Doosje

telefoonseksBruno is niet naar de rechtbank gekomen met de bedoeling diep door het stof te gaan.
Goed, het was misschien niet allemaal even handig geweest.
Hij had zich wat laten meesleuren in haar problemen.
Niet professioneel, okay.
Maar verder had hij toch gewoon zijn werk gedaan.
En niks onrechtmatigs.

Jawel, zegt hij tegen de rechters die hem er naar vragen, zijn vrouw weet dat hij vandaag als verdachte terecht moet staan.
En ook waarvoor.
Of zij bij hem blijft?
(Rechters mogen alles vragen)
Bruno moet lachen, voor zover hij weet wel ja.

Er waren klachten binnengekomen van vrouwen.
Klachten over onprettige bejegeningen en seksuele toenaderingen.
Er kwam een onderzoek, een ontslag op staande voet, een aangifte, een strafrechtelijk onderzoek, een besluit tot strafrechtelijke vervolging en een eis van acht maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk.

Bruno (46) werkte als ziektebeoordelaar bij uitkeringsorganisatie UWV.
Hij werkte daar al 17 jaar.
Hij kon beslissen of een uitkering in het kader van de ziektewet werd verstrekt of werd stopgezet.
In juni 2010 kreeg hij het dossier van Lucy op zijn bureau.
Lucy woont in het Westen van dit land.
Zij zat psychisch in de kreukels, had zitten klooien met drugs en drank, was gescheiden en moest met schulden zien rond te komen.
Ondertussen moest ze – onder het bestaansminimum – ook een kind opvoeden.

In augustus 2010 kreeg de zieke Lucy de status van ‘hersteld’.
Bruno bestudeerde het dossier en stelde vast dat cliënte geheel volgens de regels recht had op toeslagen, op meer geld.
Zegt: ‘Ik heb naar eer en geweten gehandeld.’
Dat de betalingen ook na het herstel-status doorgingen, zou achteraf bezien berusten op een foutje.
En omdat het een foutje was buiten de schuld van Lucy om hoefde ze dat niet terug te betalen.
Zo is nu eenmaal het beleid van het UWV.

Het viel collega’s wel op dat Bruno vaak belde vanuit een kamertje, in plaats van vanachter zijn bureau wat de gewoonte was binnen het team.
Ook viel het op dat hij soms lang weg bleef en dat hij nooit een antwoord had wanneer ze vroegen waar hij zo lang was geweest.

Lucy verklaarde dat ze zelf ook wel had getwijfeld, omdat ze steeds maar geld kreeg.
De twijfel sloeg door naar het goede doel zoals ze dat noemde: haar eigen belabberde financiële situatie.
Ze kon het als gescheiden moeder goed gebruiken.
Dat de gulle gever uit het hoge Noorden iets terugverlangde, dat snapte ze ook wel.
Een afspraak maken – fysiek – was lastig.
Dan weer dit, dan weer dat, meestal kon ze geen oppas krijgen voor haar kind.
Uiteindelijk stelde Bruno voor: dan maar via de telefoon.
Ze vond hem vies.

Opgeteld zou ze 5.682 euro en 20 eurocent ten onrechte hebben ontvangen.
De tegenprestatie: twaalf maal seks via de telefoon.
Na elf keer belde ze hem op: je hebt nog recht op eenmaal.

Dit is het verhaal van Lucy.

Bruno ontkent.
Bruno ontkent zo stellig dat de rechters zeggen dat het bevattingsvermogen grenzen kent.

Dat kwam vooral door al die e-mailtjes die zijn onderschept en in het strafdossier zijn beland.
Bruno noemde Lucy ‘doosje’.
Hij e-mailde bijvoorbeeld: ‘Hai doosje, het staat vanmiddag op de rekening, geef een gil als het er op staat. hi hi.’

