Zaken van verdriet

Rechtszalen waarin het strafrecht wordt bedreven zijn de treurigste ruimtes die er bestaan. Dat kan haast niet anders. Steeds maar weer zie ik andere mensen – slachtoffers, nabestaanden, vrienden, maar ook verdachten en daders en hun familie – die er vreselijk verdrietig zitten te zijn. Of boos, machteloos, radeloos, wanhopig, vol van spijt.

Of alles door elkaar. 

Op afstand volgde ik afgelopen week de verslaglegging door mijn collega’s Daniëlle Molenaar en Renate Winkel. Zij zaten vier dagen in de Grote Zaal van de rechtbank in Assen bij ‘de zaak Sharleyne’. Zij was nog maar een meisje van 8 toen zij misschien wel slapend van de tiende verdieping van de flat waarin ze woonde naar beneden werd gegooid. Door haar dronken moeder. Dat is de verdenking.

Ik heb gezocht naar een ijskoud en beklemmend woord dat klinkt als nagels over een schoolbord, dat pijn doet in de buik, erger dan erg, maar zo’n woord hebben we niet. Dat is vast omdat we zo’n woord maar zelden hoeven te gebruiken. Moeders gooiden nog nooit kinderen van flatgebouwen.

Wij van de krant noemen nare misdaden als moord, doodslag, verkrachting en ook het seksueel binnendringen van piepkleine kinderen, simpelweg zaken. De zaak Sharleyne. De zaak Haren. Een bericht heet op de redactie een ‘stukje’, in mijn geval een ‘rechtbankje’. Roept de eindredacteur: ‘Rob, ik krijg nog een rechtbankje van je.’ Roep ik terug: ‘Mag ik vijftig in plaats van dertig regels?’

Wij van de rechtbankverslaggeving weten natuurlijk dat nabestaanden niet treuren om het verlies van een zaak. Zij huilen om de onbevattelijke dood van een geliefde, om een verloren meisje met een glimmende lach van nog maar 8, anderen huilen om de wending die hun leven gaat nemen, omdat ze de klok wel willen, maar niet kunnen terugdraaien.

Mijn collega’s Daniëlle en Renate slaagden erin vier dagen lang in hun heftige  berichtgeving steeds de juiste toon te vinden. Ik weet hoe moeilijk dat is. Zij volgen deze verschrikkelijke gebeurtenis vanaf het eerste begin. En dan ineens zit heel de Nederlandse pers mee te doen, ook nog eens in jouw zittingszaal, aan perstafels die meestens leeg zijn omdat ook de waan van de dag verslagen moet worden.

In zittingszaal 14 diende onlangs ook een zaak van groot verdriet, maar die haalde het landelijke nieuws niet. De zaak Haren. De jongeman Kidane van 20 jaar oud had 25 jaar gevangenisstraf tegen zich horen eisen. De rechtbank maakte er 20 jaar van, de maximaal op te leggen straf voor tweemaal doodslag.

Kidane vermoordde in Haren niet alleen een meisje van 6 jaar, maar ook haar moeder. Haar moeder was zijn vriendin met wie hij dacht te trouwen.

Vrienden hadden hem erom uitgelachen. Dat hij wilde trouwen met een vrouw die al een kind had van een andere man, is in Eritrea niet cool. Kidane had zich er niks van aangetrokken. Hij hield van haar, had hij aan de rechters verteld. Jawel, er was wel eens ruzie, maar niet zo erg als later de buren beweerden. Die zeiden dat ze soms door de muren de klappen konden horen, maar dat kan niet waar zijn, zei hij.

Vanuit Eritrea hadden ouders toestemming gegeven voor het huwelijk. Maar de 23-jarige Nebyat Asmelashe Msgen wilde niet trouwen, niet met hem, zij wilde terug naar haar ex, naar de vader van Bemnet Surafal Nabrom. Toen ze dat vertelde, voelde Kidane zich gekwetst. ‘Het is toen niet goed afgelopen’, zei hij zachtjes tegen de rechters.

Kidane probeerde zijn geliefde na haar bekentenis te wurgen met het oplaadsnoer van de mobiele telefoon. Toen dat niet lukte, pakte hij uit de keuken een mes, sleepte haar naar de badkamer en daar sneed hij, op de tegeltjes, haar keel door.

Het meisje Bemnet werd er wakker van, ze klom uit haar bedje en zag haar moeder in de badkamer liggen. Ze gilde. Niet lang daarna was ze ook dood.

Zo kwam een moeder, een vrouw, om het leven in een land waar ze naartoe was gevlucht voor haar veiligheid en die van haar kinderen. Ook Bemnet had geen schijn van kans op een volgende dag. De school waarop ze zat schreef in de rouwadvertentie in de krant dat ze een sprankelend meisje is geweest.

Ik kijk naar Kidane, een kleine man met een jongensgezicht nog, als hij de rechtszaal met het hoofd gebogen verlaat. Zijn toekomst is voorbij. Hij zal als ongewenst verklaarde de volle twintig jaar moeten uitzitten en daarna wordt hij het land uitgezet.

Als in de Grote Zaal in Assen de nabestaanden van Sharleyne gebruik maken van het spreekrecht, kijk ik in zittingszaal 14 naar camerabeelden van een vechtpartij die op 21 oktober 2015 plaatshad in de Poelestraat, binnenstad Groningen, ’s ochtends in de vroegte.

