Geschokte rechtsorde

Er zijn klanten van zittingszaal 14 die de kennis en kunde hebben (en het lef) om een afgesloten woning binnen te dringen, alle kamers te doorzoeken en binnen een minuut met de buit van hun gading (uw sieraden en laptops) weer buiten te staan.

Ik heb een man gekend die aan honderden mensen niet bestaande vakantiehuisjes verhuurde. Kwalijk, maar op zich een knappe prestatie. Hij werd uiteindelijk opgepakt in een doodlopende straat, dat dan weer wel.

Er is eens een eenvoudige Groninger geweest die met valse praatjes het concern Shell 1,2 miljoen euro armer maakte.

En nooit vergeet ik Perry. Hij had zeventig spijkerbroeken gestolen dan wel zeventig gestolen spijkerbroeken voor een prikkie gekocht. Perry zat zeg maar in de vrije handel. In de rechtszaal ontkende hij de diefstal van de broeken. Hij had ze gekocht van zijn oudste broer. Dat het om niet eerlijke broeken ging, zou kunnen want zijn broer was me d’r eentje. Tegen de rechters: ,,U kent hem wel.’’

Perry had geen advocaat. Met een glunderende lach en een eis van twaalf maanden gevangenisstraf verliet hij de rechtszaal. Ze konden hem niets maken, dus over twee weken zou hij sowieso vrijspraak krijgen.

Ik vroeg waarom hij dat dacht. Perry, zonder twijfels: ,,Het is mijn broer toch? Als je van je eigen familie iets koopt, gestolen of niet, dan kunnen ze je niet veroordelen. Dat staat in de wet. Verschoningsrecht.’’

Ik zei dat het misschien iets anders zit. Perry, nog even vrolijk over zijn gelijk: ,,Nou, als ze me toch veroordelen, ga ik in hoger beroep, net zo makkelijk.’’ Ik zei dat je ook in hoger beroep kunt worden veroordeeld.

Hoogst verbaasde blik. Wist ik dat wel zeker? Honderd procent. Nog sterker, de meeste mannen die in hoger beroep gaan worden opnieuw veroordeeld. Perry was stilgevallen. Bezorgd: ,,Als ik twaalf maanden krijg, hoe lang moet ik dan zitten?’’

Sluw in de misdaad

Veel verdachten zijn razend handig, slim en sluw in de misdaad. Maar van de bijbehorende juridische verhandelingen hebben ze meestal geen kaas gegeten. In de rechtszaal zijn verdachten vooral bezig met tijd: hoe lang nog, wanneer mag ik naar huis?

Het valt ook niet mee. Om het juridische spel te doorgronden moet je jaren op het hoogste niveau hebben gestudeerd. En dan nog. In de rechtszaal zijn de geleerde juristen (officieren van justitie, rechters en advocaten) het vaak niet met elkaar eens over hoe een wet uitgelegd moet worden.

Omdat nu alles anders is gaan op dit moment alleen die strafzaken door waar de ‘voorlopige hechtenis’ aan de orde is. De voor de wet onschuldige verdachte die in voorlopige hechtenis zit, zit vast in een huis van bewaring (wat geen gevangenis mag heten) in afwachting van zijn proces.

In de wet staat dat een verdachte in principe altijd zijn proces in vrijheid mag afwachten. Altijd, tenzij. Wie toch in afwachting vastzit, krijgt om de drie maanden een openbare zitting. De rechters moeten dan beslissen of de voorlopige hechtenis moet worden voortgezet of dat de verdachte voorlopig naar huis mag. De wet zegt ook dat de voorlopige hechtenis niet langer mag duren dan de duur van de straf die mogelijk wordt opgelegd.

Boksbeugel in het gezicht

Afgelopen week zat Nelis uit Marum in zittingszaal 14. Volgens de officier van justitie heeft Nelis zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, dat is de zwaarste variant van mishandeling. Nelis zou zijn opponent – met wie hij de passie deelt voor een en dezelfde vrouw – met een boksbeugel in het gezicht hebben geslagen.

De officier van justitie: ,,Potentieel dodelijk.’’
De advocaat: ,,De verwondingen vielen achteraf reuze mee.’’
Officier: ,,Je moet niet naar de gevolgen kijken, maar naar het gedrag.’’ Advocaat: ,,Ik wil het niet bagatelliseren, maar zo erg was het niet.’’