Tussen november 2010 en januari 2011 werden 630 e-mailberichten over en weer verzonden.
Rechters: ‘Dat suggereert een intensief e-mailcontact.’
Bruno zegt dat hij gewoon zijn werk deed.
Interne richtlijnen schrijven voor dat contacten met cliënten zo veel mogelijk per e-mail moesten worden afgehandeld, want dat is goedkoper dan bellen.

Verreweg de meeste e-mails hebben een seksueel getinte inhouden, zeggen de rechters.
Bruno: ‘Het waren vooral grapjes.’

Rechters: ‘U mailt dat u wilt afspreken bij de Bruna, dat u dan een biertje wilt drinken op het station en dat u dan ergens heen wilt gaan waar u een cabine kunt huren. Een grapje.’
Bruno: ‘Dat was voor de gein, voor de lol ja.’

Rechters: ‘U mailt: zal ik nog wat extra overmaken hi hi?’
Bruno: ‘Voor de grap.’
Rechters: ‘Terwijl u wist dat ze psychische problemen had en geen geld. Wanneer u zegt naar eer en geweten te hebben gehandeld, wat bedoelt u daar dan mee?’

Hij weigert door het stof te gaan.

De officier van justitie zegt dat Bruno misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare vrouw, dat hij gemeenschapsgeld op een onjuiste wijze heeft uitgegeven en dat hij door zijn niet integere handelen het vertrouwen in de overheid heeft geschaad en dat niet zo een beetje ook.’

De acht maanden celstraf die de officier van justitie eist – de helft voorwaardelijk – betekent voor hem een persoonlijke ramp, zegt Bruno.
Hij voelt meer voor het idee van zijn advocaat die vrijspraak bepleit.

De advocaat zegt dat het misschien immers wel andersom is.
Dat het nogal saai was op de burelen van het UWV en dat er ook van alles mis was met die vrouw.
De advocaat doelt dan op ‘doosje’: iets met drank, drugs en scheiding.
Misschien is zij wel de kwade genius, de sluwe verleider en is Bruno in haar valse e-mailtjes getippeld.
En als de rechtbank hem desondanks toch wil veroordelen, dan moet ook rekening worden gehouden met het gegeven dat hij op staande voet is ontslagen, dat hij eigenlijk zijn straf al heeft gehad.

Er is nog iets van belang.
Bruno is gedagvaard als ambtenaar, terwijl medewerkers van het UWV helemaal geen ambtenaren zijn.

Ik zie Bruno knikken.
Misschien denkt hij wel: dat zou een goede  grap zijn.

Rob Zijlstra.

• een gift, belofte of dienst…

.

UPDATE – 29 maart 2013 – uitspraak
Bruno hoeft niet terug naar de gevangenis. De feiten zijn te oud en ook het gegeven dat hij op staande voet is ontslagen, speelt hierbij een rol. Wel moet Bruno 240 uur werken en is hij tot 6 maand voorwaardelijke celstraf veroordeeld. Daarnaast mag hij 3 jaar lang niet werken voor de overheid. De rechtbank stelt dat Bruno misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare vrouw en dat hij nu nog steeds niet goed in de gaten heeft dat wat hij heeft gedaan, fout is.

Hij is geen ambtenaar, maar juridisch gezien maakt dat niet uit. Het begrip ambtenaar mag, zegt de rechtbank, in dit geval ruim worden uitgelegd. Bruno werkte immers  voor een zelfstandig bestuursorgaan (uwv), maar wel met publiek geld.

HET VONNIS [volgt]

Publieke werken

publiqIn de toekomst wordt de geschiedenis van het nu geschreven.
Vast en zeker worden dan enige alinea’s geschonken aan de crisissen van vandaag.
Aan de banken- en financiële crisis, de normen en waarden crisis, over graaiende mannen en vrouwen en het waarom in historisch perspectief.
Zoals vaker over vroeger gaat de aandacht uit naar de groten, naar de allergrootste grabbelaars in dit geval.
Naar de heren van de banken en de fondsen die het land ontvluchtten, naar de mannen van de semipublieke sector die zich als koningen mochten gedragen.

