Mama Afrika, papa Europa

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind? Die vraag stelde ik in 2015 en het antwoord luidde toen ja, dat kan. Want het gebeurde. Sterker nog, het gebeurt doorlopend, getuige het navolgende verhaal dat zich afgelopen week openbaarde in de rechtszaal.

Dit verhaal valt zowel in de categorie ‘waar gebeurd’ als ‘het zal toch niet echt waar zijn?’

In een Nederlandse gevangenis, ver weg in Limburg, zit sinds mei 2015 een vrouw uit Groningen opgesloten omdat ze het beste wil voor haar kind. Komende maand zou ze vrijkomen zoals vrijwel alle criminelen die twee derde deel van de opgelegde straf hebben uitgezeten.

Maar het Openbaar Ministerie (OM) wil niet dat ze op vrije voeten komt. Het OM wil dat ze de volle mep krijgt en dat ze pas over 709 dagen naar huis mag. En misschien zelfs dan nog niet. Afgelopen week diende het OM een vordering in bij de rechtbank in Groningen om die volle mep ook daadwerkelijk uit te delen.

Waarom?
Wat heeft deze vrouw misdaan?
Waarom mag ze niet naar huis?

Het antwoord op die laatste vraag is dat zij zich volgens de officier van justitie in de penitentiaire inrichting Zuid-Oost, locatie Ter Peel, ver weg in Limburg, ernstig heeft misdragen. Niet dat ze iemand heeft beledigd of bedreigd, geknepen, geslagen of geschopt, niets van dit alles.

De reden waarom het OM niet wil dat ze na ruim vijf jaar detentie vrijkomt, is omdat zij nog steeds het beste wil voor haar zoon. Aan het misdrijf waaraan zij zich schuldig heeft gemaakt, komt maar geen einde.

De vrouw heet Angela en is 41 jaar. Ik heb niet met haar gesproken, ik heb haar horen spreken. Ook met de man die aangifte tegen haar deed, hij heet Kees, heb ik mij niet verstaan. Ik moet erop vertrouwen dat in de rechtszaal, zoals dat hoort, een evenwichtig beeld is geschetst.

Het zit zo.

Op een dag vertrok Kees voor gewichtige zaken naar Nigeria, naar een of ander congres. Hij kreeg daar kennis aan een jongedame die zich voorstelde als Angela. Wat er daarna allemaal is gebeurd, bleef in de rechtszaal onbesproken. Hoe ook, Angela raakte zwanger en ze besloten de jongen Aart te noemen.

Kees keerde terug naar Groningen, Angela volgde met Aart toen hij tien maanden oud was. Angela ging eenmaal hier internationaal recht studeren en het leven lachte alsof het een mooie toekomst in petto had.

Jaren verstreken. Aart werd een van de beste voetballertjes van de hele buurt, maar op school ging het niet goed. Angela maakte zich grote zorgen. Ook over de liefde, want met Kees boterde het niet meer. De scheiding kwam en werd volop bevochten, de vader kreeg van de rechtbank het wettige gezag over Aart.

Tegen deze achtergrond zette Angela de dan 8-jarige Aart op het vliegtuig naar Nigeria. Haar ouders vingen hem op. Aart zou een kostschool bezoeken. Dat leek haar beter. Ze zag het, zei ze in 2015 tegen de rechters, als een time-out. De bedoeling was dat Aart na verloop van tijd terug zou keren naar Nederland.

Maar vader Kees deed aangifte van ontvoering. Het OM kwalificeerde de verdenkingen tegen Angela als het onttrekken van een minderjarige aan het wettige gezag en als het onttrokken houden aan dat gezag.

De rechtbank in Groningen veroordeelde Angela voor deze twee misdaden in 2015 tot een jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Het hof vond dat in hoger beroep veel te weinig en legde drie jaar celstraf op.

Toen ze in 2018 dreigde vrij te komen, stelde het OM vast dat Aart nog steeds niet bij zijn vader was en dus
was een nieuwe gevangenisstraf op z’n plaats. De rechters vonden dit een uitstekende oplossing: moeder Angela kreeg weer drie jaar celstraf.

Komende maand zou ze dus vrijkomen, maar nu ligt daar die vordering voor de volle mep. Nog eens 709 dagen.

Angela is met een trieste blik via een videoverbinding in de rechtszaal aanwezig. De Groninger rechters weten dat Nigeriaanse rechters het gezag over Aart hebben toebedeeld aan de moeder en ze weten ook dat Nederland daar geen boodschap aan heeft.

De rechters vragen aan Angela of zij bereid is mee te werken aan de terugkeer van Aart naar Nederland?
Angela antwoordt dat zij dat wil. Ze zegt: ,,Natuurlijk wil ik dat.’’

Advocaat Ilse van der Meer: ,,Ze is doordrongen van haar situatie. Ze weet dat ze alleen uit de gevangenis kan komen als ze meewerkt aan de terugkeer van Aart.’’ Het probleem, zegt de advocaat: ,,Ze kan niks doen. Ze heeft een advocaat benaderd in Nigeria. Die zegt dat je in Nigeria geen procedure kunt beginnen die maakt dat Aart naar Nederland wordt gestuurd. Nigeria zal hem niet laten gaan.’’

De officier van justitie, streng: ,,Mevrouw zegt wel dat ze wil meewerken, maar ze handelt daar niet naar. Ze lapt alles aan haar laars. Mevrouw is niet onmachtig. Ze is onwillig.’’

De advocaat noemt de situatie voor alle betrokkenen ,,ronduit verschrikkelijk’’. Zij zegt dat het buiten alle proporties is om Angela na ruim vijf jaar detentie nog eens 709 dagen op te sluiten. ,,Dat is geen weg naar de oplossing.’’

De rechters vatten het drama kort samen: de officier van justitie zegt dus dat Angela onwillig is, dat ze niet wil, Angela zelf zegt dat ze wel wil, maar onmachtig is.

De rechters willen dan weten wat die 709 extra gevangenisdagen erbij nog toevoegen. Waarom moet dat?
De officier van justitie: ,,Mevrouw houdt moedwillig een strafbare situatie in stand.’’
De advocaat: ,,De officier van justitie zet de moeder onder druk om haar iets voor elkaar te laten krijgen wat ze niet kan. Laten we ophouden met het onmogelijke.’’
Moeder Angela: ,,Ik wil vrede. En verder met mijn leven.’’

Even leek het erop dat die ene vraag niet zou worden gesteld. Maar helemaal aan het einde van de zitting wil een van de rechters het weten: wat vindt Aart er eigenlijk zelf van?

Aart is 15 jaar.
Het gaat hem heel goed in Nigeria.
Hij weet wat hij wil, hij wil niet naar Nederland.
Moet het, dan zal dat niet vrijwillig zijn.
Hij spreekt nauwelijks nog Nederlands.
Hij wil zijn school afmaken.
Hij heeft laten weten: mijn toekomst ligt in Nigeria.
Hij voelt zich slachtoffer want zijn moeder, zij die het beste voor hem wil, zit voor hem al jaren in de gevangenis.

Rechterlijke wijsheid volgt.

rob zijlstra

update – 22 maart 2021 – uitspraak
De rechtbank gaat niet mee in de vordering van het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat Angela begin april op vrije voeten komt. De rechtbank stelt dat de regel is dat iemand na twee derde deel van de straf te hebben uitgezeten op vrije voeten komt. Tenzij.
De rechters zijn er niet van overtuigd dat de moeder onwillig is. Dat blijkt niet uit het dossier en het OM heeft dat ook op de zitting niet hard kunnen maken. De rechtbank volgt de advocaat: er is sprake van onmacht. Er is dus geen tenzij.

het vonnis [zodra dat wordt gepubliceerd door de rechtbank]

Het rommeltje

Het is niet mijn taak om de Nederlandse rechtspraak in het algemeen en die in het Noorden in het bijzonder te bejubelen. Zoiets zou heus kunnen want er gebeuren in de gerechtsgebouwen buitengewoon mooie zaken, er worden daar complexe geschillen geslecht en er worden de meest wijze en evenwichtige vonnissen gemaakt. Sowieso is het strafrecht zoals dat in de boeken staat geschreven van een grootse schoonheid.

In doordachte wetsartikelen is heel het menselijke gedrag, hoe vuig en grillig ook, in fraaie woorden gevat. Sommige artikelen zijn al honderd jaar oud, maar weten nog altijd fier stand te houden. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: diefstal van vee uit de weide, gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

En verzint het kwaad iets nieuws – phishing, grooming, cryptojacking – dan wordt de wet na enig heen-en-weer gepraat aangepast en dan kunnen wij weer verder met vredig samenleven.

Nee, mijn schone taak is om met een kritische blik, zonder aanzien des persoons en zonder vrees te berichten over het reilen en zeilen in de zalen van het strafrecht. Daarbij moet ik zo dicht mogelijk bij de feiten blijven, dat wat ik opschrijf moet grond hebben in de werkelijkheid. Dat moet ook van de krant.

Moeilijk is dat niet. Ik kijk naar wat ik zie en ik luister naar wat ik hoor. Dat voeg ik samen en schrijf het op. Veel meer of minder is het niet.

Er gaat dus veel goed. Dat gezegd hebbende: afgelopen week was het een rommeltje.

Ik moet niet overdrijven. We zaten niet bij elkaar op schoot, maar krap was het wel. In de niet al te grote zittingszaal 13 zaten 18 personen, allen beroepsmatig aanwezig want geïnteresseerd publiek is vanwege het virus nog altijd niet welkom bij de openbare zittingen. Voldoende afstand houden wat moet, kon in zaal 13 niet of nauwelijks. Het was te vol. In de zaal zelf werd het naarmate de uren verstreken steeds benauwder. Ventileren is niet mogelijk want rechtszalen kennen geen ramen.

Ik dacht, hoe geloofwaardig is het dat de rechtbank die coronaregels zelf niet naleeft of serieus neemt ondertussen wel overtreders van de coronawetgeving bestraft? Ik zag en hoorde dat de rechters zelf ook niet helemaal gelukkig waren met de situatie, maar ze grepen niet in. Terwijl van rechters mag worden verwacht dat zij grenzen trekken.

Twee dagen later: 19 aanwezigen in de nog iets kleinere zittingszaal 11. Naast mij aan de perstafel zat een mij onbekende man, ditmaal bijna wel op schoot. Een aanwezige politieman fronste de wenkbrauwen, maar in de rechtszalen handhaven de rechters de orde en weer zeiden zij er niets van.

Mocht u volgende week op deze plek niets aantreffen, weet dan dat ik de rechtszaal vroegtijdig en sprakeloos, dus zonder woorden, heb verlaten.

De strafzaak die op die benauwde ochtend werd behandeld hield niet over. Of zoals de officier van justitie het verwoordde: ’t was een rommeltje.

Dat zeggen officieren van justitie zelden tot nooit. Maar nu moest het kennelijk wel: de zaak die werd behandeld was vijf jaar oud. Binnen het strafrecht wordt twee jaar aangehouden als een redelijke termijn. Binnen twee jaar hoort een verdachte te weten waar hij aan toe is. Vijf jaar oud is dus flink meer dan heel onredelijk.

De verdachten zouden zich in 2015 en 2016 hebben ingelaten met hennepteelt. Ze waren opgepakt tijdens een grote politieactie, een van de grootste politieacties op hennepgebied in Groningen ooit. Bij de acties waren 175 politiemensen betrokken, op negentien plekken deden ze die dag invallen, er werden zeven hennepkwekerijen en een drogerij ontmanteld, 25 kilo hennep en meer dan 100.000 euro in contanten in beslag genomen en er werden dertien mensen gearresteerd.

De politie dacht een georganiseerde criminele organisatie te grazen te hebben genomen, dacht de ondermijnende misdaad een klap te hebben toegebracht, maar vijf jaar na dato blijken de verdachten de kleine vissen te zijn die wat het OM betreft mogen boeten met werkstrafjes.

De vraag was waarom het dossier met de uitkomsten van een omvangrijk politieonderzoek jarenlang bij het Openbaar Ministerie op de plank had gelegen? Waarom zoveel tijd en energie, waarom zoveel inspanning en dan vervolgens heel lang helemaal niets?

Een advocaat maakte de rechters duidelijk hoe lang vijf jaar duurt: op de dag van de politieactie moesten kinderen die nu al naar school gaan nog worden geboren.

Het had meerdere oorzaken, sprak de officier van justitie ietwat ongemakkelijk tot de rechters. Hij wilde niemand de schuld geven, maar één oorzaak wel benoemd hebben: de politie. De politie had van het grote onderzoek een rommeltje gemaakt. Ook daarom heeft het zo lang moeten duren. ,,Nee, fraai is het allemaal niet.’’

