Nep-alert

Nepnieuws lijkt een plaag
te worden die bij deze
tijd schijnt te horen

Namen van verdachten zijn meestal (door mij) verzonnen. De rest is altijd waar. Dat beweer ik. Niet dat er nooit fouten in mijn verhalen staan. Ik heb een keer een zware crimineel, zo’n echte linkmiegel, in de rechtszaal laten huilen. Toen ik het verhaal na publicatie nog een keertje las, realiseerde ik mij dat ik twee strafzaken door elkaar had gehaald. Elke dag weer hoop ik die kerel nooit tegen te komen, want iets zegt me dat ik hem met dat tranendal diep heb beledigd. Ik vrees een criminele afrekening.

Een fout moet worden hersteld. Zodra dat is gebeurd, is een verhaal weer waar. Voor de krant zijn ware verhalen van het grootste belang. Ooit konden wij van de krant nieuws verkopen, maar nu iedereen zijn eigen nieuws is, werkt dat niet meer. Wat ons rest: betrouwbaarheid. Wat wij schrijven, moet kloppen. Altijd.

Tarek komt uit Tozeur, een stad vol dadelpalmen in Tunesië. Op een dag besloot hij te vluchten. Na een lange omzwerving door Europa belandde hij eerst in Bulgarije en later in Bellingwolde. Tarek is 34 jaar en verbleef tot 15 september 2016 in het plaatselijke asielzoekerscentrum. Daar – op die 15e september ’s avonds – stak hij een medebewoner neer. Die dingen gebeuren.

Deze krant berichtte: ‘Bewoner AZC in Bellingwolde steekt medebewoner met mes’. Elk woord waar. Getuigen wezen Tarek aan als dader. De politie hield hem aan en nam hem mee. Sindsdien verblijft Tarek als verdachte in de gevangenis aan de Huub van Doornestraat in Zwolle. Met de trein kom je daar langs.

De bron van het nieuwsbericht was de politie. Wanneer de politie iets meldt – ze hebben daar opgeleide mensen voor – gaan wij van de pers er traditiegetrouw vanuit dat het ook klopt. De politie geldt als een betrouwbare bron. Gezonde argwaan is daarbij overigens nodig. Geloven we de politie blindelings, dan zou er in iedere straat in Noord-Nederland een criminele motorbende ondermijnend actief zijn. Dat is natuurlijk onzin. In zittingszaal 14 heb ik in de voorbije tien jaar nooit één criminele Angel, Surrender of Bandito of hoe die gasten ook maar mogen heten, als verdachte gezien. Nou ja, eentje misschien.

Farhad is een 25-jarige man uit Iran. Hoe hij in het asielzoekerscentrum van Bellingwolde verzeild is geraakt, vertelt het verhaal niet. Maar hij was er wel. Op die 15e september vierde hij er zijn verjaardag met landgenoten. Er waren hapjes en drankjes en het werd een vrolijk feestje.

Tegen elf uur die avond, wordt in de rechtszaal gezegd, ging Farhad nog even naar de biljartruimte. Daar kwam hij Tarek tegen. Ze kennen elkaar een beetje. Tarek kent hem vooral als de man die drugs in het asielzoekerscentrum verkoopt. Ook die dingen gebeuren.

De rechters vragen: ‘Was u naar hem op zoek of kwam u hem toevallig tegen?’
Tarek zegt tegen de tolk: ‘We kwamen elkaar gewoon tegen.’

Ik heb niet geprobeerd
meneer te doden

Hij vertelt dat Farhad hem probeerde te slaan. Zegt: ‘Ik was bang omdat hij mij met de dood bedreigde. Hij gedroeg zich arrogant. Ik heb toen een mes gepakt, een fruitmesje. Ik wilde hem bang maken. Ik heb toen in een opwelling gestoken. Omdat hij me sloeg. Ik heb niet geprobeerd meneer te doden.’

