Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Criminaliteitsanticipatiesysteem

Plannen voor de toekomst?
Dertig worden en dan dood.

Het stond in de krant. De Nederlandse politie ziet de meeste misdaad niet. De officiële criminaliteitscijfers die er zijn, zijn niet correct. In het echt is er veel meer. Dagblad Trouw schreef er begin dit jaar over. De krant citeerde uit een rapport dat in vertrouwen was opgesteld door het Openbaar Ministerie en nota bene de politie zelf.

De reden dat de bestrijders van de criminaliteit van alles ontgaat is het gebrek aan capaciteit. Ze zijn met z’n te weinigen. Een gevolg: veel aangiftes (57 procent) van burgers sneuvelen. Geen tijd voor. Een ander gevolg: er dreigt een onoverbrugbare achterstand van de politie op de plegers van de criminaliteit. Onoverbrugbaar betekent dat het nooit meer goed komt.

Deze week was het op de tv. Wijkagenten – van wie er een heleboel zijn – kunnen wat ze horen, zien en vermoeden bij lange na niet kwijt bij de rechercheurs waar er al jaren achtereen te weinig van zijn.

Ondanks dit onheil rapporteerde het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) recent en doodleuk dat de criminaliteit afneemt en dat wij ons veiliger zijn gaan voelen. Niet voor even, maar het is een trend die jaren geleden al is ingezet. De bewoner van Drenthe voelt zich veiliger in Drenthe dan de Groninger in Groningen waar de veiligheidsbeleving gemiddeld is. Hoe een Drent zich in Groningen voelt en andersom is niet onderzocht. Nog niet.

In de papieren wereld van de misdaad verschijnt een rapport per dagdeel. Een van de laatste spinsels was een geschrift van en over de Nationale Politie. Die heeft iets bijzonders: het criminaliteitsanticipatiesysteem (blijft u rustig zitten). Het is bedacht en zo succesvol dat het nu in heel Nederland wordt ingevoerd. We zijn de eersten van de wereld.

Het criminaliteitsanticipatiesysteem voorspelt de misdaad. Het werkt tamelijk simpel. Je stopt er heel veel informatie in (‘big data’), onder meer heel veel van het Centraal Bureau van de Statistiek, dan druk je op enter en het systeem vertelt waar in stad en streek de komende vier uren de criminaliteit zal geschieden. De politie kan er dan alvast naartoe rijden om de aanstaande verdachten op te wachten en in de kladden te grijpen.

Ik weet het niet. Kijkend naar de verdachten die wekelijks de rechtszaal van Groningen in en uit schuifelen, dan kan ik niet goed voorstellen dat er een systeem kan functioneren dat vat krijgt op de dagelijkse grilligheid van de criminaliteit.

Was bijvoorbeeld Johan uit Hoogezand te voorspellen? Drie jaar geleden pleegde hij vanuit het niets een straatroof. Hij was toen 20 jaar jong. Aan de rechters van zittingszaal 14 vertelde hij over zijn plannen voor de toekomst. Crimineel worden, 30 jaar oud en dan sterven. Dat leek hem mooi. Vorig jaar stormde hij de woning van zijn moeder binnen om in opdracht van God – die was in zijn hoofd gaan zitten – een huisgenoot van het leven te beroven. Het ging net goed. De rechters besloten afgelopen week dat Johan nu eerst naar een psychiatrische inrichting moet. Als hij klaar is heeft hij nog vijf jaren te gaan.

En hoe voorspelbaar kan Anneke uit Leek zijn geweest? Zij stak op een droeve zondagavond om 21.56 uur in haar woning een stukje papier in brand, stopte in de keuken een pizza in de oude gasoven en toen ze weer in de woonkamer kwam stonden de lamellen in de fik. Een buurman buiten zag het en wist met hulp van een brandblusser heul veel erger te voorkomen. Anneke snikte tegen de rechters dat het kwam omdat haar lievelingsoom was overleden, omdat ze in scheiding lag, haar dochter was bij hem en omdat ze zich zo ontzettend eenzaam voelde in haar woning.

Kunnen computers wanhoopsdaden zien aankomen? In een woning op zondagavond in Leek?

Jaap doet aan tijdverdrijf. Meestal doet hij dat thuis met de deur op slot zodat niemand ziet wat hem drijft. Hij verzamelt plaatjes. Pornoplaatjes. Al zo lang er computers voor consumenten bestaan. Hij had er afgerond 228.000 in zijn bezit.

Zijn eigen computer puilde zeg maar uit, maar het domme apparaat gaf geen kik. De systemen in de Verenigde Staten daarentegen wel. Op een dag in 2014 ging ergens aan de overkant een rood lampje branden. In The Netherlands is iemand verdachte foto’s aan het up- en downloaden. Wij kregen een seintje. In april 2015 was een rechercheur gevonden met wat tijd over. Hij beoordeelde de foto’s als harde kinderporno. Vier maanden later, in augustus 2015, volgde een huiszoeking bij Jaap. Nog meer ranzigheid. Afgelopen maandag, op 15 mei 2017 om half elf in de ochtend, zat Jaap dan eindelijk in de verdachtenbank tegenover drie rechters. Ook op de rechtbank heerst de capaciteitsziekte.

Het was niet de eerste keer. In 2006 was aan Jaap een taakstraf van 240 uur opgelegd. Met als extra waarschuwing een voorwaardelijke gevangenisstraf van een half jaar. En nu zat hij er verdorie weer.
Rechter: ‘Dat begrijp ik niet.’
Jaap: ‘Ik vind het zelf ook knap lastig.’

Jaap vertelt dat hij in een moeilijke periode van zijn leven zat, zijn ex-schoonvader die als een vader voor hem was, was overleden. Na de scheiding was hij weer bij zijn moeder gaan wonen. Rechters: ‘Gaf dat rust?’ Jaap: ‘Nee. Het was nog erger dan in de gevangenis.’

Rechters: ‘Maar waarom kinderporno?’
Jaap, schouderophalend: ‘Ik wilde iets beleven in mijn hoofd.’

Hij deed het via Tumblr, een site met 348 miljoen blogs waar je zo ongeveer alles op kunt vinden. Wat leuk is, kun je rebloggen, iets wat Jaap met graagte deed. Zelf had hij een paar honderd volgers. Om makkelijker contact te krijgen, loog Jaap (48) dat hij 17 jaar was.

Jaap had gehoopt op een geldboete, want met zijn werk kan hij wel wat betalen. De officier van justitie zegt: ‘Nee. Wij doen niet aan geldboetes. U moet zich realiseren dat achter ieder plaatje een kind schuilgaat dat gruwelijkheden heeft moeten ondergaan.’ Jaap beaamt dat, dat weet hij ook wel. Daarom is hij nu aan het afbouwen. Kinderporno doet hij sowieso niet meer.

De officier van justitie: ‘Wat betekent het als u een gevangenisstraf krijgt?’
Jaap schrikt, zucht en zegt: ‘Dan stort mijn wereld in.’
De officier van justitie knikt. ‘Ik eis zeven maanden celstraf waarvan vier voorwaardelijk. U moet het voelen.’

Hoe in hemelsnaam is een man als Jaap te voorspellen?

Rob Zijlstra

update – 20 mei 2017 (en 17 minuten na publicatie van dit blog)
Er is weer een rapport bijgekomen dat beschrijft waarom het rustig zal worden in de zalen van het strafrecht en in de gevangenissen: jaarlijkse raming wodc 

 

Ruisstrategie & wantrouwen

blogwebbel

onderstaand bericht stond
– woensdag 17 mei – in
Dagblad van het Noorden – nu  met update

 

Politie: misleiding of ruisstrategie

De politie heeft valse informatie (‘nepnieuws’) verspreid om bewijs te verzamelen in een onderzoek in een geweldsmisdrijf. Dagblad van het Noorden – de krant waarvoor ik werk – trapte erin. Met het krantenbericht wilde de politie een verdachte onder druk zetten. Het tv-programma Opsporing Verzocht deed mee aan deze ‘ruisstrategie’.

