Een zeker twijfelgeval

De kans dat ik deze week urenlang achter een gemene, wrede, nietsontziende, koelbloedige misdadiger zat, iemand ook die angsten noch emoties kent, laat staan berouw, acht ik groot. Helemaal zeker weten doe ik het niet en dat is niet omdat het maar een heel klein mannetje was.

De vermeende psychopaat is Maikel. Ik schreef, ook op deze plek, eerder over deze man met aalgladde praatjes. Zes jaar geleden bracht hij in Groningen op één dag twee mensen op gruwelijke wijze om het leven. Eerst doodde hij de 66-jarige Gudrun Küster en later op de dag de 71-jarige Trevor Griffiths. Mevrouw Gudrun kende meneer Trevor niet. Maikel kende beide.

Achter deze korte schets schuilt een akelig verhaal. Wie dat weten wil moet straks maar even op Lijst der Liegbeesten kijken. Het gaat nu om iets anders.

De rechtbank veroordeelde de nu 43-jarige Maikel ondanks zijn ontkenningen tot 20 jaar gevangenisstraf (eis was 30) wegens tweemaal doodslag. Dan is 20 jaar de max. In hoger beroep kwam het Openbaar Ministerie opnieuw met de strafeis van 30 jaar (eenmaal doodslag, eenmaal moord), maar voegde daar een bonus aan toe: de tbs met dwangverpleging.

En daar ging het deze week over. Is Maikel een psychopaat, zo levensgevaarlijk dat hij zonder behandeling nooit meer buiten door straten mag fietsen? Is hij behalve bloedlink ook ernstig gestoord waardoor de gepleegde misdaden niet aan hem kunnen worden toegerekend? Of is Maikel op de eerste plaats een slecht en verachtelijk mens die gewoon langdurig moet worden opgesloten?

Allemaal vragen.

In de imposante rechtszaal van het gerechtshof in Leeuwarden zitten de drie rechters (raadsheren) niet alleen tegenover Maikel en zijn advocaat, maar ook tegenover drie getuige-deskundigen. Zij hebben Maikel onderzocht, dat wil zeggen ze hebben uren met hem gepraat. En vervolgens hebben ze de bevindingen los van elkaar op papier gezet.

De deskundigen zaten in de rechtszaal voor de antwoorden.

In de auto op de A7 richting het gerechtshof luisterde ik naar een podcast waarin twee mannen hardop met elkaar van gedachten wisselden over het begrip twijfel. De werkelijkheid bestaat uit onzekerheid en als dat waar is, want je weet het niet, dan zouden we met z’n allen best wat meer mogen twijfelen, zeiden ze tegen elkaar. En wat vaker vragen met ‘Ik weet het niet’ beantwoorden. Dat zou – misschien ook wel niet – beter zijn voor de economie.

De mannen citeerden filosoof Bertrand Russell die eens zei: ‘Geloof nooit iets wat je wilt geloven. Hou je bij de feiten.’ De twee podcastmannen vonden dat zinrijker dan waar de Amerikaanse psycholoog William James voor stond: ‘Soms moet je in iets geloven, dan kan het waar worden.’

Terug naar de rechtszaal, naar de drie gedragswetenschappers: twee psychologen en een psychiater. Hun ervaring in de forensische sector varieert van 16 tot 30 jaar. Zij moeten licht in de duisternis brengen. Is Maikel gestoord dan wel was hij dat in januari 2013, en als dat toen zo was, is die stoornis van invloed geweest op zijn gedrag van toen en zo ja, kan hem dat worden toegerekend? Tbs of geen tbs, dat is de vraag.

De drie deskundigen wekken niet de indruk gebukt te gaan onder twijfel. Dat kan ook niet; zij die geacht worden het te weten kennen geen onzekerheid. Zij geloven rotsvast in wat ze denken.
Ik ga mij nu niet eraan wagen om in detail te verhalen wat de een zei, daarna de ander, iets wat door de derde stellig werd tegengesproken en andersom. De een zei dat er geen stoornis is, maar wel een gebrekkige ontwikkeling, dat er een verband bestaat tussen stoornis en delict, nee, dat dat causaal verband niet is aan te tonen, dat Maikel eigenlijk een doodnormale man is die waarschijnlijk nooit meer kwaad zal doen.

Zet drie deskundige wetenschappers op een rijtje die met zekerheid, met kennis en met kunde vertellen hoe het zit en de twijfel slaat ongenadig toe.

Arme juristen.

Zij wilden van de deskundigen weten of het kan, of psychopathie door een drugsvrij en gestructureerd leven in de gevangenis kan verbleken? Een deskundige antwoordt dat dat dus de vraag niet is. Immers: ‘Een schizofreen die een fiets steelt doet dat niet per definitie omdat hij schizofreen is, Misschien doet hij het omdat hij honger heeft en geen geld.’

Ja ja , zeiden de rechters.

Dan de vraag of agressie uit het verleden een indicator kan zijn voor recidive in de toekomst. Maikel vocht namelijk veel op de lagere school. Maar weer een foute vraag. Deskundige: ‘Want de voorspellende waarde is in deze niet relevant.’

In de pauzes negeerden de deskundigen elkaar. Twee van hen vinden dat de derde onvoldoende kennis heeft genomen van het dossier. De derde vindt dat de twee zich te veel hebben laten leiden door de gruwelijkheden. Een van de twee: ‘Het brengt mij niet tot de gedachte dat ik mijn rapport moet herzien.’ Wat vindt de derde? ‘Dat het lijkt alsof zij een heel ander persoon hebben onderzocht.’

De aardse rechters: ‘Hoe groot is de kans dat Maikel, stel hij komt eens weer vrij, nieuwe misdaden gaat plegen? De rechters willen een blik in de toekomst.

‘Die kans is er.’
‘Groot. Honderd procent.’
‘Ik acht de kans groter dat hij dat niet doet dan dat hij dat wel doet.’

Over een ding zijn de drie deskundigen het wel eens. Maikel mag dan hier en daar steken los hebben, volledig toerekeningsvatbaar is hij wel. En dat betekent dat er geen tbs-advies op tafel komt.

De officier van justitie (advocaat-generaal) smijt na drie uren deskundig gepingpong niet huilend van wanhoop de toga de rechtszaal in. Hij zegt in alle rust: ‘Hoe ook, verdachte heeft zonder opgaaf van reden op één dag twee mensen van het leven beroofd. Voor mij staat vast dat hij een gevaar is voor de samenleving en dat die samenleving tegen hem moet worden beveiligd.’

Dan maar geen tbs-advies. De officier van justitie eist het wel. En dan mogen de 30 jaren gevangenisstraf die hij eerder als eis op tafel legde wat hem betreft worden bijgesteld naar 24 jaar.

Ik lees al het voorgaande nog eens door en stel dan de vraag: is dit nu het beste verslag van deze rechtszaak? Mijn antwoord is zonder twijfel. Ik weet het niet.

Rob Zijlstra

→ lijst der liegbeesten

→ zeg eens wat vaker ‘ik weet het niet’  [de correspondent]

UPDATE – 6 maart 2019 – uitspraak
Het gerechtshof heeft Maikel S.  veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf en tbs met bevel tot verpleging. 
Het hof acht in de zaak van de Gudrun Kuster doodslag bewezen. In de zaak van Trevor Griffiths gaat het hof uit van gekwalificeerde doodslag (doodslag  onder verzwarende omstandigheden).

Het hof komt naast de straf tot de maatregel tbs. Er is  sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis: psychopathie. De kans op herhaling is zonder behandeling zo groot dat de samenleving middels de tbs-maatregel moet worden beschermd.

het arrest

In de bubbel

In de toekomst is alles beter. Lees maar. De Rijksuniversiteit Groningen krijgt een nieuwe leerstoel waarop een hoogleraar gaat zitten die zich gaat bezighouden met cybersecurity. Er is 6 miljoen euro beschikbaar. Daarmee wordt niet alleen de leerstoel gefinancierd, maar gaat er ook geld naar een zoveelste steunpunt om bedrijven in Noord-Nederland cyberproof te maken. Ook het onderwijs moet er weer aan geloven en er komen, ronkte het persbericht van de provincie Groningen, vijfhonderd banen bij. Het wordt ontzettend veilig in de toekomst.

Vooralsnog, nu de toekomst nog in het verschiet ligt, is cybercrime overal. En Bennie (26) zou zich er schuldig aan hebben gemaakt: oplichting via Marktplaats.nl. Mensen bestellen, betalen, worden verwachtingsvol aan een lijntje gehouden om tot slot niets geleverd te krijgen.

Er zijn in de zaak van Bennie 37 slachtoffers die samen duizenden euro’s op drie bankrekeningen stortten. Zij hadden met spanning uitgekeken naar de nieuwste airfryer, maar kwamen bedrogen uit. Geen patat, maar gebakken lucht.

Bennie ontkent cybercrimineel te zijn en raakt geïrriteerd als de rechters hem niet direct geloven. Ze blijven maar vragen stellen. Bennie, met stemverheffing: ‘Als ik dit had geweten was ik niet gekomen. Ik loop hier toch geen onzin te verkondigen? Ik ben toch geen fucking leugenaar?’

Na twee uur gepraat verrast de officier van justitie met de mededeling dat hij het eigenlijk ook niet weet. En hoe frustrerend dat is. Er zijn immers wel opgelichte slachtoffers en als crimefighter heb je daar graag een verdachte dader bij.

Maar… het geld van de gedupeerden stond wel op bankrekeningnummers die op naam staan van Bennie. Hoe kan dat dan? Bennie heeft een verklaring. Hij had jaren in de gevangenis gezeten en toen hij eindelijk vrijkwam was er niemand en ook geen plek om naar toe te gaan. Hij belandde in het circuit van B. uit Hoogezand. In ruil voor onderdak had hij B. de beschikking gegeven over zijn rekeningnummers met alle gegevens, inclusief die van internetbankieren en ook nog zijn id-kaart. Wat B. daarmee zou kunnen, was niet zijn ding, ’t ging hem om onderdak.

Bennie zegt dat hij zo lang heeft vastgezeten dat hij niet eens kan weten wat internetoplichting is. Hij is meer van de klassieke afpersingen en overvallen.

De officier van justitie vindt uiteindelijk dat Bennie moet worden vrijgesproken van de oplichtingspraktijken, maar dat witwassen bewezen kan worden. Er stond immers misdaadgeld op zijn bankrekeningen.

De officier van justitie: ‘Maar als de raadsman van de verdachte het daar niet mee eens is, snap ik dat.’ De strafeis is drie weken voorwaardelijke celstraf. Wordt de eis de straf, dan merkt Bennie daar niks van.

Zou het een goed idee zijn om met dat subsidiegeld behalve leerstoel en steunpunt ook twee of drie rechters aan te kopen? Is het opsporen van cybercriminelen al niet eenvoudig, het is zo mogelijk nog moeilijker om dit geboefte voor de rechter te brengen, voor rechters die naar eigen zeggen verzuipen in het papierwerk. De kwestie van Bennie dateert van 2015. Voor het idee: het is nu 2019.

Dan Anne. In december 2017 was zijn strafdossier klaar om aan rechters te worden voorgelegd. Het duurt dan nog dertien maanden voordat dat ook echt gebeurt. Als de rechters aan Anne (33) vragen of het klopt, of het klopt dat hij het heeft gedaan, moet hij een beetje huilen.

Hij zegt: ‘Ik zat financieel aan de grond, ik zat helemaal in mijn bubbel en zag geen uitweg.’ Na tien jaar studie stopte acuut de studiefinanciering en daar had hij geen rekening mee gehouden.

Rechters: ‘Uw slachtoffers waren uw medestudenten. Die hebben ook moeite om het einde van de maand te halen.’
Anne: ‘Ik was egoïstisch. Maar ik wist dat ze schadeloos gesteld zouden worden door Bol .com.’

Als een gewiekst cybercrimineel fietste Anne door de stad, met aan het stuur een plastic tas vol papier en karton. Hij fietste langs adressen die hij vooraf had geselecteerd. Het papier en karton propte hij zorgvuldig in brievenbussen. En wel zo dat de pakketjes die er later zouden worden bezorgd, niet diep konden wegzakken. Waren de pakketjes eenmaal bezorgd dan kwam hij zo snel als mogelijk terug om de buit met een haakje van de barbecueset uit de brievenbus te hengelen.

De buit bestond uit dure spullen. Printerinkt, harde schijven, studieboeken, soms een cd, een dvd, een keer een setje onderbroeken. Hij bestelde vooral bij Bol .com, maar ook bij Coolblue en bij Otto

De cybercrime zelf speelde zich af in de computerruimtes van de Hanzehogeschool. Op de achterkant van computers plugde hij keyloggers in. Dat zijn op usb-sticks lijkende cyberdingetjes die toetsaanslagen registreren en opslaan. Met de ontfutselde gegevens kon Anne inloggen op e-mailaccounts en webshopaccounts van zijn medestudenten. Zo kon hij uit hun naam spullen bestellen, af te leveren op de door hem geselecteerde adressen met de geprepareerde brievenbussen.