Er is een aanleiding. Tarek zegt dat Farhed hem een joint had verkocht voor twee euro. Maar het was een nepjoint. Er zaten geen drugs in. Toen ze elkaar in de gang bij de biljartruimte tegenkwamen, sprak Tarek de huisdealer daar op aan. Tegen de rechters: ‘Ik wilde mijn geld terug.’

Farhed heeft een andere lezing. Hij deed niks. Hij werd zomaar ineens neergestoken. En nee. Hij verkoopt geen drugs in het asielzoekerscentrum. Over de gevolgen van het steken bestaat geen verschil van inzicht. Farhad werd in beide bovenbenen gestoken en verloor zo veel bloed dat er sprake was van een levensbedreigende situatie. Artsen wisten een moord dan wel doodslag te voorkomen.

Rechters: ‘Wat gebeurde er na het steken?’
Tarek: ‘Ik schrok van het bloed.’
Rechters: ‘Wat vindt u er nu van?’
Tarek: ‘Ik heb heel veel spijt.’

De politie zocht het uit, sprak met betrokkenen, noteerde de bevindingen van getuigen, maakte daar een dossier van en stuurde dat naar het Openbaar Ministerie dat op zijn beurt Tarek naar de rechtszaal sleepte waar hij de officier van justitie achttien maanden gevangenisstraf hoorde eisen wegens een drugsgerelateerde poging tot doodslag.

In december, een kleine drie maanden na het incident, belde een man met journalisten. Hij vertelde dat de steekpartij in het asielzoekerscentrum van Bellingwolde niets met drugs te maken heeft, maar alles met homohaat. De verdachte wilde Farhad doodsteken omdat hij homofiel is. En anders wel omdat hij een christen is. Het oude nieuws van de steekpartij werd ineens nieuw nieuws. Ook de landelijke media meldden zich, want de combinatie asielzoeker en homogeweld is hot. De bron van het nieuwe nieuws is een man die spreekt namens een hulporganisatie van homoseksuele asielzoekers. De Christenunie is bezorgd.

Dagblad van het Noorden bracht het nieuwe nieuws met een slagje om de arm, ook RTV Noord – de omroep nodigde de bron uit in de studio – doet voorzichtig. De Telegraaf meldde evenwel dat het slachtoffer zijn leven nergens meer zeker is, omdat de aanvaller overval vrienden met messen heeft. De hulporganisatie slaat alarm en wil een gesprek met staatssecretaris Klaas Dijkhoff (veiligheid en justitie). ThePostOnline (TPO) brengt de homohaat als feit en plaatst een uiterst bloedige foto van het slachtoffer met een balkje voor de ogen.

Een advocaat eist in de rechtszaal namens Farhad ruim 6.000 euro schadevergoeding. Het slachtoffer zelf is het daar niet mee eens. ‘Ik hoor dat bedrag nu voor het eerst.’ Hij zegt nauwelijks contact te hebben gehad met de advocaat die is ingeschakeld door de hulporganisatie. Dat is wel wat apart.
In de rechtszaal benadrukt de officier van justitie dat een en ander na aanleiding van de berichtgeving is onderzocht. Ze zegt: ‘Ik hecht eraan te zeggen dat uit niets is gebleken dat er sprake is van anti-homogeweld dan wel dat gesproken kan worden van een anti-christenmotief.’ De hulporganisatie meldt teleurgesteld te zijn in de rechtszaak.

schermafbeelding-2017-01-14-om-14-08-45Het was nepnieuws.
Wat waar moet zijn, zat er niet in.
Nepnieuws lijkt een plaag te worden die bij deze tijd schijnt te horen.
Voor ons van de verslaggeverij zit er maar één ding op: wij moeten nog alerter zijn.

Rob Zijlstra

Nieuwsfenomeen

BLOGWEBBEL

rb
rb2
rb3

Vanochtend Donderdagochtend gebeurde er iets merkwaardigs.
Even voor negen uur blijven de glazen toegangsdeuren van de rechtbank in Groningen gesloten.
Buiten op de stoep staan dan zo’n dertig mensen, inclusief een halve schoolklas.

Een paar minuten na negen uur meldt een medewerker met een geel hesje (de bedrijfshulpverlener) dat er een storing is.
Iets met het brandbeveiligingssysteem.
Weer een paar minuten later meldt de afdeling voorlichting van de rechtbank via Twitter de storing ook, en ook dat niet bekend is hoe lang het zal duren.
Er staan dan ongeveer veertig mensen te wachten.
Om tien minuten over negen zegt de medewerker met het gele hesje dat het niet heel lang meer zal duren, dat iedereen zo naar binnen kan.
Om twintig minuten over negen is storing voorbij en schuiven de deuren open.
De geplande zittingen lopen een klein half uur vertraging op.

Nu komt wat ik merkwaardig vind.
Tijdens het wachten twitteren een paar wachtenden dat de deuren van de rechtbank zijn  gesloten en dat er iets aan de hand is.
Het ANP volgt twitterberichten en belt alert de correspondent.
Die is ter plaatse, want hij is een van de wachtenden.

Wat er in Groningen aan de hand is?
De correspondent meldt dat er niets bijzonders aan de hand is, kleine storing, zo verholpen.
Het ANP wil een bericht.
De correspondent herhaalt dat het reuze meevalt in Groningen, ook geen paniek.
Het ANP wil een bericht.
De correspondent doet wat van hem wordt verlangd.

Om half tien, de eerste rechtszaken zijn dan begonnen, maakt het ANP wereldkundig dat de rechtbank in Groningen lam ligt als gevolg van een storing.
En dan is er geen houden meer aan en begint en grote knippen en plakken:  op basis van het ANP-bericht melden de landelijke nieuwsmedia en de lokale en regionale nieuwsdiensten het nieuws.
Groningen ligt lam.
Het is heel de dag een nieuwsfeit.
Misschien zijn er morgen vandaag wel dagbladen die het melden.

Ik vraag mij af: zou zoiets nou elke dag wel een paar keer gebeuren, dan weer hier en dan weer daar?
Hoeveel non-nieuws pompen wij journalisten eigenlijk rond?

Rob Zijlstra

.

UPDATE – een staartje  – rechtbank niet blij
meer volgt

Schermafbeelding 2013-10-19 om 13.19.42

De mythe

ook nrc handelsblad doet er aan mee

Een eis van zeven jaar?

Daar kun je ook iemand voor omleggen, zei een advocaat in de wandelgangen van de Groninger rechtbank.
Iemand anders beweerde dat justitie nog een rekening heeft te vereffenen met de 24-jarige Johnny B.
Omdat de rechtbank hem in 2008 ‘slechts’ veroordeelde tot netto vijftien maanden celstraf terwijl toen vijf jaar was geëist.

Zeven jaar.

Voor het idee: de rechtbank in Groningen legde sinds 2005 zeven maal een gevangenisstraf van zeven jaar op: een keer voor moord, drie keer voor doodslag en drie keer voor een poging tot moord.

Ik ben een goeie jongen, zei Johnny B. donderdag tegen zijn rechters.
Eigenlijk zijn we ratten, zou hij tegen medeverdachte Johannes V. hebben gezegd, in de auto (met afluisterapparatuur) op weg naar een woning in Spijk om daar in te breken.

Zeg ‘Johnny B.’ in Limburg (of Zeeland) en de kans is groot dat de reactie luidt: ‘de pyromaan van ’t Zandt’.
Gedragsdeskundigen die hem in 2008 onder de loep namen, concludeerden dat Johnny B. juist geen pyromaan is, dat hij niet lijdt aan de ziekelijke stoornis die pyromanie heet.
Donderdag, tijdens het twaalf uur durende strafproces, viel het woord niet eenmaal.

Wij van de media blijven hem wel hardnekkig zo noemen.
Misschien is het verleidelijk iemand in een hokje te stoppen, omdat het geen prettige gedachte is dat gewone mensen ook ongewone, ja zelfs hele nare dingen kunnen doen.

Johnny B. is een mythe geworden, met nationale bekendheid als twijfelachtige eer.
De naam bekt ook best lekker voor een crimineel.
Maar is hij dat ook?

