Bouwvak 3 (slot)

 

 

Wat, in godsnaam Rob, ben jij nou eigenlijk aan het doen, e-mailde een trouwe lezeres nieuwsgierig.

Ik ben het plafond met balken in mijn oude huis aan het restaureren.

 

Dat wil zeggen:

Slopen wat is (was).

Verf krabben.

Schuren.

Nijptangen.

Schuren.

Schuren.

Zagen.

Nieuw regelwerk.

Schroeven.

Gips, gips.

Nog meer schroeven.

Grondverf.

Schuren.

Nog een keer grondverf.

 

Hele klus.

 

Vijf dagen heb ik dat alles op de wiebelende Atrex-trap gedaan.

Daarna – lang leve de uitvinder – op een rolsteiger (nee, niet de toegezegde, maar van Bert).

 

Wie vijf dagen in z’n uppie op een trap staat, met de blik omhoog gericht, wordt vanzelf een beetje vreemd.

 

Dacht halverwege dag drie:

Heeft criminaliteit eigenlijk wel zin?

Of officieren van justitie?

Een nijlpaard?

Of rechters in zittingszaal 14?

Heeft een rechtbankverslaggevers zin?

Dat soort dingen.

 

En dan ineens dondert mijn nog volle blik Flexa-grondverf van de trap op de houten vloer.

Dan sta je weer met beide benen op de grond.

In de verf.

Was het maar yogurt.

 

Moest toen wel direct denken aan het advies dat ik kreeg toen ik vijf jaar geleden aan de verbouwing van mijn huis begon. Als je een huis gaat verbouwen, luidde dat advies, moet je boven beginnen. Je moet van boven naar beneden werken.

 

Na het plafond rest nog een nieuwe vloer.

Dus, ach…

 

Als ik de doosjes mag geloven, heb ik zo’n 1500 schroeven in mijn plafond gehannest, bijna 100 meter gips (60 breed) verwerkt en 300 meter latjes (het regelwerk) verzaagd. Een ZZP’er draait er zijn hand misschien niet voor om, maar voor iemand als ik met slechts typevingertjes, was het een crime.

 

Soms viel er een schroefje op de grond.

Dan dacht ik, vanuit de hoogte, ach arm schroefje, jij komt zo nog in de stofzuigerzak terecht. Jij zult zoals je daar nu door mijn schuld verloren ligt, nooit dat doen waarvoor je bent gemaakt.

En dat stemde mij – heel vreemd – dan een beetje triest.

En ja echt, dan legde ik de schroefboormachine even terzijde, daalde af, om dat ene schroefje op te rapen om haar een waardige plek te geven in het plafond.

Vond, op dag drie, dat ze daar recht op had.

 

Maar de klus is nu geklaard, de bouwvak gelukkig voorbij.

Alles doet zeer.

 

Ik heb wel mijn klusbeloning binnen.

Stilletjes hoop je, slopend in zo’n oud huis, een schat te vinden.

Geen geldkistje met rijksdaalders en goud of zo, maar een teken.

 

Tussen balk vier en vijf was het al raak.

De handtekening van de timmerman die wat ik nu zo gedreven sloopte, eens vakkundig had aangebracht.

Een timmerman uit Middelstum.

Op 20 maart 1917.

 

Dus toen Woodrow Wilson werd ingezworen voor een tweede termijn als president van de Verenigde Staten en in Leningrad (Sint-Petersburg) net de februarirevolutie was uitgebroken, jaste in mijn huis van nu een timmerman uit Middelstum op een trap (denk ik) zo’n vierhonderd nagels in het plafond die ik er met een nijptang weer uit heb moeten trekken.

 

Zelfs typen doet nou zeer.

Ik ga een week rust in acht nemen.

En dan op naar zittingszaal 14.

 

Ik heb er zin in.

 

Rob Zijlstra

 

Bouwvak 2 (update)

Je kunt wel heel veel schrijven over criminelen en hun criminele zaken, maar in de bouwwereld zijn het ook geen doetjes

Als amateur-jurist schrijf ik beroepshalve over juridische kwesties. Als amateur-bouwvakker klus ik in vrije (vakantie-) tijd aan mijn oude huis.

Ik heb de laatste dagen, wiebelend op de Altrex-ladder, veel moeten denken aan Peter Mayle, de Engelsman die eens neerstreek in de Provence en daarna te boek verslag deed van zijn Franse belevenissen. Niet alleen over de lokale geitenrace, maar vooral ook over de (hilarische) verbouwing van zijn huis.

Hilarisch, omdat Fransen er andere ideeën op nahouden dan de stipte Engelsen. Als het om het nakomen van afspraken gaat, bijvoorbeeld.

Menicucci haalde de schouders op. Mompelde: ‘Une catastrophe.’ En weer gingen tien dagen voorbij.

Een verrukkelijk boek, riep Martin Ros destijds enthousiast voor de Tros Radio.

De bouwkundig adviseur met wie ik in januari mijn bouwplannen voor deze zomer (groen en duurzaam en schelpen onder de vloer) doornam, was over alles heel enthousiast. Hij zou een en ander op papier zetten, ook qua kosten, en dan zou ik volgende week zeker weten horen.

Nooit meer iets van gehoord. Voice-mail. Niets.

Ik heb een stukadoor gehad die achtervolgd werd door pech. Op de eerste zaterdag ging de poes dood, een week later de arme oma en op zaterdag nummer drie was ineens de uitlaat van de auto stuk. Daarna vroeg hij om een voorschot, in verband met een wild feest op Ameland.

De bouwhandelaar in hout en ook gips, bij wie ik mij een trouwe, vaste klant waan, bezorgt 49 weken per jaar bouwmateriaal aan huis, maar niet tijdens mijn bouwvak. En zeker geen lullige – dertig – gipsplaatjes à 3.00 meter.

Gisteren zou mijn nieuwe stukadoor de kamerrolsteiger bezorgen, zoals was afgesproken, maar wat nou, ik had om half acht ’s ochtends niet gebeld, dus…

Geen rolsteiger.

Stukadoor: ‘Maandagavond dan, dan bel ik.’ Zei hij (op weg naar een klant). Okay, zei ik nog. Het is nu maandagavond, 23.52 uur. Misschien dat daar zomaar ineens ook de kat dood is, zo (hopelijk) niet de oma of de startmotor stuk.

Hoe dan ookgeen rolsteiger. Leve mijn wiebelende ladder. Ik geef de moed niet op. Want amateur-bouwvakken in een oud huis heeft ook charmes. Zo vond ik vanmiddag achter het hout delen van een oude krant (1934).

Kwatta Edelreepen, 5 ct.

Iwan Smirhoff vertelt van de groote moeilijkheden.

Visscherijberichten Zoutkamp: de vangsten waren zoo slecht dat het absoluut niet loonend is om hierop voorlopig nog weer uit te gaan. De gehele vangst bedroeg van 1 scheepje slechts 20 kg.

Mijn blik gaat (nu) naar de krant van vanavond die ook op tafel ligt.

China steeds nerveuzer voor Spelen.

En Friese Foekje was toch een vrouw. Mooi. Ik heb een klusprogramma van-dag-tot-dag gemaakt en ik lig ondanks alles op schema. Morgenvroeg komt tussen 08.00 en 10.00 uur Sita Recycling uit Veendam met een lege container van zes kuub. En Formido (uit Winsum, zij wel) levert 30 gipsplaten à 3.00 meter tussen 8.00 en 18.00 uur.

En nog mooier – de zon gaat morgen weer schijnen.

Rob Zijlstra

Remmen los

 uit de krant van 4 april – foto: jos schuurman  

 

Wie in zijn auto rijdt, een rood verkeerslicht nadert en bij het afremmen ontdekt dat de remmen dienst weigeren, zal niet zo snel een bekeuring krijgen voor het rijden door rood licht.

