Over twee weken uitspraak

Strafrechters hanteren een vaste formule om de hoogte van een straf te bepalen.

Er wordt gekeken naar de aard en de ernst van het gepleegde strafbare feit, naar de omstandigheden waaronder dat is gepleegd, naar de persoon van de verdachte (first offender of recidivist, gedroeg hij zich een beetje fatsoenlijk tijdens de strafzitting, is er inzicht in de zonde(n) en is de spijt eerlijk en oprecht?).

Daarna verdiepen de rechters zich in de adviezen van de reclassering en gedragswetenschappers en tot slot kijken ze naar wat de officier van justitie ook al weer had geëist.


Nico (37) heeft ingebroken in een woning aan de Goeman Borgesiuslaan in Groningen.

Buit: flessen drank, geld, flatscreen en wat schoonmaakartikelen.

Toen hij zijn laatste baan kwijtraakte, ontstonden schulden en niet lang daarna zijn eerste justitiecontacten. Een week na die inbraak ging hij nog een keer in die woning snuffelen. Ditmaal werd hij betrapt.

Hij rende weg, maar op straat werd hij gevloerd.

De bewoner ging op hem zitten en zo kwam de politie.

Op zijn donkerblauwe sokken zie ik in rode letters het woord champion staan.

De advocaat vraagt wat hij negen jaar lang heeft gedaan.

Nico: ‘Kickboksen. Ik heb negen jaar in de ring gestaan. Wedstrijden.’

Advocaat: ‘Je bedoelt te zeggen dat je zo de kop van iemand er af trekt?’

Nico: ‘Ja.’

Advocaat: ‘Maar zoiets doe jij niet.’

Nico: ‘Nee.’

Advocaat: ‘En waarom niet?’

De kampioen: ‘Discipline. Wat je leert gebruik je alleen in de ring, nooit daarbuiten. Maar als ik had gewild had ik die bewoner zo een eind op kunnen slingeren.’

Advocaat wil maar duidelijk maken dat Nico zo’n kwaaie nog niet is. Bovendien schaamt hij zich.

De officier van justitie eist achttien maanden gevangenisstraf.

Donderdag zaten Tinus (23) en Rinus (29) hun spijt te betuigen. Twintig inbraken in vooral scholen met flinke schade. Tinus zette de gestolen computers om in drugs, Rinus deed mee om af en toe iets leuks voor zijn zoontje te kunnen kopen.

Tinus verzoekt de rechtbank hem uit de gevangenis te halen. Hij voelt zich er niet thuis. Hij wil naar een verslavingskliniek om daarna een gewoon leven te kunnen leven.

Rinus is niet gedetineerd omdat hij als alleenstaande vader voor zijn zoontje moet zorgen. Hij smeekt de rechters hem niet naar de gevangenis te sturen. Hij wil nu wel duizenden uren werken, want werken had hij toch nog nooit gedaan. De laatste tien jaar was hij vooral crimineel actief geweest.

De officier van justitie: vijftien maanden gevangenisstraf p.p.

Karim is 18, kindergezicht nog.

Hij kan voetballen als de beste.

Zijn GVAV-trainer was vol lof. Hij was er altijd en altijd op tijd. FC-Prof-potentie.

Karim knikt. ‘Met voetballen wilde ik het beste uit mezelf halen.’

Rechters: ‘Maar op school niet hè.’

‘Nee, op school niet.’

Ze zagen Nathalie met haar Ipod.

‘Mijn vriend rende achter haar aan, sprong voor haar fiets, ze viel, we gaven haar klappen. Ik trok de Ipod uit haar handen, mijn vriend de mobiele telefoon.’

Rechters: Laf.

Karim: ‘Het gebeurde. We wilden snel geld pakken. Echt slecht. Het meisje was te jong. Ik heb zelf drie kleine zusjes.’

Een week later pakken ze in alle vroegte de krantenman op het krantenuitdeelpunt. Karim kent hem want hij had zelf kranten bezorgd. Ze trekken een sok over het hoofd, schoppen de man tegen de grond, zetten een mes op zijn keel en zeggen: ’Geef me je geld en telefoon.’

De krantenman herkent Karim aan zijn stem.

Vorige maand heeft Karim in de gevangenis een herstelgesprek gevoerd met de man van de kranten. ‘Hij vond het heel erg dat ik het heb gedaan.’

