Olie op het vuur

Aanvankelijk wilde de
officier van justitie
Margreet laten bloeden
voor een poging tot moord

Soms vind ik verdachten zielig. Of een beetje sneu. Dit is een linke uitlating, want voordat je het weet word je door het weldenkende deel van de natie beschimpt en weggezet als een elitaire geitenwollensokkenknuffelaar, als een softe lijpkikker. En toch vind ik het.

Ik schreef afgelopen week over de 52-jarige Femko. Wat hij had gedaan, dat kan helemaal niet. Dat is, links- of rechtsom en hoe sneu ook, niet goed te praten. De rechters vonden dat ook en gaven hem tien jaar geleden een straf die voor een man als Femko een levenslange aangelegenheid kan worden. Tbs. Afgelopen week is zijn status met een jaar verlengd. Met een beetje tegenwind doen ze dat over een jaar weer en het jaar daarop weer en een jaar later weer.

Femko vroeg nog aan de rechters: ‘Wanneer houdt het eens een keertje op?’

Hij woonde samen met zijn Trijn, al tien jaar hadden ze verkering. Veel deden ze niet. Zo waren ze bijvoorbeeld niet de buurt stelselmatig tot last. Wat ze wel deden was dagelijks sloten bier drinken, uit flesjes. Soms hadden ze ruzie. Femko wilde vaak naar zijn moeder (‘naar mammie’), het liefst elke dag. Trijn, tikkeltje jaloers misschien, wilde dat niet. Femko: ‘Dan maakte ze me de kop gek.’

Op een dag goot Femko spiritus over zijn verkering en stak hij haar met de aansteker in brand. Het ging razendsnel. Femko schrok zich het apezuur want dit was nou ook niet de bedoeling. Hij probeerde Trijn met bier te blussen. Dat ging niet. Trijn belandde in het ziekenhuis, Femko in de gevangenis waar hij het doodeng vond. De gevangenis maakte daarna plaats voor tbs-klinieken waar hij zijn dagen al jaren vult met niets. Ik had Femko, die met zijn lange grijze haren op een grote indiaan lijkt, een kleuriger leven gegund.

Ook wat Dina, eveneens 52 jaar, heeft geflikt is volstrekt gestoord. Dat vindt ze zelf ook. Ze vertelt dat ze vaker bij haar buurman op bezoek ging om te praten en om biertjes drinken. Was ze die avond dronken? Nee. Wel aangeschoten. ‘Ik kon nog lopen.’

Ruzie? Nee. Maar buurman had haar wel een klap op de arm gegeven. Zomaar. Dina: ’En toen waren alle emoties, de mishandelingen, de verkrachtingen, de hele rode draad in mijn leven, als een black-out naar boven gekomen.’ Wat ze ook gemeen vond was dat buurman rook in de neus van haar hondje had geblazen. ‘Eigenlijk was ik boos en verdrietig tegelijk.’

Rechters: ‘En toen?’

Dina vertelt dat ze naar haar huis is gelopen, een pannetje heeft gepakt en de fles zonnebloemolie. De olie heeft ze verhit en toen is teruggelopen, ze had aangebeld en toen buurman de deur opendeed, had ze gegooid. Zegt: ‘Ik richtte op de muur, niet op zijn gezicht.’ De hete olie raakte de borst en armen van buurman.

Rechters: ‘Maar waarom dan?
Dina: ‘Ik zei steeds tegen mezelf, doe het toch niet, doe het niet.’
Rechters: ‘En toch deed u het.’
Dina: ‘Totale black-out, het was chaos in mijn hoofd.’
De officier van justitie: ‘U ging planmatig te werk, u wist wat u deed.’

De buurman die ook in de rechtszaal zit – eerste- en tweedegraads brandwonden – zegt dat hij met een megalitteken op zijn arm voor het leven is getekend. Hij heeft geen schadeclaim ingediend. Zijn analyse: ‘Het ging om niks, het was de drank.’

Dina woelt met de handen door de haren en gooit alle chaos in haar hoofd eruit. Ze zegt, huilend, dat de laatste keer dat ze had gestolen in 2014 was geweest, twee cordon bleus, de boete had ze keurig betaald, dat ze van dieren houdt, dat ze het terug wil draaien, dat ze gaat verhuizen en dat ze dood wil, dat ze wel weet dat ze een alcoholprobleem heeft, dat het leven voor haar zo niet langer hoeft.

De officier van justitie vindt een werkstraf van 60 uur voldoende.
Dina: ’Een werkstraf? Oh, dat wil ik wel.’ Ze heeft gehoord dat je dan ’s ochtends met een busje wordt opgehaald en dat ze je ’s avonds weer thuisbrengen.

Ook met Margreet heb ik te doen. Margreet is (was) 43 jaar getrouwd met haar man Bob die haar op een dag vertelde dat hij een vriendin had (heeft). Gevonden op het internet. Bob en Margreet hadden 34 jaar samen een bedrijf met wisselende financiële successen. Toen Bob vertelde dat zijn vriendin ook in de onderneming kwam werken, maar dat zij, zijn vrouw dus, ook gerust kon blijven, knapte er iets. Margreet pakte een mes uit haar tas die op het aanrecht stond en stak haar Bob in de buik.

Grote schrik, maar een pleister volstond. Aanvankelijk wilde de officier van justitie Margreet laten bloeden voor een poging tot moord, maar bij nader inzien maakte hij daar een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van. Bij een poging is het voorgenomen misdrijf niet voltooid, wat aanzienlijk scheelt in de straf.

Margreet zegt tegen de rechters dat haar man Bob niet spoort. ‘Hij kijkt zonder emoties naar die onthoofdingsvideo’s, maar als er dan een filmpje komt over hoe de muskusratten worden gevangen moet hij huilen.’ Ze heeft vanuit de vrouwengevangenis de scheiding in gang gezet.

De rechters vragen vriendelijk: ‘Hoe gaat u straks uw leven weer oppakken?’
Margreet, droef: ‘U denkt dat ik daar een antwoord op kan geven?’

Ze vertelt dat ze moeite heeft met de regels in de gevangenis. ‘Als je 34 jaar een bedrijf runt en altijd van alles moet regelen en beslissen, dan valt het daar niet mee. Is er trammelant, dan word ik naar mijn kamer gestuurd. Dat is dan wel weer komisch. Ik bedoel, ik ben 62.’’

Ze zegt. ‘Ik heb niks meer. Ik heb geen man meer, geen huis, geen werk, geen bedrijf, ik zie de poezen niet meer en nu ben ik ook nog mijn vrijheid kwijt.’

De officier van justitie eist twaalf maanden opsluiting in een cel in de gevangenis waarvan vier maanden voorwaardelijk mogen. Margreet zegt dat ze wel naar een kliniek wil en dat dat niet zo lang hoeft te duren. Ze bedoelt een levenseindekliniek. De officier van justitie reageert: ‘Ik vind dit heel heftig. Ze heeft een geweldige familie, ik hoop dat ze hulp krijgt om de mooie dingen van het leven weer te zien.’

De strafeis blijft evenwel ongewijzigd.

Rob Zijlstra

Zorgcorset

Nooit kocht hij spiritus
en dan nu ineens wel?

Femko is het er niet mee eens, maar wat kan hij? Zijn leven wordt bepaald door rechters. Gisteren kreeg hij er weer een jaar bij. Hoe lang nog? Dat wil hij wel eens weten.

Femko heeft tbs. Hij verblijft weliswaar niet meer in een tbs-kliniek, maar toch. Een vrij mens is hij niet. Hij zou nog steeds gevaarlijk zijn. En de rechters denken dat de risico’s het best gemanaged kunnen worden binnen het strafrechtelijke kader. Of hij dat begrijpt?

Nee. Femko begrijpt daar niets van.
Hij zegt: ‘Elke keer als ik hier kom dan doen jullie er weer een jaar bij. Houdt het dan nooit een keer op?’
De rechters: ‘Volgend jaar kijken we weer verder.’

In juli 2007 werd Femko uit Leek in zittingszaal 14 veroordeeld tot een jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Er was vijf jaar cel geëist, maar dat vonden de rechters van toen te veel van het goede. Aan de veroordeling ging een emotionele rechtszaak vooraf. Zo had Femko de rechters gesmeekt of hij in de rechtszaal mocht blijven slapen, omdat hij in de gevangenis zo bang was voor zijn medegedetineerden. ‘Het zijn geen lieverdjes daar.’ En dan was er nog Trijn met wie hij tien jaar samen had gewoond en die zo ontzettend kwaad op hem was.

Femko – toen 42 jaar – had Trijn in brand gestoken nadat hij een fles spiritus over haar heen had gegoten toen ze op de bank lag te slapen. Ze hadden ruzie gehad. En bier gedronken met vrienden. Veel bier. Veel te veel zoals ze dat bijna iedere dag deden. Trijn riep wel vaker als ze ruzie hadden: ‘steek me maar in de fik’. Dat had hij toen dus gedaan. Die ruzies, zei hij, maakten hem de kop gek.

Hij had heel even met de aansteker geknipt en toen stond Trijn ineens in lichterlaaie. Hij was zich doodgeschrokken, probeerde het vuur met bier te doven, maar dat was niet succesvol geweest. Trijn was flink gewond geraakt. Einde verkering ook.

De officier van justitie ging uit van een poging tot moord, want Femko zou het vooraf allemaal hebben bedacht. Nooit kocht hij spiritus en dan nu ineens wel?

De geraadpleegde deskundige – een psychiater – zei dat de beste oplossing voor Femko zou zijn dat hij elke dag van overheidswege een krat bier verstrekt zou krijgen. Met een beetje toezicht verwachtte de psychiater dan geen verdere problemen, ook al omdat ze in de buurt niemand tot last waren. Maar ja, had de deskundige ook gezegd, zo’n advies mag ik natuurlijk niet geven.

En zo kwam de tbs om de hoek kijken, want dat Femko niet helemaal normaal spoorde, ja behoorlijk ontoerekeningsvatbaar was, dat wisten ze op de lagere school al.

Er is in voorbije weken onderzoek gedaan of het verantwoord is om de tbs helemaal te beëindigen. Conclusie: het gaat goed met Femko, maar nog net niet goed genoeg. De risico’s zijn nog iets te groot. Het zorgcorset van de tbs is vooralsnog beter, luidt het advies aan de rechters.

Femko: ‘Ik wil er liever van af. Het gaat prima met mij.’
De advocaat stelt een vorm van begeleid wonen voor, in een traject met toezicht.
Geen denken aan, zegt de officier van justitie.

De rechters hebben niet veel tijd nodig om een besluit te nemen. Een paar minuten. De tbs wordt met een jaar verlengd. De rechters tegen Femko: ‘Voor u verandert er dus niet zo veel. Dank voor uw komst.’
Femko, zachtjes: ‘Moi.’

