De Kachel vrijgesproken

spandoek voor het gerechtshof

spandoek voor het gerechtshof

 

 

De Kachel is vrijgesproken.

het arrest van het hof Leeuwarden

de uitleg van het arrest

Een knuffel

nederland

Het is niet zo dat als je niks gedaan hebt, je ook niet te vrezen hebt.
Er bestaan landen.

Het onderstaande verhaal speelt zich af in Nederland, een klein land in het noorden van Europa.
Harm heeft daar, op een kwade dag, geprobeerd zijn vriendin Els van het leven te beroven.
Harm zou met haar hoofd op de grond hebben gebonkt.

Els stapt naar de politie die de relatieruzie juridisch vertaalt naar een poging tot doodslag.
Harm wordt opgepakt en vervolgd.
Wettig en overtuigend, oordeelt de rechtbank te Groningen in koor met justitie
Op 20 december 2004 wordt de dan 26-jarige Harm veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.
Harm is een gevaar en de samenleving daar aan de Noordzee dient beschermd.

Harm dacht dat hij niet te vrezen had, want hij had niks gedaan.
Dus stapt zijn advocaat naar het gerechtshof in Leeuwarden.
Geen poging tot doodslag, zegt het hof, maar een mishandeling, eenvoudig van aard.
Het arrest (uitspraak): drie maanden celstraf, waarvan twee voorwaardelijk.

Arme Harm.
Hij zat op dat moment negentien maanden vast, in de vorm van zijn opgelegde straf en de tijd die hij moest vastzitten in afwachting van een plek in een tbs-kliniek.
Het is een land met wachtlijsten.

Was er echts niet meer aan de hand geweest?
Hadden de rechters zich destijds dan zo in de luren laten leggen?

In 2007 dendert Harm bij Els die ondertussen in Enschede woont de woning binnen. Huisvredebreuk, roept Els en stapt in juni van dat jaar naar de regiopolitie Twente.
Kennelijk is Harm niet zo’n lieverdje.

Maandag zat Els in het verdachtenbankje.
De rechters die haar destijds met justitie als slachtoffer beschouwde, zien haar nu als de verdachte.
Els heeft, zegt justitie nu, de boel belazerd.
Els heeft tot twee keer toe een valse aangifte gedaan.
Harm had haar destijds, in 2004, alleen maar een duw gegeven.
Van die huisvredebreuk, drie jaar later, was ook niks waar.

Wie aangifte doet van een strafbaar feit, maar weet dat dat helemaal niet is gepleegd, wordt gestraft.
Dat wil zeggen, dat kan.
Artikel 188 van het wetboek van strafrecht.
Net als Harm kan Els daar twaalf maanden cel voor krijgen.

Els heeft het niet gemakkelijk in het verdachtenbankje.
Het duurt niet lang of emoties maken zich van haar meester.
Door haar tranen heen roept ze dat er zoveel in haar leven van 28 jaar is gebeurd, veel geweld, een opeenstapeling, en dat ze dat verdomme steeds maar weer opnieuw moet vertellen, dat haar vader twee mensen heeft vermoord, dat ook haar moeder veel heeft moeten meemaken.
Ze huilt, woord voor woord: ‘En het gaat maar door.’

Els was in therapie gegaan.
Posttraumatische stress-stoornis.
Els lijdt aan herbelevingen.
Weet niet of herinneringen echt zijn.

De officier van justitie vraagt: ‘Toen u uw verklaringen aflegde, was dat toen uw waarheid?’
Els: ‘Ja.’

Harm wil een schadevergoeding van 7500 euro.
Els zegt dat ze dat met haar weekgeld van 50 euro niet kan betalen, al zou ze willen.

De officier zegt dat ze de overtuiging heeft dat Els in 2004 en in 2007 heeft gelogen, maar niet de opzet heeft gehad dat te doen.
Je kunt wel iets doen dat niet mag, maar als dat niet met opzet is – niet willens en wetens – dan telt het niet.
Officier van justitie: vrijspraak.

