Rotpolitie

t en c

Ergens aan de Hoofdweg in Eelde wappert de vlag.
Hoera, Tom is vrijgesproken!

Twee weken geleden had Tom (19) nog tegen de rechters gezegd dat het klot’n was.
Hij was geslaagd voor zijn examen en nu dit.
Als het winkeltje open was geweest, zei hij, had ik hier niet gezeten.

De verdenking luidde dat Tom brand had gesticht.
Op het terrein van het BP-benzinestation aan de Emmalaan in Haren.
Pal naast de pomp.
Het had op die vroege ochtend van 9 februari vorig jaar een hels vuurwerk kunnen worden.
Of nog erger, met rampenplannen, evacuaties, een diep geschokte burgemeester en een onafhankelijk onderzoek naar het falen van de veiligheidsklep. Ik zeg maar wat.

Tom was met vrienden op stap geweest naar de jeugdsoos.
Samen fietsten ze naar huis. Omdat Tom trek had, was hij vooruit gefietst, naar het benzinestation.
Shit.
Winkeltje dicht.

In afwachting van zijn vrienden fietst Tom verveeld wat rondjes tussen de pompen door.
Dat is te zien op de beelden die de beveiligingscamera’s hebben gemaakt en die in de rechtszaal worden getoond.

Dan plots is Tom nog maar half te zien, achter zo’n pomp.
Hij doet iets, niet goed te zien is wat.
Dan fietst hij weg.
Twee seconden later is er rook.
Komt uit de prullenbak, naast die pomp.

Tom ondertussen fietst weer rondjes en dan weg.

Het is de nachtportier van het nabijgelegen Mercure-hotel die onraad ruikt en 112 belt.
De brandweer is er zo, want de kazerne is om het hoekje.
De schade bedraagt toch nog 34.000 euro, waarvan 1500 eigen risico.
Dat moet Tom nu betalen.
Daarnaast eist de officier van justitie een werkstraf van 150 uur en 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Met zo’n eis had Tom zich al in de handen mogen knijpen.
Zodra er met opzet vuur in het spel is en gemeen gevaar, dan wil justitie nog wel eens uithalen.

De camerabeelden werden in het kader van de opsporing getoond bij RTV Noord.
Dat leverde reacties noch tips op.
Toen besteedde de website van de Harener krant er aandacht aan.
Hé, riep de dochter van de plaatselijke journalist, dat is Tom die bij mij op school heeft gezeten.

En zo gebeurde het dat Tom in Eelde van zijn bed werd gelicht.
Hij ontkende.
De politie liet hem de camerabeelden zien.
Toen zei Tom: ‘Ja, dat ben ik.’
En even later: ‘Ja, ik heb het gedaan.’
De politie: ‘Bingo.’

Maar in de rechtszaal ontkent Tom.
Hij zegt: ‘Ik moest bekennen. De politie sloeg op de tafel. Ze riepen, je mag naar huis als je zegt dat je het hebt gedaan.’
En dus zei hij dat.
Hij moest naar examentraining, was bang dat hij in de cel zou zakken.

In de rechtszaal zegt hij dat hij het niet meer weet.
Hij had een paar teugen – zo zegt hij dat – van zijn sigaret genomen.
Ja, hij was gestopt, maar stiekem rookte hij af en toe nog.

En terwijl hij teugde, bedacht hij ineens: ik doe wel gevaarlijk met al die benzine hier.
En daarom fietste hij weg.
Of hij toen zijn sigaret in de prullenbak heeft gegooid?
Tom weet het niet meer.
Als ik dat heb gedaan, was dat niet met opzet.
Echt niet, zegt hij.

De officier van justitie zei twee weken geleden dat het verhaal van Tom niet geloofwaardig is.
Rotjong.

Maar de rechtbank is het daar niet mee eens.
Er is brand gesticht want het rookte.
Maar de eerste bekentenis van Tom bij de politie mag niet meewegen.
Omdat die is afgedwongen.
De politie mag niet zeggen, geef het maar toe Tom, dan mag je naar huis.
Dat is druk.
En nu de bekentenis – op zich bewijs – wegvalt, blijft er onvoldoende over voor de overtuiging dat Tom het met opzet heeft gedaan.

Rotpolitie.

Vrijspraak, de vlag uit.
BP moet het eigen risico nu zelf betalen.
Tom wil iets in de recreatieve sector gaan doen.
Of rechten studeren.
Hij weet het nog niet.

Rob Zijlstra

Reinier S. en Gonda Drent 3

Het was een verrassende wending, dinsdag aan het einde van de middag in het Paleis van Justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie in de persoon van de advocaat-generaal wilde net beginnen aan het voorlezen van het requisitoir.
Hij had nog gezegd daar ruim een uur voor nodig te hebben.
De aanklager ging al staan, toen het hof verraste.

Het hof, zegt het hof tegen Reinier S., weet weinig over u.
En omdat we wel over u moeten oordelen, willen we weten hoe het bij u tussen de oren is gesteld. Psychiaters en psychologen moeten naar u kijken.
Reinier S. voelt daar niks voor, medewerking aan dit soort gein heeft hij altijd al geweigerd. Hij zegt dat als je onschuldig bent, zoals hij is, het toch niet uitmaakt hoe het tussen de oren zit.