De studenten kregen ondertussen de rekeningen van goederen die ze niet hadden besteld. Een vader van een gedupeerde student, vader is advocaat, vertelt aan de rechters hoe groot de paniek is wanneer je ontdekt dat iemand uit jouw naam spullen koopt. ‘Dan moet je van alles doen en je weet niet waar het lek zit. Je moet al je wachtwoorden op al je apparaten veranderen, je moet naar het politiebureau om aangifte te doen. Dat brengt paniek, angst en slapeloze nachten.’

De officier van justitie denkt dat Anne de boel voor zo’n 10.000 euro listig heeft geflest. De spullen die hij buitmaakte, verkocht hij op Marktplaats. Er komt een dag dat hij de opbrengst moet inleveren. Met de hiervoor benodigde procedure wordt zodra ergens capaciteit is, in de toekomst een begin gemaakt.

Voor nu: een jaar celstraf, de helft mag voorwaardelijk. Dat past hem slecht. Hij heeft inmiddels een baan in de energiesector en met de Hanzehogeschool heeft hij – na een jaar schorsing – afgesproken dat hij zijn studie mag afmaken.

Anne vreest terugkeer naar de vreselijke gevangenis die voor cybercriminelen niet anders is dan voor het klassieke geboefte. Zijn werkgever weet nog van niks. Anne eindigt de zitting met hoe hij begon: met een beetje huilen.

Snift: ‘Als ik mijn baan kwijtraak, raak ik weer uit balans.’ De allerlaatste woorden heeft hij ingestudeerd, het zijn woorden die over zijn toekomst gaan. Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik wil niet in de bak, maar aan de bak.’

Rob Zijlstra

het ronkende persbericht

update – 11 februari 2019 – uitspraak 

Bennie is vrijgesproken van oplichting, maar schuldig bevonden aan witwassen. Hij krijgt geen straf. Waarom niet? Dat is te lezen in het vonnis [klik op afbeelding]

 

Surrealistische mannen

De rechters willen weten wat Adrie uit Winschoten nou voor een man is. Rolf moet dat weten want hij was met hem bevriend. Rolf, een van de verdachten, zegt: ‘Adrie was een drukke man met humor, een man die op het juiste moment de juiste dingen kon zeggen. Lachen. Behulpzaam ook. Aangenaam gezelschap.’

Met deze omschrijving komt Adrie bijzonder goed weg. Een half jaar geleden werd hij op deze plek nog neergezet als een verschrikkelijkste man met bloeddoorlopen ogen en een staart. Hij werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging vanwege een zieke misdaad: het seksueel uitbuiten van zijn nichtje. Toen het begon was zij 13 jaar en haar hel zou twee jaar duren.

Adrie verkrachtte het kind niet alleen zelf (wel honderd keer), maar bood het meisje ook aan aan andere mannen. Die mochten met haar doen wat ze wilden. Als het maar wreed was en als ze het maar filmden. Dat was zijn kick.

De zitting van nu gaat over de mannen die het nichtje deden.

Rolf – een 40-jarige Drentse ondernemer die van alle markten thuis is – was een van die mannen. Hij was niet alleen bevriend met Adrie, maar hij kende ook het nichtje. Hij wist dat het een meisje was met een immens trieste geschiedenis, kwetsbaar als een dwarrelende vlinder in de schemer van een avond. Wat voor een man is hij dan, hij die wist wie en wat zij was en zich desondanks liet verleiden, zoals hij het noemt. ‘Omdat ze maar bleef aandringen.’ Via de chat had hij haar laten weten dat het super was geweest.

Rolf zegt: ‘Ik heb het toegelaten dat zij een stap te ver ging.’

Het is hem dus overkomen. Rolf voelt zich slachtoffer. Hij vertelt dat hij zich geen raad wist. Hij zat in een complexe situatie, zowel privé als financieel. Dus: ‘Dan is het lastig om je loyaliteit bij je gezin te houden.’ Ten einde raad liet hij zich door het kind oraal bevredigen. Een andere keus had hij niet gehad. Tegen de rechters: ‘Het was een heel surrealistische situatie.’

De eis: tien maanden. Krijgt hij die, dan gaan – heel realistisch – zijn bedrijven failliet.

Surrealistisch zou je ook het beeld kunnen noemen van een boom in het Beersterbos waaraan het meisje is vastgebonden terwijl zij wordt misbruikt door een man (28) uit Irak die zich had aangeboden op de website ‘hot or not’. In de telefoon van het meisje staat hij opgeslagen als de ‘brute asielzoeker’. Hij filmde de vernedering met een telefoon op een bij de Action gekocht statief.

De bruut ontkent, maar volgens de officier van justitie is het een ontkenning met de moed der wanhoop. En hij komt er niet mee weg: 30 maanden (eis).

Voor hem dreigt hetzelfde als wat Hamdin (29) uit Soedan boven het hoofd hangt: het moeten verlaten van Nederland. Een veroordeling zal leiden tot een drastische wending van de asielprocedure. Hamdin wilde gaan studeren. Hij had zich tien keer in beide armen geknepen toen hij hoorde dat het meisje geen 19 was zoals ze had verteld.

Eenmaal lust, heel de toekomst verprutst.

Dan is er Joan uit Winschoten. Hij is zo’n man die wel raad weet met iemand die aan zijn stiefdochters zou zitten. ‘Dan gaat-ie eraan’, had hij bij de politie gezegd. Dood. Zo’n man is Joan.

Maar in de rechtszaal zegt hij niet zo veel. Wat moet hij ook? Zeggen dat hij spijt heeft, zoals alle mannen als het te laat is? Zachtjes: ‘Ik vind het verschrikkelijk.’

Klopt het wat de officier van justitie beweert? Dat het meisje gedurende een jaar iedere week, soms twee keer, op haar fiets bij hem kwam? En dat ze dan ruwe seks hadden?
Joan: ‘Ja.’
Rechters: ‘Sloeg u haar?’
Joan: ‘Alleen soms. Als ze er om vroeg.’
Rechters: ‘Dan sloeg u. Hard?’
Joan: ‘Ja.’

De politie onderschepte chatgesprekken over brute en wrede seksuele handelingen die het meisje met hem wilde verrichten. In werkelijkheid werden die vernederende teksten geschreven door oom Adrie. Het nichtje moest het doen.

De rechters vragen: ‘Had u nou nooit het vermoeden dat er iets niet in de haak was?’
Joan: ‘Ik dacht dat ze 19 was.’
De rechters: ‘We hebben filmbeelden gezien, van haar gezicht, we zien dat ze pijn heeft, dat ze het naar vindt.’
Joan: ‘Ze zei, het is voor mijn eigen genot.’
De rechters laten een stilte vallen.
Joan: ‘Toen heb ik niks meer gevraagd.’

En verder is Joan een man die het allemaal niet meer zo goed weet. Er was een tijd dat hij seksuele contacten onderhield met wel dertig, veertig vrouwen. Dat wil hij nu niet meer. Hij, 25 jaar alweer, wordt ook ouder en hij wil het rustiger aan gaan doen. De eis van de officier van justitie sluit op dat laatste aan: 42 maanden gevangenisstraf.

Pablo (38) is helemaal vanuit Almere zonder advocaat naar de rechtbank in Groningen gekomen. Zoals hij destijds ook per trein vanuit Almere naar Winschoten reisde. Zij had hem zoals afgesproken opgehaald van het station. Ook Pablo zegt: ‘Ze leek niet jonger.’

Pablo is een man die gelukkig is getrouwd, een eigen woning heeft en een baan. De procedure om een kind te kunnen adopteren is in een eindstadium. Toen hij het meisje op drie verschillende manieren seksueel binnendrong – zo heet een verkrachting in de rechtszaal – had hij wel een vaag vermoeden dat er iets niet klopte. Rechters: ‘Maar uw eigen lust was belangrijker op dat moment.’ Pablo knikt, beschaamd.

Rechters: ‘Voelt u zich schuldig?’
Pablo: ‘Ik ben overstuur.’
De officier van justitie: tien maanden cel.

Pablo denkt met gebogen hoofd aan zijn huwelijk, de koopwoning, zijn vaste baan, aan de lange adoptieprocedure die bijna is volbracht. Misschien heeft hij buikpijn. Bang voor een hoge prijs, de vrees alles kwijt te raken. Zijn vrouw weet iets, zijn werkgever niets.

Het slot van dit weerzinwekkende verhaal.

Iedereen weet dat je niet mag stelen, ook de rotzakken die dat desondanks toch doen weten dat. Nog nooit was er een dief in een rechtszaal die zich verontschuldigde door te zeggen dat hij niet wist dat stelen verboden was.

Maar…

Hoe kan het toch dat er nog mannen rondlopen die menen dat je bruut seks kunt hebben met kinderen zolang je maar denkt dat ze meerderjarig zijn?

Rob Zijlstra

de uitspraken zijn op 1 maart

update – 28 januari 2019
Een van de verdachten heeft  twee dagen na de zitting van vrijdag zelfmoord gepleegd. Dit heeft de rechtbank maandagochtend bevestigd. De man die zelfmoord pleegde was een vage kennis van de hoofdverdachte in deze zaak, Michel M. Tegen de man was achttien maanden celstraf geëist. Hij ontkende tijdens de zitting dat hij zich schuldig had gemaakt aan het misbruik. Hij zou, door M. valselijk zijn beschuldigd. Nu de verdachte is overleden, is de strafvervolging per direct stilgelegd. De rechtbank zal in zijn strafzaak ook geen uitspraak doen.

→ Het rechtbankverslag van de strafzaak van Adrie: De verschrikkelijke multitasker

mededeling – dit is geen advertentie, maar een betrouwbare link naar slachtofferhulp die ik hier heb geplaatst – er zijn nogal wat meldpunten op dit gebied die dubieus zijn – rob zijlstra

Red de Rechtstaat!

Advocaten staken. Weliswaar deden ze het maar een half uurtje, maar toch. Advocaten – de sociale advocatuur – maken zich grote zorgen over de plannen die minister Sander Dekker (VVD,Rechtsbescherming) heeft met de rechtsbijstand.

De minister: het systeem moet anders.
De advocaten: het systeem wordt afgebroken.

In Groningen kwamen woensdagochtend advocaten uit Noord-Nederland bijeen om te protesteren. Zij deden dat voor het gerechtsgebouw in Groningen. Eerder waren een acties in andere steden. De plannen worden vandaag besproken de Tweede Kamer.

tekst gaat onder de foto’s verder 

deken rob geene sprak luid en  bezigde harde taal

advocaten staken, de stratenmaker werkt door

de actie duurt een half uur

De plannen van Sander Dekker.

 

Deken Rob Geene van de Orde van Advocaten (Noord-Nederland) sprak voor het gerechtsgebouw. Hij sprak met luide stem (megafoon) en bezigde harde woorden.

We zijn hier, zei hij, omdat ‘onze regering al tien jaar lang bezig is om onze rechtstaat om zeep te helpen;
omdat de drie kabinetten Rutte vinden dat de overheid geen last moet hebben van mondige burgers;
omdat de overheid probeert burgers rechteloos en dus weerloos te maken;
omdat de overheid de grondwettelijke rechten van burgers systematisch schendt;
omdat de plannen van Dekker aantoonbaar slecht zijn, te duur, te ingewikkeld en leiden tot nog meer bureaucratie.

Door de megafoon: ‘We zijn inmiddels aan het afglijden naar het niveau van landen als Polen, Hongarije en Turkije. Daar is de democratie vervangen door dictatoriaal bestuur, met corrupte rechters en advocaten in de bajes. Daar worden advocaten vervolgd omdat zij sociaal zwakkeren
willen bijstaan. Wij zijn er heel dicht bij. Nederland verwordt tot een apenland. En de Tweede Kamer slaapt.’

Er klonk applaus.

‘Wij advocaten hebben een eed afgelegd om de grondwet te dienen en zo de rechten van u alen te beschermen. Dat doen we met hart en ziel. Maar we accepteren niet dat de overheid de burger zijn rechten ontneemt en ons het werken onmogelijk maakt. Red de rechtstaat.’

r.z.

→  Advocaat Judith Kwakman uit Assen legt uit:  waarom advocaten staken [dvhn]

→  Beelden van de actie met commentaar van Hans Anker [dvhn]

→ meer foto’s van de actie

 

De verschrikkelijke media

Een Bekende Groninger, bekend tot voorbij Drenthe, belt met de redactie van de krant. Dat is niet zo, maar stel nou eens dat dat gebeurt. De Bekende Groninger vertelt dat hij in een vlaag van stommiteit iets verschrikkelijks heeft gedaan en dat hij nu voor de rechter moet verschijnen. Kan de krant daar ook aandacht aan besteden? Hij heeft namelijk gehoord dat aandacht in de media leidt tot een lagere straf.

Nogmaals, de Bekende Groninger van zojuist is door mij bedacht, maar het had zomaar gekund. In de echte wereld gebeuren gekkere dingen dan je kunt verzinnen. Daarom toch nog maar even de zaak van Sergio Padt, keeper van FC Groningen. Over hem is al veel naars geschreven, dus dit stukje kan er vast nog wel bij.

De betaalde voetballer moest komen opdraven in de rechtbank van Groningen omdat hij iets verschrikkelijk stoms had gedaan.

Sergio Padt had na weer een verloren wedstrijd vier, zes of twaalf mixdrankjes weggetikt en de alcohol uit de mix was toen naar zijn hoofd gestegen. Dat kwam vooral vanwege de lege maag. Dat laatste verklaarde hij zelf. Ook het aantal drankjes is opgetekend uit de mond van Padt. Bij de politie zei hij dat het er tien waren, in de rechtszaal bracht hij het aantal glazen terug naar vier tot zes. Rechters weten dan – net als vaders en moeders van pubers – dat je dat aantal moet verdubbelen.

Na de drankjes ging Padt op huis aan. Hij woont in Kropswolde, met de trein van station Europapark – naast het stadion – is dat zeven minuten. Een enkeltje kost nog geen drie euro.

Hij beschikt over een ov-kaart met voldoende saldo, maar het zit hem die zondag ook na de wedstrijd niet mee: incheckpaal stuk. En zo kan het gebeuren dat Padt zonder geldig vervoersbewijs richting Kropswolde treint. Met – tot overmaat van ramp – kaartjescontrole.

Tegen de rechter zegt hij: ‘Eerst was ik wat onbeleefd en in een later stadium heb ik wat dingen geroepen. Toen is het uit de hand gelopen.’

En hoe. Padt haalt uit en geeft de conducteur met de vlakke hand een klets op de wang, zegt ‘ik maak je kapot’ (en misschien ook wel ‘ik maak je dood’) en om het af te maken rochelt hij een dikke fluim bijeen en braakt de groen-wit gekleurde smurrie richting het gezicht van de spoorwegmedewerker. De kwalster belandt op het uniform.

Padt mag van geluk spreken dat Mark Rutte met zijn jeukende spierballen op zondagavond nooit in de trein naar Kropswolde zit. Wel zat er een stagiaire van de krant. Zodoende wist heel snel gans het land het, een dag later stond het in alle kranten. In de voetbalpraatprogramma’s op de televisie viel hoon en spot hem ten deel. Er werden zelfs grappen gemaakt, voetbalhumor om te lachen. Op sociale media ging de goegemeente los.

Kortom, Sergio Padt was even aan de beurt. De jongens van de sportredactie van Dagblad van het Noorden riepen de doelman uit tot de tobber van het jaar. Dan kan het altijd beter.

Een officier van justitie moet verwerpelijk gedrag vertalen in juridische verhandelingen, in delicten. De klets tegen de wang is een eenvoudige mishandeling, de ‘ik maak je kapot’ (of dood) is het dreigen met een misdrijf tegen het leven gericht en de fluim mag doorgaan voor een belediging.

Opgeteld en alles afgewogen zijn deze drie misdrijven, noem het een hattrick, goed voor een werkstraf van 70 uren, te verrichten op doordeweekse dagen. Doet hij het niet of niet naar behoren, dan staan daar 35 dagen in de gevangenis tegenover. Dat was de eis.

De politierechter vroeg: ‘Stel dat u gevangenisstraf krijgt. Raakt u dan uw baan kwijt?’
Padt, met flinke schrik: ‘Daar is niet over gesproken.’

De raadsvrouw van de doelman ziet het recht anders. Zij zei tegen de rechter: ‘Sergio Padt is al veroordeeld. Door het publiek. Door de media. Hij is neergezet als een misdadiger. Zelfs Wikipedia maakt melding van het incident. De ongenuanceerde berichtgeving zal hem de rest van zijn leven achtervolgen. Hij is genoeg gestraft, een straf van de rechter voegt niets toe. Haar voorstel: verklaar hem schuldig, klaar.

Mocht de rechter er toch anders over denken, zei de raadsvrouw nog, dan kan Padt worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat er sprake was van noodweer, van zelfverdediging. De advocaat zei dit omdat ze geen echte strafrechtadvocaat is. Was ze dat wel, dan had ze dit verweer niet gevoerd.

De officier van justitie wilde van strafkorting vanwege publiciteit niets weten. ‘Meneer is profvoetballer, hij weet dat er jongetjes zijn die hem zien als een idool. Hij was intimiderend en heeft het over zichzelf afgeroepen. Dan moet je achteraf niet gaan zeuren.’

De politierechter zag een middenweg. Schuldig, alles bewezen. Maar de werkstraf mag vanwege de publiciteit, vanwege alle media-aandacht, wat minder. Geen zeventig uur, maar eentje van vijftig. De rechter zei tegen Padt: ’Ik merk en zie aan u dat al die aandacht van invloed is op uw persoonlijk functioneren.’

Ik dacht: dat kun je ook uitleggen als een tweede klets in het gezicht van de kaartjescontroleur die ook maar zijn werk deed.

Ik dacht ook: er staan met regelmaat mensen in de rechtszaal terecht die lijden onder de aandacht van de media. Door stukjes in de krant, op websites, door itempjes op radio en tv. Waardoor plots heel het dorp kennis krijgt van de ontuchtige escapades met kleine kinderen, van de diefstallen, de verduisteringen. En ook heel de kerk weet het dan, en iedereen op de tennisclub, alle collega’s op het werk. Je ex.

Ik zag gebogen hoofden van gemeenteraadsleden, wethouders, Statenleden, directeuren van bedrijven en instellingen, van leraren van grote gemeenschappen, ik zag bekende jeugdtrainers, ex-topsporters, ik zag een keer een Europees kampioen in de verdachtenbank.

Ik zag er ook advocaten en politiemannen en -vrouwen, er was eens een meppende rechter, een chirurg, houders van gerenommeerde restaurants. Ik zag journalisten, muzikanten, voorzitters en secretarissen, ondernemers van het jaar die zich allen met de kop vol schaamte voor de rechter moesten verantwoorden.

Zij stonden er gekleurd op en kregen de volle mep. Niks korting op de straf. Alleen als je op keep staat mag het kennelijk anders.

Ik dacht tot slot, stel dat de rechters van Willem Holleeder straks de redenering van de politierechter te Groningen volgen, dan krijgt De Neus in plaats van levenslang extra jaren om te leven.

Rob Zijlstra

Als een zeehondje

Met het hoofd voorovergebogen, de ellebogen op de knieën en de handen in elkaar gevouwen staart Gilbert (35) naar beneden, naar de grond onder zijn voeten. Wat een doffe ellende. Vier jaar gevangenisstraf heeft hij zojuist te horen gekregen. Het is de eis, maar toch. Hij heeft het niet gedaan. Dat had hij ook duidelijk tegen de rechters gezegd. Hij had gezegd: ‘Ik ben onschuldig, daar ben ik heel eerlijk in.’

Hij had voorgesteld hem aan een leugendetector te leggen. Dan zouden ze het met eigen oren kunnen horen. Want waarom zou hij zoiets doen? Hij die niet eens een moeilijke jeugd heeft gehad. Is opgevoed door liefdevolle ouders. Tegen de rechters: ‘Ik heb de beste wegen bewandeld.’ En dan nu dit.

Mishandeling. En wel zo ernstig dat het een poging tot doodslag mag heten en dat alleen een langdurige gevangenisstraf op z’n plaats is. Zo zei de officier van justitie het. Gilbert zucht en herhaalt wat hij deze middag al zo vaak in de rechtszaal heeft gezegd: ‘Ik heb geen reden mijn kinderen pijn te doen. Ik ben een lieve vader.’

Terwijl de rechters hem ondervragen, scrol ik door zijn Facebook-pagina’s. En inderdaad. Veel vrolijke foto’s van Gilbert met zijn kinderen. Met zijn eigen kinderen en met de kinderen van zijn partner die hij ook als de zijne beschouwt. Hij houdt van alle kinderen. Zijn jongste is nu zeven maanden. Hij heeft haar nog nooit gezien. Twee maanden voor haar geboorte hadden ze hem gearresteerd.

In december 2017 was hij met zijn vrouw Lenna, de moeder van Don, naar de huisarts gegaan. Don, bijna 3, sliep slecht. Moest soms zomaar overgeven. Een zwelling bij de voet. De arts had gezegd dat de kwetsuren bij de leeftijd horen. In januari 2018 gingen ze weer naar de dokter, want nog steeds klachten. En Don liep raar.

Er volgde nader onderzoek met röntgenfoto’s. Die lieten een niet verklaarbare breuk in het scheenbeen zien en ‘niet recente’ botbreuken in de middenvoetsbeentjes.

Don was in 2016 al eens uit huis geplaatst vanwege een gebroken bovenarm en een blauw oogje. Het vermoeden was kindermishandeling, maar het bleef bij een vermoeden. De kwestie werd geseponeerd. Don verbleef een tijdje bij een tante.

Op 15 februari vorig jaar, een week na het laatste doktersbezoek, gebeurde het. Gilbert had tot laat gewerkt. Hij was ’s ochtends uit bed gekomen omdat vriend D. langskwam om een lader van een telefoon te brengen. Don zat toen op de bank, met ranja tv te kijken. De vriend had de kleine Don nog een boks gegeven. Niks aan de hand.

Lenna, de vrouw van Gilbert, moeder van Don, was boven. Ze belde met de kraamzorg. Dat deed ze, blijkt later uit onderzoek, van 10.21 uur tot 10.40 uur. Dertien seconden nadat ze de verbinding had verbroken, werd 112 gebeld.

Lenna onderbrak het gesprek met de kraamzorg omdat Gilbert van beneden had geroepen dat er iets met Don was. Blauwe lippen, zwellingen in de hals, wegdraaiende ogen, huilend als een zeehondje. In de ambulance: een zwellende bovenlip. Niet lang daarna ligt Don in het ziekenhuis, eerst in het Refaja in Stadskanaal, vier dagen later in het UMCG in Groningen.

Gilbert tegen de rechters: ‘Ik heb gedaan wat ik moest doen, gehandeld zoals ik moest handelen. Ik heb de ziekenwagen gebeld.’
Rechters: ‘Maar wat is er gebeurd?’
Gilbert: ‘Als ik het wist, dan had ik het gezegd. Volmondig. Ik heb niets te verbergen.’

In het ziekenhuis stellen artsen vast dat het letsel zeer waarschijnlijk toegebracht letsel is. Zeer onwaarschijnlijk: een ongelukkig ongeluk. Artsen bellen de vertrouwensarts die op zijn beurt de politie inlicht. Het letsel wordt beschreven, de politie praat met mensen uit de omgeving van het gezin, telefoons met WhatsApp-berichten worden leeg getrokken en in april wordt Gilbert gearresteerd. Kindermishandeling, poging tot doodslag.

Rechters: ‘Er moet iets zijn gebeurd waardoor het letsel is ontstaan.’
Gilbert: ‘Ik word er verdrietig van.’
Rechters: ‘Dat zal. Uw kind is slachtoffer geworden van mishandeling. Het letsel heeft geen medische oorzaak, de kans dat het een ongeluk is geweest, is klein.’
Gilbert: ‘Waarom zou ik mijn kind iets aandoen?’
Een van de rechters: ‘Het is voor mij ook ongelooflijk dat ouders hun kinderen iets aandoen. Maar het letsel moet zijn toegebracht. Door wie?’

Er zit een forensisch arts in de rechtszaal, het is een man die al dertien jaar lang gevallen van kindermishandeling onderzoekt. Hij heeft op verzoek de foto’s bestudeerd en op grond daarvan een mening gevormd. Zijn conclusie is stellig: kindermishandeling. Geprobeerd is het kind te wurgen. De verschijnselen duiden op zuurstofgebrek.

De advocaat van Gilbert: ‘Bent u wel voldoende deskundig om dit zo stellig te kunnen beweren?’
De arts: ‘Jazeker.’

Als de advocaat een serie vragen op de deskundige afvuurt van waarom niet zus of waarom zo, of kan een huidziekte ook en waarom dan niet een dermatoloog geraadpleegd, zegt de deskundige: ‘Omdat een koe een dier is, maar niet elk dier een koe.’ Als de advocaat onverstoorbaar nog meer antwoorden wil, vraagt de arts een tikkeltje ongemakkelijk aan de rechters: ‘Moet ik hier een soort examen afleggen of zo?’

Er is een WhatsApp-bericht van Gilbert waarin hij schrijft dat hij helemaal gek wordt van Don en liever pas thuiskomt als het kind slaapt. In het ziekenhuis had de kleine Don tegen een verpleegster gezegd dat papa hem ‘au’ had gedaan. Dat papa niet lief is. En dat als papa hem pijn doet, hij dan altijd bij mama slaapt.

Gilbert, hoofdschuddend: ‘Don zegt wel vaker dingen die niet kloppen.’

Misschien heeft partner Lenna het wel gedaan en is Gilbert een zo lieve vader dat hij de moeder van zijn kinderen wil beschermen. Dat hij zichzelf opoffert. De advocaat sluit het niet uit. De officier van justitie: ‘Hier zijn geen aanwijzingen voor.’

Lenna is door de politie gehoord. Eerst had ze gezegd dat Gilbert het niet heeft gedaan. Later zei ze dat ze het zich niet kan voorstellen dat Gilbert het heeft gedaan. Uit voorzorg heeft ze een scheiding aangevraagd.

Rechters: ‘Bent u nog bij elkaar?’
Gilbert: ‘Volgens mij wel.’

Tegen etenstijd is het antwoord op de allerbelangrijkste vraag in de rechtszaal nog altijd onbeantwoord.
De vraag luidt: als het niet anders kan, is het dan zo? Heeft Gilbert het dan gedaan?
De rechters moeten de waarheid bedenken.

Rob Zijlstra

update – 24 januari 2019 – uitspraak 
De rechters hebben gesproken. Het kan niet anders dan dan Gilbert het heeft gedaan. Het letsel is toegebracht en niet ontstaan. Poging tot doodslag bewezen. De straf: vier jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk.

 

Jaarverslag 2018

Vooropgesteld. De misdaad is van alle tijden en zal altijd blijven bestaan. Alleen de manier waarop verandert, zij het traag. Eenogige struikrovers zijn verdwenen, maar zij zijn vooralsnog niet vervangen door cybercriminelen. Die bestaan wel, maar in de rechtszalen zie je ze niet. Nog niet.

De verdachten van dit jaar waren op 23 vrouwen na mannen in de leeftijd van 18 tot 77 jaar. Wie op hoge leeftijd in de verdachtenbank moet verschijnen, zit daar doorgaans vanwege een zedenmisdrijf. De 71-jarige man uit Groningen die dacht dat er vanwege zijn leeftijd geen plek zou zijn in de bajes en daarom voorstelde dat hij wel een aan zijn leeftijd aangepaste werkstraf wilde uitvoeren, kwam bedrogen uit: tien maanden cel. Hij had aan de kleinkinderen gezeten.

Er is plek voor iedereen.

onvoorwaardelijke celstraffen door de jaren heen in zittingszaal 14

Die bijna 300 strafzaken leverden opgeteld 187 jaar onvoorwaardelijke celstraf op. Dat is wel eens meer geweest. In het recordjaar 2011 (met 376 strafzaken) werd 370 jaar onvoorwaardelijke celstraf uitgedeeld. Conclusie? De rechters minder streng? Slappe hap? Niet waarschijnlijk. Aannemelijker is dat er minder zware zaken aan rechters worden voorgelegd.

Cijfers zijn verleidelijk om er conclusies aan te verbinden, maar nog meer zijn cijfers valkuilen.

Toch nog een paar. De helft van die 300 strafzaken werd afgedaan met een celstraf. In ruim een kwart van alle strafzaken werd een taakstraf (tezamen 11.900 uren) opgelegd. In bijna een kwart volgde geen straf of ’slechts’ een voorwaardelijke straf, een waarschuwing.

Dat bijna een kwart van de strafzaken eindigde in ‘niets’ bevestigt het beeld dat de misdaad die in de rechtbank van Groningen wordt berecht relatief licht van aard is. De ernstigste zaken zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Er is nog een verklaring waarom het wel meevalt met opgelegde gevangenisstraffen in Groningen: tamelijk veel oude zaken. In de helft van de strafzaken zit er tenminste een jaar tussen de aanhouding van de verdachte en de berechting, bij een op de vijf zaken is het tijdsverloop zelfs twee jaar of nog langer.

Dit tijdsverloop is van invloed op de straf: laat de rechtszaak te lang op zich wachten, dan krijgt de verdachte korting. Of wordt afgezien van het opleggen van een celstraf en krijgt de boef een werkstraf. Op de schuldige verdachte na, is niemand hier blij mee. Vaker dan in eerdere jaren is dit jaar links en rechts uitgesproken dat de rechtspraak in crisis verkeert.

Een beeld dat door de jaren heen niet is veranderd, is het verschil tussen strafeis en opgelegde straf. Officieren van justitie eisen doorgaans veel hogere straffen dan rechters opleggen. In 65 procent van die 300 zaken viel de straf lager uit dan de eis, 31 procent was conform (eis en straf hetzelfde) en in slechts 4 procent vonden de rechters de strafeis te laag. Rechters zeggen dan dat de eis geen recht doet aan de ernst van de feiten.

Het zou mooi en overzichtelijk zijn als de misdaad die in de rechtszaal wordt berecht een afspiegeling is van de misdaad die buiten de rechtszaal wordt gepleegd. Zou dat zo zijn, dan kan de nare conclusie worden getrokken dat Groningers zich meer bezighouden met het misbruiken van kinderen en kinderporno dan met drugshandel, inclusief hennepteelt.

een groot deel van Groningen doet het qua misdaad rustig aan

Dat is niet zo. Waarschijnlijker is dat de strafzaken die de rechtszaal halen, een kwestie van toeval is, van een of ander speerpunt bij het Openbaar Ministerie of dat het een gevolg is van een samenloop van omstandigheden. Bezien vanuit het standpunt van de dader: gewoon dikke pech.

Wat laten de cijfers zien? De meeste strafzaken die de rechtszaal wel halen gaan over geweld (38 procent) waarbij ook het alcoholpercentage van de pleger hoog is. Op de tweede plaats: diefstal (25 procent). Hierbij opgemerkt dat wie met geweld een diefstal pleegt, is ingedeeld in de categorie ‘geweld’. Op plaats drie met 15 procent: zedenzaken.

Een handjevol strafzaken leverde de samenleving ook iets op. Rechters plukten bijna 2,2 miljoen euro uit de broekzakken van Groninger criminelen. Is 2,2 miljoen veel? Wel als je het hebt, maar in de Groninger hennepsector is een paar miljoen een schijntje.

Het zal geen verbazing wekken dat de stad Groningen de meeste plaatsen delict op naam heeft staan: de helft. Oost-Groningen: een kwart. Het Westerkwartier (4 procent), Noord-Groningen (7 procent) en het Eemsmondgebied (4 procent) zijn qua strafzaken tamelijk witte vlekken (10 procent van de zaken dat in zittingszaal 14 werd afgedaan, had betrekking op misdaden uit Drenthe en Friesland).

opgelegde taakstraffen

Voor wie denkt dat het allemaal de schuld is van de buitenlander: 71 procent van de mannen en vrouwen die dit jaar voor het hekje stond is in Nederland geboren en getogen. De rest – 83 personen – heeft een buitenlandse achtergrond, te verdelen over 32 verschillende nationaliteiten.

Tot slot.

De rechtbank Noord-Nederland kampt met een tekort aan strafrechters,. Dat is een probleem dat zich wel, maar niet snel laat oplossen. De verwachting is daarom dat in 2019 opnieuw 300 mannen en een paar vrouwen zich voor de meervoudige strafkamer moeten verantwoorden. Ongeveer de helft van de misdaden is al gepleegd en liggen de bijbehorende dossiers ergens op planken te wachten. Van de andere 150 misdaden zijn de slachtoffers nog onbekend, simpelweg omdat die misdaden de komende maanden worden gepleegd.

Voorspelling.

De cijfers die aan het einde van 2019 zijn op te tekenen, zullen nauwelijks afwijken van die van dit jaar. Hoe grillig de misdaad ook is.

Rob Zijlstra

Niet de laatste keer 2

Robert Dawes is vrijdag aan het einde van de middag door de rechtbank in Parijs veroordeeld tot 22 jaar celstraf.

In de uitspraak is opgenomen dat hij – hoe goed zijn gedrag ook  –  tenminste tweederde deel van die opgelegde straf daadwerkelijk op de blaren moet zitten.

Komt hij vrij,  op z’n vroegst dus in 2032, dan is Frans grondgebied voor de rest van zijn leven verboden terrein. Nog erger voor hem en dus ook vermeldenswaardig: al zijn bezittingen van nu worden verbeurd. Gaat om vele miljoenen, inclusief het luxe ressort in Spanje waar hij met zijn gezin woonde.

Het was wel even spannend.  Vorige week maandag begon het strafproces. De strafeis (25 jaar) werd woensdag op tafel gelegd. Donderdag eisten de beste advocaten van tout Frankrijk vrijspraak. In Nederland nemen rechters na zoiets twee weken de tijd (langer indien nodig) om tot een eerlijk oordeel te komen. Fransen kunnen dat blijkbaar binnen een dag.

Medeverdachten zijn veroordeeld tot 5, 9, 12 en 13 jaar celstraf.  Samen moeten ze ook nog een boete betalen: doe maar 30 miljoen euro.

Opmerkelijk is  het volgende:  er lag een ‘plan b’ op tafel in het geval Robert Dawes zou worden vrijgesproken. Bij een eventuele vrijspraak (vijftien advocaten vonden dat recht doen) zou Robert Dawes als vrij man het indrukwekkende rechtbankcomplex van Parijs kunnen verlaten om vervolgens als vrij man de Boulevard du Palais te betreden. Na drie jaar voorarrest zou dat, ondanks kou,  vast een feestje zijn.

Maar.

Middels een internationaal arrestatiebevel, ingediend door het Openbaar Ministerie Noord-Nederland,  zou Dawes na het vonnis tot vrijspraak  worden aangehouden om – na misschien wat juridisch gedoe – te  worden overgebracht naar Nederland. Dat gedoe was dus niet nodig.

Ik weet niet hoe het nu verder gaat. Ga ik uitzoeken. En daarover binnenkort berichten.

rob zijlstra

officieel bericht rechtbank van Parijs

 

MEER EN MEER ACHTERGRONDEN: niet de laatste keer, deel 1

Niet De Laatste Keer

MET UPDATE – STRAFEIS 25 JAAR

Parijs.
Maandagochtend 10 december.
Twintig minuten over negen.
Ineens staat hij daar.
Toch kleiner dan gedacht.
Een politieagent maakt de handboeien los.
De kale man wrijft met de rechterhand over de linkerpols.
Door het glas kijkt hij de rechtszaal in en glijden zijn blikken langs de aanwezigen.

Heeft hij enig idee?

Wie bijvoorbeeld Koen Meesters is die op tien meter afstand staat en op zijn beurt naar hem kijkt? Jarenlang heeft Koen Meesters naar dit moment uitgekeken. Van alles schiet er door zijn hoofd. Ja, hij kan naar hem toe lopen en dan zeggen wie hij is. Hij kan ‘m ook, als hij snel is, voor z’n kale kop slaan, dus nog voordat de twaalf gewapende mannen van de Gendarmerie kunnen ingrijpen. In zijn fantasie doet hij dat ook, maar in het echt, in de statige rechtszaal van Parijs, in de Salle Voltaire, blijft hij de man strak aankijken.

Die man achter het glas is Robert Dawes, 46 jaar. Brit. Hij is de hoofdverdachte in het grootste drugsproces van Frankrijk dat die maandochtend op het punt staat te beginnen en elf dagen gaat duren. In de internationale pers wordt Robert Dawes, die jaren achtereen onaantastbaar leek, beschreven als de machtigste drugscrimineel van Europa.

Hij is de man ook die in 2002 opdracht zou hebben gegeven om Gerard Meesters, onderwijzer aan het Alfa-college in Groningen, te vermoorden.

Het was een liquidatie uit vergelding, een misdaad die ook qua wreedheid z’n weerga niet kent, schreven de rechters later. De aan lager wal geraakte zus van Meesters had in Spanje drugs gestolen van haar baas Dawes om daarna spoorloos te verdwijnen. Om haar te vinden zochten ze haar familie op. Op 24 november 2002 kreeg Gerard Meesters, dan 52 jaar, aan huis bezoek van vijf mannen. Hij krijgt een telefoonnummer dat hij moet bellen om te vertellen waar zijn zuster is. Zo niet, dan komen ze terugkomen. En dan niet om te praten.

Meesters meldt het voorval aan de politie en brengt met zijn vrouw, dochter en zoon Koen de twee volgende nachten elders door. Ze zijn bang. De politie zegt niets te kunnen doen. Op zondag 28 november 2002, vier dagen na de bedreiging, wordt opnieuw aangebeld. Gerard Meesters, net thuis, doet de voordeur open. Er wordt niet gepraat. Met acht gerichte schoten wordt Gerard Meesters in koelen bloede vermoord. Hij sterft in de hal van de woning. Als Koen Meesters even later thuiskomt van zijn werk als bezorger van Chinese maaltijden, ziet hij dat de straat is afgezet met politielinten.

De schutter is de Engelsman Daniel S., een ‘soldaat’ in de organisatie van Robert Dawes. S. wordt na een jaar onderzoek gepakt en veroordeeld tot levenslang. In de rechtszaal in Groningen erkent hij dat hij werkt voor Dawes. Hij vertelt aan de rechters dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoort. Dat het geen ongebruikelijke werkwijze is van ‘de organisatie’ om onschuldige familieleden van in ongenade gevallen criminelen te vermoorden.

Koen Meesters is naar Parijs gekomen om de man te zien die hij verantwoordelijk houdt voor de gewelddadige dood van zijn vader. En hij niet alleen. De rechercheurs van de politie in Groningen die zestien jaar geleden de moord onderzochten, zeggen het ook. Zonder twijfel: Robert Dawes is de opdrachtgever. Het staat in stukken van het Openbaar Ministerie. Het staat zelfs geschreven in de vonnissen van de rechtbank Groningen en het gerechtshof van Leeuwarden.

En het werd deze week ook geopperd in de grote rechtszaal van Parijs. Onderzoekers van het Engelse National Crime Agency: ‘We believe Dawes sponsored the murder of a school teacher in the Netherlands whose sister had stolen a load of drugs.’ De rechter vraagt: ,,Ligt er een aanklacht?’’

Het proces in Parijs heeft met de ‘zaak Groningen’ niet rechtstreeks iets te maken. Dawes staat in Parijs terecht omdat hij leiding zou hebben gegeven aan een internationale criminele organisatie en aan het – via Air France – laten vervoeren van 1300 kilo cocaïne, van Venezuela naar de luchthaven Charles de Gaulle. Waarde: vele tientallen miljoenen euro’s. Niet alleen douanepersoneel was omgekocht, ook hooggeplaatste medewerkers van Air France.

Dawes werd gearresteerd in zijn luxe ressort in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk. Hij zit inmiddels drie jaar in voorarrest. Dertig jaar celstraf hangt er boven zijn hoofd. Er zijn vijf medeverdachten, twee landgenoten en drie Italianen die worden gelieerd aan mafia uit Napels. Zij zitten ook in de rechtszaal.

Koen Meesters (37) is niet alleen naar Parijs gegaan om de confrontatie aan te gaan. Een jaar geleden deden hij en zijn zus Annemarie (35) aangifte tegen Robert Dawes. Sindsdien wordt onderzocht of de machtige drugscrimineel in Nederland kan worden berecht voor zijn rol in de moord op Gerard Meesters. Een besluit, te nemen door het Openbaar Ministerie, is nog steeds niet genomen. Zo ook niet het besluit hem er mee weg te laten komen.

Dat Dawes tot op de dag van vandaag niet is staat van beschuldiging is gesteld, is voor de nabestaanden onbegrijpelijk. Koen Meesters: ,,Het voelt zo ontzettend onrechtvaardig.’’ Hij hoopt dat het gaat gebeuren, maar het vertrouwen in het Openbaar Ministerie is niet rotsvast. Hij zegt: ,,Ik ben ook naar Parijs gegaan om een vinger aan de pols te houden. Iemand moet dat doen. Het Openbaar Ministerie doet het niet.’’

Vijftien jaar lang heeft justitie de moord op Gerard Meesters als een opgeloste zaak beschouwd. De dader is conform de eis veroordeeld, zaak gesloten. Voor Koen Meesters en zijn familie is dat niet acceptabel. Ze kregen officieel te horen dat er andere prioriteiten zijn. Dat ook het terrorisme bestreden moet worden bijvoorbeeld.

In 2017 had het ministerie van justitie bedacht dat moordenaar Daniel S., ondanks de veroordeling tot levenslang, het land uitgezet kon worden, terug naar Engeland. Het Openbaar Ministerie was om advies gevraagd en had geen bezwaar. Voor de familie Meesters was dit voornemen een grote schok. Toen zij via de media hun ongenoegen uitten, werd het besluit haastig ingetrokken. Met de excuses.

Na de aangifte tegen Dawes in november 2017 besloot het Openbaar Minsterie toch onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een vervolging van Dawes in Nederland. Koen Meesters: ,,Als wij niets doen, gebeurt er niets. Via onze inzet, via media-aandacht kunnen we misschien net het verschil maken. Eigenlijk is het schandalig dat het zo moet, maar het is wel hoe het werkt.’’

In het vonnis van Daniel S. schreven de Groninger rechters dat Gerard Meesters gewetenloos is vermoord ‘in opdracht van de organisatie waarvan hij (Daniel S.) deel uitmaakte’. En ook: ‘Organisaties die zich richten op het plegen van misdrijven (…) en het plegen van moord op onschuldige slachtoffers inzetten als middel, zijn naar het oordeel van de rechtbank maatschappelijk niet te tolereren (…).

Dat zijn de gewichtige woorden op papier. En het zijn woorden die elke betekenis verliezen als de opdrachtgever zich niet hoeft te verantwoorden. Wie in Nederland opdracht geeft tot moord, is net zo strafbaar al diegene die de trekker overhaalt.

De eerste dag van het proces in Parijs verloopt chaotisch. In de Nederlandse rechtszaal is het niet de bedoeling dat iemand voor z’n beurt praat, moet iedereen blijven zitten waar ‘ie zit. Rechters eisen absolute stilte. In de Parijse rechtszaal loopt van alles in en uit, de twaalf advocaten die belast zijn met de verdediging van de zes verdachten, praten door elkaar heen, bellen, appen en roepen ‘merde’ als de rechters een getuige ondervragen, ze zijn met laptops in de weer, drinken blikjes Red Bull en hebben vooral zichtbaar plezier in wat ze doen en zeggen. Ze zijn, zo te zien, dikke maatjes met de verdachten.

Franse journalisten zeggen dat ik de top van de Franse strafpleiters aan het werk zie. De tenen van Koen Meesters die op de voorste rij van de houten publieke tribune zit, staan krom. ,,Ik snap dat een verdachte een advocaat heeft, ik snap waarom. Aan de andere kant kan ik het niet begrijpen dat ze het met zoveel power opnemen voor mensen die zo fout zijn. Ook die jolige en amicale omgang met verdachten, ik heb daar grote moeite mee.’’

In de eerste uren van het proces is Dawes actief, oogt hij alert en hangt hij aan de lippen van de tolk. In de middaguren zit hij vooral te gapen en om zich geen te kijken. Zou hij enig idee hebben?

Koen Meesters: ,,Ik weet zeker dat hij me een paar keer heeft aangekeken. Of hij mij kan plaatsen weet ik niet. Het is dubbel. Ik wil dat hij weet dat ik er ben. Dat hij weet, dat hij nog niet van ons af is, dat we nog altijd met hem bezig zijn. Maar ik weet ook waartoe hij in staat is.’’

,,Doe je dit ook voor je vader?’’

Koen Meesters: ‘Dat vragen mensen mij vaak. Nee. Ik doe het voor mezelf. Mijn vader is er niet meer, voor hem hoef ik het niet te doen. Ik ben het niet aan hem verschuldigd of zo. Robert Dawes heeft mij ook persoonlijk iets aangedaan door mijn vader te laten vermoorden. Hij heeft veel ellende en verdriet in het leven van mij, mijn zus en mijn moeder gebracht. Dat hij hiermee wegkomt, dat voelt zo onrechtvaardig.’’

Ik vraag wat Gerard Meesters hiervan had gevonden? Zoon Koen: ,,Mijn vader was een vechter, niet fysiek, maar hij stond zijn mannetje. Hij zou hier helemaal voor gaan. Wat ik doe, zou zijn goedkeuring hebben, dat weet ik zeker.’’

De aangifte van Koen en zus Annemarie Meesters ligt nu bijna dertien maanden bij het Openbaar Ministerie. Wanneer een besluit wordt genomen, is niet bekend. Misschien wacht Groningen op de ongewisse uitkomst van strafzaak in Parijs. Maar misschien ook niet.

Halverwege de tweede dag van het proces, wordt een korte pauze ingelast. Robert Dawes wordt door zijn bewakers gesommeerd te gaan staan en zijn armen naar voren te steken. De handboeien moeten weer om. Dan verdwijnt The One, zoals een van zijn vele bijnamen luidt, uit het zicht, nagekeken door Koen Meesters.

Als we later door de straten van Parijs lopen zegt hij: ,,Als het recht z’n beloop krijgt, zal dit niet de laatste keer zijn geweest dat ik hem zie.’’

rob zijlstra

update – 19 december 2018 – Dawes ontkent

Robert Dawes ontkent dat hij betrokken is bij de drugssmokkel waarvan hij in Parijs terechtstaat. Dawes – hij zit al drie jaar in voorarrest – is vandaag zes uur lang ondervraagd.  Gemaakte opnames door de Spaanse politie waaruit zijn betrokkenheid zou blijken, zijn volgens hem een opzetje. Hij zegt te hebben geweten dat hij werd opgenomen. >> lees verder [nothinghampost]

update – 21 december 2018 – strafeis
Het Franse Openbaar Ministerie heeft in Parijs 25 jaar celstraf geëist tegen de Robert Dawes wegens drugssmokkel en het leiding geven aan een criminele organisatie.

Het Franse OM heeft de rechtbank ook verzocht om van de eis tot 25 jaar tenminste vijftien jaar te ‘garanderen’. Dit om de vervroegde invrijheidstelling (eerder vrij) te beperken. Daarnaast is gevraagd om Dawes als hij zijn straf erop heeft zitten, een permanent toegangsverbod op te leggen voor Frans grondgebied.

Eerder deze week ontkende hij in de rechtszaal elke betrokkenheid. Hij zou, wetende dat hij werd afgeluisterd, hebben gezegd dat de drugs van hem waren om gearresteerd te worden. Waarom? Om op die manier van de Spaanse politie af te komen. De officier van justitie noemde het verweer van Dawes ‘volkomen surrealistisch’.

Tegen een medeverdachte werd vijftien jaar cel geeist. Deze man, net als Dawes afkomstig uit het Engelse Nottingham, wordt gezien als de ‘dirigent’ van de criminele organisatie. Drie Italiaanse medeverdachten – zij zouden lid zijn van de maffia in Napels – hoorden celstraffen eisen van acht, tien en dertien jaar.

Het strafproces in Parijs staat los de moord op Meesters in Groningen. Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland is naar aanleiding van de aangifte door de nabestanden een nieuw onderzoek begonnen naar de rol van Dawes. In het kader van dit onderzoek liggen er rechtshulpverzoeken aan Engeland.

Als het OM op basis van het nu lopende onderzoek besluit dat Dawes strafrechtelijk moet worden vervolgd in Nederland, dan kan om zijn uitlevering worden gevraagd. De nabestaanden van Meesters hopen dat Dawes zich ‘na Parijs’ voor een Nederlandse rechtbank moet verantwoorden.  >> zie ook dvhn.nl

 

lees meer achtergronden: DOSSIER GERARD MEESTERS

 

Het grote incident

Gewapende overvallen, kluiskraken of belastingfraude zijn misdaden die doorgaans niet in een plotselinge opwelling van het gemoed worden gepleegd. Meestal gaat aan deze misdaden denkwerk vooraf. Maar uitgerekend bij het meest kapitale delict uit het wetboek van strafrecht is het net andersom. Een moord wordt vaak wel in een plotselinge drift gepleegd. De meeste moorden zijn daarom doodslagen.

Nooit vergeet ik de man in de verdachtenbank die vertelde hoe het zo was gekomen. Hij was op klus geweest, kwam later thuis dan afgesproken en toen was zij gaan zeuren. Zoals zo vaak. Hij had afgeleerd te reageren, daar werd het alleen maar erger van. Zijn remedie: zodra zij ging jengelen, stapte hij in de auto, ging hij een kroket eten bij het tankstation en als hij dan een uurtje later voor een tweede keer thuiskwam, was de storm gaan liggen.

Op die fatale avond ging het anders. Ze bleef zemelen. In een vlaag, zei hij tegen de rechters, in een vlaag waarin alles zwart werd, greep hij naar de glazen asbak die op tafel stond en haalde uit. Zijn vrouw was op slag dood.

Wat doe je dan zodra je bent bekomen van de eerste schrik? Bel je de politie? 112? Ren je het huis uit? Moeder bellen?

Deze man dronk een flesje Heineken, overdacht zijn leven, stopte zijn geliefde in een Mickey Mouse-dekbedovertrek dat hij van de kinderkamer haalde (zachtjes om niemand wakker te maken) en begroef mama in de tuin.

Doodslag. Acht jaar en tbs met dwangverpleging, luidde de eis. De rechters vonden acht jaar voldoende. Ik moest aan die zaak denken, toen ik afgelopen week de 33-jarige Rutger in diezelfde rechtszaal hoorde praten. Tegen hem werd zeven jaar gevangenisstraf en tbs met dwang geëist.

