Maatwerk

Maatwerk

 

Er zijn mensen die niet blij worden van het strafrecht.

 

Wat zeg je nou?

Een werkstraf voor twintig inbraken?

Dan krijg je zeker geld toe als je een fiets jat.

 

– Strafrecht is maatwerk.

 

’t Zal best, rechtbankverslaggever, maar ik word er niet blij van.

 

Bart, maar ze noemen hem Jimmy, zou hebben ingebroken in studentenhuizen in de Groninger binnenstad. Laptops, dvd’s, een studentenjas, sieraden, een gele fiets met roze stippen en wat al niet meer was zijn deel.

 

Bij een café had hij geprobeerd de buit te verzilveren. Maar de kroegbaas had geen trek. Sterker nog, de kroegbaas belde de politie en stelde ook de beelden beschikbaar van de beveiligingscamera’s.

Hé, kijk nou, zeiden de agenten, als dat onze Jimmy die eigenlijk Bart heet niet is.

 

De politie kent Jimmy (46).

Hij heeft een strafblad van hier tot Tokyo en staat al negen jaar op de lijst der veelplegers.

Zijn eerste kinderveroordeling dateert uit 1971.

In de woning van zijn vriendin vonden ze de studentenjas. Niet heel lang daarna zat Jimmy in het huis van bewaring in Ter Apel, te wachten op de dag van gisteren.

 

Hij ontkent.

Hij was die ochtend De Vries tegengekomen en die zei: ‘Jij kent die kroegbaas, toch? Zou jij voor mij niet kunnen proberen wat spul bij hem te slijten? Krijg jij van mij deze mooie studentenjas.’

Zo is het gegaan.

 

Maar hoe zit het dan met die laptop?

Gewoon gekocht in de straat, zegt Jimmy. Een aanbiedinkje.

En die foto dan?

De laptop is namelijk voorzien van vernuft.

Ik wist niet eens dat zoiets bestond.

Zodra je de laptopdeksels opent en het ding aanzet, maakt het apparaat automatisch een foto die naar een site op het internet wordt verzonden.

Jimmy stond er gekleurd op.

 

Maar Jimmy zegt, die foto is bij mij thuis gemaakt, want ik ben nooit in die studentenwoning geweest.

 

In een ander studentenhuis is hij gezien. Dat kan kloppen, want daar is hij wel geweest. Hij was er langs gekomen en zag de deur geopend. Hij was naar binnen gegaan en trof een enorme puinzooi aan, het leek wel of er was ingebroken.

‘Ik dacht, iemand is mij voor geweest, dus wegwezen hier. Ik heb ook niets meegenomen.’

 

De officier van justitie gelooft niks van wat Jimmy beweert, maar zegt ook – vrije vertaling – te moeten toegeven dat het wel zou kunnen wat hij bij elkaar liegt.

Met hoorbare spijt in de stem vordert de officier van justitie dan ook vrijspraak voor het grootste deel van het ten laste gelegde.

Voor het restant – één poging tot inbraak en heling – hoort Jimmy vijftien maanden celstraf (waarvan vijf voorwaardelijk) eisen.

Dat hij leurde met gestolen goed van De Vries en dat dat aanbiedinkje in de straat stonk, dat wist hij ook wel.

 

Jimmy krijgt nog een stevige waarschuwing mee van de officier: ‘U kruipt door het oog van de naald. De volgende keer al u hier weer zit, ga ik de ISD-maatregel tegen u eisen.’

 

Jimmy blij.

 

Veelplegers vrezen de speciaal voor hen ontwikkelde ISD, omdat het vooral twee jaar zitten is met veel therapie.

 

Eerder de dag stond Mark terecht.

Ook Mark (24) is veelpleger en met ditmaal twintig inbraken in woningen, bedrijven en scholen in Leek en omstreken heeft hij alle redenen te vrezen voor de ISD.

En dat is flink balen, nu hij zo goed bezig is.

Hij was zwaar verslaafd maar heeft zich vrijwillig laten opnemen in een kliniek, volgt daar een loodzwaar programma en is nu al een jaar clean.

 

Realiseert zich dat er nog een lange en moeilijke weg voor hem is te gaan. Maar hij heeft weer een leuke vriendin, zijn familie terug en ook het respect voor de samenleving heeft hij hervonden.

