Daniella – uitspraken

update – uitspraken

Geert W. is veroordeeld tot 18 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord en pogingen tot moord. De straf valt 4 jaar hoger uit dan de eis. > de rechter [wav.]
Karin S. is veroordeeld tot 8 jaar celstraf wegens medeplichtigheid aan moord en medeplichtigheid aan pogingen tot doodslag. Tegen haar was 4 jaar geëist.

In beide gevallen zegt de rechtbank dat de strafeisen geen recht doen aan de ernst van de feiten.
Klik op de onderstaande afbeeldingen om de vonnissen te lezen.

vonnis karin s (klik)

vonnis karin s

vonnis geert w (klik)

vonnis geert w

om te begrijpen is hij
tot monster gemaakt

tekening: annet zuurveen (fragment)

tekening: annet zuurveen (fragment)

De rechtbank doet vandaag (13.00 uur) uitspraak in een van de meest bizarre strafzaken in jaren in Groningen: de zaak Daniëlla.

De zaak Daniëlla is een strafzaak.
Een zaak met een strafdossier.
Een zaak die door de politie is onderzocht.
Een zaak met een strafproces in een rechtszaal die vier dagen duurde, met twee verdachten, met deskundigen, veel media-aandacht en afschuw.
Een zaak die zich alleen laat vergelijken met andere afschuwelijke zaken.
Een zaak die mensen heeft geraakt.

Daniëlla zelf was geen zaak.
Daniëlla was een vrouw van 20 jaar, een jonge vrouw met een verstandelijke beperking.
Net als haar twee jongere broertjes.
Ze woonde in instellingen, in het weekeinde was ze thuis bij haar zwakbegaafde moeder die na jaren weer een relatie kreeg met een zwakbegaafde man die ze had leren kennen toen hij nog in de gevangenis zat vanwege het seksueel misbruiken van kinderen in zijn vorige relatie.

Die man heet Geert, 46 jaar.
In de rechtszaal zit hij als een verschrompeld hoopje mens, bevend en angstig, het hoofd vooral gebogen, te zwijgen.
De weinige woorden die hij zal spreken (’t was niet de bedoeling’) kosten hem zichtbaar moeite.
Het is bijna niet voor te stellen dat deze man buiten de rechtszaal zoveel angst inboezemde.
Om te begrijpen is hij tot monster gemaakt.

De zwakbegaafde moeder is Karin, 50 jaar.
Ze praat en praat, een hele procesdag vol.
In het laatste woord toont ze zuinige emoties.
Ze deed niks toen Geert haar dochter misbruikte en misbruikte en ze deed niks toen hij aankondigde dat hij Daniëlla dood ging slaan met een knuppel en een kapotte stoel.

Moeders moeten dan wel wat doen, sprak de officier van justitie.
Ze zei: ‘Maar Karin offerde haar kind op voor haar relatie met Geert.’
Het is bijna niet de geloven dat deze vrouw verlamd was door angst voor Geert.
Voor een man die ze wel zag zitten, met wie ze de dodelijk gewonde Daniëlla vanuit de woonkamer naar de gang sleepte, onder aan de trap legde en toen tegen de politie zei dat haar dochter van de trap was gevallen.
Ze zegt dat ze net zo goed slachtoffer is.

Tegen Geert W. is 14 jaar celstraf geëist en TBS met dwangverpleging.
Karin S. hoorde vier jaar eisen waarvan een jaar voorwaardelijk waaraan een verplichte behandeling is gekoppeld.
Ze zullen misschien iets meer krijgen, wellicht iets minder.
Daarna volgt mogelijk een hoger beroep.
En misschien ook wel niet.
Dan is het klaar.

De uitspraak vanmiddag is het oordeel, de waarheid, van het strafrecht.
De zaak Daniëlla kent daarnaast een andere waarheid: die van de hulpverlening die gezamenlijk toekeek toen het gebeurde.
Ieder keek naar zijn eigen specialisme, of net even de andere kant, want samen zagen ze niks.
Dat verhaal van Daniëlla van Bergen moet nog worden verteld.

Rob Zijlstra

update – 7 april 2015 – inspectie
het bericht van de inspectie

→ het verslag van het strafproces van dag tot dag

de hulpverlening  

                           ↓


ondersteuning onvoldoende passend voor situatie – ondersteuning niet in relatie met calamiteit – problemen niet effectief en in samenhang opgepakt – op signalen van onveiligheid van de kinderen is onvoldoende gehandeld – signalen onvoldoende bij elkaar opgeteld – geen totaalplaatje – niet één regisseur – verschillende ideeën over casemanagement – partijen spraken zorgen onvoldoende uit – geen checks – onvoldoende hun eigen verantwoordelijkheid – onvoldoende focus op veiligheid van de kinderen – belang kinderen niet expliciet voorop gezet – onvoldoende focus op veiligheid kinderen – geen gezamenlijke ondergrens veiligheid – geen structureel zicht op de thuissituatie – geen risicotaxaties – onvoldoende oog voor de chroniciteit van de problematiek – mijden van zorg door moeder is onvoldoende als patroon herkend – partijen pakken onvoldoende door – geen gezamenlijke evaluaties  

bovenstaande regels komen uit het nog vertrouwelijke rapport van de gezamenlijke inspectiediensten waarvan de conclusies door rtv-noord naar buiten zijn gebracht – het definitieve rapport moet nog verschijnen en geniet de warme belangstelling van het openbaar ministerie 


→ rechtbanktekeningen: annet zuurveen 

dvhn / donderdag

dvhn / donderdag

Schuldig zonder straf of vrijspraak

met update  /  uitspraak

dvhn

De rechtbank in Groningen doet vanmiddag (donderdag) uitspraak in de bijzondere strafzaak tegen gezinshulp Derkelina D. (51) uit Usquert.

Derkelina D. deed wat ze volgens het Openbaar Ministerie (OM) niet had mogen doen: voor eigen rechter spelen.
Anderen prijzen de vrouw omdat ze een achtjarig kind in bescherming nam.
De eis van het OM is een schuldigverklaring zonder strafoplegging.
De advocaat van de gezinshulp, Arthur van ’t Hek, zei tijdens de rechtszaak dat de vrouw moet worden vrijgesproken.
Als rehabilitatie.
Hij zei: ‘Voor minder doet mijn cliënt het niet.’

Wat is er gebeurd?
De moeder van Giovanni moet in juli 2010 even op adem komen in verband met persoonlijke problemen.
Ze heeft, vinden hulpverleners, een time out nodig.
Besloten wordt dat Giovanni door de week bij haar zus (zijn tante) gaat wonen en in de weekeinden bij gezinshulp Derkelina D.
Zij trekt zich het lot van de jongen zeer aan.

De moeder gaat hiermee akkoord.
Maar vijf dagen later bedenkt ze zich.
Ze wil dat haar zoontje weer bij haar komt.
Ze gaat naar de woning van haar zus en dan blijkt dat Giovanni daar niet is.
Hij verblijft op een voor de moeder onbekend adres.
Derkelina weet dat en belt om kwart over een die middag met de politie.
Om vijf uur levert zij Giovanni af op het politiebureau.

Wat heeft ze fout gedaan?
Onder de verantwoordelijkheid van  gezinshulp Derkelina is Giovanni enige uren ontrokken geweest aan het ouderlijk gezag (ontvoering in de volksmond).
Ook de zus (tante) heeft zich hier schuldig aan gemaakt.
De moeder doet aangifte.

De zaak komt in de pers.
In augustus doet Derkelina haar verhaal in Dagblad van het Noorden.
Daarin vertelt ze dat het jongetje werd verwaarloosd.
De moeder stapt opnieuw naar de politie en doet nu ook aangifte van smaad.

Was er dan niets aan de hand?
Jawel. In rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (juli en september 2010) staat dat er sprake was van een ‘verre van wenselijke opvoedingssituatie’.
Van een acute noodsituatie is geen sprake.
De raad stelt wel een nader onderzoek in.
Er zijn ook meldingen vanuit school waarin zorgen worden uitgesproken ten aanzien van de opvoeding van de jongen.

Derkelina en de zus (van de moeder) willen het onderzoek van de raad niet afwachten en spelen – volgens het OM – voor eigen rechter.

