Rode telefoon

rode-telefoon

Dat mijn telefoon roodgloeiend staat is overdreven.

Maar mijn mailbox maakt toch wel overuren. Veel mensen – ook direct betrokkenen – willen alles weten over de 22 vonnissen die de rechtbank vandaag heeft geveld inzake de drugszaak Capitool.

Het volstaat duidelijk niet met het bericht dat de hoofdverdachte  Loek B. 5 jaar heeft gekregen.

Hier volgen op verzoek alle vonnissen in de zaak Capitool

 

 

Loek B. (51), Hoogezand

hoofdverdachte

eis:  4 jaar waarvan  1 jaar voorwaardelijk

vonnis: 5 jaar

 

Mary B. (43), Haren

vrouwe justitia, medewerkster justitie

eis: 163 dagen waarvan 120 voorwaardelijk,  180 uur taakstraf

vonnis:  163 dagen waarvan 120 voorwaardelijk,  100 uur taakstraf

 

Gerhardus T. (41),  Sappemeer

de boekhouder

eis: 150 uur + 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 100 uur, 3 maand voorwaardelijk

 

Ryanna A. (19), Nieuwe Pekela

de schoonmaakster

eis:  150 uur, 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 120 uur, 2 maand voorwaardelijk

 

Rolf S. (22), Zevenbergen

de leverancier, tweede hoofdverdachte

eis: 24 maand celstraf waarvan 8 maand voorwaardelijk

vonnis: 24 maand celstraf waarvan 12 maand voorwaardelijk

 

Hendrik L. (21), Onstwedde

vriendje van de hoofdverdachte  

eis: 80 dagen, 200 uur taakstraf, 6 maand voorwaardelijk

vonnis: 80 dagen (gelijk voorarrest), 240 uur taakstraf

 

Daphne H. (27), Ommen

vriendinnetje van de hoofdverdachte

eis: 200 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 240 uur taakstraf, 3 maand voorwaardelijk

 

Sebastian G. (28), Hoogezand

vertrouweling van de hoofdverdachte

eis: 240 uur taakstraf, 12 maand voorwaardelijk

vonnis: 6 maand celstraf waarvan 3 maand voorwaardelijk, 240 uur taakstraf

 

Sascha B. (40), Onnen

de oppasser van de hoofdverdachte

eis: 240 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 150 uur taakstraf, 2 maand voorwaardelijk

 

Rudolf D. (31), Zwiggelte

eis: 100 uur taakstraf, 2 maand voorwaardelijk

vonnis: 100 uur taakstraf, 1 maand voorwaardelijk

 

Dennis Z. (33), Wildervank

de klusjesman

eis: 150 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 100 uur taakstraf

 

 

Danny van der M. (25), Wildervank

eis: 240 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

vonnis: 240 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk (conform)

 

Arno M. (30), Emmen

eis: 180 uur taakstraf, 6 maand voorwaardelijk

vonnis: 80 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

 

Gerrit W. (25), Borger-Odoorn

leverancier

eis: 9 maand gevangenisstraf

vonnis: 180 uur taakstraf, 2 maand voorwaardelijk

 

Remco F. (25), Wildervank

Eis: 200 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

Vonnis: 150 uur, 2 maand voorwaardelijk

 

Reinier E. (34), Groningen

de linkmiegel

eis: 15 maand gevangenisstraf

vonnis: 60 uur taakstraf

 

Sebastiaan S. (30), Hollandscheveld

eis: 4 maand gevangenisstraf waarvan 2 voorwaardelijk

vonnis: 100 uur taakstraf

 

G.G. (24), Welteveen

als enige niet komen opdagen

eis: 240 uur taakstraf, 6 maand voorwaardelijk

vonnis: 200 uur taakstraf, 4 maand voorwaardelijk

 

Appie V. (48), Stadskanaal

politierechter

eis: 120 uur taakstraf

vonnis: 120 uur taakstraf waarvan 40 uur voorwaardelijk

 

Robin L. (22)

Politierechter, medewerker justitie

eis: 80 uur

vonnis: 40 uur

 

Marco S. (37)

politierechter, medewerker justitie

eis: 120 uur taakstraf

vonnis: 120 uur taakstraf waarvan 40 voorwaardelijk

 

Tjitske H. (37)

politierechter, medewerker justitie

eis: 120 uur taakstraf

vonnis: 60 uur taakstraf

 

De rechtbank heeft er bij het opleggen van de straf rekening mee gehouden dat de justitiemedewerkers hun baan zijn kwijtgeraakt

De verdachten die in voorarrest hebben gezeten mogen voor elke dag achter de tralies twee uur aftrekken van de opgelegde taakstraf.