Die geschiedschrijving zal geen recht doen aan de mannen (en vrouwen) die in de onderste regionen hun graantjes meepikten.
De kans dat bijvoorbeeld Boudewijn van de plantsoenendienst in Winschoten de boeken zal halen is niet groot.

Ambtenaren doen, ook in Oost-Groningen, soms mallotige dingen.
In Winschoten ging de plantsoenendienst eerst gemeentewerken heten en moest toen zo nodig worden geprivatiseerd.
De schoffelbrigade was plots in dienst van NV Winschoten Publieke Taken.
Afgekort: Publiq.
Met een q.
In Winschoten.

Boudewijn kon er via een uitzendbureau aan de slag als financieel administratief medewerker met een bijbehorend salaris.
Dat was in april 2003.
Het zou daarna snel gaan en acht jaren duren.
Hij schopte het tot financieel manager en hij mocht al snel alle belangrijke beslissingen nemen.

Boudewijn jammert tegen zijn rechters dat het niet had mogen gebeuren.
En dat hij het niet terug kan draaien.
Hij wilde zijn gezin beschermen, tegen de enorme schulden die er waren.
Zegt dat hij alleen nog maar aan het overleven was, terwijl het geheim dat hij meedroeg steeds groter en zwaarder werd.
Veel vrienden van toen, hebben hem de rug toegekeerd, zijn vrouw is nu na 25 jaar zijn ex.

De officier van justitie had een rekensom gemaakt, vanaf het moment dat Boudewijn als uitzendkracht in dienst kwam tot aan de ontmaskering.
Iedere maand grabbelde hij 5.000 euro extra aan inkomsten bijeen en dat ruim acht jaar lang. Opgeteld: een half miljoen euro.
Gemeenschapsgeld, benadrukt de officier van justitie.
Boudewijn: ‘Het was gewoon te gemakkelijk.’

Als financieel manager verhoogde hij voortdurend zijn salaris en gaf hij zichzelf gratificaties, met listige kunstgrepen schreef hij grote geldbedragen van de Publiq-rekening naar zijn privé-rekening, afgedekt door valse facturen die met knip- en plakwerk in elkaar waren geflanst.
Ook graaide hij 20.000 euro uit een kas waar contant geld in zat.
Ging hij op vakantie naar Denemarken of Tsjechië, dan pinde hij met heel het gezin met zijn (ons) Publiq-pasje.

Zo leefde Boudewijn vrolijk en op grote voet.

De rechters merken op dat Boudewijn heeft verklaard dat hij ging stelen om zijn schulden af te lossen. Dat dat zijn motief was.
Maar dat hij in al die jaren nauwelijks schulden afloste.
In plaats daarvan kocht hij een keer een dure auto.
Boudewijn luistert met het hoofd gebogen.

Rechters: ‘Het gaat om enorme bedragen. Waar is al dat geld gebleven?’
Boudewijn zegt dat hij daarop het antwoord schuldig moet blijven.
Rechters: ‘Toe nou.’
Boudewijn: ‘Ik weet het niet.’
De rechters blikken: en-dat-moeten-wij-geloven?

De rest van Publiq-Winschoten keek kennelijk acht jaren lang toe met de ogen dicht.
Was dat zo?
Wat zegt de man die directeur was van Publiq?
Hij is als getuige opgeroepen en moet in de rechtszaal onder ede de waarheid vertellen.
De man zegt dat hij van beroep directeur is, op tal van plaatsen en plekken.
De burgemeester van Winschoten had hem persoonlijk gevraagd Publiq onder zijn hoede te nemen.

De beroepsdirecteur kan de rechters niet veel vertellen, laat staan wijzer maken.
Eerder wilde hij niet meerwerken aan het onderzoek.
Nee, hij bemoeide zich niet met salarissen.
Wat de manager deed?
Geen flauw idee.
Misschien wel ballonnetjes opblazen.
Daar bemoeide de algemeen-directeur zich dus niet mee.
Deed hij de functioneringsgesprekken?
Nee, zegt de algemeen-directeur van Publiq, ik hield niet van functioneringsgesprekken.’