Anders is het als de bestuurder vooraf wist dat zijn remmen niet goed werkten.

Zo iemand kan een verwijt worden gemaakt.

 

Dit verhaal gaat niet over auto’s, maar over mensen.

 

In de zittingszalen van rechtbanken komen veel mensen bij wie de rem niet goed werkt.

De rem in het hoofd niet.

Een euvel ook dat niet zomaar met een nieuw leidinkje, wat olie, een bekeuring of met weet ik veel wat, kan worden verholpen.

 

De 49-jarige Carlijn stond al geruime tijd op de wachtlijst voor opname in de armen van de geestelijke gezondheidszorg.

Ze trok het niet meer.

Wachtende ging het mis toen ze mot kreeg met haar vriend. Dat was de druppel.

 

Achteraf, zegt ze tegen de rechters, had ze het anders moeten doen. Maar het was ook nooit haar bedoeling geweest de hele woning in de fik te steken. Het moest bij het brandende kussentje op de stoel blijven.

 

Daar bleef het dus niet bij, op 3 april dit jaar in de Sint Eustatiusstraat in Groningen.

Het liep uit de hand en er was paniek.

De zwangere bovenburen moesten met een ladder door de brandweer uit hun woning worden gehaald, omdat het trappenhuis vol rook stond.

Ook drie katten en een kanarie konden op het nippertje worden gered.

Twee mensen werden met ademhalingsmoeilijkheden opgenomen in het ziekenhuis.

 

Carlijn had nog geprobeerd het kussentje te blussen, maar daarna was het snel gegaan.

 

Rechters: U wilde aandacht trekken.

Carlijn: ‘Dat is wel gelukt.’

 

Carlijn is schizofreen, heeft een alcoholprobleem en haar intelligentie is lager dan je op grond van haar opleiding mag veronderstellen, zegt de gedragsdeskundige.

‘Ze voelt zich onmachtig. En omdat ze geen probleemoplossend vermogen heeft, wordt ze boos wat leidt tot irrationele dingen. Wat ze heeft gedaan, past bij haar.’

 

De rechters knikken.

Ze moeten het maar geloven.

Zij zijn juristen, geen gedragsdeskundigen.

 

Die vervolgt: ‘Carlijn is volledig ontoerekeningsvatbaar, er kan haar geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt.’

Carlijn is het daar mee eens: ‘Ik was zo in de war.’

 

De officier van justitie maakt nog wel een puntje van het feit dat Carlijn uit eigen beweging stopte met de haar voorgeschreven medicatie. Daardoor had ze kunnen weten dat het fout kon gaan, dat ze de druppel niet aan zou kunnen.

De gedragsdeskundige werpt tegen dat veel mensen met schizofrenie dat doen.

Door de medicatie voelen ze zich beter en omdat ze zich beter voelen, denken ze dat het ook beter gaat en het zonder kan. Wat dus niet zo is.

 

De officier van justitie is om.

Ze acht Carlijn schuldig aan brandstichting, maar ze mag wat haar betreft worden ontslagen van alle rechtsvervolging (een ovar); schuldig, maar geen straf.

Blijft over een opname van een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis.

De gedragsdeskundige zegt iemand te kennen die binnen het circuit druk kan uitoefenen opdat ze niet weer op de wachtlijst terechtkomt.

 

Ik denk dat zo’n eis niet direct zal leiden tot het massaal opzeggen van het vertrouwen in de rechtstaat.

 

Dustin.

Man, 34 jaar, met baard.

Ook hij knalde door rood.

 

De rechters vragen: Wist u dat wat u deed, dubieus was?

Dustin moet lang nadenken.

Zegt dan: ‘Ik verkeerde in een vertwijfeling, tussen goed en slecht.’

 

Eerder had hij bij de politie gezegd dat de maatschappij nog niet toe is aan dit soort verhoudingen. Daar komt hij nu op terug. ‘Ik heb veel tijd gehad, in een kleine ruimte met weinig prikkels, om na te denken. Nu zie ik het ongeoorloofde er wel van in.

 

Het was uitgekomen toen Lisa tegen haar moeder had gezegd dat ze Dustin, met wie ze vaak en graag speelde, niet meer lief vond. Dustin was een huisvriend en kwam regelmatig langs om met Lisa memorie te spelen of om te kwartetten.

Soms bleef hij slapen en dan lagen ze wel eens lepeltje-lepeltje.

 

Maar bij de zedenpolitie hadden ze in de speciale kinderverhoorstudio aan Lisa gevraagd wat Dustin dan met zijn vingers had gedaan.

Lisa had geantwoord: ‘Hetzelfde als met zijn piemel. Heen en weer.’

 

Lisa is negen jaar.

 

Dustin: ‘Ik was echt heel verliefd.’

Rechters: ‘Nog steeds?’

Dustin, die roerloos op die stoel zit, met de handen op de knieën, zegt zonder nadenken nu: ‘Nee. Alle lichaamsstoffen die gevoelens oproepen, zijn volledig afwezig.’

 

De psychiaters en psychologen zeggen dat Dustin, tot zijn grote opluchting, geen pedofiel is. Wel dat hij anders is, altijd al geweest, een einzelgänger die zich als kind al onbegrepen voelde.

De diagnose: een aan autisme verwante stoornis.

Daarom mankeren ook zijn remmen.

 

De officier van justitie eist twaalf maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk en een verplichte behandeling.

 

Rob Zijlstra

Levenslang (2)

Je hoort het wel eens uit verre landen, dat iemand zes of zestig keer tot levenslang is veroordeeld.

In die verre landen kan dat omdat een levenslange gevangenisstraf daar vaak niet echt een leven lang is.

In Nederland wel.

Wie in hier tot levenslang wordt veroordeeld, zit vast tot aan de dood.

Alleen gratie kan nog wat uitrichten.

Gratie aan levenslang gestraften is in Nederland sinds 1945 slechts tweemaal verstrekt.

Met dit in het achterhoofd is de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden inzake Daniel S. een bijzondere.

Daniel S. is in twee verschillende zaken twee keer tot levenslang veroordeeld.

In 1978 vermoordde S. als inbreker de bewoner van de woning waar hij zijn slag wilde slaan.

Dat was in Engeland.

Hij kreeg levenslang, maar ontsnapte uit de gevangenis.

Hij vluchtte naar Frankrijk en belandde uiteindelijk in Breda, als huursoldaat van een gewelddadige Engelse drugsorganisatie.

In november 2002 schoot S. de Groninger onderwijzer Gerard Meesters dood in zijn woning.

Levenslang, vonniste de rechtbank in Groningen in 2005.

Mee eens, sprak het gerechtshof Leeuwarden een jaar later.

Terecht, oordeelt nu de Hoge Raad nadat Daniel S. cassatie had ingesteld.

De advocaat van Daniel S. had aangevoerd dat iemand in Nederland geen levenslang kan krijgen als hij al levenslang heeft.

De wet staat zoiets bovenmenselijks niet toe.

De Hoge Raad is het daar niet mee eens.

De stelling dat het niet kan, vindt geen steun in de wettelijke regeling van de oplegging van vrijheidsstraffen.

Een summiere en daarmee teleurstellende uitspraak van die Hoge Raad, vindt advocaat Tjalling van der Goot die ook nog altijd vindt dat S. ten onrechte is veroordeeld vanwege summiere bewijzen.

Met de uitspraak van de Hoge Raad moet de geschiedenis worden herschreven.

Tot dusver was John O. – ook bekend als dokter O. – de enige persoon in Nederland die twee keer levenslang kreeg opgelegd.

In 1954 wegens de vergiftiging van zijn echtgenote.

In 1961 wegens de vergiftiging van een medegedetineerde.

In 1975 werd O. gratie verleend.

De gifman stierf in 1983.

