Vals verhaal

in de rechtszaal is alleen dat waar,
wat kan worden bewezen

Op mijn bureau op de krant is het een rommeltje.
Er liggen 24 oude vonnissen van de rechtbank schots en scheef door elkaar.
Op een vonnis is koffie gevallen waardoor 12 van de 23 pagina’s grotendeels onleesbaar zijn.
Op mijn bureau ligt ook een gebutst drumstokje (Hayman, nr 5 a) voor als ik mij even moet afreageren.
Er staan 2 half leeggedronken flesjes water, een in 1972 gemaakte foto van Marlon Brando, 3 nog niet gelezen exemplaren van Opportuun, het huisblad van het Openbaar Ministerie, 4 doorgebladerde edities van het Advocatenblad die mij trouw en gratis worden toegezonden door een Amsterdams advocatenkantoor wegens bezuinigen bij de krant, 1 pen rood (bic), 1 pen blauw (bic), een kassabonnetje van 7Camicie waar ik op 20 juni 2015 om 15.46.01 uur een overhemd heb afgerekend en verder nog wat.
Maar dit alles terzijde.

Vals worden beschuldigd.
Dat moet de nachtmerrie zijn van iedereen.
Vooral als die beschuldigingen worden geuit in de rechtszaal door een officier van justitie.
Dan is het menens.

In 2013 werd Bart met beschuldigingen geconfronteerd.
In januari 2014 moest hij bij de politie komen voor tekst en uitleg.
Na tekst en uitleg mocht hij weer naar huis, dat was diezelfde dag nog.
Op 11 juni dit jaar (2015) kreeg hij bericht dat hij op 9 juli 2015 terecht moest staan voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen.
In verband met die valse beschuldigingen uit 2013.

Voor alle duidelijkheid: Bart beweert, en niet zo’n beetje ook, dat de beschuldigingen vals zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet daarentegen voldoende wettig en overtuigend bewijs om een straf tegen Bart te eisen.

Dit is het verhaal.

Bart was schilder, maar vond het na 47 jaar welletjes.
Hij ging met pensioen, reed naar het ziekenhuis in Stadskanaal waar een cursus masseren werd aangeboden.
Masseren, mensen met pijn helpen, moest nieuwe glans aan zijn leven geven.
De cursusleider zei dat hij er goed in was, waarop Bart een massagetafel kocht, terug naar huis reed en een praktijk begon.
Niet een echte, want hij deed het gratis.
Voor wie toch iets wilde betalen, was er een fooienpot.

Zo bracht hobbymasseur Bart in de praktijk wat hij in Stadskanaal had geleerd.
Wat de klacht ook is, hij begint bij de hak.
Dan het onderbeen, bovenbeen, onderrug, handdoekje erover, de bekken pakt hij ook altijd eventje mee, ruggengraat, armen, en zo voort.

Rechter: ‘Dus als iemand last had van de schouder, begon u bij de hak?’
Bart: ‘Ja. Altijd onderaan beginnen.’

Hij had zo’n 200 klanten, vrienden, kennissen en kennissen van kennissen.
Het aantal behandelingen dat hij heeft gegeven?
Hij schat zo’n 3000.

Allemaal tevreden klanten?
Ja.
Op twee na: Els en Eva.

Els en Eva, een stel, zijn in dit verhaal de aangevers.
Zij zeggen dat Bart een seksistische boerenpummel is die niet alleen van teen tot top masseerde, maar ook met zijn glibberige handen aan hun borsten zat.
En aan hun vagina.
Dat hij – in zijn korte broekje – oneerbare voorstellen deed.
Dat hij dan begon te hijgen of zwaar te ademen.

Els in haar slachtofferverklaring die in de rechtszaal wordt voorgelezen: ‘Dat er zulke smeerlappen op deze wereld rondlopen.’
Eva: ‘Hij is het vieze geile mannetje in plaats van hulpverlener.’
Bart, ontdaan: ‘Dat ze zulke smerige dingen durven te zeggen.’

Twee volle uren wordt Bart door de rechters ondervraagd.
Het gaat er stevig aan toe.
Hem wordt het vuur na aan de schenen gelegd, doorgezaagd.
Nooit van zijn leven zal Bart beweren dat rechters slapjanussen zijn.

Nu gaat het in de rechtszaal in eerste instantie niet om de waarheid.
In de rechtszaal is alleen dat waar, wat kan worden bewezen.
Wat niet kan worden bewezen, zal waar kunnen zijn, maar kan dan niet de waarheid heten.

Het is – zo vaak bij zedenzaken – het ja van de een (slachtoffer) tegen het nee van de ander (verdachte).
Nu is het zo dat niemand kan worden veroordeeld op grond van een (1) bewijs.
Het moeten er minimaal twee zijn.

De bewijzen tegen Bart: de twee aangiftes van Els en Eva.
Een aangifte mag als bewijs gelden.
Maar zijn die dan wel betrouwbaar?
De officier van justitie: ‘Jawel. De twee aangiftes zijn betrouwbaar omdat die gedetailleerd zijn en naadloos op elkaar aansluiten.’

Bart is te ver gegaan, zegt de aanklager.
Er is geen sprake van dwang, dus vrijspraak voor ontucht.
Maar hij heeft wel als masseur de sociaal ethische normen overschreden, hij pleegde seksueel getinte handelingen die niet overeenkomstig de behandeling waren. Hij maakte misbruik van zijn positie als masseur.
Artikel 249 Wetboek van Strafrecht

De officier van justitie eist een werkstraf van 150 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk.

De advocaat is het er niet mee eens.
Els en Eva ervoeren de behandelingen als ontuchtig en heel vervelend en toch blijven ze komen voor nieuwe behandelingen.
Dat is toch raar.
De politie heeft geen van de andere klanten – die vol lof zijn – gehoord.
Waarom niet eigenlijk?
In de verklaringen zitten wel degelijk tegenstrijdigheden.
Over data en tijdstippen.
En waarom moest Bart zeventien maanden in grote onzekerheid verkeren alvorens duidelijk werd dat hij zou worden vervolgd?
Vanwege de ernst van de zaak?
Lijkt de advocaat toch niet na zo een lange tijd.
Advocaat:‘Oftewel vrijspraak.’

Of Bart vals wordt beschuldigd, weet ik niet.
Misschien is hij wel een smeerlap.
Het is aan de rechters te bepalen wat waar en niet waar moet zijn.

Resteert de nachtmerrie.
Het is nog altijd een veelgemaakte opmerking: ‘Als je niets hebt gedaan, heb je ook niets te vrezen.’
De praktijk – zo leert ook dit verhaal – is dat als twee mensen zeggen dat je het hebt gedaan, je op grond daarvan als verdachte in de rechtszaal kunt belanden.
En dan heb je flink te vrezen.

De verklaringen van Els en Eva sluiten naadloos op elkaar aan.
Dat hoeft niet verdacht te zijn.
Els en Eva zijn een stel, zijn altijd samen, samen gingen zo ook naar Bart’s massagetafel.

Betrouwbaar omdat de verklaringen zo gedetailleerd zijn?
Officiëren van justitie brengen dit argument regelmatig naar voren.
Een gedetailleerde verklaring, zeggen aanklagers dan, is juist vanwege de details betrouwbaarder dan een verhaal zonder kleinigheden.
Er zijn rechters die zo’n argument overtuigend vinden.

Ik weet het niet.
Het is wel zo dat de gedetailleerde beschrijving van het wel en wee op mijn bureau grotendeels door mij is verzonnen.

Rob Zijlstra

uitspraak op 23 juli

Schermafbeelding 2015-07-10 om 11.05.29

voor meer klik op tekst

 

 

 

Gerechtigheid

Hij haalt uit
Een keer
Vaker
Het bloed spat
Zij valt
Blijft liggen

Strafrechters willen vaak weten waarom.
Waarom deed u zus of waarom zo?
Waarom liep u niet weg?
En vooral: waarom hebt u het gedaan?

Riano (24) uit Groningen zegt dat hij klappen kreeg en dat hij niet kan vechten.
Daarom had hij zijn pistool gepakt, een Glock.
Hij had er mee in de rondte gezwaaid en toen had hij geschoten.
Gericht?
Natuurlijk niet, hij schoot in de lucht.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde niemand doden. Ik heb kinderen te onderhouden.’

Hassan (52) uit Emmen had andere redenen.
Hij vertelt met luide, indringende stem dat zij niet wilde praten, maar onmiddellijk begon te vechten.
Zoals altijd.
Ze trok aan zijn haren.
Toen had hij haar met wie hij al 26 jaar samen is, geslagen met een hamer.
Op haar hoofd.
Maar waarom?
Hassan: ‘Ze ging vreemd.’

Beide zaken hebben niets met elkaar te maken, maar dienden wel op een en dezelfde dag in zittingszaal 14, de rechtszaal van het strafrecht in Groningen.
Nog een overeenkomst: in beide zaken heeft de officier van justitie een poging tot moord ten laste gelegd.

Veel misdaden die worden berecht zijn pogingen.

Een poging tot mishandeling – dat komt vast en zeker op grote schaal voor – is niet strafbaar, maar proberen iemand van het leven te beroven is zo strafbaar als de pest.

Er was eens een man uit Rotterdam die na een jarenlange detentie zijn herwonnen vrijheid vierde in een horeca-etablissement in Groningen.
Op de dansvloer kreeg hij amok en werd met een vuistslag tegen de vlakte geslagen.
Om zijn geschonden eer te redden, liet hij zich naar de woning van zijn nieuwe rivaal rijden en schoot met een vuurwapen op de woning.
Een kogel ging dwars door de voordeur.
Er raakte niemand gewond, maar de rechtbank te Groningen oordeelde dat gesproken kon worden van een poging tot moord.
Er had iemand achter de deur kunnen staan.
De wanboffer kreeg acht jaar celstraf.

Het aantal moorden en doodslagen in Groningen, Drenthe en Friesland is niet bijster hoog.
Maar zouden alle pogingen tot moord en doodslag slagen, dan zou een gevaarlijke Mexicaanse drugsstad schraaltjes bij Noord-Nederland afsteken.
Gelukkig is het net andersom.

Toch moeten pogingen tot misdrijven niet worden gebagatelliseerd.
De lijn tussen een geslaagde poging en een mislukte poging is soms akelig dun.
Niet zelden blijft iemand het moordernaarsschap bespaard dankzij vakkundig medisch ingrijpen.

Een poging klinkt al snel als een mislukking, maar de wet weet daar wel raad mee.
De wet spreekt van een voltooide poging.
Het slachtoffer is dan in leven gebleven.

Een man had tijdens een ruzie een mes uit de keuken gehaald en vervolgens zijn irritante zeurvriend neergestoken.
Hij schrok van het gutsende bloed en belde 112.
De zwaargehavende vriend werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht en met nog meer spoed geopereerd.
Spoed redde zijn leven.
De advocaat zei dus dat het leven was gered omdat de verdachte onmiddellijk 112 had gebeld.
Ook een bewijs dat de verdachte geenszins van plan was geweest zijn vriend te doden.
De advocaat dacht de ‘voltooide poging’ te omzeilen.
De rechtbank dacht het niet.
Leroy kreeg een jaar celstraf.

Waarom, vragen de rechters aan Riano, waarom kreeg u klappen?
Riano zegt dat er ruzie was ontstaan en dat hij ertussen was gesprongen om de ruziënde mannen uit elkaar te halen.
Waarom, vragen de rechters, beweren anderen dat u probeerde een gouden ketting te stelen?
Getuigen zeggen dat de man die probeerde de gouden ketting te stelen ook de man was die schoot.
Riano heeft geen idee waarom getuigen dat zeggen.

Rechters: waarom had u een pistool bij u?
Riano zegt dat zijn vader in 2010 is doodgeschoten.
Sindsdien draagt hij een wapen.
Daarom.

De officier van justitie wikt en weegt en zegt dat ze het schieten niet kan vertalen in een poging iemand van het leven te beroven.
Er is te weinig bewijs.
De poging tot moord kan wel worden gewijzigd in een diefstal met geweld, gericht op die gouden ketting.
Dat kan qua vrijheid een boel schelen.

Waarom, vragen de rechters aan Hassan, waarom had u zich verstopt achter de wasmachine?
Hassan zegt dat hij zijn vrouw had verboden alleen naar buiten te gaan.
Waarom leek hem logisch.
Vanwege die ander die er was.
De rechters vragen of Hassan het normaal vindt dat hij zijn vrouw beperkt in haar vrijheid. Hassan zegt ja, hij antwoordt dat zijn vrouw dat had verdiend.

Zijn schoonzus dacht daar anders over en nam haar zus mee naar haar huis.
Hassan bleef alleen achter.
Dat was op een zondag.
Op dinsdag kwam zijn verloren vrouw even thuis om wat kleren op te halen.
Hassan vertelt de rechters dat hij toen juist aan het klussen was.
Hij spijkerde in de gang een stukje loszittend tapijt vast met een hamer.
Toen hij haar hoorde binnenkomen, verstopte hij zich achter de wasmachine.

Waarom?
Hassan stelt een wedervraag: als zij dan zo bang voor mij was, waarom kwam ze dan thuis? Nou?

Ineens had hij voor haar gestaan.
Hij had heel griezelige ogen, zou zijn vrouw, inmiddels ex, verklaren.
Hij haalt uit.
Een keer.
Vaker.
Het bloed spat.
Zij valt.
Blijft liggen.
Hassan rent naar buiten en roept naar een buurman dat hij zijn vrouw misschien wel heeft doodgeslagen en dat onmiddellijk 112 moet worden gebeld.
De traumahelikopter landt in de straat.
In het ziekenhuis blijft ze in leven.

Hassan zegt dat hij spijt heeft, dat hij het nooit had moeten doen.
De spanningen waren ontstaan toen hij zijn baan in de ijzergieterij kwijtraakte.
Ze hadden de woning moeten verkopen.
Toen het geld op was, was hij ook gestopt met zijn gokverslaving.
En nu heeft hij besloten dat hij haar nooit weer wil zien.

Hij zegt: ‘Ik heb nu behoefte aan rust.’
Hij zal Emmen vaarwel zeggen om in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen.
Tegen de rechters: ‘Ik betreur wat er is gebeurd. Ik zal de schadevergoeding betalen.’
Ruim 5.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Riano met zijn geschiet veel onrust heeft veroorzaakt.
Ze eist twee jaar celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Een strafzaak later zegt ze dat Hassan achter de wasmachine is gekropen om zijn kans af te wachten.
Dat was voorbedacht.
Omdat zijn naar vrijheid hunkerende vrouw nog leeft, is het gelukkig bij een poging gebleven.
De eis: acht jaar gevangenisstraf.

Waarom?
Het is een poging tot gerechtigheid.

Rob Zijlstra

uitspraken op 23 maart

IJsbergsla

Ze kijken beide boos en zo gaan ze ook naast elkaar zitten in de verdachtenbank van zittingszaal 14.
Samen hebben ze dezelfde advocaat die een paar minuten na aanvang twittert dat hij een niet-ontvankelijkheidverweer heeft gevoerd en dat de officier van justitie het met hem eens is.

De rechtbank na beraad ook, waarmee de kwestie van de ijsbergsla niet wordt behandeld, omdat de rechtbank daartoe niet is bevoegd.

De verdachten zien er behalve boos ook enigszins woest uit, een beetje als boeven uit een speelfilm.
Maar al snel wordt duidelijk dat de twee in ieder geval in de rechtszaal zijn behept met de vitaliteit van een hunebed.

Ellert (27) woont in Emmen, waar hij veelpleger is.
Hij heeft een fors strafblad dat 23 pagina’s telt met daarop tientallen veroordelingen voor vooral diefstallen.
Zijn probleem is alcohol en drugs.
Al zijn misdaden pleegde hij onder invloed.
Pogingen hem van de verslaving af te helpen mislukten.
Hij voelt zich niet thuis in klinieken.
De deskundigen weten niet of dat komt door onwil of onvermogen.

Brammert (31) woont ook in Emmen en is bezig veelpleger te worden.
Zijn strafblad telt vijf pagina’s met acht veroordelingen.
Ook diefstallen.
Net als zijn vriend leeft hij van de speed en cocaïne en volgens justitie barst hij van de criminogene factoren.
Dat betekent dat de kans dat Brammert op vrije voeten weer het slechte pad gaat bewandelen, erg groot is.
Hij zegt tegen de rechters dat hij altijd een goede vader voor zijn kinderen is geweest. Dat wil hij graag weer zijn.

Op 30 oktober vorig jaar drinken Ellert en Brammert in Emmen heel de dag en avond bier.
Op een goed moment zegt Brammert dat zijn vriendin zeurt.
Dat ze klaagt dat ze nooit geld hebben, dat ze nooit een keer iets leuks kan kopen.
Brammert zegt dat hij daar vet van baalt.

Ellert slaat een arm om de schouders van zijn vriend en zegt dat hij wel iets weet, iets van een oplossing.
‘Maar dan hebben we wel een auto nodig.’

Niet heel veel uren later komt bij de politie in Ter Apel een melding binnen van een ramkraak aan het Molenplein.
Een Mercedes-bus is dwars door de glazen pui van radio- en televisiezaak Telkamp gereden. Met zes flatscreens zijn de daders er vandoor gegaan.

De politie zet met toeters en bellen de achtervolging in.

Brammert zegt tegen de rechters dat het min of meer per ongeluk was dat ze richting Duitse grens reden.
Ellert knikt.
Hij zat achter het stuur, maar dat is ook het enige dat hij zich nog kan herinneren.

Met grote snelheid passeren ze de grens waar de gewaarschuwde Duitse politie zich bij de achtervolging aansluit.
Brammert: ‘Ik heb nog wel ‘stoppen’ gezegd, maar Ellert reed maar door.’

Ze ontdekken dat de laadruimte van de (in Emmen gestolen) Mercedes-bus is geladen met groente.
Met ijsbergsla.
Ze besluiten de kroppen naar buiten te kieperen, in de hoop dat de achtervolgers zo van de Kapellenstrasse bij Lindlo zullen glibberen.

Nu kan zoiets wel in een film, maar dit is echt.
Kort daarna bedenkt Ellert een nieuwe list.
Ineens stopt hij en rijdt vervolgens met een noodgang (zegt Brammert) achteruit.
‘Ik ram d’r gewoon tegenaan’, zou hij hebben gezegd.
Dat gebeurt ook.
Een van de Duitse politieagenten moet met nekletsel naar het ziekenhuis worden vervoerd.

Ellert en Brammert vervolgen hun vlucht en rijden ter hoogte van Emmercompascuum Nederland weer in, nog steeds gevolgd door de politie.
Ellert herhaalt zijn achteruitrij-truc, maar de agent vlak achter hem heeft het nu op tijd in de gaten, stopt ook en rijdt eveneens achteruit.

Brammert: ‘Ik vond dat Ellert veel te ver ging.’
Ellert: ‘Ik weet het niet meer.’

Dan nemen ze een verkeerde afslag en belanden ze in de modder.
Einde verhaal.

De officier van justitie zegt dat het bewijstechnisch gezien een zaak van grote eenvoud is.
Zegt dat de diefstal van de bestelauto, de ramkraak met gestolen flatscreens en het inrijden op vier politieagenten – een poging tot zware mishandeling – langdurige gevangenisstraffen rechtvaardigen.
Het naar buiten kieperen van ijsbergsla op Duits grondgebied is gekwalificeerd als overtreding en mag om wettechnische reden nu niet meetellen.
Verder hebben de vier betrokken agenten, meent de officier, recht op 500 euro per persoon.

Brammert had gezegd dat hij dolgraag verder wil leven zonder drugs en is bereid zich te laten behandelen.
De officier van justitie wil hem die kans geven en eist daarom drie jaar gevangenisstraf waarvan – als stok achter de deur – een jaar voorwaardelijk.

Ellert, zegt de officier, wil alleen maar een goede vader zijn, maar voelt niets voor een anti-drugsbehandeling.
Bij zo’n ‘wil-niet-houding’ past slechts kale detentie: 18 maanden de cel in.

De advocaat zegt dat een auto in de achteruit altijd sneller lijkt dan die echt doet.
Dat dit dus nooit kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel.
De poging tot zware mishandeling kan daarom niet worden bewezen.
De straf kan dus omlaag.
En dat agenten die alleen maar flink zijn geschrokken geen recht moeten hebben op 500 euro schadevergoeding.

Met boze gezichten verlaten de twee boeven uit Emmen de Groninger rechtszaal en twittert de advocaat dat de zitting erop zit.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 25 februari 2010 – uitspraken
De rechtbank acht een deel van het ten laste gelegde bewezen en komt daarom tot lagere straffen dan de eisen: Ellert is veroordeeld tot 15 maanden celstraf waarvan vijf voorwaardelijk, Brammert heeft 9 maanden celstraf gekregen. De poging tot zware mishandeling acht de rechtbank niet bewezen. De vorderingen van de agenten zijn afgewezen.

VONNIS 1

VONNIS 2