Internet, vloek en zegen

Geert is een man van 40 jaar en om het maar eens luid en duidelijk te zeggen, hij is niet de meest sympathieke verdachte die deze eeuw in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Dat is niet omdat hij een beetje lijkt op zo’n noeste Engelse voetbalhooligan, want dat moet hij zelf weten.

Het is ook niet zijn falsetstem die maar niet wil rijmen met zijn verschijning.
’t Zit ‘m in iets anders.

Geert zegt tegen de rechters dat hij stom is geweest, dat hij het nooit zo ver had moeten laten komen.
Rechters: ‘Ja, dat zegt u nu, nu u hier zit. Dat is lekker makkelijk.’
Geert: ‘Bij de politie heb ik dat ook verteld.’

Misschien dat de rechters voorafgaand aan de zitting in de geheime raadkamer hadden afgesproken deze verdachte tijdens de ondervraging hard te zullen aanpakken.
Wellicht, want je kunt zoiets niet weten, zeiden de rechters tegen elkaar: ‘We moeten er voor zorgen dat ie niet om de hete brij heen gaat draaien.’

Rechters: ‘Wanneer een meisje van 14 jaar naar u toekomt en zegt ‘ik wil je pijpen’, wat zegt een normale man dan?

De toon is gezet en na vijftien minuten beuken door de rechters knapt Geert en springen de tranen uit zijn ogen.
Huilt: ‘Ik weet het niet meer. Het is zo veel allemaal.’
Rechters: ‘Neem een slokje water want we moeten verder. De volgende vraag komt er al weer aan.’
Geert snottert dat hij zijn best zal doen.

Rechters: ‘Op uw computer stonden foto’s, kinderporno.’
Geert: ‘Dat is correct.’
Rechters: ‘En wat zag u op die foto’s?’
Geert probeert niet te huilen en zwijgt.
Rechters: ‘Wij zagen een meisje, een kind nog, vastgebonden op een bed. Wat zag u nog meer op die foto?’

Stilte.

Dan, diep zucht: ‘Een hond.’

De rechters zuchten op hun beurt: ‘Juist ja. Het internet, vloek en zegen van deze tijd. Wat een ellende.’
Ze houden de verdachte nu voor: ‘U gebruikte geen condooms.’
Geert: ‘Nee, want dat wouden ze niet.’

Een van de rechters: ‘Hou nou toch op man. Dit doet uw zaak geen goed. U moet goed opletten wat u hier zegt. Wij moeten straks over u oordelen. Dan denken wij straks, wat is dat nou voor een man die zoiets zegt.’

Geert is een man die is geboren en getogen in Hoogezand.
Toen hij 17 jaar was, kreeg hij een wajong-uitkering en dat is nu nog steeds zo.
Nooit gewerkt, hij slijt de dagen achter de computer.
Doet hij dat even niet, dan is hij liefhebber van Friese paarden.
Geert is ook een man die vroeger op school werd gepest.
Behalve dat hij momenteel midden in een strafzaak zit, zit hij ook in een scheidingsprocedure omdat hij is getrouwd.
Hij huwde in 2005.

Twee jaar later kocht bij Neckermann een laptop.
Toen was het begonnen.
Volgens gedragsdeskundigen is Geert een man met een beperkte verstandelijke ontwikkeling, bang voor mensen van zijn eigen leeftijd.
Hij heeft een lage zelfwaardering, een beperkte motivatie om aan zijn problemen te werken wat maakt dat de kans op recidive hoog is.

Geert is een man die zich heeft vervreemd van volwassenen en het zoekt in een andere categorie: kinderen.
De berichtgeving over de Amsterdamse zedenzaak rond Robert M. volgde hij met buitengewone belangstelling.

De rechters vragen hoe het nu met hem is.
Hij antwoordt dat het niet goed gaat, zegt dat hij nu zit opgesloten, heel de dag achter de deur.
Rechters: ‘Tja, ’t zijn wat ze in Nederland vaak denken, geen hotels hè.’

Geert was na 2007 op zijn Neckermann geraffineerd te werk gegaan.
Hij had ergens op het internet een account aangemaakt en dan was hij Jan en nog maar 17 jaar.
Jan chatte met meisjes dat het een lieve lust was.
Soms kwam het tot een afspraakje.
Dan spraken ze af op een station.
Geert kwam dan opdagen en vertelde dat hij de oom was van Jan en dat zijn neefje pech had met de scooter.
Dan gingen de meisjes met oom Geert mee.

