl.

De rechters: ‘Barbecuen in februari. Wel koud zeker?’
Trevor: ‘Nee hoor, het was tien, vijftien graden.’
De officier van justitie: ‘Nietes. Het vroor.’
De krant: middagtemperatuur rond het vriespunt, koude oostenwind.

Het barbecuen was vanwege het afscheid van een vriend. Die ging verhuizen, van Groningen naar Ten Boer.
Rechters: ‘Hij ging toch pas in juli verhuizen?’
Trevor: ‘Ja, maar hij gaf alvast een afscheidsfeestje. Hij heeft het altijd druk mevrouw.’

Schermafbeelding 2017-09-22 om 13.53.00

Het slachtoffer heet zeg maar Ron. Hij herkende Trevor. Hij kent hem niet persoonlijk, maar wel van het online gamen. De tweede overvaller zou nu verkering hebben met zijn ex, maar zeker weet hij dat niet. De derde was iemand met een klein staartje en cowboyhoed op. Die had geroepen: ‘Als je wat doet, dan steken we je neer.’

Ron had zijn Samsung Galaxy S5 moeten afgeven en zijn Playstation. Inclusief de consoles en een stapeltje spellen. GTA5, Battlefield 3. Black Cops Ops. Het was Trevor die na een tijdje tegen de andere twee riep dat er genoeg was geslagen. De verwondingen waren dusdanig dat Ron naar het ziekenhuis moest.

Op 4 juni, bijna vier maanden later, werd Trevor als verdachte van bed gelicht. Hij was – zegt hij tegen de rechters – stomverbaasd geweest. Een woningoverval? Een Samsung Galaxy meegenomen? Een Playstation 3? Een man die Ron heet uit Delfzijl? Trevor heeft geen idee.

Zijn telefoon wordt onderzocht. Telefoons zijn als olifanten, die onthouden meer dan je denkt. Twee weken voor de overval is met het telefoontoestel van Trevor vijfmaal gebeld met het telefoonnummer van Ron. Hoe kan dat dan?

Trevor: ‘Ik zou het echt niet weten.’
Rechters: ‘Wel raar.’

Telefoongegevens vertellen dat het toestel van Trevor op de dag van de overval om 17.43 uur een zendmast in Groningen aanstraalde, maar om 18.30 uur een mast in Delfzijl, in de buurt van de woning van Ron. Om 20.50 uur is het toestel weer in Groningen. Zijn telefoon was dus in Delfzijl op een tijdstip dat de overval werd gepleegd.

Trevor heeft wederom geen idee. Zijn telefoon, beweert hij, lag aan de lader in de keuken, terwijl hij buiten warme barbecueworst stond te snaaien.

Een uur voor de overval heeft Trevor telefonisch contact met Simon, een achterbuurman van slachtoffer Ron. Eerst kent hij Simon niet, later wel. Maar hem gebeld? Nee. ’s Middags heeft zijn telefoon een huisgenoot van Ron gebeld. Nee. Er is een jongedame met wie Trevor op de dag van de overval contact heeft. De dame – zij woont bij Ron om de hoek – vertelde aan de politie dat Trevor haar die dag had opgehaald. Met nog twee andere jongens. Trevor: ‘Nee.’

Schermafbeelding 2017-09-22 om 13.55.16

WhatsApp kun je niet afluisteren, maar op een in beslag genomen telefoon kun je wel gewoon alles lezen. Iemand had na de overval aan Trevor ge-appt dat ‘de popo was gebeld en dat Ron aangifte gaat doen’. Trevor zelf had daags na de overval een Playstation te koop aangeboden en negen dagen later een Samsung Galaxy S5. Namens een mattie.

De wereldkampioen: ‘Misschien ben ik gehackt, is dat het.’

Toen hij van bed werd gelicht lag op een tafeltje een boksbeugel en onder dat tafeltje een semi-automatisch vuurwapen. De rechter laat een foto zien van onmiskenbaar een boksbeugel. Trevor: ‘Dat is geen boksbeugel, dat is een gesp van een riem.’ De rechter houdt een foto van een vuurwapen omhoog. ‘Gekregen van een vriend, ik wist niet dat het een echte was.’

Waarom Ron te grazen werd genomen, blijft in nevelen gehuld. De politie onderschepte een paar geruchten. Ron zou online een grote bek hebben gehad. Iemand zou jaloers zijn, omdat Ron beter zou zijn bij GTA. Ron zou ‘in de party’ hebben zitten lullen over Tattoo M.

De officier van justitie zegt dat iedereen zich veilig moet voelen in zijn eigen huis en dat een woningoverval zo drie jaar celstraf kan opleveren. Ze zegt ook dat Trevor zijn moeder ziek is en dat hij haar verzorgt, dat hij geen werk, maar wel schulden heeft, dat er sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel, een agressieprobleem en dat Trevor een jongen is die zichzelf nogal overschat.

Het is daarom voor iedereen beter dat het jeugdstrafrecht wordt toegepast. Drie jaar cel kan dan niet, maar achttien maanden (waarvan zes voorwaardelijk) is zeer wel mogelijk. Dat is ook de eis.

Trevor moet een klein beetje huilen. ‘Ik vecht al sinds mijn zesde tegen allerlei problemen.’

De advocaat weet dat hij zichzelf niet belachelijk moet maken door in de geest van Trevor vrijspraak te bepleiten. De raadsman zegt dat hij uitvoerig met zijn cliënt heeft gesproken over ‘de mogelijkheden’ en dat cliënt ervoor heeft gekozen om niet te bekennen. Dat de officier van justitie voorstelt het jeugdstrafrecht toe te passen, is een goede zaak, zegt de raadsman.

De rechters vragen of Trevor zelf nog iets wil zeggen, maar dan iets anders dan ‘weet niet’ of ‘nee’.

Trevor zucht en zegt: ‘Een medegedetineerde heeft zich opgehangen. Daar slaap ik slecht van, nog slechter dan ik al deed.’

Rob Zijlstra

update – 5 oktober 2017 – uitspraak
Trevor is veroordeeld, want de rechters geloven hem niet (goh). De rechters zeggen dat Trevor hulp nodig heeft en dat daarom het jeugdstrafrecht passender is dan het ‘echte’ strafrecht. De straf: 12 maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk. Met toezicht door de reclassering.

Effe uitlegge

Gurbert is een goedlachse handelsman in zaken uit het groene grensgebied van Groningen en Friesland. Hij is een man met pandjes en eigen bedrijven en met altijd flink wat contanten in de broekzak. Koopt hij een auto, zoals vorige week nog, een mooie Pontiac voor 17.000 euro, dan betaalt hij die cash. Zo is hij.

Als de rechters het niet helemaal begrijpen, wat hij zich kan voorstellen, dan is Gurbert de beroerdste niet. Dan ken hij het allemaal wel effe uitlegge.

Een ding moeten de rechters sowieso weten: hij is geen mietje. Hij zegt: ‘Ik heb een hoerentent gehad in Gouda.’ Dat dat even duidelijk is. ‘Ik ben geen kleine jongen.’

