Wapperende jas

advo

advocaten-tweet

 een advocaat die maar wat leutert, is niet strafbaar

In 2013 zijn in zittingszaal 14 welgeteld 107 advocaten actief geweest.
Zij waren actief als strafpleiter in strafzaken die dienden voor de meervoudige kamer.
Er waren ook twee advocaten die niet pleitten, maar zelf verdachten waren.

Eerst die 107.

Wat eigenlijk wel opmerkelijk is, is dat ruim de helft (62) van die actieve advocaten, eenmalig actief was.
Ruim de helft deed er maar één zaak.
Veel van deze advocaten zijn geen echte strafrechtadvocaten.
Zij doen van alles wat.
Echte strafrechtadvocaten vinden dat niks, maar ze zijn in hun eigen metier in de minderheid.

Wat niet opmerkelijk is, is dat er slechte en goede advocaten bestaan.
Wat ze gemeen hebben is dat advocaten graag mopperen op rechters.
Advocaten vinden rechters vaak slecht.
Dat zeggen ze in de wandelgangen.
Of ze noemen de naam van een rechter en trekken daar dan een lelijk gezicht bij.

Rechters daarentegen zeggen zelden iets over advocaten.
Dat wil zeggen, ze zeggen het nooit hardop in het gerechtsgebouw.
Misschien doen ze het thuis bij hun man.

Rechters vinden natuurlijk wel dat er slechte advocaten in zittingszaal 14 pleiten.
Soms kun je het zien aan hoe rechters kijken.
Dan zegt zo’n advocaat iets en dan trekken spieren in het gezicht van een rechter zo samen dat een gedachte zichtbaar wordt: broddelaar.

Recent zeiden rechters tegen een advocaat die net een half uur had staan pleiten: wij begrijpen u niet.
Een dodelijke opmerking.
Een advocaat die maar wat leutert, is echter niet strafbaar.
Twee andere advocaten waren dat wel.

De slechtste advocaat is in april naar de gevangenis gestuurd.
Als het goed is zit hij daar nog steeds.
Deze advocaat had ’s ochtends bij het ontbijt een paar borrels genomen, stapte in zijn auto om een paar minuten later op het zebrapad een 80-jarige mevrouw in een rolstoel omver te rijden, evenals haar begeleidende kleinzoon.
Na de aanrijding ging hij er vandoor.

De tweede verdachte advocaat is Ron van Asperen (62).
Hij werd op de laatste dag van 2013 veroordeeld.
Hij stond maar heel even in zittingszaal 14 terecht om daar te horen dat zijn zaak voor de rechtbank in Zwolle diende, omdat hij als advocaat actief was in Groningen.
Superactief zelfs en dat was ook het probleem.

De officier van justitie zegt tegen de rechters in Zwolle dat hij de verdachte wel kent: ‘Ik zie hem wel eens met zijn wapperende jas door de stad fietsen.’
De aanklager noemt de verdachte een hardwerkende, sociaal bewogen en gedreven advocaat.

Het misdrijf van Van Asperen is dat hij valselijk voor cliënten rechtsbijstand aanvroeg bij de Raad voor de Rechtsbijstand.
Van Asperen is gespecialiseerd in vreemdelingenrecht en arbeidsrecht.
Vrijwel al zijn cliënten hadden recht op ‘gratis’ bijstand.
Nu willen de regels – om de kwaliteit te waarborgen – dat een advocaat niet meer dan 250 toevoegingen per jaar mag aanvragen.
Van Asperen vroeg veel meer aan en om dat te verdoezelen, vulde hij namen van kantoorgenoten in op de formulieren.

Van Asperen vond die grens van 250 toevoegingen per jaar maar niks.
Hij meende dat hij als specialist meer zaken aankon.
De officier van justitie zegt dat Van Asperen ook een tikkeltje eigenwijs is.
Maar dat juist een advocaat de regelgeving moet respecteren.
De officier van justitie: ‘Hij mag het er niet mee eens zijn, maar hij dient zijn mening ondergeschikt te maken aan de regels, Dat is eerlijk, dat is zuiver.’

Van Asperen is eerder door de tuchtrechter hard aangepakt: hij mag nooit meer als advocaat werken, de zwaarste sanctie.

De officier van justitie: ‘Hij heeft de rekening dus al gekregen, het beroep van advocaat is van hem afgepakt. Maar de norm moet ook worden bevestigd en er moet worden vergolden. De caissière die een greep in de kas doet wordt ontslagen, maar zal ook strafrechtelijk worden vervolgd. Dus.’

De gevallen advocaat had de bekende advocaat Stijn Franken (Volkert van der Graaf, Lucia de Berk en Willem Holleeder) meegenomen.
Franken zegt het merkwaardig te vinden dat voormalig advocaat Bram M. niet strafrechtelijk wordt vervolgd in een belastingkwestie omdat hij als advocaat is geschrapt. Waarom wordt Van Asperen wel aangepakt?

