Echte mannen

Uniek is het niet, wel bijzonder.
Dondermiddag zitten twee verdachten in zittingszaal 14.
Behalve verdachte, zijn ze ook slachtoffer.
Van elkaar.

Het bijzondere is dat ze toch samen, bijna naast elkaar, in het verdachtenbankje moeten plaatsnemen.
Dat zeggen ook de rechters, ze zeggen: ‘Wel een beetje apart.’

Willem uit Appelscha heeft die dag – 19 februari 2009 – hard gewerkt en wel zin in een verzetje.
Met vriend John gaat hij naar Groningen.
Ze parkeren de auto in de buurt van het politiebureau en wandelen naar het Land van Belofte.
Vrolijke avond, waar zoals aan alles, een einde aan komt.
Buiten op straat, in de warme Muurstraat op weg terug naar de auto, zijn ze in de stemming wat drugs te kopen.

Ze zien een man (die Leroy heet) lopen en denken: zo’n man heeft misschien wel wat.
Maar Leroy zegt van niet.
Of hij dan misschien wat kan regelen, vragen ze.
Leroy zegt ‘wie weet’ en dat hij eens zal kijken.

Even later kopen Willem en John voor 20 euro cocaïne.
Denken ze.
Al snel ontdekken ze bij de neus te zijn genomen.
’t Is waspoeder.
Ze moeten er van kotsen.

Willem en John gaan verhaal halen.
Willem grijpt Leroy bij de jas en eist zijn euro’s terug.
Leroy zegt dat hij slechts tussenpersoon is, van waspoeder geen weet heeft.
Gedoe.
Daarbij zou Willem een mes hebben gepakt en Leroy hebben verwond.
Willem ontkent dat.
Leroy is wel gewond. licht, een kras op de borst, maar door de kleding heen.
Maar bovenal, zegt hij tegen de rechters: ‘Mijn jas was stuk. Die had 250 euro gekost. Ik was gehecht aan die jas.’

Tijdens het gedoe begint Leroy te fluiten.
Een teken zo blijkt, want ineens duiken vier, vijf Antilliaanse mannen op.
Willem en John zetten het op een lopen.
Richting Vismarkt.
Daar, bij de Albert Heijn, komt het opnieuw tot een confrontatie.
John valt.
Willem zwaait met een mes om de belagers op afstand te houden.
Willem zegt dat het goed mogelijk is dat hij daar Leroy heeft geraakt.

Het is nog niet voorbij.
Willem en John hollen opnieuw weg, nu richting de Grote Markt.
Willem: ‘We waren hartstikke bang en dachten, daar zijn mensen.’

Leroy: ‘Ik was nog steeds boos vanwege die jas.’

Een derde confrontatie is dan bij de Febo aan de Grote Markt.
Willem: ‘Zij waren wel met vier, vijf man, met stokken en met stenen.’
Leroy: ‘Ik was er samen met nog een jongen. Met z’n tweeën. En geen stokken.’
Camerabeelden ondersteunen de lezing van Leroy.
Te zien is hoe Leroy – ter hoogte van de Herestraat – een stok weggooit.

Maar in de jaszak heeft hij nog wel een steen.
Die pakt hij en slaat er Willem mee op het hoofd.
Willem gaat knock out.

De politie komt en Leroy slaat het van afstand gade.
Als er kort daarna een ambulance arriveert, gaat bij hem een knopje om.
Denkt bij zichzelf: ‘Dit is niet goed.’

Terwijl Willem naar het ziekenhuis wordt overgebracht, meldt Leroy zich op het politiebureau waar hij vertelt wat er is gebeurd.
De verwondingen van Willem vallen mee.
‘Beetje een scheve bek.’
Hij wordt in het ziekenhuis aangehouden.

En zo kan het gebeuren dat Willem en Leroy veertien maanden na die dag samen in de verdachtenbank van zittingszaal 14 belanden.

Willem – bouwer – is vaker gewelddadig geweest.
Leroy – afgekeurd matroos – had wel eens iets gekocht wetende dat dat gestolen was.
Willem is 26 jaar.
Leroy 25.
Ze zijn op dezelfde dag in november jarig.

Tja, zegt de officier van justitie.
Aanvankelijk had hij Willem beschuldigd van een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
En Leroy met zijn steen van een poging tot doodslag.

Maar tja, zegt nogmaals de officier.
Willem heeft een hengst met een steen gekregen.
Leroy is verwond met een mes.
Twee keer niet goed.
Zegt: ‘Maar om beide heren nou naar de gevangenis te sturen?’
Lijkt hem ook niet goed.

Het lijkt hem beter Willem te beschuldigen van mishandeling en Leroy van zware mishandeling.
En om dan tegen beide een taakstraf van 120 uur te eisen.
Waarvan de helft voorwaardelijk.

De advocaten zeggen dat de officier van justitie het mooi heeft gezegd.
Zo mooi bijna als een advocaat het had kunnen zeggen.
En ach, Willem handelde misschien uit zelfverdediging (noodweer), maar toe maar.

De twee verdachten krijgen het laatste woord.
Willem zegt dat het hele gebeuren best wel indruk op hem heeft gemaakt.
En dat hij zich nog altijd niet prettig voelt in Groningen.
Dat het vandaag ook de eerste keer is dat hij er weer is.
Leroy: ‘Ik ga geen ruzie met hem maken als ik hem weer tegenkom. Het is goed zo.’

Zaak ten einde en beide verdachten lopen de zittingszaal uit.
De parketpolitie loopt mee.
In de hal kijken ze elkaar ongemakkelijk aan.
Ik voel de spanning en pak mijn telefoontoestel met camera.
En dan gebeurt het.
Ze lopen naar elkaar toe en geven elkaar, als mannen, de hand.
Ik vraag of ze zo even willen blijven staan.
En maak een foto.

Vrede.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 15 april 2010 – uitspraken
De echte mannen zijn ondanks het toch mooie gebaar na afloop van de zitting wel veroordeeld, beide tot een werkstraf van 120 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk. De een voor een bedreiging, de ander voor een poging tot zware mishandeling. 

De Paus

Man wordt gesnapt met kinderpornografische foto’s en films.
De ranzige rotzooi – 1100 stuks, u wilt het niet weten – staat op de harde schijf van een computer op zijn werk.
Van die computer maken meer mensen op dat werk gebruik.
De politie neemt de computer in beslag.
Via inloginformatie weet de politie de kinderpornoman te achterhalen.

Oh, wat een domme man is dit.

Hij neemt een collega in vertrouwen.
Hij vertelt het thuis (niet best).
Hij gaat (moet) in therapie.

Op die ene collega na weten ze op dat werk – een scholengemeenschap, hoger onderwijs – van niets (ook niet best).

De ontdekking was in 2006.
Begin 2007 ligt de zaak voor nader onderzoek bij de politie in Groningen
De politie vergeet het dossier (het zijn er ook zo veel) .

In 2009 ontdekt de politie dat ze het vergeten zijn.
De politie maakt er alsnog werk van.
Met als gevolg dat deze domme man maandagochtend, drie jaar na dato, hopeloos tegenover zijn rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank van Groningen zit.

Daar zegt de docent dat hij slechts zocht naar blote afbeeldingen van meisje en jonge vrouwen van tussen de 16 en de 25 jaar.
Die vindt hij mooi. (nee, nu niet meer, zegt hij verongelijkt)
Zegt dat hij zoekende ook zip-bestanden binnenhaalde met de verboden ranzigheid die kinderporno moet heten.
Dat hij de akelige beelden met kinderen, een paar keer bekeek en dan weggooide.
Maar dat hij niet wist dat er op de computer een prullenbak zit, waar alles wat je wegklikt in terechtkomt.
Zoals propjes papier die je in de prullenbak gooit, ook niet heus weg zijn.
Wist de man niet.

De rechters: ‘Wij dachten altijd dat iemand die docent is, wel iets in de bovenkamer heeft zitten.’
De domste man zegt dat hij het nu wel weet.

Wat ook een rare, grote school.
Politie komt, neemt schoolcomputer in beslag in verband met een misdrijf, maar school weet van niets.
Het zal je onderwijsinstelling maar wezen.

De domme docentenman jammert dat als zijn school hier achter komt, dat dat zal uitlopen op een drama, een drama voor hem en zijn gezin.
Hij murmelt dat hij drie jaar lang deze dag van vandaag heeft gevreesd.
Omdat hij in die drie onzekere jaren misschien wel ergens heeft gelezen dat kinderpornomannen in de rechtszaal keihard worden aangepakt.
Dat je daar met de billen bloot gaat.

Na afloop van de zitting kreunen en steunen wij in de perskamer.
Moeten we nou met deze zaak?
Alle relevante feiten publiceren betekent dat we vrijwel zeker het drama veroorzaken waar de domme man al lang zo bang voor is.
Dat man baan kwijtraakt.

Ik overleg met mijn hoofdredactie.
Hoofdredactie besluit na beraad dat we zullen publiceren dat de man docent is.
En meer niet, niet waar.
Ik kan daar ongemakkelijk mee leven.

In de perskamer maakt een collega een grapje.
Hij zegt dat het ook vreselijk pijn doet wanneer je de tape waarmee de kinderen waren vastgebonden – zodat ze konden worden verkracht – weer lostrekt.
We moesten daar beiden niet om lachen.

We zeiden verdrietig: die domme mannen die zich verlekkeren aan kinderporno, die domme mannen lezen onze stukjes die we al zo vaak schreven, kennelijk niet.
Die mannen denken, als ik word gesnapt, dan ga ik een beetje janken en dom zitten doen in de rechtszaal en dan loopt het misschien, los van straf, wel af met een sisser.

De officier van justitie zegt dat de vervolging van deze domme man veel te lang op zich heeft laten wachten.
En dat hij – justitie – verantwoordelijk is voor fouten die de politie maakt.
Dat hij daarom, omdat het te lang heeft geduurd, geen echte gevangenisstraf zal eisen.
De officier van justitie eist daarom vier voorwaardelijke maanden celstraf.
Meer niet.

Beste kinderpornomannen, waar u ook bent en wat u nu ook doet.
Wilt u er onmiddellijk mee kappen.
Wilt u zich nu realiseren dat als u wordt gesnapt – kans is groot – dat u met de billen bloot gaat in de rechtszaal en daar buiten.
En dat u uw voorspelbare drama dus zelf over u afroept.
Dat het dus echt niet leuk is om op uw beeldscherm te zien hoe met ducktape vastgebonden kinderen worden verkracht door grote mannen als u zelf al bent.
Nee, ook niet als het kinderen uit landen van ver zijn.

Bedenk dat u ons, wij rechtbankverslaggevers die u kennelijk meer vreest dan uw rechters, vreselijk boos maakt, omdat u met uw gejank en naïef gedoe ons wilt dwingen roomser dan de paus te zijn.
Nou, dat zijn we mooi niet.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 april 2010 – uitspraak
De eis van de officier van justitie doet onvoldoende recht, vinden de rechters. Recht doet de maximale werkstraf van 240 uur.  Maar omdat de zaak te lang bij de politie heeft gelegen,  is een korting op z’n plaats. Het vonnis: 180 uur werkstraf en vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.  De onderwijsinstelling waar de man in dienst is, heeft hem naar aanleiding van de strafzaak geschorst en wil hem ontslaan.

HET VONNIS