Rob Zijlstra

Ik heb meerdere verhalen over de (bizarre) moord op Gerard Meesters geschreven, ook over de strafprocessen tegen Daniel S. Deze verhalen zijn (verzameld) terug te vinden op mijn oude weblog.
De uitspraak van de Hoge Raad staat hier.

uit vonnis van de rechtbank groningen – 2005
.

UPDATE – 8 juli 2010 – uitspraak Europees Hof

De levenslange gevangenisstraf in Nederland is niet in strijd met de rechten van de mens. Dat heeft het Europees Hof in Straatsburg bepaald in een procedure rond de 52-jarige Daniel S. die in 2005 tot levenslang werd veroordeeld wegens de moord op de Groninger onderwijzer Gerard Meesters.

De Engelsman S. had een klacht ingediend omdat de levenslange gevangenisstraf volgens hem en zijn advocaten in strijd is met het Europees Verdrag. In veel landen is anders dan in Nederland levenslang niet echt levenslang, maar kan de straf na een bepaalde duur worden herzien en bijvoorbeeld onder voorwaarden worden omgezet in een tijdelijke vrijheidsstraf.

Advocaten van het kantoor Anker en Anker in Leeuwarden noemen het besluit teleurstellend, ook omdat het besluit van het hof volgens hen slecht is gemotiveerd. Wim Anker pleit al langer voor een aanpassing van de levenslange gevangenisstraf. Die zou, bijvoorbeeld na 15 jaar, opnieuw getoetst moeten worden door een onafhankelijke commissie.

Vijftien zaken

Het is rustig in de rechtbank van Groningen.

 

Een paar faillissementszittingen, een kantonrechter die zich over strafzaken van eenvoudige aard buigt, er is een kort geding over gras. De geldwisselaar naast de snackautomaat in de hal voor wachtend publiek is nu al bijna een jaar stuk.

Alleen het briefje ‘defect’ wordt zo nu en dan vervangen.

En er wordt nieuw tapijt in het gerechtsgebouw gelegd.

Hier en daar zal nog wel wat gebeuren, maar het is onmiskenbaar vakantietijd.

 

De meervoudige strafkamer heeft het aantal zittingen in zittingszaal 14 de komende weken gehalveerd.

De politierechter, die in normale tijden dagelijks zitting houdt in de zalen 11 en 13, doet het op een laag pitje.

 

De politierechter.

Waarom, vroeg een lezer per e-mail, ga jij zelden of nooit eens naar de politierechter?

Altijd maar die ellende uit de meervoudige strafkamer. De politierechter is misschien veel leuker. Bovendien krijg je er boter bij de vis: direct uitspraak.

 

Ik kijk naar het dagprogramma van de eerstvolgende politierechterzitting (donderdag).

Er staan vijftien zaken op de rol.

 

Iemand zou op 1 november vorig jaar een bluetooth headset hebben gestolen bij de Mediamarkt.

Een 23-jarige Groninger die in 2002 zijn rijbewijs haalde, reed dit voorjaar in een auto met een alcoholgehalte van 425 microgram per liter uitgeademde lucht.

Een vrouw schijnt op 31 juli 2007 een man met een deels gevulde fles tegen het hoofd te hebben geslagen.

De 59-jarige H. is betrapt met 900 hennepplanten in zijn woning.

 

Mevrouw V. heeft bijna een jaar lang (in 2006) gas gestolen van Essent Netwerk BV.

Een man van 28 die eerder tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur was veroordeeld, is opnieuw in de fout gegaan. Hij heeft, zegt justitie, bijna een jaar geleden ingebroken. Voorwaardelijk moet daarom nu onvoorwaardelijk worden. Hetzelfde geldt voor een even oude man die 75 uur als stok achter de deur had gekregen en binnen de proeftijd dingen aan een auto heeft vernield.

 

S. moet komen omdat hij er van wordt verdacht vorig jaar juli D. met een honkbalknuppel te hebben geslagen.

T. omdat hij in Delfzijl in een half jaar tijd 30 gram hennep in bezit had dan wel heeft verhandeld, omdat hij een portemonnee met bankpasjes heeft gejat en omdat hij daarna aanzienlijke geldbedragen uit diverse pinautomaten heeft gehaald.

 

Een Rus moet terechtstaan vanwege de diefstal van een pakje sigaretten (of shag) bij de Aldi, anderhalf jaar geleden alweer. Een landgenoot moet komen wegens het wegnemen van een flesje Calvin Klein en twee doosjes Biodermal bij de Kruidvat.

 

Nog iemand omdat hij met een honkbalknuppel slaande bewegingen maakte en daarbij riep: ‘Je gaat eraan.’

A. (20) omdat hij in april vorig jaar in Warffum ramen en een kerkbank heeft vernield.

K. uit Afrika vanwege de diefstal van drie blikjes bier (25 augustus 2007), een blikje fruitcocktail (op 1 september) bij Albert Heijn en twee blikjes bier (3 september) bij de Aldi. En op 8 januari dit jaar zou hij een blikje sardinefilets hebben gegapt bij Super de Boer.

 

Tot slot, het is dan al middag bij de politierechter, is Z. (50) aan de beurt vanwege de verdenking van het stelen van een pakje batterijen, een MP3-speler en twee cd’s bij nog een keer de Mediamarkt. Z. flikte dat, zal de officier van justitie op 10 juli 2008 zeggen, op 17 februari 2007.

 

Een niet abnormale politierechterzitting.

De helft…

– Ho! Wacht even. Dus als ik vanmiddag een blikje bij een super steel, is het mogelijk dat ik ergens in 2010 moet terechtstaan bij de politierechter?

Ja.

 

De helft van de verdachten zal niet komen opdagen. Ook dat is normaal, vakantietijd of niet. En een strafzaak zonder een verdachte, valt nauwelijks te beschrijven. Daarom, zo e-mailde ik terug, ga ik niet zo vaak naar de politierechter. Ik ga alleen als er opmerkelijke zaken op de rol staan.

 

– En?

Ik wil wel eens weten wie er nou bijna een jaar lang gas in Groningen steelt. En dan vooral waarom, waarvoor en hoe.

 

Rob Zijlstra ®

 

UPDATE10 juli 2008

Het gas. Had te maken met hennepteelt, maar onduidelijk bleek hoe en wat en waarom.  Overigens werd de verdachte vrijgesproken omdat de politie op onrechtmatige wijze de woning was binnengetreden. 

    

 

min of meer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Politiecel voor vier personen met drie stoelen in Groningen – foto: rz

 

Steeds meer cellen leeg door taakstraffen, kopte NRC Handelsblad zaterdag over zes kolommen op de voorpagina.

Steeds meer.
Heel het weekeinde moest er steeds aan denken.
Zou het waar zijn?

Rosa Jansen, de vice-president van de rechtbank in Utrecht, zegt het in de krant. Maar zou het ook in het echt waar zijn?
Ik weet het niet.

‘Steeds meer’ impliceert dat er cijfers aan ten grondslag liggen.
Wat ik weet is dat je het met cijfers uit politie- en justitieland maar nooit weet.
Daar is altijd wel wat mee aan de hand.
Wat bij de politie afneemt, kan bij justitie best toenemen.
Kwestie van registratie.

Aan de bar van het café zaten op het moment van de overval zes mensen.
De barkeepers moest de inhoud van de kassa afdragen, de bezoekers hun portemonnees en mobiele telefoons.
In de overvalstatistieken was dit een (1) overval.
Maar toen de dader werd gepakt, heette het dat er zeven zaken waren opgelost.

En was Nederland vorig jaar niet ineens Europees koploper opsluiten? Amerikaanse toestanden dreigden. En nu staan er zomaar 4.000 cellen leeg (en dat terwijl er steeds minder gedetineerden ontsnappen).
Vierduizend. Dat is een op de vijf.
De staatssecretaris van justitie heeft aangekondigd dat ze gevangenissen gaat afbreken.