Er waren ook meisjes die zich thuis, voor hun webcam, lieten verleiden door de zogenaamde Jan.
En dan nog verder gingen.
Zogenaamde Jan maakte daar, thuis achter zijn computer, foto’s van waarmee hij de meisjes chanteerde.
Soms stelde zogenaamde Jan zijn vriendinnetjes voor dat ze eerst zijn oom moesten verwennen en daarna hem.
Jawel ouders, er waren meisjes bij die daar gehoor aan gaven.
Omdat ze zogenaamde Jan niet wilden teleurstellen.

Rechters: ‘U paaide die meisjes. Nu bent u niet het prototype van een loverboy, maar u kunt zo de boekjes in over die types.’
Geert: ‘Het had nooit zo ver mogen komen.’
Rechters: ‘Ach wat, u wilde gewoon seks met die meisjes. U gelooft toch niet echt dat u uw neefje Jan bent?’

De officier van justitie somt de droeve feiten op: het bezit en het vervaardigen van kinderporno waarbij ook heel jonge kinderen op de meest grove wijze worden misbruikt; misleiding, ontucht en verkrachting van Els, 15 jaar; ontucht en verkrachting van Mieke, 13 jaar, ontucht in Tynaarlo met Annie, 15 jaar. Licht verminderd toerekeningsvatbaar.

De eis: vier jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar.

U moet nu nog steeds denken aan die hond?
En vindt dit maar een naar verhaal?
Dan dit: een officier van justitie zei onlangs in de rechtszaal dat het aanbod aan zedenzaken momenteel zo groot is, dat de politie in Groningen het niet meer aankan.

Het is dichterbij dan u denkt.
Het is nog veel erger.

Rob Zijlstra

UPDATE – 15 juni 2012 – uitspraak
Geert is conform de eis veroordeeld: 4 jaar waarvan eentje voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op 5 jaar (in plaats van de geeiste 10). Het gaat, zegt de rechtbank, om zeer ernstige feiten. Dat vindt de samenleving en dat vindt de rechtbank, staat in het vonnis. Van de twee verkrachtingen die hem ten laste zijn gelegd, is er een door de rechtbank bewezen. De andere ‘verkrachting’ is gekwalificeerd als ontucht met iemand die de leeftijd van 12, maar nog niet die van 16 heeft bereikt. Voor de strafmaat maakt dit geen verschil.

HET VONNIS zodra beschikbaar

Vijf

Op 18 januari 2005 ben ik begonnen met dit weblog: Zittingszaal 14.
Dat is vandaag precies vijf jaar geleden.

Vijf jaar lang heb ik gemiddeld drie verhalen per week gepubliceerd.
Niet elke strafzaak die ik in zittingszaal 14 bijwoon, levert een verhaal op.
Desondanks telt dit weblog inmiddels meer dan 600 rechtbankverslagen.
Het zijn schetsen over grote en kleine misdaden die ergens in Groningen werden gepleegd.

Het zijn dezelfde misdaden die ook buiten Groningen bestaan
Zittingszaal 14 schetst daarom met al die verhalen, denk ik, een uniek beeld van de (regionale) criminaliteit.
Dit is het, van Valkenburg tot Roodeschool.
Niet meer, niet minder.
Niet mooier, maar ook niet lelijker.

Het beeld dat ik schets wijkt nogal eens af – dat denk ik ook – van de kijk die veel mensen hebben op de criminaliteit en op onze beklaagde misdadigers.
Ik probeer mij niet te laten verleiden door het willen begrijpen – door net te doen alsof goed en kwaad twee uitersten zijn.
Criminaliteit is een te ingewikkeld ding, een te complex probleem voor gemakzuchtige meningen en oplossingen.

Ik tref zelden misdadigers in zittingszaal 14 die gelukkig zijn.
Laat staan rijk, zoals de boeven op de televisie vaak wel.
De boeven in het echt zijn meestal verschrikkelijk eenzaam.

Ik denk wel eens dat de criminaliteit voor criminelen een groter probleem vormt dan voor ons, de brave burger.

