Loodzware ballonnen

Schermafbeelding 2015-10-03 om 10.45.33Ik schreef dat Bram geen taartjes had meegenomen naar de rechtszaal, waar geen kleurrijke slingers en ballonnen hingen en dat de rechters ook niet voor een keertje gingen staan om hem in hun armen te sluiten, dan toch op z’n minst stevig zijn hand te drukken.
Bram zat 25 jaar in het vak en kondigde in de rechtszaal aan dat het mooi was geweest.
Nooit, maar dan ook nooit zouden ze hem weerzien.
Het besluit met de criminaliteit te stoppen was niet genomen tijdens de cursus ‘christelijk geloven’ die hij volgde.
De ware reden: Bram was zo vreselijk moe.
Het drugsverslaafde lichaam was doodop van een kwart eeuw jachtig leven op straat.

De rechters zeiden niet ‘nou Bram, heel veel succes en we gaan je missen na al die jaren’.
Wat werd uitgesproken was de strafmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders), bedacht voor veelplegers als Bram: isd is twee jaar met hulpverleners achter de tralies.

Deze week zat Bram er weer.
’t Is mislukt.
Had hij de vorige keer een partij moerdoppen gestolen bij de Praxis, ditmaal moest hij zich verantwoorden voor de diefstal van vier flessen Robijn (wasmiddel) bij de Coop en tien pakken koffie bij de Jumbo in Groningen.

Bram is begin dit jaar 50 geworden en nog altijd is hij onverminderd moe.
Niet alleen van het leven, maar hij is inmiddels ook moe van de hulpverlening.
Alles wat het hulpgilde de voorbije dertig jaar heeft bedacht de wereld te verbeteren, is op Bram losgelaten.
’t Hielp niets.

Bram heeft ook niet veel tekst meer.
Hij kent de rechterlijke riedels.
Laat hem maar weer twee jaar zitten, laat hem dan wel een beetje met rust en, als het even kan, wil hij ook graag zijn methadon blijven gebruiken.
Zo zal het gaan.
De officier van justitie eiste voor de vierde keer in acht jaar tijd de twee jaar durende isd-maatregel en de rechtbank zal die over twee weken opleggen.

Wat Bram is, probeert Nick (25) te worden.
Hij gebruikt heroïne en cocaïne en heeft ter financiering tachtig tot honderd euro per dag nodig.
Dat is dagelijks een loodzware opgave want hij heeft ook veel schulden.
Op een dag van hoge nood pikte hij de mobiele telefoon van zijn 16-jarige zus.
Hij verpatste het toestel voor een paar tientjes.
Tegen de rechters: ’t Klopt helemaal. Ik heb er natuurlijk wel spijt van.’

In de rechtszaal zit ook Nick’s moeder.
Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat Nick toch haar zoon blijft.
Namens haar dochter heeft ze wel een schadeclaim ingediend.
Droef: ’Ik heb hem zo vaak de hand boven het hoofd gehouden, maar dat kan ik niet meer.’

Nick had een tijdje in het metaal gezeten.
Van de daken van het winkelcentrum en de scholen in Hoogezand had hij lood gestolen.
De schade bij het winkelcentrum alleen al bedroeg 14.000 euro.
Lood stelen is zwaar werk.
Zo heel raar was het dus niet dat hij na de nachtelijke arbeid even was gaan rusten.
De volgende ochtend hadden ze hem slapend aangetroffen in het struikgewas bij de basisschool Het Ruimteschip (aan de Astronautenlaan).
Naast hem honderd kilo lood.

Ook daar heeft hij natuurlijk spijt van.
De man van het winkelcentrum die de schade komt verhalen (2500 euro eigen risico) zegt tegen de rechters dat hij naar de rechtbank is gegaan met het idee heel boos te zullen worden op de verdachte.
‘Maar ik zie een man die tussen wal en schip is gevallen. Ik wens hem heel veel sterkte en ik hoop dat hij het redt.’

Moeder slaat van schrik de handen voor haar mond en begint te huilen.
De winkelman troost haar.
Nick ruikt zijn kans en zegt dat hij nog wel een tip heeft voor de winkeliers: ‘Draai alle hekken eens op slot, dan kan ik ook niet binnenkomen.’

Na de strafzaak wordt Nick teruggebracht naar de psychiatrische kliniek waar hij momenteel verblijft en waar hij – mocht de rechtbank de strafeis van 180 dagen waarvan 135 voorwaardelijk met voorwaarden overnemen – nog wel anderhalf jaar zoet is met de hulpverleners.

Dan stuitert de 30-jarige Patricia met een luid ‘hallo’ de rechtszaal binnen.
De diefstal van de telefoon en een armband bekent ze.
Geen probleem.
Nee, de portemonnee uit de kerk toen het koor zong niet.
Zeker weten van niet.

Rechters: En de diefstal van de telefoon uit het Vrijdag Theater?
Patricia: ‘Heb ik niet gedaan.’
Rechters: ‘Goed, dan gaan we de beelden bekijken.’
Patricia: ‘Ik heb het wel gedaan.’
Rechters: ‘Mooi, dan hoeven we de beelden ook niet te bekijken.’

Patricia is eigenlijk als Bram, alleen is zij – veel jonger – nog vol levenslust.
Voordat het proces goed en wel is begonnen, roept Patricia: ‘Luister, we kunnen hier natuurlijk een hele discussie aangaan. Maar kijk, voor mij ligt het gemakkelijk. Geef me alsjeblieft isd. Klaar.’

De rechters zijn een beetje beduusd.
Zo werkt het natuurlijk niet.
De rechters willen eerst de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd zorgvuldig bespreken, daarna willen ze praten over de persoonlijke omstandigheden en dan moet de officier van justitie er nog iets van vinden.

Praktische Patricia: ‘Toe nou mevrouw de rechter. U heeft mij al zo vaak veroordeeld. Ik ben hier zo vaak geweest. Het heeft geen zin. Straks geven jullie me een jaar of zo. Daar heb ik dan weer schijt aan. Dus. Geef me isd. Ik weet dat er een plekje vrij is, kan ik morgen aan de slag.’

De rechters: ‘Maar…’
Patricia die nu haar geduld begint te verliezen: ‘Ik ben gebruiker, jullie zijn rechters. Jullie begrijpen het niet. Ik heb hulp nodig in mijn kop. Als ik nu weer buiten kom, denk ik alleen maar aan geld, geld, geld. Dan gaat het weer fout.’

De officier van justitie zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt.
Normaal gesproken vrezen veelplegers de isd.
Hij wikt en weegt.
Zegt dan: ‘Ik eis isd.’
Om praatjes achteraf te voorkomen: ‘Dat had ik ook geëist als verdachte het niet zou willen.’

Tja, zeggen de rechters op hun beurt: ‘Normaal doen wij altijd twee weken later uitspraak. Maar nu u zo aandringt veroordelen wij u tot de maatregel isd, 2 jaar.’

Patricia is blij.
Ze zou slingers en ballonnen willen ophangen, of haar rechters even in haar armen sluiten voor een knuffel.
In grote tevredenheid verlaat ze zittingszaal 14 en roept: ’Bedankt mensen. Doei.’

Rob Zijlstra

uitspraken Bram en Nick op 12 en 15 oktober

Reinier S. – herziening ?

Schermafbeelding 2015-03-24 om 15.00.27achtergrond +  update 

Advocaat Geert Jan Knoops wil dat de Hoge Raad besluit tot een nieuw strafproces rond de dood van Gonda Drent (Smit). Volgens de advocaat zijn er nieuwe gegevens die onbekend waren toen het gerechtshof in Leeuwarden Reinier S. in hoger beroep veroordeelde tot 15 jaar celstraf.

Gonda kwam in op 11 december 1996 om het leven bij een brand in haar woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand. De verdenking is dat Reinier de brand heeft gesticht nadat hij zijn partner Gonda met geweld om het leven had gebracht. Met de brand zou hij sporen hebben willen vernietigen.

Reinier werd eerst tot 12 jaar en in hoger beroep tot 15 jaar celstraf veroordeeld.

Knoops heeft het verzoek tot herziening al in februari ingediend bij de Hoge Raad. Die zal naar verwachting over enkele maanden een besluit nemen.

Volgens Knoops is er een belangrijke getuige die terugkomt op een eerder afgelegde (belastende) verklaring. Ook zijn er nieuwe aanwijzingen die Reinier S. een alibi zouden verschaffen. Op basis van een nieuw tijdpad kan S. zijn partner niet hebben gedood, aldus Knoops.

Of zoals Knoops het stelt: het onschuldscenario is waarschijnlijker dan het schuldscenario. Het gerechtshof oordeelde ondanks de veroordeling dat het politieonderzoek geen schoonheidsprijs verdient. In april dit jaar verschijnt het boek De Hoogezandse brand (tijdlijn als alibi) van o.a. rechtspsycholoog Peter van Koppen die de zaak opnieuw heeft onderzocht. Van Koppen en de zijnen doen zoiets vaker: gerede twijfel.

Ik volgende de strafzaken voor de rechtbank in Groningen en bij het hof in Leeuwarden. Hieronder de links naar de verslagen.

28 mei 2008
verslag van proces rechtbank Groningen → chocolademelk

10 juni 2008
het vonnis rechtbank Groningen → vonnis

1 juli 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 1 → hoger beroep

3 december 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 2 → verrassing

17 december 2009
de uitspraak → 15 jaar
analyse → genekt door eigen verzinsels
de uitspraak → het arrest

rob zijlstra

UPDATE – 29 maart 2016 – herzieningsverzoek

Gelijk het advies in oktober 2015 heeft de Hoge Raad het herzieningsverzoek van Reinier S. en zijn advocaat Geert Jan Knoops afgewezen. De door Knoops en de zijnen (onder wie Peter van Koppen) aangedragen ‘nieuwe feiten’ hebben de Hoge Raad geen aanleiding gegeven te besluiten dat de zaak opnieuw tegen he licht moet worden gehouden.