De rechters: ‘Verdachte beweert dat u op de hoogte was van zijn salarisverhogingen en gratificaties.’
De getuigende directeur: ‘Zeker weten van niet.’
Verdachte: ‘Hij zei, jij bent de baas en daar hoort een passend salaris bij, regel het maar.’
De rechters: ‘Zit de algemeen-directeur dan te liegen onder ede?’
Verdachte: ‘Misschien is hij het vergeten?’

Boudewijn zegt dat hij nog veel schaamte voelt over wat er is gebeurd, maar dat hij langzaam weer aan het opkrabbelen is.
Hij moet 693.000 euro aan de gemeente Winschoten terugbetalen, dat is inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Om niet bij diezelfde gemeente de hand op te hoeven houden, is hij voor zichzelf begonnen.
Met een eigen bedrijfje, niet ontevreden, hoopt hij zijn toekomst in te gaan.

De officier van justitie wil iets anders: ‘Ruim 5.000 euro per maand extra, acht jaar lang een extreem luxe leven, alleen een lange gevangenisstraf is dan op z’n plaats: 24 maanden, 8 voorwaardelijk.’
De kans dat Boudewijn de geschiedenisboeken zal halen, is zoals gezegd bijzonder klein.
Maar hij heeft wel zijn best gedaan.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 1 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gesproken: alle feiten bewezen. De afrekening: 24 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Dat is twee maanden meer dan er was voorgesteld door het Openbaar Ministerie. Een groot deel van het onderzoek is gedaan door een particulier onderzoeksbureau. Dat onderzoek bracht de fraude aan het licht waarna de gemeente aangifte deed. Het strafrechtelijk onderzoek is gebaseerd op de bevindingen van het particuliere bureau. De advocaat van de verdachte had om die reden vrijspraak gevraagd omdat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank heeft dit verweer verworpen. Het staat de politie (en justitie) vrij om gebruik te maken van bevindingen van particuliere bureau’s.

HET VONNIS

De leerplichtambtenaar

oude-gemhuis-bedum

Jan kreunt van de ellende.

Dat hoor je niet, maar het kan niet anders.

De rechters willen niet alleen weten wat er nou precies is gebeurd in de kleedkamer van het eerste, op de massagetafel met de deur op slot, maar ze willen ook dat hij het zegt.

Hardop.

 

Jan, 60 jaar, is niet van de generatie die gewend is man en paard te noemen.

Uit zo’n milieu komt hij ook niet.

Vandaar de ellende.

 

Het verdachtenbankje verandert in een soort martelkamer.

Een uur lang laten ze hem alle hoeken zien en op het moment dat je als toeschouwer denkt, nu weten we het wel, beginnen de rechters opnieuw naar de waarheid te zoeken.

Aan het einde is Jan veranderd in een hoopje menselijk drama.

Hij is al veertig jaar getrouwd en was leerplichtambtenaar.

 

Zo onberispelijk ziet hij er ook uit.

Als leerplichtambtenaar van de gemeente was hij belast met de handhaving en de zorg voor leerplichtkinderen.

In zijn vrije tijd was hij graag en vaak op zaterdag op het voetbalveld.

Daar kende iedereen hem als de joviale man die altijd snoepjes had.

En als er een speler onderuit ging, dan mocht Jan graag het veld in rennen met het waterzakje en de spons.

 

Jan had dan ook een cursus sportmassage gedaan.

In die hoedanigheid masseerde hij de halve voetbalvereniging.

Er deden wel eens gekke praatjes over hem de ronde omdat hij zich graag in de kleedkamers ophield.

Maar daar werd verder niets achter gezocht.

Zij die wel beter wisten, die schaamden zich dood en zeiden dus niks.

Rechters: U was gefascineerd, en misschien nog wel, door jonge jongenslichamen. Bij het masseren had u ook een andere werkwijze dan op cursus geleerd. Bij u moesten ze bloot op de tafel.

Jan knikt.