Ook Rutger had, nadat hij bij zinnen was gekomen, zichzelf de vraag gesteld: en wat nu? Ook hij belde niet de politie. Hij legde het bebloede mes in de vaatwasser, vouwde een deken uit over haar lichaam en ging door waarmee hij bezig was. Met whisky drinken en spannende series kijken op Netflix. Na twee dagen kreeg hij contact met zijn moeder. Zij kwam direct, zij zag het verschrikkelijke en belde 112.

Rutger en Anja (zij werd 46) hadden elkaar anderhalf jaar eerder leren kennen in een kliniek. Toen ze naar buiten mochten, hielden ze contact want ze vonden elkaar leuk en aardig. Rutger, verslaafd aan cocaïne, zag misschien wel een mooie toekomst met haar. Hij ging voor drie maanden naar een afkickkliniek in Schotland en toen hij terugkeerde trok hij bij haar in. Hij voelde zich veilig bij Anja in haar huisje, op het Hogeland ver weg van de smerige drugsscene in de stad.

Van de cocaïne wist hij af te blijven, van de drank nog niet. Tegen de rechters: ‘Drinken is minder erg dan coke, van cocaïne ga je kapot.’’

Rooskleurig werd de liefde niet. Al na een paar weken kwamen er meldingen bij de politie over huiselijk geweld. Het veilige huisje van Anja werd bij de buurtagent een bekend adres, zo Rutger een bekend gezicht werd bij de slijterij in Winsum.

Tegen de rechters zegt Rutger dat het niet zo was dat er voortdurend ruzies waren. ‘In 90 procent van de tijd ging het hartstikke goed. Het was niet dat ik een kwaal was of zo. Na ruzies omhelsde ze me altijd en wilde ze dat ik bleef.’ Eén voorwaarde: niet meer drinken.

De ruzies die er wel waren, waren pittig. Als het niet over drank ging, ging het over geld en over rotzooi die Rutger, lui van aard, maakte. ‘Er ontbrak veel structuur in het huishouden’, zegt hij. Vaak werd hem de deur gewezen. Dan fietste hij, zatte kop en tegenwind, twintig kilometers naar Groningen, op zoek naar een hotel. ‘Dat heeft me klauwen met geld gekost. Als je ’s nachts bij een hotel aankomt, vragen ze woekerprijzen.’

Rechters: ‘Hoe vaak is dat gebeurd?’
Rutger: ‘Ik denk wel vaker dan twintig keer.’

Het wordt 9 februari. De dag, zegt Rutger, van het grote incident. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang beginnen de Olympische Winterspelen, in Noord-Groningen maken Rutger en Anja een wandeling met de hond. Het is koud. Hij is al naar de voedselbank geweest en heeft toen, stiekem, bij de slijter een fles whisky gekocht. Op het bonnetje staat dat dat om 13.49 uur was.

Om 15.11 uur start Rutger zijn computer op. Hij bezoekt de website GeenStijl en kijkt filmpjes op Dumpert. De fles is dan al aangebroken. Om 16.10 uur schakelt hij over op Netflix. Anja stuurt op dat moment een berichtje naar haar dochter die de volgende dag jarig is en 17 jaar wordt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat Anja om 17.30 uur een bestelling heeft gedaan op het internet: ze heeft een alcoholtester aangeschaft.

Hoe wrang, het is zo’n beetje het laatste wat ze doet. Niet lang na die bestelling moet het grote incident zijn gebeurd. Plotseling had Anja in zijn kamer gestaan. Rutger schrok, sloeg zijn glas whisky in een teug achterover en probeerde de fles met zijn voet weg te moffelen.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Maar ze rook het natuurlijk. Ze zei dat ik weg moest. Ik dacht, niet weer dat gezeik. Ik kon nergens heen. Het was donker en koud, ik had geen zin met een dronken harses naar Groningen te fietsen en een hotel te zoeken. Ze trok aan mijn haren om mij uit huis te bonjouren. Ik werd wild. Ik duwde haar, zij viel. Toen schopte ik haar in het gezicht, een paar keer. Ik was zo razend, ik heb een mes gepakt en ben op haar gaan liggen en heb gestoken, met hakkende bewegingen.’

Veertien keer in de hals.

Rechters: ‘Heeft ze nog wat gezegd?’
Rutger: ‘Dat weet ik niet, ik denk niet dat ze daarvoor de kans kreeg. Ze begon raar te trillen, toen was ze weg.’

Om half acht wordt Rutger gefilmd in de supermarkt. ‘Ik was niet meer logisch bezig.’ Hij wilde meer drank. Hij had bedacht dat hij zich lam zou drinken, om dan halfdood het thuis in de fik te steken. ‘Dan maar zo.’

Wat doe je na zo’n plotselinge opwelling?
Rutger zegt tegen de rechters: ‘Het is niet eenvoudig te bedenken wat je moet doen als je net iemand van het leven hebt beroofd.’

Rob Zijlstra

update – 17 december 2018 – uitspraak
Rutger is conform de eis veroordeeld: 7 jaar en tbs met dwangverpleging. Klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis of beluister het geluidsfragment van de uitspraak, zoals die dinsdagmiddag is uitgesproken in zittingszaal 14.

.

vonnis

 

 

 

 

Niet te geloven

De president van de rechtbank sprak, zo ook de eindbaas van het Openbaar Ministerie van heel Noord-Nederland en de noordelijke deken, het geweten van alle Friese, Drentse en Groningse advocaten. Op de eerste rij zat de burgemeester van de grootste stad, daarachter het volk. Veertig rechters in toga keken professioneel toe. Alleen de politie was nergens te bekennen.

Het volk was gekomen voor het feest, maar de gesproken woorden die door de lucht galmden, die de toehoorders kregen te verwerken, waren allesbehalve feestelijk. Het waren alarmerende woorden vol grote zorgen.

De bijeenkomst betrof een buitengewone rechtszitting waar drie nieuwe rechters en twee versgebakken officieren van justitie – allen al eerder door de koning benoemd – werden geïnstalleerd. Zoiets gaat gepaard met formaliteiten en felicitaties met na afloop pinda’s, bier en rode wijn.

De rechtbankpresident was heel gelukkig met haar verse rechters. Want we leven in een tijd van zowel bloei als van veel te weinig. Wie nu wil scheiden waarbij iets moet worden geregeld voor de kinderen, kan beter even wachten. Er zijn te weinig rechters om zoiets goed en op tijd voor elkaar te krijgen.

Komt het ondertussen tot echtelijk geweld in huis, dan geldt iets soortgelijks: wie vandaag nog of morgen zijn partner flink in elkaar rost, moet er rekening mee houden dat deze misdaad niet voor 2020 door een rechter wordt beoordeeld. Dat kun je, mits je de sterkste bent, ook als een voordeel zien.

Als het al tot een rechtszaak komt. Deskundige onderzoekers verkondigden niet zolang geleden dat de criminaliteit fors aan het dalen is. Terwijl velen nog twijfelden of dat wel echt waar is – ‘het is toch niet te geloven’ – meldde de politie in alle ernst dat er dit jaar 16.000 misdadige zaken in de prullenbak zijn gekieperd. Reden: er zijn te weinig rechercheurs om te rechercheren. In politiek Den Haag is zogenaamd met ongeloof gereageerd.

En het is niet alleen hommeles bij de politie. Ook de advocatuur is danig in mineur. De woorden die de deken namens de noordelijke advocaten op de bijeenkomst sprak, waren als een klontje zo klaar. De gefinancierde rechtshulp staat dusdanig onder druk dat alleen rechtzoekenden met een goed gevulde portemonnee nog kunnen rekenen op bijstand van een advocaat. De toegang tot het recht – een recht – wordt verkwanseld.

De rechtsstaat dreigt te verworden tot een juridische voedselbank, waren de weinig warme woorden die de deken sprak.

Advocaten roepen dat al een tijdje, maar menens is het. De deken hield de toehoorders voor dat Rutte en zijn troepen bezig zijn de rechtsstaat systematisch uit te hollen. Hij riep de magistraten, ook de kersverse, op de koppen bijeen te steken, de gelederen te sluiten en een list te verzinnen. Hij riep: ’Weg met het ministerie van afbraak.’ En: ‘Laten we in Noord-Nederland beginnen’.

Nu horen advocaten op de trom te slaan als minder bedeelde delen van het volk als gevolg van politieke keuzes in de knijp komen.

Wat had de president van de rechtbank Noord-Nederland eigenlijk te zeggen? Rechters – die allen tezamen de derde staatsmacht vormen – worden geacht bekwaam en bedaard te zijn en in tumultueuze tijden kalmte te bewaren.

De rechtbankpresident zei dat de samenleving als gevolg van politieke keuzes en afwegingen ontwricht dreigt te raken. Het rechtssysteem wordt door bezuinigingen (door die andere president) steeds verder uitgekleed en raakt in onbalans. De financiële situatie van de rechtspraak is ronduit zorgwekkend en dwingt tot keuzes tussen kwaden. Ook in Noord-Nederland, sprak ze.

Toen zei ze: ‘De kerntaak van de rechtspraak is om de fundamentele rechten van burgers te beschermen (…), om te zorgen dat niet de grootste mond of de dikste portemonnee het in ons land voor het zeggen krijgt, de kerntaak is om samenleven mogelijk te maken. En die kerntaak dreigt uit te hollen.’

De rechtbankpresident na kalm beraad: ‘Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik. Maar dit is wel wat het is: ontwrichting van de samenleving.’

De deken knikte instemmend.
De hoofdofficier van justitie liet een ander geluid horen. Een officier van justitie staat natuurlijk ook het dichtst bij de minister en het ministerie van justitie, het dichtst bij wat de deken het ministerie van afbraak had genoemd. Dan moet je op je woorden passen.

De hoofdofficier beperkte zich tot de geruststellende opmerking dat ondanks de interne commotie bij het Openbaar Ministerie (opstappende en met elkaar rollebollende officieren) de integriteit nog wel hoog in het vaandel staat. Dan weten we dat.

Dat het in de wereld hoog aangeschreven Nederlandse rechtssysteem piept en kraakt uit zich niet alleen in woorden vol zorg, maar is vrijwel dagelijks in de rechtszaal te horen als nagels die over het schoolbord krassen.

In april 2014 sloeg David in Groningen Azziz Barre, een verwarde man, met een vuistslag in het gelaat. Azziz Barre, eens kindsoldaat in Afrika, klapte achterover, met het hoofd op de stoeprand van de Korreweg. Dood. David zei dat hij werd aangevallen, maar dat was niet zo.

De rechtbank veroordeelde hem in januari 2015 tot twee jaar celstraf wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg. De vuistslag was niet bedoeld geweest om te doden. De verdachte David was het er desondanks niet mee eens en ging in hoger beroep. Bijna vier jaar lang lag de zaak ergens in het piepende systeem te verstoffen. Niemand weet waarom. Het gerechtshof deed afgelopen week uitspraak: omdat het veel te lang heeft geduurd, alleen daarom, kreeg David korting in de vorm van een lagere straf. Twintig maanden.

De zaak van Gert is ook niet te geloven. In 2015 werd Gert veroordeeld omdat hij zich in 2014 ontuchtig bezig had gehouden met kinderporno en jonge meisjes in Stadskanaal. In november 2016 ging hij opnieuw in de fout, het slachtoffer was nu een meisje van 13 jaar.

Afgelopen week, twee jaar na de aanhouding, moest Gert zich dan eindelijk verantwoorden. De officier van justitie zei dat ze 24 maanden celstraf zou kunnen eisen. Maar dat ze dat niet ging doen. Want zij, dus het Openbaar Ministerie, heeft de zaak veel te laat aan de rechtbank voorgelegd. Om zichzelf in te peperen dat het zo niet langer kan, eiste ze voor straf twaalf maanden, daarvan de helft voorwaardelijk. Ze zei nog wel: ’Het is spijtig voor iedereen.’

Het is meer dan spijtig, maar zo rolt de rechtspraak momenteel.

Rob Zijlstra

klik op afbeelding voor speech zoals die tijdens de installatiezitting is uitgesproken

 

Grootste crimineel

Ik ga naar Parijs.
En wel hierom.

 De uit Nottingham afkomstige Robert Dawes geldt als een van de grootste criminelen van Europa. Drugs en geweld zijn zijn ding. Jaren gaf hij leiding aan een drugsorganisatie die actief was in Engeland, Spanje, Italië, Dubai, Zuid-Amerika, Afghanistan, Turkije. En in Nederland. In Groningen.

Misschien nu nog wel.
Want maffia.

Jaren achtereen wist Robert Dawes op onnavolgbare wijze uit handen te blijven van justitie, dan wel kwam hij na arrestaties steeds weer op wonderlijke wijze op vrije voeten.

In december 2015 werd hij in Spanje gearresteerd en overgedragen aan Frankrijk. In Frankrijk wordt Dawes verdacht van het smokkelen van 1300 kilo cocaïne (straatwaarde 50 euro per gram) van Venezuela naar Parijs.