Ondanks het feit dat Gurbert verdachte is in een strafzaak, gaat het hem goed. Sterker nog: ‘Uitstekend zelfs.’ Het jasje dat hij bij binnenkomst draagt verraadt zijn nieuwe bedoening: zonnepanelen. ‘We kenne er niet tegen werke.’

De rechters willen weten: ‘Wat verdient u per maand?’ Rechters mogen dat gewoon vragen. Er verschijnt een grote grimas op het gelaat van Gurbert. Alsof zijn hoofd denkt: vast meer dan jullie samen. Glunderend: ‘Dat vertel ik niet.’

Twee uur lang zijn de rechters met Gurbert in gesprek. Officier van justitie Henk Mous kijkt al die tijd not amused. De verdachte, zegt hij, is een meester in verzinsels. ‘Geloof hem niet.’

Het begon allemaal op 4 september 2013, al bijna vroeger. Er was gelazer met mannen bij een bedrijfspand in Drachten. De politie werd te hulp geroepen om erger te voorkomen. De mannen hadden een zakenconflict, iets met een aggregaat. Het viel de agenten op dat naarmate ze dichter bij het pand kwamen, een van de mannen steeds zenuwachtiger werd.

Het was de geboorte van een vermoeden. De zenuwachtige was Gurbert, de verhuurder van het bedrijfspand. Het pand waarin in 2009 na een brand een hennepkwekerij was aangetroffen. In de politiesystemen kwam Gurbert voor in relatie tot hennepkwekerijen in Emmen, in 2011 en 2012.

Het frutje op die 4e september leidde tot een groot onderzoek. Er ging een helikopter de lucht in met een warmtecamera, de leverancier van energie deed een meting aan het stroomnet, er werden her en der camera’s geplaatst, agenten gingen er zo nu en dan kijken en stelden dan vast dat er nauwelijks tot geen publieke activiteit was tijdens de openingstijden van het bedrijf.

 

 

Op 24 juli 2014 deed de politie een inval en werd Gurbert gearresteerd. In zijn beleving denderde het halve politiekorps van Noord-Nederland bij hem naar binnen. De oogst: 851 hennepplanten. In zijn woning in het groene grensgebied werd dertien kilo natte hennep gevonden, gereed om op wasrekjes gedroogd te worden.

Gurbert kan het allemaal uitleggen. Hij had contact met jongens, geen jongens die op scootertjes rondrijden. Nu had een van die jongens gevraagd of een deel van het pand te huur was.

Tja, wat doe je? Weigeren? Gurbert had een paar snelbouwwandjes laten komen en zijn jongens hadden een ruimte in elkaar gezet, koolstoffilter erbij, afzuigertje op het dak. Om binnen te komen, moest je door een deur die tevens dienstdeed als achterwand van een kast. Dat was het, meer niet. Raar? Mwoh. Met hennep had hij toch niets te maken? Hij stelt voor om de bewijzen die de domme politie heeft verzameld een voor een en samen met de rechters van tafel te vegen.

Bij zijn woning was de hennep gevonden. In zijn mobiele telefoon vond de politie sms-berichten die duidden op betrokkenheid bij hennepteelt. ‘Kun je per week een kilo white widow leveren?’ En: ‘Zijn de toppen al rijp? Ook: ‘Hoe zit het met de centjes?’ In een bureaulade hadden agenten zegels gevonden waarmee je elektriciteitsmeters kunt verzegelen.

Gurbert slaakt een diepe zucht. Het moet wel leuk blijven. Tegen de rechter: Kijk mevrouw (of zei hij nou mevrouwtje?), voor vijfhonderd tot duizend euro koop je die zegels op internet, en anders zijn er wel corrupte medewerkers van het stroombedrijf die zegels willen leveren. Ik had ze, omdat een monteur ze was vergeten. Simpel.’

Hij legt uit dat hij in de wereld zat van de security. Volgsystemen, Track en Trace. GPS. Cameraatjes. Dat werk. Zegt: ‘Ik had klanten waar we voor 20.000 euro cameraatjes legden. Nou, zo’n klant verdient dat niet met broodjes, dat snapte ik ook wel. Soms konden ze even niet betalen. Dan moest ik wachten tot na de oogst, tot de toppen rijp waren. Snap u? Zo kwam ik in die wereld en dan ben je best kwetsbaar.’

Die caravan? Zelfde verhaal. ‘Ik kreeg nog geld van een klant, dikke zevenduizend. Nee, geen namen. Hij had geen geld, maar wel wisselgeld. Ik zei, wat heb je dan? Hij had een caravan, een Burstner Belcanto. Ja, dat is een flinke caravan, want ik mot geen Kippetje Smal’. Dat die caravan 20.000 euro waard was, wist hij niet. En ook niet dat de caravan als gestolen stond geregistreerd. Gurbert: ‘Had ik dat geweten dan was ik er toch niet mee op vakantie naar Oostenrijk gegaan?’ Rechters: Nee, maar u sloot wel een jaarcontract af voor een plaats op de camping in Kropswolde.’

Officier van justitie Henk Mous: ‘Meneer bagatelliseert het. Wat stelt het nou voor, 850 plantjes heb ik hem horen zeggen. Hennep trekt criminaliteit aan. Ripdeals, overvallen, zijn aan de orde van de dag, niet alleen in Brabant, ook hier in het Noorden.’

Volgens Mous verhuurde Gurbert panden, richtte hij ze in en beveiligde hij de heleboel. Dertien kilo hennep bij hem thuis. Dan zit je tot over je oren in de shit.

Als de zitting is afgelopen en Gurbert zijn zonnepanelenjasje weer aantrekt, lijkt hij niet ontzettend aangedaan. Een werkstraf van 200 uur als eis. Dat trekt hij wel. Dat de officier ook zijn vermeende winst opeist, van 237.000 euro, is minder, maar dat regelt zijn advocaat vast wel, dat komt wel goed.

Volgens mij ontging het Gurbert dat zijn advocaat een pleidooi hield met de passie van een pantoffeldier. De advocaat verzocht om een nader onderzoek naar de berekende winst op een moment dat de behandeling van deze kwestie al was afgerond. Rechters: ‘U bent te laat.’

Als de rechters over twee weken uitspraak hebben gedaan, zie ik Gurbert in mijn verbeelding naar zijn advocaat kijken om hem zonder glundering op het gezicht te vragen: ken jij dat effe uitlegge?

Rob Zijlstra

update – 28 september 2017 – uitspraak 
Gurbert is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf. Het mocht 20 uur minder (dan de eis) omdat het Openbaar Ministerie veel te lang heeft gewacht de zaak aan de rechtbank voor te leggen, zo vinden de rechters. Of hij 237.000 euro moet inleveren is nog even afwachten: de rechtbank doet in die kwestie eind oktober uitspraak.

Goed fout. Zo gemaakt.

Een flink deel van de ongeorganiseerde criminaliteit is het gevolg van fouten en foutjes. Het is algemeen bekend dat een fout zo is gemaakt. Eén moment van onoplettendheid, van onnadenkendheid en het kan al flink mis gaan. En iedereen maakt ze.