Bewaarders mopperen (maken zich zorgen), maar op zich moet zo’n aankondiging toch reden zijn tot grote opgewektheid in het land.
Een land dat cellen bouwt, is niet bezig met de toekomst, maar met de fouten uit het verleden, zei de Amsterdamse politiebaas Bernard Welten wel eens toen hij nog in Groningen zat.

Elders in dat NRC-artikel zegt een onderzoeker van het WODC dat veel taakstraffen mislukken. ‘Die mensen komen uiteindelijk toch in de gevangenis terecht.’
Na verloop van tijd zou je dan verwachten: Uiteindelijk steeds minder cellen leeg door taakstraffen.

Ik weet het niet.
Als het om criminaliteitscijfers gaat, ben ik altijd huiverig.

Wist je wel, zei vorige week een officier van justitie tussen de bedrijven door, dat de omvang van de criminaliteit helemaal niet wordt bepaald door criminelen? Nee? Nee, vervolgde de officier, de omvang van de criminaliteit wordt bepaald door de beschikbare capaciteit bij de politie. En nu iedereen op vakantie is en gaat, is er voor ons niet veel te doen. Er worden de komende weken ook nauwelijks boeven opgepakt. Arrestaties worden over de vakantieperiode heen getild.

Misschien dat de staatssecretaris nog even moet wachten met afbreken.
Omdat het uiteindelijk toch weer anders zit.

Rob Zijlstra

Vleesmes

In de perskamer van het gerechtsgebouw van Groningen zeggen wij wel eens dat er ook veel onzin over de strafrechtspraak wordt gezegd en geschreven.Dat zeggen wij omdat we dagelijks getuige zijn van de praktijk en dus wel beter denken te weten.

We zeggen dat de roep om slechts gevangenisstraffen voor ernstige zeden- en geweldsmisdrijven op te leggen in plaats van wollige taakstraffen, baarlijke nonsens is.

We zeggen dat de kranten, wij journalisten dus, met al onze nieuwsberichten en -berichtjes ook wel eens de suggestie wekken dat kinderverkrachters en halve moordenaars wegkomen met werkstrafjes.

Wat, weten wij beter, niet waar is.

We vragen ons dan in de perskamer af of alle mensen onze stukjes wel lezen.

Want dan zou iedereen toch beter moeten weten.

Wij zeggen tot slot dat er voor ons niets anders opzit dan te blijven schrijven en gaan vervolgens naar zittingszaal 14 voor de zoveelste volgende strafzaak.

Daar staat Tonny.

Hij heeft in Groningen met een vleesmes geprobeerd iemand dood te steken.

Daarna stapt hij op de trein richting Amsterdam.

Nog voor station Assen vernielt hij in de eerste klas met dat vleesmes een stoel en loopt vervolgens zwaaiend door de volle tweede klas, met stekende bewegingen richting passagiers.

In Assen slaagt de gewaarschuwde politie er in hem uit de trein te praten.

Op het politiebureau vertelt Tonny dat hij helemaal niet naar Amsterdam zou gaan.

Hij had halverwege ergens willen uitstappen om zich dan voor een tegemoetkomende trein te werpen.

Zodat alles snel voorbij zou zijn.

Nu moet hij de Nederlandse Spoorwegen 389,90 euro betalen voor de aangerichte schade.

Tonny zegt: ‘Dat betaal ik wel.’

De 4.138,12 euro die de man opeist die hij probeerde dood te steken, wil hij niet betalen.

‘Niet zolang die vent ontkent dat hij mij kent.’

‘Die vent’ verklaart bij de politie dat er een hem vreemde man stond te trappen tegen zijn tuinhekje.

Als hij, net thuis van zijn werk, daar wat van zegt, wordt hij in het gezicht gespuugd.

En daarna met dat vleesmes gestoken.

Met zijn linkerarm kan hij het mes afweren. Het letsel blijft daardoor beperkt tot een steekwond van twee centimeter in de onderarm.

Een schrammetje, verdedigt de advocaat van Tonny.

Het slachtoffer schrijft echter in een brief aan de rechtbank dat zijn leven en dat van zijn gezin volledig op de kop staat. Zijn drie jonge kinderen waren getuige van de steekpartij en zijn bang. Zelf heeft hij geen plezier meer in zijn zelfstandig ondernemersschap, laat de administratie verslonzen en is vaak depressief. Dan vraagt hij zich af wat de zin van het leven is als dat zomaar ineens afgelopen kan zijn door toedoen van een gek

‘We hopen dat de man geholpen wordt’, zo besluit de brief.

De rechters vragen: Wat vindt u daar nou van?

Tonny: ‘Een mooi verhaal, verder geen commentaar.’

Later zal hij zeggen dat wat hij heeft gedaan, niets voorstelt in vergelijking met wat hem is aangedaan.

De gedragsdeskundigen zeggen dat Tonny een paranoïde man is, alcoholgebruik misbruikt en cannabisafhankelijk is. Verslaafd aan softdrugs dus. Hij rookt al twintig jaar lang dagelijks joints, het laatste jaar wel zeven op een dag.

De psychiater vindt een opname in een gesloten kliniek voor behandeling noodzakelijk, vooral gezien de grote kans op herhaling.

De officier van justitie kan zich vinden in een klinische opname. Om dat mogelijk te maken, eist ze 14 maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Niet voor een poging tot doodslag, zoals aanvankelijk ten laste was gelegd, maar voor een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en voor dat gezwaai in de trein.

Tonny vindt het prima, snapt ook wel dat er iets moet gebeuren.

Resteert de vraag wat hem is aangedaan.

Als de rechters hem daar naar vragen, wordt hij – tot dan de rust zelve – fel en emotioneel.

Een week voor die steekpartij was hij nog door de politierechter veroordeeld tot een geldboete van 250 euro en dertig dagen werkstraf.

Hij had met negen straatkeien alle dubbele ramen van het huis van zijn ouders ingegooid.

‘Ik wilde de waarheid weten.’

Zijn ouders kennen die waarheid, evenals zijn broer.

Een waarheid die ze nooit met hem hebben willen delen.

Tegen de rechters zegt hij: ‘Als ik mijn vader tegenkom, maak ik hem dood.’

Met de man die hij neer wilde steken, blijkt het allemaal niets te maken te hebben.

Wel met Aagje.

Met haar zou hij gaan samenwonen, maar dat ging op het allerlaatste moment niet door.

Zijn Aagje had een seksuele relatie met een ander.

Met zijn vader.

Tonny wilde het maar niet geloven, maar na jaren had zijn broer door de telefoon tegen hem gezegd: ‘Het is waar, Tonny. Leer er mee leven en als je dat niet kunt, hang jezelf dan maar op.’

Toen pakte hij het vleesmes.

 

Rob Zijlstra

 

 

strafschop

Wat moeten we nou met Joop?

 

De ruim twee maanden die hij nu al in het huis van bewaring in Ter Apel zit, ervaart hij als een hel.

Het is er geen pretje.

De advocaat van Joop zegt: ‘In de gevangenis hangt een constante sfeer van dreigend geweld. Daar moet je wel tegen opgewassen zijn.’

 

Joop is dat niet.

Joop is 22 jaar, zo op het eerste gezicht een keurige, beleefde, sociale en doodnormale, positief ingestelde jongeman uit Groningen met een afgeronde mbo-opleiding, een gezonde gewetensfunctie en net een leuke baan.

Niet veel mis mee.

Zijn omgeving, zo noteerde de reclassering, kon zich het ook niet voorstellen.

De omgeving zei eensgezind: Zoiets? Onvoorstelbaar. Zoiets doet onze Joop niet.

 

De rechters zien dat ook.

De rechters zeggen: Inderdaad, u lijkt zoals u hier zit, helemaal niet op de man die wij zojuist op de videobeelden hebben gezien.

 

Maar ’t is hem wel, daarover bestaat ook geen misverstand.

De beelden zijn gemaakt door de beveiligingscamera’s die in de Groninger binnenstad aan gevels hangen.

Glasheldere beelden laten een heel ander beeld van Joop zien.

 

Hij is met vrienden op stap geweest. Een van hen zal als militair worden uitgezonden naar Afghanistan. Ze hebben samen flink gezopen, als laatste in De Grote Griet aan de Grote Markt. Tegen de tijd dat Joop besluit naar huis te gaan, is hij behoorlijk zat.

 

Op de Grote Markt staat een groepje, nog even na te praten over hun stapavond.

Joop zal later bij de politie zeggen dat ze hem aanvielen, dat hij zich had moeten verdedigen.

 

Maar als ze hem dan confronteren met de camerabeelden, blijft daar weinig van over.

Je ziet Joop tussen dat napratende stapgroepje staan.

Er worden dingen gezegd.

Ineens stapt Joop op een jongen af, die Wim heet en 18 jaar is.

Een duw, een tik en dan ineens een klap vol in het gezicht.

 

Wim valt, op handen en voeten.

Als hij probeert overeind te krabbelen, haalt Joop uit.

Met zijn rechtervoet trapt hij Wim vol in het gezicht.

Er kraakt iets (neus).

De officier van justitie: ‘Alsof hij een strafschop nam, een penalty.’

Ze is wel wat gewend, maar was er erg van geschrokken van die beelden.

 

Joop ook.

Onvoorstelbaar, zei hij tegen de politie, dat hij tot zoiets in staat is gebleken.

Het moet de drank zijn geweest.

 

De rechter zegt: ‘Wat mij vooral opvalt is dat als u wegloopt, u even omkijkt en dan nog een hijs van uw shaggie neemt. U nam niet eens de moeite toen u sloeg en schopte, uw sigaret weg te gooien.’

Joop kijkt voor zich uit. Wat moet hij zeggen?

‘Ik kan het nog altijd niet bevatten dat ik zoiets heb gedaan.’

 

Hij heeft het slachtoffer een brief geschreven, geschreven dat het niet zo bedoeld was, dat hij er zelf ook van baalt.

 

Zegt: ‘Het moet zijn dat ik dacht dat ik werd aangevallen. Ik moet het verkeerd hebben opgevat.’

 

De strafschop leidt tot een gebroken neus en een schedelfractuur. In het ziekenhuis krijgt Wim twee hersenbloedingen. Of hij volledig zal herstellen, is nu nog niet te zeggen.

 

Joop wordt niet direct aangehouden.

Zijn actie is twee dagen later al te zien in het programma Opsporing Noord van RTVNoord.

Joop wordt onder andere herkend door zijn moeder.

 

De officier van justitie spreekt van een aanslag zonder aanleiding op het leven van Wim. ‘We hebben het hier over een poging tot doodslag, maar het had net zo goed doodslag kunnen zijn. Het is niet aan de verdachte te danken dat het bij een poging is gebleven.’

 

Dertig maanden gevangenisstraf waarvan tien voorwaardelijk.

Met de nieuwe wet voorwaardelijke invrijheidstelling betekent dat dat Joop twintig maanden moet zitten.

Nog achttien maanden hel.

 

Als Joop de eis hoort, klapt hij volledig in, heeft geen controle meer over zijn spieren die zijn lichaam hevig doen trillen. De rechter vraagt of het wel goed met hem gaat, want ze vindt het belangrijk dat hij alles meekrijgt.

 

Hij ziet niet dat achter zijn rug, op de publieke tribune, zijn vriendin huilt.

 

De advocaat moet wat.

Hij ziet wel iets in elektronisch huisarrest.

Waarom niet?

 

Zegt: ‘De officier spreekt van een ernstig feit. Klopt. En dus beng! De deur dicht. Dertig maanden. Maar waarom? Heeft Wim daar iets aan? Dacht het niet. En Joop zeker niet. Integendeel. Die gaat er onder door. Omdat we het altijd zo doen? Publieke opinie? Preventie, opdat in de krant komt te staan, dertig maanden voor zinloos geweld? Loos gebaar. Mensen drinken en doen dan dit.’

 

De officier van justitie zegt dat ze er niet op uit is om Joop kapot te maken. Zegt dat ze voor hem niet de hoogste boom heeft uitgezocht, dat ze rekening heeft gehouden met de persoon van de verdachte. En ook dat ze zich heel goed realiseert dat Joop het zwaar zal krijgen, die maanden in de gevangenis. ‘Maar dat geldt ook voor het slachtoffer, die heeft het ook zwaar.’

 

Een algeheel alcoholverbod in de horeca.

Zal veel ellende besparen.

 

Rob Zijlstra

UPDATE uitspraak

Joop is veroordeeld tot 14 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk, 6 maanden elektronisch toezicht en een werkstraf van 240 uur.

pluk ze

 

 

 

Misdaad mag niet lonen.

Daarom worden veroordeelde misdadigers geplukt.

Het crimineel verdiende geld gaat dan naar de staatskas.

 

Het komt zelden voor dat justitie en de misdader het eens worden over het te plukken bedrag.

 

Eenmaal heb ik meegemaakt dat een drugsboef stellig tegensprak dat hij ruim een miljoen euro met zijn handel had verdiend. Toen justitie uiteindelijk met de prijs zakte tot ruim 700.000 euro, ging hij akkoord.

Zo’n bedrag leek hem alleszins redelijk.

Deze boef was 25 jaar.

 

Vanochtend eiste justitie 116.385 euro van de 35-jarige Berty.

Voor de onderhandelingen zat justitie op ruim 200.000 euro.

Vaak wordt gekissebist over aftrekbare kosten.

Zo mogen drugssmokkelaars doorgaans de kosten van benzine voor de ritjes – in dit geval – tussen Groningen en Noord-Duitsland van hun winst aftrekken.

 

Berty vindt – zei de advocaat – die 116.385 ook niks.

Zijn voorstel: doe maar 16.000.

 

Het verschil van mening ligt in een verschil in opvatting.

Volgens de advocaat is de intentie van de wet dat de misdaad niet mag lonen.

Wordt de beloonde misdadiger gepakt, dan moet hij financieel in oude staat worden teruggebracht.

Zo room je de criminele winsten af.

 

De officier van justitie vindt die opvatting geen stijl.

Hij zegt: we willen simpelweg de winst, dus 116.385 euro.

 

Maar dat is, zegt de advocaat, niet de winst, boekhoudkundig bezien.

Berty heeft een fors deel van zijn winst immers weer geïnvesteerd in nog meer xtc.

En die ‘nog meer xtc’ hebben jullie in beslag genomen.

Aan liquide middelen had hij nog maar 16.000 over.

 

De officier van justitie: dat hij zijn winst heeft geïnvesteerd in nog meer, is zijn keuze. Het blijft winst. Hij had het ook kunnen investeren in legale zaken als onroerend goed of in mooie auto’s. Ware ook beter, want dan hadden we daar beslag op gelegd en had het nog wat opgeleverd.

 

De rechtbank moet nu beslissen over een tonnetje meer of minder.

 

Rob Zijlstra

 

 

zo vader

Je hebt Jordi, zoon van Johan, Youri, zoon van Jan, Erwin en Ronald, de zonen van Martin.

En je hebt Junior, zoon van Senior.

Junior, 21 jaar, heeft al veel moeten beleven.

Vader Senior werd eens neergeschoten, maar bleef op het nippertje toen wel in leven.

Zijn stiefbroer en twee neven hadden minder geluk.

Zij werden in de loop der jaren doodgeschoten.

 

Schietpartijen lopen als een rode draad door het leven van Junior.

De laatste jaren bracht hij vooral door in de gevangenis.