Vanaf 10 december 2018 staat hij met anderen terecht. Voor het proces zijn elf dagen uitgetrokken.

In november 2002 – nu 16 jaar geleden – werd in Groningen de 52-jarige onderwijzer Gerard Meesters in de hal van zijn woning aan de Uranusstraat doodgeschoten. Gerard Meesters was een onschuldige burger, met criminaliteit had hij niets te maken. De schutter kreeg levenslang, medepleger Steven Barnes 8 jaar cel, de opdrachtgever voor deze liquidatie gaat – vooralsnog – vrijuit: Robert Dawes.

Ik ga naar Parijs met Koen Meesters.
Koen is de zoon die in november 2002 getuige was van de moord op zijn vader.
Hij zag het gebeuren.

Eind vorig jaar deden hij en zijn zus bij het Openbaar Ministerie aangifte tegen Robert Dawes.
Sindsdien is de politie ermee bezig, de politie wil wel.
Sindsdien is justitie ermee bezig.

Ik ga met Koen Meesters naar Parijs.
Omdat we de man willen zien, willen aanschouwen, die opdracht gaf tot een weerzinwekkende moord.

Samen gaan we naar Parijs om de man te zien die – als de internationale rechtsstaat rechtvaardig functioneert – eens terecht zal staan in zittingszaal 14.

De wet in Nederland zegt dat het geven van een opdracht een moord te plegen net zo erg is als het uitvoeren van die opdracht. Voor drugssmokkel door heel de wereld kan Robert Dawes in Frankrijk een jaar of tien, vijftien krijgen. Voor de opdracht in Groningen levenslang.

Wij gaan naar Parijs in de hoop dat het recht zal zegevieren.

Rob Zijlstra

ACHTERGRONDEN: dossier Gerard Meesters

Vanaf zondag 9 december doe ik op deze plek verslag van ‘Parijs’. 

Gediskwalificeerd

De officier van justitie heeft besloten dat hij het hard gaat spelen. Hij zal geen begrip tonen en als hij praat zal hij boos praten. Tegen de krant hadden de twee verdachten gezegd dat ze ervan uitgaan dat de rechtszaak zal meevallen. Want, zeiden ze, wij zijn natuurlijk geen criminelen. De officier van justitie tegen de rechters: ‘Nou, daar denkt het Openbaar Ministerie dus even heel anders over.’

De toon is gezet en die zal ook niet meer matigen.

Als de advocaat van de verdachten aan het einde van de zitting de rechtbank voorhoudt dat verdachten op leeftijd – hij is 67, zij 68 jaar – niet thuishoren in de gevangenis, veert de officier van justitie op. Gebelgd: ‘Wij sturen wel oudere criminelen naar de gevangenis.’

De verdachten zijn een echtpaar. Het zijn Henk en Gerda, het juweliersechtpaar dat blinkende zaken dreef in Veendam en Stadskanaal. Een leven lang werkten ze zij aan zij en kneiterhard. Samen bouwden ze iets moois op. Een huis aan het water in Blauwestad, een tweede huis in de behaaglijke Spaanse zon, vermogen voor de kinderen, altijd fijne auto’s om in te rijden. En ook landelijke faam, vooral toen Henk een publiciteitsstunt bedacht. Hij maakte een gouden elfstedenkruisje voor Piet Kleine die op 4 januari 1997, op de dag der dagen, in Hindeloopen vergat te stempelen en daarom door het elfstedenbestuur werd gediskwalificeerd. Henk maakte  het goed.

En nu zitten Henk en Gerda in de verdachtenbank, opgescheept met een in hun ogen kwaadaardige officier van justitie die zonder genade tegen beiden gevangenisstraffen eist van vijftien maanden.

Henk en Gerda zouden zich schuldig hebben gemaakt aan faillissementsfraude. Daarmee is bruut een einde gekomen aan de goede naam en faam van dit nu criminele echtpaar, zegt de officier van justitie. Door wat ze deden en nalieten te doen, hebben ze niet alleen de Rabo gedupeerd, maar hebben ze ook hun leveranciers met onbetaalde rekeningen laten zitten.

De aanklager: ’Je kunt zeggen dat ze van hun leveranciers hebben gestolen. Na het faillissement deden ze alsof er niets aan de hand was, ze vluchtten het land uit en zetten hun luxe leventje voort in Spanje. Ze wisten zelf wel wat goed voor hen was en daarmee speelden ze voor eigen rechter.’

Wie failliet wordt verklaard mag de broek aanhouden, maar verder dient alles ten behoeve van de schuldeisers in handen te worden gegeven van de curator. Henk en Gerda verzwegen het bestaan van garageboxen in Winschoten vol huisraad, ze smoesden niks over 75.000 euro in contanten, verstopt in een schoenendoos in de inloopkast. Ze verkochten hun villa in Spanje en staken de opbrengst – 180.000 euro – in eigen zak.

Henk en Gerda: ‘We waren ons van geen kwaad bewust.’
Rechters: ‘U bent failliet en casht 180.000 euro en dan denkt u er niet bij na om dat te melden? Leg dat nou eens uit.’
Henk: ‘Onze intenties waren goed.’
Rechters: ‘Wij kunnen niet in uw hoofden kijken, daarom kijken we naar uw gedragingen.’
Henk: ‘We zijn een beetje naïef geweest.’

Wat tot nu toe onvermeld is gebleven in dit verslag is dat de emoties tijdens de rechtszaak hoog opliepen. Al bij aanvang sloeg Henk met zijn vlakke hand herhaaldelijk hard op het houten tafelblad. Met luide en overslaande stem riep hij dat de Rabobank hem kapot heeft gemaakt, dat de Rabo een vijand was die maar één doel had: hem vernietigen. En dat hij daar ziek van is. He-le-maal leeg. Lamgeslagen. Kapot.
De rechters, vriendelijk: ‘Fijn dat u dit even heeft kunnen zeggen, dat de frustratie er nu uit is.’

Het is niet alleen boosheid wat door de rechtszaal schalde, er klonk ook bitterheid en ja, ook wanhoop.

Henk en Gerda zeggen dat als ze alles vooraf hadden geweten, dat ze het nu anders zouden doen. Zoals het hoort. Ze werkten tachtig uren in de week, of nog meer, en de bedrijfscijfers waren goed, vertelt Henk als hij is bedaard. Probleem: ‘De cijfers waren voor de ratten van de Rabo niet goed genoeg.’ Eind 2015 trok de bank de stekker uit het bedrijf en was het faillissement onafwendbaar. Henk: ‘Maar er waren oplossingen, we hadden vermogen, maar de Rabo wilde maar één ding, wij moesten kapot.’

Rechters: ‘Wat is er met die 180.000 euro gebeurd?’
Gerda, de rust zelve: ‘Daar hebben we van geleefd. En we hebben onze dochter en schoonzoon geholpen met het opzetten van een nieuwe zaak.’
Henk, weer over de toeren: ‘Want als je kinderen hebt, dan help je die. En dat zou ik weer doen. Dat doe je voor je kinderen.’ Een van de rechters merkt op dat leveranciers met onbetaalde rekeningen misschien ook wel kinderen hebben.

Er gaan jaarlijks duizenden personen en ondernemingen failliet. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er in dertig procent van de faillissementen sprake van onrechtmatigheden en strafbare feiten. Duizenden criminele gevallen dus, waarvan misschien maar één of twee procent – mijn inschatting – wordt voorgelegd aan strafrechters. Waarom moeten uitgerekend Henk en Gerda zich verantwoorden? En ook hun dochter (‘ik zit hier fucking onschuldig’) en ex-schoonzoon (‘spijt van’)? Dochter en ex zijn medeverdachten, ze zouden fout geld van Spanje naar de inloopkast hebben vervoerd.

Een antwoord komt niet. Misschien was het daarom dat een van de drie rechters – scherp en indringend – vragen begon te stellen, waarbij ze zei: ‘Ik probeer u ook een beetje te helpen’.

De rechter gelooft niet dat Henk en Gerda naïef zijn geweest. De rechter: ‘Ik heb een ander beeld en dat wil ik u graag voorhouden, want dat vind ik wel zo eerlijk.’ Ze zegt: ‘U heeft dus altijd hard gewerkt. U zegt dat u naïef bent geweest en dat wat u heeft gedaan in het belang was van de kinderen. En daar kan ik mij ook nog wel iets bij voorstellen. Maar we hoeven er niet omheen te draaien? Zeg nou eerlijk, u wist toch dondersgoed dat wat u deed, dat dat niet goed was?’

Het wordt stil, Henk en Gerda zwijgen.
De rechter: ‘Ik zie dat u allebei knikt. Dank u wel.’
Lag daar zomaar ineens een bekentenis.

De vraag die dan rest is of criminelen als Henk en Gerda vijftien achtereenvolgende maanden in de gevangenis moeten verblijven? Dus of zij op hun leeftijd moeten worden gediskwalificeerd?

De uitspraak komt eraan.

Rob Zijlstra

UPDATE – 29 NOVEMBER 2018 – UITSPRAAK
Een diskwalificatie van acht maanden is het geworden, hij in de mannengevangenis, zij in de vrouwengevangenis. En ze moeten daarna ook nog werken: 240 uren p.p. De motivering van de rechtbank staat (uiteraard) in het helder geschreven vonnis [klik op afbeelding]

vonnis

 

Ontzettend Vindicat

Eigenlijk ging het kort na aanvang van de zitting al mis. Wouter (25) vertelt dat hij ontzettend blij is dat het goed gaat met het slachtoffer, dat hij het ontzettend fantastisch vindt dat het slachtoffer volop meedoet aan de activiteiten van het studentenleven. ‘En zijn vrienden groeten mij ook gewoon.’

Dus…

Maar tijdens de zitting blijkt dat de ontzettende blijdschap van Wouter voorbarig is. Het gaat helemaal niet goed met Rogier, het slachtoffer. Nog steeds stekende hoofdpijnen, nog altijd concentratieproblemen. En vrienden mogen dan gewoon groeten, het slachtoffer zelf durft niet eens de rechtszaal te betreden waar Wouter in de verdachtenbank zit. Rogier zit met zijn familie elders in het Paleis van Justitie waar het hoger beroep dient. Hij heeft opnieuw een schadeclaim ingediend van ruim vijfduizend euro. Wouter wil niet betalen.

De advocaat-generaal (zo heet de officier van justitie in hoger beroep) vraagt het gerechtshof Wouter B. wegens zware mishandeling te veroordelen tot de straf die de rechtbank in Groningen een jaar geleden opgelegde: 31 dagen cel waarvan 30 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur. En het betalen van de schadeclaim.

Student bedrijfskunde Wouter B. was in augustus 2016 als prominent lid van Vindicat belast met het toezicht op de ontgroeningsrituelen. In die functie was hij , broodnuchter, op het hoofd gaan staan van Rogier die op dat moment (rond 18.00 uur) op een met glas bezaaide betonnen vloer lag in een kelder van het naar verschaald bier riekende pand van de studentenvereniging aan de Grote Markt in Groningen. Rogier lag op de buik, rechterwang op het beton. Het deed ontzettend zeer.

Wouter deed het niet om dit aankomende Vindicatgroentje eens even flink de les te lezen, niet om wraak te nemen vanwege een eerder incident, het was niks persoonlijks. En hij deed het ook niet omdat hij zelf niet helemaal goed bij zijn hoofd is. Wouter deed het, zegt hij tegen de raadsheren, om de spanning iets op te voeren.

Tijdens de rechtszaak in Groningen was de deur naar die kelderruimte – bij Vindicat noemen ze die ruimte het tennishok – op een kiertje gezet opdat wij stervelingen voor even een blik naar binnen konden werpen. Glas dus op de vloer, glas van kapot gegooide bierflesjes. Pikkedonker. Op een tafeltje een paar kaarsen voor licht schijnsel. In het schijnsel zijn mensfiguren te zien die in een rare houding – negentig graden – tegen de muur leunen terwijl ze, met de vingers in de oren, zoemende geluiden maken. Dat moet. Af en toen worden voeten onder de kont weggeschopt (‘vegen’). De figuren vallen dan om. En in die omstandigheid ligt Rogier op de buik in het glas. En voert Wouter met zijn geschoeide voet de spanning iets op.

Strafrechtadvocaat Tjalling van der Goot (een geldinzamelingsactie was niet nodig) vindt de veroordeling niet terecht. De rechtbank heeft de conclusie (schuldig) gebaseerd op verkeerde feiten.

De raadsheren willen het van Wouter weten en vragen: ‘Waarom bent u in hoger beroep gekomen?’ Het blijkt te maken te hebben met eerlijkheid. Wouter: ‘Ik vind eerlijkheid ontzettend belangrijk. En mijn veroordeling is niet eerlijk. Daarom.’