 

© Rob Zijlstra

Capitool (7)

Kabouters

Even na negen uur schuift de laatste verdachte van het Capitool-onderzoek in het beklaagdenbankje van zittingszaal 14.

’t Is Ron uit Zevenbergen.

Hij was de man die de koeriers van Loek B. uit Hoogezand van drugs voorzag.

Vooral speed (natte speed), xtc, maar bij nader inzien geen cocaïne, zo luidt de verdenking.

 

De rechters proberen met de officier van justitie vooral boven water te krijgen hoe een grote vis Ron uit Zevenbergen nu eigenlijk is.

Want hij mag dan nog maar 22 jaar zijn, wie wekelijks vele kilo’s harddrugs kan leveren, moet wel een grote jongen zijn.

Of aanschuren tegen de top.

 

Bij zijn advocaat vliegen de kilo’s uit diens ruime mouwen van de toga. Als je de aantallen die hij noemt bij elkaar optelt, zou je zittingszaal 14 van onder tot boven met drugs kunnen volstouwen.

Maar de advocaat herhaalt zichzelf vooral.

Hij komt uiteindelijk uit op 28 kilo.

Dat dacht Ron zelf ook: ‘Kilo of dertig.’

 

U wilt, zeggen de rechters, nog steeds niet vertellen hoe u aan de drugs kwam?

Ron beaamt dat.

Lijkt hem ook logisch.

Rechters: Want u is bang voor represailles.

Zo is het maar net, zegt Ron.

Rechters: U blijft er bij dat u de drugs afnam van de kabouters.

Ron: ‘Ja.’

 

De rechters spelen hun rol en doen alsof ze d’r niks van snappen.

Ze vragen: Was u ongelukkig?

Ze bedoelen te vragen waarom Ron het deed.

Met zijn baan, zijn eigen woninkje, met zijn eigenlijk dik voor mekaar.

Was u zich bewust van de risico’s?

Niet echt, zegt hij.

Niet van dit.

 

Met niet van dit bedoelt Ron dat hij nu al tien maanden zit opgesloten, wetende ook dat hij wordt gezien als een van de hoofdverdachten en dat tegen hoofdverdachte Loek B. vier jaar celstraf is geëist.

 

Hoe kwam u aan het adres van de kabouters, vragen de rechters.

Dan wel hoe kwamen de kabouters bij u?

En waarom had Loek B. bij de politie verklaard dat hij liever zaken deed met u in plaats van met die linke jongens?

Ron: ‘Ik vond het niet zo van die linke jongens. Het waren ook weer tussenpersonen. Detaillisten. Zoals ik. Geen groothandelaren.’

 

Rechters: Maar ’t was wel een wereldje waar je een beetje moet oppassen.

Dat wel, zegt Ron.

Hij zegt: ‘Voor die grote jongens moet je oppassen dat ze je niet rippen. Je hoeft niet bang te zijn dat ze je verraden. Bij die kleine jongens is het net andersom. Die rippen je niet, maar die praten wel.’

 

De rechters hadden nog wat gelezen.

Dat Ron schulden heeft bij de kabouters.

De laatste speedlevering was tijdens de inval, op 21 mei vorig jaar, in beslag genomen.

En nog niet betaald.

Duizenden euro’s.

 

Rechters: Als u straks weer vrij bent, is de kans aanwezig dat de kabouters bij u op de stoep staan.

Of namens hen het incassobureau Binnen Zonder Kloppen.

Ron: ‘Dat zou kunnen.’

Rechters: Hoe gaat u hen dan betalen?

Ron weet dat nog niet.

Hij zal nog eens met zijn vader praten.

Die heeft ook zijn auto gefinancierd.

 

Rechters – leer hen kabouters kennen: Rekenen deze kabouters ook rente?

Ze bedoelen dan woekerrente.

Ron hoopt van niet.

Als de kabouters weten dat hij geen namen heeft genoemd – zoals een grote jongen betaamt – dan valt het straks misschien allemaal nog mee.

 

De officier van justitie had het strafdossier gelezen, maar Ron nog nooit in de ogen gekeken.

Op basis van het strafdossier had hij moeten denken aan een linke, zware jongen.

Maar nu hij Ron wel in de ogen had kunnen kijken, moest hij zijn beeld bijstellen.

Dat zegt hij.

Zegt: ‘Zo te zien best wel een aardige vent, first offender ook.’

 

Hij heeft wel een beetje domme dingen gedaan.

Hij nam kogels aan van Loek.

Als een relatiegeschenk.

En hij zou zakjes met gratis cocaïne voor nop hebben teruggestuurd.

Maar bij nader inzien zijn daar geen bewijzen voor.

En Ron is ook iemand, vervolgt de aanklager, die in de gevangenis heeft geleerd.

De drugs als dagelijks gebruik heeft afgezworen.

(Ron: ‘Ik ga niet zeggen dat ik nooit weer iets zal gebruiken’)

 

De officier zegt ook dat speed wel harddrugs is, maar nou ook weer geen cocaïne.

Dat hij daar rekening mee zal houden.

Dat hij er ook rekening mee zal houden dat Loek B. alleen zo groot kon worden dankzij mannen als Ron S.

Dat koeriers vervangbaar zijn, maar leveranciers die drugs van kabouters betrekken niet.

Daarom twee jaar celstraf waarvan een derde voorwaardelijk.

Betekent dat Ron, die al tien maanden vastzit, nog zes maanden heeft te gaan.

 

Ron’s  advocaat mr Bos (flauw, maar met kabouters niets van doen): doe maar achttien maanden waarvan zes.

Dan kan mijn cliënt over twee maanden naar huis.

De rechters zeggen tegen Ron- klantvriendelijk: ‘bedankt voor uw komst’.

En dat ze op 9 april uitspraak zullen doen.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

Capitool (6)

 

De linkmiegel

 

Ze moeten er in Het Kielzog in Hoogezand maar eens een theatervoorstelling van maken.

 

Zo van: zware muziek zwelt aan.

Vanuit de donkerte verschijnt een prachtig vrouwmens, blootsvoets en met wapperende blonde haren. Zij danst zwierig rond de koningstroon waarop fier een manspersoon zit. Die kijkt ontzettend vriendelijk.

Aan zijn voeten kronkelen gedaantes die hem aanbidden.

Links in de hoek staat afkerig een statig figuur in ’t zwart.

De gestalte roept: ‘Ik ben een alien.’

De zwierige schone springt op een stapel oude kranten, slaat haar blote armen ten hemel en krijst: ‘Ik heb klauwen gekregen.’

Dan ineens is er het geluid van piepende autobanden en krimpen de kronkelende aanbidders ineen van angst.

Een flits, fel licht, de auto crasht.

Een duister figuur doemt op: het is de Linkmiegel.

 

Of zoiets.

Dit moet nog verder uitgewerkt worden.

In het programmablad kan staan dat de voorstelling is gebaseerd op verhalen die in maart 2009 in de zittingszalen van de Groninger rechtbank zijn verteld.

 

Of hij bang is, vragen de rechters aan Loek B.

Vorige week stond hij als hoofdverdachte terecht in de zaak Capitool: de zaak van de omvangrijke drugshandel vanuit zijn woning aan de Kerklaan in Hoogezand.

Nu zit hij er als getuige.

De man naast hem wordt verdacht van het leveren van grote partijen. In het dossier staat dat hij een grote vis is, een gevaarlijk man ook, ja, hij zou een linkmiegel zijn.

 

Nee, antwoordt Loek, hij is niet bang.

En hij kan zich ook niet herinneren dat hij belastende dingen heeft gezegd over de man naast hem.

Die man weigert antwoord te geven op vragen die worden gesteld.

De officier van justitie: ‘Ik zie dat getuige Loek B. bang is en niet durft te herhalen wat hij eerder heeft gezegd. Hij trekt zijn keutel in.’

 

Als de officier vijftien maanden gevangenisstraf tegen de grote vis eist, zegt de advocaat dat justitie hier een loopje met de waarheid neemt.

De officier schudt het hoofd zoals hij zijn hoofd al heel vaak in deze megazaak heeft geschud.

 

Net als Auke.

Nee, zegt hij, hij heeft geen vuurwapen en geen drugs geleverd aan Loek die hij wel een heel aardige man vindt.

Hij leverde hunnie nooit iets, omdat zullie zeiden dat hij dikke troep verkocht.

Dikke bullshit.

De officier eist negen maanden celstraf.

 

Deze week stond ook Suzanne terecht, vrouw met lang haar.

Ze hoort een werkstraf eisen van 240 uur.

Suzanne leeft op speed, dagelijks en dat al twaalf jaar lang.

Alleen zo kan ik functioneren, zegt ze.

 

Zij reed heel Nederland af, op zoek naar handel voor Loek.

Ook al omdat Ger niet meer kon koerieren vanwege dat auto-ongeluk.

Suzanne deed het omdat het klikte tussen Loek en haar.

Ook buiten de drugs om.

 

Nee, niks voor het geld.

Voor geld, daar werkt ze voor.

Thuis geleerd.

Thuis zeiden ze, meid, je hebt klauwen gekregen om mee te werken.

Ze handelt in oud ijzer en oud papier, verzorgt haar oma en past op het huis van Loek nu die in de gevangenis zit.

Zegt: ‘Loek is een heel aardige man en ik ben verliefd op dat huis.’

Rechters: ‘U woont op het plaatsdelict. Geeft dat dan geen dubbel gevoel?’

Suzanne, met een allervriendelijkste glimlach: ‘Nee!’

 

Willem.

Verdacht van trouwe afname. Hij, gewezen kraanmachinist, had nadat zijn ouders hadden gehuild van zorg en verdriet, zijn cocaïneverslaving afgezworen en staat nu alleen nog maar stijf van de ghb.

Om de twee, drie uur heeft hij wat nodig.

Daarom kan het zo zijn, zegt hij, dat zijn ogen alle kanten opschieten.

Soms valt hij in slaap als hij in zijn auto voor het rode verkeerslicht staat te wachten.

 

Zijn herinneringen zijn een zwart gat.

Op foto’s uit het dossier had hij wel gezien hoe leip hij bewusteloos op de grond lag. ‘Schrikbarend.’

Maar dat gebeurde alleen in het weekeinde, nooit door de week.

Dat hij wel eens wat afleverde voor Loek klopt, maar daarmee is hij toch geen dealer. Want hij verdiende er niks aan.

Het was een vriendendienst.

Voor Loek, een aardige man met wie hij over zijn problemen kon praten.

 

De officier las dat Willem bij de bank een lening afsloot om cocaïne te kunnen kopen. Binnenkort moet hij ook vanwege drugs in Rotterdam terechtstaan.

Willem wil wel anders.

Zegt: ‘Het feest moet maar gebeurd zijn, het wordt ja tijd. Ik ben ook al bijna 31 jaar.’

 

De eis: een werkstraf van 180 uur en zes voorwaardelijke maanden cel.

 

Willem kocht ghb in Duitsland, op de parkeerplaats van megadiscotheek ZAK, even over de grens. Hij kocht dat daar van Nederlanders die de drugs Duitsland binnen hadden gesmokkeld.

Willem smokkelde het weer terug.

Over de risico’s van deze malle handel , daar had hij ja nooit zo goed over nagedacht.

 

De officier van justitie verzucht: ‘Soms denk ik dat ik niet meer van deze wereld ben, dan voel ik mij een alien.’

 

Rob Zijlstra

 

 

Op 9 april wijst de rechtbank vonnis in achttien 18 Capitool-zaken die deze maand voor de meervoudige strafkamer zijn behandeld.

 

Capitool (4)

 

Hij, 28 jaar, had bedrijfsleider van heel het bedrijf kunnen worden.

Aan de horizon gloorde een huis, een boom en een beest.

Ger had kortom al goed voor elkaar.

 

Had, want niet meer.

Zijn baas had ‘m eerst een schop onder zijn stomme kont willen geven.

Maar uiteindelijk had hij (of zij) de hand over het hart gestreken en gezegd, nou goed dan.

Je mag blijven, maar meer zit er niet meer in.

 

Ger was zo blij geweest, want zijn werk was zijn alles.

En nog steeds, want hij werkt naar hartenlust zeventig uur in de week.

Vast in strijd met de regels van de arbeidstijdenwet, zeggen de rechters nog tussen neus en lip door.

 

Ger is een van die wonderlijke verdachten in het Capitool-onderzoek.

Goede baan, perspectief, nooit met de politie in aanraking.

En dan ineens, vanuit het niets, een drugscrimineel.

 

Ger heette de vertrouweling van hoofdverdachte Loek B. te zijn.

Sommigen zeiden wel dat Loek B. en Ger de twee grote mannen waren achter heel het spul.

Maar dat was niet zo, zegt Ger.

Wel is het zo, dat klopt wel, dat Loek een grote invloed op hem had.

Dat zou je wel kunnen zeggen, zegt Ger tegen de rechters.

 

Ger hielp Loek met inpakken.

En bracht het spul dan weg.

Ger, zegt de officier van justitie, was de belangrijkste koerier.

Zonder mannen als Ger, was Loek B. niet zo groot geworden als hij is geworden.

Een drugsdealer met een miljoenenomzet.

Ger maakte zeker vijftig drugsritten, waarvan zo’n vijftien tot twintig keer naar Duitsland.

Met kilo’s harddrugs.

 

De rechters geven aan Ger complimentjes.

Omdat hij zo eerlijk is, coöperatief tijdens het onderzoek en omdat hij zichzelf niet spaart. Hij getuigt van zelfinzicht, het inzicht dat het handelen in harddrugs strafbaar is.

Heel lang had Ger daar anders over gedacht, in de zin van eigenlijk helemaal niet.

 

Ger zelf zegt dat hij denkt dat hij de enige is van alle dertig verdachten die de waarheid heeft gesproken.

 

Het begon als een vriendendienst.

Hij deed het voor vriend Loek.

Hij kreeg geen geld, maar drugs en inwoning aan de Kerkstraat 201.

Hij was er gelukkig.

Hij werkte hard, en nog even en hij zo worden gepromoveerd.

Als hij niet hard werkte, had hij vrienden die allemaal kind aan huis waren aan de Kerkstraat.

 

Ger zegt dat hij naast kilo’s speed nooit meer dan 100 xtc-pillen per keer vervoerde.

Nou ja, behalve die keer dan dat hij, op 7 december 2007, een eenzijdig ongeluk kreeg.

Uitgerekend toen.

Toen vond de politie in zijn gekreukelde auto, terwijl hij met spoed naar het ziekenhuis werd vervoerd, meer dan duizend pillen.

 

’t Zag er niet best uit.

Toen Ger na een paar dagen bijkwam op de uitslaapkamer, stonden zijn bezorgde ouders naast het bed.

Ze waren helemaal van vakantie teruggekeerd uit Thailand.

 

Twee weken had Ger in het ziekenhuis gelegen. En niet een keer was een van zijn vrienden van de Kerkstraat op bezoek geweest.

Geen vriend die iets van zich liet horen.

Toen Ger eenzaam en alleen werd ontslagen uit het ziekenhuis, besloot hij dat hij geen echte vrienden had.

Hij belde Loek B. en zei: ik doe niet meer mee, ik ben je beste vriend niet meer.

 

De rechters: Heel knap, de complimenten.

De officier zegt dat hij gezien richtlijnen en oriëntatiepunten Ger heel lang kan opsluiten.

Moeten we maar niet doen, vindt de officier.

Hij zegt: ‘Ik eis de maximale werkstraf van 240 uur en twaalf maanden gevangenisstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

 

Ger is blij.

 

Rob Zijlstra

 

uitspraak op 9 april