Piepelen

 

chantage-300x225Het ging niet om het geld, zeggen de rechters.
Herman reageert direct: ‘Nee, in het algeheel niet.’
Rechters: ‘Maar waar om dan?’
Herman: ‘Tja…’
Hij krabt zich achter de oren, als hij dat eens wist, dat zou een stuk makkelijker zijn. Dan maar de conclusie: ‘Het klopt natuurlijk voor geen meter wat ik heb gedaan.’

Herman was thuis aan het schilderen. Hij was naar Groningen geweest, naar de Hornbach waar hij verf had gekocht. Op de weg terug naar huis, op de ringweg, zag hij De Vries rijden. Toen kreeg hij het idee.
Hij dacht, ik ga De Vries piepelen.

De heer De Vries is zijn overbuurman van vroeger.
Hij kwam er wel over de vloer en speelde met de kinderen van De Vries.
Later toen Herman zelf groot was, zat hij regelmatig in het café in de rosse buurt van Groningen.
En dan zag hij De Vries wel eens voorbij schuiven.
Dat was in de jaren tachtig geweest

En in 2010 was het al weer raak.
Herman tegen de rechters: ‘Ik vond het zo walgelijk. Walgelijk dat hij seks buiten de deur zocht, terwijl zijn vrouw ziek was.’

Zo was het gegaan.
Rechters: ‘U heeft er wel werk van gemaakt.’
Herman kan dan beamen. ‘Ik heb een rijke fantasie. Ik schrijf offertes, maar ik ben ook bezig met een boek.’

Rechters: ‘In de brief schreef u dat u camera’s had geïnstalleerd. Pure fantasie. U schreef dat u loopjongens had, jongens die dingen doen voor geld.’
Herman: ‘Klopt.’

Op 4 januari 2012 valt de brief bij De Vries op de deurmat.
Hij leest en staat als aan de grond genageld.
Hartkloppingen.
Vraagt zich af waarin hij verzeild is geraakt.
De maffia?

In de brief staan veel privégegevens, informatie over de gezinssamenstelling, over de kerk.
Alles klopt.
In de brief staat dat er opnames zijn gemaakt vanuit een zolderkamertje van een pand aan de Nieuwstad.

De Vries moet 20.000 euro betalen.
Doet hij dat niet dan zal wereldkundig worden gemaakt dat De Vries naar de hoeren is geweest.
Dan zal de kerk over zijn escapades worden ingelicht.
Ook de kinderen zal iets overkomen.

Wanneer mevrouw De Vries thuiskomt, weet ze direct dat er iets aan de hand is.
Haar man rookt nooit binnen en drinkt overdag ook geen flesjes bier.
Hij legt uit dat hij haar nooit heeft bedrogen, dat hij nooit bij die dames binnen is geweest.
Huilend gelooft ze haar man.

Mevrouw De Vries wil betalen.
Iedere auto die langs rijdt, is verdacht.
Ze slapen niet meer, zijn bang, hun wereld staat op de kop.
Ze vertellen het de kinderen als die merken dat hun ouders uit hun gewone doen zijn.

De Vries tegen de rechters: ‘En daar sta je dan met je gezin. Ik wist me geen raad. Je doet een beroep op je kinderen, je hoopt dat ze je geloven.’

Herman reageert in de rechtszaal: ‘Ik heb d’r een droge keel van. Ik zou wel eens met hem willen praten.’

Het geld moest in een pakketje worden gestopt en dat moest voor tien uur in de ochtend op het dak van een schuurtje bij de afgelegen roeibaan worden gelegd.

De Vries besluit op het laatste moment de politie in te lichten.
De zaak wordt hoog opgenomen, zo’n zaak is ook weer eens iets anders.
In de buurt van zijn woning worden camera’s opgehangen en er komt een tap op zijn telefoon.

Rechters: ‘De politie heeft er nogal werk van gemaakt.’
Herman: ‘Ja, daar was ik wel van onder de indruk.’
Rechters: ‘U zegt dat het u niet om het geld ging. Maar u bent die dag wel gaan kijken of het geld er lag.’
Herman: ‘Ik had nooit verwacht dat hij die brief serieus zou nemen. Ik had bedacht dat als hij dat wel zou doen, hij dan het geld terug zou krijgen.’

Rechters: ‘U werkt als zelfstandige, u heeft een aardig inkomen, geen schulden en het leven goed op de rails. U had die 20.000 helemaal niet nodig.’
Herman: ‘Klopt.’

De officier van justitie is daar niet van overtuigd.
Hij zegt dat hij De Vries wilde piepelen.
Maar die brief gaat ‘iemand piepelen’ ver te boven.
De officier van justitie gelooft dat hij De Vries wel geld afhandig wilde maken.

‘Een grof strafbaar feit.’

De officier van justitie zegt dat het evenwel bij een poging is gebleven, zij het dat dat niet te danken is aan de verdachte.
Ze gelooft wel dat Herman inmiddels inziet dat wat hij heeft gedaan, niet kan.
Reden om af te zien van het eisen van een gevangenisstraf.

De eis: een werkstraf van 200 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf. Daarnaast moet Herman een schadevergoeding betalen aan De Vries van 1165 euro.

De Vries zegt als hij de rechtszaal verlaat tegen de rechters dat hij tevreden is met hoe de zaak is behandeld.
Herman heeft zich dan al uit de voeten gemaakt.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 26 april 2013 – uitspraak
Herman is veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur en een maand voorwaardelijke celstraf. De rechtbank gaat uit van een poging tot afdreiging. Dat het om een poging gaat, kom zo redeneert de rechtbank, omdat de politie tijdig op het toneel verscheen. De schadevergoeding die moet worden betaald bedraagt ruim 500 euro.

Zwijgende mannen

Zittingszaal 14, maandagochtend, 14 december 2009.

Een verdachte is al op vrije voeten en is niet komen opdagen.
Veel te confronterend allemaal.
De tweede verdachte zit vast, inmiddels al drie maanden in voorlopige hechtenis.
Vijf minuten nadat de strafzaak tegen hem is begonnen, krijgt hij te horen dat hij per direct naar huis mag.
Hij is even stomverbaasd als aangenaam verrast.
Het openbaar ministerie, vindt de rechtbank, heeft een foutje gemaakt.

Het openbaar ministerie had verzuimd de slachtoffers te vragen of die wel willen dat de verdachten strafrechtelijk worden vervolgd.
Wanneer afdreiging de misdaad is, moet dat van de wet.
Omdat afdreiging een klachtdelict is.
Artikel 318, lid 2, Wetboek van strafrecht.

Het openbaar ministerie was het er niet mee eens.
De slachtoffers hadden immers aangifte gedaan.
Dus.
Er volgde hoger beroep en toen weer cassatie bij de Hoge Raad.
Dat laatste kon helemaal niet, maar nam wel veel tijd in beslag.

Daarom duurde het tot vandaag, donderdag 12 januari 2012, dat het openbaar ministerie in de herkansing gaat.

De twee verdachte mannen zijn er niet.
De een omdat hij een strafzaak wederom emotioneel niet aankan, nog altijd te confronterend, zo luidt de verklaring van de advocaat die er wel is.
De ander is er niet omdat hij toch niets wil zeggen.
En om dan wel te komen en te zwijgen tegen de rechters , zo meldt de tweede advocaat, is ook zo lullig.

Abel en Henk worden verdacht van afdreiging.
Ze hebben gedreigd een geheim te openbaren met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen.

Het zou ongeveer zo zijn gegaan.
Abel en Henk lagen in september 2009 in de bosjes bij een seksclub in Emmen.
Toen een bezoeker het pand verliet, maakten ze foto’s en noteerden het kenteken van de blauwe auto van de vertrekkende bezoeker.
Met die informatie struinden ze het internet af, op zoek naar privé-gegevens.
Toen ze voldoende hadden, belden ze hem op.

Ze zeiden: ‘We hebben foto’s die je vrouw niet leuk zal vinden. En die foto’s gaan we publiceren op het internet. Tenzij je 1000 euro aan ons geeft.’

Er wordt een afspraak gemaakt.
Eerst bij de McDonald’s in Stadskanaal, bij nader inzien op de parkeerplaats bij de Aldi.
De ongelukkige man betaalt de gevraagde 1000 euro en krijgt in ruil een SD-kaartje waarop de foto’s zouden staan.

Een dag later wordt de man opnieuw gebeld.
Ze willen meer geld, want ze hebben nog steeds foto’s.
Ditmaal moet het maar eens 2000 euro wezen.

De nu helemaal ongelukkige man belt ditmaal de politie en doet zijn verhaal.
Op het politiebureau wordt een opzetje bedacht.
Het slachtoffer maakt met zijn afpersers een afspraak nabij de Praxis.
Daar zal hij voor de tweede keer geld afdragen.
Hij zegt dat zijn vriend Johnny het geld zal meenemen.
Johnny is een sterke politieagent uit Friesland.

Abel en Henk happen bij de Praxis niet toe, maar zijn wel opvallend in de buurt.
En worden aangehouden.
In hun auto worden de vermeende bewijzen gevonden.
Briefjes met daarop het adres van de ongelukkige man.
Sms’jes berichtjes die passen bij de misdaad.
Uit de TomTom wordt digitale informatie gevist waaruit blijkt dat het apparaat Abel en Henk naar de parkeerplaats bij de Aldi heeft geleid.
Bij een van de verdachten thuis een cardreader van hetzelfde merk als van het SD-kaartje.
Bij een fotoconfrontatie herkent de ongelukkige man de mannen aan wie hij 1000 euro heeft gegeven.

In diezelfde week doet een tweede man aangifte.
Hij heeft een soortgelijk verhaal, met dit verschil dat hij nooit in die seksclub in Emmen is geweest.

De officier van justitie zegt dat haar bewijsconstructie niets te wensen overlaat.
En dat dit wel een heel agressieve manier is om iemands privéleven overhoop te halen.

Ze eist een jaar gevangenisstraf tegen Henk.
Abel mag boeten met tien maanden zitten.

De advocaat zegt dat Abel een dikke sufferd is.
Dat Abel zo’n sufferd is omdat hij altijd van alles aan iedereen uitleent.
Zijn auto, laptop, zijn telefoon, ja wat niet.
Het is dus heel goed mogelijk dat het iemand anders is geweest dan Abel.
Dat de bewijsconstructie van de officier van justitie niet meer is dan een van de mogelijke scenario’s.
Abel moet dus worden vrijgesproken.

De advocaat van Henk zegt dat Henk is aangehouden zonder dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond en dat hij daarom nooit aangehouden had mogen worden.
Omdat dat toch is gebeurd, is het verkregen bewijs onrechtmatig en dat betekent dat ook Henk vrijspraak verdient.
Mocht de rechtbank daar anders over denken dan moeten de rechters zich eens afvragen welk doel het dient Henk terug te sturen naar de gevangenis voor iets wat hij in september 2009 al dan niet heeft uitgevroten.

De officier van justitie zegt nog wat.
Ze zegt dat ze blij is dat de mannen aangifte hebben gedaan.
Dat er bij het openbaar ministerie vaker signalen binnenkomen over zwijgende mannen.
Opdat vrouwen onwetend blijven.

Rob Zijlstra

.

• artikel 318 Wetboek van strafrecht

.

UPDATE – 26 januari 2012 – uitspraken
De rechtbank heeft de twee mannen veroordeeld tot 9 maanden celstraf p.p.

VONNIS

Klacht

Ongeloof bij de verdachte op maandagochtend.
Vijf minuten na aanvang van de zitting in zaal 14 krijgt de 22-jarige verdachte te horen dat hij naar huis mag.
Foutje van justitie, bedankt.

Hij had ruim drie maanden vastgezeten.

Hij en zijn kompaan zouden mannen die in Oost-Groningen seksclubs hadden bezocht, hebben gechanteerd.
Ze hadden foto’s gemaakt van die mannen en die foto’s dreigden ze te openbaren dan wel op te sturen naar het thuisfront.
Ze zouden dat niet doen als de seksclubmannen 1000 euro betaalden.
Een van die mannen deed dat ook, zo staat in de dagvaarding.

De chantabele mannen deden aangifte en de politie pakte de twee boeven op.
Een van de verdachten was onder voorwaarden al op vrije voeten.
Hij was vanochtend niet naar de rechtbank gekomen.
Hij zou dat niet aankunnen, zei zijn advocaat.
Bovendien was hij ook niet van plan iets te zeggen.
Dus.

Bij aanvang van de zitting kondigt de officier van justitie aan dat zij in later stadium nog een ontnemingsvordering zal indienen. Justitie wil het geld hebben dat de twee verdachten met hun sluwe praktijken hebben verdiend.

Maar zover komt het niet, want nog voordat de officier van justitie van wal kan steken, vraagt de rechtbank hoe het zit met artikel 318, lid 2.

In dat artikel staat dat dit misdrijf (afdreiging) niet wordt vervolgd dan ‘op klacht van hem tegen wie het gepleegd is’.
Anders gezegd: de slachtoffers moeten duidelijk aangeven dat ze willen dat de verdachten ook worden vervolgd.

De rechtbank: ‘Dat ze dat willen staat niet in het dossier.’
De officier van justitie: ‘De slachtoffers hebben aangifte gedaan. Daaruit mag worden opgemaakt dat zij vervolging wensen.’
De rechtbank, na beraad: ‘Het mag niet. Lees: artikel 318, lid 2.’

De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Afdreiging is een klachtdelict en dat had de officier van justitie als geen ander moeten weten.

Einde van de zitting en een verbaasde Henk mag naar huis.
‘Dikke fout van justitie’, jubelt een van de advocaten die uit Assen komt en die even daarvoor nog flink zat te mopperen omdat hij – om in Groningen te komen – anderhalf uur in de file had gestaan.

Eigenlijk ook helemaal niet zo raar, dat lid 2.
Want de slachtoffers willen natuurlijk dat wat wereldkundig dreigde te worden gemaakt een geheim zou blijven.
En in de openbare zittingszaal 14 blijft niets geheim.

Rob Zijlstra

>> artikel 318