In de verdachtenbank zit Bernard, een man van 27 jaar. Op de beelden staat hij – zo lijkt het – ladderzat tegen een paal geleund. Plots komt uit een café een groepje vechtende mannen gerold. Je ziet zwaaiende armen, geduw en getrek. Er valt iemand op de grond, anderen slaan, weer anderen houden de man op de grond in bedwang.

Bernard heeft zich van de paal losgemaakt en loopt onvast ter been op het groepje af. Het lijkt alsof hij mee wil slaan. Dan doet hij een klein stapje naar achteren. Om vervolgens krachtig uit te halen met zijn rechtervoet. Bernard trapt de man op de grond vol in het gezicht. Daarna strompelt hij weg, het beeld uit, richting Poelebrug.

De trap is naar om te zien. Juridisch is het een poging tot doodslag. De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf, de helft mag voorwaardelijk, omdat het een misdrijf betreft dat plaatshad in oktober 2015, al een tijd geleden. De rechters doen komende week uitspraak.

Het slachtoffer heeft zijn studie niet kunnen afmaken en heeft, 32 maanden later, nog altijd veel last en hinder van die trap, zo hoor ik. Verdachte Bernard heeft zijn studie nagenoeg afgerond. Geneeskunde. Hij zou aan de slag als chirurg. Nu is hij een kopschopper die als de rechtbank de eis overneemt alles kan vergeten.

De zaak Bernard is van een andere orde dan wat er in Hoogeveen gebeurde en aan het Jufferpad in Haren, triest en treurig is het wel.

Rechtszalen zijn de zalen van de droefenis, waar het menselijk tekort ten volle wordt geëtaleerd.

Rob Zijlstra

 

update – 2 juli 2018 – uitspraak
Bernard is veroordeeld, maar ontspringt de dans van de gevangenisstraf. Volgens de rechtbank is er geen sprake van een poging tot doodslag, maar van en poging toebrengen zwaar letsel. Dat maakt dat een werkstraf is opgelegd van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf. Dat laatste, zeiden de rechters, om de ernst te benadrukken. Het complete vonnis (uitspraak) staat hieronder (klik op afbeelding)

 

  

vonnis kopschopper

 

Vrouw in brand

Vuur bracht de mensheid met grote sprongen vooruit, maar brand zorgt vandaag de dag vooral voor onrust. Dat komt ook omdat er mensen zijn van wie het hart sneller gaat kloppen als er iets in de hens vliegt. Dat is het gevolg van een kronkel in het hoofd, waar je ook niks aan kunt doen. Vuurzucht. Wie vuurzuchtig is heeft de niet te bedwingen drang brand te stichten.

Is Tina vuurzuchtig, een pyromaan?

Er zijn mensen die dat denken. Na het lezen van dit verhaal zal het aantal mensen dat dat denkt zijn toegenomen. Weet dan wel dat de rechters nog moeten oordelen. Dat er nog niks vaststaat. En dat het toevallig ook nog een keer zo is dat niet iedereen die brand sticht ook een pyromaan is. Je kunt bijvoorbeeld brand stichten als je heel jaloers bent. Maar dat kun je ook niet doen.

Het is ingewikkeld.

Tina maakt in zittingszaal 14 een zelfverzekerde indruk. Zo nu en dan strijdvaardig. Ze wordt verdacht van het in brand steken van auto’s in de Groninger stadswijk Kostverloren. Daar woont ze.

Brand maakt nerveus. Vraag het maar aan Stadskanaal waar coniferen brandden als fakkels. Op zich goed, want coniferen zijn lelijke bomen. Probleem is dat deze lelijkerds vaak dicht bij woningen staan. Dan wordt het menens, dan is er gemeen gevaar te duchten.

In de afgelopen tien jaar is Stadskanaal regelmatig opgeschrikt door wat ze daar coniferenpyromanen zijn gaan noemen. Ook Winschoten kende een nerveuze periode. In 2012 werden in een paar maanden tijd tachtig branden gesticht wat het gemeentehuis deed veranderden in een crisiscentrum. Na intensief politieonderzoek werd een ongelukkig stel (zij was bang voor hem, hij was bang voor haar) gearresteerd waarna de rust terugkeerde.

’t Zandt, 2007 (ja, zo lang geleden alweer). Schuurtjes leken spontaan aan vlammen ten prooi te vallen. Om een einde te maken aan de consternatie die Noord-Groningen maanden in de benauwde greep hield werd het leger ingezet.

Tina zegt dat het niet waar is. Waarom zou een jonge vrouw van 27 jaar, 1.73 meter lang (zegt ze zelf) auto’s in brand steken? Vuurzuchtig? Ze zegt, op vragen van de rechters: ‘Ik heb wel wat trekjes van Asperger. Ik ben thuis heel netjes. Alles wat belangrijk voor me is, heeft een vaste plek, het moet dan precies zo. Maar om mij nou helemaal in het autismespectrum neer te zetten, nee.’

Crisis is het nog niet. Wel is er iets geks aan de hand. Tina woonde eerder, 2015, 2016, in Haren, in de tijd dat er in de wijk Oosterhaar elf auto’s onder verdachte omstandigheden verloren gingen in vuur. Er kwamen buurtbijeenkomsten met de burgemeester erbij en na een tijdje was Tina de verdachte. De mensen riepen dat zij in de war was, dat ze hulp nodig had en dat het allemaal best ingewikkeld was.

Tina ontkende. Ze had een alcoholprobleem en daarvoor was ze in behandeling. Het onderzoek van de politie leverde ook geen bewijzen op. Eind 2016 belandden de verdenkingen met een sepot in de prullenbak. De burgemeester wilde dat alles weer werd zoals het was en regelde wat: hij ritselde een woning voor Tina in de stad Groningen, in de wijk Kostverloren. Tina werd zeg maar verbannen, zoals het schuldige en onschuldige vuurvrouwen overkwam in de Middeleeuwen. Opgeruimd Haren.

Wat gek is, is het volgende. Niet lang nadat Tina in Kostverloren was neergestreken waren er in korte tijd vier autobranden. En werd Tina weer opgepakt. Kostverloren staat op tilt, meldde de voorzitter van het wijkcentrum toen dat bekend werd. En zo kwam Tina alsnog in zittingszaal 14 terecht.

Er stond in Kostverloren ineens een Ford Ka in brand. De eigenaar van een Ford Focus – geparkeerd pal achter de Ka – zag het en verplaatste zijn auto. Bij de Ka werd een verbrand doekje gevonden. Net zo’n lapje stof zat in de velg gepropt van de Focus. Band en de wielkast hadden brandschade.

Buurtbewoners stroomden toe. Ook Tina. Tegen de rechters: ’Ik hoorde een knal en was nieuwsgierig.’ Een buurvrouw: ‘Ze was zat. Ze lalde.’

Het zwarte doekje met witte bloemetjes is van een Dolce & Gabbana-jurkje. Er zit dna van Tina op. Nogal wiedes, zegt ze, want het is ook mijn jurkje. Twee dagen voor de brand had ze een tas – een big shopper van de Action – vol kleding op de fiets naar de kringloop in Hoogkerk gebracht. Het kan niet anders dan dat het jurkje uit de tas is gewaaid en dat anderen toen…

Drie dagen na de twee autobranden belt Tina met de meldkamer in Drachten. Ze maakt zich zorgen. Over die branden en zo. Ze vermoedt dat haar vriend de dader is, misschien ook wel de dader van Haren.

Twee agenten gaan voor de zekerheid ter plaatse. Op weg naar haar woning zien ze plots een brandende auto. Iets verderop registreren camera’s aan de gevel van een winkel kort voor de brand een vrouw die haar fiets parkeert, wegloopt, terugkomt en weer verder fietst. Het is Tina met haar felgekleurde rugtas. Kort daarop wordt ze aangehouden. Ze heeft gedronken.

Tegen de rechters: ‘Met drank op word ik hieperdepiep. Dan wil ik op stap, mensen leren kennen, het huis schoonmaken en…’
Rechters: ‘En auto’s in brand steken?’
Tina, strijdvaardig: ‘Nee.’
Rechters: ‘Het is wel toevallig allemaal, het geeft te denken.’
Tina: ‘Toen ik vast zat, zijn er ook branden geweest. Ik hou dat bij. Maar kennelijk kan ik hoog of laag springen en word ik erop aangekeken.’

Tina heeft 85 dagen opgesloten gezeten. Wat de officier van justitie betreft hoeft ze niet terug naar het gevang. Die 85 dagen mogen haar verdiende straf zijn, met – dat wel – een jaar cel (voorwaardelijk) als stok achter de deur erbij. En ze moet zich laten begeleiden.

De vraag of de vuurzucht Tina in de greep heeft, blijft onbeantwoord. Bij de politie zou ze hebben gezegd (ze ontkent dit) dat ze jaloers is, jaloers op autobezitters. ‘Ik heb alleen maar een rotfiets’, zou ze hebben opgemerkt.
De rechters: ‘Bent u jaloers?’
Tina: ‘Nee, maar ik wil graag mijn rijbewijs halen, want een auto is best een handig vervoermiddel.’

Waar Tina is, is vuur, had de officier van justitie tijdens de zitting aangevoerd. Ze woont nu weer elders in de stad. Nee, ze wil niet zeggen waar. In haar kast hangen dertig jurkjes, steeds twee op één kledinghaakje. Want dat moet.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

De val van Sarah Mensinga

Iemand had een vals foefje bedacht om een klein beetje geld te verdienen. In de supermarkt pakte die iemand een krat bier uit het schap, zette dat in het winkelwagentje en reed daarmee naar de automaat voor lege flessen. Het krat zette hij op de emballageband, het ontvangen statiegeldbonnetje verzilverde hij bij de kassa. De buit was gering, zij het dat een vakkenvuller in diezelfde supermarkt er een uur voor moet werken.

Welk misdrijf is hier gepleegd, vroeg afgelopen week een advocaat zich af op Twitter. Diefstal? Oplichting? Of beide?

In rechtszalen moet al het kwade, al het boze gedrag van de mens worden gevangen in juridische begrippen. Wie een pak melk uit de supermarkt zonder te betalen meeneemt naar buiten, maakt zich schuldig aan diefstal. Dat is nog te doen. Maar welk strafbaar feit pleegt de mens die dat pak melk niet geniepig meeneemt, maar in de winkel dorstig leegdrinkt? Is dat dan verduistering?