Is het zo gegaan? Het Openbaar Ministerie zegt van niet. Dat wil zeggen, niet helemaal. Een woordvoerder van Opsporing Verzocht (AvroTros) zegt dat politie en justitie bepalen welke zaken worden behandeld en op welke wijze dat gebeurt. ,,Wij niet.’’

De feiten.

In oktober 2008 wordt een 21-jarige prostituee zwaar mishandeld en bestolen van haar geld. De dader: vrijwel zeker de laatste klant. Van die klant vist de politie het condoom uit de prullenbak. Omdat het condoom – in een tissue – bovenop ligt, is de veronderstelling dat dat van de laatste klant is geweest.

Zo kan van de vermoedelijke dader een DNA-profiel worden verkregen. Andere condooms in de prullenbak zijn niet onderzocht. De vrouw heeft die avond zeven klanten.

Het daderprofiel van de mogelijk laatste klant belandt in de DNA-databank, maar een match levert dat niet op. Tot 2015, zeven jaar later. In dat jaar wordt de dan 27-jarige Dennis J. uit Groningen veroordeeld voor een beroving van een maaltijdbezorger. Vanwege die veroordeling moet hij DNA afstaan. Dat leidt in 2016 wel tot een match. Dennis J. is de man van het condoom.

Het maakt hem verdacht, maar is hij ook de dader? Het DNA-spoor brengt hem bij de prostituee, maar bewijst niet dat hij haar ook heeft mishandeld en beroofd. Er is meer bewijs nodig. Er wordt een list verzonnen: de ruisstrategie. De ‘ruis’ zal, zo is de hoop, de verdachte bewegen iets te doen waardoor hij door de mand valt.

De politie verstrekt onder regie van het Openbaar Ministerie informatie aan de krant met de bedoeling dat dit leidt tot een nieuwsbericht. En dat gebeurt. De krant publiceert op 21 november 2016 een bericht waar de vermeende dader niet blij mee zal zijn: ‘Mogelijk doorbraak in mishandelingszaak’. De krant wordt op de deurmat in de (afgesloten) portiek van Dennis J. gelegd, op zo’n manier dat het artikel op pagina 2 goed zichtbaar is. De telefoon en het internet van J. worden vanaf dat moment getapt. Hoe zal hij reageren?

’s Avonds besteedt Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak. Niet zoals tijdens de uitzending wordt gesuggereerd om tips te krijgen en nieuwe getuigen te vinden, maar om de dader op te jagen.
De politie ziet (via de internettap) dat Dennis J. uitvoerig gaat googelen op het misdrijf. De taps leveren echter geen belastende informatie op.

De politie schakelt over op plan B. Twee undercoveragenten van een speciale landelijke politiedienst brengen een bezoek aan Dennis J., stellen zich voor als familieleden van het slachtoffer, wijzen hem nogmaals op het krantenbericht en adviseren hem naar de politie te gaan om daar de waarheid te vertellen. Doet hij dat niet, dan komen ze terug om hem (van drie hoog) uit het raam te gooien.

Dennis J. meldt zich niet en wordt een paar dagen later alsnog aangehouden. Bij het tweede verhoor krijgt hij te horen dat de twee mannen die hem thuis bezochten politiemensen zijn. Dennis J. beroept zich daarna op het zwijgrecht.

Het OM vindt niet dat de krant is misleid. Woordvoerster Manon Hoiting: ,,Het betrof een opsporingsbericht dat is verspreid volgens de regels die we daarvoor hebben. Doel van het bericht was het vinden van getuigen. In de slipstream is de ruisstrategie meegenomen.’’

Hoofdredacteur Evert van Dijk van Dagblad van het Noorden spreekt van een kwalijke zaak. ,,Dit schaadt het vertrouwen. Wij zullen nog alerter moeten zijn op wat de politie ons vertelt.’’

De website van Opsporing Verzocht vermeldt dat de zaak is opgelost en dat mede door tips van kijkers een verdachte is aangehouden. Tegen Dennis J. is vijf jaar cel geëist. Advocaat Erik de Mare die J. bijstaat laat weten dat tegen de undercoveragenten aangifte wordt gedaan wegens bedreiging met de dood.

Rob Zijlstra

update – reactie openbaar ministerie
OM: Er is geen sprake van het verstrekken van onjuiste informatie > bericht

update – 18 mei 2017 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Dennis J. vrijgesproken en bevolen dat hi direct in vrijheid gesteld moet worden. De reden is niet het politie-optreden, maar het bewijs. Dat is onvoldoende. Klik op onderstaande tekst voor het complete vonnis.

uitspraak [vonnis]

nawoord
Tussen politie/openbaar ministerie en pers bestaan afspraken over de nieuwsvoorziening. Uitgangspunt: fair play. De journalist moet erop kunnen vertrouwen dat informatie die door de politie wordt verstrekt ook klopt. Hoor en wederhoor is bij politieinformatie vaak niet mogelijk. Soms krijgt een journalist vroegtijdig informatie over een zaak onder de voorwaarde dat publicatie nog even op zich moet laten wachten. In het belang van het onderzoek, is dan vaak de reden. Fair.

In deze kwestie dook na een match in de dna-databank een naam op. De match maakte deze persoon (Dennis J.) tot een verdachte , maar de verdenking was (kennelijk) onvoldoende voor een aanhouding of een gesprekje op het bureau. Toen kwam de list: lieg een verhaal de krant in, breng dat artikel onder ogen van de verdachte en dan gaat hij misschien via zijn (afgeluisterde) telefoon dingen zeggen die hem de das om doen. De doorbraak moest via de krant worden geforceerd.

De zogenaamde ruisstrategie wordt vaker ingezet. Bijvoorbeeld door het tv-programma Opsporing Verzocht. Er wordt dan aandacht besteed aan een zaak, niet met als doel getuigen en informatie van getuigen te vergaren, maar om verdachten in beweging te krijgen. Telefoons en computers van verdachten worden tijdens en na de uitzending ‘getapt’.

Een woordvoerder van het programma kent het begrip ruisstrategie. Voorbeeld? Dan wordt in de uitzending gemeld dat de mogelijke verdachte wordt afgeluisterd terwijl dat niet zo is. De verdachte wist dat uiteraard niet en meldde zich vrijwillig bij de politie. Dat Opsporing Verzocht ruis veroorzaakt is ook niet zo raar: het is geen journalistiek misdaadprogramma, maar een opsporingsprogramma van politie en justitie. Zij hebben ook de regie.

Kranten zijn geen opsporingsmiddelen en journalisten zijn dat nadrukkelijk ook niet. Dat politie en justitie de grenzen van fair play eenzijdig oprekken, maakt dat wij verslaggevers er verstandig aan doen om woordvoerders van politie en justitie niet langer op hun woord te geloven.

Wantrouwen is beter. [r.z.]

dvhn, dinsdag [klik]

site opsporing verzocht

Vervelende mededeling

‘Golfballen zijn de
kleine dingen van het leven.’

Er bestaan misdaden die worden gepleegd door slechte mensen, eenvoudigweg omdat er nu eenmaal slechte mensen bestaan. Is altijd zo geweest, sla het verleden er maar op na. Er worden ook misdaden gepleegd door mensen die niet slecht zijn, maar flink in de war. Wie even flink in de war is, kan ook schurkenstreken leveren.

Er zijn nogal wat strafzaken met verdachten die niet zozeer op het verkeerde pad zijn beland, maar die wel volledig de weg kwijt zijn.

Voor het idee: trek nou eens alle misdaden die worden gepleegd door verwarde mensen, door mensen in de war, af van de misdaad die wordt gepleegd door de echte slechteriken, door de rotzakken. De uitkomst? De criminaliteit neemt in een klap met de helft af. Dat zou me toch wat wezen.

Kijk naar Johan, nog maar 23 jaar. Geboren op Curaçao. Hij gaat op een dag naar de woning van zijn moeder in Hoogezand. Bij binnenkomst geeft hij haar, zoals altijd, een kus. Hij zegt dat hij een vervelende mededeling heeft. Daarop loopt hij naar de keuken en pakt een vleesmes uit de lade.

Ook Ingrid is in de woning aanwezig, zij is een vriendin. Johan pakt haar vast en zegt: ‘Jullie gaan dit niet leuk vinden.’ Dan probeert hij haar te steken. Tegen zijn moeder zegt hij: ‘Ik moet van God iemand van de wereld ruimen. Het moet gebeuren, ze moet dood. Het is een opdracht die ik niet kan negeren. Ik kan niet tegen Zijn wil ingaan. Ik ga niet weg voordat ik mijn missie heb volbracht.’

Grote paniek. Moeder weet haar zoon met grote moeite tegen te houden, Ingrid vlucht in doodsangst de woning uit en verschanst zich in de auto op de oprit. Johan springt met het grote mes in de hand woest boven op de auto, vastberaden te doen wat hij moet doen. De politie komt als de verlosser.

De rechters vragen: ‘Wat vindt u er nu van?’
Johan: ‘Best wel heftig.’
Rechters: ‘Als God nu weer iets zegt, u iets opdraagt, wat gaat er dan gebeuren?’
Johan: ‘Dan moet ik oppassen… dan moet ik het negeren.’
Rechters: ‘Bent u ervan overtuigd dat als God iets zegt, dat u het dan moet doen?’
Johan, zachtjes: ‘In de gevangenis ben ik mij er bewust van geworden dat er iets niet klopt.’

De psychiater en de psycholoog zijn eensgezind: een psychose, ontoerekeningsvatbaar, tbs met dwangverpleging is te zwaar, maar een langdurige behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis is noodzakelijk. De officier van justitie is het er mee eens. De eis: Johan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging (wel schuldig, maar niet strafbaar) en moet worden opgenomen in een inrichting, om te beginnen voor een jaar.

Of kijk naar Ahmed, 32 jaar. Geboren in Enschede. Surveillerende agenten treffen hem op een nacht aan, bierdrinkend op een grasveldje langs een vijver in de stad Groningen. Ze zien twee mannenfiguren wegrennen in de duisternis, Ahmed blijft alleen achter. Met drie fietsen. De agenten willen weten welke fiets van hem is. Ahmed wijst de Sparta aan, een elektrische. De agenten stellen ter plaatse vast dat het om gestolen fietsen gaat.

In een van de fietstassen van de Sparta zitten golfballen. Laat nou net die nacht zijn ingebroken in een schuurtje waar soortgelijke golfballen buit zijn gemaakt. De rechters willen er van alles over weten, maar Ahmed heeft geen zin in al die vragen. Zegt: ‘Gaan we hier nou de hele tijd over golfballen zitten praten?’ Als wijsneus: ‘Golfballen zijn de kleine dingen van het leven.’

Op de schutting bij het opengebroken schuurtje is een afdruk van een schoen aangetroffen, een afdruk die overeenkomt met de zolen van de schoenen die Ahmed draagt. Zo er bij een andere woning waar is ingebroken een haar is gevonden in een vernield raam, een haar met DNA dat van Ahmed blijkt. En in de Steentilstraat, in studentenhuize Taboe, wordt een man die heel erg sprekend op Ahmed lijkt, betrapt met de playstation van de studenten onder de arm. Met een hockeystick weten de studenten hem te verjagen.

Ahmed zucht. Laat hij juist nu druk bezig zijn de criminaliteit achter zich te laten en dan dit. Hij zegt: ‘Dit is de laatste keer dat ik hier kom. Ik ben er flauw van, ik wil naar het rechte pad. Excuus voor wat ik heb gedaan, zand erover, meer kan ik er niet over zeggen.’

Maar de rechters willen wel meer weten.
Rechter: ‘U moet lef hebben om zo bij mensen naar binnen te gaan.’
Ahmed: ‘Ach, dat valt mee, ze doen toch niks ja.’
Rechter: ‘Hoe weet u dat?
Ahmed: ‘Mensenkennis.’
.
De rechters geven niet op. Of Ahmed het zich kan voorstellen dat je ligt te slapen en dat er dan ineens een wildvreemde kerel in de kamer staat. Dan schrik je je toch kapot?’ Ahmed denkt even na en zegt dan: ‘Ik denk dat het wel meevalt. Mensen in Europa worden sowieso heel anders wakker dan mensen in het Midden-Oosten.’

Vorig jaar werd Ahmed schuldig bevonden aan een mishandeling. Er zou sprake zijn van een psychose. Gevangenisstraf werd niet zinvol gevonden, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis wel. Daar verblijft hij nu ook, in een instelling in Zuidlaren. Soms gaat hij er even vandoor, bijvoorbeeld om te blowen.

Rechters: ‘Als je gevoelig bent voor psychoses, dan is blowen niet zo verstandig.’ Ahmed betwijfelt dat en vraagt op zijn beurt aan de vragende rechter: ‘Heb jij daarvoor doorgeleerd?’ Het is hem wel duidelijk, hij is er klaar mee. Zegt: ‘Heb het er met elkaar over en maak er maar wat moois van. Ik heb mijn best gedaan voor de stad Groningen.’

De officier van justitie volgt het advies van de deskundigen die van mening zijn dat Ahmed volledig ontoerekeningsvatbaar is, dat tbs met dwangverpleging een stap te ver is en dat plaatsing in een psychiatrische inrichting het beste is, het beste voor iedereen.

De rechters: ‘Begrijpt u de eis van de officier van justitie?’
Ahmed denkt na, alsof hij bedacht is op een strikvraag: Hij antwoordt voorzichtig: ‘Ik focus mij op de rechters.’

Dus. In een klap de helft van de criminaliteit weg, dat zou bijvoorbeeld de politie een lief ding waard wezen. De politie kan zich dan eindelijk, naast het regelen van ons verkeer, concentreren op het echte schoelje.

Rob Zijlstra

 

Papa rapt

Dat de inbreker met zijn poten
aan de rouwlinten heeft
gezeten, ook dat doet pijn

Ramon is 23 jaar, best lang, maar geen inbreker of een man die zijn geld verdient met duistere zaken of zo. Ramon is kunstenaar. Artiest. Knipt zijn eigen kapsel. Hij doet optredens en als hij straks vrijkomt, eenmaal weer buiten, dan heeft hij direct werk. Hij wel.

Nog gekker. Ramon is net vader, maar vooral ook een man van de wereld. Hij heeft zijn eigen videoclips op Youtube, al bijna 1500 volgers op Instagram, zijn artiestennaam schittert op posters en hij rapt zijn eigen gangsterteksten. Dat doet hij als entertainer, want een echte gangster is Ramon natuurlijk niet. Laat staan een tot het getto veroordeelde kansloze jongere. Hij geniet een kunstenaarsuitkering van 840 euro in de maand en bulkt van de ambitie. Per optreden pakt hij al gauw vijf- tot zevenhonderd euro. Soms meerdere keren per maand.

Een van de rechters: ‘Goh. En een deel draagt u dan af aan de belasting?’
Ramon, hij klinkt oprecht verbaasd: ‘Belasting?’
Rechter: ‘Of gewoon zo in het handje?’
Ramon, opgelucht: ‘Yeah. Handje contantje.’