Met die groet verliet hij woensdagmiddag de rechtszaal.
Met diezelfde groet, maar toen nog ferm uitgesproken, betrad hij tien jaar geleden diezelfde rechtszaal.

rob zijlstra

>> zie ook: malle dingen [pdf, juni 2007]

365 dagen x 10 jaar x € 14,00 (prijs 1 krat bier) = € 51.100,-
365 dagen x 10 jaar x € 410,00 (prijs 1 dag tbs) = € 1.496.500,-

De ratsmodee

Er zijn te weinig strafrechters
in Groningen (in Noord-Nederland)
om recht te spreken.

Zou de rechtbank in Groningen een winkelstraat zijn, dan zou die straat zich kenmerken door lelijke leegstand. Of een school. Zou de rechtbank in Groningen een school zijn, dan zouden ouders (en/of verzorgers) steen en been klagen vanwege de grote uitval van lesuren. De inspectie zou rapporteren dat er meer lessen niet doorgaan dan er worden gegeven.

De rechtbanken in Groningen, in Assen, in Leeuwarden – samen de rechtbank Noord-Nederland – zijn geen winkelstraten met dichtgetimmerde winkelpanden, geen scholen met lerarentekorten, maar instituten waar geschillen worden geslecht en waar wordt gezocht naar de waarheid (een waarheid). En dat allemaal om de boel om ons heen een beetje soepeltjes te laten verlopen. Functioneert de rechtspraak niet, dan gaat de samenleving naar de ratsmodee.

Onheilspellend begin, Zijlstra.
Gaat het niet goed dan?
Niet helemaal.

Er zijn te weinig strafrechters in Groningen (in Noord-Nederland) om recht te spreken. De boel loopt nog niet in het honderd, maar het kraakt hier en daar duchtig. Op de rechtbank noemen ze het een gebrek aan zittingscapaciteit. Dat suggereert dat er te weinig zittingszalen zijn, waar dan niemand iets aan kan doen. Maar dat is niet zo. Er is ruimte zat. Het zit ’m in de mensen.

Probleem van nu is ook dat als er iets bijzonders aan de hand is, iets dat afwijkt, dan wreekt zich dat direct. Zo wordt het reguliere misdaadwerk in de rechtbank van Groningen al weken gegijzeld door een grote strafzaak. Die zaak gaat over vieze olie en valse transporten tussen Farmsum (Delfzijl), Lelystad, Roosendaal en Duitsland. De vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd tussen 2006 en 2010.

Het onderzoek duurde jaren en kostte naar verluidt miljoenen euro’s. In zittingszaal 14 is speciaal een grote kast geplaatst om alle dossiers te kunnen bergen. Tegen de twee verdachte directeuren zijn boetes en werkstraffen geëist. Een van de betrokken bedrijven, North Refinery, is al jaren failliet. Het strafproces
begon begin maart, afgelopen week zijn (voorlopig) de laatste woorden gesproken. De uitspraak is over een paar maanden. Daarna volgt hoger beroep, vast ergens in 2020.

Los van direct betrokkenen is niemand in deze voor buitenstaanders onnavolgbare kwestie geïnteresseerd. Uiteraard moet in zo’n zaak recht worden gesproken, kennelijk ook als dat ten koste gaat van het gewone strafwerk. En dan moeten de rechters die er wel zijn zich ook nog eens bezighouden met strafzaken in de kleinste categorie.

Zo was er afgelopen week een man die een andere man had geslagen, zoals mannen dat al honderden jaren doen en dat (heb ik gehoord) de komende eeuwen ook blijven doen. Er was een zaak die draaide om openlijk geweld op de skatebaan. Een mishandeling (klap met vlakke hand) in een scheidingsprocedure nadat hij de hond had uitgelaten en twaalf flessen bier had gedronken. Er was wederspannigheid, een bedreiging, een eenvoudige belediging van een ambtenaar, de gebruikelijke diefstallen (croissantjes, Groninger metworst, kleding).

En de 65-jarige mevrouw L. moest komen opdraven.

Mevrouw L. wordt beschuldigd van vernieling. Wat ze heeft gedaan? Zij heeft Guusje laten castreren en dat had ze niet mogen doen want Guusje is niet van haar. De castratie is daarmee wederrechtelijk. Het baasje van Guusje had aangifte gedaan en toen moest mevrouw L. op het politiebureau komen. Er werd proces-verbaal opgemaakt en mevrouw L. werd aangemerkt als verdachte van het vernielen van de kater. Zo zeggen juristen dat. Volgens de officier van justitie trof de eigenaresse haar kat in een andere staat aan dan ‘ie die ochtend de deur was uitgegaan. Met ballen weg, zonder ballen terug.

De eigenaresse van Guusje zit als slachtoffer achterin de rechtszaal, mevrouw L. in de verdachtenbank, voorin. De eigenaresse kijkt triomfantelijk nu het er naar uitziet dat er eindelijk recht wordt gedaan. Mevrouw L. moet af en toe huilen want ze vindt het verschrikkelijk dat ze voor de rechter moet verschijnen.

Mevrouw L. zegt dat ze te goeder trouw heeft gehandeld. Dat haar motieven zuiver waren. Bona fide. Niet Mala fide zoals de verdenking luidt. Ze dacht dat Guusje een zwerfkat was. In 2015 had ze Guusje als eens verzorgd. Ze had het beestje toen gevonden met een grote wond boven op de kop. Ze had de wond schoongemaakt en magere Guusje wat te eten gegeven. Guusje was daarna blijven komen. Ze gaf hem vaker te eten en ook een keer een wormenkuur want dat moet af en toe bij een kat.

In de buurt had ze navraag gedaan, maar niemand wist van wie Guusje was. Ze belde de dierenambulance. Of er een kater in de buurt werd vermist? Niet. Na een tijdje had ze een bandje met een kokertje om de nek van de kat gedaan met in dat kokertje een briefje. Of de eventuele eigenaar contact zou willen opnemen. Niet lang daarna was het kokertje verdwenen, maar een eigenaar meldde zich niet. Toen na twee maanden guur weer de winter aankondigde, besloot mevrouw L. Guusje in huis te nemen.

Om geplas en katergestink tegen te gaan nam ze Guusje mee naar de dierenarts voor een ‘je-weet-wel-ingreepje’. Iedereen blij. Zou je denken.

Maar de buurt was helemaal niet blij. Buurtgenoten kalkten op de muur van het schuurtje van mevrouw L. dat ze een kattenmoordenaar is en dat ze tbs moet krijgen. Of een rolstoel. Er volgden bedreigingen en pogingen om haar omver te rijden met een auto. In het dossier staat dat de buurtagent heeft bevestigd dat tegen mevrouw L. een hetze wordt gevoerd. Er zijn camera’s opgehangen en burgemeester Peter den Oudsten is ingeschakeld om te bemiddelen. Recent was er een kort geding waarbij een aantal buurbewoners een contactverbod kreeg opgelegd.

De ondervraging van mevrouw L. door de politierechter duurt een half uur lang. Daarna doet de officier van justitie haar verhaal. Zij wikt en weegt en zegt uiteindelijk dat ze mevrouw L. het voordeel van de twijfel geeft. De eis: vrijspraak. De politierechter is zonder twijfel. Zij zegt tegen mevrouw L.: ,,U heeft te goeder trouw gehandeld en ik zie geen enkele reden u te veroordelen.’’

De rechter merkt nog op dat ze hoopt dat de situatie in haar woonomgeving nu snel zal verbeteren. De eigenaresse van Guusje haast zich de rechtszaal uit, terug naar de buurt waar de pesterijen nog niet voorbij zijn.

Aan eigenrechters was nog nooit een gebrek.

Rob Zijlstra

Zoeken naar Jolanda

Een verhaal over een
strafzaak die er
nooit zal komen

Er is

                                          uit Aduard

dag.

via Tros Vermist werd

Haulerwijk

Pierement.

dan weer Appelscha.

 

Wim, haar vader

kerst

  garagebedrijf in Veendam

                                                                     Portugesestraat

zwanger.

radeloos

familie Meijer.

raadsel                                                                   aldus de politie.

een beloning van

                            cold case

                                          paspoort in Leek

 

dat boer B. uit Winsum al zijn geld

       honderden tips

Henk H.

                                       of er ooit

blijven?

Rob Zijlstra

meer over deze zaak: het mysterie van jolanda meijer

 

Vergismoord

Foutje

Mijn gewaardeerde collega Mick van Wely van de Telegraaf twittert en schrijft zich suf over de moord op Djordy Latumahina uit Amsterdam.
Hij noemt dat een vergismoord.
Niet Djordy Latumahina had geliquideerd moeten worden, maar een andere ongelukkige man. Nog los van het drama dat achter deze zaak schuil moet gaan, is vergismoord het lelijkste woord van 2017 tot nu toe.
Daar kan geen Japke tegenop.
Het woord is zelfs zo ontzettend lelijk dat niemand het  zou moeten willen gebruiken.

Vind ik.

Want vergissing of niet, iemand doodschieten die niet doodgeschoten had moeten worden, blijft een kille moord.
Een moord is al erg genoeg en misschien in dit geval nog wel meer dan dat.

Ik moest denken aan de Hoornse taart, aan het arrest van 19 juni 1911.

De 63-jarige Johannes Beek uit Haarlem meende toentertijd een appel van jewelste te moeten schillen met de Hoornse marktmeester Willem Markus (84). Beek had een hekel aan Markus. Deze laatste was belast met het toezicht op de kermis van Hoorn. Beek was zijn ondergeschikte en had als taak het geld te innen van de kermisexploitanten. Dat geld, of een deel daarvan, stak hij echter in eigen zak. Markus kreeg daar lucht van, lichtte de burgemeester in en Beek werd op staande voet ontslagen.

Werkloos thuis – het is 1910 – zinde de boze Johannes Beek op wraak.
En hoe.
Hij kocht bij de bakkerij aan de Grote Houtstraat in Haarlem een lekkerste taart, stopte daar meer dan genoeg arsenic trioxide in – dat is rattengif – en liet de lekkernij in een bijbehorende cadeaudoos via Van Gend en Loos, misschien wel met een mooie strik erom,  bezorgen bij de woning van die vreselijke Willem Markus.

Grietje, de vrolijke dienstmeid, deed de deur open en nam de doos met lekkers namens haar werkgever in ontvangst. Maria Markus – Musman, de echtgenote van Willem, lustte alvast een stukje. Een paar uur later bezweek zij aan het rattengif.

Was de wraakzuchtige Beek strafbaar aan deze onbedoelde moord?
Hij wilde de heer Markus doden, hij had niet de opzet om mevrouw Maria om te leggen.
En opzet is wel een vereiste, schreef het wetboek van Strafrecht toen nog, om een strafbare dader te kunnen zijn.

Beek kreeg levenslang, want de juristen bedachten de voorwaardelijke opzet.
Net zo erg.
De juristen zeiden: ‘Indien iemand bij de uitvoering van zijn misdrijf niet het oogmerk heeft om andere personen te raken, maar deze kans wel aanvaardt, is er sprake van voorwaardelijk opzet en kan er derhalve toch aan het bestanddeel opzet worden voldaan.’

