De mythe

ook nrc handelsblad doet er aan mee

Een eis van zeven jaar?

Daar kun je ook iemand voor omleggen, zei een advocaat in de wandelgangen van de Groninger rechtbank.
Iemand anders beweerde dat justitie nog een rekening heeft te vereffenen met de 24-jarige Johnny B.
Omdat de rechtbank hem in 2008 ‘slechts’ veroordeelde tot netto vijftien maanden celstraf terwijl toen vijf jaar was geëist.

Zeven jaar.

Voor het idee: de rechtbank in Groningen legde sinds 2005 zeven maal een gevangenisstraf van zeven jaar op: een keer voor moord, drie keer voor doodslag en drie keer voor een poging tot moord.

Ik ben een goeie jongen, zei Johnny B. donderdag tegen zijn rechters.
Eigenlijk zijn we ratten, zou hij tegen medeverdachte Johannes V. hebben gezegd, in de auto (met afluisterapparatuur) op weg naar een woning in Spijk om daar in te breken.

Zeg ‘Johnny B.’ in Limburg (of Zeeland) en de kans is groot dat de reactie luidt: ‘de pyromaan van ’t Zandt’.
Gedragsdeskundigen die hem in 2008 onder de loep namen, concludeerden dat Johnny B. juist geen pyromaan is, dat hij niet lijdt aan de ziekelijke stoornis die pyromanie heet.
Donderdag, tijdens het twaalf uur durende strafproces, viel het woord niet eenmaal.

Wij van de media blijven hem wel hardnekkig zo noemen.
Misschien is het verleidelijk iemand in een hokje te stoppen, omdat het geen prettige gedachte is dat gewone mensen ook ongewone, ja zelfs hele nare dingen kunnen doen.

Johnny B. is een mythe geworden, met nationale bekendheid als twijfelachtige eer.
De naam bekt ook best lekker voor een crimineel.
Maar is hij dat ook?

In 2008 werd hij, toen 19 jaar oud, verdacht van 22 brandstichtingen; hij werd veroordeeld voor één brandstichting en twee pogingen daartoe.
Donderdag ging het om zeven brandstichtingen: in een woning, driemaal een caravan, een auto, een schuurtje, een rolletje papier in een pinautomaat.
Daarnaast: negen woninginbraken en een vernieling.

Geen kinderachtige verdenkingen.
De auto, die explodeerde, was een aangepaste auto, de eigenaar was ervan afhankelijk.
Het zal je caravan of pinautomaat maar zijn.
En ook het plegen van inbraken past beter bij rattengedrag, dan dat het het werk is van een ‘goeie jongen’.

Officier van justitie Rianne Wildeman presenteerde in de bomvolle rechtszaal de bewijzen en dat deed zij – met PowerPoint op een scherm van drie bij vijf meter – op overtuigende wijze.
Na haar verhaal was maar een conclusie mogelijkheid: Johnny B. heeft zijn reputatie eer aan gedaan, hij is schuldig.
En maatje Johannes V. ook.

Nadat de officier van justitie had gesproken en de strafeisen op tafel had gelegd (zes jaar voor Johannes V.), verlieten de meeste journalisten met een eenzijdig verhaal de rechtszaal.
Ruim voor etenstijd.
Het proces zou nog tot half tien ’s avonds duren.
In die tijd gaven de advocaten tegengas, om evenwicht in het relaas van justitie te brengen.

De advocaten: wanneer het waar is wat justitie wil doen geloven, dan heeft Johnny B. zijn misdaden gepleegd terwijl het observatieteam van de politie toekeek.
Dat is zo bizar, zeiden ze, dat het misschien helemaal niet waar is wat de officier van justitie zo stellig beweert.

De rechtszaal was toen al bijna leeg.

Bij te veel evenwicht vallen bestaande beelden om.
Blijkbaar houden we liever de mythe in stand.

Rob Zijlstra

Concurrentie

koffieperstafelkoffieperstafel

Op de groepsweblog De Nieuwe Reporter (een onafhankelijk platform voor het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek) wordt veel geschreven over webloggers.
Bijvoorbeeld over de voor sommige vakgenoten prangende vraag of bloggers wel echte journalisten zijn.
Ik ga mij niet in die rare discussie mengen.

Wat mij wel opvalt is dat er zo weinig journalisten zijn die bloggen.
En dan bedoel ik niet over hun poes, hun favoriete rijstgerecht of over zichzelf, maar over hun vakgebied.
Over datgene waardoor ze zich journalist kunnen noemen.

Voor veel vakgenoten is het papier (de radiomicrofoon) nog altijd heilig.
Ik ben voorstander van en/en.
Ik schrijf en in de krant en blog op het web, voor mij een ideale combinatie.
Nooit heb ik begrepen waarom rechtbankverslaggevers elders in het land, niet iets doen wat ik doe.

Zou ik de baas zijn, dan zou ik alle collega’s verbieden niet te bloggen.

Misdaadverslaggevers lijken een beetje de uitzondering op de regel te zijn.
Misdaad loont kennelijk voor verslaggevers.

Deze week meldde zich een nieuwe boevenweblogger aan het firmament: mijn naaste collega Chris Klomp.
Wij delen in het gerechtsgebouw van Groningen de perskamer, een koffiezetmachine, pennen, feiten en met grote regelmaat de perstafel in zittingszaal 14.
Wij delen niet altijd een zelfde mening.
Waar we het wel roerend over eens zijn is dat de (straf-)rechtspraak grote aandacht dient te hebben.
Dat het een taak van een journalist in de rechtbank is om te vertellen wat ‘ze’ daar uitvreten.
En ook wat niet.

Opdat u als lezer – ja ja, want daar doen wij het allemaal voor – een idee krijgt.
En dan hopen wij – ja echt – dat u niet alles voor zoete koek slikt wat bijvoorbeeld politici over de misdaad roepen.
Of – heus – dat u ook niet alles voor waar aanneemt wat sommige journalisten in hun kranten van papier (of op de radio) mogen beweren.

En omdat twee nu eenmaal meer kunnen vertellen dan een, ook al zijn die twee het niet altijd met elkaar eens, is het mooi dat collega Klomp nu doet wat alle collega’s zouden moeten doen.

Rob Zijlstra

weblog Chris Klomp