Ik dacht, maar officier van justitie. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk, officieren van justitie leiden toch de grote onderzoeken? Dan bent u toch zelf het rommeltje? Ik keek naar de rechters, benieuwd naar de reactie, naar wat zij hiervan zouden zeggen. Maar de rechters zeiden niets, ze vroegen ook niets, geen enkele kritische noot.

De verdachten hadden deze doemdag nog kunnen redden, maar zelfs de beklaagden waren onder de maat. Met verbazing luisterde ik naar de nu 47-jarige Annemieke, die wel heel zeldzaam ongeloofwaardig zat te wezen.

Zij was op die actiedag een van de dertien arrestanten, opgepakt in Hoogezand. Op zolder van haar bescheiden woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Ze wilde bij vol verstand de rechters doen geloven dat ze dat niet wist. Ze woonde er, sliep er pal onder. Hoe dan Annemieke?

Annemieke had geen idee. Ze had ook een vriend, nu haar ex en tevens medeverdachte. Ook hij had een hennepkwekerij aan huis. Ze kwamen vaak bij elkaar over de vloer vanwege de liefde. Wist ze dat haar vriend van toen een hennepkwekerij had in de woning waar ze vaak kwam? Nee, echt niet. Voor het overige wist Annemiek zich niets meer te herinneren. Waarom dat ze niets meer wist, wist ze ook niet.

Gelukkig gaat het nu heel goed met haar, dat wist ze wel, zei ze. Ze heeft een eigen bedrijf waarmee ze bedrijven ondersteunt.

Tja. Meestal laat ik de verdachten zuchten, maar ditmaal doe ik het maar zelf. Want met dit soort verdachten win je de oorlog niet.

Dat wonderschone strafrecht verdient echt veel beter dan al dit gerommel.

rob zijlstra

corona-maatregelen | Het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord Nederland heeft in een reactie laten weten dat er inderdaad te veel mensen in de zittingszalen aanwezig waren. Het plannen van zittingen is in coronatijd niet altijd even gemakkelijk. ‘We gaan het planningssysteem verbeteren’, zo laat rechtbankpresident Fred van der Winkel weten.

 

Slechte mensen

In de verdachtenbanken in de zalen van het strafrecht neem ik twee soorten mensen waar. Het eerste soort bestaat uit mensen die slechte dingen doen. Niet heel de tijd, niet 24/7, maar af en toe en soms wat vaker. Wie te vaak slechte dingen doet, gaat op in het tweede soort: de mensen die niet alleen slecht doen, maar ook slecht zijn, zijn geworden.

Met mensen die slechte dingen doen – iets strafbaars – kan het nog goed komen. Benodigde ingrediënten: wat hulp, een snuf straf, beetje mazzel. U kent deze mensen wel, want ze wonen gewoon bij u om de hoek, in de buurt, of bij u thuis. Misschien bent u er zelf wel eentje.

De meeste mensen van dit soort haken na verloop van tijd af en kiezen voor het echte leven. In aantal levert dat niet per definitie minder criminelen op. De pest is dat er steeds weer nieuwe bijkomen, onwetend of blind voor wat hen te wachten staat. Steeds weer nieuwe mensen tuinen erin.

Slechte mensen tuinen nergens in. Zij kiezen ervoor om slecht te zijn, te blijven. Ze nemen wel het woord spijt in de mond, maar hebben er geen boodschap aan. Voor hen staat het belabberde verleden gelijk aan hun toekomst.

Lenov (41) en Janov (57) zijn slechte mensen.

Dat is geen bewezen feit, maar ik denk het. Ze zitten voor mij, vol bravoure en vijandigheid. Omdat ik weet wat ze hebben gedaan, vind ik dat ze er ook uitzien als slechte mensen. Rechters mogen zoiets vooraf nooit vinden, maar ik kan er weinig anders van maken.

Lenov en Janov zijn criminele vrienden.

Lenov bekent dat hij schuldig is en zegt dat het hem spijt (zie je wel).
Janov ontkent en zegt dat het hem spijt dat hij zo’n slechte en lelijke vriend heeft.

Alsof hij er een prijs voor wil, roept Janov, onderwijl tikkend met de wijsvinger op tafel – hij lijkt wel een specht – dat hij, hij Janov, in 8 landen in Europa in gevangenissen heeft gezeten, opgeteld meer dan 20 jaren. De tolk vertaalt: ,,In Duitsland is het gevangeniseten goed, hier in Nederland heel, heel slecht.’’

Met Lenov is het nog beroerder gesteld. Van de 41 jaren die hij leeft, zat hij er 22 in gevangenissen. In Duitsland heeft hij 3 jaren staan. Die moet hij nog. De officier van justitie zal straks, tegen het einde van dit verhaal, nog eens 7 jaar celstraf eisen.

Toen Lenov 12 jaar was raakte hij in de greep van alcohol en drugs. Op zijn 14e werd hij voor het eerst opgepakt. Twee jaar geleden was hij een paar maanden vrij, in die zin dat hij niet vastzat. Ter compensatie dronk hij twee flessen wodka per dag.

In de woning zijn dna-sporen gevonden die aan Lenov te linken zijn. Uit een onderzoek naar telecomgegevens kan worden opgemaakt dat het telefoontoestel dat Lenov gebruikt op die bewuste avond om 21.07 uur in Bunde was. Het toestel beweegt zich samen met drie andere mobieltjes, waaronder dat van Janov, richting de stad Groningen.

Eerder was er veel onderling contact tussen die toestellen. Op die avond niet, wat erop duidt, denkt de politie, dat ze samen in één auto naar Groningen rijden.

Via een bovenlicht weet Lenov de woning binnen te komen. Hij haalt alles overhoop en neemt mee wat hij wil: een doosje met dasspelden, een broche en munten, een portemonnee met wat geld, een gouden trouwring en de 6 jaar oude televisie van Philips. Als ze worden gearresteerd in het Duitse Dörpen, worden deze spullen gevonden in de woningen waar ze verblijven.

Lenov knikt minzaam en laat het hoofd op het tafelblad rusten.

De officier van justitie denkt dat Lenov niet alleen in de woning is geweest. Janov was er ook. En er zijn nog twee verdachten onder wie de Russische vriendin van Lenov. Deze twee staan later terecht omdat ze nu ziek zijn. De officier van justitie denkt dat Lenov alle schuld op zich wil nemen, zodat de anderen vrijuit gaan. Paar jaar meer of minder in de cel, wat dan nog?

Lenov tegen de rechters, vrij vertaald: ,,Of ik nou inbreek in Duitsland, in Denemarken, in Nederland, ik doe het altijd op dezelfde manier. Via het bovenlicht, de boel overhoop en weer weg. En, belangrijk (vingertje omhoog), ik doe het altijd alleen en alleen als ik dronken ben.’’

Tussen de regels door merkt hij op dat stelen en roven uit huizen in Letland, het land waar hij en Janov zijn geboren, verwerpelijk is.

Die avond was hij niet alleen dronken, maar ook had hij cocaïne en heroïne gebruikt. Zo’n cocktail maakt dat hij een half uurtje heel secuur zijn misdaad kan plegen, daarna stort hij in en weet hij niets meer.

Lenov weet niet dat in de woning waar hij inbreekt
een vrouw, de bewoonster, ligt te slapen. Dat de vrouw ernstig is toegetakeld, hebben ze hem verteld, hij weet dat niet meer.

Lenov: ,,Misschien werd zij wakker en ben ik geschrokken, dat is mogelijk.’’
De rechters: ,,Een worsteling?’’
Lenov, toonloos: ,,Zou kunnen.’’

Janov moet lachen.

Rechters: ,,Waarom moet u lachen?’
Janov: ,,Moet ik huilen dan?’’

De bewoonster – zij was toen 78 jaar – is voor dood achtergelaten. Pas de volgende dag komt zij bij bewustzijn en belt ze de politie. Ze kan zich niets herinneren. Dat de gouden trouwring is verdwenen, haar man is nog niet zo lang geleden overleden, doet haar enorm veel verdriet.

In het huis waar ze woonde, met al haar spulletjes waaraan ze is gehecht, is ze nooit meer geweest. Toen ze het ziekenhuis mocht verlaten, moest ze naar een verzorgingshuis. Daar woont ze nu, daar waar ze niet wil wonen.

Lenov zegt dat ze naar Groningen waren gekomen om te drinken en om drugs te kopen. Waarom de inbraak? Hij dacht drugs te scoren. Na een tip? Groningen en omgeving kent twee straten met dezelfde naam. Koos hij de verkeerde? Dat wordt niet duidelijk.

Terwijl de officier van justitie vertelt dat de verdachten het slachtoffer haar zelfstandigheid hebben afgenomen en de strafeisen op tafel legt, bitst Lenov (eis 7 jaar) dat de Nederlandse politie corrupt is en begint Janov (eis 4 jaar) aan een onnavolgbare riedel over het grote onrecht dat hem wordt aangedaan. Als de rechters zeggen dat het nu welletje is, briest de slechtman dat hem de mond wordt gesnoerd. Als hij wordt weggevoerd zie ik een vals lachje op zijn gezicht.

Ik kijk ook nog even naar Lenov.
Enge ogen.

rob zijlstra

update – uitspraken

Lenov is veroordeeld tot 7 jaar (conform), Janov kreeg een jaar extra: 5 jaar celstraf → dvhn

 

De media

Het had in mei vorig jaar met grote koppen in kranten en op websites gestaan: ‘Groninger aangehouden in grootste sms-phishing zaak ooit’. De grootste bijbehorende boef aller tijden: de 21-jarige Angelo. Hij zou volgens het nieuws in één nacht 1,1 miljoen euro hebben gestolen van een rijke, maar niet zo heel slimme ondernemer uit Noord-Nederland.

Afgelopen week zat deze grootste ooit in zittingszaal 14 waar zijn advocaat de schreeuwende nieuwskoppen hekelde. Volgens de raadsman baseerden de kranten (en websites en wat al niet meer) zich op een persbericht van de politie en het Openbaar Ministerie. Het bericht werd vorig jaar verspreid kort nadat Angelo was gearresteerd. Politie en justitie willen zo’n succes natuurlijk maar wat graag delen met de rest van de wereld. Is best logisch.

De advocaat sprak evenwel van stemmingmakerij. Van trial by media. De officier van justitie haalde de schouders op. Hij zei tegen de rechters dat hij niet gaat over grote krantenkoppen. Dat doen de kranten namelijk zelf, niet hij.

Dit laatste is waar.

Er is iets aan de hand met het misdaadnieuws.
Ik neem u even mee naar de keuken.

Er is een tijd geweest dat verslaggevers zich elke dag om negen uur verzamelden op het politiebureau voor de laatste wetenswaardigheden over de plaatselijke en regionale criminaliteit. Al het onheil van de voorbije 24 uur werd doorgenomen. De verslaggevers kregen koffie, met Pasen eieren, we stelden vragen en noteerden de feiten in onze kladblokjes. Op de redacties werden daar nieuwsberichten van gemaakt voor op de radio en voor in de krant van de volgende dag.

Op een dag was de politie er flauw van en de verslaggevers eerlijk gezegd ook. Besloten werd – door de politie – om aan een lange traditie een einde te maken. Verslaggevers hoefden sindsdien het misdaadnieuws niet meer op te halen, voortaan werd het bezorgd. Agenten gingen de wetenswaardigheden zelf opschrijven. Die berichtjes – info voor de pers – werden dan in het pershoekje van de politiewebsite gepubliceerd. Dat leek even heel praktisch, maar het werd het begin van het einde.

Steeds vaker gebeurde het dat verslaggevers de politieberichten knipten en plakten en die onder de noemer van journalistiek gingen publiceren. Het nieuws werd zo niet alleen één pot nat, het werd nog erger. De politie zag de luiheid van het journaille en greep haar kans. De berichten ter info kregen een hoog pr-gehalte. De media publiceerden toch wel. Na een tijdje besloot de politie dat naar aanleiding van de berichtjes ook geen vragen meer werden beantwoord.

Het gevolg van deze kleine geschiedenis is nog dagelijks in de kolommen van de krant terug te vinden: het kleine politiebericht met wie, wat waar, waarom en wanneer zoals dat ooit bestond is nagenoeg verdwenen.

Vandaag de dag heeft de politie de pers niet meer nodig. De politie heeft haar eigen kanalen gevonden. Wetenswaardigheden worden nu via de sociale media aan de man gebracht, aan wie het maar horen wil.

Wat destijds bij de politie is gebeurd, is nu ook gaande bij het Openbaar Ministerie, het OM. Op de website van het OM wordt dagelijks bericht over lopende strafzaken. De boef wordt nog wel een verdachte genoemd, maar de verdenkingen worden gepresenteerd als feiten. Alsof de verdachte het al heeft gedaan, terwijl de rechters daar nog over moeten oordelen en erover moeten beslissen.

Het komt vaak voor dat een strafzaak die door het OM is aangedragen na de uitspraak van rechters een heel andere kleur heeft gekregen. Lang niet alles wat de verdachte wordt verweten wordt ook bewezen verklaard. In 70 procent van alle strafzaken is het vonnis lager dan de strafeis, het OM eist structureel te hoog. En er worden ook weleens verdachten vrijgesproken.

Deze informatie, toch van belang te weten, komt niet terug in de berichten die het OM met de wereld deelt.

Nadat de strafeis tegen de allergrootste ooit, tegen Angelo, in de rechtszaal bekend was gemaakt, vier jaar, berichtte het OM dat de jongeman in luxe leefde van de opbrengst van de fraude die hij bedreef. Maar of hij zo schuldig is als de officier van justitie beweert, moet nog blijken. De rechters doen pas op 16 maart uitspraak.

In het bericht over Angelo dat na de zitting online werd gezet, werd nog even gerefereerd aan die gestolen 1,1 miljoen euro. Gek, want tijdens de zitting, direct bij aanvang, liet de officier van justitie al weten dat Angelo met betrekking tot die 1,1 miljoen euro moet worden vrijgesproken.

Het OM wil in navolging van de politie ‘haar eigen communicatie bepalen’. Zo staat het in het Jaarplan 2021. Justitie wil aan de samenleving laten weten waar zij mee bezig is. Het is ook belangrijk werk. Aan de andere kant is een officier van justitie een magistraat die de onschuld van een verdachte hoog in het vaandel moet hebben staan. Voorbarige en onvolledige berichten de wereld in slingeren past niet bij die magistratelijke rol.
Het is aan het OM om iemand te verdenken, het is aan de rechters om de schuld vast te stellen.

Wat nog rest zijn die grote, stemmingmakende koppen waar het OM niets aan kan doen. Ook het volgende moet, nu we toch in de keuken zijn, maar even worden gezegd.

Journalisten hebben zich recent beklaagd bij het OM. Veel journalisten die vanuit de rechtszaal schrijven over de misdaad zijn freelancers die afhankelijk zijn van opdrachtgevers. Sommige opdrachtgevers zien hun kans schoon: waarom een journalist betalen als een nieuwsbericht over een rechtszaak ook gratis van de website van het OM (en van de politie) kan worden geplukt?

Dat die informatie eenzijdig is en niet volledig, maar toch wordt gepubliceerd vinden sommige media geen probleem.

Die advocaat had gelijk, het was stemmingmakerij. Maar hij had de overschrijfpers op z’n donder moeten geven en niet de officier van justitie die terecht zijn schouders ophaalde.

Kortom – en dat doet wel een beetje pijn – u moet niet alles voor waar aannemen wat de media willen doen geloven. In dit geval geldt: er is een Groninger aangehouden. En er is een grootste sms-phishing zaak ooit. Maar die twee feiten horen niet bij elkaar.

Ter geruststelling: bij deze krant is het verslaggevers verboden te knippen en te plakken en berichten van politie en justitie klakkeloos over te schrijven. Wij gaan gewoon op pad en halen het nieuws zelf op.

rob zijlstra

de uitspraak is op 16 maart

De president

Fred van der winkel

 rechtbankpresident Noord-Nederland:

Je kunt niet iedere week

nieuwe hoofdlijnen verzinnen

want dan wordt de organisatie gek

Het rommelde achter de muren van de drie rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden, samen de rechtbank Noord-Nederland. Medewerkers – onder wie rechters – hadden geen vertrouwen meer in president Maria van der Schepop. Zij stapte op. Nu is er een nieuwe president: de 61-jarige Fred van der Winkel.

Hij heeft de auto met chauffeur ingeleverd, ingeruild voor een appartementje in Groningen. Bevalt uitstekend. Nog mooier: binnen de rechtbank Noord-Nederland treft hij alleen maar aardige en betrokken mensen. ,,Het beeld is veel minder somber dan ik uit de berichten had begrepen. Daar ben ik blij mee.’’

Fred van der Winkel is wat hij noemt nog aan het sponzen. ,,Informatie verzamelen. Het is in coronatijd best lastig om met de mensen kennis te maken. Het gaat deels via Skype, voor een deel fysiek. Ik wil weten waar de mensen na de fusie in 2013 tegenaan zijn gelopen. Daar probeer ik mij een beeld van te vormen en dan zal ik met het bestuur een analyse maken.’’ Een eerste indruk? ,,Er gaat hier heel veel goed.’’

Dat was niet het beeld dat in de loop van 2019 naar buitenkwam. Er was heibel in de tent. Er zou sprake zijn van een angstcultuur wat ook te maken zou hebben met de stijl van leidinggeven van president Maria van de Schepop die in 2017 was aangetreden. In oktober 2019 stapte ze van de een op de andere dag op. Er volgde een onafhankelijk onderzoek met als uitkomst: geen angstcultuur, maar wel een gebrek aan goed werkgeverschap. Pijnlijk voor een rechtbankorganisatie die alles en iedereen de maat neemt. Binnen de rechtbank hoort geen gedonder te zijn.

Fred van der Winkel kreeg er het een en ander van mee. Hij is dan president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, met het halve land als werkgebied. Vandaar die chauffeur. ,,Ik maakte me zorgen over de rechtbank Noord-Nederland. Als hofpresident was ik vaak in buitenland, om te praten over de rechtsstaat. En als je dan verhalen hoort over een eigen rechtbank in Nederland, dan is dat slecht voor het vertrouwen in de rechtspraak en slecht voor de rechtsstaat. Ik had daar buikpijn van.’’

U dacht, ik moet de rechtbank Noord-Nederland redden?
,,Niet zo van ik moet. Ik kon nog een jaar bij het hof blijven, dan zat mijn termijn erop. Ik dacht, of ik ga weer doen waarvoor ik ben opgeleid, rechter zijn. Of ik ga als bestuurder nog eenmaal een uitdaging aan. En dat laatste is het dus geworden. En hoe vervelend het ook is dat de rechtbank Noord-Nederland het even moeilijk heeft, als bestuurder is het mooi om hier aan de slag te gaan.’’

Maar u zegt, het valt dus mee.
,,Ik had over de problemen gelezen. Het beeld was niet heel positief, eigenlijk gewoon negatief. Maar ik merk dat de mensen van goede wil zijn. Er is intern veel kritiek geuit, vooral op het bestuur. Ik ben inmiddels tot de overtuiging gekomen dat die kritiek werd geleverd vanuit betrokkenheid bij het vak. Als je het ergens niet mee eens bent, moet je intern die discussie voeren en daar moet ruimte voor zijn.’’

In het rapport wordt geconcludeerd dat rechters en medewerkers zich wel betrokken voelen bij ‘hun’ rechtbank in Groningen of Assen of Leeuwarden, maar niet bij de rechtbank Noord-Nederland.
,,Een van de teamvoorzitter zei laatst tegen mij dat de organisatie meer een federatie van drie rechtbanken is. Dat vond ik wel een mooie typering. De rechtbank Noord-Nederland is in 2013 als nieuwe rechtbank gestart. Mijn voorzichtige analyse is dat er toen geen afscheid is genomen van de drie oude rechtbanken, het is stilzwijgend in elkaar overgegaan. Misschien zijn mensen te lang is een soort rouwproces blijven hangen. Niemand zat op die fusie te wachten. Dan is het ook moeilijk een nieuwe start te maken. Er zullen altijd verschillen blijven in culturen, maar die zijn er ook tussen rechtsgebieden. De mensen in het bestuursrecht hebben een andere achtergrond dan mensen van het strafrecht of kanton. En kanton is weer anders dan het vreemdelingenrecht. Dat is ook niet erg, verschillen mogen er zijn. Ook tussen Groningen, Assen en Leeuwarden. Maar er moet ook iets overkoepelends zijn. En wij moeten kijken hoe we dat voor elkaar krijgen. We zijn er nog niet.’’

Tjeenk Willink schrijft dat een rechter een andere taal spreekt dan een manager. Moeilijkheden ontstaan als het rechterlijke werk in managementtermen wordt gemeten.

,,Ik ben een fan van Tjeenk Willink. De kunst van een bestuurder is om de taal te blijven spreken van de mensen in de organisatie. Ik moet begrijpen waarmee zij bezig zijn. Anders dan mijn voorgangers ga ik daarom ook zittingen doen. Ik heb gezegd, rooster mij maar in.’’

In het rapport staat dat rechters geen ambities hebben voor leiderschap.
,,Als je wordt geselecteerd voor het ambt van rechter is dat geen garantie dat je later een goede bestuurder of manager wordt. Als dat wel lukt is het een toevalstreffer. Dat is best een probleem. In ziekenhuizen zie je hetzelfde met specialisten.’’

U heeft wel besloten een manager te worden.
,,En het bevalt, anders was ik ook niet aan deze klus begonnen. Ik had er ook voor kunnen kiezen het rechtersambt weer ten volle uit te voeren. Ik ben voor het leven benoemd als rechter. Maar ik wil niet alleen besturen. Ik ga ook zittingen doen.’’

,,Ik wil besturen op hoofdlijnen en dan ben je ook wel eens klaar. Je kunt niet iedere week nieuwe hoofdlijnen verzinnen want dan wordt de organisatie gek.’’

Waar moet de rechtbank staan in samenleving?
,,In Leeuwarden, bij het hof, heb ik vlaggen op het paleis laten hangen. De rechtspraak moet zichtbaar zijn en midden in de samenleving staan. Op de trappen van het paleis hingen aan die grote zuilen bordjes met verboden toegang. Die bordjes heb ik laten weghalen. Ik vond het mooi als mensen op de trappen zaten om er tussen de middag hun boterham te eten of er even in de zon te zitten.’’

,,Rechtspraak is van de mensen. Rechters worden niet gecontroleerd door de minister maar via de openbaarheid, door journalisten, door het publiek. De rechtspraak moet dus toegankelijk zijn. Transparant, geen ivoren toren. Wij willen graag gecontroleerd worden. Maar dat vinden we nog best lastig. Het is zoeken naar de balans. Want je moet ook afstand hebben om je rol als rechter te kunnen vervullen.’’

De vonnissen zijn nog lang niet altijd in klare, in heldere taal geschreven.
,,Nee, dat is nog niet vanzelfsprekend. Er zijn rechters die voor de Hoge Raad schrijven en bang zijn dat hun vonnis juridisch niet helemaal is dichtgetimmerd. Over die angst moet je heen. Belangrijker is dat het publiek het snapt. Je moet met een vonnis naar je buurman kunnen stappen en die moet dan zeggen, ik snap wel waarom je de zaak hebt verloren. Dan is het duidelijk. We zijn er nog niet, maar we zijn ermee bezig. Bij het familierecht worden vonnissen geschreven, niet gepubliceerd, op een manier dat ook de minderjarige het snapt.’’

Ondertussen staat de rechter onder druk. Er zijn twee dagen rellen in het land en de politiek roept om een taakstrafverbod voor geweld tegen hulpverleners.
,,Het is slecht van de politiek dat de rechter niet de ruimte krijgt om maatwerk te leveren. Maar de rechter zit niet op de stoel van de wetgever. Als de wetgever het niet eens is met de uitspraken van rechters, dan moeten ze de wet aanpassen. Zo houden we elkaar in balans.’’

U bent in Polen de straat opgegaan om de demonstreren. In toga.
,,Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft een vriendschapsband met het gerechtshof in Krakau. Ik ben veel in Polen geweest. Het is schrijnend om te zien hoe de rechtspraak in Polen in de knel zit. Zes jaar geleden was er nog sprake van een bloeiende rechtsstaat. Het kan snel gaan.’’

,,Ik liep door de straten van Warschau in de zogeheten Mars van de duizend toga’s. Om te laten zien dat we solidair zijn met de rechters in Polen en dat we hun steunen in de strijd voor het behoud van de rechtsstaat. Er stonden veel burgers langs de kant van de weg, ze riepen ons toe. Ik vond dat heel emotioneel, alsof wij een soort bevrijders waren.’’

,,Ik heb kort geleden een uitnodiging ontvangen van de rechtbank in Tarnów. Zij willen een vriendschappelijke band aangaan met de rechtbank Noord-Nederland. Intern is daar in groten getale positief op gereageerd.’’