Hij roept dat hij naar huis wil.
Dat hij al twaalf jaar in deze ellende zit.
Hij wil naar huis, naar Curaçao, daar wil hij verder met het ontwikkelen van een programma dat is gebaseerd op Google, bestemd voor ondernemers. Daarnaast heeft hij er een vrouw met twee kinderen en nog een paar websites in de lucht.

Na ruggespraak met de advocatuur laat hij weten dat hij wel een onderzoek wil naar zijn geestesgesteldheid, maar niet in gevangenschap.
Dan wil hij op vrije voeten. Dan mag het ambulant. En als er dan weer een zitting is, dan komt hij wel.
Net als vorig jaar, toen was hij toch ook vrijwillig helemaal vanuit Curaçao naar Groningen gevlogen voor de zitting bij de rechtbank die hem twaalf jaar oplegde?
Hij bedoelt, hij had ook naar de noorderzon kunnen vliegen.

De aanklager noemt het voorstel van Reinier S. chantage en volkomen misplaatst. Aan zijn non-verbale uitingen valt op te maken dat hij sowieso niet veel op heeft met deze verdachte. Regelmatig zijn de lachjes minachtend.

Het hof zegt na beraad dat Reinier S. wel meer kan willen, niet op vrije voeten komt, maar wel naar het Pieter Baancentrum moet. Reinier S. kijkt als een kind van wie zojuist de Magnum met nootjes is afgepakt.

In de wereld der gevangenen wordt de gang naar het Pieter Baan stellig afgeraden. Als je niet oppast, is het PBC de voorbode van TBS en wie dat wil, is gek.

Het observatiebevel was de eerste verrassing.
Er kwam er nog een: er zijn plotseling nieuwe verdachten in beeld. Dat mag opmerkelijk heten, want sinds de brand in Hoogezand, op 11 december 1996, is nooit een andere verdachte in beeld geweest dan Reinier S.

Toch is het zo, zegt Reinier S.
Het gaat om mannen van de Tattoo, eens een bar op het hoekje van de rosse buurt in Groningen. Mannen die toen ook wel aan de goktafel zaten in het Holland Casino.
En daar Reinier wel eens troffen.

Reinier gokte veel want hij had ook veel. Dat laatste stak hij niet onder stoelen of banken. Dus bedachten die mannen op een kwaad moment, als die Reinier een avond niet thuis is, overvallen we zijn partner Gonda, pakken het geld uit de kluis en steken desnoods daarna de boel in de fik.

Toen Reinier S. op een avond thuiskwam, op 11 december 1996, is er brand. In paniek kan hij nog net zijn twee slapende kinderen redden, maar voor Gonda komt hij te laat. Als de brandweer de brand meester is, blijkt Gonda dood en de kluis leeg.
Weg 320.000 gulden.

Zo is het dus gegaan, zegt Reinier S.

De drie mannen kennen de politie en justitie wel. Het gaat om Freddie die zeer recent is veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens afpersing. En om Harrie die landelijk furore maakte als undercover van Peter R. de Vries. Harrie was de man die het vertrouwen van Reinier had gewonnen en achter het stuur van de geprepareerde auto hem probeerde te verleiden tot het organiseren van een huurmoord. Het was allemaal op de televisie te zien. En ook Henkie werd genoemd, de man die als eens veertien jaar cel kreeg wegens een nogal heftig zakelijk geschil in het criminele koffiecircuit.

De aanklager zegt dat het allemaal wel een beetje toevallig is.
Toevallig, want uitgerekend deze drie mannen hebben vervelende dingen over Reinier S. gezegd. En dan zouden ze nu een moord-trio vormen? De grootst mogelijke flauwekul, zegt de advocaat-generaal (officier van justitie).
Hij voelt dus ook niets voor een nader onderzoek, want daar komt toch niets uit.

Reinier beklaagt zich nu bij zijn rechters.
Als anderen zeggen dat dat flauwekul is, dan zeggen ze dat omdat ze last hebben van tunnelvisie dan wel dat ze deel uitmaken van het complot dat hoe dan ook wil dat Reinier S. als dader achter de tralies verdwijnt, schuldig of niet.

Het hof wil misschien wel geen dwaling en bepaalt dat nader onderzoek gewenst is.
Ook wil het hof meer weten over Bidja D., de overvaller die in augustus 2004 tot negen jaar celstraf werd veroordeeld (acht in hoger beroep).
Bidja D. is ook een mal verhaal.

Bidja en Reinier kennen elkaar als medegedetineerden.
Op de luchtplaats zijn ze vaak samen.
Daar ontstaat een plan.
Bidja zal vertellen dat hij met ene Bernard K. Gonda heeft vermoord bij een inbraak. Hij was er bij, maar die Bernard K. die deed het. Die sloeg, sneed met zijn mes langs haar hals (‘in een beweging’), haalde een kleine jerrycan op en sprenkelde, eerst in de linkerachterhoek, benzine… Om kwart voor twaalf ongeveer verlieten ze de woning.
De verklaring is uiterst gedetailleerd en bevat informatie die je niet zomaar kunt weten. ‘…Ik zag twee kopjes staan, die er volgens mij bij onze binnenkomst niet stonden (…).’