Rechters: En u?

‘Laf.’

Nathalie was een vrolijk meisje, maar nu is ze agressief en verdrietig. Vaak probeert ze de nacht wakker te blijven om te voorkomen dat ze weer een nachtmerrie krijgt. Op school gaat het niet goed.

In het Pieter Baancentrum hebben ze Karim bekeken.

Zorgelijk geval, zegt de Pieter Baanpsycholoog. Gespleten persoonlijkheid met stoornis, zorgzaam, maar ook berekenend slecht, kans op herhaling groot met escalatie-risico, intensieve therapie is nodig.

De officier van justitie eist achttien maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Karim kan de jongste tbs’er van het land worden.

Pak nu bovenstaande formule.

U heeft twee weken de tijd uitspraak te doen.

Rob Zijlstra

dit verhaal is verplaatst van mijn oude blog naar deze plek

UPDATEuitspraken

Nico: achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk.

Tinus en Rinus: vijftien maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk

Karim: achttien maanden cel en tbs met dwangverpleging

UPDATE 29 april 2009 – verlenging  tbs

De rechtbank Groningen heeft de tbs van Karim op 29 april 2009 met twee jaar verlengd.

Willem

Jan Berkenbosch, horeca-adviseur te Winschoten, zegt in de hal van het gerechtsgebouw:
‘Zit je in de bajes met vier mannen te kaarten, dan ben je gemeenschapsgeschikt.
Zit je met vier mannen in een auto, dan ben je een criminele organisatie.’

Jan Berkenbosch bedoelt maar.

Hij volgt als belangstellende vanaf de publieke tribune van zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen de strafzaak tegen Willem.
Naast hem zijn voormalige en voormalig advocaat Orlando.
Ook belangstellende.

In april dit jaar worden Berkenbosch en Orlando gearresteerd op verdenking van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met de invoer van cocaïne uit Suriname. Dat zou zijn gebleken uit telefoontaps.
Beide zaten een tijdje vast, maar werden zonder proces op vrije voeten gesteld.
Van een misdadige drugsorganisatie bleek uiteindelijk niets.

Blijft over: Willem.
Hij werd in een huurauto en op de snelweg tussen Drachten en Groningen betrapt met vijftien bolletjes cocaïne, inclusief verpakkingsmateriaal – plakband en rubber – 113 gram. Er kwam een arrestatieteam aan te pas.
Willem kwam uit Suriname en reisde via Frans Guyana naar Parijs en ‘via Breda’ was hij op weg naar Winschoten, de eindbestemming. De bolletjes kwamen er onder politietoezicht in Groningen in het ziekenhuis uit, op de afdeling interne intensive care.

Willem ontkent.
Bij de politie vertelde hij dat hij vier jaar geleden – toen hij wel drugs gesmokkeld had – bolletjes cocaïne had verstopt boven een systeemplafond van het toilet van een tankstation nabij Breda.
Toen hij daar in april dit jaar weer langsreed, herinnerde hij zich dit weer.
Dacht hé, ging kijken en tot zijn eigen verrassing lag het spul er nog.
Zodoende.
Niks geen invoer van drugs.
Hooguit bezit.
Dat scheelt fors in de misdaad.

Maar de politie prikte door het verhaal heen.
Willem werd op die dag in april vanaf de Belgische grens in de gaten gehouden.
Bij het tankstation dat hij aangaf, was hij niet gestopt.
Voor de zekerheid had de politie ook het toilet bezocht.
Geen systeemplafond.
Stucwerk.

In de zittingszaal wil Willem ditmaal zwijgen.
Logisch.
Hij vindt het Nederlandse rechtssysteem slecht en onrechtvaardig.
Wel maakt hij gebruik van zijn laatste woord.
Hij zegt: ‘Ik heb andere mensen schade berokkend.
Berkenbosch en Orlando V. treffen geen blaam.’

Willem is met zijn 140 kilo’s een figuur apart.
Hij is geboren in het Friese Lemsterland, getogen op het Groninger land, maar vertoefde vaak en lang in Suriname.