Het is daarom dat ook niet criminelen regelmatig als verdachten in de rechtszalen van het strafrecht belanden, negen van de tien keer schuldig worden bevonden en dan dus ook straffen krijgen opgelegd. Een beduidend deel van de misdaad wordt bedreven door niet-misdadigers. Crimefighters en politici die steeds strenger roepen moeten daar eens bij stilstaan.

Hij had het nooit moeten doen, sprak de grote getatoeëerde man deze week berouwvol tegen zijn rechters. Hij wilde het uitpraten, dat was de intentie. Daarom ging hij naar zijn ex. Om te praten. Maar toen hij er eenmaal was en voor de woning stond, lag daar die steen. Voor hij er erg in had – in een ondoordacht moment – keilde hij het gevaarte door de ruit. Net daar waar zij stond.

De officier van justitie vindt zo’n impulsieve fout vijftien dagen gevangenisstraf waard.

niet voordringen

Soms bestaat een misdrijf uit een aaneenschakeling van fouten. Ronald wil met studentenvrienden poolen, maar het is, rond middernacht, druk in het poolcentrum in de binnenstad van Groningen, er is geen tafel vrij. Ze willen niet wachten, maar voor hun beurt spelen. Pool-medewerker Randy grijpt in en wijst de bezoekers op de spel- en huisregels: niet voordringen. De studenten vertrekken, maar duiken een kwartier later weer op, luidruchtig als ze zijn. Foute boel.

Als Ronald voor de tweede keer te verstaan wordt gegeven dat voordringen nog steeds niet tot de regels behoort, schopt hij een dienblad met glaswerk aan gruzelementen. Bij de politie erkent hij later dat hij zich ‘klootzakkerig’ had gedragen, iets wat hij nooit zou doen als hij niet dronken was. Hij noemt zijn gedrag bij nader inzien stom wat volgens mij gelijk is aan flink fout.

In reactie op het sneuvelende glaswerk sommeert Randy dat Ronald de zaak moet verlaten, er wordt geduwd, er vallen klappen. Randy is kleiner maar geïrriteerd en sterker en sleurt de dronken Ronald naar buiten. Daar registreren camera’s hoe de student over de straatklinkers tuimelt. En, heel fout, hoe Randy hem als afsluiter een trap geeft, vol in het gezicht.

Ontzettend fout, vindt de officier van justitie. Ronald mag zich dan als een dronken aap hebben gedragen, Randy heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, want zo moet een trap met een geschoeide voet tegen het immer kwetsbare hoofd in de rechtszaal heten. Een geschoeide schop kan leiden tot de dood.

Randy buigt het hoofd. Hij weet het. Had hij die Ronald maar slechts naar buiten gesleurd, dan was er nu niets aan de hand geweest. Maar die onverhoedse schop was zo fout dat hem nu een jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Ook moet hij – wil Ronald – 3500 euro aan smartengeld betalen omdat de student met een gebroken neus het slachtoffer mag heten. Door het incident is hij een angstig mens geworden, heeft hij studievertraging opgelopen en is hij in een sociaal isolement terechtgekomen. 3500 euro heelt wellicht.

Randy – vader van kinderen – zegt nog sorry, maar realiseert zich dat zoiets zeggen zijn fout niet ongedaan maakt. Hij zit al een half jaar in de gevangenis.

Ook de fout van Anton uit Delfzijl lijkt onherstelbaar. Zonder dat zijn echtgenote het weet, is er een huurachterstand en wel zo eentje dat de woningbouwvereniging met een drastische oplossing komt: een huisuitzetting. Anton is meer dan wanhopig en bedenkt in de geest van die gemoedstoestand een uitweg. Hij sticht brand op de overloop van de woning in de hoop dat de uitzetting – de volgende dag – dan niet doorgaat. Dan komt hij misschien niet met de twee kinderen en zijn onwetende vrouw op straat te staan.

De brand wordt geblust, de schade is fors. Niemand ruikt onraad tot de verhuurder een relatie legt tussen de brand en de aangekondigde huisuitzetting een dag later. Nader onderzoek volgt en dat brengt de misdaad aan het licht. Anton bekent. In de rechtszaal hoort hij de officier van justitie praten over een gevangenisstraf van vier jaar. Goed, ze wil best rekening houden met zijn persoonlijke omstandigheden, met zijn wanhoop. De eis daarom: 24 maanden celstraf.

Fouten leiden niet altijd tot strafmaatregelen. Deze week had in zittingszaal 14 ook een 23-jarige jongeman uit Marokko terecht moeten staan omdat hij in januari twee personen zou hebben neergestoken. De strafzaak ging niet door omdat de verdachte in afwachting van de behandeling van de zaak, door de vreemdelingendienst het land was uitgezet. Foutje in mei.

De advocaat: ‘De overheid frustreert de rechtsgang. Verdachte heeft het recht aanwezig te zijn bij zijn strafzaak maar door de uitzetting kan hij van dat recht geen gebruik maken.’ De raadsman meent dat deze onherstelbare fout moet betekenen dat justitie het recht te mogen vervolgen heeft verknald. De rechters willen zover niet gaan. In opdracht van de rechters moet de officier van justitie de gewezen verdachte opsporen. Als hij is gevonden, kan hij misschien zeggen of hij wel of geen gebruik wil maken van het aanwezigheidsrecht. Zo doet het juridisch iets minder zeer.

Terschelling

Iedereen maakt fouten. Eind augustus belandde ik in het kleine, maar o zo mooie theater van West-Terschelling (West End) waar strafrechter Gerlof M. uit Zwolle optrad. Hij verhaalde over het strafrecht en over zichzelf. Ik vond het een matige voorstelling (entree 17,50 euro) waarin wel iets bedenkelijks gebeurde. Rechter Gerlof sprak bij herhaling over een strafzaak van een (voormalige) boer uit Noord-Groningen die werd verdacht van stalking en het het bedreigen van een officier van justitie met de dood. Hij was een van de drie rechters van de Groninger boer. De rechter kwalificeerde de verdachte Groninger landbouwer vanaf het theaterpodium als een rare kwibus, als een lelijk heerschap.

De strafrechter ging hier met voorbedachten rade goed in de fout: een rechter spreekt nooit publiekelijk over een zaak waarin hij zelf recht moet doen. De voorstelling op het eiland was twee dagen na de zitting in Zwolle. Er was toen nog geen uitspraak. Die kwam afgelopen donderdag.

De kwibus-boer uit Noord-Groningen kreeg tbs met dwangverpleging.
De strafrechter met zijn onnadenkendheid gaat vrijuit.

Rob Zijlstra

update – 20 september 2017 – uitspraak
Anton moet met zijn wanhoop eigenlijk naar de gevangenis, vinden de rechters, maar ze vinden nog meer  dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheden. En dan mag Anton boeten met een werkstraf, de maximale, van 240 uur. En ter waarschuwing: 12 maanden voorwaardelijke celstraf. Een goed gesprek met zijn geliefde is niet in het vonnis opgenomen.

 

 

het slot van de voorstelling

 

Jan Eland

over een hoofdofficier van justitie

Jan Eland – wie kent hem niet – vertrekt.
Man was 14 jaar hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland.
Baas, bovenbaas van justitie in ’t Noorden.