En dan moet het juridische spel nog beginnen.

De advocaat vindt dat er hooguit sprake is van een mishandeling en dus dat Nelis naar huis kan omdat hij anders langer in voorlopige hechtenis zit dan de straf die hij mogelijk krijgt. De officier van justitie (,,niks mishandeling’’) werpt tegen dat een poging tot doodslag (,,want dat is het”) een ernstig strafbaar feit is. Zou Nelis naar huis worden gestuurd, dan zou de samenleving dat niet begrijpen. Sterker nog: heel de samenleving zou geschokt zijn als deze crimineel vroegtijdig het cachot mag verlaten

De wet zegt dat als er sprake is van een geschokte rechtsorde, de verdachte in voorlopige hechtenis moet blijven.

In deze verwarrende tijd

Komt bij dat Nelis in 2017 ook al eens een klap heeft uitgedeeld. En nu weer. Er is dus kans op herhaling. De wet zegt dat gevaar op herhaling een reden is, een grond, om de nog altijd onschuldige verdachte langer vast te houden.

De wet biedt nog een andere ontsnappingsroute: die van de persoonlijke omstandigheden. Nelis is vader van twee jonge kinderen en die kinderen hebben hem nodig. Helemaal in deze verwarrende tijd, sprak de advocaat.

De rechters hadden een kwartier nodig om te ‘raadkameren’ (samen nadenken) en kwamen toen met de beslissing: Nelis mag niet naar huis. Omdat hij drie jaar geleden al eens uithaalde. En – boksbeugel of niet – de verdenkingen zijn zo ernstig dat het volk geschokt zou zijn als Nelis naar huis mag. Dat bijna niemand van het volk van deze kwestie heeft gehoord is zo, maar juridisch is dat niet van belang. Het gaat juridisch gezien om het idee.

De laatste kans op vrije voeten sneuvelt ook. Was hij nou moeder geweest van twee jonge kinderen, dan hadden de rechters wellicht anders besloten, maar Nelis is geen moeder, hij is vader. Zijn persoonlijke belangen wegen – dikke pech – niet op tegen het belang van strafvervolging.

Nelis kijkt somber voor zich uit, overziet de schade, staat dan op om zich door twee parketwachters op gepaste afstand de rechtszaal uit te laten voeren. Terug naar het hok.

Rechtsgeleerden

Achteraf stelden de aanwezige rechtsgeleerden vast dat ze de zaak net zo goed inhoudelijk hadden kunnen behandelen. Iedereen was er toch en er was twee uur voor de zaak uitgetrokken. Nu hadden ze met z’n allen ruim een uur gepraat over de vraag of Nelis wel of niet naar huis mocht.

Wanneer zijn proces dient is, nu alles anders is, ongewis. Behalve de crisis kampt de rechtbank ook nog met een tekort aan rechters waardoor de rechtspraak zich al twee, drie jaar piepend en krakend door de tijd worstelt.

Gek genoeg leidde de gemankeerde rechtspraak in Noord-Nederland nog nooit tot een geschokte rechtsorde.

rob zijlstra

Niet zot of bezopen

Ze hebben een niet al te best imago. Ze zijn kneiterduur, rijden in patserige auto’s, praten recht wat krom is, helpen moordenaars en verkrachters en – dat vooral – ze verdienen aan de ellende van anderen. Zo raak je niet geliefd.

De advocaten.

Er zijn er die 500 euro per uur verdienen. Dat wil zeggen, zo veel vragen ze en er zijn anderen zo gek, bereid en zo vermogend dat ze dat betalen. Het zijn de enkelingen, de onbekenden bij het grote publiek ook.

Het zijn ook niet de advocaten die je tegen kunt komen in de gerechtsgebouwen. Daar lopen vooral de advocaten die deel uitmaken van de sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, de raadslieden die tegen de stroom in durven te roeien, zij die dikke dossiers meezeulen in versleten boodschappentassen, zij die toga’s huren in plaats van er zelf eentje aan te schaffen.

De strafrechtadvocaten moeten het hebben van de zittingen in de rechtszalen. Daar verdienen ze hun geld. Veel van hun cliënten – strafrechtadvocaten zeggen nooit klanten – hebben weinig te makken zodat de overheid het grootste deel van de rekening moet betalen.

Dat laatste is niet zot of bezopen. Dat is goed, want op deze manier houden we een gewichtig grondrecht overeind: iedereen heeft recht op een eerlijk proces. Je kunt ook zeggen: iedereen heeft recht op bescherming. Dus ook zij die aan het einde van de maand geen geld over hebben.

Sociale hygiene

Rob Geene – de voormalig deken van de orde van advocaten in Noord-Nederland – kon dat mooi en zo waar verwoorden. Hij zei dan dat advocaten zorgen voor sociale hygiëne in het rechtsverkeer, een groot goed voor een samenleving die corruptie buiten de deur wil houden.

Maar nu is het crisis, is alles anders. Van de een op de andere week is niets meer vanzelfsprekend. Half Nederland is in ons aller belang op slot gezet en zij die een cruciaal beroep uitoefenen krijgen – nooit eerder, maar nu wel – lof en applaus, van afstand toegezwaaid. En ook bescherming: kassamedewerkers in supermarkten doen hun werk vanachter plexiglas.

Iedereen in de zorg, maar dus ook de kassamedewerkers, de vakkenvullers en de boodschappenbezorgers, zij allen lopen risico’s, maar de rechterlijke macht zit ondertussen thuis. Hun rechtszalen gesloten.

De strafrechtadvocaten zijn daardoor brodeloos. Zij klagen niet, zij luiden de noodklok. De strafrechtadvocaten hebben niet alleen meer het belang van hun cliënt te dienen, zij moeten ineens ook aan hun eigen financiële belang denken.

Ik belde zittende aan de keukentafel de afgelopen dagen in de rondte, om de stemming te peilen, om de stand der zaken te kunnen noteren. Ik belde bijvoorbeeld met de nieuwe deken van de orde van advocaten van Noord-Nederland, dat is Eef van de Wiel. Zij is als arbeidsrechtadvocaat nu ook toezichthouder, belangenbehartiger, aanvoerder, het geweten en het gezicht van alle advocaten in Noord-Nederland.

Ongewis verloop

Was alles nog normaal geweest dan had wellicht in de krant gestaan dat zij – na honderdduizend jaar mannen – de eerste vrouwelijke deken is. Maar dit bedenkelijke feit heeft de krant niet gehaald, want nog bijna niemand weet dat zij de opvolger is van de hiervoor genoemde Rob Geene.

Ik zeg dat het wel een beetje gek is, dat je als deken moet beginnen in crisistijd met een ongewis verloop.
De nieuwe deken: ,,Het is bizar. Ik heb nog met bijna niemand kennis kunnen maken. Een deken wil ook een beetje een soort uuh… moeder zijn, maar ik heb nu het gevoel dat ik een deken ben met een plastic zak over mijn hoofd. Ik kan bijna niks.’’

Ze kan wel iets zeggen.

Ze zegt: ,,De sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, wordt keihard getroffen. Als er niets wordt gedaan dan vrees ik kaalslag. Er zullen advocatenkantoren omvallen, maar de criminaliteit die blijft, de vreemdelingen blijven en de verwarde mensen blijven ook. En dan heb je advocaten nodig, zonder advocaten stagneert het hele systeem. Het is echt zorgelijk. Als de crisis straks voorbij is, hebben rechtzoekenden niemand meer.’’

Plexiglazen wanden

Dan kan het recht dat iedereen recht heeft op bescherming niet meer worden waargemaakt. Dan winnen de schreeuwers en loert om het hoekje de rechtsongelijkheid

De nieuwe deken pleit voor een noodfonds.

Strafrechtadvocaat Jan Vlug – te Deventer – pleitte deze week op Twitter een andere koers te varen: gooi open die rechtszalen! Ik belde met Vlug. Hij zei: ,,Ik wil ook niet aan de beademing, maar er kan veel meer dan er nu gebeurt. De rechtszalen zijn groot genoeg voor voldoende afstand, plaats desnoods plexiglazen wanden op wieltjes voor de rechters. Handschoenen, maskertje, als er een wil is, valt het te organiseren.’’

Ik bel met Leeuwarden, met Tjalling van der Goot van Anker en Anker Advocaten. Hij zegt: ,,Helemaal eens met Jan Vlug.’’ Van der Goot constateert dat er bijna geen verdachten meer worden aangehouden, dat er op het kantoor heel af en toe nog een urgente zaak binnensijpelt.

Ik bel met Assen, met strafrechtadvocaat Robert Eefting die als verdienstelijk speler van het tweede ijshockeyteam van GIJS met dank aan corona de halve finalewedstrijd tegen Den Haag aan zijn neus voorbij moet laten gaan. Eefting kan dus tegen een stootje, maar ook hij zou graag zien dat de rechtszalen de deuren weer openen. Eefting: ,,Maar al die rechtbanken doen maar wat.’’

Eefting geeft een voorbeeld. Hij deed deze week een klaagschrift invordering rijbewijs van een cliënt die in de zorg werkt en zonder rijbewijs niets kan betekenen. ,,De rechtbank zei, dit moet maar wachten tot na de crisis. Terwijl de rechtbank in Den Bosch dit soort eenvoudige zaken telefonisch afhandelt. Het kan dus.’’

De pineut

Judith Kwakman, ook uit Assen: ,,Advocaten krijgen het dringende verzoek standpunten schriftelijk of telefonisch kenbaar te maken, terwijl officieren van justitie wel in persoon in de rechtszaal aanwezig zijn. Dat klopt niet.’’

Ik bel Groningen, met advocaat Maartje Schaap van het gerenommeerde De Haan Advocaten, zo ongeveer de uitvinders van de strafrechtadvocatuur. Ze heeft niets te doen, maar wel voorbeelden van hoe het niet moet. ,,Het is momenteel een crime. Als dit zo doorgaat, als ze de gerechten niet opengooien, dan zijn wij de pineut.’’

Ondertussen horen de advocaten via hun cliënten over de nooit eerder geopenbaarde problemen die in de gevangenissen ontstaan: de drugs raken op nu bezoek niet is toegestaan.

Onrecht is overal. Ook daarom: was je handen en koester de strafrechtadvocaten, de specialisten van de zelfkant.

Rob Zijlstra

Onzichtbaar recht

In gewone tijden heb ik wel eens gezegd dat de strafrechtspraak onzichtbaar is als er geen rechtbankverslaggevers in de zalen van het recht zouden zitten.

In deze ongewone tijd is dat niet anders. Rechtbankverslaggevers kennen hun plek. We luisteren, we kijken, zijn stil, verstoren niet de orde, we doen verslag en dat doen we zo feitelijk mogelijk. Maar momenteel zitten we vooral niet de rechtszalen.

Dat is niet omdat er helemaal niets meer valt te beleven. Urgente zaken – wat die ook moge zijn – gaan door, er zijn snelrechtzittingen met coronakuchers, veel crimineler kun je op het moment niet zijn.

We zitten niet op onze plek  vanwege de beperkingen.

Die beperkingen maken dat we ons werk niet naar behoren kunnen doen. We hebben uiteraard alle begrip voor de getroffen maatregelen en niet alleen omdat die ons zelf ook beschermen.

Maar wat we niet snappen is de onduidelijkheid die de gerechten doen ontstaan en laten voortbestaan over wat nu wel en niet kan. Ook willen we niet begrijpen dat wat bij de ene rechtbank wel kan, bij de andere onbespreekbaar is.

Daarom waren we even niet stil. Samen met collega Saskia Belleman – rechtbankverslaggever van de Telegraaf – nam ik het initiatief tot het opstellen van een brief voor de Raad van de Rechtspraak. 25 collega’s uit heel het land ondertekenden de brief. Dat was dinsdag.

VillaMedia – het platform voor de journalistiek – besteedde er nog dezelfde dag aandacht aan > journalisten vragen…

Vandaag – woensdag – kregen we antwoord van de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Henk Naves. Harde toezeggingen worden niet gedaan, maar er is aandacht voor onze rol in het strafproces.