Stel dat de rechters van de rechtbank Noord-Nederland morgen in toga de straat opgaan om te demonstreren tegen bezuinigen, tegen de hoge werkdruk.
,,Daar zou ik niet blij mee zijn. Aan de andere kant, ook een rechter heeft het recht om te demonstreren. Maar doe je dat vanuit je ambt dan moet er ook wel echt iets met dat ambt aan de hand zijn.’’

In Assen gingen in 2015 rechters in toga de straat om te demonstreren tegen de dreigende sluiting van ‘hun’ rechtbank.
,,Snapte ik. Dat was niet voor het behoud van hun plekje in Assen, maar het ging over het behoud van de rechtbank, als instituut. Een rechtbank vervult een functie in de regio en je wilt niet dat die wordt afgebroken.’’

De rechtbank Noord-Nederland blijft onder uw leiding uit drie rechtbanken bestaan.
Zolang er een besluit is dat wij drie locaties hebben, is er geen haar op mijn hoofd die denkt, het moet anders.

Het bestuursrecht is wel geconcentreerd in Groningen. Daar zijn ze vooral in Friesland niet altijd even blij mee.
,,Klopt. Ik heb daar nog geen oordeel over. Maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Ik heb het er ook wel over gehad met Ferd Crone (oud-burgemeester Leeuwarden – red). Dan had hij een Leeuwarden een bordeel gesloten, dan kwam daar een rechtszaak van en die zaak werd dan behandeld in naar Groningen. Als lokaal bestuurder wil je zo’n zaak in je eigen regio afhandelen. Ik ben niet doof voor die kritiek.’’

Een groot probleem: het rechterstekort.
,,De komende jaren gaat een flink aantal rechters met pensioen. We moeten dus niet alleen vacatures opvullen, maar we moeten ook anticiperen op het vertrek van mensen. Er moet op dit punt meer gebeuren dan er al is gebeurd. Als bestuur hebben we daartoe al besloten. We gaan inzetten op meer mensen. Daar komt een plan voor. Het gaat niet alleen om rechters, maar ook om mensen voor juridische ondersteuning.’’

Over vijf jaar ziet de wereld er anders uit. Zijn er dan ook andere vormen van rechtspraak dan we nu hebben?
,,Er zijn mensen die in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand, die groep wordt steeds kleiner, dan moet je wel heel weinig verdienen. Maar er is een grote groep voor wie de rechtspraak financieel steeds minder bereikbaar wordt. Dat is een grote zorg. Ik hoop dat de digitalisering kan worden ingezet. Met digitale zittingen, iets minder uitgebreid, maar wel sneller en betaalbaar. Ik zie in het buitenland, zoals in Canada, interessante voorbeelden met digitale buurtrechters. Dat moet geen bezuiniging worden, maar een uitbreiding van de dienstverlening van de rechtspraak.’’

rob zijlstra 
dit interview stond op 13 februari 2021 in
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant

→ onrust in de rechtbank: dossier

De rechtbank Noord-Nederland is in 2013 ontstaan door 
een fusie tussen de tot dan zelfstandige rechtbanken 
Groningen, Assen en Leeuwarden. Er werken momenteel 
ruim 750 mensen waaronder bijna 150 rechters. 
Aan het hoofd van de organisatie staat het gerechtsbestuur 
waarvan Fred van der Winkel voorzitter is. 
De twee andere bestuursleden zijn rechter 
Albert Ploeger en Madelon de Wilde 
(niet-rechterlijk lid).

 

Niks wou

Het was een beetje gemeen van de rechters. Ze zeiden tegen de verdachte dat het net leek alsof het hem niet interesseerde, dat ze stellig de indruk hadden dat het hem niet raakte. Terwijl het wel om een heel ernstige zaak gaat, met nabestaanden in de zaal.

De rechters zeiden dit tijdens de ondervraging van de verdachte, het deel van een strafzaak waarin de rechters door vragen te stellen op zoek gaan naar waarheid. Rechters horen de waarheid te beminnen. Maar wat ze zeiden was geen vraag, het was een constatering. Ze vonden al iets.

Een verdachte staat bij aanvang van een strafproces met 3 – 0 achter. Je hoeft je onschuld niet te bewijzen, maar je moet je wel zien te redden uit een uiterst netelige situatie. Een verdachte bungelt altijd boven een zekere afgrond, of hij het nou gedaan heeft of niet.

Wie ooit heeft moeten terechtstaan weet dat het verdachtenbankje niet de plek is om de stoere Johannes uit te hangen. Ik heb doorgewinterde criminelen, schuldig en soms onschuldig, in de verdachtenbank zien huilen. Dat is niet erg, ’t is ook niet om medelijden mee te hebben, het is even voor het idee.

Wie wordt verdacht van een misdaad staat publiekelijk in de blote kont. De meeste mensen vinden de blote kont geen prettige omstandigheid om in te staan. Het maakt dat je dan even niet helemaal jezelf bent, dat je gespannen bent. Zenuwachtig. Rechters weten dat heus wel. Vandaar dat de opmerking, het lijkt alsof het je niet raakt, een gemene was.

Ronald, 26 jaar, heeft een man doodgereden.

Dat wil zeggen dat hij de auto bestuurde die een man op de fiets aanreed waarbij de fietser werd gelanceerd en via de voorruit in de greppel naast de weg belandde. Freerk, 48 jaar, was op slag dood.

Het gebeurde rond drie uur ’s middags op een smalle weg iets ten noorden van Spijk, daar waar de Eemshaven op het punt staat te beginnen.

Toeristen op sportfietsen sloegen alarm toen zij verspreid over het weggetje boodschappen zagen liggen. Ze reden eerst door, maar keerden weerom, zagen in de berm een fiets met kapotte fietstassen. Toen vonden ze Freerk.

In korte tijd wemelde het er van de politieauto’s en ging een politiehelikopter de lucht in. Het bericht luidde dat een zwarte Golf bij de aanrijding betrokken zou zijn. In de Golf zouden jongemannen zitten met petjes op.

Voordat een gebeurtenis in de rechtszaal kan worden besproken moet aan die gebeurtenis een juridische kwalificatie worden gegeven. Een label. Anders kunnen juristen er niks mee.

In deze zaak zou artikel 6 van de Wegenverkeerswet in de rede liggen. Vrije vertaling: het is verboden (en een misdrijf) je in het verkeer zo te gedragen dat een ander door dat gedrag wordt gedood of zwaargewond raakt. Het gedrag moet dan flink onvoorzichtig zijn tot roekeloosheid aan toe. Bellen, appen tijdens het autorijden (rijden met half bevroren ruiten) gaat door voor flink onvoorzichtig, met 120 slingerend door de bebouwde kom scheuren neigt naar roekeloosheid.

Het ging niet goed met Ronald, al een tijdje niet. Alles zat tegen. Hij had die nacht niet geslapen, die avond ervoor had hij wat speed gebruikt, nee niet op de dag zelf. ’s Ochtends had hij een paar uur gegamed. Call of duty. Hij had weer ruzie met zijn vader, ruzie eigenlijk met iedereen. Alles ging fout.

Tegen de rechters: ,,Niks wou.’’

Hij besloot wat te gaan rondrijden, om te kalmeren. Maar kalm werd het niet. ,,Ik was goed boos, opgefokt.’’

Ronald scheurde als een idioot over de kleine verlaten landweggetjes. Gas erop.
De rechters: ,,Was uw rijgedrag niet vragen om moeilijkheden?
Ronald: ,,Ja, achteraf kun je dat makkelijk zeggen. Maar het is nooit mijn bedoeling geweest iemand te raken.’’

De politie denkt van wel. Er zijn camerabeelden waarop is te zien dat Ronald in zijn zwarte Golf langs een boerderij scheurde. Kort daarop reed hij opnieuw voorbij, maar dan in tegenovergestelde richting. Hij sloeg vervolgens de weg in waar kort daarvoor ook Freerk op zijn fiets in was gereden.

Zag hij Freerk? Reed hij hem voorbij, keerde hij om, om vervolgens achter Freerk aan te rijden om hem iets aan te doen? Had hij met Freerk een appel te schillen? Was er sprake van een afrekening? En had dat met drugs te maken? Was het doodslag? Moord?

Het zijn de vragen die zijn gesteld.

Na de aanrijding denderde Ronald verder, met een verbrijzelde voorruit richting Uithuizermeeden waar hij bij een halte over de stoep reed, rakelings langs de bus. De vrouw die nog maar net was ingestapt, kreeg de schrik van haar leven.

Eenmaal thuis belde hij de politie. ,,Ik was in paniek. Thuis kwam het besef, ik stortte een beetje in, ik hoorde toen ook van de dodelijke afloop. Toen was ik wel van slag ja.’’

Hij weet niet zo goed wat hij er nu, in de rechtszaal, nog meer over moet zeggen. ,,Er is geen dag dat ik er niet aan denk. Wat moet ik er anders van maken? Ik zit hier en ik krijg straf. Het is wat het is.’’

Er moet inderdaad worden afgerekend.

De nabestaanden zeggen tegen de rechters dat Ronald het niet waard is om in deze maatschappij rond te lopen.

Het Openbaar Ministerie heeft aan de gebeurtenis een loodzwaar label gehangen: doodslag en een poging tot doodslag (incident bij de bushalte). De eis: 6 jaar gevangenisstraf. Daarna een rijontzegging van 10 jaar (Ronald had vrachtwagenchauffeur willen worden). De officier van justitie zou ook een tbs-maatregel niet raar vinden, maar in dat geval is nader onderzoek vereist. De rechters moeten het maar zeggen.

Advocaat Fred Kappelhof vindt het label doodslag en de poging daartoe niet passen. De raadsman stelt dat dit label erop is geplakt op grond van de eerste vermoedens, toen nog werd gedacht aan een afrekening. Maar daar is niets van gebleken. De telefoons zijn onderzocht, tussen beide mannen is nooit contact geweest. Ronald en Freerk kenden elkaar niet.

De raadsman is ter plaatse geweest, heeft geprobeerd er harder te rijden dan 60 kilometer per uur. ,,Dat kan daar helemaal niet. Ronald reed daar niet harder dan toegestaan, maar wel met kabaal, de fietser schrok, keek achterom, raakte een beetje uit de baan en werd geschept. Dat is een artikel 6. En dat is geen 6 jaar celstraf.’’

Het is aan de rechters om de waarheid niet tekort te doen.

rob zijlstra

 

update – 18 februari 2021 – uitspraak
De rechters hebben Ronald vrijgesproken van doodslag en een poging tot doodslag. We is hij schuldig aan  ernstige verkeersdelicten, in korte tijd gepleegd. De rechters volgen grotendeels de raadsman en niet de officier van justitie. Ronald krijgt wel de rekening: 4 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Komt hij weer buiten, dan mag hij zeven jaren geen motorrijtuig besturen, geen auto, geen scooter.

De overwegingen van de rechters staan in het vonnis (klik op afbeelding):

vonnis verkeerszaak spijk

Lachen en buikpijn

Er zijn in deze duistere tijden mensen die lachend over straat gaan. Niet met zo nu en dan een vrolijke glimlach, maar ze schaterlachen heel de dag maar door. Ze gaan ermee naar bed, slapen als roosjes en staan dijenkletsend weer op.

Het zijn de mensen die de wereld uitlachen.

Met tranen van vrolijkheid in de ogen zullen ze vertellen dat wij in Nederland het beste rechtssysteem hebben van allemaal. Want dankzij dat systeem zijn zij, de schaterlachers, schathemeltje rijk.

Het heeft te maken met hennep. Hennep is een van de meest lucratieve producten om in te handelen. Pannenkoeken schijnen het ook goed te doen, maar wegen niet op tegen cannabis, het onbetwiste groene goud.

Eén hennepplant levert volgens het Openbaar Ministerie 28,2 gram verkoopbare wiet op. Deze gemiddelde opbrengst per plant is berekend door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). In de koffieshop kost een gram een tientje.

Ja, pak de rekenmachine-app op je telefoon er maar even bij.

Het is daarom ook dat ze overal zijn. Geen wijk of dorp in Stad en Ommeland waar niet ergens een hennepkwekerij is verstopt. Een omvangrijke kwekerij vraagt niet om een omvangrijke loods. Een grote, afgelegen boerderij is welkom, maar een paar vierkante meters op een zolderkamer kan al een inkomen opleveren waar de minister-president jaloers op zal zijn.

Ondertussen is de strijd tegen de hennepteelt onbegonnen werk. Zo nu en dan ontmantelt de politie een kwekerij, maar alleen als ze op dat moment even niets anders te doen heeft. De aanpak van hennepteelt heeft geen prioriteit, wat ze ook beweren.

Afgelopen week werden kwekerijen ontmanteld in twee woningen in Sauwerd en Ulrum. Een paar honderd hennepplanten, de stroom illegaal afgetapt, de politie anoniem getipt. Het standaardwerk. De kans dat de bewoners strafrechtelijk worden vervolgd is niet zo heel groot. Gebeurt dat wel dan zal dat ergens in 2023 zijn, op z’n vroegst.

De henneptelers – dus zij die daadwerkelijk de planten bewateren en verzorgen – zijn niet de schaterlachers. Integendeel. Zij die heel de wereld uitlachen zijn de mensen achter de schermen. In de zalen van het recht zul je ze nooit tegenkomen, zij kijken wel link uit.

Ik schreef twee weken geleden over Pascal, de man met de papegaai die het drukke Amsterdam beu was en even buiten Ezinge een boerderijtje kocht om er hobbyboer te worden. Terwijl buiten de dieren scharrelden werden binnen twee ruimtes in elkaar getimmerd en van afgetapte stroom voorzien. Op een dag in 2019 vloog na een tip een helikopter over het boerderijtje voor een warmtemeting en niet lang daarna viel de politie binnen. Pascal werd gearresteerd en draaide er niet omheen: hij teelde er sinds 2017 wiet.

De politie berekende de winst en de rechtbank kon zich vinden in de uitkomst. Pascal moet nu de winst afdragen: 378.635,50 euro. De straf bleef beperkt tot een waarschuwing.

In het vonnis staat dat de rol van Pascal waarschijnlijk veel kleiner is dan hij zelf zegt. De rechters weten dat Pascal niet de man is die het grote geld heeft verdiend. Hij was de katvanger, de man die de klappen krijgt als het misgaat.

Om te kunnen worden veroordeeld voor hennepteelt moeten er aardig wat bewijzen op tafel komen en dat vergt veel tijd en inspanning. De wet stelt daarentegen geen hoge eisen als het gaat om het afpakken van crimineel geld. Dat er sprake is van crimineel geld hoeft ook niet te worden bewezen, het hoeft slechts aannemelijk te worden gemaakt.

En daarom komen die schaterlachers niet meer bij. Bij hen stroomt het geld gewoon binnen, terwijl een man als Pascal die niks te makken heeft moet betalen. Op papier is de criminele winst afgepakt, achter de schermen loont de misdaad als een malle.

Iets vergelijkbaars deed zich afgelopen week voor, maar dan nog erger. In de verdachtenbank zaten twee ondernemers, de ene als zzp’er, de andere als directeur van een bedrijf met 40 personeelsleden. De directeur had in Sappemeer een loods gehuurd voor opslag. Een ander deel verhuurde hij door aan de zzp’er.

Deze zzp’er was op een kwade dag Ene Johan tegengekomen, juist op een dag dat hij de kop vol had van de scheiding en ander financieel malheur en geen uitweg meer zag. Ene Johan stelde voor dat de zzp’er een ruimte in een loods kon huren. Op naam. Hij zou dan 5 procent van de omzet krijgen. De zzp’er wist dondersgoed wat er in die ruimte zou gaan groeien en gebeuren en zei ja.

Twee jaar ging het goed in Sappemeer. Daarna kwam er voor de duizendste keer een anoniem tip bij de politie binnen. Agenten snuffelden er wat rond, gluurden door de ramen en telden 1831 hennepplanten, 7400 hennepstekjes (goud in wording) en 129 moederplanten.

De officier van justitie hield rekening met het tijdsverloop. De ontmanteling van de kwekerij was al in 2017 en pas deze week was de rechtszaak. De aanklager zegt dat hij met gemak een jaar gevangenisstraf kan eisen. Want ook als je hennepteelt faciliteert, middels verhuur mogelijk maakt, teel je hennep. Maar vanwege het tijdsverloop kan worden volstaan met een werkstraf van 240 uur (eis).

Het maakte de twee ondernemers niet blij of opgelucht. Die werkstraf overleven ze wel. Maar de officier van justitie wilde meer. Uitgerekend is dat de winst die met de hennepteelt in de loods in Sappemeer is geboekt zo’n 2 miljoen euro moet zijn geweest. Dat is wat aannemelijk wordt gevonden. Ook hier mag het feit dat de zaak veel te lang op de plank heeft gelegen een beetje in het voordeel zijn van de verdachten.

Vooruit, geen 2 miljoen.
Doe maar 840.000 euro.
Ook goed.

De zzp’er en de directeur wilden mogelijk een graantje meepikken, maar betalen nu het volle pond, mogelijk met faillissementen. Misschien moet dat eigen schuld, dikke bult heten.

Maar ook hier geldt weer dat het grote geld allang achter de schermen is verdwenen. Met de aanhouding van de twee ondernemers, met de arrestatie van Pascal in Ezinge vonden politie en justitie het niet meer nodig nader onderzoek in te stellen naar de grote vissen, naar de bovenboeven. Want dat kost tijd en energie.

Binnenkort zal wel bekend worden gemaakt hoeveel crimineel verdiend geld er in 2020 weer is afgepakt. Weet dan dat voor een deel de verkeerde mensen er voor opdraaien. En dat de schaterlachers alleen maar nog rijker zijn geworden.

rob zijlstra

update – uitspraken
De directeur is de pineut. Geen werkstraf, maar een jaar gevangenisstraf en het afdragen van zijn criminele winst. Geen 840.000 euro, maar  1.883,994,25 euro. Dat is bijna 2 miljoen.  De zzp’er moet ook de cel (2 maanden) in, maar hoeft minder af te dragen: 94.000 euro.

Hieronder het vonnis (klik op de afbeelding) van de ontneming van de directeur.
Het vonnis van de hennepzaak zelf staat hier.

vonnis ontneming

 

 

Hardshit en gedoog

publicatie: 30 januari 2021

In de chatgroepen van de sociale media waarin de jeugd van tegenwoordig elkaar de afgelopen week de kop gek maakte en opjutte om te rellen op de Grote Markt in Groningen – en elders – waren ook verkopers actief. Tussen de chats (‘we zetten ook gelijk die vindicat in brand’) door werden alom geestdodende middelen te koop aangeboden.

Uit het oogpunt van de verkopers is dat niet raar. Mensen die meedelen ‘we slopen niks van particuliere, maar overheidsshit moet total loss’ kunnen tijdens hun driftig gedemonstreer in de winterkou wel een opkikkertje gebruiken. Wat ligt er dan meer voor de hand dan een flinke snuif van de witte sloper te koop aanbieden?

Cocaïne is allang geen exclusieve hardshit meer van de grote stad. Voor tijden van corona deden al enige tijd hardnekkige verhalen de ronde dat in menige voetbalkantine in de provincie de derde helft meer inhield dan alleen maar meters bier. Er wordt – steeds vaker – ook cocaïne gescoord.

Na de chat van opruireller Bolle Tito (‘koop allemaal spiritus en benzine’) las ik de volgende ingezonden boodschap: ‘Coke, heel drenthe, friesland en groningen en omstreken. Pb me voor de beste coke, goede kwaliteit (open 24/7) (ook open met avondklok na 9 uur) beller is sneller’. De boodschap werd afgesloten met een telefoonnummer dat na de 06 begon met 85 en eindigde met 195.

Niet eens meer stiekem.

Dat is niet omdat cocaïnegebruik en -handel oogluikend wordt toegestaan. Harddrugs wordt allesbehalve gedoogd. Twee weken geleden schreef ik op deze plek over twee broers die half Stadskanaal van coke voorzagen. Het Openbaar Ministerie eiste drie jaar gevangenisstraf, de rechters vonden dat te weinig en legden vorige week vier jaar op. Dat heet een flinke douw.

Willem (net 26 geworden) had dat proces met belangstelling gevolgd. In 2019 was hij zelf aan de beurt geweest. Hij gebruikte weleens wat en vrienden vroegen of hij ook iets voor hen kon regelen? Zo was hij er ingerold. Verkocht hij eerst alleen aan vrienden, al snel volgden vrienden van vrienden waarna de wildvreemden niet lang meer op zich hadden laten wachten. Tegen de rechters: ,,Zo bouw je een klantenkring op.”

Bij zijn arrestatie vond de politie een administratie die er niet om loog. Willem hield alles bij wat het vermoeden deed ontstaan dat hij handelde voor anderen. Daar kwam nog bij dat Willem tot dan geen strafblad had en werd omschreven als een ietwat kwetsbare jongeman die makkelijk is te beïnvloeden. In luxe leefde hij ook niet. Geen auto, niet eens een rijbewijs. Hij had vooral schulden.

Op vragen van rechters of hij onder druk werd gezet, of hij bang was, wilde Willem toen geen antwoorden geven.

De officier van justitie die de zaak behandelde heeft een hekel aan drugsdealers. Ook aan hen die mogelijk voor karretjes worden gespannen. Hij noemde Willem een lapzwans en een dikke egoïst.

De rechtbank veroordeelde hem tot 16 maanden gevangenisstraf waarvan 8 voorwaardelijk, iets lager dan er was geëist. De criminele winst zou volgens de officier van justitie welgeteld 263.000 euro hebben bedragen, maar toen de rechters aan het rekenen sloegen bleef daar 35.000 euro van over. Dat bedrag moet hij betalen aan de staatskas.

Willem had in 2019 oprecht beterschap beloofd.
Deze week zat hij er weer.
Hoe dan?
Diepe zucht: ’’Foutje. Ja, flink balen.’’

Het was al na middernacht toen hij van zijn werk in Groningen op weg was naar huis. Ter hoogte van Winsum stond een politieauto. Agenten zagen vanuit de verte de scooter naderen en dachten, kom laten we eens een stopteken geven. Willem voorzag problemen, negeerde het teken, racete een zijweggetje in waar hij werd klemgereden.

Rijbewijs? Geen rijbewijs.

Hij moest toen mee naar het politiebureau in Uithuizen. Uit zijn rugtas kwam een groen tasje met daarin kleine zakjes met drugs, vol genoeg om hem nog diezelfde nacht naar het cellencomplex aan de Hooghoudtstraat in Groningen te transporteren voor nader verhoor. In het cellencomplex visten agenten nog eens 9 zakjes uit zijn onderbroek.

Speed, xtc, cocaïne en wiet.
Hardshit en gedoog.

Tegen de rechters: ,,Ik heb een domme fout gemaakt en kan het niet terugdraaien.’’ Nee. Hij had de drugs niet gekocht, maar gekregen. De bedoeling was om het te verkopen. Via mond tot mond. Handelde hij in opdracht van anderen, onder druk gezet, bang?
,,Nee, nee, nee.’’

Rechters: ,,En nu dan?’’
Willem: ,,Ik kan wel door de grond zakken. Ik heb spijt, oprecht.’’
Maar waarom dan toch?
Het had te maken met schulden en die 35.000 euro die daarbij was gekomen.

Willem heeft werk, in de stad. Zijn baas (,,mijn vriend’’) had hem flink op z’n sodemieter gegeven, maar hem niet laten vallen. ,,We hebben een goed gesprek gehad.’’

Er is een hulpverlener van Trajectum meegekomen naar de rechtbank om een goed woordje voor Willem te doen. Zij wil hem graag begeleiden en ziet goede kansen hem op het rechte pad te krijgen. Hij laat een positieve lijn zien, is gemotiveerd, hij werkt met hart en ziel, staat open voor hulp, heeft een vriendin, houdt zich aan afspraken.

Ook de reclassering is positief. Het advies aan de rechters is om Willem niet naar de gevangenis te sturen, het zal de goede stappen die zijn gezet verstoren. Werk en woning zal hij kwijtraken. Trajectum knikt instemmend: zo is het en dat moet niet.

Maar dan. De officier van justitie, uitgerekend dezelfde magistraat die Willem twee jaar gelden een dikke egoïst had genoemd, gaat staan en zegt: ,,Berouw komt na de zonde. Maar bij deze meneer komt het berouw pas nadat hij is gepakt. Hij liegt, praat lariekoek, de ongeloofwaardigheid spat van dit dossier af.’’

De hulpverlener kijkt geschokt, de officier van justitie vervolgt: ,,Hij handelt in vergif, het interesseert hem niet wat hij verkoopt, de zonde interesseert hem niet, de eerdere straf heeft totaal geen indruk op hem gemaakt. De reclassering stelt een werkstrafje voor. Hallo! Meneer hier is dealer in harddrugs.’’

De crimefighter: ,,Hulpverlening oké, maar die moet maar een jaar wachten.” Hij eist de 8 maanden die 2 jaar geleden voorwaardelijk werden opgelegd en nog eens 4 maanden cel erbij voor het nieuwe feit. Opgeteld moet Willem dan 12 maanden zitten.

De officier van justitie: ,,Dat gevangenisstraf een verstoring is van zijn leven, klopt. Dat is ook de bedoeling.’’