Vergismoorden bestaan niet.

Rob Zijlstra

bron: De Hoornse taart (en andere rechtsmonumentjes) van Fred Soeteman (en geïllustreerd door Chris Roodbeen)

Hou me vast

Normaal gesproken zijn wij
van de media in rep en roer
als een tbs’er zoiets flikt

Het gesprek tussen de rechters en de verdachte – een strafzaak is voor een flink deel een gesprek – verloopt stroef. Het is een gesprek ook tussen twee werelden. In de ene wereld is veel zeker, zijn er vakanties, overuren, af en toe een goed boek, de betere film en misschien dit jaar wel een nieuwe auto. Dat is de wereld van rechters. Die andere is de wereld van Mike. Klein, vol met onrust, amper toekomst.

Stroef.

Rechter: ‘Het lijkt wel of u het heel moeilijk vindt om antwoord te geven op een vraag.’
Mike denkt even na en zegt dan, ernstig: ‘Wat was de vraag?’

Mike, 45 jaar, is ter beschikking gesteld. Dwangverpleging van overheidswege. Sinds 2002. De laatste jaren zat hij in de befaamde Van Mesdagkliniek. Dat Mike al jaren wordt verpleegd kun je horen aan hoe hij de dingen zegt. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de rechters, over zichzelf: ‘Jij gaat ditmaal de zaak niet buiten jezelf leggen.’

Bij de politie had hij alles bekend. Rechter: ‘Wat u bij de politie heeft verteld, was dat ook de waarheid? En zo ja, is dat ook nu uw insteek? Mike: ‘Ik heb geen insteek.’

Zie je hem zitten, dan denk je dat hij even pauze heeft en dat hij straks weer aan het werk gaat, om in de chique kledingzaak modieuze kleren aan hippe jongemannen te verkopen. De werkelijkheid is een andere. Mike is zich op 16 december 2015 te buiten gegaan aan een heel nare vrijheidsberoving, een afpersing van een maaltijdbezorger van Hasret wat hem een scooter en een regenjas opleverde, aan huisvredebreuk en aan een overval op Domino’s Pizza.

Hij deed dit tijdens onbegeleid verlof. Normaal gesproken zijn wij van de media in rep en roer als een tbs’er zoiets flikt, maar ditmaal wisten wij nergens van. Heel apart is ook dat Mike dit alles deed, terwijl hij nog maar een maand moest. Op 15 januari 2016 zou zijn tbs voorwaardelijk worden beëindigd, op die dag zou hij de Van Mesdag mogen verlaten.

Met de finish is zicht, na een gedwongen verpleging van bijna vijftien jaar, kukelde Mike onderuit. Dat was de tweede keer al. In 2010 was iets soortgelijks gebeurd. Mike tegen de rechters: ‘Ik ken het niet rationeel verklaren.’

bloemschikken

Hij wilde sporten. Buiten was het koud. Toch verliet hij die decemberochtend de Van Mesdag, op de fiets, in korte sportbroek, zwart trainingsjack, sportschoenen van Asics met groene kleuraccenten en een geel mutsje op het hoofd. Hij wilde gaan hardlopen in het Noorderplantsoen. Dat deed hij vaker. Op de terugweg zou hij bloemen meenemen. Mike deed in de kliniek aan bloemschikken en hij wilde wat vredigs maken voor in de kerk.

Het Noorderplantsoen haalde hij niet. Halverwege stapte hij af, bij de coffeeshop waar hij met toestemming van de Van Mesdag mocht komen. Rechters: ‘U ging dus niet hardlopen.’ Mike: ‘Dat was wel het plan, er was ook draagvlak voor, maar ik besloot nog even verhaal te gaan halen bij een paar foute jongens.’

Dreef Mike een handeltje? Nam hij drugs, cocaïne, mee terug naar de kliniek? Die suggestie werd een beetje gewekt. Er is daar binnen van alles verkrijgbaar en iemand moet het doen. Op dit punt blijft dit verhaal vaag, want dat bleef het in de rechtszaal ook.

In de coffeeshop kocht Mike in ieder geval hasj, hij rookte een pijpje en hij snuffelde wat aan de cocaïne. Mike sluit niet uit dat hij door dat gerook en gesnuffel een beetje van de wereld is geraakt. Misschien zat er raar spul in de drugs en ging het daardoor mis.

Wat heet. Pal achter de rechtbank drong hij een willekeurige woning binnen, op het moment een vrouw haar voordeur opende. Hij bedreigde haar en dwong haar mee naar binnen, zei dat ze niet moest gillen omdat hij niet nog meer slachtoffers wilde maken. De vrouw vreesde, zegt de rechter, dat er iets seksueels ging gebeuren. Dat gebeurde niet. De vrouw wist te ontsnappen. Rechter: ‘Het slachtoffer vertelde dat de indringer een korte broek droeg, een geel mutsje. Was u dat?’ Mike: ‘Horror, die mevrouw moet heel bang zijn geweest.’

Niet lang daarna werd een maaltijdbezorger beroofd. De jongen kreeg een koud stuk ijzer, hij dacht aan een revolver, tegen zijn wang geduwd. Hij moest geld geven (40 euro), de batterij uit zijn telefoon halen (lukt niet) en zijn regenjas afgeven. De overvaller ging er op de scooter vandoor. Rechters: ‘U?’ Mike: ‘Ik kan het me niet herinneren. Ik ga ervan uit dat wat u zegt, waar is.’

terechte vraag

Weer even later probeerde hij nog een keer een woning binnen te dringen. De bewoonster schreeuwde ‘ga weg’ wat hij na een tijdje ook deed.

Rechters: ‘?’
Mike: ‘Ik begrijp uw vraag, een terechte vraag, maar ik wil het niet groter maken dan het nu al is.’

Bij Domino’s Pizza – het is dan avond – fluisterde hij de medewerker achter de balie toe dat hij de kassa open moest doen en het geld moest geven. ‘Anders ga ik schieten.’ Met 80 euro gaat hij ervandoor.
Rechter: ‘Was u dat?’
Mike: ‘Ik was daar op dat moment wel binnen.’
Rechter: ‘Was u ook de overvaller?’
Mike: ‘Dat is een detail.’
Rechter: ‘Een overval plegen, dat is toch geen detail?’
Mike: ‘Een belangrijk detail.’

Hij zit weer vast. Na de misstappen is de tbs niet beëindigd, maar verlengd. En er ligt een eis tot een nieuwe tbs, die de oude zal vervangen. Terug bij af. Mike zegt dat hij zich graag in Groningen had willen vestigen. Gedragsdeskundigen rapporteerden dat de druk, de stress die de naderende vrijheid meebracht te groot was. Met die nieuwe delicten heeft hij willen aangeven ‘hou mij vast’.

Mike moet nu opnieuw honderden uren praten met therapeuten, zoals hij dat de afgelopen vijftien jaren ook heeft gedaan. Met die ‘beste mensen’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij zich schaamt (‘kapot’) en dat hij spijt (‘oprecht’) heeft en dat hij verantwoordelijk is voor trauma’s die hij de slachtoffers heeft bezorgd. Hij zegt dat hij echter weigert onder de tafel te kruipen. Hij wil een kans en … nog meer vertellen, maar de rechters vragen of hij het kort wil houden. Want dat is, menen deze rechters, de bedoeling van het laatste woord. Dat je kort nog wat zegt.

Mike: ‘Mijn leven is een slechte film.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Parkiet

Een gruwelmisdaad
van onmetelijke zinloosheid

Dirk de V. was weer even in de rechtbank van Groningen. Dat wil zeggen, hij was er niet in persoon, maar zijn zaak diende. De rechtbank moest besluiten over zijn tbs-status: moest die worden verlengd of niet?

Er was daarover nauwelijks discussie. De rechtbank trok zich formeel nog wel even terug in de raadkamer, om te ‘raadkameren’, maar na een minuut zaten de drie rechters al weer in de rechtszaal om mee te delen dat de dwangverpleging van overheidswege met twee jaar wordt verlengd. Zoals geëist.  Niemand had anders verwacht.

Dirk de V. bracht in oktober 1999 de toen 27-jarige Tjirk van Wijk uit Groningen om het leven. Het was een gruwelmisdaad van onmetelijke zinloosheid. Tjirk was een willekeurig slachtoffer. De V. zat samen met zijn handlanger Henk H. al in een politiecel in Assen toen de moord nog moest worden ontdekt. Het is een akelig verhaal.

Er leven nog mensen in Groningen die koude rillingen krijgen als ze aan De V. – aan karate Dikkie – worden herinnerd.

De rechtbank in Groningen veroordeelde deze man in 2000 tot 14 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Van verpleging – behandeling – is eigenlijk nooit sprake geweest. De V. brengt zijn dagen veelal door in de isoleer op de afdeling zeer intensieve en gespecialiseerde zorg. Hij werd regelmatig overgeplaatst. Een tijd lang gold dat waar De V. verbleef, het ziekteverzuim steeg. Hoe dat nu is, weet ik niet.

De nu 67-jarige De V. heeft aangegeven dat hij de laatste jaren van zijn miserabele leven graag in vrijheid door wil brengen. Tegen het besluit hem op de longstay-afdeling te plaatsen – in zijn geval is dat de afdeling verkapt levenslang – heeft hij bezwaar aangetekend.

Om te onderzoeken of er nog iets mogelijk is, of aan hem een tikkeltje perspectief kan worden geboden, zou hij moeten worden geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. De V. wil daar wel aan meewerken, maar eist dat hij dan zijn parkiet mag meenemen. Dat beest betekent alles voor hem.

Het Pieter Baan Centrum wil vogel noch kooi.
De V. wil dan geen stap verzetten.
Zijn advocaat pleitte woensdagmiddag voor een beetje creativiteit.
Voor dat beetje perspectief.
De rechters zeiden dat ze daar niet over gaan.

Een parkiet wordt gemiddeld 13 jaar oud.
De parkiet van De V. is  6.
Samen kunnen ze dus nog even vooruit.

De nabestaanden van Tjirk van Wijk waren ook aanwezig in de rechtszaal.
Ze zeiden het niet, maar ik hoorde het hen denken.
Wat hen betreft draaien ze die vogel de nek om.

Rob Zijlstra

⇒ meer over deze zaak: Ene Tjirk van Wijk doet open…

De misplegers

Ik kijk vaak naar de omroep Max
en dan zie ik allemaal mensen
die uit het leven willen stappen

De misdaad kent veel gezichten. Eén gezicht van de misdaad is het gezicht dat schreeuwt om aandacht. De pleger misbruikt de misdaad dan een beetje. Hij is er niet op uit iemand een kop kleiner te maken, wil geen wraak om welke redenen dan ook en wil zichzelf ook niet verrijken ten koste van een ander. Nee. Hij wil gehoord worden, wil dat er een keertje iemand even naar hem luistert of een arm om hem heen slaat. De misplegers.