Eindbaas.

Hij kwam uit Zeeland en gaat nu via Groningen, Drenthe en Friesland naar Limburg.
Steeds ver weg van Den Haag, ver van het gezag.
Ver van Den Haag brengt ‘regelruimte’ met zich mee en dat beviel hem goed.

Jan Eland is een manager van publieke zaken.
Zouden meer managers van publieke zaken Jan Eland zijn, dan werd het beter.
Dat denk ik wel.

Vanwege zijn vertrek, deed ik een interview.
Een verslag van dat interview  staat stond afgelopen weekeinde in Dagblad van het Noorden en in de Leeuwarder Courant. Nu ook hier te lezen (klik op afb.):

  

Het interview is behalve in de krant van papier (te koop) ook
te lezen via de sites van Dagblad van het Noorden
en Leeuwarder Courant- interview eland

 

 

De snelste

over wat wordt waargenomen en wordt opgeschreven

Een twijfelachtige eis of een bijzondere uitspraak? Het vonnis in een strafzaak rond uitgaansgeweld in de binnenstad van Groningen is hoe dan ook opmerkelijk. De strafzaak diende twee weken geleden, de uitspraak was donderdag.

Wat wil het geval?

Twee mannen uit Groningen (19 en 23 jaar) zouden in april in de Peperstraat – vijf uur in de ochtend –   hebben geprobeerd een man dood te schoppen. Het slachtoffer lag op de grond terwijl zijn belagers tegen zijn hoofd trapten. Met geschoeide voeten. De officier van justitie sprak van ‘kopschoppers’ en noemde het incident een ernstige vorm van uitgaansgeweld waar de samenleving meer dan genoeg van heeft.

Schoppen tegen het hoofd ‘met geschoeide voet’ kan fatale gevolgen hebben en daarom is er sprake van een poging tot doodslag. Vaak wordt erbij gezegd dat het niet aan de verdachte te danken is dat het niet erger is afgelopen. De bijbehorende strafeisen tegen de twee verdachten: achttien maanden gevangenisstraf.

De officier van justitie baseerde de ernstige beschuldigingen op de aangifte van het slachtoffer en op camerabeelden die van het incident zijn gemaakt. Agenten hebben de beelden bekeken en beschreven in een proces-verbaal van bevindingen. Ambtsedig opgemaakt.

De rechtbank veroordeelde de twee mannen donderdag tot werkstraffen van 150 uur wegens openlijke geweldpleging. Voor de poging tot doodslag: vrijspraak.

In het vonnis staat dat de rechters de camerabeelden hebben bekeken en iets anders waarnemen dan wat de politie heeft opgeschreven. Niet is te zien dat het slachtoffer wordt geschopt. Dat hij wordt geschopt  blijkt ook niet uit de aangifte. Het slachtoffer, onder invloed van alcohol, zegt het niet te weten. Daarmee is er geen bewijs voor een poging tot doodslag, concluderen de rechters. Komt nog bij – het staat in het vonnis – dat er niet of nauwelijks sprake is van lichamelijk letsel.

Van een ernstige vorm van uitgaansgeweld is dus geen sprake.
Je zult er maar anderhalf jaar voor in de gevangenis moeten zitten.

Waarom het Openbaar Ministerie zo zwaar heeft ingezet, blijft gissen. Volgens de rechters kan worden vastgesteld dat het slachtoffer de agressor was. Hij begon. Hij daagde uit door een sigarettenpeuk tegen een van de verdachten te gooien en door te spugen. Ook zou hij de twee verdachten hebben uitgescholden. In een daarop volgende woordenwisseling probeerde een van de verdachten de ruzie te sussen. Toen het slachtoffer schoppende bewegingen maakte richting de verdachten, ontstond het handgemeen, het openlijk geweld, over en weer.

De twee mannen werden kort na het incident aangehouden en hebben hun eensluidende verklaringen niet op elkaar kunnen afstemmen, stelt de rechtbank ook vast.

Dit alles moet het Openbaar Ministerie ook hebben kunnen vaststellen. Tenzij verbaliserende agenten andere dingen opschrijven dan objectief kan worden waargenomen. Opmerkelijk: tijdens de rechtszaak waren de camerabeelden van het incident beschikbaar, maar ze werden niet getoond. De beelden zouden te vaag zijn.

Ik vrees dat dit een gevalletje is van de snelste.
Wie zich bij uitgaansgeweld als eerste bij de politie weet te melden, is het slachtoffer. Ook als dat niet zo is.

Rob Zijlstra

 

 Een verkorte versie van dit verhaal staat zaterdag in Dagblad van het Noorden

 

Niet chill [2]

over grote mensen die kinderen slaan

In november 2016 schreef ik een dubbel verdrietig verhaal over kindermishandeling. Verhalen over kindermishandeling zijn altijd verdrietig, maar in deze kwestie was het ook nog eens zo dat de mishandelde kinderen jarenlang in de steek waren gelaten.

Door ons grote mensen.
Door ons systeem.
Door niet wenselijke inschattingsfouten, verzuchtte het Openbaar Ministerie.
Door het Openbaar Ministerie gemaakt, wel te verstaan.
Drie jonge kinderen zijn de dupe.

2009

Een paar feiten.

In 2009 zijn er signalen dat de drie kinderen – de jongste is 5, de oudste 11 jaar – worden mishandeld door hun drankzuchtige vader en bijbehorende stiefmoeder.
De biologische moeder doet ook aangifte, maar na een goed gesprek met de vader op het politiebureau gaat iedereen over tot de orde van de dag.
In 2012 klinken er wederom alarmbellen en weer volgt een aangifte, nu door de oudste dochter.
Er komt een onderzoek en dat leidt in 2014 (2014!) tot de aanhouding van de vader.
Daarna zijn er de niet wenselijke inschattingsfouten die maken dat de zaak pas in november 2016 (2016!) aan de rechtbank in Groningen wordt voorgelegd.

2012

De vader en stiefmoeder (leidinggevende baan in de ict-sector) ontkennen de aantijgingen. De mishandelingen zijn ontsproten uit de fantasierijke hoofdjes van de kinderen. De geconstateerde verwondingen: deden ze zelf.

De rechters geloofden er in volle overtuiging niets van en veroordeelden de twee. Ze kwamen goed weg.
Vanwege het lange tijdsverloop eiste de officier van justitie lagere straffen dan ze eigenlijk had gewild.
De verdachten hebben buiten hun schuld te lang in onzekerheid gezeten. Vandaar.

2014

Lager betekent dat de vader een jaar celstraf hoort eisen waarvan de helft voorwaardelijk mag. De stiefmoeder ontspringt de dans van celstraf: zij mag 200 uur werken met drie maanden cel als voorwaardelijke stok achter de deur. Voor als ze weer gaat meppen of gemeen gaat knijpen.

De rechters vinden dat de stiefmoeder daarmee haar verdiende loon krijgt, de straf van vader mag  nog wel wat lager: acht maanden, vier voorwaardelijk. Ze zijn het er niet mee eens en tekenen hoger beroep aan.