Toen ik vijf jaar geleden begon, hoopte ik vooral op veel reacties.
Nou, die zijn er gekomen.
Van hen die trouwe lezers werden, van af en toe een gekke passant, maar ook van direct betrokkenen.
Van daders, van radeloze moeders van verdachten, van getuigen, van advocaten, politieagenten, officieren van justitie, griffiers, rechters, van Jacob.
Van slachtoffers ook, soms ontroerend, wel eens onbegrepen en boos.

Ik prijs mij gelukkig dat verreweg de meeste reacties zinvolle bijdragen waren (en zijn).
Van trollen en ander puntmutsen die het internet met gedachteloze meningen en meninkjes terroriseren heb ik niet zo veel last.
Ik hoop dat dat zo blijft.

Behalve veel reacties kwam er een boek (2007, uitverkocht), een heuse nominatie in datzelfde jaar waar ik nog steeds trots op ben, een wekelijkse column in Dagblad van het Noorden en toen nog een boek (2009, gewoon te koop).

Na vijf jaar zou ik mooi kunnen stoppen.
Want hoewel geen misdaad zich laat vergelijken met de vorige, zijn de verhalen die er over te verhalen zijn, na vijf jaar meer en meer van hetzelfde.

Toch ga ik nog even door.
De krant waarvoor ik werk heeft dat gevraagd.
En dankzij de krant heb ik vijf jaar lang kunnen doen, wat ik doe.

Tot slot van dit zelfbenoemde lustrum.
Journalisten moeten zich, verplicht, altijd blijven verbazen.
Dat is ons vak.
Ik vind het na vijf jaar verbazingwekkend dat wij journalisten de kranten volschrijven over de misdaad, daar te pas en te onpas allerlei meningen en meninkjes over ventileren, maar ondertussen grote afwezigen zijn in rechtszalen.

Alsof de waarheid, waar het in de zittingszaal wel om gaat, er niet echt toe doet.

Rob Zijlstra

Internetpionier (2)


Het verhaal dat ik wil vertellen is eigenlijk te mooi om waar te zijn.
Het is dan verleidelijk om het ook zo op te schrijven.
Dat je na het lezen denkt, goh ’t is net een film.

Maar zo mooi is het allemaal niet.
Eigenlijk moet het een lelijk verhaal zijn.
Omdat lelijk dichter bij de waarheid ligt.

Het verhaal gaat over een man met een briljante geest, over een man met lef, die inspireerde en toen het goed ging, werd uitgeroepen tot het paradepaardje van ondernemend Groningen.
Feestjes voor zijn personeel, zijn brains, en relaties hadden niet plaats in een duffe zaaltje, maar in Der Aa-Kerk in Groningen of het Kurhaus in Scheveningen.
Met Herman Brood en zijn Big Band erbij.
Niks te dol.
De curator zou later zeggen dat de jongste bediende er meer verdiende dan hij de advocaat.

De man had zoveel lef dat hij er miljonair van werd.
En uitgerekend die man zat vrijdagmiddag in de verdachtenbank van zittingszaal 14.
Hij praatte moe.
Moegestreden misschien.

Hij zegt als de rechters hem daar naar vragen dat hij geen vaste woon- en verblijfplaats meer heeft.
Dat hij niet als ingezetene is ingeschreven in een basisadministratie.
Dat hij dan weer daar slaapt, dan weer hier.
Dat hij nergens meer normaal aan de bak komt, want zodra hij zegt wie hij is, wordt hij gegoogled.
En dan weten we het wel.
Hij zegt dat hij al zijn geld, zijn miljoenen, is kwijtgeraakt.

Koos was 43 jaar toen hij in 1994 een bedrijf oprichtte dat we vandaag de dag niets bijzonders zouden vinden.
Een internetprovider.

Bart.
bART
Bie-art.
Maakt niet uit hoe je het uitspreekt.

Maar Koos was een van de aller eersten en BART werd een succes.
Koos tegen de rechters: ‘Eén abonnee was in die tijd 1500 gulden waard. Had je 10.000 abonnees, dan was je bedrijf 15 miljoen gulden waard. Opgeklopt, maar in die tijd was dat zo.’
Bart groeide en groeide en werd verkocht.

Voor miljoenen: veertien, vijftien, twintig of nog veel meer.
Ik weet het niet.
Koos, niet meer de enige aandeelhouder, hield er vier miljoen gulden aan over.
Dat laatste is wel zo, want zijn advocaat zei het tegen de rechters.

