Niet te geloven

Schermafbeelding 2014-04-27 om 00.30.57Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.
Dat is in de wet zo geregeld.
Het recht om te mogen zwijgen komt er uit voort.
Een zwijgende verdachte in de rechtszaal stemt niet toe.
Niet per definitie.

Michael, 39 jaar oud waarvan er zeven doorgebracht in de gevangenis, had toen hij werd aangehouden gebruik gemaakt van dit recht.
De agenten die hem keer op keer meenamen naar de verhoorkamer konden wel van alles beweren – ze zochten het maar uit.
Dat is hun werk.

Er wordt beweerd dat Michael in Groningen op een dag twee mensen van het leven heeft beroofd.
In een telefoongesprek zei hij tegen een kennis dat hij misschien wel levenslang krijgt.
Dat gesprek voerde hij vanuit het huis van bewaring, uitgerekend op het moment dat de politie hem afluisterde.
Ook die dingen zijn bij wet geregeld; gedetineerden kunnen informeel gewoon alcohol en drugs in de gevangenis krijgen, maar dan mogen ze officieel ook worden afgeluisterd.
In het strafrechtsysteem is het altijd zoeken naar het juiste evenwicht.
Vandaar dat we vrouwe Justitia hebben opgezadeld met een weegschaal.

Op 18 januari 2013 zou hij in de vroege ochtend de 66-jarige mevrouw Gudrun Kűster met geweld van het leven hebben beroofd.
Hij zou haar keel hebben dichtgedrukt, haar met een hard voorwerp hebben geslagen en met een mes in de hals hebben gestoken.
Zo werd ze gevonden in haar woning aan de Oliemuldersweg.
De arts die werd ingeschakeld, stelde met al zijn deskundigheid vast – bijna niet te geloven – dat sprake was van een natuurlijke dood.
Het waren medewerkers van de uitvaartvereniging die daarna stomverbaasd alarm sloegen.

Op diezelfde dag, maar dan ’s avonds, is er brand in een woning aan de Waldeck Pyrmontstraat.
Tijdens het blussen valt iets op de grond; het is het lichaam van de 71-jarige bewoner Trevor Griffith.
Er is op hem ingeslagen, hij heeft een plastic zak om zijn hoofd dat met een koord is dichtgebonden, in zijn mond een theedoek.
Een deel van het lichaam is verbrand.

Ondanks het zwijgen van Michael die snel als verdachte in beeld kwam en ook werd aangehouden, leverde het politie-onderzoek (codenaam Waldeck) een berg aan informatie op.
Op zijn kleding zijn sporen van bloed aangetroffen die matchen met de dna-profielen van beide slachtoffers.
Op zijn kleding zaten vezels die afkomstig zijn van de kleding van de slachtoffers.

Hij kent ze ook, want hij heeft bij beide korte tijd in huis gewoond, samen met zijn vriendin die dan aan mantelzorg deed.
In zijn telefoon staan inlogcodes opgeslagen waarmee hij toegang heeft tot de bankrekeningen van de slachtoffers.
Er is een sms-bericht dat hij had verzonden naar een vriendin met de tekst: ‘Baby, ik zit in de shit, ik heb er een zooitje van gemaakt, kom naar huis, ik zit ondergedoken, zonder gelul, dit komt niet goed.’

Deze week zat Michael in de rechtszaal.
Hij zei tegen de rechters dat hij had besloten zijn proceshouding te veranderen.
Hij wilde praten, verklaren, het uitleggen, hij wilde de waarheid vertellen, niet meer zwijgen. Hij zei: ‘Ik heb het niet gedaan.’

En daar begon of eindigde het.
Het is maar hoe je het bekijkt.
Vanuit de kant van de verdachte: waarom snoerden zijn (twee) advocaten hem niet de mond?
Want steeds als Michael aan het praten en verklaren sloeg, verschenen op het achterpand van zijn jasje – niet zichtbaar voor de rechters – de woorden: ‘ik heb het wel gedaan’.
Zodra hij zweeg, vervaagden die woorden weer.
Het was echt niet te geloven.

Ja, al die telefoontjes.
De rechters moeten weten dat hij altijd drie toestellen bij zich heeft en wel tien simkaarten. Bloed op zijn kleding met het dna-profiel van mevrouw Kűster?
Michael vertelt dat hij een telefoontje had gekregen van iemand die hem had gevraagd iets te doen.
In ruil voor een paar duizend euro.
Hij moest naar de Zaagmuldersweg gaan.
Dat deed hij, rond half vijf in de ochtend, buiten nog vreselijk koud.

Op de plaats van bestemming ziet hij mevrouw Kűster.
Ook toevallig.
Ze ligt op straat.
Hij voelt geen hartslag.
Hij tilt haar op en brengt haar naar huis, een kleine kilometer verder.
In haar woning legt hij haar op de grond en gaat weg, neemt haar telefoon mee.
Rechters: ‘Van wie kwam dat telefoontje?’
Michael: ‘Dat kan ik niet vertellen.’
Rechters: ‘Maar als iemand anders de moordenaar is, waarom zegt u dat dan niet?
Michael: ‘Dat is niet aan mij.’