Dat diende deze week.
En?
De zaken zijn aangehouden.
Wegens privé-omstandigheden, zegt de advocaat die dit vanwege het privékarakter niet nader wil toelichten.
De raadsvrouw verwacht niet dat de zaak dit jaar nog wordt behandeld.
Nog meer onzekerheid voor de verdachten.

2016

Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten dat wordt geprobeerd de zaak in het najaar opnieuw op de agenda van het gerechtshof te zetten.

Tijdens de rechtszaak in Groningen zat ik naast de oudste dochter die – terwijl tranen onophoudelijk over haar gezicht stroomden – de rechtsgang probeerde te vatten.
Dat was bijna een jaar geleden.
Ik dacht: mishandelde kinderen moeten wel heel veel geduld hebben om ons grote mensen te kunnen begrijpen.

2018

Rob Zijlstra

Het rechtbankverslag van deze zaak: niet chill [6 november 2016]

Henken

over een overval op een tankstation

Het is zondagmiddag, tien voor vier. Op de Zonnelaan in Groningen is het op zo’n dag en tijdstip nooit heel druk. Wel raast er een zwarte scooter over het fietspad, met op die scooter twee mannen. Ze racen richting het winkelcentrum Paddepoel waar op zondag van alles valt te beleven.

Even daarvoor is, vlakbij, het overval-alarm afgegaan.
Het Shell-tankstation is overvallen, niet voor het eerst.
Twee mannen in donkere trainingspakken zijn ditmaal de daders.
Eentje bleef bij de deur staan, de ander liep naar de balie en riep terwijl hij zwaaide met een kapmes: geld, geld, geld.
De buit: 310 euro.
Daarmee vluchtten ze, op een zwarte scooter.

De politie deed direct een ‘burgernet-actie’. Zo’n 8.300 mensen kregen een berichtje op hun telefoon. Help. Er is een overval gepleegd, twee mannen zijn op de vlucht geslagen. De burgeractie leverde geen bruikbare informatie op.

Een van de twee scootermannen zat deze week in zittingszaal 14. Hij had zijn ouders meegenomen en er was een man van de reclassering. Hij, de verdachte, heet Henk en is 21 jaar.

Waarom pleegt zo’n jonge Henk – nooit eerder in aanraking met de politie – een zo heftig misdrijf? Een misdrijf waar niet alleen gevangenisstraffen van twee, drie jaar voor worden geëist, maar ook door rechters worden opgelegd, ook aan jongetjes van 21 jaar?

Waarom.

Henk zat niet lekker in zijn vel. Thuis ging het niet goed. Hij blowde veel. Heel de dag maar door. En hij ging om met verkeerde jongens. Dat vooral. Door die verkeerde jongens was hij – zo zegt hij – diep afgezakt.

Tegen de rechters: ‘Ik besefte niet wat ik aan het doen was. Dat je iemand onschuldig overvalt… We stonden te roken en te praten, we hadden geld nodig. Zonder na te denken gebeurde het zeg maar…’

Daarom.

Henk zegt dat hij het was die om geld vroeg. ‘Ik riep ‘geld’ met stotterende woorden want ik was ontzettend zenuwachtig.’ Hij was met het kapmes in de hand en gebogen hoofd richting de balie gelopen. Toen hij opkeek om zijn misdrijf te volbrengen, zag hij dat de medewerker B. was. Hij kende B. wel want hij kwam vaker in het tankstation. ‘Dat was wel schrikken ja.’ Hij wil nu graag een gesprek met B. Tegen de rechters: ‘Zodat we er samen uit kunnen komen. Ook om mijn excuses aan te bieden.’

Hoe hij aan dat mes, dat grote kapmes, was gekomen? ‘Van een vriend waar we waren.’ Was die vriend de tweede dader? Nee, dat was weer een andere foute vriend. Wie? Nee. Henk wil die naam niet noemen. Bang. ‘Ik wil verder met mijn leven. Ik wil niet constant achterom moeten kijken.’

Soms maken officieren van justitie daar venijnige opmerkingen over. Dat als je de naam van je mededader niet noemt, dat je dan geen verantwoordelijkheid neemt. Dat je het slachtoffer daarmee in onzekerheid laat. En dat dat niet bijdraagt aan een lagere strafeis.

Ruim vier weken na de overval kon hij het niet meer voor zich houden. Hij vertelde alles aan moeder. Samen met een hulpverlener meldde hij zich een dag later op het politiebureau. De hulpverlener had hem verteld dat als hij alles eerlijk zou opbiechten hij dan na verhoor weer naar huis mocht. Dat liep even anders. Henk werd na zijn biecht in het politiebureau aangehouden en verdween voor vier maanden achter slot en grendel. In april dit jaar werd zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden geschorst.

Ik kijk naar de ouders van Henk die naast mij aan de perstafel zijn gaan zitten.
Denk: het zal je kind maar wezen.
Denk ook: alle ouders van jongemannen hadden daar kunnen zitten, want er zijn heel veel Henken.
Je zult maar ouder zijn.
Ik denk: ze zullen zo wel schrikken als de officier van justitie zijn strafeis formuleert.
Vraag me af: hoe verdrietig zou dat voelen als ouder, dat je kind ineens niet meer je kind mag zijn, maar voor lange tijd in de gevangenis moet blijven?
Tussen andere criminelen?

De man van de reclassering zegt dat Henk dan wel de volwassen leeftijd heeft, maar dat hij geestelijk nog niet helemaal is uitontwikkeld. En dat hij met zijn adhd, zijn impulsiviteit, zijn de ene dag dit en de andere dag weer dat, dat hij heel zijn leven begeleiding nodig heeft. Dat drank en drugs voor altijd voor hem verboden moeten blijven omdat anders een terugval is gegarandeerd. ‘Hij moet aan de hand worden genomen.’

De officier van justitie zou nu kunnen zeggen dat alles wel zo mag wezen wat over Henk wordt gezegd, en dat hij ook wel inziet dat een traject vol hulp noodzakelijk is, maar dat er eerst moet worden afgerekend. Een overval op een tankstation, met een wapen, samen met een ander, dus in vereniging, is een zeer ernstig feit. Henk mag dan een first offender zijn, hij mag zichzelf hebben gemeld, de volledige verantwoordelijkheid neemt hij niet. De naam van zijn mededader weigert hij te noemen. Daar hou ik rekening mee.

Maar dit alles zegt de officier van justitie niet.
Hij zegt dat Henk al een tijdje heeft vastgezeten.
En dat dat voldoende mag zijn.
Daarnaast een werkstraf van 120 uur.
Een zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Ik ben niet van de zwaarste straffen, maar van deze eis schrok ik toch wel eventjes.
Iemand met kennis van zaken reageerde op twitter: met zo’n eis kun je nog eens een overval overwegen.

Op de gang, buiten de rechtszaal, ontfermen de ouders zich over hun zoon, alsof hij net zijn eerste zwemdiploma heeft behaald. Moeder aait hem, met haar hand over zijn rug.