Het besluit is hieronder te lezen (klik op afbeelding)

De samenvatting van de uitspraak staat hier

Schermafbeelding 2016-03-29 om 13.06.15

Straffeloos

geen spoedOp vrijdagavond 25 maart 2011 heeft een van de ernstigste misdrijven van de afgelopen jaren in de provincie Groningen plaats.
Op die avond wordt in Hoogezand de Turkse avondwinkel Perya Impex overvallen.
Twee gemaskerde mannen met beide een wapen in de hand denderen tegen kwart voor negen de zaak binnen.
Een van de overvallers springt op de toonbank en eist geld.
De 37-jarige zoon van de eigenaar roept dat er geen geld is, verzet zich en wordt neergeschoten.

Een kogel doorboort zijn linkerschouder.
De overvallers gaan er – zonder buit – vandoor.
Vlak voordat ze het winkelpand verlaten, wordt nogmaals op de dan al zwaargewonde zoon geschoten.
Een tweede kogel raakt de buik.
Met levensbedreigende verwondingen wordt hij overgebracht naar het ziekenhuis.

De gebeurtenissen hebben een enorme impact in de buurt.
De burgemeester komt ’s avonds poolshoogte nemen.
Het is niet het eerste gewelddadige incident in Hoogezand.
De burgemeester wil daarom extra politie.
De krant meldt de volgende dag dat de daders voortvluchtig zijn en dat van hen ieder spoor ontbreekt.

Wat daarna volgt moet bizar heten.
Eerst verstrijken weken.
Dan meldt de politie, halverwege mei 2011, dat met de aanhouding van twee mannen de overval op de Turkse avondwinkel is opgelost.
De media nemen dat zomaar over.
Soms doen wij samen met de politie alsof het leven eenvoudig is: dat met de aanhouding van mannen misdrijven worden opgelost.
Zo’n aanhouding is in een rechtstaat natuurlijk nog maar het begin.

De aangehouden mannen zijn 19 en 24 jaar oud.
De jongste heet zeg maar Charles, de oudste Gianni.
Ze ontkennen.

De rechtszaak dient op 17 november 2011. De verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van getuigen.
En er is een DNA-match die niets bewijst, maar wel belastend is.
Charles en Gianni blijven ontkennen.
De een zegt over de verklaringen van getuigen: ‘Mensen praten poep.’
De ander: ‘We worden er ingeluisd.’

Het slachtoffer mag de rechters toespreken en vertelt hoe bang hij is, hoe hij vreesde voor zijn leven, hoe bang zijn ouders op leeftijd zijn.

Ook getuigen zouden angstig zijn.
Afgelegde verklaringen worden herroepen, anderen weigeren, bang voor represailles, te verklaren.
Een getuige ontkent getuige te zijn en wordt vervolgd wegens meineed.
Er is een getuige opgeroepen op de zitting, maar die is niet komen opdagen.
Dat is een probleem.
De rechters besluiten dat de strafzaak moet worden aangehouden om die getuige alsnog te kunnen horen.

De twee advocaten vinden dat best, mits Charles en Gianni naar huis mogen om het vervolg van het proces in vrijheid af te wachten.
De vertraging is immers niet hun schuld.
Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen vrijlating, maar de rechters besluiten dat Charles en Gianni nog diezelfde dag de gevangenis mogen verlaten.
Ze hebben dan een half jaar vastgezeten.

Daarna wordt het stil en zal het heel lang stil blijven.
Er gaan drie maanden voorbij, acht maanden, een jaar.
Twee jaar en een paar weken.
De getuige die nog gehoord moet worden, woont gewoon naast de avondwinkel.

Op 13 december 2013 – 26 maanden na de onderbreking – krijgt de strafzaak eindelijk een vervolg.
Charles is overigens in 2012 nog wel in zittingszaal 14 geweest in verband met een straatroof waar hij (netto) achttien maanden celstraf voor krijgt.
Die straf heeft hij al uitgezeten.

Tegen Charles wordt acht jaar gevangenisstraf geëist, tegen Gianni die geen strafblad heeft zeven jaar, beide wegens een poging tot doodslag en een poging tot afpersing.
Verklaringen van getuigen geven het wettige en overtuigende bewijs, vindt het OM.
Charles en Gianni zijn niet aanwezig, ze kijken wel link uit.

Dat het zo lang heeft geduurd, vindt de officier van justitie vervelend.
Dat zegt hij tegen de rechters.
Vervelend voor de verdachten, maar zeker ook voor de slachtoffers.
De reden van de lange duur, zegt de officier van justitie, is dat het OM in 2012 en 2013 is overspoeld met grote onderzoeken.

Het was gewoon te druk.
Zou dat nou echt waar zijn?
Dat politie en justitie twee jaar lang geen tijd hebben gehad om een van de ernstigste misdaden in jaren goed te onderzoeken?

Deze week deed de rechtbank uitspraak.
Het verzamelde bewijs is weliswaar wettig verkregen, maar het overtuigt niet.
Er zijn alternatieve scenario’s denkbaar, het is niet uit te sluiten, oordelen de rechters, dat anderen dan Charles en Gianni de overval hebben gepleegd.
Het gebrek aan overtuiging moet leiden tot vrijspraak.
En dat is ook de uitspraak.

De rechters leveren kritiek op de kwaliteit van het politieonderzoek: er heeft (te) veel tijd gezeten tussen de overval en het horen van getuigen.
Betrokkenen hebben daardoor verklaringen op elkaar kunnen afstemmen.
Daarnaast is het de rechters gebleken dat de politie van diverse contacten met getuigen geen proces-verbaal heeft opgemaakt.
Rechters: ‘Dat is niet acceptabel.’

Tot slot wordt opgemerkt dat het OM geen plausibele reden heeft opgegeven voor het lange tijdsverloop sinds de zitting van november 2011.

Eind 2013 moet de conclusie luiden dat de overval op 25 maart 2011 op de Turkse avondwinkel niet is opgelost.
De burgemeester van Hoogezand moet nog maar eens ergens poolshoogte nemen.

Rob Zijlstra

HET VONNIS 

Op stap

Schermafbeelding 2013-05-10 om 22.28.00Ze zien er niet gevaarlijk uit, Ronnie van 18 jaar en Ronald die al 19 is. Integendeel.
Zie zien er met hun hippe kapsels uit als twee heel gewone jongemannen uit Hoogezand.
Ronnie van 18 wil automonteur worden en doet een opleiding in die richting.
Hij woont nog thuis en heeft een bijbaantje in de supermarkt.
Ronald volgt een mbo-opleiding die ertoe moet leiden dat hij op een dag accountmanager is.

Er zijn geen noemenswaardige politie- of justitiecontacten stellen de rechters vast.
Gezien de gebeurtenissen doen ze dat enigszins verbaasd.
Een van de rechters, wel wat gewend: ‘Het is toch heel bijzonder wat jullie hebben gedaan. En nou ik ben zo nieuwsgierig naar het waarom?’

Het antwoord blijft uit, zodat er na de strafzaak een groot vraagteken boven het Groninger gerechtsgebouw hangt.
Misschien is het antwoord heel eenvoudig te geven en als dat antwoord klopt, gaat dit verhaal over misschien wel de gevaarlijkste jongemannen van Groningen terwijl je dat niet zou zeggen.

Ronnie en Ronald doen dingen, terwijl ze niet weten waarom.
Ze zitten al drie maanden vast, maar ook in die periode is het lichtje niet gaan branden.
Wie doet zonder te weten, kan tot alles in staat zijn.
Dat is bloedlink.

In Hoogezand is alles al gesloten en omdat ze nog zin hebben, besluiten ze met een laatste trein naar Groningen te gaan.
Met z’n drietjes, want de minderjarige Paul gaat ook mee.
Ze willen whisky en bier drinken in de stad.

Zo’n reis per trein duurt zestien minuten.
In die tijd stellen ze vast dat ze niet veel geld bij zich hebben, vijftien, twintig euro.
Een probleem is dat niet want ze hebben een panklare oplossing.
Zodra ze in Groningen zijn, gaan ze eerst even mensen die ze tegenkomen slaan in ruil voor geld.

Het is 26 januari 2013.
Om een uur ’s nachts, om elf minuten over een en om 21 minuten over een komen bij de meldkamer van de politie berichten binnen van mensen die zijn geslagen, geschopt en beroofd.
Er zijn drie daders van wie redelijk goede signalementen beschikbaar zijn.
De politie gaat op zoek en tegen vier uur die nacht worden Ronnie, Ronald en de minderjarige Paul op het station aangehouden.
Ze hebben flink gedronken.

Ze belanden in de politiecel.
De volgende dag ontkennen ze alles, draaien er vervolgens om heen om uiteindelijk te bekennen dat ze drie personen hebben mishandeld en beroofd.
Het had 115 euro opgeleverd en van dat geld waren ze vrolijk op stap geweest.

Een van de rechters zegt dan dus dat het zo bijzonder is wat ze hebben gedaan.
Dat je besluit naar Groningen te gaan om onderweg af te spreken dat je mensen gaat mishandelen en beroven omdat je zelf te weinig geld hebt.
Rechter: ‘Leg mij nou eens uit hoe dat kan, hoe zoiets werkt bij jullie.’

Maar Ronnie en Ronald weten het dus niet.
Na lang aandringen zegt Ronald vragend: ‘Omdat we geld nodig hadden, om uit te gaan?’
Rechter: ‘Waarom drie berovingen, waarom niet vier, of twee, of vijf? Waarom zijn jullie na die derde gestopt?
Ronnie: ‘Toen hadden we ons doel bereikt, toen hadden we geld.’

De rechters geven niet op: ‘Maar hoe werkt zoiets dan?’
Het blijft stil.
De rechters: ‘Wie kwam op het idee?’
Wanneer de stilte onhoudbaar wordt, zegt Ronnie: ‘Het hoort niet, het is slecht.’
Rechters: ‘En wanneer heeft u dat inzicht gekregen?’
Ronnie: ‘Een dag later, op het politiebureau.’
Rechters: ‘Dus niet toen u met het geroofde geld op stap ging, toen vond u het nog niet slecht.’ Ronnie: ‘Klopt.’

