Veel getuigen

 

tekst

Een van de rechters zei het halverwege de zitting een beetje tussen neus en lippen door.
De rechter zei: ‘Er waren heel veel mensen, maar zoals wel vaker heeft iedereen iets anders gezien.’
Eigenlijk zou dit helemaal geen losse opmerking moeten zijn.
Zo’n opmerking zou in grote letters op muren van rechtszalen moeten worden geschreven.

Getuigen spelen in strafzaken een grote en niet zelden een doorslaggevende rol.
In Groningen is eens iemand tot levenslang veroordeeld op basis van een verklaring van een (1) getuige.
Beetje gek is wel dat getuigen – hoe belangrijk ook – in de rechtszaal zelden lijfelijk aanwezig zijn.
Op uw televisie worden getuigen in de rechtszaal slim en stevig ondervraagd, in het echt getuigen ze achter gesloten deuren.
Wat zij verklaren wordt op papier gezet en dat moeten de rechters dan weer lezen opdat ze weten wat een getuige als dan niet heeft gezien of gehoord.

Deze werkwijze is vooral niet beter, maar wel heel erg praktisch en efficiënt.
Dit laatste is een kenmerk van het Nederlandse strafrechtsysteem.
Het moet zorgvuldig, maar het moet ook niet te lang duren.
In Duitsland duurt de behandeling van een moordzaak weken, in zittingszaal 14 kan een moord in een paar uurtjes zijn gepiept.

Verklaringen van getuigen zijn, eenmaal afgelegd en op papier gezet, vogelvrij.
Past een verklaring in het straatje van het Openbaar Ministerie, dan is de getuige in de ogen van de officier van justitie al snel betrouwbaar.
Zo niet, dan niet.
Advocaten redeneren op dezelfde manier.

Aldrik (23) is met vrienden op stap in de drukke disco van Stadskanaal.
Hij staat op de hoek van de dansvloer in ’t Vossehol, met in zijn hand een glas met daarin bier.
Plots wordt hij op de dansvloer geduwd en krijgt hij een klap op de neus.
Bloedneus.
Hij wil weglopen, maar er komen jongens hem achterna.
Aldrik zegt: ‘Ze moesten me hebben, ik raakte in paniek.’
Hij zwaait met zijn armen, vergeet het bierglas in de hand.
Hij zwaait nog eens en het glas spat in het gezicht van Piet uiteen.
Hij de hand kapot, Piet het gelaat, met veel oppervlakkige wonden, maar ook met drie diepe snijwonden door neus, wang en lip.
De snijwonden zijn nu levenslange littekens.
Aldrik: ‘Ik sloeg, maar ik deed het niet expres.’
Ze worden samen in een (1) ambulance – ook zo praktisch – naar het ziekenhuis gebracht.

Slachtoffer Piet heeft een andere lezing.
Piet zegt dat hij zomaar vanuit het niets een duw kreeg, een duw met glas in zijn gezicht.
Er zijn veel ooggetuigen.
De bakker zegt gezien te hebben dat de man met het bierglas zich plots omdraaide en toen vol uithaalde.
De slager zegt dat niet te hebben gezien, anderen half om half.
Toen zei de rechter dus: ‘Er waren heel veel mensen, maar zoals wel vaker heeft iedereen iets anders gezien.’

De officier van justitie gelooft de getuigen die het verhaal van het slachtoffer onderbouwen.
En hoewel er verklaringen zijn die gunstig(er) voor Aldrik zijn, zegt de officier van justitie doodleuk dat uit niets blijkt dat het anders is gegaan.

Wilko (24) is ook op stap, maar dan in de binnenstad van Groningen waar camera’s als stille getuigen zo’n beetje alles proberen vast te leggen.
De camera’s zien bijvoorbeeld twee mannen dor de Gelkingestraat lopen.
Een van hen draagt een grijs vest draagt – het is Wilko.

Rechters: ‘U loopt rustig het beeld binnen.’
Wilko knikt. Zo is hij.

Maar er is een andere camera die even later op de Grote Markt een groepje jongeren in beeld brengt.
Te zien is hoe twee personen het groepje naderen.
Een van die twee draagt een grijs vest – het is weer Wilko.
De beelden suggereren – er is geen geluid – dat er een woordenwisseling ontstaat.
Er wordt opgefokt met armen gezwaaid, ook geduwd en aan elkaar getrokken.

Camera drie komt in beeld.
Die toont een man die roerloos op de grond ligt, midden op straat waar de bussen en taxi’s mogen rijden.
Te zien is ook hoe twee jongens bij de liggende man weglopen.
Een van hen draagt een grijs vest.

Wilko zegt dat hij niets heeft gedaan, want zo is hij.
Hij zegt wel dat er een meisje was met lang blond haar dat hem in het gezicht sloeg.
Wilko: ‘Toen ben ik weggelopen, ik heb mij afzijdig gehouden.’
Rechter: ‘Maar op de beelden is dat niet zo. Op de beelden, mijn interpretatie, bent u agressief. De beelden geven de indruk dat u slaat. En dat blonde meisje komt pas veel later in beeld.’

Er zijn ook levende getuigen die net als de camera’s van alles hebben geregistreerd.
Van stromend bloed tot door de lucht vliegende geschoeide voeten.
De metgezel van Wilko wordt ook geslagen.
Hij verklaart: ‘Die jongen die mij heeft geslagen, lag later knock out op de busbaan. Hoe dat kan, weet ik ook niet.’
Een getuige zegt: ‘De man met het grijze vest, die door de politie is meegenomen, die gaf iemand op de busbaan twee schoppen tegen het hoofd.’
Rechter tegen Wilko: ‘Er is een andere getuige die zegt dat u tegen het hoofd trapte zoals een keeper de bal uittrapt.’
De camera’s hebben dit niet vastgelegd.

Soms is het zo dat wie het eerst bij de politie is om aangifte te doen, wordt gezien als het slachtoffer.
Wie zich daarna meldt, ook om aangifte te doen, moet dan wel de dader wezen.
Wat Wilko tegen heeft is dat hij al twee jaar van zijn nog jonge leven in de gevangenis heeft doorgebracht.
Zijn laatste veroordeling is van 29 december 2011: toen kreeg hij negen maanden celstraf.
Hij had op de Grote Markt een man die op de grond lag, meerdere keren tegen het hoofd geschopt.
Tegen de rechters zegt hij dat hij geen agressieprobleem heeft.

De officier van justitie zegt dat er ook onafhankelijke getuigen zijn, toevallige passanten die geen belang hebben bij een gekleurde verklaring.
Of die daarom ook beter waarnemen, is maar de vraag, maar voor de officier van justitie is het duidelijk: Wilko met zijn gebrek aan eerbied voor de lichamelijke integriteit is zonder twijfel de agressor.
De strafeis komt erop neer dat Wilko zestien maanden naar de gevangenis moet en dat er daarna nog eens acht maanden celstraf boven zijn hoofd hangen als hij het nog eens flikt.

De advocaat probeert wat. Hij komt met een variatie op de opmerking die de rechter tussen neus en lippen maakte.
Hij zegt: ‘Als getuigen iets hebben gezien, wil dat nog niet zeggen dat het is gegaan zoals ze hebben verklaard.’

Die mag ook op de muur.

Rob Zijlstra

waarnemen (perceptie)

 

UPDATE – 22 mei 2014 – uitspraken
Wilko moet een jaar zitten voor zinloos. De rechters hadden er geen goed woord voor over. Alleen al om de norm te handhaven is hier een forse gevangenisstraf op z’n plaats, vinden de rechters. Naast de celstraf moet hij verplicht meewerken aan een onderzoek. Doet hij dat niet, dan wachten hem nog een acht maanden celstraf die hem nu voorwaardelijk zijn opgelegd. Het onderzoek moet uitwijzen waaraan Wilko geholpen moeten worden: aan zijn drankprobleem, zijn agressieprobleem of aan beide.

Ook Aldrik is veroordeeld. Het kan best dat hij is aangevallen, maar dat rechtvaardigt niet datgene hij heeft gedaan. Zijn straf: 91 dagen celstraf waarvan 90 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur.

 

Bloedeloos

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw staat van het Openbaar Ministerie in Groningen

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw van het Openbaar Ministerie in Groningen mag staan

Ik heb het voor de zekerheid even nagekeken. Op de website van het Openbaar Ministerie staat het:

‘Mensen die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgen met het Openbaar Ministerie (OM) te maken. Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie (…).’

In de navolgende strafzaak heeft het OM gedaan wat ze op hun website zeggen te doen.
Maar vraag niet hoe.
De rechters vroegen zich dat deze week wel af middels een paar fronsende wenkbrauwen in de richting van de officier van justitie.
Die is van het OM.
En hoewel rechters kritisch horen te zijn, fronsen ze zelden de wenkbrauwen richting het OM. Verdachten laten ze wel eens alle hoeken van de rechtszaal zien, maar als de enige instantie in Nederland die verdachten kan aanleveren er een potje van maakt, vloeit er geen bloed.
En het OM maakte er deze week een potje van terwijl strafvervolging juist een uiterst serieuze aangelegenheid betreft.

Op 29 september vorig jaar, half drie in de nacht, komt via de horecatelefoon een melding bij de politie binnen: steekpartij in discotheek Fox in Stadskanaal.
Het slachtoffer is een man, dat wil zeggen, dat wordt gezegd.
Na de melding begeeft de politie zich rap naar de plek des onheils.
Het slachtoffer is, zo wordt ter plaatse gezegd, met glas gestoken in zijn wang en in de halsstreek.
Getuigen zeggen dat er twee mannen waren die dat hebben gedaan: een man droeg een grijze trui, de ander een donkerblauwe.
De twee verdachten zijn snel opgespoord.
Edwin (29) met een blauwe trui aan, Ronnie (28) de grijze.
Op de parkeerplaats worden ze ingerekend en afgevoerd.
Edwin zit elf dagen vast, Ronnie drie.
Daarna mogen ze naar huis.
Met de groeten aan hun zwangere vrouwen en de belofte dat ze als verdachten voor de rechter worden gebracht wegens een poging tot doodslag.
Daar kun je tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.

Wat is er gebeurd?

Ronnie vertelt dat hij in Fox met een paar man gezellig aan het drinken was.
Hij vertelt: ‘Ineens geduw, ineens was er van alles aan de hand. Er kwam een jongen op mij af. Die wilde mij bijten. Ik zag dat hij bloed had op zijn wang. Ik reageerde en duwde hem van mij af. Het ging allemaal heel snel.’

Edwin vertelt ook.
Hij vertelt dat hij een leuke avond had met vrienden.
‘Ineens was er ruzie. Onduidelijk waarom. Er stonden meerdere mensen in een kringetje. Plotseling zat ik er midden in. Ik belandde op de grond, samen met die jongen. Die heb ik van mij afgeduwd. En ik heb nog een trap gegeven. Of ik een glas in mijn handen had? Nee. Op de grond lag wel veel glas.’

De rechters zeggen dat getuigen anders verklaren.
Een getuige zegt te hebben gezien dat een jongen in een blauw shirt het hoofd van het slachtoffer naar beneden duwde en dat een grijze trui stekende bewegingen maakte.
Er is een getuige die zegt dat twee anderen stekende bewegingen maakten.
Iemand heeft gezien dat de jongen die het slachtoffer moet wezen op de grond lag en dat anderen maar bleven schoppen.
Een vierde getuige heeft gezien dat iedereen stond en dat er werd geslagen met glas.
Edwin en Ronnie zeggen dat ze niet herkennen wat de getuigen beweren.
Ja, ze hadden wel gedronken, maar lam waren ze niet.

En het slachtoffer dan?

Dat willen de rechters ook wel eens weten want ze hadden er niets over kunnen vinden in het strafdossier.
De officier van justitie moet de schouders ophalen: geen idee.
De rechters: ‘Huh?’
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer geen aangifte heeft gedaan en ook geen verklaring heeft afgelegd, dat niets over hem bekend is, ook niet over beweerde verwondingen.
Hoe het met hem is afgelopen?
Ook dat weet de instantie die samenwerkt met de politie niet.
De politie heeft het niet uitgezocht, evenmin heeft de politie anderszins onderzoek gedaan.