Hij schaamt zich voor wat hij heeft gedaan, maar is trots op wat hij tot nu toe heeft bereikt.

Een geweldige prestatie, prijst de officier van justitie.

Tegen de rechters: ‘Wij zijn blij met hem.’

 

Mark ontkent ook niks, hij heeft het allemaal gedaan.

Op klaarlichte dag wandelde hij zo scholen binnen en met complete computers onder de arm weer naar buiten.

En bij het kinderdagverblijf Bubbel stond ’s nachts gewoon de deur open, ook al beweren ze om verzekeringstechnische redenen in de aangifte anders.

 

De officier van justitie zegt dat haar eis geen recht zal doen aan de ernst van de strafbare feiten. Maar om Mark nu op zijn goede weg onderuit te halen met een gevangenisstraf die wel recht doet, is ook zo wat.

Mark hoort voor die twintig inbraken een werkstraf eisen van 200 uur.

 

Mark blij.

 

Tussen Jimmy en Mark moest Harm.

 

Harm – het lijkt wel of hij in zijn pyjama naar de rechtbank is gekomen – heeft een fiets gestolen en dreigde de eigenaar te slaan toen die protesteerde.

Twee maanden daarvoor had hij geprobeerd een fiets te stelen.

 

Harm is net als Mark van 1984 en ook hij heeft een emmer vol problemen. Verschil is dat hij nauwelijks gemotiveerd lijkt een recht pad te zoeken. Harm ontkent ook dat hij verslaafd is.

De officier van justitie ziet maar één weg: voor die anderhalve fiets, twee jaar ISD.

 

Harm niet blij.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE uitspraken – 3 juli 2008

Veelpleger Jimmy krijgt 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Van de verdenking dat hij die laptop met vernuft heeft gestolen, is hij vrijgesproken. De foto zou bij hem gemaakt kunnen zijn.

Mark blijft blij: 200 uur werkstraf (en 8 maanden voorwaardelijke celstraf).

Harm: omdat niets heeft geholpen: isd 2 jaar

Robert Dawes

De Engelse ‘drugsgeneraal’ Robert Dawes is gearresteerd in Dubai.
Dit meldt de Engelse pers.
Volgens de berichtgeving heeft ook de Nederlandse politie belangstelling voor deze man.

Klopt.

Groningen heeft nog een appel te schillen met hem.

In november 2002 werd in de Uranusstraat in Groningen Gerard Meesters in de hal van zijn woning doodgeschoten.
De schutter, Daniel S., is voor deze liquidatie veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
De man die Daniel S. naar Groningen reed, Steven B., de handlanger, kreeg 8 jaar celstraf.

Daniel S. was de uitvoerder.
De opdrachtgever voor deze waanzinnige moord in Groningen: ‘generaal’ Robert Dawes.
Tijdens het strafproces tegen Daniel S., dat in hoger beroep om veiligheidsredenen in de Bunker in Amsterdam plaatshad, viel de naam van Dawes niet alleen regelmatig, in de dagvaarding van Daniel S. wordt Robert Dawes met naam en toenaam als de opdrachtgever genoemd.

Het is altijd onbevredigend geweest dat de opdrachtgever voor deze liquidatie vrij rondliep.
Dawes woonde lange tijd – tussen de notabelen – in het Spaanse Marbella.
Engeland wil hem hebben wegens drugshandel.
Nederland voor moord.

Onduidelijk is nog of Dawes zal worden uitgeleverd aan Engeland.
En of er een dag komt dat hij zich in zittingszaal 14 moet verantwoorden.

Gerard Meesters was onderwijzer en had met drugs en met criminaliteit niets van doen.
Hij had wel een zuster die met een vriendin in Spanje in duistere zaken deed.
De twee Groninger vrouwen zouden listig drugs hebben gestolen van de organisatie waar ze voor werkten.
Voor Dawes.

Dawes wilde zijn drugs terug, maar kon de twee Groninger vrouwen niet vinden.
Om hen op andere gedachten te brengen, stelde Robert Dawes een daad: hij liet de broer van een van de twee vrouwen simpelweg doodschieten.
Het lot van de twee Groninger vrouwen is onbekend.
Ze zijn of dood, nog altijd op de vlucht of elders.

