Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

De socialist

Mineermotten vliegen voornamelijk in de avondschemering (bron: wikipedia)

Er zitten vier Duitse mannen op de publieke tribune van zittingszaal 14.
Ze luisteren en zitten zich te verbazen.
Bij ons in Duitsland, zeggen ze in de pauze, gaat het in de rechtszaal heel anders.

De Nederlandse strafrechtspraak kenmerkt zich door een raar woord: efficiency.
We doen het grondig en met zorg (echt waar), maar het mag bij ons allemaal niet te lang duren.
Bij hun wel.

Hoewel openbaarheid ook bij ons een groot goed is, speelt een groot deel, het grootse deel van het goed, van het openbare proces, zich af achter gesloten deuren.
Anders dan bijvoorbeeld in Duitsland worden in Nederland zelden getuigen op zitting gehoord.
Wat ook anders is, is dat onze rechters bij aanvang van een strafproces alles, maar dan ook alles al hebben gelezen.
Zij hebben, net als mensen, bij aanvang al een idee, een beeld, bedenkingen en/of vermoedens van schuld of onschuld.
Maar nog geen professionele mening (moeten we aannemen), ook zeker ook nog geen rechterlijk oordeel (mogen we hopen).
Bij hun in Duitsland beginnen rechters blanco (zeggen zij).

Tijdens het openbare gedeelte worden de meest relevante stukken van de officier van justitie door de objectieve, maar goed ingelezen rechters aan de onschuldige verdachte voorgehouden.
De beklaagde mag daar dan op reageren.

Na een tijdje vragen de rechters (na al dan niet een blik op de klok) of het zo voldoende is.
Dan knikt de officier van justitie en ook de advocaat blijft meestal gewoon zitten.
Mooi, zeggen de rechters dan weer, want dan kunnen we verder.
Dan zeggen de rechters dat geacht wordt dat alle stukken voldoende zijn voorgehouden.
Ook als dat niet zo is.

Rechters tezamen hebben ook alle belang bij voortvarendheid, want gerechten worden door het ministerie van Veiligheid en justitie gefinancierd op basis van het aantal vonnissen (uitspraken) (echt waar).
Daar kunnen individuele rechters ook niks aan doen.

Woensdag is in Groningen een omvangrijk strafproces begonnen.
Er zijn 17 verdachten en evenzoveel advocaten van wie er eentje woensdag vanuit het Westen veel te laat verscheen met de trein van 08.14 uur (aankomst Groningen).

Er zijn acht zittingsdagen met uitloopmogelijkheden
Tientallen dossiers (dikke multomappen, klappers vol).
Daarin staan uitgeschreven honderden verklaringen.
Duizenden en duizenden uren aan politieonderzoek.
Onderzoeken die namen hebben gekregen als Mineermot, Zeespin, Afghanistan en Muskiet.
Die onderzoeken vallen onder een project: Project Golfclub.
Veel verdachten reden in Golfjes, dat zijn auto’s, geen van de verdachten had ooit eerder gehoord van het bestaan van de mineermot, de vlinder die vooral in de avondschemering vlindert

De Duitse gasten luisterden aandachtig, maar konden er uiteindelijk geen touw aan vastknopen.
Waaraan?
Nou, dat weet ik eerlijk gezegd ook niet.

Project Golfslag is met alle deelonderzoeken zo omvangrijk dat het meest relevante dat op de eerste zittingsdag is voorgehouden, kleiner was dan een topje van een ijsberg.
Dan zit je dus uren te luisteren en dan denk je na verloop van tijd: waar gaat dit over?

Het ging bijvoorbeeld over een speciaal ingerichte kamer waar vingers afgesneden konden worden.
Op een boerderij in Tripscompagnie, Oost-Groningen.

Het ging over mannen die tegen andere mannen met papieren zakken over hun hoofden en handen met elektriciteit-draden samengebonden, schreeuwden dat ze hun oren van de kop zouden knippen.
Maar daar draaide het niet om, het ging over veel meer dan een draai om de oren.

Op deze eerste dag stonden vier verdachten terecht.
Zij zouden zich schuldig hebben gemaakt aan pogingen tot moord in vereniging.
Daar kun je zomaar acht jaar celstraf voor krijgen.

Twee van de vier verdachten zitten al vijftien maanden in voorlopige hechtenis.
Dat schijnt bij hun in Duitsland onbestaanbaar te zijn.
Bij ons hier kan dat, zij het dat het best wel heel lang is.

De verdachten die al vijftien maanden in de gevangenis zitten en zeggen onschuldig te zijn, mochten reageren op hetgeen de rechters hen kort voorhielden.
Omwille de efficiency was het niet nodig de verdachten uitvoerig te horen tijdens het verhoor ter zitting.

Rechter des ochtends: ‘Er zitten heel, heel veel verklaringen in het dossier. Als ik die allemaal met u ga bespreken, zitten we hier vanmiddag nog. Dat gaan we dus niet doen.’
Rechter des middags: ‘Wij gaan hier vandaag dus geen avondwerk van maken.’

Efficiënt samengevat:
Er zijn twee groepen.
De verdachten van vandaag zijn nu de verdachten.
Hun slachtoffers zijn volgende week de verdachten.
De twee groepen liggen elkaar niet.

De twee groepen, de verdachten van nu en de slachtoffers van straks, troffen elkaar op een boerderij in Tripscompagnie.
Op een dag in augustus in 2011.
Aan dat treffen is iets vooraf gegaan.
De politie weet ondanks duizenden uren van onderzoek niet wat.
Er is wel een vermoeden: gedoe, iets met hennep.

De twee groepen bedreigen elkaar.
De twee groepen ripten elkaar (misschien)
De twee groepen spreken elkaar.
De twee groepen spreken met elkaar iets af.
De twee groepen schieten op elkaar.
De ene groep zegt dat de andere groep begon.
De andere groep zegt dat het net andersom was.
De twee groepen geven elkaar de schuld.
De twee groepen worden gearresteerd.

De officier van justitie zegt dat voor beide beweringen aanknopingspunten te vinden zijn in het dossier.
Dat dus beide groepen gelijk kunnen hebben.
Maar omdat twee tegenstrijdigheden niet samen waar kunnen zijn, moet de officier van justitie kiezen.

Hij kiest voor Mo en zijn gang.
Wie voor Mo is – die volgende week terecht moet staan – kiest tegen Aboe.

Aboe zegt dat hij socialist is en God groot.
Dat hij al 13 jaar in Nederland is en nog nooit problemen heeft gehad.
Dat hij in Nederland altijd een blije man was, een blije grapjesman, twee prachtig zonen heeft van wie er een arts wil worden, maar dat Mo zijn leven en die van zijn gezin kapot heeft gemaakt.
Kapot, en dat zonder respect.
Dat hij al vijftien maanden onschuldig tussen vier muren zit.
Met als zijn gezondheidsproblemen.

De tweede verdachte heet Izzy,
Izzy zegt: ‘De mensen over wie het Openbaar Ministerie zegt dat wij hebben geprobeerd hen te vermoorden, zitten bij ons in de gevangenis. Jullie hebben hen bij ons op de afdeling geplaatst. Wij worden kapot gemaakt. Waarom? Wij zijn slachtoffers, geen daders. Zij gooiden tegen het huis van mijn vrouw en kinderen molotovcocktails.’

Aboe had in Syrie een eigen groentenbedrijf.
Izzy werkte in Nederland bij de NAM, had daar als technicus een goede baan met een auto van de zaak.

Aboe hoort vier jaar celstraf eisen.
Wegens een drievoudige poging tot moord.
Izzy: 3 jaar, wegens medeplegen pogingen doodslag op diezelfde slachtoffers.

Dan is er nog Amar, de jongste.
Vijf jaar.
Hij was niet alleen bij de schieterij aanwezig, maar dreigde ook oren en vingers te knippen in het onderzoek Zeespin.

Een vierde verdachte hoorde een werkstraf eisen van 240 uur – de helft voorwaardelijk vanwege aanwezigheid en iets met zweetvoeten.

Dus:
Er is een groot strafproces gaande.
Met veel verdachten en over ernstige zaken.
Op de eerste dag is tegen drie verdachten al 12 jaar celstraf geëist.
Dertien verdachten moeten nog.

Heel verhaal.
Maar waar het nou precies over ging en de komende zeven, acht dagen over gaat?

Kan de openbaar aanklager aan de geschokte rechtsorde iets meer vertellen, ook als dat iets minder efficiënt is?

Rob Zijlstra

uitspraken op 27 december

Vrijdag stonden vier mannen terecht wegens onder meer overvallen op woningen (op zoek naar hennepplantages), afpersing van een 14-jarige jongen en in verband met gijzeling. Maandagochtend worden deze zaken voortgezet met het requisitoir van de officier van justitie (de eisen).

Het prethuis

Ze moeten met z’n vieren terechtstaan.
De rechtbank doet dan vier afzonderlijke strafzaken tegelijk wat vooral praktisch is.
Ze moeten met z’n vieren omdat ze behalve met z’n tweeën, ook misdaden samen zouden hebben gepleegd.
Samen deden ze in Winschoten, Beerta en Blijham inbraken bij een dierenspeciaalzaak, bij garagebedrijven, bij een sportzaak, een Chinees restaurant en in een voetbalkantine waar het alarm afging.
Ze pikten onder meer geld, laptops, navigatiesystemen en visgerei.

Alleen Rick (26) is op tijd komen opdagen.
Mark (22) komt te laat (´vertraging trein´), Ron (20) is om onduidelijke redenen niet verschenen en Marvin (22) die als enige van het stel is gedetineerd, heeft geen zin om te komen.

Mark bekent zonder advocaat alles, zij het dat bij voetbalclub Thos niets is gestolen, ja wel geprobeerd, dat wel.
Waarom hij het heeft gedaan, willen de rechters weten.
Mark heeft geen idee.
Er bestaan inbrekers die inbreken voor het geld.
Mark laat zijn hersenen nog een tijdje kraken en zegt dan: ‘Euhewuh, mow… weetnie. Dan sta je daar ook niet bij stil. Dat je dan met vrienden bij elkaar zit. En iemand die bedenkt dat dan.’

Misschien deed Mark het wel omdat hij toch verder niets heeft te doen.
Hij heeft geen opleiding(en) en zit heel de dag thuis te blowen.
Af en toe drinkt hij wat, voor de afwisseling.
Het maakt hem allemaal ook niet uit.
Hij zoek werkt, ja dat wel, maar hij kan ook prima rondkomen.

Rechters: ‘Van de uitkering.’
Mark: ‘Ja.’

Jongens als Mark zijn bloedlink omdat ze blind doen wat anderen zeggen.
De officier van justitie wil hem niet zomaar naar de gevangenis sturen.
En dat is maar gelukkig ook.
In de gevangenis zijn veel te veel jongens die dingen kunnen zeggen die Mark zo zou doen zonder dat hij weet waarom.
De officier van justitie wil dat Mark eerst wordt onderzocht opdat wij weten welk steekje bij hem los zit.
Dan kun je proberen het te maken.

Rick weet wel waarom: hij kan geen ‘nee’ zeggen.
Behalve de inbraken, deed hij ook een gewapende overval.
Dat deed hij samen met Marvin die er niet is.
Rick is daar stellig in, maar Marvin ontkent.
Bij de politie had hij gezegd niet te begrijpen waarom Rick dat beweert, hij heeft ook geen ruzie met Rick of zo.
Rick zegt dat ze de overval hadden bedacht in het prethuis.
Dat is een huis in Winschoten.
Daar zitten ze met vrienden, roken ze het plafond geel, gamen ze zich scheel en ze bedenken er mooie plannen voor hun toekomst.
Die avond: we gaan de Zeeman (textiel) in Oude Pekela overvallen.
Marvin, zegt Rick, vond dat een mooi plan.

Ze fietsten, de een bij de ander achterop, van Winschoten naar Oude Pekela, half uurtje, met onder de jas een groot slagersmes als wapen.
Rick wist wel het een en ander over Zeeman, omdat zijn vriendinnetje er had gewerkt.
Via de achterdeur knalden ze naar binnen.
Marvin, bivakmuts op, riep ‘waar is het geld’, drukte het slagersmes op de keel van een medewerkster, Rick (muts met sjaal) graaide de kassa leeg.
Zo ze gekomen waren, zo gingen ze ook weer naar buiten.
Buiten belden ze Willem die hen met zijn taxi weer naar het prethuis had gebracht.

De overval werd gepleegd op 9 april 2010.
De politie deed onderzoek, maar kon niets vinden.
Er werden wel foto’s van de overval – van beelden van de beveiligingscamera – op het internet geplaatst.
Rick’s zwangere vriendin en haar moeder herkenden hem direct.
Rick beloofde beterschap, beloofde dat hij als vader zoiets nooit weer zou doen.

In juli dit jaar, twee jaar na de overval, werd hij aangehouden.
Dat kwam door de tante van Marvin.
Zij was naar de politie gegaan met de mededeling dat haar neefje en ene Rick de overval uit 2010 op de Zeeman hadden gepleegd.
Rick’s telefoon werd een tijdje afgeluisterd waardoor ook zijn rol bij de inbraken aan het licht kwam.

In de rechtszaal wordt een brief voorgelezen van het slachtoffer, de jonge vrouw die bij de kassa het slagersmes op haar keel kreeg gezet.
Ze dacht dat ze zou worden vermoord en van die gedachte van toen krijgt ze het nu nog steeds benauwd.
Ze durfde niet meer te werken.
Dat deed ze wel, uit angst anders geen vast arbeidscontract te krijgen.
Zo werkt dat bij Zeeman.
De twee angsten bij elkaar maakte dat ze instortte en zonder werk thuis kwam te zitten en haar woning lange tijd niet durfde te verlaten.
Nu durft ze soms niet in winkels te komen.

Ze schrijft: ‘Ik heb twee klotenjaren gehad.
Voor een paar honderd euro is mijn leven verziekt.’

De officier van justitie eist tegen Marvin ‘die geen zin had te komen want hij heeft niks gedaan’ een gevangenisstraf van vier jaar.
Eén jaar daarvan mag voorwaardelijk.
Tegen Rick zegt de officier van justitie: ‘Hij krijgt wat mij betreft ook twee klotenjaren. Ik eis dertig maanden waarvan zes voorwaardelijk.’
Rick zegt dat hij hoopt dat het met die mevrouw uiteindelijk goed komt.

Rob Zijlstra

UPDATE – 1 november 2012 – uitspraken
Rick is schuldig en veroordeeld tot 30 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk  Dan moet hij 2 jaar zitten, minus het voorarrest. Want dat heeft hij al gezeten. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank niet alleen rekening gehouden met de ernst en de strafeis, maar ook met de gevolgen die de overval heeft gehad voor de medewerkster (baan kwijt, angst) en het feit dat verzekeringspremies door dit soort gedoe omhoog gaan.

Marvin die er niet was moet dertig maanden zitten. Daarvan moet hij er twintig zitten. Hoewel tegen hem een hogere straf was  geeist, valt zijn straf netto gezien gezien lager uit. Waarom de rechtbank zo heeft besloten, is vooralsnog onduidelijk.

Vonnissen volgen zodra beschikbaar

.

Kabeltjes

Gert is 19 jaar en richt zich op de toekomst, op school en daarna op werk.
Autotechniek.
Hij zegt dat als hij werkt, hij geen drugs nodig heeft.

Vorig jaar werkte hij niet, maar hing hij rond met zijn vrienden bij de Albert Heijn in Stadskanaal.
Hoewel rondhangen niet duidt op veel activiteit, was het volledig uit de hand gelopen.

Dat zegt de officier van justitie ook.
Ze zegt: ‘Tjonge, jonge, jonge… Het is werkelijk waanzinnig wat jullie hebben uitgespookt.’

Met ‘jullie’ bedoelt de officier van justitie ook Arjan, 22 jaar, die naast Gert zit.
Arjan werkt in de bouw, maar wil makelaar worden.
Na zijn aanhouding was hij overspannen geraakt en dat is hij nog steeds een beetje.
Hij vreest de gevangenis wat zonder pardon tot ontslag zal leiden.
Rechters vragen: ‘Heeft u schulden?’
Arjan: ‘Een televisie op afbetaling.’

Volgens het Openbaar Ministerie maakten Gert en Arjan deel uit van een groep hangjongeren die vorig jaar Oost-Groningen probeerde leeg te roven en in brand te steken.
Gert was een van de dieven, Arjan’s taak was rijden.
Hij bracht zijn dievenvrienden heen en haalde hen na gedane zaken weer op.
In ruil voor die inspanning kreeg hij geld voor benzine.

De hangjongeren pikten auto’s, diesel uit vrachtwagens, duur gereedschap uit bestelbusjes en fraaie dingen als laptops, spelcomputers, horloges, telefoons, camera’s en koffiezetapparaten uit woningen.
Arjan tipte ook wel eens, dan wist hij via via dat in een woning in de rijke buurt van Ter Apel veel geld lag en de bewoners op vakantie.
Hij tipte, zegt hij, omdat hij bang was.
Bang om zelf in te breken, maar ook bang voor zijn vrienden die hem al eens thuis in elkaar hadden geslagen, inclusief de boedel kort en klein.

Gert deed alles, als het maar geld opleverde voor drugs.
Hij zegt: ‘Het werd al meer. Meer drugs, meer negatieve dingen.’
Rechters: ‘Groepsdruk?’
Gert: ‘Ja. Die werd ook al groter.’

Nu heeft hij geen contact meer met zijn vrienden van vorig jaar.
Als hij er eentje ziet, zegt hij hoi, meer niet.
Dat is vanwege het contactverbod dat hem is opgelegd.
Ook mag hij niet in het centrum van Stadskanaal komen.
Zegt: ‘Best lastig voor als je een T-shirtje wilt kopen of zo.’

Gert en Arjan mochten onder voorwaarden de gevangenis verlaten om in vrijheid hun strafzaak af te wachten.
De officier van justitie gelooft de reclassering die zegt dat de twee nu goed bezig zijn en dat we dat positieve niet met een negatieve gevangenisstraf moeten willen doorbreken.
Gert mag daarom boeten met een taakstraf van 240 uur (en zes maanden voorwaardelijke celstraf), Arjan met 160 uur en één maand voorwaardelijk.

Hoe je daar ook over denkt, met zo’n strafeis hebben Gert en Arjan de komende jaren geen recht tot klagen.
En misschien werkt het en worden ze uiteindelijk niet zoals Kees wel is geworden.

Kees (49 jaar, Haags accent) moest na hen terechtstaan.
Politiecontacten sinds 1987.
Hij is stoffeerder, van hiero tot daaro, tot wel aan Maastricht aan toe.
Een trappetje, zegt hij tegen de rechters, doet 250 eurootjes.
Wanneer Kees niet stoffeert zit hij in het metaal.
Kees, zegt Kees, werkt dus altijd, pakt gemiddeld zo’n 300 euro op een dagje.
Hij zegt: ‘Zonder geld verdienen ken ik niet leven.’

Met vrienden zat hij ‘s avonds laat in de auto, kratje bier achterin.
Nee, geen namen.
Ze waren langs een bouwplaats gereden en toen moest Kees ineens heel nodig.
Zegt: ‘Op bouwplaatsen staan altijd Dixies (mobiele toiletcabines -rz), dus ik dacht, kom…’
En toen had hij dus een doosje met een katrolletje meegenomen, ja stom, doosje stond daar, bij het hek.
Doosje stond op de tien de verdieping?
Nee, lijkt hem sterk, maar hij weet het ook niet zo precies meer.
Zegt: ‘We hadden dat kratje achterin al behoorlijk koud gemaakt.’

Bedrading uit negentien woningen weggeknipt?
Tegen de verontwaardiging aan: ‘Dat doosje ja, heb ik gepikt. Maar ik pik nooit kabels. Had ik dat gedaan, dan had ik het verteld. Zo ben ik. Pakken ze mij, dan vertel ik alles eerlijk.‘
Op een in Garmerwolde gestolen aanhangertje waren de gestolen kabels gevonden, 340 metertjes lang.
Kees zegt dat hij het zweert op zijn ouders met wie hij al 15 jaar geen contact meer heeft: dat wagentje is van Marktplaats.
En die kabels zijn ook gekocht, van de jongens op de bouwplaats. Die verkopen wat over is, van BAM tot Heijmans, iedereen doet dat.’

De officier van justitie heeft kennelijk een milde dag, zegt dat de politie wel wat meer onderzoek had mogen verrichten en eist zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk. Kees mag dan over twee weken naar huis.

Diepe zucht. Zal tijd worden, moppert hij tegen de rechters: ‘Ze staan buiten op me te wachten, ik ken direct aan het werk. Bij een kameraad van me die in het vastgoed zit. U kent die panden in Winschoten die zijn afgebrand? Die moeten worden gesloopt. Die vriend van mijn heeft van de burgemeester die klus gekregen.’

Of hij tot slot nog iets wil zeggen?
Kees: ‘Ik wil die kabeltjes graag terug. Ken dat ook?’

Rob Zijlstra

AH-groep

 

UPDATE – 29 oktober 2012 – uitspraak
Kees is veroordeeld tot 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk.

Dollemannen

ratel

In de nacht van zaterdag 9 op zondag 10 april gebeuren er in Oost-Groningen gekke dingen.
Mannen met bivakmutsen op dringen woningen binnen.
Her en der sneuvelen ruiten.
En er rijdt een witte Pick-up door de straten met twee dollemannen als inzittenden.

Het zijn Klaas en Dikkie.
Dikkie is 20, Klaas 22.

Klaas en Dikkie waren die zaterdagavond nog tot laat aan het vissen met vrienden en hengels in het water van de Beersterplas.
Dat ging hartstikke leuk tot de speed en de pilletjes XTC op waren.
De vrienden zeiden tegen Klaas: ‘Jij gaat meer speed halen. Doe je dat niet dan verzuipen we je in het viswater.’
Klaas tegen de rechters: ‘Ik ben dus onder druk gezet.’

Dikkie gaat met Klaas mee en samen fietsen ze weg.
Het speedadres is in Scheemda, maar ze fietsen eerst de andere kant op, richting Beerta.
Klaas: ‘Als je veel drugs hebt gebruikt, besef je dat niet.’

Aan de Hoofdweg bellen ze aan, het is dan rond elf uur in de avond.
De bewoners liggen al in bed.
Ze horen geschreeuw, getier, gevloek en dan glasgerinkel.
Het is het ruitje van de voordeur.
De man des huizes roept: ‘Oprotten’
De vrouw ziet door het raam iemand weglopen.
Dikkie: ‘Dat was ik.’

Een paar minuten later krijgt een bewoonster van een woning iets verderop de schrik van haar al wat oudere leven.
Ze staat oog in oog met een man met een bivakmuts over het hoofd die roept: ‘Geld, geld, autosleutels, snel, snel.’
Ze rent het huis uit, naar de overbuur die naar buiten was gekomen omdat hij glasgerinkel hoorde.
Klaas: “Ik was er wel bij, maar ik heb niets gedaan.’
Dikkie: ‘Ik heb het gedaan.’

Ze fietsen verder tot ze op de oprijlaan van een woning een grote witte Pick-up zien staan.
De eigenaar zal later verklaren dat de sleutels in de keuken hingen aan het sleutelbord.
Klaas: ‘De sleutels zaten duidelijk genoeg in het contact.’

Rechters: ‘Die auto, dat was nogal een joekel. Waarom uitgerekend die auto?
Klaas: ‘Omdat de sleutels er dus in zaten.’

Ze laten de fietsen de fietsen en scheuren in de joekel weg.
Klaas noch Dikkie heeft een rijbewijs.
Sterker nog: beide hebben – zeggen ze – nog nooit als bestuurder in een auto gereden.

Ondertussen heeft de politie telefoontjes gekregen over de gekke dingen die er in Beerta gebeuren.
En ook in Finsterwolde.
Want ook daar staat plotseling een man met bivakmuts op in een woonkamer.
Zwaaiend met een breekijzer roept die man: ‘Dit is een overval.’
De bewoners hebben visite en de visite is niet bang uitgevallen.
De visite roept terug: ‘Wat nou overval?’

Rechters tegen Dikkie: ‘Was u dat?’
Dikkie: ‘Nee, ik ben niet slungelachtig. ’t Was Klaas.’

Ze zetten de rit in de Pick-up voort, het is inmiddels na middernacht.
De politie krijgt hen in de smiezen en zet de achtervolging in.
Om te voorkomen dat ze worden ingehaald, gaat Klaas slingerend rijden.
Een rotonde nemen ze op z’n Brits.
Rode verkeerslichten negeren ze.

In Finsterwolde rijden ze een scooter van de weg.
De bestuurster belandt in een sloot vol water en breekt haar arm.
Klaas: ‘Dat was niet met opzet.’
Rechters, enig cynisme is hen niet vreemd: ‘Stond u nog steeds onder druk? Er was op dat moment geen vijver meer in de buurt waarin ze u konden verzuipen?’

Klaas: ‘Dikkie zei doorrijden. Ik was ook dronken.’
Dikkie: ‘Klaas moest lachen om die scooter, hij zei nog, die kon wel dood wez’n.’

Ze bereiken Scheemda.
In de kerkstraat rijdt de witte joekel een vrouw aan.
Zij breekt haar schouderblad.

Even stoppen ze, maar vervolgen dan hun weg met gierende banden.
Rechters: ‘Dat had het tweede dodelijke slachtoffer kunnen zijn.’

Klaas en Dikkie knikken.
Dikkie: ‘We waren in paniek, we stopten niet omdat er al zoveel was gebeurd.’
Klaas: ‘Ja, ik wist dat er iets niet goed zat.’

Na de Kerkstraat in Scheemda zetten ze via de snelweg koers richting de N33.
Om te voorkomen dat de politie wint, gooien ze spullen uit de auto.
Klaas: ‘Dat deed Dikkie. Ik moest remmen, gas geven, sturen en zo.’
Dikkie: ‘Ik wilde dat de politieauto stopte.’

Rechters: ‘Levensgevaarlijk.’
Dikkie: ‘Dat besef ik mij nu ook. Toen niet. Drugs.’
De dingen die uit de Pick-up op het wegdek worden gegooid, zijn stukken ijzer, ratels van spanbanden.

De dollemansrit komt uiteindelijk tot een einde als Klaas onervaren de berm inrijdt.
Vlak voor een boom komen ze tot stilstand.

De officier van justitie heeft nog geen strafeis.
Vastgesteld is dat met zowel Klaas als Dikkie iets aan de hand is.
Klaas is al onderzocht, bij Dikkie moet dat nog gebeuren.

De rechters zeggen dat de strafzaak zal moeten worden aangehouden.
Frustrerend, zegt Klaas.
Dikkie wiebelt wat, maar zegt niks.

Dan worden Klaas en Dikkie teruggebracht naar de gevangenis, terug naar hun voorlopige hechtenis.
Voor beide moet worden gevreesd dat die nacht voorlopig hun gekste is geweest, want de straffen die hen boven het hoofd hangen zullen eerder jaren dan maanden zijn.

De rechters: ‘Op 13 oktober gaan we verder.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 13 oktober 2011 – voortzetting
Het openbaar minsterie heeft tegen Dikkie een gevangenisstraf geeist van 5 jaar. Klaas hoorde vier jaar tegen zich eisen. Een daarvan is voorwaardelijk.  Volgens gedragsdeskundigen is hulp voor de twee verdachten ernstig noodzakelijk, maar het openbaar ministerie is van mening dat er eerst afgerekend moet worden.

UPDATE – 27 oktober 2011 – uitspraken
Dikkie en Klaas hebben dezelfde straf opgelegd gekregen: vier jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk . Aan het voorwaardelijke deel van Dikkie is een verplichte behandeling gekoppeld in een gesloten setting voor maximaal twee jaar. En als dat allemaal klaar is mogen ze een jaar geen motorvoertuig besturen. Aan de slachtoffers moeten ze samen 1800 euro betalen.

• VONNIS DIKKIE

• VONNIS KLAAS

De Knuppelbende – uitspraken

De Groninger rechtbank heeft lagere gevangenisstraffen opgelegd aan vijf verdachten die betrokken waren bij de zogenaamde Oost-Groninger knuppelbende. Met honkbalknuppels werden willekeurige mensen aangevallen en mishandeld. De verdachten in de leeftijd van 18 tot 23 jaar handelden uit verveling en voor de kick.

F. van der T.
eis: 30 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk

S.D.
eis: 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk

M.B.
eis: 10 maanden waarvan 5 voorwaardelijk
vonnis: 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk

N.S.
eis: 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 10 maanden waarvan 6 voorwaardelijk

S. P.  van A.
eis: 24 maanden waarvan 6 voorwaardelijk
vonnis: 20 maanden waarvan 10 voorwaardelijk

>>  het rechtbankverslag

DE VONISSEN