De bietenwagen

Hoe wrang, donderdagmiddag.
In zittingszaal 14 staat een 68-jarige man terecht omdat hij een verkeersongeluk heeft veroorzaakt op de A7.
Daarbij is een van de acht slachtoffers overleden.
Uitgerekend tijdens deze zitting flitst via Twitter het nieuwsbericht de rechtszaal binnen dat er zojuist een zeer ernstig ongeluk is gebeurd.
Met een overleden slachtoffer.
Op de A7.

Wrang, maar nog niks als je het vergelijkt met wat nu komt.

Het is 29 december 2012, rond half zeven in de avond.
Het is donker.
Thijs (hij is de 68-jarige man) is met zijn echtgenote en met twee kennissen op ziekenbezoek geweest,
Ze zijn nu weer op weg naar huis, naar hun huizen in Groningen.
Ze rijden ter hoogte van Noordbroek en zo snel als is toegestaan.

Ineens roept de vrouw van Thijs: Thijs!
Een andere inzittende: ‘Dit gaat fout.’
Een ruk aan het stuur, om de aanrijding met een zware bietenwagen die vanaf de oprit de snelweg komt oprijden, te voorkomen.
Ze knallen tegen de vangrail, tollen in de rondte waarna de auto honderdtachtig graden gedraaid tot stilstand komt op de linker rijbaan.
Een auto schiet rakelings voorbij.
Een tweede auto, een ambulance, schiet rakelings voorbij.
Een derde auto knalt met 125 kilometer per uur frontaal op de stilstaande auto van Thijs.

Airbags doen hun werk, maar voor de 67-jarige echtgenote van Thijs is dat niet voldoende.
Thijs zegt tegen de rechters: ‘Ze lachte nog even, toen was ze dood.’

Er zijn zeven gewonden onder wie Thijs.
Op de snelweg is het een chaos, twitteren passanten de wereld in.

De bietenwagen reed tijdens het invoegen maximaal 60 kilometer per uur.
De achterkant zou zwenken.
Thijs weet het niet meer, hij had het stuur omgegooid en toen tot twaalf geteld, tot de enorme klap.
Zo zit het in zijn hoofd.

De rechters vragen of Thijs vindt of hij schuld heeft.
Thijs, mat: ‘Nee.’
Rechters: ‘Wie dan wel?’
Thijs: ‘Ik weet het niet, ik geef niemand de schuld, mezelf ook niet.’

Hoe zwaar moet het zijn?
Dat je als verdachte moet accepteren dat je partner is overleden als gevolg van een ongeluk dat aan jouw schuld is te wijten.
Thijs had de dagvaarding die de politie aan hem wilde uitreiken niet willen accepteren.
De agenten hadden toen gezegd, we komen terug met een busje en nemen dan de handboeien mee.
Domme politie, hoe tactisch kun je zijn, zegt de advocaat van Thijs verontwaardigd.

Thijs zegt dat hij geen idee heeft wat hij met de rest van zijn leven aanmoet.
Hij zegt: ‘Morgen zouden we 47 jaar zijn getrouwd.’

Hij had gezegd bij de reclassering dat hij een eventueel op te leggen werkstraf niet zal uitvoeren.
Rechters: ‘U heeft gezegd, uit principe niet.’
Thijs: ‘Nee, want ik voel mij niet schuldig.’

De officier van justitie probeert duidelijk te maken dat Thijs het bij het verkeerde eind heeft.
Zegt ter inleiding: ‘Soms denk je, de wet, wat zit die raar in elkaar. U heeft dit ook niet gewild. En dat u zo zeer getroffen bent door dit ongeluk is van zeer grote betekenis. U bent het ergst getroffen van allemaal. Uw vrouw is overleden. U lag zelf ook in de kreukels.’

De officier van justitie vervolgt: ‘Maar de vraag die moet worden beantwoord is of dat wat er is gebeurd te wijten is aan uw gedrag. En het beeld dat ontstaat, is dat u te dicht bent gaan rijden op de bietenwagen. En toen stuurde u plots naar links, de vangrail in. U heeft niet geremd, of uw snelheid aangepast. En dat had u wel moeten doen. Dat is het verwijt. Het klinkt hard, en het is raar want het kan ons allemaal overkomen, maar u had niet in de vangrail terecht mogen komen, u had anders moeten reageren.’

De officier van justitie rondt af: ‘U neemt geen verantwoordelijkheid. U zegt, het was niet mijn schuld, maar dat is uw werkelijkheid. De mijne is anders. En er zijn nog andere mensen, mensen die gewond zijn geraakt, die tot op de dag van vandaag de gevolgen van het ongeluk moeten ondervinden.’

De officier van justitie zegt dat er geen straf bestaat die recht doet aan wat er is gebeurd.
Hij eist een werkstraf van 180 uur wegens onvoorzichtig dan wel onoplettend rijgedrag, wegens het niet aanpassen van de snelheid aan de omstandigheden, wegens het onvoldoende afstand houden van een voor hem rijdende vrachtauto.
Daarnaast een rijontzegging van achttien maanden, de helft voorwaardelijk.

De advocaat vraagt zich af: “Hij reageerde en dat werd hem noodlottig. Is er dan sprake van schuld?
Het eigen antwoord: ‘Nee, rechtbank. Dit is  nou een ongeluk.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 19 september – uitspraak
Thijs is schuldig. Hij heeft de zorgplicht die hij als automobilist heeft niet goed vervuld. Hij had afstand moeten houden en zijn snelheid moeten aanpassen. De man verdient evenwel geen straf. Volgens de rechtbank dient het opleggen van een straf aan iemand die zo is getroffen geen doel.

HET VONNIS

poll gesloten

result2