Bidja zal zeggen dat hij het niet kan verdragen dat iemand anders, de arme Reinier S. onschuldig vastzit voor iets waar hij, hij Bidja, bij betrokken is.

De politie neemt de verklaring op op video, krabt zich even achter de oren en stelt dan vast dat die Bernard K. al was overleden toen Gonda nog leefde.
Dus het kan nooit.
Bidja beaamt dat ras. Als hij dit verhaal zou vertelen, zou hij geld krijgen van Reinier, heel veel geld.
Bij wijze van voorschot zou hij 3000 euro krijgen, geld dat hij ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De oplichter opgelicht.
De bedoeling was dat Bidja nog meer geld zou krijgen, naar eigen zeggen 800.000 euro. Hij zou dat krijgen zodra Reinier als onschuldig veroordeelde zou worden vrijgelaten en de royale schadevergoeding zou incasseren.’

De aanklager in hoger beroep: ‘Reinier S. is vastgelopen in zijn eigen modderpoel.’
Maar opnieuw tot zijn zichtbare ergernis bepaalt het hof dat ook dit verhaal nader moet worden uitgezocht.

Het proces loopt nu maanden vertraging op, misschien dat eind dit jaar wordt gehaald.
De analyse in de wandelgangen direct na afloop van het onverwacht gestaakte proces luidde als volgt:

Het hof wil liever niet veroordelen als er geen inzicht bestaat in de gemoedtoestand van een verdachte. Dat willen rechters sowieso liever nooit.
Door nader onderzoek te laten instellen naar dat malle moord-trio en naar het nog mallere Bidja D.-verhaal, ontstaat tijd.
Tijd die ook mooi gebruikt kan worden om Reinier S. te laten observeren in het Pieter Baan. Met de toezegging tot nader onderzoek hebben zij, zij de rechters, Reinier S. eventjes blij gemaakt. Met een dooie mus.

Bij dit alles past één kanttekening met vraagteken: dat Reinier S. onschuldig is?

Rob Zijlstra

Reinier S. en Gonda Drent

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich vandaag (dinsdag) over een trieste geschiedenis: de moord op Gonda Drent.

Gonda werd op 11 december 1996 vermoord.
Haar partner Reinier S. is bijna twaalf jaar lang als verdachte in beeld geweest.
Vorig jaar juni werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
Er was 15 jaar geëist.

Er is al heel veel over deze zaak geschreven.
Ik ga dat hier niet opnieuw doen.

Gonda kwam om bij een brand in hun woning in Hoogezand. Volgens de rechtbank in Groningen staat vast dat Reinier de brand heeft gesticht met als doel zijn vrouw te vermoorden. Naar motieven kan alleen maar worden gegist (geld), want Reinier S. heeft altijd stellig ontkend.

Het zou wel heel erg verrassend zijn als hij vandaag in Leeuwarden met een bekentenis komt.

De veroordeling vorig jaar was geen uitgemaakte zaak. Het openbaar ministerie in Groningen had serieus rekening gehouden met een vrijspraak.
De strafzaak van toen, wordt dinsdag opnieuw gedaan.

Er zijn tenminste twee nieuwe elementen.

De advocaten van Reinier S. – Erik de Mare en Winfried de Haan – hebben een nieuw dossieronderzoek laten uitvoeren door twee oud-politiemensen, experts op het gebied van brand. Hun bevindingen zijn aan het hof overgelegd.
Hun conclusie: Reinier kan Gonda niet hebben vermoord. De politie heeft zitten rommelen met de tijdlijn. Deze tijdlijn speelt een belangrijke rol in de bewijsvoering.

Volgens de oud-politiemensen is de brand ontstaan op een moment dat Reinier nog niet bij de woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand aanwezig was. Dan kan het de brand niet hebben gesticht.
Het openbaar ministerie heeft het ‘De Haan-onderzoek’ betiteld als waardeloos.

Een tweede element is een rare, maar past wel binnen de capriolen die Reinier de afgelopen jaren heeft uitgehaald, onder meer onder regie Peter R. de Vries.

Een gedetineerde heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met een ander Gonda Drent tijdens een inbraak heeft vermoord. De ander zou Bernard K. zijn, een man die later bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen.
Oftewel, de moordenaar van Gonda is dood.
De politie heeft de bekentenis opgenomen op video.
De gedetineerde, de 34-jarige B.D. uit Groningen, heeft zijn bekennende verklaring ook ondertekend.

B. D. was een medegedetineerde van Reinier S. De man zou 3500 euro in het vooruitzicht zijn gesteld als hij zou bekennen dat Gonda in zijn bijzijn is vermoord. Een dergelijke bekentenis zou Reinier vrijpleiten. De medegedetineerde werd in 2004 veroordeeld tot 9 jaar cel wegens een serie gewapende overvallen op winkels in Groningen-zuid.

Tijdens een regiezitting, op 20 november vorig jaar, kwam deze rare kwestie aan de orde. Justitie ziet de bekentenis als een poging van Reinier S. om het gerechtshof te misleiden om zo zijn vrijheid terug te krijgen.
Aan de bekentenis van D. wordt geen waarde gehecht. De opgevoerde moordenaar Bernard K. is wel verongelukt, maar tien maanden voordat Gonda om het leven kwam. ‘Reinier is vastgelopen in zijn eigen modderpoel’, zo sprak de advocaat-generaal J. Simmelink toen.

De advocaten noemen het een merkwaardig verhaal. Het is opmerkelijk dat D. wel heel veel details over de zaak wist te vertellen, zeggen de advocaten. Zij verwachten dat deze kwestie door justitie zal worden gebruikt om aan te tonen dat Reinier S. een leugenachtige persoon is.
En dus schuldig aan de dood van Gonda.

De strafzaak zal naar verwachting de hele dag duren.

Rob Zijlstra

het proces is dinsdag te volgen via twitter

het rechtbankverslag

Het geitenhok

 

Soms komen er mannen als Sven in zittingszaal 14.

Mannen als Sven zijn mannen die niks hebben.

Dat is best moeilijk voor te stellen.

Wat hij bezit, dat heeft hij aan.

Dat is alles.

 

Hij heeft geen e-mailadres of plannen om er eens eentje aan te vragen. Geen tandenborstel, bankrekening, tien-minutengesprekken op school, zelfs geen huurachterstand, geen collega’s om grapjes mee te maken of gladde banden die nodig vervangen moeten worden.

Geen doodgewone dingen.

Als hij dood gaat, heeft hij geen nabestaanden die verdrietig kunnen zijn.

 

Behalve de kleding die hij draagt, heeft hij nog wel een wil.

Zo wil hij niet dood, niets liever dan werken en dan een normaal leven.

Maar hij kan wel meer willen.

 

Sven is op een herfstige dag in 1962 geboren in de buurt van Onesti, in het oosten van Roemenië.

Veel bracht het sobere leven hem daar niet.

Zijn vader was niet alleen veel dronken, maar tegelijkertijd ook gewelddadig.

 

Toen Sven 16 jaar was, probeerde hij aan de klauwen van zijn vader te ontsnappen door het land uit te vluchten.

Maar dat had hij, daar in 1978, gedacht.

Hij werd tijdens de vlucht gearresteerd en voor straf opgeborgen in een tochtige jeugdgevangenis.

Vijf jaar later zag hij alsnog zijn kans en zo begon zijn lange, eenzame  zwerftocht door Europa.

Waar hij kon werken, werkte hij.

Werkte het niet meer, dan trok hij verder.

 

Zo belandde Sven op een dag in Nederland.

In Groningen.

 

Op 21 augustus, om half zes in de ochtend, staat in de Groninger stadwijk Beijum ineens het leegstaande geitenverblijf van de kinderboerderij in brand.

De technische recherche stelt vast: de boel is in brand gestoken met oude kranten.

 

Sven kijkt naar de foto’s van het afgebrande huisje die in het politiedossier zitten.

Hij zegt tegen de rechters dat hij die foto’s nog niet had gezien, dat hij niet had verwacht dat het zo erg was.

Zegt: ‘Nog meer schuldig.’

 

Rechters: ‘U sliep daar regelmatig?

Sven knikt. Hij sliep bij de beesten.

Een mens van niks moet toch ergens slapen.

 

Kort na de brand meldt Sven zich op het politiebureau.

Vertelt daar: ‘Ik heb het gedaan.’

Rechters: U heeft ook een pak koekjes gestolen bij de Albert Heijn.

‘Ja, dat ook.’

 

Rechters: En u ook al eens dozen die langs de Hereweg stonden in brand gestoken.

Sven: ‘Het was goed dat het regende.’

Rechters: Waarom steekt u uw eigen slaapplaats in brand?

 

Diepe zucht.

 

Zegt tegen de tolk: ‘Ik was alleen en aan het einde van mijn krachten, teleurgesteld en wanhopig. Ik had geen werk gevonden. Ik wist het niet meer. En ik wou niet doodgaan. Ik heb hulp nodig, maar ik weet niet hoe ik die kan krijgen. Ik wil niemand kwaad doen. Ik ben op zoek naar rust, naar werk om normaal te kunnen leven.’

 

De psychiater had geschreven dat Sven zeer onthecht is, geen eigen plek heeft, dat zijn leven totaal mislukt en uitzichtloos is. Die actie, die brand, dat was een schreeuw om hulp. Want hij wil nog wat van zijn leven maken.

 

De rechters hebben ontdekt dat hij nog iets heeft: een oude moeder in Roemenie.

Ze zeggen: ‘Is het niet beter dat u haar gaat verzorgen in plaats van hier winkeldiefstallen te plegen?’

Sven: ‘Ik kan haar niets bieden, ik zou haar tot last zijn.’

Rechters: Het was ook maar een ideetje.