Rob Zijlstra

zie ook: The Thing in Groningen [eerder gepubliceerd in magazine Koud Bloed, 2009]

zie ook: Terrifying power of The Taxman [thisisnottingham, 2008]

Doodgewone foto

  politiefoto uit strafdossier

 

 

Het is een doodgewone foto als je van niets weet.

Een foto die je aan iemand laat zien en dan zegt, kijk, dit is nou mijn achtertuin.

Schutting links, schutting rechts. Met zo’n draaimolen voor de natte was, een schommel, een plastic glijbaantje en een minitrampoline die je steeds vaker in tuinen bij woningen ziet voor de kinderen.

Veel meer kun je er eigenlijk niet over zeggen, misschien nog dat het een beetje rommelig is in de achtertuin.

 

Maar het is geen gewone foto.

De foto vertelt een bizar verhaal.

Let op de iets lichtere plek in het gras, tussen dat roodblauwe glijbaantje en de trampoline.

 

Het had nooit mogen gebeuren, zegt Rinze tegen de rechters.

Daarvoor had hij al gezegd dat het niet anders kan dan dat hij het heeft gedaan.

Omdat er niemand anders was, op dat moment.

 

Hij had wel vaker ruzie met Tineke.

Soms om niks, vaak over geld dat er niet was.

Ditmaal omdat hij later was thuisgekomen dan was afgesproken (van een stukadoorsklus met Jaap) en omdat er kijkers waren geweest voor de woning (te koop) waar zij niets van wist (van de kijkers).

Er vallen woorden.

 

Rinze doet dan wat hij wel vaker doet tijdens ruzies.

Even weg, even naar de benzinepomp van Q8.

Om de lucht te klaren.

 

Maar ’s avonds blijkt de kou nog niet uit de lucht.

Weer gedoe.

Hij slaat haar, of zij hem.

Maar hij duwt.

Zij valt achterover, op de bank en geeft hem een trap in het kruis.

 

Op dat moment, zegt Rinze tegen de rechters, knapte er iets, ging er een knop om, werd het zwart voor de ogen.

Ja, door de dolle heen.

Hij weet nog dat hij Tineke bij de keel pakte.

Toen hij weer bij positieven kwam, was Tineke dood.

 

Het was daarom dat hij zei dat hij het wel gedaan moet hebben, omdat er niemand anders was.

Volgens de advocaat mag dit niet worden beschouwd als een bekentenis.

Het is een concluderende bekentenis.

Hij denkt dat het zo is gegaan.

Want hoe anders?

 

Rechters: Was u heel kwaad?

Rinze: ‘Moet wel, anders was het niet gebeurd.’

Lijkt hem logisch.

 

Het verhaal is nog niet afgelopen.

Want daar zit Rinze dan op die zomeravond van 31 juli vorig jaar.

Met een kind boven, slapend in bed.

En met Tineke beneden, dood op de grond.

 

Wat doe je dan?

 

Hij belt niet de politie om te zeggen dat er iets vreselijks is gebeurd.

Of Jaap, of iemand anders.

Nee, hij haalt het blauwe dekbedovertrek met daarop allemaal Micky Mousen uit de kast en daar stopt hij Tineke in.

 

In de tuin graaft hij een gat.

Tussen het roodblauwe glijbaantje en de trampoline.

Als alles achter de rug is, pakt hij een biertje en gaat zittend aan het graf bedenken hoe het nu verder moet met zijn leven.

 

Aan familie, vrienden, kennissen en buren vertelt hij dat Tineke is opgenomen in de dagbehandeling vanwege de depressies, of dat ze een ander heeft en bij hem in Coevorden is ingetrokken en dat ze met niemand van ons meer iets te maken wil hebben.

Ook niet met de kinderen.

 

De zomer verstrijkt.

Rinze heeft de persoonlijke spullen van haar in een bouwcontainer gekieperd. Haar trouwring levert bij de lommerd nog 25 euro op. Als de officier vraagt hoe hij zich voelde, toen hij met de ring naar de lommerd ging, zegt hij: ‘Kut, lijkt me logisch.’

 

Het wordt herfst.

Tineke heet nu raadselachtig te zijn verdwenen.

Maar de argwaan groeit.

Rinze vertelt steeds andere verhalen en wat ook de buurtagent opvalt is dat hij geen enkele moeite doet het raadselachtige op te lossen.

