Pippi Langkous

Het is soms wat.

Rechters klagen dat ze hun werk niet meer naar behoren kunnen uitvoeren.
Ze hebben het zo druk dat er onder druk beslissingen worden genomen die eigenlijk, zorgvuldig bezien, helemaal niet genomen moeten worden.
Dat is nogal wat.
Anderen zeggen dat de voor het leven benoemde rechters niet zo moeten zeuren, dat ze hun onafhankelijkheid niet zo te grabbel moeten gooien, maar de rug recht.

Rechters beklagen zich ondertussen ook, berichtte dagblad Trouw dinsdag op vier pagina’s, over advocaten die steeds vaker slecht functioneren.

‘Steeds vaker’ zijn journalistieke toverwoorden.
Wanneer je op iets van alledag ‘steeds vaker’ kunt plakken, is het per definitie nieuws. We moeten een beetje oppassen dat nieuws niet steeds vaker onzin wordt.

Advocaten beklagen elkaar.
Zelf mag ik in het nieuwe jaar graag klagen over het Openbaar Ministerie Noord-Nederland, voorheen de arrondissementsparketten Groningen, Assen en Leeuwarden.
Dit machtige orgaan heeft besloten geen informatie meer te verstrekken over openbare strafzaken aan de rechtbankpers.
Bijzonder vervelend vinden de officieren van justitie, maar er moet nu eenmaal worden bezuinigd.
Gelukkig hebben de rechters aangekondigd meer openheid rond strafzaken te betrachten, onder druk of niet.

De grootste jammerklacht kwam in dit nieuwe jaar evenwel van een burger.
Van Harko uit Sappemeer, 55 jaar.
Hij klaagt over politie en justitie en heeft daartoe alle reden vindt hij.
De politie heeft hem een kunstje geflikt en niet zo’n kleintje ook.
De politie heeft kinderporno op zijn computers gezet en die computers vervolgens – o toeval – gevonden.
En nu wil de officier van justitie hem vervolgen.
Harko: ‘Het is een complot.’

Harko was arbeidsdeskundige.
Hij begeleidde ex-gedetineerden naar werk.
In 2011 belandde hij als arbeidsdeskundige in een arbeidsconflict.
Hij zou geheime informatie hebben doorgespeeld aan een boef waardoor hij een langlopend politieonderzoek naar de filistijnen hielp.
De politie was, zegt hij, witheet geworden.
Drie dagen later werden zijn computers in beslag genomen en werden daarop eerst 450 en later – ra ra hoe kan dat nou? – 470 ranzige foto’s gevonden met porno met kinderen.

De drie rechters vallen niet van hun stoelen van verbazing.
Ze zeggen: ‘U bent boos.’
Harko knikt, dat mag je zeggen ja.
Sinds de inval, in juli 2011, staat zijn leven en die van zijn vrouw op de kop.
Om zich staande te houden, slikken hij en zijn vrouw medicijnen.

Rechters: ‘Bij de politie zei u dat de grootste criminelen bij politie en justitie werken.’
Harko: ‘Dat vinden de ex gedetineerden met wie ik werkte. Ik heb dat altijd de kop ingedrukt, maar nu heb ik mijn mening daarover bijgesteld.’
Rechters: ‘Maar er stonden wel 470 kinderpornofoto’s op uw computer.’
Harko: ‘Ik snap er geen sodemieter van. Kardinale vraag is: heb ik die er ook op gezet?’

De officier van justitie twijfelt niet.
In Luxemburg liep een onderzoek naar een kinderpornonetwerk.
Dat onderzoek leverde ip-adressen op, unieke adressen van computers.
Die adressen werden doorgespeeld naar onder meer de Nederlandse politie.
Met dank aan provider KPN kon een van de adressen worden gelinkt aan Harko.
Op de ochtend dat de computers in beslag werden genomen, had een van die dingen net een hoeveelheid porno gedownload.

Harko: ‘Klopt. Ik download gewone porno. Doe ik niet moeilijk over. Vroeger kocht ik de Playboy en de Penthouse. Nu is er internet. Maar ik doe geen kinderporno.’

Hij vertelt dat hij een digibeet is die de pesthekel aan computers heeft.
Hij had gehoord van anderen dat computers zo lek zijn als mandjes.
Klikken op het kruisje in de rechterbovenhoek kan al een opdracht zijn tot downloaden, zeiden anderen tegen hem.
Harko: ‘Ze kunnen op afstand allerlei rommel op je computer zetten. Toen de politie zei dat er kinderporno was aangetroffen, was ik zeer verbaasd. Ik heb mij er in verdiept en weet dat er tientallen manieren bestaan om plaatjes op een computer te zetten.’
Rechters: ‘En wij kennen mensen die wel duizend redenen hebben om te zeggen dat ze het niet hebben gedaan.’

De politie confronteerde hem met foto’s.
Harko zegt dat hij niet begrijpt dat die foto’s zijn aangeduid als kinderporno.
Hij zegt dat hij niet kan inschatten of een bloot meisje 16 jaar is of al 18 (en dan geen kind meer).
‘Men kan mij allerlei kwaliteiten en vaardigheden toedichten, maar dat niet.’

Hij zegt: ‘Wanneer mijn moeder een Pippi Langkous-pakje aantrekt en vlechtjes in haar haar doet en ik maak een foto, is dat dan kinderporno? Mijn moeder is 75 jaar.’
Rechters: ‘Een onsmakelijke vergelijking.’
Harko haalt de schouders op: ‘Mijn advocaat is het er ook niet mee eens dat ik dit zeg.’

De officier van justitie merkt op dat het strafblad van Harko op een haartje na schoon is. En dat Harko, nu werkloos, een maatschappelijke en zinvolle carrière achter de rug heeft. Dat het misdrijf in 2011 is geconstateerd en dat het nu al 2013 is.
Daarom zal hij niet de wel gebruikelijke gevangenisstraf eisen, maar een taakstraf, de maximale van 240 uur.
Dit omdat Harko een eindgebruiker is van een systeem waarin kinderen op vreselijke wijze worden misbruikt.
Kinderporno kan bestaan omdat er mannen als Harko bestaan.

Harko zegt desgevraagd dat hij de eis heeft begrepen.
Hij heeft vaak mensen begeleid met een taakstraf.
Opgelucht van toon: ‘Komt wel goed.’

Hij zegt dat hij heeft doorgeleerd, dat kinderporno een probleem is dat dat moet worden opgelost.
Maar dat ze dan hem niet moeten vervolgen, maar de producenten.
Dat justitie hem wil pakken betekent dat justitie aan de verkeerde kant van het lijntje zit. Zegt: ‘Dit is symptoombestrijding.’

Het klonk als een verkapte bekentenis.

Rob Zijlstra

• ip-adressen

UPDATE – 21 januari 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft Harko veroordeeld conform de eis: 240 uur werken en een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden. Hij krijgt de computer schoongemaakt en wel terug.

Ouders van nu

Christiaan zit bijna zes maanden in het huis van bewaring in Ter Apel in voorlopige hechtenis en heeft zich nog nooit zo goed gevoeld.
Dat komt omdat hij niet meer blowt, iets wat hij in de voorbije achttien jaren vrijwel onafgebroken wel deed.
Christiaan, nu 33 jaar, is definitief klaar met de joint en hoopt dat uiteindelijk alles goed zal komen.
Alles zal goed zijn, zegt hij, op het moment dat hij en Birgit en hun twee kinderen een gezin vormen.

Christiaan weet dat hij eerst aan zichzelf moet werken.
Met name aan zijn agressie.
Voorlopig heeft hij nog wel even de tijd; de officier van justitie wil dat hij voorlopig in hechtenis blijft.
Ze eiste daarom vier jaar celstraf in de gevangenis.
Daarvan mag een jaar voorwaardelijk.

Mishandeling.
Hij zou Birgit flink hebben geschopt en geslagen.

Poging tot doodslag.
Hij zou Ida op de grond hebben laten vallen, zo uit zijn handen.
Hij zou ook met Ida hebben gegooid.
Hij zou een keer – en misschien wel vaker – een harde ruk aan de kinderwagen hebben gegeven waardoor Ida er uit viel.
Hij zou met zijn grote handen het kleine lichaampje meer dan stevig hebben vastgehouden.

Toen Ida tien weken oud en ondervoed was, werd ze uit huis geplaatst.
Medewerkers van het consultatiebureau hadden met bange vermoedens aan de bel getrokken nadat ze verdachte blauwe plekken zagen en schrammetjes in het gezicht.

Toen het meisje een keer op de grond viel, op de stenen vloer, had ze heel hard moeten huilen. Christiaan vertelt dat hij had geprobeerd, hoewel stomdronken, het kindje te troosten. In het ziekenhuis luidde de diagnose: schedelbreuken, ribbreuken.

Christiaan zegt tegen de rechters: ‘Ik heb ontzettend veel spijt en verdriet van wat ik mijn geliefden heb aangedaan.’

Nadat Christiaan, geboren en getogen in Amsterdam, een akelig tijdje in een gevangenis in de Verenigde Staten had doorgebracht, iets met drugs, belandde hij in Noorwegen waar hij Birgit leerden kennen.
Ze leefden van de rock’n roll en wel zo dat Christiaan opnieuw werd veroordeeld (mishandeling, diefstal) en daarna als ongewenste vreemdeling het land moest verlaten.
Birgit, inmiddels een half jaar zwanger, ging met hem mee.
In Nederland, dachten ze, zouden ze hulp krijgen, een woning en geld.

Christiaan, minzaam: ‘Maar dat viel eventjes smerig tegen. We kregen dus helemaal niks.’
Ze nestelden zich noodgedwongen in een hotel in Groningen en na drie maanden vonden ze – december 2010 – in Vinkhuizen een kamer zonder deur en privacy en met lawaaiige huisgenoten.
Daar werd, op 16 januari 2011, Ida geboren.

De officier van justitie zegt dat Christiaan en Birgit niet waren voorbereid op het ouderschap.
Er was nauwelijks kleding.
Het hongerige kind huilde veel.
Zo veel dat beide ruziënde en blowende ouders er stapelgek van werden.
Christiaan begon te denken dat het misschien wel helemaal zijn kind niet was, zoiets was hem eerder overkomen met een zwangere vriendin.

Tegen de rechters: ‘Ik had geen ervaring met baby’s. Ik was misschien wat wild.’
En ook zegt hij: ‘Wij kregen niet de hulp die we nodig hadden.’
Hij vraagt: ‘Wat vindt u van een samenleving die mensen die hulp nodig hebben in de kou laat staan?’
De rechters zeggen dat ze die vraag niet zullen beantwoorden.

Het duurde even voordat de politie in deze zorgelijke kwestie een rol ging spelen.
De Raad voor de Kinderbescherming had aangifte gedaan, maar het ziekenhuis wilde omwille de privacy – geen medische gegevens verstrekken.
Er was een justitiële vordering nodig om de medici in beweging te krijgen.
Zo versteken er maanden.
Birgit keerde intussen terug naar Noorwegen en meldde zich, opnieuw zwanger, bij een afkickkliniek.

Christiaan, niet welkom in Noorwegen, werd een half jaar geleden aangehouden.
En voelt zich nu, na bijna zes maanden, dus beter dan ooit.
Hij heeft Birgit ten minste honderd brieven geschreven en hoopt dat het goed komt, dat alles goed komt.

Hij heeft gehoord dat het tweede kind op hem lijkt.
Met een gelukkige lach: ‘Het is een rocker met een gezonde eetlust.’

De advocaat complimenteert de officier van justitie met haar verhaal, maar vindt de strafeis aan de veel te hoge kant.
Zegt dat we de rol van de psychotische Birgit niet moeten uitvlakken.
Dat ook zij, als moeder, een bedenkelijke rol heeft gespeeld.
Dat niet alles op het conto van Christiaan moet worden geschreven.

Christiaan.
Toen hij drie jaar oud was, ging zijn moeder er vandoor.
Hij bleef met twee broertjes achter bij een vader die dagelijks dronken was en losse handen had.
Hij en zijn broertjes werden dagelijks in elkaar gemept.
Het was wel vader die kwam kijken als zijn kinderen moesten voetballen.
Maar dan verscheen hij als vrouw, in vrouwenkleding.
Christiaan: ‘Wij werden altijd gepest, wij hadden geen vriendjes.’

De officier van justitie zegt dat het met Ida goed gaat.
Het meisje wordt, in Noorwegen, door een familielid van Birgit opgevoed.
Wat de gevolgen op de langere termijn zijn, is nu nog niet te zeggen, zegt de aanklaagster.
Ze zegt: ‘Kindermishandeling heeft een nadelig effect op de hersenen, er is sprake van een overdosis aan alarmprikkels, van voortdurende stress. Dat kan het basisvertrouwen van een kind ernstig schaden. Verdachte, zelf slachtoffer van kindermishandeling, is het levende bewijs.’

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 24 september 2012 – uitspraak
Christiaan is veroordeeld tot 48 maanden celstraf waarvan 18 maanden voorwaardelijk.

.

Even stil

bloem

Er is een meisje in Groningen dat al heel jong door haar stiefvader werd verkracht.

Niet een keer, maar jarenlang.

Soms deed hij het als ze met het bruine touw uit het nachtkastje lag vastgebonden aan bed.
Dan lag ze daar, met een wit washandje in de mond.
Tegen het schreeuwen.

De stiefvader zegt tegen de rechters dat ze blij mogen zijn dat hij hier nog zit.
In het Pieter Baancentrum had hij een lange zwarte haar in zijn eten gevonden.
Hij had wel kunnen stikken.

De officier eist zeven jaar gevangenisstraf.

Het meisje had jarenlang haar mond gehouden.
Ze is verstandelijk gehandicapt.
Ze dacht met haar beperking: laat hem zijn gang maar gaan.
Ze dacht dat in de hoop dat hij dan met zijn rotpoten van haar zusjes zou afblijven.

r.z.

UPDATE – 25 juni 2009 – uitspraak
De rechtbank heeft de 58-jarige stiefvader veroordeeld tot zes jaar celstraf.

.

UPDATE – 4 juni 2010 – uitspraak hoger beroep
Het gerechtshof heeft de man veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk (het vonnis is op rechtspraak.nl te vinden onder LJN-nr. BM6949)

Veendam

kindermishandeling2

 

De gruwelijkheden zijn al besproken.

De vorige keer, in januari.

Nu gaat het over de persoonlijke omstandigheden van de twee verdachten en die zijn niet best.

Pieter zegt dat hij wel geholpen wil worden aan zijn impulsiviteit. Harmke zegt bijna niks.

Tijdens de zitting in januari was al duidelijk geworden dat stiefvader Pieter (39) en moeder Harmke (34) zieke en gestoorde mensen zijn. En daarmee ook verminderd toerekeningsvatbaar.

 

Om de samenleving – dat bent u – in de toekomst nog meer narigheid te besparen, worden zieke mensen niet alleen opgesloten, maar als het even kan ook behandeld. De deskundigen adviseerden een tbs met voorwaarden. Dan wordt een ziek iemand onder allerlei voorwaarden buiten een kliniek behandeld. Komt hij (en zij ook) de voorwaarden niet na, dan wordt de behandeling doorgaans, na tussenkomst van rechters, in een kliniek voortgezet.

 

Dan is het een gewone tbs.

Bij die voorwaarden hoort een rapport.

Twee in dit geval.

In de rapporten staat dat geen hulpverlener het ziet zitten met Pieter en/of met Harmke.

Pieter: ‘Dikke pech.’

Harmke: ‘Ik heb de scheiding aangevraagd.’

In januari hadden de rechters indringend gevraagd naar het waarom, waarom ze het hadden gedaan.

Pieter had toen geantwoord dat ze – dochter Saskia – problemen veroorzaakte. En dat hij veel spijt heeft.

Harmke had daarna gezegd dat ze zielsveel van haar – van haar dochter – houdt. En dat zij ook spijt heeft.

 

Saskia heeft de rechtbank laten weten dat ze Pieter nooit, maar dan ook nooit weer wil zien. Haar moeder, heel misschien, ooit eens. Het gaat niet goed met haar, zegt de officier van justitie.

 

Ik kijk naar Pieter en Harmke die geen moment naar elkaar kijken. Ik zie dat zij haar haar heeft gewassen en dat hij zijn baard heeft laten staan. Ik denk niet dat het zal helpen.

In januari had ik hen slechte mensen genoemd. Dat had ik boven het verhaal gezet dat ik over hen schreef.

Wat anders kon ik doen?

 

De officier van justitie zegt dat er wel degelijk gesproken kan worden van een poging tot moord.

Ze – Saskia – had kunnen stikken en anders wel na 41 minuten kunnen bevriezen.

En ze hadden het in rustig overleg gedaan.

En met opzet.

Een keer hadden ze een zware doos vol gereedschap op diepvrieskist gezet zodat Saskia er zelf niet uit kon komen.

Een keer waren ze ook vergeten dat ze haar in de vrieskist hadden gestopt. Moeder Harmke had haar dochter er op het nippertje uitgehaald. Als de advocaat straks gaat vertellen dat er dus sprake is van vrijwillige terugtred, dan is dat dus niet zo, zegt de officier.

De stroom mocht dan niet dodelijk zijn geweest, juridisch gezien levert het wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel op. Met voorbedachten raad. Helemaal omdat ze haar een keer hadden vastgebonden op een tafel en water over haar hadden gesprenkeld opdat de 220 volt beter zou geleiden.

Hier kan, zegt de officier van justitie, niet gezegd worden, mocht de advocaat dat straks gaan zeggen, dat er sprake is van psychische overmacht.

Pieter zette Saskia onder stroom en als de (automatische) stoppen dan doorsloegen dan drukte Harmke weer op het knopje zodat ze door konden gaan met de martelingen. En Harmke deed dat niet, mocht de advocaat dat willen beweren, omdat ze panisch was, o zo bang voor Pieter.

Want dat was ze niet.

 

Over het kokende water – en thee – dat ze over de schouders van Saskia gooiden worden weinig worden vuilgemaakt.

De officier van justitie zegt dat er ook akelige dingen zijn gebeurd die niet in de tenlastelegging staan, maar die ze toch wel even gezegd wil hebben.

Dat er in het huis verrotte fetakaas lag waar vliegen op afkwamen.

Vliegen die Saskia dan moest opeten.

En dat ze Spaanse pepers voor haar kochten. Dat Saskia daarvan moest kotsen. Wat ze dan ook weer moest opeten. Zo ook haar ontlasting als ze dagenlang zat opgesloten in haar slaaphok.

 

De officier zegt samenvattend dat er sprake moet zijn geweest van een mensonterende toestand, ja, beestachtig, dat het daar in die woning in Veendam de hel op aarde voor de 14-jarige Saskia was.

Dat forse gevangenisstraffen passend en geboden zijn.

Advocaat Duco Keuning zegt dat Pieter zich nu niet meer kan voorstellen dat hij dit alles heeft gedaan.

Zo bizar.

 

Maar dat het toch ook bizar is dat het zo ver heeft kunnen komen. Vooral omdat er sprake was van een en al hulpverlening rond dit gezin.

Dat de hulpverlening in een evaluatie had geconcludeerd dat er aan hun adres – de hulpverlening – geen verwijten kunnen worden gemaakt.

En dat je daar – zegt Keuning – ook anders over kunt denken.

Keuning vraagt de rechtbank nog geen oordeel uit te spreken, maar om Pieter ter observatie op te laten nemen in het Pieter Baancentrum. En dat we – de rechters – daarna altijd weer verder kunnen kijken.

De advocaat van Harmke zegt dat er sprake is van psychische overmacht en als het dat niet is, dat hij het dan ook niet meer weet.

‘Harmke was een weerloos instrument.’

De officier van justitie eist tegen beide de maatregel tbs en daarnaast vijf jaar celstraf voor de slechte stiefvader en twee jaar cel voor de slechte moeder.

 

© Rob Zijlstra

 

UPDATE – 4 MEI 2009 – UITSPRAKEN

De rechtbank heeft  Pieter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met dwangverpleging.  De eis doet geen recht aan de ernst van de feiten, aldus de rechtbank.

Alles wat aan de stiefvader ten laste is gelegd,  acht de rechtbank ook bewezen.

Ook de eis tegen moeder Harmke is in de ogen van de rechtbank te laag. Het vonnis: tbs  en 42 maanden celstraf.

Er moet in deze zaak, zo oordeelt de rechtbank,  meer gewicht worden gegeven aan de vergelding.

 

UPDATE – 23 april 2010 – uitspraken in hoger beroep

Het hof heeft de 40-jarige stiefvader veroordeeld tot 5 jaar en tbs met dwangverpleging. Dat is twee jaar minder dan het oordeel van de rechtbank. Die vond 5 jaar te weinig. De moeder is in hoger beroep conform de eis veroordeeld: 42 maanden en tbs met dwangverpleging.

Grauwe dag

Dit kan geen leuk verhaal worden.

Als u niet in de stemming bent of juist wel, maar die niet wilt laten bederven, kunt u nu ook iets anders gaan lezen.

 

Toen ik in januari 2005 begon met een weblog over grote en kleine strafzaken in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank, schreef ik dat het leven niet altijd leuk is, maar dat er in de rechtszaal ook gelachen kan worden.

Dit laatste kan nog steeds.

Alleen komt het niet zo vaak voor, veel minder ook dan ik mij destijds had voorgenomen.

 

Zittingszalen in gerechtsgebouwen zijn de meest trieste zalen die er bestaan.

Dat komt door de mensen die er moeten komen.

 

Nooit zal ik Bennie vergeten, een toen 36-jarige man, bewoner van de Van Mesdagkliniek, die meer dan de helft van zijn leven achter tralies had gesleten en nog maar één wens had: binnen vier jaar een dag op proefverlof. Zou hem dat niet lukken, dan wilde hij dood.

Een testament had hij al laten opstellen, want hij had één ding te vergeven.

Met een ernstig gezicht trok hij zijn T-shirt omhoog en toonde de rechters zijn buik. ‘Als het me niet lukt, krijgt mijn broer mijn broekriem.’

 

Die vier jaar zijn bijna voorbij en ik weet niet hoe het hem is vergaan. Ik weet nog wel dat ik toen dacht: zouden er nog treuriger mensen bestaan dan Bennie?

 

Nou en of.

 

Na Bennie volgde een hele stoet verslaafde, mislukte, eenzame, verwarde en ongelukkige mannen en vrouwen, de een met zo mogelijk nog meer ellende dan de ander.

Aan de andere kant zag ik voor het leven getekende slachtoffers (of hun nabestaanden) die nergens om hadden gevraagd voorbijkomen.

 

In zittingszaal 14 worden per jaar zo’n 350 strafzaken behandeld.

Soms dacht ik alle mogelijke menselijke misère wel zo’n beetje te hebben meegemaakt, maar dan kwam er altijd weer een volgende zaak die al het voorgaande deed verbleken.

Zoals dat ook gaat met wereldrecords.

Het kan na verloop van tijd altijd nog sneller.

 

Nooit ook zal ik de man vergeten die in de nacht gemaskerd een slaapkamer binnendrong en urenlang, stinkend naar sigaretten, zijn lusten botvierde op de (hem onbekende) vrouw die daar eerst nog lag te slapen. Ook nadat zij hem had gesmeekt haar te doden, ging hij door.

Bijna niet te evenaren is het slachtoffer dat van kind tot jong volwassene  zich alles waar u niet aan wilt denken moest laten welgevallen en zo moeder werd van de kinderen van de levenspartner van haar moeder. 

 

Drie weken geleden tijdens het Groninger hiv-proces, toch ook heel bizar, vroeg ik mij af: kan het hierna nog gekker worden?

Ik kon toen nog niet weten dat die vraag gisterochtend al beantwoord zou worden.

 

Eerst kwam zij vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle de zittingszaal binnen, met een lange lok vettig haar voor haar grauw gezicht. Om haar nek een witte kralenketting met een kruis er aan.

Kort daarna kwam hij vanuit de gevangeneninrichting in Ter Apel, al even grauw, met zijn haar in een lange paardenstaart, de winterjas al aan.

Als ze gaan zitten naast hun advocaten, knipogen en glimlachen ze naar elkaar.

Zijn lippen lijken te zeggen: ‘hou van jou’.

 

Sinds hun arrestatie op 21 juli dit jaar in Veendam hebben ze elkaar niet meer gezien.

 

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een aanhouding omdat het onderzoek, complex en omvangrijk, nog niet klaar is. Ook zijn de rapportages waarin iets over de geestesvermogens van de twee verdachten moet komen te staan, niet af.

Over een paar maanden wordt de zaak inhoudelijk behandeld.

 

Ik ken de achtergronden niet.

Wel de kille feiten zoals de officier van justitie die voordraagt.

 

Dat ze met z’n tweetjes na kalm beraad en in rustig overleg de 14-jarige Natasja – haar dochter – hebben gedwongen in een vrieskist te klimmen. En dat ze die vervolgens dicht deden.

Natasja raakte onderkoeld en buiten bewustzijn.

Een poging tot moord, zegt de officier van justitie.

 

Dat is niet alles.

 

In de twee weken voorafgaand aan de vrieskist, hadden ze al even kalm kokend water dan wel hete thee over haar lichaam gegooid, met tweedegraads brandwonden tot gevolg.

Tussendoor werd het meisje mishandeld, mogelijk samen met anderen, door haar te schoppen en te slaan en door haar stroomstoten toe te dienen, ‘waardoor Natasja letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden’.

 

Als de moeder en de ‘hou-van-je-vriend’ haar niet mishandelden, zat Natasja opgesloten in een slaapkamer zonder deurklink, zodat er sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

 

Natasja heeft het overleefd en wist uiteindelijk te vluchten naar de buren.

Die belden de politie.

Toen die arriveerde, dreigde de vriend zijn en ook haar tien maanden oude zoontje dood te knijpen.

Een arrestatieteam wist dat te voorkomen.

 

Prettige dag verder.

 

Rob Zijlstra