Het strafrecht maakt geen onderscheid, maar scheert iedereen over een kam. Ook de mispleger wordt opgepakt, in voorlopige hechtenis genomen, verhoord, veroordeeld en na een laatste woord opgesloten in de gevangenis.

Op een dag, een alledaagse dinsdag, in augustus van het vorige jaar kreeg de politie ’s middags een 112-melding. Overval Q8-tankstation te Ter Apel. De overvaller met witte doeken om het hoofd geslagen was te voet gevlucht. Twee mannen die in de carwash hun Mercedes-Benz Sprinter stonden te schrobben hadden het gezien en waren onverschrokken in de bus gesprongen om de achtervolging in te zetten. Ze zagen de hollende dader verdwijnen in het struikgewas.

De politie arriveerde rap en op aanwijzing van de achtervolgers konden ze Martin (25) na een klein uur zoeken, aanhouden. Hij had zich verstopt tussen de bramenstruiken, met de enkels weggezakt in de zompige modder. Toen de agenten hem vastgrepen, begon hij te huilen.

De buit bedroeg 486 euro. Veel biljetten, een beetje muntgeld. Had Martin bij de overval een wapen gebruikt? Nee. Hij was naar de ingang van het tankstation gelopen. De medewerkster stond daar een sigaret te roken. Hij had haar met grof kabaal naar binnen gedwongen en toen geroepen dat hij geld wilde (’I want money’). De medewerkster was zo onder de indruk van zijn lichaamstaal, dat ze de lade uit de kassa haalde en die op de toonbank zette. Zo was het gegaan.

Er is nog wel een dingetje. Toen de mannen in de Mercedes achter hem aanreden, leek het even alsof Martin naar een verderop geparkeerde groene Renault Clio spurtte. Die auto was van zijn moeder. In de auto zat een man. Was die man een handlanger? Stond de Clio daar een vluchtauto te zijn? Martin zegt van niet.

De man in de Clio was Appie, een huisvriend die zijn moeder vaak helpt met boodschappen doen. Hij had aan Appie gevraagd hem naar Ter Apel te brengen. Martin woont in Emmen. Zodoende.

Rechters: ‘Dus deze Appie stond u niet op te wachten?’
Martin: ‘Nee, nee, echt niet.’
Rechters: ‘Misschien wilt u hem niet verlinken, houdt u hem uit de wind.’
Martin: ‘Ik snap dat u zo denkt, het ziet er ook best wel vaag uit allemaal. Maar het is niet zo.’

Grote vraag: waarom? Waarom, willen de rechters weten, pleegt een jongeman van 25 jaar een overval op een tankstation? Martin vindt het een heel goede vraag, maar een passend antwoord kan het er niet bij geven.

Martin zegt: ‘Ik zat in een donkere periode. Thuis ging het niet goed, ik had ruzie met mijn vader. Er was iets in mij geknapt, als ik het zo mag zeggen. En ik was ook een beetje depressief in mijn hoofd.’
Rechters zeggen: ‘Ja maar… je pleegt toch een overval om geld te maken, om er rijker van te worden? Toch niet om uiting te geven aan je gevoelens?’
Martin weet het niet. De officier van justitie wel: ‘Hij verdient straf, want wat hij heeft gedaan kan niet, zoiets brengt onrust in de samenleving om over de enorme impact die het heeft op het slachtoffer nog maar te zwijgen.’
De advocaat: ‘Het was een schreeuw om aandacht.’

De aanklager wikt en weegt, dreigt heel even met 24 maanden eenzame opsluiting om uiteindelijk 57 dagen celstraf te eisen, dat zijn precies de dagen die Martin al achter slot en grendel heeft gezeten. Daarnaast een werkstraf van 240 uur. De reclassering zal hem helpen en begeleiden. Hij hoeft met deze eis dus niet terug naar de gevangenis. Maar bij nieuwe aandachtvragerij liggen er 365 dagen voorwaardelijke celstraf op hem te wachten.
Rechters: ‘Wat vindt u van deze eis?’
Martin: ‘Ik vind het eigenlijk wel goed en terecht ook.’

Heeft Martin hier de misdaad misbruikt om hulp te krijgen, zoals zijn advocaat beweert? Of is niet hij, maar Guus de echte mispleger? Guus? Wie is dat?

Guus is een 65-jarige man uit Groningen. Hij had niks overvallen, maar wel 112 gebeld met de mededeling dat hij niet verder wilde leven. Hij kondigde aan dat hij zichzelf in brand zou steken. Hij gaf zijn adres door, ging in de woonkamer zitten en schonk zichzelf nog een jenevertje in. Toen twee agenten ter plaatse kwamen roken ze gas. In de keuken had Guus twee van de vier gaspitten halfopen gedraaid. De voordeur stond open, maar dat was vanwege de hond.

De officier van justitie heeft aan Guus een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing ten laste gelegd.

Guus zucht. Hij zegt dat hij uit wanhoop heeft geschreeuwd dat hij dat zou doen. ‘Ik had die twee gaspitten opengezet voor het idee, om een gaslucht te krijgen, zodat het leek alsof het menens was. Ik zocht hulp en dat heb ik helemaal op de verkeerde manier gedaan. Ik was van streek, ik wilde helemaal niet dood.’

Rechters: ‘U zegt dat u van streek was. Maar was u ook in de war?’
Guus: ‘Mijn zus, mijn lievelingszus, was ziek en had besloten dat ze niet verder wilde leven. Daar had ik heel veel moeite mee. Ik zag geen toekomst meer. Ik dacht toen, dan ga ik er ook maar vandoor.’
Rechters: ‘Jaa-ja.’
Guus: ‘Ik kijk vaak naar omroep Max en dan zie ik allemaal mensen die uit het leven willen stappen. Ik kan daar niet mee omgaan.’
De rechters willen weten hoe het nu met hem gaat.
Guus: ‘Ik sta weer stabiel op de voeten. Ik kan wel weer naar huis.’

Maar de officier van justitie is onverbiddelijk: ‘Het zal. Er is hier sprake van een strafbare poging. Ik eis een jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.’ Nemen de rechters de eis over, dan moet Guus nog twee maanden zitten.

Problemen? Het strafrecht nemen, de oplossing voor alles.

Rob Zijlstra

 

 

 

 

 

Strijder

John Lanting strijdt al jaren tegen instanties die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning en de daaraan gekoppelde aardbevingsproblematiek. Lanting doet dat op eigen wijze.

Probleem in Groningen (een van de) is de trage afhandeling van schade en het achterwege blijven van het vergoeden van de schade aan woningen en gebouwen. Dit ondanks het feit dat de NAM zegt aansprakelijk te zijn, een standpunt dat is onderstreept door uitspraken van de rechtbank.

Een jaar geleden ging John Lanting een paar keer boos op pad. Hij vernielde een hek, knipte draadjes door, spoot met een spuitbus leuzen op een kantoorpand van de NAM in Assen en gooide tien in Uithuizermeeden gekochte eieren tegen een ruit van het Centrum Veilig Wonen, de instantie die belast is met de schadeafhandeling.

Maandagochtend moest John Lanting zich verantwoorden voor de politierechter.

omgekeerde wereld

De omgekeerde wereld. Zo voelde het in de rechtszaal. De wereld op de kop. John Lanting (56) uit Uithuizermeeden, strijder tegen de aardbevingen veroorzakende ‘gasmaffia’ – zoals hij de NAM en consorten steevast noemt – stond terecht omdat hij (kleine) vernielingen heeft aangericht aan eigendommen van de NAM.

Of hij dat heeft gedaan?
Dat wil de politierechter weten.
Jazeker heeft hij dat gedaan.
Zegt: ‘Ik strijd altijd met open vizier. En ik sta er nog voor de volle honderd procent achter.’

Zou hij het weer doen?
Ietsje voorzichtiger nu: ‘Vast. Want het zijn emoties.’
En dan, weer als een wervelwind: ‘Ze slopen onze bezittingen, onze huizen, onze gezondheid en dat doen ze 365 dagen per jaar. Dat kan allemaal maar. Wij horen hier niet te zitten.’

De politierechter: ‘Als alle gedupeerden zouden handelen als u dan wordt het een chaos in Groningen.’
Lanting: ‘Maar het is hier al chaos, mevrouw de rechter.’
Het publiek heeft hoorbaar moeite om te doen waar de rechter om had verzocht: mond houden.

Lanting ziet zijn acties (‘reacties’) vooral symbolisch. Bij een boorlocatie bij Zeerijp had hij ‘drie draadjes’ doorgeknipt. ,,Om de vogeltjes te bevrijden, de vogeltjes dat zijn mijn vrouw en ik. Ik heb ons bevrijd uit deze gevangenis waar de gasmaffia ons en met ons vele anderen in heeft gestopt.’’

Lanting voelt zich niet veilig in zijn woning, zijn geboortehuis, en strijdt voor een goede uitkoopregeling. Al jaren. Zijn acties zijn het gevolg van woede, frustratie en machteloosheid. ‘Het is noodweer.’

Bij het Centrum Veilig Wonen (waar hij niet meer mag komen) in Appingedam gooide hij tien eieren tegen de ruiten. ‘Bewust eieren, om niets te vernielen’, zegt Lanting.
Officier van justitie Henk Mous legt uit wat vernielen juridisch betekent: ‘Eieren tegen een raam gooien is vernieling want het raam kan niet meer worden gebruikt waarvoor het is gemaakt.’
Hoongelach in de zaal.
Mous maakt geen vrienden.

En dat doet hij ook niet met de strafeis.
Tegen Lanting: ‘Ik heb begrip voor uw situatie, maar wij hebben allemaal afgesproken in het dikke wetboek van strafrecht dat we ons aan de regels houden.’
Geboe op de tribune.
De aanklager eist een toegangsverbod voor alle NAM-locaties in heel Nederland om te voorkomen dat Lanting opnieuw strafbare feiten gaat plegen. Voor elke overtreding: drie dagen celstraf. Daarnaast een boete van 500 euro.

Lanting, kwaad, vinger in de lucht: ‘Dit is intimidatie en onderdrukking. U brengt mij hiermee nog meer in psychische nood.’

De politierechter is het ook niet met de officier van justitie eens.
Ze legt een voorwaardelijke werkstraf op van 40 uur.
Merkt op: ‘Een gebiedsverbod vind ik te ingrijpend.’
Lanting reageert: ‘Hier kan ik mee leven.’

Naast deze stok achter de deur – want zo moet de straf worden gezien – moet Lanting 112,50 euro betalen aan het Centrum Veilig Wonen.
Dat is de berekende schade.
Het betreft de schoonmaakkosten van de ruit waartegen tien eieren aan hun einde kwamen.
Er waren twee mannen van het Centrum Veilig Wonen naar de rechtbank gekomen om dat toe te lichten.