Rechters, fronsende wenkbrauwen: ‘Waarom niet?’
De officier van justitie zegt dat ze dat ook niet weet, maar ze weet het wel goedgemaakt: ‘Ik laat het glas en het bloed buiten beschouwing. Dat strepen we weg en dan vraag ik vrijspraak voor de poging tot doodslag. Maar dan wil ik wel bewezen hebben dat er is geslagen en geschopt. Want dat zeggen de getuigen. Dan maken we er een mishandeling van.’

Niemand in de rechtszaal valt van zijn en haar stoel.
De advocaten blijven gezien de omstandigheden zelfs heel rustig.
En ook de rechters – zittende magistratuur als ze zijn – komen niet in opstand.
De officier van justitie mag gewoon verder gaan met vervolgen.
Ze eist een werkstraf van 40 uur waarvan de helft voorwaardelijk tegen Edwin omdat die heeft geschopt en geslagen.
En Ronnie die nu zomaar ineens slechts heeft geslagen hoort een werkstraf eisen van twintig uur.
Het zijn zo’n beetje de laagste strafeisen die ooit in zittingszaal 14 op tafel zijn gelegd.

De rechters: ‘Wij zullen er over nadenken en doen over twee weken uitspraak.’
Tegen beide verdachten: ‘Dank voor jullie komst.’

Rob Zijlstra

uitspraken op 27 maart

• openbaar ministerie

.
UPDATE – 17 maart  2014 – vervroegde uitspraak
Kijk aan, de rechtbank hoeft er geen twee weken over na te denken. Aanstaande donderdag wordt vervroegd uitspraak gedaan. Dat is (bijna) altijd in het voordeel van de verdachte.

UPDATE – 20 maart  2014 – uitspraken
Ronnie is vrijgesproken. Uit niets blijkt dat hij wat heeft gedaan, vinden de rechters. Het dossier is onvolledig.
Dat geldt niet voor Edwin. Uit het dossier blijkt wel dat er een handgemeen is geweest en dat het vermeende slachtoffer pijn heeft ondervonden. Dat laatste is een voorwaarde om van mishandeling te kunnen spreken zoals de rechtbank doet. Slaan en schoppen doet, ook als er geen letsel is, toch zeer.  De straf: een voorwaardelijke boete van 500 euro.  Omdat Edwin 11 dagen heeft vastgezeten mag hij 50 euro per dag van die voorwaardelijke boete aftrekken.  Dan blijft er niets over, sterker nog: dan staat Edwin 50 euro in de plus. Nee, die kan hij niet claimen als hij binnen de proeftijd van 2 jaar opnieuw de fout ingaat, zeiden de rechters desgevraagd.

 

Wokken

De een wil accountant worden, de ander officier op de koopvaardij, hij is nu tweedejaars.
Nummer drie deed de opleiding reizen en toerisme, maar droomt van een opleiding vrede en veiligheid bij defensie.
Hij werkt nu in de fastfood, omdat hij de verklaring van goed gedrag die defensie vereist, door dit niet meer krijgt.
De vierde verdachte is vanwege alles gestopt met zijn studie technische natuurkunde en probeert nu iets anders via de HBO, wat misschien net wel of net niet gaat lukken.
Vandaag had hij bijvoorbeeld een tentamen, maar ja, hij zit hier.
Alleen de vijfde verdachte, die moeite heeft met vroeg opstaan, ziet zijn toekomst somber in.  Drie, vier dagen houdt hij het bij een werkgever uit, langer lukt het gewoon niet.

Ze zijn 19 en 20 jaar.
Nooit eerder kwamen ze met politie en justitie in aanraking.
Ze zijn niet aan de drugs en ook niet ieder weekeinde als torren zo dronken.
Thuis was het altijd gewoon best okay.
Ze wonen ook nog thuis, op de vijfde na.
Ook geld was niet het probleem op de vijfde na.
Vier hadden bijbaantjes, bij de horecagroothandel.
Daar kenden ze elkaar ook van.

Kortom, geen jongemannen met een uitzondering die je in zittingszaal 14 zou verwachten.
Maar ze zaten er met z’n vijven, zes uren achtereen, wel.

Dat kwam omdat ze een geweldige methode hadden bedacht, zo geweldig dat ze dachten nooit gepakt te zullen worden.
Ja, best wel naïef ja.

De methode zat als volgt in elkaar.
De tweedejaars koopvaardijman werkte als die aardige jongen bij een wokrestaurant in Groningen.
Hij deed ook de reserveringen.
Dan noteerde hij de naam en het telefoonnummer en ook hoe laat de gasten wilden komen.
Naam en telefoonnummer gaf hij vervolgens door aan zijn vriend die nu in de fastfood zit.
Die ging op het internet aan de slag: hij zocht op naam en telefoonnummer naar het bijbehorende adres.
Zo gevonden, waarna de woning werd bekeken op Google Streetview.
Was ’t wat, bij voorkeur vrijstaand, dan gingen ze er heen, op de avond dat de bewoners zaten te wokken en zich lieten bedienen door die aardige jongen.
Tegen de tijd dat de toetjes op tafel kwamen, belde de zeeman in wording naar zijn inbrekersvriendjes met de mededeling dat ze moesten afronden, dat de toetjes al op tafel stonden.

Op deze wijze haalden ze woningen leeg.
Opgetelde schade: tienduizenden euro’s waarvan – ook opgeteld – zo’n 35.000 euro niet door verzekeraars is vergoed.
Denkt u uw inboedel goed te hebben verzekerd?
Inboedel-plus, Triple-superplus?
Ga eens praten met iemand die dat ook dacht tot er werd ingebroken.
Maar dit terzijde.

De vijf braken ook twee keer in bij het wokrestaurant zelf.
Best wel lullig, zei de aardige jongen, inbreken bij je eigen baas.

Eenmaal was de buit een kluis vol geld.
De kluis die op een plek stond die alleen medewerkers kenden.
Een tweede maal namen ze – op de fiets – zestig flessen sterke drank mee.

Er was een rolverdeling.
De man die accountant wil worden, was bijvoorbeeld de chauffeur.
Dan reed hij in de eerste versnelling met veel lawaai langs een woning, zodat niet te horen was dat anderen op dat moment een raam kapotsloegen met een steen.
Hij van de technische natuurkunde deed de uitkijk.
Voor de communicatie hadden ze portofoons aangeschaft.
We waren best goed georganiseerd, zegt de sombere toekomstman.

Een deel van de buit werd verkocht.
Met het geld gingen ze gokken, pokeren op het internet bijvoorbeeld.
De somberman had, zei hij, een manier bedacht, dat je wel kon winnen, maar nooit verliezen.
Het andere deel van de buit gooiden ze, in zakken met stenen verzwaard, in het water van het kanaal.

Waarom?
Omdat ze er bij wilden horen, daarom.
Groepsdruk, zeiden ze.
Ook wel voor de spanning, zegt de man die droomt van veiligheid en vrede, omdat het best wel spannend is iets te doen wat niet mag.
En ‘t geld natuurlijk, zo gemakkelijk veel geld.
In een woning vonden ze bijvoorbeeld zomaar duizenden euro’s aan contanten.

Bij de politie had de man die moeite heeft met vroeg opstaan gezegd dat hij spijt heeft omdat hij de slachtoffers veel leed heeft bezorgd.
Aan de andere kant, had hij gezegd, hebben we die slachtoffers ook een lesje geleerd.
In de rechtszaal: ‘Dat was een hele domme opmerking van mij. Ik bedoelde eigenlijk te zeggen, duidelijk te maken, hoe gemakkelijk het is om in te breken.’

De officier van justitie praat boos.
Zegt dat wat ze hebben gedaan misselijkmakend is.
Je zult maar lekker zitten te eten en dan thuiskomen met je woning overhoop.
Dat je zo niet met spullen van anderen omgaat.
De officier van justitie praat alsof ze stoute, kleine kinderen toespreekt.
Ze dreigt dat ze wel drie maanden gevangenisstraf per woninginbraak mag eisen.

Maar aan het einde van het requisitoir komt ze met een verrassing.
Ze zegt dat wanneer deze verdachten achter de tralies zitten, de slachtoffers hun geld niet krijgen.
Dat ze daarom en alleen daarom geen gevangenisstraffen zal eisen.
Ze krijgen, als het aan haar ligt, de maximale taakstraf van 240 uur.
De accountant de helft daarvan omdat hij bij minder zaken betrokken was dan de anderen.
Wel nog voorwaardelijke celstraffen van twee tot acht maanden als de stok achter de deur.

De officier van justitie zegt: ‘En dan komen jullie er wat mijn betreft goed van af. Maar zoek – naast de werkstraf – als de bliksem werk.’
De officier van justitie vertelde overigens niet waarom de verdachten, die in mei vorig jaar al werden aangehouden, nu pas voor de rechters moesten verschijnen.

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 juni 2012 – uitspraken
Gedupeerden van de ‘wokbende’ verlieten vanmiddag na het aanhoren van de uitspraken zeer teleurgesteld het gerechtsgebouw. Hun vorderingen – opgeteld zo’n 35.000 euro – werden afgewezen omdat de beoordeling te ingewikkeld is en daarmee een onevenredige zware belasting is voor het strafproces. De slachtoffers kunnen, willen ze hun schade beperken, procedures beginnen bij de civiele rechter. Een slachtoffer zei: ‘Zo worden we dubbel gepakt. En door de daders en door het rechtssysteem.’

De vijf verdachten hebben minder reden tot klagen: zij werden conform de eisen veroordeeld tot werkstraffen tot 240 uur en voorwaardelijke celstraffen. Volgens de rechtbank zouden lange gevangenisstraffen ‘in beginsel’ passend zijn, maar moet ook rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachten (inmiddels daders) en met het feit dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking zijn gekomen.

DE VONNISSEN – zodra beschikbaar

We Work

Als op maandagochtend de tweede strafzaak aanvangt, vult zittingszaal 14 zich met mist.
De rechters hebben er last van.
Ze zeggen: we moeten de feiten in het dossier met een zaklampje zoeken.
De advocaat herhaalt dat graag, logisch natuurlijk.
Maar ook de officier van justitie zegt het en dat ligt minder voor de hand.
Het is immers haar dossier.

Als de zitting na twee uur is afgelopen, kan ik mij niet voorstellen dat de rechters van de hoed en de rand weten.
Of misschien is het zo dat ze niet alles willen weten.
Alleen het hoognodige.

Want wat een gekke zaak.

Suzanne is een goed opgeleide vrouw van 33 jaar.
Ze studeerde Engels aan de universiteit en werkte zoals zo velen in Groningen in de horeca.
Op de een of de andere manier leert ze Gerben kennen.
Hartstikke leuk en dus trouwen ze.

Gerben werkt ook in de horeca.
Eerst als zus en dan als zo.
Uiteindelijk bestiert hij samen met een compagnon een uitzendbureau: We Work.
Het is een horeca-uitzendbureau dat vooral werkt voor de zaken die worden verpacht door horecaondernemer Sjoerd Kooistra.

De helft van We Work is van de compagnon.
Vanwege zakelijke perikelen uit het verleden vindt Gerben het verstandiger dat de andere helft op naam komt te staan van zijn Suzanne.
Suzanne vindt dat best wel goed.

Het is me overkomen, zegt ze maandagochtend vanuit het verdachtenbankje tegen de rechters.
En ook: ‘Ik heb het nooit in de gaten gehad. Maar als het fout is, dan ben ik schuldig.’

Rechters: ‘Nooit ging bij u een belletje rinkelen?’
Suzanne: ‘Gerben had altijd wel een mooi verhaal, een goede babbel.’
Rechters: ‘En daar nam u genoegen mee?
Suzanne: ‘Ja.’
Rechters: ‘Las u de jaarstukken, de kwartaalverslagen?
Suzanne: ‘Nee.’
Een van de rechters: ‘Pff. En dat noemt zich intelligent.’

Het enige dat Suzanne – directeur van papier, maar wel volledig aansprakelijk – wist was dat de zaken best wel goed liepen.
En niet zo’n beetje best wel goed ook.

Ineens hadden ze een zwembad met superbubbels in de niet eens zo grote achtertuin.
Bij Boutique Cartier kochten ze een ring ter waarde van 20.900 euro.
Hij kocht een Porsche, een Jaguar en reed in een Range Rover in afwachting van de komst van een Aston Martin.
Gerben had zich voor dat ding ingekocht op de wachtlijst.
Ze verbleven in Hotel Ritz als ze in Parijs waren en als ze geen tijd hadden om te koken aten ze in restaurant De Pauw.
Dat is geen eetcafé in Groningen.

Suzanne knikt als de weelde wordt opgesomd.
Voegt nog wel toe dat ze die ring nooit heeft gezien, wel haar trouwring, maar die had vijfduizend gekost. En wat dat zwembad betreft, Gerben had haar nooit verteld dat dat 25.000 euro had moeten kosten. Ze dacht ook vijfduizend. Want dat zei hij met zijn babbels.

Rechters: ‘En u keek niet verder dan de neus lang is.’
Suzanne: ‘Ik ben wel erg geschrokken van al die geldbedragen.’
Rechters: ‘En bent u ook geschrokken van uw eigen naïviteit?’
Suzanne: ‘Ja, klopt.’

De officier van justitie ziet in Suzanne niet de grote boef.
De grote boef is Gerben, zegt de officier.
Suzanne is wel medeplichtig aan verduistering.
Zij maakte het mogelijk dat Gerben geld van de rekeningen van We Work kon doorsluizen naar de rekeningen van hem en Suzanne.

In totaal zou er 843.065 euro zijn overgeboekt.
Dat is inclusief 209.426 het salaris waar ze samen wel recht op hadden.
Het verduisterde bedrag: 633.639 euro.

De officier van justitie: ‘U tekende als directeur stukken zonder de inhoud te kennen. Daarmee bent u opzettelijk behulpzaam geweest. En uit niets blijkt dat u dit bedrag mocht lenen. Uw naïviteit is niet straffeloos.’
Suzanne knikt, dat snapt ze natuurlijk ook wel.

De advocaat van de tweede eigenaar van We Work deed aangifte waar aanvankelijk weinig mee werd gedaan. Na een procedure bij het hof moest de officier van justitie uitleggen waarom het zo lang duurde en toen werd ineens wel vervolging ingesteld.

Maar volgens de advocaat is Suzanne meer slachtoffer dan medeplichtig dader.
Eigenlijk, zegt de advocaat, is Suzanne het slachtoffer van een loverboy.
Gerben overlaadde haar met luxe en zorgde er ondertussen voor dat zij civiel aansprakelijk was.
Suzanne was ook op geen enkele manier betrokken bij financiële zaken van het uitzendbureau.
In feite was ze als directeur slechts administratief medewerkster.
En dat ze Gerben blind vertrouwde, is logisch.
Ze waren immers getrouwd.

Er doen ook andere lelijke verhalen de ronde.
Dat de mannen achter We Work de boel samen hebben leeggetrokken.
En dat de directrice is geofferd.
Maar deze verhalen kwamen tijdens de zitting, misschien vanwege de mist, niet aan de orde.
En dan is het strafrechtelijk gezien ook niet zo.

Om te voorkomen dat justitie Suzanne naar de gevangenis zou sturen, had de advocaat verzocht de mogelijkheden van elektronisch toezicht (enkelbandje) te onderzoeken.
En die mogelijkheid is er.
Suzanne heeft de weelde achter zich moeten laten en woont nu op een piepklein kamertje. Daar kan ze best vier maanden elektronisch opgesloten zitten, vindt de officier van justitie.
Daarnaast, zo luidt de eis, een taakstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Suzanne snapt ook dit.
Ze probeert nu haar leven weer op de rails te krijgen.
Ze heeft een baan als secretaresse en een werkgever die het weet.
Door flink te werken hoopt ze haar schulden te kunnen betalen, al met al meer dan een miljoen euro want de belastingdienst was ook nog geweest.

En Gerben?
Gerben moet later terechtstaan.
Gerben zit nog even in Duitsland.
Vast.
Drugs.

Rob Zijlstra

UPDATE – 30 november 2009 – uitspraak
De rechtbank: Suzanne is medeplichtig aan verduistering. Het vonnis is conform de eis: 240 uur werken, 6 maand voorwaardelijke celstraf en 4 maand elektronisch toezicht.

>> het vonnis (rechtspraak.nl)

.

UPDATE – 27 januari 2012 – hoger beroep
Het gerechtshof in Leeuwarden heeft Suzanne in hoger beroep van al hetgeen haar ten laste is gelegd, vrijgesproken.

.