VillaMedia > livestreams en skype 

Of het de komende tijd beter wordt, is afwachten. We houden de vinger aan de pols. Uiteraard hopen we dat we met de noodzakelijke voorzieningen over niet al te lange tijd onze plekken in de rechtszaal weer kunnen innemen. We vinden in deze hoop  steun bij de advocaten die niets liever willen dan hun stem verheffen, bijvoorkeur (van de advocaten) niet in de media, maar op de plek waar dat hoort: in de rechtszaal.

Daarom zeggen ze: gooi open die rechtszalen.

artikel in dvhn / lc

De zinnen verzetten

Sinister is niet het woord. Dat zou overdreven zijn. Onheilspellend? Nee, ook niet. De omgeving is vertrouwd en niet anders dan twee weken geleden. Het is eerder bevreemdend. Of ongenoeglijk. De lichten zijn uit en het gerechtsgebouw lijkt verlaten, maar in de verte galmen door de duistere leegte voetstappen. En buiten blaft een boom.

Ook de rechtspraak is uit het veld geslagen. De derde staatsmacht van onze democratie probeert zo goed als mogelijk de waarden overeind te houden. Urgente zaken gaan als het even kan door.

Speciale aandacht is er voor het eerlijke proces. Er zijn verdachten die vastzitten en in afwachting zijn van de behandeling van de strafzaak. Rechters moeten tussendoor beslissen of de opgesloten verdachte het proces in vrijheid mag afwachten of dat er redenen zijn de beklaagde in het cachot te laten zitten.

De regel – want wet – is dat een verdacht mens zijn strafproces in vrijheid mag afwachten. Tenzij er gevaar is voor herhaling of de vrees bestaat dat de verdachte, eenmaal vrij, ervandoor gaat. Of dat de verdenking een zo ernstig misdrijf betreft dat de samenleving geschokt zou raken als de verdachte naar huis mag.

Wie wordt verdacht van een moord komt nooit eerder vrij, maar de rechtbank in Groningen stuurde afgelopen week wel een man naar huis die terecht moet staan (niet voor het eerst) voor een verkrachting en ontucht met een kind. De samenleving heeft nu misschien net iets te veel aan de kop om geschokt te raken. Voor de slachtoffers is het een beproeving.

pijler van de rechtspraak

Openbaarheid van de rechtspraak is ook een waarde, in vredestijd zelfs een pijler van de rechtspraak. Ik bel met rechtbankverslaggevers. Zij melden dat elke rechtbank een eigen invulling geeft aan wat nu het beste is. Voor het corona-tijdperk was dat niet anders. De wet is voor iedereen gelijk, maar binnen de rechtspraak vormen rechtbanken met allemaal een eigen president en vice-presidenten kleine koninkrijkjes.

Collega Danielle Molenaar (rechtbank Assen) was in de rechtszaal achter de glazen wand neergezet. Ze had goed zicht op de achterkant van een groot beeldscherm waardoor ze de rechters niet kon zien. Op de voorkant van dat beeldscherm sprak de verdachte tot die rechters, de advocaat was via een inbelverbinding telefonisch aanwezig. Molenaar klaagt niet: ,,Het was redelijk te volgen.’’ De verslaggever die niet naar binnen mocht vond van niet.

Zorgelijk zijn geluiden uit de zuiden waar de pers slecht wordt geïnformeerd over urgente zaken. Een andere collega meldt dat ‘zijn’ rechtbank onderzoek doet naar mogelijkheden voor beeldverbindingen. ,,Terwijl het hier al een wonder is als de gewone geluidsinstallatie het doet.’’

In het midden van het land volgde een rechtbankverslaggever een strafzaak vanuit huis via een skypeverbinding. Een unicum. ,,Het geluid was redelijk belabberd, maar het was beter dan de week daarvoor. Toen was er niks.’’

Amsterdam doet lastig

Rechtbanktekenaar Petra Urban (ooit uit Groningen, nu Amsterdam) baant zich samen met verslaggever Saskia Belleman van De Telegraaf een weg door de onduidelijkheden in rechtbankland. Ook zij ervaren verschillen. Rotterdam doet het soms goed, maar weert de pers bij een zaak van een ‘coronakucher’. In Den Bosch is het zo geregeld dat iedereen kan meekijken op de beeldschermen. Amsterdam doet lastig.