 

Sven wil sowieso nooit van zijn leven terug naar dat rotland Roemenië. 

Dan gaat hij nog liever naar de Noordpool, zegt hij tegen de rechters.

Of naar de gevangenis, altijd nog beter dan een geitenhok.

 

Rechters: Maar wat gaat u doen als u vrijkomt? Dan moet u wel eten.

Sven: ‘Ik blijf in Nederland.’

Rechters: Dat klinkt een beetje dreigend. Zo van, als jullie mij geen hulp geven, ga ik misschien nog ergere dingen doen.

Sven zegt dat dat nooit zal gebeuren, nog ergere dingen.

 

Als de officier van justitie aan zijn requisitoir begint, kijkt hij Sven aan.

Zegt: ‘Ik heb medelijden met u. Dit lijkt mij een zaak van schrijnende hopeloosheid. En uw positie hier is niet houdbaar. Probleem is: ik kan er ook niks aan doen, ik kan de reclassering niet op u afsturen, ik kan niks. Het enige dat het openbaar ministerie vermag is een strafeis formuleren.’

 

Sven zit in de gevangenis vast sinds hij zich vrijwillig op het politiebureau meldde, nu ruim drie maanden geleden.

Misschien, denk ik, vindt de officier van justitie met medelijden dat wel voldoende.

 

De officier van justitie formuleert: ‘U heeft brand gesticht om hulp af te dwingen. Dat ligt tegen chantage aan en daar til ik zwaar aan. Het is niet anders. Ik eis 15 maanden gevangenisstraf.’

 

Pff.

 

Dat is op een maand na net zoveel als de straf die de rechtbank gepast vindt voor Johnny B. uit ’t Zandt.

 

Aan de andere kant, misschien is Sven er wel blij mee. Hoeft hij 450 nachten (met aftrek voorarrest) niet op zoek hoeft naar een hok om te slapen.

En misschien maakt hij in de gevangenis wel foute vrienden.

 

Rob Zijlstra

UPDATE – 18 december 2008 – uitspraak

Een bijzonder gevaarzettend delict, aldus de rechtbank. Met de brand heeft hij hulp willen afdwingen. Dit manipulerend gedrag rekent de rechtbank hem aan. Wel tillen de rechters zwaarder aan de persoonlijke omstandigheden dan de officier van justitie heeft gedaan. Daarom geen 15, maar 10 maanden celstraf.

Johnny B. veroordeeld

.- update –

 

De rechtbank heeft Johnny B. (20 ) maandagmiddag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk.

 

De rechtbank acht één brandstichting en twee pogingen bewezen. Ook is bewezen, aldus de rechtbank, dat B. dreigbrieven heeft verstuurd.

 

Er was twee weken geleden 5 jaar geëist. Justitie hield B. verantwoordelijk voor drie brandstichtingen en vijf pogingen en voor het versturen van de brieven.

 

Omdat B. niet gedetineerd is, kon hij het gerechtsgebouw als vrij man verlaten. De vordering van de officier van justitie om B. direct na het uitspreken van het vonnis in de zittingszaal aan te houden, werd door de rechtbank afgewezen.

 

Beide partijen hebben aangegeven niet tevreden te zijn.

Justitie is teleurgesteld omdat de rechtbank de feiten ‘anders waardeert dan wij hebben gedaan’. Met een lagere straf tot gevolg. B. meent dat hij ten onrechte is veroordeeld.

Een hoger beroep ligt voor de hand.

 

Zien beide partijen daar van af (ze hebben twee weken de tijd een beslissing ter nemen), dan wordt het vonnis onherroepelijk en moest B. de resterende zes maanden uitzitten. Volgt er wel een hoger beroep, dan mag B. de uitkomsten daarvan in vrijheid afwachten.

 

 

 

Het vonnis is hier te lezen (rechtspraak.nl).

 

UPDATE15 december 2008

Geen hoger beroep

 

 

5 jaar

De officier van justitie zette halverwege het requisitoir al even de toon. Voor het bezit van illegaal vuurwerk, 28 kilo, kan ik – zei hij – volgens de richtlijnen van het openbaar al zes maanden gevangenisstraf eisen.

Dat dat niet de praktijk is, gangbaar is een geldboete dan wel een taakstraf, zei hij er niet bij.

 

Met die toon nam de officier van justitie een voorschotje op de strafeis tegen Johnny B. die hij korte tijd later op tafel legde: 5 jaar.

 

De verdenkingen die volgens justitie kunnen worden bewezen.

 

Drie brandstichtingen.

In een leegstaande woning, in een schaftkeet en in een schuurtje. In geen van die gevallen is gevaar te duchten geweest, zoals justitie dat dan zegt, voor mensenlevens. Wel voor goederen.

 

Vier pogingen tot brandstichting.

In een schuurtje, in het pand van de oude brandweerkazerne, in een leegstaande woning, in een clubgebouw van de tennisvereniging. In geen van deze gevallen brak brand uit, omdat het vuur (brandende kaars) vroegtijdig werd ontdekt.

 

Eén voorbereiding.

