Link loslopend wild

maltal

kop en bericht kloppen niet helemaal…

Criminelen worden nogal eens over één kam geschoren.
In werkelijkheid vormen misdadigers een bont gezelschap.
Neem straatrovers.
Onder hen zijn brute types die niet schuwen geweld te gebruiken, rovers die daar slechts mee dreigen, keurige jongens zonder werk en gluiperige mannen met goede banen.

Een half jaar geleden werd in een buitenwijk van Groningen een fietsende man beroofd.
Op klaarlichte dag.
Plots was een auto voor hem gestopt waaruit twee mannen sprongen.
De een richtte een wapen op zijn hoofd, de ander griste de tas uit de handen.

Het slachtoffer deed aangifte.
In die tas zat welgeteld 15.000 euro, bedoeld voor het inrichten van de babykamer.
Nu is de politie in Groningen gekke Henkie niet.
Hier was meer aan de hand en dat bleek deze week.

In de verdachtenbank zaten drie mannen die de straatrovers zouden zijn.
Achmed (31) ontkent niet.
Hij was de bestuurder van de auto.
Maar dat de buit uit 15.000 euro’s bestond, bestrijdt hij: ’t was veel meer, het was 38.900 euro.

Achmed vertelt dat hij best bang was geweest en dat het slachtoffer altijd een wapen draagt omdat hij ruzie heeft met Antillianen.
Daarom had hij voorafgaand aan de beroving whisky gedronken en cocaïne gesnoven.
Dan ben je voor even voor niemand bang.

Klaas (21) wil er niet veel over kwijt.
Hij had het aan zijn moeder verteld en die had weer contact met de politie gehad.
Zo zijn moeders.
Ook al omdat er zestien gewapende mannen aan haar deur waren geweest die 40.000 euro wilden hebben van haar zoon.
Of anders…

Siyaad (26) zou de derde boef moeten zijn omdat hij met zijn gouden tand linksvoor voldoet aan het signalement.
Hij ontkent.
Dat Klaas – een vriend – bij de politie zijn naam had genoemd vindt hij raar.

Achmed vertelt over het waarom.
Hij werkte voor het slachtoffer.
Hij knipte henneptoppen in diens hennepkwekerijen in Groningen en Drachten.
Zes maanden lang had hij geen salaris ontvangen, terwijl hij wist dat zijn werkgever geld zat had.
Iedere maand kwam een Duitser langs die voor 50.000 euro heroïne, cocaïne en hennep bij hem kocht.

Daags na zo’n deal hadden ze een nacht gepost bij de woning.
Toen het klaarlicht was geworden en hun doelwit op zijn fiets was gestapt, hadden ze hem gepakt.

Rechters: ‘Dus u samen met Klaas en Siyaad?
Achmed: ‘Daar wil ik niks over zeggen.’
Rechters: ‘Bent u bang voor hen?’
Achmed, hij kijkt even opzij: ’Voor hen? Nee.’

De behandeling van de strafzaak duurt tot in de avonduren, maar meer helderheid komt er niet.
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer niet helemaal onschuldig is, net zo min hij het achterste van de tong laat zien.
Niettemin gaat het om een kille beroving.
Ze eist dertig maanden celstraf tegen Klaas en Siyaad en twee jaar tegen de illegale Achmed.
Samen moeten ze 15.000 euro – conform de aangifte – inleveren.

Nu kun je zeggen dat deze drie vermeende criminelen nog een reden hadden.
Niet goed, maar er was een aanleiding, een zeker motief.

Dat kun je niet zeggen van Wouter (27) en Mark (28).
Anders dan Achmed, Klaas en Siyaad hebben zij geen groots crimineel verleden.
Toch zijn juist zij bloedlink: Wouter en Mark beroofden zomaar iemand, willekeurig.
En nog erger: ze weten niet eens waarom ze dat deden.

Ze hadden whisky gedronken en cocaïne gesnoven (wat is dat toch?), ze waren rondjes gaan rijden met de auto door de stad en toen het al lang geen klaarlichte dag meer was parkeerden ze de auto en gingen ze wandelen in het park, in het Noorderplantsoen.
Daar kwam een vrouw aan op haar fiets op weg naar huis.
Toen ze haar konden vastgrijpen, pakten ze haar, sloegen ze en gingen er vandoor met haar tas.
Lachend, want wat een lol.
Uit de tas graaiden ze een iPhone en de rest flikkerden ze in de bosjes.

Rechters: ‘Waarom?’
Nou, dat weten ze dus niet.
Ze zeggen: gewoon, zomaar, ’t ging onbewust.
Rechters, verontwaardigd: ‘Onbewust? Toe nou.’

Mark zegt dat Wouter de tas weggriste en dat hij de telefoon kreeg om het te verkopen en dat ze de opbrengst zouden delen.
Wouter: ‘Ik had een goede en vaste baan in de binnenvaart.’

De studente vertelt over haar angst, de concentratieproblemen, dat ze ’s avonds niet meer alleen op straat durft, dat ze studievertraging heeft opgelopen omdat ze ’s avonds colleges volgt.
Ze zegt: ‘Woede en angst putten me uit.’

Wouter: ‘Het is verschrikkelijk. Wat ik heb gedaan is het laagste van het laagste. Ik zal alles vergoeden.’
Mark, vader van drie kinderen: ‘Ik ook.’

Wouter en Mark zijn behalve bloedlink niet de meest snuggere rovers.
Nadat ze waren bijgekomen van het lachen logde Mark met het geroofde toestel in op een buitenlandse goksite waar hij een account had.
De politie had het toestel direct na de aangifte onder de tap gezet en kon zo zien wat er gebeurde.
De volgende dag ging een rechtshulpverzoek naar Malta om te achterhalen wie de eigenaar was van het account.
Malta: Mark.
Hij werd aangehouden en tijdens het derde verhoor verlinkte hij Wouter.

Ze mogen wat betreft de eis van het Openbaar Ministerie – kijkend ook naar Achmed, Klaas en Siyaad – in hun handen knijpen: zes maanden celstraf p.p.

Rob Zijlstra

UPDATE – 24 januari 2014 – uitspraak
Mark en Wouter mogen niet alleen in hun handen knijpen, ze mogen de rechtbank van Groningen de rest van hun op hun blote knieën bedanken. Dagelijks. Een vrijheidsstraf is passend vindt de rechtbank om vervolgens een taakstraf van 240 uur op te leggen. Mark kan op die manier zijn leven verder vorm geven. En Wouter hoeft niet de cel in omdat hij dan opnieuw zijn baan zal kwijtraken. In het vonnis staat: ‘Dit acht de rechtbank niet in het belang van de verdachte  en ook niet in dat van de maatschappij, omdat de mogelijkheid bestaat  dat verdachte in dat geval weer strafbare feiten gaat plegen.’  Aan het slachtoffer moeten ze samen 1.300 euro betalen.

De rechtbank heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

In de strafzaken van Achmed, Klaas en Siyaad wordt maandag 27 januari uitspraak gedaan.

De uitdaging

Pierre is een keurig ogende en welbespraakte jongeman van 23 jaar.
Je kunt ook zeggen: Pierre is een groot probleem.
Of andersom: een uitdaging.

Nadat de officier van justitie haar strafeis heeft geformuleerd, kijkt ze hem strak aan en zegt: ‘Dit is echt uw laatste kans. Er liggen wetsvoorstellen in de Tweede Kamer en die gaan héél nadelig voor u uitvallen.’

Pierre zegt niets terug.
Hij snapt het wel, maar vindt ook dat er veel te negatief over hem wordt gesproken.
Eigenlijk alleen maar.

De rechters vragen naar zijn toekomst, hoe hij die ziet?
Pierre antwoordt met een tegenvraag: ‘Kunt u mij het vertellen? Ik weet het niet.’

Aan een medewerker van de reclassering vertelde hij waarschijnlijk altijd in de onderwereld te moeten blijven, omdat hij in de bovenwereld toch nooit normaal zal kunnen functioneren.

Pierre is in 1988 geboren in Limonade, Haïti.
Tot zijn zesde levenjaar zwierf hij kruipend met een broertje over dit droefgeestige eiland.
Adoptie bracht hem in Veendam.
Toen hij daar 15 jaar was geworden, kwam hij voor het eerst in aanraking met de politie. En nu, nu hij 23 jaar is, krijgt hij zijn laatste kans.

Pierre had in een mobiele telefoonwinkel een iPhone te koop aangeboden.
Hij had er een paar tientjes voor gekregen.
Het apparaat was gestolen uit een woning in Groningen.
Pierre ontkent de inbraak.
Hij zegt: ’t Is meer heling.’

Hij vertelt de telefoon te hebben gekregen van een Antilliaan met rastahaar in een café dat 24 uur per dag open is.
Carlos, de Antilliaan, had hem gevraagd het toestel te verkopen.
Tegen de rechters: ‘Ik ging er vanuit dat het geen eerlijke telefoon was.’
Ze verdeelden de buit.

Hij zou hebben ingebroken in een woning aan het Paradyske in Kollum.
Rechters: ‘Klopt dat?’
Pierre: ‘Ja en nee. Ik stond op de uitkijk. Appie is naar binnengegaan.’
Rechters: ‘Appie zat toen in de gevangenis.’
Pierre: ‘Appie heeft een tweelingbroer, Albert. Zet ze naast elkaar en je ziet geen verschil.’
Albert zegt van niets te weten.

Vier maanden later zou hij nog een keer in diezelfde woning hebben ingebroken.
Pierre: ‘Nee. Ik zat toen in de re-integratie, bij die brug in Groningen. Dan kan ik dus nooit in Kollum zijn geweest.’
Rechters: ‘Want u bent Speedy Gonzales niet.’
Pierre: ‘Zo is het.’

Uit de woning werden vooral sieraden gestolen, inclusief trouwringen (07/07/07).
Pierre had de buit in een zakje gedaan en een juwelier in de binnenstad van Groningen bood nadat hij de zaak in het zakje had bekeken, een mooi bedrag.

Kort nadat Pierre blij was vertrokken, ontdekte de juwelier nog iets.
Tussen de smuk zat een sleutel met een labeltje met daarop een telefoonnummer. Juwelier dacht: even bellen.
Pierre kreeg hij niet aan de lijn.
Wel de dan nog onwetende, want vakantievierende eigenaar van de sieraden.

Pierre ontkent de buit niet.
Die had hij dus van de ene of de andere tweeling gekregen, op het station, om het te verzilveren.
Pierre: ‘Ik zat een beetje krap bij kas.’
Rechters: ‘Waarom liet u die sleutel liggen?
Pierre: ‘Domheid.’

Ingebroken in de kleedkamers van voetbalvereniging Be Quick, Haren?
Pierre: ‘Ja.’
Hij had zich met de buit (portemonnees, pasjes) verstopt in het opberghok.
Toen iemand het hok wilde afsluiten, moest hij wel roepen.

Wederspannigheid?
‘Moh. Er was een vechtpartij bij het Newscafé. Ging ik kijken, beetje spannend. Toen kwamen er agenten aan en een van hen duwde mij weg. Ik zei, hé, waarvoor? Kreeg ik nog een duw. Toen wilde ik verhaal halen. Misschien dat de whisky iets naar boven heeft gebracht.’

Pierre eindigde op de grond en in de boeien.
Hij verzette zich en schopte een agent tegen het lijf met een thorax-trauma tot gevolg. De agent was drie weken uit de running, er is blijvend letsel.
Pierre, die niet heel groot is: ‘Nuchter had ik het nooit gedaan. Maar ik werd te hard aangepakt, snap je, alsof ik een grote jongen ben.’

Gedragsdeskundigen zeggen dat bij Pierre sprake is van een hechtingsstoornis.
Van daaruit heeft hij een overlevingsstrategie ontwikkeld die zich uit in liegen, bedriegen en stelen.
Een behandeling zou goed voor hem zijn.
Probleem is dat Pierre al eens negen maanden lang in de forensisch psychiatrische kliniek in Assen heeft gezeten.
Met als resultaat dat hij daar nu niet meer mag komen omdat hij er in drugs dealde.

De officier van justitie zegt dat Pierre niet goed in de gaten heeft dat wat hij doet, fout is. Dat het niet doordringt.
Dat hij over inbraken praat alsof hij even naar de supermarkt gaat.
Dat er misschien nog een andere kliniek is waar hij wel mag komen.

Pierre zegt dat hij wel hulp wil, maar geen zin heeft in klinieken.
Hij vertrouwt het niet.
Pierre: ‘Ik ben aanwezig geweest bij een liquidatie.’
Heel even wordt het stil in de rechtszaal.
Pierre weer: ‘Dat kan ik hier wel zeggen.’

Hij had het ook verteld aan een reclasseringsmedewerker.
In vertrouwen.
Maar wat?
Die medewerker belde de politie.
Politie vroeg hoe dat zat, met die liquidatie.
Had hij gevraagd: hoe weten jullie dat nou?

Rechters: ‘Ze hebben uw vertrouwen beschaamd.’
Jazeker, zegt Pierre.

De officier van justitie formuleert zijn laatste kans: een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan de helft voorwaardelijk.
Voorwaarde: behandeling in een kliniek.
‘In de hoop dat dat lukt.’

De advocaat heeft ook hoop: dat er een kliniek is die Pierre wil zien als een uitdaging. Niet als een probleem.
‘Omdat we iemand van 23 jaar niet moeten willen opgeven.’

Onderzoek naar de liquidatie heeft geen slachtoffer opgeleverd.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 16 februari 2012 – uitspraak
Pierre is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Aan dit laatste zijn voorwaarden verbonden, waaronden een klinische opname die maximaal 2 jaar mag duren. Volgens de rechtbank is er bij Pierre sprake van een stoornis en heeft hij een overlevingsstrategie ontwikkeld, naar aanleiding van ontberingen in zijn eerste levensjaren.

.

Blije knuffel

De kwestie is de volgende.
Jaap is vrolijk op stap geweest en zoekt wat onvast ter been een weg door de nacht, richting huis.
Het is koud.
Plotseling wordt hij vastgepakt, geschopt en tegen de grond geslagen.
Hij hoort: ‘Hé gast, geef je telefoon.’
Jaap roept nog: ‘Sodemieter op, het is mijn telefoon.’
Maar in een handomdraai is hij zijn fraaie i-toestel kwijt en drie seconden later zijn de rovers gevlogen.

Een en ander speelde zich op 19 december vorig jaar om kwart over drie af bij de verkeerslichten aan het Damsterdiep in Groningen.

Stelen is doorgaans niet heel slim, maar het stelen van mobiele telefoons is zo ongeveer het domste wat er bestaat.
Omdat een mobiele telefoon die in werking is altijd kan worden getraceerd, ook als de rovers en snel een nieuwe simkaart instoppen.
Dit is omdat een toestel nog een eigen en niet te vervangen nummer heeft.

En dus werd Ineke aangehouden.
Ineke snotterde dat ze het toestel cadeau had gekregen.
Van Arie.
Arie werd aangehouden en Arie zei dat hij het toestel voor tachtig euro had gekocht van zijn buurman.
De buurman werd gearresteerd en die zei dat hij het samen met Jori had gedaan.
Jori: ‘Klopt. Jan en ik hebben het gedaan.’

Jan is 21 jaar, hij heeft ADHD en met behulp van een beetje gel zorgvuldig zijn haar gedaan. Het haar staat ik kleine plukjes rechtop.
Jan wil stoppen met blowen en met whisky drinken in het weekeinde (twee flessen per keer). Verder wil hij werk zoeken, iets met ict.
Of in de offshore, net als zijn vader.

Jori is 20 jaar, hij had een lieve oma bij wie hij opgroeide en van wie hij alles mocht en een moeder die strenge regels opstelde en met wie hij vijf jaar geleden naar Nederland kwam.
Hoe hij zijn toekomst zien?
‘Veel’, zegt hij tegen de rechters.
De opleiding automonteur maakte hij niet af.
Jori wil nu kapper worden.

De rechters: ‘Maar waarom?’
Ze zeggen dat ze uit waren geweest en op weg waren naar huis.
Toen zagen ze een jongen staan bij de verkeerslichten.
Hij was aan het bellen met een mooie mobiel.
Jori: ‘Jan zei toen, die wil ik.’
Jan: Jori zei vet chill.’

De rechters: ‘Maar waarom?’
Jan: ‘Moeilijk. Impulsiviteit. Ik doe eerst en denk dan. Ik was bezig met een ADHD-cursus, had mijn medicijnen niet genomen en voelde me niet optimaal.’

Jori: ‘Ik was blij. Ik was net vrij. En ik had ook geblowd. Toen zagen we die jongen en toen heb ik hem een knuffel van achteren gegeven.’
Rechters: ‘Een knuffel van achteren?’
Jori: ‘Ja, iets te blij.’

Terwijl Jori Jaap stevig van achteren knuffelt, draait Jan de hand van Jaap om waardoor hij en de telefoon op de grond vallen.
Na nog wat klappen en schoppen gaan ze er vandoor.
Onderweg halen ze de simkaart eruit, omdat ze denken dat dat zin heeft.
Veilig komen ze thuis en weet Jan de telefoon te slijten aan zijn buurman.
Jori wil niet in de buit delen.
Daarop zegt Jan dat hij die 50 euro voor een geleverde mp3-speler niet hoeft te betalen.
Staat ze mooi weer quitte.

De officier van justitie kwalificeert het gebeuren als een diefstal met geweld in vereniging gepleegd.
En dat is meer dan een knuffel.
Het is, zegt de officier, een ordinaire straatroof.
Door twee nog heel jonge verdachten over wie we ons grote zorgen moeten maken.
En dat ze daarom nog geen eisen kan formuleren die ook zinvol zijn.

De officier wil dat gedragsdeskundigen nog eens naar Jan en Jori gaan kijken.
En dan een advies geven wat beter is.
Wil de rechtbank dat niet, zo’n nader onderzoek, dan mag Jori een jaar zitten en Jan vijftien maanden (waarvan drie voorwaardelijk).

Jan wil graag een nader onderzoek.
Volgens het rapport van de reclassering is de situatie van Jan verre van rooskleurig.
Hij is moeilijk te corrigeren en misschien is er wel sprake van een persoonlijkheidsproblematiek.
De kans dat Jan meer rottigheid uithaalt, wordt ingeschat op groot (hoog).
Jan vindt de opmerkingen niet terecht, maar alle hulp is desondanks welkom.
Zegt: ‘Ik heb een schop onder mijn kont nodig, daar heb ik baat bij.’

Nog grotere zorgen zijn er over Jori die leeft bij de dag, afspraken consequent niet nakomt, de pest heeft aan gezag, maar de sterke drank koestert.
Jori wil niks geen hulp en de reclassering wil hem niet meer.

Rechters: ‘Er moet wel wat gebeuren, anders gaat het helemaal fout.’
Jori: ‘Niks, ik zal nergens aan meewerken.’
Rechters: ‘Waar bent u bang voor?’
Jori: ‘Bang?’
Rechters: ‘Baat het niet, dan schaadt het ook niet.’
Jori: ‘Nee.’
Rechters: ‘En als het u zou kunnen helpen?’
Jori: ‘Nee. Niemand mag mij helpen. Het is niet nodig.’

Rechters: ‘Wat vindt u er nou eigenlijk van, van zo’n beroving op straat?’
Jan: ‘Dom. Het had niet mogen gebeuren.’
Jori: ‘Eigenlijk best wel kloten.’

De officier van justitie verandert niet van standpunt: nader onderzoek moet, ook naar Jori die niks wil.
Ze zegt: ‘Een kale celstraf kan, maar ik weiger hem, zo jong nog, af te schrijven.’

De officier van justitie zegt dat omdat ze ook wel weet – misschien wel als geen ander – dat het corrigerende vermogen van gevangenissen ook beperkt is.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28 juni 2010 – uitspraken
De rechtbank voelt niets voor een nader onderzoek. De rechtbank kiest voor de afrekening. Jori heeft 15 maanden gekregen. Jan komt iets lager uit dan de eis: 15 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk.