Onzichtbaar recht

In gewone tijden heb ik wel eens gezegd dat de strafrechtspraak onzichtbaar is als er geen rechtbankverslaggevers in de zalen van het recht zouden zitten.

In deze ongewone tijd is dat niet anders. Rechtbankverslaggevers kennen hun plek. We luisteren, we kijken, zijn stil, verstoren niet de orde, we doen verslag en dat doen we zo feitelijk mogelijk. Maar momenteel zitten we vooral niet de rechtszalen.

Dat is niet omdat er helemaal niets meer valt te beleven. Urgente zaken – wat die ook moge zijn – gaan door, er zijn snelrechtzittingen met coronakuchers, veel crimineler kun je op het moment niet zijn.

We zitten niet op onze plek  vanwege de beperkingen.

Die beperkingen maken dat we ons werk niet naar behoren kunnen doen. We hebben uiteraard alle begrip voor de getroffen maatregelen en niet alleen omdat die ons zelf ook beschermen.

Maar wat we niet snappen is de onduidelijkheid die de gerechten doen ontstaan en laten voortbestaan over wat nu wel en niet kan. Ook willen we niet begrijpen dat wat bij de ene rechtbank wel kan, bij de andere onbespreekbaar is.

Daarom waren we even niet stil. Samen met collega Saskia Belleman – rechtbankverslaggever van de Telegraaf – nam ik het initiatief tot het opstellen van een brief voor de Raad van de Rechtspraak. 25 collega’s uit heel het land ondertekenden de brief. Dat was dinsdag.

VillaMedia – het platform voor de journalistiek – besteedde er nog dezelfde dag aandacht aan > journalisten vragen…

Vandaag – woensdag – kregen we antwoord van de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Henk Naves. Harde toezeggingen worden niet gedaan, maar er is aandacht voor onze rol in het strafproces.

VillaMedia > livestreams en skype 

Of het de komende tijd beter wordt, is afwachten. We houden de vinger aan de pols. Uiteraard hopen we dat we met de noodzakelijke voorzieningen over niet al te lange tijd onze plekken in de rechtszaal weer kunnen innemen. We vinden in deze hoop  steun bij de advocaten die niets liever willen dan hun stem verheffen, bijvoorkeur (van de advocaten) niet in de media, maar op de plek waar dat hoort: in de rechtszaal.

Daarom zeggen ze: gooi open die rechtszalen.

artikel in dvhn / lc

De zinnen verzetten

Sinister is niet het woord. Dat zou overdreven zijn. Onheilspellend? Nee, ook niet. De omgeving is vertrouwd en niet anders dan twee weken geleden. Het is eerder bevreemdend. Of ongenoeglijk. De lichten zijn uit en het gerechtsgebouw lijkt verlaten, maar in de verte galmen door de duistere leegte voetstappen. En buiten blaft een boom.

Ook de rechtspraak is uit het veld geslagen. De derde staatsmacht van onze democratie probeert zo goed als mogelijk de waarden overeind te houden. Urgente zaken gaan als het even kan door.

Speciale aandacht is er voor het eerlijke proces. Er zijn verdachten die vastzitten en in afwachting zijn van de behandeling van de strafzaak. Rechters moeten tussendoor beslissen of de opgesloten verdachte het proces in vrijheid mag afwachten of dat er redenen zijn de beklaagde in het cachot te laten zitten.

De regel – want wet – is dat een verdacht mens zijn strafproces in vrijheid mag afwachten. Tenzij er gevaar is voor herhaling of de vrees bestaat dat de verdachte, eenmaal vrij, ervandoor gaat. Of dat de verdenking een zo ernstig misdrijf betreft dat de samenleving geschokt zou raken als de verdachte naar huis mag.

Wie wordt verdacht van een moord komt nooit eerder vrij, maar de rechtbank in Groningen stuurde afgelopen week wel een man naar huis die terecht moet staan (niet voor het eerst) voor een verkrachting en ontucht met een kind. De samenleving heeft nu misschien net iets te veel aan de kop om geschokt te raken. Voor de slachtoffers is het een beproeving.

pijler van de rechtspraak

Openbaarheid van de rechtspraak is ook een waarde, in vredestijd zelfs een pijler van de rechtspraak. Ik bel met rechtbankverslaggevers. Zij melden dat elke rechtbank een eigen invulling geeft aan wat nu het beste is. Voor het corona-tijdperk was dat niet anders. De wet is voor iedereen gelijk, maar binnen de rechtspraak vormen rechtbanken met allemaal een eigen president en vice-presidenten kleine koninkrijkjes.

Collega Danielle Molenaar (rechtbank Assen) was in de rechtszaal achter de glazen wand neergezet. Ze had goed zicht op de achterkant van een groot beeldscherm waardoor ze de rechters niet kon zien. Op de voorkant van dat beeldscherm sprak de verdachte tot die rechters, de advocaat was via een inbelverbinding telefonisch aanwezig. Molenaar klaagt niet: ,,Het was redelijk te volgen.’’ De verslaggever die niet naar binnen mocht vond van niet.

Zorgelijk zijn geluiden uit de zuiden waar de pers slecht wordt geïnformeerd over urgente zaken. Een andere collega meldt dat ‘zijn’ rechtbank onderzoek doet naar mogelijkheden voor beeldverbindingen. ,,Terwijl het hier al een wonder is als de gewone geluidsinstallatie het doet.’’

In het midden van het land volgde een rechtbankverslaggever een strafzaak vanuit huis via een skypeverbinding. Een unicum. ,,Het geluid was redelijk belabberd, maar het was beter dan de week daarvoor. Toen was er niks.’’

Amsterdam doet lastig

Rechtbanktekenaar Petra Urban (ooit uit Groningen, nu Amsterdam) baant zich samen met verslaggever Saskia Belleman van De Telegraaf een weg door de onduidelijkheden in rechtbankland. Ook zij ervaren verschillen. Rotterdam doet het soms goed, maar weert de pers bij een zaak van een ‘coronakucher’. In Den Bosch is het zo geregeld dat iedereen kan meekijken op de beeldschermen. Amsterdam doet lastig.

Petra Urban: ,,Veel rechtszalen zijn zo groot dat je daar best op veilige afstand van elkaar kunt zitten.’’
Saskia Belleman: ,,Eens. Dit moet niet nog maanden duren.’’

Hoe gaat het in Groningen? Dikke duim. De rechtbank behandelde deze week de urgente zaak van de 23-jarige Jan die met de boevenbus vanuit de gevangenis in Vught onderweg was naar Groningen. Of de pers ook zin had om te komen.

Zo kwam het dat ik de verlaten rechtbank betrad met galmende voetstappen. Bijeenkomsten met meerdere mensen mocht al niet meer. Toen de deur van zittingszaal 13 dichtging telde ik acht aanwezigen: twee leden van de politie (met handschoentjes aan), de officier van justitie, de rechter, de griffier, de advocaat, natuurlijk Jan en de rechtbankverslaggever van zittingszaal 14. We zaten ver uit elkaar.

De kwestie van Jan was geen zaak, zoals een Groninger rechter het graag zegt, die de aarde uit haar baan doet schieten.

roken en drinken tot in de ochtend

Jan was vanuit Beerta met de bus naar Groningen gegaan om te drinken en te roken. Dat had erin gehakt want om zes uur in de ochtend bedreigde hij op de Grote Markt een portier met een vuurwapen. Dat zegt de officier van justitie.

Jan zegt het anders. Het was geen wapen, maar een speelgoedpistooltje dat hij als kind in een speelgoedwinkel had gekocht. Het nepwapen is in beslag genomen en dat raakt hem. Zegt: ,,Een emotionele factor speelt hier zeker een rol.’’

Jan kan zich niet voorstellen dat die portier bang is geweest. ,,Kom nou toch, het is een portier. Ik heb zelf in de beveiliging gezeten.’’ Jan geeft toe dat hij zijn speelgoed beter thuis had kunnen laten. ,,Maar ja, in de stad weet je het nooit.’’

De rechter vraagt of hij naar de portier heeft geroepen: ‘Ik trap je hoofd eraf?’
Jan, zwaaiend met de armen: ,,Nee, nee, ik deed gewoon een showtje.’’
Rechter: ,,Riep u: ‘ik maak je dood?’
Jan: ,,Bullshit.’’

Niks bullshit. Jan is schuldig. Hij moet nu de twee maanden celstraf uitzitten die hij in januari voorwaardelijk kreeg opgelegd. Daarnaast krijgt hij vier nieuwe maanden voorwaardelijk en moet hij zich laten behandelen in een forensische kliniek. Jan is in korte tijd – rotdrugs – van het padje geraakt.

Geen showtjes meer

De rechter adviseert hem om de komende drie jaar (proeftijd) geen showtjes meer op te voeren. Jan knikt, zegt dat hij geen gouden bergen kan beloven, maar dat hij het ermee eens is.

Jan: ,,Ik dank u voor deze uitspraak.’’
De rechter: ,,En ik dank u voor uw komst.’’

Het slechte nieuws zit in de staart van dit verhaal. Experts hebben de 22,5 meter hoge rode beuk in de rechtbanktuin onderzocht. De boom – 100 tot 150 jaar oud – was verdacht nadat aan de voet een reuzenzwam was gesignaleerd. Uitkomst: verhoogde kans op stambreuk. De reus kan omvallen.

De rechtbank heeft bij de gemeente een kapvergunning aangevraagd. De zaak is urgent.

Ik belde de bekende stadsecoloog Jan Doevendans.

Hij zegt dat we ons niet moeten laten leiden door angst. ,,Zo’n boom heeft een voorname functie bij het verzetten van de zinnen. Dan staar je maar wat voor je uit en kijk je naar die grote boom. Dat is een denkmoment. En volgens mij zijn die momenten voor de rechtspraak heel belangrijk.’’

Ja, juist nu.

Rob Zijlstra

 

winter
zomer

 

Open of toch weer dicht?

De sluiting van de rechtbanken was afgekondigd tot 6 april.
Gaan de rechtbank na die datum weer open?
Nee, de rechtbanken blijven ook daarna dicht.

Onschuldig kuchje

Ik had over Ilias dan wel Maikel dan wel Pedro willen schrijven. Over Walter die een oude man op straat beroofde van zijn geld en welgemoed. En anders wel over Colin die nog maar twee euro had en dorst.