Rob Zijlstra

update – 31 juli 2017 – uitspraak 
Straf conform de eis. Klik op tekst hieronder voor volledig vonnis

 

Kloten

Ze zeiden, doe je
dat niet, dan
doen wij het

Een nachtmerrie voor sportverenigingen: een actief en gewaardeerd lid, actief met de jeugd, wordt op een kwade dag verdacht van een ernstig zedenmisdrijf.

Voetbal is mijn alles, zegt de verdachte tegen de rechters.
Hij is een 38-jarige man, geboren en getogen in Groningen.
Naast zijn vooralsnog tijdelijke baan heeft hij alleen de club.
Hij doet er zo’n beetje alles wat er op een voetbalclub moet gebeuren.
Van lijnen kalken tot het bepalen van de opstelling.
Ze zijn wijs met hem.

Hij woont nog thuis, bij zijn moeder.
Zij zit ook in de rechtszaal, op de verder lege tribune.

Op de computer en op de mobiele telefoon zijn verboden foto’s aangetroffen: kinderporno. Gruwelijk akelige foto’s van vooral jonge jongens. In een politieonderzoek in Zwitserland kwam een ip-adres bovendrijven wat na tussenkomst van Ziggo leidde tot een inval van de politie in zijn woning, nu ruim een jaar geleden. Ruim 1.500 foto’s.

Ja, zegt hij, dat was wel schrikken. ‘Ook voor moeder.’

Hij ontkent het, hij is onschuldig.
Hij zegt dat het niet anders kan dan dat zijn computer is gehackt.
Dat een hacker het heeft gedaan.
Kinderporno?
Jongetjes?
Zoiets zou hij toch nooit doen.
Echt niet.

Maar de officier van justitie is zonder twijfel. Het is onderzocht. Er is niets wat duidt op een hack of een hacker. En er is veel wat aantoont dat hij in de weer is geweest met kinderporno. Er staan verboden foto’s in speciaal aangemaakte mapjes. In Google heeft hij gezocht met termen die gerelateerd zijn aan kinderporno. Er is een bedenkelijk Skype-gesprek getraceerd. En er stonden ook foto’s op zijn telefoon. Hoe kan dat dan?

De rechters vragen wat hij er nou van vindt, dat hij nu verdachte is?
Moet hij eerlijk antwoord geven?
‘Ik vind het kloten.’

De politie had hem gesommeerd de voetbalclub in te lichten. Ze zeiden, doe je dat niet, dan doen wij het. Hij deed het niet. De voorzitter van de voetbalclub zucht. Slapeloze nachten hebben hij en de medebestuursleden ervan. ‘Klopt. De recherche is bij ons geweest. Wij houden hem sindsdien scherp in de gaten.’ De voorzitter vindt dat de rechter moet bepalen of hij schuldig is of niet.

En indien schuldig? De voorzitter: ‘Het staat buiten kijf dat we dan niet verder kunnen. Hij kan dan geen jeugdtrainer of jeugdleider meer zijn. Dat hebben we wel in het bestuur besproken.’

De officier van justitie zegt dat gezien de ernst, de duur en de hoeveelheid foto’s een gevangenisstraf rechtvaardig is. Maar dat ook naar de persoon van de verdachte moet worden gekeken. Hij zou zijn baan kwijtraken, zijn sociale netwerk op en rond het voetbalveld. Zijn alles. First offender, geen strafblad. Daarom mag ditmaal de afrekening een werkstraf van 200 uur zijn en als waarschuwing een half jaar voorwaardelijke celstraf. En een verbod op zijn jeugdactiviteiten bij de club, met toezicht van de reclassering. Dat is de eis.

De officier van justitie zegt dat het belangrijk is – het belangrijkste – dat hij het niet weer doet. En dus dat hij inziet dat het fout is wat hij heeft gedaan. En dat hij hulp accepteert. Doet hij dat niet, dan gooit hij de deur dicht.

Zou hij hulp accepteren?
De rechters vragen het.
Hij zegt dat als hij ja zegt dat hij dan toch toegeeft dat hij het heeft gedaan?
De rechters herhalen de vraag.
Accepteert u hulp, ook als dat in de vorm van misschien wel dagbehandeling is?
Hij zegt: ‘Ik sta er open voor.’

Verward.
Geëmotioneerd.
Met een wegkijkende blik naar moeder.

Uitspraak over twee weken.

Rob Zijlstra

 

naschrift
Een ietwat kortere versie van dit verhaal staat vrijdag in Dagblad van het Noorden.

Op de redactie van de krant was donderdag een discussie, zoals we dat wel vaker doen inzake gevallen. In dit geval: moeten we de naam van de voetbalclub noemen? Of (juist) niet?

Door dat niet te doen, zijn alle voetbalclubs in Groningen verdacht, evenals alle onschuldige jeugdleiders en jeugdtrainers en mensen die zich dag en nacht inzetten voor hun club.

De naam wel noemen betekent dat de club die het betreft zonder schuld in een bedenkelijk daglicht komt te staan, met gevolgen van dien.

De uitkomst van de discussie is dat we de lijn volgen die te doen gebruikelijk is bij de krant: terughoudendheid, dus bij twijfel niet inhalen. Dat de tijden woelig en schreeuwerig zijn doet daar niet aan af.

Bij de keuze tot terughoudendheid is een reactie van de betreffende club – in een telefoongesprek met de voorzitter – meegewogen: het bestuur is zich bewust van de ernst, houdt de boel scherp in de gaten en oordeelt nadat de rechter heeft gesproken.

Hebben ouders die hun kinderen naar de voetbalclub laten gaan – misschien wel drie keer in de week, denkend dat het daar veilig is – dan niet het recht te weten wat de krant weet?

Ja.
Wel.
Zo lastig is het dus.

Zegt u het maar.

rob.zijlstra@dvhn.nl

 

update – 27 juli 2017
De rechtbank heeft gesproken. Geen hack. Daar is onderzoek naar gedaan en er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op een hack. De man is veroordeeld conform de eis: een werkstraf van 200 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf. Daarnaast: geen activiteiten met de jeugd op het voetbalveld.

De betrokken voetbalclub heeft direct nadat het vonnis was uitgesproken een verklaring uitgegeven:

Groningen 27 jul. 2017
Verklaring D.I.O. Groningen
Vandaag, 27 juli 2017, heeft de rechtbank van Groningen uitspraak gedaan in de zaak tegen één van onze jeugdleiders en trainer. Hij is daarbij veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf wegens het in bezit hebben van kinderporno.
Het bestuur van D.I.O. Groningen heeft daarom na de uitspraak besloten het lid per direct te schorsen.
De feiten waarvoor het lid veroordeeld is, hebben gelukkig, geen betrekking op zaken die zich hebben afgespeeld binnen de vereniging, maar het vertrouwen is dusdanig geschaad dat wij geen andere mogelijkheid zien dan om over te gaan tot het schorsen van de trainer.
D.I.O. Groningen heeft hierover meerdere malen contact met de KNVB gehad en houden hen op de hoogte van het verloop van de zaak. De leden van D.I.O. Groningen zijn inmiddels door het bestuur op de hoogte gesteld, middels een email.
Namens het bestuur van D.I.O. Groningen

 

De klokkenman

De grote vraag is of
hij kan bewijzen dat
hij de rechtmatig
eigenaar is van
de Day Date II

Er zijn verhalen die een staartje krijgen. Dit verhaal heeft een aanloop nodig. Op een dag in oktober 2014 meldt zich een man bij de politie. Hij vertelt dat ’s nachts wanneer de mensen slapen er vreemde dingen gebeuren in het dorp. Dat wil zeggen, op bedrijventerrein Het Aanleg in Winsum. Er zijn daar in het duister dan mannen. Hij wijst een blauwe loods aan, de blauwe pal naast veld 3 van Voetballen Is Bij Ons Aangenaam, van het gefuseerde Viboa.