Franken vindt de heleboel sowieso maar raar.
Volgens hem is er niet eens sprake van een strafbaar feit.
Het is pas strafbaar als Van Asperen geen werk had verricht voor de zaken waarvoor hij vals rechtsbijstand aanvroeg.
Maar hij werkte er wel voor.
Franken: ‘Sterker nog, hij haalde voor zijn cliënten alles uit de kast. Niemand is gedupeerd.’

Franken zegt ook dat kantoorgenoten van Van Asperen weet hebben gehad van de verboden praktijken.
Ook het Openbaar Ministerie denkt dat.
Franken: ‘De kantoorgenoten zwijgen omdat ze bang zijn te worden meegesleurd in de strafrechtelijke maalstroom.’

Aan de gezichten van de rechters in Zwolle valt niets af te lezen, maar deze week bleek dat ze het niet met Franken eens zijn.
Valsheid in geschrifte.
Goed voor het verrichten van zestig uur werk.
Onbetaald.

Tiebout Advocaten, het kantoor waar Van Asperen werkte, kocht strafvervolging af door aan het Openbaar Ministerie 20.000 euro te betalen.
De advocaat die ’s ochtends een paar borrels nam en daarna het misdrijf op het zebrapad pleegde, staat nog gewoon als advocaat ingeschreven.

Rob Zijlstra

.

 Ron van Asperen is verdachte (was, inmiddels veroordeeld), maar wordt met naam en toenaam genoemd. Dat is niet normaal. Reden om af te wijken is dat zijn naam in eerdere publicaties waar hij zelf ook aan meewerkte, is vermeld. Het zou daarom wat raar zijn hem nu ineens bijvoorbeeld Bjorn te noemen.

HET VONNIS (van asperen)

.

Doorsneemannen

dezetttekstDe zedenverdachte – dat is momenteel de veelbesproken man uit het Brabantse Cuijk – is een doorsneeman.
Dat meldde NOS Teletekst donderdag.
Dit nieuws was gebaseerd op uitlatingen van de advocaat van de man uit Cuijk.
De advocaat uit Groningen was woensdagavond te gast bij Pauw en Witteman.
De Groninger advocaat zei tegen Pauw of Witteman: ‘Als je hem op straat zou zien, denkt u niet gelijk aan iemand met deze neigingen. (…) Het is een doorsneeman.’

Ik wil aan het bericht op Teletekst in bescheidenheid iets toevoegen:
Alle mannen die worden verdacht van wat dan ook, zijn doorsneemannen.
Er is ook nog nooit een verdachte geweest aan wie je op straat  kunt zien dat het iemand is met neigingen.

Het was dus een heel rare opmerking van deze advocaat die sowieso daar niet aan de televisietafel had moeten willen zitten.
In de advocatenkamer van het gerechtsgebouw in Groningen hing donderdagochtend schaamte.

Tot zover Cuijk.

Alberto R. de V is een doorsneeman.
Hij wordt verdacht van een poging tot afdreiging.
Albert – want zo wordt hij zeg maar genoemd – is net als zo veel mannen dat zijn 30 jaar oud en woont in Groningen, waar bijna de helft van alle inwoners man is.
Net als (bijna) iedereen tegenwoordig heeft Albert een hekel aan mensen met psychoseksuele stoornissen.

Daarom had hij het Speurend Anti Pedofielen Front opgericht.
Aan de buitenkant kon je dat niet aan hem zien.
Albert keek altijd graag naar Peter R. de Vries en als die er niet was, keek hij naar de programma’s van Alberto Stegeman met zijn geheime camera’s..

Op de televisie had hij gezien hoe gemakkelijk mannen contact kunnen leggen met meisjes.
Dat raakte hem.
Op school was hij altijd gepest door een leraar.
Tegen de rechters zegt Albert: ‘Ik ben in de klas jarenlang het pispaaltje geweest. Die man, die leraar, wilde mijn leven verzieken. Ik heb daar een verslag van gemaakt en dat aan de politie gegeven met het verzoek er iets tegen te doen. Maar de politie deed niets. Ik moest het zelf doen. Zo is het gekomen.’

Albert ging achter zijn computer zitten en struinde het internet af.
Op Speurders.nl zag hij al ras een erotisch getinte contactadvertentie.
Albert knipte en plakte via Google een foto van een tienermeisje en reageerde: ‘Hoi, ik ben Marijke, ik ben 16 jaar en heb zin in seks.’

E-mails gingen over een weer en Albert zorgde ervoor dat hij als de ondeugende Marijke de seksuele spanning er flink inhield.
Na twee weken berichtte de echte, maar nietsvermoedende man aan zijn zogenaamde Marijke dat hij niet verder wilde, vanwege het verschil in leeftijd.
Jij 16, ik al 45, dat kan niet.

