WhatsApp

egypteneideDe advocaat vertelt aan de rechters dat de verdachte bij hem op kantoor in huilen was uitgebarsten.
Daarover straks meer.

Eerst dit.
Ze rijden iets harder dan zestig kilometer per uur.
Ongeveer zeventig.
Het is donker.
In de verte zien ze de koplampen van de tegenligger.

Wat opvalt is dat die tegenligger midden op de weg rijdt.
Ze zien het gebeuren, maar het besef is er niet.
Het gaat snel.
Ze kijken elkaar even van opzij aan.
Zij zet zich schrap met de beide handen stevig aan het stuur, hij slaat de handen voor het gezicht.

Een enorme klap.

Ze heeft niet meer geremd en is op slag dood.
Hij overleeft de frontale botsing en kan het navertellen.

Lydia Venema was toen 41 jaar, ze kwam uit Meeden.
Het gebeurde op 22 december vorig jaar, aan het Egypteneinde, even buiten de bebouwde kom van Veendam, om kwart voor zeven ’s avonds.
Lydia Venema wilde haar dochter ophalen die bij haar vader was.

Hoeveel automobilisten beseffen dat het rijden in een auto grote risico’s met zich meebrengt?
En dat het veroorzaken van een verkeersongeluk kan eindigen in de gevangenis?
Omdat ‘maar het was een ongeluk’ in de rechtszaal bijna nooit bestaat.
Een misdaad is pas een misdaad als de daad met opzet is gepleegd.
Bij verkeersongelukken is er (meestal) geen sprake van opzet, maar wel van verwijtbaarheid, van schuld.

De verdachte is Paul, 35 jaar.
Hij was bij zijn vader op bezoek geweest.
Veel contact hadden ze al jaren niet, maar met de feestdagen voor de deur was hij er toch maar even langsgegaan.
Hij had twee cola met Bacardi gedronken.
En daarna bier.
De tweede had hij maar voor de helft leeggedronken.

Rechters vragen: ‘Waarom eigenlijk?’
Paul: ‘Het voelde niet goed.’
Rechters: ‘Omdat u nog moest rijden?’
Paul: ‘Ja.’
Rechters: ‘Maar waarom bent u dan toch in de auto gestapt?’
Paul antwoordt dat hij graag naar huis wilde, omdat zijn zwangere vriendin ook oppaste op het zoontje van hem en zijn ex.
Hij zegt: ‘Ik ben heel fout geweest.’

Hij denkt aan een combinatie van factoren.

Vlak voordat hij in de auto stapt, in zijn grijze VW Polo, stuurt hij een WhatsApp-bericht naar zijn vriendin.
Hij bericht haar dat hij in aantocht is.
Hij draait het Egypteneinde op die hem naar de N33 zal voeren.
Het is een lange rechte weg.
Als hij, in herinnering, ongeveer zestig kilometer per uur rijdt, probeert hij de mobiele telefoon uit zijn broekzak te frommelen.
Wie dat wel eens heeft gedaan, weet hoe lastig dat is.

Rechters: ‘U was zich op dat moment niet bewust van de gevaren?’
Paul: ‘Nee.’

Ongemerkt rijdt hij in het midden van de weg, heel even later geheel op de linker weghelft.
Paul heeft niets in de gaten.
Een enorme klap.

Paul denkt dat het een combinatie is van de alcohol, de afleiding van de telefoon en de operatie die hij onderging in verband met staar.
Lezen gaat wel, maar wat moeilijker, het duurt bij hem altijd iets langer als hij moet lezen vanaf het beeldschermpje van de telefoon.

De ontzettend verdrietige tienerdochter van Lydia Venema heeft een brief geschreven aan de rechters.
Ze schrijft dat ze een brief had ontvangen van de verdachte.
En dat ze boos is op die meneer.
Dat zijn excuusbrief een standaardbrief was, niet vanuit het hart geschreven.

Ze schrijft dat haar moeder haar veiligheid was, dat haar wereld nu bestaat uit angst.
Ze schrijft dat het fijn voelt om er over te praten, maar helpen doet dat niet.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van een jaar.
En daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de periode van drie jaar.
De eis is conform de richtlijnen die voor dit soort zaken zijn opgesteld.
De officier van justitie wil nog wel gezegd hebben dat de verdachte van meet af aan eerlijk is geweest.
En dat het daarom zo is dat de nabestaanden precies weten wat er is gebeurd.
Maar dat die eerlijkheid in het niet valt bij de ernst en de gevolgen.
De officier van justitie zegt dat ze geen argument heeft af te wijken van de richtlijn.

Ze zegt dat niets de automobilist zo afleidt dan een mobiele telefoon.
Daar is onderzoek naar gedaan.
De telefoon is in de auto de grootste afleider omdat je er een hand en je ogen er voor nodig hebt.

Paul zal zijn vaste baan in de zorg kwijtraken.
En een tijd lang zijn pasgeboren kind niet zien, haar eerste levensjaar niet meemaken.
Er bestaat geen twijfel, vervolgt de advocaat, dat Paul schuldig is.
De vraag is echter: in welke mate?

Er is sprake van alcohol, maar niet in de categorie heel veel.
Hij was bezig met de mobiele telefoon, maar hij belde niet, dat blijkt nergens uit. Juridisch bezien mag het allemaal een onsje minder, wat dan moet leiden tot een lagere straf.
De advocaat stelt voor: geen onvoorwaardelijke celstraf, want dat voegt niets toe.
Wel een forse werkstraf, in combinatie met een langdurige rijontzegging, lastig voor hem, maar dat is nou eenmaal de consequentie.
En wat de advocaat nog wel gezegd wil hebben is dat het slachtoffer geen autogordel droeg.

Op het kantoor van de advocaat had Paul verteld dat hij een donornier heeft.
En dat hij dus zijn leven heeft te danken aan iemand die is overleden.
Toen was hij in huilen uitgebarsten.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 4 juli 2013 – uitspraak
Paul hoeft niet naar de gevangenis. In plaats van een celstraf van een jaar heeft de rechtbank hem veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, vier maanden voorwaardelijke celstraf en een ontzegging voor het besturen van een motorvoertuig voor een periode van drie jaar. De rechtbank merkt op dat Paul vanaf het begin eerlijk is geweest, berouw heeft getoond en verantwoordelijkheid heeft genomen door contact te zoeken met de nabestaanden. De rechtbank schrijft in het vonnis dat Paul als beginnend bestuurder zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, terwijl hij had gedronken en met zijn telefoon bezig was. Met het vonnis wijkt de rechtbank af van de richtlijnen die voor dit soort zaken gelden.

Jakkeren

dvhn – 27 september 2011

Wie dagelijks door Bedum rijdt – ik moet dat – kan beamen dat het helemaal geen rare voorspelling is dat op die lelijke doorgaande weg vroeg of laat een vreselijk verkeersongeluk zal plaatshebben.
Daar zal waarschijnlijk zo’n zilvergekleurde tankwagen vol melk van FrieslandCampina – Domo – bij betrokken zijn en niet te hopen fietsende kinderen.

Honderden van die denderende gevaartes jakkeren dagelijks over de brede doorgaande weg die de gemeente om onbegrijpelijke redenen vorig jaar heeft uitgeroepen tot een 30-kilometerzone.

Een gevaarlijker verkeerssituatie dan daar in Bedum bestaat niet.

Mocht in het onveilige Bedum onverhoopt ooit iets gebeuren, dan weet ik hoe het er in zittingszaal 14 aan toe zal gaan.
Op de publieke tribune wordt gehuild door vaders en moeders en opa’s en oma’s, maar ook door aanwonenden die lange tijd, maar net zo lang tevergeefs de lokale bestuurders hebben gewaarschuwd.
De ver(d)achte chauffeur zegt tegen de rechters dat hij al vele jaren op de auto zit en nog nooit één ongeluk heeft veroorzaakt, dat hij die kinderen op die ook voor hem zo verschrikkelijke dag nooit heeft gezien.
De officier van justitie gaat dan zeggen dat wanneer je niet ziet wat er wel is, je dan met al je ervaring niet goed hebt uitgekeken.
Die kinderen kwamen immers niet uit de lucht vallen.

De rechtbank legt twee weken later wegens roekeloos rijgedrag een werkstraf en een rijontzegging op, voor lief nemend dat de chauffeur daardoor zijn baan kwijtraakt.

Zo gaat het met regelmaat.
Dan zitten er mannen en vrouwen in de beklaagdenbank omdat ze een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
In Groningen waren dat er sinds 2005 welgeteld 113, Frits meegerekend.
Achter dat getal van 113 gaan evenzoveel doden en (zeer) ernstig gewonden schuil.
En onbeschrijfelijk veel leed en blijvend verdriet en gemis.