Agenten doen een warmtemeting en stroomboer Enexis stelt bij een netmeting een ’12-uurs cyclus’ vast. Beide uitkomsten duiden op hennepteelt. Om zicht te krijgen op de telers hangt de politie rondom de loods camera’s op.

Zo komen letterlijk mannen in beeld in auto’s met kentekens. Veel eenvoudiger kan een politieonderzoek niet worden. Via de kentekens komen de namen van mannen op tafel die vervolgens gelinkt worden aan tuincentrum Bio Green aan de Wasaweg in Groningen. Ook daar worden camera’s opgehangen. Het vermoeden is dat het tuincentrum in het echt een grow shop is voor kweekbehoeftigen, een nering die sinds nog niet zo heel lang is verboden.

Op 9 juni 2015 leidt de tip van de man uit Winsum tot invallen op zestien adressen, waarvan er een aantal op woonwagencentrum De Kring in Groningen. De politie krijgt ondersteuning van het leger. In de blauwe loods in Winsum worden 1.014 hennepplanten geteld en 13,7 kilo natte hennep. Het groende goud hangt in een speciale ruimte te drogen tot een verkoopbare 3,5 kilo. De kwekerij krijgt de kwalificatie ‘hoog professioneel’.

Bij invallen in de woningen wordt 114.000 euro in contanten gevonden in een Gucci-schoenendoos. Ook worden duizenden dollars uit de Verenigde Staten, een Piaggio-scooter, een Harley Davidson, vijf auto’s, een geldtelmachine en twee Rolex-horloges in beslag genomen. En een klein arsenaal wapens met kogels. Het onderzoek levert uiteindelijk vier verdachten op. Het zijn de mannen die ’s nachts bij de loods in Winsum ronddoolden. Drie van hen stonden deze week terecht, de vierde was door het systeem vergeten. Hij moet na de vakantie.

Het Openbaar Ministerie pakte flink uit. Geen werkstraffen – gebruikelijke eisen bij hennepteelt – maar heuse gevangenisstraffen van 24, 30 en 36 maanden. De mannen zijn volgens de officier van justitie op geld beluste leden van een criminele organisatie die met een misdadig oogmerk de boel ondermijnen (zo heet misdaad momenteel even). Het gevonden geld en het afgepakte goed zijn ze als het aan het OM ligt kwijt. Anders helpt het niet. De mannen ontkennen en/of beroepen zich op het recht niks te hoeven zeggen.

Het gaat in dit verhaal om het Rolex-horloge. Een echte. Type Day Date II. Waarde: 30.000 euro. Vandaar de uitdrukking ‘tijd is geld’. Het gouden horloge werd aangetroffen in de woning van Tom, een van de vier verdachten. Tom handelt in oud ijzer en verdient de ene week iets meer dan in de andere. Maar nooit zoveel dat hij op klaarlichte dag een echte Rolex Day Date II kan kopen, vermoeden de rechters. Toch Tom?

Een paar keer zwijgt hij niet. Tom zegt dat het horloge niet eens van hem is. Hij had het wel in bezit, maar dat was om het te verkopen. Voor iemand. Die iemand had het horloge aan hem gegeven omdat hij bekendstaat als de Klokkenman, als iemand die mooie klokjes goed kan verhandelen.

Met andere woorden: het beslag dat justitie heeft gelegd op het horloge is ten onrechte. Het sieraad moet daarom zo snel mogelijk terug naar de rechtmatige eigenaar. En die heeft zich ook gemeld. Het is Freddy uit Friesland.

Freddy kreeg het dure ding eens in bezit bij de verkoop van een auto. In plaats van geld had hij de Rolex bedongen. Maar nu wil hij weer een mooie auto in ruil voor geld. Zodoende kwam het dat hij zijn kostbaar goed aan Tom gaf.

De rechters: ‘Maar dan ga je toch naar de juwelier, naar Schaap en Citroen of zo?’
Freddy: ‘Waarom? Iedereen weet dat de mensen van het woonwagenkamp in het goud zitten. Tom is van het kamp. En hij is de Klokkenman.’
Rechters: ‘En u vertrouwt hem?’
Freddy: ‘Ik heb mensenkennis. Tom is een zigeuner, een man van vertrouwen.’

Dat het horloge 30.000 waard is, wist Freddy weer niet. Hij zegt dat hij al blij was geweest met 12.000 euro. De grote vraag is of hij kan bewijzen dat hij de rechtmatig eigenaar is van de Day Date II. Freddy knikt, dat kan hij. Hij bezit het originele certificaat van eigendom. Dat ligt in de kluis bij zijn advocaat. De deal die hij met Tom maakte: Tom zoekt een koper en zodra die is gevonden voegt hij zich bij de deal met het certificaat. Zo hadden ze het vastgelegd in een contractje.

En het is daarom dat ook Freddy als verdachte in de rechtszaal zit. Niet vanwege die hennepteelt, maar omdat hij wordt verdacht van valsheid in geschrifte. Met dat valse geschrift wilde hij de politie Noord-Nederland sluw bewegen tot de afgifte van een in beslag genomen goed.

De officier van justitie weet zeker dat Freddy de boel beduvelt. Zij denkt dat Freddy contractueel moet liegen dat hij de eigenaar is, daar wat geld voor krijgt, opdat Tom zijn glinsterde smuk kan behouden. Freddy is een katvanger.

De aanklaagster denkt dat ook omdat het certificaat van eigendom tijdens de invallen in aangetroffen in de woning van de buurman van Tom. Het probleem van nu is dat de politie het certificaat (in een doosje) destijds niet heeft meegenomen. Ze hebben er alleen een foto van gemaakt. Een beetje dom van de politie, vinden de rechters. Want wat als een katvanger, zoals nu, met dat achtergebleven certificaat uit het doosje komt opdraven?

De officier van justitie: ‘Dan trappen we daar dus mooi niet in.’ De valsheid van Freddy uit Friesland moet wat haar betreft worden bestraft en wel met een taakstraf van 120 uur. Freddy mokt: ‘Heb je een Rolex, krijg je dit.’

De kwestie van de vriendin van een van de andere verdachten ligt eenvoudiger. Zij had met hennepgeld haar borsten laten vergroten. Wie profiteert van crimineel geld maakt zich schuldig aan witwassen. Eveneens goed voor een strafeis van 120 uur werken. Maar dan wel, anders dan de Rolex, met behoud van borsten.