Albert legde zich er niet bij neer.
Daags nadat de man was afgehaakt, kreeg hij een dreigmail.
Het dreigement luidde dat de politie zal worden ingeschakeld en dat hij dan in  de gevangenis zal belanden.
Of anders worden familie,  buren,  kennissen ingelicht.
Niet te vergeten ook de werkgever.

En dan kan hij wel zeggen dat hij geen pedo is, maar de bewaarde e-mail-correspondentie zal het tegendeel bewijzen.
Albert annex het Speurend Anti Pedofielen Front: ‘Dikke pedofiele idioot, niemand zal je geloven. Maar wij zijn bereid tot een finale kwijtschelding van deze kwestie. Zorg dat jij voor donderdag a.s 2500 euro in contanten hebt…’

Albert dreigde ook ‘zigeunerachtige types’ (zeg maar geen doorsneemannen) met instrumenten op zijn slachtoffer af te sturen.

Tegen de rechters zegt Albert: ‘Mijn leven ging goed. Tot die leraar. Daarna ging alles fout.’
De psychiater dacht meer aan een waanstoornis.
Albert: ‘Ik weet zeker dat ik die leraar achter mij aan heb gehad. Daar heb ik nu wel een beetje afstand van genomen. Het beheerst mij niet meer.’

De officier van justitie ziet geen groots verband tussen de vastgestelde waan en het gepleegde delict.
Het slachtoffer was ook niet die rotleraar.
Op de computer van Albert zijn bestanden gevonden, weggestopt in mapjes met de namen: afpersen1.doc, afpersen2.doc enz.
Niet uitgesloten wordt dat Albert als meisje Marijke veel meer mannen probeerde te lokken.
Het is bij één aangifte gebleven.

De officier van justitie eist wegens een poging tot afpersing (afdreiging) en wegens het versturen van dreigmails een gevangenisstraf van acht maanden waarvan drie voorwaardelijk.

De advocaat zegt dat Albert niet veel anders heeft gedaan dan wat Peter R. de Vries en Albert Stegeman met z’n geheime camera ook doen.
Dus als mijn cliënt wordt vervolgd, dan moeten De Vries en Stegeman ook worden vervolgd.
De advocaat zegt dat het de intentie was om meisjes te beschermen, dat Albert daarin te ver is gegaan snapt hij nu ook wel. Het was alsof hij in het bakje van een achtbaan was gaan zitten. Toen die eenmaal begon te rollen was er geen weg terug.’

Albert tegen de rechters: ‘Ik zal het nooit, echt nooit, maar dan ook nooit weer doen.’

Albert hoopt dat de gevangenis hem bespaard zal blijven.
Dan kan hij verder met zijn studie aan de universiteit.
Wat hij studeert kun je niet aan hem zien.

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken, op een gewone doordeweekse dag

Lekke band

simson1In het laatste nummer van het tijdschrift Trema – het clubblad voor en door rechters – staan wederom doorwrochte artikelen over de kwaliteit van de rechtspraak.
Een van die verhalen gaat over risicomanagement.
In managerstaal.

Zelfreflectie is even noodzakelijk als het besef dat er fouten worden gemaakt.
Is helemaal niet erg.
Zodra het besefproces in de genen is gaan zitten, jawel, is doorgedrongen tot het DNA (van de rechters), komt alles goed.
Want dan, zo denk ik te begrijpen, ontstaat een omslag in de uitgangspunten: gemaakte fouten worden dan gewoon toegegeven.

Misschien moet u die laatste zes woorden nog een keertje lezen.

Ik heb in een artikel eens een verdachte laten huilen.
Toen ik het in de krant terug las, besefte ik dat ik iets had geschreven wat helemaal niet kan.
Antilliaanse verdachten huilen niet.

Ook Appie, een voormalig inwoner van Veendam, maakt fouten.
Fout was het toen hij verliefd werd op de verkeerde vrouw, nog fouter was dat hij het goed vond dat zij even naar haar moeder ging en het ging helemaal mis toen hij op een dag zijn fiets pakte om een gewapende overval te plegen.

Deze week zat hij met zijn dichtgeritste winterjas aan in de verdachtenbank.
De rechters: ‘U mag de jas wel uitdoen. Of hebt u het koud?’
Met deze opmerking gingen ook de rechters de fout in.
Ze hadden moeten zeggen: ‘U mag de jas wel aanhouden, want er is vandaag geen strafzaak, gaat u maar weer fijn naar huis.’

Zo ging het niet.
In plaats daarvan merken de rechters op dat Appie geen advocaat heeft die hem bijstaat.
Appie mompelt: ‘Och. Ik red me wel.’
De rechters: ‘Mooi. Dan moet u nu goed opletten en u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen die aan u worden gesteld. Bent u Appie?’
Appie knikt.