Het klinkt niet heel erg misdadig wat de gezinshulp heeft gedaan. Toch moet zij als verdachte voor de rechtbank verschijnen.
Na de aangiftes van het ontrekken aan het ouderlijk gezag en smaad doet de politie onderzoek.
Het onderzoekdossier gaat naar het OM.
Dat beoordeelt de zaak en besluit  de gezinshulp  niet te vervolgen.
De belangrijkste reden om de zaak niet aan de rechtbank voor te leggen is dat een strafzaak niet in het belang van het kind is.
En dat belang dient voorop te staan, vindt het OM.
Met dat besluit is de zaak in principe gesloten.

De moeder legt zich er echter niet bij neer en dient een klacht in bij het gerechtshof in Leeuwarden.
In december 2011 geeft het hof de opdracht aan het OM om strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen Derkelina (en niet tegen de zus).
Die afgedwongen strafzaak diende twee weken geleden.

Wat is er geëist?
Het OM vindt dat de rechtbank Derkelina schuldig moet verklaren aan het onttrekken aan het ouderlijk gezag en ook aan smaad.
Een straf hoeft ze daar echter niet voor te krijgen.
Volgens het OM was er sprake van een complexe situatie waarin niet alleen Derkelina, maar ook andere hulpverlenende instanties andere keuzes hadden kunnen en moeten maken.
Dat Derkelina gedaan heeft wat ze heeft gedaan – ze voelde zich verantwoordelijk – is voorstelbaar, maar fout.

Wordt hier recht gedaan?
Bij het formuleren van de strafeis zei de officier van justitie dat deze zaak eigenlijk niet thuishoort in het strafrecht.
Dat de gezinshulp voor de rechters stond, was een gevolg van het besluit van het gerechtshof.
Het OM kon niet anders.
En als er dan wel strafbare feiten worden vastgesteld, zoals het OM doet, dan ligt een eis tot vrijspraak niet in de rede.
De eis ‘wel schuldig geen straf’ is dan wat rest.
Begrijpelijk, maar het schuurt wel.

Derkelina zelf wil, zei haar advocaat tijdens de rechtszaak, rehabilitatie. Dat kan in de vorm van een vrijspraak.

 

Rob Zijlstra

 klacht bij gerechtshof (artikel 12)
• het gewraakte artikel in Dagblad van het Noorden (smaad)

.

UPDATE – 20 juni 2013 – uitspraak
De rechtbank volgt het Openbaar Ministerie op alle punten. Derkelina is schuldig aan het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag en aan smaad. De maatschappij had geen recht op prive-informatie over het gezin. Als hulpverleenster had de gezinshulp in de media juist terughoudendheid moeten betrachten. Schuldig, maar geen straf. Wel moet Derkelina aan de moeder een schadevergoeding betalen van 750 euro.

Het vonnis volgt zodra beschikbaar.

De hulpverlener

Rick is negen jaar lang kickboxer geweest.
Niet snel bang.
Henk is jongerenwerker.
Weet wat er te koop is.

Rick en Henk kennen elkaar niet.
In mei van dit jaar kwamen ze elkaar tegen en dat was geen plezierige ontmoeting geweest.
Ze waren, los van elkaar, op stap in Groningen.

Henk – hij woont in Zoetermeer – was die avond samen met Lisa naar Groningen gekomen, met de auto.
Lisa had een moeilijke tijd achter de rug.
Ziekenhuis, niet fijn, eigen bijdrages, schulden.
Lisa, zegt hulpvaardige Henk, kon dus wel een verzetje gebruiken en een stapavondje in Groningen leek hen een goed idee.
Nee, Lisa was niet zijn vriendin, Lisa was gewoon een vriendin, al sinds de middelbare school.

Ze belandden in Groningen in een café.
Henk was wat gaan dansen, terwijl Lisa een jongen ontmoette.
Die jongen heette Rick.
Even later was Henk verdwenen en vroeg Lisa aan Rick of hij haar naar bioscoop Pathé kon brengen.
Rick, immers niet snel bang, wilde dat wel.
Hij haalde zijn scooter op en met Lisa achterop reed hij naar de bioscoop aan het Gedempte Zuiderdiep.

Rick zegt tegen de rechters: ‘Ik was altijd hulpvaardig, nu ben ik wantrouwend.’
Henk zegt dat hij dat wel begrijpt.
Hij zegt het heel erg te vinden, spijt, spijt, spijt.
Het voelt, zegt hij, alsof hij een stukje vrijheid bij Rick heeft weggenomen (…)

Wat gebeurde er dan?
Op het moment ze bij de bioscoop aankomen, stapt Lisa van de scooter.
Op vrijwel hetzelfde moment springt Henk achterop, zet een mes op Rick’s keel en dwingt hem weg te rijden om niet veel verder diens rugzak en portemonnee op te eisen.

Jawel, de hulpverlener overvalt hier de voormalige kickboxer.

Het was een complot geweest.
Lisa zou in een café een man verleiden om hem vervolgens naar de donkere steegjes rond de bioscoop te lokken.
Daar zou Henk toeslaan.
Henk: ‘Het was haar idee om snel geld te maken.’
Rechters: ‘Wat een rare manier om iemand die het moeilijk heeft gehad te helpen.’
Henk beaamt dat: ’t Is zo naïef.’

Hij vertelt dat ze het in het café al hadden afgesproken, dat ze hem zouden pakken. Zegt: ‘Het stond me tegen, want zo ben ik niet opgevoed, het zijn niet mijn waarden en normen. Maar Lisa drong aan. Ze zei ook dat ze ervaring had met dit soort berovingen. Ik zei nog nee, maar Lisa zei, alles komt goed.’

Henk ontkent overigens dat hij Rick heeft bedreigd met een mes.
Rick zit als getuige en als slachtoffer in de rechtszaal.

Als getuige zegt hij dat hij wel is bedreigd met een mes, met de punt op zijn keel, ook tijdens het rijden.
Hij zegt dat hij, negen jaar kickboxen, nooit zomaar iets aan iemand zou afgeven.
Zegt: ‘Dan kan ik net zo goed aan iedereen wel mijn dingen geven. Hij dreigde met een mes en tegen een mes kun je niet op.’

Als slachtoffer noemt hij de beroving ‘laag’ en ‘laf’.
Hij volgt traumatherapie, wat zwaar valt en vermoeiend is.
Rick: ‘Al die ellende voor een paar tientjes.’
Richting de hulpverlener: ‘Wees een kerel en beroof een bank.’

Henk is weer bij zijn ouders gaan wonen, vanwege de positieve energie die hem dat geeft.
Zijn familie is vandaag ook, he-le-maal vanuit Den Haag, met hem meegekomen naar Groningen, ter ondersteuning bij de gang naar het rechte pad.
Henk: ‘Mijn moeder werkt bij de reclassering.’
Zelf doet hij nu even geen hulpverlening, maar verzorgt hij op Schiphol de bagage.
Ondertussen werkt hij hard aan de oprichting van een eigen bedrijf.
Iets met marketing en netwerken.

De officier van justitie spreekt van een ernstig feit.
Diefstal met geweld.
Ze zegt dat ze gelooft dat Henk Rick wel degelijk heeft bedreigd met een mes.
Ze eist 39 dagen gevangenisstraf, de tijd die Henk heeft vastgezeten.
Daarnaast zes maanden voorwaardelijke celstraf.
En een taakstraf van 240 uur.

De rechters hadden al vastgesteld dat Henk geen strafblad heeft.
Dat hij altijd braaf naar school is gegaan.
En dat hij werkt voor zijn geld.
Eigenlijk geen problemen.
Het enige zorgelijke is, zo merken de rechters op, dat Henk praat als een jongerenwerker.
Die zijn eigen rol niet ziet.

De advocaat heeft een mooi verhaal wetende dat zijn cliënt (zo noemen advocaten verdachten) zich met zo’n strafeis in de handen mag knijpen.
Toch zegt de advocaat niet: beste rechters, wat ons betreft helemaal top, hier doen we het voor.
Hij zegt, wikkend en wegend: ‘Die werkstraf, tja… Eigenlijk heeft mijn cliënt het daar te druk voor. Het zou wel eens contraproductief kunnen werken.’