Wapens. Nepwapens zijn strafbaar, maar speelgoedwapens niet. Wat als de aangelijnde hond een kat doodbijt? Is de hondenbaas dan strafbaar? Schuldig aan de vernieling van een kat? En kun je iets stelen dat in het echt niet bestaat? Hoe zit het met zweetvoeten? Kun je voor zweetvoeten voor de rechter worden gedaagd? En wat als je de lokfiets van de politie steelt? Is dat een echte diefstal of is het uitlokking?

Iemand bedreigen met een gebalde vuist, met een knuppel van hout kan heel bedreigend overkomen. Maar dreigen iemands kop van z’n romp te trekken? Dus dreigen met iets wat feitelijk schier onmogelijk is, is dat ook strafbaar?

Op alle dagen en nachten en dat al eeuwen achtereen stellen rechtsgeleerden dit soort vragen. Jawel, je kunt vandaag de dag worden veroordeeld voor diefstal van enig goed dat niet bestaat.

Omdat de mens van nature grillig en onvoorspelbaar is, is het een hele kluif om ons doen en laten juridisch te duiden. Het komt ook hierdoor dat het strafrecht achter de feiten aanhobbelt. Helemaal niet erg. Zorgelijk zou het pas zijn als het strafrecht voor de muziek uitloopt.

Dat – als voorbeeld – op een dag ineens gedachten strafbaar zijn. Vooralsnog is dat niet zo. Je mag zo strafbaar denken als het maar kan. Zolang die gedachten, verwerpelijk en weerzinwekkend, niet verder komen dan de beslotenheid van de kleine kring, is er niet zoveel  aan de hand.

Wat als een snode gedachte een intentie wordt?

Albert is van 1954. Vanwege zijn belabberde gezondheid is de kans niet bijster groot dat hij de leeftijd haalt die hij oogt te hebben. In zijn hoofd gaan langzaam de zenuwcellen dood, wat is gediagnosticeerd als dementie. Albert kan nog wel wat in z’n eentje, maar de aftakeling is onmiskenbaar. De dementie maakt dat zijn karakter verandert, hij raakt wat ontremd. Langzaam verliest Albert de regie over zijn leven.

Op Marktplaats had hij op een dag in 2016 een ietwat wilde advertentie geplaatst. Hij zocht seks. Vrouwen tussen de 11 en 99 jaar konden zich bij hem melden. Dan was hij de therapeut, de masseur of wat ook maar.

De wilde advertentie kwam onder ogen van de immer alerte redactie van een televisieprogramma dat niet alleen misstanden aan de kaak stelt, maar Nederland ook wil redden van de ondergang. Dus, stelde de redactie vast, ergens in Groningen leeft een verderfelijke man die seks zoekt met vrouwen tussen de 11 en de 99 jaar. Dat moet dan wel een smerige pedo zijn, een mens dus die in aller belang moet worden ontmaskerd.

En zo geschiedde, zo werd dit verhaal afgelopen week geschetst in zittingszaal 14. Lang verhaal kort. Een medewerkster van het tv-programma – ze noemt zich Sarah Mensinga – reageert op de advertentie van Albert. Er ontstaat een uitwisseling van pikante e-mails. Sarah wil weten wat Albert voor haar op seksueel gebied kan betekenen en Albert gooit alle remmen los.

Er wordt een afspraak gemaakt. Ze zullen elkaar ontmoeten in een vakantiehuisje op Suyderoogh bij Lauwersoog.

Dan e-mailt Sarah Mensinga dat ze een nichtje heeft, een nichtje van 14 jaar, met problemen. Ze heet Anouk. Of het nichtje mee mag? Want dat wil ze graag.

Albert vindt het een geweldig idee. Hij e-mailt terug dat ‘we’ er dan met z’n drietjes een nudistische avond van maken, een avond ook waarop alles mag. Hij laat zijn ongeremde fantasie de vrije loop.

De redactie van het televisieprogramma is opgewonden. Dit wordt onthullende sensatie, want hun prooi trapt in de val van Sarah Mensinga. Op een dag in november 2016 zal de ontmoeting in het vakantiehuisje plaatshebben. Albert verschijnt als afgesproken op het toneel, evenals Sarah. De camera’s draaien. In de vakantiewoning zegt Sarah dat haar nichtje Anouk iets is verlaat. Ze komt zo.

Maar Anouk komt niet.
Want Anouk bestaat niet.
Anouk is verzonnen, bedacht.
Wie komt is de tv-presentator met camera. Groninger pedofiel ontmaskerd, heet het dan opeens. De pers van papier neemt het televisieverhaal over.

Het tv-programma had vooraf, geheel volgens het draaiboek, de politie ingeseind. Twee echte agenten hadden buiten om het hoekje staan wachten. Nadat de cameraploeg had gefilmd wat gefilmd moest worden, kregen de agenten een seintje van de regisseur. Politie mag misdadiger nu aanhouden. De politie laat zich dan graag filmen.

De rechters vragen aan de verdachte – geen strafblad – of hij vindt dat hij er is ingeluisd. Ja, dat vindt de verdachte. ‘Ik heb nooit de intentie gehad om seks te hebben met een minderjarige. Nooit. Dat zou ik niet eens kunnen.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat het niet uitmaakt of Anouk nu wel of niet bestond. Verdachte had de intentie om seks met een minderjarige te hebben. Hij was komen opdagen op de afspraak, fake of niet fake. Hij had snode gedachten, snode intenties.

