Kwikstaart

Een paar keer zeggen de rechters dat het misschien wel helemaal niet waar is.
Dat het niet waar is wat ze allemaal wel niet in het strafdossier hebben gelezen.
Dat het allemaal nog maar moet blijken.

Wat wel waar is, is dat dat strafdossier omvangrijk is.
Vele duizenden pagina’s, gebundeld in tientallen mappen met daarop de naam Kwikstaart.
Dat is de naam van het politieonderzoek.

Belangrijk onderdeel van het onderzoek zijn telefoontaps.
De Nederlandse politie is Europees kampioen in het afluisteren van onze telefoons.
In dit onderzoek gaat het om 28.000 gesprekken en sms-berichten.
Die zijn allemaal uitgeschreven.

Bijna alles draait om Jan B., de hoofdverdachte in het Kwikstaart-onderzoek.
Het openbaar ministerie verdenkt hem van cocaïnehandel, afpersing, mishandeling, wapenbezit, valsheid in geschrifte en openlijke geweldpleging.
Bovenal zou hij de leider zijn van een criminele organisatie.

In de rechtszaal zitten behalve Jan B. nog vier verdachten.
En twaalf politiemensen, omdat het proces is bestempeld als een risicozitting.
Tijdens een risicozitting is altijd de snoep- en frisdrankautomaat in de hal van het Groninger gerechtsgebouw defect.
Excuses voor het ongemak, staat gelogen op het briefje.
Sympathisanten van verdachten die piepvrij door de beveiligingspoortjes komen, zouden eens met Snickers of blikjes cola kunnen gaan gooien.

Jan B. was vroeger de leider van de Groninger voetbalhooligans, de leider van de Z-side.
Daarnaast is hij fan van West Ham United.
Terwijl de rechters zeggen dat het misschien helemaal niet waar is, schetsen de twee officieren van justitie – om beurten – geen fraai beeld van de hoofdverdachte.

Het dossier telt achttien geweldsdelicten die aan B. worden toegeschreven.
De officieren zeggen dat het wrang is dat in geen van die zaken aangifte is gedaan.
Omdat niemand aangifte tegen B. durft te doen of met de politie wil praten.
Slachtoffers niet, getuigen niet.
Iedereen is bang voor Jan B.

Hij had een vriendengroep opgericht, de Groninger Casual Firm (GCF), vrij naar een idee van zijn West Ham United-vrienden in Londen.
De GCF is een soort doorstart van de aloude Z-side.
Hardcore.
B. heeft de regels bedacht en wie niet luistert, zal voelen.
B. organiseerde party’s – Casual Friday – meestal op de dag voorafgaand aan een voetbalwedstrijd van FC Groningen.
De uitnodigingen gaan via sms’jes.
Wie niet komt, of te laat krijgt een boete.
Wie het boetegeld niet tijdig afdraagt, moet rente betalen.
Of klusjes doen.

B. bepaalt ook de kleding, die moet casual zijn.
De vriendenclub komt bijeen in café De Kabouter aan de rand van de Groninger binnenstad.
Daar wordt bier gedronken, cocaïne gesnoven en vrolijk op en neer gedanst.
Ook wordt daar als het moet de strategie bepaald als er voetbalsupporters uit andere delen van het land in Groningen zijn.

Dit alles beweert nog steeds het openbaar ministerie.

De officieren van justitie vertellen bijvoorbeeld over 23 januari 2010.
Op die dag lopen zo’n 70 voetbalsupporters van FC Twente over de Grote Markt.
B. is onaangenaam verrast.
Hij sms’t zijn vriendenclub bijeen.
Hij wil een gewelddadige confrontatie.
Maar zover komt het niet en dat ervaart B. als een afgang.
Nu denkt iedereen dat hooligans van andere clubs zonder problemen door de binnenstad van Groningen kunnen lopen schreeuwen en doen.
Op de tap horen de luistervinken van de politie dat B. spreekt van ‘de ergste dag uit mijn leven’.

De officieren van justitie vertellen ook over gebeurtenissen in café De Kabouter.
Een van de leden is onvoldoende actief binnen de Firm (‘wel snuiven, niet vechten’) en krijgt een afranseling.
Een ander zeurt dronken over geld.
Beide moeten het bekopen met een gebroken neus.
De afstraffingen zijn opgenomen door beveiligingscamera’s van het café en de opnames worden in de rechtszaal getoond.

De rechters: ‘Niet echt tof.’

Een andere keer zou een GCF-lid in het café op een stoel zijn vastgebonden en vervolgens met een mes in het gezicht zijn gesneden.
Zijn moeder had de politie gebeld, want zoonlief zelf weigerde aangifte te doen.
Er zou sprake zijn geweest, verklaarde de zoon, van een ongelukje en bovendien had B. de volgende dag zijn excuses aangeboden.
Het litteken is blijvend.

De officieren van justitie zeggen dat de GCF niks geen vriendenclub is, maar een criminele organisatie met als hoofddoel het plegen van geweldsmisdrijven rond de wedstrijden van FC Groningen.

Tientallen keren vragen de rechters aan Jan B. of het waar is, of het wel klopt wat er in het strafdossier staat.
Even zo vaak zegt B. dat hij zich beroept op zijn zwijgrecht.
Hij zegt niks.

De manege in Westerbroek.
De rechtbank Almelo had B. veroordeeld wegens openlijke geweldpleging tot een werkstraf van zestig uur. B. regelde het zo dat op de manege de werkbriefjes van de reclassering werden ingevuld, zonder dat hij er ook maar een uur werkte.
Dat regelde hij ook voor iemand anders, voor een tientje per uur.
De reclassering heeft aangifte gedaan en de manegeman moet zich binnenkort ook verantwoorden voor de rechter.
De rechters mopperen tegen B. dat er in Den Haag van die stemmen opgaan om de werkstraf maar af te schaffen. En dat B. de werkstraf, door zo te doen, een slechte dienst heeft bewezen.

De cocaïne.
Daarover zegt Jan B. dat het klopt.
Dat hij twee keer een partij cocaïne heeft verkocht.
Een keer 500 gram en een maand later een kilo.
Maar dat had hij niet zonder meer gedaan.
Hij is er ingeluisd.
Hij erkent dat hij wel eens wat grammetjes verkocht.
‘Ik ben een klein dealertje.’

Hij was in een café een man tegengekomen.
Een Engelsman.
Vanwege de liefde voor West Ham heeft B. iets met die Engelsen.
Hij had gevraagd of de Engelsman Charley kende.
De Engelsman wist direct wat B. bedoelde: Charley is Engelse straattaal voor cocaïne.
De Engelsman wist dat direct omdat hij een geheime politieman is.
Dat wist B. natuurlijk niet.

B. zegt dat hij zoveel kan leveren als de Engelsman maar wil.
Kilo’s als het moet.
Of wapens.
B. tegen de rechters: ‘Het was grootspraak.’
Hij zegt dat hij weet dat de meeste Engelsen die op stap zijn cocaïne gebruiken.
Hij had de man een grammetje willen aanbieden.

De geheime agent (A1794) meldt het incident bij de Groninger politie.
Die is dan al een tijdje met B. bezig, maar het onderzoek (naar de geweldsmisdrijven) vlot niet.
Omdat niemand iets over B. te zeggen heeft.

Besloten wordt een pseudokoopactie op te zetten: operatie Kwikstaart.
Vanuit Engeland worden andere geheime agenten ingevlogen.
B1266 krijgt onder toezicht van het openbaar ministerie de leiding.
A1200 zoekt na bemiddeling van A1794 contact met B.
B. ruikt handel.
Zegt: ‘Dollartekens.’

Er wordt op 6 april 2010 in een café een monster (gratis) geleverd van vier gram.
Op 21 april levert B. in café De Kabouter 500 gram en incasseert 22.500 euro.
Op 26 mei is daar de tweede deal: een kilo cocaïne voor 45.000 euro.
Kort nadat de Engelse nephandelaar het café met de drugs in een plastic zakje verlaat, dendert een arrestatieteam De Kabouter binnen.
Bij huiszoekingen op datzelfde moment worden op diverse adressen in de stad wapens, nog meer cocaïne en duizenden euro’s aan contanten gevonden.

Het is het einde van de Groninger Casual Firm.

De officieren van justitie zeggen dat na de arrestatie van Jan B. de hoop bestond dat de aangiftes van geweldsmisdrijven zouden binnenstromen.
Dat de angst met B. veilig achter de tralies verdwenen zou zijn.
Maar dat bleek niet het geval.

Later ontdekt de politie waarom dat zo is.
Vanuit de gevangenis blijft B. de baas in Groningen.
De politie ontdekt dat omdat ook alle gesprekken die B. voert in de gevangenis, met zijn bezoek, worden afgeluisterd.

Bij gebrek aan verklaringen moet het openbaar ministerie het doen met de 28.000 taps en de verklaringen van de Engelse agenten.
Zij worden gehoord – met pruiken op en een stemvervormer – in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp, in De Bunker voor hun veiligheid.

De officieren van justitie zeggen dat er sprake is van strafbare feiten en dat de verdachten ook strafbare daders zijn.

B. was de leider, de andere vier leden en betrokken bij de drugshandel.

M.A. (36) zou de leverancier van de cocaïne zijn en hoort 4 jaar celstraf eisen. Ook moet hij zijn drugswinst inleveren: 42.750 euro.
G.E. (28) wordt gezien als de meest trouwe volgeling van B. De prijs: 30 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk.
M.S. (38) was de barman van De Kabouter. Tijdens de rechtszaal wordt hem nauwelijks iets gevraagd. Hij zou drugsgeld hebben geteld, goed voor een eis van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk.
A.H. (39) is de eigenaar van het café en volgens het openbaar ministerie de vertrouweling van B.: 4 jaar celstraf.

Tegen Jan B. (33) eist het openbaar ministerie 5 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Ook hij moet de winst afdragen: 23.900 euro.

Dinsdagochtend komen de advocaten aan het woord.
Zij zullen vertellen dat het niet waar is.
Of anders.
Zij zullen ook bepleiten dat B. en de zijnen zijn uitgelokt en dat de pseudoactie in werkelijkheid een infiltratieactie was waar geen toestemming voor is gegeven.
En dat Jan B. geen tbs moet krijgen.

Rob Zijlstra

uitspraken op 30 maart

.

UPDATE – 1 maart 2010 – vervolg proces
Op de tweede dag van het strafproces Kwikstaart stonden nog drie verdachten terecht. Zij zouden trouwe volgelingen van Jan B. zijn geweest. Twee van hen bezochten B. in het huis van bewaring De Marwei in Leeuwarden waar zij van B. de opdracht kregen ervoor te zorgen dat iedereen zijn mond hield.

De advocaten vinden dat de verdachten moeten worden vrijgesproken. Volgens de verdedigers is van een criminele organisatie geen sprake. Het geweld dat werd gebruikt, was vooral gericht tegen de eigen leden en niet – zoals volgens het openbaar ministerie de bedoeling was – tegen supporters van andere voetbalclubs.

Verder vinden  de advocaten dat de pseudokoopactie door de Engelse agenten in werkelijkheid een infiltratietraject is geweest. Voor pseudokoop was toestemming, voor infiltratie niet. De consequentie moet zijn dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard (verdachten gaan dan vrijuit) dan wel dat de verklaringen van de geheim agenten als bewijs moet worden uitgesloten.

De strafeisen tegen de drie verdachten (deelname aan een criminele organisatie) die dinsdagmiddag terechtstonden:
R.H. (30): 15 maanden
F.E.L. (34): 12 maanden
C.V. (35): 18 maanden

.

UPDATE / 11 maart 2011 /  politierechter
Vijf verdachten stonden donderdag terecht voor de politierechter in het Kwikstaart/onderzoek. Ook in deze zaken zal op 30 maart uitspraak worden gedaan. De vijfde verdachte in het onderstaande overzicht stond terecht omdat hij heeft gerommeld met de urenregistratie van werkstraffen. Hierdoor leek het alsof hoofdverdachte J.B. een oude werkstraf had uitgevoerd, maar in werkelijkheid was B. er nooit geweest. Deze verdachte is eigenaar van een manage. Het openbaar ministerie sluit niet uit dat veel meer veroordeelden hier op papier wel, maar in werkelijkheid niet hun opgelegde straf hebben uitgevoerd.  De vier eerstgenoemde verdachten stonden terecht wegens drugshandel. Ook in deze zaken wordt op 30 maart uitspraak gedaan.

R.S. – taakstraf, 240 uur waarvan 40 voorwaardelijk
H.W. – taakstraf, 100 uur
J.M. – 86 dagen celstraf waarvan 50 voorwaardelijk
O.B.R. – taakstraf, 240 uur en celstraf van 286 dagen waarvan 180 voorwaardelijk
A.S. – celstraf, 6 maanden

.

UPDATE – 30 maart – uitspraken
Jan B. is veroordeeld tot 9 jaar celstraf. De rechtbank heeft alle door het openbaar ministerie aangevoerde bewijzen overgenomen. Het verweer van advocaten dat de pseudokoop-actie in werkelijkheid een infiltratieactie was waar geen toestemming voor was gegeven, werd door de rechtbank verworpen. De politie heeft zich aan alle regels gehouden, zo luidt het oordeel.

Jan B. reageerde geëmotioneerd toen de rechter duidelijk maakte dat hij niet zal worden veroordeeld tot de maatregel tbs. Nadat het vonnis was uitgesproken, bedankte B. de rechters met de woorden: ‘Dank voor deze kans.’

De andere vonnissen:
R.H. (30): 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk
F.E.L. (34): 8 maanden
C.V. (35): 10 maanden waarvan 4 voorwaardelijk
G.E. (28): 24 maanden
M.P.A. (33): 4 jaar
A.H. (39): 4 jaar
M.S. (37): 24 maanden waarvan 8 voorwardelijk

Jan B. en M.P.A. moeten respectievelijk 23.900 en 24.140 euro betalen in het kader van de ontnemingsvordering. Dit geld zouden ze hebben verdiend met de handel in cocaïne.

Vier verdachten die in deze zaak voor de politierechter terechtstonden, zijn veroordeeld tot werkstraffen en celstraffen voor de duur die ze in voorarrest hebben gezeten.
Een vijfde verdachte, een eigenaar van een manege, kreeg drie maanden celstraf opgelegd. Hij had tegen betaling valsheid in geschrifte gepleegd waardoor het leek alsof Jan B. en een vriend van hem er hun (eerder opgelegde) taakstraf hadden uitgevoerd terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. De rechtbank stelt dat de manegehouder schade heeft toegebracht aan het rechtssysteem.

.

UPDATE – 18 juli 2011 – cafe De Kabouter
Cafe De Kabouter wacht sloop >>> dvhn

.

UPDATE – 9 februari 2012 – hoger beroep
zie voor update uitspraken in hoger beroep: hier