In oktober 2007 dringt Els wederrechtelijk de woning van Harm binnen.
Ze wil een knuffel.
– ‘Ik kon het niet loslaten.’
Hij dreigt met de politie, zij met de trein.

Justitie stuurt haar voor dit strafbare feit een acceptgiro van 170 euro.
De officier van justitie zegt dat dit laatste wel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij eist opnieuw 170 euro, maar die – gezien het weekgeld – geheel voorwaardelijk.
De vordering van Harm moet vanwege de vrijspraak-eis worden afgewezen.

Ja, het was een nare geschiedenis daar in Nederland, in een land waar de mensen desondanks nog altijd denken dat als je niks hebt gedaan, er ook niet te vrezen valt.

Rob Zijlstra

uitspraak op 6 juli

hiv-proces – hoger beroep – dag 2

zittingszaal a

zittingszaal a

Het hof heeft dinsdag gesproken met de drie verdachten.
Over de feiten en omstandigheden, over hun persoonlijke omstandigheden, over het gegeven dat ze alle drie succesvolle mannen zijn (waren).

Succesmannen en slim.
Dat maken we hier wel anders mee, sprak de president.

Hans J. (35), een celstraf van vijf jaar en een IQ van 120, werkzaam in de gerenommeerde horeca.
Peter M. (50), negen jaar cel, verpleegkundige en locatiemanager van drie verzorgingstehuizen
Wim D. (50), achttien maanden cel (gezeten), wegenbouwer die als lid van de ondernemingsraad wekelijks aan tafel zat met een raad van bestuur.

Ik ga niet weer een heel verslag maken van dat vraaggesprek.
Dat heb ik al een keer gedaan, toen in Groningen.

Rode draad is dat de drie verdachten nog steeds vinden dat ze veel te veel verdacht zijn gemaakt.
En de mannen die aangifte hebben gedaan veel te veel slachtoffer zijn.
Dat het hen hoog zit.
Peter M. zelfs tot hier (hand boven het hoofd).

Alles wat er gebeurde, gebeurde vrijwillig.
Niks gebeurde onder dwang, niets werd opgedrongen.
De drank niet, de drugs niet en de seks niet.
Daar kwamen ze juist vrijwillig voor.
Voor de drank, de drugs en de onveilige seks.

En wie veilig wilde, werd gerespecteerd.
Op de tafel lagen altijd de condooms.

De raadsheren zeggen dat de verdachten hun standpunten duidelijk hebben gemaakt, dat ze goed naar hen hebben geluisterd.
In de staart van de tweede procesdag in hoger beroep permitteerde het hof zich zelfs twee keer een klein grapje waar iedereen ook een klein beetje om moest lachen.
Ook de mannen die aangifte hadden gedaan, zag ik.

Terwijl zij niets te lachen hebben, had de hiv-deskundige van het land, professor Sven Danner, bij aanvang van de tweede procesdag nog duidelijk gemaakt.
Hij zei, vrije vertaling: We gaan niet meer direct dood aan hiv, maar we moeten wel heel ons zorgleven medicijnen met bijwerkingen slikken en die slikken de meeste mensen niet als pepermuntjes.

Als de zitting halverwege de middag wordt geschorst tot woensdagochtend zie ik hoe Wim D. zijn partner Peter M. vlak voordat die door de parketpolitie weer wordt afgevoerd nog een pepermuntje (of een Mentos) geeft.

Dacht, dat moet ik onthouden.
Dan begin ik het verhaal met Danner en eindig ik met dat gebaar.
Dan heb ik een mooi rond verhaal.

De advocaat-generaal (ag, officier van justitie in hoger beroep) gaat woensdagochtend vanaf negen uur rekwireren.
Hij zei dat hij daar drie uur voor nodig heeft.
Het hof verzocht de ag twee pauzes in te lassen, want sprak weer de president, drie uur achtereen luisteren kan niemand.
Betekent dat justitie aan het begin van de woensdagmiddag de nieuwe strafeisen zal bekendmaken.

