Kale cijfers

Rechters gaan qua lage straffen
niet helemaal vrijuit

32 gem cel p zaak 4Straffen die in rechtszalen worden opgelegd zijn te hoog en zijn te laag.
Precies goed is het zelden of nooit.

Twee weken geleden stond een 49-jarige man terecht die zijn buurmeisje seksueel zou hebben misbruikt.
Dat zou zestien jaar geleden zijn gebeurd.
Man zegt dat het niet zo is.
Het buurmeisje is inmiddels een vrouw.
In haar slachtofferverklaring, gericht aan de rechters, zei ze dat de verdachte voor de buitenwacht een leuke man is.
Maar dat de buitenwacht eens weten moest.
Ze vindt dat de verdachte geen recht heeft, niet meer, op een gelukkig en zorgeloos bestaan.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden.
Het vermeende slachtoffer zal dit vast veel te weinig vinden, de ontkennende verdachte vindt het een nachtmerrie, een horrorscenario.
Maandag laat de rechtbank weten wat passend en geboden is.

Wat ik maar wil aangeven: het gaat er zo nu en dan heftig aan toe in zittingszaal 14.
Maar kijkend naar de kale cijfers, dan moet de conclusie zijn dat er laag wordt gestraft. Relatief.
Een strafzaak bij de meervoudige strafkamer (drie rechters en met als het leven goed is minimaal één rechtbankverslaggever) is landelijk gezien goed voor gemiddeld een jaar celstraf per verdachte.
In Groningen ligt dat voor dit jaar en tot nu toe op gemiddeld 7 maanden per verdachte.

Zeven is bijna de helft van een jaar.

4 onvoorw 81Dit lage cijfer komt niet omdat rechters in Groningen aardige mensen zijn.
Ze zijn in de rechtszaal niet milder dan hun soortgenoten elders.
Om die 7 maanden te kunnen verklaren kan het heel goed zijn dat in Groningen minder ernstige zaken ter beoordeling aan rechters worden voorgelegd.

Dat ‘wij’ onder het gemiddelde blijven hangen, is mooi voor hier.
Het betekent dat het elders (behalve in Drenthe) ernstiger is.

Ik verbaas mij ook daarom regelmatig over de politie die bijvoorbeeld maar blijft volhouden dat de bestrijding van mensenhandel in Groningen een speerpunt moet wezen.
Mensenhandel in Groningen bestaat – denk ik dan wel eens – alleen in de hoofden van hen die het moeten aanpakken.

Vorige maand was er een grote politie-actie in Groningen mede in verband met dit hardnekkige speerpunt.
Agenten mochten op klaarlichte dag verdacht uitziende types (figuren met haar?) in auto’s met buitenlandse kentekens willekeurig van straat plukken en deze vermeende criminelen meenemen voor controle.
Dat dit zo was en zo ging stond gewoon in de krant.
Geen burgemeester, geen geëngageerde advocaat of een andere bewaker van de openbare orde die ‘ho, ho’ riep.

De enige man (keurig voorkomen, vrijwel kaal) die zich dit jaar voor mensenhandel in Groningen moest verantwoorden, werd vrijgesproken.
Vorig jaar waren er vier verdachte mensenhandelaren, twee kregen werkstraffen, de lelijkste een celstraf van 18 maanden.

30 vonnis eis 8Rechters gaan qua lage straffen overigens niet helemaal vrijuit.
Een officier van justitie kan – binnen de regels van de wet – eisen wat hij wil, de rechters gaan in driekwart van de strafzaken onder die eis zitten.
Doen ze een keer iets meer, dan is het meestal maar een onsje.
In de ogen van rechters zijn eisen van het Openbaar Ministerie te hoog.
Al jaren doet het gerucht de ronde dat officieren van justitie bewust hogere eisen op tafel leggen omdat ze weten dat rechters stronteigenwijs zijn en bijna altijd voor lager gaan.
Of het waar is, weet ik niet.

Het komt ook voor dat het Openbaar Ministerie in de rechtszaal al met een heel lage strafeis op de proppen komt.
Wat is er dan aan de hand?
In het asielzoekerscentrum in Musselkanaal was een vechtpartij geweest met gewonden.
Twee broers kregen het aan de stok met Zaid (21) uit Syrië.
Zaid zou hebben gewandeld met het zusje van de twee broers en die wilden dat onder geen beding.
Toen de broers tijdens het biljarten Zaid zagen, riepen ze hem en kreeg hij met vlakke hand een harde klap in het gezicht.
Achteraf bleek dat de broers zich hadden vergist.
’t Was niet de verdacht uitziende Zaid die met het zusje had gewandeld.
Maar dat was achteraf.

Na de klap had Zaid geduwd en ook teruggeslagen.
Hij voelde zich bedreigd, hij was bovenop een radiator terechtgekomen waar hij met de rug tegen de muur stond.
Ineens was daar een kapper en een schaar.
Zaid zwaaide.
Stak.
Hij raakte beide aanvallende broers, de een in de onderarm, de ander in het gezicht.

Alle getuigen verklaren tegenovergesteld.
Misschien ook wel, denkt de advocaat, omdat de verbaliseerde verklaringen met tussenkomst van nogal wat tolken tot stand zijn gekomen.
De advocaat: ‘Eigenlijk weten we helemaal niks over wat er nou precies is gebeurd. Het is een dossier vol tegenstrijdigheden.’
De advocaat kreeg op basis van het dossier ook niet de indruk dat de politie het naadje van de kous had willen weten.
Voor de raadsman is het zo klaar als een klontje: zij begonnen, twee tegen een, zelfverdediging, noodweer, geen straf, klaar.

Ondanks de onduidelijkheid is er toch een rechtszaak voor de meervoudige strafkamer, drie rechters.
Voor Zaid staat het leven op het spel.
In november vorig jaar is hij via een achtbaan op duizelingwekkende wijze in Nederland terechtgekomen.
Bij een veroordeling moet hij misschien terug, terug naar de dood waaraan hij wist te ontsnappen.
Wat weten wij daar nou van?

De officier van justitie: ‘Tja, een lastig dossier.’
Het steken met scharen in armen en gezichten is doorgaans goed voor heftig strafrechtelijk geweld in de zaal.
Maar er moet ook worden gekeken naar de context van alles.
De officier van justitie: ‘Het komt erop neer dat verdachte door alle strafmodaliteiten die we hebben ernstig wordt getroffen.’
De advocaat: ‘Doe dan een ontslag van alle rechtsvervolging.’
De officier van justitie: ‘Nee. Ik eis een maand celstraf, maar die geheel voorwaardelijk.’

Schermafbeelding 2016-06-11 om 09.43.31Een lagere strafeis kan bijna niet.
Willen rechters daar onder gaan zitten, dan moet Zaid eigenlijk een beloning krijgen en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Op 20 juni doet de rechtbank in deze kwestie uitspraak.
De kans is groot dat de gemiddeld opgelegde straf na die uitspraak daalt.

Met kale cijfers moet je wel altijd oppassen.

Wist u trouwens – het is onderzocht en uitgerekend – dat één moord de samenleving gemiddeld 3 miljoen euro kost?
Dat zal in Groningen (en Drenthe) wel weer lager zijn, maar toch…

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

rechtbankverslaggever als datajournalist

de kosten van de criminaliteit [onderzoek in opdracht wodc]

Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25

afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08

@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

De kramakkelige brug

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis
maar kan nu het een jaar geleden is
nog niet zo veel

 

relaisEr zitten twee mannen in de rechtszaal die worden beschuldigd van iets wat ze niet met opzet hebben gedaan.
Verreweg de meeste verdachten plegen hun misdrijven wel met opzet.
Een woninginbraak is zelden per ongeluk, laat staan lucratieve drugshandel.

Deze twee mannen – ze hebben niets met elkaar te maken – hebben de misdaad waarvan ze worden verdacht, ook niet gewild.
Toch moeten ze zich als verdachten verantwoorden.
De ene doet dat maar al te graag, de andere als het even zou kunnen liever nooit.

Om met die laatste te beginnen: Max, 26 jaar.
Hij studeerde een tijdje in Groningen, maar besloot halverwege dat het beter was te gaan werken in Hoogezand.
Hij kocht voor het dagelijkse woon-werkverkeer een grijze Mazda MX-5, een sportauto die ook zonder dak kan.
Hoewel het uiterlijk van die auto heel sportief is, zei Max tegen de politie dat hij een defensieve rijder is.
Als je dat bent, dan is je rijgedrag gericht op het voorkomen van ongelukken.
Goed, in 2013 reed hij een keer 49 kilometer per uur te hard door Ten Post wat hem een boete van zeshonderd euro had opgeleverd.
Maar dat was eenmalig stom geweest.

Op 27 februari vorig jaar reed hij over de Petrus Campersingel in Groningen, na het werk, richting huis.
Hard.
Hoe hard?
Max denkt 70.
Een getuige: wel 100.
Max: ‘Nooit. Ik ken de weg. Er zijn kruisingen en er zijn daar altijd fietsers zonder licht. Daar let ik op.’

Het ging mis in een flauwe bocht.
Max verloor de controle, remde om vervolgens met een (achteraf berekende) snelheid van 73 kilometer per uur op een tegenligger te knallen.
De politiedienst die verkeersongevallen analyseert schat dat Max harder reed dan 90.
Dat is minimaal 40 te hard.
Nog veel erger: een van de twee inzittenden, niet de zwangere bestuurster van 24 jaar, maar haar 48-jarige moeder, raakte zeer ernstig gewond.

De rechters: ‘Het snelle rijden is u niet onbekend. Waarom reed u zo hard?
Max zegt dat het weer een eenmalige stomme fout van hem is geweest.
Maar waarom?
Dat zou hij niet weten.
Hij had geen haast of zo.

Het slachtoffer overleeft het ziekenhuis, maar kan nu het een jaar geleden is, nog niet zo veel.
Ze kan bijvoorbeeld niet lang staan, niet lang zitten of lang liggen.
Zichzelf verplaatsen lukt ook niet goed.
Artsen hebben verteld dat de pijn in haar lijf misschien voor altijd zal zijn.
Max zegt tegen de rechters dat hij wel kan janken.
Nee, hij heeft nooit contact gezocht met het slachtoffer.

Er is nog een alcoholdingetje.
Na het ongeluk moest Max blazen wat geen indicatie opleverde dat hij had gedronken.
Maar in het ziekenhuis – ook hij was gewond geraakt – roken artsen adem die riekte naar alcohol. De rechters vragen het drie keer op barse toon.
Drie keer zegt Max: ‘Nee, niks gedronken.’

De volksmond, zegt de officier van justitie, zou spreken van zeer roekeloos rijgedrag.
‘Juridisch kom ik daar niet bij. Meneer is wel hoogst onvoorzichtig geweest.’
Geen opzet, wel schuld.
De passende eis: een werkstraf van 240 uur, een maand voorwaardelijke celstraf, als signaal naar de samenleving en een jaar het rijbewijs kwijt.
Dan maar met de bus naar Hoogezand.

Voor Max zat Dirk (54) in de verdachtenbank.
Eindelijk, want hij had er zelf om gevraagd.
Het Openbaar Ministerie wilde een deal per acceptgiro.
Zou hij 450 euro betalen, dan lieten ze hem met rust.
Dirk vond dat niet eerlijk, want waarom een boete betalen als je niets hebt misdaan?

Dirk is operator.
De volksmond noemt hem brugwachter.
Al dertig jaar en nooit ging het fout.
Maar op die dag in september 2014 had hij met verbijstering op de beeldschermen gezien wat er was gebeurd.
Tijd om op de alarmknop te drukken was er niet geweest.

Bij Dorkwerd, even buiten Groningen, ligt een oude hefbrug over het drukbevaren Van Starkenborghkanaal.
Op die dag in september komt vanuit Groningen de Fossa aangevaren, een binnenvaartschip van tachtig meter lang.
Als het schip halverwege de geopende brug is, zakt plots de hefbrug.
Een paar seconden later plet het gevaarte de stuurhut.
De schippersvrouw aan het roer komt met de grootste schrik vrij.

De officier van justitie: ‘Verdachte heeft te vroeg op ‘brug neer’ gedrukt, niet met opzet, misschien wel uit routine.’
Brugwachter Dirk: ‘De brug ging spontaan naar beneden. Ik deed niks.’

Dorkwerd wordt net als de brug bij Aduard bediend vanaf de centrale post bij Gaarkeuken.
Daar zit Dirk voor beeldschermen achter de knoppen en kan hij met muisklikken zowel Aduard als Dorkwerd bedienen.
En dat doet hij die dag ook.
Want terwijl hij met Dorkwerd bezig is, komt er een melding en moet ook Aduard geopend.
Volgens de procedure kan Dirk dat.

De officier van justitie heeft een reconstructie in tijd gemaakt en concludeert dat Dirk elf achtereenvolgende seconden niet naar de camerabeelden van de brug bij Dorkwerd heeft gekeken.
Had hij wel gekeken, dan had hij het gezien, gezien dat het foute boel was en had hij kunnen ingrijpen met de rode noodknop.
Nu hij dat niet heeft gedaan, is er sprake van ‘aanmerkelijk onvoorzichtig handelen waardoor levensgevaar voor anderen is ontstaan’.
Er volgt geen nare strafeis.
Wel een vergelding, letterlijk.
Dirk moet alsnog die 450 euro betalen, vindt de officier van justitie.

De brug is nog diezelfde dag vrijgegeven.
Als veilig.
Volgens de advocaten van Dirk, hij heeft er twee voor de prijs van één, is achteraf vastgesteld dat de brug geen kuren vertoonde.
Maar twee techneuten van de provincie Groningen bekeken het later nog eens en kwamen tot de conclusie dat niet kan worden uitgesloten dat de hefbrug zakte als gevolg van een plakkend relais.
Nieuwe bruggen zijn niet voor niets voorzien van een extra veiligheidsrelais.
Blijft er eentje plakken, is er altijd nog de andere.

In wijze boeken staat dat het strafrecht met terughoudendheid moet worden toegepast.
Niet te veel, niet te weinig.
Geen te hoge, maar ook geen te lage straffen.
Niet alleen maar ratio, maar ook emotie.

Dat zal allemaal best, hoor ik de volksmond brommen, maar van ons mag die Max met z’n 100 door de bebouwde kom de volle mep krijgen.
Doe die terughoudendheid dan maar ten aanzien van Dirk, zolang niet kan worden uitgesloten dat in het mechaniek van de kramakkelige hefbrug van Dorkwerd een sleets relaitje zat.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 17 maart
En zo geschiedde. Dirk is door de rechtbank vrijgesproken.

Liefdesverdriet (misschien)?

Dat in rechtszalen gevangenisstraffen
worden geëist, lijkt vanzelfsprekend.
Maar moet dat wel zo zijn ?

 

 

Schermafbeelding 2016-02-18 om 23.31.31

Het motief speelt in de misdaad een grote rol.
Een veel door rechters gestelde vraag in de rechtszaal is daarom: waarom?
Een heel logisch antwoord zou kunnen zijn: nou, gewoon, geld.
Want waarom anders pleegt iemand met alle risico’s van dien een overval?
Toch niet om een beter mens te worden.

De vraag is gemakkelijk gesteld, het geven van een antwoord blijkt in de praktijk van de rechtszaal ingewikkelder.
Er bestaan verdachten die het domweg zijn vergeten.
Die zeggen dan: ‘Waarom? Ik weet het niet meer.’
Rechters nemen daar geen genoegen mee.
Ze stellen de vraag dan nog een keer.
Dat helpt zelden, een herhaling levert geen ander antwoord op.

Ik moet dan ook altijd even aan Geert uit Veendam denken.
Geert kreeg drie jaar gevangenisstraf.
Geert ontkende de misdrijven die hij had gepleegd niet.
Hij zei: ‘Als de officier van justitie zegt dat ik het heb gedaan, dan zal het wel zo wezen. Want waarom zou die man liegen?’
Geert gelooft nog in de goedheid van de mens.

Na een wilde achtervolging met nogal wat schade onderweg was hij met een gestolen auto en ladderzatte kop ingereden op de politieauto en wel zo dat er sprake was van een poging tot doodslag.
De drank had de herinneringen volledig uitgewist.
Wat hij ook deed om de film terug te halen, de beelden bleven weg.
Gedeletet.
Drie jaar zitten en dan geen idee.

Of Lammert.
Hij had iemand ernstig mishandeld.
Mensen die hem kennen hadden gezien hoe hij tekeer was gegaan.
Lammert wist er niks meer van.
‘Nog niet met de beste wil’, zei hij.
Eén ding wist hij wel zeker, duizend procent: ‘Ik heb het niet gedaan.’
Rechters: ‘U kunt zich van die avond niets herinneren, maar u weet wel dat u het niet heeft gedaan. Is dat wel logisch?’
Lammert had toen gezegd: ‘Als ik iemand in elkaar sla, dan moet ik dat toch merken?’

Er is nog een categorie: verdachten die niet weten waarom. Dus niet, niet meer, maar domweg niet.
Waarom heeft u uw kleinkind jarenlang misbruikt?
‘Weet niet.’

Rajah (19) lijkt zo’n verdachte.
Toen hij zijn misdaden pleegde was hij net 18 jaar.
Rajah heeft stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van jonge vrouwen en hij heeft over die vrouwen malle dingen beweerd wetende dat die in strijd zijn met de waarheid.
Oftewel: stalking en laster.

Waarom?
Na lang aandringen, zegt Rajah, heel zachtjes: ’Weet niet.’
Nog een keer: ‘Weet niet.’

Rajah had verkering, ze kenden elkaar van hot or not, een datingsite ‘waar alles mogelijk is’.
Zoals dat gaat, ging de verkering uit, na vijf maanden wilde zij niet meer met hem.
Rajah zag op zijn mobieltje dat zij zich weer op de liefdesmarkt begaf voor nieuwe kansen.

Het duurde niet heel lang of de ex werd overstelpt met berichten, niet alleen op die datingsite, maar ook via WhatsApp.
Het waren nare berichten.
Dat er foto’s van haar zouden worden geplaatst op Tinder, op Badoo en op pornosites.
Ze werd gebeld, een robotstem bedreigde haar met de dood.
De berichten kwamen van Emma, Julia, Sophie, Anna, van Mila.

Na een tijdje kregen ook vriendinnen en kennissen berichten, afkomstig van steeds andere nummers.
Op Instagram verschenen accounts met foto’s van die vriendinnen die de wereld lieten weten ‘op zoek te zijn naar naar seks’ en ‘seksverslaafd te zijn’.

De ex en haar moeder wilden niet direct geloven dat Rajah erachter zat.
Toen de ex door haar stalker werd uitgedaagd voor een ontmoeting bij de Euroborg in Groningen, ging Rajah mee.

Bij de politie kwamen in korte tijd aangiftes binnen die op elkaar leken.
Agenten zaten met de handen in het haar.
De sociale media als plaats delict is geen dagelijkse politiepraktijk.
Dat komt nog.
Toch kwam Rajah na een tijdje als verdachte in beeld.
Hij ontkende eerst, maar bekende in het tweede verhoor: hij was het en hij was ook Emma, Julia, Sophie, Anna, hij was Mila.
Hij had op Instagram nepaccounts aangemaakt en daarmee zijn ex en haar (Facebook-) vrienden de stuipen op het lijf gejaagd.

Waarom?
Rajah zwijgt.
Zijn slungellichaam beeft.
Het valt ook niet mee.
De jonge vrouwen die hij belasterde zitten achter hem, met hun moeders op de tribune.
Was het wraak? Ja.
Was het boosheid omdat zij de relatie had verbroken? Ja.
Frustratie? Ja.
Rechters: ‘Sommige vrouwen hebben gesmeekt op te houden en toch ging u door.’ Ja.
Waarom? Waarom?
Verlegen blik.
Zakte hij maar door de grond.

Dat de digitale wereld van volwassen tieners bol staat van seks en verleiding, betekent niet dat pikante laster hen onberoerd laat.
Integendeel.
Twee jonge vrouwen maken in de rechtszaal indringend duidelijk hoe groot de impact is wanneer je naam en je foto’s te grabbel worden gegooid op de sociale media.
Heftige verhalen.
Niet meer alleen de straat op, weer naar school moeten worden gebracht, vriendinnen die afhaken. Nachtmerries.
Gedragsstoornissen.
Zitten blijven in havo 4.
Behandelingen bij Lentis.
Tranen.
Een van hen zegt, intens verdrietig: ‘Ik ben mezelf kwijtgeraakt.’

Rajah heeft ook een verhaal waar volgens zijn advocaat rekening mee moet worden gehouden. Verdachte komt misschien onbewogen over door te zeggen dat-ie het niet weet, maar dat zijn de zenuwen.
‘Wat hij heeft gedaan, vindt hij vreselijk.’
De advocaat schetst een beeld.
Rajah is geboren in Zwitserland, maar moet terug met zijn ouders naar Sri Lanka waar een dreigende situatie hen weer op de vlucht doet slaan.
Eerst naar Rusland en toen met mensensmokkelaars, door de bossen en achterin vrachtauto’s naar Europa, Oude Pekela, Nederland.
Rajah is dan 5 jaar.
Hij groeit hier op, geïsoleerd, nooit vrienden.
In 2013 krijgt het gezin een woning in Groningen.
En dan, dan leert hij – hot – zijn vriendin kennen die het vijf maanden later – not – uitmaakt.

De rechters vragen aan Rajah wat hij een passende straf zou vinden.
Een werkstraf, mompelt Rajah. ‘Dat heb ik wel verdiend.’
De officier van justitie ziet het anders.
Hij meent dat het beroerde verleden losstaat van wat Rajah heeft geflikt.
De eis: een half jaar gevangenisstraf, waarvan de helft voorwaardelijk mag.
De aanklager: ’Hij speelde met de gevoelens van jonge vrouwen. Daar past geen werkstraf bij. Verdachte wist waarmee hij bezig was.’

Dat in rechtszalen gevangenisstraffen worden geëist, lijkt vanzelfsprekend.
Maar moet dat wel zo vanzelfsprekend zijn?
Is de gevangenis ook bedoeld voor een Rajah?
Voor jongemannen met misschien wel liefdesverdriet?

Ik weet het niet.

Rob Zijlstra

Cheb. Wordt vervolgd.

Meneer heeft zijn kansen gehad
Elke dag dat u vastzit
kunt u niets stelen
En dat is winst

 

Schermafbeelding 2016-02-11 om 23.17.02Ik schreef vaker over Cheb (38).
Dat komt omdat hij een vaste klant is van zittingszaal 14.
Cheb wordt al jaren vervolgd en zo ook de verhalen over hem.

De laatste keer dat hij werd vervolgd kreeg hij anderhalf jaar celstraf, maar daarvan mocht een jaar voorwaardelijk.
Dat was zo ongeveer de tiende allerlaatste kans die hij kreeg in zijn carrière die zich uitstrekt over 25 jaren.

Nooit maakte hij promotie, maar hij ontwikkelde wel een specialisme.
Hij wandelt kantoorgebouwen binnen, groet iedereen vriendelijk, houdt deuren open die normaal voor anderen gesloten moeten blijven, kijkt hier en daar wat rond en gaat dan weer weg.
De op bureaus rondslingerende laptops, mobiele telefoons en portemonnees neemt hij mee.
Zo kan Cheb de gretige dealers betalen.

Waar hij ook goed in is: studentenpanden.
Met een stukje hard plastic flippert hij zo de doorgaans slecht onderhouden voordeuren open.
Ook in studentenpanden slingeren laptops en aanverwanten nogal eens vrolijk rond.

Het is verleidelijk en ook wel gemakkelijk om over Cheb een leuk verhaaltje te schrijven. Want Cheb is nu eenmaal een heel aardige crimineel.
Nooit zal hij een vlieg fysiek kwaad doen.
Als de rechters hem vragen of hij nog weet wat hij nu weer heeft uitgevroten, schudt hij langzaam het hoofd en zegt dan, bedachtzaam: ‘Wat ik mij specifiek kan herinneren is dat ik geen geweld heb gebruikt.’

De vorige keer was hij de synagoge in de Folkingestraat in Groningen binnengewandeld.
Er was daar een tentoonstelling waar entree werd geheven.
Cheb had ‘entree’ onmiddellijk geassocieerd met contant geld.
Eenmaal binnen had hij het geldkistje zo te pakken.

Cheb wordt zelf ook altijd gepakt.
In de rechtszaal had hij zijn hoofd gebogen en gesproken: ‘Ik vind het vreselijk dat ik zo laag ben gezonken, zo laag om in te breken in de synagoge, ook gezien de historie en het feit dat ik Marokkaans ben.’

Cheb deed de rechters toen een voorstel.
Hij had gezien dat de synagoge wel een likje verf kon gebruiken, zowel van binnen als van buiten.
Als hij dat nou eens zou doen, dan deed hij a, iets terug voor de samenleving en b, het zou hem een verblijf in de gevangenis kunnen besparen.
Cheb vertelde ook dat hij had besloten sowieso te stoppen met de criminaliteit.
De reden: Anna.
Smoorverliefd.
Dat was eind 2013.

Veel regelmatige klanten van zittingszaal 14 wijten hun criminele inborst aan foute vrienden.
Een goede remedie tegen dit karakter: verhuizen, zo ver als mogelijk bij het vriendengespuis vandaan.
Ook Cheb had dat gedaan.
Na een kwart eeuw wandelen door Groningen, had hij besloten een nieuw leven op te bouwen in Leeuwarden.
Helaas niet met Anna, met Anna was het uit.

In oktober vorig jaar liep Cheb in zijn nieuwe woonplaats langs het Centrum Infectieziekten Friesland (Izore).
Uitgerekend toen hij het gebouw passeerde, ging het alarm af.
Hij werd aangehouden en meegenomen naar het politiebureau waar hij had gezwegen.
Waarom?
Cheb: ‘Het was zo overweldigend. Ik voelde zoveel frustratie en teleurstelling. Dat het weer mis was gegaan. En ik was onder invloed. Zo erg dat die agenten het raampje van de politieauto opendraaien, zo stonk ik.’
Is hij ook in het pand geweest?
Cheb: ‘Het is vaag, maar het kan zijn dat ik een paar spulletjes heb meegenomen.’

En zo ging het bij scholen, in het woonzorgcentrum Abbingahiem.
Over de insluiping bij een tandartsenpraktijk heeft hij zijn twijfels.
‘Volgens mij zocht ik daar gewoon medische hulp.’
Veel spijt heeft hij van de diefstal van negen dure laptops, gestolen uit een rolcontainer bij Wetsus.
Tegen de rechters: ‘Ik heb gelezen dat er wetenschappelijk onderzoek verloren is gegaan. Dat is echt schandalig van mij, ik heb hier geen woorden voor.’
Wat er met de computers is gebeurd?
Ingeleverd bij zijn inhalige dealers, als aflossing van een eeuwig durende schuld.
Cheb: ‘Voordat ik het in de gaten had, zat ik alweer in de vicieuze cirkel.’

Komt het ooit nog goed?
Cheb veert een klein beetje op.
En of.
Hij is smoorverliefd.
Op Marijke.
Met haar zal hij gelukkig kunnen zijn.
Marijke moeten de rechters weten, is een hoogopgeleide vrouw die niet eens weet wat drugs zijn.
Zij komt niet uit het wereldje.
Marijke zoekt Cheb op in de gevangenis en samen volgen ze systeemtherapie wat volgens Cheb nu al vruchten afwerpt.

Cheb: ‘Ik heb de vrouw van mijn leven ontmoet. Zij heeft de waarden die altijd al in mij zaten naar boven gehaald. Al die jaren hunkerde ik daar naar. Het leven dat ik heb geleefd, haat ik. Mijn verleden stond in het teken van ontkennen. Maar ik heb nu het punt bereikt, dat ik helemaal klaar ben.’

De officier van justitie plengt geen tranen van ontroering en ook niet van grote vreugde nu een van de hardnekkigste justitieklanten op het punt staat een brave burger te worden. Hadden de rechters net niet opgemerkt dat bij Cheb sprake is van een hardnekkig terugvalpatroon?
Eén emotionele tegenslag en het gaat weer mis?
Dat staat in de rapporten, geschreven door de mensen die tien jaar geleden al rapporteerden zich geen raad te weten met deze verdachte.

Cheb mag dan een vriendelijke crimineel zijn waar je een verhaal met een glimlach over kunt schrijven, zij die door hem zijn bestolen, zullen daar heel anders over denken.
Zij zullen vinden dat Cheb niet om te lachen is en geef hen eens ongelijk.

Dat vindt ook de officier van justitie.
Zij zegt: ‘Meneer heeft zijn kansen gehad. Elke dag dat u vastzit, kunt u niets stelen. En dat is winst. Ik eis vijftien maanden celstraf plus die twaalf maanden die u in 2013 voorwaardelijk opgelegd heeft gekregen.’

Cheb kijkt bedenkelijk.
Kan hij niet iets terugdoen voor de samenleving?
Hij zou bijvoorbeeld de maximaal op te leggen werkstraf kunnen uitvoeren en dat dan tweemaal.
Hij zegt bang te zijn Marijke te verliezen als hij te lang in de gevangenis moet zitten.

Er valt even een stilte in de zittingszaal.
Cheb pakt de kans die hij niet krijgt van de officier van justitie.
Hij zegt dat hij als Marokkaan geen tweederangsburger wil zijn.
En dat hij graag met alle respect koning Willem-Alexander wil citeren: ‘Niet iedereen kan een Epke Zonderland zijn…’

Wordt vervolgd.

Rob Zijlstra

update – 22 februari 2016
Cheb is veroordeeld, maar heeft nog wel een kans gekregen. De rechtbank heeft een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd: 15 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. De bonus van 12 maanden krijgt hij ook. De rechters achten alles bewezen met uitzondering van de insluiping bij de tandartsenpraktijk.

 

cheb de flipper

 

‘ Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen. Ieders gaven en vaardigheden zijn waardevol en belangrijk.

Niet iedereen kan een Epke Zonderland of Gijs Tuinman zijn. Niet iedereen kan uitblinken als leraar, dokter, wetenschapper of hulpverlener. Maar de kracht van Nederland omvat veel meer dan individuele talenten. De kracht zit in wat we er samen van maken (…)

fragment kersttoespraak 2014 van Willem-Alexander waaruit Cheb citeert