Ronald zegt dat hij veel spijt heeft, maar dat hij vooraf ook al veel had gedronken.
Hoeveel? Hij heeft geen idee. Een gok? Tien. Blikjes? Nee, flesjes.

De drie slachtoffers, willekeurige passanten onder wie een maaltijdbezorger op een scooter, zijn flink toegetakeld.
Ze werden hard geslagen, met vuisten op de monden en toen ze op de grond vielen, werden ze overal hard geschopt.
Er braken tanden en er vloeide bloed, extra zichtbaar omdat er ook witte sneeuw lag.
Ronnie zal later nog zeggen dat hij flink was geschrokken van al dat rode bloed.
De maaltijdbezorger werd van zijn scooter geschopt toen hij nog reed.

Twee slachtoffers willen geld zien, ze eisen opgeteld 2500 euro.
De aankomende automonteur begrijpt dat wel, als je schade aanricht, dan moet je dat betalen.
De accountmanager in spe ziet het iets anders.
Hij begrijpt het ook wel, maar vindt het niet helemaal eerlijk.
Hij heeft wel geschopt, maar niet met vuisten op monden geslagen.
En om dan te moeten betalen voor tandartskosten?

De officier van justitie: ‘Het valt mij op dat deze verdachten, die tot 26 januari dit jaar heel gewone jongens waren, liegen, bedriegen, er om heen draaien en hun eigen aandeel zo klein mogelijk maken. Voor mij staat vast dat ze alle drie (dus ook de minderjarige Paul) geweld hebben gebruikt. Ze hebben op grove wijze inbreuk gemaakt op de privélevens van hun slachtoffers van wie het leven nooit meer hetzelfde zijn.’

Ronnie en Ronald horen de officier van justitie zeggen dat het heel goed is dat ze allebei een opleiding volgen.
Maar dat nu eerst moet worden afgerekend.
Ronnie hoort dat de officier van justitie wil dat Ronald 18 maanden in de gevangenis gaat zitten, Ronald hoort dat er 20 maanden worden geëist tegen Ronnie.

Ze staren voor zich uit.
Wat anders kunnen ze ook?
Wisten ze het maar.

Rob Zijlstra.

• minderjarige Paul moet zich (achter gesloten deuren) verantwoorden bij de kinderrechter

.

UPDATE – 17 mei 2013 – uitspraken
Ronnie en Ronald mogen in de handen knijpen of een taart naar de rechtbank sturen: beide zijn veroordeeld tot 15 maanden  celstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk. Samen uit, samen thuis. Hoewel de straffen lager uitvallen, acht de rechtbank wel alles wat het Openbaar Ministerie heeft aangevoerd, wettig en overtuigend bewezen.

 de rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd

Crimineeltje

Om zijn rechterpols draagt hij een zweetbandje – groen, geel, rood. Het een rastazweetbandje met een hennepblaadje er op.
Wanneer hij vanuit de verdachtenbank even achterom kijkt, zie ik zijn gezicht.
Grote ogen, een jongensgezicht nog.
Maar hij is al 18 jaar en dus volwassen voor het recht.

Hij, Alex, heeft een rotstreek uitgehaald.
Op 4 februari dit jaar was hij met twee vriendjes in Hoogezand het criminele pad opgegaan.
Ze wilden auto’s kraken en als dat niet zou lukken, zouden ze een mens pakken.
Dat laatste gebeurde.

Op het hoekje zagen ze een man staan.
Een opa, zeiden ze tegen elkaar.
Ze zetten de man, die 64 jaar is, een Bibi-gun op het hoofd en zeiden: ‘We willen je geld.’
De man dacht, daar ga ik.
Dat laatste schreef hij in een brief aan de rechters.

Met zijn portemonnee gingen ze er laf vandoor.
Er zat geen geld in.

In de brief schreef het slachtoffer ook dat hij altijd vrolijk was, maar nu niet meer.
Hij is nu bang op straat, bang ook als hij donkere jongens ziet.
Eerst was dat nooit zo.
Wanneer hij overdag weggaat, wordt hij gehaald door vrienden.
Die brengen hem ook weer thuis.
Hij heeft besloten te verhuizen.
‘Ik heb hier elf jaar met veel plezier gewoond, maar nu wil ik er zo snel mogelijk weg.’

Alex reageert: ‘Pijnlijk. Ik heb er geen woorden voor.’

Alex is ook niet een jongen van veel woorden.
Wat hij gedaan heeft, vindt hij niet kunnen.
Waarom hij het dan heeft gedaan?
Stress.
Hij wil zijn excuses maken.
Nee, dat heeft hij nog niet gedaan.
Nog niet de kans gehad.

De rotstreek kwam uit.
Een vriendje biechtte de boel op.
Ongeveer gelijktijdig meldde zich een moeder op het politiebureau met het verhaal dat haar zoon zijn Bibi-gun – zijn balletjespistool – had uitgeleend en dat met dat lelijke ding een overval was gepleegd.

Alex zegt dat hij de angst in de ogen van de man had gezien.
Hij herkende dat.
Het was de angst die hij vroeger ook had gevoeld, wanneer hij zelf bang was.

De reclassering ziet geen heil meer in Alex.
De reclassering had met hem gepraat en in een rapport aan de rechtbank een beeld geschetst.
De rechter met de langste staat van dienst in Groningen zei dat hij nog nooit eerder zo’n negatief rapport had gelezen.

Het beeld: Alex brengt zijn dagen door met blowen, whisky drinken, eten en slapen.
Voor werken, had hij gezegd, is hij niet gemaakt.
Alex heeft andere plannen: hij wil crimineel worden.
Dat wil zeggen, de komende twaalf jaar.
Daarna, wanneer hij 30 jaar is, wil hij dood, als het even kan door een kogel.
Want, zo redeneert hij, vanaf 30 takelt het lichaam af, dan heeft alles toch geen zin meer.

Ook wil hij het record jointjesroken verbreken.
Dat staat nu op naam van Rasta: 25 op één dag.
Het persoonlijk record van Alex is momenteel twaalf.

Rechters: ‘Leuk. Komt u in het Guinness book of records.’
Alex: ‘Nee, ik ben gestopt met blowen in detentie.’
Rechters (verbaasd): ‘Goh. Hoe bent u zo op dat idee gekomen?’
Alex: ‘Ik wil straks weer naar school. Dan is dat niet goed.’

Rechters: ‘U drinkt ook veel. Twee jaar geleden lag u in het ziekenhuis in verband met comazuipen.’
Alex: ‘Ik stop ook met drinken. Dat heb ik met mijn moeder afgesproken.’
Rechters: ‘De reclassering noemt u een crimineeltje in de dop.’
Alex: ‘?’
Rechters: ‘Ze bedoelen dat u kunt uitgroeien tot een echte crimineel.’
Alex zegt dat hij in de gevangenis heeft horen spreken over de cursus ‘kiezen voor verandering’.
Dat wil hij wel.
Rechters: ‘U bent 180 graden gedraaid?’

Alex vertelt met weinig woorden dat hij heeft nagedacht.
En dat het anders moet met zijn leven.
Een beetje sarrend vraagt een van de rechters: ‘Heeft u ook nagedacht over dat zweetbandje dat u draagt? Nagedacht over de vraag of u zo’n bandje nou wel moet dragen als u naar de rechtbank gaat?’
Nee, dat had hij niet.
Rechter: ‘Ik heb geen verdere vragen.’

Soms, heel soms, zou je willen dat er eens een harde, ja een bikkelharde, crimineel in zittingszaal 14 opduikt.
Zo’n crimineel die het leven leeft zoals Alex dat misschien wel ziet in zijn stoutste dromen.
Eens iemand die geen beroerde jeugd heeft gehad, maar puur uit slechtheid en gewetenloosheid het criminele pad heeft gekozen.
Een keer wat anders.

Alex is niet anders.
Hij is als een van de velen die in zittingszaal 14 moeten komen opdraven na een onbezonnen misdaad waar ze later spijt van hebben.
Jongens met gemankeerde levens waar ze ook niet om hebben gevraagd.

Alex groeide op op Curaçao en werd door zijn moeder gedwongen naar Nederland te gaan. Omdat moeder vriendinnen had, ontbrak een mannelijk rolmodel in zijn leven (zei de advocaat). Later zat zijn moeder in de gevangenis wegens drugs en moest de kleine Alex zelf de bonen doppen.

De advocaat zegt: ‘Het beeld dat over hem wordt geschetst is onjuist. Er zit meer in hem dan alleen laksheid. Hij is niet levensmoe en hij wil de schade ook wel betalen.’

De officier van justitie kiest de kant van de reclassering
De officier van justitie zegt: ‘Op mensen die een leven willen leven zoals hij , zit niemand te wachten. Parasiteren op anderen. Slapen, eten, drinken en blowen en op z’n dertigste maakt ie er een einde aan. De tijd die hij nog in vrijheid leeft, moeten met 24 maanden worden bekort. Dat is mijn eis.’

Alex, 18 jaar.
Afgeschreven.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 25 juni 2012 – uitspraak
Alex is conform de eis veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens afpersing. Aan het slachtoffer moet hij 1019 euro betalen

HET VONNIS [zodra beschikbaar]

Loopschoenen

Bij de politie was vanuit het criminele inlichtingennetwerk informatie binnengekomen dat Alex een drugshandelaar is.
De drugs zou hij verkopen vanuit zijn woning in Hoogezand.
Dat zou hij al jaren doen, klikten de netwerkers.

Nu zit de politie niet echt te wachten op dit soort informatie.
Drugs zonder overlast heeft in de bestrijding niet heel veel haast.

Dus toen er even wat tijd over was, werd Alex stelselmatig geobserveerd.
Dat deden ze op 7 september en op 15 september van dit jaar.