Later op die dag wordt hij gesignaleerd in de Waldeck Pyrmontstraat bij de woning van de 71-jarige Trevor Griffith.
Die is er niet.
Griffith zit even in het café voor zijn borrel en laat zich daar ook adviseren hoe een rollade te bereiden.
In boter zeiden ze in het café.
Hij doet boodschappen bij Albert Heijn.
Hij koopt onder meer een liter volle melk, bamischijven, blueband, roerbakmix, een blikje bier, een rollade.
Met deze boodschappen is Griffith thuisgekomen.
Niet lang daarna is er de brand en wordt zijn lichaam gevonden.
Het letsel is bij leven toegebracht.

Als Michael nog diezelfde avond wordt aangehouden is hij in het bezit van een Albert Heijn-tas met daarin volle melk, bamischijven, blueband, roerbakmix, blikje bier, een rollade.
In de rechtszaal zegt hij dat hij Griffith was tegengekomen, dat er een duw- en trekpartijtje was geweest waarbij hij de oude baas een draai om de oren had gegeven,
Vandaar misschien het bloed op zijn kleding.
Hoe hij aan die tas met boodschappen kwam?
Michael: ‘Die had ik gekocht in de buurt van de Van Mesdagkliniek. Van iemand daar op straat. Voor een tientje.’
Ja, misschien niet te geloven, maar dat deed hij wel vaker.
In de woning van Griffith wordt een peuk met zijn dna gevonden in een vergiet met aardappelen. Ja, hij was even binnen geweest, via de achterdeur, niet op slot, nee, niets bijzonders opgemerkt.

De officier van justitie zegt dat hij wel een strafeis op tafel kan leggen, maar dat nu de verdachte aan de praat is geslagen, hij nader onderzoek wil.
Misschien is het waar wat Michael zegt, met de waarheid weet je het immers nooit zeker.
Nader onderzoek kan ook aantonen dat hij nog veel schuldiger is dan werd aangenomen toen hij zweeg.

Dat dus later zal blijken dat hij, ondanks twee advocaten, zichzelf regelrecht naar een ontzettend lange gevangenisstraf heeft gepraat.

De strafzaak krijgt over een aantal maanden het vervolg.

Rob Zijlstra ©

 

Straf voor het gehele leven

mickk

Mick van Wely

Mijn collega Mick van Wely schreef een boek over de levenslange gevangenisstraf in Nederland.

Ik moest het even opzoeken, maar het was een dag om nooit te vergeten.
Het was op 21 oktober 2004, even na een uur in de middag, zittingszaal 14.
Marthin S. komt de rechtszaal binnen, schuifelend en met het hoofd gebogen.
Wanneer hij zijn grote en 37 jaar oude lichaam in de stoel die wij voor de idee de verdachtenbank noemen, laat zakken, kijkt hij even ongemakkelijk de zaal in.
Naast hem zit zijn advocaat, Cees Eenhoorn, immer de rust zelve.
Als Marthin S. eenmaal zit, trilt heel dat lichaam.
In de zaal, waar daglicht niet bestaat, is de spanning om te snijden, alsof wij zo getuige zullen zijn van een onthoofding.
En of we dat nou willen of niet.

Marthin S. heeft in een bui van waanzin zijn partner en zijn schoonmoeder vermoord.
Zijn schoonvader stak hij ook, maar die overleefde dit ongekende familiedrama.
Op de vlucht probeerde S. zijn kind te verdrinken en misschien ook wel zichzelf.
Dat mislukte, het water van het Eemskanaal was daarvoor veel te koud.

Levenslang, luidde twee weken eerder de strafeis.
Nu zal de rechtbank het oordeel vellen.
En?
Geen levenslang, maar achttien jaar en tbs met dwangverpleging.
Marthin S. barst in huilen uit.
Daarna wordt hij afgevoerd en stroomt de rechtszaal leeg.

Om vrijwel direct weer vol te stromen met mensen die de strafzaak volgen tegen Gerke M.
Die strafzaak was even onderbroken om uitspraak in de zaak van S. te doen.

Gerke M. heeft een drugshandelaar doodgeschoten en toen het lichaam verbrand in een zelfgemaakte oven op een boerderij.
Zakelijk geschil, zegt de officier van justitie, met een verkeerd gekozen oplossing.
Gerke M. beroept zich op het zwijgrecht.
De strafeis: levenslang, de doodstraf op termijn.

Twee kwesties van levenslang in verschillende strafzaken, maar binnen een paar uur in een en dezelfde ruimte, op 21 oktober 2004 – zoiets kwam nooit eerder voor.
Miljoenen mensen zullen hierover hun schouders ophalen en ‘nou en’ zeggen.
Of ‘boeiend’.
Voor rechtbankverslaggevers is het memorabel.

Gerke M., dan 43 jaar jong, wordt twee weken later veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, toen nog de zwaarste tijdelijke vrijheidsstraf die kon worden opgelegd.
Hij was het daar zwijgend niet mee eens, ging in hoger beroep, bleef zwijgen en werd door het hof Leeuwarden (in de bunker in Amsterdam-Osdorp) veroordeeld tot levenslang.
Het Pieter Baancentrum produceerde na een observatie van zeven weken één velletje A-vier met de conclusie: over deze man valt niets te rapporteren, behalve dat hij gevoel heeft voor humor.

