Meer voor mannen

soms heb je geen journalisten nodig
om het extra spannend te maken

 

Mannen knokken.
Dat hebben mannen altijd gedaan.
Eens was er een tijd dat het helemaal niet raar was dat er zo nu en dan – na bier – een stevig robbertje werd gevochten.
Na verloop van tijd zijn we dit volksgebruik minder gaan waarderen.
Net als stierenvechten zeg maar.

Vandaag de dag is de beschaving zover gevorderd dat een knokpartij wordt beschouwd al een misdaad en dat deelnemers eindigen in rechtszalen en zelfs achter tralies.
Vraag het maar aan Galliano (22) of aan Dirk (ook) uit Appingedam.

Er was bij Galliano een klein feestje, met bier, met wodka en spelletjes.
Wie het meeste staand kon drinken bijvoorbeeld.
Vriend Paul deed zo z’n best te winnen dat hij laveloos werd afgevoerd.
Dat deed de gezelligheid geen goed.
Toen Mark, een andere vriend, besloot Galliano eens flink de waarheid te vertellen (‘je vriendin is bang voor je’) ging het mis.
Mark en Galliano begaven zich als mannen naar de tuin om elkaar daar diep in de ogen te kijken.

Mark verklaart: ‘Ik werd plots bij de keel gepakt, kreeg twee vuistslagen op de ogen en viel op de grond. Daarna zag ik een voet aankomen en daarna werd alles zwart.’
Galliano: ‘We stonden daar en ineens probeerde hij mij, tot drie keer toe, een kopstoot te geven. Ik wilde weer naar binnen gaan, maar hij ging voor de deur staan, hield me tegen. Toen heb ik twee keer geslagen. Dat klopt. Maar ik heb hem niet tegen het hoofd geschopt. De agressie ging van hem uit.’

Een officier van justitie gelooft bijna altijd het slachtoffer.
Ook in dit geval.
Ze zegt: ‘Vriend Mark mag dan vervelende opmerkingen hebben gemaakt, irritant zijn geweest, het geeft verdachte niet het recht iemands schedel kapot te trappen.’
Wie vandaag de dag met geschoeide voet tegen een kwetsbaar lichaamsdeel schopt – het hoofd is zo’n deel – maakt zich per definitie schuldig aan een poging tot doodslag.
Ook al waren het gympies.

Galliano moest zich voor nog een akkefietje verantwoorden.
Hij had een cocaïne-dealer beroofd van diens tas met handel op de parkeerplaats bij de grote Albert Heijn.
Hij wil de rechters doen geloven dat hij dat deed omdat hij had vernomen dat de dealer ook drugs verkocht aan minderjarigen.
Daar wilde hij de handelaar op aanspreken en als bewijs dat het een heuse dealer betrof, had hij de drugs meegenomen.

De rechters: ‘Hoe logisch is dat?’
Galliano: ‘Tja, wie ben ik ook om zoiets te doen?’
De officier van justitie: ‘Hij heeft een deel van het bewijs ook nog eens zelf opgesnoven.’

Galliano laat weten dat hij – nu hij al zes maanden vastzit en vader is van een zoontje van 2 – goede voornemens heeft.
De officier van justitie vindt dat de verdachte die goede voornemens vooral moet blijven koesteren omdat er eerst moet worden afgerekend, vooral in de vorm van vergelding.
Ze eist vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.

En dat allemaal in Appingedam, een stad die volgens een dagblad qua onveiligste gemeente des lands op plek 112 staat, net na Coevorden, net voor Haarlemmermeer (met Schiphol binnen de grenzen).

Dirk woont ook in Appingedam.
Op de dag dat hij 22 jaar is geworden en daarom bezoek heeft, gaat hij even snel naar het vlakbij gelegen café om shag te kopen.
Zijn vriendin gaat mee.
In het cafe is een feestje van mannen met stropdassen die allemaal een diploma hebben behaald. Wanneer Dirk en vriendin de zaak weer verlaten, probeert een stropdas haar in de billen te knijpen.
De andere gestropte heren fluiten haar hitsig na.

Zij zegt dat dat wel vaker voorkomt, maar Dirk is boos.
Thuis vertelt hij een tikkeltje opgefokt aan het verjaardagsbezoek wat er zojuist is gebeurd.
Het 15-jarige neefje – een man in wording – denkt zijn oom een goede dienst te bewijzen en gaat in z’n uppie en met gebalde vuisten naar het café.
Niet heel veel later keert hij terug, met een bebloed gezicht.
In een stoel raakt hij buiten bewustzijn.

Dirk tegen de rechters: ‘Ik had nog tegen hem gezegd dat ik geen trammelant wilde, hij is er heengegaan zonder dat ik dat wist.’
Terwijl vrouwen zich om het neefje bekommeren – hij wordt weggevoerd met een ambulance – gaan de mannen met opgestroopte mouwen richting het café vol stropdassen.
De officier van justitie rept van een ‘georganiseerde aanval’.
De knokpartij die volgde – zegt de aanklager – zette heel Appingedam op de kop.

Soms heb je geen journalisten nodig om het extra spannend te maken.

De officier van justitie vertelt dat het politieonderzoek dat is ingesteld, moeizaam is verlopen.
Er waren veel getuigen, maar veel getuigen zijn bang te praten, bang voor represailles.
Er zijn zelfs mensen, zegt nog steeds de aanklager, die zo bang zijn dat ze niet meer op stap durven in Appingedam.
Na twee moeizame maanden heeft de politie een paar verdachten op het oog: Dirk, een jongere broer van Dirk en het 15-jarige neefje.
Ze worden met arrestatieteams van de politie op een ochtend in alle vroegte gearresteerd.
Daarbij worden voordeuren met een stormram (de rammeneur, zeggen ze bij de politie in Groningen’) ingebeukt.
De reden: er spookten geruchten door Appingedam dat Dirk over wapens beschikte vanwege zijn lidmaatschap van Satudarah.
Er zijn geen wapens aangetroffen.

Dirk zegt tegen de rechters dat ‘ie een jongen een drukker heeft gegeven.
Bij de Scapino.
Alleen dat.
Meer niet.
Daarna is hij weggegaan.
Tegen de rechters: ‘Maar goed, ik heb mijn aandeel d’r in gehad, achteraf hartstikke dom.’
Hij overweegt Appingedam te verlaten om elders een nieuwe start te kunnen maken.

Om zich los te maken is hij alvast gestopt met zijn opleiding HBO-rechten.
De rechters: ‘Oh.’
Dirk: ‘Ik vond het saai, droge stof.’
De rechters: ‘In de boeken is het altijd saaier dan hier in de rechtszaal.’

De officier van justitie heeft geen indicaties van geschoeide voeten en kwalificeert het geknok als openlijke geweldpleging.
Het broertje van Dirk hoort bij de kinderrechter een werkstraf van 40 uur eisen.
Dirk zelf moet wat de officier van justitie betreft zestig dagen in een cel opknappen.
Het neefje kon niet komen vanwege de schoolexamens.
Hij moet later.

Mannen knokken.
Er zijn geen signalen die erop wijzen dat dit in de toekomst anders zal zijn.

Rob Zijlstra

update – 1 juni 2015 – uitspraak
De rechtbank heeft Dirk vrijgesproken. Er is geknokt door personen, maar het is onvoldoende duidelijk wie die personen zijn geweest. Daarom kan Dirk niet worden veroordeeld wegens openlijk geweld. Dat hij iemand een duw heeft gegeven, zegt hij zelf, mag zo wezen, niet duidelijk is tegen wie. Ofwel, ook hier vrijspraak. Het minderjarige broertje van Dirk is deels vrijgesproken. Wat rest is: 60 uur werkstraf waarvan de helft voorwaardelijk.

update – 4 juni 2015 – uitspraak
Galliano is door de rechtbank veroordeeld wegens een diefstal met geweld. De poging tot doodslag is niet bewezen. Daarom ook een lagere straf dan de eis: 14 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

Politiekogels

24-kogels_23178976Harm heeft zijn beste kleren aangetrokken en wacht.
Hij wacht tot hij aan de beurt is.
Verdachten die in de middag in zittingszaal 14 moeten komen opdraven, hebben soms de pech van uren wachten.

Het is niet de enige pech van Harm.
Bijna een jaar geleden werd hij neergeschoten.
Een kogel ging door zijn hand.
Dat was de hand waarin hij het keukenmes vasthield.

Een tweede politiekogel ging eerst door zijn linkerbeen.
Er dwars door heen.
En toen door het rechter bovenbeen via een bot in de knie.

De knie is stuk en de kans dat Harm ooit weer gewoon zal kunnen lopen is er niet.
Hij heeft er dagelijks last van.
Traplopen gaat moeizaam, fietsen kan niet meer.

Zijn advocaat zegt dat Harm de rest van zijn leven invalide zal blijven.
Harm is veertig jaar en gaat met een persoonlijkheidsstoornis door het leven.
Borderline.
Hij heeft zo’n beetje alle psychiatrische instellingen in Noord-Nederland als eens bezocht.

Vorig jaar juli woonde hij bij zijn vriendin in Appingedam.
In zijn beste pak en met een vinger aan het hoofd vertelt hij gedetailleerd en met de rust van een dorp aan de rechters wat er is gebeurd.
Dat hij heel erg in zijn hoofd aan het denken was, dat zijn vriendin hem had geïrriteerd, dat hij een groot mes had gepakt en dat zij toen vluchtte, ging schuilen bij de buren.
Dat hij zijn broer had gebeld en had gevraagd of die snel wilde komen.
Als het mis dreigt te gaan belt hij altijd zijn broer.

De politie kwam rap met twee auto’s.
Harm tegen de rechters: ‘Ik keek naar het dienstwapen. De radertjes in mijn hoofd gingen werken. De gedachte was, hoe kan ik het wapen pakken. Ik vroeg me ook af of er een kogel inzat. Tegelijkertijd dacht ik, het heeft geen zin, het kan niet.’

De rechters: ‘U weet het allemaal nog precies.’
Harm: ‘Ik ben een denker.’

Een van de agenten maakte een opmerking.
Harm verstond dat als: ‘wie denk jij wel niet dat je bent?
Zegt: ‘En dat was net even te veel. Er zat zo veel adrenaline in mij. Ik dacht, wat jullie kunnen, kan ik ook.’

Hij pakt opnieuw een mes.
Voor hem staan vier agenten.
De afstand?
Vijf meter.
Harm: ‘Ze zeiden, leg het wapen weg. Ik hoorde dat wel, maar het drong niet door. Toen gebruikten ze peperspray. Dat hielp niet.’

Een eerste knal.
De kogel doorboort zijn hand.
Hij pakt het mes bij de punt en wil gooien.
Een tweede knal, in de benen.
Drie seconden later ligt Harm geboeid op de grond.
Hij moet huilen en roept naar zijn vriendin dat hij dit ook niet heeft gewild.

Rechters: ‘De agenten voelden zich bedreigd. Ze zijn bang geweest. Kunt u zich dat voorstellen?’
Harm: ‘Ja, eigenlijk wel.’
De rechters vertellen dat de agent heel lang heeft gewacht met schieten, omdat hem dat veel moeite kostte. Maar op een gegeven moment moest hij wel.’
Harm zegt dat hij het jammer vindt dat er is geschoten.

De officier van justitie komt met twee dingen.
Ten eerste, zegt hij, dat Harm de intentie had om met dat mes in zijn hand een agent te raken.
Maar dat er geen uitvoeringshandeling was van die intentie.
En dat er dus juridisch bezien gesproken dient te worden van een bedreiging.
Van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De strafeis: zes maanden celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.
Een strafeis dus als een stevige waarschuwing.
In de hoop dat Harm – de denker – een volgende keer wel tien keer nadenkt alvorens hij nog een keer gekkigheid uithaalt.

Ten tweede: de agenten zijn heel bang geweest.
De officier van justitie: ‘Het was voor de betrokken agenten een zeer ingrijpende situatie.’
De agent die Harm neerschoot wil nu 750 euro smartengeld van hem hebben
De drie agenten die er bij stonden claimen elk 600 euro.

De officier van justitie: ‘De grondslag voor een immateriële schadevergoeding is er. Je bent agent, maar dat betekent niet dat je geen schadevergoeding kunt eisen. Een agent die moet schieten kan psychische schade oplopen. Wie dat niet ziet is een beetje wereldvreemd.’

Harm schrikt ervan.
Drie keer 600 euro en nog eens 750 erbij, dat heeft hij nooit.
Hij zegt: ‘Dit overrompelt mij. Ik heb maar een klein inkomen, ik zou niet weten waar ik dat geld vandaan moet halen.’

Harm’s advocaat schrikt niet maar zegt dat hij er grote moeite mee heeft.
Zegt: ‘Vier agenten hebben het gierend uit de klauwen laten lopen. Daar heeft Harm aan bijgedragen, maar de agenten ook. Die hadden de-escalerend moeten optreden. In plaats daarvan is het geëscaleerd.’

Harm’s advocaat zegt dat hij er grote moeite mee heeft dat agenten geld claimen van een verwarde man die geen cent heeft.
Hij vraagt: ‘En als die agenten dat geld dan krijgen, zijn ze dan niet meer bang?’

Rob Zijlstra

 

Schermafbeelding 2013-06-25 om 17.31.17.

 Vandaag ook  in Dagblad van het Noorden: de politie, een letselschade-specialist en de strafrechtadvocaat over de vraag ‘idioterie of passend bij de tijd van nu?’

geldzien

UPDATE – 1 juli 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan. Harm is veroordeeld tot 2 maand voorwaardelijke celstraf. Aan de vier betrokken agenten moet hij 250 euro p.p. betalen. Motivatie in vonnis volgt.

UPDATE – 4 juli 2013 – motivatie
De rechtbank motiveert (helaas) niet waarom de agenten recht hebben op een immateriële schadevergoeding. Wel staat in het vonnis dat de geclaimde bedragen ‘ in de gegeven omstandigheden’ te hoog zijn.  Er staat verder: ‘Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de agenten. Voor zover dezen daardoor schade in hun persoon hebben geleden kunnen zij immateriële schade vorderen.  Bedreigingen zoals door verdachte begaan kunnen zonder twijfel leiden tot immateriële schade…’

Jeminee

Je zou het niet zeggen, omdat het hem niet is aan te zien.
Maar het is wel zo.
Wiert is al twaalf jaar verslaafd. Het eerste jaar alleen aan softdrugs, maar daarna al ras aan alles.
Als het maar niet met een naald hoeft.

Je zou ook kunnen zeggen dat Wiert in zijn hele leven twaalf jaar clean is geweest.
Want ook dat is zo.

Hij is 24 jaar.

Wiert kijkt niet vrolijk als hij zittingszaal 14 van de rechtbank Groningen in zijn mooie zwarte pak met blauwe sokken betreedt. Als de officier van justitie zegt dat hij wordt verdacht van een poging tot doodslag, knikt hij met het hoofd gebogen, nauwelijks zichtbaar.

Het is een merkwaardig verhaal dat zal volgen.

In de avond van 20 mei dit jaar krijgt de politie een telefoontje vanuit het Delfzicht-ziekenhuis in Delfzijl. Daar is een man binnengebracht met steekwonden. Niet heel ernstig, hechten volstaat, maar toch.
Het slachtoffer zegt dat hij is neergestoken door een vriend.
Door Wiert.
Zomaar ineens.

De politie gaat naar de woning van Wiert, maar treft hem niet thuis. De volgende dag meldt hij zich vrijwillig aan het bureau.
Zegt dat hij het heeft gedaan. Dat het een grapje was. Aanvankelijk, maar daarna paniek.

Wiert wil nu weg uit Appingedam.
Zegt: ‘Ik ken daar te veel mensen te lang. Ik kan ze niet meer ontlopen. Daarom moet ik daar weg.’

Wiert had een baan in een fabriek in Hoogezand. Toen hij werd ontslagen, sloot hij zich aan bij een groepje dat dagelijks rondhangt op het plein bij de oude Nicolaikerk in het centrum van Appingedam.
Beetje voetballen, beetje bier drinken, beetje jointjes roken.
Wiert zegt dat hij heel de dagen niks had te doen.

Op die dag in mei hangen ze, hoewel eigenlijk al te oud voor een hangplek, daar ook. Er wordt flink geconsumeerd. Aan het begin van de avond besluiten ze naar het huis te gaan van Edwin.
DVD’tje kijken van Bert Visscher, flink lachen.
De sfeer is daar ook naar, het is gezellig, dikke lol.

Op een gegeven moment gaan twee van de zes aanwezige vrienden even weg, sigaretten kopen. Twee anderen lopen naar de keuken, om iets te drinken in te schenken. Wiert is op dat moment alleen met Willem in de woonkamer.

Willem verklaart dat het zomaar gebeurde. Ineens was Wiert op hem afgekomen en stak. Twee keer door de spijkerbroek heen in het bovenbeen, vier centimeter diep, en toen eenmaal in de bovenarm, een snee van vijf centimeter. Hij zei geen woord.

Wiert: ‘Ik gooide een bolletje cocaïne op tafel. Willem pakte het bolletje en zei: die ben je kwijt. Ik dacht dat het een grapje was. Voor de grap pakte ik het mes dat daar lag om bierflesjes mee open te maken. Ik zette het mes op zijn been. Toen stak ik. Het ging heel snel. We schrokken allebei. Toen ik besefte wat ik had gedaan, raakte ik in paniek en moet toen nog tweemaal hebben gestoken.’

Rechters: ‘Het had heel anders kunnen aflopen.’
Wiert: ‘Ja.’
Rechters: ‘Het was geen bewuste actie?’
Wiert: ‘Nee.’
Rechters: ‘Er was die avond flink gedronken.’
Wiert: ‘Ja.’

In het dossier hadden de rechters gelezen dat Wiert die dag zo’n 25 flesjes bier had gedronken, tien tot vijftien XTC-pillen had geslikt, vijf of zes jointjes had gerookt en één gram cocaïne had gesnoven.

De rechters – wel wat gewend – voegen hier niet de opmerking aan toe hoe zoiets in vredesnaam mogelijk is, zo een hoeveelheid genotmiddelen op één dag.
Maar je ziet het ze wel denken: jeminee.

Rechters: ‘Wist u eigenlijk nog wel wat u deed?
Wiert: ‘Nee.’

Hij zegt dat iedereen zo veel had gebruikt. Nou ja, sommigen misschien iets minder, maar dat heel Appingedam zo gebruikt als hij dat doet. Dan bedoelt hij heel Appingedam van zijn leeftijd.
Heel de dag verveling, alcohol, joints, pillen, cocaïne.

Rechters: ‘Zo leven jullie van dag tot dag.’
Wiert: ‘Ja.’

Als Willem bloedend op de grond ligt, komen de twee drinkvrienden uit de keuken gesneld. Als ware EHBO’ers verbinden ze hem met theedoeken. De geschrokken Wiert brengt zijn slachtoffer vervolgens met de auto naar het ziekenhuis in Delfzijl.

Een kwalijk feit dat zich afspeelde in een vreemde situatie, vat de officier van justitie de gebeurtenissen samen.
Gezien de lichte verwondingen verzoekt hij de rechtbank Wiert vrij te spreken van de poging tot doodslag.
Juister is een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Dat het letsel niet zwaar was, doet niet ter zake.
Wie steekt met een mes, doet wel de poging.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van vijftien maanden.
Daarvan moet Wiert vijf zitten, de overige tien mag voorwaardelijk.
En daarna moet Wiert in behandeling bij de verslavingszorg, vier weken Vondellaan in Groningen en dan negen maanden Breegweestee te Eelde.
Daarna nooit meer Appingedam

Wiert wil dat wel.

