Witte slopers

Johan (47) zit geen moment stil.
Hij frummelt met papieren zakdoekjes, maakt figuurtjes van een elastiekje, krabbelt aan schouders en benen en veegt dan weer een of ander pluisje, alsof het een eng beestje is, van het tafelblad.
Roept een keer luid dat hij een verschrikkelijke hekel heeft aan Willem die ‘mijn leven ruïneert’.

Willem (41) zit naast hem in de verdachtenbank en zegt niet zo veel.
Hij zegt wel dat hij niets heeft gedaan.

Johan en Willem zijn mannen die de het klappen van de zweep kennen.
Al heel veel jaren – sinds de jaren tachtig – draait het in het jachtige leven dat ze leven om één ding: cocaïne.
Beiden hebben forse strafbladen.
Johan: ‘Ja, tot aan Tokio.’

In de nacht van zaterdag 26 op zondag 27 juni vorig jaar zijn ze zelf de witte slopers.
Dat beweert het openbaar ministerie.

In die nacht proberen ze Friso dood te slaan en niet zo’n beetje ook.
Johan en Willem hebben daar, naar hun maatstaven, een goede reden voor.
Ze hebben de bankpas van Friso, maar nog niet zijn pincode.
En die willen ze wel.

Friso denkt terwijl de twee verdachten bezig zijn hem af te rossen: wat ze ook doen, de pincode geef ik niet. Als ik die wel geef, maken ze me toch ook dood.
Friso ziet nog één uitweg.
Hij doet net alsof hij al dood is.
Misschien dat ze dan ophouden.

En jawel, maar heel aangenaam moet dat niet zijn geweest.
Want terwijl hij daar levenloos ligt te doen, hoort hij Johan en Willem praten wat ze nu met zijn lijk aanmoeten.
Begraven?
Ergens verstoppen?
Uiteindelijk besluiten ze hem van de trap te kieperen en op straat te gooien.
Niet lang daarna komt er bij de politie het bericht binnen dat er een zwaar gewonde man op straat is gevonden.

Johan: ‘Klopt. Er is dus wel iets gebeurd. Ik heb hem van de trap gegooid. Er was allemaal bloed en ik was bang dat het bloed op mijn meubeltjes zou komen. En ik heb hem ook een paar klappen gegeven. Hij gilde zo vreselijk. Ik zei ‘bek houden, ik heb buren’, maar hij bleef maar gillen. Ik dacht, ik heb een strafblad van hier tot Tokio, straks komt de politie met een paar van die jonge broekies en dan schieten ze me neer. Dacht toen dus, ik gooi hem naar buiten. ’t Is verschrikkelijk, maar je moet nu eenmaal keuzes maken.’

Willem: ‘Ik lag op de bank, kreeg een flash en heb er niets van meegekregen.’
Johan: ‘Ik heb gezien dat Willem met hem bezig was.’

Willem: ‘Ik heb nog geroepen ‘kappen nou’ en ik heb geprobeerd hen uit elkaar te halen.’
Johan: ‘Ik heb een zo’n hekel aan die man daar.’

Willem: ‘Ik ben weggegaan.’
Johan: ‘Ik ga toch niet iemand beroven in mijn eigen huis? Dat is toch niet logisch?’

Johan en Willem ontmoeten Friso op die mooie zomeravond op de Vismarkt, bij de Albert Heijn.
Friso drinkt bier met het groepje daklozen dat daar graag rondhangt.
Hij koopt broodjes en blikjes voor ze.
Johan en Willem nodigen hem uit mee te gaan, om samen bij Johan thuis cocaïne te roken.
Friso, die op dat moment al 36 uur op de been is, vindt dat een mooi idee.
Ze rijden op de fiets langs een pinautomaat waar Friso net doet alsof hij geld opneemt. In werkelijkheid checkt hij alleen het saldo.

Johan en Willem denken: die man heeft geld, hij gaat de cocaïne dus ook betalen.
Thuis bij Johan wordt de dealer gebeld.
Ze willen voor vierhonderd euro tien gram.
Dan blijkt dat Friso geen geld heeft.

Friso wordt die zondag in het ziekenhuis door de politie gehoord.
Daar vertelt hij over een kleine en een grote man die hem op de Vismarkt hadden uitgenodigd om samen cocaïne te roken.
Nee, hij kent die mannen niet.

De politie bekijkt de beelden van de camera’s van Albert Heijn en zien hoe Friso met twee mannen wegfietst.
De politie, die het klappen van de zweep heus ook wel kent, ziet: dat zijn onze Johan en onze Willem.

De officier van justitie vertelt een naar verhaal.
In het ziekenhuis wordt vastgesteld dat Friso niet alleen een hersenschudding heeft, maar ook gebroken oogkassen, gebroken neus, gebroken kaak, dat hij tanden mist en dat er snijwonden op zijn buik zitten, niet diep, maar wel lang.
En op zijn arm en rond de pols zijn ernstige brandwonden geconstateerd.
Tijdens het slaan en schoppen had Friso een plastic vuilniszak om het hoofd die rond de keel was dichtgesnoerd.

De officier van justitie: ‘Om de pincode te ontfutselen, hebben ze hem gemarteld. Toen ze de pincode niet kregen, hebben ze hem van de trap gekieperd en voor dood op straat gegooid.’

Johan is onderzocht in het Pieter Baancentrum, maar werkte niet mee met het oog op een mogelijke tbs.
Zijn moeder had gezegd dat het Johan als kind aan niets heeft ontbroken, behalve aan grenzen.
Johan: ‘Ik neem het haar niet kwalijk.’
Het Pieter Baancentrum concludeerde dat er iets aan de hand is met Johan, maar wat is de vraag gebleven.

Willem had het eigenlijk voor zijn doen best voor elkaar.
Huisje, boompje en een vriendin die de dochter is van zijn baas.
Hij kan dus zo aan het werk.

De advocaten zeggen dat de verklaringen van het slachtoffer met terughoudendheid moeten worden bezien, omdat Friso immers al 36 uur drinkend en drugsgebruikend op de been was wat zou kunnen leiden tot onbetrouwbare herinneringen.
De officier van justitie zegt dat de kleurenfoto’s van de verwondingen van Friso in het strafdossier schokkend zijn.
En Johan en Willem gewetenloos.

Johan hoort zes jaar gevangenisstraf eisen.
Willem vijf jaar.

Johan: ‘Wat? Ik nog meer dan hem?’

Rob Zijlstra

.

artikelen wetboek van strafrecht
diefstal met geweldafpersingde poging

.

UPDATE – 21 april 2011 – uitspraken
Johan en Willem zijn beiden veroordeeld tot 5 jaar celstraf.  Het verhaal van Willem noemen de rechters ongeloofwaardig. Wie wat precies heeft gedaan, is niet relevant: het is samen uit, samen thuis. Eigenlijk hadden de rechters aan beiden 6 jaar willen opleggen. Omdat de twee licht verminderd toerekeningsvatbaar zijn, werd het 5 jaar. De rechters spraken van schokkende feiten.

DE VONNISSENvolgen

.

.

.

.

Onderzoek pechvogel

Simon is voor het ongeluk geboren
Je kunt ook zeggen: hij is niet geschikt voor het vak.

Ga maar na: de laatste tien jaar van zijn leven, hij is nu 33 jaar, zat hij meestal in de gevangenis.
In 2006 had hij met zijn vrienden een handeltje opgezet.
Harddrugs.
De politie kwam daar via criminele infiltranten achter en begon te onderzoeken.
Simon en zijn vrienden zouden bijvoorbeeld cocaïne verkopen vanuit het destijds trendy restaurant Kaap Hoorn in Groningen.
Dat dat gebeurde was destijds een publiek geheim waar iedereen over sprak.
Maar het onderzoek – het onderzoek Mus – wilde desondanks maar niet vlotten en dus werd besloten tot het inzetten van een geheim agent: agent A17-63, ook wel Duitse Hans genoemd.

Duitse Hans vertelde dat zijn familie net als Tony Soprano in de afvalverwerking zat en of Simon en zijn vrienden ook dingen konden regelen.
Cocaïne bijvoorbeeld.
Simon en zijn vrienden zeiden dat dat geen probleem kon wezen.
Eén kilo, vijftien kilo?
Hans moest het maar zeggen.

En zo liep Simon met dank aan de Duitse pseudokoper tegen de lamp.
In maart 2008 werd hij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens drugshandel en als deelnemer aan een criminele organisatie.

Ergens in het afgelopen jaar was Simon net weer op vrije voeten.
Hij wilde een eigen bedrijf beginnen.
Advertenties verkopen voor op het internet.
Daar kun je goed geld mee verdienen, had hij gehoord.

Zo nu en dan trof hij oude vrienden.
Vrienden die een handeltje hadden opgezet.
Dat wist hij wel, maar hij deed niet mee dit keer.
Omdat hij nu immers in advertenties deed.
De politie had via criminele informanten lucht gekregen van de handel, maar weer wilde het onderzoek niet opschieten.
Besloten werd wederom een pseudokoper in te zetten.
Ditmaal Roy.

En zo kwam er eind vorig jaar onder observatie van de politie een kilo cocaïne op een adres in Groningen.
Toevallig of niet, maar daar was ook Simon.
Of hij dat spul in een zakje even naar een adres wilde brengen.
Simon wilde dat niet, maar deed het vervolgens toch.
In een opwelling, zegt hij tegen de rechters die dat niet geloven.

Op het moment dat Simon de cocaïne bij een bar in stadswijk Vinkhuizen afleverde, wordt hij gearresteerd.
Met dank aan ditmaal Roy.

De kilo was bestemd voor Zweden
De officier van justitie gelooft niet dat Simon er ditmaal zo diep inzat.
Voor dat onderdeel in de tenlastelegging vraagt hij daarom vrijspraak.
De advocaat en Simon knikken tevreden, want dat scheelt een boel in de straf.

Wel bewezen kan worden, zegt de officier van justitie, dat Simon de cocaïne even in bezit heeft gehad en het spul even heeft vervoerd. Het een volgt uit het ander, maar het mag twee keer niet.

Het juridische bezit heeft misschien tien minuten geduurd.
Het vervoer door de stad behelst hooguit een kilometer of drie.

De officier van justitie formuleert zijn strafeis en roept voor alle zekerheid de criminele geschiedenis van Simon nog even in herinneringen.

Een werkstraf?
Nee.

De officier eist drie jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk, plus nog eens drie maanden extra die hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.

Heeft Simon weer.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 29 april 2010 – uitspraak
Eindelijk. Eindelijk een beetje geluk. De rechtbank neemt het Simon bijzonder kwalijk dat hij kort na een lange detentie zich weer heeft ingelaten met de handel in drugs.  Maar de opgelegde straf is fors lager dan de eis: 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij een gedragstraining volgen. Ook de drie manden van eerder moet hij nu uitzitten.