Al dat geld past hem goed, want hij houdt van luxe dingen. En daar hoort nu eenmaal veel uitgeven bij. Zegt: ‘Ik heb een gat in mijn hand.’

Dat Ramon als verdachte in de rechtszaal zit, want dat zit hij, komt omdat hij ook een van de grootste pechvogels van Nederland is. Zou hij evenveel geluk hebben als pech, dan zou hij wekelijks een grote prijs in de loterij binnenhalen. Zijn grootste manco: hij is voortdurend op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

November vorig jaar. Op één dag wordt ingebroken in twee woningen in Appingedam. De inbrekers worden overlopen en gaan er vandoor. Twintig minuten later – 112 is gebeld – wordt een grijze Ford Focus aan de kant gezet. In de auto liggen spullen die zojuist uit die woningen zijn gestolen. Camera’s. Twee tv-toestellen. Ramon zit op de bijrijdersstoel. Laat weten: ‘Ik heb er niets mee te maken. Vijf minuten voordat we werden aangehouden, ben ik in die auto gestapt. Van vrienden, ze pikten me op. Op het verkeerde moment, in de verkeerde auto.’

Op het politiebureau haalt Ramon een sleutel en een mobiele telefoon uit de broekzak. De sleutel is van de voordeur van een van de woningen waar is ingebroken, de telefoon is van een van de bewoners. Ramon: ‘Die sleutel lag op het dashboard van die auto. Ik dacht dat het mijn sleutel was.’ Telefoon? ‘Gekregen van iemand.’

De politie gelooft er geen snars van en stelt een nader onderzoek in. Agenten scrollen door de tijdlijn van zijn Facebookpagina en zien dan niet alleen de nieuwste clip, maar ook van alles. Voldoende aanleiding om een huiszoeking te doen in de woning waar Ramon vaak verblijft, de woning in Groningen van zijn liefste vriendin.

Dikke pech. In de woning worden veel gestolen spullen aangetroffen. Allemaal spullen, zegt de vriendin, die zij heeft gekregen van haar liefste vriend. Sieraden. Dure merkkleding. Jassen van Woolrich en Parajumper. Een tas van Hermès Birkin.

Ramon vertelt dat hij die spullen heeft gekocht. Voor 1100 euro. Van iemand. Via Marktplaats. Van wie? Geen idee. Tegen de rechters: ‘Als jij iets bij de Scapino koopt, weet jij een half jaar later toch ook niet meer wie de verkoper was? Nou dan.’

Er is een Macbook pro uit een woning gestolen, een laptop. Niet lang na de inbraak krijgt de eigenaar een automatische melding per e-mail dat het wachtwoord van zijn iCloud-account is gewijzigd. Het nieuwe wachtwoord is uitgerekend de artiestennaam van Ramon. Dat is toevallig. Tsss. Vraag het niet aan hem. Hij is een publiek figuur. Best bekend. Iedereen kan zijn naam gebruiken. Toch?

Ook de elektrische fiets in de woning van zijn vriendin, een Batavus Monaco, blijkt van diefstal afkomstig. Ramon vertelt dat hij de fiets heeft gekocht voor duizend euro voor zijn zwangere vriendin. Zo’n fiets, met lage instap, leek hem reuze handig. Van wie gekocht? ‘Pff. Maar als u nu met mij in de auto stapt rij ik er zo heen.’ De rechters: ‘De fiets heeft u later te koop aangeboden op uw Facebookpagina.’ Ramon: ‘Mijn vriendin vond het toch niet zo handig. Ik dacht, dan verkoop ik ‘m en dan kunnen we met dat geld de kinderkamer inrichten.’

Ramon biedt een gestolen telefoon aan bij inkoopwinkel Used Products. De telefoon komt uit een woning waaruit ook vier spaarpotten zijn ontvreemd. In de woning is een enorme ravage achtergelaten. De bewoonster was nog niet zo lang geleden overleden. Haar partner laat de rechters weten hoeveel pijn het doet, nu hij de werkkamer van zijn overleden vrouw niet meer kan reconstrueren zoals die altijd was. Dat de inbreker met zijn poten aan de rouwlinten heeft gezeten, ook dat doet pijn.

Ramon zegt dat dat hem raakt. ’Sorry daarvoor in ieder geval.’ Hij was het niet. Oh tegenspoed. Hij had de telefoon gekocht van een buurman (naam vergeten) voor de handel. Je gaat er niet vanuit dat een buurman iets aanbiedt wat gestolen is. Hij niet tenminste.

Er wordt ingebroken in een woning aan de Bentismaheerd. De bewoner hoort enge geluiden aan de deur en belt vanuit bed 112. Tien minuten later rijdt er een politieauto door de straat. Agenten zien een man lopen die plots begint te rennen en de bosjes in duikt. Het is Ramon. Wat moet hij zeggen? ’Ik had een wilde vrijpartij gehad met een vriendin en voelde me wat benauwd. Ik ging daarom een luchtje scheppen, een ommetje maken. Daarom liep ik daar.’ Verkeerd moment, verkeerde plaats.

Als de zitting ten einde is, bedankt Ramon zijn fans op de publieke tribune voor hun komst en getoonde belangstelling. Dan hiphopt hij de rechtszaal uit, met net zoveel geloof in eigen onschuld als hij twee uur daarvoor was binnengekomen.

Twee jaar gevangenisstraf, zes maanden voorwaardelijk, had hij de officier van justitie horen zeggen. Liever wil hij vrij. Hij mag terugkomen bij zijn vriendin, hij kan direct aan het werk, hij wil zijn artiestenbestaan weer oppakken, als entertainer en niet als gangster want hij gaat honderd procent zeker nooit weer in aanraking komen met justitie. Waarom niet? ‘Ik vind dat een zoon een vader nodig heeft. Daar wil ik hard voor werken.’

Ik kijk uit naar zijn eerstvolgende clip op YouTube.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 mei

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

Niet van harte

De officier van justitie
noemt het een stoer, maar
volstrekt kansloos verzoek

Derk is geboren op 22 april 1983. Op die dag stond in de krant dat Ronald en Erwin Koeman samen zouden debuteren in de komende wedstrijd van Oranje. Tegen Zweden. En ook dat het vertrouwen in de internationale luchtvaart terug was. Derk is vandaag 34 jaar geworden.

Hij wel. Dennis Bruns uit Musselkanaal zou in januari van dit jaar 29 jaar worden, maar werd een week voor zijn verjaardag doodgeschoten. In Foxhol. Door Derk. Dat is voorlopig de situatie.

Derk viert zijn verjaardag in de gevangenis. Misschien is dat niet de eerste keer, want hij zat vaker ‘binnen’ zoals boeven de gevangenis noemen. Wie binnen zit, wil altijd naar buiten waar de vrijheid heerst. Voor Derk is dat niet anders, hoewel hij er waarschijnlijk rekening mee houdt dat hij ditmaal wat langer binnen moet blijven.

Hij ontkent niet dat hij Bruns heeft doodgeschoten. Zijn lezing: het was hij of ik. Voor hetzelfde geld was het dus andersom geweest en had ik gemeld dat het niet goed gaat met de Noordelijke scheepsbouw en dat de vakbonden van overheidspersoneel fel gekant zijn tegen de regeringsplannen om twee gedetineerden op één cel te plaatsen. Dat stond in de krant op de dag dat Dennis Bruns werd geboren.

Afgelopen week moest Derk met drie anderen die bij de dood van Bruns betrokken zijn komen opdraven in zittingszaal 14. Het ging om een pro formazitting. Op zo’n zitting moeten de rechters onder meer checken of het nog wel terecht is dat verdachten binnen zitten, dus ontdaan van de vrijheid van buiten. Hoewel Derk de hoofdverdachte is, wil hij naar huis, zegt advocaat Yehudi Moszkowicz. Derk komt dan wel terug als de strafzaak dient, oppert de raadsman.

De officier van justitie noemt het een stoer, maar volstrekt kansloos verzoek. Het is een verzoek voor de bühne. De geachte raadsman, zegt de aanklager, weet donders goed dat van moord verdachte mannen in voorlopige hechtenis horen te zitten.

Het is even na half drie als Derk de rechtszaal betreedt met het hoofd kaalgeschoren, de handen opgeborgen in de zakken van een sportjack. Hij zegt ‘moi’ tegen de rechters en ‘yes’ als die hem vragen of het klopt dat hij is geboren in Slochteren. De rechters zeggen dat hij niet verplicht is vragen te beantwoorden, maar dat hij wel goed moet opletten. Derk: ‘Yo.’

Ik heb hem vaker de rechtszaal zien binnenkomen. In november vorig jaar nog. Hij werd toen verdacht van handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding, na een achtervolging door Hoogezand, werden drugs in zijn auto aangetroffen, allerhande soorten. In de auto lagen meerdere telefoons, een boel bankbiljetten in de broekzak. Overduidelijke indicaties, zei de officier van justitie, dat Derk een drugsdealer is en niet zo’n kleintje ook.

Derk had de schouders maar wat opgehaald. En ‘tja’ gezegd. Hij kocht weleens wat drugs voor vrienden bij een hem onbekende Surinamer in Groningen. Dat maakt hem toch nog geen dealer? En het geld in de broek, was geen drugsgeld, hij heeft altijd veel geld op zak omdat hij ouderwets is, alles in contanten betaalt. Om dit te bewijzen gaat hij wat verzitten en grijpt hij met de rechterhand in de rechterbroekzak en legt een stapel verfrommelde biljetten op tafel. Het is bijna duizend euro. ‘Tja’, hadden toen de rechters op hun beurt gezegd.

In de auto werd ook een gestolen invalidenparkeerkaart gevonden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft, verklaarde Derk: ‘Daar zit handel in.’

De officier van justitie had opgemerkt dat Derk zo ongeveer alle straffen al eens heeft gekregen, dat dit de achtste keer was dat hij terecht moest staan en dat uit rapportages van deskundigen kon worden opgemaakt dat Derk niet erg bereid is zijn leven te beteren. Hulp wilde hij ook niet. De deskundigen: er is geen intrinsieke behandelbehoefte.

De officier van justitie: ‘De verdachte is puur gericht op geld verdienen.’
De rechters: ‘Op zich is daar niets verkeerds aan. Je kunt er zelfs president van Amerika mee worden.’
Derk: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De eerste keer dat ik Derk zag was in 2011. Ook toen was de verdenking dat hij handelde in veel harddrugs. Hij was in zijn auto aangehouden, in diepe slaap en gebogen over het stuur, terwijl de auto met draaiende motor voor het rode en dan weer groene verkeerslicht stond. Surveillerende politiemannen hadden de auto zien staan en toen ze dichterbij kwamen voor poolshoogte roken ze hoe laat het was. Tjokvol drugs.

Op 28 november 2016 werd Derk veroordeeld tot zeven maanden binnen. Welgeteld 46 dagen na die veroordeling schiet hij in Foxhol Dennis Bruns dood.

Advocaat Yehudi Moszkowicz zei afgelopen week dat Derk die avond moest vechten voor zijn leven. Het was zelfverdediging, noodweer. Derk zelf merkte op dat het ‘zo natuurlijk niet had gemoeten’. Volgens de officier van justitie kan van zelfverdediging geen sprake wezen. Zei: ‘Dennis Bruns is in zijn rug geschoten, drie, vier kogels tussen de schouderbladen. Dat past niet bij noodweer.’

In de rechtszaal moet de waarheid altijd achteraf worden gereconstrueerd door hen die er niet bij zijn geweest. Wat inmiddels vast is komen te staan – zo wordt aangenomen – is dat Derk met anderen een halve kilo cocaïne wilde verkopen en dat de kopers, onder wie Dennis Bruns, deden alsof. In werkelijkheid wilden ze de drugs stelen. Rippen. Op tafel lag een envelop met daarin nepgeld met vingerafdrukken. Er ontstond onenigheid. Die liep eerst uit de hand en toen volledig uit de klauwen: er werden vuurwapens getrokken en er werd geschoten.

Om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, wordt binnenkort een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. In Foxhol, op dezelfde plek en in aanwezigheid van Derk die dan aanwijzingen moet geven. Ergens veel later dit jaar (en misschien pas in 2018) volgt dan de echte strafzaak.

In november had de officier van justitie aan Derk gevraagd wat er moet gebeuren om te voorkomen dat hij ooit weer in de rechtszaal moet komen opdraven. Derk had toen ‘huisje, boompje, beestje’ gemompeld en verder niets. In 2013 had een andere officier van justitie hem diezelfde vraag gesteld. Toen had hij wat nukkig geantwoord: ‘M’n levensstijl aanpassen en ‘s avonds om tien uur naar bed.’

Van harte ging het niet.

Rob Zijlstra

Hork

Er vloeien dan tranen, er komt
een extra glaasje water of
een korte schorsing om even
diep adem te kunnen halen.

Uitgerekend op het moment dat de officier van justitie vertelt dat het slachtoffer ook een vader was, een vader die een zoontje van 7 jaar achterlaat, snuit de verdachte met kracht zijn neus in een grote rode zakdoek. De droeve woorden die zojuist zijn gesproken ontgaan hem. Hork is geen jongensnaam. Zou dat wel zo wezen dat heette de verdachte in dit verhaal Hork. Ik noem hem Botte. Hij is 46 jaar.

Botte heeft op 6 maart 2016, zondagochtend rond kwart over zeven, een vreselijk verkeersongeluk veroorzaakt op de Eemshavenweg. Als bestuurder van zijn paarse Fiat Ducato – een bedrijfsbus – komt hij ter hoogte van de afslag Garsthuizen met het rechtervoorwiel in de berm terecht. Een ruk aan het stuur doet de bus naar de linkerberm stuiteren, waar hij kantelt en op de kop in de sloot tot stilstand komt. De 42-jarige Ronald Wolbers uit Assen is uit de bus geslingerd en ligt in het water onder het voertuig. Hij heeft geen schijn van kans. Ronald Wolbers overlijdt ter plaatse.

Ze zijn op stap geweest in de stad en waren op weg naar huis.

In de rechtszaal heten ongelukken in het verkeer niet gebeurtenissen die per ongeluk zijn gebeurd. Ongelukken in de rechtszaal zijn een gevolg van onoplettendheid, onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Als je onoplettend, onvoorzichtig of roekeloos bent, dan is dat verwijtbaar en dus strafbaar. Verdachten die zeggen ‘maar ik deed het niet met opzet’ krijgen te horen dat dat ook niet relevant is.

Wie dan vervolgens zegt ‘maar ik heb die fietser, die voetganger, die andere auto nooit gezien’ zegt daarmee dat hij niet zag wat er wel was en dus dat hij de kop er niet bij had. Wie achter het stuur andere dingen doet dan alert zitten zijn, maakt zich als het dan in een fractie van een seconde misgaat, schuldig aan een misdrijf waar je gevangenisstraf voor kunt krijgen.

Verkeerszaken in de rechtszaal behoren tot de meest heftige strafzaken. Rechters zeggen bij aanvang van zo’n zaak dat ‘er alleen maar verliezers zijn’. Dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachte die dit immers ook niet heeft gewild. De straffen die worden opgelegd zijn meestal werkstraffen al dan niet in combinatie met rijontzeggingen. Officieren van justitie die de straffen eisen zeggen vooraf dat geen enkele straf recht doet aan het leed dat de verdachte heeft veroorzaakt.

De verdachte hoort het aan met het hoofd gebogen, wil het liefst door de grond zakken en spreekt schuldbewust met zachte stem. Er vloeien dan tranen, er komt een extra glaasje water of een korte schorsing om even diep adem te kunnen halen.

Soms heeft de verdachte een kaartje gestuurd met zijn deelneming. Een enkele keer een brief. Soms wilde de verdachte dat doen, maar durfde hij het niet. Hij heeft professionele hulp gezocht om te leren leven met het idee dat je iemand hebt doodgereden, een kind, een vader van een kind.

Zo gaat het vaak. Maar bij Botte ging het anders. Botte erkent in de rechtszaal dat hij achter het stuur zat. Hoewel. Hij had nog geprobeerd politiemensen te doen geloven dat het slachtoffer achter het stuur had gezeten. Verder had hij zich, toen hulpverleners bezig waren een leven te redden, vooral druk gemaakt over zijn gehavende bus.

Botte zegt dat hij niet te hard heeft gereden, hij reed normaal. Twee van de drie inzittenden die de crash overleefden schatten de snelheid op 130 tot 140 kilometer per uur. 100 mocht.

Botte zegt dat het glad was op de weg. Dat was niet zo. Botte ontkent dat hij voor de gein aan het spookrijden was om tegenliggers te fucken. Getuigen: dat deed hij wel.

Botte zegt dat hij nuchter was, dus niet dronken. Ademanalyse: 675 ugl. De max is 220. Eenmaal op het politiebureau sprak hij niet met dubbele tong en als dat wel zo was dan kwam dat vanwege relatieproblemen. Agenten: hij wankelde op zijn benen, hij sprak met dubbele tong.

De auto was niet verzekerd, het rijbewijs ongeldig verklaard. Botte ziet dat anders. Hij wist het niet, dus dan was hij voor zijn gevoel wel verzekerd. Rijbewijs ongeldig? Hij had zijn rijbewijs toch gewoon?

Hij wordt nog lomper. Dat Ronald Wolbers bij het ongeluk om het leven is gekomen, dat kunnen ze wel zeggen, maar wie zegt Botte dat het ook zo is? Hij wist niet eens dat die man bij hem in de bus zat. Rechters: ‘Wilt u nou beweren dat het slachtoffer er al lag?’ Botte: ‘Ik vind het raar. Wij hadden bijna niets en hij wel.’

En dan is er de eigen verantwoordelijkheid. ‘Die heb je wel als je bij iemand in de auto stapt. Toch?’
Rechters: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’
Botte: ‘Nou dat is toch zo?’
Rechters: ‘Wilt u zeggen dat het de schuld van het slachtoffer is dat hij is verongelukt?’
Botte: ‘Ik was nuchter en daar blijf ik bij.’

De rechters attenderen Botte er op dat er nabestaanden in de rechtszaal zitten en dat zij zijn houding als heel pijnlijk kunnen ervaren. Hij reageert kort: ‘Dat is heel erg voor die mensen.’ Om direct op te merken dat hij slechts één fout heeft gemaakt. Hij had een second opinion van het alcoholonderzoek moeten aanvragen. ‘Dat heb ik niet gedaan, dat is mijn fout.’

Vier maanden na het ongeluk had hij zijn beste vriend mishandeld (gebroken onderarm) na bekvechterij en veel bier op de terrassen van Delfsail in Delfzijl. Botte ontkent
dat hij een alcoholprobleem heeft. De psychologe met wie hij moest praten meldt aan de rechtbank dat Botte
driemaal dronken op de afspraak verscheen en grensoverschrijdende opmerkingen maakte over haar uiterlijk.

Hmm. Botte wil wel maandelijks naar een praatgroepje of zo, maar hij wil niet zoals het dwingende advies luidt opgenomen worden in een kliniek. Moet dat wel, dan in de wintertijd, dan is er toch geen werk voor een stratenmaker als hij. Een werkstraf wil hij niet, want werken voor niks is niks. Een gevangenisstraf? Tss… Hij heeft een huis, een hypotheek, een eigen bedrijf.

De officier van justitie: ‘Zijn gedrag is stuitend. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf en daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar.’

Botte zegt dat als hij zonodig de bak in moet, hij de hele rotzooi wel te koop zet. ‘Dan doen we dat toch lekker.’

Botte Hork.

Rob Zijlstra

 

update – 24 april 2017 – uitspraak
Botte is veroordeeld conform de eis: 30 maanden celstraf en een rijontzegging voor motorvoertuigen gedurende 4 jaar. Hieronder het volledige vonnis.

klik voor volledige tekst

Veelbelovende dag van niks

Het is niet in uw belang
hier zonder advocaat te
zitten, zeggen de rechters

Het is donderdagochtend, even na negen uur. De komende twee, drie uren in zittingszaal 14 zijn gereserveerd voor twee verdachten die samen geweld hebben gebruikt om een tas te stelen. Dat is de beschuldiging. Een van de verdachten had ook, ook een  verdenking, op iemand geschoten. In de rechtszaal moet dat een poging tot doodslag opleveren. Een van de verdachten kent mij en zegt ‘hoi Rob’. Hij blijkt mijn buurjongen van jaren geleden. Hij vertelt dat hij al eens eerder in de krant heeft gestaan.

De andere verdachte is niet gekomen omdat hij onwel is. Woensdag was hij alleen nog maar misselijk,  maar nu, een dag later, is hij ‘kotsziek’, zo weet zijn advocaat. Punt is dat de verdachte zijn eigen strafzaak wel wil bijwonen, want dat recht heeft hij. De behandeling moet daarom worden aangehouden, worden uitgesteld. Mijn buurjongen van jaren geleden wil in dat geval ook later, meldt zijn advocaat.

De rechters trekken zich terug voor beraad in de raadkamer om tien minuten later mee te delen dat de twee strafzaken vandaag niet worden behandeld. Ontzettend jammer, maar helaas, vinden de rechters. Ze merken op dat het een publiek geheim is dat de agenda van de rechtbank meer dan overvol is, dat het eerstvolgende gaatje volgende week donderdag is en anders wordt het pas eind oktober.

De rechtszaal blijft nu tot half twaalf leeg.

De man die dan terecht moet staan omdat hij wordt verdacht van een straatroof in de binnenstad van Groningen is er wel, maar het onderzoek is nog niet klaar. Dus geen strafzaak. Het wordt zo half twee, tijd voor de man die een tankstation van Shell zou hebben overvallen. De behandeling, zo was al aangekondigd, is later, want de zaak is nog niet zittingsgereed.

De klok tikt naar twee uur ’s middags. Een man komt onder begeleiding de rechtszaal binnen en maakt een ietwat verwarde indruk. Hij heeft geen advocaat, dat wil zeggen, die heeft hij wel, maar die is niet gekomen. Want dat wil hij niet. Hij is immers geen crimineel. Bovendien, met zo’n advocaat erbij wordt het alleen maar erger. Hij wil wel een boete.

De rechters zeggen dat bij ontucht misschien wel een andere straf tot de mogelijkheden behoort en dat het daarom goed is, beter ook, dat de verdachte zich wel laat bijstaan door een advocaat. ‘Het is niet in uw belang hier zonder advocaat te zitten,’ zeggen de rechters. Ze willen de zaak niet behandelen. Rechters moeten niet alleen de belangen van heel de samenleving dienen, maar ook die van die enkele verdachte. Betekent wel: nog steeds geen strafzaak.

En zo zal het blijven. De laatste zaak op de rol, gepland om drie uur, gaat niet door en dat was vooraf ingepland. De man die in Delfzijl zou hebben geprobeerd iemand te doden, is voor later.

Aan het einde van de middag stel ik vast dat het een veelbelovende dag van niks was.

Olie op het vuur

Aanvankelijk wilde de
officier van justitie
Margreet laten bloeden
voor een poging tot moord

Soms vind ik verdachten zielig. Of een beetje sneu. Dit is een linke uitlating, want voordat je het weet word je door het weldenkende deel van de natie beschimpt en weggezet als een elitaire geitenwollensokkenknuffelaar, als een softe lijpkikker. En toch vind ik het.

Ik schreef afgelopen week over de 52-jarige Femko. Wat hij had gedaan, dat kan helemaal niet. Dat is, links- of rechtsom en hoe sneu ook, niet goed te praten. De rechters vonden dat ook en gaven hem tien jaar geleden een straf die voor een man als Femko een levenslange aangelegenheid kan worden. Tbs. Afgelopen week is zijn status met een jaar verlengd. Met een beetje tegenwind doen ze dat over een jaar weer en het jaar daarop weer en een jaar later weer.

Femko vroeg nog aan de rechters: ‘Wanneer houdt het eens een keertje op?’

Hij woonde samen met zijn Trijn, al tien jaar hadden ze verkering. Veel deden ze niet. Zo waren ze bijvoorbeeld niet de buurt stelselmatig tot last. Wat ze wel deden was dagelijks sloten bier drinken, uit flesjes. Soms hadden ze ruzie. Femko wilde vaak naar zijn moeder (‘naar mammie’), het liefst elke dag. Trijn, tikkeltje jaloers misschien, wilde dat niet. Femko: ‘Dan maakte ze me de kop gek.’

Op een dag goot Femko spiritus over zijn verkering en stak hij haar met de aansteker in brand. Het ging razendsnel. Femko schrok zich het apezuur want dit was nou ook niet de bedoeling. Hij probeerde Trijn met bier te blussen. Dat ging niet. Trijn belandde in het ziekenhuis, Femko in de gevangenis waar hij het doodeng vond. De gevangenis maakte daarna plaats voor tbs-klinieken waar hij zijn dagen al jaren vult met niets. Ik had Femko, die met zijn lange grijze haren op een grote indiaan lijkt, een kleuriger leven gegund.

Ook wat Dina, eveneens 52 jaar, heeft geflikt is volstrekt gestoord. Dat vindt ze zelf ook. Ze vertelt dat ze vaker bij haar buurman op bezoek ging om te praten en om biertjes drinken. Was ze die avond dronken? Nee. Wel aangeschoten. ‘Ik kon nog lopen.’

Ruzie? Nee. Maar buurman had haar wel een klap op de arm gegeven. Zomaar. Dina: ’En toen waren alle emoties, de mishandelingen, de verkrachtingen, de hele rode draad in mijn leven, als een black-out naar boven gekomen.’ Wat ze ook gemeen vond was dat buurman rook in de neus van haar hondje had geblazen. ‘Eigenlijk was ik boos en verdrietig tegelijk.’

Rechters: ‘En toen?’

Dina vertelt dat ze naar haar huis is gelopen, een pannetje heeft gepakt en de fles zonnebloemolie. De olie heeft ze verhit en toen is teruggelopen, ze had aangebeld en toen buurman de deur opendeed, had ze gegooid. Zegt: ‘Ik richtte op de muur, niet op zijn gezicht.’ De hete olie raakte de borst en armen van buurman.

Rechters: ‘Maar waarom dan?
Dina: ‘Ik zei steeds tegen mezelf, doe het toch niet, doe het niet.’
Rechters: ‘En toch deed u het.’
Dina: ‘Totale black-out, het was chaos in mijn hoofd.’
De officier van justitie: ‘U ging planmatig te werk, u wist wat u deed.’

De buurman die ook in de rechtszaal zit – eerste- en tweedegraads brandwonden – zegt dat hij met een megalitteken op zijn arm voor het leven is getekend. Hij heeft geen schadeclaim ingediend. Zijn analyse: ‘Het ging om niks, het was de drank.’

Dina woelt met de handen door de haren en gooit alle chaos in haar hoofd eruit. Ze zegt, huilend, dat de laatste keer dat ze had gestolen in 2014 was geweest, twee cordon bleus, de boete had ze keurig betaald, dat ze van dieren houdt, dat ze het terug wil draaien, dat ze gaat verhuizen en dat ze dood wil, dat ze wel weet dat ze een alcoholprobleem heeft, dat het leven voor haar zo niet langer hoeft.

De officier van justitie vindt een werkstraf van 60 uur voldoende.
Dina: ’Een werkstraf? Oh, dat wil ik wel.’ Ze heeft gehoord dat je dan ’s ochtends met een busje wordt opgehaald en dat ze je ’s avonds weer thuisbrengen.

Ook met Margreet heb ik te doen. Margreet is (was) 43 jaar getrouwd met haar man Bob die haar op een dag vertelde dat hij een vriendin had (heeft). Gevonden op het internet. Bob en Margreet hadden 34 jaar samen een bedrijf met wisselende financiële successen. Toen Bob vertelde dat zijn vriendin ook in de onderneming kwam werken, maar dat zij, zijn vrouw dus, ook gerust kon blijven, knapte er iets. Margreet pakte een mes uit haar tas die op het aanrecht stond en stak haar Bob in de buik.

Grote schrik, maar een pleister volstond. Aanvankelijk wilde de officier van justitie Margreet laten bloeden voor een poging tot moord, maar bij nader inzien maakte hij daar een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van. Bij een poging is het voorgenomen misdrijf niet voltooid, wat aanzienlijk scheelt in de straf.

Margreet zegt tegen de rechters dat haar man Bob niet spoort. ‘Hij kijkt zonder emoties naar die onthoofdingsvideo’s, maar als er dan een filmpje komt over hoe de muskusratten worden gevangen moet hij huilen.’ Ze heeft vanuit de vrouwengevangenis de scheiding in gang gezet.

De rechters vragen vriendelijk: ‘Hoe gaat u straks uw leven weer oppakken?’
Margreet, droef: ‘U denkt dat ik daar een antwoord op kan geven?’

Ze vertelt dat ze moeite heeft met de regels in de gevangenis. ‘Als je 34 jaar een bedrijf runt en altijd van alles moet regelen en beslissen, dan valt het daar niet mee. Is er trammelant, dan word ik naar mijn kamer gestuurd. Dat is dan wel weer komisch. Ik bedoel, ik ben 62.’’

Ze zegt. ‘Ik heb niks meer. Ik heb geen man meer, geen huis, geen werk, geen bedrijf, ik zie de poezen niet meer en nu ben ik ook nog mijn vrijheid kwijt.’

De officier van justitie eist twaalf maanden opsluiting in een cel in de gevangenis waarvan vier maanden voorwaardelijk mogen. Margreet zegt dat ze wel naar een kliniek wil en dat dat niet zo lang hoeft te duren. Ze bedoelt een levenseindekliniek. De officier van justitie reageert: ‘Ik vind dit heel heftig. Ze heeft een geweldige familie, ik hoop dat ze hulp krijgt om de mooie dingen van het leven weer te zien.’

De strafeis blijft evenwel ongewijzigd.

Rob Zijlstra

Zorgcorset

Nooit kocht hij spiritus
en dan nu ineens wel?

Femko is het er niet mee eens, maar wat kan hij? Zijn leven wordt bepaald door rechters. Gisteren kreeg hij er weer een jaar bij. Hoe lang nog? Dat wil hij wel eens weten.

Femko heeft tbs. Hij verblijft weliswaar niet meer in een tbs-kliniek, maar toch. Een vrij mens is hij niet. Hij zou nog steeds gevaarlijk zijn. En de rechters denken dat de risico’s het best gemanaged kunnen worden binnen het strafrechtelijke kader. Of hij dat begrijpt?

Nee. Femko begrijpt daar niets van.
Hij zegt: ‘Elke keer als ik hier kom dan doen jullie er weer een jaar bij. Houdt het dan nooit een keer op?’
De rechters: ‘Volgend jaar kijken we weer verder.’

In juli 2007 werd Femko uit Leek in zittingszaal 14 veroordeeld tot een jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Er was vijf jaar cel geëist, maar dat vonden de rechters van toen te veel van het goede. Aan de veroordeling ging een emotionele rechtszaak vooraf. Zo had Femko de rechters gesmeekt of hij in de rechtszaal mocht blijven slapen, omdat hij in de gevangenis zo bang was voor zijn medegedetineerden. ‘Het zijn geen lieverdjes daar.’ En dan was er nog Trijn met wie hij tien jaar samen had gewoond en die zo ontzettend kwaad op hem was.

Femko – toen 42 jaar – had Trijn in brand gestoken nadat hij een fles spiritus over haar heen had gegoten toen ze op de bank lag te slapen. Ze hadden ruzie gehad. En bier gedronken met vrienden. Veel bier. Veel te veel zoals ze dat bijna iedere dag deden. Trijn riep wel vaker als ze ruzie hadden: ‘steek me maar in de fik’. Dat had hij toen dus gedaan. Die ruzies, zei hij, maakten hem de kop gek.

Hij had heel even met de aansteker geknipt en toen stond Trijn ineens in lichterlaaie. Hij was zich doodgeschrokken, probeerde het vuur met bier te doven, maar dat was niet succesvol geweest. Trijn was flink gewond geraakt. Einde verkering ook.

De officier van justitie ging uit van een poging tot moord, want Femko zou het vooraf allemaal hebben bedacht. Nooit kocht hij spiritus en dan nu ineens wel?

De geraadpleegde deskundige – een psychiater – zei dat de beste oplossing voor Femko zou zijn dat hij elke dag van overheidswege een krat bier verstrekt zou krijgen. Met een beetje toezicht verwachtte de psychiater dan geen verdere problemen, ook al omdat ze in de buurt niemand tot last waren. Maar ja, had de deskundige ook gezegd, zo’n advies mag ik natuurlijk niet geven.

En zo kwam de tbs om de hoek kijken, want dat Femko niet helemaal normaal spoorde, ja behoorlijk ontoerekeningsvatbaar was, dat wisten ze op de lagere school al.

Er is in voorbije weken onderzoek gedaan of het verantwoord is om de tbs helemaal te beëindigen. Conclusie: het gaat goed met Femko, maar nog net niet goed genoeg. De risico’s zijn nog iets te groot. Het zorgcorset van de tbs is vooralsnog beter, luidt het advies aan de rechters.

Femko: ‘Ik wil er liever van af. Het gaat prima met mij.’
De advocaat stelt een vorm van begeleid wonen voor, in een traject met toezicht.
Geen denken aan, zegt de officier van justitie.

De rechters hebben niet veel tijd nodig om een besluit te nemen. Een paar minuten. De tbs wordt met een jaar verlengd. De rechters tegen Femko: ‘Voor u verandert er dus niet zo veel. Dank voor uw komst.’
Femko, zachtjes: ‘Moi.’

Met die groet verliet hij woensdagmiddag de rechtszaal.
Met diezelfde groet, maar toen nog ferm uitgesproken, betrad hij tien jaar geleden diezelfde rechtszaal.

rob zijlstra

>> zie ook: malle dingen [pdf, juni 2007]

365 dagen x 10 jaar x € 14,00 (prijs 1 krat bier) = € 51.100,-
365 dagen x 10 jaar x € 410,00 (prijs 1 dag tbs) = € 1.496.500,-

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Zoeken naar Jolanda

Een verhaal over een
strafzaak die er
nooit zal komen

Er is

                                          uit Aduard

dag.

via Tros Vermist werd

Haulerwijk

Pierement.

dan weer Appelscha.

 

Wim, haar vader

kerst

  garagebedrijf in Veendam

                                                                     Portugesestraat

zwanger.

radeloos

familie Meijer.

raadsel                                                                   aldus de politie.

een beloning van

                            cold case

                                          paspoort in Leek

 

dat boer B. uit Winsum al zijn geld

       honderden tips

Henk H.

                                       of er ooit

blijven?

Rob Zijlstra

meer over deze zaak: het mysterie van jolanda meijer

 

Vergismoord

Foutje

Mijn gewaardeerde collega Mick van Wely van de Telegraaf twittert en schrijft zich suf over de moord op Djordy Latumahina uit Amsterdam.
Hij noemt dat een vergismoord.
Niet Djordy Latumahina had geliquideerd moeten worden, maar een andere ongelukkige man. Nog los van het drama dat achter deze zaak schuil moet gaan, is vergismoord het lelijkste woord van 2017 tot nu toe.
Daar kan geen Japke tegenop.
Het woord is zelfs zo ontzettend lelijk dat niemand het  zou moeten willen gebruiken.

Vind ik.

Want vergissing of niet, iemand doodschieten die niet doodgeschoten had moeten worden, blijft een kille moord.
Een moord is al erg genoeg en misschien in dit geval nog wel meer dan dat.

Ik moest denken aan de Hoornse taart, aan het arrest van 19 juni 1911.

De 63-jarige Johannes Beek uit Haarlem meende toentertijd een appel van jewelste te moeten schillen met de Hoornse marktmeester Willem Markus (84). Beek had een hekel aan Markus. Deze laatste was belast met het toezicht op de kermis van Hoorn. Beek was zijn ondergeschikte en had als taak het geld te innen van de kermisexploitanten. Dat geld, of een deel daarvan, stak hij echter in eigen zak. Markus kreeg daar lucht van, lichtte de burgemeester in en Beek werd op staande voet ontslagen.

Werkloos thuis – het is 1910 – zinde de boze Johannes Beek op wraak.
En hoe.
Hij kocht bij de bakkerij aan de Grote Houtstraat in Haarlem een lekkerste taart, stopte daar meer dan genoeg arsenic trioxide in – dat is rattengif – en liet de lekkernij in een bijbehorende cadeaudoos via Van Gend en Loos, misschien wel met een mooie strik erom,  bezorgen bij de woning van die vreselijke Willem Markus.

Grietje, de vrolijke dienstmeid, deed de deur open en nam de doos met lekkers namens haar werkgever in ontvangst. Maria Markus – Musman, de echtgenote van Willem, lustte alvast een stukje. Een paar uur later bezweek zij aan het rattengif.

Was de wraakzuchtige Beek strafbaar aan deze onbedoelde moord?
Hij wilde de heer Markus doden, hij had niet de opzet om mevrouw Maria om te leggen.
En opzet is wel een vereiste, schreef het wetboek van Strafrecht toen nog, om een strafbare dader te kunnen zijn.

Beek kreeg levenslang, want de juristen bedachten de voorwaardelijke opzet.
Net zo erg.
De juristen zeiden: ‘Indien iemand bij de uitvoering van zijn misdrijf niet het oogmerk heeft om andere personen te raken, maar deze kans wel aanvaardt, is er sprake van voorwaardelijk opzet en kan er derhalve toch aan het bestanddeel opzet worden voldaan.’

Vergismoorden bestaan niet.

Rob Zijlstra

bron: De Hoornse taart (en andere rechtsmonumentjes) van Fred Soeteman (en geïllustreerd door Chris Roodbeen)

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt