Criminele tip

in washandjes achter
een radiator vinden
agenten bankbiljetten

 

Het moet er heftig aan toe zijn gegaan.
Ze hadden hem op zijn hoofd geslagen en met een hamer op een van de twee grote tenen.
Dat doet gruwelijk pijn.
Daarna dreigden ze vingers af te hakken met een klein Russisch handbijltje.

Zoiets komt niet elke dag voor in Delfzijl.
Het gebeurde in augustus 2012.
Het slachtoffer is Bernard, zijn belagers Duitssprekende mannen uit Rusland en Italië.
De gewelddadige overval op de woning leidde tot een rechtszaak: één verdachte werd vrijgesproken, een ander kreeg vijf jaar celstraf.

Tijdens het strafproces werd duidelijk wat de aanleiding was van een en ander.
Bernard zou erg veel geld in huis hebben.

Een jaar ging voorbij en het werd augustus 2013.
In die maand kwam bij de politie te Delfzijl een tip binnen uit het criminele circuit.
De tip: ene Bernard heeft wapens.
Drie dagen later stonden agenten bij hem op de stoep met het vriendelijke doch dringende verzoek aanwezig schiettuig in te leveren.
Uitleveren, zeggen ze bij de politie.

De woning werd doorzocht.
Er werden twee wapens gevonden, waaronder een doorgeladen Smith en Wesson in de bank.
Een beetje hasj.
In washandjes achter een radiator vonden agenten bankbiljetten.
Briefjes van tien, van twintig, twee van vijfhonderd.
Opgeteld: 26.410 euro.
Elders in de woning nog eens 159 biljetten van tien euro.
Tezamen: 28.000.

Dit zijn geen alledaagse vondsten.
Bernard werd per direct benoemd tot de grootste drugsdealer van Delfzijl.
Drie dagen zat hij vast in een politiecel.
Daarna viel het mee en mocht hij naar huis.

Bernard ontkent de drugshandel.
Het gevonden geld had hij verdiend met hard werken.
Zo had hij een drainagesysteem aangelegd in een tuin van een huisarts.
Het geld was bedoeld voor een nieuw gebit en voor zijn oude dag.

De agenten namen het geld mee naar het politiebureau en begonnen eerst te tellen en daarna te rekenen.
Na bijna twee jaar waren ze eruit.
Conclusie: Bernard heeft 47.621,68 euro verdiend.
Niet met hard werken zoals hij beweert, maar met de handel in drugs.

Twee weken geleden werd de kwestie dan eindelijk voorgelegd aan de rechtbank.
Niet alles in de opsporing heeft nu eenmaal prioriteit.
De rechters hebben inmiddels gesproken.
Bernard moet acht maanden naar de gevangenis wegens witwassen en wapenbezit, beetje drugs.
De eis was negen maanden.

Die 28.000 euro is hij kwijt.
De rechters zeggen dat ze het niet aannemelijk, maar juist onaannemelijk vinden dat Bernard dit geld heeft verdiend met klusjes.
Dat geld wordt verbeurd.
Daarnaast moet hij die 47.621 euro en 68 eurocent – het wederrechtelijk verkregen voordeel – aan ons afdragen.

Het is voor de misdaadbestrijders niet te hopen dat Bernard in hoger beroep gaat.
Dan gaat het nog jaren duren.

Rob Zijlstra

Geld & alcohol

het verdriet van Yanar
zit verwerkt in een
getatoeëerd traantje
onder zijn oog

 

Misschien is het wel waar dat in ieder mens van nature een paar gram slechtheid schuilt en dat daarom misdaad bestaat.
Zo er ook plastic in zee drijft.
Wie weet.
Met grotere stelligheid durf ik op te schrijven dat er misdaad onder ons is als gevolg van geld – te weinig of te veel – en – idem – alcohol.

Nooit zal ik de verdachte Peter vergeten, toen 31 jaar.
Bij de Spar had hij rode wijn gestolen, bij de iets verderop gelegen Gall&Gall aan het pleintje was hij gaan slaan om een fles whisky te bemachtigen.
Met de buit holde hij naar huis waar hij – eenmaal dronken – zijn geliefde in elkaar beukte.

Op een dag pikte zij dat niet meer en belde gebutst de politie.
Agenten kwamen opdraven en hielden Peter aan terwijl hij diep was weggezakt in zijn zoveelste roes.
Rond zijn bed een zee aan lege (en gestolen) drankflessen.

Peter was een man met vermogende ouders.
Om aangenaam te leven kreeg hij 15.000 euro per maand toegeschoven.
Daar hoefde hij niets voor te presteren.
Toen zijn ouders kwamen te overlijden, vloeide er een paar miljoen naar zijn bankrekening.
Waarom dan stelen met al dat geld, met al die euro’s?
Simpel: ’t was op.
Verbrast. Opgezopen. Verpist.
Peter had niets meer.
Zelfs de schadeclaim van Gall&Gall, twee tientjes, kon hij als ex-miljonair niet betalen.
De duurste afkick-klinieken in het buitenland had hij bezocht, daar waar ook benevelde wereldberoemdheden komen, maar geholpen had het niet.
Hij moest wel stelen.

Is het niet de drank, dan is het wel het geld.
Yanar (20) heeft nooit vermogende ouders gehad.
De ouders die hij wel had, zijn dood.
Oma voedde hem op.
Na een lange vlucht uit Azerbeidzjan belandde hij in Noord-Groningen, niet ver van waar ook dronken Peter was neergestreken.
Een stage bij de V&D in Groningen mislukte omdat hij er van veel te vroeg tot veel te laat en altijd te hard moest werken.

Yanar had 65 euro per week te besteden.
Dat was per week te weinig, daar hij met dit geld ook zijn dagelijkse jointjes moest financieren.
Aan de bewindvoerder had hij om opslag gevraagd, een beetje extra maar.
Over een week zou oma jarig zijn en hij wilde iets voor haar kopen.
De bewindvoerder hield voet bij stuk en gaf geen cent extra.
Yanar zei daarop boos dat hij dan op zijn eigen manier geld zou gaan halen.

Kort daarna, op nieuwjaarsdag, stapte hij met een muts over zijn hoofd en een vuurwapen in de linkerhand de frietkraam in Tuikwerd in Delfzijl binnen en eiste met trillende knieën het geld in de kassa op.
De doodgeschrokken frietmedewerkster drukte op het stille alarm en griste wat bankbiljetten bijeen.
Met honderd euro ging Yanar er vandoor.

Nee, zegt hij tegen de rechters, het is niet de manier.
Maar wat moest hij dan?
Hij had geldnood. Dus.
En nu?
Hij zegt: ‘Oma is teleurgesteld.’
En verder?
Hij wil met rust gelaten worden, zijn straf uitzitten en dan werken.
En als dat niet lukt gaat hij terug naar zijn land, dan wil hij weg van hier, van hier waar grote mensen alleen maar onzin praten.

Jawel.
Hij heeft wel aan dat meisje van de frietkraam gedacht.
Maar pas later.
Niet toen hij het ging doen, want dan denk je niet aan zoiets.
Nu wel.
De reclassering waarmee hij niets te maken wil hebben, schreef dat Yanar een kwetsbare jongeman is die al veel in zijn leven heeft moeten meemaken en de neiging heeft dat te overschreeuwen.
Het verdriet van Yanar zit verwerkt in een getatoeëerd traantje onder zijn oog.
Wat de officier van justitie betreft hoeft Yanar de komende tijd te werken noch oplossingen te verzinnen voor geldnood.
Hij eist vier jaar gevangenisstraf.

Hannes combineert geld en drank.
Hij steelt al jaren als gevolg van geldnood ten behoeve van drank.
Eens was hij goed voor twee flessen jenever per dag, tegenwoordig houdt hij het vooral bij bier en whisky.
Een dag voordat Yanar de frietkraam bezocht, keilde Hannes aan het Helperplein in Groningen een baksteen door de etalageruit van Gall&Gall (ja, die weer).
Hij was op dat moment al flink dronken.
De volgende ochtend was hij wakker geworden in Oude Pekela bij een kennis.
In het bed waarop hij lag, lagen ook zeven flessen whisky.
Toen de drank drie dagen later op was, zou hij hebben ingebroken in de woning van zijn moeder.
De buit: een fles bessenjenever en een krat Amstel.
Eis: vijftien maanden.

In de zalen van het strafrecht zijn wekelijks dit soort geld- en drankverhalen op te tekenen.
Soms, heel soms, gaat het andersom.
Zoals bij Max, een jongeman van dan 21 jaar uit Oezbekistan die deel uitmaakte van een criminele bende die zich in Oost-Groningen schuldig maakte aan moord (althans pogingen daartoe), vrijheidsberoving, drugshandel, bedreigingen en gewapende overvallen op hennepplantages.

Max zou betrokken zijn geweest bij een woningoverval (met hennep) in Froombosch.
Iemand had hem met zijn oorbellen door zijn oren herkend, op de plaats-delict was een muts gevonden met daarop zijn dna.
De rechtbank veroordeelde hem tot vier jaar.
Zijn rechters wilden niet weten dat bij hem sprake was van een ‘psychotisch beeld’, veroorzaakt door een ‘schizofreen proces’.

Er volgde hoger beroep.
In het Paleis van Justitie in Leeuwarden stelden de raadsheren ter plekke vast dat Max geen gaatjes in de oren had en ten aanzien van de muts met dna luidde het oordeel dat de muts er door anderen kan zijn neergelegd.
Vrijspraak.

Max had drie nachten in een politiecel doorgebracht.
Daarna had hij vijf nachten met beperkingen een huis van bewaring gezeten, gevolgd door nog eens 736 nachten zonder beperkingen, zij het wel opgesloten en van de vrijheid beroofd.
En dat ten onrechte.

De advocaten stelden voor om aan Max een schadevergoeding toe te kennen.
Voor de eerste acht dagen 105 euro per etmaal, voor de 736 daaropvolgende nachten tachtig euro.
En omdat bij Max dus wel sprake is van een ‘schizofreen proces’ zou het standaardtarief moeten worden verdubbeld.
Ook de kosten van het verzoek tot schadevergoeding – 550 euro – zou moeten worden vergoed.

De rechters dachten diep na en besloten toen de Staat der Nederlanden te verplichten om aan de jonge Oezbeek (op een tientje na) 120.000 euro te betalen.

Proost.

Rob Zijlstra

uitspraken op 25 juni

Rekentoets

Schermafbeelding 2015-02-23 om 15.23.01De politierechter klinkt een beetje kribbig.
Ze vraagt aan de officier van justitie waarom de knipkosten van de winst mogen worden afgetrokken?
De officier van justitie bladert door het dossier, hij kan het even niet zo snel vinden.
De rechter: ‘Zijn er kosten gemaakt voor knippen? Volgens mij heeft-ie zelf geknipt. Dan maak je toch geen kosten?’
De officier van justitie heeft het gevonden.
Zegt: ‘Het klopt. Dat bedrag moet er dus nog bij worden opgeteld.’

De politierechter vertelt dat de hennepkwekerij aan de Hoenderhof in Delfzijl kon worden ontmanteld dankzij tips via Meld Misdaad Anoniem.
Politierechter: ‘Wat dan wel weer heel bijzonder is, is dat de melding komt op een moment dat de plantjes er staan, maar dat de plantjes zijn verdwenen op het moment van de politie-inval.
Ze zegt: ‘Dat is eigenlijk best treurig.’

De officier van justitie zegt dat de politierechter vanochtend met het verkeerde been uit bed is gestapt.
Dat zei hij niet hardop.
Ik denk dat hij dat dacht vanwege de mimiek.

De kwekerij was ingericht door twee broers in de woning van een van hen.
Met de opbrengst wilden ze de hypotheek betalen.
Een klikspaan vond dat het zo mooi niet mocht worden en belde anoniem.

De twee verdachten zijn niet naar de rechtszaal gekomen.
Behalve de aanklager en de politierechter zitten daar slechts een griffier en een rechtbankverslaggever om het allemaal aan te horen en gade te slaan.

De officier van justitie zegt dat een van de broers nu moet betalen.
Hij heeft de oogst van 96 planten verkocht.
De broer moet de winst afdragen aan de staatskas.
De politierechter: Waarom maar een broer, waarom niet alle twee?
De officier van justitie begint opnieuw te bladeren.
De politierechter doet uitspraak.

Beiden krijgen een werkstraf van 120 uur.
En samen ook de rekening.
Dat ging zo:

Er stonden 96 planten.
Die planten leveren 28,2 gram hennep op (dat is standaard zo).
Maakt 2,7 kilo.
Een kilo hennep is goed voor 3.280 euro (idem).
Dat levert 8.856 euro op.

Er zijn ook kosten (logisch).
Elektriciteitskosten: 840 euro.
Afschrijving: 150 euro (van dit en dat).
Inkoop plantjes: 273,60 euro.
Variabele kosten: 319,68 euro.

De totale kosten (1.583,28) mogen van de bruto opbrengst (8.856) worden afgetrokken.
Resteert een bedrag aan wederrechtelijke verkregen voordeel van 7.272,72 euro.
En daar moeten ze nu ieder een helft van betalen.

De politierechter: ‘Geen dank.’
De officier van justitie gaat niet in hoger beroep.

Rob Zijlstra

toe maar

Terror-trut

Schermafbeelding 2013-09-13 om 01.50.46Theda is een vrouw uit Delfzijl die wordt verdacht van een poging tot moord dan wel doodslag op een militair uit Assen.
De officier van justitie beweert dat Theda niet alleen een jonge vrouw is – met 25 jaar moet dat een feit zijn – maar ook dat ze sluw is en gemeen en gevaarlijk.
Met haar schoonheid zou ze haar slachtoffer hebben verleid om hem vervolgens in haar bed met een mes in de buik te steken.
Een femme fatale.

Of is Theda de kwetsbare vrouw, een slachtoffer dat ze zelf zegt te zijn?

Ze betreedt de rechtszaal in stijl, alsof ze over de catwalk loopt, hooggehakt, kortgerokt.
Duivelse rode nagels.
Rechtstreeks vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle.

Theda had Klaas na jaren weer ontmoet op een nieuwjaarsborrel.
Daarna hadden ze een paar keer contact gehad via Whatsapp.
Ze kenden elkaar al een jaar of tien.
Een paar weken na die eerste ontmoeting in het nieuwe jaar wilde Klaas weer naar Delfzijl.
Theda bood aan dat hij bij haar kon slapen.
Hoefde hij niet achter het stuur dat hele eind terug naar Assen.
Zo geschiedde.

Samen komen ze na cafébezoek in haar woning.
Beiden gedronken.
Zij rookt nog een sigaret.
Daarna springt ze onder de douche, trekt haar trui aan waarin ze altijd slaapt.
Ze is moe.
Zegt dat Klaas wel naast haar mag liggen.
Hij hoeft niet op de bank.

Ineens voelt ze zijn hand die friemelt.
Hij betast haar.
Ze wil niet, zegt tot drie keer dat hij, hij in zijn short, moet ophouden.
Maar Klaas gaat door.
Trekt ineens de dekens van haar af.
Theda pakt een mes, het bistro-mes met karteltjes dat altijd onder haar hoofdkussen ligt omdat ze naast vrienden ook vijanden heeft en een angststoornis.
Het is donker, ze steekt in het wilde weg.

Klaas rent de kamer uit, weg uit de woning, zo naar het ziekenhuis waar hij vier dagen moet blijven.
Theda belt haar oma en daarna 112.

Theda zegt tegen de rechters dat het niet had mogen gebeuren.
Ze zegt dat ze bang was, in paniek.
Zegt: ‘Ik voelde mij bedreigd, hij luisterde niet. Maar nee, is nee.’
Zegt ook: ‘Ik wilde hem van mijn lijf houden. Maar dat ik hem heb neergestoken is daarvoor geen excuus.’

De officier van justitie zegt dat Klaas een andere lezing heeft gegeven van de gebeurtenissen.
Theda: ‘Ja, dat snap ik.’

Klaas zegt dat ze na cafébezoek samen naar de woning van Theda waren gegaan omdat hij mocht blijven slapen.
Ze hadden toen gezoend.
Theda begon hem vragen te stellen: ‘Waarom ben jij vroeger nooit verliefd op mij geweest?’
Theda zei, zegt Klaas: ‘Zullen we een spelletje spelen?’
Klaas zei, zegt hij, dat hij niet zo van de spelletjes is.
Theda: ‘Laat ook maar, want dan belandt er eentje van ons in het ziekenhuis en de ander op het politiebureau.’

Klaas: ‘Plotseling voelde ik een klap. Even later merkte ik dat ik was gestoken.’
Buikwandperforatie, leverletsel.
De forensisch arts: ‘Het had fataal kunnen aflopen.’

Theda:‘Ik vind het heel erg, maar ik heb nooit de intentie gehad hem dood te steken. En wat hij zegt, klopt niet. Ik ben nooit verliefd op hem geweest. We hebben niet gezoend.’

Verdedigde de jonge vrouw uit Delfzijl zich tegen een militair uit Assen die mocht blijven slapen en die na vrolijk cafébezoek handtastelijk werd?

De officier van justitie: ‘Nee. Klaas moest dood.’

Kort na het incident, nadat Theda eerst oma en toen 112 had gebeld, had ze op het politiebureau tot in detail verklaard dat het een wraakactie was geweest.
Klaas had zitten stoken in haar relatie die daardoor was beëindigd.
In de rechtszaal bevestigt ze dat Klaas haar relatie heeft stukgemaakt.
Voor de rest weet ze het niet meer.

De officier van justitie: ‘Zie hier het motief.’
De officier van justitie heeft een keuze gemaakt: vrouw veinst aanranding om man die zij in haar bed had uitgenodigd dood te kunnen steken.
Zegt: ‘Je nodigt de man op wie je boos bent niet uit om te blijven slapen. Dat is niet logisch.’
Het was wraak.

Poging moord of doodslag?
De officier van justitie twijfelt.
Lag dat mes altijd onder het hoofdkussen?
Of met bedoelingen?
De officier van justitie kiest voor de poging tot doodslag.
De Hoge Raad stelt vandaag de dag strenge eisen aan de voorbedachten raad.

Ik kijk naar de vrouw die voor mij zit.
Superslank als een model uit de glamourbladen op de catwalk.
Zelfs haar kleding past bij die setting.
Glinstertjes op de wang.
Is niet relevant.

Op chatsites op het internet noemt ze zichzelf onder meer terror-trut.
Bezoekers complimenteren haar vanwege de sexy foto’s en haar tatoeages.
Zegt ook niets.

Ze zou ten minste drie liter bier per dag drinken.
En verslaafd zijn aan gamen.
Sociale fobie.
Angststoornis.
Durft niet alleen de straat op, niet alleen naar de supermarkt.
Als ze in haar slaapkamer is, is ze bang voor de woonkamer.
Een kwetsbare vrouw, in niets partij voor een beroepsmilitair uit Assen.

Of juist wel?

Theda hoort drie jaar celstraf eisen.
Waarvan een jaar voorwaardelijk.
Met een proeftijd van drie jaar.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 26 september 2013 – uitspraak
Een poging tot doodslag, vinden de rechters, met een te lage strafeis.  Die deed geen recht aan de ernst van de feiten. Theda is veroordeeld tot vier jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Zodra ze op vrije voeten komt moet ze zich laten behandelen aan haar alcoholprobleem. Volgens de rechters is de vrouw verstrikt geraakt in een vicieuze cirkel. Zonder behandeling is de kans op herhaling groot.

UPDATE – 3 april 2014 – uitspraak hoger beroep
Het gerechtshof komt in hoger beroep bij dezelfde feiten tot een andere straf; 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk.

Tip: Delfzijl

‘Leen nooit je auto uit’

eindeautoDelfzijl doet altijd goed mee in de race naar een hoge notering in de Noordelijke misdaadstatistieken.
Delfzijl is – anders dan Harlingen aan de andere kant – af en toe een poel des verderfs.
Op het gebied van de misdaad valt in Delfzijl van alles te beleven.
Gekscherend is Delfzijl al eens het Sicilië aan de Eems genoemd, zij het dat dat met iets anders van doen had.

Het misdaadgenre waarin Delfzijl vooral goed meedoet is de diefstal, de afpersing met geweld, oftewel de overval.
Cafés, cafetaria’s, de amusementshal naast de molen, sigarenzaken, de kippenboer, diverse tankstations, ze zijn allemaal al een keer of vaker aan de beurt geweest.
En ook ogenschijnlijk gewone woningen zijn het doelwit.
Daarbij is al eens, heel triest, een dode gevallen.

In zittingszaal 14 werd donderdagmiddag een strafzaak rond zo’n Delfzijlster woningoverval afgesloten, terwijl er direct daarna eentje begon.

De drie verdachten die eind mei in de Groninger rechtszaal zaten, hoorden donderdagmiddag wat de rechtbank voor hen in petto had.
Tegen het trio uit Amsterdam en Rotterdam was vijf jaar celstraf per persoon geëist.
Best stevig, ook al omdat de overval die ze zouden hebben gepleegd op een groot fiasco was uitgedraaid.

Anton had een tip gekregen, de naam van de tipgever wilde hij in de rechtszaal niet prijsgeven.
De tip luidde dat in Delfzijl, in een gewone woning in Delfzijl-noord, flink wat geld en of drugs zouden liggen.
Zouden ze aan het einde van de ochtend in die woning inbreken, dan hadden ze easy money.
Sowieso een makkie want er zou niemand in huis zijn, beloofde de tipgever.

Anton mocht de auto van Michael lenen en vroeg aan Kraai of die zin had mee te gaan.
Kraai beriep zich tijdens de rechtszaak op het zwijgrecht.
Michael ontkende in alle toonaarden en Anton had spijt dat het was gegaan zoals het was gegaan.
Dat hij een vrouw, een moeder van kinderen, had moeten bedreigen, moeten vastpakken, dat zit hem nog steeds dwars.
Hij zei: ‘Ik voel schaamte.’

Toen ze de woning betraden bleek de vrouw dus thuis. Zij kreeg een vuurwapen in het gezicht, de vraag gesteld ‘waar is die geld?’ en dacht dat haar laatste uur had geslagen. Ze nam alvast afscheid.
Ondertussen werd de bekleding van banken en stoelen stukgesneden.
Er werd niets gevonden.
De overvallers snaaiden de Samsung Galaxy (S3) nog even mee en sprongen buiten in de auto.
Anton: ‘We zouden geen slachtoffers maken.’

Kraai blijft zwijgen.
Hij is door zijn moeder het huis uitgezet en leeft in kelderboxen waar hij slaapt.
Hij beaamt dat dat niet fijn is.
Meer zegt hij niet.

Michael zegt dat hij zijn auto nooit had moeten uitlenen, maar beter naar zijn moeder had moeten luisteren.
Rechters: ‘Wat zei uw moeder dan?’
Michael: ‘Leen nooit je auto uit.’

Vijf jaar celstraf ziet hij niet zitten.
Michael is danser, leraar, kok en organisator, heeft een eigen bedrijf dat hij met hard werken heeft opgebouwd.
Vijf jaar cel betekent voor hem einde verhaal.
Tegen de rechters: ‘Vijf jaar zitten voor iets wat je niet hebt gedaan, vind ik te lang.’

Met hoge snelheid ging het richting Groningen.
De politie kwam en als u ons van de krant moet geloven was er sprake van een wilde achtervolging.
Na dertig kilometer was de vlucht voorbij.
De auto van Michael knalde achterop een dieplader.

Anton gaf zich met de handen in de lucht over.
De vermoedelijke tipgever rende weg en zal spoorloos blijven.
Kraai werd zwijgend in struikgewas in de directe omgeving gevonden.
Zijn advocaat probeerde wat door te zeggen dat Kraai dan mogelijk wel in de vluchtauto heeft gezeten, bewijs dat hij bij de overval betrokken is geweest, is dat nog niet.

Toch wel.
Kraai en Anton krijgen hun straf: geen vijf, maar vier jaar.
Aan het slachtoffer moeten ze 5.000 euro betalen.
Michael wordt vrijgesproken.
Er zijn aanwijzingen die duiden op schuld, maar opgeteld is het net te weinig.
Hij kan verder met zijn bedrijf, zij het zonder auto.

De woning in dit verhaal is een gewone woning, maar ook weer niet helemaal.
In het huis woont behalve de vrouw ook een man die eigenaar is van een coffeeshop.
Tijdens het onderzoek vinden agenten wat de overvallers niet vonden: drugs.
Niet zo verwonderlijk, want wie een coffeeshop heeft moet ergens heen met de voorraad die immers niet in de shop zelf mag worden bewaard.
Tipgevers weten dat maar al te goed.

De eigenaar wordt voor het drugsbezit veroordeeld door de politierechter en nu is hij in afwachting van behandeling in hoger beroep.
En hoewel deze gekkigheid een gevolg is van de politiek, willen de lokale politici niets meer met hem te maken hebben.

Een maand eerder rijden twee mannen met een tip van Groningen naar Delfzijl.
De tip: in een woning aan de Prins Bernhardlaan liggen twee zaken met geld, misschien ook drugs.
De mannen hebben een hakbijltje bij zich voor het geval de bewoner zich verzet.
Dat doet hij en er vloeit bloed.
Het slachtoffer is geen onbekende, zegt de politie voorzichtig.
De hoofdverdachte is een 38-jarige Italiaanse man, maar geboren in Duitsland waar hij net elf jaar in de gevangenis heeft gezeten.
Man twee, 23 jaar, komt uit Dnipropetrovsk en zo ziet hij er ook een beetje uit.

De strafzaak wordt onderbroken want het politieonderzoek is niet klaar.
Het vervolg is in september.
Er was een belangrijkste getuige, maar die stierf op de dag dat hij door de politie zou worden verhoord.
Alsof dit het begin is van een spannend verhaal.

Rob Zijlstra

een balend gemeenteraadslid

Angstaanjager

De 40-jarige Milos zit sinds mei dit jaar in de gevangenis.

Hij zit daar omdat hij heeft geprobeerd vijf mensen te vermoorden.
Op zich is het dus niet zo raar dat wij Milos hebben opgesloten.

En toch is het dat wel.
Want de vijfvoudige poging tot moord waar de officier van justitie hem van beticht, is alleen op papier gebeurd.
Op het papier van de tenlastelegging.

In het echt heeft Milos mensen bedreigd.
Dat wil zeggen, dat zegt de officier van justitie nu, in de rechtszaal.

Dus:
Milos zit in de gevangenis op verdenking van pogingen tot moord.
Maar in de rechtszaal staat hij terecht voor bedreigingen.
De officier van justitie zegt dat de scheidslijn tussen de pogingen tot moord en de bedreigingen in deze zaak heel dun is.
De officier van justitie lijkt hiermee te willen zeggen dat het dus wel terecht is we Milos momenteel van zijn vrijheid beroven.

Het gaat in mei niet zo goed met Milos die is geboren in het voormalige Joegoslavië, maar in Delfzijl woont en werkt als automonteur.
Hij is zich wanhopig en verdrietig.
Suïcidaal ook, zeiden later de deskundigen die met hem hadden gesproken.

Milos wil met zijn huisarts praten.
Hij maakt een afspraak, maar als hij in de praktijk moet zijn, ligt hij te slapen.
Zijn partner belt daarom met de doktersassistente en maakt een nieuwe afspraak.
Milos wordt wakker, kijkt op de klok, schrikt en haast zich naar de praktijk, niet wetende dat zijn partner een nieuwe afspraak heeft gemaakt.

In de wachtkamer krijgt hij te horen dat hij te laat is, dat de arts nu geen tijd meer voor hem heeft.
Dat hij de volgende week terug kan komen.
Dat er al een nieuwe afspraak is.

Milos vertrekt.
Boos.
Tegen de rechters: ‘Boos op mezelf. Omdat ik te laat was.’
Rechters tegen Milos: ‘U was niet boos op anderen?’
Milos: ‘Nee, niemand is verplicht mij te woord te staan.’

Als hij thuiskomt, is hij nog steeds boos.
Hij zou hebben geroepen: ‘Ik wil dood.’
Dan stapt hij in de auto en een paar minuten later dendert hij met het voertuig door de glazen schuifdeuren, zo de dokterspraktijk binnen.
De vijf aanwezigen schrikken, logisch, en sluiten zich op in een kantoortje.

Milos rijdt nog een keer achteruit en weer vooruit, rijdt naar buiten en knalt nog twee keer tegen de gevel aan.
Hij stapt uit en schreeuwt lelijke en dreigende woorden.
De politie houdt hem aan.
In verwarde toestand, zo bericht de politie een dag later aan de pers.

Milos zegt dat hij het zich niet goed kan herinneren.
Van de politie hoorde hij wat hij had gedaan.
Wat hij weet, weet hij van de politie.

De rechters zeggen dat ze het wel opmerkelijk vinden dat hij het niet meer weet, dat hij zich niets kan herinneren.
Rechters zeggen dit vaak omdat onderzoek hen heeft geleerd dat ‘het niet meer weten’ in de rechtszaal vaak ‘het niet meer willen weten’ is.

De officier van justitie gaat een stapje verder.
Zij noemt het ‘niet meer weten’ volstrekt ongeloofwaardig.
Waarom de officier van justitie dit vindt, vertelt ze er niet bij.

Milos zegt dat hij pijn heeft en moet een beetje huilen.

Het met een auto een gebouw binnen denderen kan heel gevaarlijk zijn.
Maar in dit geval, zegt de officier van justitie, kan ik de pogingen tot moord niet bewijzen.
In dat halletje stond namelijk niemand.
De kans dat hij met de auto iemand omver had gereden is nihil, omdat de vijf aanwezigen zich elders in het gebouw bevonden.

De officier van justitie: ‘Ik kom dus niet toe aan pogingen tot moord. Wat ik kan bewijzen is de bedreiging. Hij wilde angst aanjagen.’
Goed voor een eis van anderhalf jaar celstraf.
Tien maanden voorwaardelijk.

Is gevangenisstraf het juiste medicijn voor een man in de war?
Een huisarts zal het een angstaanjagend idee vinden.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 8 september 2011 – uitspraak
De poging tot moord cq doodslag acht de rechtbank niet bewezen. Op het moment dat Milos met zijn auto de praktijk binnenreed, was daar niemand aanwezig. Er bestond geen reeele kans dat iemand door zijn actie zou komen te overlijden. Een bedreiging tegen het leven gericht kan wel worden bewezen. En ook de vernieling. Het juiste medicijn is volgens de rechters 14 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk. Verder stellen de rechters vast dat hulp voor Milos geboden is.

.

 

Klavertje vier

duo

Het zijn geen jongens die lid zijn van de plaatselijke roeivereniging.
Dat kun je wel zien.
Ook dat ze dat binnenkort niet gaan worden.

Als je naar Kraai kijkt, kun je zomaar denken dat hij uit een videoclip van MTV is gekukeld.
Met de broeksband op de knieën, de armen onder de tatoe-tatoe en bling-bling her en der.

Samen met Klaas en Piet zou Kraai (20) drugs hebben verkocht in Delfzijl en omstreken.
Cocaïne, heroïne.
Door de telefoon hadden ze het dan over Duo Penotti.
Daar zit ook wit in en bruin.

Klaas (23) had bij de politie bekend.
Eerst niet, eerst had hij gewoon niks willen zeggen en toen hij had boos onzindingen verteld.
Zegt: ‘Logisch toch? Je word boos op hun als je daar zit.’
Klaas had toen gezegd dat hij de junkies van Delfzijl beter maakte met zijn drugs.
Maar daarna had hij gewoon gedaan en gewoon toegegeven dat het wel klopte, van die drugs.

Een maand of twee had hij verkocht.
Onder de codenaam Klomp had politie onderzoek gedaan naar Klaas die in zijn nek een liefelijk klavertje vier heeft laten zetten.
Hetzelfde bloementje zie ik terug op de hand van Kraai.

Klaas werd stelselmatig geobserveerd en zijn telefoon werd getapt.
Via de criminele inlichtingen eenheid (cie) was bovendien informatie binnengekomen dat Klaas met z’n twee gouden tanden, in bolletjes doet.
Samen met Kraai.
En met Piet van het werkvoorzieningschap uit de Finsestraat.

Ze zouden ook een vuurwapen hebben die ze Lady Killer noemden.
Hun drugs kochten ze bij een Tunesier.
Ze verkochten aan de plaatselijke verslaafden, aan Taliban, aan Tony Montana, aan Bertje de Turk.

Het klopt, zegt Klaas, dat hij had ingekocht voor 550 euro.
De 2100 euro aan contanten die bij hem werden aangetroffen, was geen drugsgeld, maar autogeld geweest.
Hoe lang hij had gehandeld?
‘In drugs? Twee maanden?’

Hij had een baan, eens laste hij grote schepen op de werf. Maar daarna kwam de lopende band. Dat was saai en Klaas nam ontslag. Maar omdat hij vindt dat mooie dingen belangrijk zijn, kwam hij in de geldproblemen.
Drugshandel leek een oplossing.
Volgens zijn advocaat gaat het nu weer goed met Klaas.
De advocaat zegt: ‘Er is zelfs een nieuwe vriendin op komst.’

Naast Klaas zit Kraai zich in te spannen wakker te blijven.
Als de rechters hem er op wijzen dat het niet past zo onverschillig te zitten wezen, zegt Kraai in slowmotion dat het laat is geworden, gisteravond.
Dat hij nog niet helemaal wakker is.
Ik zie de blikken van de rechters naar de klok gaan: tien voor twaalf.

Bij de politie had Kraai gezwegen.
Nu zegt hij: ‘Ik deed neks met drugshandel. Neks.’
Zegt dat hij dat tot aan het einde zal blijven zeggen.

Als drugsgebruikers beweren dat hij drugs verkoopt op het winkelcentrum Kuilsburg, dan moeten zij dat weten.
’t Is ieder voor zich. Ja, toch?’
Als zijn vriend Klaas naast hem in de auto drugs verkocht, dan verkocht hij toch geen drugs? Hij bedoelt, je kunt er bij zijn, maar dat betekent toch nog niet dat je er iets mee te maken hebt?
Lijkt hem logisch.

Toen Kraai werd aangehouden, vond de politie in een kast in zijn slaapkamer een plastic zak met bolletjes drugs.
Wel een beetje gek, Kraai, zeggen de rechters, zoiets vinden als je er niets mee te maken hebt.
Kraai: ‘Gevonden op straat.’
Lijkt hem ook logisch.

Zijn advocaat zegt dat Kraai ook lasser wil worden.
Hij studeert twee dagen in de week en wil dat langzaam opbouwen naar drie.
Veder doet hij niet zo veel.
De cursus delictpreventie – voorkomen dat je weer in aanraking komt met justitie – had hij net met succes afgerond.

Bij de reclassering zien ze Kraai als een jongeman die van goede wil is.
Kraai, die nog thuis bij zijn moeder woont, zegt dat hij een vrouw zoekt.
Een vrouw die er voor zorgt dat hij thuisblijft.

Als de rechters, tikkeltje geïrriteerd, vragen waarom hij steeds zit te lachen, zegt Kraai: ‘Wat nou? Ik kan toch niet met een boos gezicht naar u kijken?’

Er is nog een verdachte. Piet (37) van het werkvoorzieningschap die doof is.
Misschien dat een beetje misbruik van Piet is gemaakt, zegt zijn advocaat.
Van zijn huis aan de Finsestraat en zo.
Dat je het in dit verhaal zo moet zien dat Piet als loopjongen is ingezet.

Omdat Piet ook moeilijk praat, is communiceren met hem niet eenvoudig.
Misschien ook dat het daarom was gekomen dat zijn ex voor 20.000 euro aan leningen had afgesloten op zijn naam. Met zijn valse handtekening. Daarvan heeft hij aangifte gedaan.

Of hij in drugs heeft gehandeld?
Piet kijkt in tegenstelling tot Kraai heel de zitting zeer ernstig, maar zwijgt via een tolk.
Hij wil neks zeggen.
De advocaat zegt dat Piet wel de schulden graag wil inlossen. Daarom wil Piet werken, als het even kan meer dan 40 uur in de week.

Hoewel de politie in Delfzijl er een heus onderzoek op draaide, met codenaam en al, is de officier van justitie niet voornemens het Delfzijlster trio nog lang lastig te vallen.

Klaas had al 43 dagen vastgezeten. Dat moet voldoende zijn. Bovendien is hij die 2100 euro kwijt. Een werkstraf van 120 uur moet al met al afdoende zijn.
Kraai zat zelfs 98 dagen vast. Als hij nu 200 uur gaat werken, is een nieuwe delict-preventiecursus wellicht nooit meer nodig.
Piet (87 dagen voorarrest) mag ook werken: 180 uur.

Zitting na bijna drie uur ten einde.
De rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Het Delfzijlster trio verlaat de zittingszaal, niet erg onder de indruk van het optreden van de officier en de drie rechters.
Dat kun je wel zien.
Ik kijk in het bijzonder naar Kraai.
Terwijl hij zorgvuldig zijn petje met daarop New York op zijn hoofd plaatst, heupwiegt hij zijn videoclip weer in.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 13 juli 2009 – uitspraken
De rechtbank rekent iets anders en legt iets hogere werkstraffen op. Alles wat ten laste is gelegd, acht de rechtbank bewezen.
Piet: 267 dagen waarvan 180 voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur;
Klaas: 168 dagen waarvan 120 voorwaardelijk en een werkstraf van 180 uur;
Kraai: 277 dagen waarvan 180 voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur.