Executie

Ze heeft weer een baan. Dertig uur in de week, soms iets meer.
Ja, hartstikke leuk.
Via het uitzendbureau, dat nog wel, maar ze kan zichzelf in haar eigen huisje, goed redden.
Nee, haar nieuwe werkgever weet van niks.
Weet niet dat ze vandaag terecht moet staan.
Als die werkgever dat wel zou weten, dan raakt ze zeker weten haar baantje kwijt.

Goed, vier keer had ze drugs gesmokkeld.
Pas de derde keer kreeg ze in de gaten dat er iets niet pluis was.
Terug in Nederland had haar partner in crime het toegegeven.
‘We doen in drugs.’
Tina (24) dacht dat ze een korte vakantie hadden genoten in Oostenrijk.
Dit alles speelde zich af in 2007.

Beetje naïef dan wel niet geloofwaardig, zag je de officier van justitie denken en kijken.
Ze was er toch zelf bij geweest toen er wiet in condooms werd gepropt en die weer in flesjes werden geduwd waarin vervolgens de yogi-drink terug werd geschonken?
Ja, dat was ook zo.

Bovendien kende ze die twee andere mannen en ze wist dondersgoed waar die zich mee bezighielden.
Met xtc en speed.
Toch?
Tina knikt.
Officier van justitie: ‘Nou dan.’

Het is niet haar eerste keer dat ze de opiumwet overtreed.
Ze is al twee keer eerder veroordeeld.
Een keer een werkstraf van 120 uur met een maand voorwaardelijk en een keer vijf maanden celstraf waarvan drie voorwaardelijk. De twee andere mannen kregen in oktober vorig jaar voor Oostenrijk netto 26 en 20 maanden celstraf.

Voor Tina wil de officier van justitie mild zijn.

Dat Tina aan het werk is, niet meer rotzooit met drugs, ook niet als gebruiker, stemt hem tevreden. Hij weet wat celstraf voor Tina betekent. Dan is ze sowieso haar baan kwijt. Dat schiet niet op. Hij eist daarom een werkstraf van 240 uur, de maximale, en als flinke stok achter de deur een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Dan heeft ze het zelf in de hand.

Tina lijkt daarmee als internationaal drugskoerier goed weg te komen.
Zo monter verlaat ze ook de zittingszaal. Over twee weken is de uitspraak. Nee, ze zal daar niet bij aanwezig kunnen zijn, had ze nog tegen de rechters gezegd.
‘Ik moet dan werken.’

Zes meter buiten de rechtszaal en ook buiten het zicht van haar rechters, staat de parketpolitie met een formulier.
De politie zegt: ‘Mevrouw, er staan nog drie maanden celstraf open.’
Of ze even mee wil open, want ze is gearresteerd.

Niet heel lang daarna zit Tina in een justitiebusje en wordt ze overgebracht naar de vrouwengevangenis in Zwolle of misschien zelfs wel helemaal naar Amsterdam.
De executie.

Dag mooie zomer, dag eigen huisje, dag leuke baan.

Rob Zijlstra

Klavertje vier

duo

Het zijn geen jongens die lid zijn van de plaatselijke roeivereniging.
Dat kun je wel zien.
Ook dat ze dat binnenkort niet gaan worden.

Als je naar Kraai kijkt, kun je zomaar denken dat hij uit een videoclip van MTV is gekukeld.
Met de broeksband op de knieën, de armen onder de tatoe-tatoe en bling-bling her en der.

Samen met Klaas en Piet zou Kraai (20) drugs hebben verkocht in Delfzijl en omstreken.
Cocaïne, heroïne.
Door de telefoon hadden ze het dan over Duo Penotti.
Daar zit ook wit in en bruin.

Klaas (23) had bij de politie bekend.
Eerst niet, eerst had hij gewoon niks willen zeggen en toen hij had boos onzindingen verteld.
Zegt: ‘Logisch toch? Je word boos op hun als je daar zit.’
Klaas had toen gezegd dat hij de junkies van Delfzijl beter maakte met zijn drugs.
Maar daarna had hij gewoon gedaan en gewoon toegegeven dat het wel klopte, van die drugs.

Een maand of twee had hij verkocht.
Onder de codenaam Klomp had politie onderzoek gedaan naar Klaas die in zijn nek een liefelijk klavertje vier heeft laten zetten.
Hetzelfde bloementje zie ik terug op de hand van Kraai.

Klaas werd stelselmatig geobserveerd en zijn telefoon werd getapt.
Via de criminele inlichtingen eenheid (cie) was bovendien informatie binnengekomen dat Klaas met z’n twee gouden tanden, in bolletjes doet.
Samen met Kraai.
En met Piet van het werkvoorzieningschap uit de Finsestraat.