Hij had ook gezegd dat hij spijt heeft, maar ook dat ‘een stukje vernedering’ nu eenmaal bij ontgroening hoort.
De raadsheren vragen: ‘Maar waar heeft u dan spijt van?’
Wouter, na veel omhaal van woorden: ‘Het was te vernederend. ’
Raadsheren: ‘Met vergaande consequenties voor het slachtoffer. Toch?’
Wouter, als een politicus: ‘Wij hebben ons ontzettend veel zorgen over hem gemaakt.’

In het ziekenhuis werd even gevreesd voor Rogiers leven. Hersentrauma, mogelijk een schedelbreuk. Hij durfde aanvankelijk geen aangifte te doen. Sterker, aanvankelijk durfde hij buiten zijn familie om er met niemand over te praten. Als aspirant-lid van Vindicat had hij een geheimhoudingsverklaring ondertekend. Bij de politie kwam de eerste melding binnen via Meld Misdaad Anoniem: ‘In de sociëteit van Vindicat worden feuten mishandeld.’

Wouter ontkent niet dat hij op het hoofd van Rogier is gaan staan. Dat wil zeggen, hij heeft zijn voet op het hoofd geplaatst, maar dat deed hij gecontroleerd, beheerst, met de hak op de grond en hij zette geen druk. Dat Rogier gilde van de pijn hebben sommigen wel en anderen niet gehoord. Wouter niet. Hoe dan toch dat nare letsel? Wouter zou dat niet weten.

Getuigen verklaarden dat Wouter volledig opging in zijn rol van de ontzettende vernederaar. Een getuige: ‘Hij was ‘qua gefuck keihard’, om bang van te worden.’

Wouter B. werd door zijn vereniging (‘waar ik een ontzettend leuke tijd heb gehad’) geroyeerd en maakte zijn studie in Amsterdam af. Nu probeert hij werk te vinden, maar hij heeft inmiddels ontdekt dat werkgevers weten wie Wouter B. is. En dan willen ze hem niet. Dat is de schuld van de media, vindt B. Zijn boodschap aan ons, de boodschappers van het nieuws: ‘Ophouden.’

In een verklaring die wordt voorgelezen in de rechtszaal laat Rogier weten dat hij hoopt dat hij het laatste slachtoffer is van mishandeling tijdens ontgroeningen in Nederland. Wouter is het daar vast ontzettend mee eens, maar hij en zijn advocaat zien het wel anders. De advocaat tegen de raadsheren: ‘U moet geen moreel oordeel vellen over ontgroening, u moet oordelen over de strafbaarheid en dat moet u doen op basis van de feiten.’

Volgens Tjalling van der Goot is zwaar letsel niet vastgesteld en dan kan van zware mishandeling geen sprake zijn. De advocaat noemt het griezelig dat de rechtbank zonder meer aanneemt dat het slachtoffer een schedelbreuk opliep. Feiten, zegt hij, moet je niet invullen. ‘Feiten liggen er.’

Hooguit, vervolgt de advocaat, is er sprake van een eenvoudige mishandeling en dan moet de setting in acht worden genomen. Was er sprake van intimidatie? ‘Jazeker, want ontgroening is bedoeld om te intimideren. Het is een spel, een act. De leden zijn niet werkelijk kwaad, maar doen alsof. Om een dikke huid te kweken bij nieuwe leden.’

En: ‘Dat Wouter spijt heeft, mag niet worden uitgelegd als een schuldbekentenis. Hij is onvoorzichtig geweest, wat onhandig. Maar een onlust veroorzakende gewaarwording is niet per definitie een strafbaar feit.’

Dus… vrijspraak.

In de rechtszaal in Groningen zei Van der Goot het zo: ‘Vrijheid is ook dat de mens tot op zekere hoogte zelf mag bepalen wat hij lijden wil.’

Komende week doet het hof uitspraak en ik denk dat Wouter B. het daar ontzettend mee oneens zal zijn.

Rob Zijlstra

update –  22 november 2018 – uitspraak

Doe nooit een toespeling op de uitkomst van een rechtszaak. Ik denk (pas op) dat Wouter B. het  nu vast wel een beetje eens is met de uitkomst van het hoger beroep: geen werkstraf van 240 uur, maar een boete van 1000 euro. Geen zware mishandeling of poging daartoe, maar een eenvoudige mishandeling. En geen veroordeling tot het betalen van schadevergoeding.

Het hof volgt deels het betoog van advocaat Van der Goot. Niet helemaal, want de mishandeling is wel bewezen. Het hof stelt, anders dan de rechtbank, dat niet is vast komen te staan dat het slachtoffer een schedelbasisfractuur heeft opgelopen.  Over de mishandeling zegt het hof dat Wouter B, het slachtoffer niet alleen pijn heeft gedaan, maar hem ook heeft vernederd.  Kosten: 1000 euro.

aanvulling
Advocaat Tjalling van der Goot laat weten dat B.  erg tevreden is met de uitspraak. En dat ik gelukkig geen rechter, maar journalist ben geworden.  En zo is het.

Voor het volledige arrest (klik op onderstaande afbeelding):

vindicat

klik op afbeelding

 

 

Mores
Onderstaande is een fragment van het requisitoir van de advocaat-generaal Marina Weel. De opname is gemaakt door het Openbaar Ministerie en zonder toestemming hier geplaatst. Omdat het OM de opname via twitter heeft verspreid, is volgens mij toestemming ook niet nodig.

De afrekening

Het begin van een verhaal vangt aan met een eerste zin om te eindigen met de laatste. Maar in het echt kent een gebeurtenis begin noch einde. Er is altijd een vooraf en na de laatste zin gaat het verhaal voor betrokkenen gewoon door. Maar dat lees je dan niet.

Herman antwoordt: ‘Beroerd ja. Ik heb evenwichtsstoornissen. En concentreren lukt ook niet. Ik voel me een kluizenaar. Ik laat de hond uit, dat is het wel. Het komt allemaal daardoor.’

De rechters zeggen dat ze hebben gelezen in het rapport van de reclassering dat hij nu een scootmobiel heeft. Herman, bijtend: ‘Het is geen pretje hoor om in zo’n ding rond te rijden.’ Wat denken ze wel.

Met venijn: ‘Die hele fles staat in mijn kop.’

Herman heeft al tientallen keren in de verdachtenbank gezeten. Drugs. Toen hij 16 was, had-ie z’n eerste veroordeling aan de kont. Hij is nu 55. Het gaat beter. Hij trok als ervaringsdeskundige langs scholen, om scholieren te behoeden te worden zoals hij. En dus dat ze met hun poten van die rotdrugs moeten afblijven. De laatste jaren leeft hij via trajecten der hulpverlening in de schaduw van zijn criminele verleden. De laatste veroordeling dateert uit 2010. Fietsendiefstal.

Zegt: ’En ik ben ook doof. Dat komt er ook door.’

Hij was op weg naar zijn vriendin, op de ochtend van de een na laatste dag van het jaar. De jaarwisseling wilde hij bij haar doorbrengen. Bij de afdeling drank van de Jumbo in het FC-voetbalstadion kocht hij ook daarom een fles Amaretto. Verder fietsend schoot door zijn hoofd dat zijn vriendin misschien ook wel een fles zou lusten. Hij kent haar. En dus stopte hij bij de slijterij aan de Meeuwerderweg, toen net open.

De slijter stond bij de toonbank, in gesprek met een vrouw. Hij was doorgelopen naar achteren waar de flessen Amaretto staan. Dat wist hij, want hij kwam er vaker. En toen? Herman zegt dat hij niet alles meer precies weet. Hij is niet alleen veel van zijn zelfstandigheid verloren, maar is ook vergeetachtig geworden.

De slijter had hem aangesproken en Herman was toen boos geworden vanwege de valse beschuldiging. Hij had de fles Amaretto op de toonbank gezet, om af te rekenen. De slijter zag de fles in zijn jas. Ja, zegt Herman, dat was dus de fles van de Jumbo.

Een vreselijk misverstand of niet, de afrekening mislukt en Herman ligt niet veel later in het ziekenhuis waar hij een spoedoperatie moet ondergaan. Artsen hadden zijn schedel moeten lichten om de druk weg te halen. Er zijn bloedingen. Dagenlang is zijn toestand kritiek en moet hij vechten voor zijn leven. Daarna volgt een maandenlange revalidatie in Beatrixoord. Pas na vijf maanden kan hij door de politie worden gehoord.

Had hij in de winkel met flessen gegooid? Etalageruiten aan diggelen? Herman zegt dat het kan, maar dat hij dat nu niet meer weet. Wat hij wel weet is dat die man hem eerst ten onrechte beschuldigde en hem vervolgens bijna heeft doodgeslagen. Met een fles champagne.

Een verhaal kan op veel manieren worden verteld.

Bernard is de man van de slijterij. Hij vertelt dat hij de dag was begonnen met spiegelen (dat doen winkeliers). Daarna had hij een eerste klant geholpen, een vrouw. Terwijl hij haar hielp, zag hij een wat groezelige man binnenkomen die direct doorliep naar achteren. Tegen de rechters: ‘Toen hoorde ik een ritssluiting, daarna het geschuif van een fles en toen weer de ritssluiting.’

Bij de toonbank had Bernard gevraagd of hij in de jas mocht kijken want hij vermoedde diefstal. Niet alleen vanwege ritsgeluiden. Een derde aanwezige klant had hem een veelbetekenende knipoog gegeven. Toen wist hij met zijn ervaring – nog een jaar en dan pensioen – genoeg.

En toen?
Bernard: ‘Escalatie. Hij ging door het lint. Paniek.’
Een buitenstaander ziet dat er in de winkel een worsteling is en houdt de deur dicht om te voorkomen dat er mogelijke winkeldieven vandoor gaan. De veelbetekenende knipoogklant helpt mee te worstelen. Er vliegen flessen door de lucht. Bernard: ‘Ik was angstig. Ik was bang dat hij mij zou doodslaan.’

En toen?
Bernard: ‘Toen heb ik hem een tikje gegeven. Met een fles, vanuit de pols’

Herman en Bernard zitten na elkaar in de verdachtenbank. De fles met champagne woog 1.568 gram.

Bernard wil 7.000 euro hebben van Herman. Schadevergoeding. Sinds de gebeurtenis, straks twee jaar geleden, zit hij ziek thuis. Eet slecht. Slaapt slecht.

De advocaat van Herman: ‘Je moet maar durven. Eerst sla je bijna iemand dood en dan wil je nog geld hebben ook.’

Herman vordert op zijn beurt 21.000 euro van Bernard. Herman zal niet volledig herstellen, maar last blijven houden van restverschijnselen. Dat hebben de artsen gezegd. De scootmobiel brengt weinig verlichting, de gehoorapparaatjes zijn peperduur.

De advocaat van Bernard: ‘Mijn cliënt kreeg in 2013 een waarschuwing van zijn werkgever. Er werd te veel gestolen als hij aan het werk was. Hij moest beter op winkeldieven letten.’

Mag een winkelier een winkeldief op de kop slaan? Bijna dood het ziekenhuis in? Eigenlijk niet, maar in bijzondere gevallen weer wel, zegt de officier van justitie. In dit geval? De aanklager: ‘Er was sprake van een ogenblikkelijke aanranding van lijf en goed. De reële mogelijkheid tot onttrekking aan de situatie ontbrak. Er was sprake van een hevige gemoedsbeweging.’

Oftewel: van het Openbaar Ministerie mocht de winkelier in dit geval de vermeende Amaretto-dief met een champagnefles de kop inslaan. Noodweer (-exces). De officier vraagt de rechtbank daarom om Bernard te ontslaan van alle rechtsvervolging. Dan kan hij geen straf krijgen. Tegen Herman eist ze een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal met geweld. Voorwaardelijk, omdat ze rekening wil houden met zijn toestand.

De advocaat van Herman zegt dat Herman al is gestraft, omdat de winkelier voor eigen rechter heeft gespeeld. Tegen de echte rechters: ‘Uw werk is al gedaan.’

In de rechtszaal zit ook de eigenaar van de slijterij, de werkgever van Bernard. Hij wil ook een schadevergoeding want re-integratie van de al bijna twee jaar zieke werknemer kost klauwen met geld. Zegt: ‘Ik vind het voor beiden heel erg, maar voor mij is dit ook een drama.’ Hij vertelt dat hij anders zou hebben gehandeld. En dat het dan niet was gegaan zoals het is gegaan.

Maar hoe dat zit, dat lees je dan niet.

Rob Zijlstra

update – 15 november 2018 – uitspraak
Conform. Conform. Dus Herman heeft twee maanden voorwaardelijke celstraf gekregen, een waarschuwing dus. Hij moet Bernard zo’n 3.000 euro betalen. En Bernard is ontslagen van alle rechtsvervolging en hoeft niks te betalen. De vordering die de slijter als werkgever indiende, is afgewezen. Hieronder het vonnis van Bernard [klik op afbeelding].