Daar was hij bijvoorbeeld directeur van het Polyestercentrum in oprichting.
Kansarme Surinamers konden daar werkervaring opdoen en een heus certificaat halen.
Het centrum kreeg lof en subsidie van de Surinaamse overheid.
De kansarme Surinamers produceerden polyester bootjes.
De eerste bootjes werden feestelijk te water gelaten.
De genodigde minister van volksontwikkeling maakte de proefvaart.
Willem verklaarde bij die gelegenheid tegenover de Surinaamse pers dat na de bootjes ook kozijnen, badkamers en keukens in productie worden genomen.
En allemaal voor de export.
De ontwikkelingsminister juichte het toe.

Niet lang daarna arriveerden de eerste bootjes in Nederland.
Er zaten dertig pakketjes in verwerkt met in totaal 20 kilo cocaïne.
De getipte politie schatte de waarde op 600.000 euro.

Vorig jaar werd Willem nog veroordeeld wegens de handel in duizenden kilo’s aceton, een goedje dat ook gebruikt wordt bij de vervaardiging van synthetische drugs.
Willem ontkende toen ook.
Hij had het spul nodig als schoonmaakmiddel voor de productie van zijn polyester boten in Suriname.
Dat duizenden kilo’s wel heel veel is voor de schoonmaak, gaf hij toe.
Maar je hebt veel nodig.
Suriname kent een nogal warm klimaat en aceton is vluchtig spul.
’t Is zo weg.

Officier van justitie Andries Jongsma eist twaalf maanden gevangenisstraf.
Een heleboel voor relatief weinig drugs, maar Willem is hardleers, zegt Jongsma.
De forse strafeis moet Willem dan ook vooral als een signaal zien.
Hem vastzetten is de enige manier hem te stoppen.

Rob Zijlstra

[dit verhaal is overgenomen van mijn oude weblog]

.

update – 3 augustus 2006 – uitspraak
Een jaar de cel in zou op zich passend zijn, maar omdat Willem anders dan de officier van justitie had beweerd alleen heeft gehandeld, moet tien maanden voldoende zijn. De leugenachtige verklaring van Willem gebruikte de rechtbank als een van de bewijzen. Niet dat het allemaal veel zal helpen, want de rechtbank zei ook: Willem is ongevoelig voor bestraffing.

Visitekaartje

Als je weer een rotstuk over mij in de krant zet, ga ik je vermoorden, beet Oletta bij wijze van spreken, maar wel met de blik van een ijskoude killer, mij toe.

Ik zei dat ze niet zo boos moest kijken.

Ze bedoelt het niet kwaad.

Het afgelopen jaar troffen we elkaar met enige regelmaat in de rechtbank.

Zoiets schept een band.

 

In dat rotstuk stond dat Oletta de auto van haar moeder gebruikte als zij moest werken.

Dat klopte niet.

 

Vorig jaar oktober was ze wel veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Volgens de rechtbank speelde Oletta gedurende enige jaren als koerierster een essentiële rol in een organisatie die het plegen van criminele activiteiten tot doel had.

Met haar jonge kinderen op een achterbank transporteerde Oletta vanuit de stad Groningen drugs naar Noord-Duitsland.

In Noord-Nederland is dat gouden handel.

Er was twee jaar gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank vond de zorg die ze heeft voor haar kinderen ook niet niks. De maximale werkstraf en heel streng toezicht van de reclassering zou haar moeten doen inzien dat haar rechte pad niet richting de grensovergang bij Nieuweschans loopt.

 

Vanmiddag was ze er dus weer.

De Staat der Nederlanden wil haar het geld ontnemen dat ze met haar drugsritjes heeft verdiend.

De rechtbank is het met de Staat eens.

Oletta moet 6.700 euro betalen.

 

Daarmee lijkt ze goed weg te komen.

Haar toenmalige partner in crime moet 336.300 euro aftikken.

Andere koek.

 

Bij het verlaten van het gerechtsgebouw deelt Oletta aan Jan en Alleman visitekaartjes uit.

Ze is zelfstandig ondernemer geworden.

Daar zou ik eens een positief verhaal over moeten schrijven in de krant, zegt ze nog altijd bars.

‘Of ben ik soms niet boeiend genoeg?’

 

Ik denk aan iets met mode.

Heeft de reclassering goed werk geleverd.

In de perskamer bekijk in het visitekaartje en tik het vermelde internetadres in.

 

Niks mode.

Alleen voor heren met nummerweergave.

Basistarief per uur: 100 euro.

 

En ze smokkelt nog steeds, stel ik vast.

Maar nu met haar leeftijd.