De rechters willen nog weten hoe het zit met zijn drugsgebruik nu. En hoewel Wiert sinds 21 mei zit opgesloten in de gevangenis, is dat geen rare vraag.
Wiert: ‘In het begin gebruikte ik nog wel drugs, maar de laatste maanden niet meer.’
Rechters: ‘Dat is mooi.’
Wiert: ‘Ik kan nu ook weer helder denken.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 september 2009 – uitspraak
Conform de eis, aldus de rechtbank: vijftien maanden celstraf waarvan tien voorwaardelijk. En daarna mag verslavingszorg overuren draaien.

De sukkel

expositie gevangenismuseum veenhuizen

expositie gevangenismuseum veenhuizen

Strafrechtadvocaat Wim Anker is bijvoorbeeld tegen de levenslange gevangenisstraf in Nederland.
Alleen als het echt niet anders kan, zegt Anker, dan kan het.
Maar veel beter is van niet.
Anker zegt dan bijvoorbeeld dat wie levenslang heeft, geen perspectief meer heeft.
Zo iemand kan geen streepjes op de deur zetten.
Kan niet turven.
Nooit: hoe lang nog.

Donderdag stond William terecht.
De officier van justitie noemde hem een griezel.
In ieder geval griezelig.
William ziet er niet griezelig uit.
William heeft wel een kort lontje, dat zegt hij zelf ook.

Best wel een probleem, zegt hij.
En als hij dan bier drinkt en cocaïne snuift alsof het frisse lucht is, dan gaat het vaak mis met hem.
En met de mensen die op dat moment in zijn buurt zijn.
Die krijgen kopstoten en als ze niet gauw doorlopen zomaar optetters.
In de rechtszaal zit William heel zelfverzekerd te zijn, hij permitteert zich zelfs een beetje stoer te doen.

Misschien komt dat door zijn leeftijd, begrijpt hij het nog niet helemaal of allemaal.
William is ook nog maar 21 jaar.
Misschien voelt hij zich al heel wat, nu hij niet meer met lego speelt.
Maar eigenlijk is William een sneue jongen, een sneue sukkeljongen.

William is zo’n jongen die nog denkt sterker te zijn dan de frisse lucht.
De officier van justitie eist geen levenslang.
Net niet.
Ze wilde een tbs met voorwaarden.
Een tbs met dwang hangt dan als schrik boven het hoofd.

Maar bij een tbs-eis horen nu eenmaal rapportages en rapporten van deskundigen en die waren er niet tijdens de zitting.
En de rechters voelden er niets voor om de zaak aan te houden, daarvoor uit te stellen, de rechters wilden gewoon een eis.
De rechters zeiden, kom op officier, we willen over twee weken uitspraak doen.

Dus.

Om dit verhaal tot een goed einde te brengen, moet ik nu terugkomen op of Wim Anker, of op levenslang of op de streepjes op de deur.
De streepjes op de deur.

William had niet alleen menigeen mishandeld, in café Jansen in Appingedam waar hij niet mocht komen maar waar hij wel was gekomen om er de confrontatie te zoeken, William had ook de muur van zijn cel vernield.
Zo staat dat in de dagvaarding.
William had dus zijn naam op de celmuur geschreven.

Zijn naam tussen al die andere namen en streepjes.
Nou, en bij de politie pikken ze dat niet, niet meer.
Dus deed de politie aangifte bij zichzelf en toen de officier van justitie die aangifte onder ogen kreeg, besloot ze William niet alleen voor de mishandeling, maar ook voor de vernieling van de celmuur te vervolgen.

De sukkeljongen gaf het toe dat hij het op de muur had gedaan.
De officier van justitie eiste uiteindelijk vijftien maanden celstraf waarvan vijf voorwaardelijk wegens de mishandelingen bij Jansen, maar hield ook rekening met de vernieling van de muur

Ik dacht, het is best wel idioot in Nederland als sukkels niet eens meer op muren mogen schrijven.

Rob Zijlstra

EXPOSITIE GEVANGENISMUSEUM VEENHUIZEN

 

UPDATE – 16 juli 2009 – uitspraak
Bedreiging en de mishandelingen bewezen, William verminderd toerekeningsvatbaar – rechtbank legt 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk op met een tenuitvoerlegging van 1 maand die hij bij eerdere veroordeling voorwaardelijk kreeg opgelegd.