Begin december zegt de politie dat het toch allemaal wel heel verdacht is.

 

En zo wordt Rinze verdachte en op 10 december vallen rechercheurs de woning binnen en kijken ook in de achtertuin.

‘Hé, kijk eens naar het gras.’

 

Zo vinden ze Tineke.

Rinze wordt even later op zijn werk gearresteerd.

Hij is opgelucht.

Zegt eerlijk te zullen vertellen wat er is gebeurd op die laatste dag van juli.

 

Dat ze weer eens ruzie hadden, Q8, hielp niet, nog meer ruzie, een duw, trap in het kruis, knopje om, ik moet het wel hebben gedaan, nee, het had niet moeten gebeuren. Ja, hoe anders?

 

Ik moet nog even iets meer vertellen.

 

Toen zijn ex hoorde en las in de krant wat haar ex had uitgevroten, vertelde zij aan de politie dat Rinze haar ook eens bij de keel had gegrepen. Op 16 maart 1996, of 1997, in ieder geval daags na zijn verjaardag. De ex deed (nadrukkelijk op verzoek van de politie, zegt de advocaat) aangifte van poging tot doodslag en eist nu 1040 euro vanwege de materiele en immateriële schade van toen.

Krijgt ‘ie mooi een nog zwaardere straf, zou de politie hebben gezegd.

Maar de officier van justitie trapt hier mooi niet in en vordert een vrijspraak op dit punt.

 

Dan was er nog de valsheid jegens de buurman op wiens woning Rinze gedurende diens vakantie in augustus 2006 had gepast. Tijdens dat  oppassen had Rinze een overschrijvingsformulier van de bank zien rondslingeren en dacht, denkend aan zijn schuld: hebbes!

Hij vervalste in geschrifte de handtekening van de buurman en een dag later was er 5.750 euro op zijn rekening bijgeschreven.

 

Tegen de rechters zegt hij dat hij dat geld wel terug wil betalen.

Lijkt hem ook logisch.

Hij weet alleen niet, nu hij niet weet wat de rechtbank met hem van plan is qua straf, hoe.

 

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 8 jaar.

En tbs met dwangverpleging, zoals de gedragsdeskundigen dat hebben geadviseerd.

De psycholoog en de psychiater vinden Rinze verminderd toerekeningsvatbaar omdat hij een binnenvetter met veel frustraties is en een narcistische man die zichzelf overschat.

Zijn agressiehuishouding verdient een dikke onvoldoende.

Kans op recidive?

Ja, risico, maar moeilijk te zeggen, want geen glazen bol.

 

Ik kijk nog eens naar de foto.

Zouden de kinderen daar nou heel de zomer hebben gespeeld?

 

Op mama?

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – uitspraak – 26 juni 2008

Het vonnis: 8 jaar celstraf, geen tbs met dwangverpleging. Volgens de rechtbank is de kans op herhaling nihil en daarmee is Rinze geen groter gevaar voor de samenleving dan u.

Mens van niets

De man die stijf met zijn armen over elkaar op de publieke tribune van zittingszaal 14 zit, is boos.

Dat zie je.

Ook dat het hem moeite kost zich gedeisd te houden.

Er is een extra politieagent van de parketwacht in de zaal ontboden.

Af en toe mompelt de man boosaardige dingen en dan moet hij van de rechters zijn mond houden.

 

Aan het einde van de strafzitting houdt hij het niet meer.

Roept: ‘Vieze vuile zwarte, rot op naar je eigen land.’

Het geschreeuw gaat gepaard met ongeneeslijke ziektes.

 

Ik google wat en lees dat er in het West-Afrikaanse land Guinee een legeropstand is uitgebroken, dat muitende soldaten er in de lucht schieten omdat ze vrezen achterstallig soldij mis te lopen nu president Lansana Conté premier Lansana Kouyaté heeft ontslagen.

 

Een land ook dat schatrijk is aan bauxiet, goud, ijzer en diamanten en waar de bevolking tot de allerarmsten van de wereld behoort. Dat duidt op een tweedeling in de samenleving. De Verenigde Naties maken zich al lang zorgen, omdat de instabiele situatie in het land een gevaar is voor de stabiliteit in de regio.

 

In die zin zou je wel van een rotland kunnen spreken.

Soldaten schieten er ook burgers dood en verkrachten vrouwen.

Mensen van hier gaan er graag heen om er op de djembé te trommelen. Dat weer wel.

 

In het verdachtenbankje zit Mory.

 

Hij is ergens in 1983 – wanneer precies is niet bekend – geboren in Kankan, de tweede stad van Guinee. Als kind van politiek actieve, maar vermoorde ouders kwam hij elf jaar geleden via een boot vol met vreemde mensen naar Nederland waar hij als ama (alleenstaande minderjarige asielzoeker) in uitzichtloze procedures belandde.

 

Mory oogt niet vies of vuil, wat die boze man op de tribune ook roepen mag.

 

Wel is hij in de war.

Dat zie je ook zo.

 

Bij aanvang van de strafzaak gooit hij zomaar en plotseling de tolk een glas water in het gezicht. Daarop vertrekt de tolk en moeten de rechters het zonder vertaling doen.

 

Ik krijg niet de indruk dat de warrige Mory maar de helft begrijpt van wat er wordt gezegd.

Soms knikt hij van wel.

Of roept ‘motherfuckers’.

 

Ondanks de taalkwestie gaan de rechters met hem in gesprek. Mory heeft zich aan een batterij misdrijven schuldig gemaakt, zegt de officier van justitie.

Twee keer aan diefstal met geweld, drie keer aan drugs en een keer aan mishandeling. Ten tijde van al die misdaden was hij illegaal in Nederland. Dat is hem vijf keer ten laste gelegd.

Alsof je vijf keer illegaal kunt zijn.

 

De drugs trof de politie aan in zijn mond.

Mory ontkent.

Het was niet zijn drugs.

En ook niet zijn mond.

 

In het huis van bewaring stond hij heel de dagen in zichzelf te praten en toen had hij zomaar en plotseling medegedetineerde Achmed geslagen.

Achmed heeft nu een scheve neus en deed aangifte.

En toen het een keertje niet lukte (zegt de officier) bij een prostituee in de Muurstraat, beet hij haar en griste een ketting van goud weg. In café De Negende Cirkel jatte hij een rode sporttas, in Winschoten verkocht hij drugs.

 

Mory ontkent alles.

Hij spuugt in zijn handen en roept tegen de officier: ‘Jij liegt.’

De rest is niet te verstaan.

 

De rechters vragen hem niet hoe hij zijn toekomst ziet.

Vaak vragen rechters dat wel, maar zij weten ook dat er voor iemand als Mory geen toekomst is.

Zeker hier niet.

De rechters vragen wel wat hij straks gaat doen, zo zonder woning en  zonder inkomen.

 

Mory zegt: ‘Vriendin. Samenwonen.’

Rechters: Bezoekt uw vriendin u in de gevangenis?

Mory: ‘Nee.’

 

Ik kijk naar hem en probeer iets meer te zien dan wat lijkt.

Ik zie een man die elf jaar geleden als kind met dode ouders naar hier is gekomen en waarschijnlijk niet meer bezit dan de kleding die hij nu draagt.

 

Een mens van niets.

 

Gezien de verdenkingen is Mory nou ook niet iemand die je op je feestje zou uitnodigen. Hij had al eens drie jaar in de gevangenis gezeten wegens verkrachting.

In 2002 werd zijn asielaanvraag afgewezen. Op de laatste dag van zijn drie jaar durende detentie werd hij tot ongewenst vreemdeling verklaard en belandde hij de volgende dag, op de dag van zijn vrijlating, in de vreemdelingenbewaring.

 

Na een tijdje werd hij op straat gezet, want door ontzettend gedoe mislukte zijn uitzetting. De papieren die hij nodig heeft om van hier te kunnen vertrekken dan wel om daar te kunnen aankomen, krijgt hij niet. Ze willen hem kennelijk niet terug daar in Guinee.

 

En hier willen we hem ook niet.

Een onderzoek naar zijn geestesgesteldheid, niet ongebruikelijk bij verdachten in de war, vindt justitie niet nodig.

Dat leidt maar tot behandeling.

De officier van justitie eist 24 maanden kale gevangenisstraf en daarna moet hij, hup, alsnog het land uit.

 

Mory wordt afgevoerd en de boze man op de tribune begint zijn rottigheid te roepen.