Ik had willen schrijven dat Ilias dan wel Maikel mij had doen denken aan een strafzaak van jaren her, de zaak van de toen 27-jarige Valjar, stukadoor te Tallinn, Estland. Na een dag arbeid reed deze jongeman moe maar misschien ook voldaan naar huis. Halverwege op een kruising botste hij met zijn oude barrel op een fonkelnieuwe Audi.

Dat was niet het allerergste. Erger was de bestuurder. Die stapte uit en wreef, het gezicht pijnlijk vertrokken, met zijn hand over de dikke nek. Na een korte blik op de geringe schade keek hij met minachting naar Valjar.

De stukadoor herkende de man. Het was De Rus. De man met wie onschuldigen niets te maken wilden hebben. De Rus was de lokale maffiabaas, een man die geen tegenspraak verdroeg.

De Rus had ter vereffening van de blikschade een bedrag genoemd. Valjar had beleefd en met de pet in de hand gezegd dat hij zoveel geld nooit had. De man had toen een voorstel gedaan dat hij niet kon weigeren als zijn familie hem lief was. Drie dagen later zat Valjar in Parijs waar hij zich had moeten aansluiten bij andere mannen in vergelijkbare schuitjes.

Ze deden met name juweliers. De buit ging naar De Rus. Ze doken op in Antwerpen, Milaan, Barcelona, Groningen, ja, ze trokken heel Europa door. Terugkeren naar huis was geen optie, hoewel Valjar de schade aan de dure Audi al duizend maal had voldaan.

Twee medetrawanten met vuurwapens en hamers

Op een dag zat Valjar in zittingszaal 14, het hoofd gebogen, pet in de hand. Met twee medetrawanten had hij juwelier Schaap&Citroen in de Herestraat overvallen, gewoon overdag, met vuurwapens en hamers. De buit: 20.000 euro. Valjar ontkwam, maar werd later in België aangehouden. De rechtbank in Groningen veroordeelde de stukadoor tot drie jaar gevangenisstraf.

Ik moest aan de zaak van Valjar denken omdat Ilias ook een 27-jarige jongeman is die Groningen aandeed. Hij deed geen juweliers, maar woningen en studentenpanden (studenten doen nooit iets op slot). De buit: laptops, mobieltjes, rondslingerende pasjes.

Onderzoek wees uit dat Ilias elf namen gebruikt, dat hij op verschillende data in Algerije, Tunesië, Irak en Marokko is geboren. En dat hij met al die namen staat geregistreerd in de boevendatabanken van Spanje, Engeland en Duitsland. Rechter: ,,Ik heb de indruk dat u al een tijdje door Europa trekt. Is dat om strafbare feiten te plegen?’’

Ilias – gekleed in een witte trui en een donkere trainingsbroek – geeft weinig woorden prijs. Hij hing al een tijdje in Groningen rond want vorig jaar werd hij veroordeeld door de politierechter wegens de diefstal van, jawel, een witte trui en een donkere trainingsbroek. Onder de boord van de trui aan de achterkant – dat kan ik zien – zit een gat op de plek waar het anti-diefstal-label meestal zit. Hij heeft het gewoon nog aan.

Te veel cannabis en een slechte hand

Ik had ook willen schrijven over Walter die te veel cannabis rookt en een slechte hand heeft in het casino dat hem maar blijft verleiden. Na weer een verloren bezoek ziet hij bij een van de speeltafels een oudere man met meer geluk. Walter besluit niet langer na te denken, de man te volgen en hem te beroven.

Hij deelt onverhoedse klappen uit en maakt 660 euro buit. Het slachtoffer is een man van 74 jaar. Net als Valjar destijds, biedt Walter in de rechtszaal nederig zijn excuses aan. De oude man kijkt met natte ogen droef terug en zwijgt. Hij durft nu niets meer alleen.

Het berouw van Walter kwam als mosterd na de maaltijd, het besef kwam pas na twee maanden, pas nadat hij was aangehouden. De beroving was deels vastgelegd door beveiligingscamera’s die ook hangen op plekken waar je die niet verwacht. De beelden werden vertoond in Opsporing Verzocht. Zijn vrienden herkenden hem als de laffe straatrover. Walter biechtte daarna alles op aan zijn lieve moeder die hem meenam naar het politiebureau.

Walter kreeg deze week 16 dagen celstraf voor zijn rotdaad en ik had willen schrijven waarom dat niet eens zo’n slecht besluit van de rechters was.

Zo ik ook had willen opschrijven dat het beter is voor iedereen dat Colin niet nog heel lang in de gevangenis moet blijven, dat het beter is dat er over drie weken een plek voor hem is in een kliniek om af te kicken.

een mes, beetje gek, als tandenstoker

Colin heeft twee kleine tatoeages in het gezicht en meer problemen dan een mens aankan. Op een dag had hij dorst en nog maar twee euro in de broekzak. Toevallig, zegt hij, stond hij uitgerekend op dat moment bij de kassa van Budget Food in Winschoten. En nee, echt niet eerder, besloot hij op dat moment zijn mes te trekken, het mes dat hij altijd bij zich draagt om te gebruiken, ja, wel een beetje gek, als tandenstoker.

Hij eiste dreigend geld van de 16-jarige kassamedewerker. Met 50 euro had hij genoegen genomen, maar Colin ging er met 400 vandoor. Ook goed. Een getuige zag zijn gezicht en toen wist de politie van Winschoten dat ze Colin moesten hebben.

Hierover had ik willen schrijven, maar ineens kleurde alles anders. Nooit had ik kunnen bevroeden, en wie wel, dat er deze week zinnen in kranten moesten worden geschreven waarin staat dat de rechtbanken tot nader order zijn gesloten.

Misdaden van mannen als Ilias (+), Walter en Colin kunnen we missen als kiespijn, maar rechtbanken niet, die zijn van levensbelang. Een rechtbank is geen onderdeel van de overheid met openingstijden en medewerkers die we gezien de omstandigheden even kunnen laten thuiswerken. Rechtbanken vormen de rechtspraak en de rechtspraak is geen dienst van de overheid.

Rechtspraak is een waarde.

Ineens zijn onze vanzelfsprekende vrijheden ingeperkt. Daar is begrip voor want de beperking van de vrijheid dient als bescherming.

Ineens hebben we corona-regels. De burgemeester zei als voorzitter van de Veiligheidsregio dat ‘wie de corona-regels overtreedt een fikse boete of drie maanden gevangenisstraf riskeert’. Hij sprak dit uit namens alle burgemeesters en zei ook dat controles op de corona-regels de komende tijd worden opgevoerd.

Je hoeft geen overval te plegen. De verdachten van nu zijn de onschuldigen met een kuchje. En de rechters zitten thuis.
Ineens is alles raar.

 

rob zijlstra
vonnis overval tankstation

 

Alleen urgente zaken

De rechtbanken zo goed als dicht.
Wie dat twee weken geleden had
voorspeld, zou niet serieus zijn
genomen.
Maar nu is het een feit.

Alleen urgente zaken gaan door.

Zoals die van de 36-jarige W. die het niet kan laten. De laatste jaren zat hij vooral in de gevangenis, de laatste keer voor een overval die hij per ongeluk pleegde. Dat zei hij. Vrijdag moet hij terechtstaan voor een drugsdelict. De zaak gaat door, omdat een besluit moet worden genomen over zijn voorlopige hechtenis.

→ verklaring van de raad voor de rechtspraak

In Assen behandelde de rechtbank dinsdag een verzoek van een verdachte die naar huis wil. De behandeling van de zaak is uitgesteld,  de man zit al anderhalf jaar in voorarrest. Het verzoek werd afgewezen.

Vrijdag wordt in Groningen nog uitspraak gedaan in twee strafzaken die al zijn afgehandeld.

Deze week zijn in Groningen 17 zaken die waren aangebracht bij de meervoudige strafkamer geschrapt. Alle politierechterzaken zijn eveneens opgeschort. Ik ga ervan uit dat ook alle strafzaken die voor de komende week waren gepland, worden uitgesteld.

De maatregelen duren vooralsnog tot 6 april. Ik word op de hoogte gehouden door de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland. Mochten er zaken zijn die het vermelden waard zijn, dan zal ik dat hier doen.

rob zijlstra

 

vragen? e-mail rob 

 

 

 

 

Botsende mensen

In de hal van het gerechtsgebouw, eerste verdieping waar zittingszaal 14 is, kijkt een jongeman ernstig om zich heen. De mensen die langs hem lopen of iets verderop zitten, neemt hij, het hoofd een beetje scheef, aandachtig in zich op. Hij moet wachten tot hij aan de beurt is. In de rechtbank van Groningen duurt wachten altijd even. Later, in de rechtszaal, hoor ik hem zeggen dat hij Rizzo heet, dat hij 21 jaar is en uit Delfzijl komt.

Rizzo is van de andere wereld. Toen hij even onze wereld betrad – op 25 september 2018 even na drie uur ’s middags – ging het hartstikke fout.

Hij had een zwarte tas op de balie gelegd, aan de medewerker van het tankstation aan de Atlantislaan in Stadskanaal een mes getoond en ‘vullen, vullen’ geroepen. Daarna rende hij (zonder buit) weg, sprong hij op een rode fiets en vluchtte. Niet veel later werd hij – na een melding op Burgernet – gearresteerd.

De rechters willen weten waarom.
Waarom Rizzo?
Heel zijn lichaam trilt, maar hij recht zijn rug en gebaart: ,,Tranquilo, tranquilo.’’
De rechters: ja, ja we zijn rustig.

Het moest, zegt hij luid. Met een iets zachtere stem, tikkeltje samenzweerderig: ,,Het moest van de maffia. Van de maffia uit Italië.’’

De maffia had hem verteld dat criminaliteit goed is. Goed om te doen. Maar nu hij in de rechtszaal zit, is het hem wel duidelijk. Mooi niet dus. Niks goed. Eigenlijk wilde hij het tankstation niet overvallen. Hij wilde er werken. Daarom had hij zijn ID-kaart meegenomen.

Maar ook een mes, zeggen de rechters. ,,Ja. Het is verwarrend’’, reageert Rizzo, nu plots in paniek. Hij smeekt om een glaasje water en zegt dat opa en oma hem mishandelen, dat opa en oma hem hard op het hoofd slaan.

Een vrouw die op de plek zit waar in de rechtszaal vaak de slachtoffers van de criminaliteit zitten, is niet de medewerker van het tankstation. De rechters dachten dat even. De vrouw is de begeleidster van Rizzo. Rizzo woont wel in Delfzijl, maar leeft zijn leven op een zorgboerderij. Dat is zijn wereld.