Waarom dat 112,50 euro moet kosten, bleef onbesproken.
Waarom het Openbaar Ministerie heeft besloten om olie op het vuur te gooien door van deze zaken een strafzaak te maken, ook.

Rob Zijlstra

Boer & koe

Twee dagen later werden de
schokkende beelden aan
heel het land getoond

De officier van justitie is duidelijk, Gert is vooral kwaad. Dieren, zegt de officier van justitie, hebben net als mensen rechten. Dieren horen vrij te zijn van pijn, van ziekte en van stress. Veehouder Gert (57), nors: ‘Ik geef dieren altijd een kans.’

De aanklaagster geeft op haar beurt boer Gert een kans. Wel een laatste: ‘Ik eis een voorwaardelijke sluiting van zijn bedrijf. Gaat hij weer in de fout, dan moet het veebedrijf een jaar dicht. Dan is het einde verhaal.’

Wanneer de economische politierechter de eis, die hij mild noemt, grotendeels overneemt, pakt Gert zijn boeltje bij elkaar, kwakt hij alles in een jute Spar-tas en maakt aanstalten de rechtszaal vroegtijdig te verlaten. Als het moet, zo lijkt het, loopt-ie dwars door de deur van hout. Hij is niet meer kwaad, hij is nu ziedend. Hij moet, dat is de straf, gedurende honderd uren een werkstraf uitvoeren. De geëiste vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf legt de politierechter niet op. Maar wel de voorwaardelijke bedrijfssluiting.

Gert, halverwege de zitting, toen hij nog gewoon kwaad was: ‘Ik hou van mijn dieren. Ik doe mijn best, maar het gaat wel eens fout. Ieder mens maakt fouten. Dat is nooit leuk, maar ik doe het niet expres. Per-ti-nent niet.’

De drie politiemannen van de afdeling beestenboel zitten op de publieke tribune en horen het hem zeggen. Ze zeggen dat ze wel beter weten. Gert is een slechte boer. Bestaan er veel slechte boeren? In elke gemeente zijn er wel een paar, zeggen de mannen van de politie.

Gert kwam een jaar of zes geleden naar Noord-Groningen, na naar verluidt wat problemen elders in de provincie. Hij kwam om opnieuw te beginnen. Hij kan leven van zijn bedrijf, hij heeft een vriendin, maar – en dat vooral – hij heeft een moeizame relatie met de rest van de wereld. De rechter zegt dat hij dat in het dossier heeft gelezen. Is dat zo? Gert haalt de schouders op. ‘Ik heb geen behoefte aan buren.’

Die buren zitten ook in de rechtszaal. Een van hen had 112 gebeld toen Gert, augustus vorig jaar, een dode koe met een stuk touw aan de tractor door het weiland trok, met zo’n 20 kilometer per uur naar de boerderij, honderden meters verderop. Toen later de veearts kwam, bleek de koe niet dood. Het beest leefde nog, maar was er zo slecht aan toe dat de arts met de verlossende spuit moest komen. Koe alsnog dood.

Gert ontkent. Zegt dat hij toch niet met een koe aan een stuk touw achter zijn tractor door het weiland gaat sjezen. ‘Dat heeft toch geen nut?’ Hij dacht dat het beest dood was. Zegt: ‘Er zat geen muziek meer in. Inschattingsfout. Ik ben ook maar een mens.’

De politierechter: ‘Maar waarom dan zo, op zo’n ruwe manier.’
Gert, nuchter: ‘Je moet zo’n koe van het land halen. Ik kan geen 800 kilo op de nek tillen.’

instanties

De buurman had niet alleen 112 gebeld. Hij had het gesleep met het dier ook gefilmd. Want de maat was vol. Al vaker hadden de buren aan de bel getrokken bij de instanties, maar veel hielp dat niet. Daarom ging het filmpje naar SBS6, naar Hart van Nederland. Twee dagen later werden de ‘schokkende beelden’ aan heel het land getoond. Toen kwamen de instanties wel.

Gert: ‘Verschrikkelijk. Die beelden zijn via het internet de hele wereld overgegaan. En wie zegt mij dat die beelden er weer vanaf worden gehaald? Het is geestelijke mishandeling. Terreur. Zoiets verwacht je toch niet van je buren?’

Het was niet alleen het sleepincident. Er liepen kalveren op het veebedrijf rond zonder oormerken, zonder die lelijke gele flappen. Een economisch delict. Gert ziet dat anders. ‘Die kalveren hadden geen flappen, klopt, maar ze waren wel geregistreerd zoals het hoort. Het probleem met die oormerken is dat de oren ervan gaan ontsteken. Wil ik een kalf verkopen, dan moet ik ‘m ongeschonden afleveren, niet met een half oor, dan raak ik ‘m niet kwijt.’

Er waren vaker zieke koeien die dagenlang kermend en kreunend in de wei lagen en uiteindelijk stierven. Met wratten in ogen, met infecties en enge wonden met daarin krioelende maden die de tijd van hun leven hadden, evenals de kraaien die niet konden wachten.

De officier van justitie zegt dat een boer er zijn eigen denkwijzen op mag nahouden. ‘Boer Gert is van de natuur. De koe ziek dan moet de natuur zijn werk doen. Maar zijn zienswijze botst met de wet. Hij kiest er zelf voor om boer te worden, dan moet je je aan de regels houden. Wat hij heeft gedaan is ronduit wreed, er is hier sprake van een ernstige vorm van dierenmishandeling. Het sterftecijfer op zijn bedrijf met een matige stalhygiëne is dertig procent, dat is extreem hoog.’

fors kader

Een gevangenisstraf zou op z’n plaats zijn, zo gaat de officier van justitie verder, maar dan komt ze met de laatste kans op de proppen, met dus die werkstraf en de dreigende stillegging van het bedrijf. De officier van justitie noemt het een ‘fors kader’.

Gert heeft een advocaat meegenomen, maar die weet het verschil niet te maken. Volgens de advocaat hebben de koeien het vooral aan zichzelf te danken en als dat niet waar is dan verwijst hij naar de Oostvaardersplassen waar dieren ook aan de grillen van de natuur zijn overgeleverd. ‘Opvattingen van de mens over dierenwelzijn veranderen voortdurend.’

De politierechter hoort het aan en zegt nog, nadat hij het vonnis mondeling heeft uitgesproken en toegelicht, dat hij gelooft dat Gert heus van goede wil is. ‘Ik gun u dat het weer goed komt.’ Maar de veehouder hoort dat al niet meer, hij is dan al overgegaan van kwaad naar ziedend. Ook het ‘uw buren zijn er niet voor om u in de gaten te houden en u te filmen’ ontgaat hem.

Na afloop van de zitting waar een uurtje voor was uitgetrokken, maar die vier uren duurde, zegt een van de buren: ‘Zo’n rechter kan dat nou wel zeggen, niet filmen, maar als we dat niet hadden gedaan, was niemand in actie gekomen. Het heeft wel geholpen.’

Rob Zijlstra

 

Stromend geld

Nurks komt Freddie – borst vooruit, kin ietwat
opgetrokken – de rechtszaal binnengewandeld

Er was deze week een pas gescheiden man uit Grootegast die op een feestje in Assen, lurkend aan zes flessen bier, de polka had gedanst. Daarna was hij in de auto gestapt en reed hij onbedoeld tegen de vangrail. Nu moet hij voor straf 34 uur werken en aan zijn baas – man is vrachtwagenchauffeur – vertellen dat hij vier maanden zonder rijbewijs is.

Er was ook een man uit Veendam die vreemdging en zijn daden wilde ’ontvreemden’ door zijn bedrogen partner van het leven te beroven, hetgeen geschiedde. Het politieonderzoek is zo goed als klaar, maar de rechters hebben pas het komende najaar tijd de zaak op inhoud te beoordelen.

Er waren  drie mannen niet komen opdagen die vanuit de onderwereld waren opgeklommen naar misschien wel de bestuurlijke bovenwereld van Delfzijl om zo beter te kunnen handelen in drugs. Of dat waar is moet nog blijken. De vermeende ondermijning wacht al ruim twee jaar op berechting.

Er was een voormalig gemeente-ambtenaar uit Groningen die als ’financieel hulpverlener’ 98.315 euro zou hebben verduisterd, geld dat toebehoorde aan mensen met grote schulden, aan de mensen die hij hielp. Hij zou dat hebben gedaan tussen 2010 en maart 2014. Ook hier wacht het recht op z’n beloop.

En Freddie (30) was er. Gelukkig hadden ze wel tijd voor hem. Freddie is in tegenstelling tot de anderen vaker in zittingszaal 14 veroordeeld. Van de voorbije vijf jaren zat hij voor verschillende misstappen er vier achter de tralies. Freddie vindt dat wie vaker wel dan niet is opgesloten een goed alibi heeft. Dus hij ontkent.

Freddie woont in de gevangenis omdat hij bijvoorbeeld betrokken was bij een gewelddadige woningoverval in Groningen. Na die overval, in 2015, dook hij onder in Leeuwarden. Wie nou zou hem daar zoeken? Maar Opsporing Verzocht besteedde aandacht aan de zaak en zond door heel het land beelden uit van een man met een zwart petje op zijn hoofd en met een stoer loopje. Onmiskenbaar Freddie. Hij werd gearresteerd en de rechtbank veroordeelde hem tot anderhalf jaar celstraf.

Tijdens het onderzoek naar die woningoverval werd zijn telefoon getapt. De meeluisterende agenten kregen zo kennis van meer strafbare feiten: Freddie zou zich ook bezighouden met het oplichten van mensen via martkplaats.nl . Hij zou dat samen met ene Jerry (26) uit Assen doen.

Nurks komt Freddie – borst vooruit, kin ietwat opgetrokken – de rechtszaal binnengewandeld. Met een schuin oog kijkt hij naar de rechter die hij een paar maanden eerder had uitgescholden. Hij had ‘vuile hondenkop’ geroepen. En ‘kankermongool.’ Omdat hij niet naar huis mocht. Zo onbeleefd zijn helpt doorgaans niet. De rechter – wat gewend – heette hem evenwel van harte welkom. ‘Goed dat u er bent, gaat u zitten.’

Jerry is er niet. Jerry is aan lager wal geraakt. Droef gedoe. Hij heeft geen besef van welke dag het is, laat staan dat er in zijn beleving een dag bestaat waaraan gekoppeld een tijdstip waarop hij in het gerechtsgebouw van Groningen moet verschijnen. Hij leeft in een andere werkelijkheid. Zijn advocaat: ‘Het is voor Jerry buitengewoon lastig om afspraken na te komen. Ik heb contact met hem per e-mail. Soms geeft hij antwoord, soms ook niet.’

Welgeteld 381 mensen hebben aangifte gedaan. De gedupeerden kochten voor een paar tientjes tot een paar honderd euro entreekaarten voor concerten en evenementen op marktplaats.nl . Een misdaad van grote eenvoud: wie betaalde kreeg niks. Wie daarna telefonisch verhaal kwam halen, werd onvriendelijk aan het lijntje gehouden of afgeblaft.