In een tuin die (hovenier) Johnny B. onderhield, is een plastic tas gevonden met een fles benzine, met daarin een kaars, vastgezet met een sokje met daarop Bob de Bouwer. De tas werd gevonden door de vader van Johnny.

 

Het versturen van dreig- en poederbrieven.

Verstuurd vanuit de gevangenis, gericht aan de regionale pers, de politie, de gemeente en aan drie mensen die aangifte hebben gedaan van brand. Het zijn geen ernstige bedreigingen, maar eerder mededelingen (Johnny B. moet vrij). In twee brieven zat poedersuiker, in eentje een verpulverd krijtje.

 

Illegaal vuurwerk.

Na de aanhouding, wordt huiszoeking gedaan bij Johnny B. Er wordt – bijvangst – 28 kilo vuurwerk gevonden (illegaal, want zonder de juiste etiketten). Het is ook te veel om thuis te mogen bewaren.

 

De branden leidden onmiskenbaar tot grote onrust in ’t Zandt en omgeving. De geschokte rechtsorde was er vier maanden lang niet mis, schetste de officier van justitie. Mensen meldden zich ziek, vakanties werden geannuleerd, nachtrusten verstoord. Schuurtjes werden ontdaan van goederen. Spanningen bij de kinderen op school.

 

 

Ik heb het eens nagekeken.

De afgelopen vier jaar heeft het Groninger openbaar ministerie twaalf keer eerder een gevangenisstraf van 5 jaar geëist.

 

Tegen een man die werd verdacht van doodslag op zijn kind (baby).

Tegen een Groninger die verdacht werd van het beramen van een dubbele moord.

Tegen een vrouw die haar vriend in zijn slaap doodstak.

Tegen een man die zijn vriendin drugs toediende. De vrouw stierf aan een overdosis. Justitie: moord.

Tegen twee mannen wegens twee pogingen tot moord.

Tegen een man die werd verdacht van gewelddadige en gewapende overvallen op winkels en een tankstation (recidivist).

Tegen drie mannen die hun geld verdienden met grootschalige handel in harddrugs. In twee gevallen was sprake van deelname aan een criminele organisatie.

Tegen twee mannen die zich schuldig hadden gemaakt aan gewelddadige verkrachtingen, in een geval met vrijheidsberoving.

 

In geen van de twaalf gevallen werd de 5 jaar ook door de rechtbank opgelegd. De vonnissen varieerden van twee keer vrijspraak, een ontslag van rechtsvervolging tot celstraffen tussen de twee maanden en 4 jaar.

 

Een eis van vier jaar is in het Nederlandse strafrecht ook al een heleboel. In Groningen werd het de afgelopen vier jaar (met zo’n 1400 strafzaken) 22 keer geëist. Het ging dan om pogingen tot doodslag en moord, veel drugs, en diefstallen met geweld, doorgaans zijn dat gewapende overvallen.

Er zat één brandstichting tussen, een man die in Kropswolde zijn huis opblies. Een wonder, aldus justitie toen, dat daar geen slachtoffers zijn gevallen. De rechtbank legde in die zaak 3 jaar celstraf op, waarvan eentje voorwaardelijk.

 

Dit alles zegt niet alles.

Het is even voor het idee.

Mijn idee, dat een strafeis van 5 jaar voor Johnny B. buitengewoon fors is.

 

Rob Zijlstra

 

Een verslag van de rechtszaak volgt later (deze week). Het is nu, bijna vijftien uur na aanvang van die zitting, even op.

 

 

Eis Johnny B.: 5 jaar cel

Het openbaar minsterie heeft zojuist, even voor half vier, een gevangenisstraf van 5 jaar geeist tegen Johnny B. (20). Hij wordt verdacht – uiteindelijk – van drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe in ’t Zandt en omgeving, het in bezit hebben van 28 kilo ilegaal vuurwerk en voor het versturen van 8 dreig- en poederbrieven.

B. heeft alleen bekend het vuurwerk (voor eigen gebruik) in bezit te hebben gehad.

Johnny B. uit ’t Zandt

 

't Zandt en omgeving

Johnny B. (20), de vermeende brandstichter van ’t Zandt, staat vandaag voor de rechtbank. Hij wordt verdacht van negen brandstichtingen in ’t Zandt en omgeving en van het versturen van dreig- en poederbrieven.

De definitieve tenlastelegging wordt maandagochtend, vlak voor de aanvang van de zitting, door justitie vrijgegeven.  Twee maanden geleden suggereerde het openbaar ministerie dat aan B. zich moet verantwoorden voor meer dan negen branden. Dit op basis van de inhoud van de brieven die B. vanuit de gevangenis zou hebben verstuurd naar onder meer de regionale media. Op een aantal van die brieven is zijn DNA aangetroffen.

In ’t Zandt en omgeving werden eind 2007 meer dan twintig branden gesticht.

Johnny B. heeft tot nu toe steeds stellig ontkend iets met de branden te maken te hebben.

De branden, voornamelijk in leegstaande schuurtjes, zorgden voor veel onrust in ’t Zandt. De politie deed uiteindelijk een beroep op het leger om de brandstichter te pakken. In december vorig jaar werd B. in Groningen gearresteerd. In september kwam hij op last van de rechtbank en tot groot ongenoegen van het openbaar ministerie op vrije voeten.

Het proces gaat de hele dag duren. In de loop van de middag, zo is de verwachting, zal de officier van justitie een eis formuleren.

Ik zal de ontwikkelingen tijdens het proces melden, hier en op de site van mijn krant, www.dvhn.nl

r.z.

UPDATE 13.20 UUR

 
Johnny B. strijdlustig in de rechtszaal
 
Het strafproces tegen Johnny B. (20) is rond half een vanmiddag tijdelijk onderbroken. B. bekende vanochtend een van de feiten: het in bezit hebben van 28 kilo illegaal vuurwerk.
Alle andere zaken, vier brandstichtingen en vijf pogingen daartoe en het versturen van poederbrieven (met poedersuiker) ontkende hij met grote stelligheid.
 
Johnny B.maakt een strijdlustige indruk. De rechters verbaasden zich over de grote dossierkenis van B.
 
Eerder had hij bij de politie verklaard tijdens de ziting met een klapper te komen, zodat hij de rechtbank fluitend zou kunnen verlaten. Vanochtend herhaalde hij dat, maar ‘de klapper’ is er nog niet geweest.
 
Wel heeft de rechtbank de politie opdracht te geven een blauwe broek in de zittingszaal te tonen. In die broek zou papier zijn gevonden die ook is gevonden bij een van de branden. De broek zou de politie in de auto van B. hebben aangetroffen. B. stelt echter dat er nooit zo’n broek in zijn auto heeft gelegen.
 
De zitting wordt vanaf half twee voortgezet. In de loop van de middag zal de officier van justitie met een eis komen.
 
 

Johnny B. Good

update – donderdag , 16.17 uur

Johnny B. is vanmiddag in de gevangenis van Ter Apel opnieuw gerarresteerd. Eerder vandaag gelaste de rechtbank de opheffing van de voorlopige hechtenis. B. is aangehouden op verdenking van het versturen van dreigbrieven.

een van de brieven die door B. zelf zou zijn verstuurd

Johnny B. word bijgestaan door de advocaten Tjalling van der Goot en Jan Boksem van Anker en Anker Advocaten. Op de website van het advocatenkantoor staat een commentaar op de gang van zaken.

– update – 12.00 uur

De rechtbank heeft rond elf uur vanochtend de voorlopige hechtenis van Johnny B. opgeheven. Dat betekent dat hij als vrij man het strafproces, op 17 november, mag afwachten.

Volgens de rechtbank zijn er geen gronden meer om B. langer vast te houden. Er is geen sprake meer van een geschokte rechtsorde, aldus de rechtbank. B. werd op 19 december vorig jaar gearresteerd en zat sindsdien vast.

r.z.

Johnny B. Bad

In Dagblad van het Noorden, de krant waarvoor ik werk, schreef ik woensdag een artikel over de zaak ’t Zandt.
De zaak ’t Zandt gaat over Johnny B. die wordt verdacht van een serie brandstichtingen, eind vorig jaar, in t’Zandt.

In de krant schreef ik (ietwat aangepast):

Johnny B., de vermeende pyromaan van ’t Zandt, staat morgen opnieuw voor de Groninger rechtbank in een pro forma-zitting. De zaak, inhoudelijke behandeling dit najaar, lijkt steeds grotere vormen aan te nemen.Tijd voor wat tegengas.
groningen

Dat de politie eind vorig jaar het leger inschakelde in de jacht op de brandstichter van ’t Zandt was al hoogst opmerkelijk. Het vangen van boeven is in principe voorbehouden aan de politie. Die slaagde er maar niet in de brandstichter, bij voorkeur op heterdaad, in de kladden te grijpen. Er is niet veel fantasie voor nodig te bedenken dat dat frustreerde.

Ondertussen nam de bezorgdheid en de onrust in het dorp toe en groeide na iedere fik de belangstelling van de media en daarmee de druk op de politie. Die beloofde strijdlustig aan meekijkend Nederland: voor de Kerst pakken we ’m.
De militairen kwamen, installeerden in en rond het dorp vernuftige apparatuur en de belofte werd waargemaakt. In die zin dat er voor de feestdagen een verdachte is aangehouden die nu al ruim negen maanden zijn betrokkenheid ontkent.
Vorige week bleek dat Johnny B. in de gevangenis is opgezadeld met een undercover-agent die zich voordeed als een medegedetineerde. Opnieuw werd een buitengewoon zwaar opsporingsmiddel ingezet tegen deze 20-jarige. Kennelijk zit het justitie niet lekker dat B. blijft ontkennen. De undercover moest zich in de nabijheid van B. ophouden, niet om hem iets te ontlokken, maar om ’informatie in te winnen’.
Vorige week ook bezocht de minister van justitie Hirsch Ballin het dorpshuis van ’t Zandt waar hij zich door de politie liet informeren over het omvangrijke onderzoek dat uiteindelijk tot de aanhouding van B. leidde.
Wellicht onbedoeld, maar de strafzaak tegen Johnny B. krijgt hierdoor een gewicht dat de feitelijke gebeurtenissen bijna doet vergeten: een paar brandstichtingen en pogingen daartoe in leegstaande schuurtjes.
Vergezocht?
De middenstand gaat gebukt onder de terreur van winkeldieven die jaarlijks voor miljarden euro’s uit de schappen pikken. De politie belooft de tanden te laten zien en op een zaterdagmiddag, even na drie uur is het raak. Militairen denderen de binnenstad van Groningen binnen en grendelen de Herestraat hermetisch af. Het resultaat: 32 verdachte winkeldieven.
De politie spreekt van een succesvolle actie, de militairen eveneens want het was een mooie oefening.
Overdreven?
In ’t Zandt gebeurde het min of meer alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Er zijn wel vaker militairen ingezet ’ter instandhouding van het maatschappelijke leven’ (Defensienota, 1991). In het verleden verleenden militairen bijstand ten tijde van bijvoorbeeld de Molukse gijzelingsacties, in 1966 bij hevige rellen in Amsterdam, tijdens de inhuldigingsrellen (1980) en bij een aantal grote kraak- en ontruimingsacties.
Het militaire machtsvertoon kon nooit op veel applaus rekenen. In de doctoraalscriptie (2000, de vervlechting tussen de politie en de krijgsmacht) van de voormalig korpschef van de Groninger politie Bernard Welten (nu Amsterdam) wordt hoofdcommissaris Jelle Kuiper opgevoerd.
Die zegt: ’Als we de krijgsmacht tegen het voetbalvandalisme gaan inzetten, ben ik een voorstander van het afschaffen van de voetbalcompetitie’.
Terug naar ’t Zandt.In een paar maanden tijd werden in het dorp branden gesticht in vooral leegstaande schuurtjes. Er bestaan in Nederland ernstigere vormen van criminaliteit die het (lokale) maatschappelijk leven al dan niet tijdelijk ontwrichten. Natuurlijk, er was in ’t Zandt onrust en er heerste – begrijpelijk – angst: wie is hierna aan de beurt?
Maar rechtvaardigt dat de inzet van het leger? Nee.
Johnny B. zit inmiddels negen maanden vast en ontkent zijn betrokkenheid bij de branden. Dat zegt op zich niets, want verdachten ontkennen wel vaker. Dat justitie een undercoveragent inzette, zegt wel iets.
Het zegt iets over de bewijslast die het openbaar ministerie denkt in handen te hebben: blijkbaar nog niet voldoende.
Al eerder liet de aanklager weten dat van de ruim twintig brandstichtingen er ’slechts’ negen aan B. ten laste zullen worden gelegd.
Doorgaans wordt het de media verweten een zaak op te blazen omwille van de kijk- en leescijfers. Hier zijn het vooral politie en justitie die van de zaak ’t Zandt een monster hebben gemaakt, iets buitensporig groots.
Ik wil niets afdoen aan de ernst van brandstichtingen. Rechters leggen daar niet alleen soms forse werkstraffen voor op, maar ook wel vele maanden gevangenisstraf.
Tot zover de krant.Ik hoop – niet alleen voor Johnny B. (Bad or Good), maar ook voor ons van de geschokte rechtsorde– dat zijn rechters vooral nieuwsgierig zullen zijn.
Nieuwsgierig naar de waarheid.
En het leger.
Rob Zijlstra

 
 

 

Chocolademelk

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt.

De zaak Reinier S.
Dan wel de moordzaak Gonda Drent.
Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.
Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.
Werd niet gehonoreerd.
Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.
’s Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.
Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.
Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

‘Ik heb Gonda niet vermoord’, zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.
En daar ging het nou juist wel om.

Heel lang verhaal.

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.
Ze begonnen alvast wat op te ruimen.
Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.
Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

Geen verdachte meer, einde verhaal.

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.
Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

Reinier wordt opnieuw aangehouden.
De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.
Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.
Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.
Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.
Er is nogal wat overspel over en weer.
Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.
Met een ander.

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.
Dikke bonje bij thuiskomst.
Loopt uit de hand.
Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje, op het achterhoofd.
Dood.

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.
Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.
Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.
Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.
Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.
En steekt de boel in de brand.

Zo ongeveer zien politie en justitie het.
Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.
Maar de voordeur stond niet in brand.
Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.
De kinderen roken ook niet naar rook.
Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.
Niks onderweg naar huis.

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.
Alleen indirect.
En: er zijn andere scenario’s mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.
Tunnelvisie.
Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.
Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.
En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.
Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.
Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.
Blikken kunnen niet doden.

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.
‘Pfff, ik weet het niet.’
Hij knikt: ‘Het OM speelt hoog spel.’
Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.
Hij zegt: ‘Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?”
Ik weet het niet.

Hij: ‘Het is onwerkelijk.’
Ik zeg: ‘Alleen jij weet het.’
Hij: ‘Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.’

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.
‘Doe maar chocolademelk’, zegt hij.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – uitspraak – 10 juni 2008
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.
Er was vijftien jaar geeist.
In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, ‘hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (…)’