Het Openbaar Ministerie bepaalt wie wel en wie niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Proberen een tankstation te beroven is strafbaar en solliciteren verwarren met het plegen van een overval is niet handig. Maar Rizzo heeft een verstandelijke beperking, hij denkt als een kind.

onnavolgbare wijsheid

De wijsheid van het Openbaar Ministerie in wie wel en wie niet te vervolgen is onnavolgbaar. Echte criminelen – de gemene mensen – moeten twee jaar of nog langer wachten voordat ze hun verdiende loon krijgen of niet, terwijl een kwetsbaar mens als Rizzo zonder pardon door de strafrechtmachine wordt gehaald.

Misschien komt dit wel omdat we niet weten – het Openbaar Ministerie ook niet – hoe het anders moet of beter kan. Dat we denken – ook het Openbaar Ministerie – dat het strafrecht, dat straffen, de oplossing voor alles moet zijn. Misschien zijn we verslaafd aan straffen en daardoor blind voor anders of beter.

De officier van justitie schetste deze week in de rechtszaal een beeld van twee werelden. De ene is een wereld van mensen die hard werken en na gedane arbeid ontspannen en gezellig een biertje gaan drinken op het terras. De andere wereld speelt zich af aan de zelfkant van de samenleving, waar chaos heerst en paniek en waar de mens disfunctioneert. En soms treffen die werelden elkaar. Dan botst het.

De officier van justitie die dit zei had de man vervolgd die op het terras van De Groote Griet aan de Grote Markt in Groningen een bezoeker met een mes in de hals stak. De verdachte in deze zaak is de 67-jarige Tjarko, geboren en getogen in Groningen. In 2015 werd Tjarko onderuit gehaald door een hersenbloeding en sindsdien vergaat het hem niet goed.

haatzaaien is haar ding

Het steekincident kwam landelijk in het nieuws omdat het Eerste Kamerlid Marjolijn Faber (PVV) twitterde dat de dader een man was met een Noord-Afrikaans uiterlijk. Dat haar tweet niet klopte, maakte voor de senator geen moer uit, haat zaaien zou ze. Gemene mensen zijn gelukkig in de minderheid, maar ze zijn wel overal. Dit terzijde

Weer willen de rechters weten waarom.
Waarom Tjarko?

Tjarko kan het niet uitleggen. Hij had het gedaan omdat het moest, precies zoals het kon. Was het anders, dan had hij het natuurlijk niet gedaan, het moest passen. Hij was daarna rustig gebleven, wachtend op de politie. In de gevangenis zou het veilig zijn, had hij gezegd.

De rechters: ,,Misschien dat we u niet helemaal begrijpen.’’
Tjarko: ,,Ik moest een keuze maken om het op te lossen.’’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of het slachtoffer was dood geweest. Tjarko beaamt dat volmondig.

Het probleem is ook zijn broer, die had hij wel dood willen maken, maar dat kan dus niet, want zijn broer is ziek en geen klootzak. Ook daarom. ,,Ik moest weg uit die hel en dit was de enige mogelijkheid. Ja, of zelfmoord, maar dat kan ik niet.’’

Tjarko praat, bijna anderhalf uur lang praat hij met de rechters, en geeft hij antwoorden op hun vragen. Het zijn vragen vanuit de ene wereld, met antwoorden uit de andere.

In zijn woning waren brieven gevonden en op zijn computer niet verstuurde e-mails met akelige teksten over messen en dood. De officier van justitie: ,,U schreef best heftige dingen.’’
Tjarko: ,,Ik schreef die dingen op om te voorkomen dat ik het zou doen. Als ik het opschreef, was het alsof ik het weggooide.’’

niet de verdachte, maar de daad

Twee weken voor het steekincident kwam bij de rechtbank via de hulpverlening het verzoek tot een gedwongen opname binnen. Daags na het steekincident had een rechter die een machtiging tot opname zou moeten afgeven Tjarko zullen bezoeken. De botsing kwam te vroeg.

De officier van justitie zegt dat hij van zijn leermeesters wijze woorden heeft meegekregen. ,,Ik heb geleerd: veracht niet de dader, maar veracht de daad. Ik vind meneer geen slecht mens, maar wat hij heeft gedaan is wel slecht.’’

Rizzo van het tankstation hoorde een voorwaardelijke werkstraf van tachtig uur tegen zich eisen. Dat is dus niks. Hoe anders moet het voor Tjarko zijn. Het Openbaar Ministerie eiste drie jaar gevangenisstraf en daarna een tbs met dwangverpleging. Vinden de rechters dat ook, dan betekent dit dat het leven voor de 67-jarige Tjarko over en uit is.

Dan kan de wereld van het harde werken en de gezelligheid zich weer veilig wanen.

rob zijlstra

update – 24 maart 2020 – uitspraak

ACHTERGROND: rechters gaan niet mee in strafeis

het vonnis van Tjarko

Voorbedacht gemoed

In de rechtszaal gaat het niet altijd over de vraag of de verdachte de dader is. De meeste verdachten erkennen schuldig te zijn, vaak met spijt en de verzuchting ‘kon ik het maar terugdraaien’.

In de rechtszaal gaat het vaker over twee heel andere vragen: over hoe het moet heten wat de verdachte heeft geflikt en wat dan de best passende straf is. Of het een onsje meer of minder moet wezen.

In het wetboek van strafrecht staat een reeks aan verboden gedragingen. Stelen. Mag niet. Het mag niet omdat dat is afgesproken. Het is niet mogelijk gebleken om alle gedragingen van de onvoorspelbare mens in verboden te vangen. Daarom is er speelruimte.

Lenen is nog geen stelen, maar er komt een moment dat lenen dat wel wordt. De rechter mag bepalen wanneer.

Wie met een pak melk de supermarkt verlaat zonder dat te betalen, maakt zich schuldig aan diefstal. Wie dat pak melk in de winkel leegdrinkt, niet. Dan moet het verduistering heten. Ook verboden, want je mag niet iets verduisteren wat van een ander is. Tenzij je kunt aantonen dat je het slechts verstopte met de intentie het weer tevoorschijn te laten komen.

Waarom je in de supermarkt een pak melk zou willen verstoppen weet ik ook niet.

De gewapende overvaller die de medewerker van de winkel een duw geeft en een graai in de kassa doet, pleegt een diefstal met geweld. Maar hoe moet het heten als de roepende overvaller voorstelt ‘je geld of je leven’ en de medewerker kiest voor geld en dat zelf uit de kassa haalt en het aan de overvaller geeft? Dan heet het afpersing. Voor de straf maakt het niks uit.

Maar nu komt het.

Bij moord en doodslag is er voor het slachtoffer qua gevolg geen verschil. In beide varianten van het levensdelict is het over en uit. Voor de dader is het verschil daarentegen levensgroot. Op doodslag staat maximaal 15 jaar celstraf. Moord kan levenslang opleveren, of 30 jaar.

Het verschil zit ’m in het moment dat voorafgaat aan het dodelijke geweld. Was het een ogenblikkelijke gemoedsopwelling? Dan doodslag. Dus dat je het niet van plan was, maar dat je het toch deed. Om iemand te kunnen veroordelen voor moord moet worden aangetoond dat er sprake is van voorbedachten rade. Dus dat je het kwade dat je van plan was, ook echt uitvoerde.

Rechtsgeleerden hebben dit bedacht en zolang het bestaat, praten ze erover. Volgens de huidige opvatting is het niet eenvoudig een moord te plegen. Er wordt dan ook nauwelijks nog gemoord, in die zin dat moord meestal doodslag moet heten. Dit komt omdat de Hoge Raad hoge eisen stelt aan die voorbedachten raad. Kun je je in een vlaag van woede, in een luttele seconde, beraden alvorens de trekker over te halen? Jaren geleden kon dat, maar heden ten dage niet. De eisen zijn zo hoog dat wat eerst moord heette, nu doodslag is. Voor de moordenaar (doodslager?) betekent dit vooral een lagere straf.

Voor een mislukte moord of doodslag geldt hetzelfde, alleen heet het dan een poging tot. Bij een poging tot is de maximale straf een derde lager dan de geslaagde variant.

In de vroege ochtend van 15 oktober 2017 zitten drie mannen op een bankje aan de Korreweg in Groningen. De mannen zijn vrienden, ze hebben flink gedronken. Azim – net tien dagen vader – heeft een revolver.

Ze roepen voorbijgangers op het fietspad na. Twee vrouwen passeren, zij negeren het mannengebral. Dan komt de 21-jarige Sidney aangefietst. ‘Wil je wat drinken?’ Sidney stopt, zegt bedankt, zegt dat hij niets wil drinken. ,,Ik moet morgen weer werken.’’

Ze trekken aan zijn fiets.
T. zegt: ,,Laat hem gaan.”
Azim maakt een slaande beweging waarop Sidney – judoër – hem bij zijn jas grijpt.
T. roept naar Azim: ,,Hé, ’t is klaar.’’
D.: ,,Ga maar.’’

Azim zegt dan: ,,Hij gaat nergens heen.’’

En hij schiet.

Een camera in de verte registreert het. In acht seconden wordt vijfmaal met een constante regelmaat geschoten. Vier kogels raken de wegrennende Sidney.

De officier van justitie in Groningen sprak vorig jaar van een weerzinwekkende misdaad in de overtreffende trap. De student (veiligheidskunde) is de rest van zijn leven aangewezen op een rolstoel.

Het Openbaar Ministerie kwalificeerde de misdaad als een poging tot moord en eiste 12 jaar celstraf (en tbs). De rechtbank oordeelde dat niet is voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de voorbedachten rade. Aan het schieten ging niet het vereiste beraad (even nadenken) vooraf. De straf is daarom lager: 10 jaar (en tbs).

In hoger beroep gebeurt er iets bijzonders.

De advocaat-generaal (zo heet een officier van justitie in hoger beroep) zegt dat de Hoge Raad de lat veel te hoog legt voor de voorbedachten raad. Vrij vertaald zegt ze: ,,In dit tijdsgewricht kan ik niet bewijzen dat dit een poging tot moord was, terwijl het dat natuurlijk wel is. Meermalen gericht schieten op een iemand die wegrent kun je immers moeilijk een gemoedsopwelling noemen.’’

In haar stem klink spijt, spijt omdat ze nu niet een hogere straf kan eisen, eentje die past bij een poging tot moord.