Het betrof entreekaarten voor de Winterefteling, voor Kensington, de metalmeeting in Eindhoven, voor festival Dekmantel in Amsterdam, voor het Supersized Freestyle-feest in Tilburg, voor U2, voor toegangskaarten om samen met Linda tv-opnames van Ik hou van Holland bij te wonen (daar moet je kennelijk voor betalen). Anderen dachten voor weinig de game FIFA 15 te kopen of de niet meer in de winkel verkrijgbare lampen van Nijntje a tachtig euro.

Het geld stroomde binnen. Dat wil zeggen, het geld belandde op bankrekeningen van katvangers. Zo kwam er geld binnen op de bankrekening van de zwaarverslaafde Johanna. Op een dag 24 keer, opgeteld 2300 euro. Haar bewindvoerder vond dat maar gek. Meestal verdween het geld via pintransacties nog diezelfde dag. De officier van justitie denkt dat Freddie en Jerry er een dagtaak aan hadden.

Freddie ontkent. Zegt dat hij in de gevangenis zat en echt geen wifi heeft op cel. Hoe dan? Goed hij had verlof gehad, zestig uur, en toen was hij bij Johanna in Groningen geweest, in haar huis vol drugsgebruikers. Die Jerry die hij niet kent, was er ook, zag er niet uit. Die gast zat de hele dag achter de computer. Geven ze hem de schuld? Logisch. Ze hebben redenen te over een ander de schuld te geven. Samenvattend: ‘Ik heb er niks mee te maken, maar ik zit al bijna een jaar vast op verklaringen van een paar crackjunkies.’

In zijn nadeel is dat Freddie in 2013 al eens is veroordeeld wegens internetoplichting. Hij kreeg toen negen maanden. Nadeel is ook dat op zijn laptop informatie is aangetroffen die doet vermoeden dat hij advertenties heeft opgesteld voor marktplaats. Ook zijn er veertien sim-kaarten gevonden in een prullenbak in Leeuwarden. Uit gegevens op die kaarten blijkt dat er contacten zijn geweest tussen het telefoontoestel van Freddie en telefoonnummers die aan gedupeerden toebehoren.

De officier van justitie zegt dat Freddie (met Jerry) niet alleen honderden mensen heeft besodemieterd, maar ook schade heeft toegebracht aan het vertrouwen dat het handelsverkeer zo nodig heeft. Zonder vertrouwen geen handel, geen economie.

Freddie heeft voor deze narigheid inmiddels 317 dagen in een cel doorgebracht. De officier van justitie vindt dat voldoende. Wat hem betreft kan Freddie nu doorgaan met het uitzitten van die achttien maanden die hij kreeg voor die overval. Jerry zat 107 dagen vast. Daar kan, oppert de aanklager, nog wel een half jaartje bij.

Zonder te schelden verlaat Freddie de rechtszaal, tikkeltje minder nurks, maar wel weer met de kin opgetrokken. Als hij ooit vrijkomt, had hij nog gezegd, dan gaat hij weg, weg uit Groningen. Dan gaat hij mooi naar Amsterdam, om daar een normaal leven te leiden. Hoe? ‘Dat gaat jullie niets aan.’

Sietse

Afscheid van het verpleeghuis van mijn vader

In september vorig jaar schreef ik een artikel in Dagblad van het Noorden over het verpleeghuis van mijn vader, over Vliethoven in Delfzijl. Ik schreef dit verhaal omdat het er niet klopte, ik liet mijn vader daar niet met een gerust hart achter.

De ziekte van Parkinson had het sterke lichaam van mijn vader, eens een zeeman, later een werknemer van Akzo in Delfzijl, gesloopt. En alsof dat nog niet voldoende was, meldde zich onaangekondigd de dementie om ongenadig een einde te maken aan wat nog restte. Na een jarenlange verzorging thuis – we moeten vanwege geld zo lang mogelijk thuis – ging het niet meer. In maart 2016 klopten wij moegestreden ten einde raad aan bij Vliethoven.

Het was daar vies, het stonk er, het interieur bestond uit bijeengeraapte oude meuk. De 24 dementerende vaste bewoners kregen geen dag fatsoenlijk te eten, de maaltijden kwamen uit de diepvries, het te weinige verzorgende personeel was belast met het ontdooien en vervolgens met het opwarmen van dagelijkse prut, wie vegetarisch was, was overbodige luxe.
Met de bewoners werd nauwelijks iets gedaan. Kennis over de ziekte Parkinson ontbrak, medicijnen werden bewaard in een rommelhok waar ook de schoonmaakmiddelen stonden. Het meerendeel van het verzorgende personeel werkte zich voor het geregistreerde aantal onderbetaalde uren uit de naad, maar kon nooit op tien plekken tegelijk zijn ook al was dat steeds nodig. Er waren nare geweldsincidenten – bijvoorbeeld – als gevolg van een gebrek aan toezicht.

Ik zocht contact met de raad van toezicht (‘ha ha, u moet niet bij ons zijn’), ik sprak met de directie van De Hoven, de stichting waar Vliethoven deel van uitmaakt. De directie was blij met mijn kritische opmerkingen (‘want uw kritiek, uw kritiek is onze uitdaging’). Vervolgens snurkte de praatjesdirectie rustig verder want er was toch geen geld vanwege Den Haag.
Goed gesprek, nooit meer iets van vernomen, nooit meer een reactie.

Uiteindelijk schreef ik, gefrustreerd, wanhopig, mijn verhaal in de krant, niet lang nadat Hugo Borst zijn geweldige actie was begonnen. Er waren mensen in Vliethoven, mantelzorgers, een betrokken man als Bronger, de vriend van een vriend die zomaar ineens patiënt was geworden, familieleden, allemaal begane echte mensen die hard aan de bel trokken, maar ondanks hun lawaai niet werden gehoord. Het verhaal in de krant hielp (mooi hoor, maar het geeft ook erg te denken).

Want jawel. Er werd beterschap beloofd. De locatiedirecteur werd na het verhaal in de krant aan de kant gezet, er kwam een krachtige interim om orde op zaken te stellen. De interim stelde een onderzoek in naar de omstandigheden op Vliethoven. Niet naar de oorzaken.
Op een bijeenkomst met familie van bewoners presenteerde de interim de uitkomsten van zijn onderzoek: het was nog erger dan erg. Hij zei in de volle zaal: ’’Vliethoven was zo diep gezakt, dat dieper niet kon. We hebben op het punt gestaan Vliethoven te sluiten.’’ Mijn verhaal in de krant bleek een milde versie van de werkelijkheid.

De locatiedirecteur was het ‘dieper dan diep’ kennelijk ontgaan. De interim verviel gelukkig niet in rare praatjes, maar stak zijn nek uit en beloofde beterschap. Ineens bleek van alles mogelijk ondanks dat er eerder geen geld heette te zijn. Er werd een grondige renovatie toegezegd.
Los van het krantenverhaal was er Akke Zijlstra. De echtgenote van mijn vader Sietse. Mijn lieve moeder dus. Ze was er dagelijks. Als een luis in de pels. Als een horzel. Zij klaagde niet alleen aan, maar ze deed ook zelf iets. Ze organiseerde doe-avonden voor de bewoners, zodat er eens wat vrolijks gebeurde, ze bouwde een band op met bewoners die nooit bezoek kregen (en krijgen).

We zijn inmiddels een paar maanden verder. De vloeren zijn vervangen, de plafonds hersteld. De muren zijn leeggehaald en fris geschilderd in aangename kleuren. De oude meuk is de container ingegaan, er is een nieuw interieur gekomen waar over is nagedacht.
Nieuwe gordijnen hebben de lappen die er voor de ramen hingen vervangen. Er is iets, ietsje, meer personeel, niet wat met droge ogen is beloofd, niet wat is toegezegd (‘u mag mij erop afrekenen’). En het eten is nu fatsoenlijk, mits er voldoende vrijwiligers zijn. Echte koks, mensen die verstand hebben van voeding voor zieke mensen, is nog steeds een stap te ver.
Een week geleden, op dinsdag, deed mijn vader nog een rondje Vliethoven, samen met Akke, hun dagelijkse wandeling. Mijn moeder had – want ze zijn al bijna 54 jaar samen verliefd – verkering – mijn moeder had een mooiste rode roos meegebracht, het was Valentijn.

Woensdag werden de laatste nieuwe spullen bij Vliethoven afgeleverd ter afronding van de renovatie. Terwijl de lampen naar binnen werden gesjouwd, werd mijn vader afgevoerd, per ambulance naar het UMCG in Groningen.
Daar is hij ’s nachts overleden aan de gevolgen van zomaar ineens een hersenbloeding. We weten nog niet precies waarom zo ineens. Gisteren (dinsdag) hebben we afscheid van Sietse genomen, moeten nemen. Dat deden we met veel verdriet, maar ook in het besef dat de weg die hij nog moest lopen, een lijdensweg zou zijn geweest die ook steeds onaangenamer zou worden. Zelf was hij in Vliethoven al over de grens heen, over wat hij niet meer wilde als het zover zou komen.

Nu mijn vader zomaar ineens dood is, neem ik ook afscheid van het verpleeghuis van mijn vader
Ik hoop van harte dat de raad van toezicht erop toeziet dat de bonte avonden op vrijdag, die mijn moeder vrijwillig organiseerde, met een borreltje erbij, met avonden die de bewoners plezier brachten, met veel vrolijkheid worden voortgezet.
Ik hoop dat ze dat interesseert.

Ik hoop ook heel erg dat de interim ook zonder stukjes in de krant gaat doen wat hij heeft beloofd en waar we hem op mochten afrekenen: dat het beter zal worden.
Ik maak ondertussen een diepe buiging voor het personeel op de werkvloer. Voor de lieve mensen die mijn vader zo goed als ze konden hebben bijgestaan. Won ik maar de hoofdprijs in de loterij, dan kocht ik een groot huis voor iedereen en dan kwam alles met iedereen goed.
Dat zei bijvoorbeeld Edith en ze meende het.
Zet’m op Edith.
Zet’m op Herma.
Zet’m op Kenneth.

Wees niet bang, lief personeel van de werkvloer, wees niet bang voor die doorgeschoten bobo’s, die waardeloze toezichthouders op papier, de managers, de directeuren, maar help hen.
Leg aan ze uit dat stank stinkt.

Dag verpleeghuis van mijn vader.
In september 2016 schreef ik er een verhaal over in de krant
In september 2017 loop ik er nog een keer naar binnen.
En als het nog steeds moet, als het er nog steeds stinkt, dan schrijf ik weer een stukje in de krant.
Maar dan met naam en toenaam.

