De boete

jointDit verhaal gaat over een niet al te ingewikkelde strafzaak, maar wel eentje waarin de Staat der Nederlanden zichzelf met een boete opzadelt.

Een man die Baldur heet, 34 jaar is en in Duitsland woont wordt in de nabijheid van de grens – op onze kant – aangehouden.
In de kofferbak van zijn auto ligt een tas met daarin 1,050 kilogram hennep.
De bedoeling was om het spul mee te nemen naar huis.
Naar Datteln, bij Dortmund.

Baldur had de drugs gekocht in Veendam.
De deal ging per telefoon.
Eerst moest hij zich melden in de Scheldestraat in Winschoten.
Van daaruit werd hij naar Veendam gebracht.
De partij kostte 4.800 euro.
Handel in Datteln zou de winst moeten brengen.

Baldur wilde de rechters doen geloven dat de partij was bedoeld voor eigen gebruik.

Rechters: ‘Heeft u dit vaker gedaan?’
Baldur: ‘Nee.’
Rechters: ‘Voor wie was die kilo?’
Baldur: ‘Voor mij en mijn vrienden.’
Rechters: ‘Hoeveel joints rookt u per dag?’
Baldur: ‘Eerst tien per dag, ik rookte de hele dag door. Sinds ik ben aangehouden niets meer.’
Rechters: ‘Van een kilo kun je wel 5.000 joints draaien. Je zou dan ook kunnen denken dat u drugs ophaalde voor de handel.’
De tolk van Baldur tolkt: ‘Een kilo loont zich niet.’

Dat Baldur is aangehouden is zijn eigen schuld.
Een wachtmeester en een opperwachtmeester van de marechaussee die onze grenzen bewaken hadden hem zien staan dralen bij een tankstation in Bellingwolde.
Hij was uitgestapt en weer ingestapt en toen weggereden.
Beetje verdacht vonden de Koninklijke grensbewakers dat en ze besloten Baldur in het kader van de vreemdelingenwet staande te houden.
Alle papieren bleken in orde en Baldur mocht zijn weg vervolgen.

Dat deed hij, maar de marechaussee verloor hem geen moment uit het oog.
De wachtmeester en de opperwachtmeester vonden het misschien maar niks dat de papieren in orde waren.
Ze volgden hem en zagen dat hij opnieuw naar een tankstation reed.
Weer gesloten.
Naar een derde.
Opnieuw.

De wachtmeesters vermoeden dat de man op zoek is naar betaalautomaten die hij kan voorzien van skimapparatuur.
Dan rijdt hij richting Winschoten, over de A7, in de richting van Groningen.
Op de rotonde bij Winschoten doet hij een rondje om dan terug te rijden richting Duitse grens.
De wachtmeester zegt tegen de opperwachtmeester dat het nu genoeg is en houden hem voor de tweede keer staande.
Nu moet ook de kofferbak open.
Zie daar de tas met 1,050 kilogram.

Baldur moet mee naar het politiebureau waar hij twee dagen en nachten blijft.
De auto, een Audi A3, wordt in beslag genomen.

De officier van justitie zegt dat Baldur de intentie had de drugs het land uit te smokkelen.
Baldur zegt dat zijn vader was overleden, dat hij was gescheiden en alleen nog maar werkte.
Zo was het gekomen, daarom had hij het gedaan, omdat hij behoorlijk in de war was.
Hij wil ook graag de auto terug.
De Audi is een erfstuk met emotionele waarde.

De officier van justitie weet iets anders.
De richtlijn voor zijn misdaad schrijft zes maanden celstraf voor.
Zes maanden celstraf kun je op grond van weer andere regels omzetten in een werkstraf van 240 uur.
Maar Baldur woont in Duitsland en ver van de grens.
Nu is er een kaderbesluit – ze noemde de aanklager het – dat het mogelijk maakt dat werkstraffen die hier worden opgelegd, elders mogen worden uitgevoerd.
Alleen Duitsland doet in dit kader nog niet mee.

De officier van justitie vervolgt: ‘Laten we daarom een keer een boete doen. We doen 4.000 euro. Wil meneer dat niet betalen, dan hebben we zijn auto.’

Heiko Eckert, de advocaat van Baldur, vindt dat maar niks.
Sowieso niet.
Dus als je een beetje staat te lanterfanten bij een tankstation ben je al verdacht?
Dan kun je iedereen wel aanhouden wat niet de bedoeling mag zijn.
De advocaat vindt het verkregen bewijs onrechtmatig verkregen bewijs is.
Dan mag het niet meetellen.

Mochten de rechters daar anders over denken, zegt Eckert, dan kan worden volstaan met een dikke waarschuwing.
We moeten niet vergeten dan hij die 4.800 euro waarmee hij de drugs kocht ook al kwijt is.
Doe een voorwaardelijke straf.
Of geef hem die auto terug.
Dan kan hij die verkopen en dan kan hij een boete betalen.

De officier van justitie draait het om: meneer betaalt gewoon de boete en dan krijgt hij die auto terug.

De rechters denken daar anders over.
De rechters zeggen niks over het beslag en de auto.
De rechters zeggen dat Baldur een boete van 4.000 euro moet betalen.
Hoe hij dat doet, dat zoekt hij samen met het Openbaar Ministerie maar uit.

Op het moment dat Baldur de boete betaalt, krijgt hij de auto terug.
Doet hij dat niet, dan zal de Nederlandse overheid de Duitse Audi, bouwjaar 2005, eerst moeten importeren en dan verkopen, in de hoop dat zoiets 4.000 euro oplevert.
Advocaat Eckert schat in dat een en ander meer kost dan dat het oplevert.

Rob Zijlstra

Kortsluiting

Het 25 is oktober 2008.

Op de voorpagina van de krant van die dag staat dat de angst voor een wereldwijde recessie toeneemt.

In de trein zit op dat moment Mork.

Hij reist van Groningen richting Nieuweschans.

 

Mork woont in Duitsland, in de omgeving van Papenburg met een vriendin die studeert aan de universiteit.

Zelf gaat hij naar school.

Mork wil elektromonteur worden.

Hij is 32 jaar.

Zijn twee kinderen wonen bij zijn ex-vrouw in Estland.

Zelf is hij geboren in de Sovjetunie, in een plaatsje dat Google niet kent.

 

Mork heeft pech op die dag in oktober.

De spoorwegpolitie doet een controle in de trein en heeft Dustin meegenomen.

Dustin is de drugshond.

Het beest begint ter hoogte van Mork te blaffen en dan is er een redelijk vermoeden van schuld op grond waarvan de politie de rugzak van de reiziger mag doorzoeken.

 

Een halve kilo heroïne.

Een paar gram ook nog in de broekzak.

 

Nou ja, nee.

Hij was naar Groningen gekomen om wat drugs voor zichzelf te kopen.

Hij wilde tien gram kopen.

Daarvoor had hij al zijn schoolgeld, 600 euro, meegebracht.

Hij kende een adresje in Groningen.

Maar toen hij daar kwam, ging het niet door.

Er was niks of op.

Hij moest tot de volgende dag wachten.

Dat deed hij.

De volgende dag ging er weer heen.

Toen kreeg hij een rugzakje.

En 500 euro.

Dat rugzakje moest hij naar een hotel brengen, in Oudeschans.

Of in Winschoten.

Of naar Winschoten en dan met de bus naar Oudeschans.

Daar zou hij dan ook zijn tien gram krijgen.

 

De officier van justitie: ‘Wel een beetje een vaag verhaal.’

 

De officier merkt op: Welke dealer uit Groningen geeft nou aan zomaar een Rus uit Duitsland een rugtas met een halve kilo heroïne en 500 euro mee met de opdracht die af te leveren in Oudeschans? Of in Winschoten.

‘In heel Nederland is geen dealer zo gek’, weet de ervaren justitieofficier’

Hij vraagt: ‘Was u soms op weg naar Duitsland?’

 

Mork schudt het hoofd en begint over Ali.

Dat hij van Ali een telefoonnummer had gekregen.

En dat toen een kennis van Ali hem – heel spontaan – had gevraagd naar Nederland te gaan, naar Groningen.

Hij had ook het treinkaartje van 29 euro gekregen.

 

Groningen kende hij wel een beetje.

Hij was er drie jaar geleden ook al eens geweest, dus…

Toen hij op het station was, had hij dus Ali gebeld.

Hij bedoelt dat telefoonnummer.

 

De officier van justitie: ‘Ja, ja.’

DE officier suggereert dat Ali misschien wel niet eens bestaat.

En dat Mork bang is.

Omdat hij die 500 gram is kwijtgeraakt dankzij die blafhond in de trein.

En dat de drugsorganisatie voor wie hij misschien wel werkt, hem dat mogelijk niet in dank zal afnemen.

En verhaal zal halen.

 

De rechters: Bent u koerier in een groter geheel?

Mork kijkt wel link uit wat hij zegt.

Hij zegt: ‘Nee. Ik zit op school.’

 

Er kunnen, concludeert de officier van justitie, vraagtekens worden geplaatst bij de geloofwaardigheid van Mork’s verhaal.

Dus is Mork schuldig en ook strafbaar.

Hoewel hij de grens nog niet over was, had hij wel de intentie de drugs buiten het grondgebied van Nederland te brengen.

En wie de intentie heeft, die smokkelt al.

De eis: een jaar gevangenisstraf.

 

De rechtbank is het daar twee weken later mee eens.

Er zit te veel kortsluiting in het verhaal van Mork.

Acht maanden celstraf en de verbeurdverklaring van die 500 gekregen euro’s.

 

Rob Zijlstra