Koos ging met al dat geld niet definitief naar het strand, maar hij richtte Independent Brains op, een internet-bemiddelingsbureau dat vraag een aanbod bijeen moest brengen, maar dan net iets anders.

Iedereen geloofde er in en iedereen geloofde dat ‘onze’ Koos het nog een keertje zou flikken.
Koos werd met Fred Heineken hoofdsponsor van Swingin’Groningen waardoor bijvoorbeeld Joshua Redman ergens achteraf in Groningen buiten in de regen kon optreden.
Door Amsterdam knarste wekenlang een tram met zijn reclame.

Maar het paradepaardje liep niet.

In augustus 2000 bedacht Koos dat het beter zou zijn de stekker uit zijn nieuwe kunstje te trekken.
Het was op het moment dat steeds duidelijker werd dat veel internetbedrijven zeepbellen bleken. En dat hij onvoldoende kapitaal zou kunnen verwerven voor een gezonde voortzetting van Independent Brains.
Maar toen kwam de gemeente Groningen die zich destijds nadrukkelijk profileerde als ’s lands enige echte it-stad.
En ook die kwam en die ook en allemaal wezen ze Koos op ongekende subsidiemogelijkheden.
Koos kon zo een investeringspremie krijgen als hij die zou aanvragen.

En daar is iets fout gegaan.

Koos zegt: ‘Ik ben verantwoordelijk.’
Rechters: ‘Dat is mooi, maar heeft u het ook gedaan?’
Koos: ‘Ik ben verantwoordelijk, maar ik was niet alwetend.’
De rechters zeggen dat er een verschil is tussen morele verantwoordelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid.
Koos: ‘Ik ben verantwoordelijk dus heb ik het gedaan.’

De investeringspremie van het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN), omgerekend 500.000 euro, zou vals zijn aangevraagd.
Koos zou op schrift een valse voorstelling van zaken hebben gegeven waardoor hij ten onrechte een voorschot op het toegezegde subsidiegeld incasseerde.
Valselijk, gewoon met typex.

Koos zelf ziet het allemaal net iets anders, maar erkent wel dat het niet is gegaan zoals het had gemoeten.
Vooraf of achteraf, de kern van de kwestie laat hij in het midden.

Er was ook gedoe met de fiscus.
Koos zou de omzetbelasting van een van zijn bv ’s niet goed hebben doorgegeven.
Dat wil zeggen de registeraccountant niet.
Er zou wel een correctieaangifte zijn dan wel zoek, dan wel spoorloos na de inval van de FIOD.

Er was ook nog iets met een uitkering die hij ten onrechte zou hebben ontvangen.

In totaal had Koos, zo rekende de fraudeofficier van justitie uit – de kluit voor 1,1 miljoen euro besodemieterd.
Heel erg ernstig.

Veel van dit alles speelde zich af in 2000 en 2001.
Independent Brains ging snoeihard failliet met dikke schulden..
De eens zo gevierde pionier Koos crashte en verdween.
Wij schreven spoorloos.

In de rechtszaal bestrijdt hij dat laatste.
Zegt: ‘Ik ben nooit spoorloos geweest. Dat hebben anderen gesuggereerd, Zijlstra met zijn stukjes in de krant en de curator.’
Koos zegt dat hij vlakbij het kantoor van de FIOD woonde, op nog geen honderd meter en dat die ook het adres had waar hij verbleef. ‘Het was alsof de FIOD mij niet wilde vinden. Maar ik ben altijd zichtbaar gebleven.’

Hoe het ook moge zijn, feit is dat op 13 oktober 2003 justitie met een onderzoek begint naar Koos’ vermeende malversaties.
Op 3 september 2004 wordt dat onderzoek afgerond.
Op 3 november 2004 is er een eerste zitting bij de rechtbank in Groningen.
Op 7 september 2005 wordt de zaak door de rechtbank inhoudelijk behandeld. Het openbaar ministerie eist op die dag 36 maanden gevangenisstraf waarvan 12 voorwaardelijk.
Op 21 september 2005 vonnist de rechtbank 24 maanden cel.

Op 6 oktober 2005 tekent Koos hoger beroep aan.
Dan blijft het heel lang stil.