Petra Urban: ,,Veel rechtszalen zijn zo groot dat je daar best op veilige afstand van elkaar kunt zitten.’’
Saskia Belleman: ,,Eens. Dit moet niet nog maanden duren.’’

Hoe gaat het in Groningen? Dikke duim. De rechtbank behandelde deze week de urgente zaak van de 23-jarige Jan die met de boevenbus vanuit de gevangenis in Vught onderweg was naar Groningen. Of de pers ook zin had om te komen.

Zo kwam het dat ik de verlaten rechtbank betrad met galmende voetstappen. Bijeenkomsten met meerdere mensen mocht al niet meer. Toen de deur van zittingszaal 13 dichtging telde ik acht aanwezigen: twee leden van de politie (met handschoentjes aan), de officier van justitie, de rechter, de griffier, de advocaat, natuurlijk Jan en de rechtbankverslaggever van zittingszaal 14. We zaten ver uit elkaar.

De kwestie van Jan was geen zaak, zoals een Groninger rechter het graag zegt, die de aarde uit haar baan doet schieten.

roken en drinken tot in de ochtend

Jan was vanuit Beerta met de bus naar Groningen gegaan om te drinken en te roken. Dat had erin gehakt want om zes uur in de ochtend bedreigde hij op de Grote Markt een portier met een vuurwapen. Dat zegt de officier van justitie.

Jan zegt het anders. Het was geen wapen, maar een speelgoedpistooltje dat hij als kind in een speelgoedwinkel had gekocht. Het nepwapen is in beslag genomen en dat raakt hem. Zegt: ,,Een emotionele factor speelt hier zeker een rol.’’

Jan kan zich niet voorstellen dat die portier bang is geweest. ,,Kom nou toch, het is een portier. Ik heb zelf in de beveiliging gezeten.’’ Jan geeft toe dat hij zijn speelgoed beter thuis had kunnen laten. ,,Maar ja, in de stad weet je het nooit.’’

De rechter vraagt of hij naar de portier heeft geroepen: ‘Ik trap je hoofd eraf?’
Jan, zwaaiend met de armen: ,,Nee, nee, ik deed gewoon een showtje.’’
Rechter: ,,Riep u: ‘ik maak je dood?’
Jan: ,,Bullshit.’’

Niks bullshit. Jan is schuldig. Hij moet nu de twee maanden celstraf uitzitten die hij in januari voorwaardelijk kreeg opgelegd. Daarnaast krijgt hij vier nieuwe maanden voorwaardelijk en moet hij zich laten behandelen in een forensische kliniek. Jan is in korte tijd – rotdrugs – van het padje geraakt.

Geen showtjes meer

De rechter adviseert hem om de komende drie jaar (proeftijd) geen showtjes meer op te voeren. Jan knikt, zegt dat hij geen gouden bergen kan beloven, maar dat hij het ermee eens is.

Jan: ,,Ik dank u voor deze uitspraak.’’
De rechter: ,,En ik dank u voor uw komst.’’

Het slechte nieuws zit in de staart van dit verhaal. Experts hebben de 22,5 meter hoge rode beuk in de rechtbanktuin onderzocht. De boom – 100 tot 150 jaar oud – was verdacht nadat aan de voet een reuzenzwam was gesignaleerd. Uitkomst: verhoogde kans op stambreuk. De reus kan omvallen.

De rechtbank heeft bij de gemeente een kapvergunning aangevraagd. De zaak is urgent.

Ik belde de bekende stadsecoloog Jan Doevendans.

Hij zegt dat we ons niet moeten laten leiden door angst. ,,Zo’n boom heeft een voorname functie bij het verzetten van de zinnen. Dan staar je maar wat voor je uit en kijk je naar die grote boom. Dat is een denkmoment. En volgens mij zijn die momenten voor de rechtspraak heel belangrijk.’’

Ja, juist nu.

Rob Zijlstra

 

winter
zomer

 

Open of toch weer dicht?

De sluiting van de rechtbanken was afgekondigd tot 6 april.
Gaan de rechtbank na die datum weer open?
Nee, de rechtbanken blijven ook daarna dicht.

Onschuldig kuchje

Ik had over Ilias dan wel Maikel dan wel Pedro willen schrijven. Over Walter die een oude man op straat beroofde van zijn geld en welgemoed. En anders wel over Colin die nog maar twee euro had en dorst.