Frits (nu 19, toen 18) was deze week verdachte nummer 113 sinds 2005 in zittingszaal 14.
Hij had net zijn rijbewijs en wilde op een zondagavond in september vorig jaar met vrienden naar de kermis in Roden.
Eerst reed hij naar De Wilp om Jaap en Jannus op te halen.
Ronnie, 16 jaar, stapte bij hem in de auto.

Vanuit De Wilp koersten ze richting de kermis.
Jaap en Jannus in hun auto voorop.
Frits en Ronnie daar achter aan.

Rechters vragen aan Frits: ‘Had u gedronken of geblowd misschien?’
Vandaag de dag is dat een heel normale vraag aan een 19-jarige.
Frits: ‘Nee, het was zondag, wij kwamen net uit de kerk.’
Rechters: ‘Oh, nou dat zegt niets hoor.’

Dus niet gedronken, niet geblowd.
Sterker nog, Frits kent de rijstijl van Jaap, een stijl die niet echt de zijne is, zegt hij.
Jaap rijdt vaak te hard, vertelt Frits.
‘Dat wist ik, ik heb nog gezegd, rij rustig.’

Ze rijden tussen De Wilp en Zevenhuizen over de Oudewijk.
Rechters: ‘U kent die weg?’
Frits: ‘Ja, een lange, rechte weg met twee drempels en een flauwe bocht, links en rechts rode fietspaden op het wegdek.’
Rechters: ‘Vier-punt-tachtig breed, met optische versmalling. Maximale snelheid: 60.’

Jaap reed, zei hij zelf, 85 tot 90 kilometer per uur.
Frits: ‘Omdat we samen gingen, trok ik bij. Ik denk 80.’
Rechters: ‘En in de flauwe bocht?’
Frits: ‘Ook 80.’

Levensgevaarlijke toestand.

Hij komt rechts in de berm terecht, probeert te corrigeren door bij te sturen, schiet dan over de weg naar links, tegen de eerste boom om vervolgens tegen een tweede boom tot stilstand te komen.
Frits weet bovenwonder uit de totaal vernielde auto te klimmen, de 16-jarige Ronnie is buiten bewustzijn en wordt in allerijl naar het ziekenhuis gebracht waar een negen uur durende hersenoperatie volgt, waarna acht achtereenvolgende dagen voor zijn leven wordt gevreesd.

Tegen de politie liegt Frits dat hij was geschrokken van een auto die seinde met de grote lichten en hem inhaalde.
Frits had dat gelogen op verzoek van Jaap die er niet bij betrokken wilde worden omdat hij vreesde zijn rijbewijs kwijt te raken.

De officier van justitie denkt ook daarom dat Frits en zijn vrienden helemaal niet van die brave kerkgangers zijn, maar aan het jakkeren waren, vrolijk achter elkaar aan, racend richting de kermis, met 80 tot 90 kilometer per uur over een smalle weg met drempels en flauwe bochten waar maar 60 mag.

Met Ronnie gaat het redelijk.
Hij kan weer praten en lopen – al doet dat nog zeer – maar hij kan niks meer ruiken en alles wat hij eet proeft naar karton.
Hij ziet minder en miste een schooljaar.

Frits gaat zodra deze rechtszaak achter de rug is, in traumatherapie omdat hij last heeft van knagende schuldgevoelens.

Ronnie is niet boos op Frits, neemt hem niets kwalijk.
Want Frits, zo staat in zijn brief aan de rechters, deed het niet met opzet.
Het was een ongeluk.
Frits zegt dat hij Ronnie voor die woorden dankbaar is.
Rechters: ‘Grootmoedig.’

De officier van justitie ziet het iets anders.
Opzet is niet aan de orde.
Frits is door zo onvoorzichtig en onverantwoord hard te rijden hartstikke schuldig aan een misdrijf met heel nare gevolgen.
Ze eist voor het misdadige gejakker een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van twaalf maanden waarvan drie voorwaardelijk.

Er komt een 114, tel maar door, een 187.
En Bedum.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 19 juli 2012 – uitspraak
Frits is conform de eis veroordeeld: 120 uur werken en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. In Bedum is (gelukkig) nog niets gebeurd.