In 2008 werd hij, toen 19 jaar oud, verdacht van 22 brandstichtingen; hij werd veroordeeld voor één brandstichting en twee pogingen daartoe.
Donderdag ging het om zeven brandstichtingen: in een woning, driemaal een caravan, een auto, een schuurtje, een rolletje papier in een pinautomaat.
Daarnaast: negen woninginbraken en een vernieling.

Geen kinderachtige verdenkingen.
De auto, die explodeerde, was een aangepaste auto, de eigenaar was ervan afhankelijk.
Het zal je caravan of pinautomaat maar zijn.
En ook het plegen van inbraken past beter bij rattengedrag, dan dat het het werk is van een ‘goeie jongen’.

Officier van justitie Rianne Wildeman presenteerde in de bomvolle rechtszaal de bewijzen en dat deed zij – met PowerPoint op een scherm van drie bij vijf meter – op overtuigende wijze.
Na haar verhaal was maar een conclusie mogelijkheid: Johnny B. heeft zijn reputatie eer aan gedaan, hij is schuldig.
En maatje Johannes V. ook.

Nadat de officier van justitie had gesproken en de strafeisen op tafel had gelegd (zes jaar voor Johannes V.), verlieten de meeste journalisten met een eenzijdig verhaal de rechtszaal.
Ruim voor etenstijd.
Het proces zou nog tot half tien ’s avonds duren.
In die tijd gaven de advocaten tegengas, om evenwicht in het relaas van justitie te brengen.

De advocaten: wanneer het waar is wat justitie wil doen geloven, dan heeft Johnny B. zijn misdaden gepleegd terwijl het observatieteam van de politie toekeek.
Dat is zo bizar, zeiden ze, dat het misschien helemaal niet waar is wat de officier van justitie zo stellig beweert.

De rechtszaal was toen al bijna leeg.

Bij te veel evenwicht vallen bestaande beelden om.
Blijkbaar houden we liever de mythe in stand.

Rob Zijlstra

#Durf te vragen: mijn antwoord

Een week geleden legde ik hier een vraag op tafel, op het beeldscherm.

De kwestie kwam kort gezegd op het volgende neer: een paar jaar geleden is er een man vermoord. De daders zijn gepakt en veroordeeld. Ik schreef een rechtbankverslag over de zaak waarin de naam van het slachtoffer is vermeld. Twee weken geleden kreeg ik het verzoek van de familie om het verhaal te verwijderen. De familie schreef: ‘Wij willen niet dat verhalen over onze dierbare op het internet te vinden zijn.’

Ik stelde het journalistieke uitgangspunt – het publiceren van (correcte) feiten tegenover het te respecteren belang van de familie.

Bijna vijftig lezers reageerden op mijn ‘durf te vragen’.

Een klein aantal (5) vindt dat ik gehoor moet geven aan het verzoek van de familie.
Vijftien lezers zijn van mening dat ik niets moet doen.
Een even groot aantal komt met een tussenoplossing: laat het verhaal staan, maar verander toch die naam.
De rest geeft overwegingen.

Na wikken en wegen heb ik besloten het verhaal niet te verwijderen en ook de naam van het slachtoffer niet te veranderen in een fictieve naam.

– Het is in de journalistiek gebruikelijk namen van slachtoffers die overlijden als gevolg van geweld (van een misdrijf) met naam en toenaam te vermelden. Uitzonderingen maken de regel, maar ik zie in deze kwestie geen zwaarwegende reden om van het gebruikelijke af te wijken.

– Het verhaal staat al ruim vijf jaar online. De familie heeft niet aangegeven wat de reden is het verzoek nu te doen, anders dan de mededeling dat ‘wij niet willen dat verhalen over onze dierbare op het internet te vinden zijn’. Dit is niet reëel. Niemand heeft de regie over het internet. De kwestie is destijds – met naam een toenaam – ‘in het nieuws’ geweest.

– De naam van het slachtoffer circuleert op het digitale netwerk dat internet heet, maar niet prominent. Een zoekactie op Google leidt wel naar mijn blog, maar ook naar andere sites die melding maken van de trieste gebeurtenissen van toen. En naar personen die dezelfde naam dragen, maar geen slachtoffer zijn.

– Het verhaal op mijn blog brengt, voor zover ik kan nagaan, nabestaanden niet in de problemen. Een link (klik hier) (nee dus) zou dit kunnen onderbouwen, maar ik wil geen zout in wonden strooien. Dat de nabestaanden ook na ruim vijf jaar verdrietig zijn, begrijp ik. Maar ik zie niet hoe dat leed verzacht kan worden door feiten nu uit te gummen. Het verhaal op mijn blog gaat vooral over de daders en hun (verachtelijke) motieven.

– Het gaat om het wat en het hoe, om het verhaal, en niet zozeer om wie. Dat is waar. Maar het zou merkwaardig worden als slachtoffers van moord en doodslag anoniem moeten zijn. De realiteit – de werkelijkheid – zou daarmee geweld worden aangedaan.

– Journalisten moeten zich er altijd van bewust zijn dat het publiceren van een naam, van een verhaal met naam, een grote impact heeft dan wel kan hebben. Journalisten zijn ook verantwoordelijk voor wat zij schrijven en publiceren. Journalisten hebben de plicht – ook achteraf – na te denken over hun publicaties en moeten – als de realiteit dan wel de redelijkheid bij nader inzien dat vereist – bereid zijn tot heroverweging.

Ik denk dat ik dat bij deze heb gedaan.

Rob Zijlstra

Ik dank de ongeveer vijftig mensen die de moeite hebben genomen een antwoord te formuleren op mijn ‘durf te vragen ‘. De reacties waren – zonder uitzondering – waardevol en stemmen ook na nu, dus nog steeds, tot nadenken.

Durf te vragen

Een paar jaar geleden is een man vermoord.
De daders van deze even trieste als nare gebeurtenis zijn opgespoord, aangehouden en veroordeeld.
Ik schreef een verhaal over de rechtszaak.
In dat verhaal wordt de naam van het slachtoffer vermeld.

Dit laatste is in de journalistiek gebruikelijk: namen van slachtoffers worden net als namen van verdachten (en daders) bijna nooit voluit vermeld; maar wie wordt vermoord komt met naam en toenaam in de krant.

Namen in verhalen op dit weblog zijn (bijna altijd) door mij verzonnen.
Maar ook hier geldt: slachtoffers van moord en doodslag hebben een echte naam.

De familie van de man die een paar jaar geleden is vermoord, heeft mij verzocht het verhaal over de rechtszaak van mijn blog te verwijderen.
De familie schrijft: ‘Wij willen niet dat verhalen over onze dierbare op het internet te vinden zijn.’

In principe verwijder ik geen verhalen.
Eerdere verzoeken (in andere zaken) heb ik altijd afgewezen.
Het is de taak van de journalistiek om feiten (correct) te publiceren.
Gepubliceerde feiten verwijderen staat haaks op de journalistiek.

Aan de andere kant heeft ook de familie in deze een te respecteren belang.

Ik kan zonder dat er een haan naar kraait het verhaal met een paar muisklikken verwijderen.
Ik kan het verzoek van de familie ook eenvoudig naast mij neerleggen.

Voor beide opties valt iets te zeggen.
Ik ben benieuwd wat webloglezers hier van vinden.

Rob Zijlstra

Crisistijd

BLOGWEBBEL

Rechter straft lager in crisistijd, kopten kranten en hun nieuwswebsites de laatste dagen.
Het Algemeen Dagblad begon er zaterdagochtend al vroeg mee; Volkskrant, Trouw, de Telegraaf (en ook Elsevier) volgden en maandag stond het potverdorie ook in mijn eigen krant, Dagblad van het Noorden.

Een Arnhemse strafrechter zou het hebben gezegd.
Ik vraag het mij af.

Nooit staat in de krant dat de handsbal, drie meter buiten het strafschopgebied, geheel ten onrechte niet leidde tot een strafschop.
Dat staat nooit in de krant omdat 16 miljoen mensen verstand van zaken hebben als het om voetbal gaat: zij weten dat hands buiten de 16 nooit een strafschop kan opleveren.
Omdat (bijna) iedereen verstand van voetbal heeft, laten verslaggevers het wel uit hun hoofd al te grote onzin op te schrijven.

Helaas geldt dat niet voor de strafrechtspraak, waar toch ook dagelijks over wordt gepubliceerd.

Volgens het bericht in het Algemeen Dagblad delen rechters lagere straffen uit om te voorkomen dat delinquenten hun baan verliezen. De economische crisis, schrijft de krant, zorgt ervoor dat strafrechters milder zijn in hun straf.
Er is wel enige nuancering: het speelt alleen bij ‘minder grote zaken’.
Genoemd worden: heling, winkeldiefstal, verkeersmisdragingen en mishandeling.
Toe maar.

Het AD schrijft (letterlijk): ‘Bij verkeersmisdragingen staat vaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of invordering van het rijbewijs. Als dat gebeurt kan een delinquent zijn baan verliezen, waardoor de rechter nu eerder een voorwaardelijk straf, of een werk-, of geldstraf oplegt’.

De krant citeert de Arnhemse strafrechter Margo Somsen: ‘In deze tijd is werk nu eenmaal een groot goed. Neem je bijvoorbeeld het rijbewijs van een vrachtwagenchauffeur af, of moet hij een tijd zitten, dan kan dat enorme gevolgen hebben.’

Ik heb als rechtbankverslaggever makkelijk praten.
Maar ik geloof hier niks van.
Sterker nog: ik durf best te beweren dat het onzin is wat het AD en in navolging de rest, heeft geschreven.

Strafrechters kijken bij het bepalen van de strafmaat naar heel veel zaken.
Ze kijken naar de ernst van de feiten, naar het leed dat eventuele slachtoffers is aangedaan, naar de omstandigheden waaronder het bewezen misdrijf is gepleegd, naar de houding van de verdachte tijdens de zitting, naar zijn geestesgesteldheid, naar het strafblad, rechters houden rekening met de eis van de officier van justitie en met, ja ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Een verdachte die geen cent te makken heeft, krijgt niet snel een boete van geld opgelegd.
Dat schiet niks op.

Maar de vrachtwagenchauffeur die zich schuldig maakt aan een verkeersmisdraging– die bijvoorbeeld een fietser omverrijdt of dood – is zijn rijbewijs niet zeker.
Sterker nog: die is zijn rijbewijs vaker kwijt dan rijk.
Niet omdat hij dronken achter het stuur zat, maar omdat hij bijvoorbeeld bij vertrek had verzuimd de buitenspiegels schoon te maken.

Of neem de boer. De rechters vroegen aan de boer die fataal de fout in was gegaan, maar ook net 2,5 miljoen euro in zijn bedrijf zonder vetpot had geïnvesteerd, wat het zou betekenen als hij gevangenisstraf opgelegd zou krijgen? Nou, in deze tijden vrijwel zeker een faillissement, had de agrariër geantwoord.
Hij kreeg twee weken later zes maanden cel.

Ik kan meer voorbeelden geven die het bericht in het AD ongeloofwaardig maken.
Ik kan geen voorbeelden bedenken die het bericht ondersteunen.

Nu zou het nog zo kunnen zijn dat de rechtbank in Groningen anders is dan de andere 18 rechtbanken in Nederland.
Maar ook dat durf ik best te betwijfelen.

Het AD publiceerde een onzinbericht en de rest van de pers nam die onzin in het weekeinde klakkeloos zomaar voor waar over.
Niet omdat het zo is, waarheid is, maar omdat een krant, een enkele verslaggever van een grote krant, het zonder kennis van zaken opschreef.

Ik zat vandaag niet in de rechtbank.
Ik moest op cursus.
Mijn krant gaat over drie weken over op tabloid, omdat we hopen met een verandering van formaat het onheil van de weglopende lezer te keren.
De cursus ging over verdieping.

Op de krant geloven we – ik ook – dat alleen door verdieping (= meer kwaliteit minus minder onzin) de krant van papier nog lang(er) kan voortbestaan.
Omdat we denken – ook ik – dat we alleen met kennis van zaken nog kunnen boeien.

Dus.

Waarom vertellen wij kranten, in tijden van crisis, nog steeds ook onzin aan lezers?
Dat vroeg ik mij, na zo’n cursusdag, dus af.

Rob Zijlstra

Steeds meer

ouderen

BLOGWEBBEL (2)

 

Het staat in de kranten en vanochtend hoorde ik het ook op de radio.

Steeds meer bejaarden worden crimineel.

Dat wil zeggen: het aantal 65-plussers dat strafbare feiten pleegt, is fors gegroeid.

Oei.

 

In de Telegraaf staat bijvoorbeeld dat ‘een grijze golf hoogbejaarde agressievelingen is doorgedrongen tot onze rechtbanken’

Alsof het ook niet hunnie rechtbanken zijn, maar dat terzijde.

 

Ik weet het niet.

Ik heb het niet op dit soort ‘steeds meer’ nieuwsberichten.

Het is gebaseerd op onderzoek.

Er zijn duizenden nieuwsverhalen, steeds meer, gebaseerd op onderzoek, waar je vervolgens nooit meer iets van hoort.

Of eens in de drie jaar weer hetzelfde.

 

Soms deugt een onderzoek best, maar niet de journalistieke vertaling ervan.

Dan gaan wij te kort door de bocht.

 

Ik heb het even nagekeken voor de stad en provincie Groningen en er lijkt vooralsnog geen reden om in dit deel van het land uw kinderen uit de buurt van bejaardentehuizen te houden.

 

Tussen 2 april 2004 en 9 april 2009 stonden ruim 1700 Groningers van 18 jaar en ouder terecht voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Groningen.

In zittingszaal 14 dus.

Van die 1700 verdachten waren er welgeteld 13 (dertien) 65 jaar of ouder.

De oudste was 82.

Zij werden verdacht van vier verkeersdelicten (veroorzaken ongeluk), vier keer van  ontucht (seksueel misbruik minderjarigen), tweemaal van aanranding en verkrachting, tweemaal van mishandeling (slaan) en eenmaal van het in bezit hebben van kinderporno.

De verdachte verkrachter werd vrijgesproken.

 

Kortom, volgens mij valt het reuze mee.

En dat terwijl er wel steeds meer 65-plussers komen.

 

Rob Zijlstra

update

justitie zegt er zelf ook iets over

 

De pyromaan

Johnny B. wordt verdacht van drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe in ’t Zandt en omgeving, van het versturen van acht foute brieven en van het in bezit hebben van illegaal vuurwerk.

Maandag eiste het openbaar ministerie vijf jaar gevangenisstraf tegen de 20-jarige hovenier.

 

In de media wordt Johnny B. vooral een pyromaan genoemd.

Logisch dus dat hij het heeft gedaan, want pyromanen stichten maar wat graag brand.

 

Punt is dat niemand met kunde bij Johnny B. heeft vastgesteld dat hij een psychische aandoening heeft. Want dat heeft een pyromaan, een stoornis in de impulsbeheersing.

 

Wij, van de media, hebben de verkeerde diagnose gesteld.

Artsen doen dat ook wel eens en steeds vaker. Dan gaat niet het zieke been er af, maar de gezonde rechter.

Dat komt geheid in het nieuws.

Nooit schrijven wij van de media, dat wij het steeds vaker bij het verkeerde eind hebben.

 

Tijdens de rechtszaak van Johnny B. krijgen wij van de media er flink van langs.

Wij hebben de zaak ’t Zandt niet alleen groter gemaakt dan die is, wij hebben ook kritiekloos bijgedragen aan het laten ontstaan van een beeld zoals politie en justitie dat graag zien.

 

En dat is een eenzijdig beeld, zeggen de advocaten.

Bij de hiv-zaak was dat ook al zo.

 

In de rechtszaal zeggen de advocaten Jan Boksem en Tjalling van der Goot: ‘Dagblad van het Noorden heeft de schuldvraag al beantwoord, een zeer kwalijke zaak.’  Wij, van de krant, kregen vorig jaar toestemming een verslaggever met het politie-onderzoek te laten meelopen. Kort na de arrestatie van Johnny B. kon de krant daarom schrijven over de onderzoekshandelingen, opsporingsmethoden en de resultaten van dat alles: ‘De pyromaan van ’t Zandt is gepakt’.

 

Wij mochten meelopen, zei de hoofdofficier van justitie, opdat vooral de inwoners van ’t Zandt konden lezen dat zij, zij van de politie en justitie, ‘alles hebben gedaan om de pyromaan te pakken’.

 

De advocaten: ‘En daarmee was de toon gezet. Johnny B. is al veroordeeld zonder dat er ook maar een rechter aan te pas is gekomen.’

 

En alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, zeggen de advocaten maandagmiddag tegen de rechters: ‘Afgelopen zaterdag toonde RTV Noord een uitzending waaruit blijkt dat zij, zij van Noord, de beschikking hebben over het volledige politiedossier.’ In de uitzending worden de bewijzen die justitie denkt te hebben, uitvoerig getoond, toegelicht en van commentaar voorzien. Nog door een onkundige deskundige ook.

 

De advocaten: ‘Er zit een lek in de organisatie.’ 

 

Op basis van de RTVNoord-uitzending kopt het Algemeen Dagblad op de dag van de zitting: ‘Justitie heeft ijzersterke zaak tegen de pyromaan van ’t Zandt.’

 

De rechters vragen aan Johnny B.: Wat doet dat met u, al die publiciteit’?

Johnny B. zegt: ‘Ik zit er niet op te wachten.’

Rechters: Begrijpen we, maar wat doet het met u? Maakt het u verdrietig?

B.: ‘Tuurlijk, ik lig er wakker van.’

 

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat ook hij zich wel kan voorstellen dat het vervelend is voor de verdachte. En dat hij ook wel heeft gezien hoe ’t Zandt een jaar lang is bestormd door de media. Maar dat het niet op de weg van het openbaar ministerie ligt om het werk van de media te nuanceren.

 

Ik vind dat de advocaten een punt hebben en dat wij, wij van de media, van hun kritiek ook wakker moeten liggen.

Net zoals die chirurgen met hun foute diagnoses.

Doen we dat niet, dan hebben ook wij straks geen poot meer om op te staan.

 

Meelopen met een politie-onderzoek?

Best.

Maar dan moeten we er wel bij vermelden dat de politievoorlichter  onwelgevalligheden voor publicatie mocht schrappen.

Omdat dat de afspraak was.

 

Vertrouwelijke politiedossiers?

Welkom.

Maar bij een publicatie past een begeleidende tekst met een waarschuwing: Pas op, dit verhaal kan een eenzijdig beeld oproepen en u op het verkeerde been zetten.

Of zoiets.

 

Binnen in de rechtszaal gaat het er doorgaans redelijk overzichtelijk aan toe.

Maar buiten is de boel complex geworden.

Daar tellen niet alleen de feiten, maar steeds vaker ook beeldvorming. Niet alles wat politie zegt en justitie beweert, is ook zo.

 

Voor aanvang van het Johnny B.-proces sta ik met vele anderen te wachten tot de deur van zittingszaal 14 opengaat.

Iemand zegt daar tegen mij: ‘Wel lullig voor je Zijlstra, dat wij het dossier hebben gelekt naar RTV Noord en niet naar jouw krant.’

 

De officier van justitie zegt tijdens de zitting tegen de rechters dat het niet justitie en de politie zijn geweest die het dossier hebben gelekt naar RTV Noord.

 

Ik dacht: als de officier van justitie tegen de rechters de waarheid spreekt, dan maakte die politieman voor aanvang van de zitting dus maar een grapje.

 

 

Rob Zijlstra