Rechters moeten productie draaien, maar verdachten hebben recht op een eerlijk proces.
Daarom kan iedereen die fouten maakt zich laten bijstaan door een advocaat, ook als je geen geld hebt.
Is er om wat voor reden dan ook geen advocaat, dan ligt het op de weg van rechters de belangen van de verdachte extra goed in de gaten te houden.

Appie is 58 jaar en woont in Noord-Holland in een kleine benedenwoning op de hoek.
Daar zat hij vrijdagavond, het liep tegen achten, net aan tafel om wat te eten toen de deurbel ging.
Politie, twee man sterk.
Ze kwamen een dagvaarding in persoon uitreiken.
Appie begreep in ieder geval dat hij op maandag om half tien ’s ochtends in de rechtbank van Groningen moest verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer.

Appie wist dondersgoed waarom: 11 oktober 2010.

Hij had lang gehoopt dat hij gelukkig met haar zou worden, maar zij wilde er na een tijdje even alleen tussenuit.
Hij had daar mee ingestemd.
Ze ging en had – hij dacht misschien wel per ongeluk – de bankpas van de gezamenlijke rekening meegenomen.
Op die rekening werd zijn uitkering gestort.
Steeds wanneer hij iets moest betalen, de huur en zo, was het geld op.
Appie zegt dat je op de Filippijnen ook geld kunt opnemen met dat pasje.

De rechters vragen: ‘Maar waar leefde u dan van?’
Appie: ‘Och, ik had nog een beetje geld in de broek.’

Na negen maanden kwam de deurwaarder en moest Appie zijn huis uit.
Tegen de rechters: ‘Ik had wel eens een overval op de televisie gezien. Het was niet echt mijn idee, maar och, je doet eens wat.’

De fiets zette hij tegen de muur van het Shell-tankstation, hij deed zijn jas binnenste buiten aan en liep naar binnen met in de rechterhand een zwart speelgoedpistool.
Hij gaf aan de medewerker een blauwwitte plastic zak van Albert Heijn en eiste de dagopbrengst, die moest in de tas.
Met 146 euro en vijftig cent haastte hij zich naar buiten, keerde zijn jas weer om en sprong op de fiets.

Shit!
Lekke band.

Niet lang daarna werd hij door de gealarmeerde politie aangehouden.
Appie moest mee naar het bureau en daar vertelde hij het hele verhaal.
Dat het een wanhoopsdaad was geweest.
Na een paar dagen mocht hij naar huis.
Tegen de rechters: ‘Het was een dom idee.’

Van de Filippijnse mevrouw is hij inmiddels gescheiden.
Het Leger des Heils heeft zich over hem ontfermd.
Hij krijgt weekgeld, van de rest betalen zij zijn lasten en schulden.

De officier van justitie zegt dat wat er is gebeurd een enorm heftig feit is ‘waar ik normaal gesproken zo drie jaar celstraf voor eis’.
Ze zegt ook dat Appie het niet gemakkelijk heeft gehad en dat ze blij is dat hij nu hulp krijgt.
‘Ik zal daarom geen drie jaar eisen. Ik eis vijftien maanden gevangenisstraf, daarvan vijf maanden voorwaardelijk.’

De rechters: ‘Heeft u dat begrepen?’
Appie knikt.
Rechters: ‘Wilt u tot slot nog iets zeggen?’
Appie: ‘Och, ik denk dat ik het heb verdiend.’
Mooi zo, zeggen de rechters, dan zullen wij op 25 maart uitspraak doen.

Héél misschien, dus waarschijnlijk niet, zullen de rechters dan zeggen: ‘Mensen. Bij nader inzien hebben wij het niet goed gedaan. We hadden de strafzaak niet door moeten laten gaan. Wij hadden in het belang van de kwaliteit van de rechtspraak Appie naar huis moeten sturen om hem in de gelegenheid te stellen een advocaat in de arm te nemen. En de volgende keer zullen wij ook eens aan die officier van justitie vragen waarom iemand die in oktober 2010 een stommiteit begaat, pas in maart 2013 voor de rechtbank moet verschijnen.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 25 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gedaan wat anders de advocaat had gedaan: zeer kritisch kijken naar de beweringen van het Openbaar Ministerie. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat Appie zich schuldig heeft gemaakt aan de overval. Dat kon bijna ook niet anders. Maar om Appie nu naar de gevangenis te sturen? Nee, dat is een brug te ver, vindt de rechtbank. Hij is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, uit te voeren binnen een jaar. En daarnaast krijgt hij een hele stevige waarschuwing: nog een keer zo’n geintje en Appie moet een jaar de cel in. Die tijd is hem nu voorwaardelijk opgelegd. De reclassering moet toezicht op hem houden.