Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

Jurkje van taft

Schermafbeelding 2015-08-30 om 10.40.32Er verschijnen steeds meer Drentse verdachten in de rechtbank van Groningen.
Dat is helemaal niet erg, zij het dat de verdachten uit Drenthe zelf misschien liever thuis in Assen terechtstaan.
De 66-jarige Gert uit Hoogeveen die afgelopen week in zittingszaal 14 moest komen opdraven vond het vreselijk.
Geëmotioneerd riep hij: ‘Ik begrijp niet dat ik hier zit.’

Waarom er steeds meer Drenten in Groningen voor de strafrechter moeten verschijnen, laat zich raden.
Er doen momenteel wilde geruchten de ronde en als die geruchten waarheid worden, betekent dit dat het neoclassicistische gerechtsgebouw in Assen – sinds 1840 aan de Brinkstraat – over een paar maanden op slot gaat.
Het lijkt daar een aflopende zaak.

Wie straks op Drents grondgebied een strafbaar feit pleegt en tegen de lamp loopt (dat moet wel), moet niet raar opkijken dat hij naar Groningen moet om verantwoording af te leggen.
Een Drentse advocaat vertelde deze week dat zij nu al en steeds vaker voor zelfs heel eenvoudige strafzaken naar Groningen moet reizen.
Zo had ze onlangs een burenruzie over een heg in Meppel gehad met over en weer bedreigingen. Moesten ze met z’n allen naar de Groninger politierechter.

Maandag aanstaande komt er meer duidelijkheid over de toekomst van de rechtspraak in Assen, Leeuwarden en Groningen.

Gert, bij aanvang al bijna op van de zenuwen, legt aan de rechters uit hoe het zit.
Hij zegt geroerd: ‘Ik heb ik veel gekkenhuizen gezeten. Eenzaamheid is mijn naam. Ik heb vaak zelfmoord proberen te plegen. ’t Is me nooit gelukt. Ze vonden me altijd net op tijd. Gelukkig maar, want als ik op mijn scooter door het mooie Drentse bos rijd, dan is het leven mooi.’

Gert begrijpt niet dat hij in Groningen voor de rechter zit.
Hij heeft niets gedaan.
In Assen zou hij hetzelfde zeggen.
Dat zijn ex-vriendin, aangifte heeft gedaan, noemt hij ‘jammer, jammer, jammer’.
Heel zijn leven had hij geprobeerd een gezin te stichten.
Helaas, treurt hij, is dat niet gelukt.
Zijn eerste vrouw liep op een dag zomaar weg, de tweede pleegde zelfmoord en de derde vrouw haakte na zeven jaar af.
Gert zegt nog steeds niet te weten waarom ze dat deed.
‘Ik heb een verschrikkelijke tijd gehad.’

Hij geeft ietwat beschaamd toe dat hij wel seks heeft gehad met Gerda.
Tegen de rechters: ’Eerst wat strelen en toen friemelen op bed. Als je dat seks kunt noemen, heerlijk.’

Gert had haar leren kennen in het winkelcentrum.
Eerst had hij een keer hallo gezegd.
Daarna had hij haar uitgenodigd voor een kopje koffie, voor een bakkie.
Zegt: ‘Gewoon leuk, want ik heb voor iedereen de deur open.’

Rechters: ‘U wist dat er iets met haar was, dat ze licht verstandelijk beperkt was? Dat ze bijvoorbeeld niet kon lezen en schrijven?’
Gert: ‘Nee, nooit gemerkt. Ze was zeer assertief. Ze had een begeleider. Maar die heb ik ook en ik ben ook normaal. Dat ze niet kon lezen en schrijven wist ik wel. Daarom wilde ik een laptop voor haar kopen. Ze was gewoon een heel leuk kind, ik zei, ik ga je leren lezen en schrijven meisje.’
Rechters: ‘U wist wel hoe oud ze was?’
Gert: ’55.’

Heel lang had de romance niet geduurd.
Gerda kreeg een relatie met een gekke vent uit Assen, vertelt Gert.
‘Ze wilden trouwen, ze had de ring al om haar vinger. Maar toen maakte hij het uit. Per telefoon. Toen kwam ze weer bij mij.’

Rechters: ‘Dat was twee jaar later.’
Gert: ‘Ineens stond ze daar. Dat vond ik zo mooi. Met blote benen. Ze droeg een roze jurk, van taft. Ze had rode pumps aan en een diep uitgesneden blouse, een beetje geelachtig. En ze was zo mooi opgemaakt.’
Gert glundert zoals nog nooit iemand in de Groninger verdachtenbank glunderde.’
Een van de rechters: ‘U was verliefd op haar he?
Gert, heel even stralend: ‘Ja man.’

Eerst kwam er een melding vanuit de GGZ in Assen waar Gerda onder behandeling stond vanwege haar depressiviteit.
De melding luidde dat een man uit Hoogeveen seksueel misbruik had gemaakt van Gerda.
Dat had ze aan haar behandelaar verteld.
Iets later belde ze op om het uit te maken.
Daarna was er politie aan de deur geweest.
Gert: ’Agenten vertelden dat ik grote problemen had. Ik kreeg er kippenvel van. Ik vond het zo erg.’
Na de melding van de GGZ volgde de aangifte.

Een vrijwilliger van slachtofferhulp leest een brief voor waarin Gerda laat weten dat ze veel heeft gehuild, dat ze herbelevingen heeft, dat haar hondje er ook onder lijdt en dat ze zich wanhopig en onmachtig voelt, dat ze Gert een vieze verkrachter vindt en dat ze een tijdje drie keer per week op het station in Assen stond om er een einde aan te maken.
Er rollen nu tranen uit de ogen van Gert.
Snikt: ‘Ik heb medelijden met haar. Het is zo jammer jammer, jammer.’

Op de dagvaarding staat dat Gert seks heeft gehad met iemand met een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die daardoor niet in staat was haar wil te bepalen.
Als je dan toch seks hebt, is er sprake van een zekere dwang.
Dat kan maximaal acht jaar celstraf opleveren.

De officier van justitie heeft niet veel woorden nodig.
De aanklager stelt vast dat er seks is geweest, omdat beiden dat zeggen.
Zij zegt gedwongen, hij zegt dat het van beide kanten vrijwillig was.
Het enige belastende is de verklaring van het slachtoffer, een verklaring die door niets anders wordt ondersteund.
En dan is het bewijs te dun.
Dat Gerda licht verstandelijk gehandicapt is, is waar, maar niet zodanig dat ze niet in staat was om nee te zeggen.

Oftewel: de officier van justitie verzoekt de rechtbank om Gert vrij te spreken.
Als de advocaat aan het pleidooi wil beginnen, zegt een van de rechters dat ze het kort kan houden, gezien de eis.
De advocaat kijkt wel link uit en doet uitvoerig haar verhaal waar ze een dag op heeft zitten ploeteren.

Waarom de officier van justitie een man als Gert voor de rechter sleept om vervolgens te eisen dat hij wordt vrijgesproken, is mij een raadsel.
Dat er onvoldoende bewijs was, was haar immers bekend.
Gezien de opmerking van de rechter (hou het maar kort) is de verwachting gerechtvaardigd dat de Groninger rechters de Drent over twee weken ook daadwerkelijk zullen vrijspreken.

Gert nam alvast een voorschot op de uitspraak: ‘Dank u wel. Ik ben nu heel blij.’

Rob Zijlstra

update – 10 september 2015 – uitspraak
Ger kan blij blijven. De rechters hebben hem integraal vrijgesproken. Geen dwang en Gerda was heus in staat haar wil te bepalen, vinden de rechters.

Groningen – Assen

poesIn de krant stond vorige week een vermakelijk bericht.
Er was een poes in haar eentje van Groningen naar Assen gereisd.
Met de bus.
Oorspronkelijk kwam het beestje, al weken vermist, uit Leeuwarden.
Hoe een en ander is gegaan vertelt het bericht niet.
Bij dit vrolijke verhaaltje dacht ik eerst, wat een bijzondere poes.
Vervolgens: zou het wel echt waar zijn?

Op de dag dat de reislustige poes haar reis zou hebben gemaakt, moest de op Sardinië geboren Pelle (53) zich melden in zittingszaal 14 en dat was niet vanwege een vermakelijke gebeurtenis hoewel ook hij zich had verplaatst van Groningen naar Assen.
Pelle wordt beschuldigd van zes pogingen tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij politiemensen.
Dat het bij pogingen is gebleven komt omdat hij de uitvoering van de voorgenomen misdrijven niet heeft voltooid.
De agenten bleven ongedeerd.

Het is een raar verhaal dat zich in februari vorig jaar afspeelde.

Pelle staat met zijn kleine Daihatsu te wachten voor een verkeerslicht in Groningen.
Op een ander deel van de kruising staat een politieauto hetzelfde te doen.
De politieauto krijgt groen en trekt op.
Op dat moment zien agenten de Daihatsu de kruising oprijden, richting ringweg.
De dienders stellen eensgezind en rap vast: die rijdt door rood.

En dan gebeuren er alleen nog maar gekke dingen.

In de Daihatsu zit Pelle met een vriendin.
De twee agenten rijden achter hen aan, want het rijden door rood is niet wat is afgesproken.
Het valt de agenten op dat de auto een beetje slingert.
Besloten wordt om het voertuig aan de kant te zetten.
Om dat te bewerkstelligen wordt het stopteken gegeven.

De kleine Daihatsu trekt zich daar niets van aan.
In plaats van te stoppen rijdt Pelle de ringweg op, geeft flink wat gas en slaat op het Julianaplein linksaf, de A28 op, richting Assen.
De snelheden worden opgevoerd.
Ter hoogte van Haren gaan de toeters en bellen van de inmiddels twee achtervolgende politieauto’s aan.
Via de meldkamer wordt om bijstand gevraagd waarna nog eens twee politiewagens zich bij de achtervolgers aansluiten.
Het gaat er wild aan toe.
Zo wild dat een medeweggebruiker moet uitwijken en in de berm belandt.

Rechters tegen Pelle: ‘Wat een gekke toestand.’
Pelle: ‘Ik had het niet door. Ik had niet in de gaten dat het politieauto’s waren. Ik ben ook doof aan een oor.’
Rechters: ‘Had u een lijntje gesnoven, een lijntje cocaïne?’
Pelle: ‘Nee, ik gebruik geen drugs.’

De officier van justitie vertelt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de politie halverwege de achtervolging vanuit de berm langs de A28 heeft geschoten op de razende Daihatsu met Pelle en zijn vriendin er in.
Er was gericht geschoten op de banden, om de auto zo tot stilstand te dwingen, zegt de officier van justitie.
Er zijn geen aanwijzingen dat Pelle van de maffia is.
Hij bakt pizza’s.

De Rijksrecherche zal het vast en zeker hebben uitgezocht en in vertrouwen aan de politie hebben gerapporteerd dat de politie met dat geschiet de juiste keuze heeft gemaakt.
Misschien met de kanttekening dat de agenten in voorkomende gevallen wel raak moeten schieten.
Want de Daihatsu scheurde gewoon door.

Rechters: ‘Hoezo niks gemerkt?’
Pelle: ‘Ik was bang, ik was in paniek.’
Rechters: ‘Bang? Hoezo?’
Pelle: ‘Ik wilde zo snel mogelijk naar het politiebureau in Assen. Ik dacht als ik daar ben, dan ben ik veilig.’

Kort na de tweede afslag van de A28 in Assen wordt Pelle op een rotonde tot stilstand gedwongen omdat een politieauto opzettelijk tegen hem aan botst.
De rare gebeurtenissen zijn dan nog niet voorbij.
De agenten proberen hem met trek- en duwwerk uit de auto te krijgen.
Pelle: ‘En ik probeerde binnen te blijven.’

In die poging geeft hij nog een keertje gas waardoor de auto ineens achteruit schiet.
Een agent kan nog maar net wegspringen, een ander komt bijna klem te zitten.
Uiteindelijk wordt Pelle overmeesterd en wordt hij, lelijke woorden roepend, geboeid en afgevoerd.

Tijdens de achtervolging op de A28 zou hij ook hebben geprobeerd zijn volgers van de weg te drukken.
Rechters: ‘Beseft u dat het gevaarlijk is om op de snelweg met hoge snelheid te botsen.’
Pelle snapt dat en zegt: ‘Ja, heel gevaarlijk voor mij.’
De officier van justitie is er snel mee klaar. ‘Meneer heeft deze feiten bij vol verstand gepleegd, de zes slachtoffers zijn gezagdragers. Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’

Vier van de zes agenten hebben aangifte gedaan en eisen schadevergoedingen van tweemaal 350 en tweemaal 522 euro.
De advocaat van Pelle zei (vrije vertaling): ‘Tsss, agenten zijn getraind om weerbaar te zijn, bovendien zijn ze niet aan gort geslagen of zo.’

De vier politiemensen zeggen dat de achtervolging veel spanningen opleverde, een verhoogde hartslag ook en trillende benen tijdens die wilde rit. Een agent zegt dat ze uit angst had geschreeuwd tegen haar collega en dat ze nu gefrustreerd is en boos op de verdachte, de ander slaapt slecht omdat de film die hij ziet zich in bed steeds herhaalt.

Ik moest weer even aan dat bericht over die poes denken.
Dacht: zou dat nou wel echt zo zijn?

Rob Zijlstra

UPDATE  3 februari 2014 – uitspraak
Pelle is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, fors lager dus dan de eis. De rechters geloven niet dat hij niets van de achtervolging door de politie heeft gemerkt. Maar dat er een kans was dat de achtervolgende agenten zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen, gelooft de rechtbank ook niet.  Anders is dat voor de twee agenten die Pelle wilden aanhouden. Dat had wel degelijk lelijk kunnen aflopen. Deze twee agenten hebben dan ook recht op schadevergoeding: 250 euro per persoon.

HET VONNIS

Ondertussen in Assen

Omdat rechters geen praatjes willen, moeten twee Drentse verdachten die misdadig zouden zijn geweest in het hartje van Assen, in Groningen terechtstaan.
Dat komt niet vaak voor.
Maar in dit geval beschikt een van de beklaagden over familiare banden met de rechtbank in Assen.
Dan dreigen praatjes en partijdigheid.

Rechtbanken horen zuiver op de graad te zijn.
Toen Alex en Bert uit Groningen eens werden betrapt toen zij negen lege kratten bier (voor het statiegeld bij de avondwinkel) gapten, werd een rechter uit Friesland ingevlogen om het duo te berechten.
De lege kratten waren namelijk van de rechtbank Groningen.
Beide kregen van de Fries een werkstraf van twintig uur.

Drentse Martin, zondag wordt hij al weer 21 en Drentse Gerard, net 19, hadden aanvankelijk geprobeerd hun plaatsgenoot Jaap dood te slaan.
Juridisch gezien dan.
Dat gebeurde op 21 september vorig jaar, eerst in café The Beefeater en daarna voor Hotel de Jong en dat allemaal schuin tegenover de Drentse rechtbank.

Via de horecatelefoon belden de horecaportiers die nacht de politie: snel komen, ’t is hier hommelles.
Op de grond, naast een taxi, ligt een gestrekte Jaap buiten bewustzijn.
Getuigen verklaren dat wel zes man hem hadden geslagen en geschopt, ook toen hij al lang en breed op de keien lag.
Twee van die zes zouden, zeggen getuigen, Martin en Gerard zijn geweest.

Zo is het niet gegaan, zegt Martin.
Het ging anders, zegt Gerard.

Gerard: ‘Een vriendin die aan het bubbelen was geweest vertelde in het café aan mij dat Jaap vervelend was en handtastelijk. Daar heb ik wat van gezegd. Toen gaf hij mij een stoot. Ik heb toen een stoot teruggegeven, een klap, een knal in het gezicht. Twee of drie keer. Ik zag dat Jaap een bloedlip had. Toen ben ik uit de zaak gezet.’

Meer heb ik niet gedaan, zegt Gerard.

Gerard en zijn vrienden zijn dan buiten.
En dan ineens is daar ook Jaap.
Hij loopt als een parmantige haan door de Brinkstraat, zeggen getuigen.
Gerard: ‘Hij was hartstikke dronken.’

Martin: ‘Ja, ik heb de eerste klap gegeven, op zijn rechteroog. En daarna een schop.’
Martin, beoefenaar van vechtkunsten, erkent dat hij met zijn beheersing van vechttechnieken (‘die kun je niet uitschakelen’) best wel hard kan hebben geslagen.

Rechters: ‘Maar u had ook reden boos te zijn.’
Martin: ‘Ja.’
Rechters: ‘Want het was uw vriendin die door Jaap in haar kruis was gegrepen.’
Martin: ‘Ja.’

Gerard ontkent dat hij buiten ook heeft meegedaan, hij stond op afstand toe te kijken en te praten met de security. Martin gaat er nadat Jaap is geveld met een vriend op de fiets vandoor.
Best wel geschrokken.
Als ze achterom kijken, zien ze hoe een grote menigte om Jaap heen is gaan staan, ze zeggen dat ze zien dat er wordt geschopt en geslagen.

De Drentse politie had misschien wel andere dingen te doen, maar vier maanden na het gedoe worden Martin en Gerard gearresteerd.

De officier van justitie ziet bij nader inzien in dat de twee verdachten niet de intentie hadden Jaap dood te slaan.
Juridisch gezien is dat minimaal één brug te ver.

De stoot, klap dan wel knal van Gerard is ditmaal domweg een eenvoudige mishandeling.
Martin die wel de vechtkunsten beheerst, maar niet zichzelf kan worden aangeklaagd in dit geval voor een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Jaap kon na twee weken ineens weer zien.
Wel heeft hij nog altijd last van zijn oog en doet ook de neus nog zeer.
Maar Jaap moet als slachtoffer nou ook weer niet te veel zeuren, vindt de officier van justitie.
Dat hoor je ook niet zo vaak zeggen.

De officier zegt: ‘Het staat voor mij vast dat Jaap erg dronken, handtastelijk, agressief en stierlijk vervelend was. Civielrechtelijk gezien is er zelfs sprake van medeschuld. Anders gezegd: Slachtoffer Jaap heeft de ellende over zichzelf afgeroepen. Betekent wat mij betreft ook dat hij niet in aanmerking komt voor schadevergoeding.
Jaap had om honderden euro’s gevraagd.

De laatste keer dat in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank één uitgedeelde horecaklap besproken werd, kon het slachtoffer die niet navertellen.
Hij overleed aan de gevolgen van die ene klap.
De officier van justitie roept het maar even in herinnering.
Opdat niemand op het idee komt dat horecageweld straffeloos is.

Maar de ene horecazaak, juridisch gezien, is de andere niet.
Gerard en Martin komen wat de officier van justitie betreft goed weg ook al omdat hij ‘geen enkele kans’ op herhaling ziet. Dit laatste heb ik nog nooit een officier horen voorspellen.

De eenvoudige mishandeling door Gerard kan wat hem betreft worden afgedaan met een 26 uur durende cursus agressieregulering. Dat is eigenlijk nog te veel, maar volgens zijn moeder is zo’n cursus best wel een goed idee.
De officier: ‘Dus volg ik het advies van de moeder.’
Martin, die geen strafblad heeft, hoort zestig uren werkstraf eisen.
Daarnaast krijgen beide Drenten nog het justitiële advies in cafés voortaan uit de buurt van types als Jaap te blijven.

Rob Zijlstra

UPDATE – uitspraken – 10 september 2009
De eis tegen Martin, zo vindt de rechtbank doet geen recht aan de ernst van de zaak. Daarom krijgt hij een zwaardere straf dan de officier van justitie had bedongen: een taakstraf van 120 in plaats van zestig uur. Poging doodslag bewezen. Gerard die eerst doet en dan denkt gaat nat voor mishandeling; de voorgestelde agressieregulatietraining van 26 uur volstaat, zo heeft de rechtbank bepaald.