 

Rob Zijlstra 

 

dit verhaal is verplaatst van mijn oude weblog naar deze plek

Kus

Er zijn niet veel rechtszaken die met een kus beginnen.

Donderdag gebeurde dat wel en dat kon eigenlijk ook niet anders.

Ze hadden elkaar immers al een tijd niet gezien.

Hij zit al drie maanden in het huis van bewaring in het verre Ter Apel.

Zij verblijft na ruim een maand opgesloten te hebben gezeten in een verslavingskliniek.

 

Een kliktip bij het Meldpunt M (meld misdaad anoniem) lapte hen er bij.

Die twee dealen, kreeg M te horen.

Heroïne.

De politie hield vervolgens een tijdje een oog in het zeil en op 7 februari dit jaar waren ze aan de beurt. Eerst zij en toen Martin thuis kwam, met honderd gram in zijn jaszak, hij ook.

 

Dat ze dealden, ontkennen ze niet.

Sterker nog, ze waren – vooral Andrea – eigenlijk wel blij dat ze waren gepakt.

Eindelijk.

 

Meer dan twintig jaar zijn ze verslaafd aan heroïne.

En twintig jaar zijn ze samen.

Zo in zittingszaal 14 te zien, niet ongelukkig.

Ze hebben veel gemeen.

Slechte longen en mooie principes bijvoorbeeld.

 

Een daarvan: we mogen dan wel heroïnejunken zijn, overlast willen we niet veroorzaken.

En dus werd er beslist niet gedeald vanuit hun woning.

Er werden thuis geen klanten ontvangen.

Bij een deal gingen ze naar de super of naar de sluis waar het altijd rustig is.

‘We wilden het netjes houden.’

 

Nooit waren er klachten.

Sterker nog: Sandra was in haar meer dan twintig drugsjaren nimmer met de politie in aanraking geweest.

Martin slechts één keertje. Voor een bezitje.

Een hele prestatie, zei de officier van justitie met enige bewondering.

 

Maar ze konden het nog wel sterker vertellen.

Ze verkochten alleen aan vrienden en goede kennissen die ook nog nooit een politiecel van binnen hadden gezien. Aan mensen die wel verslaafd zijn, maar die gewoon een baan met een eerlijk salaris hebben.

Die bestaan.

 

Crimineel geld was er nooit aan te pas gekomen.

En hun dealen was evenmin uit winstbejag.

Martin toog twee, drie keer per maand – afhankelijk van de beschikbare financiën – naar Amsterdam waar hij of bij Roy of bij Jeroen inkocht. Van de vriendenverkoop konden ze in de eigen behoefte voorzien.

 

Ja, ja.

Er worden wel meer sterke verhalen in zittingszaal 14 verteld.

Maar ditmaal leek niemand te twijfelen aan het uitzonderlijke verhaal van Sandra en Martin.

Dat voelde je, ook onder de rechters.

Menigeen zou die twee als buren wensen.

Sandra en Martin hebben een groot deel van hun leven verkloot, maar het blijven wel gewoon twee aardige mensen.

Dat bestaat eveneens.

Dat zagen de rechters ook wel.

 

De officier van justitie had een middag zitten te rekenen.

Wie twee, drie keer per maand en dat zeker twee jaar lang naar Roy en Jeroen in Amsterdam gaat, kan op grond van de strafrichtlijnen van het openbaar ministerie zo 26 maanden de bak indraaien.

Drugshandel is een ernstig feit.

Maar de officier van justitie zei: ‘Dit is een bijzondere zaak.’

 

Tegen Sandra eiste ze daarom 187 dagen gevangenisstraf waarvan 150 dagen voorwaardelijk. Wat dan netto over blijft is de tijd die Sandra al heeft vastgezeten. Op Martin – die nog vastzit – werd een soortgelijke formule losgelaten: 263 dagen cel waarvan 150 voorwaardelijk. Voor hem betekent dit dat hij over twee weken, op de dag dat de rechtbank uitspraak doet, naar huis zou kunnen.

 

Niet dat ze er daarmee zijn.

De officier van justitie: ‘Hoe netjes ze hun handel ook hebben gedreven, handel in heroïne blijft wel strafbaar.’

Daarom eiste ze voor beide een bonus in de vorm van een werkstraf van 240 uur.

 

Ondertussen gaat het met Sandra – los van de last van de longen – ‘op zich redelijk goed’. Vanuit de verslavingskliniek werkt ze op een zorgboerderij. Onder begeleiding wil ze straks graag naar huis. ‘En dan hoop ik nog eens een normale baan te krijgen.’

 

Martin is ietsje somberder. Zei: ‘Ik word straks vijftig. En om dan nog aan een carrière te beginnen?’ Ook hij wil het liefst naar huis. ‘Ik ben een echte huismus.’ Thuis wil hij op eigen kracht de heroïne laten voor wat het is.

‘Ik sta niet te popelen mij op te laten nemen, maar als het nodig is, dan moet het.’

 

Zijn advocaat voegde daar aan toe dat Martin zich heel goed realiseert dat als hij blijft door-chinezen hij niet alleen zijn huis, maar na al die jaren samen ook Sandra kwijtraakt.

Toen de advocaat dat zei, knikte Sandra.

Ze zei: ‘Joh, je moet het gewoon proberen.’

Dat zei ze liefdevol.

 

Het was een echte kus waarmee dit verhaal begon.

 

Rob Zijlstra

 

ps – dit verhaal heb ik van mijn oude blog overgezet op dit blog vanwege het arrest in hoger beroep

 

 

update – 1 juni 2006

De rechtbank is gevoelig gebleken en heeft de keurige dealers mild gestraft. Beide moeten 240 uur werken. Martin die nog in voorlopige hechtenis zat, mag vandaag naar huis. 

 

update 14 januari 2008

Anderhalf jaar na de zitting, zaten Martin en Sandra opnieuw in zittingszaal 14. Het gaat hen redelijk tot goed, zo te zien en horen. Ze zaten daar vanwege de ontnemingvorderingen. Justitie eist het genoten voordeel op van hun drugswinsten: in totaal ruim 42.000 euro. Beide zeiden wel te begrijpen dat de Staat wil afrekenen, maar dat het bedrag hen wel erg hoog voorkomt. We hebben nooit in luxe geleefd, maar door een beetje te handelen konden we ons eigen gebruik bekostigen. De advocaat van Sandra: ‘Ze zijn Zwolsman niet.”

 

update 28 januari 2008

Martin moet 23.964 euro betalen aan de Staat, Sandra 26.664. Als zei zeggen dat dit hen erg hoog voorkomt, dan doelen zij op deze bedragen.

 

update 21 april 2009

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft zich over de zaak gebogen en komt, bijna drie jaar na de eerste zitting bij de rechtbank, tot dezelfde conclusie dan ‘Groningen’: Martin en Sandra moeten de twee bedragen betalen die hen veel te hoog voorkomen.

 

 

Patat

Ik had willen schrijven over P. die met zijn vadsige vingers door middel van ontucht zijn 6-jarig zoontje voor misschien wel jaren in therapie heeft doen belanden.

Over P. die vindt dat vooral hij slachtoffer is.

Over P. die ook niet van een klasgenootje van zijn zoontje had kunnen afblijven.

En dat P., nota bene computerdeskundige, niet wist dat er 6000 kinderpornofoto’s op zijn harde schijf stonden.

Dat P. met droge ogen zei dat zijn ex dat misschien wel had gedaan.

En hoe P. in zijn gekreukte krijtstreeppak genereus had aangeboden de kosten van de therapie wel te willen betalen.

Dat de officier van justitie hem een leugenaar noemde.

 

In de hal van het gerechtsgebouw kom ik een krantencollega tegen.

Of er nog wat leuks te doen was vandaag op de rechtbank, vroeg Cees.

Ach, zei ik, het is vandaag huis-, tuin- en keukenwerk: een veelpleger, brandstichting, een zware mishandeling, kleine poging doodslag, diefstalletje met geweld en wat ontucht met kinderporno.

De collega verzuchtte met alle respect: al die verhalen over kinderporno, ik lees het niet meer.

Ik zei dat ik dat wel snapte.

 

Roelof dan maar.

Veelpleger in Groningen met topstatus.

 

Na een veroordeling van twee jaar en een verblijf van zeven maanden in een verslavingskliniek was Roelof begin dit jaar weer op vrije voeten gekomen.

Hij was gemotiveerd tot op het bot, zei hij, om er ditmaal iets van te maken.

De kliniek had hij – niet voor het eerst – met vlag en wimpel doorlopen.

En er zou ditmaal iets geregeld worden in de sfeer van begeleid wonen.

 

Maar al op de eerste vrije dag zakte Roelof door het ijs.

Tijdens proefverloven in het weekeinde was hij menigmaal langs dealpanden gelopen en nooit was toen de coke-wekker afgegaan.

Hij kon het dus wel.

 

Niet dus.

 

Roelof begon zijn vrijheid met een terugval.

En daar baalde hij vreselijk van.

Daar baalde hij zo vreselijk van dat hij er heel verdrietig van was geworden.

Ineens was daar weer de leegte en de eenzaamheid, die klotengevoelens die hij herkende van eerdere vrijheden en die hem in de gevangenis en kliniek niet hadden geteisterd.

 

Hij vertelde de rechtbank dat hij zich had voorgenomen om het ditmaal gewoon maar eens te gaan doen. Gewoon te gaan functioneren in de maatschappij.

 

Maar in plaats van te functioneren, dompelde hij zijn hoofd onder in de drugs.

Zoiets kost geld.

En dus ging hij op pad, zoals hij dat als veelpleger gewend was te doen.

Zijn specialisatie is het binnenwandelen van kantoorgebouwen.

Op werkkamers liggen portemonnees, mobiele telefoons en af en toe een laptop voor het grijpen.

In drie weken tijd sloeg hij – ook op het stadhuis – zeker vijftien keer zijn slag.

Begin februari werd hij gepakt.

 

Tijdens de zitting bekende Roelof lang niet alles.

De pest voor hem is dat menig kantoorwerknemer hem achteraf had herkend als die vreemde man die door de gangen had gelopen.

Sportschooltype, kale kop, zonnebank gebruind.

En dat klopte wel.

In de verslavingskliniek had Roelof veelvuldig gebruik gemaakt van de zonnebank.

Dat had de officier van justitie nagetrokken.

En de kop was zonder meer kaal.

 

Wat moet er nu met Roelof gebeuren, vroeg de justitie-officier zich hardop af.

Roelof zelf ziet een nieuwe behandeling in een kliniek niet zitten.

‘Niet weer die groepsgesprekken.

In de kliniek gaat het altijd goed met mij.

En zo zal het weer zijn.

Het probleem is buiten, daar gaat het altijd mis.

En zo zal het weer gaan.’

 

Toen stokte het in de keel.

Happend naar adem en daarna tranen met tuiten.

De veelpleger huilt.

‘Op 6 januari werd ik ontslagen uit de kliniek.

Ik moest afscheid nemen van de jongens daar.

Dat vind ik zo moeilijk.

Ik heb moeite met veranderingen.’

 

Of Roelof zelf een oplossing ziet?

Hij knikt, veegt met de binnenkant van zijn handen de tranen uit het gezicht en zegt dan, monter: patat bakken.

 

?

 

In de gevangenis had Roelof een man leren kennen die patat bakt.

En een eigen zaak heeft.

Een snackbar.

Daar kan hij komen werken.

De snackbarman heeft ook woonruimte voor hem.

En nog iets: de snackbarman heeft een vriendenkring zonder drugs.

Zo’n drugsvrije vriendenkring zou zijn leegte kunnen vullen.

Dat zouden drie vliegen in een klap zijn.

 

De officier van justitie vond het allemaal maar vaag.

Bovendien dient er eerst met de veelpleger Roelof te worden afgerekend.

 

Roelof’s raadsman vroeg om mildheid en enige krediet.

De justitie-officier piekerde daar niet over.

De rekening die zij presenteerde: 24 maanden gevangenisstraf.

En de tenuitvoerlegging – tul zeggen ze op de rechtbank – van acht maanden die hij bij een eerder vonnis voorwaardelijk opgelegd had gekregen.

 

Ik zag Roelof zittingszaal 14 teleurgesteld verlaten.

Misschien dacht hij wel: met zo’n eis had ik net zo goed alles kunnen bekennen en heeft huilen ook geen zin.

 

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.

Roelof is dan jarig.

 

P. was in maart jarig.

Hij hoorde twaalf maanden cel waarvan zes voorwaardelijk eisen.

Maar dit terzijde.

 

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – roelof – 2 april 2009

Ineens was daar Roelof weer, bijna drie jaar na zijn laatste keer in zittingszaal 14. Het is weer misgegaan: justitie heeft nu de isd-maatregel geëist.

(dit verhaal – gepubliceerd op 11 mei 2006 – is afkomstig van mijn oude weblog) 

Prinses

Het jaar 2006 is drie uur en twintig minuten jong als bij de politie in Groningen een steekpartij wordt gemeld.

Marsmanlaan.

Het slachtoffer is met een mes geraakt in hand en keel.

Strijdvaardig komt Eddie zittingszaal 14 binnenstappen.

Bajesbaardje.

Heel het paasweekeinde heeft hij buikpijn gehad, maar nu zal hij het wel eventjes vertellen.

‘Ik heb nooit een mes bij me. Nooit.

Ik heb hem een duw gegeven.

Meer is er niet gebeurd.’

 

Hoe het slachtoffer dan aan die verwondingen is gekomen?

Dat weet Eddie ook niet.

Of wel.

Hij denkt dat ze hem een oor willen aannaaien.

Die mensen daar hebben oordelen over mij, zegt hij een paar keer.

 

Eddie gaat met Diane.

“Diane is mijn prinsesje”, zegt hij trots.

Probleem is: de vader van de prinses ziet in Eddie geen prins.

De vader had het al eens recht in zijn gezicht gezegd: sinds mijn dochter met jou omgaat, gaat het bergafwaarts met Diane.

Eddie vindt zoiets niet normaal, toch?

 

Op oudejaarsnacht willen Eddie en Diane de stad in.

De vader probeert dat te voorkomen.

Vader en dochter ruziën stevig.

“Ik hou van hem. Wanneer accepteer je hem nou eens?”, roept Diane.

 

Dan komen er twee mannen aanlopen.

Ze moesten lachen, vertelt Eddie aan de rechters.

En ja, heel goed mogelijk dat hij toen geroepen heeft, ‘Wegwezen, hier valt niets te zien.’ En ook: ‘Niemand fuckt met Eddie.’

 

Eddie: ‘Toen heb ik geduwd. Ik duw problemen het liefst van mij af.’

De officier van justitie: ‘Toen pakte hij zijn mes en maakte daarmee zwaaiende bewegingen. Het slachtoffer voelde direct een branderig gevoel in de hals en daarna dat hij in de hand werd geraakt.’

 

Vijf dagen later vindt de politie een mes in de woning van Eddie die een getuige herkent als het mes waarmee hij stond te zwaaien.

De politie heeft echter verzuimd het mes te onderzoeken.

Op bloedsporen bijvoorbeeld.

 

Het slachtoffer is niet naar een dokter gegaan.

Een pleister op de wonde aan de hand was voldoende.

De verwonding aan de keel bleek uiteindelijk een schram.

 

Misschien had het slachtoffer al een wondje aan de hand, oppert raadsman Erik de Mare. En een schram is zo gemaakt.

 

Waarom?

Omdat de wereld gekker in elkaar steekt dan we wel eens denken, oppert De Mare verder.

Hij zegt: Om Eddie een oor aan te naaien.

Het slachtoffer is een bekende van de vader van Diane.

En die zal het vast wel prettig vinden als de onverhoopt toekomstige schoonzoon een tijdje moet brommen.

 

Eddie knikt.

Zo zit het en niet anders.

Hij erkent dat hij wel eens agressief overkomt.

Beetje ad rem.

Beetje ADHD.

Daarvoor wil hij best worden behandeld.

Want hij wil zo snel mogelijk met zijn prinsesje gaan samenwonen om dan, met een vaste baan, aan heel de wereld te bewijzen dat hij goed voor haar kan zorgen.

 

De officier van justitie vindt dat een goed idee, zo’n behandeling.

Maar eerst dient er afgerekend te worden, eerst moet Eddie boeten voor zijn poging tot doodslag. Haar strafeis: dertig maanden celstraf waarvan tien voorwaardelijk.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak  – 2 mei 2006

Met een welgemeend godverdomme neemt Eddie zijn straf in ontvangst: 15 maanden cel waarvan vijf voorwaardelijk. Je ziet hem rekenen. Hj informeert bij de rechter nog naar zijn mogelijkheden in het geval van goed gedrag. De rechter: “Ik hou er niet van dat u hier vloekt.”

Klantgericht opgelicht

R37 staat heel groot – groter kan niet – op zijn gekreukte zwarte T-shirt.

Op zijn voorhoofd zou ‘oplichter’ kunnen staan.

Zou, want het staat er niet.

Maar R37 doet zijn best.

 

Het openbaar ministerie is er van overtuigd dat hij een oplichter is.

In 2004 was hij naar Turkije gevlogen met achterlating van 40.000 euro aan schulden bij de KPN, een creditcardmaatschappij en een internetbedrijf.

In het Turkse Alanya leek hem het leven even beter.

Goedkoper ook.

Samen met zijn huidige ex begon R37 vanuit een appartement een webwinkel.

Hij knutselde vier websites in elkaar, registreerde die op niet bestaande adressen, en bood computerspellen tegen stuntprijzen te koop aan.

 

Sommige van die spellen waren illegaal, andere van inferieure kwaliteit of bestonden niet eens. Hij beloofde na betaling een levertijd van drie tot vijf dagen. De meeste van zijn klanten wachten nu nog.

 

Het geld moest worden overgemaakt naar een Nederlandse bankrekening.

Een tussenpersoon sluisde dit geld door naar Turkije.

Dat dat duur was, gaf niks.

Er kwam toch genoeg binnen.

 

Het duurde niet lang of het stroomde klachten.

Op internetforums werd gewaarschuwd voor de praktijken van R37.

Tros Opgelicht zette hem in het zonnetje.

 

Er is een hetze tegen mij gevoerd, klaagde de beklaagde tegen de rechtbank.

Hij noemde zichzelf een klantgerichte ondernemer.

Met goede intenties.

Probleem was dat leveranciers hem in de steek lieten.

Die leverden niet.

 

Een rechter zei dat hij dan het geld terug had moeten storten.

Simpel.

Een klantgericht ondernemer incasseert èn levert.

Een oplichter incasseert alleen.

Dat is het verschil.

Maar zo simpel bleek het niet.

Mijn gezin gaat voor, vaderde R37.

‘Mijn gezin moet eerst eten. Dan hunnie.’

 

De officier van justitie zei beter te weten.

Het strafdossier in niet voor niks een meter dik.

Het geld ging op aan vooral luxe goederen, aan een pracht van een badkamer en de rest vergokte hij. De persoonregistratie van Holland Casino was opgevraagd en daaruit bleek dat R37 in een jaar tijd er 108 keer een bezoek had gebracht.

Dat riekt naar een gokverslaving, meende de officier van justitie.

Niks, zei R37. Dat waren verzetjes.

 

Van hunnie geld.

 

Hij leek niet onder de indruk van alle aantijgingen.

Dat tientallen mensen aangifte tegen hem hebben gedaan, daar was hij juist blij mee.

Nu had hij tenminste weer de beschikking over klantgegevens die hij met een raar verhaal zei kwijt te zijn geraakt.

 

‘Ik zal iedereen terugbetalen. Daar heb ik geen officier van justitie of een rechter voor nodig’, beloofde hij. Dat hij nu geen geld meer heeft – ook zijn wajong-uitkering is stopgezet – is een ander probleem.

 

Andere probleem is ook dat de recherche tijdens het onderzoek de opgedeelde harde schijf van zijn computer tegen en licht hield. Op de D:/ stond van alles, privé-foto’s bijvoorbeeld van zijn pasgeboren kind. Op de C:/ stonden ook foto’s van kinderen, een stuk of 700 die de officier van justitie niet anders kon kwalificeren dan kinderporno.

De betrokken digitaal rechercheur verklaarde tijdens de zitting dat alleen R37 toegang had tot de C. En niet die vier Turken zoals R37 opperde nadat hij had gezegd met kinderporno niets te maken te hebben. ‘Ook moreel gezien niet.’

 

Na ruim drie uur aanklagen mocht R37 terug naar zijn cel waar hij sinds 28 oktober vorig jaar verblijft. Hij zei er van overtuigd te zijn dat de rechtbank hem zal vrijspreken.

 

De officier van justitie denkt aan iets anders.

Zij eiste 24 maanden gevangenisstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk als stok achter de deur.

 

Rob Zijlstra

 

Dit verhaal is verplaatst van mijn oude weblog naar deze plek

 

update – uitspraak

Het vonnis is conform de eis: 24 maanden cel waarvan 8 voorwaardelijk.

Klik hier voor het vonnis van de rechtbank.