Misdaad: op = op

over noodweer en andere donkere wolken

Het is natuurlijk niet zo dat in zittingszaal 14, de zaal van het strafrecht in Groningen, altijd iets valt te beleven als het om de ernstige misdaad gaat.
Sterker nog: de laatste tijd is er de indruk dat de ernstige misdaad een beetje op is in Groningen.
Dat zou natuurlijk fantastisch nieuws zijn: eindelijk veilig over straat.

Maar zo is het niet.
Een rechtszaal is niet de spiegel van de samenleving.
Buiten worden voortdurend hennepplantages opgerold, maar binnen in de rechtszaal, kunnen maanden verstrijken zonder ook maar een verdachte hennepkweker.

Woninginbrekers zijn dagelijks actief, maar bij de rechtbank in Groningen lopen ze de deur niet plat.
Andersom is net zo goed waar: we kunnen binnen wel strenger straffen, buiten verandert er dan niks.

Maar stond er niet heel onlangs een criminele organisatie terecht in zittingszaal 14, vol drugs en criminele afrekeningen?
En dat drie dagen achtereen?
En deze week dan?
Poging tot moord, tot doodslag, mishandeling, diefstal, gewelddadige diefstal (overval, straatroof), ontucht, kinderporno, verkrachting, brandstichting.

Ach, het lijkt vaak ernstiger dan het is.
Van die criminele organisatie zit maar één verdachte in voorlopige hechtenis achter de tralies.
De rest is vrij, die verdachten zijn gewoon weer legaal aan het werk geslagen.
Een van hen moet zelf regelmatig naar het buitenland voor zaken.
Zijn enkelbandje mag hij dan – wel even melden – thuislaten.

Poging tot moord?
Toe maar.
De 60-jarige verdachte rolt in zijn scootmobiel richting ingang van de rechtszaal om vervolgens op krukken en met ondersteuning van de bode en zijn advocaat af te dalen naar de verdachtenbank.
Zittingszaal 14 is ongelijkvloers.
Hendrik kan niet lopen, al jaren niet.
Hij woont in een appartement met andere Surinaamse mannen.

Met de buurman deelt hij gang en keukenblok.
Ze koken voor elkaar.
Met andere mannen klikt het soms wat minder.
Hendrik stond af te wassen toen Andre plots met een bezemstok op hem begon in te slaan.
Hij had zich met een hand kunnen vasthouden aan het keukenblok en met de andere hand had hij gezwaaid.
Het mes dat in die hand zat, raakte Andre in het gezicht.
Hendrik, gewichtige toon: ‘Het spijt mij ten zeerste wat er met Andre is gebeurd.’

De officier van justitie: ‘Er was sprake van een wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer. De verdachte heeft gezwaaid en dat was in dit geval een passende reactie. Noodweer. Verdachte heeft daarom geen straf verdiend.’
De officier van justitie verzoekt de rechters daar net zo over te denken.

Een fors deel van de strafzaken zijn uit de hand gelopen incidenten.
Het zijn de directe gevolgen van leven dat soms grillig, onvoorspelbaar en niet altijd leuk is.
Voor de een geldt dat meer dan voor de ander.
Een serieus deel van verdachten van strafbare feiten past beter het etiket psychiatrische patiënt dan dat van crimineel.
Moord en doodslag – je leest er veel over – zijn in de rechtszalen de grootste uitzonderingen.

Wat in april begint op te vallen is dat het aantal strafzaken dat wordt behandeld in zaal 14 flink achterblijft ten opzichte van vorig jaar, een jaar waarin het aantal strafzaken behoorlijk achterbleef bij het jaar daar weer voor.
Maar de kachel moet wel blijven branden.
En dus, is soms de indruk– worden op de burelen van het Openbaar Ministerie prullenbakken omgekieperd en bureaulades opengetrokken in de hoop dat er hier en daar nog wat ligt.

Hebbes.

Op 9 januari 2003 deed zich iets akeligs in Groningen voor.
Een 14-jarig meisje dat thuis ziek op de bank lag zou rond het middaguur zijn verkracht op de slaapkamer van haar moeder.
Er is een vermoeden ten aanzien van de dader.
In het ziekenhuis wordt een DNA-profiel (uit sperma) vastgesteld.
Samen met haar moeder doet ze aangifte.

De politie stelt een onderzoek in en als dat bijna klaar is, worden de resultaten in een bureaulade gelegd.
Misschien namen de agenten hun chef wat al te serieus toen die zei: ‘Mooi werk dienders, niks meer aan doen.’

In april 2011 – dat is dus 8 jaar later – wordt een DNA-profiel van een veroordeelde in de DNA-databank gestopt.
De groene zwaailamp laait onmiddellijk op, ten teken dat er een match is.
Het DNA dat in januari 2003 op het lichaam van de tiener is ‘veiliggesteld’, past bij Mike, die ook wel Tyson wordt genoemd vanwege de mishandelingen die op zijn naam staan.

In januari dit jaar zou Mike zich moeten verantwoorden voor de rechtbank in Groningen. Probleem was toen dat justitie hem uit het oog was verloren.
Hij bleek bijnader inzien gewoon in de gevangenis van Breda te verblijven.
Deze week, twee jaar nadat zijn naam uit de databank rolde en ruim tien jaar na de misdaad, stond Mike voor de rechters.

Terwijl hij ontkent (‘jawel, wel seks, maar vrijwillig’) rollen er tranen over de wangen van een inmiddels jonge, maar volwassen vrouw die op de publieke tribune zit.
De officier van justitie eist twee jaar celstraf, vanwege het tijdsverloop een jaar minder dan ze eigenlijk had willen eisen.

De officier van justitie zegt dat bijna afgeronde onderzoeken 10 jaar geleden gewoon bleven liggen, dat dat toen zo werkte bij de politie als het om zedenzaken ging.
De officier van justitie: ‘Maar dat is nu niet meer zo.’

Nee, nu zijn er weer andere dingen aan de hand.

Rob Zijlstra

• minder zaken

.

UPDATE – 25 april 13 – uitspraken
Hendrik heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij is evenwel, zo vindt de rechtbank met het Openbaar Ministerie, geen strafbare dader. Hij werd belaagd en mocht zich verdedigen: noodweer. En dan volgt een ontslag van alle rechtsvervolging.

Bij Mike ligt het ingewikkelder. Ook hij is schuldig. En strafbaar, ondanks het gegeven dat het lang is geleden. De rechtbank neemt het hem extra kwalijk dat het slachtoffer niet alleen minderjarig was, maar ook dat zij in haar eigen huis werd belaagd. Ook niet goed: Mike neemt nog altijd geen verantwoordelijkheid.

Er was 2 jaar cel geëist  Dan zou hij 16 maanden moeten zitten. De rechtbank legt een zwaardere straf op:  30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk. Dat betekent dat hij 20 maanden ook daadwerkelijk moet uitzitten. Gaat hij in hoger beroep, dan zal hij vooralsnog kunnen blijven zitten waar hij zit.

DE VONNISEN [zodra beschikbaar]

In de broekzak

Adje uit Lelystad begrijpt het niet.
Hij heeft alles wat hij hebben wil en heeft dus niets van andere mensen nodig.
En dan wordt nota bene hij beschuldigd van een gewelddadige overval op een Surinaamse toko in Groningen.
Goed, hij was er wel bij geweest toen zijn vriend de eigenaar zomaar ineens een harde klap gaf.
Maar maakt hem dat schuldig?
Hij zegt: ‘Ik stond er bij en keek er naar. Ik was in shock. Het gebeurde ineens. Er was geen plan.’

Okay. Hij had gedeeld in de buit. Vijftien euro had hij gekregen. En de mobiele telefoon en de laptop. Maar dan ben je toch niet schuldig of zo? Hij zegt niet te snappen wat hij hier in de rechtszaal te zoeken heeft.
Ondanks dat Andy, 22 jaar, al een indrukwekkend strafblad heeft, laat zijn juridische kennis ietwat te wensen over.

Zijn advocaat zegt tegen de rechters: ‘Ik ga u vragen mijn cliënt vrij te spreken, wat bijna een kansloze opgave is.’
Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, verwijst de raadsman naar het filmpje van Centraal Beheer waarin twee mannen vrolijk hun grauwe huizen verlaten met een zonnige vakantie in Rio de Janeiro in het verschiet. De tickets liggen op het dashboard. Maar het vliegveld halen ze niet. In hun enthousiasme rijden ze met hun bestelbusje dwars door de gevel een juwelierszaak: Even Apeldoorn Bellen.

De advocaat: ‘En het geval van mijn cliënt is nog moeilijker.’
Ik denk dat Adje weinig kans maakt en straks alle tijd krijgt om het te leren begrijpen.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van twee jaar.

Na Adje kwam Rick van 20.
Rick van 20 begrijpt voor zover dat mogelijk is, er nog minder van.
Hij wil tegelzetter worden en een gevangenisstraf komt hem daarom slecht uit.
Waarom daarom?
Omdat in september zijn opleiding begint.

Op 11 januari dit jaar wordt ’s nachts rond drie uur aan de Kerklaan in Groningen een man beroofd van zijn telefoon en portemonnee.
Er vallen rake klappen.
Er zijn twee daders.
De een pakt de portemonnee
De ander graait de mobiele telefoon – zij het wat moeizaam – uit de rechterbroekzak van het slachtoffer.

Rick: ‘Ik heb dat niet gedaan.’

Toch werd hij aangehouden, de eerste keer op 16 maart.
Hij kwam als verdachte in beeld omdat de politie had vastgesteld dat in het gestolen toestel een simkaart was geplaatst met een 06-nummer dat toebehoort aan Rick.
Dat gebeurde twee uur na de beroving.
Rick: ‘Ik snap niet hoe mijn telefoonnummer in dat toestel is gekomen. Ik heb daar geen verklaring voor.’

Later wordt het gestolen toestel voorzien van een andere simkaart met een 06-nummer dat op naam staat van ene Romeo.
Romeo heeft wel een verklaring.
Hij vertelt als de politie hem dat vraagt dat hij het toestel heeft gekocht.
Voor 250 euro.
Van wie?
Van Rick.

Rick: ‘Ik heb het niet gedaan.’

Halverwege het onderzoek komt Rick op vrije voeten.
De politie heeft dan nog één troef achter de hand: de spijkerbroek van het slachtoffer.
De broek wordt naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd. Niet wordt uitgesloten dat de dader die – zij het wat moeizaam – de telefoon uit de rechterbroekzak haalde, biologische sporen heeft achtergelaten in de broekzak.

En?
Jawel.
Op 6 mei wordt Rick voor de tweede keer opgepakt.
De rechters willen nu weten hoe het kan dat zijn DNA is aangetroffen in de rechterbroekzak van het slachtoffer?

Rick heeft geen idee.
Rechters: ‘Kom op nou toch. U heeft iets uit te leggen. U mag zwijgen, maar eigenlijk is dat niet acceptabel.’
Rick zwijgt.
Rechters: ‘U wilt niets verklaren.’
Rick: ‘Ik kan niets verklaren.’

Rechters: ‘Waar was u die nacht?’
Rick weet het niet meer.
Als hij op stap gaat, is hij om drie uur ’s nachts nog wel eens bij de weg.
Dat wel ja. Maar die nacht?
Rechters: ‘Wat gek dat u dat niet meer weet Daar denk je toch over na?’
Rick niet.

De officier van justitie zegt dat veel meer wettig en overtuigender bewijs nauwelijks bestaat en eist voor wat zij een ‘akelige overval’ noemt achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk.
Eigenlijk zou het meer moeten zijn, zegt ze, maar gezien de nog jonge leeftijd van Rick en het feit dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest, wil ze hem niet opknopen aan de allerhoogste boom.

Rick’s advocaat is het er desondanks niet mee eens.
Hij zegt dat de reclassering zegt dat Rick een open, eerlijke en gezonde Hollandse jongen is die alleen wat problemen heeft met geld en het vinden van werk.
En dat hij tegelzetter wil worden.
De advocaat vat samen: ‘Er is onvoldoende bewijs.’
Een reclamefilmpje heeft hij er niet bij.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 26 augustus 2010 – uitspraken
Adje uit Lelystad is veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk en krijgt na het uitzitten van de straf de reclassering op zijn dak. Rick wordt conform de eis veroordeeld, want voldoende bewijs: 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

HET VONNIS