Rob Zijlstra

 

Huis Boom Beest

De buit: een laptop, een beamer,
medailles van gelopen marathons
en politie-uniformen van
de bewoner des huizes

Rechters vragen het regelmatig aan verdachten, ook als die net uit de mond van de officier van justitie een pittige gevangenisstraf hebben horen eisen: ‘Hoe ziet u uw toekomst?’ Wat moet je dan zeggen met achttien maanden gevangenisstraf in het verschiet, waardoor je je baan, je huurwoning en waarschijnlijk ook je vriendin kwijtraakt? Nooit zeggen verdachten dan tegen de rechters: ‘Die toekomst, die bepalen jullie.’

In de rechtszaal zijn verdachten bescheiden. Misschien komt dat door de benarde positie waarin je als verdachte nu eenmaal zit. Je bent klein en niet in de gesteldheid grote dromen op tafel te leggen. Dus niet: ‘Ik wil eerst vrijspraak en dan zes van de mooiste auto’s, mannequins als vriendinnen en een ontzettend prachtig huis met zon aan zee. En een tijger als huisdier.’

Je zegt: ‘Ik wil weer naar school, mijn opleiding afmaken.’
Of: ‘Een woning en heel graag werk als het even kan.’
Veel verdachten – de meeste – dromen van huisje, boompje, beestje, van een normaal leven, zonder verslaving, chaos en gesodemieter.

Slechts eenmaal was er een verdachte in zittingszaal 14 die zonder blikken of blozen aan zijn rechters vertelde dat hij een crimineel wilde worden. En op zijn 30ste wilde hij dood, het liefst doodgeschoten. Hij had gehoord dat een lichaam na het 30ste levensjaar aftakelt, dus dan heeft verder leven toch geen zin.

Toen hij dit vertelde was hij 18 jaar en verslaafd aan wiet en whisky. De rechters veroordeelden hem tot twee jaar gevangenisstraf omdat hij met een balletjespistool op straat een oude man had beroofd van diens (lege) portemonnee. Hij is inmiddels 23 jaar en werd twee maanden geleden door rechters naar een psychiatrische inrichting gestuurd na een ernstig geweldsincident. Misschien komt het goed met Tony Montana. Zo noemde hij zich graag.

Dit was de inleiding.
Nu komt Gert.

Gert had een huis, met vrouw en kinderen, een tuin met een hond en hij had het mooi voor elkaar in de vorm van een goedlopend eigen bedrijf met een garage en auto’s om te verkopen.
Nu steelt hij auto’s en breekt hij in.
Tegen de rechters zegt hij monter: ‘Ik ga hier niet het slachtoffer zitten spelen. Ik heb het allemaal zelf gedaan.’

Gert heeft het verkloot. Problemen in de relatie mondden uit in een scheiding, in financiële malheur, in guur weer en uiteindelijk in een vlucht in drugs. Binnen twee jaar raakte Gert zijn positieve saldo, zijn partner, zijn kinderen, zijn huis met tuin en zijn goedlopende bedrijf kwijt. Tweemaal liet hij zich opnemen om de verslaving de nek om te draaien, maar tweemaal, elf maanden per keer, bleef de zucht de baas.

Gert heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal uit een auto. Aan de Radebinnensingel in Groningen stond een Peugeot 107. Van buiten kon je zien dat in de auto geld lag. Gert forceerde het slot – dat kan hij – want hij wilde dat geld. Een voorbijganger zag hem rommelen en waarschuwde de politie.

Rechters: ‘Was u dat?’
Gert: ‘Ik heb dat gewoon gedaan ja.’

Hij zou een aanhangwagen hebben gestolen bij het autobedrijf in Adorp. De aanhanger was met een ketting vastgemaakt aan een lantaarnpaal. Camera’s van het naastgelegen Esso-tankstation maakten opnames. Gert herkent zichzelf. Te zien is hoe hij het slot forceert en de aanhanger meeneemt.

Rechters: Waarom?’
Gert: ‘De nood was hoog. Ik deed het niet voor mijn plezier.’

Op de camerabeelden is ook de auto te zien die met het karretje wegrijdt, een Daihatsu Gran Move. Het blijkt een gestolen auto. Gert ontkent. Hij had de auto geleend van een kennis uit de kroeg. Hij had een auto nodig (‘ja, om verkeerde dingen mee te doen’), maar geen geld voor borg of huur. De kennis kon de auto wel een dagje missen. Hij had er niks achter gezocht. Het was een nette auto. De naam van die kennis? Nee. Gert geeft geen namen. Hij levert niemand uit. Zegt: ‘Dat zit niet in mij.’

De inbraak in een slagerij bekent hij wel. Met anderen had hij geprobeerd een kluis te openen. Toen dat niet lukte namen ze een tv-toestel mee en kippenpootjes. De anderen? ‘Nee.’ In een wasstraat in Hoogkerk kraakte hij geldautomaten vol munten. Had hem twintig euro opgeleverd. Dat de schade aan de automaten 13.000 euro bedraagt, lijkt hem wat overdreven.

Dan was er nog de diefstal van een auto in Haren. In de auto lag een huissleutel, in het dashboardkastje een briefje met het huisadres. Kat in het bakkie, dacht Gert en hij reed met anderen naar het adres in Siddeburen. De buit: een laptop, een beamer, medailles van gelopen marathons (waaronder die van New York) en politie-uniformen van de bewoner des huizes. De politiekledij zou voor 1500 euro zijn verkocht aan Poolse mannen.

De poging in te breken in een oliebollenkraam ontkent hij.

Wat moet de toekomst van Gert zijn? De voormalige ondernemer wil wel terug naar vroeger, toen het nog goed was. ‘Zonder drugs kan ik werken en voor mezelf zorgen. In de gevangenis leer ik niks. Met de handel in auto’s kun je nog altijd goed geld verdienen.’

Gert zit nu negen maanden in detentie. In augustus is er plek voor hem in een kliniek. Dus als hij tien maanden cel kan krijgen, dan kan hij er volgende maand naar toe. In de gevangenis gebruikt hij niet, hij is al negen maanden clean. Weet: dan ben je er nog lang niet.

Dat Gert zijn leven wil beteren, mag zo wezen. Het steekt de officier van justitie dat hij de namen van mededaders niet wil noemen. ‘U wilt schoon schip maken, maar geeft geen volledige opening van zaken. Ik ben daarom sceptisch over uw motivatie. U moet niet onderschatten wat de impact is van wat u heeft gedaan. En die behandelplekken in klinieken zijn duur en zeer gewild.’

Gert knikt. Dat weet hij ook wel. Zegt: ’Ik wil het echt.’ Hij weet dat hij niet veel te willen heeft. De officier van justitie geeft Gert na wikken en wegen het voordeel van de twijfel (doen officieren van justitie vaak). Wat haar betreft mag de nabije toekomst van Gert in de drugskliniek liggen. Doet hij niet wat daar van hem wordt verwacht, dan mag hij nog twaalf maanden extra zitten.

Dan is er geen huisje, geen boompje. Dan wacht het beest.

Rob Zijlstra

update – 10 juli 2017 – uitspraak

klik voor volledige uitspraak