Ik had willen schrijven dat Ilias dan wel Maikel mij had doen denken aan een strafzaak van jaren her, de zaak van de toen 27-jarige Valjar, stukadoor te Tallinn, Estland. Na een dag arbeid reed deze jongeman moe maar misschien ook voldaan naar huis. Halverwege op een kruising botste hij met zijn oude barrel op een fonkelnieuwe Audi.

Dat was niet het allerergste. Erger was de bestuurder. Die stapte uit en wreef, het gezicht pijnlijk vertrokken, met zijn hand over de dikke nek. Na een korte blik op de geringe schade keek hij met minachting naar Valjar.

De stukadoor herkende de man. Het was De Rus. De man met wie onschuldigen niets te maken wilden hebben. De Rus was de lokale maffiabaas, een man die geen tegenspraak verdroeg.

De Rus had ter vereffening van de blikschade een bedrag genoemd. Valjar had beleefd en met de pet in de hand gezegd dat hij zoveel geld nooit had. De man had toen een voorstel gedaan dat hij niet kon weigeren als zijn familie hem lief was. Drie dagen later zat Valjar in Parijs waar hij zich had moeten aansluiten bij andere mannen in vergelijkbare schuitjes.

Ze deden met name juweliers. De buit ging naar De Rus. Ze doken op in Antwerpen, Milaan, Barcelona, Groningen, ja, ze trokken heel Europa door. Terugkeren naar huis was geen optie, hoewel Valjar de schade aan de dure Audi al duizend maal had voldaan.

Twee medetrawanten met vuurwapens en hamers

Op een dag zat Valjar in zittingszaal 14, het hoofd gebogen, pet in de hand. Met twee medetrawanten had hij juwelier Schaap&Citroen in de Herestraat overvallen, gewoon overdag, met vuurwapens en hamers. De buit: 20.000 euro. Valjar ontkwam, maar werd later in België aangehouden. De rechtbank in Groningen veroordeelde de stukadoor tot drie jaar gevangenisstraf.

Ik moest aan de zaak van Valjar denken omdat Ilias ook een 27-jarige jongeman is die Groningen aandeed. Hij deed geen juweliers, maar woningen en studentenpanden (studenten doen nooit iets op slot). De buit: laptops, mobieltjes, rondslingerende pasjes.

Onderzoek wees uit dat Ilias elf namen gebruikt, dat hij op verschillende data in Algerije, Tunesië, Irak en Marokko is geboren. En dat hij met al die namen staat geregistreerd in de boevendatabanken van Spanje, Engeland en Duitsland. Rechter: ,,Ik heb de indruk dat u al een tijdje door Europa trekt. Is dat om strafbare feiten te plegen?’’

Ilias – gekleed in een witte trui en een donkere trainingsbroek – geeft weinig woorden prijs. Hij hing al een tijdje in Groningen rond want vorig jaar werd hij veroordeeld door de politierechter wegens de diefstal van, jawel, een witte trui en een donkere trainingsbroek. Onder de boord van de trui aan de achterkant – dat kan ik zien – zit een gat op de plek waar het anti-diefstal-label meestal zit. Hij heeft het gewoon nog aan.

Te veel cannabis en een slechte hand

Ik had ook willen schrijven over Walter die te veel cannabis rookt en een slechte hand heeft in het casino dat hem maar blijft verleiden. Na weer een verloren bezoek ziet hij bij een van de speeltafels een oudere man met meer geluk. Walter besluit niet langer na te denken, de man te volgen en hem te beroven.

Hij deelt onverhoedse klappen uit en maakt 660 euro buit. Het slachtoffer is een man van 74 jaar. Net als Valjar destijds, biedt Walter in de rechtszaal nederig zijn excuses aan. De oude man kijkt met natte ogen droef terug en zwijgt. Hij durft nu niets meer alleen.

Het berouw van Walter kwam als mosterd na de maaltijd, het besef kwam pas na twee maanden, pas nadat hij was aangehouden. De beroving was deels vastgelegd door beveiligingscamera’s die ook hangen op plekken waar je die niet verwacht. De beelden werden vertoond in Opsporing Verzocht. Zijn vrienden herkenden hem als de laffe straatrover. Walter biechtte daarna alles op aan zijn lieve moeder die hem meenam naar het politiebureau.

Walter kreeg deze week 16 dagen celstraf voor zijn rotdaad en ik had willen schrijven waarom dat niet eens zo’n slecht besluit van de rechters was.

Zo ik ook had willen opschrijven dat het beter is voor iedereen dat Colin niet nog heel lang in de gevangenis moet blijven, dat het beter is dat er over drie weken een plek voor hem is in een kliniek om af te kicken.

een mes, beetje gek, als tandenstoker

Colin heeft twee kleine tatoeages in het gezicht en meer problemen dan een mens aankan. Op een dag had hij dorst en nog maar twee euro in de broekzak. Toevallig, zegt hij, stond hij uitgerekend op dat moment bij de kassa van Budget Food in Winschoten. En nee, echt niet eerder, besloot hij op dat moment zijn mes te trekken, het mes dat hij altijd bij zich draagt om te gebruiken, ja, wel een beetje gek, als tandenstoker.

Hij eiste dreigend geld van de 16-jarige kassamedewerker. Met 50 euro had hij genoegen genomen, maar Colin ging er met 400 vandoor. Ook goed. Een getuige zag zijn gezicht en toen wist de politie van Winschoten dat ze Colin moesten hebben.

Hierover had ik willen schrijven, maar ineens kleurde alles anders. Nooit had ik kunnen bevroeden, en wie wel, dat er deze week zinnen in kranten moesten worden geschreven waarin staat dat de rechtbanken tot nader order zijn gesloten.

Misdaden van mannen als Ilias (+), Walter en Colin kunnen we missen als kiespijn, maar rechtbanken niet, die zijn van levensbelang. Een rechtbank is geen onderdeel van de overheid met openingstijden en medewerkers die we gezien de omstandigheden even kunnen laten thuiswerken. Rechtbanken vormen de rechtspraak en de rechtspraak is geen dienst van de overheid.

Rechtspraak is een waarde.

Ineens zijn onze vanzelfsprekende vrijheden ingeperkt. Daar is begrip voor want de beperking van de vrijheid dient als bescherming.

Ineens hebben we corona-regels. De burgemeester zei als voorzitter van de Veiligheidsregio dat ‘wie de corona-regels overtreedt een fikse boete of drie maanden gevangenisstraf riskeert’. Hij sprak dit uit namens alle burgemeesters en zei ook dat controles op de corona-regels de komende tijd worden opgevoerd.

Je hoeft geen overval te plegen. De verdachten van nu zijn de onschuldigen met een kuchje. En de rechters zitten thuis.
Ineens is alles raar.

 

rob zijlstra
vonnis overval tankstation

 

Alleen urgente zaken

De rechtbanken zo goed als dicht.
Wie dat twee weken geleden had
voorspeld, zou niet serieus zijn
genomen.
Maar nu is het een feit.

Alleen urgente zaken gaan door.

Zoals die van de 36-jarige W. die het niet kan laten. De laatste jaren zat hij vooral in de gevangenis, de laatste keer voor een overval die hij per ongeluk pleegde. Dat zei hij. Vrijdag moet hij terechtstaan voor een drugsdelict. De zaak gaat door, omdat een besluit moet worden genomen over zijn voorlopige hechtenis.

→ verklaring van de raad voor de rechtspraak

In Assen behandelde de rechtbank dinsdag een verzoek van een verdachte die naar huis wil. De behandeling van de zaak is uitgesteld,  de man zit al anderhalf jaar in voorarrest. Het verzoek werd afgewezen.

Vrijdag wordt in Groningen nog uitspraak gedaan in twee strafzaken die al zijn afgehandeld.

Deze week zijn in Groningen 17 zaken die waren aangebracht bij de meervoudige strafkamer geschrapt. Alle politierechterzaken zijn eveneens opgeschort. Ik ga ervan uit dat ook alle strafzaken die voor de komende week waren gepland, worden uitgesteld.

De maatregelen duren vooralsnog tot 6 april. Ik word op de hoogte gehouden door de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland. Mochten er zaken zijn die het vermelden waard zijn, dan zal ik dat hier doen.

rob zijlstra

 

vragen? e-mail rob