De feestdagen

in de monumentale zittingszaal
van het paleis is het geluid
te beroerd voor woorden

Schermafbeelding 2015-12-17 om 23.54.37

In de nacht van 15 op 16 september 2011 werd de 65-jarige Nico Leeuwe om het leven gebracht.
Hij was de boodschappen- en klusjesman van de rosse buurt.
Hij assisteerde de dames van lichte zeden.
Nico Leeuwe liet het leven in zijn woning aan het Gedempte Zuiderdiep, binnenstad Groningen, hoekje hoerenbuurt.
Gestikt.

Er werden twee mannen gearresteerd, twee 32-jarige Colombianen uit Spanje die in die septembermaand tijdelijk in Groningen verbleven.
Het Openbaar Ministerie eiste tien jaar cel, maar de rechtbank in Groningen vond dat veel te weinig.
De rechters veroordeelden de twee in augustus 2013 tot vijftien jaar cel.

Afgelopen week diende het hoger beroep.
Dat zoiets zo lang moet duren – meer dan twee jaar na de uitspraak – lijkt nergens op, maar zo lelijk is het.

Wie het niet eens is met de rechtbank gaat in beroep (appèl) bij het gerechtshof.
Het hof zetelt niet zoals de rechtbank in een onopgesmukt gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie met pracht en praal.
Dat klinkt heel wat en zo oogt het ook.
Maar in de monumentale zittingszaal van het paleis is het geluid te beroerd voor woorden.
Wat wordt gezegd, is nauwelijks te verstaan.
Waarom dat zo is, weet niemand, dat is geheim.

Er was meer lelijks.
Om het proces nog enigszins te kunnen volgen, moesten de nabestaanden zo ver mogelijk vooraan zitten, pal achter de advocaat van een van de verdachten.
De nabestaanden kregen zo ongewild zicht op het dossier dat de raadsman voor zich had uitgestald.
Ze konden de akelige foto’s van Nico zien, foto’s die de politie maakte toen ze hem op de grond vonden.
Eigenlijk is de rechtszaal helemaal niet geschikt voor een strafproces.

De rechters – die in een justitiepaleis raadsheren heten – gingen ook niet voor de schoonheidsprijs.
Hoewel het proces om negen uur in de ochtend begon, iets later, wekten de magistraten de indruk dat ze hoe dan ook voor het avondeten thuis wilden zijn.
De officier van justitie (in hoger beroep een advocaat-generaal) mocht het vooral kort houden en hoefde echt niet alles voor te dragen wat toch ook al op papier stond.

’s Middags herhaalde zich dit toen de twee advocaten gingen pleiten.
Herhaaldelijk werden de raadslieden onderbroken met opmerkingen van de raadsheer-voorzitter dat gerust passages mochten worden overgeslagen.
De voorzitter: ‘U mag erop vertrouwen dat wij alles lezen.’
Voor de luisteraar restte een onsamenhangende pleit.

Wanneer het strafproces is afgelopen, laat de raadsheer-voorzitter weten dat zij en haar twee collega’s meer tijd, meer dan de gebruikelijke twee weken, nodig hebben om tot een gewogen oordeel te komen.
Zo druk?
Nee.
Ze zei: ‘Wat ongelukkig, maar de feestdagen komen er aan.’

De twee verdachten snappen er misschien zelf niets van.
Ze vinden het in ieder geval niet eerlijk.
Mauro (35) zegt dat het vooral Roberto (34) was die het heeft gedaan.
Roberto wijst naar zijn vriend Mauro.
Wordt het te ingewikkeld, dan zwijgen ze.
Vraag: Waarom zwijgen?
Antwoord: ‘Omdat het mag.’

Halverwege de middag horen de verdachten wat het Openbaar Ministerie ditmaal voor hen in petto heeft.
De redenering (doodslag) van de rechtbank in Groningen en bijbehorende straffen (vijftien jaar) vindt de advocaat-generaal te kort door de bocht.
Hij kwalificeert de gebeurtenissen als een geplande beroving, als een diefstal met geweld met de dood tot gevolg.
Wanneer de aanklager dit ten overstaan van de appèlrechters toelicht, verschijnt als vanuit het niets een filmpje op YouTube, aangekondigd op Twitter.
Ik zie (er is wifi, dat dan weer wel) op mijn laptop dezelfde aanklager, maar dan in een lege zittingszaal in 36 seconden de strafeis uitleggen.

Opnieuw tien jaar cel voor Mauro en ditmaal twaalf voor initiator Roberto die ook het meest geweld toepaste.
Dat zijn de eisen.

Al in Spanje zouden ze het over Nico Leeuwe hebben gehad.
Een kennis van hen, een prostituee die wel eens in Groningen werkte, zou hebben gesproken over de voortdurende dikke portemonnee van Nico, een man ook met veel contant geld in huis, een makkelijk slachtoffer bovendien.
Ze gingen naar Groningen, ze wachtten Nico op en toen hij thuiskwam namen ze hem te grazen.
Ze bonden hem vast met duct-tape, ze tapeten ook zijn mond en mishandelden hem.
Daarna doorzocht Roberto de woning en nam Mauro de inhoud van de dikke portemonnee mee. Vastgebonden en op de buik lieten ze hun slachtoffer achter.
De aanklager zegt: ‘Nico’s laatste minuten, maar misschien ook wel uren, moeten gruwelijk en pijnlijk zijn geweest.

Mauro en Roberto hebben andere lezingen.
En spijt.
Ze realiseren zich dat ze de nabestaanden pijn en verdriet hebben aangedaan.
Dat was dus de bedoeling niet.
Ze willen wel vergiffenis.

Mauro had bij aanvang van het proces een nieuwe verklaring afgelegd, een verklaring met de waarheid.
Na twintig minuten waar verklaren, greep de advocaat in.
Na een korte schorsing bood Mauro zijn excuses aan, want wat hij zojuist als waarheid had verkondigd, was allemaal gelogen, zei hij.
Daarna kwam hij met een nieuwe verklaring, met weer een waarheid.

Mauro zegt dat Roberto Nico plotseling vastgreep in een soort nek- of armklem.
Zo sleurde hij hem naar binnen.
Nico is misschien wel daardoor gestikt, terwijl hij, Mauro, dus geen geweld had gebruikt.
Hij had wel geholpen om Nico vast te binden.
Maar toen ze weg waren gegaan, had hij de tape van Nico’s mond getrokken.

Roberto zegt dat zijn vriend zich niet alles even goed herinnert.
Want de waarheid is dat ze cocaïne zouden kopen van Nico, dat ze die niet konden betalen en dat Nico toen heel boos was geworden en er een worsteling was ontstaan.
Daarbij was geslagen.
Roberto: ‘Wanneer Nico is overleden aan mijn slagen, dan ben ik schuldig. Is er een andere doodsoorzaak, dan ben ik onschuldig.’

De aanklager zegt dat uit niets blijkt dat Nico Leeuwe een drugsdealer was.
Nee, het was een ordinaire diefstal met zeer ongelukkige afloop.
De aanklager: ‘Nico’s dood was geen opzet, maar zijn dood was wel een gevolg van hun handelen.’

Niet dus, zegt de Mauro-advocaat.
‘Wat Mauro heeft gedaan, knevelen, kan niet hebben geleid tot de dood.’
Dus: vrijspraak.
De raadsman van Robert: ‘De belastende verklaringen van de liegende Mauro zijn onbetrouwbaar.’ Conclusie: vrijspraak.

Het is dan bijna tijd voor de aardappelen.
Mauro krijgt zijn laatste woord: ‘In de gevangenis vraag ik mij elke dag af hoe het nu verder moet met mijn leven.’
Dan Roberto.
Hij buigt het hoofd en besluit: ‘Ik verdien een passende straf.’

Rob Zijlstra

update – 25 januari 2016 – uitspraken
Het hof vindt de rechtbank niet kort door de bocht. De twee mannen zijn veroordeeld tot vijftien jaar per persoon. Er is sprake van een gekwalificeerde doodslag en een diefstal met geweld met de dood tot gevolg. De eis van het Openbaar Ministerie doet wederom geen recht aan de ernst van de feiten, zo staat in het arrest.

arrest Roberto
arrest Mauro

Kind van de rekening

Hij vraagt aan de rechters
of die wel eens dronken zijn?

Schermafbeelding 2015-12-10 om 19.47.23Het is zonder twijfel heel sneu dat al die bekenden van de politie in Amsterdam op straat worden doodgeschoten.
Maar de echte slachtoffers van de criminaliteit zijn zij die er niets aan kunnen doen: kinderen.

Donderdag stond een man, een vijftiger uit Drenthe, voor het denkbeeldige hekje in zittingszaal 14.
Eerder stond hij als onderwijzer voor de klas.
Na een veroordeling wegens ontucht en het in bezit hebben van kinderporno – eerder is al jaren geleden – leek het hem niet verstandig terug te keren in het onderwijs.
Ook zijn activiteiten bij verengingen had hij beëindigd, want stel dat het uit zou komen.
Sindsdien brengt hij bij u thuis stilletjes de folders rond, ’s middags bij een enkeling de avondkrant.

Het is niet best, maar dat weet hij zelf nog niet.
Hij had destijds anderhalf jaar in de gevangenis gezeten.
Daarna viel hij in handen van de hulpverlening.
De geconsumeerde hulp werkte als een aspirientje, niet heel lang.
Al snel zat hij hulpeloos een paar keer per week als een eenzame man achter het beeldscherm, op zoek naar kinderen in situaties waarin die gruwelijk werden misbruikt.
Het allerliefst vond hij misbruikte jongens tussen de 8 en de 14 jaar.
Toen hij eens een paar verboden foto’s verstuurde – naar iemand – ging er bij Google een rode lamp branden.
De afdeling Big Brother van Google belde de politie en verstrekte informatie over de afzender van de onderschepte e-mail.
En zo gebeurde het dat in december vorig jaar twee agenten bij Jan (58) op de stoep stonden.

Hij zegt tegen de rechters – opgelucht omdat hij er nu over kan praten – dat zijn pedofiele gevoelens het hebben gewonnen van het gezonde verstand.
Jan – daar zijn er heel veel van, dus dat kan best – had na zijn aanhouding onmiddellijk de huisarts gebeld.
Hij wilde nog een keer hulp.
Sinds april zit hij in therapie, drie dagen per week.
Hartstikke leuk.
‘Je zit in een groep met mannen met hetzelfde. Dan praten we en dan houden we elkaar scherp.’

Of hij al vorderingen maakt?
Enthousiast: ‘Ja, maar ik ben er nog niet. Ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben.’
Jan heeft met zijn therapeutische mannenpraatgroep een nieuwe invulling van zijn leven gevonden.

De officier van justitie kijkt niet vol begrip.
Ze kijkt boos en zegt dat achter ieder plaatje een misbruikt kind schuilgaat.
Ze zegt: ‘Dit moet ik toch even kwijt. Voor uw gerief zijn er zeker duizend kinderen verkracht en ernstig misbruikt.’
De officier van justitie hekelt het feit dat Jan pas onmiddellijk de huisarts belde nadat de agenten hem met zijn nieuwe misdaad hadden geconfronteerd.
‘Die anderhalf jaar celstraf die u al eens heeft uitgezeten, was u kennelijk vergeten.’

Misschien dat Jan had gerekend op een werkstraf, misschien had de praatgroep dat wel voorspeld. De reclassering had het in ieder geval geadviseerd.
De boos kijkende officier van justitie zegt dat ze van het advies gaat afwijken.
Jan schrikt zichtbaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, een half jaar voorwaardelijk, een proeftijd van tien jaar.

Kinderen zijn op allerlei manieren misdaadslachtoffers.
Deze week kreeg de 21-jarige Gerko uit Groningen tbs met dwangverpleging.
Dat is niet niks.
Er zijn kinderen die niet opgroeien, maar moeten overleven, kinderen die geen opvoeding krijgen.
Bij wie rust en reinheid is vervangen door drank en drugs, waar regelmaat staat voor de grootst mogelijke rottigheid.
Dat geldt voor Gerko.
Er zijn veel Gerko’s in Groningen en Drenthe en daarbuiten.
Ook mannen als Jan zijn geen uitzondering.
In de rechtszaal zijn mannen als Jan zelfs de meest trouwe klanten.