Er ligt op dit moment een plan van de wetgever om het strafmaximum voor doodslag (en de poging daartoe) te verhogen van 15 naar 25 jaar. Dat scheelt nogal. In de rechtszaal van het gerechtshof laat de aanklager haar rol als magistraat even voor wat het waard is en gaat ze op de stoel van de politiek zitten. Ze zegt: ,,Ik hoop dat het strafmaximum spoedig zal worden verhoogd.’’

De boodschap van het Openbaar Ministerie: doodslag moet weer vaker moord heten en de straffen moeten hoger. Wie het weerzinwekkende gebeuren op de Korreweg op zich laat inwerken kan het er even moeilijk niet mee eens zijn.

Naast de eis van tien jaar cel die nu in hoger beroep op tafel ligt (volgende week uitspraak) is de maatregel tbs geëist. Over de combinatie van een lange celstraf en tbs lopen de meningen ook uiteen. Hoe onlogisch en zinvol is het dat iemand eerst kaal in de gevangenis zit en pas jaren later wordt verpleegd aan een vastgestelde stoornis?

Zoiets is, zei tbs-deskundige Michiel van der Wolf van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Groninger universiteit vorige week op een lezing in Groningen, zoiets is alsof de huisarts een bord snert voorschrijft aan een patiënt met een maagzweer.

Hoe ook, Azim A. moet het ermee doen.

rob zijlstra

Er is niemand die dit kan veranderen

Smokin’ guns

Roelof wilde de wedstrijd vrolijk opluisteren, Geert zijn land beschermen en Bertus schoot bij slecht zicht per ongeluk de verkeerde neer. De drie mannen moesten afgelopen week het hoofd buigen en zich verantwoorden bij de strafrechter.

Rechters, ook strafrechters, zijn doorgaans vriendelijke mensen, maar de rechtsgang gaat menigeen niet in de koude kleren zitten.

Geert slaapt er al drie maanden slecht van. Hij – trillende stem – vindt het ver-schrik-ke-lijk verdachte te zijn. En Bertus van de vergismoord ging slechts eenmaal eerder in zijn leven, hij is 74 jaar, de fout in door ergens bij Zuidlaren, lang geleden, 8 kilometer te hard te rijden. ,,Ik kreeg toen een bekeuring. En nu dit.’’

Er kleven consequenties aan zo’n gang naar de rechter. Roelof studeert en zit niet te wachten op een strafblad dat hij nu wel heeft.

roelof

Twee jaar geleden kon zijn voetbalclub kampioen worden en Roelof had een sfeeractie bedacht. Gelijk de clubkleuren zou hij blauwe en witte rook doen opstijgen.

Hij wist een internetadresje waar je JFS-2’s kon kopen, vuurwerk dat alleen rook genereert. Probleem: blauw en wit bleek uitverkocht. Roelof snuffelde verder en kwam uit bij de Bombashop. Hij deed zijn bestelling, PostNL bracht het in een pakketje bij hem thuis en twee dagen later leukte hij de wedstrijd op. Ze verloren. Dit alles was in mei.

Maanden later, in december, stond de politie voor de deur. Er was een groot landelijk onderzoek gaande naar illegale vuurwerkhandel. Websites van dubieuze verkopers waren ‘getapt’. Zo kwamen ze bij Roelof. Het verwijt is dat hij niet alleen illegaal vuurwerk in bezit heeft gehad, maar ook dat hij het illegale spul het land heeft binnengebracht. De Bombashop zetelt in Polen.

Roelof: ,,Maar de tekst was in het Nederlands.’’ Hij had er eigenlijk niet bij stilgestaan. Hij vindt ook dat vuurwerk zwaar is aangezet. Hij bedoelt, ’t gaat om rook. Hij had een vervolging door de strafrechter kunnen afkopen door 200 euro te betalen aan het Openbaar Ministerie. Maar omdat hij het niet eens was met deze strafbeschikking liet hij de zaak voorkomen.

De rechter is er snel klaar mee. Vrijspraak voor de smokkel, een boete van 150 euro voor het bezit. ,,Als u niet betaalt, moet u drie dagen op water en brood zuchten in een kerker.’’

De politierechter probeert de zaak luchtig te houden.

bertus

Op krukken strompelt de 74-jarige Bertus moeizaam de rechtszaal binnen. Hij vertelt dat hij net twee nieuwe knieën heeft gekregen. Bertus is jager. In januari vorig jaar schoot hij bij Stadskanaal, waar hij woont, een ree neer. Dood.

Het zicht was slecht geweest. Twee dagen later kreeg hij bezoek van de bijzondere opsporingsambtenaar, de boa. Bertus kent hem, want hij jaagt al 50 jaar. De boa zag de ree zonder kop in het schuurtje hangen en vertrouwde het niet. Volgens de ambtenaar was het een reebok en geen geit. Het schieten van reebokken was op dat moment van het jaar verboden. Bertus bromt. ’t Was wel een geit.

Zoon had zich in de materie verdiept en ontdekte een festival aan vormfouten. De officier van justitie wil daar niets van weten, hooguit waren er wat slordigheden, dat wel.

Bertus had de kwestie kunnen afdoen met een schikking van 750 euro. Vanwege de slordigheden is de officier van justitie bereid de boete terug te brengen tot 600 euro. Bij niet betalen 12 dagen zitten. Dat is zijn eis. Hij noemt Bertus een jager die wat steken heeft laten vallen. Maar ook dat is strafbaar.

Bertus zegt dat de politie vaak bij hem aan de deur komt, om reeën die door automobilisten zijn aangereden uit hun lijden te verlossen. Slechts eenmaal een bekeuring, twee nieuwe knieën en nu dit.

De politierechter stelt vast dat de officier van justitie de vergismoord slordig heeft laten plaatsvinden op 18 januari, wat gezien het dossier niet kan kloppen. Het moet dagen eerder zijn geweest. Daarom geen straf , maar vrijspraak voor Bertus, een draai om de oren voor de officier van justitie.

Triomfantelijk, ja zelfs een beetje geamuseerd, verlaten zoon en Bertus, hij wederom moeizaam, de rechtszaal. Even mooi 750 euro verdiend.

Zo ging het heel de ochtend maar door. Het strafrecht is er niet alleen voor criminelen. De strafrechtmachine is er ook voor de goedwillende burger die een keertje struikelt. De meeste mensen deugen, maar de machine maakt geen onderscheid.

geert

Geert helpt zijn zoon die het landbouwbedrijf in de vruchtbare Noord-Groningse polders heeft overgenomen. Voor hem is er niks luchtigs aan de rechtsgang. Dat hij verdachte moet zijn, raakt hem, in zijn eer, zijn trots.

Het gebeurde uitgerekend op de dag dat hij zijn 78ste verjaardag vierde. Zoon had het land met tarwezaad ingezaaid en toen waren de hongerige eenden gekomen om alles te verpesten. Geert had met het hagelgeweer één schot gelost, in zuidelijke richting, hoog over het land heen. Het vreetgajes schrok zich een hoedje en vloog op naar elders.

Maar dan, o toeval. Terwijl vanuit het niets een boa op het toneel verschijnt, komt de jachthond vanuit oostelijke richting aangerend met in zijn bek een slappe smient. Slap, dus net dood. Een smient mag je alleen met een ontheffing uit de lucht schieten.

De boa neemt de smient in beslag, gaat ermee naar de dichtstbijzijnde dierenarts die uit de ingewanden één hagelkorreltje peutert. Geert is de bok. Boete: 500 euro.

Er volgen over en weer juridische betogen, waarbij de advocaat van Geert verhaalt dat een hagelgeweer in deze kwestie moet worden beschouwd als een akoestisch verjaagmiddel.

Geert, al bijna 80 jaar een man van de polder, zegt dat de beschuldiging hem hoog zit. Het emotioneert hem. ,,Ik ga d’r mee naar bed en ik kom ermee vanaf. Dit zit me zo dwars.’’ Nooit zou hij zomaar een smient neerhalen. De strafrechtmachine haalt de schouders op. Oké dan, in plaats van 500, mag 250 euro. De nieuwe eis.

De politierechter zegt na wikken en wegen dat van boze opzet geen sprake is en dat Geert geen dierenkiller is. Het is per ongeluk gebeurd, maar niettemin is de smient dood. De straf: 150 euro, maar dan geheel voorwaardelijk.

Tegen Geert die tot zijn ontsteltenis nu geen verdachte meer is, maar dader zegt de rechter om het leed enigszins te verzachten: ,,Dit is geen feit waarvan de aarde uit haar baan schiet. Van de straf merkt u helemaal niets.’’

Niet Roelof en Bertus, maar Geert gaat in hoger beroep.

Een bijzondere ruimte

Zittingszaal 14 is een van de meest bijzondere ruimtes van heel Groningen. Dat kan bijna niet anders. Forum Groningen, het Groninger Museum, het hoofdstation, de Groninger borgen en het klooster van Ter Apel herbergen ook buitengewoon bijzondere ruimtes, maar die vallen in het niet bij de zaal van het strafrecht op de eerste verdieping van het Groninger rechtbankgebouw, voorheen een doveninstituut.

Week in en week uit – behalve als de scholen vakantie hebben –  wordt zittingszaal 14 bezocht door mannen die worden verdacht van de kwaadste zaken. Het zijn mannen die opmerkelijke, niet alledaagse levensgeschiedenissen met zich meetorsen, vaak geen verhalen om over naar huis te schrijven.

De zaal is ook heel bijzonder omdat in stad en provincie geen andere ruimte bestaat waar zulke ingrijpende beslissingen worden genomen. Waar mensen te horen krijgen dat hun leven een tijdje op slot wordt gezet, voor een paar maanden, voor jaren, een heel enkele keer voor altijd.

Vijfmaal werd de zwaarste straf die het wetboek te bieden heeft er geëist, tweemaal werd die straf ook opgelegd: levenslang. Het is daarmee ook een gevaarlijke ruimte, want waar anders kan de mens zo van zijn vrijheid worden beroofd?

Goed, in operatiekamers van ziekenhuizen, ook daar gebeuren wonderbaarlijke zaken en worden op kundige wijze ingrijpende beslissingen genomen. Maar daar worden nooit zo veel vragen gesteld. En anders dan in de rechtszaal worden in de operatiekamers vast ook niet heel veel onwaarheden verteld.

Noem mij een ruimte in stad of provincie Groningen waar de muren met leugens zijn geïmpregneerd. Of waar keer op keer steeds  weer andere mensen komen, slachtoffers, die ongewild betrokken raakten bij een misdrijf.