Wat heeft Albert misdaan?

Het Openbaar Ministerie vindt dat Albert zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van een misdaad, zijnde ontucht. De eis: een jaar gevangenisstraf. Maar omdat Albert een erkende dementerende is, mogen van die twaalf maanden negen voorwaardelijk. Dan hoeft hij er maar drie uit te zitten.

Beetje bij beetje worden we allemaal dement en qua lust ontremd. Maar gelukkig bestaat SBS6, bestaat Undercover Nederland, gelukkig de presentator Stegeman.

De tv-kijker bedotten. Is dat strafbaar?

Rob Zijlstra

 

Over het recht om te stinken en ander gedoe

sarah mensinga

 

UPDATE – 18 JUNI 2018 – UITSPRAAK

Geen onvoorwaardelijke celstraf, wel zes maanden voorwaardelijk.

Dat het meisje niet bestond, is volgens de rechters niet relevant. De man had criminele intenties en dat is in dit geval strafbaar. In de e-mail-uitwisseling had hij te kennen gegeven niet alleen seks met de tante Sarah, maar ook seks met nichtje te willen hebben.  Ook had hij spullen meegenomen als een massagetafel en condooms.

De uitzending leidde ertoe dat de man zijn woonplaats –  een dorp in Noord-Groningen – heeft moeten ontvluchten. Reden voor strafverlaging, vinden de rechters. Ook vinden ze dat de tv-makers wel erg vasthoudend waren om de afspraak te arrangeren. Een normaal mens was al lang afgehaakt, schrijven de rechters.

De dementie is ander argument om de man geen onvoorwaardelijke celstraf op te leggen. Hij moet zich wel laten begeleiden, omdat de kans op herhaling vanwege zijn ziekte groot is.

Het verweer van advocaat Evert van der Meer dat de politie de regels heeft overtreden, wat zou moeten leiden tot vrijspraak, werd door de rechtbank verworpen.

zie hier het complete vonnis (zodra beschikbaar)

De verschrikkelijke multitasker

De 45-jarige Adrie zit in de informatie- en communicatietechnologie, is getrouwd, vader van een aanstaande puber en voor zijn eigen woning staat een glimmende Volvo waarmee hij tot voor kort dagelijks op en neer reed naar zijn knetterdrukke baan. Hij heeft normale handen, geen klauwen die je misschien zult verwachten. En uit zijn mond komen geen walmende gassen vol zwavel en zuur. Hij heeft geen bloeddoorlopen ogen en ook geen staart. Nee, Adrie oogt als een man van wie er veel zijn: doodgewoon.

U hoeft dit verhaal niet te lezen.

Hij had een keer zomaar een akelig plan. Hij zou van haar een soort bibliotheek kunnen maken. Mannen legden dan 250 euro per maand in en dan mochten ze twee keer in de vier weken een uur met haar doen wat ze wilden. Elk uur extra, 200 euro. Met vijftig leden, zei hij tegen haar, verdienen we dan veel geld.

Het bleef bij een bizar plan. Er zijn wel aanwijzingen dat hij haar uitleende in ruil voor geld, maar heel concreet werd dat niet. Zijn beloning was van een heel andere orde: hij kreeg de filmpjes die zij moest maken.

Om goede filmpjes te maken had hij haar naar de Action gestuurd, daar kon je goedkope statieven krijgen. Handig zo’n statief, want dan had ze de handen vrij. De opname die ze had gemaakt in het bos was bijzonder goed geslaagd. Goed te zien was, hoe ze, vastgebonden aan een boom, werd geslagen en wreed werd verkracht. De man aan wie Adrie haar beschikbaar had gesteld, hij noemde hem de brute asielzoeker, had zijn vernederende werk goed gedaan.

Adrie zegt tegen de rechters: ‘Maar ze wilde het zelf ook.’

Een enorme hoosbui barst op dat moment los boven de stad.
De rechters kijken hem aan. Ze kijken naar deze doodgewoon ogende man. Wat ze niet zien, is wat er in dat hoofd omgaat. De rechters: ‘Ze wilde het zelf ook, zegt u. Maar ze was toen nog maar 13 jaar. Der-tien-jaar. Een kind.’
Adrie met de vanzelfsprekendheid van de kwispelende hond in de slagerij: ‘Klopt.’

Adrie had een goede vriend. Het leek hem nou zo leuk dat die vriend haar eens flink te grazen nam. Ging hij kijken. De vriend was niet wild enthousiast. Zei: ‘Maar Adrie, ik ben getrouwd, ik heb kinderen en zij is nog maar 13.’
De rechters: ‘Maar het gebeurde wel.’
Adrie: ‘Tja. Ik ben nogal een doordrammer.’

Ze moest het doen met de lelijke collega van zijn werk. Met de cocaïnedealer. Met de man met de scheve vingers. Met mannen met stationwagons die haar meenamen naar afgelegen plekken in Blauwestad. Met een klasgenootje. Hij regisseerde het, zij was zijn seksslavin, te bang om te weigeren.

De rechters willen weten of het klopt dat ze soms vooraf drugs moest gebruiken. Cocaïne? Ja, klopt. Cocaïne. Of wiet. Klopt het ook dat hij een voorkeur had voor fors geschapen mannen. ‘Ja hoor, helemaal.’