Hij had, zegt hij, met al die jongens een vriendschappelijke band.

 

Die band was zo vriendschappelijk dat een paar jonge vrienden zich vorig jaar bij hem thuis meldden.

Voor de woning riepen ze lelijke dingen en gooiden met modder.

Binnen dreigden ze boos met het vragen van zwijggeld.

Jan stapte naar de politie en toen kwam alles uit.

 

Uit kwam ook dat hij niet alleen als masseur bij het zaterdagvoetbal overactief was geweest, maar ook als leerplichtambtenaar.

Hij spoorde zijn jongens aan om toch vooral naar school te gaan, hun best te doen, een diploma te halen. Anders loopt het, zei hij misschien wel, nog slecht met je af.

Maar soms hadden zijn jongens geen zin, dan sliepen ze nog in bed, in plaats van op school.

En dan kon het gebeuren dat Jan ineens op de rand van het bed zat en de spijbelaar wakker streelde.

De moeder had het wel wat raar gevonden, die leerplichtambtenaar zo lang boven.

Maar vader zei dat zo iemand wel weet wat ie doet.

 

De spijbelaar moest wekelijks bij Jan aan het bureau op zijn werkkamer in het gemeentehuis komen.

Toen de leerplichtige eens last van zijn knie had, nam Jan hem mee naar boven, naar een zolderkamertje van het oude deel van het gemeentehuis.

Daar masseerde hij anders dan geleerd met hete zalf.

Rechters: Wat is dat nou voor geks?

Jan: ‘Ik hielp daar ook wel collega’s van ’t werk.’

Rechters: Op dat zoldertje?

Jan: ‘Ja.’

Rechters: Namen.

Jan noemt namen (bij de redactie bekend).

 

In mei vorig jaar was alles uitgekomen.

Hij had toen met zijn snoepjesreputatie te kijk gestaan, ook dankzij de pers, want zo groot is Bedum ook weer niet.

Nu gaat het niet goed.

Hij is zijn baan kwijt en zijn vrouw en dochters vinden het en hem vreselijk, maar bieden nog wel steun.

Het was niet gemakkelijk geweest te vertellen over zijn dubbelleven.

Dat hij naar de sauna ging in Veendam op avonden dat daar meestal mannen kwamen. Mannen ook die friemelden.

 

Gedragsdeskundigen denken dat Jan wel pedofiele neigingen heeft, maar in de kern geen pedofiel is.

Jan zegt dat hij nu alleen nog maar kan strijden en bidden tegen de neigingen.

Hij heeft zich aangemeld voor een behandeling.

Aanvankelijk werd gedacht aan anderhalf uur therapie per week. Bij nader inzien – na de intake – leek het de geschrokken therapeuten beter de behandeling op te schalen naar vier dagen per week.

Daar was Jan weer van geschrokken.

Zo hij ook schrikt – dat kan niet anders – als de officier van justitie haar strafeis formuleert: 24 maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk. De best passende reactie, noemt ze haar eis.

Jan zegt met gebogen hoofd dat hij het begrijpt en dat hij spijt heeft.

Even daarvoor had hij nog gezegd, dat hij niet de enige was geweest, hij in Bedum met de jongens.

Jan: ‘Ook de melkboer…’

Rechters: Zeg dat niet!’

 

 

Rob Zijlstra

.


UPDATE – 16 april 2009 – uitspraak
De leerplichtambtenaar van Bedum is veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. Aan twee slachtoffers moet hij in totaal 3000 euro betalen.

.

UPDATE – 28  januari 2011 – uitspraak hoger beroep
Het gerechtshof in Leeuwarden heeft de leerplichtambtenaar veroordeeld tot 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk.  Daarmee onderschrijft het hof de uitspraak van de  rechtbank Groningen. Naast de straf moet hij aan de twee slachtoffers in totaal 3.000 euro schadevergoeding betalen.  Het openbaar ministerie had twee weken geleden  een hogere straf geeist: 2 jaar onvoorwaardelijk.

HET ARREST [volgt]