De bode: ‘Ho, ho, ho. We zijn allemaal mensen, ja.’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – uitspraak – 23 juni 2008

Mory moet zitten, 24 maanden en daarna hup…

Slapend rijk

Verdachten zijn niet verplicht hun strafzaak bij te wonen.

Dat weet ook Theo uit Sappemeer.

Een paar maanden geleden moest hij zich in zittingszaal 14 verantwoorden (poging tot moord), maar had toen geen tijd want te druk. Zijn goed recht, maar rechters houden er niet van.

Rechters willen verdachten zien.

Deze week mocht Theo opnieuw, maar weer niet, want nog altijd druk, druk, druk.

Dan maar zonder, zeiden de rechters, want dit schiet zo niet op en hij heeft het recht.

Doorgaans doet niet verschijnen de zaak voor de verdachte geen goed.

Maar er zijn ook verdachten voor wie het beter is dat ze uit de zittingszaal wegblijven.

Neem Nadjib, donderdagochtend.

Er staat nog net niet op zijn voorhoofd getatoeëerd dat hij een loverboy is.

Dat is wel de verdenking.

Nadjib is 25 jaar, heeft veel vriendinnen, strak getrimde bakkebaarden, auto’s, maar nooit werk en is rap van de tong. En omdat hij ook Marokkaan is, voldoet hij aan het stereotiep beeld dat wij van de loverboy hebben.

Het loog er allemaal ook niet om.

Naomi was 15 jaar toen ze in Appingedam op het Noorderpoortcollege Nadjib ontmoette.

Leuke vent, dacht ze.

Toen ze hem een tweede keer tegenkwam, ging ze smoorverliefd met hem mee.

Hij vertelde dat zijn moeder was overleden, kuste haar hoofd en voeten en zei dat zij de plaats van zijn moeder mocht innemen. Naomi wist hoe gek Marokkaanse jongens op hun moeder zijn.

Ik was in een mooie droom terechtgekomen, zei ze bij de politie toen ze aangifte deed.

Soms vroeg ze, wie dat waren, die meisjes die hem wel honderd keer per dag belden en sms’jes stuurden. Na een tijdje zei Nadjib dat dat meisjes waren die voor hem werkten en voor het geld zorgden.

Naomi had moeten huilen, maar toen Nadjib beloofde dat hij met die meisjes zou stoppen, droomde ze verder.

Toen ze 16 was liet hij zijn naam in haar lies tatoeëren.

En weer een jaar later tatoeëerde Jopie ‘Nadjib‘ in haar hals.

Zo kon iedereen zien dat ze bij elkaar hoorden.

Nadjib zou op zijn beurt haar naam op zijn arm laten pronken, maar daar kwam steeds iets tussen.

Wel gaf hij haar sieraden van goud en mooie kleren.

En alleen klappen als ze niet wilde luisteren.

Zo werd Naomi 18 jaar.

Op die dag kreeg ze parfum en te horen dat het geld op was.

Zij zou de problemen kunnen oplossen en wel duizend euro per dag kunnen verdienen. Omdat ze mooi was en dat hij respect had voor vrouwen die in de prostitutie werkten.

Vijftig euro voor vijftien minuten, niet met Marokkanen en Turken of zwarte mannen en niet praten. Alleen geld aannemen.

Tegen de politie zei Naomi dat ze geen keus had gehad. Dat ze van hem hield. Dat haar grootste angst was dat hij haar zou verlaten.

Toen ze één week 18 jaar jong was, gingen ze samen iets leuks doen, een eindje rijden.

Die avond zat Naomi achter de ramen in Eindhoven.

Later volgden ramen in Den Haag, club Lovenjoy in Leeuwarden, Benidorm, Spanje (ook om wat tot rust te komen), Amsterdam, Utrecht, Deventer, Almelo.

Omdat ze de duizenden euro’s moest afdragen, werd Nadjib slapend rijk.

Als de rechters vragen stellen over zijn inkomsten, zegt Nadjib: ‘Als ik had geweten dat u daar geïnteresseerd in was, had een rekenmachientje meegenomen.’

Bij herhaling kraakt hij zijn vingers en wat maar meer kraken kan als je lang op een stoel zit.

Als hij bij de achtste vraag van de rechters, voor de vierde keer voor het antwoord verwijst naar zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring, willen de rechters nauwelijks nog iets weten.