Rob Zijlstra

HIV Groningen – hoger beroep

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich maandag, dinsdag en woensdag over de Groninger HIV-zaak.

Wim D. (50) en diens partner Peter M. (50) en Hans J. (35) uit Groningen moeten zich in hoger beroep opnieuw verantwoorden. Peter M. en Hans J. werden in november vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot negen en vijf jaar celstraf. Wim D. kreeg achttien maanden gevangenisstraf. Hij is als enige sinds de uitspraak op vrije voeten.

Alle partijen tekenden hoger beroep aan.

Aan de drie verdachten was een groot aantal zaken ten laste gelegd. Ruim driekwart van de strafbare verwijten acht de rechtbank echter niet bewezen. Zo vindt de rechtbank dat niet bewezen is dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door homoseksuele mannen met hiv-bloed te besmetten.

Dit was de zwaarste aanklacht.

De straffen vielen uiteindelijk fors lager uit dat het openbaar ministerie had geëist (tweemaal vijftien en eenmaal acht jaar).

Het openbaar ministerie zei de vonnissen wel te begrijpen.
In die zin dat justitie de redeneringen van de rechters wel kunnen volgen.
‘We zijn het er alleen niet mee eens.’

De advocaten ook niet.
De advocaten zeiden het helemaal eens te zijn met de rechters, behalve als het om de straftoemeting gaat.
De straffen passen niet bij die paar feiten die de rechtbank wel bewezen acht, zeiden de advocaten.

Het proces in hoger beroep is voor een deel een herhaling van zetten.
Wel heeft justitie besloten, met de vonnissen van de rechtbank in gedachten, tot een andere aanpak.
Het punt ‘mishandeling middels injectie’ laat justitie schieten.
De nadruk wordt nu gelegd op ontucht met de hiv-besmettingen tot gevolg.

De (juridische) kernvraag blijft echter hetzelfde: hebben de veertien mannen die aangifte deden, de besmetting wel opgelopen door toedoen van de verdachten (causaal verband). Of kan het, zoals de rechtbank van Groningen niet uitsluit, ook anders zijn gegaan?

Het hiv-proces wordt deze week niet afgerond.
Maandag worden deskundigen gehoord,
Dinsdag worden de verdachten door het hof ondervraagd.
Woensdag zal het openbaar ministerie de bewijzen presenteren en nieuwe strafeisen formuleren.

Daarna wordt het proces op verzoek van de advocaten geschorst tot september.
In die maand zullen zij de verdachten verdedigen.
Ergens in oktober zijn dan de uitspraken.

rob zijlstra

 

eerder blogs over de hiv-affaire

interview met verdachte Wim D.

 

Het vonnis (update)

 

 

 

groninger rechters

groninger rechters

Het openbaar ministerie weet nog steeds niet – het is woensdagmiddag – wat er moet gebeuren met het vonnis dat maandag werd uitgesproken over de man die vorige week vrijdag overleed.

 

Voorlopig beschouwt het openbaar ministerie het vonnis als niet uitvoerbaar. Omdat het te herroepen is.

 

Woordvoerster Kirsten Smit zegt hierover vrij vertaald het volgende:

 

Wij kunnen pas tot executie overgaan als een vonnis onherroepelijk is geworden. Wanneer er geen hoger beroep wordt aangetekend, wordt een vonnis automatisch twee weken na het uitspreken onherroepelijk.

Onze (zegt Kirsten) vraag is nu of een vonnis wel onherroepelijk kan worden als de mogelijkheid tot hoger beroep er niet is geweest, dan wel niet kan zijn geweest.

 

Justitie in Groningen heeft de kwestie voorgelegd aan deskundigen, zeg maar aan de bedrijfsjuristen van justitie. Die schijnen in Den Haag te wonen.