M. is geen slachtoffer.
M. heeft een ontzettend goed contact met haar moeder.
Ze deden samen altijd leuke dingen.

Dat zegt moeder Joke tenminste.
Moeder Joke is verdachte en dat snapt ze dus niet.
Haar dochter M. had de aangifte toch ingetrokken?
Hoe dan verdachte?
Dat haar dochter een schadeclaim heeft ingediend van tien miljoen euro, vindt zo ook al zo raar.
Tien miljoen!

Ook André – hij zit naast zijn (ex-)vriendin Joke, ook als verdachte – begrijpt er niks van, maar dat is vooral omdat hij niets meer weet.
Hij vraagt aan de rechters of die wel eens dronken zijn?
Want dan weten ze dat je dingen kunt vergeten.

Joke zegt dat ze haar dochter nooit heeft gedwongen.
André: ‘Kijk, als je dronken bent, dan kun je ook niet meer nadenken, dat is een nadeel.’
Joke zegt dat het één keertje is gebeurd.
Andre: ‘Ja, ik lust ’m dus wel.’
Joke: ‘Ze deed het vrijwillig. En ze vond het ook niet erg. Ze had er plezier in. Er zijn foto’s gemaakt toch? Dan kunnen jullie zien dat ze lacht.’

De rechters vragen aan André: ‘U heeft die foto’s gemaakt?’
Andre haalt de schouders in zijn ruime Adidas-trainingspak op: ‘Ik was dus dronken.’
Rechters: ‘Maar u was toch ook wel eens een dag nuchter?’
André denkt even na en zegt dan: ‘Dat weet ik niet meer.’
En die foto’s?
’t Zou kunnen.

Het is een verhaal vol rottigheid, nog veel meer dan hier staat verwoord.
Joke ontving klanten thuis of in het vakantiehuisje in het Stadspark in Groningen.
Op een dag was dochter M. na allerlei omzwervingen weer bij haar komen wonen, M. was toen 17 jaar.
Dochter zag wat moeder allemaal uitspookte, ook voor de webcam.

En toen moest ze meedoen, samen met haar moeder.
Ze zou de helft van het geld krijgen.
Maar ze kreeg niks.
Ja, ze kreeg een keer een Blackberry en later Binky, een hondje.
Maar die moest ze terugbetalen.
Dat kon best, want er kwamen soms meerdere mannen op een dag bij Joke.
In het strafdossier zitten daarvoor de bewijzen, de foto’s bijvoorbeeld die André maakte.
Daarop is te zien hoe moeder en dochter, zoals Joke het zei, samen leuke dingen doen.
André: ’Pfff. Ik heb haar niet aangeraakt. Dat weet ik nog wel.’

De officier van justitie: ‘Het is uitbuiting. Dochter M. was onder invloed van drank en wiet heel gemakkelijk te beïnvloeden, onder invloed werd ze een gewillig slachtoffer. Om maar geld in het laatje te brengen. Het gemak waarmee een ouder over morele grenzen heenstapt zodra er geld kan worden verdiend, is schokkend.’

Joke en Andre horen een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.
Daarnaast heeft M. als kind van de rekening recht op een financiële compensatie.
Geen tien miljoen, maar 5.000 euro, zegt de officier van justitie, zou billijk zijn.

Rob Zijlstra

update – 21 december 2015 – uitspraken
Moeder Joke heeft een straf gekregen die gelijk is aan de tijd dat ze al heeft vastgezeten: 44 dagen. Uitbuiting in de sfeer van mensenhandel acht de rechtbank niet bewezen. Wel: ontucht met een minderjarig eigen kind. Maar om de vrouw nu terug te sturen naar de gevangenis (consequentie van de strafeis) vinden de rechters niet gepast. Immers, moeder en dochter hebben weer een goede relatie. Komt bij: de zaak is veel te oud voor een zo zware vrijheidsstraf. Dit is het zoveelste vonnis van de rechtbank dit jaar waarbij de straf aanzienlijk lager uitvalt vanwege het tijdsverloop.
Stiefvader André kreeg ook geen twee jaar cel, maar moet 60 uur werken voor niks. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen ontucht. Medeplegen is de zwaardere variant van medeplichtigheid.
De schadeclaim is afgewezen. Die tien miljoen sowieso Maar ook de door het OM voorgestelde 5.00o euro. Dochter moet naar de burgerrechter wil ze geld zien.

update – 24 december 2015 – uitspraak
Jan is ook veroordeeld en mag in zijn handen knijpen: 12 maanden celstraf waarvan 9 voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op de maximale periode van 10 jaar. Het feit dat Jan (opnieuw) hulp heft gezocht is voor de rechtbank aanleiding om niet mee te gaan in de eis van het Openbaar Ministerie.

 

21 & 74

terwijl zijn echtgenote een beetje
aan het tutten is in de slaapkamer,
pakt hij het groentemes uit de keuken

Schermafbeelding 2015-11-28 om 16.49.07Gerko en Ralph zaten afgelopen week op dezelfde stoel in zittingszaal 14 vanwege dezelfde strafbare feiten.
Gerko zat er maandagochtend, Ralph donderdagmiddag.
Ik denk niet dat ze elkaar kennen.
Gerko heeft met zijn 21 jaren nog heel veel stappen te zetten, Ralph is al een flink eind op weg.
Hij is 74 jaar.
Beiden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een poging tot doodslag.
Dat is de beschuldiging.

Het ziet er niet best voor ze uit.
De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van drie jaar geëist tegen de detentie-ongeschikt verklaarde Ralph.
Gerko hoorde de officier van justitie met pijn in haar hart (dat zei ze) de maatregel tbs eisen.
Wanneer mannen van Ralphs leeftijd terechtstaan, staan ze vrijwel altijd terecht wegens zedenmisdrijven.
Ralph mag zich echter een van de oudste plegers van een geweldsmisdrijf noemen.
Gerko dreigt op zijn beurt ’s lands jongste tbs’er te worden.

Waarom ze messen pakten en toestaken – Ralph in maart dit jaar, Gerko een maand eerder – is een vraag.
Ralph weet het niet meer, zoals hij wel meer dingen niet meer weet.
Steeds vaker raken woorden die hij wil zeggen vlak voor het uitspreken zoek.
Cognitieve problemen met misschien wel neurologische oorzaken.
Bij Gerko is het ook ingewikkeld: hij zegt dat hij niet heeft gestoken.

Gerko vertelt met zijn boze, maar niet onvriendelijke jongenshoofd dat ze met een paar mannen in een kamer zaten te gamen, te blowen en te drinken.
Whisky.
Koos had toen irritant gedaan.
Gerko: ‘Hij begon groot te praten, lelijke dingen te zeggen over mijn moeder. Ik zei, jij moet even normaal doen. Hij daagde me uit. We gingen wat duwen en trekken. Ik zei, kom mee naar buiten dan vechten we het uit.’
De rechters: ‘Heeft u toen gezegd, ik steek je dood?’
Gerko: ‘Nee, dat heb ik niet gezegd.’

Tot een mannenvechtpartij buiten komt het niet.
Tijdens het duw- en trekwerk is er ineens een grote rode vlek op Koos’ rug.
Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis.
Gerko: ‘Ik had niet eens een mes.’

Gerko wordt aangehouden.
Een aangename arrestatie is het niet.
Gerko moet weinig hebben van agenten.
Hij heeft last van een ‘pathologische autoriteitsgevoeligheid’.
Hij wenst de agenten akelige ziektes en seksuele geaardheden toe en gooit tijdens de verhoren met tafels en stoelen.
Dat leidt weer tot aangiftes van de politiemannen wegens beledigingen en bedreigingen.
Een van de agenten heeft een schadeclaim ingediend.
Hij wil 276 euro om het te vergeten.
Gerko tegen de rechters: ‘Kijk, het is dom van mij, weetje. Maar ik ben niet iemand die gaat zitten voor iets wat ik niet heb gedaan. Snappen jullie dat?’

Ik ken Gerko nog van een vorige rechtszaak, hij was toen net 18 jaar.
Mannetje Pindakaas noemde ik hem.
Een deskundige repte van adolescentieproblematiek en van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis.
Er werd gevraagd of het ooit goed zou komen.
Een deskundige antwoordde dat het alle kanten op kon gaan.

Alles wat een kind aan ellende kan overkomen, heeft Gerko moeten meemaken.
Alles wat er aan jeugdhulpverlening is bedacht, heeft hij moeten ondergaan.
In het Pieter Baan Centrum zat hij vanwege agressie veel in de isoleer.
Het rapportcijfer van het PBC is dan ook niet best.
Gebrekkige gewetensfuncties, lage frustratietolerantie, ga zo maar door.
De officier van justitie had kennis genomen van Gerko’s verleden.
Zo triest en treurig had ze het nog nooit meegemaakt.

Gerko’s advocaat probeert wat.
Dat er met een mes is gestoken, is zo.
Maar door wie?
Iedereen in de woning was aan de drank en drugs.
Twijfel genoeg.
En over Gerko: ‘Tot tien tellen is niet zijn ding. Hij heeft niets meegekregen, hij moet zich zonder vaardigheden staande houden.’

Wat dat betreft heeft Ralph het beter getroffen in het leven.
Is Gerko de jongen van de straat, dan is Ralph een heer van stand.
Strak in pak, maar een garantie voor onberispelijkheid is dat geenszins.

Terwijl zijn echtgenote een beetje aan het tutten is in de slaapkamer, pakt hij het groentemes uit de keuken, loopt naar de slaapkamer en steekt zijn vrouw tot tweemaal toe in de hals.
Zomaar.
Ze grijpt hem stevig in het kruis en knijpt met al haar kracht, waarop hij bij zinnen komt.
Ze zegt dat hij de huisarts moet bellen, hij zegt ‘nee, dat duurt te lang’ en belt 112.
Als de politie komt, zit zij bebloed op een stoel en ligt het groentemes in de prullenbak.

Ralph zit nu negen maanden vast.
Hij zegt nog altijd verbijsterd te zijn over wat hij heeft gedaan.
Dat hij zo ontzettend blij is dat zij het heeft overleefd.
Op de dag van het incident hadden ze ruzie gehad, maar waarover weet hij niet meer.
Zo hij ook steeds maar weer de namen van zijn kinderen vergeet.
Tegen de rechters: ‘We hadden een turbulente relatie. Veel ruzies. Ze had een ijzersterk geheugen. Ze confronteerde me vaak met dingen van jaren geleden.’
De rechter knikt.
Ze zegt: ‘Dat doen vrouwen vaak.’
Ralph: ‘Maar ik wilde haar niet kwijt en nog steeds niet. We moeten het uitpraten.’

Ze bezoekt hem vrijwel wekelijks, maar hij mag geen contact met haar zoeken, dat is zo afgesproken.
Ralph zegt dat zijn leven nu behoorlijk op de kop staat.
De gevangenis was geen plek voor hem.
Hij zit nu in een gesloten instelling van Lentis.
Eigenlijk wil hij daar wel blijven.
Aardige mensen, jonge mensen ook, dat stimuleert.
‘Oudere mensen’, zegt hij tegen de rechters, ‘die zeuren zo.’
Ook zegt hij: ‘Ik kan nu nieuwe dingen leren. Hoe een wasmachine werkt bijvoorbeeld. Ik ben in het leven vreselijk verwend. Ik had vrouwen en werkgevers die altijd alles voor mij regelden.’

De officier van justitie zegt dat Ralph maar een beetje verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij vijf jaar celstraf in gedachten had.
Gezien de persoonlijke omstandigheden en gesteldheid mogen dat wat hem betreft ook drie zijn. Drie jaar.
Dat is de eis.
Om de verdachte enigszins gerust te stellen: ‘De gevangenisdirecteur heeft de bevoegdheid u door te plaatsen naar een gesloten instelling.’

Ook voor de halve eeuw jongere Gerko dreigt zo’n gesloten instelling, alleen staat er dan met grote letters TBS op.
Mogelijkheden tot doorplaatsing zijn daar de komende tien jaren nihil.
De kommer en kwel die hij te verduren kreeg, zullen nooit verdwijnen.
De hulp waar hij wat aan heeft, moet nog worden uitgevonden.

Mannetje Pindakaas dreigt het leven mis te lopen.

Rob Zijlstra

mannetje pindakaas

update – 7 december 2015 – uitspraak
Gerko is de klos. De rechtbank heeft hem veroordeeld wegens een poging tot doodslag en bedreiging tot een jaar celstraf en de maatregel tbs met dwangverpleging. Met deze veroordeling is Gerko de jongste tbs’er van Nederland. Er is zelfs een kans dat hij nooit weer op vrije voeten zal komen. Gerko heeft nog een kans: hoger beroep. Advocaat Maartje Schaap heeft kort na het vonnis laten weten dat ook te zullen doen. ,,Erger dan dit kan niet.”

update 10 december 2015 – uitspraak
Ralph komt er mee weg. Twee jaar waarvan de helft voorwaardelijk in plaats van de gemiste drie jaar kaal. Aansluitend op detentie moet hij zich laten openen voor behandeling, maximaal gedurende een jaar. Daarna moet hij van de rechters ergens wonen met veel zorg en goede begeleiding.

update 10 december 2015 – Gerko
Wat, waar, waarom en wanneer is er iets misgegaan? Dat ga ik uitzoeken. Gerko is de jongste tbs’er van het land, maar volgens mij kan hij beter. Verhaal volgt, ergens in maart 2016.

Eerlijk gezegd

Amadeus is een 28-jarige aardige jongeman.
Heel beleefd ook.
En consequent.
Dit zegt niet zijn moeder, maar dat zeggen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum.
De onderzoekers rapporteren in hun bevindingen dat Amadeus vriendelijk maar consequent weigerde mee te werken aan welk onderzoek in het justitiële observatiecentrum dan ook.

Ook in de rechtszaal is hij niet anders dan hij is: uiterst vriendelijk en correct.
Misschien zegt hij net iets te vaak dat hij het eerlijk zal vertellen (‘ik zeg je eerlijk…’), maar dat is het dan ook wel.
Op de beschuldiging na, want die is ronduit vals en lelijk.
Een kleine twee uur na aanvang van het strafproces hoort hij dan ook een van de zwaarste strafeisen van dit jaar in de Groninger rechtszaal tegen zich uitspreken: 8 jaar.

Amadeus heeft niemand vermoord.
Dat niet.
Maar hij heeft dat wel geprobeerd.
Dat zegt de officier van justitie die zonder twijfel is.
Amadeus heeft op 18 december vorig jaar geprobeerd Niek dood te schieten.
Het ging maar net goed, in die zin dat Niek wel werd geraakt, maar het ziekenhuis na enige tijd lopend had kunnen verlaten.
Eén kogel was in zijn been terechtgekomen, een andere in de linkerschouder.
Amadeus werd niet lang na het geschiet aangehouden door een arrestatieteam van de Regionale Eenheid Noord-Nederland van de Nationale politie (voorheen: Groninger politie).

Eenmaal verdacht besloot Amadeus te zwijgen.
Dat recht heeft hij.
Inmiddels zit hij elf maanden in voorlopige hechtenis, tot deze week lang wachtend op zijn proces en nu wachtend op de uitspraak, begin december.
Hij zegt dat hij het zwaar heeft, dat hij maar een ding wil en dat is bij zijn drie kinderen zijn.
Zijn vriendin bezoekt hem wel in de gevangenis, maar de relatie is na elf maanden niet meer zoals die wel was, zegt hij tegen de rechters.
‘Ik heb het zwaar, want ik ben onschuldig.’

Voor de politie begon deze zaak met een telefoontje van een vader.
Die vertelde dat zijn zoon was opgenomen in het ziekenhuis met twee schotwonden.
De politie maakte capaciteit vrij, spoedde zich naar het UMCG om de gewonde Niek aan de tand te voelen.
Het gewonde slachtoffer kon er niet meer onderuit en vertelde dat hij ergens in de buurt van de Grote Beerstraat in Groningen, in een steeg, drugs wilde kopen.
Een beetje onschuldige wiet.
Hij had met iemand die hij kende als Fonzy telefonisch een afspraak gemaakt.
Eenmaal in de steeg kreeg hij een arm om de nek en een pistool op het hoofd en toen was het allemaal gebeurd.
Met een ambulance werd hij naar het ziekenhuis vervoerd.

Later werd het verhaal een tikkeltje anders.
Niek was op het ziekenhuisbed niet helemaal eerlijk geweest.
Het echte verhaal was dat Niek drugs aan Fonzy zou verkopen, dat was de telefonische afspraak. Het was dus een heuse drugsdeal daar in die steeg.
Het ging ook niet om een beetje, maar om een paar onsjes meer, om 400 gram.
En omdat zoiets eventjes iets anders is dan brood halen bij de bakker, vlees bij de slager, had hij zijn zwager Paul meegenomen.

De officier van justitie gelooft dat het is gegaan zoals Niek het na het leugentje om bestwil had verteld.
Amadeus zegt van niet.
Tussen het zwijgen bij de politie door had hij gezegd die dag niet eens in Groningen te zijn geweest.
Hij was bij zijn alibi.
Dus, hoe kan dat dan?

Al in het ziekenhuis werd de telefoon van Niek onderzocht wat snel het telefoonnummer opleverde waarmee hij had gebeld om de drugsdeal te sluiten.
De politie googelde het nummer in de eigen systemen: het nummer van Amadeus, in kringen ook wel Fonzy genoemd.
Het arrestatieteam deed daarna de rest.

Amadeus zegt in de rechtszaal tegen de rechters dat hij heeft besloten niet langer te zwijgen, maar dat hij – ‘ik zeg het eerlijk’ – het ware verhaal zal vertellen.
Hij vertelt dat hij dus drugs zou kopen van Niek, hij had 3000 euro contant in de broekzak.
Toen Niek dat zag trok hij een mes en zei, geef me alles.
Verderop stond een man.
Die trok een pistool.
Amadeus: ‘Ik begon te rennen voor mijn leven, ik was echt bang. Zo bang dat ik in mijn broek plaste, ik zag mijn leven aan mij voorbij trekken. Ze kwamen achter mij aan in zo’n zwarte Pick-up. Ik hoorde ze schreeuwen, ‘vieze kankerneger, we maken je dood.’
Amadeus vertelt dat hij weet dat die Paul op zijn borst een grote tatoeage heeft: ‘white power’.

Amadeus denkt dat die vreselijke Paul, hij zegt het maar eerlijk, in plaats van hem zijn compagnon Niek per ongeluk heeft geraakt.
Ja, tot twee keer aan toe.

De officier van justitie doet een beetje quasi gepikeerd omdat Amadeus nu pas met zijn relaas komt.
Zegt: ’Zo maakt u het ons wel heel moeilijk aan waarheidsvinding te doen. Ik vind dat een kwalijke gang van zaken, maar ik begrijp het wel. Eerst zwijgt u en dan komt u op het allerlaatste moment met een nieuwe verhaal. U denkt, dan kunnen ze het niet meer onderzoeken en kom ik er mooi onderuit. Maar zo zal het niet gaan. Uw verhaal is ongeloofwaardig.’
Tegen de rechters zegt de officier van justitie: ‘Als hij onschuldig is, dan is zijn zwijgen tot de zitting niet logisch. Acht jaar.’

Amadeus zat eerder in zittingszaal 14.
In april 2012.
Toen nam hij, zegt hij nu, zijn verantwoordelijkheid door eerlijk te bekennen dat hij, ja hij, het was die de overval had gepleegd op het casino in Hoogezand waar hij 2.331 euro buit had gemaakt.
Hij had zijn verdiende straf gekregen en die straf als een man genomen.
Hij had 21 maanden vastgezeten.
Terecht.
Maar nu, nu vecht hij voor zijn onschuld.
Hij wil aan het werk en zo snel mogelijk weer bij zijn kinderen zijn die hij al elf maanden niet heeft gezien.
Wat hem betreft doet de rechtbank direct uitspraak, daar hoeven ze niet twee weken mee te wachten.

Ik lees wat ik in april 2012 schreef over Amadeus: ‘Voor hem geen cocaïne meer of heel de dag stoned van de wiet. Hij wil zijn verdiende straf, die straf uitzitten en dan werken, zijn schulden betalen en er zijn voor zijn kinderen.’

Ik dacht: hij is inderdaad consequent.
Maar met aardig zijn en beleefd, red je het niet, niet in de rechtszaal.

Rob Zijlstra

uitspraak 3 december

Plaatsen delict

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.34.25

galjoot, nieuwe pekela

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.36.07

eikenlaan, groningen

Dit zijn twee plekken in Groningen waar in 2013 en 2014 misdrijven plaatshadden. De bovenste foto is aan de Galjoot in Nieuwe Pekela. Op 20 februari 2013 zat hier een inmiddels 34-jarige man te vissen ‘zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water’, zo staat het in de tenlastelegging (art 2 lid 1, Visserijwet 1963). Maandag 26 oktober 2015 moet de visman zich  verantwoorden voor de politierechter in de rechtbank van Groningen. De tweede (streetview-) foto is van de Eikenlaan in Groningen. Op 7 april 2014 zou hier een 52-jarige vrouw straatafval ‘ te weten een prop papier’ in de openbare ruimte hebben achtergelaten. Mevrouw heeft daarmee een economisch delict  gepleegd (art 26 lid 1 Afvalstoffenverordening Groningen 2012). Mevrouw moet zich maandag eveneens melden bij de politierechter.

Houden ze zich hier mee bezig op de rechtbank?
Ja.
Nee, echt?
Ja.

Ik zal morgen beide strafzaken volgen en verslag doen.

rob zijlstra

update – 26 oktober 2015 – uitspraken

De visman – een Duitse natuurliefhebber die in eigen land is belast mer het toezicht op de visserij – is vrijgesproken. Hij heeft niets strafbaars gedaan. De propjesmevrouw (zij was niet komen opdagen) vond de opgelegde boete van 140 euro te hoog. Zij is schuldig verklaard, maar heeft geen straf opgelegd gekregen.  Wat ze heeft gedaan is te veel niks. – Een verslag volgt

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.33.19

Schermafbeelding 2015-10-26 om 00.32.54

Strafrecht van jewelste

Schermafbeelding 2015-10-11 om 00.26.20Het recht is ook bedoeld om heel het raderwerk een beetje soepel te laten verlopen.
Als iedereen gehoorzaamt, werkt het.
Voor wie niet wil luisteren is er het strafrecht.
Toen dat laatste werd bedacht, was het wel de bedoeling dat het strafrecht pas zou worden ingezet als andere manieren niets hadden uitgehaald.
Dat werkte lange tijd, maar toen we ons in de jaren negentig om welke redenen ook steeds onbehaaglijker gingen voelen, kreeg het strafrecht een rol van jewelste toebedeeld.

Vandaag de dag denken we dat het strafrecht de oplossing voor bijna alles is.
Zeg iets lelijks tegen een ambtenaar en de strafrechtmachine begint te draaien.
In de rechtszaal is dat terug te zien.

Kun je in de rechtszaal van het strafrecht belanden door jezelf te bedreigen?
Dat kan.
In maart vorig jaar werd een 35-jarige man uit Groningen – jarenlang was hij hoofd van een stembureau – veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijk celstraf nadat hij gedurende een lange periode zeer bedreigende sms-berichten naar zichzelf had gestuurd.
Na zo’n ontvangen doodsbericht verwisselde hij de sim-kaart van de telefoon en stuurde een bericht terug waarin hij smeekte met rust gelaten te worden.
Enzovoort.

Het hoofd van de man was danig in de war.
Hij had aangifte van die nare berichten gedaan en daar zat de pijn: de veroordeling had betrekking op het doen van een valse aangifte.
Niks hulp, maar voor de strafrechter ermee.

Kun je in de verdachtenbank terechtkomen als je probeert te voorkomen dat de tegenstander scoort?
Jazeker. Dat gebeurde nog niet zo heel lang geleden toen Ronnie, 18 jaar, klein van stuk en met dispensatie keeper van B1, in de 25ste minuut uit zijn doel kwam.
Kort daarop was er chaos met meppende spelers in de zestien en met gillende ouders langs de lijn.
De kleine keeper zou de spits in het gezicht hebben geschopt.
De scheids floot wel, maar er werd ook aangifte gedaan.
Ronnie hoorde in zittingszaal 14 een gevangenisstraf eisen van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag.
Een heel seizoen zitten.

De rechters zeiden na twee weken van beraad dat ze de schop niet konden bewijzen, maar wel een klap.
Daar werd het etiket mishandeling aan gehangen.
De keeper kreeg een werkstraf van tachtig uur.

Kun je met dank aan het strafrecht in de gevangenis belanden als je radeloos bent en om hulp vraagt?
Het kan en het gebeurt.
Voorbeeld: er was eens een verschraalde man die niets meer had.
Hij zwierf door Europa.
Voor de slaap had hij tijdelijk onderdak gevonden in een geitenhok van een kleine kinderboerderij in een buurt in Groningen.
Op een koude en regenachtige dag zag hij geen toekomst meer en toen stak hij wat oude kranten in de fik.
Het houten geitenhok vatte vlam, de buurt zag rook en onraad en belde 112.
De man van niets meldde zich een dag later bij de politie nadat hij een foto in de krant had zien staan.
Hij schrok van wat hij had aangericht.

In de rechtszaal sprak de officier van justitie van een ‘schrijnende hopeloosheid’ om vervolgens vijftien maanden gevangenisstraf te eisen.
Het op deze manier afdwingen van hulp, neigt naar chantage.
Zeer ongehoorzaam.
De rechters vonden dat ook, maar hielden rekening met ’s mans omstandigheden: geen vijftien, maar tien maanden gevangenisstraf.

Kun je voor het strafgerecht worden gedaagd zonder dat je dat zelf in de gaten hebt of weet waarom?
Volgens de wet mag zoiets niet omdat de meest kwetsbaren meer recht op bescherming hebben dan op straf.
Maar in de praktijk gebeurt het wel.
Strafrechters moeten met grote regelmaat oordelen over mensen die verstandelijk gehandicapt zijn en soms niet eens zo’n beetje.
Strafrechters gaan dan op de knieën zitten om de verdachte vragen te stellen die een kind van vier nog net begrijpt.
Echt waar?
Maar die gaan dan toch niet naar de gevangenis?
Wel.
En ook steeds vaker.

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind?

Angela is een 35-jarige vrouw die in Nigeria is geboren en in Nederland woont.
Ze studeert internationaal recht en is bijna klaar.
Ze heeft een zoontje die ook in Nigeria is geboren, maar als tien maanden jonge baby naar Groningen kwam.
Aart.
Hij is nu 8 en kan voetballen als de beste.
De vader van Aart is een Nederlandse man.
Hij en Angela doen een vechtscheiding.

Powerplay.

Zo goed Aart aan de bal is, zo beroerd ging het op school.
Moeder Angela maakte zich grote zorgen.
Zij heeft zo haar eigen ideeën.
In maart van dit jaar zette zij Aart op het vliegtuig naar Nigeria.
Daar zou hij nu een kostschool bezoeken.
Opa en oma Nigeria houden een oogje in het zeil.

De vader deed aangifte en het Openbaar Ministerie pakte de zaak op en tilt er zwaar aan.
De misdaad waar de moeder zich volgens de aanklager schuldig aan maakt is dat zij haar zoontje heeft onttrokken aan het gezag van de vader.
En, misdaad twee, dat zij haar zoontje onttrokken houdt aan dat gezag.
De vader wordt hierdoor belet het gezag uit te oefenen.

In de volksmond heet dit ontvoering.
Maar kan een moeder haar eigen kind ontvoeren?
Het Openbaar Ministerie vindt van wel.
Er is geen retourticket gekocht.
De eis: drie jaar gevangenisstraf.

Angela betwist het gezag van de vader en beroept zich op Nigeriaans recht.
Toen de rechters op haar verzoek geen nader onderzoek wilden instellen naar de gezagskwestie, wraakte ze de rechters.
De wraking werd afgewezen, het proces voortgezet.
Angela beriep zich vervolgens op het zwijgrecht.

De rechters vroegen: ‘Maar waarom?’
Angela: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
De rechters: ‘Het leed druipt van dit dossier af. Leed voor heel veel mensen.’
Angela zei niks.
De Rechters: ‘Wat zijn de leefomstandigheden van Aart?’
Angela zei toen wel wat.
Ze zei dat die goed zijn.
Tot mei kon ze nog met hem skypen.
Daarna niet meer.
In mei is ze opgepakt en opgesloten.
De rechters: ‘Wat is het belang van uw kind om daar te zitten?’
Angela: ‘Nigeria is een time-out. Aart komt terug.’

Twee weken lang hebben de drie rechters met elk een Wetboek van strafrecht in de hand zitten te beraadslagen: Angela is schuldig.
De opgelegde straf: twaalf maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
De rechtbank hoopt dat moeder, eenmaal op vrije voeten, ervoor zorgt dat Aart zo snel mogelijk terugkomt.

Rob Zijlstra


» De streekderby
» Het geitenhok
» Levend begraven
» De naakte man

Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

De laatste dag

‘Dat ga ik niet betalen,
ik ben een arme man.’

 

Louis zegt dat het waar is, dat het klopt dat hij met een bakje water heeft gegooid.
Wat hij niet begrijpt is dat hij daarvoor nu al negentig dagen in de gevangenis zit.
Aan het einde van de strafzaak zegt Louis dat hij erg is geschrokken, geschrokken van de strafeis: twaalf maanden celstraf.
Dat is een jaar.
Voor zoiets.
Hij lacht, maar dat zullen de zenuwen wezen.

Louis is een grote man van 36 jaar die sterk oogt.
De relatie die hij al jaren heeft met zijn vriendin hangt nauw samen met zijn strafblad.
Het staat bol van het huiselijk geweld.
Zij is stripper en daar is hij het niet altijd mee eens.
Ze hebben vaak ruzie.
Louis wil in de rechtszaal wel even tegen de rechters gezegd hebben dat hij geen vrouwen slaat.
In ieder geval niet zoals mannen doen in een mannengevecht, dus met vuisten.
Wat hij met zijn vriendin doet, is meer duwen en trekken.

Dat duw- en trekwerk had er hoe dan ook toe geleid dat Louis een tijdje niet bij haar thuis mocht komen.
Hij had in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod (artikel 11, lid 1) een tijdelijk huisverbod gekregen.
Op de laatste dag van het verbod was hij toch naar haar toe gegaan.
Tegen de rechters: ‘Het was heel stil in de straat. Niemand wist dat ik daar was. En we hadden geen problemen meer met elkaar. Niemand had last van ons.’
Rechters: ‘Maar u wist dus dat u er niet mocht komen en dat u in overtreding was door er toch te zijn. Wat deed u daar eigenijk?’
Louis (glimlacht): ‘Knuffelen.’

Wie, werd in de rechtszaal niet verteld, maar iemand belde die nacht de politie en meldde dat Louis bij zijn vriendin was en dat dat niet mocht.
Politie-agenten keken elkaar aan en in plaats van te gaan staken werd besloten tot onmiddellijke actie.
Met de rammeneur (een stuk ijzer met handvaten om een deur mee open te rammen, elders in het land ook wel Bonkie genoemd) in de kofferbak reden de agenten nog diezelfde nacht naar de woning van de vriendin.

Eerst belden ze aan.
Louis keek uit het raam en zag van drie hoog dat het de politie was.
Hij en zijn vriendin beseften dat de laatste dag nog niet was verstreken.
Ze besloten de deur niet te openen.
Louis: ’We hielden ons stil. Ik dacht, misschien gaan ze dan wel weg.’
Maar na tien minuten hoorden ze de rammeneur op de voordeur bonken.
Louis: ‘De vrouw raakte vol stress en ik opgefokt, de hele sfeer was opgefokt. Ik vond het zo brutaal dat ze kwamen. Alsof ik een crimineel ben. Ik riep naar beneden, als jullie me willen, kom me dan maar halen.’

Op de tafel stond een teiltje met water.
Louis: ‘Iedereen schreeuwde. Ik hoorde honden blaffen. Ik zag een agent vol adrenaline. En ze gingen maar door. Toen heb ik dat bakje gepakt en er mee gegooid, door het raam naar beneden. Het was half vol. Het was een reactie. Ik dacht er niet bij na.’

De rechters: ‘Er zat chloor in dat bakje.’
De officier van justitie: ‘Een bijtende vloeistof.’
De rechters: ‘En het kwam vol in het gezicht van een agent.’
De officier van justitie: ‘Een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.’
Louis: ‘Het was een schoonmaaksopje.’
De officier van justitie: ‘Op het aanrecht stonden twee flessen chloor van het Albert Heijn-merk. Een van de flessen was leeg. Twaalf maanden gevangenisstraf.’
Louis, geschrokken: ‘Dat is een jaar.’

Volgens Louis zat er meer water in het teiltje dan chloor, meer water dan dikbleek.
Het bakje stond er al een hele tijd.
Het stond op tafel.
Zijn vriendin had er die middag het tafelblad, een tafelblad van glas, mee schoongemaakt.
Louis: ‘Het rook wel, maar het rook vooral muf.’
Tegen de rechter: ‘U bent vrouw, u maakt ook schoon. Als je dikbleek en water bij elkaar doet, dan ruikt dat heel sterk. Dit niet.’

Louis had na het gooien wel direct in de gaten dat het foute boel was.
Kort voordat hij in de boeien werd geslagen, wist hij nog zijn moeder te bellen.
Hij liet haar weten dat hij er even tussenuit moest, dat hij een tijdje op vakantie zou gaan.

De getroffen politieman werd naar de spoedpoli gebracht waar artsen vaststelden dat de agent van geluk mocht spreken, dat het letsel erger had kunnen zijn.
Het rechteroog bezorgt nog wel last.
In de rechtszaal eiste de agent een schadevergoeding van duizend euro.
Louis was daar duidelijk over.
Tegen de rechters: ‘Dat ga ik niet betalen, ik ben een arme man.’

Mocht Louis worden veroordeeld – de rechters moeten nog uitspraak doen – dan is de kans groot dat hij in het gevang Michel tegenkomt.
Michel werd in dezelfde nacht opgepakt als Louis en stond deze week ook terecht.
Ook hem wordt verweten dat hij heeft geprobeerd iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Niet met een ‘bakje water’ maar met een klap waarmee je op de Olympische Spelen (stel dat) zonder twijfel goud zou halen.
Die gigantische klap, uitgedeeld voor de cafés van de Peperstraat in Groningen, is geregistreerd, de camerabeelden werden in de rechtszaal getoond.

Te zien is hoe het slachtoffer geen schijn van kans had, hij ging gestrekt tegen de grond waar hij twintig minuten buiten bewustzijn en in de regen lag te wachten op de komst van een ambulance.
In de rechtszaal durft Michel niet naar de bewegende beelden van zichzelf te kijken.
Hij noemt het slachtoffer een vervelende vent die zogezegd grappig doet en fietsen steelt.
Zegt: ’Toch had het niet mogen gebeuren. Het is te erg.’

Aan de rechters wordt voorgesteld dat hij, behalve vier maanden brommen in een cel, een locatieverbod krijgt voor een groot deel van de binnenstad.
Hij mag dan drie jaar lang niet in het uitgaansgebied van Groningen komen.
Michel ziet dat wel zitten: ‘Als ik uitga, krijg ik problemen. Dat wil ik niet.’

Zegt Louis op de luchtplaats tegen zijn medegedetineerde: ‘Ik had een huisverbod.’
Michel: ‘Ik mag straks drie jaar lang niet in de binnenstad van Groningen komen.’
Louis: ‘Ai. Oppassen. Niet denken, nu is het de laatste dag, nu kan het wel weer.’
Michel: ‘Hoezo?’
Louis: ‘Ach, dat is een lang verhaal.’

Rob Zijlstra

update – 5 oktober 2015 – uitspraken
Louis is tot 6 maanden celstraf veroordeeld. Hij is vrijgesproken voor de poging tot zware mishandeling. Een bakje chloorwater is een ondeugdelijk middel, vindt de rechtbank. Ui het dossier blijkt niet dat met het sopje zwaar letsel kan worden toegebracht. Er is wel sprake van een eenvoudige mishandeling. De agent krijgt 500 euro.
Michel is veroordeeld tot 240 dagen celstraf waarvan 222 voorwaardelijk, een werkstraf van 240 uur en een gebiedsverbod gedurende de proeftijd. Geen drie jaar, zoals de officier van justitie vorderde, maar 5 jaar.

Moeders van de misdaad

Samen kwamen ze donderdagochtend het Groninger gerechtsgebouw binnen lopen.
Bij de hoofdingang werden ze te woord gestaan door de portier, gefouilleerd door de beveiligers en door een bode doorgestuurd naar de eerste etage waar zittingszaal 14 is gelegen.
Daar moesten ze nog even wachten.
Zij is een kleine vrouw, hij een lange slungel van 20 jaar.
Zij is ook de moeder, hij de verdachte zoon die zegt onschuldig te zijn.

Moeder steunt haar zoon.
Zij gelooft in hem.
Hij is haar oudste, hij gaat naar school en misschien is zij wel ontzettend trots op hem.

Twee uur later verlaten ze de rechtbank.
Ze pakken hun fietsen uit de stalling en rijden de Oude Boteringestraat in.
Zij gaat, zakdoekje om te deppen in haar hand, voorop, hij volgt op drie meter gedwee.
Zij is nog steeds de moeder, maar haar lieve zoon vol onschuld is inmiddels dader geworden.
Ik kan niet zien hoe boos, verdrietig en teleurgesteld zij is.

Bij de politie hield Jan vol dat hij er niets mee te maken heeft.
Hij heeft het niet gedaan.
Maar in de rechtszaal komt hij daar op terug: ‘Eigenlijk heb ik het wel gedaan’, mompelt hij in de richting van de rechters.
De rechters: ‘Hoort uw moeder dit nu voor het eerst?’
Jan knikt.
Rechters: ‘Dit is niet leuk voor uw moeder.’

Het gebeurde op 30 april, acht uur in de avond.
Jan draagt een jas, een pet en houdt een sjaal voor zijn gezicht.
Zo staat hij een kwartier te drentelen bij de kassa’s van Albert Heijn in de stad-Groninger wijk Vinkhuizen.
De camera’s registeren het, maar er is niemand die acht slaat op zijn aanwezigheid.
Albert Heijn let al lang niet meer op bij de kassa’s.

Dan opeens ziet hij zijn kans en slaat toe.

Hij duwt de kassamedewerkster (net twee dagen in dienst) opzij en graait 180 euro uit de kassa.
Dan holt hij richting uitgang.
Hij verliest honderd euro.
Bij de schuifdeur maakt hij een trappende beweging richting een achtervolgende medewerker. Eenmaal buiten weet hij te ontkomen.
De kassamedewerkster ligt buiten bewustzijn op de grond, ze is flauwgevallen.
Er komt een ambulance.
De jonge vrouw is in shock.

Jan: ‘Normaal zou ik zoiets nooit doen.’
Rechters: ‘Hm…’
Jan: ‘Ik ga zoiets ook nooit weer doen.’

Waarom hij het dan wel heeft gedaan?
Jan wil daar niet over praten.
Er is het verhaal dat hij is opgelicht met telefoonabonnementen en nu voor duizenden euro’s schulden heeft.
Een ander verhaal gaat dat Jan geld heeft vergokt in het casino.
Het blijft vaag.
Als de rechters doorvragen, wordt Jan onrustig, misschien voelt hij de blikken van moeders in de rug.
Hij zegt zacht dat die vragen niet gesteld mogen worden.
De rechters, luidt en duidelijk: ‘Wij mogen vragen wat we willen.’

Een kennis van de kerk had hem in de supermarkt herkend en noemde zijn naam toen de politie arriveerde.
Jan deed zelf de voordeur open.
Agenten zagen dat de kleding die hij droeg overeenkwam met de kleding van de geldgraaier op de camerabeelden.

Jan zegt beleefd dat het wel diefstal is, maar niet zo’n ernstige zaak.
Hulp voor zijn problemen, wil hij niet.
Hij helpt zichzelf wel, immers is hij al 20 en groot genoeg.
De reclassering noemt Jan een vlakke jongeman die keurige antwoorden geeft, maar nooit het achterste van zijn tong laat zien.

De officier van justitie hekelt de laconieke houding en eist meer dan ze aanvankelijk wilde eisen: opgeteld zes maanden celstraf wegens een diefstal met geweld.

Een diefstal met geweld is in de rechtszaal altijd erger dan een gewone diefstal.
Het verschil zit ‘m vaak in de hoogte van de straf.
Om van diefstal met geweld te kunnen spreken moet er een verband bestaan tussen de diefstal en het geweld.
Een jurist zal aanvullen dat het geweld er ook op moet zijn gericht de diefstal mogelijk te maken.

Na Jan neemt Ernesto in de verdachtenbank plaats.
Hij is vaker veroordeeld in zittingszaal 14, de laatste keer was dat in 2010; vier jaar celstraf wegens een poging tot doodslag.
Op 10 oktober vorig jaar komt er bij de politie in Groningen een melding binnen dat er iemand is beroofd van 10.000 euro.
Daarbij is een wapen gebruikt en een auto gezien.
Iemand heeft het kenteken genoteerd.
Kort daarop komt de melding dat een auto heel hard over de ringweg richting de A28, richting Assen rijdt.
Het gaat met snelheden van 180 kilometer per uur.

De auto staat op naam van Ernesto.
De politie zet een achtervolging in die gerust wild mag heten.
Op de Vaart in Assen komt de vluchtauto tot stilstand.
Agenten zien een inzittende in het water springen, een tweede man – Ernesto zo zal blijken- rent de Sluisstraat in.

Wat dit alles te betekenen heeft, zal misschien wel nooit duidelijk worden.
De politie kreeg er de vinger niet achter en de heel kwestie met dei vermeende beroving wordt geseponeerd.
Toch zit Ernesto in de verdachtenbank.
Dat kwam zo.

Terwijl de vluchtende Ernesto de Sluisstraat inrent, fietst daar een politieman in vrije tijd met zijn vrouw.
De agent hoort de sirenes en ziet een man rennen.
Ook een agent in vrije tijd weet dan genoeg en wat hij moet doen.
Hij spurt richting de hollende man en grijpt hem kordaat in de kraag.
Ernesto slaat om zich heen en raakt de agent op neus en oog.
De fiets valt.
Ernesto bedenkt zich niet, grijpt de tweewieler en gaat er wederom vandoor.

Niet lang daarna wordt de fiets van de agent aangetroffen, op de stoep, keurig op slot.
Een ingeschakelde politiehond snuffelt Ernesto, die zich in een tuin heeft verstopt, op.
Agenten slaan hem in de boeien.
Tegen de rechters: ‘Ik wist wel dat ze achter me aanzaten.’

Voor de officier van justitie is er geen twijfel mogelijk: ‘De fiets was niet in de beschikkingsmacht van de verdachte. Na die twee klappen was de fiets dat wel.’
De strafeis voor deze(fietsen-)diefstal met geweld: tien maanden gevang.
Daarnaast moet Ernesto – zo wilde aanklager – 320 euro betalen aan de politieman die vrij was. De agent zelf kan die twee klappen nog wel verkroppen, luidt de toelichting.
Waar de agent vooral last van heeft is dat zijn vrouw er last van heeft.

Aan het einde van het verhaal zijn altijd de moeders, de vrouwen, het slachtoffer van de misdaad.

Rob Zijlstra

update – 1 oktober 2015 – uitspraken
Ernesto heeft zich niet schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar aan een eenvoudige diefstal. Goed voor drie maanden celstraf waarvan er twee voorwaardelijk zijn. En die 320 euro hoeft hij niet te betalen: er is geen direct verband tussen de diefstal en de ervaren last.
Jan mag zich nog meer in de handen knijpen. Geen celstraf, maar een werkstraf van 120 uur (en drie maanden voorwaardelijk).

Naar de hoeren

 

In de rechtszaal bestaan geen taboes.
Er moet een aannemelijke waarheid op tafel komen en dan is alles geoorloofd.
En dus vraagt een van de rechters aan de man die onschuldig is tot het tegendeel kan worden bewezen of hij wel eens naar de hoeren gaat.
Tarek (28) die volgens ons systeem niet alleen een illegale vreemdeling is, maar ook nog eens ongewenst, zit half onderuitgezakt in de verdachtenbank, het hoofd een beetje schuin.
Hij antwoordt: ‘Soms wel. Soms niet.’

Daar moeten de rechters het maar mee doen.
Hij heeft, zegt hij bozig, met ‘die hele ding’ niets te maken.
De rechters geven zich niet zomaar gewonnen.
Ze vertrouwen Tarek voor geen meter.
Dat kun je duidelijk horen aan de toon van de vragen die ze stellen.
De rechters: ‘U bent aangehouden op 31 mei. U kon uw identiteit niet tonen, u kon niet aantonen wie u bent. Misschien gaf u wel een valse naam op. Misschien klopt het helemaal niet wat u aan de politie heeft verteld. Is dat zo?’

Misschien heeft Tarek instructies gekregen hoe in dit soort netelige situaties te handelen.
Zijn antwoord komt met de vanzelfsprekendheid van water uit de kraan: ‘Of dat zo is? Misschien wel. Misschien niet.’

Tarek wordt ervan verdacht dat hij heeft geprobeerd een prostituee in haar peeskamer in de rosse buurt van Groningen te beroven.
Als hij de man is die dat heeft gedaan, dan bood hij haar 350 euro aan voor een uur of drie plezier.
Toen alles gedaan was en ze de sokken weer aantrokken, spoot hij haar pepperspray in het gezicht en probeerde ondertussen het geld bijeen te graaien dat hij eerder aan haar had gegeven.

Zij gilde, hij rende weg, een heel gedoe.

De rechters hebben gelezen in het strafdossier dat Tarek misschien helemaal niet uit Bagdad komt, maar uit Tunesië.
Of zelfs uit Marokko.
En dat hij in de systemen voorkomt onder tien verschillende namen.
Dat moet wel verdacht heten.
Ook lazen ze dat Tarek of hoe hij ook mag heten, in vrij korte tijd 6.000 sms-berichten heeft verstuurd en dat 63 procent daarvan is verzonden vanuit Groningen.
En uitgerekend die telefoon was in de buurt van de peeskamer toen de prostituee pepperspray in haar gezicht kreeg.

Tarek: ‘Ik heb met deze zaak helemaal niks te maken, meneer de rechter.’

Hoe het dan kan dat zijn dna (mengprofiel) op de jas is aangetroffen die die nare klant was vergeten toen hij de peeskamer haastig hollend verliet?
Tarek haalt de schouders op.
Hij woont in een huis met veel mensen die allemaal illegaal en ongewenst zijn.
Zo zwerven ze door Duitsland, dan weer door Nederland om te overleven.
Hij oppert dat misschien een van die ongewensten een keer zijn jas heeft geleend.

De officier van justitie telt het belastende bij elkaar op en komt dan uit op een gevangenisstraf van een jaar.
Voor de poging tot diefstal en voor het feit dat Tarek als ongewenste vreemdeling toch in Nederland verblijft.
Wie Nederland niet wil verlaten, maar wel moet – kan rekenen op een stevig gedwongen verblijf alhier in een cel.

De 44-jarige Ruud – als ex-tbs’er (sinds 2014) een voormalig ongewenst mens – is ook verdachte en ook hij is het daar nadrukkelijk niet mee eens.
Sterker nog, Ruud had eerder een compliment verwacht.
Hij vertelt de rechters over zijn slaapstoornissen die hem ’s nachts op de been houden.
Om zich dan toch wat nuttig te maken gaat hij naar de tippelzone aan de Bornholmstraat in Groningen om er op de dames te passen.
‘Ik ben beschermer. In ruil voor wat eten en drinken. Zo overleef ik een beetje.’

Ineens was er gekrijs.
Suzanne gilde: ‘Ruud, help. Dit is er weer een’.
Of zoiets.
Ruud dacht onmiddellijk, vertelt hij aan zijn rechters, dat het foute boel was.
Hij dacht dat Suzanne werd beroofd.
Een week eerder was haar dat ook al overkomen.

En dus doet Ruud wat hij moet doen.
Hij springt in zijn rode auto en rijdt achter de zwarte auto aan die met gierende banden en zonder licht wegscheurt.
Op de parkeerplaats van de Hanos komt het tot een treffen.
Dat wil zeggen: Ruud rijdt met zijn auto tegen die van de rover, stapt uit en vat de man in de kraag.

Tegen de rechters: ‘Ik zei tegen hem, waar zijn we nou mee bezig?’
Rechters: ‘U trok de gouden ketting van zijn nek.’
Ruud: ‘Dat ging per ongeluk.’
Rechters: ‘De ketting is teruggevonden in uw broekzak.’
Ruud zucht. ‘Ik dacht, ik stop ‘m in de zak, dan heb ik het dna van de man.’
Rechters: ‘Hij had een heel dikke bult op z’n hoofd.’
Ruud, mokkend nu: ‘Je mag ook niemand meer aanhouden tegenwoordig.’

Er zijn getuigen, maar zoals het met getuigen gaat, hebben die allemaal iets anders gezien.
In het voordeel van Ruud speelt mee dat hij zelf 112 heeft gebeld.
Zelf vindt hij ook van belang dat hij bij die aanrijding niet harder reed dan twintig kilometer.
‘Dat vind ik binnen de grenzen.’
Hij had ook het kenteken kunnen noteren.
Ruud:’Ja. Dat heb ik vaker gedaan. Bleek het kenteken vals.’
Voegt toe: ‘Het is daar sowieso geen nette buurt.’

De politie kwam na dat 112-telefoontje na twintig minuten ter plaatste en tot Ruud’s grote ontsteltenis werd hij wel en die vermeende rover niet gearresteerd.
Zodoende had hij Suzanne ook niet meer kunnen spreken, hij had 79 dagen in de cel gezeten.
Achteraf hoorde hij dat van een beroving helemaal geen sprake was, maar dat Suzanne en die man, een klant, alleen maar wat onenigheid hadden over de prijs.
Dat zal, zegt Ruud: ‘Neemt niet weg dat ik mij geroepen voelde in te grijpen.’

De officier van justitie komt met de juridische kwalificatie: mishandeling en diefstal van de ketting.
Ruud vindt dat niks en al helemaal niet rechtvaardig: ‘Het was een burgeraanhouding.’
Dat vindt ook zijn advocaat. ‘Er was sprake van een bedreigende situatie. Er is geweld gebruikt, maar niet disproportioneel. Er is geen sprake van wederrechtelijkheid, de feiten zijn dan niet strafbaar.’

De officier van justitie ziet het anders en eist een celstraf van honderd dagen waarvan 21 dagen voorwaardelijk.
Wat dan netto overblijft – 79 dagen – is de tijd die Ruud al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan zal het zijn alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

De uitspraak is over twee weken

Bugatti

Schermafbeelding 2015-09-03 om 17.51.57Ze betraden misschien wel zonder het zich te realiseren die nacht historische grond: Huize Maas aan de Vismarkt 52 te Groningen.
The Ramones hebben er opgetreden, op een zondag in mei, 1977.
Met in het voorprogramma: Talking Heads.
Een half jaar later zong Johnny Rotten met de Sex Pistols er zijn God Save the Queen en andere vlotte liedjes.
In 1978, Dire Straits.
Hoewel hun liedjes volgens de krant van toen alledaagse mijmeringen waren, dichtte de recensent (Syp Wynea) het bandje wel een toekomst toe.

Er zijn vast nog wel gekkere dingen gebeurd in het vermaarde horeca-etablissement.
Half Groningen leerde er sinds Herman Maas er in 1925 de deuren opende, bijvoorbeeld dansen.

De optredens van Joey Ramone, Johnny Rotten en Mark Knopfler zijn voor zover bekend niet op film vastgelegd.
Het optreden van de drie goedgemutste mannen van die nacht, begin dit jaar, wel.
Te zien is hoe twee van hen de vierhonderd kilo wegende kluis op een steekkar naar buiten rijden.
Daarvoor hebben ze het stalen gevaarte bevrijd van de vloer waar het met bouten aan was vastgeschroefd.
Ze waren er uren mee zoet.

Buiten, ook daar een camera, wordt de kluis in een gereedstaande auto getild, in een grijze Mercedes, model station.
Het is dan acht uur in de ochtend, een tijdstop dat het op zondag nog rustig is in de Haddingedwarsstraat.
Als een van de mannen de achterklep dichtslaat, knalt de achterruit eruit.
De kluis paste net niet.
De camera’s registreren vervolgens hoe de Mercedes met kluis en drie mannen, nog altijd met de mutsen diep over de hoofden, wegrijdt.
In de kluis: 13.000 euro.

Drie minuten later wordt de auto geflitst op het Emmaviaduct vanwege een snelheidsovertreding. Op de flitsfoto is te zien dat achterin de auto iets groots ligt en dat er iets is met de achterruit.
Het kenteken brengt de politie naar een autoverhuurbedrijf waar Al staat geregistreerd als de huurder.

De politie vindt het hoogst interessant.
Kort voor de inbraak bij Huize Maas is een speciaal rechercheteam opgetuigd dat een serie recente kluiskraken elders in Groningen moet onderzoeken.
Tussen de verschillende inbraken zijn overeenkomsten.
Dat was opgevallen.
Het onderzoek krijgt een codenaam: Bugatti.

Die zondagochtend registreert de politie nog iets.
Surveillerende agenten – nog onwetend van de kraak bij Maas – zien een auto rijden met een kapotte achterruit.
De agenten maken een praatje met de bestuurder.
Dat is ene Al.
De bijrijder is Sonny.
Op de achterbank zit Mo, dan wel een man die zich legitimeert met een rijbewijs van Mo.

In mei worden de verdachten gearresteerd.
Afgelopen week moesten ze zich al verantwoorden.
Mo ontkent.
Tegen de rechters zegt hij al drie jaar niet in Groningen te zijn geweest en dat hij ook al heel lang zijn rijbewijs kwijt is.
Nee, hij heeft geen tweelingbroer.
Ook Al ontkent iets te maken te hebben met de kraak bij Huize Maas.
De auto die hij huurde misschien wel.
Zeg het maar.
Zelf lag hij die nacht thuis te slapen.

Ook Sonny is het niet geweest.
Hij zat die ochtend wel even bij Al in de auto, dat klopt wel.
Al bracht hem naar huis omdat hij zelf die nacht bij zijn alibi had doorgebracht.
Bij een kennis van wie hij de naam liever niet wil noemen.
De rechters: ‘U was bij een vrouw.’
Sonny: ‘Ik ben getrouwd, het ligt nogal gevoelig.’

In Huize Maas is inbrekerswerktuig aangetroffen, een koevoet bijvoorbeeld.
Met zo’n ding kun je deuren openen die voor anderen gesloten blijven.
Het Bugatti-team besnuffelt het werktuig eens goed en vogelt uit dat alleen Praxis dit model in de verkoop heeft.
De Praxis-chef raadpleegt de administratie en zegt dat er in de voorbije drie weken vijf van die dingen zijn verkocht.
De momenten van verkoop staan geregistreerd, tot op de minuut nauwkeurig.
Kijk maar eens op een kassabonnetje.
Zo blijkt een koevoet te zijn gekocht op 29 januari, om zo en zo laat, ruim een week voor de inbraak bij Huize Maas.

Bij de kassa’s van de Praxis waken camera’s over hun en uw eigendommen.
De Praxis-chef zegt dat uw beelden drie weken worden bewaard.
De beelden van 29 januari zijn er nog.
Het Bugatti-team gaat er goed voor zitten, terwijl Praxis de band doorspoelt naar het moment van aankoop.
Ze zien een man bij de kassa een koevoet afrekenen.
Het is Sonny.

Huize Maas is niet de enige kraak die de mannen in de schoenen wordt geschoven.
Er zijn in totaal vijf verdachten die in wisselende samenstellingen op pad zouden zijn geweest. Ook café de Toeter, Restaria Zuid, Hair Fashion en Tech Grow (Groningen), een conferentiecentrum (Bakkeveen), Motel van der Valk (Westerbroek) en de sporthal in Doezum kregen bezoek van in kluizen geïnteresseerde mannen.

Ook drie ramkraken, bij een sigaretten- en tijdschriftenwinkel en tweemaal bij vestigingen van Albert Heijn in Groningen worden aan twee van de vijf verdachten toegeschreven.
Daarbij zijn voor duizenden euro’s aan sigaretten gestolen.
Om de winkels binnen te komen, werden auto’s als stormram gebruikt.
Gestolen auto’s.
Op camerabeelden is te zien hoe een gemutste man bij de AH sloffen sigaretten in een dekbedovertrek met opvallend motief kiepert.

Een soortgelijk dekbedovertrek werd in een keukenkastje aangetroffen tijdens een huiszoeking bij verdachte Kali.
Hij haalt de schouders er over op.
Het zal.
’t Zegt volgens hem niks.
Er bestaan wel meer dekbedovertrekken.
Verder wil Kali zwijgen omdat het tegen zijn principes is te praten.

De mannen zijn tussen de 22 en 38 jaar oud.
De een is lui en nergens in geïnteresseerd en woont nog thuis bij zijn ouders waar hij heel de dag niets doet, de ander is verslaafd aan cannabis, heeft schulden bij zijn moeder en wil een voorbeeld zijn voor zijn zoontje.

Sonny zegt dat zijn vrouw en twee kinderen sinds de arrestatie aan hun lot worden overgelaten.
Tegen de rechters: ‘Ik moet dus zo snel mogelijk naar huis.’
Verdachte Al kampt met zijn gezondheid vanwege alle stress, zucht en kreunt hij.
Mo brengt nog even naar voren dat alle Marokkanen niet alleen op elkaar, maar vooral ook op hem lijken.
Een vergissing in zijn nadeel is dus snel gemaakt.
Of de rechters daar ook even rekening mee willen houden.

De eisen variëren van 8 tot 36 maanden gevangenisstraf.

Rob Zijlstra

update – 11 september 2015 – uitspraken
De mannen zijn veroordeeld conform de eisen. Alleen de man (Kali) die 36 maanden had horen eisen kreeg een ons minder: 24 maanden. De rechtbank acht niet bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de drie ramkraken.

Betamelijke leugens

Schermafbeelding 2015-08-20 om 20.58.12

Er was eens een strafrechter die tijdens een rechtszaak een kakelende verdachte onderbrak om hem van een advies te voorzien.
Dat luidde dat de verdachte best mocht liegen (‘het is uw strafzaak’), maar dat hij dat dan wel een beetje op een geloofwaardige manier moest doen.
Anders, zo sprak de rechter gemoedelijk, heeft uw liegen geen zin.

Liegen is iets vertellen terwijl je weet dat het niet waar is.
Dat is best lastig.
Er moet sprake zijn van boze opzet, want anders ben je een fantast.
Per ongeluk liegen kan ook, maar dan heet het een vergissing.

Wikipedia leert (of beweert) dat een (1) procent van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijke mensen.
Vijf procent bestaat uit pathologische leugenaars, onder hen de narcisten en psychopaten.
De rest – 94 procent – wordt gevormd door gewone mensen die liegen, maar dat doen binnen de grenzen van de betamelijkheid.

Ik weet niet helemaal zeker tot welke groep Klaas moet worden gerekend, maar moest ik kiezen dan valt Klaas onder de gewone mensen.
Wat hem is overkomen, is daarentegen tamelijk ongewoon.
Klaas had gedoe met zijn partner waar hij niet op zat te wachten.
Ze zei dat ze hem zou gaan verlaten.

Klaas was ten einde raad en besloot een Crvena Zastava aan te schaffen.
In het circuit waar zoiets kan, bedroeg de dagprijs 1500 euro.
Een Crvena Zastava is een semi-automatisch handvuurwapen waarmee je partners die je willen verlaten dood kun schieten.

De officier van justitie zegt dat Klaas zijn aanstaande ex-partner heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Hij duwde haar het pistool onder de neus terwijl hij lelijke dingen riep.
De partner schrok zich dood (niet echt) en belde de politie.
Die kwam met spoed en Klaas werd gearresteerd.

Klaas zucht en zegt dat het anders is gegaan.
Hij zegt dat hij haar niet heeft bedreigd.
Hij wilde zelfmoord plegen.
Zonder haar wilde hij niet meer leven.
Het wapen had hij laten zien om haar klip en klaar duidelijk te maken wat hij van plan was te gaan doen.
Met zichzelf.

Tja, zucht ook de advocaat.
Tegen de rechters: ‘Wat voor een straf moet je nou iemand geven die met een wapen rondloopt om daarmee zelfmoord te plegen?’
De officier van justitie geeft het antwoord: ‘Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk met na detentie nog eens een half jaar electronisch toezicht middels een enkelbandje.’

Misschien was het een leugen om bestwil.

Diezelfde rechters moeten ook iets vinden van de schier onnavolgbare woorden waarmee Hasad de rechtszaal liet volstromen.
Hasad was net thuis die middag, even voor half vijf, toen de overburen eerst de brandweer belden en toen hem te hulp schoten.
Uit het dak van zijn tussenwoning in Leek kwam namelijk rook.

De toegeschoten overburen waren de bewoners van het tegenover zijn huis gelegen politiebureau. De overburen vroegen of de brandweer ergens rekening mee moesten houden als lieden de woning zouden betreden.
Hasad loog niet en zei: ‘Op zolder is een hennepkwekerij.’
Hij zei dat in de hitte van het moment.

Het vuur was vlot bedwongen, de buurtagenten telden toen de rook om hun hoofden was verdwenen tientallen bloempotten met steenwol, 19 jerrycans waarin groeimiddel had gezeten, lampen, filters en zo nog wat attributen.
Een optelsom van het materiaal doet de officier van justitie vermoeden dat er op die zolder 225 hennepplanten hebben gestaan.
De standaardrekensom levert een geschatte opbrengst (winst) op van ruim 21.000 euro.

De officier van justitie eist dat Hasad dit bedrag afdraagt aan de staatskas.
Daarnaast, voor het idee, nog een werkstraf van 160 uur.

Hasad begint te praten met de bedoeling, zo klinkt het, daar voorlopig niet meer mee op te houden.
Misschien denkt hij wel dat zo lang hij aan het woord is, de rechters hem niet kunnen veroordelen.
Uit de woordenstroom kan worden opgemaakt dat Hasad wil doen geloven dat hij geen weet had van een kwekerij op zolder, dat hij immers nooit op zolder kwam, dat hij in Turkije was bij zijn zieke vader, nee, dat hij hier in het ziekenhuis lag met zijn eigen ziekte, dat er iemand in zijn huis verbleef, zijn dochter, mannen van Enexis, oh, nee, het was ene Paul die hij verder niet kent, dat 225 plantjes nooit ruim 21.000 euro kunnen opleveren, dat…

Kortom, vatte de advocaat samen, er mag voldoende twijfel zijn.
Ik denk dat Hasad tot de radicale eerlijken noch tot de psychopaten behoort.
Ik denk dat hij tegen beter weten in probeerde het vege lijf te redden.

Cornelis uit Winschoten is vorige week 51 jaar geworden, een leeftijd die je hem niet geeft.
Hij oogt veel ouder en spreekt met een stem van een versleten arbeider.
Niet uitgesloten kan worden dat hij zich heeft bekeerd tot die kleine groep van radicale eerlijken.
Cornelis heeft namelijk niets meer te verliezen; hij heeft niet meer zo lang.
Het leven dat hij heeft geleefd, heeft ertoe geleid dat zijn lichaam op is.
Gesloopt.
Hij staat op instorten.
Waarom dan nog liegen?

De beschuldiging is dat hij met Ricardo een woningoverval heeft gepleegd.
Ricardo is een kwieke 49-jarige man die een bedenkelijke criminele reputatie in Oost-Groningen geniet.
Bij de overval is ook geschoten.
Het doel was de drugs die in die woning lag, buit te maken.
Ricardo ontkent wat past bij zijn reputatie.
Cornelis ontkent niet.
Hij vertelt dat Ricardo hem had gedwongen mee te gaan.
Hij moest met de loop van een pistool in de rug op deur van de woning kloppen.
Omdat hij drugsgebruiker is, zouden ze voor hem de deur openen.
Hij moest dan voor vijftig euro ‘wit’ bestellen.
Toen hij dat staande in de deuropening deed, wurmde de gemaskerde Ricardo zich schietend naar binnen.
Cornelis: ‘Ik heb toen gemaakt dat ik wegkwam. Voorzichtig, want hard lopen kan ik niet meer. Vanwege de longen.’

Hij zegt dat hij al jaren door Ricardo wordt gebruikt en misbruikt, door hem wordt mishandeld, geterroriseerd.
Dat hij zich met zijn verwoeste lichaam niet kan verweren, dat hij het terreur moet ondergaan. Ricardo tegen wie zes jaar celstraf wordt geëist, zwijgt.

Cornelis moet als het aan de aanklager ligt twintig maanden de gevangenis in.
Als zijn woorden niet gelogen zijn, dan gaat hij dat niet volhouden.

Rob Zijlstra

update – 31 augustus 2015
Klaas is conform de eis veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Na detentie wordt hij nog een half jaar onderworpen aan elektronisch toezicht. En dan is er ok nog een contactverbod met zijn ex. Ook Hasad is veroordeeld: 120 uur werkstraf, een maand voorwaardelijk en het betalen van die ruim 21.000 euro.

Ricardo heeft 5 jaar gekregen.

Cornelis is geen medepleger zoals het openbaar ministerie dat zag, maar medeplichtig. Dat scheelt aanzienlijk. De rechters vindende dat er sprake is van psychische overmacht. Wel wordt rekening gehouden met de bijzondere situatie waarin hij zich bevond en met zijn ‘maatschappelijke teloorgang’. De straf: 453 dagen waarvan 360 voorwaardelijk. De straf is gelijk aan de periode die hij in voorarrest heeft gezeten.

 

Michael de Vrieze

Schermafbeelding 2015-07-14 om 12.45.23

dvhn – dinsdag – klik op tekst voor leesbare versie

De raadkamer van het gerechtshof Leeuwarden heeft vanochtend besloten dat de hechtenis van Cafer G. moet worden opgeheven.
Na dat besluit is G. onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Het besluit is en wordt niet gemotiveerd.
Een woordvoerster van het hof laat weten dat een besluit dat achter gesloten deuren wordt genomen nu eenmaal niet openbaar is.

Het enige dat het hof wil prijsgeven is de bevestiging dat G. naar huis is gestuurd.

Ik vind dat raar.
Iemand wordt in het openbaar veroordeeld tot 12 jaar celstraf en dan wordt een besluit hem na twee jaar heen te zenden in beslotenheid genomen en vervolgens niet toegelicht.
Volgens mij kan dit leiden tot een geschokte rechtsorde, een situatie die rechters normaal gesproken aanhalen een verdachte langer vast te houden.

Het Openbaar Ministerie wil ook niet veel zeggen.
Het Openbaar Ministerie had graag een ander besluit gezien, zegt de OM-woordvoerster.
En verder moet het hof het maar uitleggen.
Doet het hof dat niet?
Oh.

Ik denk dat ik mij nu eerst moet verdiepen in artikel 24 van het Wetboek van Strafvordering.

wordt vervolgd

zie ook raadsels zonder lijk
inclusief het volledige vonnis van de rechtbank in Groningen

– vervolg

Ik heb mijn informanten – deskundigen – geraadpleegd.
Hun deskundige conclusie: het hof handelt volgens de regels.
Gelukkig maar.
Dat ik het maar raar vind, is een gevolg van onwetendheid.

De beslissing de hechtenis van Cafer G.op te heffen is genomen in een besloten raadkamerzitting.
Dat impliceert dat ook besluiten – opgetekend in een beschikking – niet openbaar zijn.
Er was ook geen zitting.
Er lag een verzoek.

Er bestaan besloten zittingen waar de uitspraken wel openbaar zijn.
Kinderstrafzaken bijvoorbeeld.

Informant Mathieu van Linde – strafrechtadvocaat te Groningen – noemt de beslissing van het hof in deze kwestie wel bijzonder.
Er ligt een veroordelend vonnis, wat voldoende is iemand in hechtenis te houden.
Het nieuwe inzicht met betrekking tot het bloed is kennelijk zo doorslaggevend dat er geen ernstige bezwaren meer zijn voor de hechtenis.
In dat geval kan het hof niet anders dan wat nu is gedaan: veroordeelde man naar huis sturen.

Het vervolg is dat er wel een proces in hoger beroep komt.
Niet helemaal uitgesloten is dat het Openbaar Ministerie – niet blij met wat er nu is gebeurd – zal gaan uitblinken in traagheid, op zich het OM niet vreemd.
Er is voor hem OM geen enkele reden haast te maken met een vervolg.
Intussen kan er immers van alles gebeuren.
Het lichaam van Michael de Vrieze kan bijvoorbeeld worden gevonden wat kan leiden tot  weer nieuwe inzichten.

Advocaat Jacq (en niet Jan zoals ik eerder schreef) Taekema zegt morgen woensdag in Dagblad van het Noorden dat de vraag die nu wel gesteld moet worden een heel vervelende is – vooral voor de familie – maar dat die vraag wel gesteld moet worden in het belang deze kwestie op te lossen.

Is Michael de Vrieze eigenijk wel dood?

De hoeveelheid bloed duidde op een misdrijf.
Nu die hoeveelheid bloed maar gering is – bodempje van een borrelglaasje – is er misschien helemaal geen misdrijf.
Of een ander misdrijf.
Met andere hoofdrolspelers.
Of met Cafer G.in een andere rol, een bijrol.
Want ook dat kan.

Ik ga morgen – woensdag – het hof vragen toch nog een toelichting te geven.
Er bestaan niet voor niets persraadsheren.

Schermafbeelding 2015-07-16 om 19.21.04

reactie van persraadsheer Geo Dam – donderdag in dvhn

 

 

 

 

 

 

Er zijn meer vragen.

Cafer G. is veroordeeld mede op grond van veel aangetroffen bloed.
Dat vele bloed maakte een misdrijf aannemelijk.
Nu blijk dat er niet veel aangetroffen bloed is, althans volgens het laatste onderzoek.
Wat voor een onderzoek is dat geweest, waarop Groninger rechters zich hebben gebaseerd?
Een professioneel flutonderzoek?
Goedkoop?
Heel degelijk?
Weten rechters eigenlijk wel waarop zij hun oordelen baseren?

Nog meer vragen.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2015-07-15 om 10.37.08

uit het vonnis van de rechtbank

 

voor een hoogst merkwaardig vervolg op deze kwestie → hoogst merkwaardig vervolg

Waarschuwingsschot

even na middernacht
kwamen ze twee
onvriendelijke mannen tegen

Elf en een half uur kijk en luister ik in de rechtszaal naar twee jongemannen die de keuze hebben gemaakt een crimineel leven te leven.
Ze zijn van Curaçao, ze zijn 22 en 27 jaar en al jaren hier.
De een heet Dennis, de ander Wouter.
Ze staan terecht omdat ze opgeteld en soms samen, zo’n 25 misdrijven zouden hebben gepleegd in Groningen en Assen.

Dennis heeft een strafblad dat nog niet heel omvangrijk is, maar volgens de rapporten is er bij hem sprake van een patroon van steeds gewelddadiger delicten.
Dennis glijdt af in de ene en klimt op in de andere wereld, kun je zeggen.
Het strafblad van Wouter is een boekwerk.
Ondanks dat hij nog maar 27 jaar is, heef hij al vele jaren in gevangenissen verprutst.
Over hem rapporteren deskundigen dat hij extreem zelfgenoegzaam is en tegelijkertijd achterdochtig en soms vijandig.

Wat blijft hangen na de lange strafzaak is het gemak waarmee de twee verdachten in dat criminele leven lijken te staan.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de Turkse maffia een prijs op het hoofd zet van een 22-jarige en dat die jarige dan een semi-automatisch vuurwapen aanschaft.
Om er waarschuwingsschoten mee te lossen, zegt hij.
Dat lijkt hem ook zo logisch als wat, want je laat je toch niet door de Turkse maffia neerknallen?

De man die moest worden gewaarschuwd verklaarde dat als hij zijn hoofd niet had weggedraaid, hij dood was geweest.
Nu is hij alleen maar doof aan het linkeroor, mogelijk voor altijd.
De vermeende maffia had na de schietpartij extra beveiliging aangevraagd bij de burgemeester van Groningen.

De misdrijven waar Dennis en Wouter zich voor moeten verantwoorden variëren.
Er zit een (elektrische) fietsendiefstal tussen, heling, bedreigingen, belediging (Wouter noemde een agent in burger een flikker), wapenbezit, mishandelingen, openlijk geweld, pogingen tot doodslag (aanvankelijk moord) en cocaïnehandel.

Wat ze kunnen ontkennen, ontkennen ze.
Als de vragen te lastig worden, wordt op advies van de advocaten een beroep gedaan op het zwijgrecht.

Het speelveld van de twee verdachten is volgens het Openbaar Ministerie het A-kwartier, de mooiste stadswijk in Groningen waar mensen wonen, waar middenstanders het hoofd boven water houden en waar – in het prostitutiegebied – de lokale overheid mensenhandel probeert tegen te gaan met een beleid van vergunningen.

Rechters tegen de twee verdachten: ‘Dus jullie zijn niet de drugsdealers van het A-kwartier?’
Dennis: ‘Nee, ik ga daar wel heen, maar dan voor de praatjes. Niet voor die drugsdingen.’
Dennis legt aan de rechters uit dat hij op straat vaak wordt aangehouden door de politie die hem voortdurend controleert.
Hij zou voldoen aan een signalement.
Dennis: ‘Maar rechters, er bestaan meer grote dikke zwarte negers. Ik ben niet de enigste.’ (Gronings voor enige).
Komt bij: ‘Ze vinden nooit wat, nooit drugs, nooit geld. Hoe dan dealer?’

Ook Wouter, die in het Groninger circuit De Lange zou worden genoemd, ontkent zowel zijn bijnaam als dat hij drugsdealer zou zijn.
Zegt: ‘Ik ben, ik was, een gebruiker. Ik gaf wel eens wat weg.’
Het Openbaar Ministerie heeft hem een tijdje in de gaten gehouden en vastgelegd dat hij in korte tijd 280 keer telefonisch contact had met Hendrik, 37 keer met Johanna, dat er 229 belcontacten zijn geweest met Guus.
Allemaal gebruikers.

Het onderzoek leverde een rekensom op waaruit zou moeten blijken dat Wouter opgeteld 5.700 bolletjes cocaïne aan 3.850 drugsgebruikers (veel dubbeltellingen) heeft verkocht wat hem bruto 57.500 euro heeft opgeleverd.
Nu de inkoop van cocaïne 34 euro per gram bedraagt, moet Wouter 18.480 euro winst hebben geboekt.
Klopt dat?
Hij laat het aan zijn advocaat over om duidelijk te maken dat het niet klopt.
De advocaat: ‘Het klopt nooit een keer.’

Aan het waarschuwingsschot van Dennis ging een steekpartij vooraf.
Dat was in mei vorig jaar.
Dennis en Wouter hingen en liepen hun dagelijkse rondjes door het A-kwartier.
Even na middernacht kwamen ze twee onvriendelijke mannen tegen.
Of andersom.
Er werd homo geroepen.
En ‘vieze Turk’.
Er volgde een handgemeen.
Er werden messen getrokken.
Er werden stekende bewegingen gemaakt.
Er werd afgeweerd.

Dennis en Wouter vertellen dat ze werden aangevallen.
Een van de twee mannen raakte gewond.
Een snee in de wang, een wond in de nek.
Wouter: ‘Ik heb wel geslagen. Die mannen zochten ruzie met mij. Ik had geen mes, wel een sleutelbos in de hand.’
De officier van justitie: ‘Niks sleutel, het was een mes.’
De advocaat noemt de steekverwondingen ‘beschadigingen van de huid’.

Het slachtoffer is eigenaar van een café in de rosse buurt waar Wouter niet meer mag komen.

Vijf dagen na het steekincident lijkt zich een situatie te herhalen, maar dan even na middernacht.
Weer komen ze die Turkse mannen tegen.
Dennis en Wouter zeggen dat ze weer zomaar werden aangevallen.
Dennis had al gehoord dat er – naar aanleiding van de steekpartij eerder – een prijs op zijn hoofd was gezet van 10.000 euro.
Tegen de rechters: ‘Ze hadden wapens, dat heb ik gezien. Als de Turkse maffia mij wil omleggen, dan verdedig ik mezelf. Toch? Daarom had ik dat wapen gekocht.’

Het schot dat hij afvuurde kan best vlakbij een hoofd zijn geweest, maar de kogel ging rechtsreeks de lucht in, verzekert Dennis.
‘Had ik hem willen neerschieten, dan had ik dat wel gedaan.’

Niet veel dagen na dit schot worden ze aangehouden, Wouter tijdens het boodschappen doen in de Albert Heijn.
Hij wist zijn wapen nog te verstoppen achter waren in een schap.
Zijn vriendin belde later Misdaad Anoniem om te vertellen dat er een vuurwapen in de supermarkt lag.
De burgemeester had toen al extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor het A-kwartier.

Dennis hoort drie jaar celstraf tegen zich eisen (jaar voorwaardelijk).
Hij rookt nog wel zijn wiet, ook nu in de gevangenis verblijft, maar niet meer voor dertig euro per dag.
Zegt tegen de rechters: ’Ik ben aan het dimmen.’
Komt hij vrij, dan wordt hij kok, of nog liever begint hij een eigen bedrijf in de ICT.

Wouter met zijn recidive hoort vier jaar celstraf eisen (waarvan ook een jaar voorwaardelijk). Daarna moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen.
Dat kan nog eens twee jaren duren.
Hij wil geen hulp.
Want voor wat?
Zijn enige probleem is dat de politie een hekel aan hem heeft.
En dat kan hij zelf wel oplossen.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 2 juli 2015
Wouter is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Zonder voorwaardelijk deel. Dat laatste heeft ook met zijn houding te maken. Wie niets wil, krijgt ook niets cadeau, redeneert de rechtbank. Dennis komt wat dit betreft iets beter uit de strijd: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verreweg de meeste zaken waar het duo zich voor moest verantwoorden, vindt de rechtbank bewezen.

Garnalen op zee

Maar ik dacht direct,
wat doe je nou,
waar ben je mee bezig?

Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38Schermafbeelding 2015-06-02 om 23.21.38

Er bestaan mensen die leven in de trajecten van de hulpverlening.
Dat is een snoeihard leven zonder fleur en met als belangrijkste doel: overleven.
Het is een leven van tussen wal en schip en van vallen en opstaan.
Wie overleeft, sterft toch nog vaak een te vroege dood.

Junkies.

Hendrik (32) is er zo eentje.
Hij kan er zelf niet veel aan doen.
De officier van justitie zegt dat dit zo’n zaak is waarbij je je rot schrikt als je het dossier leest.
Dat je schrikt als je leest wat een narigheid een mens in zijn leven kan overkomen.
Hendrik heeft zwakjes uitgedrukt een klotejeugd gehad.
Buiten de rechtbank is dat niet heel populair, maar in de rechtszaal wordt er wel rekening mee gehouden.
Dat is maar beter ook.

De officier van justitie kan – op grond van wat Hendrik heeft gedaan – zo een paar jaar gevangenisstraf eisen.
Hardop vraagt hij zich af: ‘Waar hebben we als maatschappij meer aan, Hendrik ophokken of proberen het licht te zien aan het einde van een lange, donkere tunnel? Ik ga voor dat laatste en hoop dan maar dat hij de uitgestoken hand pakt.’

Vallen.
Opstaan.

Hendrik is een doorgewinterde man van de straat die al jaren op hardleerse wijze zo nu en dan uw spullen steelt.
Hij wil niet wat hij wel doet.
De laatste twee jaar ging het overigens redelijk goed met weinig strafbare feiten.
Tot december vorig jaar, toen sodemieterde Hendrik keihard onderuit.
Het was een paar dagen voor zijn verjaardag, hij was bij een kennis, een drugsdealer, geweest in de Oosterpoort in Groningen.
Die dealer had hem, bij wijze van presentje, een beetje cocaïne cadeau gegeven.
Hendrik had al een paar maanden niets gebruikt vanwege het traject waarin hij was verzeild, een zoveelste.

Hij liep over de Meeuwerderweg, richting Paddepoel, naar een andere kameraad.
Tegen de rechters: ‘Ik liep daar zonder bijbedoelingen.’
Rechters: ‘Maar wat gebeurde er?’
Hendrik: ‘Nou ja, ik zag die mevrouw daar staan, bij de bushalte. Ze had zo’n boodschappenwagentje op wieltjes. Mijn moeder heeft er ook zo eentje.’
Rechters: ‘En toen?’
Hendrik: ‘Ik was het niet van plan, maar het gebeurde gewoon. In een flits, in een fractie van een seconde. Ik weet het ook niet.’

Rechters: ‘U griste de portemonnee uit de handen van die mevrouw, u gaf haar een duw, zij viel op haar knieën, u rende weg. Is het zo gegaan?’
Hendrik: ‘Ja. Maar ik dacht direct, wat doe je nou, waar ben je mee bezig? Ik wilde teruggegaan, de portemonnee teruggeven. Maar toen lag ik dus al tegen de vlakte. Er zat een vent van 150 kilo bovenop mij. Hij gaf me nog twee vuistslagen tegen mijn harses aan. Dat vond ik wel wat ver gaan, ik bedoel, ik kon geen kant op.’

Rechters: ‘Dus u beroofde die mevrouw. Maar wilt u ons doen geloven dat dat een beetje per ongeluk kwam?’
Hendrik:‘Nee, uuh nou ja, het gebeurde zonder dat ik er bij stilstond.’
Rechters: ‘Dus u liep daar niet als een roofdier dat dacht, ik ga eens oude vrouwen beroven?’ Nee.

Hendrik zegt dat hij op het politiebureau erg is geschrokken toen hij hoorde hoe oud de mevrouw was: 87 jaar.
Tegen de rechters: ‘Ik ging door de grond, echt.’
Ook zegt hij: ‘Ik geloof overigens niet dat ik haar heb geduwd. Misschien dat ik haar met mijn schouder heb geraakt, maar zonder opzet. Ik ben immers niet gewelddadig.’

Hendrik denkt dat de cocaïne ermee te maken heeft.
Hij zegt dat de spijt die hij voelt echt gigantisch groot is.
Ik denk, hem zo te horen, dat hij het meent.
In april 2009 zat hij ook in zittingszaal 14, wegens een poging tot afpersing in de Flemingstraat.
In mijn oude aantekeningen staat: jongeman met rotjeugd, zegt dat-ie gigantisch veel spijt heeft.

Nog iets.
Hendrik had een fiets gepikt.
Nota bene de lokfiets van de politie.
Dat is een gemeen, maar doeltreffend trucje van de nationale politie om mannen als Hendrik te pakken.
Zo’n politielokfiets wordt op een plek neergezet waar veel fietsen worden gestolen, op de hotspots.

Hendrik tuinde er met open ogen in.
Bij de politie ging de blieper af en Hendrik kon zittend op het zadel worden aangehouden.
Hij zegt dat hij die dag de trein moest halen.
Tegen de rechters: ‘Nee, de fiets stond niet op slot. De politie zegt van wel? Nou , dat is niet waar. Er zat zo’n dikke Axa op, maar niet afgesloten. Ik had ook geen gereedschap bij me of zo. Ik kon zo wegfietsen.’

De fiets is bijzaak.

Niemand van de hulpverleningstrajecten begrijpt eigenlijk waarom Hendrik het heeft gedaan.
Het verging hem redelijk en dan ineens zomaar dit, een straatroof.
De rechters: ‘Eigenlijk is het niet vertrouwd dat u over straat loopt.’
Hendrik huilt niet, maar er glijden wel tranen uit zijn ogen.
Zucht: ‘Ik was van plan om mijn hele leven goed te doen.’

Zolang Hendrik nog leeft, zolang de cocaïne hem niet helemaal doet wegrotten, is er hoop.
Nadat die 150 kilo op hem was gaan zitten, was hij meegenomen door de politie die hem in de voorlopige hechtenis gooide. Na 65 dagen zitten kwam een plek beschikbaar in een kliniek.

Hendrik zelf ziet dwars door zijn spijt heen in de verte wel iets moois gloren.
Hij kent Benjamin die in de garnalen werkt en die wil hem helpen.
Hoewel hij eigenlijk hovenier is en niet van vis houdt, wil hij graag in de garnalen.
Dan kan hij de verleidelijke stad en onweerstaanbare kameraden mijden, want weet hij, voor garnalen moet je op de zee zijn.

De officier van justitie wil de samenleving dus een dienst bewijzen door Hendrik niet op te hokken (zijn woorden) maar door hem de helpende hand toe te steken om de kans dat hij nog eens in een flits misdadig wordt zo klein als mogelijk te maken.
De eis: 180 dagen celstraf waarvan 115 dagen voorwaardelijk.
Wat onvoorwaardelijk resteert, 65 dagen, is de tijd die hij al heeft vastgezeten.
Neemt de rechtbank de eis over, dan kan het behandeltraject in de kliniek zonder onderbreking worden voortgezet.

De advocaat zegt na de eis dat hij de neiging heeft om het heel kort te houden.
Hij heeft vervolgens toch nog 7 minuten en 27 seconden nodig om de rechters duidelijk te maken dat wat de officier van justitie voorstelt, zo gek nog niet is.

Rob Zijlstra

 

update – 11 juni 15 – uitspraak
Hendrik kan – zodra hij de kliniek mag verlaten – naar zee. De rechtbank heeft conform de eis uitspraak gedaan: 180 dagen waarvan 115 voorwaardelijk.