Donderdagavond – het was laat in zittingszaal 14 – hoorde hij een dubbele eis.

De officier van justitie wil Junior ditmaal vijf jaar opsluiten en hem daarna onder dwang laten behandelen in een tbs-kliniek.

 

Mochten de rechters met de drie gedragsdeskundigen van mening zijn dat een tbs met dwangverpleging niet noodzakelijk is, dan moet Junior, zo luidt de tweede eis, negen jaar naar de gevangenis.

Dat is inclusief twaalf maanden die hij bij twee eerdere veroordelingen in Rotterdam voorwaardelijk kreeg opgelegd.

 

Junior zit het eerste van de vijf uur durende rechtszaak bevend van zenuwen in het verdachtenbankje.

Herhaaldelijk zegt hij zich te realiseren dat hij foute dingen heeft gedaan en dat hij voor die dingen straf heeft verdiend.

De rechter die hem de vragen stelt, noemt hij steevast edelachtbare.

In de zes maanden die hij nu in de gevangenis zit, heeft hij vooral veel nagedacht over zijn leven tot nu toe.

Een leven zonder doelpunten.

 

Het was al mis toen hij nog niet was geboren.

Vader Senior was drugshandelaar, zijn moeder verslaafd.

Junior groeide op in een crimineel milieu.

Toen hij acht jaar geleden vanuit Curaçao naar Nederland kwam, bleef dat zo.

Eerst in Rotterdam, toen in Groningen.

 

De psycholoog en twee psychiaters zeggen dat Junior een beetje theatraal is, in angst leeft, met zijn 21 jaar nog niet helemaal is uitontwikkeld en impulsief reageert op dingen. En dat hij –goed verklaarbaar vanwege zijn ernstig beschadigde opvoeding – zijn angst omzet in agressie.

Junior wordt verdacht van een tweevoudige poging tot moord.

De ene poging staat los van de andere, maar werden wel in nog geen twee dagen tijd gepoogd.

De rechtbank staat er uren bij stil.

 

In november wordt in Groninger criminele kringen een man neergeschoten.

Het kamp waartoe het slachtoffer behoort, denkt even dat Junior de schutter is, maar dat blijkt bij nader inzien een persoonsverwisseling. Desondanks krijgt hij een waarschuwing: nigger, hadden ze dreigend tegen hem gezegd, blijf uit de buurt van X, wel de schutter.

Op 8 december gaat Junior met vrienden eten bij Burger King, in het gerestaureerde treinstation van Groningen.

Ineens komt daar met piepende remmen een blauwe auto aan.

In die auto zit de eerder neergeschoten man.

In de rode auto waar Junior in zit, zit ook X.

Kortom: Shit!

Paniek en angst.

 

X trekt de capuchon over zijn hoofd, Junior stapt impulsief uit.

En schiet, twee, drie keer.

Hij schiet de achterruit kapot, één kogel vliegt de achterbank in.

Niemand in de blauwe auto wordt geraakt.

Wat niet wegneemt, zegt de officier van justitie, dat er een aanmerkelijk kans bestond dat Junior wel had geraakt.

Poging tot moord dus.

 

De officier van justitie: ‘Wie op klaarlichte dag op het Stationsplein van Groningen, waar mensen komen en gaan,  kogels schiet, is sowieso een idioot.’

Een dag later.

Junior zit in de auto met Marvin.

Ze rijden in hun rode Honda door de Oosterparkwijk en nabij het Goudenregenplein krijgt Junior woorden met een 15-jarig meisje dat daar ergens staat. Het zijn over en weer onvriendelijke woorden.

Uit grote monden, zonder respect.

Junior en Marvin rijden boos weg, maar komen terug.

 

Niet om te schieten, zegt Junior tegen de edelachtbare, maar om te praten.

Want bij dat meisje stonden meer mensen in de buurt, onder wie Piet Slager.

En Junior kent Piet.

Piet is een jongen met reputatie waarmee niemand durft te spotten.

Junior zegt dat hij geen gedoe wil. Een baksteen door de ruit van zijn huis, in dezelfde buurt, heb je bijvoorbeeld zo. Piet is (was)  niet voor niets een vooraanstaand en leidinggevend lid van de z-side van FC Groningen.

Junior wil een gesprek van man tot man.

 

Het loopt anders.

Junior zegt: ‘Ze kwamen ineens met z’n allen op mij af, edelachtbare.

Vooral Piet bleef op mij afkomen, ook nadat ik vier keer in de lucht had geschoten.’

De officier van justitie zegt dat het zo niet is gegaan.

Junior begon direct te schieten. Misschien wel eerst een keer of vier in de lucht, maar daarna gericht.

De officier had moeten denken aan zo’n gangsta-film.

Hoe het ook zij of is gegaan, één kogel doorboort de bovenarm van Piet.

 

In het ziekenhuis wordt die avond een in- en uitschot geconstateerd.

Piet doet geen aangifte en weigert later ook bij de politie een verklaring af te leggen.

De officier van justitie noemt dat tamelijk bizar, maar los van dat lijkt het hem al met al een duidelijke poging tot nog een moord.

De psycholoog vindt Junior net niet gestoord genoeg voor een tbs.

Met een klinische behandeling, zegt de psychiater, kunnen we proberen de scherpe kantjes er wat van af te halen.

 

‘Niet geschoten, is altijd mis.’

 

De aanklager uit, tikkeltje geërgerd, zijn grote twijfels over de in zijn ogen veel te softe visie van de gedragsdeskundigen:

‘Zij willen liever eerst een volgend slachtoffer.’

De officier van justitie laat het deskundigenadvies dus voor wat het waard is.

Om een klinische behandeling te kunnen afdwingen, zegt hij, zal een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd moeten worden. En dat zal niet gaan, want ik ga aanzienlijk meer eisen dan vier jaar. Als de rechtbank geen tbs wil opleggen, dan moet Junior acht jaar zitten. En nog eens de twaalf maanden erbij die hij in Rotterdam voorwaardelijk opgelegd kreeg voor de schietpartijen daar.

Dat is dus samen negen.

 

De voorkeur van de aanklager gaat echter uit naar de dwangverpleging en dan volstaat een vergelding van vier jaar (plus die twaalf maanden).

Junior trilt niet meer, maar zit nu al een tijdje met de handen voor zijn grote ogen. Als hij nog wat mag zeggen, zegt hij dat hij in heel zijn leven nooit kansen heeft gekregen. Maar in de gevangenis heeft hij net een certificaat gescoord op de afdeling houtbewerking en dat smaakt naar meer. Hij wil met positieve dingen het rechte pad op.

 

Smeekt: ‘Geef me nog een kans. Ik wil een goede vader voor mijn dochter zijn, edelachtbare.’

Het verzoek om een korte schorsing van zijn detentie, om binnenkort aanwezig te kunnen zijn bij de bevalling van die dochter, wijst de rechtbank af.

 

Rob Zijlstra

(zoon van Sietse)

 

 

UPDATE – uitspraak – 10 juli 2008

De rechtbank heeft Junior veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en tbs met dwangverpleging. Een behandeling kan de kans dat hij ooit weer gaat schieten reduceren, aldus de rechtbank die ook meent dat zo snel mogelijk met die behandeling moet worden begonnen. Om die reden is afgezien van een langere gevangenisstraf. Verder moet Junior twaalf maanden extra zitten die hij bij twee eerdere veroordelingen voorwaardelijk kreeg opgelegd.

 

UPDATE – 28 september 2009 – UITSPRAAK HOGER BEROEP

Het hof heeft Junior veroordeeld tot 6 jaar celstraf, zonder tbs met dwangverpleging. Daarnaast de twaalf maanden ‘bonus’.  Zonder de tbs is de duur die Junior uiteindelijk vastzit aanmerkelijk korter zijn.