Op 20 oktober 2008 doet het gerechtshof in Leeuwarden uitspraak.
Het hof zegt dat er in Groningen een fout is gemaakt (betekening onjuist) en dat de zaak daarom en daar moet worden overgedaan.
Het vonnis van de rechtbank Groningen wordt vernietigd.

Dan blijft het weer heel lange tijd stil.
Op 30 oktober 2009 is er in zaal 14 een regiezitting.
Op 15 januari 2010, vrijdagmiddag half drie, staat Koos er opnieuw terecht.

Het openbaar ministerie erkent dat het allemaal wel een klein beetje lang heeft geduurd.
Ja, ook langer dan redelijk.
En dat dat ook gecompenseerd moet worden, vaste jurisprudentie.
Twintig procent strafkorting vindt de officier van justitie hartstikke billijk.

Hij eist 19 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, min de vijf dagen die Koos acht jaar geleden in voorarrest heeft gezeten.

Op 29 januari doet de rechtbank van Groningen uitspraak.
Koos heeft dan veertien dagen de tijd om in hoger beroep te gaan.
En dan kan het weer heel lang stil worden.

Het is daarom dat ik schreef dat dit een lelijk verhaal moet zijn.
En niet een vermakelijke schets over een gevierde miljonair die eens alles kwijtraakte.

Rob Zijlstra

>> zie ook internetpionier 1

UPDATE – 29 januari 2010 – uitspraak
Een opmerkelijke uitspraak die heel mooi is voor Koos B.: geen 19 maanden celstraf, maar een werkstraf van 240 uur en 12 maanden voorwaardelijke celstraf. De rechtbank acht B. wel schuldig aan subsidiefraude, maar meent dat de redelijke termijnen zijn overschreden, reden voor een aanzienlijk milder vonnis.

Zwart-wit foto’s

 

 

Halverwege de rechtszaak vragen de rechters hoe het gaat.

Niet goed, zegt de ondervraagde.

Aan het einde van de zitting, als hij alle hoop dat het toch nog goed komt al had moeten laten varen, gaat hij onderuit.

Gestrekt naast het verdachtenbankje.

Er moet een arts met spoed komen.

 

Twee jaar hadden ze naar deze dag toegeleefd.

Het was een vreselijke tijd geweest, vertelt Martin (56).

Tegen zijn partner had hij gezegd: nog één bloot plaatje en ik ga, dan ben ik vertrokken.

Martin herhaalde dat tijdens de zitting een paar keer.

Dat hij dat had gezegd over die rommel.

 

Toen de politie op 7 februari 2007 hun woning was binnengevallen, wist hij het. Dat het te laat was. Hij was er altijd bang voor geweest.

Zonder dralen had Martin zes cd’s aan de politie gegeven.

‘Die zijn van mij. Daar staat ook rommel op’, had hij er bijgezegd.

 

Maar het ging om zijn partner, om Gerard (52). Op zijn slaapkamer vond de politie wat ze eigenlijk zochten: tientallen cd’s met foto’s en films.

Na een jaar van grotendeels handmatig onderzoek: 24.000 foto’s, 1075 films.

Categorie: harde kinderporno, in de leeftijd van 0 tot 18 jaar.

Ranzig en het meest schokkend.

 

Gerard trilt voor de rechters.

Kinderpornomannen weten doorgaans dat het strafbaar is, dat wat ze zo stilletjes downloaden.

Hij was zeker zes jaar bezig geweest, soms wel vier keer per week.

Bij een politieonderzoek in Friesland was zijn hotmail-adres opgedoken.

Microsoft had toen desgevraagd opgeslagen gegevens verstrekt.

Zo wisten de politie hem te vinden.

Hij had daarna tig keer geprobeerd zelfmoord te plegen.

 

Partner Martin: ‘Onze grootste angst is dat het uitkomt. De publiciteit. En als het uitkomt zijn onze levens verwoest. Dan raak ik ook mijn baan kwijt.’

Noord-Groningen is best wel groot, haar dorpjes maar klein.

 

Martin had wel eens gezegd tegen Gerard: je bent een pedofiel.

Daarom mochten er van Martin ook geen kinderen bij hen over de vloer komen.

 

Gerard zegt tegen de rechters dat hij geen pedofiel is.

Dat hij van kinderporno niet opgewonden raakt.

Wilde hij opgewonden, dan zocht hij wel naar gay.

 

De reclassering had geschreven dat Gerard slachtoffer is, maar dat hij nu langzaam naar de daderrol toegroeit.

Dat dat wel met vallen en opstaan gaat.

 

Toen Gerard klein was, een kind, is hij seksueel misbruikt.

Het had ook zijn leven verwoest.

Nog steeds heeft hij nachtmerries. Dan wordt hij ’s nachts wakker en dan voelt hij zijn eigen lichaam niet.

Dan gaat hij in zichzelf snijden.

Om toch iets te voelen.

 

Sinds de inval – wat eigenlijk een grote opluchting was – is hij in therapie.

Een dag in de week.

Partner Martin: ‘De politie is onze redding geweest. Ze hebben ons ook altijd netjes behandeld.’

 

Gerard zocht naar ranzigheid om te ontdekken dat hij niet de enige was, die als kind door grote mannen was misbruikt.

Zo staat het in de rapporten.

Hij zocht bevestiging.

 

En hij zocht naar zichzelf, naar zijn kinderfoto’s.

Want dat vermoedde hij, dat er toen ook foto’s van hem zijn gemaakt.

Daarom had hij vooral naar zwart-wit foto’s gezocht.

 

De rechters zijn ditmaal mild tegen Gerard die het zichtbaar moeilijk heeft.

Vandaar ook die vraag halverwege.

 

De officier van justitie speelt een andere rol, meer die van de samenleving die pedofiele kinderpornomannen rauw lust.

De officier van justitie zegt: ‘U heeft over een lange periode een grote en schokkende verzameling kinderporno aangelegd. Voor het verwerken van uw eigen verdriet had u 24.000 foto’s nodig. Om het te stoppen, moest de politie ingrijpen.’

 

Langzaam maar zeker wordt de 52-jarige Gerard afgebroken.

 

‘Als bezitter bent u mede verantwoordelijk voor het misbruik van heel jonge kinderen. U stond er bij en keek er naar. Uw motief, uw trauma uit het verleden, is onvoldoende om daar belangrijke consequenties aan te verbinden. Ik weet dat rechtbanken terughoudend zijn in het opleggen van gevangenisstraffen wanneer er sprake is van alleen bezit, van bezit alleen.’

 

Op die laatste zin volgt het onheilspellende maar...

 

Maar…, vervolgt de officier, de rechtbank Assen, de rechtbank Den Bosch deden het laatst nog wel. Twaalf maanden, zes voorwaardelijk zelfs voor een 84-jarige.

 

De officier eist twaalf maanden gevangenisstraf (waarvan vier voorwaardelijk) tegen Gerard.

Partner Martin die wel riep van ‘gooi weg die rommel’ maar verder ook niet, mag 60 uur werken.

 

De advocaten doen hun best. Achteraf makkelijk praten, naïef, eis niet passend.

De advocaat van Gerard zegt dat zijn cliënt een man is zonder gevoel.

En daarom is zijn bezit een andere vorm van bezit. Anders dan van hem die er wellustig naar kijkt.’

 

Kort daarna zeeg hij op de grond en werd een arts gewaarschuwd.

 

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE uitspraken – 2 maart 2009

De rechtbank laat de persoonlijke omstandigheden van Gerard zwaarder wegen dan de ernst van de feiten zoals die door de officier van justitie op tafel zijn gelegd. Geen gevangenisstraf, maar een werkstraf van 150 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf. Voor partner Martin: een taakstraf van 60 uur, maar daarvan de helft voorwaardelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Internetpionier

Ik schreef, drie jaar geleden, al eens over Koos.

Over Koos die spoorloos was, maar niet vermist.

Koos, toen 54 en nu 57, is een bijzondere man.

In september 2005 werd hij veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

De officier van justitie sprak destijds van een ernstige zaak.

Koos had de kluit belazerd.

Hij had gesjoemeld met de omzet van zijn bedrijf door op computers te knippen en te plakken met facturen om zo de kosten en baten in gezonde balans te brengen.

Ook wist hij op valse wijze een subsidie in de wacht te slepen van 220.000 euro bij wijze van een voorschot op een toegezegde vijf ton.

Drie weken nadat het voorschotgeld was bijgeschreven, ging de nering van Koos failliet.

Pure oplichting, sprak de officier van justitie tijdens het strafproces voor de noordelijke fraudekamer.

Op zich is dit allemaal niet zo bijzonder in de zin van bijzonder.

Het bijzondere is Koos zelf.

Koos richtte in 1994 internetprovider bART op.

Daarmee was hij een van de allereerste.

Vijf jaar later verkocht hij bART aan Amerikanen en dat leverde heel veel geld op.

Zo werd Koos de eerste internetmiljonair van het land en in Groningen een gevierd man.

In plaats van te rentenieren wilde Koos de wereld nog een keer een kunstje laten zien.

Hij richtte Independent Brains op.

Een digitaal bemiddelingsbureau tussen freelancers (brainworkers) en opdrachtgevers (brainhunters).

Al gauw heette Independent Brains het paradepaardje van de IT-sector in Groningen en verre omstreken.

Door Amsterdam reden trams met de naam van de onderneming op de zijkanten en Swingin’ Groningen kon internationale artiesten op de Grote Markt laten optreden omdat Koos de boel sponsorde.

Herman Brood met Big Band speelde exclusief op een personeelsfeestje.

Maar het ging mis.

Het paradepaardje bleek een zeepbel.

Rekeningen en later ook de salarissen bleven onbetaald.

In een poging te redden wat er te redden viel, begon Koos dus te knippen en plakken en stortte het Samenwerkingsverband Noord-Nederland 220.000 euro op de rekening.

Kort daarop spatte de boel uiteen.

De curator stelde vast dat er nooit één cent was verdiend, maar dat het salaris van de jongste bediende dat van hem overtrof.

In het café sprak ik met oud-werknemers (brains) waarna ik in de krant een artikel schreef over de teloorgang van wat zo mooi leek.

Een van de brains zei: ‘Koos had ideeën en lef. Vooral lef. Hij riep vaak: weest niet bescheiden, denk groot. Dat was stimulerend, verfrissend.’

Vriend en vijand – de vele schuldeisers – waren het er over eens dat Koos nooit had gehandeld vanuit kwade bedoelingen. Hij geloofde in zijn eigen ding en velen lieten zich enthousiast meeslepen. ‘We hadden allemaal boter op het hoofd.’

Na het faillissement verdween Koos.

Met zijn resterende miljoenen naar Bonaire, wilden geruchten.

Anderen zeiden dat hij berooid onder een brug in Parijs leefde.

Zij die wel beter wisten, wilden niks zeggen.

Twee jaar na het faillissement volgde een strafrechtelijk onderzoek nadat in een woning op Terschelling belastend materiaal was opgedoken. Na afronding van het onderzoek werd Koos drie maal opgeroepen om als verdachte te verschijnen voor noordelijke fraudekamer en drie keer ook liet hij zich niet zien.

Uiteindelijk besloot de rechtbank het dan maar zonder hem te doen en zo werd Koos in september 2005 bij verstek veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

Omdat hij spoorloos bleef, kreeg hij een vermelding op het internationale opsporingsregister.

Niet als een most wanted.

Justitie zei: hij zal zich, het vluchten moe, misschien wel eens melden en anders loopt hij wel een keertje tegen de lamp.

Maar Koos bleef spoorloos.

Tot vorige week.

Vorige week maandag dook hij ineens op bij het gerechtshof in Leeuwarden.

Het hof oordeelde dat de betekening (uitreiking) van de dagvaarding in september 2005 niet correct is verlopen. Daardoor is Koos niet in de gelegenheid gesteld het proces in persoon bij te wonen.

Ofwel: de dagvaarding is nietig en daarmee is er geen vonnis.

Geen 24 maanden meer.

De ernstige zaak, zoals de officier van justitie het destijds zei, is terug bij af.

Het openbaar ministerie zal Koos nu opnieuw moeten dagvaarden.

En gezien de prioriteit die fraude in justitieland geniet, kan dat nog even duren.

Wel een jaar.

Rob Zijlstra


UPDATE – vervolg strafproces – 15 januari 2010

Het openbaar ministerie heeft op vrijdag 15 januari 2010 een gevangenisstraf geeist van 19 maanden.  Tijdens de zitting liet Koos B. weten dat ten onrechte het beeld is ontstaan dat hij jarenlang spoorloos was. Is niet zo, zegt hij. Het had er meer van, aldus B. dat de FIOD mij niet wilde vinden. ‘Ze hadden mij adres.’ Het verslag van de zitting >> internetpionier 2