In welke ruimte wordt voortdurend spijt betuigd, waar is nog meer ook zo veel verdriet? Waar wordt nog in het openbaar gehuild? Ik denk op maar heel weinig andere plekken.

Je mag er niet telefoneren, niet appen of kauwen op eten, een pet op het hoofd is niet toegestaan.

Bijzonder fraai is zittingszaal 14 overigens niet. De zaal is opgetrokken uit grijs beton en wordt verlicht door tl-buizen in aluminium bakken aan het plafond. De bijzondere ruimte is eigenlijk te klein voor het te pompeuze meubilair dat er van staatswege is neergezet.

De schoonheid moet van prinses Beatrix komen die nog altijd als koningin in de hoek staat. Aan een muur hangen vijf panelen, de vijf kunstwerken die met haar zachte pastelkleuren tegenwicht willen bieden aan de harde feiten die er worden besproken. Zo had de kunstenaar het bedoeld. Kort nadat zittingszaal 14 in gebruik werd genomen, liet hij op tragische wijze het leven: hij werd op zijn fiets overreden door een bestelbus.

En in deze zaal, in deze meest bijzondere ruimte, speelt zich momenteel een bijzondere strafzaak af die bijna twee jaar geleden een aanvang nam en waarvan het einde nog niet in zicht is. Het is de strafzaak tegen vier vermeende leiders van motorclub No Surrender onder wie de 55-jarige Henk Kuipers uit Emmen.

Het is niet een strafzaak in een keer, maar een proces in stukjes. Als de zaak dient, staan achter de rechters op een kast de ordners die het omvangrijke dossier (12.000 pagina’s) vormen waar jarenlang door de politie aan is gewerkt. Uit dit strafdossier moet blijken dat Kuipers een afperser, een mishandelaar en een criminele leider is. Op de ordners staan de door de politie bedachte namen van de onderzoeken: Akepa en Harka.

De verdenkingen dateren uit 2014, 2015 en 2016. Kuipers zou in die jaren als No Surrender-voorman drie ondernemers hebben afgeperst, zes of zeven afvallige leden van zijn motorclub hebben mishandeld (omdat ze zich niet aan de spelregels hielden), een vals geschrift hebben opgesteld en samen met de medeverdachten leiding hebben gegeven aan de criminele organisatie.

Captain Henk zegt dat het niet zo is. Hij bemiddelde voor een vriend in een zakelijk geschil, hij heeft alleen mensen geslagen in de kickboksring (,,dat heet sport’’) en No Surrender is een club voor jongens die van motorrijden en feestvieren houden. Hij is misschien eens wat onhandig geweest, maar dat is niet strafbaar. Kuipers tegen zijn rechters: ,,Ik dronk in die tijd drie flessen whisky per dag. Dan doe je soms rare dingen. Het was mijn meest beroerde tijd.’’

Omdat de strafzaken van de vier verdachten in tijd door elkaar heenlopen, gebeurde het dat Henk Kuipers op de dag dat hij als verdachte werd ondervraagd, vorige week, ook als getuige moest optreden in de zaak van medeverdachte Theo. Hij was er immers toch.

Een verdachte mag liegen en bedriegen, mag zwijgen. Maar een getuige staat onder ede en moet naar waarheid antwoorden op gestelde vragen. Op liegen (meineed) staat celstraf. Maar daar zat niet het probleem.

De advocaat die Kuipers als getuige had opgeroepen had zijn vragen op papier gezet. Hij begon met vraag 1. Enzovoorts. Na vraag 7 informeerden de rechters met een blik op de klok  hoeveel tijd de advocaat nog dacht nodig te hebben. Ze zijn die ochtend vroeg begonnen en het is al namiddag.

De advocaat: ,,Ik heb duizend vragen op papier staan.’’ Pardon? ,,Duizend.” De advocaat bedoelde niet ‘duizend bij wijze van spreken’. Hij had er echt duizend.

Na een half uur vragen en nog eens vragen grepen de rechters in en werd het getuigenverhoor stilgelegd. Ze gaan het nu anders organiseren want de vragen die er zijn hebben wel recht op antwoord.

Bestaat er ergens in Groningen een TL-verlichte ruimte waar ooit iemand naar toe ging met het voornemen er duizend vragen te stellen?

Begin maart wordt het strafproces voortgezet. Dat is de bedoeling, maar het gaat vast anders. Het proces had vorig jaar zomer al klaar moeten zijn en Kuipers en zijn medeverdachten hadden wat het Openbaar Ministerie betreft al lang achter de tralies moeten zitten. Maar het proces verloopt chaotisch en het is nog maar de vraag of er voor de zomer die nog moet beginnen strafeisen op tafel liggen.

In de zaal van het strafrecht worden week in en week uit de meest bijzondere zaken besproken en beoordeeld, met als doel de rechtsstaat overeind te houden. Behalve als de scholen vakantie hebben, zoals afgelopen week. Dan blijft het stil in zittingszaal 14, dan gebeurt er nauwelijks iets, dan zijn er even geen verhalen. Wat op zichzelf ook bijzonder is.

rob zijlstra

 

 

Fietser van rechts

Strafzaken naar aanleiding van ons gedrag in het verkeer hebben iets ongemakkelijks. Sowieso. Iedereen die aan het verkeer deelneemt loopt kans in de verdachtenbank te belanden wegens een misdrijf. Een gevangenisstraf ligt dan op de loer.

Het zijn de strafzaken waarbij bij aanvang van de zitting altijd wordt opgemerkt – door de advocaat, de officier van justitie of door de rechters zelf – dat er alleen maar verliezers zijn. Als iedereen verliest, is dat ongemakkelijk.

De openbare weg is een vat vol tegenstrijdigheden. Van (veel te) snel tot (tergend) langzaam, van haast tot alle tijd, van groot verlicht tot fietsers zonder, van zeer ervaren tot beginneling. En alles vliegt alle kanten op.

De kans dat een verkeersdeelnemer verdachte wordt in een strafzaak is iedere seconde aanwezig. Vraag het maar aan Koos. Sinds de aanrijding is er geen dag voorbijgegaan dat hij er niet aan dacht. Een paar keer zegt hij tegen de rechters: ,,Ik heb een grote fout gemaakt en die kan ik niet terugnemen, hoe graag ik dat zou willen.’’

De rechters knikken. Dat snappen ze ook wel en Koos klinkt oprecht.

De officier van justitie houdt de rechtbank voor dat een aan Koos zijn schuld te wijten ongeluk is ontstaan, dat hij met zijn telefoon dan wel navigatie bezig was, dat hij de fietser van rechts niet heeft gezien. Wie niet ziet wat er wel is, kijkt niet goed uit.

De fietser van rechts moest zijn weg per ambulance vervolgen, met fracturen aan de enkel, het sleutelbeen, met wervel- en ribbreuken, met verwondingen aan elleboog en scheenbeen. Maandenlange revalidatie. Van het ongeluk zelf kan de man zich niets herinneren. Zijn baan kon hij behouden, maar zijn werk werd aangepast.

Juristen schrijven dan dat ‘zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan’.

De rechters willen weten of Koos het zich nog wel kan herinneren, die dag in mei.
Koos: ,,Die dag niet, maar het ongeluk zeer zeker. Ik kan het niet terugnemen, kon dat maar.’’

had hij die pittige rijstijl meegenomen ?

Koos is 30 jaar, Amsterdammer en pakketbezorger van beroep. Nog steeds. Hij was die dag in mei aan het werk voor een bedrijf dat was gespecialiseerd in spoed. Een van de rechters merkt op dat in Amsterdam de rijstijl pittiger is dan hier in het Noorden. Had hij die pittige rijstijl misschien meegenomen naar hier? Koos schudt het hoofd. Nee dus. Hij zegt: ,,Amsterdam is een stad met heel veel fietsers. Ik wil niet beweren dat ik als een slak rij, maar in Amsterdam ken je als automobilist geen gekke dingen uithalen. Ik ben een veilige bestuurder.’’

Het ongeluk gebeurde ver buiten de stadsgrenzen, ver van Amsterdam ook. De aanrijding had plaats op de grens van Groningen en Drenthe, tussen Ceresdorp in Stadskanaal en Nieuw-Buinen. Daar is het rechttoe, rechtaan.

De officier van justitie was kort door de bocht gegaan. Koos geeft zijn lezing: ,,Ik kwam aanrijden van de Cereskade, richting kruising met de Industrieweg, met ongeveer veertig kilometer per uur. Ik constateerde een donkere auto op rechts. Ik liet gas los en remde wat bij. Ik liet de donkere auto voorbijgaan, trok op, wilde doorrijden maar zag dat de weg doodliep. In een reactie heb ik toen heel even, een seconde misschien, op de navigatie gekeken. Juist op dat moment was daar de fietser van rechts. Ik remde, maar het mocht niet meer baten.’’

De fietser van rechts wordt vol in de flank geraakt. Enorme klap. De man belandt op de motorkap en daarna op het wegdek. Koos: ,,Ik schrok enorm. Ik ben uitgestapt en heb direct 112 gebeld.’’

hoe het zat met de Tom Tom en de telefoon

Koos denkt dat hij de fietser van rechts niet heeft gezien omdat de fietser achter die donkere auto van rechts zat.
De rechters willen weten hoe het met de Tom Tom-navigatie en de telefoon zat.

Koos: ,,Ik gebruikte zowel de navigatie van de auto als de navigatie op de telefoon. De vaste navigatie was verouderd, vandaar. De telefoon lag in het dashboard, tegen de snelheidsmeter aan.’’
Rechters: ,,Heeft u toen u kwam aanrijden de telefoon bediend?’’
Koos: ,,Nee, nee, ik ben niet zo onvoorzichtig.’’

De officier van justitie zegt dat zij geen reden heeft om aan de lezing van Koos te twijfelen. Zo zal het zijn gegaan. Het slachtoffer weet niets meer, getuigen waren er niet.

De grote vraag is dan hoe de fout van Koos juridisch moet worden vertaald. Hij deed het niet met boze opzet, dus van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – waar wel sprake van is – is geen sprake.

Het ongeluk is wel aan Koos’ schuld te wijten, maar roekeloosheid of onvoorzichtigheid is niet aan de orde. Koos reed ook niet te hard, hij reed zelfs langzamer dan toegestaan. Daarmee is het misdrijf (artikel 6 van de Wegenverkeerswet) wat de officier van justitie betreft van de baan. De eis: vrijspraak.

wat een blik op de weg leert

Maar de verkeerswet laat zich niet zomaar aan de kant zetten: artikel 5 is er ook nog. Dit artikel bepaalt – vrij vertaald – dat het een ieder is verboden om gevaar te veroorzaken op de weg.

Eén blik op die weg leert dat artikel 5 van de Wegenverkeerswet voortdurend en massaal wordt overtreden. Autorijden is niet mens’ sterkste punt, ook al horen wij dat niet graag.

Neemt niet weg, Koos moet gestraft, vindt de officier van justitie, want zij bestaat niet voor niks. Alles afwegende, een boete van 500 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van een maand. Dat is uiteindelijk de eis.

De advocaat van Koos vindt dat ook voor het overtreden van artikel 5 vrijspraak moet volgen. Koos heeft een fietser van rechts geen voorrang verleend, oké, maar in dit geval mag dat een noodlottig ongeval heten. Het had iedereen kunnen overkomen. Een schuldigverklaring zonder dat een straf wordt opgelegd of iets geheel voorwaardelijks lijkt de advocaat een veel beter plan dan 500 euro.

De rechters denken er nu over na.

Wat strafzaken naar aanleiding van ons gedrag in het verkeer ook ongemakkelijk maakt is dat het zo lang duurt, tergende jaren, voordat de rechters er iets van mogen vinden. Betrokkenen, allen verliezers, weten jarenlang niet waar ze aan toe zijn.

De aanrijding tussen Koos en de fietser van rechts had plaats op donderdag 11 mei 2017. De rechtszaak was afgelopen donderdag.

Strafrecht dat niets  toevoegt, heeft ook niets meer te zeggen.
Zulk strafrecht zou verboden moeten worden.

rob zijlstra

update – 29 februari 2020 – uitspraak
Koos is conform de eis vrijgesproken van artikel 6, maar veroordeeld voor 5.
De straf: 500 euro, geheel voorwaardelijk. Zoals de advocaat had voorgesteld.

fragment uit het niet gepubliceerde vonnis:

Veroordeelt verdachte tot:
betaling van een geldboete ten bedrage van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke
van betaling en van verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.
Bepaalt dat deze geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

 

 

 

Stoffel, Siemen en Sjaak

De meeste misdaden komen voor rekening van de twintigers, zij die vrolijk en wild, maar onbezonnen zijn. Naarmate de leeftijd klimt, neemt de wijsheid toe en daalt het aandeel in de misdaadstatistieken. Alleen zedenmisdrijven zijn van alle leeftijden.

Altijd zijn er de uitzonderingen.

Stoffel is er eentje. Hij is 72 jaar en de wijsheid zou door zijn aderen moeten stromen. Maar het lichaam is hem steeds minder goed gezind, de bloeddruk altijd te hoog. Zijn echtgenote woont niet meer thuis, maar in het verzorgingstehuis waar het onomkeerbare einde nadert. Stoffel vertelt aan de rechters: ,,Als ik om een kusje vraag, krijg ik een klap voor m’n kop.’’

Het emotioneert hem.
Hij bezoekt haar elke dag.

Het was ook daardoor. Zij had toen ze nog thuis was steeds meer hulp en verzorging nodig. Voor de eigen zaak – Stoffel is een vakman – bleef minder tijd over en dat bracht financiële malheur. Het spaargeld verdampte, terwijl het bedrijfspand schreeuwde om een nieuw dak.

Op het internet, zegt hij in de rechtszaal, vond hij de oplossing. En ook hoe het moest.

Toen twee agenten voor de deur stonden, deed hij geen moeite hen om de tuin te leiden. Ze hadden het geroken en Stoffel had de agenten naar de ruimte gebracht waar zijn 250 hennepplanten groeiden dat het een lust was.

Hij had eenmaal geoogst, zei hij. De officier van justitie dacht van niet. Die dacht meer aan negen keer. De politie had het geld gevolgd, valse facturen gevonden, bankrekeningen geanalyseerd en toen uitgerekend dat Stoffel bijna 228.000 euro met z’n planten moet hebben verdiend. Minimaal.

Geen waarschuwing,
gijzeling van staatswege dreigt

Afgelopen week beslisten de rechters dat de eis van de officier van justitie een passende eis is: drie maanden voorwaardelijke celstraf. Dat als waarschuwing. Daarnaast: het afdragen van 227.291,65 euro. Dat is geen waarschuwing. Betaalt Stoffel niet, niet op tijd, dan kan hij een jaar worden gegijzeld door de Staat der Nederlanden.

Siemen is 69 jaar. Hij had 42 jaar tegen een
bescheiden salaris voor de baas gewerkt en nooit één dag verzuimd. Drie dagen na zijn pensioen moest zijn been worden afgezet. Daarna overleed zijn vrouw, een harde klap. Hij rolt de rechtszaal binnen en zegt dat hij openstaat voor de straf die hij krijgt.

Het is dat hij twee jaar in therapie is geweest, anders had hij er nog steeds niets van begrepen.

In de Verenigde Staten had een agentschap dat naar kinderporno op het internet speurt een IP-adres onderschept en dat doorgegeven aan de Nederlandse politie. Dat was in 2015. De politie kwam in 2017 in actie nadat de verkregen informatie aan Siemen kon worden gekoppeld. Zijn computer bevatte 14.000 ranzige foto’s waar hij zich aan had verlekkerd. Afgelopen week (2020) was de rechtszaak.

In het begin had hij zich erover verbaasd. Dat die blote kinderen zoiets wilden. En ook dat die kinderen terwijl ze werden verkracht en van alles moesten ondergaan soms lachend op de foto gingen. De therapie had hem doen inzien dat die kinderen worden gedwongen en dat er helemaal niets valt te lachen.

een leegte die is
gevuld met schaamte

Siemen: ,,Ik heb vier kleinkinderen. Ik moet er niet aan denken dat…’’ De stem stokt. ,,Ik vind het verschrikkelijk.’’

De oudste zoon moet er ook niet aan denken. Hij heeft het contact met zijn vader verbroken. Siemen mag twee kleinkinderen niet meer zien. De rechters mogen het best weten: zijn leven is leeg en die leegte is gevuld met schaamte.

De officier van justitie zegt dat voor het bezit van kinderporno gevangenisstraffen worden geëist. Rechters voegen dreigend toe: ,,Die wij dan meestal ook opleggen.’’

Maar goed, de therapie heeft inzicht verschaft, alleen daarom kan wat de officier van justitie betreft worden volstaan met een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke rolstoelgevangenis. Dat is de eis, het vonnis volgt.

De grootste uitzondering moet nog komen. Het is Sjaak, 68 jaar, beroepsinbreker. Drie jaar geleden had hij zijn pensioen aangekondigd met een laatste veroordeling, de laatste van 168 in totaal. De eerste veroordeling kreeg hij toen hij 17 was.

Sjaak had de koevoet al aan de wilgen gehangen, maar vorig jaar kon hij het even niet laten. In één straat had hij twee woningen gedaan, bij de tweede werd hij gezien, achterna gezeten en door een buurtbewoner tegen de grond gewerkt. Geen wonder. De inbrekerscarrière van Sjaak ging gepaard met harddrugs en die hebben flink huisgehouden. Hij heeft de conditie van een glas verschaald bier. Zijn advocaat, ook al weer bijna 40 jaar actief: ,,Sjaak kan het gewoon niet meer.’’

er zijn tekenen
en hij vergeet dingen

Voor de zevenhonderdzoveelste keer belandde hij op het politiebureau waar hij een halve eeuw veranderingen meemaakte, agenten heeft zien komen en gaan. Na een paar dagen mocht hij naar huis.

Waarom hij kort daarop opnieuw op pad ging, dat weet Sjaak zelf ook niet zo goed. Misschien was hij in de war. Er zijn tekenen die duiden op beginnende dementie. Hij vergeet dingen. En nog wat. Tegen de rechters: ,,Ik wil het er niet op afschuiven, maar ik mis mijn moeder ook heel erg. Ze was altijd een supermoeder.’’

Supermoeder is dood. Net als Nicky die laatst in het plantsoen is gevonden en Andre van de opvang is er ook niet meer. Sjaak: ,,Al die overledens, ik kan het maar geen plek geven.’’

Uit de laatste woning had hij een mobiele telefoon gestolen. Een iPhone, zo’n ding waar hij geen verstand van heeft. De dochter des huizes wel. Zij weet dat je een iPhone op afstand kunt opsporen. Ze belt de politie en vertelt dat de bij de inbraak gestolen telefoon zich op dat moment in de Groninger Asingastraat moet bevinden, op de hoek.

spontane
zwaailichten

Bij de politie beginnen spontaan de lichten te zwaaien. Daar op de hoek, dat weet heel het korps, woont de gepensioneerde beroepsinbreker die het niet laten kan. Agenten bellen aan als Sjaak net aan zijn dagelijkse portie cocaïne wil beginnen. Heeft hij een mobiele telefoon buitgemaakt bij een inbraak? Sjaak ontkent. Tot het ding vanuit zijn plantenbak begint te piepen.

De officier van justitie vindt dat veroordeling 169 een gevangenisstraf van tien maanden moet zijn waarvan zes voorwaardelijk mogen. Sjaak wil graag iets minder omdat hij anders zijn woninkje dreigt kwijt te raken. Dan staat hij op straat waar hij te oud voor is.

Stoffel, Siemen en Sjaak, ze behielden hun onbezonnenheid, maar de vrolijkheid in hun leven is op.

rob zijlstra

 

De onbekende derde

Ik heb het vermoeden dat het boevengilde in het noorden stiekempjes (boeven eigen) zo nu en dan bijeenkomt om listige strategieën te bespreken en om valse tips en gemene trucs uit te wisselen.

Dat je best een huurauto kunt nemen als je op inbrekerspad gaat, maar verwijder dan wel een paar zekeringen opdat het navigatie- en volgsysteem (track & trace) niets kan registreren en traceren.

Dat je op roverstocht niet je mobiele telefoon mee moet nemen omdat dat ding voortdurend signalen uitzendt die worden opgepikt door telecommasten die zijn toegerust met goede geheugens. Kun je niet zonder mobiele telefoon (mens eigen), wikkel ‘m dan in aluminiumfolie. Heb je geen aluminiumfolie bij de hand, koop een zak chips.

Het kan heel goed zo wezen dat er onlangs zo’n bijeenkomst is geweest en dat het thema toen was: ‘Wat zeg je wel en wat zeg je niet in de rechtszaal.’ Tip: zeg niet voortdurend dat je het niet meer weet, daar trappen rechters niet meer in. Beter: verzin iemand en geef hem de schuld.

Was er niet zo’n bijeenkomst, dan moet het toeval zijn geweest dat in een tijdsbestek van twee weken meerdere verdachten in verschillende strafzaken met onbekende derden op de proppen kwamen.

opgelost in het grote niets

Ik schreef eerder over Mark die gouden sieraden bij een goudwisselkantoor aanbood. Het spul bleek gestolen uit een woning in Glimmen. Mark vertelde dat hij het goud eerlijk had gekocht van ene Viktor, een keurige man uit Assen die de smuk had aangeboden op Marktplaats. Toen de politie dit verhaal wilde controleren, bleek Viktor opgelost in het grote niets, zo ook zijn account op de verkoopsite.

Wat ook werkt is een lid van een specifieke bevolkingsgroep de schuld geven. Er zijn gekozen volksvertegenwoordigers die dat doen, dus waarom zouden boeven roomser moeten zijn? Tip: wees zorgvuldig in de keuze: kies niet voor Zweden, Denen of Chinezen. Altijd goed: Marokkanen. Nog beter: Antillianen.

Op Schiphol onderschepte de douane bij een routinecontrole een pakketje dat in Oranjestad, Aruba door ene Helena op de bus was gedaan met een adres in Delfzijl als bestemming. Er zat prullaria in. En 400 gram cocaïne. Op straat (of op kantoor) doet één gram vijftig euro.

De douaniers haalden de coke eruit, vervingen het door nep, plakten de boel weer dicht en stuurden het pakketje met tekst en uitleg naar de politie in Delfzijl. Daar hulde een agent zich in bedrijfskleding van PostNL, stapte op de dienstfiets om even later aan te bellen bij het opgegeven adres.

in duistere kringen heet hij Tony Montana

Guz deed open. De politie kent hem wel. In duistere kringen laat Guz zich ook wel Tony Montana noemen. Guz is al 25 jaar verslaafd aan heroïne, cocaïne en methadon.

Guz had nog gevraagd of het pakket echt voor hem was. Hij krijgt namelijk nooit pakketjes. Daarna tekende hij voor ontvangst. Tien minuten later werd hij gearresteerd. Dat was op 6 december 2018 .

In de rechtszaal – waar de strafrechtspraak z’n sukkelgang gaat – is Guz nog steeds overstuur van het gebeuren. Hij heeft hele en halve verhalen die allemaal op hetzelfde neerkomen: hij is ontzettend onschuldig. Hij kocht wel eens wat cocaïne van de buurman en dat mocht dan op de pof. Kwam dan zijn uitkering, of won hij wat in de Toto, dan rekende hij af. Het was een aardige buurman.

Maar op een dag was er iemand met de buurman meegekomen. Die had gevraagd of hij een pakket uit het buitenland wilde ontvangen. Daar zou hij een beetje geld voor krijgen. Tweehonderd euro en drie gram.

nooit ja, toch een pakket

Twee keer had hij, Guz, duidelijk nee gezegd, een derde keer zei hij dat hij er over na zou denken. Maar nooit had hij ja gezegd. En toch was het pakket bij hem afgeleverd. Wat kan hij daar dan aan doen?

Wie was die man die met de buurman meekwam?
Dat vragen de rechters.
Guz: ,,Een grote Antilliaan.’’
Rechters: ,,Een grote Antilliaan.’
Guz, hij wekt de indruk dat hij ieder moment kan ontploffen: ,,Ja, hij is de hoofddader. En ik zit hier. Dat is toch niet eerlijk?’’
Rechters: ,,Hoe heet die Antilliaan?’’

Guz weet dat niet. Hij had hem later nog eens zien rijden in een auto. Had hij het kenteken genoteerd en was daarmee naar het politiebureau gegaan. Hadden ze niet eens naar hem willen luisteren. Tegen de officier van justitie briest Guz: ,,Weest u eens wat strenger op uw politiemensen.’’

En dan dook afgelopen week ook ene Dennis op. Max had hem ontmoet in een café in Emmen. Max: ,,Ik heb me laten verleiden door iemand. Door Dennis ja. Ik zat onder bewind, ik had leefgeld, 50 euro in de week, dat is niet veel. Een beetje extra is dan wel lekker.’’

af en toe wat geld, geen foute boel

Dennis had gevraagd of hij af en toe wat geld op de bankrekening van Max mocht storten. Op Max’ leefgeldrekening. Hij had toen nog wel gevraagd of het geen foute boel was.

Sowieso niet, had Dennis toen gezegd.

De rechters: ,,Dennis wie? Hoe heet hij nog meer?’’
Max: ,,Geen idee, we zijn geen vrienden geworden.’’
Rechters: ,,Dit is lastig te controleren, Max.’’
Max: ,,Ik dacht er verder ook niet bij na, achteraf is dat natuurlijk dom.’’

Veertig mensen hadden aangifte gedaan. Weer Marktplaatsfraude. De aangevers hadden betaald voor mooie spullen, variërend van 75 tot 300 euro, maar niets geleverd gekregen. Opgeteld gaat het om een bedrag van ruim 6.000 euro.

de opa van de vriendin van

In de advertenties stond consequent de achternaam van Max vermeld, met wel steeds weer andere voornamen. Wat ook was opgevallen was dat het telefoonnummer dat werd gebruikt bij het opgeven van de advertenties het nummer was van de opa van de vriendin van Max.

Max: ,,Allemaal Dennis. Ik ben niet iemand die zo’n oplichting kan organiseren.’’

Hoe het ging? Een paar keer per week kreeg Max een telefoontje van Dennis. Die zei dan dat er geld op de rekening was gestort. ,,En dan moest ik het geld pinnen en aan hem geven. Ik kreeg dan een tientje, soms twintig euro.’’

De officier van justitie denkt dat Max Dennis is, dat Dennis net als Viktor en de Antilliaan een verzinsel is. Dat verdachten deze verzinsels bedenken om de waarheid te verhullen waardoor ze hopelijk ontsnappen aan hun verdiende loon.

Boevenbijeenkomsten met verzinsels of niet, sommigen zullen het nooit leren. Cursist: ,,Ik heb die zak chips dus he-le-maal leeggegeten. En wat denk je? Hielp niks. Ik werd toch getraceerd.’’

rob zijlstra

update – 7 februari 2020 – uitspraken

BUREN ZIJN GEEN DRUGSSMOKKELAARS

vonnis tony montana

 

Hulp voor in de kop

Links zit Jacky (34) met haar getatoeëerde rode kus in de nek, rechts Karel (40) in zijn dichtgeknoopte winterjas. Dit is gezien vanuit de samenleving. Tussen hen in hun advocaten en dat is maar beter ook. Het klikt niet tussen de twee verdachten. Niet meer. Als Karel hoort wat de officier van justitie voor hem in petto heeft – een jaar celstraf – roept Jacky verontwaardigd door de rechtszaal: ,,Dat is veel te weinig.’’ 

Jacky en Karel leiden los van elkaar miserabele levens, dat is zonder twijfel.

Jacky moet stelen voor haar drugs. Toen ze twaalf jaar jong was zat er al heroïne in haar lijf. Nu is ze verslaafd aan cocaïne. ,,Ik ben een en al ongeluk’’, kniest ze. Vijf jaar geleden zat Jacky ook in zittingszaal 14. Ze smeekte de rechters om haar te veroordelen opdat ze steun zou krijgen. ,,Ik heb hulp nodig voor in mijn kop’’, zei ze toen.

De rechters legden tot haar tevredenheid de twee jaar durende veelplegersmaatregel op. Dat wil ze nu wel weer. Gevangenissen zijn niks voor haar, want daar staat het leven stil. ,,Dat is te gemakkelijk voor mij.’’

Het leven van Karel is niet veel aangenamer. Hij zat al eens vijftien jaren in de tbs (afpersingen en berovingen) en tweemaal onderging hij de veelplegersmaatregel, opgeteld vier jaren. Gewone gevangenisstraffen komen daar nog bij. Tegen de rechters: ,,Ik heb een problematische relatie met justitie. Maar ja, heel mijn leven is een probleem.’’

Karel kent de taal van de mensen die aan hem peuteren om hem op een rechter pad te krijgen. Karel: ,,Ik ben verantwoordelijk voor mijn daden, maar niet voor mijn omstandigheden.’’ De rechters knikken goedkeurend. Zo van: dat is een tegeltjeswijsheid zo klaar als een klontje, Karel.

Een moord voor een beter leven

Wat Jacky en Karel gemeen hebben is dat ze een moord zouden doen voor een beter leven. Jacky droomt van de dag dat ze die gluiperige cocaïne overwint, Karel van een warm dak boven zijn hoofd, dat sowieso.

Uitgerekend deze twee lamzaligen komen elkaar ’s avonds op 15 oktober in de binnenstad van Groningen tegen. Ze herkennen elkaars ellende en roken samen een pijpje coke. Want zo is Jacky wel. Als ze wat heeft, dan deelt ze.

De rechters vragen: ,,Dus jullie kenden elkaar niet?’’
Karel: ,,Alleen van ’t zien.’’
Rechters: ,,Was er een plan?’’
Nee, er was geen plan.
Rechters: ,,Dus jullie hebben niet vooraf besproken om iemand te beroven?’’
Jacky: ,,Nee. Echt niet.’’
Rechters: ,,Hadden jullie geld nodig, geld voor drugs of zo?’’
Jacky: ,,Neuh. Ik had geld in de broekzak.’’
Karel: ,,Met alle respect, maar ik beroep me op mijn zwijgrecht. Ik ben er wel een beetje klaar mee.’’

Ze probeerde de boel juist te sussen

Er zijn camerabeelden. Daarop zou een man te zien zijn – een dronken student volgens de verdachten – die doende is geld te pinnen bij de automaat van de ABNAmro aan de Vismarkt. Dan komen Jacky en Karel aangelopen. Karel heeft een mes in zijn hand, een dolk. Terwijl dat mes dreigend hoog wordt gehouden, gaat Jacky tegen de pinner aanstaan en checkt of er wat uit de broekzakken te halen valt.

Dat is de beschuldiging.

Ik wist niks van een mes, zegt Jacky. ,,En ik heb ook niet in zijn zakken gezeten. Hij droeg een skinny jeans, dan kan dat helemaal niet.’’ Ze zegt dat ze de boel juist probeerde te sussen. ,,Ik ging ertussen tussen staan. Eigenlijk was het maar goed dat ik erbij was. Anders was het misschien nog wel erger afgelopen. Je weet het niet met zo’n gek.’’

Karel kijkt nors voor zich uit en zwijgt.
Jacky: ,,Het was niet mijn bedoeling om met de politie in aanraking te komen. Toe even zeg, ik was net een paar dagen vrij.’’

De advocaat van Karel zegt dat het bij een poging is gebleven. Dankzij Karel. Hij bedacht zich toen die student een pakje peuken gaf. Sigaretten. Advocaat: ,,Karel bood toen zijn excuses aan. Ze gaven elkaar een hand en dat was het. Ze gingen, zeg maar, als vrienden uit elkaar.’’

De pinstudent deed wel aangifte.

Tijd om van de drugs af te gaan

nJacky en Karel hebben los van elkaar nog een paar strafbare feiten aan de kont waarvoor ze zich moeten verantwoorden. Jacky had rondslingerende portemonnees gestolen met daarin pasjes waarmee je contactloos kunt betalen. Tegen de rechters: ,,Klopt. Ik ga daar niet om liegen.’’ Dikke zucht: ,,Het wordt echt tijd dat ik van de drugs af ga.’’

Karel had met klappen een ondernemer ontdaan van een mooie Samsung-telefoon. Hij had vieze klusjes voor die man opgeknapt, maar daar geen geld voor gekregen. Dan maar die Samsung.

Rechters: ,,Vieze klusjes?’’
Karel: ,,Drugs dealen.’’

Klopt het dat hij met een grote doos de Mediamarkt was uitgelopen, met in die doos een grote televisie? ,,Daar ben ik schuldig aan.’’

Er is nog een overeenkomst tussen Jacky en Karel. Behalve dat ze zo graag een leven op het rechte pad willen, zijn beiden daartoe niet in staat. Heel reclasserend Groningen vindt Jacky een liefste vrouw van de wereld (‘iedereen heeft een zwak voor Jack’), maar allen vrezen dat de slopende cocaïne ook voor haar zonder genade zal zijn.

Over Karel zegt zijn advocaat: ,,Hij is verstoken van kennis om zich in deze maatschappij te kunnen handhaven. ,,Wat voor ons heel simpel is, heeft hij nooit geleerd. Geef hem een muis van een computer, hij zou niet weten wat daarmee te doen.’’

Vragen in de Tweede Kamer

Na vijftien jaren werd de tbs door de rechtbank beëindigd, tegen alle adviezen in. En ook tegen de wil van Karel. Zomaar stond hij buiten, zonder hulp, zonder begeleiding. Karel haalde er destijds – in het zuiden van het land – het nieuws mee. Over hoe hij na vijftien jaren in de kliniek van de een op de andere dag in de daklozenopvang van Nijmegen belandde. Er werden zelfs vragen over gesteld in de Tweede Kamer.

De officier van justitie deelt de mening van de raadsman. Er moet hulp voor Karel komen. In zijn geval kan dat het beste vanuit de gevangenis. Daarom die eis van twaalf maanden, waarvan twee voorwaardelijk.

Het is dan dat Jacky roept: ,,Dat is veel te weinig.’’ Tegen haar wordt voor de tweede keer de twee jaar durende veelplegersmaatregel ISD geëist. Jacky: ,,Hij komt dan veel eerder vrij dan ik. Dat staat toch niet in verhouding? Doe mij die twaalf maanden dan ook maar. Ja toch? Ik bedoel…’’

De advocaat pakt Jacky bij de schouder en fluistert in haar oor: ,,Doe nou effe rustig.’’

rob zijlstra

ISD = Inrichting Stelselmatige Daders

De dikke duim

Na jaren van gestage daling stijgt de criminaliteit weer. Voor sommigen zal dat goed nieuws wezen en prettig voor het gemoed. Een merkwaardig probleem van de dalende criminaliteit van de afgelopen jaren was dat lang niet iedereen het goede wilde geloven.

Kwade tongen op duister rechts beweerden zelfs gretig dat de afnemende misdaad fake nieuws was van links.

Het was ook lastig: wie moet je de schuld geven als het de goede kant opgaat? Hoe leg je uit dat de criminaliteit afneemt terwijl je voortdurend roept dat het land wordt overspoeld met nare migranten die komen roven?

Voor wie gebaat is bij het zaaien van angst, wie het onbehagen koestert, is het beter dat het slechter gaat.

Het slechte nieuws van meer misdaad werd afgelopen week bekendgemaakt door Erik Akerboom, eindbaas van de Nederlandse politie. Wij van de media vertelden het door, want ons journalisten zijn gek op wat afwijkt van eerder.

Nuance is op z’n plaats. Cijfers kun je naar je hand zetten, al naar gelang de boodschap die moet worden verkondigd. Een hoge politiefunctionaris zou eens over de eigen misdaadcijfers hebben gezegd: de laagste vorm van denken is tellen.

Laat onverlet: wie meer geld wil voor de politie, gaat niet roepen dat de misdaadbestrijding vruchten afwerpt.

De oude boef raakt uit de gratie

De politiebaas kwam zelf met de nuance. De traditionele misdaad daalt nog steeds. Jawel. Zakkenrollerij en woninginbraken zijn onmiskenbaar op z’n retour. De oude boef raakt uit de gratie. Alleen sukkels breken nog in, zou Akerboom hebben gezegd. De stijging zit met name in de categorie online en onzichtbaar.

Verschuivingen binnen de misdaad zijn van alle tijden. Van veedieven hoor je nooit meer iets, van bankrovers evenmin.
En de crimineel van nu struint niet meer door het duister van de nacht, maar zit achter het toetsenbord. Je vraagt je af waar toch de eerste politicus blijft die oproept tot minder blauw op straat.

In de rechtszaal kijk ik naar Mark en vraag ik me af tot welke categorie hij moet worden gerekend. Is hij met zijn 19 jaren een boef van de toekomst of behoort hij tot de groep uitstervende sukkels? Hij ziet er hip uit, maar dat zegt natuurlijk niks. Het uiterlijk is niet kenmerkend voor een crimineel.

Twintig dagen had Mark die nog thuis bij zijn ouders woont in de gevangenis moeten doorbrengen. Dat is een traumatische ervaring voor hem geworden. Hij had tussen moordenaars en verkrachters gezeten, vertelt hij aan zijn rechters. Hij volgt nu EMDR-therapie om die twintig angstige dagen een plekje te kunnen geven.

Toen Mark 17 jaar was, zou hij in Groningen een auto hebben gestolen, een Seat Ibiza. Een half jaar later, dan al 18 jaar, zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan een woninginbraak in Glimmen, dan wel heling van gouden sieraden, gouden tientjes en een tablet van Samsung. De spullen kwamen uit die woning.

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen. Maar er zijn camerabeelden en zijn mobiele telefoon is naast de bestuurdersstoel gevonden. Een medeverdachte zegt dat Mark achter het stuur zat. Het kan niet anders dan schuldig, concludeert de officier van justitie.

Dan die woninginbraak, nu een jaar geleden. Mark was in het bezit van de buit, dat geeft hij wel toe. Hij kan ook niet anders, want ook hier hebben camera’s hem blijvend in beeld gebracht. Dat was in het goudwisselkantoor.

Mark heeft een verhaal. Hij wilde een ketting kopen voor een lieve vriendin. Niet te duur, dus vond hij op Marktplaats wat hij zocht. In Assen, bij ene Viktor. Er werd een afspraak gemaakt. Viktor had meer gouden sieraden in de aanbieding en ook een tablet van Samsung. En omdat Viktor geld nodig had, mocht Mark alles kopen voor 350 euro.

Met zijn aankopen toog hij naar het goudwisselkantoor in Groningen. Waarom? Mark: ,,Ik wilde weten of het echt goud was.’’ En dat was het. Nog gekker: het handeltje was veel meer waard dan 350 euro.

Marks geluk was van korte duur. De gestolen sieraden stonden geregistreerd en goudhandelaren moeten dat weten. De politie werd gealarmeerd en Mark werd thuis in het bijzijn van zijn ouders, broertjes en zusje gearresteerd, met op de achtergrond heel de straat die toekeek.

Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief

Mark zegt dat hij niet wist dat het goud dat hij van Viktor in Assen had gekocht, gestolen goed was. De officier van justitie ziet het anders: Viktor komt uit de dikke duim van Mark. Viktor is verzonnen. Er is onderzoek gedaan. Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief. Mark vermoedt dat de man uit Assen zijn account heeft gewist. Moet wel. Nee, een adres – hij was er immers – kan hij zich niet herinneren.

Er is een getuige, Sander uit Groningen. Een vriend van Mark. Bij de politie had Sander verteld dat ze samen aan het toeren waren – beetje chillen – en dat ze in Glimmen waren geweest, bij een woning. Mark was toen uitgestapt en was even weggeweest. Toen hij terugkwam droeg hij een tas.

Sander is uit eigen beweging, zegt hij, naar de rechtbank gekomen om te getuigen. Hij voelt zich schuldig, want zegt hij tegen de rechters, hij heeft bij de politie niet de waarheid gesproken. Tijdens het verhoor is hij onder druk gezet. Vandaar.

Zegt: ‘Het verhoor ging op een intimiderende manier.’
Rechters: ‘Zoals in de films.’
Sander: ‘Ja.’

Ze hebben me in een verhaal laten rollen

Bij de politie had Sander aanvankelijk gezegd dat hij geen snitch is, geen verrader. Maar hij was gestresst geweest en wilde maar één ding: zo snel mogelijk naar huis. Tegen de rechters: ,,Die agenten hadden een theorie, dat Mark het gedaan moet hebben. Die theorie wilden ze in mij duwen, zo voelde het. Ze hebben me in een verhaal laten rollen.’’

De officier van justitie noemt de getuigenis van Sander – hij staat onder ede – volstrekt ongeloofwaardig, maar verbindt daar in de rechtszaal geen consequenties aan. De rechter had hem daar wel voor gewaarschuwd: ,,Als u liegt, begaat u een misdrijf. Meineed. Daar staat een forse gevangenisstraf op die meestal ook wordt opgelegd.’’

De consequenties zijn voor Mark. Het gelieg van Sander sterkt haar overtuiging dat Mark schuldig is. Wat haar betreft hoeft Mark niet terug naar de moordenaars en de verkrachters. Omdat hij nog zo jong is. Maar hij moet wel boeten. De eis: een werkstraf van tachtig uur en drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Mark belooft een bijdrage te leveren aan dalende misdaadcijfers.
Hij gaat weer naar school.

Rob Zijlstra