De zwembadmoord

Schermafbeelding 2013-09-27 om 08.14.17Vroeger, sprak de oude journalist, schreven we op wat wij wisten.
Tegenwoordig, vervolgde hij wat nukkig, schrijven ze op wat ze horen.

Dit las ik ergens.

Alles wat ik weet over de zwembadmoord in Marum heb ik vandaag gehoord in de rechtszaal.

Op 10 juli 2012 werd nabij het zwembad in Marum de toen 40-jarige Jan Elzinga doodgeschoten.
Dat gebeurde even na zeven uur in de vroege ochtend.
Jan Elzinga reed op zijn fiets toen het gebeurde.
Hij zwom in het zwembad bijna elke ochtend baantjes.
De schutter wist dat en had zich verstopt in de bosjes.
Jan Elzinga  riep nog naar zijn moordenaar: ‘Wat is dit?’

Wat ik ook weet – maar dan van huis uit – is dat twee dingen die tegenstrijdig aan elkaar zijn, niet tegelijkertijd waar kunnen zijn.

Pascal (36) uit Zwolle zegt dat hij de man is die in de bosjes had gezeten.
En ook dat hij heeft geschoten.
Hij deed dat in opdracht en voor geld.
Een huurmoordenaar wil hij zichzelf niet noemen, want hij is geen slecht mens.
Een goed mens als huurmoordenaar, dat gaat niet samen.
Dat geeft een storend beeld.

Een beroepsdeskundige van het Pieter Baancentrum zei later tijdens de zitting dat een heel stabiel mens heus een moord kan plegen en iemand met een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis juist heel goed niet.
Deze deskundige zei ook dat Pascal wel stoornissen heeft, maar dat die niet hebben geleid tot een doorbraak, tot het levensdelict.
Er was geen doorbraak.
Sterker: er zit een heel gat tussen de stoornis en het delict.
Pieter Baan zegt dat Pascal eigen keuzes heeft gemaakt en dus volledig toerekeningsvatbaar is.

Twee andere deskundigen zeggen van niet en adviseren tbs met dwangverpleging.
Zij zeggen over Pascal dat hij onvoldoende zijn wil overeenkomstig zijn inzicht kan bepalen.
Man is daarmee levensgevaarlijk en moet opgesloten en behandeld.

Beide visies van deskundigen kunnen niet tegelijk waar zijn.

Pascal zegt dat hij vooral slachtoffer is van de manipulerende Willem (45) uit Kampen, de man die hij als vriend beschouwde, zelfs eens als broer.
Willem, zegt Pascal, heeft de opdracht gegeven om Jan Elzinga dood te schieten.
Willem, zegt Pascal, heeft ook alles voorbereid.
En ik, zegt Pacal, heb het gedaan.

Willem ontkent.
Willem heeft er niets mee te maken, hij is anders dan Pascal zegt, nooit in Marum geweest en van Jan Elzinga – zegt hij tegen de rechters – heeft hij nog nooit gehoord.
Dat Pascal van alles met grote stelligheid wel beweert, vindt hij verschrikkelijk.
Ook voor de nabestaanden.

Pascal en Willem kunnen niet allebei tegelijk waar zijn.

Nu is het zo – weet ik – dat wij aan hem die een bekentenis aflegt en zichzelf niet spaart – sterker – zichzelf belast – dat wij mensen aan zo iemand een grotere betrouwbaarheid toedichten dan aan iemand die wordt beschuldigd en dat ontkent.
Anders gezegd: we neigen Pascal te geloven, terwijl we Willem met z’n ontkenningen maar onbetrouwbaar vinden.
Peter van Koppen zal zoiets vast en zeker – maar ik weet het niet – een valkuil voor rechters noemen als het om waarheidsvinding gaat.

Want stel: Willem liegt niet, hij heeft er niets mee te maken.
Waarom heeft Pascal op die zomerse dinsdagochtend Jan Elzinga doodgeschoten?
Advocaat Evert van der Meer (advocaat van Willem): ‘We kunnen niet uitsluiten dat Pascal niet alles vertelt, om anderen voor wie hij bijvoorbeeld heel erg bang is, uit de wind te houden.’

Stel: Willem liegt en hij heeft er wel mee te maken.
Ook dan: waarom?
Wat is het motief?
Waarom moest Jan Elzinga dood?

De politie heeft het uitgezocht en vastgesteld dat Jan Elzinga niet per ongeluk is doodgeschoten.
Er was geen sprake van scenario 4, een persoonsverwisseling.

Jan Elzinga was een lieve en zorgzame man, tikkeltje eigenwijs, maar geen crimineel.
Hij was wel vreemdgegaan en dat had zijn partner ontdekt.
Relatie in een dip(je)?
Moet het in die richting worden gezocht?
De politie heeft dat gedaan.
De partner van Jan Elzinga is verdachte geweest, evenals haar broer.
Na twee weken is dit scenario doorgestreept, zo de prullenbak in.

Jan Elzinga was actief in de motorwereld, geen wereld van de ranja en de spekjes.
Speelde daar iets stoers?
Speelde hij vals, dronk hij Buckler, nam hij vol genoegen de vrouw van de motorpresident wellicht?
Van niets is iets gebleken.

Rest: stomme hennep.
Tijdens de slachtofferverklaring van de verdrietige moeder van Jan werd de pers gehekeld.
In de kranten had gestaan en ‘t was ook op de radio – dat Jan een afrekening was, een afrekening in het criminele circuit.
Dat had de familie veel pijn gedaan, want Jan was geen crimineel, hij was juist lief en zorgzaam.
Laat nou uitgerekend dat, lief, zorgzaam en crimineel, helemaal voor je 87-jarige moedertje, uitstekend samengaan.

Ik weet het niet, hoor van alles.
Wat ik hoorde is dat het Openbaar Ministerie rekening houdt met een hennepkwestie en dus met een conflict over geld, want zo plat is de hennepwereld vandaag de dag.
Nooit gaat het over kwaliteit of duurzaamheid in die sector, maar dit terzijde.

Jan Elzinga was geen grote speler op het hennepveld, maar deed een beetje mee.
Op zijn TomTom stonden tal van adressen ingetoetst (geregistreerd ook), adressen waar hennepkwekerijen zijn aangetroffen.
Hij had iets met hennep, zijn voorliefde voor tractoren en met maisvelden.

Daar zit een raakvlak met Willem.
Willem zat in de antiek, in glaskunst en – hoe dan ook – in de hennep, dat heeft hij wel ruiterlijk willen toegeven.

Nog een ding.
Het Openbaar Ministerie zegt dat Pascal 14.700 euro heeft gekregen voor het doodschieten van Jan Elzinga.
Pascal zegt dat zelf ook.
Hij zegt dat hij dat geld heeft ontvangen van Willem.
Van de ontkennende Willem.
Toen hij het kreeg had hij er een heel goedkope auto voor gekocht.

Het Openbaar Ministerie zegt dat ook Willem 15.000 euro heeft ontvangen als beloning.
Dit geld is ook bij hem aangetroffen, in dezelfde samenstelling van biljetten als bij Pascal is gevonden.
Briefjes van vijftig, in pakketjes van duizend, met een wikkeltje erom.
Via een ontnemingsvordering wil de officier van justitie dit geld hebben.
Want het is immers criminele winst wat niet mag lonen.

Pascal heeft het geld van Willem gekregen.
Maar van wie heeft Willem dan het geld gekregen?

Vragen, zoveel vragen nog.
Maar aan wie?

De officier van justitie eiste – wegens moord – medeplegen moord –  tegen Pascal 15 jaar gevangenisstraf ,
De officier van justitie eiste – idem – tegen Willem 18 jaar.
Pascal was een marionet, Willem het meesterbrein.

De rechtbank vindt het op voorhand al moeilijk.
Daarom werd aangekondigd dat niet over de gebruikelijke twee, maar pas over vier weken uitspraak wordt gedaan.

Misschien dat wettig en overtuigend in deze zaak niet tegelijkertijd samengaan.

Vroeger, verzuchtte de oude journalist, was alles veel eenvoudiger.
Dan had je het gedaan.
Of niet.
Maar tegenwoordig…

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 24 oktober 2013 – uitspraken
Pascal E. (36) is conform de eis veroordeeld tot 15 jaar celstraf wegens het medeplegen van moord. Hij heeft, zo staat in het vonnis, Jan Elzinga in koelen bloede doodgeschoten. Na de moord ontving hij 15.000 euro   en ging hij met zijn gezin op vakantie.
Willem P. (45) is de opdrachtgever. Het bewijs is de verklaring van Pascal E. Die verklaring wordt ondersteund door anderen feitelijkheden die – opgeteld – voldoende zijn om de rechtbank te overtuigen van P.’s schuld. Zijn straf: 18 jaar (ook conform)

Het motief blijft onduidelijk, de riekende geur van hennep blijft.

Opmerkelijk is dat de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan in de twee ontnemingsvorderingen.
De rechtbank heeft vrijdag laten weten dat op donderdag 7 november uitspraak wordt gedaan in de ontnemingsvorderingen

vonnis Pascal E.
vonnis Willem P.

UPDATE – 11 november 2013 – ontnemingsvordering 
Pascal E. moet het geld dat hij van Willem P. heeft gekregen afdragen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel zoals het heet bedraagt volgens de rechtbank 9.500 euro. Pascal E. heeft 14.700 gekregen voor het plegen van de moord. Van dat geld heeft hij een auto gekocht van 2.800 euro. Die auto is in beslag genomen. Daarnaast is een bedrag van 2.400 euro contant in zijn woning aangetroffen. Dit is in beslag genomen.

Willem P. moet 15.000 euro afdragen. En dat is merkwaardig. Volgens medeveroordeelde Pascal E. hebben zowel hij als Willem P. ieder 15.000 euro ontvangen voor de moord. Pascal heeft het geld van Willem gekregen. De vraag is dan: van wie heeft Willem het geld gekregen. Het vonnis suggereert dat er een derde partij is die tot nu toe onbekend is gebleven.

Het Openbaar Ministerie zegt dat de ontneming van Willem P. is gebaseerd op de verklaring van Pascal. Niet meer niet minder. Er is wel onderzoek gedaan naar de vraag wie dan de grote geldgever is. Dat onderzoek zegt een woordvoerster namens de officier van justitie niets opgeleverd.

De rechtbank schrijft in het vonnis van de ontneming dat het aannemelijk is geworden dat veroordeelde Willem P. 15.000 euro heeft ontvangen voor het plegen van de moord.

Dan zou je ook kunnen zeggen: de echte opdrachtgever van de moord op Jan Elzinga loopt nog vrij rond.

 vonnis ontneming pascal e.
vonnis ontneming willem p.

Dirk de V.

In Dagblad van het Noorden – de krant waarvoor ik werk – staat vandaag een artikel over Dirk de V., de man die in 1999 in Groningen de toen 27-jarige Tjirk van Wijk op gruwelijke wijze om het leven bracht.
De V. werd veroordeeld tot veertien jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Er was een levenslange gevangenisstraf geeist.

De man heette destijds de gevaarlijkste gedetineerde van het het land te zijn.
Daar waar hij vastzat, steeg het ziekteverzuim, zo werd gezegd.

Het verhaal rond Dirk de V. is in meerdere opzichten schrijnend.

Begin dit jaar verlengde de rechtbank Groningen de tbs van De V. met twee jaar.
De man is onverminderd gevaarlijk en is volgens deskundigen niet te behandelen.

De V. is tegen de verlenging in hoger beroep gegaan.
Die zitting dient morgen bij het Gerechtshof in Arnhem.

rob zijlstra

ACHTERGROND:
hoe dirk de v. op vrije voeten kwam
ene tjirk van wijk doet open
justitie weer zich geen raad met dirk de v. (dvhn / 7 sept 09)

UPDATE8 september 2009 – hoger beroep
Het verrotte leven van dirk de v,  inclusief verslag van de zitting

Reinier S. en Gonda Drent 3

Het was een verrassende wending, dinsdag aan het einde van de middag in het Paleis van Justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie in de persoon van de advocaat-generaal wilde net beginnen aan het voorlezen van het requisitoir.
Hij had nog gezegd daar ruim een uur voor nodig te hebben.
De aanklager ging al staan, toen het hof verraste.

Het hof, zegt het hof tegen Reinier S., weet weinig over u.
En omdat we wel over u moeten oordelen, willen we weten hoe het bij u tussen de oren is gesteld. Psychiaters en psychologen moeten naar u kijken.
Reinier S. voelt daar niks voor, medewerking aan dit soort gein heeft hij altijd al geweigerd. Hij zegt dat als je onschuldig bent, zoals hij is, het toch niet uitmaakt hoe het tussen de oren zit.

Hij roept dat hij naar huis wil.
Dat hij al twaalf jaar in deze ellende zit.
Hij wil naar huis, naar Curaçao, daar wil hij verder met het ontwikkelen van een programma dat is gebaseerd op Google, bestemd voor ondernemers. Daarnaast heeft hij er een vrouw met twee kinderen en nog een paar websites in de lucht.

Na ruggespraak met de advocatuur laat hij weten dat hij wel een onderzoek wil naar zijn geestesgesteldheid, maar niet in gevangenschap.
Dan wil hij op vrije voeten. Dan mag het ambulant. En als er dan weer een zitting is, dan komt hij wel.
Net als vorig jaar, toen was hij toch ook vrijwillig helemaal vanuit Curaçao naar Groningen gevlogen voor de zitting bij de rechtbank die hem twaalf jaar oplegde?
Hij bedoelt, hij had ook naar de noorderzon kunnen vliegen.

De aanklager noemt het voorstel van Reinier S. chantage en volkomen misplaatst. Aan zijn non-verbale uitingen valt op te maken dat hij sowieso niet veel op heeft met deze verdachte. Regelmatig zijn de lachjes minachtend.

Het hof zegt na beraad dat Reinier S. wel meer kan willen, niet op vrije voeten komt, maar wel naar het Pieter Baancentrum moet. Reinier S. kijkt als een kind van wie zojuist de Magnum met nootjes is afgepakt.

In de wereld der gevangenen wordt de gang naar het Pieter Baan stellig afgeraden. Als je niet oppast, is het PBC de voorbode van TBS en wie dat wil, is gek.

Het observatiebevel was de eerste verrassing.
Er kwam er nog een: er zijn plotseling nieuwe verdachten in beeld. Dat mag opmerkelijk heten, want sinds de brand in Hoogezand, op 11 december 1996, is nooit een andere verdachte in beeld geweest dan Reinier S.

Toch is het zo, zegt Reinier S.
Het gaat om mannen van de Tattoo, eens een bar op het hoekje van de rosse buurt in Groningen. Mannen die toen ook wel aan de goktafel zaten in het Holland Casino.
En daar Reinier wel eens troffen.

Reinier gokte veel want hij had ook veel. Dat laatste stak hij niet onder stoelen of banken. Dus bedachten die mannen op een kwaad moment, als die Reinier een avond niet thuis is, overvallen we zijn partner Gonda, pakken het geld uit de kluis en steken desnoods daarna de boel in de fik.

Toen Reinier S. op een avond thuiskwam, op 11 december 1996, is er brand. In paniek kan hij nog net zijn twee slapende kinderen redden, maar voor Gonda komt hij te laat. Als de brandweer de brand meester is, blijkt Gonda dood en de kluis leeg.
Weg 320.000 gulden.

Zo is het dus gegaan, zegt Reinier S.

De drie mannen kennen de politie en justitie wel. Het gaat om Freddie die zeer recent is veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens afpersing. En om Harrie die landelijk furore maakte als undercover van Peter R. de Vries. Harrie was de man die het vertrouwen van Reinier had gewonnen en achter het stuur van de geprepareerde auto hem probeerde te verleiden tot het organiseren van een huurmoord. Het was allemaal op de televisie te zien. En ook Henkie werd genoemd, de man die als eens veertien jaar cel kreeg wegens een nogal heftig zakelijk geschil in het criminele koffiecircuit.

De aanklager zegt dat het allemaal wel een beetje toevallig is.
Toevallig, want uitgerekend deze drie mannen hebben vervelende dingen over Reinier S. gezegd. En dan zouden ze nu een moord-trio vormen? De grootst mogelijke flauwekul, zegt de advocaat-generaal (officier van justitie).
Hij voelt dus ook niets voor een nader onderzoek, want daar komt toch niets uit.

Reinier beklaagt zich nu bij zijn rechters.
Als anderen zeggen dat dat flauwekul is, dan zeggen ze dat omdat ze last hebben van tunnelvisie dan wel dat ze deel uitmaken van het complot dat hoe dan ook wil dat Reinier S. als dader achter de tralies verdwijnt, schuldig of niet.

Het hof wil misschien wel geen dwaling en bepaalt dat nader onderzoek gewenst is.
Ook wil het hof meer weten over Bidja D., de overvaller die in augustus 2004 tot negen jaar celstraf werd veroordeeld (acht in hoger beroep).
Bidja D. is ook een mal verhaal.

Bidja en Reinier kennen elkaar als medegedetineerden.
Op de luchtplaats zijn ze vaak samen.
Daar ontstaat een plan.
Bidja zal vertellen dat hij met ene Bernard K. Gonda heeft vermoord bij een inbraak. Hij was er bij, maar die Bernard K. die deed het. Die sloeg, sneed met zijn mes langs haar hals (‘in een beweging’), haalde een kleine jerrycan op en sprenkelde, eerst in de linkerachterhoek, benzine… Om kwart voor twaalf ongeveer verlieten ze de woning.
De verklaring is uiterst gedetailleerd en bevat informatie die je niet zomaar kunt weten. ‘…Ik zag twee kopjes staan, die er volgens mij bij onze binnenkomst niet stonden (…).’

Bidja zal zeggen dat hij het niet kan verdragen dat iemand anders, de arme Reinier S. onschuldig vastzit voor iets waar hij, hij Bidja, bij betrokken is.

De politie neemt de verklaring op op video, krabt zich even achter de oren en stelt dan vast dat die Bernard K. al was overleden toen Gonda nog leefde.
Dus het kan nooit.
Bidja beaamt dat ras. Als hij dit verhaal zou vertelen, zou hij geld krijgen van Reinier, heel veel geld.
Bij wijze van voorschot zou hij 3000 euro krijgen, geld dat hij ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De oplichter opgelicht.
De bedoeling was dat Bidja nog meer geld zou krijgen, naar eigen zeggen 800.000 euro. Hij zou dat krijgen zodra Reinier als onschuldig veroordeelde zou worden vrijgelaten en de royale schadevergoeding zou incasseren.’

De aanklager in hoger beroep: ‘Reinier S. is vastgelopen in zijn eigen modderpoel.’
Maar opnieuw tot zijn zichtbare ergernis bepaalt het hof dat ook dit verhaal nader moet worden uitgezocht.

Het proces loopt nu maanden vertraging op, misschien dat eind dit jaar wordt gehaald.
De analyse in de wandelgangen direct na afloop van het onverwacht gestaakte proces luidde als volgt:

Het hof wil liever niet veroordelen als er geen inzicht bestaat in de gemoedtoestand van een verdachte. Dat willen rechters sowieso liever nooit.
Door nader onderzoek te laten instellen naar dat malle moord-trio en naar het nog mallere Bidja D.-verhaal, ontstaat tijd.
Tijd die ook mooi gebruikt kan worden om Reinier S. te laten observeren in het Pieter Baan. Met de toezegging tot nader onderzoek hebben zij, zij de rechters, Reinier S. eventjes blij gemaakt. Met een dooie mus.

Bij dit alles past één kanttekening met vraagteken: dat Reinier S. onschuldig is?

Rob Zijlstra

Reinier S. en Gonda Drent

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich vandaag (dinsdag) over een trieste geschiedenis: de moord op Gonda Drent.

Gonda werd op 11 december 1996 vermoord.
Haar partner Reinier S. is bijna twaalf jaar lang als verdachte in beeld geweest.
Vorig jaar juni werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
Er was 15 jaar geëist.

Er is al heel veel over deze zaak geschreven.
Ik ga dat hier niet opnieuw doen.

Gonda kwam om bij een brand in hun woning in Hoogezand. Volgens de rechtbank in Groningen staat vast dat Reinier de brand heeft gesticht met als doel zijn vrouw te vermoorden. Naar motieven kan alleen maar worden gegist (geld), want Reinier S. heeft altijd stellig ontkend.

Het zou wel heel erg verrassend zijn als hij vandaag in Leeuwarden met een bekentenis komt.

De veroordeling vorig jaar was geen uitgemaakte zaak. Het openbaar ministerie in Groningen had serieus rekening gehouden met een vrijspraak.
De strafzaak van toen, wordt dinsdag opnieuw gedaan.

Er zijn tenminste twee nieuwe elementen.

De advocaten van Reinier S. – Erik de Mare en Winfried de Haan – hebben een nieuw dossieronderzoek laten uitvoeren door twee oud-politiemensen, experts op het gebied van brand. Hun bevindingen zijn aan het hof overgelegd.
Hun conclusie: Reinier kan Gonda niet hebben vermoord. De politie heeft zitten rommelen met de tijdlijn. Deze tijdlijn speelt een belangrijke rol in de bewijsvoering.

Volgens de oud-politiemensen is de brand ontstaan op een moment dat Reinier nog niet bij de woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand aanwezig was. Dan kan het de brand niet hebben gesticht.
Het openbaar ministerie heeft het ‘De Haan-onderzoek’ betiteld als waardeloos.

Een tweede element is een rare, maar past wel binnen de capriolen die Reinier de afgelopen jaren heeft uitgehaald, onder meer onder regie Peter R. de Vries.

Een gedetineerde heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met een ander Gonda Drent tijdens een inbraak heeft vermoord. De ander zou Bernard K. zijn, een man die later bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen.
Oftewel, de moordenaar van Gonda is dood.
De politie heeft de bekentenis opgenomen op video.
De gedetineerde, de 34-jarige B.D. uit Groningen, heeft zijn bekennende verklaring ook ondertekend.

B. D. was een medegedetineerde van Reinier S. De man zou 3500 euro in het vooruitzicht zijn gesteld als hij zou bekennen dat Gonda in zijn bijzijn is vermoord. Een dergelijke bekentenis zou Reinier vrijpleiten. De medegedetineerde werd in 2004 veroordeeld tot 9 jaar cel wegens een serie gewapende overvallen op winkels in Groningen-zuid.

Tijdens een regiezitting, op 20 november vorig jaar, kwam deze rare kwestie aan de orde. Justitie ziet de bekentenis als een poging van Reinier S. om het gerechtshof te misleiden om zo zijn vrijheid terug te krijgen.
Aan de bekentenis van D. wordt geen waarde gehecht. De opgevoerde moordenaar Bernard K. is wel verongelukt, maar tien maanden voordat Gonda om het leven kwam. ‘Reinier is vastgelopen in zijn eigen modderpoel’, zo sprak de advocaat-generaal J. Simmelink toen.

De advocaten noemen het een merkwaardig verhaal. Het is opmerkelijk dat D. wel heel veel details over de zaak wist te vertellen, zeggen de advocaten. Zij verwachten dat deze kwestie door justitie zal worden gebruikt om aan te tonen dat Reinier S. een leugenachtige persoon is.
En dus schuldig aan de dood van Gonda.

De strafzaak zal naar verwachting de hele dag duren.

Rob Zijlstra

het proces is dinsdag te volgen via twitter

het rechtbankverslag

Suzanne Martens: 14 jaar

NIEUWS

De rechtbank heeft de 20-jarige Dirk Z. uit Zevenhuizen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar wegens de moord op de Groninger studente Suzanne Martens. Er was twee weken geleden twintig jaar cel geëist.

Hoewel de straf lager uitvalt, is de rechtbank met het openbaar ministerie van mening dat er sprake is van moord en niet van doodslag. Het slachtoffer is met mogelijk drie verschillende wapens een groot aantal keren gestoken. Z. moet dus van wapens hebben verwisseld. Hij heeft zoveel handelingen verricht, aldus de rechtbank, dat hij zich had kunnen bezinnen. Nu hij dit niet heeft gedaan, is er sprake van voorbedachten rade.

Suzanne Martens, die gehandicapt was, werd vorig jaar op 2 november in haar woning in een appartementencomplex aan de Goeman Borgesiuslaan in Groningen vermoord. Zes dagen later werd zij gevonden. Dirk Z. was haar buurman. Tijdens de zitting heeft hij gezegd zich niets te kunnen herinneren.

UPDATE – 23 juni 2009 – hoger beroep
Het openbaar minsterie gaat in hoger beroep omdat het zich niet kan vinden in de hoogte van de opgelegde straf. Suzanne was een weerloos slachtoffer en is op gruewelijke wijze om het leven gebracht.  Dit komt onvoldoenbde tot uiting in de hoogte van de straf, aldus het OM.

het verslag van de zitting
het vonnis van de rechtbank (bron: rechtspraak.nl)

Suzanne Martens (2)

Het is zondag 2 november 2008.
Om drie uur ’s middags komt Dirk thuis. Hij is, zoals vaak in de weekeinden, bij zijn ouders in Zevenhuizen geweest. Van zijn moeder heeft hij 50 euro gekregen.
Kort nadat hij is thuisgekomen in zijn woninkje in het appartementencomplex aan de Goeman Borgesiuslaan in Groningen, komt zijn dealer Walt op bezoek.
Dirk had hem al eerder, om 14.18 uur, een sms’je gestuurd met een bestelling.
Walt, een medewerker van de Nederlandse Spoorwegen, levert voor 25 euro cocaïne.

Dirk voelt zich niet heel lekker.
Om 19.00 uur komt Walt voor de tweede keer.
Weer voor 25 euro cocaïne.
Dirk drinkt er zoals gewoonlijk ook bier bij.
Het geld dat Dirk van zijn moeder kreeg, is nu op.

Omdat hij zich grieperig voelt en verkouden en de volgende dag wel moet werken, besluit hij naar bed te gaan.
Dat zegt hij.
Tegen 22.00 uur wordt hij – ook dat zegt hij – wakker door zijn vriendin Berdien die die dag als beveiliger in Ahoy heeft gewerkt, bij een optreden van Jan Smit.
Zij heeft na zo’n lange rit wel zin in cocaïne, maar Dirk wil niet.
Niet nog meer.
Toch bellen ze Walt die voor de derde keer die dag levert.

Walt ziet dat Dirk gewond is aan zijn hand.
Dat had hij eerder die avond niet gezien.
Berdien merkt op dat Dirk zich vreemd gedraagt, hij is afstandelijk als zij hem een kus geeft.

Naast Dirk woont de 25-jarige studente Suzanne Martens.
Ze studeert Engelse literatuur aan de universiteit van Groningen.
Op het internet, waar ze zeer actief is, noemt ze zichzelf Jacky Morrisson.

Op die dag, op 2 november, als haar buurman net thuis is gekomen, stuurt Suzanne een mail naar de voorzitter van Loesje.
Dat doet ze om 16.48 uur.
Om 18.31 uur laat ze een bericht achter op Facebook bij een studiegenoot.

Buurman Dirk ontvangt niet veel later aan de andere kant van de muur zijn twee portie coke.

Suzanne gaat ze muziek branden.
Van Sarah Bettens, Ani Difranco en van Sarah McLachlan.
Om 20.14 uur stopt ze de cd van Tori Amos (American Doll Posse) in haar Dell-laptop en geeft opdracht de nummers te kopiëren naar de map mijn muziek.

Vastgesteld wordt dat om 20.34 uur het vierde nummer wordt afgespeeld.
Daarna wordt niets meer vastgesteld.
Geen handelingen meer op de computer en ook geen contacten meer met anderen.

De volgende dag, maandag 3 november, gaat Dirk niet naar zijn werk.
Hij zegt ziek te zijn.
Op de scooter van Berdien gaat hij die ochtend naar zijn ouders in Zevenhuizen.

Justitie denkt dat Suzanne is vermoord tussen 20.34 uur en de derde cocaïne-aflevering aan Dirk, even na 22.00 uur. Berdien is bij de aflevering aanwezig.

De moeder van Suzanne (woont in Eindhoven) is bezorgd omdat ze al een paar dagen geen contact krijgt met haar dochter. Ze wil ook niet de bezorgde moeder uithangen, ze wil de zelfstandigheid van haar (gehandicapte) dochter respecteren.
Dat schrijft ze aan de rechters.
Maar na zes dagen belt ze een medebewoner met de vraag of hij even bij Suzanne wil kijken.
Ze ligt in de badkamer, met tientallen snijwonden en huidperforaties.
Haar keel is doorgesneden.

Dirk wordt als buurman eerst als getuige gehoord.
Op 12 november wordt hij op zijn werk in Delfzijl aangehouden.

Hij zegt dat hij is gevallen over een doos met boodschappen, met zijn hand in een kapot longdrinkglas. Zo komt hij aan de diepe snee in zijn linkerhand. De politie vindt in zijn woning geen glas. In de kamer van Suzanne wordt wel een afgebroken mes en een schaar gevonden met daarop ook zijn bloed.

Dirk had eerder verklaard (nog als getuige) dat hij zelden contact met zijn buurvrouw had. En dat hij slechts eenmaal bij haar aan de deur was geweest, voor een pakje boter. De politie vindt dat een merkwaardige verklaring. Een medebewoner had immers gezegd dat Suzanne bij hem had geklaagd over Dirk die regelmatig bij haar aan de deur verscheen en dan vervelend en opdringerig was.
Zo wilde hij bijvoorbeeld met haar praten over zijn (slechte) relatie.

In de woning van Suzanne worden op tal van plaatsen bloedsporen aangetroffen met het dna-profiel van Dirk. Ook wordt een schoenafdruk aangetroffen in bloed van Suzanne. De schoenafdruk is van een Nike Air. Van de schoen van Dirk. Honderd procent zeker, concludeert de technische recherche. De schoenen belandden een dag na de moord in de wasmachine van de ouders van Dirk.
Hij had gezegd dat er hondenpoep aan had gezeten.

Als Dirk in het huis van bewaring zit, loopt de relatie met Berdien ten einde. Ze wordt op aandringen van Dirk’s moeder ook geschrapt van de bezoekerslijst.
Berdien is boos en meldt zich op 15 januari bij de politie.
In een vier uur durend verhoor vertelt ze dat zij en Dirk ergens in oktober al hadden gepraat over het vermoorden van de buurvrouw. Ze zouden dan haar laptop stelen en die verpatsen voor cocaïne. Dealer Walt bevestigt diezelfde dag dat Dirk bij hem had geïnformeerd naar de belangstelling voor een laptop.

Berdien zal later zeggen: ‘Gut, hebben we het er over gehad en dan gebeurt het ook nog.’

Dirk heeft een tweelingbroer met hetzelfde dna-profiel. De politie stelt vast dat Piet op die avond van zondag 2 november niet in Groningen is geweest.
Dirk zegt dat zelf ook, en ook dat Piet zoiets nooit zou doen.

Dirk zelf wel?

Halverwege de zes uur durende zitting zegt hij: ‘Ik kan het gedaan hebben, ik weet het niet meer.’
Rechters: ‘Houdt u er rekening mee dat u lang moet zitten?’
Dirk: ‘Ja.’
Rechters: ‘En zou dat dan ook terecht zijn?’
Dirk: Ja, er is immers bewijs genoeg.’
Rechters: ‘Maar dan accepteert u ook dat u het heeft gedaan.’
Dirk: ‘Ik weet het niet.’

Deskundigen zeggen dat het kan.
Dat je iets niet meer weet, iets naars verdringt.
Cocaïnegebruik kan daar bij een extra rol spelen.

En Dirk gebruikte.
Tussen 1 mei en 8 november (de dag van de aanhouding) zijn er 645 belcontacten tussen hem en zijn dealer Walt.
Dealer Walt levert in die periode 190 maal cocaïne voor minimaal 25 euro per keer.
Dat is, zeggen de rechters, voor minimaal 4.750 euro aan cocaïne.
De rechters willen weten: ‘Hoe kwam u aan dat geld?’
Dirk: ‘Ik werk toch.’
Rechters: ‘Ja, maar u verdient maar 800 euro per maand.’

De deskundigen hebben ook vastgesteld dat er met het geheugen van Dirk niets aan de hand is.
Het geheugen is ongestoord, zeggen ze.

De officier van justitie noemt Dirk behalve moordenaar ook een gelegenheidsleugenaar.
Hij weet het best, maar veinst geheugenverlies.
Zegt dat uit onderzoek is vast komen te staan dat Dirk nadat hij Suzanne heeft vermoord, zijn handen heeft gewassen. Er loopt een met water verdund bloedspoor van de wasbak naar de tuindeur. Daarna heeft hij zijn schoenen grondig gewassen. Toen Berdien thuiskwam die avond, zag ze dat de Nikes van Dirk zeiknat waren. Ook heeft hij weer contact met dealer Walt bij wie hij voor de derde keer cocaïne koopt.

Dat zijn, zegt de officier van justitie, allemaal rationele handelingen die niet duiden op een trauma dat het herinneringsvermogen heeft weggedrukt.

Het is moord, want voorbedacht, vervolgt de officier mede dankzij de biecht van Berdien.
Dat Dirk geen duidelijkheid geeft in zijn motieven een jonge en gehandicapte vrouw op gruwelijke wijze te vermoorden, wordt hem extra zwaar aangerekend.
Het geveinsde ‘ik-weet-het-niet-meer’ brengt voor de nabestaanden, stelt justitie, nog meer onduidelijkheid en dus nog meer leed met zich mee.

Dirk is 20 jaar.
Dat is een leeftijd die in rechtszalen heel jong wordt genoemd.
Het komt in Nederlands hoogst zelden voor dat tegen een 20-jarige twintig jaar gevangenisstraf wordt geëist.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 18 juni 2009 – uitspraak
De rechtbank acht moord bewezen en heeft Dirk Z. veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf.
het vonnis (rechtspraak.nl)

Suzanne Martens

EIS: 20 JAAR CEL 

Dirk Z. komt tijdens de zes uur durende zitting mat over.

Als hij praat, is hij moeilijk te verstaan.

Urenlang hangt de 20-jarige voorovergebogen in het verdachtenbankje. Honderden keren zegt hij dat hij het niet weet.

De psychiater en psycholoog zeggen dat zijn karakter nog niet is uitgerijpt.

Dat is te zien: hij heeft nog een jongensgezicht.

En een sterke band met zijn moeder.

Als zijn moeder zegt dat hij de verkering moet uitmaken, dan doet hij dat.

De rechters opperen dat hij misschien de moord niet wil bekennen omdat hij bang is dat zijn moeder hem dan in de steek zal laten.

Resoluut: ‘Nee. Mijn moeder zal me nooit laten vallen.’

Tot zijn veertiende gaat het hem goed. Met zijn drie broers beleeft hij een gelukkige jeugd in Zevenhuizen.

Maar dan komen de drugs.

Hij gaat spijbelen en glijdt in snel tempo af.

Op zijn zestiende is hij verslaafd aan cocaïne en wordt uit huis geplaatst.

Via jeugdinrichtingen en begeleiding belandt hij in Groningen, eerst in een flatje en sinds oktober 2007 in het wooncomplex aan de Goeman Borgesiuslaan.

Er wordt een baan voor hem geregeld en zijn baas is meer dan tevreden over zijn arbeid (het plaatsen van hekwerken).

In het Pieter Baancentrum noemen ze hem vriendelijk en correct.

Wat niet verdwijnt, is de cocaïne.

Zijn vaste dealer is als getuige gehoord.

Tussen 1 mei en 8 november vorig jaar zijn er tussen de dealer en Dirk Z. 645 ‘belcontacten’ en is in die periode 190 keer cocaïne à 25 euro per keer afgeleverd.

Omdat Dirk Z. zwijgt dan wel het niet meer weet, gaat justitie uit van roofmoord: hij had geld nodig voor cocaïne en wilde daarom de laptop van zijn gehandicapte buurvrouw stelen.

Halverwege de zitting zegt hij dat het mogelijk is dat hij het heeft gedaan, dat hij Suzanne heeft vermoord.

En dat hij rekening houdt met een lange gevangenisstraf.

En dat hij die zal accepteren.

‘Er is immers bewijs genoeg.’

Herinneren kan hij het zich echter niet.

 

rob zijlstra

het rechtbankverslag

Ad Dillen

lijsterbeslaan

 

De strafzaak van Gerard van D., twee weken geleden, heb ik niet bijgewoond.

Het kwam niet uit.

Inhoudelijk weet ik dus niet zo veel meer van de zaak dan dat er in de kranten heeft gestaan. Dat was best veel, maar natuurlijk nooit genoeg.

 

Van D. leefde in onmin met buurtgenoten.

En / of andersom.

Iemand riep dat hij de kinderen van het pleintje zou schoppen.

Misschien was dat een druppel.

Even later krijgt Van D. een duw.

Misschien was dat de druppel.

 

Bang dat iemand zijn kinderen iets zal aandoen, rent Van D. naar huis, naar zolder en komt terug met in zijn hand een pistool.

Er zitten, zo zal pas later blijken, politiekogels in.

 

Hij loopt op Ad Dillen (40) af en schiet hem door het hoofd.

Daarna rent hij achter een tweede man aan die vlucht in zijn woning.

Hij schiet de man in de arm en in de buik.

Van D.’s zoontje roept nog ‘nee pap, niet doen’.

Kan best zo zijn dat het daarom bij een poging tot moord is gebleven.

 

Daarna ziet Van D. man drie staan.

Roept: moet jij ook?

En schiet.

Hij raakt op de hoogte van 148 centimeter de regenpijp.

Het staat allemaal in het vonnis

 

Drie dagen na de schietpartij overlijdt Ad Dillen aan de verwondingen.

 

De rechters zeggen dat Van D. de drie feiten met voorbedachten rade heeft gepleegd.

Het wilsbesluit van de verdachte [was] om af te rekenen met de mannelijke personen van de groep…

 

Psycholoog K.S. Callender concludeert na onderzoek dat Van D. sterk verminderd toerekeningsvatbaar is.

Psychiater B. Takkenkamp  concludeert na onderzoek dat Van D. licht verminderd toerekeningsvatbaar is.

De psychiater en de psycholoog van het Pieter Baancentrum concluderen na observaties dat de daad volledig aan Van D. kan worden toegerekend.

 

De rechtbank neemt de visie van Takkenkamp over.

Ze moet toch wat.

 

De rechters zeggen dat Van D. door de mannelijke personen van de buurtgroep weliswaar is getergd, maar dat zijn reactie buitenproportioneel was.

En derhalve strafbaar.

Want er waren andere manieren.

 

De officier van justitie eiste twee weken geleden een gevangenisstraf van 24 jaar.

 

Ik was donderdagmiddag aanwezig bij de uitspraak.

Dat kwam wel uit.

Het voorlezen van (de samenvatting van) het vonnis duurde een kwartiertje.

 

Ik keek naar de man die zichtbaar gespannen en met gesloten ogen het einde van dat verhaal afwacht.

Pas aan het einde weet hij waar hij aan toe is.

Geen idee wat er door zijn hoofd ging op dat moment.

Vast niet dat buiten de zon schijnt, of dat de lente buiten al flink tekeer gaat.

 

De rechtbank uiteindelijk: …en veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren.

 

Misschien dat hij nu denkt: als ik weer naar buiten mag, ben ik 61 jaren.

 

Rob Zijlstra

 

het vonnis (rechtspraak.nl) 

Koud bloed

  

 

 

Koud Bloed 3

Koud Bloed 3

Woensdagmiddag is in Amsterdam niet alleen het Bunkerboek van Peter Elberse gepresenteerd, maar werd ergens daro een uurtje later in een café ook het derde nummer van het true crime magazine Koud Bloed gelanceerd.

 

In dit magazine is een verhaal van mij opgenomen.

Het verhaal over Gerke de Gokker uit Groningen.

 

Vanavond vernam ik dat ze in Amsterdam een foutje hebben gemaakt.

Zul je net zien.

Het slot van mijn verhaal is wegens een technische storing weggevallen.

In de gedrukte media behelst een technische storing doorgaans dat er iets over het hoofd is gezien.

Zoiets kan gebeuren.

Het was wel een mooi slot.

 

Ze hebben het ook mooi opgelost: het complete verhaal is via de website van Koud Bloed te lezen.

En wel hiero.

 

rob z.

(zo, en nu weer over tot de orde van de dag)  

 

update – nog mooier

Ik hoorde vandaag van de uitgever dat een deel van de oplage dat nog niet is verspreid, is terugehaald en dat de drukker opnieuw gaat drukken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Levenslang (2)

Je hoort het wel eens uit verre landen, dat iemand zes of zestig keer tot levenslang is veroordeeld.

In die verre landen kan dat omdat een levenslange gevangenisstraf daar vaak niet echt een leven lang is.

In Nederland wel.

Wie in hier tot levenslang wordt veroordeeld, zit vast tot aan de dood.

Alleen gratie kan nog wat uitrichten.

Gratie aan levenslang gestraften is in Nederland sinds 1945 slechts tweemaal verstrekt.

Met dit in het achterhoofd is de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden inzake Daniel S. een bijzondere.

Daniel S. is in twee verschillende zaken twee keer tot levenslang veroordeeld.

In 1978 vermoordde S. als inbreker de bewoner van de woning waar hij zijn slag wilde slaan.

Dat was in Engeland.

Hij kreeg levenslang, maar ontsnapte uit de gevangenis.

Hij vluchtte naar Frankrijk en belandde uiteindelijk in Breda, als huursoldaat van een gewelddadige Engelse drugsorganisatie.

In november 2002 schoot S. de Groninger onderwijzer Gerard Meesters dood in zijn woning.

Levenslang, vonniste de rechtbank in Groningen in 2005.

Mee eens, sprak het gerechtshof Leeuwarden een jaar later.

Terecht, oordeelt nu de Hoge Raad nadat Daniel S. cassatie had ingesteld.

De advocaat van Daniel S. had aangevoerd dat iemand in Nederland geen levenslang kan krijgen als hij al levenslang heeft.

De wet staat zoiets bovenmenselijks niet toe.

De Hoge Raad is het daar niet mee eens.

De stelling dat het niet kan, vindt geen steun in de wettelijke regeling van de oplegging van vrijheidsstraffen.

Een summiere en daarmee teleurstellende uitspraak van die Hoge Raad, vindt advocaat Tjalling van der Goot die ook nog altijd vindt dat S. ten onrechte is veroordeeld vanwege summiere bewijzen.

Met de uitspraak van de Hoge Raad moet de geschiedenis worden herschreven.

Tot dusver was John O. – ook bekend als dokter O. – de enige persoon in Nederland die twee keer levenslang kreeg opgelegd.

In 1954 wegens de vergiftiging van zijn echtgenote.

In 1961 wegens de vergiftiging van een medegedetineerde.

In 1975 werd O. gratie verleend.

De gifman stierf in 1983.

Rob Zijlstra

Ik heb meerdere verhalen over de (bizarre) moord op Gerard Meesters geschreven, ook over de strafprocessen tegen Daniel S. Deze verhalen zijn (verzameld) terug te vinden op mijn oude weblog.
De uitspraak van de Hoge Raad staat hier.

uit vonnis van de rechtbank groningen – 2005
.

UPDATE – 8 juli 2010 – uitspraak Europees Hof

De levenslange gevangenisstraf in Nederland is niet in strijd met de rechten van de mens. Dat heeft het Europees Hof in Straatsburg bepaald in een procedure rond de 52-jarige Daniel S. die in 2005 tot levenslang werd veroordeeld wegens de moord op de Groninger onderwijzer Gerard Meesters.

De Engelsman S. had een klacht ingediend omdat de levenslange gevangenisstraf volgens hem en zijn advocaten in strijd is met het Europees Verdrag. In veel landen is anders dan in Nederland levenslang niet echt levenslang, maar kan de straf na een bepaalde duur worden herzien en bijvoorbeeld onder voorwaarden worden omgezet in een tijdelijke vrijheidsstraf.

Advocaten van het kantoor Anker en Anker in Leeuwarden noemen het besluit teleurstellend, ook omdat het besluit van het hof volgens hen slecht is gemotiveerd. Wim Anker pleit al langer voor een aanpassing van de levenslange gevangenisstraf. Die zou, bijvoorbeeld na 15 jaar, opnieuw getoetst moeten worden door een onafhankelijke commissie.

Chocolademelk

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt.

De zaak Reinier S.
Dan wel de moordzaak Gonda Drent.
Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.
Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.
Werd niet gehonoreerd.
Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.
’s Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.
Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.
Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

‘Ik heb Gonda niet vermoord’, zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.
En daar ging het nou juist wel om.

Heel lang verhaal.

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.
Ze begonnen alvast wat op te ruimen.
Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.
Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

Geen verdachte meer, einde verhaal.

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.
Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

Reinier wordt opnieuw aangehouden.
De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.
Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.
Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.
Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.
Er is nogal wat overspel over en weer.
Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.
Met een ander.

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.
Dikke bonje bij thuiskomst.
Loopt uit de hand.
Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje, op het achterhoofd.
Dood.

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.
Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.
Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.
Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.
Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.
En steekt de boel in de brand.

Zo ongeveer zien politie en justitie het.
Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.
Maar de voordeur stond niet in brand.
Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.
De kinderen roken ook niet naar rook.
Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.
Niks onderweg naar huis.

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.
Alleen indirect.
En: er zijn andere scenario’s mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.
Tunnelvisie.
Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.
Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.
En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.
Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.
Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.
Blikken kunnen niet doden.

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.
‘Pfff, ik weet het niet.’
Hij knikt: ‘Het OM speelt hoog spel.’
Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.
Hij zegt: ‘Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?”
Ik weet het niet.

Hij: ‘Het is onwerkelijk.’
Ik zeg: ‘Alleen jij weet het.’
Hij: ‘Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.’

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.
‘Doe maar chocolademelk’, zegt hij.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – uitspraak – 10 juni 2008
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.
Er was vijftien jaar geeist.
In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, ‘hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (…)’

Tolbert

Ze kenden elkaar een week of acht.
Eventjes woonde ze met haar twee kinderen in bij haar broer.
Toen ontmoette ze Avi en het klikte.
Met Damaris (4) en Daniel (2) trok ze bij hem in.
Avi zei dat er trouwplannen waren.
Zij zei dat hij opvoedkundig heel goed was, beter dan zijzelf.

Achteraf kun je je afvragen waarom het klikte?
Of waardoor.

De officier van justitie suggereerde iets.
‘Op 8 juli trok ze met de kinderen bij Avi in. Hij bewoonde een bovenwoning, een eenpersoonsflatje volgestouwd met computers en randapparatuur. Er was nauwelijks ruimte voor twee jonge kinderen. En Avi en zij waren op hun beurt vooral met drugs bezig.’

Avi gebruikte een jaar of vier. Hij was verslaafd. Overdag gebruikte hij om de vier uur, ’s nachts om de twee. Zij deed mee. De laatste keer dat ze inkochten merkten ze dat het goedje – speed – anders was. Het brandde in de neus. Dat was beide opgevallen en ze hadden het er over gehad. De dealer – Geert uit Hoogezand die in december tot vier maanden cel is veroordeeld – had honderd procent zuivere speed geleverd. Avi had het betaald met een dvd-speler.

Maandag 1 augustus.
’s Middags.
Avi snuift in de badkamer met een rietje zijn goedje.
Zij ziet hem met rode ogen en verdrietig uit de badkamer terugkomen.
De kinderen spelen.

Er ontstaat ruzie. Avi zegt dat zij aan andere mannen denkt. Avi zei wel meer die dagen. In de auto had hij haar verteld dat de CIA geheime boodschappen uitzendt via de radio. Zij ontkent de andere mannen.
Avi omhelst haar en zegt dat hij geestelijk één met haar wil worden.
Ze vallen en hij begint haar heftig te zoenen.
Hij probeert – het is niet anders – met zijn tong zijn kunstgebit in haar mond te duwen.
Zij spartelt tegen en als hij stopt, hoort ze hem zeggen: ‘ik wil dood’.

Dan ineens zegt hij: ‘Jij bent de duivel’.
En begint te slaan met een ijzeren stang. Zij weet te vluchten, klimt over de reling van het balkon en springt van één hoog naar beneden. Hij roept haar na: ‘Je bent toch al dood.’ Zij slaat alarm bij een buur.

Avi, nu alleen met de twee spelende kinderen, verkeert op dat moment volgens de deskundigen in een drugspsychose. Tegenover de politie zal hij later zeggen dat de kinderen, twee schatjes zoals hij ze noemt, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

Vijfendertig minuten later arriveert de politie.
De buurtagent kent Avi en gaat naar binnen.
Hij ziet hem in de kleine gang liggen, bovenop de 2-jarige Daniel.
Avi prevelt Hebreeuwse teksten.
Er zijn drie agenten nodig om hem te overmeesteren.
In de woonkamer vinden ze dan het 4-jarige meisje.
Overal bloed, een mes en een kapotgeslagen kandelaar.
De onderbuurvrouw zal later bij de politie verklaren dat ze dacht dat het plafond naar beneden zou komen.

De officier van justitie zegt dat het jongetje waarschijnlijk getuige is geweest van de moordpartij op zijn zusje. Uit een bloedspat-analyse (dat bestaat) van het NFI wordt opgemaakt dat het jongetje nog heeft geprobeerd zich te verstoppen in de badkamer.

Tevergeefs.

Dit moet genoeg zijn.

Avi zegt zich niets te kunnen herinneren van het geweld.
Hij kan zich herinneren dat hij – toen zij was gesprongen – haar achterna wilde gaan en in de woning tegen de kinderen was aangebotst.
De officier van justitie gelooft daar niets van. Selectief geheugen.

Kan de duivel in u hebben gezeten, vraagt de officier.
Avi zegt het niet te weten.
Was u kwaad?
‘Weet niet.’
Ontkent u?
‘Ik neem de volledige verantwoordelijkheid.’

Volgens de psychiater en psycholoog van het Pieter Baan Centrum lijdt Avi aan een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis. Op de psychopathie-checklist (bestaat ook) scoort hij 21. Een gemiddeld mens doet 0 tot 1. Hij is te behandelen, maar het zal moeilijk worden, zeiden de psychiater en psycholoog. ‘Een lange weg.’

De psychiater die naar Avi had gekeken in opdracht van het openbaar ministerie had een licht afwijkende opvatting. Mogelijk faked hij. Wij noemen dat playing crazy. Niet uit te sluiten is dat er sprake is van een nagebootste stoornis.

Er is nog een theorie.
Avi kan heel overtuigend praten, maar draaft snel door. Hij denkt dat hij is uitverkoren om het kwade te bestrijden. Dit grootheidsdenken staat in schril contrast met de lage maatschappelijke positie die hij heeft. Van zijn leven heeft hij niets gemaakt. Ter compensatie vlucht hij in drugs, om zich toch sterk en bijzonder te kunnen voelen. De drugs werken als een turbo op zijn ernstige persoonlijkheidsstoornis.

Dat leidt op 1 augustus, even na drie uur ’s middags als de kinderen spelen, tot een acute psychose.

Was hij varkensboer geweest, dan had hij wellicht roze varkentjes gehallucineerd.
Maar hij was uitverkoren.
En zag de duivel.

Tweemaal moord en een poging daartoe zegt de officier van justitie niet te kunnen bewijzen. Er is geen sprake van kalm beraad.
Tweemaal doodslag en een poging daartoe wel.

De officier zei: ‘Als je wordt geconfronteerd met de gewelddadige dood van twee zulke jonge kinderen is het eerste wat je denkt: zo iemand moet nooit weer vrijkomen. Toch zal het recht, ook in een moeilijke zaak als deze, zijn loop moeten hebben (…). Nu de verdachte door het Pieter Baan Centrum als sterk verminderd toerekeningsvatbaar wordt beschouwd, verplicht de wet en de jurisprudentie, maar ook het rechtsgevoel, daar rekening mee te houden (…).

De eis: 12 jaar en TBS.

UPDATE – 16 februari 2006 – uitspraak
Avi C. is vanmiddag door de rechtbank veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf en TBS. Het openbaar ministerie eiste twee weken geleden 12 jaar en TBS. De rechtbank gaat uit van een tweevoudige moord en een poging tot moord.

dit verhaal is overgezet van mijn oude weblog naar deze plek