Aan het begin van de strafzaak had Adrie zichzelf een aardige man genoemd. Aardig voor eigenlijk iedereen wel.
Rechters: ‘U leefde als een keurige man, met een gezin met alles erop en eraan. Maar u leefde in werkelijkheid een verschrikkelijk dubbelleven.’
Adrie, klein lachje: ‘Ja, dat klopt. Ik ben een goede multitasker.’
Rechters: ‘Wanneer kwam uw vrouw erachter?’
Adrie: ‘Pas toen de politie voor de deur stond.’

Het mannelijk deel van de mensheid maakte deze keer geen goede sier in de rechtszaal. Zijn grootste probleem, vindt Adrie zelf, is misschien nog wel zijn grote bek, waaruit extreem grof taalgebruik komt. ‘Maar daar raak ik opgewonden van.’

Zij was zijn nichtje dat niet meer bij haar aan alcoholverslaafde moeder kon wonen. Zo kwam ze bij oma terecht, maar die was ook niet aardig. Oma sloeg ook. Ze kende niemand, tot Adrie een keertje langskwam. Hij was vriendelijk. Behulpzaam. Eindelijk trof ze in haar eenzaamheid iemand aan die aardig voor haar was. Zo was ze een beetje van hem gaan houden. Dat duurde maar even. Na een tijdje was ze doodsbenauwd voor hem.
.
Ze had hem huilend gesmeekt dat ze het niet meer wilde, dat ze niet meer wilde filmen, niet meer al die mannen aan en in haar. In het strafdossier zitten 40.000 Skype-berichten. De rechters hadden haar smeekbede gelezen en ook het antwoord van Adrie: ‘Als je niet meer wilt, dan ga je toch lekker aan een touw hangen meisje.’
Hij zegt: ‘Ja, ik ging wel eens wat te ver.’
Zij dacht er vaak aan, om aan het leven een einde te maken zodat het stopte.

Nu hij er zo over nadenkt dan heeft hij best wel spijt. Het doet hem ook wat. Maar hij heeft wel een maar. Hij heeft haar nooit gedwongen, alles gebeurde in samenspraak. Ook zij nam initiatieven. Zij wilde het ook. Adrie zegt: ‘Ze is niet zo onschuldig als ze lijkt.’

De rechters, de officier van justitie, de griffier wellicht, de slachtoffer-advocaat, de halve zaal, inclusief perstafel: ‘Maar ze was nog maar der-tien-jaar, nog maar een kind!’

Twee jaar duurde het. Eind 2017 stapte ze naar de politie. Nu is ze 16. Ze mag bij aanvang van de rechtszaak ergens anders zitten in de zaal, zodat ze de verdachte niet steeds hoeft te zien. Haar advocaat heeft het op basis van het dossier uitgerekend. In twee jaar tijd is ze zeker honderd keer door Adrie verkracht, tenminste vijftig maal is dat gedaan door C. naar wie ze een jaar lang elke week toe moest, dat er nog twaalf tot vijftien andere brute mannen zijn geweest die het ook allemaal vaker deden.

De slachtoffer-advocaat legt een schadeclaim op tafel van 125.000 euro: ’Is veel, maar smartengeld ziet ook op de toekomst. Ze moet verder. Geld kan haar daarbij een klein beetje helpen.’ Toewijzen, adviseert de officier van justitie die zelf een strafeis voorstelt van acht jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Ook meldt ze dat er tot nu toe zeven mannen zijn getraceerd die onder regie van Adrie hun lusten op het meisje mochten botvieren. Deze zeven mannen worden gedagvaard.

Op nieuwsredacties worden de gruwelijkste beelden, de weerzinwekkendste foto’s niet uitgezonden, niet gepubliceerd. Rechtbankverslaggevers vermelden niet alle smerige details die in de rechtszaal wel worden besproken.

Heeft u dit verhaal tot hier gelezen en vond u dit al heel erg, weet dat dan.

Rob Zijlstra

Update – 14 juni 2018 – uitspraak
Conform de eis: 8 jaar cel, daarnaast de maatregel tbs met dwangverpleging. Toekenning smartengeld: 100.000 euro.

zie ookdagblad van het noorden

zie ook – het vonnis van de rechtbank met de overwegingen van de rechters

Rechtsgang, slakkengang

BLOGWEBBEL

De Rechtbank Noord-Nederland heeft een strafzaak stilgelegd omdat de voortgang door toedoen van het Openbaar Ministerie (OM) te traag verliep. De verdachte – rijden onder invloed en zonder geldig rijbewijs – kan nu niet meer worden vervolgd. Het OM kan niet in hoger beroep.

Advocaat Evert van der Meer – hij stond de verdachte bij – noemt de uitspraak bijzonder. Persrechter Fred Janssens van de rechtbank Noord-Nederland beaamt dit. ‘Dit komt niet vaak voor.’

In januari 2016 werd de man, een inwoner van Loppersum, in zijn auto aangehouden. Hij had te veel gedronken terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Juridisch gezien gaat het hier om twee misdrijven.

In april van dat jaar moest de man zich verantwoorden bij de politierechter in Groningen. Tijdens de zitting werd de zaak op verzoek van het OM aangehouden. Daarna bleef het stil. De verdachte heeft een paar keer geïnformeerd bij het OM wanneer ze strafzaak zal worden voortgezet. Hierop werd niet gereageerd.