Mannen en vrouwen die de woning van Alex bezochten, steeds maar voor heel even, werden als ze weer naar buiten kwamen, aangehouden.
Afgevangen, zeggen ze bij de politie.
Stuk voor stuk verklaarden ze dat ze zojuist drugs bij Alex hadden gekocht.
De een zei dat hij al vijf jaar vaste klant van hem is.
Een ander had het over acht jaar.

Aan het einde van de tweede observatiedag deed de politie een inval.
De snuffelhond vond heroïne en cocaïne, de agenten in een kluis 22.897 euro – in kleine coupures – een pistool met kogels, horloges en elders in de woning overdreven veel schoenen.

Alex (32) ontkent drugsdealer te zijn.
Waarom mensen anders beweren, weet hij ook niet.
Hij geeft wel toe drugsgebruiker te zijn.
De drugs die is gevonden, is zijn gebruikersdrugs.

Al die mensen aan de deur voor maar heel even?
Alex zegt dat mensen bij hem kwamen om te gebruiken.
Als wederdienst kreeg hij het restantje.

22.897 euro?
Rechters: ‘Dat is wel veel geld voor iemand die geen legale inkomsten heeft.’
Alex zegt dat het geld van iemand is van wie hij de naam niet wil noemen.
Hij wil iemand niet in de problemen brengen.
Die iemand had hem gevraagd dat geld even te bewaren.

Schulden.
Rechters: ‘Uit de stukken blijkt dat u 35.000 euro schuld had. En ineens was dat nog maar 800 euro. Hoe heeft u dat geflikt.’
Alex zegt dat bij de sociale dienst iemand werkt die dat voor hem regelt.

Horloges, overdreven veel schoenen?
Alex: ‘Op mijn verjaardag gekregen.’
Rechters: ‘Die stonden op uw verlanglijstje en toen kwam iedereen met horloges en schoenen aanzetten?’
Alex: ‘Niet allemaal tegelijk.’

Pistool met kogels?
Alex zegt dat hij wordt bedreigd in verband met die vorige zaak.
Rechters: ‘Rapper Rel.’
Zijn advocaat: ‘Die is in zijn armen gestorven.’

De rechters vragen door, maar Alex heeft gezegd wat hij wilde zeggen.
Het zwijgrecht past hem nu beter.

De advocaat zegt dat anderen een beetje misbruik maken van Alex.
Hij vindt het eigenlijk helemaal niks, al dat bezoek.
Ze komen bij hem om te drinken, te praten, te gebruiken, om te gamen.
En dan durft hij geen nee te zeggen.
En wat dat geld in de kluis betreft: geld hoort in een kluis en uit niets blijkt dat het misdaadgeld is.

Voor de officier van justitie is Alex een een-tweetje.
Er zijn drugs bij hem gevonden, veel te veel geld, een pistool met kogels, er zijn verklaringen van gebruikers.
Komt bij dat Alex een verleden heeft.
Op de dag dat hij naar Nederland kwam, op zijn verjaardag in 2001, werd hij op Schiphol aangehouden met drugs.
Daarna zouden nog een paar veroordelingen volgen.

De eis voor nu: twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk mag.
Het geld van iemand mag hij niet terugkrijgen en de horloges ook niet.

Over de schoenen zegt de officier van justitie niets.
De schoenen laat ze lopen.

Rob Zijlstra

 

de zaak van Rapper Rel

.

UPDATE – 22 december 2011 – uitspraak 
Dat Alex in drugs heeft gehandeld, is zo, zeggen de rechters. Maar niet vijf jaar of nog langer. Ddat blijkt nergens uit het dossier. Minder lang is ook minder erg en daarmee is straf lager dan de eis: 180 dagen celstraf waarvan 80 dagen voorwaardelijk. Het geld dat bij hem is gevonden, krijgt hij niet terug. Dat wordt hem ontnomen.

 

Vrije ge- en verdachten

Wanneer de rechters de rechtszaal verlaten en neerstrijken in de raadkamer, kijken ze elkaar aan.
De jongste rechter zucht.
De oudste kijkt hem veelbetekenend aan.
Moeilijke beslissing jongens, zegt de voorzitter, maar ze zullen het vast wel begrijpen.

De jongste rechter vraagt zich dat af.
Voorzichtig: ‘Moeten we dit niet uitleggen?’
De voorzitter: ‘Hoe bedoel je?’
De jongste: ‘Nou uitleggen waarom wij besloten hebben de twee verdachten naar huis te sturen, terwijl ze wel verdachten blijven. Misschien vindt de samenleving dat raar.’
Voorzitter: ‘Tja, daar zeg je wat.’

De oudste rechter pakt ondertussen zijn spullen bijelkaar.
Zegt: ‘Jongens, jullie zoeken het maar uit. Ik ga naar huis. Me dunkt dat dit meer op de weg ligt van het openbaar ministerie.’
De jongste rechter: ‘Welnee. Het openbaar ministerie meldt alleen maar wanneer er verdachten worden opgepakt, nooit wanneer ze worden vrijgelaten. Ze kijken wel link uit.’

De oudste rechter geeft de voorzitter een ferme klap op de schouder, zegt ‘de groetjes thuis’ en ‘tot maandag’.
Zegt: ‘Ik ga nog even lekker bladblazen.’

Tot zover de vrije gedachten vanuit de geheime raadkamer.
Nu over de vrije verdachten.

De rechters hadden er in de raadkamer lang over moeten nadenken.
Wanneer rechters lang moeten nadenken is dat vaak in het voordeel van verdachten.
Een nee is sneller te motiveren dan een ja.

De advocaten hadden de rechtbank verzocht hun cliënten, de verdachten, in vrijheid te stellen door het opheffen van de voorlopige hechtenis.
De twee mannen zitten al zes maanden vast op verdenking van het plegen van een overval op een Turkse winkel in Hoogezand.
Bij die overval wordt een medewerker neergeschoten waarbij de man zeer ernstig gewond raakt.
Het gebeurde in maart van dit jaar, het slachtoffer is nog altijd niet hersteld.

De overval leidde tot veel beroering in Hoogezand waar meer geweldsincidenten vielen te betreuren.
Zelfs de gemeenteraad kondigde maatregelen aan om de zware criminaliteit tegen te gaan.
De hoofdofficier van justitie loofde op 28 april een beloning uit van 7500 euro voor de gouden tip in deze kwestie.

En zie daar, niet heel veel later worden Vincent (24) en Bernard (20) opgepakt.
Er is weinig technisch bewijs, maar er zijn veel verklaringen van getuigen.
Op basis van die verklaringen gaan de twee mannen achter slot en grendel.
Dat is nu zes maanden geleden.

Donderdag diende de rechtszaak.
Vincent en Bernard ontkennen.
Ze hebben er niks mee te maken, zeggen ze.

Twee mannen waren op 25 maart rond half negen de winkel binnengestormd, vermomd en met getrokken pistolen.
Ze eisen geld, roepen: ‘buit, buit!’
De zoon verzet zich, duwt een van de overvallers omver, zo over de groentenstelling heen.
Als de overvaller opstaat, schiet hij.
De zoon wordt getroffen in borst en buik.
De overvallers maken zich vervolgens uit de voeten, zonder geld.

De politie stelt een buurtonderzoek in.
Vanuit het criminele circuit druppelen namen binnen van mogelijke daders.
Er zijn getuigen die zich spontaan melden.

Op de mogelijke vluchtroute wordt een T-shirt gevonden.
Daar zit heel veel DNA op, onder meer dat van Bernard, in die zin dat het van Bernard zou kunnen zijn.

Twee maanden na de overval en een maand nadat die beloning is uitgeloofd, worden Bernard en Vincent aangehouden.
Hun telefoons zijn getapt.
Dat leverde geen belastende informatie op.
Er werd wel een gesprek tussen beide afgeluisterd toen ze in de politiecel zaten.
Agenten horen hen zeggen: ‘We worden er ingeluisd, mensen praten poep.’

Er is een getuige die de status ‘belangrijk’ heeft.
Zij was opgeroepen in de rechtszaal te verschijnen, maar kwam niet opdagen.
Hierdoor kwam het dat de strafzaak donderdag niet kon worden afgerond.
Eerst moet deze getuige worden gehoord, daarna kan het proces worden hervat.
Dat zal naar verwachting niet binnen drie maanden zijn.

Mij best, zegt advocaat Serge Weening, die Vincent bijstaat.
Maar dan verzoek ik de rechtbank de voorlopige hechtenis op te heffen.
Want uitstel betekent dat mijn cliënt die onschuldig is en dus moet worden vrijgesproken, nog langer moet blijven vastzitten.
Advocaat Oskar Schuur die Bernard verdedigt, doet om dezelfde reden hetzelfde verzoek.

De rechters duiken de raadkamer in en blijven lang weg.
Hoe langer hoe gunstiger, zie je Weening en Schuur na verloop van tijd dus denken.
Na een half uur keren de rechters terug.
De rechters zeggen dat de voorlopige hechtenis van Vincent en Bernard met onmiddellijke ingang wordt opgeheven.
Ze zeggen: ‘Europese jurisprudentie dwingt ons dit besluit zo te nemen.’

Vincent en Bernard zijn nu vrije verdachten.

Iedereen in de rechtszaal is verrast, ook de twee advocaten.
Vincent en Bernard misschien nog wel het meest.
Zij mogen nu het vervolg van het strafproces in vrijheid afwachten.
Gehoopt wordt dat de ontkennende mannen over een paar maanden vrijwillig naar de rechtszaal terug zullen keren.

Terwijl de rechters zich weer terugtrekken in de raadkamer, kijkt de officier van justitie wat zuur voor zich uit.
De Turkse familie oogt radeloos.
In een slachtofferverklaring had de neergeschoten zoon geschreven dat hij en zijn familie gek worden van angst en overwegen te verhuizen zodra de daders vrijkomen.

Waarom worden verdachten van een zeer ernstig misdrijf vrijgelaten terwijl ze wel verdachten blijven?
Een paar studenten op de publieke tribune zeggen tegen elkaar dat ze er niks van begrijpen.
Jij?