Ze zouden ook een vuurwapen hebben die ze Lady Killer noemden.
Hun drugs kochten ze bij een Tunesier.
Ze verkochten aan de plaatselijke verslaafden, aan Taliban, aan Tony Montana, aan Bertje de Turk.

Het klopt, zegt Klaas, dat hij had ingekocht voor 550 euro.
De 2100 euro aan contanten die bij hem werden aangetroffen, was geen drugsgeld, maar autogeld geweest.
Hoe lang hij had gehandeld?
‘In drugs? Twee maanden?’

Hij had een baan, eens laste hij grote schepen op de werf. Maar daarna kwam de lopende band. Dat was saai en Klaas nam ontslag. Maar omdat hij vindt dat mooie dingen belangrijk zijn, kwam hij in de geldproblemen.
Drugshandel leek een oplossing.
Volgens zijn advocaat gaat het nu weer goed met Klaas.
De advocaat zegt: ‘Er is zelfs een nieuwe vriendin op komst.’

Naast Klaas zit Kraai zich in te spannen wakker te blijven.
Als de rechters hem er op wijzen dat het niet past zo onverschillig te zitten wezen, zegt Kraai in slowmotion dat het laat is geworden, gisteravond.
Dat hij nog niet helemaal wakker is.
Ik zie de blikken van de rechters naar de klok gaan: tien voor twaalf.

Bij de politie had Kraai gezwegen.
Nu zegt hij: ‘Ik deed neks met drugshandel. Neks.’
Zegt dat hij dat tot aan het einde zal blijven zeggen.

Als drugsgebruikers beweren dat hij drugs verkoopt op het winkelcentrum Kuilsburg, dan moeten zij dat weten.
’t Is ieder voor zich. Ja, toch?’
Als zijn vriend Klaas naast hem in de auto drugs verkocht, dan verkocht hij toch geen drugs? Hij bedoelt, je kunt er bij zijn, maar dat betekent toch nog niet dat je er iets mee te maken hebt?
Lijkt hem logisch.

Toen Kraai werd aangehouden, vond de politie in een kast in zijn slaapkamer een plastic zak met bolletjes drugs.
Wel een beetje gek, Kraai, zeggen de rechters, zoiets vinden als je er niets mee te maken hebt.
Kraai: ‘Gevonden op straat.’
Lijkt hem ook logisch.

Zijn advocaat zegt dat Kraai ook lasser wil worden.
Hij studeert twee dagen in de week en wil dat langzaam opbouwen naar drie.
Veder doet hij niet zo veel.
De cursus delictpreventie – voorkomen dat je weer in aanraking komt met justitie – had hij net met succes afgerond.

Bij de reclassering zien ze Kraai als een jongeman die van goede wil is.
Kraai, die nog thuis bij zijn moeder woont, zegt dat hij een vrouw zoekt.
Een vrouw die er voor zorgt dat hij thuisblijft.

Als de rechters, tikkeltje geïrriteerd, vragen waarom hij steeds zit te lachen, zegt Kraai: ‘Wat nou? Ik kan toch niet met een boos gezicht naar u kijken?’

Er is nog een verdachte. Piet (37) van het werkvoorzieningschap die doof is.
Misschien dat een beetje misbruik van Piet is gemaakt, zegt zijn advocaat.
Van zijn huis aan de Finsestraat en zo.
Dat je het in dit verhaal zo moet zien dat Piet als loopjongen is ingezet.

Omdat Piet ook moeilijk praat, is communiceren met hem niet eenvoudig.
Misschien ook dat het daarom was gekomen dat zijn ex voor 20.000 euro aan leningen had afgesloten op zijn naam. Met zijn valse handtekening. Daarvan heeft hij aangifte gedaan.

Of hij in drugs heeft gehandeld?
Piet kijkt in tegenstelling tot Kraai heel de zitting zeer ernstig, maar zwijgt via een tolk.
Hij wil neks zeggen.
De advocaat zegt dat Piet wel de schulden graag wil inlossen. Daarom wil Piet werken, als het even kan meer dan 40 uur in de week.

Hoewel de politie in Delfzijl er een heus onderzoek op draaide, met codenaam en al, is de officier van justitie niet voornemens het Delfzijlster trio nog lang lastig te vallen.

Klaas had al 43 dagen vastgezeten. Dat moet voldoende zijn. Bovendien is hij die 2100 euro kwijt. Een werkstraf van 120 uur moet al met al afdoende zijn.
Kraai zat zelfs 98 dagen vast. Als hij nu 200 uur gaat werken, is een nieuwe delict-preventiecursus wellicht nooit meer nodig.
Piet (87 dagen voorarrest) mag ook werken: 180 uur.

Zitting na bijna drie uur ten einde.
De rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Het Delfzijlster trio verlaat de zittingszaal, niet erg onder de indruk van het optreden van de officier en de drie rechters.
Dat kun je wel zien.
Ik kijk in het bijzonder naar Kraai.
Terwijl hij zorgvuldig zijn petje met daarop New York op zijn hoofd plaatst, heupwiegt hij zijn videoclip weer in.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 13 juli 2009 – uitspraken
De rechtbank rekent iets anders en legt iets hogere werkstraffen op. Alles wat ten laste is gelegd, acht de rechtbank bewezen.
Piet: 267 dagen waarvan 180 voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur;
Klaas: 168 dagen waarvan 120 voorwaardelijk en een werkstraf van 180 uur;
Kraai: 277 dagen waarvan 180 voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur.

Flipperen

Ik zie dat Robbin er de laatste drie jaren niet gezonder uit is gaan zien.
Vroeg of laat eist de cocaïne ook van het uiterlijk tol.
Robbin, 34 jaar, is zo iemand die meer levenstijd in de gevangenis doorbrengt dan er buiten.
Eigenlijk is hij nooit vrij.
Buiten houdt de drugs hem in de greep.

De officier van justitie is Oebele Brouwer, een optimistisch ingesteld mens.
Hij zegt dat er ook positieve dingen over Robbin zijn te vertellen.
Vroeger pleegde hij gewapende overvallen.
Nu doet hij woninginbraken.
Op de schaal van ernst, zijn die toch iets lager ingedeeld.

Komt bij dat Robbin niet zo’n inbreker is die alles zo maar lelijk van de muur trekt.
Hij doet het netjes, trekt netjes de stekkertjes er uit en laat geen rommel achter.

Robbin wordt zo te zien niet vrolijker van een complimenterende officier. Hij loopt al lang genoeg mee en kent de klappen. Hij weet dondersgoed dat de officier zo meteen gaat zeggen: maar…

Maar, zegt officier Brouwer in vrije vertaling, daarmee zijn de aardige woorden wel op.

Robbin behoort tot het gilde waarvoor u moet vrezen als u straks op de camping in Frankrijk bent. Overdag loert hij door uw ruiten en ’s nachts slaat hij dan toe. Of u boven ligt te slapen, maakt hem niet uit.

Hij weet doorgaans ook waar uw autosleutels liggen en dat de kans groot is dat de auto die daar bij hoort, voor de deur staat. Dus behalve flatscreens, laptops, camera’s en ander digitaals, neemt hij uw auto ook mee. Voor hem wel zo handig. De auto die hij al had, laat hij dan gewoon achter.

De schoonheid van zijn inbraken ligt ook besloten in de wijze waarop hij bij u binnenkomt: Robbin flippert.
Met een plastic kaartje, of gewoon met een stuk van een plastic colafles, flipperfrutselt hij uw voordeur open die toch niet op het nachtslot staat.
Een enkele keer hoeft dat niet eens. Toen hij door de Vrijheidslaan in Roden liep, stak de sleutel gewoon in het deurslot.

Het is niet zo dat hij alles in een keer meeneemt. Soms noteert hij uw adres en zijn gading en dan komt hij een week later, net wanneer u bent bekomen van de eerste schrik en de slaap weer wat kon vatten, gewoon nog een keer langs.

Robbin is ook zo’n misdadiger die doorgaat, net zo lang tot hij wordt gepakt. Maar eenmaal in de kladden, dan biecht hij alles eerlijk op. Na een tijdje in de gevangenis raakt hij supergemotiveerd om van de cocaïne af te kicken. Dat lijkt hem dan ineens het allermooiste dat er is.

De laatste keer dat hij de gevangenis mocht verlaten, meldde hij zich vrijwillig aan in Lunteren, in een Lunterense afkick. Hij was toen na vier jaar detentie als verslaafde helemaal clean en wilde dat zo houden. Maar eenmaal langs de intake, stelde hij vast dat er binnen in de afkick nog meer drugs te krijgen waren dan buiten Lunteren.
Zo clean hij de kliniek was binnengekomen, zo verslaafd nam hij na een paar weken de benen.

En toen begon alles weer opnieuw.

Surveillerende agenten zagen in een van de betere buurten van Leek een auto hard wegrijden. Verhip, zeiden die agenten en gaven een stopteken. Daar had de auto geen boodschap aan. De surveillanten riepen om assistentie en zo gebeurde het dat er in februari dit jaar zes politieauto’s met twaalf agenten vanuit Leek over de snelweg met snelheden van 180 tot 200 kilometer per uur achter Robbin aanreden.

Officier Brouwer: ‘Het leek wel wild west.’

Op de ringweg in Groningen, ter hoogte van Vinkhuizen, gaf Robbin het op. Hij stopte gierend, stapte uit en zei dat hij hier en daar had ingebroken, in Leek, in Roden en her en der wat in Groningen, ja soms wel tweemaal binnen een week in dezelfde woning.

Officier Brouwer: ‘Hij is heel coöperatief, ook dat is positief.’
Hij eist ditmaal voor vijftien woninginbraken en wat losse diefstalletjes twee jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Zijn advocaat zegt dat dat geen effect zal hebben, want die vier jaar die Robbin de laatste keer had gekregen, heeft ook geen effect gehad.
De advocaat: ‘Gevangenisstraf schrikt hem niet af.’

Ik denk dat de rechters dat ook wel in de smiezen hebben.
Toch zullen ze Robbin over twee weken opnieuw naar de gevangenis sturen.

De cirkel is nog niet doorbroken.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 9 juli 2009 – uitspraak
Robbin moet terug naar de gevangenis: ditmaal moet hij 16 maanden opknappen en hangen er acht boven zijn hoofd. Na detentie moet hij naar het intramuraal motivatiecentrum (imc) in de hoop dat hij daar niet wegloopt en  voldoende inspiratie krijgt om af te kicken. Een van de gedupeerden krijgt 200 euro van hem. De anderen niets.

Veendam

kindermishandeling2

 

De gruwelijkheden zijn al besproken.

De vorige keer, in januari.

Nu gaat het over de persoonlijke omstandigheden van de twee verdachten en die zijn niet best.

Pieter zegt dat hij wel geholpen wil worden aan zijn impulsiviteit. Harmke zegt bijna niks.

Tijdens de zitting in januari was al duidelijk geworden dat stiefvader Pieter (39) en moeder Harmke (34) zieke en gestoorde mensen zijn. En daarmee ook verminderd toerekeningsvatbaar.

 

Om de samenleving – dat bent u – in de toekomst nog meer narigheid te besparen, worden zieke mensen niet alleen opgesloten, maar als het even kan ook behandeld. De deskundigen adviseerden een tbs met voorwaarden. Dan wordt een ziek iemand onder allerlei voorwaarden buiten een kliniek behandeld. Komt hij (en zij ook) de voorwaarden niet na, dan wordt de behandeling doorgaans, na tussenkomst van rechters, in een kliniek voortgezet.

 

Dan is het een gewone tbs.

Bij die voorwaarden hoort een rapport.

Twee in dit geval.

In de rapporten staat dat geen hulpverlener het ziet zitten met Pieter en/of met Harmke.

Pieter: ‘Dikke pech.’

Harmke: ‘Ik heb de scheiding aangevraagd.’

In januari hadden de rechters indringend gevraagd naar het waarom, waarom ze het hadden gedaan.

Pieter had toen geantwoord dat ze – dochter Saskia – problemen veroorzaakte. En dat hij veel spijt heeft.

Harmke had daarna gezegd dat ze zielsveel van haar – van haar dochter – houdt. En dat zij ook spijt heeft.

 

Saskia heeft de rechtbank laten weten dat ze Pieter nooit, maar dan ook nooit weer wil zien. Haar moeder, heel misschien, ooit eens. Het gaat niet goed met haar, zegt de officier van justitie.

 

Ik kijk naar Pieter en Harmke die geen moment naar elkaar kijken. Ik zie dat zij haar haar heeft gewassen en dat hij zijn baard heeft laten staan. Ik denk niet dat het zal helpen.

In januari had ik hen slechte mensen genoemd. Dat had ik boven het verhaal gezet dat ik over hen schreef.

Wat anders kon ik doen?

 

De officier van justitie zegt dat er wel degelijk gesproken kan worden van een poging tot moord.

Ze – Saskia – had kunnen stikken en anders wel na 41 minuten kunnen bevriezen.

En ze hadden het in rustig overleg gedaan.

En met opzet.

Een keer hadden ze een zware doos vol gereedschap op diepvrieskist gezet zodat Saskia er zelf niet uit kon komen.

Een keer waren ze ook vergeten dat ze haar in de vrieskist hadden gestopt. Moeder Harmke had haar dochter er op het nippertje uitgehaald. Als de advocaat straks gaat vertellen dat er dus sprake is van vrijwillige terugtred, dan is dat dus niet zo, zegt de officier.

De stroom mocht dan niet dodelijk zijn geweest, juridisch gezien levert het wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel op. Met voorbedachten raad. Helemaal omdat ze haar een keer hadden vastgebonden op een tafel en water over haar hadden gesprenkeld opdat de 220 volt beter zou geleiden.

Hier kan, zegt de officier van justitie, niet gezegd worden, mocht de advocaat dat straks gaan zeggen, dat er sprake is van psychische overmacht.

Pieter zette Saskia onder stroom en als de (automatische) stoppen dan doorsloegen dan drukte Harmke weer op het knopje zodat ze door konden gaan met de martelingen. En Harmke deed dat niet, mocht de advocaat dat willen beweren, omdat ze panisch was, o zo bang voor Pieter.

Want dat was ze niet.

 

Over het kokende water – en thee – dat ze over de schouders van Saskia gooiden worden weinig worden vuilgemaakt.

De officier van justitie zegt dat er ook akelige dingen zijn gebeurd die niet in de tenlastelegging staan, maar die ze toch wel even gezegd wil hebben.

Dat er in het huis verrotte fetakaas lag waar vliegen op afkwamen.

Vliegen die Saskia dan moest opeten.

En dat ze Spaanse pepers voor haar kochten. Dat Saskia daarvan moest kotsen. Wat ze dan ook weer moest opeten. Zo ook haar ontlasting als ze dagenlang zat opgesloten in haar slaaphok.

 

De officier zegt samenvattend dat er sprake moet zijn geweest van een mensonterende toestand, ja, beestachtig, dat het daar in die woning in Veendam de hel op aarde voor de 14-jarige Saskia was.

Dat forse gevangenisstraffen passend en geboden zijn.

Advocaat Duco Keuning zegt dat Pieter zich nu niet meer kan voorstellen dat hij dit alles heeft gedaan.

Zo bizar.

 

Maar dat het toch ook bizar is dat het zo ver heeft kunnen komen. Vooral omdat er sprake was van een en al hulpverlening rond dit gezin.

Dat de hulpverlening in een evaluatie had geconcludeerd dat er aan hun adres – de hulpverlening – geen verwijten kunnen worden gemaakt.

En dat je daar – zegt Keuning – ook anders over kunt denken.

Keuning vraagt de rechtbank nog geen oordeel uit te spreken, maar om Pieter ter observatie op te laten nemen in het Pieter Baancentrum. En dat we – de rechters – daarna altijd weer verder kunnen kijken.

De advocaat van Harmke zegt dat er sprake is van psychische overmacht en als het dat niet is, dat hij het dan ook niet meer weet.

‘Harmke was een weerloos instrument.’

De officier van justitie eist tegen beide de maatregel tbs en daarnaast vijf jaar celstraf voor de slechte stiefvader en twee jaar cel voor de slechte moeder.

 

© Rob Zijlstra

 

UPDATE – 4 MEI 2009 – UITSPRAKEN

De rechtbank heeft  Pieter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met dwangverpleging.  De eis doet geen recht aan de ernst van de feiten, aldus de rechtbank.

Alles wat aan de stiefvader ten laste is gelegd,  acht de rechtbank ook bewezen.

Ook de eis tegen moeder Harmke is in de ogen van de rechtbank te laag. Het vonnis: tbs  en 42 maanden celstraf.

Er moet in deze zaak, zo oordeelt de rechtbank,  meer gewicht worden gegeven aan de vergelding.

 

UPDATE – 23 april 2010 – uitspraken in hoger beroep

Het hof heeft de 40-jarige stiefvader veroordeeld tot 5 jaar en tbs met dwangverpleging. Dat is twee jaar minder dan het oordeel van de rechtbank. Die vond 5 jaar te weinig. De moeder is in hoger beroep conform de eis veroordeeld: 42 maanden en tbs met dwangverpleging.

Capitool (4)

 

Hij, 28 jaar, had bedrijfsleider van heel het bedrijf kunnen worden.

Aan de horizon gloorde een huis, een boom en een beest.

Ger had kortom al goed voor elkaar.

 

Had, want niet meer.

Zijn baas had ‘m eerst een schop onder zijn stomme kont willen geven.

Maar uiteindelijk had hij (of zij) de hand over het hart gestreken en gezegd, nou goed dan.

Je mag blijven, maar meer zit er niet meer in.

 

Ger was zo blij geweest, want zijn werk was zijn alles.

En nog steeds, want hij werkt naar hartenlust zeventig uur in de week.

Vast in strijd met de regels van de arbeidstijdenwet, zeggen de rechters nog tussen neus en lip door.

 

Ger is een van die wonderlijke verdachten in het Capitool-onderzoek.

Goede baan, perspectief, nooit met de politie in aanraking.

En dan ineens, vanuit het niets, een drugscrimineel.

 

Ger heette de vertrouweling van hoofdverdachte Loek B. te zijn.

Sommigen zeiden wel dat Loek B. en Ger de twee grote mannen waren achter heel het spul.

Maar dat was niet zo, zegt Ger.

Wel is het zo, dat klopt wel, dat Loek een grote invloed op hem had.

Dat zou je wel kunnen zeggen, zegt Ger tegen de rechters.

 

Ger hielp Loek met inpakken.

En bracht het spul dan weg.

Ger, zegt de officier van justitie, was de belangrijkste koerier.

Zonder mannen als Ger, was Loek B. niet zo groot geworden als hij is geworden.

Een drugsdealer met een miljoenenomzet.

Ger maakte zeker vijftig drugsritten, waarvan zo’n vijftien tot twintig keer naar Duitsland.

Met kilo’s harddrugs.

 

De rechters geven aan Ger complimentjes.

Omdat hij zo eerlijk is, coöperatief tijdens het onderzoek en omdat hij zichzelf niet spaart. Hij getuigt van zelfinzicht, het inzicht dat het handelen in harddrugs strafbaar is.

Heel lang had Ger daar anders over gedacht, in de zin van eigenlijk helemaal niet.

 

Ger zelf zegt dat hij denkt dat hij de enige is van alle dertig verdachten die de waarheid heeft gesproken.

 

Het begon als een vriendendienst.

Hij deed het voor vriend Loek.

Hij kreeg geen geld, maar drugs en inwoning aan de Kerkstraat 201.

Hij was er gelukkig.

Hij werkte hard, en nog even en hij zo worden gepromoveerd.

Als hij niet hard werkte, had hij vrienden die allemaal kind aan huis waren aan de Kerkstraat.

 

Ger zegt dat hij naast kilo’s speed nooit meer dan 100 xtc-pillen per keer vervoerde.

Nou ja, behalve die keer dan dat hij, op 7 december 2007, een eenzijdig ongeluk kreeg.

Uitgerekend toen.

Toen vond de politie in zijn gekreukelde auto, terwijl hij met spoed naar het ziekenhuis werd vervoerd, meer dan duizend pillen.

 

’t Zag er niet best uit.

Toen Ger na een paar dagen bijkwam op de uitslaapkamer, stonden zijn bezorgde ouders naast het bed.

Ze waren helemaal van vakantie teruggekeerd uit Thailand.

 

Twee weken had Ger in het ziekenhuis gelegen. En niet een keer was een van zijn vrienden van de Kerkstraat op bezoek geweest.

Geen vriend die iets van zich liet horen.

Toen Ger eenzaam en alleen werd ontslagen uit het ziekenhuis, besloot hij dat hij geen echte vrienden had.

Hij belde Loek B. en zei: ik doe niet meer mee, ik ben je beste vriend niet meer.

 

De rechters: Heel knap, de complimenten.

De officier zegt dat hij gezien richtlijnen en oriëntatiepunten Ger heel lang kan opsluiten.

Moeten we maar niet doen, vindt de officier.

Hij zegt: ‘Ik eis de maximale werkstraf van 240 uur en twaalf maanden gevangenisstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

 

Ger is blij.

 

Rob Zijlstra

 

uitspraak op 9 april

Verdiende loon

De Staat der Nederlanden wil drieduizend euro hebben van Gerardus.

Gerardus heeft dit geld, zegt de officier van justitie namens de Staat, verdiend met drugshandel.

Voor die handel kreeg hij vorig jaar al zijn verdiende loon: 30 maanden celstraf waarvan 10 voorwaardelijk.

 

Gerardus is het er niet mee eens.

Hij zegt geen voordeel te hebben genoten van zijn exporthandel in speed en xtc naar Oostenrijk.

En daar moet het wel om gaan, om wederrechtelijk verkregen voordeel.

Bovendien, zegt zijn advocaat, is de Staat in de vorm van de gemeente Veendam al geweest.

Die heeft ook geld gevorderd.

En dubbelop kan niet de bedoeling wezen.

 

Justitie ziet het anders.

Meneer, zo redeneert de officier, genoot twee keer voordeel.

Hij genoot een bijstanduitkering. Maar die genoot hij ten onrechte omdat hij inkomsten had uit de handel in drugs.

Het is dus logisch dat de gemeente Veendam het ten onrechte uitgekeerde bijstandsgeld terug wil hebben.

En daarnaast wil de Staat zijn drugsgeld.

Dat is niet dubbelop, dat is logisch.

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 19 maart 2009 – uitspraak

Logisch, zegt ook de rechtbank, Gerardus moet betalen en nog wel wat meer dan de officier als eis op tafel had gelegd: 4.353,50 euro.

Visitekaartje

Als je weer een rotstuk over mij in de krant zet, ga ik je vermoorden, beet Oletta bij wijze van spreken, maar wel met de blik van een ijskoude killer, mij toe.

Ik zei dat ze niet zo boos moest kijken.

Ze bedoelt het niet kwaad.

Het afgelopen jaar troffen we elkaar met enige regelmaat in de rechtbank.

Zoiets schept een band.

 

In dat rotstuk stond dat Oletta de auto van haar moeder gebruikte als zij moest werken.

Dat klopte niet.

 

Vorig jaar oktober was ze wel veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Volgens de rechtbank speelde Oletta gedurende enige jaren als koerierster een essentiële rol in een organisatie die het plegen van criminele activiteiten tot doel had.

Met haar jonge kinderen op een achterbank transporteerde Oletta vanuit de stad Groningen drugs naar Noord-Duitsland.

In Noord-Nederland is dat gouden handel.

Er was twee jaar gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank vond de zorg die ze heeft voor haar kinderen ook niet niks. De maximale werkstraf en heel streng toezicht van de reclassering zou haar moeten doen inzien dat haar rechte pad niet richting de grensovergang bij Nieuweschans loopt.

 

Vanmiddag was ze er dus weer.

De Staat der Nederlanden wil haar het geld ontnemen dat ze met haar drugsritjes heeft verdiend.

De rechtbank is het met de Staat eens.

Oletta moet 6.700 euro betalen.

 

Daarmee lijkt ze goed weg te komen.

Haar toenmalige partner in crime moet 336.300 euro aftikken.

Andere koek.

 

Bij het verlaten van het gerechtsgebouw deelt Oletta aan Jan en Alleman visitekaartjes uit.

Ze is zelfstandig ondernemer geworden.

Daar zou ik eens een positief verhaal over moeten schrijven in de krant, zegt ze nog altijd bars.

‘Of ben ik soms niet boeiend genoeg?’

 

Ik denk aan iets met mode.

Heeft de reclassering goed werk geleverd.

In de perskamer bekijk in het visitekaartje en tik het vermelde internetadres in.

 

Niks mode.

Alleen voor heren met nummerweergave.

Basistarief per uur: 100 euro.

 

En ze smokkelt nog steeds, stel ik vast.

Maar nu met haar leeftijd.

 

Rob Zijlstra 

 

dit verhaal is verplaatst van mijn oude weblog naar deze plek

Kus

Er zijn niet veel rechtszaken die met een kus beginnen.

Donderdag gebeurde dat wel en dat kon eigenlijk ook niet anders.

Ze hadden elkaar immers al een tijd niet gezien.

Hij zit al drie maanden in het huis van bewaring in het verre Ter Apel.

Zij verblijft na ruim een maand opgesloten te hebben gezeten in een verslavingskliniek.

 

Een kliktip bij het Meldpunt M (meld misdaad anoniem) lapte hen er bij.

Die twee dealen, kreeg M te horen.

Heroïne.

De politie hield vervolgens een tijdje een oog in het zeil en op 7 februari dit jaar waren ze aan de beurt. Eerst zij en toen Martin thuis kwam, met honderd gram in zijn jaszak, hij ook.

 

Dat ze dealden, ontkennen ze niet.

Sterker nog, ze waren – vooral Andrea – eigenlijk wel blij dat ze waren gepakt.

Eindelijk.

 

Meer dan twintig jaar zijn ze verslaafd aan heroïne.

En twintig jaar zijn ze samen.

Zo in zittingszaal 14 te zien, niet ongelukkig.

Ze hebben veel gemeen.

Slechte longen en mooie principes bijvoorbeeld.

 

Een daarvan: we mogen dan wel heroïnejunken zijn, overlast willen we niet veroorzaken.

En dus werd er beslist niet gedeald vanuit hun woning.

Er werden thuis geen klanten ontvangen.

Bij een deal gingen ze naar de super of naar de sluis waar het altijd rustig is.

‘We wilden het netjes houden.’

 

Nooit waren er klachten.

Sterker nog: Sandra was in haar meer dan twintig drugsjaren nimmer met de politie in aanraking geweest.

Martin slechts één keertje. Voor een bezitje.

Een hele prestatie, zei de officier van justitie met enige bewondering.

 

Maar ze konden het nog wel sterker vertellen.

Ze verkochten alleen aan vrienden en goede kennissen die ook nog nooit een politiecel van binnen hadden gezien. Aan mensen die wel verslaafd zijn, maar die gewoon een baan met een eerlijk salaris hebben.

Die bestaan.

 

Crimineel geld was er nooit aan te pas gekomen.

En hun dealen was evenmin uit winstbejag.

Martin toog twee, drie keer per maand – afhankelijk van de beschikbare financiën – naar Amsterdam waar hij of bij Roy of bij Jeroen inkocht. Van de vriendenverkoop konden ze in de eigen behoefte voorzien.

 

Ja, ja.

Er worden wel meer sterke verhalen in zittingszaal 14 verteld.

Maar ditmaal leek niemand te twijfelen aan het uitzonderlijke verhaal van Sandra en Martin.

Dat voelde je, ook onder de rechters.

Menigeen zou die twee als buren wensen.

Sandra en Martin hebben een groot deel van hun leven verkloot, maar het blijven wel gewoon twee aardige mensen.

Dat bestaat eveneens.

Dat zagen de rechters ook wel.

 

De officier van justitie had een middag zitten te rekenen.

Wie twee, drie keer per maand en dat zeker twee jaar lang naar Roy en Jeroen in Amsterdam gaat, kan op grond van de strafrichtlijnen van het openbaar ministerie zo 26 maanden de bak indraaien.

Drugshandel is een ernstig feit.

Maar de officier van justitie zei: ‘Dit is een bijzondere zaak.’

 

Tegen Sandra eiste ze daarom 187 dagen gevangenisstraf waarvan 150 dagen voorwaardelijk. Wat dan netto over blijft is de tijd die Sandra al heeft vastgezeten. Op Martin – die nog vastzit – werd een soortgelijke formule losgelaten: 263 dagen cel waarvan 150 voorwaardelijk. Voor hem betekent dit dat hij over twee weken, op de dag dat de rechtbank uitspraak doet, naar huis zou kunnen.

 

Niet dat ze er daarmee zijn.

De officier van justitie: ‘Hoe netjes ze hun handel ook hebben gedreven, handel in heroïne blijft wel strafbaar.’

Daarom eiste ze voor beide een bonus in de vorm van een werkstraf van 240 uur.

 

Ondertussen gaat het met Sandra – los van de last van de longen – ‘op zich redelijk goed’. Vanuit de verslavingskliniek werkt ze op een zorgboerderij. Onder begeleiding wil ze straks graag naar huis. ‘En dan hoop ik nog eens een normale baan te krijgen.’

 

Martin is ietsje somberder. Zei: ‘Ik word straks vijftig. En om dan nog aan een carrière te beginnen?’ Ook hij wil het liefst naar huis. ‘Ik ben een echte huismus.’ Thuis wil hij op eigen kracht de heroïne laten voor wat het is.

‘Ik sta niet te popelen mij op te laten nemen, maar als het nodig is, dan moet het.’

 

Zijn advocaat voegde daar aan toe dat Martin zich heel goed realiseert dat als hij blijft door-chinezen hij niet alleen zijn huis, maar na al die jaren samen ook Sandra kwijtraakt.

Toen de advocaat dat zei, knikte Sandra.

Ze zei: ‘Joh, je moet het gewoon proberen.’

Dat zei ze liefdevol.

 

Het was een echte kus waarmee dit verhaal begon.

 

Rob Zijlstra

 

ps – dit verhaal heb ik van mijn oude blog overgezet op dit blog vanwege het arrest in hoger beroep

 

 

update – 1 juni 2006

De rechtbank is gevoelig gebleken en heeft de keurige dealers mild gestraft. Beide moeten 240 uur werken. Martin die nog in voorlopige hechtenis zat, mag vandaag naar huis. 

 

update 14 januari 2008

Anderhalf jaar na de zitting, zaten Martin en Sandra opnieuw in zittingszaal 14. Het gaat hen redelijk tot goed, zo te zien en horen. Ze zaten daar vanwege de ontnemingvorderingen. Justitie eist het genoten voordeel op van hun drugswinsten: in totaal ruim 42.000 euro. Beide zeiden wel te begrijpen dat de Staat wil afrekenen, maar dat het bedrag hen wel erg hoog voorkomt. We hebben nooit in luxe geleefd, maar door een beetje te handelen konden we ons eigen gebruik bekostigen. De advocaat van Sandra: ‘Ze zijn Zwolsman niet.”

 

update 28 januari 2008

Martin moet 23.964 euro betalen aan de Staat, Sandra 26.664. Als zei zeggen dat dit hen erg hoog voorkomt, dan doelen zij op deze bedragen.

 

update 21 april 2009

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft zich over de zaak gebogen en komt, bijna drie jaar na de eerste zitting bij de rechtbank, tot dezelfde conclusie dan ‘Groningen’: Martin en Sandra moeten de twee bedragen betalen die hen veel te hoog voorkomen.