Hulpverlener Henk sluit in stijl af.
Hij zegt tegen de rechters dat hij Rick graag wil helpen er weer bovenop te komen.
Dat hij daar een rol in kan spelen, misschien wel een stukje meer dan Rick nu beseft.

Rick reageert er niet op, misschien heeft hij niks met hulpverleners.
Of niets met hulpverlener Henk in het bijzonder.
Dat kan natuurlijk ook.

Rob Zijlstra

UPDATE – 18 oktober 2012 – uitspraak
Henk is aan de beurt. Een taakstraf zoals geeist doet geen recht aan de ernst van de feiten, vinden de rechters van de meervoudige strafkamer. Wat wel recht doet en passend is, is een gevangenistraf van 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk. Een en ander betekent dat Henk zich moet melden aan de gevangenispoort.

Zonnetje

Alsof ze over een waterbed loopt, zo komt de 37-jarige Hannie de rechtszaal binnen.
In haar nek zie ik klein getatoeëerd zonnetje.
Vermoeid gaat ze zitten en zegt: ‘Goeiendag allemaal.’

Het is niet best met Hannie.
En misschien nog wel erger: met de hulpverlening is het niet veel beter.
Haar hulpverleners zijn ten einde raad.
Alles wat is geprobeerd de vrouw uit haar ellendige leven te halen, is mislukt.

Ze verdient een habbekrats omdat er mannen bestaan die zich voor heel weinig geld door zieke vrouwen laten bevredigen.
De gemeente Groningen heeft speciaal voor die goedkope mannen ooit een zone ingericht waar vrouwen als Hannie kunnen tippelen.
Ook als ze nauwelijks nog kunnen lopen.

Een half jaar geleden was Hannie ondervoed.
Maar nu is ze, met twintig kilo erbij, weer een stevige dame aan het worden.
Dankzij veel pizza’s en bakken vol met ijs van Ben en Jerry’s, zegt ze niet helemaal zonder trots.

Hannie is verslaafd, al zo’n twintig jaar, en op 27 juli vorig jaar was ze ook nog eens in de war.
Van die dag zelf kan ze zich niet zo heel veel meer herinneren.
Ze zegt: ‘Ik had toen net een knal voor mijn harses gehad.’

In de war vernielde ze drie auto’s op de parkeerplaats bij de Ikea in Groningen.
Hannie: ‘Drie?’
Rechters: ‘Dat zegt de officier van justitie.’
Hannie, bedachtzaam: ‘Hmm, eentje sowieso.’

Ze vertelt dat ze een shot heroïne had gehad, dat ze misschien ook daarom in de war was, want heroïne shot ze eigenlijk nooit.
En dat ze met dat mes op auto’s had gekrast, dat klopt wel.
Ze zegt: ‘Auto’s zijn dode dingen. Ik bedoel, als ik op iemand insteek, gaat ie dood. Toch?’

Een paar dagen eerder had ze geld nodig en omdat haar bewindvoerder dat niet wilde geven, had ze hem bedreigd, ze had door de telefoon geroepen dat ze hem een kogel door de kop zou schieten.
Hannie: ‘Maar dat was niet gemeend, hoor. Peter kent mij al langer dan vandaag.’
Peter deed wel aangifte.

En dan was er nog de ING-kwestie.
Ze had met twee lotgenoten van de hangplek bij het Martinikerkhof de bank getild.
Die twee lotgenoten bleken over pasjes en paspoorten te beschikken.
Samen vervalsten ze een geldopnameformulier.
Dat leverde 500 euro op die ze verdeelden.

Een tweede keer ging het mis.
Toen hadden ze de handtekening van de burgemeester van Groningen vervalst.
Van Wallage.
Hannie, met een klein glimlachje: ‘Nee, dat was niet slim.’

Hannie, zo rapporteerden de deskundigen, is schizofreen en er is sprake van gemengde persoonlijkheidsstoornissen.
Hannie zegt dat dat wel klopt: ‘Ik heb verschillende karakters.’

De deskundige psycholoog zegt tegen de rechters dat Hannie sterk verminderd toerekeningsvatbaar is, dat haar misdaden haar maar ten dele kunnen worden toegerekend.
Een behandeling binnen een strak justitieel kader is gewenst.

Probleem is dat Hannie vanuit veiligheidsoogpunt niet meer welkom is bij de GGZ.
En dat alle andere mogelijkheden tot behandeling te vrijblijvend zijn, tot mislukken gedoemd.
TBS kan, maar daarvoor zijn haar misdaden te aardig.
Tussen de muren van de TBS zou Hannie ‘displaced’ zijn.

De deskundige van de reclassering ziet nog wel één mogelijkheid: artikel 37.
Een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting.

Probleem daarbij is dat ze dan volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en dat doet de psycholoog niet.
Hij ziet in de ING-kwestie, de frauduleuze handeling, iets berekenends, iets boosaardigs. Wie tot zoiets bedachts in staat is, is wel een beetje verantwoordelijk.

De officier van justitie zegt dat hij met alle respect voor de deskundigheid van de psycholoog een eigen juridisch oordeel moet hebben.
En dan past het in dit geval even beter dat Hannie volledig ontoerekeningsvatbaar is.
De officier kan dan immers de reclassering volgen in artikel 37, de gedwongen opname.

Hannie: ‘Dus ik word vrijgesproken?’
Rechters: ‘Nee, de officier van justitie zegt dat u volledig ontoerekeningsvatbaar bent en dat hij u daarom wil ontslaan van alle rechtsvervolging.’
Hannie: ‘Oh. Nou, dat is ook goed.’
Rechters: ‘En dat u een jaar wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting.’
Hannie: ‘OK dan.’

Zoals ze is gekomen, zo verdwijnt ze.

Rob Zijlstra

UPDATE – 8 februari 2010 – uitspraak
De rechtbank doet niet ingewikkeld, maar volgt begripvol de officier van justitie. Hanneke heeft het wel gedaan, maar is niet strafbaar omdat het haar niet kan worden aangerekend. Bij wijze van maatregel wordt zijn voor een periode van 1 jaar opgenomen in een psychiatrische inrichting.


De verpleeghulp

Nadat hij de officier van justitie zes maanden gevangenisstraf hoort eisen, uit hij zijn bedenkingen.

Zegt: ‘Door mij aan de maatschappij te onttrekken, wordt geprobeerd mij maatschappijgeschikt te maken. Ik weet niet of dat wel de oplossing is.’

 

De officier van justitie weet het ook niet. Zegt dat hij als het om Gaston gaat met de handen in het haar zit.

Voorspelt dat we hem vast en zeker binnenkort weer zien.

 

Dit was anderhalf jaar geleden.

 

Maandagochtend was hij er dus weer.

Ik stel vast dat Gaston, 38 jaar ditmaal, in weinig is veranderd.

En dat we nog altijd met de handen in het haar zitten.

 

Het was die winterdag buiten om te sterven zo koud. Gaston had de nacht geslapen in een weiland onder een matras, op wat dekens. Toen was hij naar Super de Boer gelopen, waar je als klant gratis koffie met suiker en melk kunt krijgen.

 

Tegen de rechters: ‘Ik was op dat moment bezig dood te gaan. Met onderkoelingsverschijnselen.’

De rechters knikken. Ze hadden iets gelezen over de kou van die dagen.

 

Na de koffie ging hij op het bankje buiten zitten. Uit de winkel had hij een doos diepvrieskroketten meegenomen. Die probeerde hij op het bankje op te eten.

‘Ik dacht voedsel nodig te hebben. Ik had zo’n honger. ‘

 

De bedrijfsleider van de Blokker sloeg het gade, bedacht zich niet en belde de Superleider: er zit welverdrie iemand op ons bankje jouw kroketten op te eten.

Samen trokken ze op.

 

Gaston: ‘Ik ben toen buitengewoon onbeschoft geworden. Ik was dronken en de situatie spuugbeu. En zo koud. Ik wilde door hen het ziekenhuis in geslagen worden. Ik hoopte op dusdanig zwaar letsel als een gespleten kaak. Dat zei ik ook: doe me alstublieft een kaakfractuur.’

 

Dat hij ‘ik maak je dood’ had geroepen tegen de middenstand, dat zou wel kunnen.

Maar de rechter moet dan wel in acht nemen dat hij, Gaston, 1.73 meter lang is en die bedrijfsleider zeker 120 kilo zwaar.

 

In het warme kunst- en cultuurhuis van Haren had hij een stoel vernield. En toen geroepen dat hij de boel wel in de fik zou steken.

Maar, zei Gaston, dat riep ik tegen niemand in het bijzonder.

 

‘Ik ben sinds 2006 hartstikke kwaad. Dan mag ik, mits ik geen reclame maak voor het derde rijk, voor genocide of harder dan 120 decibel, toch wel wat roepen? Ik ben dakloos, maar ik mag niet plassen in het openbaar. Waar moet ik dan plassen? Ik mag toch ook wel eens tegen iemand potverdorie roepen?

 

De rechters: U bent een slimme man waar moeilijk grip op is te krijgen.

Een rechter: Ik heb met honderden verdachten gepraat. Maar u zit wel in de top tien van de moeilijkste gevallen.

Gaston: ‘Ik zal niet zeggen dat u niet de benodigde deskundigheid bezit mij te veroordelen, maar bent u nu niet subjectief?’

De rechter: Wij zullen deze zitting samen tot een goed einde moeten brengen.

Gaston zegt dat hij wel een idee heeft over een afloop.

 

Hij stelt voor: gooi al mijn schulden op een hoop en vertaal die in dagen zitten. Doe daar alle strafbare feiten nog eens bij en dan zal hij zijn straf ondergaan.

Rechters: En dan?

Gaston: ‘Dan ga ik naar Leeuwarden. Daar zoek ik een goede nachtopvang en dan ga ik op straat krantjes verkopen. Dan kom ik onder de mensen en dan ben ik ook wat minder eenzaam.’

 

Hulp wil hij niet.

Hij heeft in zijn rotleven vol drugs en methadon al genoeg hulp gehad.

Over de medewerker van de reclassering, die vlakbij hem zit, zegt hij: ‘Ik vind hem, om het joviaal uit te drukken, een geschikte peer, maar ik wil helemaal niets meer met hem te maken hebben en ook niet met de stichting die hem heeft gezonden.’

 

Gaston gaat liever, zegt hij, 24 jaar de gevangenis in, dan nog een keer oog in oog met een hulpverlener.

Justitie wil hem 24 maanden in de ISD, de veelplegersmaatregel.

Dat is heel veel hulpverlening of zogewenst helemaal niks.

Bij helemaal niks is het 24 maanden op water en brood in een hok.

 

De officier van justitie: ‘Want wie niks wil, moet maar voelen.’

De advocaat: ‘Ach, de overheid. De overheid die er voor zorgt dat ons allemaal niets overkomt.’

De officier: ‘Wie niks wil, krijgt de maximale justitiële druk.’

Advocaat: ‘Wel ja. Alle risico’s van het leven moeten volledig worden uitgebannen.’

Officier: ‘Hij gaat maar door, dus we moeten hem stoppen.’

Advocaat: ‘Akelige beelden dringen zich op. Orwell, 1984, eens een schrikbeeld.’

Officier: ‘Recidivebeperking moet.’

Advocaat: ‘Hoppakee. Alle rare vogels de maatschappij uit.’

 

Gaston legt zijn rechterhand plat op zijn hoofd.

Soms praat hij met de ogen dicht.

Zegt dat hij nog een briefje met de verontschuldigingen heeft geschreven naar de bedrijfsleider van 120 kilo. Zegt dat hij ook wel begrijpt dat als je het dossier leest er een beeld ontstaat van een onbeschofte hork.

Maar dat hij ook zijn kwaliteiten heeft.

Dat hij heel vaak in een winkel heeft gestaan en dan wegliep zonder te stelen.

Dat hij vroeger verpleeghulp is geweest.

 

Tegen de officier van justitie: ‘U beoordeelt mij alleen juridisch, maar u kent mij niet.’

Tegen de rechters: ‘Ik dank u voor uw tijd en aandacht.’

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 16 maart 2009 – uitspraak

Conform de eis: isd voor 2 jaar.