Willem kijkt met vernietigende blikken naar de officier van justitie. Hij beheerst zich, wendt het hoofd richting rechters en doet, beleefd, een voorstel: ,,Geef me nog één kans.’’

rob zijlstra

update – 9 februari 2021 – uitspraak
Willem krijgt zijn kans: 120 uur taakstraf, drie maanden voorwaardelijk. De voorwaardelijke celstraf die in 2019 was opgelegd komt nu wel om de hoek kijken:  daarvan moet hij er nu drie maanden zitten. Weten hoe het precies zit en waarom? Lees het vonnis (klik op onderstaande afbeelding).

het vonnis van willem

 

Update Chun: schaamteloos

Ministerie trek handen af van Chun, de man die niet bestaat is nu een probleem voor de gemeente Groningen

Alle pogingen om de 32-jarige Chun Yan uit Groningen uit zijn al jaren durende uitzichtloze situatie te halen zijn mislukt. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de kwestie plotseling doorverwezen naar de gemeente Groningen. Een kort geding is in voorbereiding.

De man die als kind in China werd ontvoerd en door toedoen van mensensmokkelaars in Nederland belandde probeert al 16 jaar lang een status te krijgen. In Nederland mag hij niet zijn, China weigert medewerking voor terugkeer. De patstelling duurt nu al jaren.

Chun Yan leeft van giften en liefdadigheid. Hij mag niks. Wie hem werk aanbiedt, is strafbaar. Hij mag geen opleidingen volgen. Hij is veroordeeld tot nietsdoen.

In 2018 greep toenmalig burgemeester van Groningen Peter den Oudsten in. Hij riep alle betrokkenen op het stadhuis bijeen. Iedereen erkende dat er sprake was van een onmenselijke situatie. Afgesproken werd dat alle betrokkenen zich maximaal zouden inspannen om te komen tot een duurzame oplossing. Vertegenwoordigers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) – onderdelen van het ministerie van Justitie en Veiligheid – waren hierbij aanwezig.

Omdat door de immigratiedienst wordt getwijfeld aan het verhaal van Chun over hoe hij als kind in Nederland belandde, is opdracht gegeven tot een psychiatrisch onderzoek. Dit onderzoek is gefinancierd met geld dat vorig jaar bijeen werd gebracht door een crowdfunding. In een paar dagen tijd brachten 1200 mensen ruim 25.000 euro bijeen.

Uit het psychiatrisch onderzoek komt naar voren dat de herinneringen van Chun betrouwbaar zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat hij leugens vertelt om een verblijf in Nederland af te dwingen. In het rapport worden grote zorgen geuit over het welzijn van Chun Yan. Het rapport is in december overgelegd aan DT&V die over het lot van de man beslist.

Deze week kwam de dienst met een reactie die erop neerkomt dat de bevindingen uit het rapport geen aanleiding vormt om tot een ander standpunt te komen. Het rapport kan de prullenbak in. DT&V stelt ook dat de slepende kwestie niet langer een zaak is voor de dienst. De regie ligt volgens de dienst bij de gemeente Groningen.

Advocaat Urban Hansma die Chun Yan al jaren lang bijstaat is zeer teleurgesteld en noemt de houding van de overheid onbehoorlijk. Hij zegt: ,,Ik snap dat het lastig is om te bepalen bij hoeveel leed de grens is bereikt, maar ik niet snap dat niet wordt herkend en onderkend dat die grens bij Chun al ruim is overschreden.”

De gemeente Groningen laat weten dat er ‘op het hoogste bestuurlijke niveau’ over de situatie van Chun wordt gesproken. Burgemeester Koen Schuiling is op de hoogte van de situatie. De burgemeester wil de zaak hoe dan ook opgelost hebben, zo kan worden opgetekend in de gangen van het stadhuis. De stille diplomatie zoals dat heet is echter al jaren gaande.

Advocaat Urban Hansma bereidt inmiddels samen met advocaat Liesbeth Poortman-De Boer een kort geding voor tegen de Staat der Nederlanden. Volgens Poortman-De Boer is er sprake van een onmenselijke situatie die in strijd is met het Verdrag voor de Rechten van de Mens. ,,Chun bestaat niet, hij is niet eens een nummer. We zullen eisen dat de overheid hem als een mens beschouwt opdat hij dan een verblijfsstatus kan krijgen.’’

Advocaat Poortman-De Boer stelt dat Nederland is gehouden aan het mensenrechtenverdrag. ,,Het is verboden een mens te laten spartelen, laat staan iemand te laten verzuipen. En dat laatste is wat er gebeurt.’’

rob zijlstra

→ dit artikel stond eerder in Dagblad van het Noorden [5 feb 2021]
→ alle publicaties over deze zaak zijn terug te lezen:  dossier Chun

De vlucht

Het is maandagochtend, de lei is schoon. Ik heb geen idee wat de week brengt. Wat ik weet is dat er zaterdag een rechtbankverhaal van mijn hand in de krant staat en dat de deadline vrijdag in alle vroegte is.

Als de dag van maandag geen verhaal biedt, moet ik het hebben van de dag van donderdag. Dinsdagen en vooral woensdagen zijn povere dagen voor verhalen.

Soms komt een verdachte de rechtszaal binnen met een verhaal dat in sierlijke letters op zijn voorhoofd staat geschreven. Ik hoef dan alleen maar te luisteren. Het komt ook voor dat een verhaal zich pas halverwege de zitting openbaart. Na een uur gekabbel is het er ineens. Dan ontsnapt het verhaal aan de boef.

Maandagochtend ging het anders.

Even na negenen kwam Gerrit (38) in een krappe joggingbroek de zittingszaal binnengelopen. De strafzaak was nog niet begonnen of hij slingerde al een wijsheid van jewelste de zaal in. Met de vinger opgestoken sprak hij tot de rechters dat een man drie dingen nooit moet uitlenen: de auto niet, de vrouw niet en ook nooit het gereedschap. Want je raakt het kwijt.

De rechters: ,,Dus…”

In de twee uur die volgden verhief Gerrit het fenomeen ‘ontkennen tegen beter weten in’ tot een hogere kunstvorm.

Gerrit zegt dat hij heus antwoorden op vragen wil geven, maar dat de rechters moeten beseffen dat er lang geleden een ongeluk met 120 kilometer per uur is gebeurd waarbij hij keihard met zijn hoofd op het dashboard knalde. Sindsdien vergeet hij dingen.

Van een eerdere strafzaak weet ik dat hij vanwege dat ongeluk van de verzekering 75.000 euro kreeg uitgekeerd. Een betere toekomst bracht het niet. Het geld werd door zijn moeder omgezet in drank en door haar opgedronken. Gerrit vond dat destijds gemeen, maar hij houdt zielsveel van zijn moeder. Tegen de rechters: ,,Wie haar iets aandoet, maak ik koud. Dat durf ik hier best tegen jullie te zeggen.’’

Gerrit is al vijftien jaar verslaafd aan harddrugs en tevens is hij veelpleger. Hij leeft een vals leven. Ditmaal wordt hij verdacht van onder meer inbraken in de Hoornsemeer Bar en in café De Pintelier in Groningen. De buit: geld uit gokkasten. In De Pintelier lag op de vloer een hamer waarmee een ruit was ingeslagen. Op de steel zat het DNA van Gerrit.

Triomfantelijk kijkt hij naar de rechters en roept: ,,Dus onschuldig hè.’’ Had hij het bij binnenkomst niet gezegd? Leen nooit je gereedschap uit, want je raakt het kwijt? Nou, de hamer is het bewijs. 

Rechters: ,,En aan wie had u de hamer uitgeleend?’’
Gerrit: ,,Dat weet ik niet. Ik heb een zeer ernstig ongeluk gehad.’’

Er is ook een verdenking die ‘m niet lekker zit. Achter de Shell aan de Europaweg in Groningen zou hij in de ochtendstond het portier van een auto hebben opengerukt en de inzittende – een vrouw die net klaar was met werken – hebben bedreigd met een mes. Hij wilde de auto, maar ging ervandoor met de tas die op de bijrijdersstoel lag. 

Twaalf minuten na de roof werd geprobeerd met bankpasjes uit die tas te pinnen. Op de camera van de pinautomaat is Gerrit te zien. Hij draagt dezelfde kleding als de man die de camera’s registreerden bij het tankstation, kwartiertje eerder. In de geroofde tas zat 60 euro, exact het bedrag dat Gerrit in de broekzak had. En een mes.

De rechters: ,,Dus…’’

Gerrit zegt van niet. Die tas met pasjes had hij dus op straat gevonden. Hij had nog bij mensen aangebeld om te vragen of ze misschien een tas kwijt waren. Niemand. Tegen de rechters: ,,Ik ben geen heilig boontje, maar ik beroof geen mensen, dat gaat me te ver. Wat mevrouw is overkomen is buitengewoon vreselijk.’’  

Hij wil de rechters iets beloven: komt hij straks vrij dan gaat hij op zoek naar diegene die het heeft gedaan. Dat is het minste dat hij kan doen.

Gerrit wauwelde nog meer gekkigheid en dat had hier ook allemaal gestaan als na hem niet Pascal de rechtszaal had betreden. Met Pascal dreven ook donkere wolken de rechtszaal binnen.

Op een dag in februari 2019 vloog een helikopter over Ezinge voor een warmtemeting boven een boerderijtje. Er was een anonieme tip dat er een lab voor chemische drugs in het boerenpand was ondergebracht. Een inval leverde een hennepkwekerij op met 400 planten. 

De bewoner – Pascal dus – draaide er niet omheen. Hij vertelde dat hij sinds hij er woonde tien, twaalf keer had geoogst. Tien kilo hennep per keer, opbrengst 4.000 euro per kilo. Betrapte telers vertellen zoiets nooit.

Pascal wel. Hij, 46 jaar, geboren en getogen in Amsterdam, wilde hobbyboer worden, weg van de stadse drukte en zo alleen mogelijk. Zo belandde hij in 2017 in Ezinge. De politie gelooft dat niet. Het vermoeden is dat Pascal vanuit Amsterdam door drugscriminelen naar het Noorden is gestuurd om hier hennep te telen voor daar.

Waren er anderen bij betrokken?
Pascal zegt dat hij alle schuld op zich neemt. Inclusief de berekende drugswinst die moet worden afgedragen: 380.000 euro.
Heeft hij echt zoveel geld verdiend?
Tegen de rechters: ,,Jullie weten net als ik natuurlijk beter, maar ik ga niemand verlinken.’’

Pascal is teruggekeerd naar Amsterdam, hij woont en slaapt in zijn auto en staat ingeschreven op een adres waar de Vakbond voor Daklozen huisvest. Elke ochtend wordt hij om half vier wakker, rookt dan een joint, om vervolgens naar zijn werk te gaan: hij zit in de schoonmaak. 

Hij vertelt dat hij sinds zijn tiende psychische problemen heeft, schizofrenie, stemmen in het hoofd, dat hij destructief is. Dat hij nooit hulp heeft kunnen krijgen. ,,Ik had graag een ander leven gehad, maar het zit er niet in. Niet meer.’’ Hij vertelt dat heel zijn familie, net als hij, verslaafd is. Hij aan softdrugs. ,,Ik heb een verrot DNA.’’

Dus. 

Dus of hij nou 380.000 euro moet betalen of veel meer of minder, het maakt hem niet uit. Niet meer. De begrafenis is al geregeld.
De rechters: ,,U heeft een levenseinde voor ogen.’’
Pascal knikt. Hij verzorgt nog zijn oude papegaai. Als het beestje doodgaat, dan is het ook klaar voor hem.

Gerrit komt op een dag weer vrij en dan moddert hij verder door zijn rampzalige leven. Pascal vliegt vandaag of morgen zijn papegaai achterna.   

Het was een droef begin van de week.

rob zijlstra

 

Drugs dealen

Best raar. Veel criminelen plegen misdaden om er financieel beter van te worden. Tegelijkertijd leidt dat ‘financieel beter’ vaak ook tot de ondergang, want zo mag je drie jaar gevangenisstraf na jaren succesvol ondernemen wel noemen.

Wie een droombedrag wint in de loterij krijgt een adviseur in z’n nek die uitlegt wat je met al dat geld vooral niet moet doen. Hadden Teun en Dirk maar zo’n adviseur gehad. Dan hadden ze afgelopen week niet in de rechtszaal gezeten. 

Ze zaten er wel. Misschien hebben ze zich te graag laten leiden door pracht en praal van criminelen in series op Netflix. In die series trappen drugshandelaren nooit op krakkemikkige fietsen door de stad, laat staan een dorp. Ze hebben niet eens fietsen. Op de televisie rijden cocaïnemannen in snelle, rode auto’s richting nachtclubs vol vriendinnen of naar hun peperdure huizen. Maar beste Teun en Dirk: dat zijn acteurs, wat je ze ziet doen, is niet echt.

Teun en Dirk zijn broers. Teun is 27 en een harde werker, Dirk is 24 en deed in de legale wereld niet zo heel veel voor de kost. Hij hielp af en toe zijn broer in de zaak.

De officier van justitie beweerde meer dan voldoende informatie te hebben om te bewijzen dat de gebroeders ruim twee jaar lang in cocaïne handelden. Een uitvoerig onderzoek is aan deze beschuldiging vooraf gegaan. De officier van justitie hield het qua afrekening eenvoudig: ,,Wie meerdere jaren in harddrugs handelt, moet meerdere jaren de gevangenis in.’’

Drie jaar in dit geval, dat is de eis.

Het onderzoek begon in maart 2019. Op het politiebureau belandde informatie over cocaïnehandel in Stadskanaal. Ze drinken daar heus niet alleen bier en Bacardi cola. Er werden namen genoemd. Van een man die dealde vanuit een dikke zwarte Mercedes. En van de man van het eethuis met warm vlees. Die reed in een Porsche. Dirk en Teun.

Agenten gingen koekeloeren bij het eethuis en stelden vast dat er regelmatig mensen naar binnen gingen die na dertig seconden weer naar buiten kwamen zonder eten. De regelmaat maakte het verdacht.

Eerder was vastgesteld dat Teun af en toe met zijn Porsche naar Amsterdam sjeesde en dan ook altijd snel weer terugkeerde. Alsof hij naar Amsterdam reed om er iets op te halen en niet om er te zijn. Op een dag werd besloten het voertuig met behulp van technisch kentekenvernuft te volgen en de bestuurder op de terugweg te controleren. En ja hoor. Op de achterbank lag een kilo cocaïne. Dat is in de straten van Stadskanaal 50.000 euro waard.

De adviseur zou vast en zeker tegen Teun hebben gezegd: sjees nooit in een Porsche naar Amsterdam als je daar een kilo cocaïne gaat ophalen.  

Het lijkt mij een lastige bezigheid, dat drugsdealen. Niet zozeer de inkoop. Je gaat gewoon naar Amsterdam, koopt in en je gaat weer terug. Teun had misschien gewoon pech. Er gaan maanden voorbij dat de politie op de A7 geen auto tot stoppen beveelt waar op de achterbank een kilo cocaïne ligt. Doorgaans – dat moet wel – bereiken de kilo’s ongemoeid het Noorden, tot ver boven de stad Groningen, van Zoutkamp tot Uithuizermeeden aan toe.

Nee, het lastige is de verkoop. Een dealer zonder klanten is een dealer van niks. Een beetje dealer heeft veel klanten. En al die klanten kunnen praten. En dat doen ze, vooral als ze worden aangesproken door de politie met de vraag wat ze zojuist dertig seconden in het eethuis hebben gedaan? En wat er in de broekzak zit? Dat het op camera staat.

Zo vlogen de namen van cocaïne snuivend Stadskanaal door de rechtszaal. Je zou er zo drie, vier voetbalteams van kunnen samenstellen. En allemaal verklaarden ze dat ze kochten bij Dirk met z’n dikke zwarte Mercedes en anders wel bij Teun in de zaak. Dirk deed ook in lachgas.

De één kocht een keer in de week, de andere twee keer per week en al jaar of drie. Een derde af en toe, en dan meestal op de parkeerplaats bij Poiesz. Zo ging het maar door.

De financieel adviseur zou de broers met klem hebben geadviseerd de betalingen van de cocaïne niet via tikkies te laten verlopen. Bij onderzoeken trekt de politie namelijk bankrekeningen na. Teun en Dirk hadden er 29. Met veel stortingen van 50 euro – de prijs van een gram cocaïne – of een veelvoud daarvan. Via tikkies. Zo kwam er bijna 150.000 euro binnen.

Is dit allemaal waar? De rechters moeten dat weten om met een rechtvaardig oordeel te kunnen komen. Van Dirk werden ze niet veel wijzer. Hij mopperde dat hij met geweld naar de rechtszaal is getransporteerd. Hij wilde niet want hij beroept zich op het zwijgrecht. ,,Dan blijf je net zo goed lekker in je celletje.’’

Teun praatte wel, Teun praatte veel. Hij zei dat hij niet in cocaïne doet. Hij werkte meer dan honderd uur per week keihard in zijn zaak en had dus helemaal geen tijd voor die flauwekul.

De kilo op de achterbank? Nou ja zeg, dat was apart. Hij had het opgehaald voor iemand die hij kent. Eenmalig. Had hij 500 euro voor gekregen. Apart, omdat hij het geld helemaal niet nodig had. ,,Als je over zoiets nadenkt, dan doe je het niet. Dat ik het wel heb gedaan is dus raar. Dom ook.’’

En de dure auto’s dan? Zoveel winst boekte het eethuis niet, lazen de rechters in het dossier. De advocaat merkte op dat Teun ook over flink veel geld kon beschikken omdat hij na afloop van het keiharde werken vrijwel dagelijks in het casino was te vinden waar hij een rendement boekte van 80 procent. Dat heeft de politie niet onderzocht. 

Teun mompelde op zijn beurt dat de in beslag genomen boekhouding niet een goed beeld geeft van de werkelijk inkomsten van zijn bedrijf. Er was veel onbelast geld, zei hij. Rechters: ,,Onbelast geld? U bedoelt zwart geld.’’

Adviseur: ,,En soms moet je gewoon je mond houden.’’

Teun denkt dat hij er wordt ingeluisd, dat snuivend Stadskanaal tegen hem samenspant. Waarom weet hij ook niet. ,,Ik ben een bekende in Stadskanaal, dat is nu mijn nadeel. Misschien is het afgunst.’’

Ik ga ervan uit dat Teun en Dirk schuldig zijn. Het is aan de rechters. Blijken ze onschuldig, dan hoeven ze het drugsgeld niet in te leveren en dan moet u dit verhaal maar snel vergeten.

rob zijlstra

UPDATE – 25 januari 2021 – uitspraak
Schuldig. En niet zo’n beetje ook. De eisen van de officier van justitie doen geen recht aan de ernst van de feiten, meldt het vonnis. Ofwel: de rechtbank legt hogere straffen op dan er waren geëist. Tweemaal vier jaar.

klik op afbeelding om het vonnis te lezen – het betreft de uitspraak van de 27-jarige verdachte (Teun)

Een streep

OPINIE
Haal een streep door oude misdrijven om het strafrecht weer te laten functioneren

 

De strafrechtmachine is oververhit, maar niet te stoppen. Nog nooit ontsprongen zoveel daders de dans, nog nooit zagen zoveel slachtoffers het recht niet zegevieren. Het is de hoogste tijd voor een begin van een oplossing: schrap de oude zaken.

Het is even na negen uur als in zittingszaal 14 in het gerechtsgebouw van Groningen de laatste strafzaken van het jaar worden behandeld. Er is een halve dag voor uitgetrokken. Het belooft niet een heel spannende dag te worden, kondigt de politierechter aan. Er staan acht strafzaken op de rol. Het zou de rechter ,,hoogst verbazen’’ als er iemand komt.

Twee mannen zijn gedagvaard die, zo is het vermoeden, al lang niet meer in Nederland zijn. Het zijn zogenoemde ‘veilige landers’. De een heeft anderhalf jaar geleden speakers gestolen bij Expert in Ter Apel, de ander in maart shag en cervelaatworst bij de Aldi, ook in Ter Apel. Het zijn oude zaken. De een krijgt een boete van 200 euro, de ander een week celstraf. Ze zullen er weinig van merken, ze weten het waarschijnlijk niet eens.

De laatste strafzaak van het jaar vangt aan om kwart over twaalf. De verdachte, een man uit Musselkanaal, is tot ieders verrassing toch gekomen, de eerste en enige. Hij zou in juni 2019 zijn vriendin, zijn ex, hebben mishandeld door haar bij de keel te grijpen en haar een klap te geven. De man ontkent dat stellig en de officier van justitie die hem heeft gedagvaard knikt, zegt dat er te weinig bewijs is en eist vrijspraak. De rechter: dan doen we dat.

De mannen stonden terecht omdat het Openbaar Ministerie hun zaken heeft ingevoerd in de strafrechtmachine. Die machine is oververhit, maar niet te stoppen. Eenmaal ingevoerd, is er geen weg terug. Ontsnappen is onmogelijk. De enige manier om aan die voortrazende machine te ontkomen is een oordeel van de rechter. En daar zijn er te weinig van.

De schaarse strafrechters besteden
veel tijd aan relatief oude zaken
waarvan de ernst de aarde
niet uit haar baan doet schieten

De schaarse strafrechters besteden veel tijd aan relatief oude zaken waarvan de ernst de aarde niet uit haar baan doet schieten. Nut en noodzaak van het strafrecht is hier in het geding. Want wat heeft het voor zin een straf op te leggen voor een winkeldiefstal van een jaar oud? Voor een uit de hand gelopen ruzie met een klap erbij van twee jaar geleden? Of voor het hebben van een hennepkwekerij met honderd plantjes van drie jaar terug?

Officieren van justitie – de stokers die het vuur van die doordenderende machine brandende moeten houden – weten als geen ander dat het zo niet verder kan. Een van hen slaakte het afgelopen jaar in de rechtszaal een diepe zucht, wierp de armen in de lucht en riep toen hij weer eens een strafzaak van drie jaar oud moest voordragen: ,,We hebben gewoon veel te veel zaken, we kunnen het niet aan.’’

Het piept en kraakt kortom. Nog steeds, want nieuw is het niet. Corona werkt niet mee, maar het lamleggende virus is niet de enige schuldige. Het strafrecht loopt al een paar jaar achter de feiten aan.

dagblad van het noorden, 9/10 januari 2021

Draaiden de politierechters – met relatief veel eenvoudige strafzaken – de laatste maanden op volle toeren, de meervoudige strafkamer – drie rechters, zaken van ernstige(r) aard – behandelde het afgelopen jaar in Groningen zo’n 150 zaken. Nog nooit was dat zo weinig. In 2019 behandelde die kamer nog 300 strafzaken wat toen al het laagste was in de voorbije 20 jaar.

Het betekent ook dat nog nooit zoveel verdachten (90 procent van hen is dader) de dans ontsprongen. En ook dat nog nooit zoveel slachtoffers het recht niet zagen zegevieren. Misdaad begint te lonen.

Om te voorkomen dat misdrijven die vorig jaar zijn gepleegd in de laatste week van dit jaar aan de rechter wordt voorgelegd, is het de hoogste tijd om met een begin van een oplossing te komen.

Zo’n begin zou kunnen zijn: veeg alle oude zaken van eenvoudige aard bijeen en gooi ze weg. Dat scheelt niet alleen de helft, maar doet ook recht aan de samenleving die moet kunnen vertrouwen op een goed functionerende strafrechtmachine.

rob zijlstra

dit opinieverhaal stond eerder [3 januari] op de site van dvhn 

Chun: wanhopig verlangen

Chun, de man die niet bestaat, blijft wanhopig verlangen naar de menselijke maat van Nederland

 

Een jaar geleden publiceerde Dagblad van het Noorden het verhaal van Chun, het verhaal van de man die niet bestaat. De nu 32-jarige Chun Sheng Yan wacht nog altijd, nog altijd wanhopig, op de dag dat hij met zijn leven kan beginnen. Er is een klein lichtpuntje.

De Nederlandse overheid is vooralsnog snoeihard: Chun mag nog altijd niet bestaan. Nog altijd regeren de rigide regels en is de menselijk maat nergens te bekennen.

Kun je 365 dagen per jaar wanhopig zijn? Vijf jaar lang? Tien? Chun bewijst het. Hij staat nog overeind, woont nog altijd in Groningen. Zijn toekomst is nog even onzeker, zijn leven staat stil. Wie hem werk aanbiedt, is strafbaar. Instanties zijn voor hem niet toegankelijk.

Zijn verhaal is al vaak verteld. Chinese mensensmokkelaars ontvoerden hem toen hij 14, 15 jaar was en brachten hem naar Nederland waar hij moest werken in de keuken van een restaurant. Na jaren wist hij te ontkomen en belandde hij na tussenkomst van de politie in Leek. Dat was in 2007. Sindsdien zit hij klem in de klauwen van de Nederlandse bureaucratie.