 

Een en ander betekent wel, zegt nog altijd Kirsten Smit, dat de nabestaanden zolang wij het niet weten, geen rekening krijgen gepresenteerd.

 

Voor de rechtbank ligt de zaak eenvoudiger.

De woordvoerder: ‘Wij kunnen er niets aan doen. Wij hebben naar eer en geweten gehandeld.’

 

rob zijlstra

 

 

Hoger beroep

Het zijn de standaardzinnen die rechters in de zittingszalen van de Nederlandse strafrechtspraak uitspreken: Heeft u het vonnis begrepen? Als u het er niet mee eens bent, kunt u in hoger beroep. Dat moet u doen binnen veertien dagen.
Soms volgt dan nog: U moet het maar even met uw advocaat bespreken.

Charlie kwam even voor een uur ’s middags zonder veel zorgen het gerechtsgebouw binnenwandelen.

Buiten scheen de zon.

Twee weken geleden was hij er ook.
Justitie had hem gedagvaard wegens het medeplegen van een poging tot moord.
Charlie heeft wel enige tijd vastgezeten, maar niemand had het nodig gevonden hem in ieder geval tot aan het strafproces op te sluiten.

Charlie was niet de schutter, maar zou er wel bij zijn geweest.
Een omwonende die ’s nachts even uit het raam keek, had een man gezien met lang rasta-haar,
Charlie heeft dat.

Ik schreef al eerder over deze zaak.
De schutter kreeg vijf jaar celstraf bij een eis van acht jaar.

Wat de deelname van Charlie betreft: de officier van justitie was niet wettelijk overtuigd.
Er zijn wel meer mannen met lang rastahaar.
Charlie had geknikt: zo is het maar net.

Zelf kon hij zich weinig van die avond herinneren.
Hij had zich in kennelijke staat bevonden.
Wel wist hij nog dat hij er niets mee te maken had.

De officier van justitie verzocht de rechtbank Charlie vrij te spreken.
Zoals het moet: bij twijfel hoort vrijspraak.

Het was misschien ook wel daarom dat Charlie de zon buiten even liet voor wat die was en tegen enen zonder zorgen plaatsnam in de wachthal van zittingszaal 14.
Om een uur ’s middags zijn daar de uitspraken van de zittingen van twee weken eerder.

De rechter die het vonnis voordroeg, zei dat ze het er niet mee eens was.
Charlie fronste en wiebelde wat.
De rechter zei: een gevangenisstraf van drie jaar. Als u het er niet mee eens bent…

Charlie keek met schrik naar de advocaat die er ook niets meer aan kon doen.
Daarop verliet hij vlug de zittingszaal.
Nu het nog kon.

Charlie gaat in hoger beroep, want hij is het er niet mee eens.

Als officieren van justitie het er niet mee eens zijn, kunnen die ook, eveneens binnen veertien dagen, in hoger beroep gaan.
Dat komt regelmatig voor, doorgaans zijn ze het er niet mee eens dat de rechters een lagere straf opleggen dan was geëist.
Tegen de schutter in dit verhaal luidde de eis acht jaar. Het vonnis: vijf.
Te weinig, besloot het openbaar ministerie en dus is hoger beroep aangetekend.

Ook in geval van Charlie kan de officier van justitie het niet eens zijn met de veroordeling tot 3 jaar cel. Zij had de overtuigende bewijzen immers niet kunnen vinden en acht een vrijspraak daarom gerechtvaardigd.
Een hoger beroep ligt dan voor de hand.
Het gekke is: als het andersom is, komt dat niet zo vaak voor.

Zo gek is het nu nog niet: het openbaar ministerie laat weten dat er nog geen besluit is genomen al dan niet beroep aan te tekenen.

Het vonnis wordt nog bestudeerd.

Rob Zijlstra

mededeling: Beetje verwarrend, maar elders heet Charlie Bob. Dat komt omdat ik de namen verzin en  wel eens vergeet dat ik Bob later Charlie noemde. Bob en Charlie zijn dus een en dezelfde persoon.