De laatste keer dat de man aan de bel trok was in januari dit jaar. Nu reageerde het OM wel: met een dagvaarding voor juni dit jaar. De man besloot de rechtbank te verzoeken de zaak te beëindigen omdat het zo lang heeft geduurd.

Tijdens die zitting, twee weken geleden, wilde het OM van een vroegtijdige beëindiging niets weten. ‘Het is van maatschappelijk belang dat een strafzaak rond rijden onder invloed voor de rechter wordt gebracht, ook al is het langer dan twee jaar geleden’, betoogde de officier van justitie.

Hij erkende wel dat er binnen het OM ‘planningsproblemen’ zijn waardoor zaken lang op de plank blijven liggen.

De rechtbank vindt het handelen van het OM in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde, zo staat in het vonnis. Anders gezegd: door het stilzitten van het OM heeft de verdachte te lang in onzekerheid verkeerd. Niet de verdachte, maar het OM wordt hiervoor afgestraft.

De kwestie staat niet op zichzelf. Veel strafzaken die door het Openbaar Ministerie aan de rechtbanken worden voorgelegd zijn relatief oud. Vaak krijgt een verdachte enige compensatie door een korting op de straf.

Het besluit van de rechtbank moet evenwel niet worden uitgelegd als een signaal naar het OM om voortvarender te werk te gaan, zegt persrechter Janssens. ‘Het OM moet sowieso zaken voortvarend behandelen, dat staat nu eenmaal in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een rechtbank geeft ook geen signalen. Rechters beoordelen iedere zaak afzonderlijk.’

 

UPDATE – 30 mei 2018 – reactie Openbaar Ministerie

OM: de rechtbank zelf is het probleem

Niet bij het Openbaar Ministerie (OM), maar problemen bij de rechtbank Noord-Nederland maken dat strafzaken soms onnodig lang duren.

Dit zegt woordvoerder Ernst Koelman van het OM in een reactie.

Het OM kaatst de bal terug.

Het OM laat weten verrast te zijn door de uitspraak. ,,We beschouwen het als een unieke en op zichzelf staande zaak. Het OM bestudeert de mogelijke gevolgen en vervolgstappen’’, zo laat woordvoerder Koelman weten. Het OM kan niet tegen de beslissing in hoger beroep.

Tijdens de zitting weet de officier van justitie de trage rechtsgang aan problemen bij het ‘verkeersparket’ van het OM in Utrecht.

Schermafbeelding 2018-05-30 om 23.57.01Nu zegt het OM dat die problemen goeddeels worden veroorzaakt door een fors tekort aan zittingscapaciteit bij de rechtbank Noord-Nederland. ‘Het OM wil graag meer zaken, sneller kunnen aanbrengen. Maar daar moet wel ruimte voor zijn bij de rechtbank’ , luidt de reactie.

De noordelijke rechtbank kampt met een rechterstekort waardoor veel minder strafzaken kunnen worden behandeld dan het OM (als leverancier van zaken) zou willen.

De woordvoerder e-mailt: ‘We weten dat de rechtbank hier hard aan werkt en hopen dat dit probleem snel wordt opgelost.’

Rob Zijlstra

dvhntrage rechtsgang, korting op straffen

artikel 6 europees verdrag voor de rechten van de mens

 

De belevingswereld

Ik kijk naar Benson die voor mij in de verdachtenbank zit en ik probeer te bedenken hoe het moet zijn om als mens altijd maar opgesloten te zitten. Benson is in januari in gevangenis De Marwei in Leeuwarden 41 jaar geworden. Sinds 1996 zit hij vrijwel onafgebroken vast. Maar hoe ik ook kijk, een idee hoe dat moet zijn, zo zelden vrij, krijg ik niet.

Heeft iemand die bijna altijd binnen is – veel verdachten noemen gevangenissen binnen – bijvoorbeeld wel een jas?

Of gepaste schoenen?
En hoeveel broeken? Hoe zou Benson de wereld buiten ervaren waar hij zelf beslissingen moet nemen, zelf de deuren moeten openen?
Kan hij fietsen?

Hij had al een keer acht jaar gevangenisstraf gekregen. En als twintiger kreeg hij eens negen jaar. Steeds net vrij of het ging weer mis. Of fout. Nu luidt de eis wederom acht jaar. Met nog eens 349 dagen erbij die nog op de lat stonden. Doet het hem iets? Of wen je aan bijna altijd binnen?

Op het internet vind ik een berichtje waarin staat dat hij eens met anderen ontsnapte uit de Bon Futuro Penitentiary op Curaçao. Buiten lonkt dus wel. Lang duurde de vrijheid toen niet. Hij werd gearresteerd in een luxe hotel in aanwezigheid van twee jonge buitenvrouwen, onder het genot van de ondergang van de zon.

De reclassering rapporteert dat Benson een man is die kiest voor een criminele wijze van leven. De kans op een positieve gedragsverandering, dus dat het ooit nog eens goed komt, is maar klein.

De rechters: ‘Ze zeggen dat u kiest voor de verkeerde dingen, voor het snelle geld. U bent niet verslaafd, dus dat is niet de reden om in de criminaliteit te blijven. Toch?’
Benson zegt dat hij ook een jaartje ouder wordt. Dat het misschien tijd wordt voor wat anders.
Rechters: ‘U heeft een kind.’
Benson: ‘Twee.’