Ze besluiten de waarheid te vinden door een uur lang voor te lezen uit het strafdossier.

Daarin zitten ook verklaringen van meisjes die zeggen dat ze Nadjib geld gaven (dat ze eerst leenden bij de bank) of dat ze auto’s en telefoonabonnementen op hun namen lieten schrijven.

Nadjib kraakt nog maar eens wat, lijkt onverschillig te kijken en noemt alles onzin.

Nooit heeft hij één cent gekregen.

Zegt: ‘Ik weet ook niet wat er aan de hand is met dat meisje, misschien dat jullie het kunnen oplossen.’

Kortom: Nadjib lijkt met zijn opstelling in de zittingszaal flink zijn best te doen mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

Maar toen kwam de officier van justitie.

Die rept nog wel van de klassieke pooier-truc, typerend voor het verschijnsel loverboy. Hij prepareerde Naomi voor het prostitutiewerk door haar in te palmen.

Maar vervolgens zegt de officier dat hij alleen Eindhoven kan bewijzen en dat hij ‘dusdanig aarzelt’ over een dwang- en uitbuitingssituatie elders in Nederland, dat daar vrijspraak moet volgen.

Dat Nadjib heeft gewacht met dat autoritje naar Eindhoven tot ze 18 jaar was geworden, kun je zelfs attent noemen.

Voor het uitje Eindhoven: 12 maanden cel waarvan vier voorwaardelijk.

Na afloop van de laatste strafzaak van de dag leek het potverdorie net, moppert een advocaat, dat een van de rechters zat te slapen.

Ik dacht, iets kan wel lijken, maar toch niet zo zijn.

Rob Zijlstra

UPDATE – uitspraak – 19 juni 2008

Uitspraak: 12 maanden waarvan 4 voorwaardelijk. Mensenhandel bewezen, maar alleen ten tijde van het uitje Eindhoven.

Chocolademelk

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt.

De zaak Reinier S.
Dan wel de moordzaak Gonda Drent.
Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.
Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.
Werd niet gehonoreerd.
Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.
’s Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.
Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.
Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

‘Ik heb Gonda niet vermoord’, zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.
En daar ging het nou juist wel om.

Heel lang verhaal.

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.
Ze begonnen alvast wat op te ruimen.
Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.
Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

Geen verdachte meer, einde verhaal.

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.
Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

Reinier wordt opnieuw aangehouden.
De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.
Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.
Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.
Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.
Er is nogal wat overspel over en weer.
Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.
Met een ander.

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.
Dikke bonje bij thuiskomst.
Loopt uit de hand.
Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje, op het achterhoofd.
Dood.

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.
Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.
Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.
Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.
Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.
En steekt de boel in de brand.

Zo ongeveer zien politie en justitie het.
Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.
Maar de voordeur stond niet in brand.
Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.
De kinderen roken ook niet naar rook.
Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.
Niks onderweg naar huis.

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.
Alleen indirect.
En: er zijn andere scenario’s mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.
Tunnelvisie.
Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.
Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.
En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.
Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.
Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.
Blikken kunnen niet doden.

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.
‘Pfff, ik weet het niet.’
Hij knikt: ‘Het OM speelt hoog spel.’
Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.
Hij zegt: ‘Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?”
Ik weet het niet.

Hij: ‘Het is onwerkelijk.’
Ik zeg: ‘Alleen jij weet het.’
Hij: ‘Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.’

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.
‘Doe maar chocolademelk’, zegt hij.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – uitspraak – 10 juni 2008
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.
Er was vijftien jaar geeist.
In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, ‘hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (…)’

Telefoontaps

Bommel is een grote man.
Zou hij politieman zijn, verpleegkundige of onderwijzer, dan zou zijn imposante figuur vast en zeker ontzag inboezemen.
Maar Bommel is in niks hulpverlener.
Hij doet in drugs.
En in dat verband zal zijn postuur behalve ontzag vooral ook angst inboezemen.
Met Bommel maak je geen grapjes.
Of zoiets.

In juni 2005 werd hij veroordeeld tot vijftien maanden celstraf waarvan drie voorwaardelijk.
Daar kwam een bonus bij van drie maanden. Die drie had hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd gekregen. Ook moest hij de Staat 8.451 euro betalen, zijnde zijn criminele drugswinst.