Terug naar China kan niet, want China weigert elke vorm van medewerking die noodzakelijk is voor een eventuele terugkeer. En in Nederland mag hij niet blijven, niet zijn. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gelooft zijn verhaal niet. De dienst wil niet een verhaal dat misschien niet waar is belonen met een verblijf.
Chun is niet illegaal. Hij is geen asielzoeker. Hij is niks. Door zijn bestaan domweg te ontkennen bestaat ook het probleem niet. Om te kunnen leven is hij aangewezen op liefdadigheid.

Na de publicatie vorig jaar werden tot tweemaal toe Kamervragen gesteld en werd aangedrongen op het vinden van een oplossing. Tevergeefs. Oud-burgemeester Peter den Oudsten probeerde met hulp van zijn netwerk en via de stille diplomatie in Den Haag een uitweg te vinden. Hij stuitte op dichte deuren.

,,Ik hoop zo dat ik een keer kan beginnen met mijn leven.”

Chun Sheng Yan probeert positief te blijven. ,,Ik hoop zo dat ik een keer kan beginnen met mijn leven. Het afgelopen jaar was een diepe teleurstelling. Ik ben nu 18 jaar in Nederland, ik ben langer in Nederland dan in China. Er is zoveel onderzoek gedaan, ik heb altijd meegewerkt. Steeds geloven ze mij niet. Dat maak mij wanhopig. Dat lange wachten is onmenselijk. Ik kan dit niet veel langer meer.’’

De publiciteit rond Chun leidde in mei vorig jaar tot een hartverwarmende actie van Aldert en Nancy Zoutman uit Groningen. Zij zetten een crowdfunding op touw voor Chun. In een paar dagen tijd doneerden 1200 mensen ruim 25.000 euro. Er werd een stichting opgericht om het geld te beheren.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD, Justitie en Veiligheid) reageerde op de actie: ,,Het is goed om te zien dat mensen maatschappelijke betrokkenheid tonen en proberen andere mensen te helpen.’’ Punt. De staatsecretaris – zij heeft de sleutel in handen – weigert inhoudelijk op situatie van Chun in te gaan. Dat geldt ook voor de IND.

Er is één klein lichtpuntje. Er ligt een nieuw rapport, een zogeheten psychiatrisch expertiserapport, op tafel bij de IND over de situatie van Chun. Het rapport kwam tot stand dankzij geld van de crowdfunding.

Conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn dat Chun niet de waarheid heeft verteld of dat hij feiten bewust in zijn voordeel heeft verdraaid. De psychiater maakt zich grote zorgen over het welzijn van Chun als de uitzichtloze situatie nog veel langer voortduurt.

Advocaat Urban Hansma die Chun al vele jaren (belangeloos) bijstaat hoopt eind deze maand op een positief besluit van de IND. ,,Het rapport toont aan dat Chun de waarheid spreekt. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat ieder mens recht heeft op respect voor zijn prive-leven. Na 18 jaar is het tijd dat Nederland het recht dat Chun heeft ook respecteert.’’

dossier chun sheng yan

ZITTINGSZAAL 14

pers
op de redactie van dvhn / foto: robz

 

blogwebbel

Ik ga zittingszaal 14 – dit blog – iets anders inrichten. Mijn rechtbankverhalen zullen in het nieuwe jaar niet direct meer op deze plek verschijnen. 

Waarom niet?

Ik schrijf mijn rechtbankverhalen in eerste  instantie voor Dagblad van het Noorden, de krant waarvoor ik werk. Die verhalen worden gepubliceerd in de weekendbijlage (papier) en op de site dvhn.nl . 

De verhalen die online staan, staan achter de zogeheten betaalmuur (premium). De krant van papier is ook niet gratis. Omdat journalistiek niet gratis is.

Het is een beetje gek dat mijn rechtbankverhalen achter de betaalmuur staan, maar op dit blog gratis kunnen worden gelezen. Dan is journalistiek weer wel gratis en dat is nou juist niet de bedoeling.

Ik heb lang nagedacht over een oplossing voor dit euvel. Zittingszaal 14 – met meer dan 1200 rechtbankverhalen – met terugwerkende kracht niet langer gratis beschikbaar stellen is voor mij geen optie. Een verdienmodel aan dit blog hangen ook niet; ik kan mijn rechtbankverhalen schrijven omdat de krant – waar ik een vast dienstverband heb – dat mogelijk maakt. 

En dus?

Dus ga ik het, na 16 jaar, iets anders doen. Ik kondig mijn verhalen hier wel aan, maar met een verwijzing (link) naar de site van de krant. Na twee weken is dat verhaal dan ook hier te lezen. Een uitgestelde publicatie dus. Een beetje omslachtig wellicht, maar anders zou ik het ook niet weten.

rob zijlstra

 


16 januari 2021
UITSLAG POLL

80 procent – logisch dan wel het is niet anders
20 procent – niet zo slim, het begin van het einde

 

Cees Eenhoorn

De gevangenis is slecht

Bijna 39 jaar was Cees Eenhoorn (66) strafrechtadvocaat. Deze week – dinsdagochtend – deed hij zijn laatste zaak. Een grote, want kleine strafzaken bestaan niet. ,,Als advocaat moet je het onderste uit de kan halen.’’

Een beetje onderuitgezakt, het linkerbeen over het rechter, de hand aan de kin, hoofd in luisterstand. Zo zat hij duizenden uren in rechtszalen. Met af en toe een grimas op het gezicht, een blik van verontwaardiging. En als de officier van justitie, de rechter, het al te gortig maakte, dan gingen ook de armen nog wel eens de lucht in.

Typisch Cees Eenhoorn.

foto: maartje schaap

Hij herkent dat wel. ,,Wat ik doe is institutioneel ruzie maken. Ik geef de officier van justitie een grote bek, of de rechter als die iets doet wat mij niet aanstaat. Zo van, jullie moeten nu allemaal eens even goed naar mij luisteren, want anders gaat het helemaal fout hier. Vergeet niet, de staat heeft een arsenaal aan bevoegdheden, heeft een enorme macht. Een cliënt, een verdachte, heeft nul. Dus als advocaat moet je zorgen dat je het onderste uit de kan haalt. En ja, dat kan wel eens strijd opleveren.’’

Toen hij begon na zijn studie rechten in Groningen, begin jaren tachtig, stond de strafrechtadvocatuur in de kinderschoenen. Het had geen hoog aanzien. ,,Het werd je ook afgeraden. Ook omdat er geen banen waren in het strafrecht, er waren geen kantoren die mensen zochten voor deze tak van sport. Ik ben er een beetje ingerold. Dat kwam ook door Winfryd de Haan, die was voor zichzelf begonnen. Ik sloot me bij hem aan. In no-time waren we monopolist. We zaten hele dagen op de rechtbank, de ene zitting na de andere.’’

,,Het was ook idealisme. Winfryd was het strafrecht ingegaan op verzoek van hulpverleners. Bijna al onze klanten waren verslaafd. Het waren vooral inbrekers. We hadden als advocatenkantoor een maatschappelijk werker in dienst, dat was uniek. Die hielp de jongens met hun schulden en dat soort dingen.’’
,,In het begin was ik wel een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik was een gymnasiumjongetje uit Drenthe. Ik moest veel leren, hoe je met de jongens moest omgaan en vooral ook hoe niet.’’

Cees Eenhoorn zegt het vaak. De jongens. Zijn jongens. ,,Echt slechte mensen zijn er niet. Je leert de jongens kennen en heel vaak zijn het heel aardige jongens. Ik vond het een van de mooiste dingen van het vak, het contact. Ik had veel vaste klanten, mensen die ik mijn hele carrière heb bijgestaan. Ik heb kinderen van klanten bijgestaan.’’

,,Vroeger hadden we − er waren nog geen computers − een boekje waarin alle klanten stonden. Laatst had ik een cliënt die op de allereerste bladzijde staat van dat boekje.’’

Heeft hij al die jaren ook wat kunnen betekenen voor de jongens? Eenhoorn dacht van wel. ,,Ik kan het leven van een klant niet regelen, maar ik kan wel een beetje helpen als het misgaat. Bijvoorbeeld door te proberen te voorkomen dat-ie in de gevangenis terechtkomt. Iedereen weet dat het slecht is voor iemands leven om in de gevangenis te belanden. Je raakt alles kwijt. Veertien dagen gaat nog, dan kun je je huis nog aanhouden, loopt je vriendin niet bij je weg. Maar bij zes maanden wordt dat al een ander verhaal. Laat staan bij drie, vier jaar.’’

Het is de kortzichtigheid van vergelding

,,Alle straf boven de drie jaar voegt niets toe, dat heeft geen enkele zin. Weggegooid geld, het doet afbreuk aan waardigheid, aan toekomstperspectief. Het is de kortzichtigheid van vergelding. Ik snap heel goed dat als je kind wordt doodgemaakt, dat je dan wilt dat zo iemand levenslang weggaat. En daar valt voor sommigen ook best wat voor te zeggen. Maar voor de gemiddelde inbreker dus niet.”

,,Het is ook hartstikke ouderwets. Als je vroeger een homp vlees van je buurman jatte, ging je een grot in en legden ze er een steen voor. In 20.000 jaar zijn we niks veranderd. We schuiven ze nog steeds die grot in en leggen er een steen voor. Er zijn wel wat meer faciliteiten gekomen, maar het is allang niet meer wat het is geweest. De jongens zitten bijna de hele dag achter de deur. Komen ze vrij, moeten ze zich aan allerlei voorwaarden houden. Dan zit je zo weer binnen.’’

Hij weet ook wel, er is geen alternatief. ,,Dat is het probleem. Het alternatief is een andere samenleving, waar mensen niet van elkaar hoeven te stelen. Helaas is die samenleving nog nergens ter wereld bedacht. We moeten het ermee doen. Maar ik weet wel dat met het oeverloos weggooien van de sleutel we ook niks bereiken. Ja, dat strafrechtadvocaten altijd werk houden.’’

Over strafrechtadvocaten gesproken. ,,Ik zie collega’s die in de rechtszaal opdreunen wat ze thuis hebben opgeschreven. Ik kan dat niet, ik moet worden gevoed door wat er op de zitting gebeurt. Ik maak nooit pleitnota’s, bij ingewikkelde zaken heb ik een lijstje met aantekeningen. Tegenwoordig leest iedereen maar voor. Ook officieren van justitie. Een strafproces moet interactief zijn, je moet je mening tijdens een proces kunnen bijstellen. Dat voorlezen gaat ten koste van de gedrevenheid.’’

Je kunt niet spelen wat je niet in je hebt

De grimas op het gezicht, de armen in de lucht. ,,Als je een toga aantrekt, speel je een rol. Maar het is geen act. Ik heb lang gevolleybald, fanatiek. En ik had van mijn achtste tot mijn zestiende een pony. Ik deed mee aan wedstrijden, dressuur, springen, cross, ik was bloedfanatiek. Je kunt niet spelen wat je niet in je hebt.’’

Cees Eenhoorn bleef heel zijn carrière bij De Haan Advocaten, dat uitgroeide tot een van de grotere advocatenkantoren van Nederland. Tot halverwege dit jaar, toen de strafrechtpoot zelfstandig verderging onder de naam Schaap Advocaten. De vertrouwde stek aan de Turfsingel werd ingeruild voor een klein kantoor aan de Nieuwe Boteringestraat. Zijn werkkamer van de laatste maanden was nog geen 6 vierkante meter. Er zijn niet veel advocaten die na 39 jaar genoegen nemen met de bezemkast. Eenhoorn vond het prima. Eigenlijk had hij nog wel wat langer willen meedoen aan dat nieuwe avontuur. Aan de andere kant, zegt hij, is het goed zo.

,,Ik kijk voldaan terug. Ik heb van alles gedaan, heftige zaken, veel moord en doodslag, maar ook de hennepplantjes thuis. Het waren niet alleen maar verslaafde inbrekers, maar ook directeuren van grote bedrijven. Er zijn geen kleine zaken, dat moet je als advocaat nooit vergeten. Voor een cliënt is zijn zaak groot en belangrijk.’’

,,Ik denk dat ik eruit heb gehaald wat er inzat. Ik had heel veel vaste klanten, dan doe je wel iets goed.’’
Cees Eenhoorn trekt zich terug in Vries, waar hij op de kleuterschool zat, zijn jeugd doorbracht, waar zijn vader dierenarts was. ,,Ik ben een beetje een einzelgänger, ik zit graag thuis.’’ Hij heeft een gigantische tuin. Geld voor een tuinman vindt hij zonde, dus hij gaat zich bekwamen in het tuinieren. En als het regent, is er nog de boekenkast vol ongelezen boeken. Misschien gaat hij zich aanmelden als vrijwilliger voor het stembureau. ,,Van dat soort dingen.’’

Gaat hij het werk missen?
,,Jazeker.’’

rob zijlstra

 

dagblad van het noorden, 23 december 2020