UPDATE  – 4 oktober 2018

red bul

Rechters doen hun best – dat moeten ze – om vonnissen in heldere taal op te schrijven.

Daar is zelfs een landelijk project (en/of verbeteringstraject) voor in het leven geroepen.

Het lukt ze aardig.

 

Officieren van justitie zijn zo ver nog niet, getuige de dagvaardingen die zij uitbrengen.

Dat doen zij nog altijd op wonderlijke wijze.

Formeel mag ik dagvaardingen niet openbaren, maar de volgende passage wil ik, na een weging der belangen, niemand onthouden. 

 

De officier van justitie heeft Kees (17) gedagvaard.

Kees moet later deze week als verdachte verschijnen bij de kinderrechter.

 

Hij heeft zich volgens die officier van justitie – bijna anderhalf jaar geleden – aan het volgende strafbare feit schuldig gemaakt:

 

Hij (heeft) op of omstreeks 31 maart 2007, te en in de gemeente Groningen, buiten de daarvoor door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen bestemde plaats en/of buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, een afvalstof en/of een stof en/of een voorwerp, op en/of in de bodem heeft gebracht en/of gestort en/of gehouden en/of achter gelaten en/of anderszins geplaatst, op een wijze die aanleiding kon geven tot hinder en/of nadelige be-invloeding van het milieu, immers heeft hij toen aldaar op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rembrandt van Rijnstraat, een (leeggedronken) blikje (Red Bul) op straat gegooid en/of laten vallen.

 

(r.z.)

 

UPDATEuitspraak – 26 juni 2008

De kinderpolitierechter heeft de 17-jarige jongen (achter gesloten deuren) hartstikke schuldig bevonden, maar heeft hem geen straf opgelegd. Dit omdat de verbaliserende agent Kees niet in de gelegenheid heeft gesteld het gevallen en/of gegooide blikje op te rapen en omdat de overtreding vijftien maanden geleden geschiedde. De officier van justitie had een geldboete van 40 euro geeist.

 

Gekke Gerrit

– met update –

 

 

Met enige regelmaat duikt Gerrit (45) op in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.

Niet vanwege steeds iets anders, maar omdat we eigenlijk niet weten wat met Gerrit te doen.

 

Gerrit steelt.

En hij kan het stelen niet laten.

Sinds 1989 is hij actief.

 

Gerrit steelt in heel het land.

De rechters: ‘U reist van hot naar her.’

Gerrit: ‘Klopt’.

 

Gerrit steelt vooral in verzorgings- en verpleegtehuizen.

Daar sluipt hij naar binnen, op zoek naar portemonnees.

Die liggen daar kennelijk her en der.

 

Soms steelt Gerrit driehonderd euro, soms maar eentje.

Rechters: Is dat waar?

Gerrit: ‘Ja hoor.’

 

Alles wat hulp verleent, is al eens met Gerrit in de weer geweest.

Hij heeft al eens een tbs met dwangverpleging gehad.

Hielp niets.

 

Gerrit blijf Gerrit.

Het kan zo niet doorgaan, vinden de rechters.

‘Klopt.’

 

De huispsychiater van de Groninger rechtbank, Ben Takkenkamp, zegt niet dat Gerrit zo gek als een deur is.

Takkenkamp zegt: ‘Gerrit is een bijzonder exemplaar van de menselijke soort’.

 

Gerrit is niet alleen gokverslaafd, maar ook geestelijk gehandicapt, lichamelijk deels verlamd en er is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Als je dat allemaal bij elkaar optelt, zegt de Groninger huispsychiater, dan moet je vaststellen dat er sprake is van een onbehandelbare aandoening. De oorzaak ligt in de koude januarimaand van 1963 toen Gerrit met zuurstofgebrek werd geboren.

 

Gerrit zal dus altijd Gerrit blijven.

Een blijvend gevaar voor verzorgingstehuizen in de samenleving.

 

Een nieuwe tbs kan, maar dat lijkt niemand de juiste weg.

Een isd-maatregel (voor veelplegers) kan ook, maar is beter van niet, zegt Takkenkamp.

De isd-afdeling in de Grittenborgh in Hoogeveen is de stadsjungle in het kwadraat.

Dat overleeft Gerrit niet.

 

Hoeve Boschoord – een laatste strohalm – lijkt een beste oplossing.

Het internationaal erkend behandelinstituut op het grensvlak van gehandicaptenzorg, psychiatrie en justitie kampt echter met een eeuwig durende wachtlijst, zo druk is het daar in de lommerrijke bossen van Drenthe.

 

Takkenkamp stelt Zuidlaren voor.

Daar kan Gerrit, mits Takkenkamp een indicatiebrief opstelt, binnen drie, vier weken terecht voor een zeven, acht weken durend onderzoek.

Uitgezocht zal dan worden of er nog iets is waarmee Gerrit door het leven kan.

Takkenkamp tegen de rechters: ‘Het is geen garantie, het is een experiment.’

 

Rechters: Is het u duidelijk?

Gerrit, die nu in een groot vraagteken is veranderd: ‘Ja hoor.’

Rechters: Wij zullen uw voorlopige hechtenis schorsen zodra er plaats voor u is.

Gerrit: ‘…’

 

Rechters: Maar u mag dan geen nieuwe strafbare feiten plegen. U mag daar in Zuidlaren straks geen portemonnees stelen.

Gerrit: ‘Moet ik terug naar de gevangenis?

Rechters: Ja.

Gerrit: ‘Prima’

 

Daarop wordt de strafzaak aangehouden.

Over een paar maanden, als de uitkomsten van het experiment bekend zijn, volgt een nieuwe zitting.

Dat lijkt iedereen voor vandaag het beste.

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 26 augustus 2008

En daar was Gerrit weer, op de nieuwe zitting. Gerrit verblijft naar redelijke tevredenheid in Zuidlaren, onder de vleugels van de GGz. De onderzoeken zijn nog niet klaar.  Onderzocht moet worden onder welke voorwaarden Gerrit een tbs met voorwaarden kan krijgen en ook moet nog onderzoek worden gedaan naar het gewenste beveiligingsniveau.

De rechtbank besluit de zaak opnieuw aan te houden. De volgende zitting is gepland op 24 november. Gerrit zegt tegen de rechters dat hij het allemaal begrepen heeft. Als hij wordt afgevoerd door de parketpolitie, vraagt hij aan zijn advocaat: moet ik nu naar de gevangenis?

 

UPDATE  – 8 december 2008 – uitspraak

Het heeft even geduurd, maar er is een oplossing gevonden. De rechtbank heeft Gerrit veroordeeld wegens vier diefstallen tot een gevangenisstraf van 180 dagen en tbs met voorwaarden. Met anderen concludeert de rechtbank dat alles al met Gerrit is geprobeerd, inclusief een tbs met dwangverpleging, maar dat niets heeft geholpen.  Onder de voorwaarden is opgenomen dat Gerrit zijn leven zal slijten in een beschermde woonvorm, waar ze hem een beetje in de gaten kunnen houden.

 

 

Maatwerk

Maatwerk

 

Er zijn mensen die niet blij worden van het strafrecht.

 

Wat zeg je nou?

Een werkstraf voor twintig inbraken?

Dan krijg je zeker geld toe als je een fiets jat.

 

– Strafrecht is maatwerk.

 

’t Zal best, rechtbankverslaggever, maar ik word er niet blij van.

 

Bart, maar ze noemen hem Jimmy, zou hebben ingebroken in studentenhuizen in de Groninger binnenstad. Laptops, dvd’s, een studentenjas, sieraden, een gele fiets met roze stippen en wat al niet meer was zijn deel.

 

Bij een café had hij geprobeerd de buit te verzilveren. Maar de kroegbaas had geen trek. Sterker nog, de kroegbaas belde de politie en stelde ook de beelden beschikbaar van de beveiligingscamera’s.