In augustus 2006 hetzelfde liedje. Hij kreeg negen maanden plus de drie voorwaardelijke van juni 2005. Veder eiste justitie zijn winst op, ditmaal 4.160 euro. In februari vorig jaar stelde de rechtbank de netto-omzet (na aftrek van kosten) vast op 1.630 euro.

In de zomer van 2007 kwam Bommel op vrije voeten. Een paar maanden later, in december vorig jaar, pakten ze hem opnieuw.
Weer drugs.
Justitie wil ditmaal 4.000 euro ontnemen.

En dus stond Bommel maandagochtend voor de zoveelste maal terecht.
U kent de gang van zaken, zeiden de rechters.
Bommel knikte.
Verder ontkende hij alles.

Hij deed die dingen niet meer.
Sinds de laatste keer dat hij de gevangenis mocht verlaten, heeft hij kinderen.
Hij wil geen slecht voorbeeld meer zijn, dat had hij besloten.
Af en toe repareerde hij een auto.
In ruil voor zestig euro en wat vlees, daar kon hij van leven.

Ik zag aan de gezichten van de rechters dat ze zich vooral bij dit laatste weinig konden voorstellen.

Bommel heeft sowieso de schijn wat tegen.
Tien drugsgebruikers uit zijn territorium – Delfzijl – verklaarden tegenover de politie dat zij hun cocaïne en heroïne altijd bij Bommel kochten.
De meest belastende verklaring kwam van Sander, de man die zei dat hij de chauffeur van de drugshandel was.
Samen reden ze langs alle klanten, wel honderd.

Na het verhaal van Sander werd Bommel gearresteerd.
Een paar weken later wilde Sander zijn beschuldigingen echter intrekken.
’t Zat ‘m niet lekker.
Maar de politie piekerde er niet over: gezegd is gezegd.

En zo kwam het dat Sander als getuige werd opgeroepen.
Tegenover de rechters zei hij – onder ede – dat alles wat hij tegen de politie had gezegd, was gelogen.
De waarheid is dat Bommel geen drugsdealer is.
Hij was wel Bommel’s chauffeur, maar dat was omdat zijn vriend immer dronken werd als ze ergens gezellig heengingen.

Rechters vroegen waarom hij de politie had voorgelogen?
Sander: ‘Als je de politie vertelt wat ze willen horen, mag je naar huis. Vertel je wat ze niet willen horen, dan stoppen ze je in de cel. Zo werkt de politie.’

De rechters gingen er eens goed voor zitten om Sander het vuur na aan de schenen te leggen.

– Bang voor Bommel?
‘Nee helemaal niet.’
– Nog contact gehad met Bommel voordat u uw verklaring wilde intrekken?
‘Nee niet.’
– Waarom heeft Bommel u gebeld?
‘Weet niet meer.’

Een half uur hadden ze nodig om de peentjes zwetende getuige eerst schaakmat te zetten, om hem vervolgens te laten struikelen.
Daarop werd Sander die als vrij man naar de rechtbank was gekomen, door de politie gearresteerd, afgevoerd en in een cel gestopt.
Liegen onder ede is een misdrijf (meineed).

Bleef achter Bommel.

Behalve de verklaringen van spuitend en slikkend Delfzijl zei de officier van justitie dat ze over honderden afgeluisterde telefoongesprekken beschikt.
Bommel was maandenlang getapt en dat zal hem de das omdoen, voorspelde de aanklager.
Maar de rechters hadden er even geen zin meer in.
Ze besloten (tot verbazing van de officier van justitie) de strafzaak aan te houden omdat ze de meineed nader onderzocht willen hebben.
Ze willen de uitkomsten eventueel bij de strafzaak tegen Bommel betrekken.

Tot over binnen drie maanden.
Bommel baalde.

Ik dacht: eigenlijk is het wel heel gek.
In drugs dealen en tegelijkertijd telefoneren.
Dat is zo’n beetje hetzelfde als jezelf aangeven.

Er is geen politieonderzoek meer waarin niet wordt getapt.
Met de Italianen zijn wij Nederlanders Europees afluisterkampioen.
Bommel had toch geknikt toen de rechters hem voorhielden dat hij de gang van zaken kende?

Mijn stelling van de dag: criminelen die nu nog tegen de lamp lopen dankzij telefoontaps deugen niet voor hun vak.

Rob Zijlstra

dit artikel is overgenomen van mijn oude weblog