Stadskanaal, 19 november 2016, even na tien uur in de avond. De politie krijgt meerdere meldingen van een schietpartij. Niels O. is neergeschoten. Met grote spoed wordt hij naar het ziekenhuis gebracht waar artsen hem in coma houden en de medische strijd aangaan met de dood. Na uren wint het leven, maar wanneer Niels O. bij kennis komt, blijkt dat de levensreddende operaties een dwarslaesie hebben veroorzaakt.

De rest van zijn leven in een rolstoel. Dat is het zware lot dat Niels O., nog maar 22 jaar, moet dragen. Hij wil als compensatie honderdduizend euro hebben van de vermeende schutter.

Van Benson.

De politie doet onderzoek in de woning van Niels O. waar de schietpartij plaatshad. Onder het dressoir wordt een kogelhuls gevonden, de kogel zelf zit in de hond des huizes. Onder de bank is het vuurwapen verstopt, een Baretta, Beretta, de dakgoot van de schuur vinden agenten twee messen met vers bloed, in een bebloede envelop 154 valse bankbiljetten van vijftig euro en vijftien echte briefjes van twintig. In de container achter de woning twee gele Jumbo-tassen met wiet. Bloed ook op de deur van de schutting.

Als het bloed wordt geanalyseerd rolt de naam van Benson uit de dna-databank. Wat direct opvalt is dat deze Benson nog niet zo lang voorwaardelijk vrij is en zich sinds een paar dagen niet meer meldt bij de reclassering wat hij tot dan wel braaf deed. Er worden telefoons getapt en in maart 2017, vier maanden na de schietpartij, wordt Benson getraceerd in Tilburg en opgepakt.

Hij toont de meer dan tien steekwonden die herstellende zijn. Hij zegt dat hij, net vrij, geld nodig had. Juist op dat moment kwam hij een kennis tegen die 12.000 euro had en vroeg of hij daar wiet voor kon regelen.

Benson glunderde.
Lachte het leven dat hem zo weinig moois had toebedeeld hem eindelijk eens toe?

Hij had nog ergens 7.700 euro aan valse biljetten liggen. Als hij daarmee de drugs zou kopen, dan was het echte geld nog sneller dan snel van hem.

Iemand kent iemand in Stadskanaal. De eerste ontmoeting is in de coffeeshop. Benson gaat met twee onbekende mannen mee. Een van hen is Niels O. De deal: drie kilo wiet voor negenduizend euro.

In de woning blaft een hond. Benson zit op de bank. Hij heeft achtduizend. Nee hij hoeft niets te drinken. Niels O. toont dan twee Jumbo-tassen met de beloofde wiet. Benson kijkt met een kennersoog en merkt op dat de inhoud nooit drie kilo kan wezen.

En dan?

Benson: ‘Dan ineens wordt een wapen op mij gericht. Ik pak de hand en duw die naar beneden. Een schot. Dan word ik van achteren vastgepakt, in een nekklem, nog een schot. Ik word gestoken met een mes. Het was twee tegen een.’

De officier van justitie zegt dat het zo niet is gegaan. ‘Op het moment dat de Jumbo-tassen voor hem worden neergezet, trekt Benson een wapen, hij schiet eerst op de hond en dan op Niels.’

In beide gevallen: de politie komt.

De advocaat van Benson zegt dat de officier van justitie zich volledig baseert op de verklaringen van het slachtoffer, maar dat wat Benson zegt, net zo goed waar kan wezen.
De officier van justitie: ‘Benson is een man met een criminele inborst.’
De advocaat: ‘Benson werd aangevallen en verdedigde zich. Noodweer dus. Dit was ook geen ripdeal, geen gewelddadige diefstal van drugs. Benson wilde met vals geld niks stelen, hij wilde de boel oplichten.’

Benson: ‘Ik heb dat vaker gedaan.’

Rechters: ‘U kent de drugswereld. Door met die jongens mee te gaan, nam u wel risico’s’
Benson, tikkeltje verbaasd: ‘Ja, maar ik ben een boef.’

De advocaat zegt dat de rechters moeten oppassen. ‘Onze belevingswereld is niet de belevingswereld van de mensen die wij verdedigen, van verdachten die tegenover u zitten.’
Rechters: ‘Als je je met hennep inlaat, dan weet je toch dat je weer de gevangenis ingaat? Dat je je kinderen voor lange tijd niet gaat zien?
Benson: ‘Voor hennep krijg je niet veel straf, mevrouw de rechter.’

De strafzaak dient op de dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendmaakt dat de illegale activiteiten rond wiet goed zijn voor een bijdrage van 4,8 miljard euro aan het wel en wee van de economie van BV Nederland.

Ik kijk naar Niels O., 22 jaar, ongemakkelijk, rolstoel.
En denk: hoe het ook is gegaan, doden en gewonden staan in andere statistieken die weerop andere dagen in het nieuws komen.

Rob Zijlstrauitspraak volgt

Kunstroof

Vandaag Gisteren (donderdag) in Dagblad van het Noorden. Over een bijzondere misdaad waar nu een boekje over is verschenen, geschreven door de politieman die destijds het onderzoek leidde. Het boekje (want geen boek) wordt zaterdag aangeboden aan de schilder.