Hé, kijk nou, zeiden de agenten, als dat onze Jimmy die eigenlijk Bart heet niet is.

 

De politie kent Jimmy (46).

Hij heeft een strafblad van hier tot Tokyo en staat al negen jaar op de lijst der veelplegers.

Zijn eerste kinderveroordeling dateert uit 1971.

In de woning van zijn vriendin vonden ze de studentenjas. Niet heel lang daarna zat Jimmy in het huis van bewaring in Ter Apel, te wachten op de dag van gisteren.

 

Hij ontkent.

Hij was die ochtend De Vries tegengekomen en die zei: ‘Jij kent die kroegbaas, toch? Zou jij voor mij niet kunnen proberen wat spul bij hem te slijten? Krijg jij van mij deze mooie studentenjas.’

Zo is het gegaan.

 

Maar hoe zit het dan met die laptop?

Gewoon gekocht in de straat, zegt Jimmy. Een aanbiedinkje.

En die foto dan?

De laptop is namelijk voorzien van vernuft.

Ik wist niet eens dat zoiets bestond.

Zodra je de laptopdeksels opent en het ding aanzet, maakt het apparaat automatisch een foto die naar een site op het internet wordt verzonden.

Jimmy stond er gekleurd op.

 

Maar Jimmy zegt, die foto is bij mij thuis gemaakt, want ik ben nooit in die studentenwoning geweest.

 

In een ander studentenhuis is hij gezien. Dat kan kloppen, want daar is hij wel geweest. Hij was er langs gekomen en zag de deur geopend. Hij was naar binnen gegaan en trof een enorme puinzooi aan, het leek wel of er was ingebroken.

‘Ik dacht, iemand is mij voor geweest, dus wegwezen hier. Ik heb ook niets meegenomen.’

 

De officier van justitie gelooft niks van wat Jimmy beweert, maar zegt ook – vrije vertaling – te moeten toegeven dat het wel zou kunnen wat hij bij elkaar liegt.

Met hoorbare spijt in de stem vordert de officier van justitie dan ook vrijspraak voor het grootste deel van het ten laste gelegde.

Voor het restant – één poging tot inbraak en heling – hoort Jimmy vijftien maanden celstraf (waarvan vijf voorwaardelijk) eisen.

Dat hij leurde met gestolen goed van De Vries en dat dat aanbiedinkje in de straat stonk, dat wist hij ook wel.

 

Jimmy krijgt nog een stevige waarschuwing mee van de officier: ‘U kruipt door het oog van de naald. De volgende keer al u hier weer zit, ga ik de ISD-maatregel tegen u eisen.’

 

Jimmy blij.

 

Veelplegers vrezen de speciaal voor hen ontwikkelde ISD, omdat het vooral twee jaar zitten is met veel therapie.

 

Eerder de dag stond Mark terecht.

Ook Mark (24) is veelpleger en met ditmaal twintig inbraken in woningen, bedrijven en scholen in Leek en omstreken heeft hij alle redenen te vrezen voor de ISD.

En dat is flink balen, nu hij zo goed bezig is.

Hij was zwaar verslaafd maar heeft zich vrijwillig laten opnemen in een kliniek, volgt daar een loodzwaar programma en is nu al een jaar clean.

 

Realiseert zich dat er nog een lange en moeilijke weg voor hem is te gaan. Maar hij heeft weer een leuke vriendin, zijn familie terug en ook het respect voor de samenleving heeft hij hervonden.

Hij schaamt zich voor wat hij heeft gedaan, maar is trots op wat hij tot nu toe heeft bereikt.

Een geweldige prestatie, prijst de officier van justitie.

Tegen de rechters: ‘Wij zijn blij met hem.’

 

Mark ontkent ook niks, hij heeft het allemaal gedaan.

Op klaarlichte dag wandelde hij zo scholen binnen en met complete computers onder de arm weer naar buiten.

En bij het kinderdagverblijf Bubbel stond ’s nachts gewoon de deur open, ook al beweren ze om verzekeringstechnische redenen in de aangifte anders.

 

De officier van justitie zegt dat haar eis geen recht zal doen aan de ernst van de strafbare feiten. Maar om Mark nu op zijn goede weg onderuit te halen met een gevangenisstraf die wel recht doet, is ook zo wat.

Mark hoort voor die twintig inbraken een werkstraf eisen van 200 uur.

 

Mark blij.

 

Tussen Jimmy en Mark moest Harm.

 

Harm – het lijkt wel of hij in zijn pyjama naar de rechtbank is gekomen – heeft een fiets gestolen en dreigde de eigenaar te slaan toen die protesteerde.

Twee maanden daarvoor had hij geprobeerd een fiets te stelen.

 

Harm is net als Mark van 1984 en ook hij heeft een emmer vol problemen. Verschil is dat hij nauwelijks gemotiveerd lijkt een recht pad te zoeken. Harm ontkent ook dat hij verslaafd is.

De officier van justitie ziet maar één weg: voor die anderhalve fiets, twee jaar ISD.

 

Harm niet blij.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE uitspraken – 3 juli 2008

Veelpleger Jimmy krijgt 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Van de verdenking dat hij die laptop met vernuft heeft gestolen, is hij vrijgesproken. De foto zou bij hem gemaakt kunnen zijn.

Mark blijft blij: 200 uur werkstraf (en 8 maanden voorwaardelijke celstraf).

Harm: omdat niets heeft geholpen: isd 2 jaar

Robert Dawes

De Engelse ‘drugsgeneraal’ Robert Dawes is gearresteerd in Dubai.
Dit meldt de Engelse pers.
Volgens de berichtgeving heeft ook de Nederlandse politie belangstelling voor deze man.

Klopt.

Groningen heeft nog een appel te schillen met hem.

In november 2002 werd in de Uranusstraat in Groningen Gerard Meesters in de hal van zijn woning doodgeschoten.
De schutter, Daniel S., is voor deze liquidatie veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
De man die Daniel S. naar Groningen reed, Steven B., de handlanger, kreeg 8 jaar celstraf.

Daniel S. was de uitvoerder.
De opdrachtgever voor deze waanzinnige moord in Groningen: ‘generaal’ Robert Dawes.
Tijdens het strafproces tegen Daniel S., dat in hoger beroep om veiligheidsredenen in de Bunker in Amsterdam plaatshad, viel de naam van Dawes niet alleen regelmatig, in de dagvaarding van Daniel S. wordt Robert Dawes met naam en toenaam als de opdrachtgever genoemd.

Het is altijd onbevredigend geweest dat de opdrachtgever voor deze liquidatie vrij rondliep.
Dawes woonde lange tijd – tussen de notabelen – in het Spaanse Marbella.
Engeland wil hem hebben wegens drugshandel.
Nederland voor moord.

Onduidelijk is nog of Dawes zal worden uitgeleverd aan Engeland.
En of er een dag komt dat hij zich in zittingszaal 14 moet verantwoorden.

Gerard Meesters was onderwijzer en had met drugs en met criminaliteit niets van doen.
Hij had wel een zuster die met een vriendin in Spanje in duistere zaken deed.
De twee Groninger vrouwen zouden listig drugs hebben gestolen van de organisatie waar ze voor werkten.
Voor Dawes.

Dawes wilde zijn drugs terug, maar kon de twee Groninger vrouwen niet vinden.
Om hen op andere gedachten te brengen, stelde Robert Dawes een daad: hij liet de broer van een van de twee vrouwen simpelweg doodschieten.
Het lot van de twee Groninger vrouwen is onbekend.
Ze zijn of dood, nog altijd op de vlucht of elders.

Rob Zijlstra

zie ook: The Thing in Groningen [eerder gepubliceerd in magazine Koud Bloed, 2009]

zie ook: Terrifying power of The Taxman [thisisnottingham, 2008]