Nu ben ik geen jurist, maar volgens mij zit het zo.
Wie verdacht wordt van een misdrijf kan in voorlopige hechtenis worden genomen.
Eigenlijk zit je dan onschuldig vast, omdat de rechter nog niet heeft geoordeeld.
Maar je zit wel terecht onschuldig vast, omdat er verdenkingen zijn die wijzen in de richting van schuld.

De wet heeft strenge regels opgesteld om onschuldigen terecht van de vrijheid te beroven.
En naarmate de voorlopige hechtenis langer duurt, worden de criteria om iemand vast te kunnen houden, ook strenger.
Vincent en Bernard zijn aangehouden op basis van verklaringen van getuigen.
Dit zijn doorgaans niet de sterkste bewijzen om iemand te kunnen veroordelen.
Er moet nog wel wat bij.
En dat ‘nog wat erbij’ is er na zes maanden niet.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat naarmate de voorlopige hechtenis langer voortduurt, de belangen van verdachten – vrij zijn – zwaarder gaan wegen.
En andersom.
Naarmate iemand langer in voorarrest zit, moet het openbaar ministerie steeds overtuigender aantonen dat dat beter is voor iedereen.
En dat gebeurde hier niet.
En dus mochten de twee mannen als verdachten direct naar huis.

Ik denk dat het zo zit.
Zij het dat de rechters dan wel het openbaar ministerie dit zelf natuurlijk veel beter kunnen uitleggen.

Rob Zijlstra

voorlopige hechtenis

.

Miranda Veldwiesch

De officier van justitie zegt dat hij er zijn hoofd over heeft gebroken.
De rechters snappen er ook niets van.
Waarom zwijgt Harrie B.?
Het is een grote vraag.

De officier van justitie beweert dat Harrie B. een moordenaar is.
Dat hij op 7 december 2010 zijn ex-vriendin Miranda Veldwiesch heeft gewurgd.
Hij had haar ’s ochtends vroeg opgewacht en toen sloeg hij toe, in de kelderbox van het appartementencomplex aan het Rembrandtplein in Hoogezand.
Miranda Veldwiesch, bejaardenverzorgster, 42 jaar, woonde in dat complex.

De officier van justitie zal straks vijftien jaar gevangenisstraf eisen.
De 46-jarige schilder zal die eis onbewogen aanhoren.

De rechters vinden er nog niets van, want het strafproces is nog maar net begonnen.
In het strafdossier hebben ze wel gelezen dat Harrie B. in de negen keren dat hij door de politie is verhoord, niets heeft gezegd.

De drie rechters: ‘Wat moeten wij daar nou van vinden?
Harrie B.: ‘U vult het maar in.’

De rechters: ‘Bent u op de plaats delict geweest?’
Harrie B.: ‘Misschien.’
Rechters: ‘Dus misschien ook niet.’
Harrie B.: ‘Geen commentaar.’

De grote vraag zal niet worden beantwoord.

Op 7 december 2010 om 10.57 uur komt bij de meldkamer, via 112, het volgende bericht binnen: ‘Rembrandtplein 11d, Hoogezand, in de kelderbox is iets heel ernstigs gebeurd. Kom snel, met brandweer en ambulance.’
Zes minuten later nog een keer, dezelfde beller, opnieuw via 112: ‘In de kelderbox. Spoed. Ga maar kijken.’

Dat gaat de politie doen en aanvankelijk zien de agenten niets ernstigs.
De deur van de kelderbox 11d is afgesloten.
Besloten wordt de deur open te laten breken en dan, even na het middaguur, wordt het levenloze lichaam van Miranda Veldwiesch gevonden.
Om haar hals zit strak een sjaal geknoopt, met een schuifknoop.
In het gezicht zijn verwondingen zichtbaar.

Het telefoonnummer waarmee die ochtend naar 112 is gebeld, wordt nagetrokken.
Het blijkt het nummer te zijn dat in gebruik is bij Harrie B.

En diezelfde Harrie B. loopt om 14.10 uur het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen binnen met de mededeling dat hij de man is die die ochtend 112 heeft gebeld in verband met die zaak in Hoogezand.
De baliemedewerker weet nog niets van die zaak en zegt dat hij maar even in de hal moet gaan zitten wachten en dat er zo wel iemand bij hem komt.
Twintig minuten later wordt Harrie B. in de hal van het bureau gearresteerd.
Hij zegt dat hij zich gaat beroepen op het zwijgrecht.

Rechters: ‘U hebt twee keer gebeld met 112, daarna heeft u zichzelf bij de politie aangegeven en vanaf dat moment heeft u niets meer willen zeggen.’
Harrie B.: ‘Correct.’

Rechters: ‘Hoe kon u melden wat u hebt gemeld, hoe wist u dat in de kelderbox iets ernstigs was gebeurd?’
Met de armen over elkaar en de rug gerecht kijkt hij zwijgend naar de twee mannen en de vrouw die zijn rechters zijn.
Hij oogt zoals hij daar zo zit te zitten en te doen haast triomfantelijk.

De rechters trekken hun conclusie: ‘Wij krijgen de indruk dat er tussen u en ons geen vruchtbaar gesprek mogelijk is.’
Harrie B.: ‘Correct.’

De rechters proberen het nog wel, want dat moet van de Hoge Raad.
Ze zeggen: ‘Als je geen verklaring geeft voor iets dat om een verklaring schreeuwt, dan mag dat bijdragen aan de overtuiging van schuld. Niets zeggen is dus niet helemaal risicoloos.’
‘…’

Rechters: ‘Over u wordt gezegd dat u een geweldige vader bent. Hij doet alles voor zijn kinderen, zeggen ze over u. Maar Miranda had ook kinderen. En die willen weten wat er is gebeurd. En waarom.’
Harrie B.: ‘Ik beroep mij op het zwijgrecht.’
Rechters: ‘Dat is juridisch gezien een goed antwoord, maar menselijk gezien misschien wel niet.’
‘…’

De officier van justitie heeft een waslijst aan bewijzen en aanwijzingen die opgeteld moeten aantonen dat de zwijgende schilder een kapitaal delict heeft gepleegd.
In willekeurige volgorde:

Op 6 december zit B. tussen 06.26 en 08.15 uur achter de computer en voert hij op Google de zoektermen ‘dood’, ‘mooie dood’, ‘killer’ en ‘wurgen’ in. Ook bezoekt hij websites die aan de dood zijn gerelateerd (sterfdatum.nl, finalfantasy.nl).

Op 7 december is Harrie B. ’s ochtends rond half zes vanuit de woning van zijn nieuwe vriendin C. op de fiets vertrokken. De fiets wordt later aangetroffen bij het appartementencomplex waar Miranda Veldwiesch woonde.

Op de blauwe jas die B. die ochtend droeg, zijn vezels afkomstig van de kleding van het slachtoffer gevonden, evenals zes uitgetrokken haren.
Op de kleding van Miranda Veldwiesch zijn vezels van de blauwe jack van B. gevonden.
Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zeggen dat de vezels zijn overgebracht door direct en wederzijds contact.

Op de rechtermouw van de blauwe jack is bloed aangetroffen, bloed met het DNA van Miranda Veldwiesch. In het gezicht van de vrouw zijn wondjes zichtbaar waarvan is vastgesteld dat die zijn ontstaan kort voor haar dood.

Op de ochtend van de moord stuurt B. sms-berichten.
Om 9.00 uur ontvangt vriendin C. de tekst: ‘Wat er ook gebeurt, vergeet nooit dat ik van je hou.’
Om 09.17 uur ontvangt een van zijn zonen het bericht: ‘Jongens, nooit vergeten, papa houdt van jullie.’
De officier van justitie merkt op dat B. er kennelijk rekening mee houdt dat hij een tijdje uit de roulatie zal zijn.

De buurtagent kent het stel dat in januari 2010 uit elkaar is gegaan.
De buurtagent weet dit omdat er sprake is van stalkingachtige toestanden. De politie bemiddelt een paar keer.
En in 2004 deed B.’s toenmalige partner aangifte nadat hij haar had proberen te wurgen. Ook toen belde B. naar 112. Hij moest zich voor deze kwestie verantwoorden bij de politierechter en werd in 2005 veroordeeld tot tien dagen celstraf.

Geen geld. B. pokert veel op Pokerstars.com en verliest vooral.
Via internetbankieren maakt hij geld van Miranda Veldwiesch’ rekening over naar de zijne. Ruim 7.000 euro. Miranda had aangifte gedaan.
Op 8 december zou hij zich op het politiebureau moeten melden om over dat bankieren aan de tand te worden gevoeld.
De rechters: ‘We zeggen niet dat het zo is, want wij vinden nog van niks, maar misschien stond het water wel tot aan uw lippen. U kon geen kant meer op.’
‘…’

En dan zijn er uiteraard nog die twee telefoontjes naar 112 waarin B. blijkt geeft kennis te hebben van iets heel ergs. Kennis waarover een dader beschikt.

De officier van justitie: ‘Moord.’

Advocaat Duco Keuning zegt tegen de rechters dat Harrie B., die hardnekkige stalker, de gedoodverfde dader is.
Maar, vervolgt de advocaat, er is geen bewijs dat mijn cliënt in de kelderbox is geweest. We hebben dus een bewijsgat, een gapende lacune. Grand Canyon. Wij kunnen niet uitsluiten dat er iemand anders in het spel is.’
En, zo vraagt de advocaat, is er wel sprake van een misdrijf?

De advocaat vraagt dat niet zomaar, maar met redenen.

Miranda Veldwiesch is namelijk niet, zoals het wel leek, door verstikking om het leven gekomen.
Het letsel dat is vastgesteld, verklaart niet haar dood.
Niet uitgesloten kan worden dat de vrouw een natuurlijke dood is gestorven op het moment dat B. haar probeerde te wurgen.
De waarschijnlijke doodsoorzaak zoals die door het NFI is vastgesteld: hartfalen.
De vrouw had ontstoken hartspier.

Een moord zonder misdrijf?

De strafzaak verandert nu in een soort medisch college dat ik hier niet uitvoerig zal verslaan, om de eenvoudige reden dat dit mij boven de pet ging.
Zonder dat je het dan in de gaten hebt, staat hier onzin.

Kort gezegd is het mogelijk dat het dichtknijpen van de halsslagader (met die sjaal) heeft geleid tot hartritmestoornissen.
Een ontstoken hartspier kan in combinatie met stress leiden tot een plotselinge dood.
Een plotselinge hartstilstand kan, omdat de ontsteking en de stress elkaar (kunnen) versterken.
In het bloed van de vrouw is een extreem hoge waarde gemeten van het schildklierhormoon.
De verklaring zou kunnen zijn dat de schildklier door de verwurging als een sinaasappel is uitgeperst (de vergelijking is van de officier van justitie).

De deskundige arts zegt in de rechtszaal: ‘Medisch gezien is alles mogelijk. Waar het om gaat is wat het meest waarschijnlijke is.’

Rechters: ‘Wat is het meest waarschijnlijke?’
De deskundige: ‘Een natuurlijke dood zou wel heel toevallig zijn.’
De advocaat: ‘Wel heel toevallig, dat is geen term voor een deskundige.’
De deskundige: ‘De kans op een natuurlijke dood is zeer gering.’

De officier van justitie: ‘Er bestaat een causaal verband tussen de hartstoornis en het geweld. Miranda Veldwiesch is dus door geweld om het leven gekomen. Hij heeft haar opgewacht toen zij naar haar werk wilde gaan. Hij heeft haar vermoord en zwijgt. Een geringste blijk van medeleven kan er niet af, hij laat de nabestaanden in het ongewisse. Vijftien jaar celstraf.’

De advocaat: ‘Een spontaan overlijden is niet uit te sluiten. We weten het niet.’
Harrie B. zegt in zijn wettelijke gegunde laatste woord dat hij ‘niks te melden’ heeft.

De zitting wordt gesloten.
De rechters zeggen dat ze goed zullen nadenken en dat ze over twee weken uitspraak zullen doen.
Ze vragen aan B. of hij daarbij aanwezig wil zijn.
Dat is een standaardvraag nadat een zitting is gesloten.
Rechters: ‘Wij vragen dat omdat als u aanwezig wilt zijn, er vervoer voor u moet worden geregeld.’
Harrie B.: ‘Of ik kom? Dat is voor u een verrassing.’
Een van de rechters: ‘Die grap ontgaat mij.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 juni 2011 – uitspraak
De rechtbank heeft Harrie B. veroordeeld tot 10 jaar celstraf wegens doodslag.

Onder het kopje bewijsmotivering schrijft de rechtbank in het vonnis het volgende:

‘Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank moord niet bewezen. Het enkele feit dat verdachte voorafgaand aan zijn daad op het internet heeft gezocht op ‘dood-gerelateerde’ onderwerpen is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende. De rechtbank kan op basis van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet tot het oordeel komen dat verdachte Veldwiesch heft gedood als gevolg van een tevoren genomen besluit en dat hij na het nemen van dat besluit tijd heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen daarvan na te denken en zich daar rekenschap van te geven. Verdachte zal daarom van de ten laste gelegde voorbedachte raad worden vrijgesproken.’

De rechtbank onderkent dat hartfalen de doodsoorzaak is , maar stelt dat het intreden van de dood redelijkerwijs toe te rekenen is aan het gewelddadige optreden van verdachte.

Harrie B. was vanmiddag in de rechtszaal aanwezig om de uitspraak aan te horen.

Het openbaar ministerie beslist binnen twee weken of tegen het vonnis beroep wordt aangetekend.

HET VONNIS

 

.

UPDATE – 14 juli 2011 – geen hoger beroep
Het openbaar ministerie ziet af van hoger beroep. Anders dan de rechtbank ging het OM uit van moord. De eis luidde vijftien jaar celstraf. De rechtbank vindt dat er van voorbedachte rade (moord) geen sprake is en kwam om die reden tot een lagere straf. Het OM zegt zich nu te kunnen vinden in de motivering van de rechtbank zoals die in het vonnis is weergegeven.

Gouden tip

Paul, net een week 21 jaar, wilde bewaarder worden van gevangenen in gevangenissen.
Bij het Noorderpoortcollege volgde hij de opleiding beveiliging.
Hij realiseert zich dat een carrière met sleutelbos er niet meer inzit.
Paul heeft zijn zinnen nu gezet op administratie.
In de gevangenis volgt hij alvast een computercursus.

Als het aan de officier van justitie ligt mag hij daar alle tijd voor nemen.
Er wordt een gevangenisstraf geëist van veertig maanden waarvan tien voorwaardelijk.

Paul heeft iets stoms gedaan.

Twee uur lang zit hij met een dichtgeknoopte winterjas tegenover zijn rechters er maar het beste van te hopen.
Hoe haal je het in je hoofd willen die rechters weten.

Paul, die nog thuis bij zijn ouders woont, had een brief gekregen van de deurwaarder.
Hij moest 9.000 euro betalen.
Veel openstaande boetes.
Zou hij niet betalen, zo dreigde de brief, dan zou er beslag worden gelegd.
Dat vond hij geen prettig vooruitzicht.

Hij ging voor raad naar zijn vrienden en een van hen zei dat hij wel een oplossing wist. Hij had een gouden tip, mits hij zou delen in de opbrengst.

Paul tegen de rechters: ‘Het leek me geen goed idee.’
Rechters: ‘Maar u heeft het toch gedaan.’

Paul zegt dat hij zo bang was dat die deurwaarder ook spullen van zijn ouders zou meenemen.
Rechters: ‘Kon u er niet met uw ouders over praten.’

Paul: ‘Ik durfde niet te vertellen dat ik een schuld had van 9.000 euro.’
Rechters: ‘Dus dat vertellen aan uw ouders was in uw ogen erger dan het plegen van een overval?’
Paul: ‘Ja. Achteraf stom.’

De gouden tip luidt dat medewerkers van Scheer & Foppen aan het einde van de middag altijd een zak vol geld naar de ING-bank in Hoogezand brengen.
Met vriend Bennie erbij zou het easy zijn.
En Lee wilde wel rijden, want die had net zijn rijbewijs en is gek op rijden.
Aan zijn vader vraagt Paul of hij de auto, een vette BMW, een uurtje mag lenen.
Mag.

Bennie neemt een honkbalknuppel mee.
Paul een broodmes.
Met zijn handen geeft hij de lengte aan.
Best groot, zeggen de rechters.
Paul: ‘Ik wilde er niet mee steken. Het was om ze bang te maken.’

Als Scheer & Foppen arriveren gaan Paul en Bennie over tot actie.
Ze schreeuwen: ‘we willen geld’.
Bennie slaat met de honkbalknuppel, Paul zwaait met het mes.

Maar de medewerkers (doodeng, zullen ze later zeggen) verweren zich.
Paul, die maar klein is, krijgt een knietje in het gezicht.
Met het mes maakt hij zo’n beweging waardoor het shirt van de belaagde kapot gaat en er een kras op de buik ontstaat.

Verzet hadden ze niet ingecalculeerd.
Ze gaan er hollend vandoor.

Het tafereel wordt gadegeslagen door tal van voorbijgangers, want de dag is klaarlicht. Sommigen bellen 112.
Bennie wordt korte tijd later aangetroffen, weggedoken achter een container, met de sealbag met daarin het geld.
Paul verdwijnt spoorloos.

Rechters: ‘En toen?’
Paul vertelt dat hij niet naar huis durfde te gaan.
Hij had de auto een uurtje mogen lenen, maar nu waren er al vijf uren verstreken.
Dat hij toch moest en uiteindelijk ook ging.
Dat hij toen thuis vertelde dat hij iets had gedaan wat hij niet had moeten doen.
En dat hij bang was dat hij nu zijn opleiding niet kon afmaken.

Rechters: ‘Hoe reageerden uw ouders?
Paul: ‘Boos. En teleurgesteld.’
Rechters: ‘Heeft u iets ondernomen om uw excuses aan te bieden aan de twee medewerkers?’
Paul: ‘Was ik wel van plan.’
Rechters: ‘Maar…’
Paul: ‘Ik heb geen telefoonnummer van die mensen.’

Psychiater en psycholoog rapporteren aan de rechtbank dat Paul niet de slimste jongen van Hoogezand is.
Ze hadden testjes met hem gedaan.
Meer dan de helft deed hij fout.
Paul is ook jonger, schrijven de gedragswetenschappers, dan zijn leeftijd doet vermoeden.
Hij is nog niet uitontwikkeld.
Is zwakbegaafd, impulsief en overziet de consequenties van zijn handelen nog niet.
En hij heeft een gebrek aan oplossend vermogen.

Paul was al eens eerder, in 2007, veroordeeld voor een geweldsmisdrijf.
De proeftijd liep nog.

De officier van justitie zegt dat ze normaal gesproken voor zo iets ernstigs vier jaar cel zou eisen.
Maar omdat Paul niet helemaal normaal is, eist ze niet de volle mep, maar veertig maanden waarvan tien voorwaardelijk.

De advocaat pleit tegen beter weten in.
Misschien omdat hij ook wel weet dat aan een verdachte die toegeeft een gewapende overval met geweld te hebben gepleegd, weinig eer valt te behalen.

De advocaat had uitgerekend dat impulsieve Paul al 114 dagen in voorarrest zit, nu in de Grittenborgh in Hoogeveen.
Dat lijkt hem meer dan zat.
Zegt dat het voortduren van de detentie geen enkele zin heeft.
Dat niemand daar wat aan heeft.
En dat Paul heus wel weet dat het plegen van een overval niet goed is.
Hij was domweg niet in staat geweest een andere oplossing voor zijn probleem te bedenken.
Hebben psychiater en psycholoog zelf gezegd.
Toch?

Grote kans dat Paul de komende twee jaar moet aanzien wat hij zelf zo graag had willen doen.
Die gouden tip brengt hem wel in de bak, maar hij komt er niet aan de bak.

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 januari 2010 – uitspraak
Paul mag zich in de handen knijpen: de rechtbank heeft hem veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Daarnaast moet hij de cova-cursus volgen om cognitieve vaardigheden aan te leren. Verder kan een van de slachtoffers 500 euro verwachten.

Reinier S.

foto archief dvhn

Als Reinier S. (44) even na tien uur de altijd imposante zittingszaal van het gerechtshof in Leeuwarden betreedt, doet hij hetzelfde als vorig jaar in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Hij kijkt niet op of om of de zaal in.
Net als toen zitten daar rechercheurs, vrienden van vroeger, de verdrietige ouders van Gonda en zijn dochter, toen 4 jaar en inmiddels 17.
Als de rechters vragen of hij Reinier S. is, knikt hij kort.

Acht uur lang kijkt de zaal naar de rug van Reinier S.
En hoort hem een paar keer zeggen dat hij onschuldig is, dat niet hij, maar dat anderen het hebben gedaan.

Via een brief aan het hof – de brief wordt voorgelezen – vraagt de dochter haar vader ‘voor één keer in zijn leven de waarheid te spreken’.

Al dertien jaar op één week na sleept Reinier S. de verdenking met zich mee dat hij zijn partner Gonda op 11 december 1996 tijdens een hoogoplopende ruzie, aan het begin van de avond, heeft doodgeslagen met een broodplankje, vervolgens het huis heeft verlaten om zich een alibi te verschaffen en bij thuiskomst, rond middernacht, brand heeft gesticht om sporen te wissen.
Om te doen geloven dat Gonda het slachtoffer is geworden van roofmoord, vertelde hij dat er 360.000 guldens in de kluis lagen.
En dat die waren verdwenen.

De rechtbank veroordeelde Reinier S. vorig jaar tot 12 jaar celstraf, wegens doodslag en brandstichting.

Advocaten Winfried de Haan en Erik de Mare gebruiken ter verdediging grote woorden.
En terecht, zeggen ze.

Want politie en justitie hebben dertien jaar lang het onderzoek gemanipuleerd.
De Haan vraagt zich hardop af waar slecht onderzoek en domheid eindigt en verandert in tunnelvisie en bewuste misleiding.
Zelfs de rechtbank in Groningen, zegt De Haan, heeft meegeholpen om middels onjuistheden het bewijs rond te krijgen.

Dergelijke harde worden komen niet vaak uit de monden van Groninger advocaten.

De twee verdedigers vragen zich af hoe het toch komt, hoe het kan dat niet alleen Peter R. de Vries, maar zo’n beetje iedereen in Groningen en de rest van Nederland vindt dat Reinier S. de moordenaar van Gonda is, terwijl daarvoor geen bewijzen zijn?

De advocaten zeggen dat niets is nagelaten om Reinier S. af te schilderen als een slecht mens dat leeft van gokken en leugens.
Zelfs het Pieter Baancentrum doet dat.
Op last van het hof is Reinier S. zeven weken lang geobserveerd. Vaste prik is een milieuonderzoek. Dan worden mensen uit de omgeving van de verdachte bevraagd.

En wat blijkt?

Een oud-leraar vertelde dat Reinier op de middelbare school met twee medescholieren het schriftje waarin de cijfers werden bijgehouden, had gestolen.
Samen maakten ze van minnen plussen en van de 3 een 8.
De twee medescholieren werden van school gestuurd, Reinier, met wie je altijd kon lachen, hield vol onschuldig te zijn en kwam daar mee weg.

En wat te denken van zijn gesnoef over de vele prijzen die hij had gewonnen met surfen?
Al die bekers die hij had, waren nep, want hij had nog nooit gewonnen, vertelde een oud-medesurfer.
Als dat wordt gezegd, veert Reinier S. op en roept: ‘Ik ben kampioen surfen van Noord-Nederland geweest.’
Tegen de rechters: ‘Ik kan die bekers wel opsturen, die liggen ergens op een zolder.’

Het Pieter Baancentrum stelt vast dat Reinier vroeger al goed kon liegen en hooghartig is, iemand is die zich groter voordoet dan hij is.
Reinier S.: ‘Onvoorstelbaar. Ze vertellen dit om van mij een leugenaar te maken.’

Volgens justitie heeft Reinier nadat hij terugkwam van zijn alibi, even voor middernacht, de brand gesticht – ook op het lichaam van de dan al overleden Gonda.
Toen heeft hij een minuut of twintig gewacht, daarna alarm geslagen en vervolgens zijn twee slapende kinderen uit het brandende huis vol rook gered.
Zo moest hij de held lijken.
Een beklagenswaardige, want hij kwam te laat om zijn vrouw te redden.

Het zware geschut waarmee de advocaten op het strafdossier schieten, wordt door de advocaat-generaal (AG) gepareerd.
Hij doet het af als geklets.
Het eigen onderzoek dat de advocaten naar de toedracht hebben laten uitvoeren, noemt de AG zelfs onnozel en van een hoog losse flodder-gehalte.
De onderzoeker, een oud-politieman, is volgens de AG niet deskundig meer.
Hij zegt: ‘Ik kan net zo goed Jan Boezeroen van straat plukken en die om een mening vragen.’

Nadat de AG zijn strafeis heeft geformuleerd (15 jaar cel) en gemotiveerd (wettig en overtuigend bewijs) lijkt het een uitgemaakte zaak: Reinier S. heeft het gedaan en hij hangt.
De AG zegt er wel bij dat zijn bewijzen niet honderd procent zijn, maar dat dat ook niet hoeft. ‘Wiskundig bewijs is geen vereiste in het strafrecht.’

Maar als drie uur later de advocaten hun pleidooien hebben gehouden (vrijspraak) is er de twijfel.
Want stel nou eens dat wat bijna niemand in Groningen en rest van Nederland voor mogelijk houdt, toch waar is?
Dat Reinier S. een vreemde snuiter is, van de 3 wel een 8 maakte en rijk leefde van de goktafels en zijn leugens, maar toch niet de moordenaar van zijn vrouw is?
Er zijn in rechtszaken waar Peter R. de Vries zich mee heeft bemoeid, wel gekkere dingen gebeurd.

Even voor zes uur zegt Reinier S. dat hij erbij aanwezig wil zijn als het hof over twee weken uitspraak doet.

Rob Zijlstra

>> zie ook:
verslag eerste deel proces in hoger beroep (30 juni 2009)
verslag proces rechtbank Groningen (28 mei 2008)
vonnis rechtbank Groningen (10 juni 2008)

UPDATE – 17 december 2009 – uitspraak

Hof veroordeelt Reinier S. tot 15 jaar celstraf. Doodslag en brandstichting bewezen. >> lees meer

Reinier S. en Gonda Drent 3

Het was een verrassende wending, dinsdag aan het einde van de middag in het Paleis van Justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie in de persoon van de advocaat-generaal wilde net beginnen aan het voorlezen van het requisitoir.
Hij had nog gezegd daar ruim een uur voor nodig te hebben.
De aanklager ging al staan, toen het hof verraste.

Het hof, zegt het hof tegen Reinier S., weet weinig over u.
En omdat we wel over u moeten oordelen, willen we weten hoe het bij u tussen de oren is gesteld. Psychiaters en psychologen moeten naar u kijken.
Reinier S. voelt daar niks voor, medewerking aan dit soort gein heeft hij altijd al geweigerd. Hij zegt dat als je onschuldig bent, zoals hij is, het toch niet uitmaakt hoe het tussen de oren zit.

Hij roept dat hij naar huis wil.
Dat hij al twaalf jaar in deze ellende zit.
Hij wil naar huis, naar Curaçao, daar wil hij verder met het ontwikkelen van een programma dat is gebaseerd op Google, bestemd voor ondernemers. Daarnaast heeft hij er een vrouw met twee kinderen en nog een paar websites in de lucht.

Na ruggespraak met de advocatuur laat hij weten dat hij wel een onderzoek wil naar zijn geestesgesteldheid, maar niet in gevangenschap.
Dan wil hij op vrije voeten. Dan mag het ambulant. En als er dan weer een zitting is, dan komt hij wel.
Net als vorig jaar, toen was hij toch ook vrijwillig helemaal vanuit Curaçao naar Groningen gevlogen voor de zitting bij de rechtbank die hem twaalf jaar oplegde?
Hij bedoelt, hij had ook naar de noorderzon kunnen vliegen.

De aanklager noemt het voorstel van Reinier S. chantage en volkomen misplaatst. Aan zijn non-verbale uitingen valt op te maken dat hij sowieso niet veel op heeft met deze verdachte. Regelmatig zijn de lachjes minachtend.

Het hof zegt na beraad dat Reinier S. wel meer kan willen, niet op vrije voeten komt, maar wel naar het Pieter Baancentrum moet. Reinier S. kijkt als een kind van wie zojuist de Magnum met nootjes is afgepakt.

In de wereld der gevangenen wordt de gang naar het Pieter Baan stellig afgeraden. Als je niet oppast, is het PBC de voorbode van TBS en wie dat wil, is gek.

Het observatiebevel was de eerste verrassing.
Er kwam er nog een: er zijn plotseling nieuwe verdachten in beeld. Dat mag opmerkelijk heten, want sinds de brand in Hoogezand, op 11 december 1996, is nooit een andere verdachte in beeld geweest dan Reinier S.

Toch is het zo, zegt Reinier S.
Het gaat om mannen van de Tattoo, eens een bar op het hoekje van de rosse buurt in Groningen. Mannen die toen ook wel aan de goktafel zaten in het Holland Casino.
En daar Reinier wel eens troffen.

Reinier gokte veel want hij had ook veel. Dat laatste stak hij niet onder stoelen of banken. Dus bedachten die mannen op een kwaad moment, als die Reinier een avond niet thuis is, overvallen we zijn partner Gonda, pakken het geld uit de kluis en steken desnoods daarna de boel in de fik.

Toen Reinier S. op een avond thuiskwam, op 11 december 1996, is er brand. In paniek kan hij nog net zijn twee slapende kinderen redden, maar voor Gonda komt hij te laat. Als de brandweer de brand meester is, blijkt Gonda dood en de kluis leeg.
Weg 320.000 gulden.

Zo is het dus gegaan, zegt Reinier S.

De drie mannen kennen de politie en justitie wel. Het gaat om Freddie die zeer recent is veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens afpersing. En om Harrie die landelijk furore maakte als undercover van Peter R. de Vries. Harrie was de man die het vertrouwen van Reinier had gewonnen en achter het stuur van de geprepareerde auto hem probeerde te verleiden tot het organiseren van een huurmoord. Het was allemaal op de televisie te zien. En ook Henkie werd genoemd, de man die als eens veertien jaar cel kreeg wegens een nogal heftig zakelijk geschil in het criminele koffiecircuit.

De aanklager zegt dat het allemaal wel een beetje toevallig is.
Toevallig, want uitgerekend deze drie mannen hebben vervelende dingen over Reinier S. gezegd. En dan zouden ze nu een moord-trio vormen? De grootst mogelijke flauwekul, zegt de advocaat-generaal (officier van justitie).
Hij voelt dus ook niets voor een nader onderzoek, want daar komt toch niets uit.

Reinier beklaagt zich nu bij zijn rechters.
Als anderen zeggen dat dat flauwekul is, dan zeggen ze dat omdat ze last hebben van tunnelvisie dan wel dat ze deel uitmaken van het complot dat hoe dan ook wil dat Reinier S. als dader achter de tralies verdwijnt, schuldig of niet.

Het hof wil misschien wel geen dwaling en bepaalt dat nader onderzoek gewenst is.
Ook wil het hof meer weten over Bidja D., de overvaller die in augustus 2004 tot negen jaar celstraf werd veroordeeld (acht in hoger beroep).
Bidja D. is ook een mal verhaal.

Bidja en Reinier kennen elkaar als medegedetineerden.
Op de luchtplaats zijn ze vaak samen.
Daar ontstaat een plan.
Bidja zal vertellen dat hij met ene Bernard K. Gonda heeft vermoord bij een inbraak. Hij was er bij, maar die Bernard K. die deed het. Die sloeg, sneed met zijn mes langs haar hals (‘in een beweging’), haalde een kleine jerrycan op en sprenkelde, eerst in de linkerachterhoek, benzine… Om kwart voor twaalf ongeveer verlieten ze de woning.
De verklaring is uiterst gedetailleerd en bevat informatie die je niet zomaar kunt weten. ‘…Ik zag twee kopjes staan, die er volgens mij bij onze binnenkomst niet stonden (…).’

Bidja zal zeggen dat hij het niet kan verdragen dat iemand anders, de arme Reinier S. onschuldig vastzit voor iets waar hij, hij Bidja, bij betrokken is.

De politie neemt de verklaring op op video, krabt zich even achter de oren en stelt dan vast dat die Bernard K. al was overleden toen Gonda nog leefde.
Dus het kan nooit.
Bidja beaamt dat ras. Als hij dit verhaal zou vertelen, zou hij geld krijgen van Reinier, heel veel geld.
Bij wijze van voorschot zou hij 3000 euro krijgen, geld dat hij ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De oplichter opgelicht.
De bedoeling was dat Bidja nog meer geld zou krijgen, naar eigen zeggen 800.000 euro. Hij zou dat krijgen zodra Reinier als onschuldig veroordeelde zou worden vrijgelaten en de royale schadevergoeding zou incasseren.’

De aanklager in hoger beroep: ‘Reinier S. is vastgelopen in zijn eigen modderpoel.’
Maar opnieuw tot zijn zichtbare ergernis bepaalt het hof dat ook dit verhaal nader moet worden uitgezocht.

Het proces loopt nu maanden vertraging op, misschien dat eind dit jaar wordt gehaald.
De analyse in de wandelgangen direct na afloop van het onverwacht gestaakte proces luidde als volgt:

Het hof wil liever niet veroordelen als er geen inzicht bestaat in de gemoedtoestand van een verdachte. Dat willen rechters sowieso liever nooit.
Door nader onderzoek te laten instellen naar dat malle moord-trio en naar het nog mallere Bidja D.-verhaal, ontstaat tijd.
Tijd die ook mooi gebruikt kan worden om Reinier S. te laten observeren in het Pieter Baan. Met de toezegging tot nader onderzoek hebben zij, zij de rechters, Reinier S. eventjes blij gemaakt. Met een dooie mus.

Bij dit alles past één kanttekening met vraagteken: dat Reinier S. onschuldig is?

Rob Zijlstra

Reinier S. en Gonda Drent

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich vandaag (dinsdag) over een trieste geschiedenis: de moord op Gonda Drent.

Gonda werd op 11 december 1996 vermoord.
Haar partner Reinier S. is bijna twaalf jaar lang als verdachte in beeld geweest.
Vorig jaar juni werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
Er was 15 jaar geëist.

Er is al heel veel over deze zaak geschreven.
Ik ga dat hier niet opnieuw doen.

Gonda kwam om bij een brand in hun woning in Hoogezand. Volgens de rechtbank in Groningen staat vast dat Reinier de brand heeft gesticht met als doel zijn vrouw te vermoorden. Naar motieven kan alleen maar worden gegist (geld), want Reinier S. heeft altijd stellig ontkend.

Het zou wel heel erg verrassend zijn als hij vandaag in Leeuwarden met een bekentenis komt.

De veroordeling vorig jaar was geen uitgemaakte zaak. Het openbaar ministerie in Groningen had serieus rekening gehouden met een vrijspraak.
De strafzaak van toen, wordt dinsdag opnieuw gedaan.

Er zijn tenminste twee nieuwe elementen.

De advocaten van Reinier S. – Erik de Mare en Winfried de Haan – hebben een nieuw dossieronderzoek laten uitvoeren door twee oud-politiemensen, experts op het gebied van brand. Hun bevindingen zijn aan het hof overgelegd.
Hun conclusie: Reinier kan Gonda niet hebben vermoord. De politie heeft zitten rommelen met de tijdlijn. Deze tijdlijn speelt een belangrijke rol in de bewijsvoering.

Volgens de oud-politiemensen is de brand ontstaan op een moment dat Reinier nog niet bij de woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand aanwezig was. Dan kan het de brand niet hebben gesticht.
Het openbaar ministerie heeft het ‘De Haan-onderzoek’ betiteld als waardeloos.

Een tweede element is een rare, maar past wel binnen de capriolen die Reinier de afgelopen jaren heeft uitgehaald, onder meer onder regie Peter R. de Vries.

Een gedetineerde heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met een ander Gonda Drent tijdens een inbraak heeft vermoord. De ander zou Bernard K. zijn, een man die later bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen.
Oftewel, de moordenaar van Gonda is dood.
De politie heeft de bekentenis opgenomen op video.
De gedetineerde, de 34-jarige B.D. uit Groningen, heeft zijn bekennende verklaring ook ondertekend.

B. D. was een medegedetineerde van Reinier S. De man zou 3500 euro in het vooruitzicht zijn gesteld als hij zou bekennen dat Gonda in zijn bijzijn is vermoord. Een dergelijke bekentenis zou Reinier vrijpleiten. De medegedetineerde werd in 2004 veroordeeld tot 9 jaar cel wegens een serie gewapende overvallen op winkels in Groningen-zuid.

Tijdens een regiezitting, op 20 november vorig jaar, kwam deze rare kwestie aan de orde. Justitie ziet de bekentenis als een poging van Reinier S. om het gerechtshof te misleiden om zo zijn vrijheid terug te krijgen.
Aan de bekentenis van D. wordt geen waarde gehecht. De opgevoerde moordenaar Bernard K. is wel verongelukt, maar tien maanden voordat Gonda om het leven kwam. ‘Reinier is vastgelopen in zijn eigen modderpoel’, zo sprak de advocaat-generaal J. Simmelink toen.

De advocaten noemen het een merkwaardig verhaal. Het is opmerkelijk dat D. wel heel veel details over de zaak wist te vertellen, zeggen de advocaten. Zij verwachten dat deze kwestie door justitie zal worden gebruikt om aan te tonen dat Reinier S. een leugenachtige persoon is.
En dus schuldig aan de dood van Gonda.

De strafzaak zal naar verwachting de hele dag duren.

Rob Zijlstra

het proces is dinsdag te volgen via twitter

het rechtbankverslag

Chocolademelk

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt.

De zaak Reinier S.
Dan wel de moordzaak Gonda Drent.
Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.
Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.
Werd niet gehonoreerd.
Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.
’s Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.
Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.
Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

‘Ik heb Gonda niet vermoord’, zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.
En daar ging het nou juist wel om.

Heel lang verhaal.

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.
Ze begonnen alvast wat op te ruimen.
Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.
Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

Geen verdachte meer, einde verhaal.

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.
Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

Reinier wordt opnieuw aangehouden.
De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.
Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.
Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.
Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.
Er is nogal wat overspel over en weer.
Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.
Met een ander.

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.
Dikke bonje bij thuiskomst.
Loopt uit de hand.
Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje, op het achterhoofd.
Dood.

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.
Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.
Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.
Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.
Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.
En steekt de boel in de brand.

Zo ongeveer zien politie en justitie het.
Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.
Maar de voordeur stond niet in brand.
Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.
De kinderen roken ook niet naar rook.
Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.
Niks onderweg naar huis.

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.
Alleen indirect.
En: er zijn andere scenario’s mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.
Tunnelvisie.
Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.
Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.
En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.
Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.
Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.
Blikken kunnen niet doden.

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.
‘Pfff, ik weet het niet.’
Hij knikt: ‘Het OM speelt hoog spel.’
Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.
Hij zegt: ‘Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?”
Ik weet het niet.

Hij: ‘Het is onwerkelijk.’
Ik zeg: ‘Alleen jij weet het.’
Hij: ‘Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.’

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.
‘Doe maar chocolademelk’, zegt hij.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – uitspraak – 10 juni 2008
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.
Er was vijftien jaar geeist.
In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, ‘hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (…)’