Het is een van de meest bizarre strafzaken in de Nederlandse misdaadgeschiedenis.

In diezelfde bunker in Amsterdam-Osdorp hoorde ik een levenslange gevangenisstraf uitspreken tegen Daniel S., de Engelsman die Gerard Meesters, voormalig onderwijzer te Groningen, doodschoot.
Hij deed dat in opdracht van een man die – hoe gek dat ook is – nog altijd op vrije voeten rondloopt.
Het recht in deze zaak loopt nog altijd krom.

Schermafbeelding 2013-10-07 om 00.38.22De derde levenslange gevangenisstraf die ik hoorde uitspreken was in het statige paleis van justitie aan het Zaailand in Leeuwarden.
De beklaagde was vrouwen- en prostitutiemoordenaar Willem van E. uit Harkstede.

Ik heb video-opnames gezien van politieverhoren van Willem van E., door twee rechercheurs van wie er eentje ook Willem heette.
Willem, zegt Willem tegen Willem, ‘vertel mij nou eens: waarom heb ik het gedaan?’
Even later zegt Willem tegen Willem dat hij zich realiseert dat hij levenslang zal krijgen.
Maar dat hij hoopt van niet.
Want, zegt hij – indringend – tegen zijn naamgenoot: ‘Ik hoop dat ik nog eenmaal in mijn leven een kopje koffie kan drinken op de Grote Markt in Groningen.’

Het zal nooit gebeuren.
Levenslang is levenslang.

Ik interviewde later de rechter die Willem van E. definitief van zijn vrije leven beroofde.
Zij vertelde dat ze nadat ze het vonnis in de volle rechtszaal had uitgesproken, had moeten huilen in de raadkamer.
En ze vertelde hoe ze de avond voorafgaand aan de uitspraak voor de spiegel had gezeten om het uitspreken te oefenen.
Omdat, zei ze, een vonnis tot levenslang zonder haperingen, nee zonder enige twijfel, dient te worden uitgesproken.

Wat een goede rechter.

Ik zag wel een beeld voor mij; een rechter in een wat slonzige pyjama, zittend op haar slaapkamer, blote voeten, voor de spiegel, een lampje aan, kijkend naar zichzelf met 48 velletjes papier vol tekst in haar handen, met op het laatste velletje het woord ‘levenslang’.
En terwijl de rechter in de spiegel keek, lag de vrouwenmoordenaar te woelen in zijn cel en stilletje te hopen op een uitweg, op die ene kleine kans van nog eenmaal een kopje koffie in cafe Der Witz, Grote Markt.

Dus: mijn collega Mick van Wely schreef een boek over de levenslange gevangenisstraf in Nederland.
Daar is hij drie jaar mee bezig geweest.
Hij zei over het waarom: ‘Wat mij fascineert aan levenslang als straf is het definitieve, het onomkeerbare.’
Die fascinatie heeft een prachtig boek opgeleverd, geschreven met niet alleen verstand van zaken, maar ook met een enorme dosis nieuwsgierigheid.

Laat 15 miljoen mensen hun schouders over dit boek ophalen en ‘nou en’ zeggen.
Dan blijven er nog een miljoen mensen over.
Tegen hen zou ik dan zeggen: kopen dit boek, vervolgens lezen en dan weet je de rest van je leven meer.
Bijvoorbeeld  wat het betekent en hoe het voelt als de horizon ver achter je ligt.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2013-10-07 om 00.38.09

Mick van Wely
Levenslang!
de straf en de daders
uitgeverij Just Publishers

••• mick van wely

Baflo: uitspraak

Rechtbank veroordeelt Alasam S. tot 28 jaar cel 

Alasam S. (27) is door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot 28 jaar gevangenisstraf.
Op 13 april 2011 bracht S. met geweld zijn vriendin Renske Hekman (29) uit Baflo om het leven.
Kort daarna schoot hij motoragent Dick Haveman (48) uit Godlinze dood.
Dat gebeurde toen Haveman hem wilde aanhouden.

De rechtbank acht tweemaal moord en twee pogingen tot moord (op omstanders) bewezen.
Ook is bewezen dat S. drie politiemensen heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Tot slot is zware mishandeling bewezen: het slaan met een pistol op het hoofd van een agente (tijdens de aanhouding).

De rechtbank concludeert dat S. gericht heeft geschoten op de politieman en niet in het wilde weg, zoals hij zelf zegt.
Er is dus sprake van voorbedachten raad.
Dat geldt ook voor de twee omstanders, ook op hen schoot hij gericht, een van hen werd ook geraakt.
Dat hun letsel niet erger is, is niet aan S. te danken, schrijven de rechters.

Het drama begon toen Alasam zijn vriendin Renske met een brandblusser op het hoofd sloeg.
De rechtbank stelt dat de eerste klap mogelijk werd gegeven in een ‘ogenblikkelijke gemoedsopwelling’.
Maar dat geldt niet voor de klappen die daarna kwamen.
In het vonnis staat: ‘Verdachte moet zich echter na de eerste klap gerealiseerd hebben wat hij met het slaan van de brandblusser aanrichtte.’
Een wat kromme zin, maar zo staat het er.

Dat S. handelde in een psychose is niet aannemelijk.
Ook heeft het gebruik van het medicijn paroxetine geen noemenswaardige invloed gehad.

Het Openbaar Ministerie eiste drie weken geleden de levenslange gevangenisstraf.
Volgens de rechtbank is die straf te zwaar en niet opgelegd op humanitaire gronden.
De rechtbank schrijft in het vonnis dat levenslang ‘geen enkel perspectief biedt ooit nog terug te keren naar de samenleving’.

Op zich is het bijzonder dat de rechtbank dat zo opschrijft.
Een straf die geen enkel perspectief biedt, is in strijd met het Verdrag van de Rechten van de Mens.
Nederland is hiervoor ook op de vingers getikt.
Het verweer van Nederland was dat levenslang niet in strijd is met de mensenrechten omdat er wel enig perspectief is: gratie.
Dat gratie zelden tot nooit wordt verleend doet daar niet aan af.
Dit alles tegen de achtergrond dat levenslang in Nederland ook echt een leven lang is.

Zowel het OM als de advocaat gaan zich beraden op een eventueel hoger beroep.
Daar hebben ze twee weken de tijd voor.

Alasam is een uitgeprocedeerde asielzoeker en daarmee en ongewenste vreemdeling.

Dat betekent dat hij niet in aanmerking komt voor de vi-regeling: dat is de vervroegde invrijheidstelling nadat iemand tweederde van de straf heeft uigezeten.
Die regeling bestaat om een veroordeelde te laten resocialiseren.
Dit laatste is niet gegeven aan iemand die ongewenst is.
Alasam S. zal daarmee de volledige 28 jaren moeten uitzitten.
Wel kan het, volgens twee geraadpleegde advocaten, dat hij na tweederde deel van de straf het land wordt uitgezet.

Na enig rekenwerk: dat kan op z’n vroegst in november 2029.
Dat is over 201 maanden.

Rob Zijlstra

lees hier
het rechtbankverslag
HET VONNIS

.

UPDATE – 7 maart 2013 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie gaat niet in hoger beroep. Een woordvoerster zegt dat de rechtbank volledig op de lijn zit van het OM wat de juridische kwalificaties betreft (moord, pogingen tot moord) en de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Na beraad kunnen wij ons vinden in de forse straf die is opgelegd, zegt de woordvoerster.

De vraag is nu wat de verdachte gaat doen. Hij heeft tot 19 maart de tijd beroep aan te tekenen.

Koester levenslang

OPINIE

opinieDe rechtbank in Groningen doet dinsdagmiddag uitspraak in de ’zaak Baflo’.
Tegen de 27jarige Alasam S. is de zwaarste straf geëist die Nederland kent: levenslang.
Wellicht ten overvloede: levenslang is in Nederland, als een van de weinige landen ter wereld, ook echt levenslang.
De deur gaat definitief op slot.
Is dit de straf die S. moet krijgen omdat hij met geweld een einde maakte aan het leven van zijn vriendin Renske Hekman en daarna politieman Dick Haveman doodschoot?

De rechtbank zal de gebeurtenissen eerst juridisch kwalificeren.
Moord of doodslag?
Het verschil tussen beide is de laatste jaren vooral verworden tot een taalkundige kwestie.
Wist Alasam wat hij deed en deed hij dat bij zijn volle verstand of was er sprake van een plotselinge gemoedsopwelling?
Of kon hij binnen die plotselinge opwelling toch nog een moordplan bedenken?

Bij een opwelling is er geen sprake van moord, maar van doodslag en kan geen levenslang worden opgelegd.
Is er volgens de rechtbank wel sprake van voorbedachten rade – zoals het Openbaar Ministerie stelt – dan kan een einde worden gemaakt aan het ’normale’ leven van S.
Dan wordt hij levend en wel opgesloten zonder enig perspectief, dan wordt hij afgeschreven als mens.

De levenslange gevangenisstraf moet gekoesterd worden.
Daarmee bedoel ik dat met deze ultieme sanctie uiterst voorzichtig moet worden omgesprongen.
De rechtbank in Groningen vond dat in 2004 ook.
Tegen een man die een koelbloedige moord had gepleegd en een moord had uitgelokt was destijds levenslang geëist.
De rechtbank vond het een passende straf, maar legde 20 jaar op.
Dat was toen het maximum als tijdelijke vrijheidsstraf (nu is dat 30 jaar).

De rechters schreven in het vonnis dat ook bij de meest ernstige misdrijven het uitgangspunt geldt dat de pleger in beginsel uitzicht moet hebben op terugkeer in de samenleving.
In datzelfde vonnis: ’Uit humanitaire overwegingen moet terughoudendheid worden betracht bij het opleggen van levenslange gevangenisstraffen’.
En zo moet het nog steeds zijn: alleen bij hoge uitzondering, in extreme gevallen, wordt afgeweken van het uitgangspunt dat geen levenslang wordt opgelegd.

De ’zaak Baflo’ is een drama met ontzettend veel leed en verdriet.
Daarover bestaat geen twijfel.

Twijfel is er wel over de feiten.
Er bestaat twijfel over de gemoedstoestand van Alasam S., er is twijfel over de invloed van medicijnen.
Deskundigen hebben zich hierover uitgelaten en hebben de twijfel niet kunnen wegnemen.
Alasam S. was niet psychotisch, maar het kan ook niet worden uitgesloten, zegt de ene deskundige.
Hij was knetter-psychotisch, meent de andere deskundige op basis van zijn onderzoek.

Het is niet aannemelijk dat medicijngebruik een rol heeft gespeeld, maar ook daarover is zekerheid niet te geven, zeiden de farmacologen in de rechtszaal.
Alasam S. zegt dat hij in paniek en in het wilde weg schoot, volgens justitie schoot hij koelbloedig en gericht.
Er zijn geen feiten die de ene of de andere versie onderbouwen. Hier gaat het om aannames.

Binnen het Openbaar Ministerie is lang nagedacht, zo werd tijdens de rechtszaak gezegd, of de levenslange gevangenisstraf wel of niet moest worden geëist.
Het besluit om dat toch te doen, is niet unaniem genomen.
Dat hoeft ook niet.
Het geeft wel aan dat ook binnen justitie de meningen zijn verdeeld, dat ook daar twijfel bestaat.

Bij de ultieme sanctie past geen enkele twijfel.
Nu die er wel is, op meerdere punten zelfs, is de levenslange gevangenisstraf in de ’zaak Baflo’ niet op z’n plaats.

Rob Zijlstra

dit artikel is zaterdag 2 maart ook gepubliceerd op de opiniepagina van Dagblad van het Noorden

Baflo: levenslang (2)

foto kopie 2Het Openbaar Ministerie eiste maandag de levenslange gevangenisstraf tegen Alasam S. die 13 april 2011 in Baflo zijn vriendin Renske Hekman (29) en politieman Dick Haveman (48) om het leven bracht.
Alleen de zwaarste straf doet recht aan de ernst van de feiten, betoogde officier van justitie Oebele Brouwer.
Advocaat Mathieu van Linde noemt de eis inhumaan. 

Alasam S. hoort op 12 april 2011 dat de Raad van State een streep door zijn asielprocedure heeft gehaald.
Na ruim tien jaar moet hij Nederland verlaten.
Hij raakt in paniek van het bericht en belt zijn vriendin Renske die hem direct komt opzoeken in Groningen waar Alasam woont.
Ze eten pizza en praten over de onzekere toekomst, hun toekomst.
Moeten ze dan toch in Duitsland gaan wonen?
Daar waren ze mee bezig.

Alasam S. slaapt die nacht niet, opnieuw niet.
Om vijf uur in de ochtend verlaat hij de woning om Dagblad van het Noorden te bezorgen.
Wanneer hij thuiskomt is Renske vertrokken.
Zij werkt als biologe in Pieterburen, bij de zeehondencrèche.
Hij voelt zich niet goed en besluit naar Lentis te gaan.
Hij heeft daar een vaste afspraak: gaat het niet goed, dan meldt hij zich.
Sinds 2004 gebruikt hij medicijnen tegen depressies en psychoses.

Psychiatrisch verpleegkundige Peter, zijn vaste begeleider, is niet aanwezig.
Alasam S. gaat weer naar huis, belt Renske en zegt dat hij angstig is en dat het niet goed gaat.
Later wordt hij gebeld door zijn begeleider die hem adviseert extra medicijnen (paroxetine) te nemen.
Renske komt hem halen en ze besluiten naar Baflo te gaan waar Renske woont.
Alasam vertelt dat hij bang is, hij is bang dat mensen die hij op straat ziet lopen hem willen doden.

In Baflo eten ze samen.
En ze krijgen woorden.
Renske zou hebben gezegd dat hij meer voor zichzelf moet opkomen.
Ze zou hem een schaap hebben genoemd.
In welke context blijft onduidelijk.

Dan heeft Renske telefonisch contact met Lentis.
Alasam heeft twee nachten niet geslapen.
Renske zou telefonisch hebben gesproken over een prik, of over een injectie.
Zo verstaat hij dat.

Alasam vertelt aan de rechters dat hij op dat moment bang wordt voor Renske.
Hij is plotseling bang dat de enige die hij kan vertrouwen, hem nu ook wil doden.
Hij trekt zijn jas aan en wil terug naar Groningen.
Renske ziet dat niet zitten en wil dat hij blijft.
Bij de deur houdt zij hem tegen.

Alasam tegen de rechters: “Er stond een brandblusser, toen begon ik daarmee te slaan.”

Huisgenoten van Renske – ze woont in een appartementencomplex – horen vreselijk geschreeuw, zien deels wat er gebeurt en bellen 112.
Het is dan bijna acht uur.

Motoragent Dick Haveman is op weg naar Baflo, naar een collega die nog een handtekening moet plaatsen onder een proces-verbaal.
Haveman is in burger en zijn dienst van die dag zit er op.
Ruim een half uur daarvoor had hij nog naar huis gebeld en gezegd dat hij onderweg was. Grapt: “Ik heb genoeg bekeuringen uitgeschreven vandaag.”

In Baflo hoort hij de melding van de meldkamer dat moet worden uitgekeken naar een lichtgetinte man met opvallend haar (dreadlocks).
Haveman laat weten dat hij in de buurt is en ook wel even op zoek gaat.

Alasam loopt op dat moment door Baflo, hij belt met een kennis in Benin, het land waar hij is geboren.
Hij lijkt te beseffen wat hij heeft gedaan.
Negen keer heeft hij Renske met de brandblusser (van 17,8 kilo) op haar hoofd geslagen. Renske overlijdt ter plaatse.

Alasam vertelt aan de rechters dat hij, lopende door Baflo, een motorrijder zag, dat de motorrijder stopte en een wapen op hem richtte.
Hij zegt: “Ik dacht weer, iedereen wil mij vermoorden. Ik pakte het pistool, hoe dat weet ik niet. Er was een worsteling. Ik had nog nooit live een pistool in mijn handen gehad. Toen ging ik schieten.”
De motorrijder, hoofdagent Dick Haveman, wordt dodelijk getroffen.

Later zal Alasam zeggen dat Haveman als eerste op hem school, in de borst.
Het OM zegt dat dat niet zo is, dat daar geen aanwijzingen voor zijn.
Op de handschoen van de politieman zijn evenwel schotresten aangetroffen.
Dat zijn sporen die erop kunnen duiden dat Haveman wel heeft geschoten.
Het OM noemt het, maar besteedt er in de rechtszaal verder geen aandacht aan.

Ook een buurtbewoner wordt getroffen door de kogels die Alasam naar eigen zeggen in het wilde weg afvuurt.
Dat zijn er acht.
Om twintig voor negen wordt hij overmeesterd.
Hij heeft geen kogels meer.
Agenten op wie hij schoot, springen bovenop hem.
Alasam S. is door vijf politiekogels geraakt, ook in de borst.
In totaal is er 39 keer geschoten.

Het OM zegt dat Alasam zijn vriendin en de politieman met voorbedachten raad om het leven heeft gebracht.
Moord dus.
Tijdens het slaan met de brandblusser had hij tijd om na te denken over de gevolgen van zijn handelen, zegt het OM.
Een vooropgesteld plan iemand te doden is niet noodzakelijk om van voorbedachten raad en dus van moord te kunnen spreken.
Tussen denken en doen hoeft ook niet vele tijd ter zitten.
Een paar seconden kan volstaan.

Een zelfde redenering hanteert het OM bij het schieten op Dick Haveman.
Nadat Alasam het wapen in de worsteling had bemachtigd, was er gelegenheid na te denken.
Hij besloot, gewapend, om Haveman te doden en dat deed hij ook, aldus het OM.

Is Alasam S. gestoord?
Nee zeggen de deskundigen van het Pieter Baancentrum (PBC).
Hij is oppervlakkig, gesloten, maar ook vriendelijk en behulpzaam.
Niet agressief of impulsief.
Hij is, zeggen de deskundigen van het PBC, volledig toerekeningsvatbaar voor wat hij heeft gedaan.
Geen TBS.

In de rechtszaal vraagt advocaat Mathieu van Linde aan de deskundigen: “Als hij niet impulsief of agressief is, hoe heeft hij zich dan schuldig kunnen maken aan een explosie van geweld?”
De deskundigen: “Wij kunnen niets met zekerheid zeggen.”

Dezelfde deskundigen sluiten niet uit dat op 13 april 2011 sprake is geweest van een psychose, dat Alasam S. het contact met de realiteit kwijt was.
Agenten die hem uiteindelijke arresteren – en die ook door hem werden aangevallen – zeggen dat hij liep als een zombie, met lege ogen die dwars door je heen keken, dat S. niets leek te voelen toen op hem werd geschoten.

Psychiater Ben Takkenkamp, in de arm genomen door de verdediging, zegt dat Alasam S. niet een beetje, maar verschrikkelijk psychotisch was.
In zo’n toestand, zegt Takkenkamp, komen bovennatuurlijke krachten vrij.
Dat zombiegedrag past in dat beeld.
Volgens de psychiater ligt daar ook de verklaring dat Dick Havenman, groot, zeer ervaren en goed getraind, het aflegde tegen een klein mannetje als Alasam S.
“Een andere verklaring heb ik niet.”

Het OM is niet gediend van de bevindingen van Takkenkamp en vraagt de rechtbank geen rekeningen te houden met zijn visie.
Volgens het OM moet zeer worden getwijfeld aan de deskundigheid van Takkenkamp.
Dat is opmerkelijk.
Takkenkamp was jarenlang de vaste psychiater van de rechtbank in Groningen en bracht in honderden strafzaken advies uit aan het OM.

Speelde het medicijn paroxetine een rol in het plotselinge geweld?
De deskundigen: in z’n algemeenheid kan het, maar het is moeilijk vast te stellen.
“In dit specifieke geval is het niet aannemelijk, maar ook niet uit te sluiten”, zegt neuropsycholoog J.G. Raemakers.
Collega-deskundige A.J.M. Loonen, hoogleraar farmacotherapie, ziet wel een relatie.
Hij zegt tegen de rechters: “Het is plausibel dat gebruik van paroxetine kan leiden tot agressie.”

Loonen merkt op dat Alasam S. in een situatie zat waarin “iedereen gek zou worden”.
Hij sluit ook niet uit dat er bij Alasam sprake is van een psychische handicap.
Loonen: “Niet alles wat niet zeker is, is ook onwaar.”

In 2004 heeft Alasam S. twee zelfmoordpogingen gedaan.
Eenmaal liep hij verward over de snelweg, daarvoor dronk hij een fles afwasmiddel leeg. Hij zou stemmen horen die hem opdroegen zich van het leven te beroven.
Sinds 2004 staat hij onder behandeling en gebruikt hij medicijnen.

Is Alasam S. een leugenaar?
Nee, zegt het PBC, niet echt.
Jawel, zegt het OM, hij is een berekende leugenaar die maar een ding wil.
Een vrouw en dan kinderen om zo in Nederland te kunnen blijven.
Om dat te onderbouwen heeft het OM verklaringen van vroegere vriendinnetjes in het strafdossier opgenomen.
Die vriendinnetjes zijn overigens niet negatief over hem.

Alasam zegt dat zijn ouders, toen hij 14 jaar was, zijn omgekomen bij een brand, dat hij daarna door een oom op een bananenplantage te werk is gesteld, daar als kind werd mishandeld en toen is gevlucht.
Via een schip in de haven belandde hij als minderjarige in Nederland.
Ook leugens, zegt het OM, zo hij ook liegt over zijn leeftijd.
In plaats van 27 jaar zou hij wel eens 35 kunnen zijn.
Of nog ouder.

De twijfels die er bij de deskundigen leven ten aanzien van de geestestoestand van Alasam S. en het medicijngebruik hebben zich niet vertaald in het uiteindelijke standpunt van het OM.
Officier van justitie Brouwer zegt dat er binnen het OM lang is gesproken over de vraag of de zwaarste tijdelijke straf – 30 jaar cel – moest worden geëist of de allerzwaarste straf van het Wetboek van strafrecht: levenslang.

Brouwer tegen de rechters: “In dit geval doet 30 jaar cel geen recht aan de ernst van de feiten en geen recht aan het enorme leed dat nabestaanden van Dick Haveman is aangedaan.”
Geen twijfel mogelijk.

De ouders van Renkse Hekman steunen Alasam S. Zij willen hem de dood van hun dochter niet toerekenen, maar aanvaarden wat er is gebeurd.
Leedtoevoeging aan S. is leedtoevoeging aan ons”, zo heeft de moeder van Renske Hekman aan het OM laten weten.

Advocaat Mathieu van Linde noemt de eis tot levenslang inhumaan omdat hij de levenslange gevangenisstraf inhumaan vindt.
Deze straf biedt geen perspectief omdat levenslang in Nederland betekent – als enig land in Europa – dat de veroordeelde tot aan zijn dood in de gevangenis blijft. Alleen gratie kan de vrijheid teruggeven, maar gratie is in Nederland een wassen neus.
Levenslang is inhumaan en uitzichtloos. De naam van de veroordeelde wordt in feite doorgekrast.
Daarmee is deze straf, zo betoogt Van Linde, in strijd met de rechten van de mens.

De rechtbank heeft extra tijd genomen om tot een oordeel te komen.
Op 5 maart is de uitspraak.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 5 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft Alasam S. veroordeeld tot 28 jaar celstraf. Voor meer over de uitspraak en de juridisch kwalificaties (inclusief het integrale vonnis): hier 

.

.

levenslang met o.m. overzicht van de betekenis van levenslang in verschillende landen
•• van de hand van dvhn-collega Mick van Wely verschijnt rond mei (dit jaar) een boek met de geschiedenis (tot heden) van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

••• Levenslang en de rechtbank Groningen
plaatje bij kortjakjeIn 1878 werd Ferdinand Heun veroordeeld tot levenslang wegens moord gevolgd dor diefstal op de weduwe uit Middelstum. Na 21 jaar overleed hij in de gevangenis. Dan blijft het heel lang stil. 

Tot  2002. Dan wordt Willem van E. uit Harkstede tot levenslang veroordeeld wegens moord en tweemaal doodslag op drie prostituees. In 1975 had Van al eens 18 jaar en tbs gekregen voor moord op twee vrouwen. Van E. is Nederlands enige (nog levende) seriemoordenaar.

In 2005 wordt de Engelsman Daniel S. veroordeeld tot de zwaarste straf wegens de liquidatie van Gerard Meesters in Groningen. Dat gebeurde in opdracht van een Engelse drugsorganisatie die op zoek was naar de zus van de Groninger. Meesters zelf had met criminaliteit niets te maken. Bijzonder in deze zaak is dat Daniel S. in Engeland ook tot levenslang is veroordeeld maar daar wist te ontsnappen.

In 2006 werd in De Bunker in Amsterdam de Groninger Gerrie (Gerke) M. tot levenslang veroordeeld wegen de moord (in 1997) op de Limburgse drugshandelaar Math Huren. Een bijzondere zaak, ook al omdat het lichaam van Huren nooit is gevonden.

In 2004 steekt Marthin S. zijn vriendin en zijn schoonmoeder dood in hun woning in Appingedam. Zijn schoonvader raakt zwaargewond. Hij vlucht en probeert daarna hun zoontje te verdrinken. Juristen kennen deze zaak van het Eemskanaal-arrest. Er wordt levenslang geëist, maar de rechtbank in Groningen legt die straf niet op. S. wordt veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs. In hoger beroep (eis wederom levenslang): 15 jaar en tbs.

Liquidatie

Zit het dan toch anders?

In november 2002 werd de toen 52-jarige Gerard Meesters in zijn woning in Groningen geliquideerd.
Meesters’ zus had een partij drugs gestolen van een Engelse criminele organisatie. Meesters zelf had met criminaliteit niets te maken.
Toch moest de Groninger boeten met zijn leven voor de diefstal.

De liquidatie past binnen de keiharde werkwijze van de Engelse organisatie.
Leden die zich niet aan de regels houden, worden aangepakt.
Bijvoorbeeld door onschuldige familieleden te bedreigen, te mishandelen of te vermoorden.

De Engelsman Daniël S. wordt gezien als de man die Meesters in zijn woning doodschoot.
Zijn landgenoot Steven B. zo op die dag zijn opgetreden als chauffeur van S.
Daniel S. werd in 2005 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Hij was toen 47 jaar.
Steven B. kreeg – als medeplichtige aan moord – 8 jaar celstraf.
Hij was toen 28.
Steven B. is sinds kort op vrije voeten.

Het bewijs dat Daniel S. de moordenaar is, stoelt vooral op verklaringen van Steven B.
Die zegt het.
Hij zegt dat Daniel S. het heeft gedaan, heeft geschoten, terwijl hij zelf vlakbij de woning van Meesters rokend zat te wachten in de auto.
Hij zegt ook schoten te hebben gehoord.

Daniel S. heeft altijd ontkend.
Met kracht.
Er zijn geen getuigen, er is geen technisch bewijs, het wapen is nooit gevonden.

Het bewijs op grond waarvan Daniel S. tot levenslang is veroordeeld, is uiterst wankel.
Dat zei zijn advocaat Tjalling van der Goot tijdens de rechtszaken en dat zegt de advocaat nog steeds.

En nu zou er nieuwe informatie zijn die er mogelijk op wijst dat iemand onschuldig tot levenslang is veroordeeld.
Twee personen uit de gevangenisomgeving van Steven B. zeggen dat Daniel S. niet de man is geweest die Meesters heeft doodgeschoten.
Iemand anders zou het hebben gedaan.
Steven B.?

Advocaat Van der Goot zegt niet te kunnen inschatten hoe concreet en betrouwbaar de informatie is.
Maar gezien het wankele bewijs waarop de inmiddels onherroepelijke veroordeling is gestoeld, zegt Van der Goot, is nader onderzoek meer dan wenselijk.
Van der Goot: ‘Noodzakelijk. Ik vind het een plicht van justitie om een en ander uit te zoeken.’

Hij zegt: ‘Mocht de informatie hout snijden, dan hebben wij de mogelijkheid een herzieningsverzoek in te dienen. We hebben het hier over iemand die tot levenslang is veroordeeld. Ik heb het bewijs altijd al veel te mager voor een veroordeling gevonden en sluit niet uit dat Daniël S. onschuldig vastzit. Geef mij één reden om het niet uit te zoeken.’

Het openbaar ministerie in Groningen heeft die reden inmiddels gegeven: de informatie is te vaag en vindt ook geen steun in het onderzoeksdossier.
En dus komt er geen nader onderzoek.
Justitie nam dit besluit nadat één persoon uit de omgeving van Steven B. wat had gezegd.
Iets.
Inmiddels is er dus een tweede persoon die iets soortgelijks zou hebben verteld.
Waar, wanneer (waarom) en aan wie is onduidelijk.
Inmiddels ligt er een tweede verzoek van Van der Goot bij het Groninger openbaar ministerie.

Formeel – op basis van de wet – heeft Van der Goot geen poot om op te staan.
Justitie beoordeelt en beslist.
De advocaat noemt dit een manco in de wet: ‘Het zou veel eerlijker zijn, rechtvaardiger, als een onafhankelijke rechter beoordeelt en beslist en niet de mensen (van justitie) die Daniel S. hebben vervolgd.’

Vraag aan Tjalling van der Goot:
Wie tot levenslang is veroordeeld grijpt alles aan om nieuw licht, hoe vaag ook, op een zaak te werpen. Daniel S. heeft niet te verliezen. Kun je wel bezig blijven. Toch?

Van der Goot antwoordt: ‘Ons kantoor (Anker&Anker, Leeuwarden) staat veel mensen bij die tot levenslang zijn veroordeeld. Wij zien vaak dat verdachten die eerst ontkennen zich na een veroordeling berusten in hun lot. Misschien wel omdat ze het toch hebben gedaan. Daniel S. heeft vanaf het begin stellig ontkend en dat doet hij tot op de dag van vandaag. Ook dit maakt het anders.’

Of niet?

Rob Zijlstra

>> verslagen over het strafproces rond Steven B. en Daniel S.