Rob Zijlstra

Oude mannen

In de afgelopen tien jaar
heeft de rechtbank in Groningen
zeventig 65-plussers veroordeeld

Afgelopen week veroordeelde de rechtbank een 70-jarige man uit Marum wegens ontucht met zijn kleinkind. De respectabele leeftijd vormde voor de rechters geen beletsel om van een vrijheidsstraf af te zien. Man moet nu twee jaar naar de gevangenis.

Op de vraag waarom hij zijn kleinkind had misbruikt, antwoordde de opa in de rechtszaal, achteloos zoals een puber een blikje Red Bull op straat kan gooien: ‘Ik dacht er niet bij na.’ Acht jaar lang je kleinkind misbruiken en daar dan niet bij nadenken. Bij de politie had hij gezegd: ‘Ik dacht dat ze het wel prettig vond.’

Kun je lelijker dan lelijk zijn? Valser dan vals? Groter dan de allergrootste hork? Hoe diep kun je zakken? Komende week staat in Groningen een in 1932 geboren man uit Assen terecht omdat ook hij zijn kleindochter seksueel zou hebben misbruikt.

En deze mannen zijn niet met z’n tweetjes alleen. In de afgelopen tien jaar heeft de rechtbank in Groningen zeventig 65-plussers veroordeeld. Zij kregen vooral voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met een werkstraf. Veertig van die zeventig mannen hebben zich schuldig gemaakt aan een zedenmisdrijf. De tien oudste verdachten ooit in zittingszaal 14 – van 76 tot 85 jaar – werden allemaal op eentje na veroordeeld wegens ontucht met kinderen. Die ene andere, een 77-jarige man uit Blijham, had een leeftijdgenoot verkracht en kreeg vier jaar celstraf opgelegd.

Jawel. Het is waar dat de meeste veroordeelden behoren tot de groep twintigers, gevolgd door de dertigers, de veertigers en zo in afnemende mate voort. In het algemeen klopt het dus dat de wijsheid met de jaren komt, ervan uitgaande dat misdaad niet wijs is. Die zeventig veroordeelden vormen de uitzonderingen. Maar ze zijn er wel.

Een misdrijf dat het na zeden ook goed doet onder deze uitzonderlijke groep ouderen is fraude dan wel oplichterij. De 68-jarige Hendrik uit Ulrum is daar een schoolvoorbeeld van. Hem hangt een gevangenisstraf boven het hoofd van acht maanden, de helft mag wat de officier van justitie betreft voorwaardelijk. De rechters moeten nog uitspraak doen.

In de rechtszaal wekt Hendrik de indruk dat het hele proces hem aan de kont kan roesten. Tegen de rechters, zonder emotie: ’’Ik heb het gedaan. Het had natuurlijk niet mogen gebeuren. Ja hoor, spijt van. De gevolgen accepteer ik ook gewoon.’’

Een paar jaar geleden verscheen Hendrik op de regionale televisie. Hij had van oplichters spookfacturen ontvangen, maar daar trapte hij als voormalig belastingambtenaar mooi niet in. Hij wilde de mensen waarschuwen. In de camera zei hij: ‘Mensen die dit doen, die moet je aanpakken.’

Wat het tv-kijkende publiek niet wist, niet kon bevroeden, was dat Hendrik de boel toen al flink aan het besodemieteren was. Als penningmeester van de plaatselijke begrafenisvereniging boekte hij geld van de vereniging over naar zijn eigen rekening. Eerst een beetje, daarna een paar keer op een dag een beetje en gaandeweg steeds meer en vaker: opgeteld verduisterde Hendrik 95.453,50 euro.

De 540 contributie betalende leden van de begrafenisvereniging zijn de gedupeerden. Het is cru, maar wie nu of binnenkort doodgaat, moet bijlappen.

Hendrik nam in 2010 afscheid van de fiscus en ging met pensioen. De begrafenisvereniging dacht met een oud-belastingambtenaar niet alleen een betrouwbaar, maar ook een kundig iemand in huis te hebben.

  Scheringa

De rechters willen weten: ‘Hoe kon het nou gebeuren?’ Nou gewoon, zegt hij. Er waren thuis wat financiële problemen, mede dankzij fratsen van bankier Dirk Scheringa en zijn DSB-bank, er was een erfenis die niet kwam, reparaties aan het huis, kapotte koelkast, andere dingen. En zo.

Waarom steeds van die kleine bedragen? Hendrik: ‘Kleine bedragen zijn goed weg te zetten in de boekhouding.’ De ene keer betrof het een voorschot, dan een vergoeding, daarna weer waren het onkosten. Hendrik: ‘Je kunt niet alles onder een post wegschrijven.’

In oktober 2015 ontdekte het bestuur dat er iets niet klopte. Bij de voorzitter kwamen berichten binnen dat rekeningen niet werden betaald. Hendrik werd gevraagd om opheldering. Hij slaagde erin de goegemeente nog een tijdje om de tuin te leiden, maar in maart vorig jaar kwam de dag waarvan hij wist dat die zou komen en viel het doek.

Waren er dan geen kascontroles, geen ledenvergaderingen of momenten van bezinning? Nee. Er waren bestuursvergaderingen, maar niet frequent. Hendrik zegt dat hij altijd weer blij was als de vergadering was afgelopen. ‘Dat ze er niet over waren begonnen.’ In de verhoorkamers van de politie had Hendrik nog gemeend dat het bestuur ook blaam trof. Dat had toch moeten controleren? Kritiek had hij ook op het politieonderzoek. Dat was, vond hij als financieel specialist, nogal amateuristisch. Ook berichtgeving over de kwestie in de pers hekelde hij. Waar in godsnaam bemoeit die rotpers zich mee?

positief

De rechters willen van Hendrik weten hoe het nu met hem gaat. Hij zegt: ‘Oh, wel goed hoor. De meeste mensen in het dorp groeten mij niet meer, maar een paar wel, die zijn positief. Die zeggen, wij kennen je ook anders.’ Hij vertelt dat hij zo veel als mogelijk binnenblijft, niet de straat opgaat. Maar soms gaat hij fietsen op zijn racefiets. Zegt: ‘Want een mens moet wel in beweging blijven.’

De officier van justitie oppert dat Hendrik die racefiets ook kan verkopen en de opbrengst aan de vereniging kan geven. Of: ‘Verkoop je huis.’ Hendrik doet dat niet. De officier van justitie: ‘Nee, want hij laat het op z’n beloop.’ Wat raar mag heten, vindt de aanklager, is dat de bankschulden die er waren er nog steeds zijn. Er staat ook geen Ferrari voor zijn deur. Waar is dat geld allemaal gebleven? Hendrik haalt de schouders op: ‘Verdwenen in de lopende uitgaven.’
.
Advocaat Ubo van Ophoven probeert de zaak te ontdoen van de rafelranden. Hij brengt in: ‘Hendrik is een kleine man van weinig woorden die zich schaamt en gebukt gaat onder de gebeurtenissen. Het zal zijn leven blijvend bepalen. Hij heeft er niet luxueus van geleefd. En wat dan voegt een gevangenisstraf toe? De begrafenisvereniging is daar niet mee geholpen en de samenleving ook niet. Celstraf betekent dat Hendrik nog verder in de modder wordt geduwd dan waar hij al zo diep inzit.’

Ik dacht, bij nader inzien, zo had ik dit verhaal ook kunnen noemen: moddermannen.

Rob Zijlstra

De krochten

Binnen tien seconden hebben
wij (anoniem) een site te pakken
waar wapens te koop zijn

Eerst was er niks, toen kwamen de boeken en nu is er het internet. Toen het grote publiek het internet ontdekte, midden jaren negentig, leefden er nog weldenkende mensen die dachten dat die gekkigheid wel zou overwaaien. Hoezo, alle computers van heel de wereld aan elkaar vast? Inmiddels groeit het wereldwijde web per seconde, slechts uit te drukken in duizelingwekkende cijfers. Het is daarom helemaal niet raar dat het internet inmiddels een duistere zijde kent, een onderwereld waar zaken gebeuren die het daglicht niet verdragen.

Een korte rondgang op de redactie van de krant, op klaarlichte dag, leert dat journalisten geen bezoekers zijn van de krochten van de digitale wereld, van het dark web. Eentje is het al een tijdje van plan, maar weet nog niet zo goed hoe, een paar hebben er van gehoord, één collega denkt dat ik een oneerbaar voorstel ga doen.

De jongste collega van de digitale redactie slaat wel aan, we lopen gelukkig niet helemaal achter de feiten aan. Binnen tien seconden hebben wij (anoniem) een site te pakken waar wapens te koop zijn; een Glock 19 (new en unused) of een Walther P99, 9mm voor respectievelijk 500 en 650 Britse ponden dan wel 1.028 of 1.337 bitcoins.

In dit verhaal is Willy (37) de verdachte. Willy verkocht, zegt de officier van justitie, harddrugs in die duistere, moeilijk toegankelijke steegjes van het internet. Dat deed hij gewoon vanuit zijn kamer boven een goedlopend restaurant aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen. Willy ziet het anders. Hij zegt: ‘Ik ben timmerman en ben goed in klussen.’

De officier van justitie meldt dat hij recent een verdiepingscursus heeft gevolgd en dus weet wat hij zegt. Hij zegt: ‘Elf procent van de drugs die wereldwijd wordt aangeboden op het dark web komt uit Nederland.’ Kijkend naar Willy: ‘En deze verdachte is een voorbeeld van een handelaar die er actief is.’ Het is de allereerste strafzaak in Groningen in deze digitale groeibranche.

onderwereldmens

De aanklager ziet één voordeel: er is geen overlast van haastige junkies die deuren van drugspanden platlopen. De drugs worden keurig per post verstuurd. Daar begint ook de ondermijning, het modewoord in de wereld van de hedendaagse criminaliteitsbestrijding. De immer vriendelijk fluitende postbode uit de bovenwereld wordt gebruikt om de handel van de nietsontziende rauwe onderwereld op z’n plek te krijgen. En daar zijn postbodes niet voor.

Willy oogt niet als een onderwereldmens. Hij is een Duitser die op zijn 14e naar Nederland kwam omdat zijn ouders het hier prettiger vonden. Toleranter (toen). Werken doet hij niet. Hij woont en klust, ook als vrijwilliger. Hij kan goed zwart timmeren of auto’s repareren.

Op een dag doet de politie een inval. Er waren, heel klassiek, via de nationale kliklijn Meld Misdaad Anoniem tips binnengekomen. Willy van boven het restaurant verkoopt drugs op Silk Road, de marktplaats voor drugshandel op het dark web.

En inderdaad. De invalpolitie vond in de bovenwoning flink wat harddrugs. Ze vonden niet hier en daar een pilletje voor aan het einde van een drukke timmerdag, maar een heleboel. Meer dan genoeg om er een handeltje van te kunnen hebben.

In de verhoorkamer van de politie hield Willy de kaken op elkaar. Waarom? Hij haalt de schouders op. ’t Leek hem verstandiger, zegt hij tegen de rechters. Nu, nu hij in de rechtszaal zit, wil hij wel praten. De aangetroffen drugs waren voor eigen gebruik. Veel verschillende soorten drugs? Willy zegt dat hij aan het experimenteren was. Rechters merken op dat hij gezien de hoeveelheid, jaren vooruit kon. Ze zeggen: ‘De hoeveelheid staat ook haaks op uw inkomen.’ Willy: ‘Koop je groot in, dan betaal je minder.’

De officier van justitie zegt dat hij niet gek is, terwijl de advocaat later zal zeggen dat het niet gekker moet worden.

Kanaaleilanden

Volgens de officier van justitie druipen de indicaties dat Willy een drugsdealer is van het dossier af. Er zijn lijsten aangetroffen met daarop namen van drugs met achter die namen bedragen, forse geldbedragen. Het lijkt wel een administratie. Ook is informatie gevonden die vertellen hoe je op de Kanaaleilanden anoniem een foundation kunt opzetten. Om heimelijk geld onder te brengen? Er lag in zijn kamer een vals id-bewijs met daarop de foto van Willy die dan Hugo heet. Er was een ministudio om foto’s te maken. Van pillen en poeder? Er lag ook een logo bij: Amsterdope. In de broekzak van Willy zaten codes. Geen Duitse lotto-getallen, maar volgens de officier van justitie waren het bitcoin-codes. Er lag ook 3500 euro in de woning. Kortom.

Rechters: ‘U bent betrapt bij een winkeldiefstal in de Hornbach. U had een zaagblad gestolen.’ Willy antwoordt dat hij een zaagblad nodig had, maar dat hij geen geld had. De rechters weten kennelijk meer want ze zeggen: ‘Maar u ging naar de Hornbach om gootsteenontstopper te kopen.’ Willy spreekt het niet tegen. ‘Het water stroomde niet door.’ De rechters: ‘Gootsteenontstopper wordt ook gebruikt als ingrediënt voor GHB, ook een drug die bij u is aangetroffen.’ Willy: ‘Naah, dat is erg ver gezocht.’

Hij zegt dat hij het dark web bezocht omdat het hem fascineerde. Hij wilde weten wat daar gebeurde. ‘Ik ben daar een beetje in doorgeslagen.’ Hier zegt de advocaat dat het dus niet veel gekker moet worden. Er is drugs gevonden, ja, maar nou ook weer niet schokkend veel. En er is niets dat duidt op handel. Er zijn slechts suggesties en aannames, concreet druipt er helemaal niks uit het dossier. Tegen de rechters: ‘U moet hier korte metten mee maken.’

Amsterdope bestaat (bestond). In de kelders van het internet valt te lezen dat de Amsterdope-verkoper al en jaar actief is, dat 97,8 procent van zijn klanten tevreden is (op basis van meer dan 300 transacties) en dat Amsterdope 758 fans heeft (had). De aangeboden cocaïne behoort tot de allerbeste van Silk Road. Bezorgtijd twee tot vier dagen, over de grenzen 3 tot 8 week, discreet verpakt.

Is Willy Amsterdope? Of andersom? De officier van justitie: honderd procent. De strafeis: vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk. De rechters vertellen maandag wat in dit verhaal de waarheid moet zijn. Nemen zij de eis over, dan verdwijnt Willy voor een paar maanden in de krochten van de echte wereld.

Rob Zijlstra

update – 6 februari 2017
Willy is misschien wel niet Amsterdope of anderom. De rechtbank heeft hem ondanks dealerindicaties vrijgesproken van drugshandel. Wel is hi veroordeeld omdat hij drugs in het bezit had. Gedeeltelijke korte metten dus. De straf die is opgelegd voor het aanwezig hebben van harddrugs: 8 maanden celstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

schermafbeelding-2017-02-06-om-15-02-25

klik voor volledig vonnis

Officiële speeltijd

De rechtbank uit,
altijd lastig

Marco (21) houdt van voetbal en niet zo’n beetje ook. Dus van Ronaldo, van de mooiste goals, van jolige voetbalpraat en vrolijke gekkigheid. Ook vindt hij darten mooi en hippe kleren en bier. Dat staat op de tijdlijn van zijn Facebook-pagina.

Ruud (27) is zo mogelijk een nog grotere voetbalgek. Het is zijn lust en zijn leven. Een topscoorder bovendien. Feyenoord, de beste. Maar ook is hij vader, in verwachting over een paar maanden voor de tweede keer en hij is directeur van zijn eigen bedrijf.

Eens waren Marco en Ruud, gezonde jongens uit Groningen, goede vrienden. Op hun pagina’s pronken foto’s waar ze samen sportief zijn. In de rechtszaal zitten ze naast elkaar, maar de vriendschap is bekoeld. Op Facebook hebben ze elkaar ontvriend. De blikken die ze elkaar toewerpen, doen vermoeden dat een hernieuwde kameraadschap ver weg is.

Zou een rechtszaak een wedstrijd wezen – wat het niet is – dan is de stand dat Marco en Ruud tegen een dikke achterstand aankijken. De kans dat ze die achterstand inlopen, is nihil. De rechtbank uit, altijd lastig, om het in voetbaltermen uit te drukken.

Na anderhalf uur komt de officier van justitie met de strafeisen. Wat hem betreft gaan Marco en Ruud naar de gevangenis, want wat ze hebben geflikt is te ernstig voor een werkstraf. ’t Is twee keer rood. De eis voor beide: twaalf maanden gevangenisstraf, de helft voorwaardelijk. Dat is netto zes maanden zitten met de deur op slot. Of ze daarna ooit weer een basisplaats weten af te dwingen, is zeer de vraag. De samenleving zit, werkgevers voorop, niet op bajesklanten te wachten.

Goed, het is een eis. De rechters kunnen straks anders beslissen. Vaker leggen rechters een lagere straf op dan de officier van justitie eist. Punt is dat Marco en Ruud hebben bekend. Moeizaam weliswaar, maar toch. Ze weten ook dat wat ze hebben gedaan zo strafbaar is als de bal rond.

Wat ze hebben gedaan? Ze hebben de penningmeester van de voetbalclub ontvoerd, ze hebben hem een kopstoot gegeven (‘dat is niet waar’) en toen hebben ze hem gedwongen geld te pinnen. De volgende dag, samen duizend euro rijker, lachten ze zich een hoedje en stuurden ze elkaar triomfantelijke berichtjes via WhatsApp. Ze appten dat als de politie bij hen zou komen, ze dan gewoon alles zouden ontkennen. Hoppa.

Marco en Ruud: ‘We naaiden elkaar op.’
Ruud: ‘Ja. Dat valt natuurlijk niet goed te praten.’
Marco: ‘Ik wil mijn welgemeende excuses aanbieden.’

Waarom beroven twee gedreven voetballers, jongens met een blauw-wit hart voor hun club de penningmeester? Ruud speelde nota bene in het eerste elftal. Was de aanvoerder. Hoe dachten ze met deze misdaad weg te komen? Het enige dat in hun voordeel is, is dat ze nooit eerder gekkigheid met politie en justitie hebben gehad. De rest is nadeel.

Om de seizoenstart te vieren – het is augustus 2015 – is er op de club een barbecue. De penningmeester doet de bar (het bier) en Ruud is als veel andere leden dorstig en vrolijk. De avond komt ook weer tot een einde en ieder gaat dan zijns weegs. De penningmeester sluit de kantine af en loopt richting de parkeerplaats.

Daar staan Marco en Ruud en wel zo dat het de penningmeester een beetje bang maakt. Wat heet? Hij krijgt een kopstoot (‘dat is niet waar’), een duw en valt op de grond. Daarna moet hij achterin zijn eigen auto plaatsnemen. Marco gaat naast hem zitten, Ruud kruipt achter het stuur.

Tegen de rechters zegt Ruud: ‘Nee, ik was niet heel dronken. Anders had ik toch niet kunnen rijden? Ik wist heel goed wat ik deed.’ Dat laatste had hij misschien beter niet kunnen zeggen.

Met de bange penningmeester reden ze door Groningen langs vijf pinautomaten. Wanneer bij automaat drie het saldo niet toereikend meer is om nog geld op te nemen, moet de penningmeester op zijn mobiele telefoon het opnamelimiet verhogen. Hij kan dat. Ook wordt 350 euro gepind met de bankpas van de voetbalclub waar de penningmeester de beschikking over heeft. Marco neemt 400 euro, Ruud 600.

Marco: ‘Ik heb hem niet echt bedreigd, dat deed Ruud. Het was ook zijn idee’
Ruud: ‘We hadden niet een vooropgezet plan of zoiets. Marco deed vooral het woord. Niet ik.’

Na gedane zaken keilt Marco de telefoon van het slachtoffer in het water. Om duidelijk te maken hoe menens het is, maakt hij met een sleutel diepe krassen in het lak van de auto. De penningmeester krijgt te horen: als je naar de politie gaat, dan slopen we je. Ook wordt hem toegebeten: op de club doe je normaal tegen ons.

Rechters zeggen tegen Ruud: ‘U wist dus precies wat u deed.’

Nog maar een keer de vraag: waarom dan? Er blijkt een voorgeschiedenis. In 2013 had Ruud zich misdragen en de club nam maatregelen: een paar wedstrijden geschorst en – het ergste – hij mocht niet mee naar het trainingskamp in Portugal. En daar had Ruud heel het jaar naar uitgekeken.

De 250 euro die hij had betaald voor deelname, had hij teruggekregen. Dat was het dus niet. Het was wraak. De frustratie van niet mee naar Portugal was nog steeds niet verdwenen en toen was daar, twee jaar later, die barbecue. Met de penningmeester achter de bar. Ruud belde Marco die eerder weg was gegaan en vroeg of hij mee wilde doen. Wilde Marco wel, met het oog op zijn gokschulden kon hij wel wat gebruiken.

Zo ontzettend dom kunnen goede voetballers dus zijn. De advocaat van Ruud vindt de strafeis van twaalf maanden, helft voorwaardelijk, veel te veel. De bak in betekent dat het bedrijf van haar client, straks ook weer vader, naar de filistijnen gaat. Dat zou hem kapot maken. De advocaat van Marco vindt dat zijn client een lagere straf moet krijgen dan Ruud, omdat Ruud de grootste slechterik in dit verhaal moet zijn. Komt bij, zegt de advocaat, dat Marco nog een heel jonge jongen is.

Statistieken willen dat het vooral de jonge jongens zijn, de jongemannen, de twintigers, die de verleiding van de misdaad niet kunnen weerstaan. Zij weten precies wat ze doen, maar denken niet na over de consequenties die groot kunnen zijn. Zij realiseren zich als jong volwassene onvoldoende dat aan de officiële speeltijd een einde komt.

rob Zijlstra

uitspraken volgen

38-leeftijd

de leeftijden van de verdachten die in 2016 in zittingszaal 14 terechtstonden (bron: eigen nieuwsgaring)