De waarheid!

Schermafbeelding 2014-05-03 om 22.32.43

deze column in zaterdageditie van dagblad van het noorden

Het is altijd gevaarlijk om strafzaken met elkaar te vergelijken en dan op basis van de ene iets op te merken over de andere.
Dat ga ik nu doen.

Eerst de ene zaak.
Vorige week diende in meerdere opzichten een bijzondere strafzaak in zittingszaal 14.
Een man zou op een dag op twee verschillende plaatsen een moord hebben gepleegd.
Of doodslagen.
Of diefstallen met geweld met de dood tot gevolg.
De kwalificatie is aan de rechters.
Het gebeurde in Groningen.
Maar ook in Amsterdam of Venlo – waarom daar niet – zou het een opmerkelijke zaak zijn geweest.
Omdat zoiets overal zelden voorkomt.

Opmerkelijk mag ook heten dat de strafzaak halverwege het proces werd stilgelegd.
Er was bewijs te over e
n de verdachte staat er niet best voor. Los van wat de rechters later dit jaar bewezen achten en wat voor een straf zij daarbij passend en geboden vinden, een strafeis van levenslang behoort tot de mogelijkheden.

Wordt er een mens afgeschreven of niet?
Dat is de vraag.
Het is strafrecht op het niveau van de Champions League.

De verdachte werd in januari 2013 aangehouden en zit sindsdien in voorlopige hechtenis.
Dan zit je vast.
Al die tijd heeft hij gezwegen, heeft hij de politie niet wijzer willen maken.
Anderhalve week geleden, in de rechtszaal begon zijn mond plots te praten.
Ineens kwam hij met allerlei verklaringen op de proppen die duidelijk moeten maken dat hij niet de moordenaar is van de man (71) die graag in het buurtcafe een borreltje dronk en ook niet van de vrouw (66) die penningmeester was van de sjoelclub in de wijk.

Het klonk allemaal niet heel geloofwaardig wat hij zei.
Toch vond het Openbaar Ministerie (OM) het noodzakelijk zijn verhaal nader te onderzoeken.
Misschien omdat je het maar nooit weet.
Misschien omdat het OM voornemens is levenslang te eisen en dan is ieder spatje twijfel een spatje te veel.
Als nader onderzoek kan aantonen dat de verdachte niet alleen een gewelddadige moordenaar is, maar ook nog eens een dikke leugenaar dan is dat mooi meegenomen.

Maar zo plat was het niet, zeiden verschillende officieren van justitie los van elkaar.
Zo denkt het OM ook helemaal niet.
De reden voor nader onderzoek is: waarheidsvinding.

Waarheidsvinding – een woord dat ietwat plechtig dient te worden uitgesproken – is het hoogste goed van de strafrechtspraak.
Als de waarheid niet bewezen kan worden, dan dient de schuldige vrijuit te gaan.
Zoiets.

Om de waarheid op tafel te krijgen, moet alles, alles uit de kast worden gehaald.
En daarom werd de strafzaak op verzoek van het OM door de rechtbank stilgelegd.
Dat mag magistratelijk heten.

Nu de andere zaak.
Komende woensdag doet het gerechtshof uitspraak (een tussenarrest) in een strafzaak die ook zijn weerga niet kent: de zaak Baflo, 13 april 2011.
Het drama dat zich daar toen, drie jaar geleden al weer, afspeelde kostte politieman Dick Haveman en biologe Renske Hekman het leven.
Het drama van Baflo wordt binnenkort behandeld in hoger beroep.

Alasam S. is de dader die de twee levens nam.
Het Openbaar Ministerie eiste levenslang, maar de rechtbank legde 28 jaar celstraf op.
Dat S. de dader is, staat niet ter discussie.
De grote vraag is – nog steeds – of de daden aan S. kunnen worden toegerekend.
Zeer zeker, zei in Groningen het Openbaar Ministerie dat zich baseert op rapportages van het Pieter Baancentrum.
De rechters in Groningen gingen hier in mee.

Een rapportage van een psychiater die door de advocaat van Alasam S. was ingehuurd, werd toen afgedaan als prutswerk.
Zijn conclusie was dat S. knetter-psychotisch moet zijn geweest, een andere verklaring voor het extreme gedrag van S. is er niet.
Zo zei de psychiater dat.
Het Openbaar Ministerie vond dat ongepast.
De deskundige werd tijdens de zitting neergezet als een prutser die voor veel geld flutwerk had geleverd.

In de aanloop n
aar de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof twee nieuwe (andere) gedragsdeskundigen – een psychiater en een psycholoog – de opdracht gegeven om nog een keer bij S. tussen de oren te kijken.
Het zekere voor het zekere en in het belang van dat ene grootse goed: de waarheid.

Anderhalve week geleden werden de bevindingen van die twee andere deskundigen geopenbaard op een tussentijdse zitting bij het gerechtshof.
En wat beweren zij?
Alasam S. is ontoerekeningsvatbaar.
Zij sluiten hiermee aan bij het pruts- en flutwerk van de afgeserveerde psychiater.
Hun deskundige bevindingen staan haaks op die van het Pieter Baancentrum, deskundige bevindingen die de rechters in Groningen voor waar hielden.

Strafrechtadvocaat Mathieu van Linde had al eerder betoogd dat S. ontoerekeningsvatbaar is en dat de consequentie daarvan is – moet zijn – dat aan de verdachte dader geen straf kan worden opgelegd.
Van Linde is dus ook te spreken over het andere inzicht dat nu bij het hof op tafel is gelegd.
Hij zei tegen de raadsheren (rechters): ‘De zaak Baflo kenmerkt zich door buitengewone ernst en de lange celstraf die is opgelegd. Alleen daarom al is het wenselijk dat alles wat te onderzoeken is, ook onderzocht moet worden.’

Nu zou je denken dat de advocaat-generaal (dat is de officier van justitie in hoger beroep) namens het Openbaar Ministerie instemmend zat te knikken.
Sterker nog: dat hij in het diepst van zijn hart – het hart dat zijn magistratelijke bloed in de rondte pompt – de advocaat in de armen zou nemen, onderwijl roepende: ‘Yez. Lang leve de waarheidsvinding!’

Maar dat gebeurde niet.
De advocaat-generaal keek zelfs helemaal niet blij.
De magistraat keek chagrijnig, alsof hij geen zin had ook maar iets extra’s te doen in het belang van de waarheidsvinding.
De waarheid staat misschien voor hem al lang vast.
Nu al, terwijl het proces nog moet beginnen.
Misschien gaat dat zo in de praktijk.

De advocaat wil de psychiater en de psycholoog nu als getuige-deskundigen horen op de zitting.
Maar ook daar heeft de aanklager geen zin in.
Hij zei: ‘Nee, nee. Dat gaat me veel te ver. Ik zie geen enkele noodzaak dat die deskundigen moeten worden gehoord. Dat valt maar in herhaling.’

Nee, nee, veel te ver, zie geen enkele noodzaak, dat valt maar in herhaling…

In een strafzaak waar de ernst het meest ernstig is, de straf het meest hoog, het verdriet onpeilbaar, de gebeurtenissen nog altijd niet te bevatten, in zo’n zaak zou je verwachten dat alle deelnemers onverschrokken staalbikkers zijn die hun werk doen op het scherp van de snede.

Rob Zijlstra
.

scherp / scherpst van de snede

 

UPDATE –  7 mei 2014 – tussenarrest
De advocaat van Alasam S. krijgt voor een deel zijn zin. Tijdens de zitting moeten vijf deskundigen (opnieuw) worden gehoord. Het gaat om de deskundigen van het Pieter Baancentrum en deskundigen die op verzoek van de verdediging zijn benoemd. Hun visies op toerekeningsvatbaarheid lopen sterk uiteen. De vraag die moet worden beantwoord is of S. handelde in een psychose of niet. Wanneer  sprake is van een psychose, kan geen straf worden opgelegd. Volgens het Pieter Baancentrum in een psychose niet aannemelijk, hoewel die ook niet helemaal wordt uitgesloten.

Het verzoek om een DNA-onderzoek te verrichten om te achterhalen of S. meer dan gemiddeld gevoelig is voor medicijngebruik is afgewezen.
Volgens de rechters is die vraag niet relevant.

Het streven is om de zaak in de maand juli inhoudelijk te behandelen. Het hof wil daar twee dagen voor reserveren.

 

tussenarrest

klik

 

Het circus

Schermafbeelding 2014-04-01 om 09.28.57

dagblad van het noorden, dinsdag

Er wordt veel geklaagd in het rechtbankgebouw in Groningen.
Over dat de koffie niet gratis, maar wel vies is.
De toiletten meestal smerig.

Advocaten klagen het meest.
Advocaten klagen over het Openbaar Minsterie en over de rechtbank zelf.
Dat ze hun stukken niet krijgen, te laat of onvolledig.
Dat er nooit iemand bereikbaar is en over wat al niet meer.
De advocaten zeggen dat het ook steeds erger wordt.
Dan zeggen ze: zo erg als nu is het nog nooit geweest.

Het is maandagochtend, half elf.
De twee verdachten die terecht moeten staan, zijn er niet.
De twee advocaten die hen bij moeten staan, ook niet.
Er zijn wel twee mensen die zeggen slachtoffer te zijn.
Zij snappen er niets van.
Ze zijn al twee keer eerder voor niets geweest.
Dat zoiets zomaar kan.

De bode zegt dat hij er ook niets aan kan doen.
Juist als ze weg willen gaan, meldt een van de advocaten zich.
Hij zegt dat zijn client beneden in het hok zit.
Hij bedoelt daarmee dat de verdachte – een van de twee – er wel is, maar beneden, in het cellencomplex in de kelders van het rechtbankgebouw waar nog nooit daglicht is waargenomen.

De bode zegt dat hij dat niet wist en dat hij daar dus ook niets aan kan doen.

De advocaat briest en zegt dat het verbijsterend is want de zaak gaat niet door.
En dat zal dan de derde keer zijn.

De verdachte is Jan uit Pekela, 20 jaar.
Op 7 november vorig jaar en op 30 januari dit jaar was hij er ook al.
Door fouten kon de zaak toen niet worden behandeld.
Eerst maakte het Openbaar Ministerie fouten.
De tweede keer de rechtbank.
Ook was een zaak ten laste gelegd en uitgeroepen die al was geseponeerd.

Jan zit inmiddels acht maanden vast.
Hij wil weten waar hij aan toe is.
Jan deed het eerst goed, ook goed op school, maar hij maakte ineens een puinzooi van zijn leven.
Kort nadat zijn beste vriend zelfmoord pleegde, ging het echt mis en werd hij aangehouden.
De detentie valt hem steeds zwaarder.
Hij krijgt paniekaanvallen en om die tegen te gaan geven ze hem valium.
Het medicijn doet hem geen goed.

In de gevangenis heeft hij vanaf dag een, zegt hij, aan alles meegewerkt en geen een regel overtreden.
Dus ook geen drugs.
Hij heeft de cursus ‘kiezen voor verandering’ gedaan en wil zijn leven nu drastisch veranderen.
Hij zegt met tranen: ‘Ik ben supergemotiveerd, maar ik het het gevoel dat jullie denken, laat’m maar zitten.’

Jan zegt dat hij veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan en dat hij goed beseft dat als hij nog wat van zijn leven wil maken, hij nu echt moet beginnen.
Tegen de rechters: ‘Ik probeer nu alles goed te doen.’
De rechters luisteren of bladeren in hun stukken.

Jan en zijn advocaat zeggen dat ze zich vorige week hadden voorbereid op de zaak, op de behandeling van vandaag.
Donderdag aan het einde van de middag kreeg de advocaat een telefoontje van de rechter-voorzitter.
De rechter deelde mee dat besloten was de zaak van Jan niet inhoudelijk te behandelen.
De rechters hadden ontdekt dat er meer zaken op de tenlastelegging stonden dan ze hadden gedacht.
De rechters zijn nu bang dat de zitting dan wel eens langer zou kunnen duren dan was gepland.
Dat zou betekenen dat de eerstvolgende zaak van half twee niet op tijd zou kunnen beginnen.
Daarom hadden ze besloten de zaak van Jan aan te houden tot 16 mei.

Eerder lukt echt niet, zeggen de rechters.
De advocaat zegt boos  dat het toch te gek voor woorden is.
Doe dan een zitting ’s avonds.
Of op zaterdag.
‘Ja toch?’

De advocaat kalmeert en verzoekt de rechtbank de zaak binnen twee weken te behandelen en als dat niet lukt, dan moet de voorlopige hechtenis worden geschorst.
Dan kan Jan die er ook niets aan kan doen zijn proces in vrijheid afwachten.
Hij kan bij zijn moeder terecht.

De officier van justitie zegt dat er al veel is misgegaan en dat ze de gang van zaken buitengewoon vervelend vindt.
Maar dat ze Jan niet wil laten gaan, want dat zal leiden tot maatschappelijke beroering.
De advocaat: ‘Hier kan ik geen begrip voor opbrengen.’

De rechters trekken zich terug voor beraad.
Na een kwartiertje weten ze raad: ‘Een zitting binnen twee weken lukt nooit en de belangen van strafvordering moeten zwaarder wegen dan uw persoonlijke belangen. U komt niet eerder vrij. Wij geloven in uw goede voornemens, maar het is even niet anders. Nog maar een paar weken, dan is het 16 mei.’

Jan verandert in boos.
Hij roept: ‘Het is een circus. Ik geloof jullie niet.’

Rob Zijlstra

 

 

Bloedeloos

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw staat van het Openbaar Ministerie in Groningen

Vrouwe Justitia zoals zij voor het gebouw van het Openbaar Ministerie in Groningen mag staan

Ik heb het voor de zekerheid even nagekeken. Op de website van het Openbaar Ministerie staat het:

‘Mensen die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgen met het Openbaar Ministerie (OM) te maken. Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie (…).’

In de navolgende strafzaak heeft het OM gedaan wat ze op hun website zeggen te doen.
Maar vraag niet hoe.
De rechters vroegen zich dat deze week wel af middels een paar fronsende wenkbrauwen in de richting van de officier van justitie.
Die is van het OM.
En hoewel rechters kritisch horen te zijn, fronsen ze zelden de wenkbrauwen richting het OM. Verdachten laten ze wel eens alle hoeken van de rechtszaal zien, maar als de enige instantie in Nederland die verdachten kan aanleveren er een potje van maakt, vloeit er geen bloed.
En het OM maakte er deze week een potje van terwijl strafvervolging juist een uiterst serieuze aangelegenheid betreft.

Op 29 september vorig jaar, half drie in de nacht, komt via de horecatelefoon een melding bij de politie binnen: steekpartij in discotheek Fox in Stadskanaal.
Het slachtoffer is een man, dat wil zeggen, dat wordt gezegd.
Na de melding begeeft de politie zich rap naar de plek des onheils.
Het slachtoffer is, zo wordt ter plaatse gezegd, met glas gestoken in zijn wang en in de halsstreek.
Getuigen zeggen dat er twee mannen waren die dat hebben gedaan: een man droeg een grijze trui, de ander een donkerblauwe.
De twee verdachten zijn snel opgespoord.
Edwin (29) met een blauwe trui aan, Ronnie (28) de grijze.
Op de parkeerplaats worden ze ingerekend en afgevoerd.
Edwin zit elf dagen vast, Ronnie drie.
Daarna mogen ze naar huis.
Met de groeten aan hun zwangere vrouwen en de belofte dat ze als verdachten voor de rechter worden gebracht wegens een poging tot doodslag.
Daar kun je tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.

Wat is er gebeurd?

Ronnie vertelt dat hij in Fox met een paar man gezellig aan het drinken was.
Hij vertelt: ‘Ineens geduw, ineens was er van alles aan de hand. Er kwam een jongen op mij af. Die wilde mij bijten. Ik zag dat hij bloed had op zijn wang. Ik reageerde en duwde hem van mij af. Het ging allemaal heel snel.’

Edwin vertelt ook.
Hij vertelt dat hij een leuke avond had met vrienden.
‘Ineens was er ruzie. Onduidelijk waarom. Er stonden meerdere mensen in een kringetje. Plotseling zat ik er midden in. Ik belandde op de grond, samen met die jongen. Die heb ik van mij afgeduwd. En ik heb nog een trap gegeven. Of ik een glas in mijn handen had? Nee. Op de grond lag wel veel glas.’

De rechters zeggen dat getuigen anders verklaren.
Een getuige zegt te hebben gezien dat een jongen in een blauw shirt het hoofd van het slachtoffer naar beneden duwde en dat een grijze trui stekende bewegingen maakte.
Er is een getuige die zegt dat twee anderen stekende bewegingen maakten.
Iemand heeft gezien dat de jongen die het slachtoffer moet wezen op de grond lag en dat anderen maar bleven schoppen.
Een vierde getuige heeft gezien dat iedereen stond en dat er werd geslagen met glas.
Edwin en Ronnie zeggen dat ze niet herkennen wat de getuigen beweren.
Ja, ze hadden wel gedronken, maar lam waren ze niet.

En het slachtoffer dan?

Dat willen de rechters ook wel eens weten want ze hadden er niets over kunnen vinden in het strafdossier.
De officier van justitie moet de schouders ophalen: geen idee.
De rechters: ‘Huh?’
De officier van justitie zegt dat het slachtoffer geen aangifte heeft gedaan en ook geen verklaring heeft afgelegd, dat niets over hem bekend is, ook niet over beweerde verwondingen.
Hoe het met hem is afgelopen?
Ook dat weet de instantie die samenwerkt met de politie niet.
De politie heeft het niet uitgezocht, evenmin heeft de politie anderszins onderzoek gedaan.

Rechters, fronsende wenkbrauwen: ‘Waarom niet?’
De officier van justitie zegt dat ze dat ook niet weet, maar ze weet het wel goedgemaakt: ‘Ik laat het glas en het bloed buiten beschouwing. Dat strepen we weg en dan vraag ik vrijspraak voor de poging tot doodslag. Maar dan wil ik wel bewezen hebben dat er is geslagen en geschopt. Want dat zeggen de getuigen. Dan maken we er een mishandeling van.’

Niemand in de rechtszaal valt van zijn en haar stoel.
De advocaten blijven gezien de omstandigheden zelfs heel rustig.
En ook de rechters – zittende magistratuur als ze zijn – komen niet in opstand.
De officier van justitie mag gewoon verder gaan met vervolgen.
Ze eist een werkstraf van 40 uur waarvan de helft voorwaardelijk tegen Edwin omdat die heeft geschopt en geslagen.
En Ronnie die nu zomaar ineens slechts heeft geslagen hoort een werkstraf eisen van twintig uur.
Het zijn zo’n beetje de laagste strafeisen die ooit in zittingszaal 14 op tafel zijn gelegd.

De rechters: ‘Wij zullen er over nadenken en doen over twee weken uitspraak.’
Tegen beide verdachten: ‘Dank voor jullie komst.’

Rob Zijlstra

uitspraken op 27 maart

• openbaar ministerie

.
UPDATE – 17 maart  2014 – vervroegde uitspraak
Kijk aan, de rechtbank hoeft er geen twee weken over na te denken. Aanstaande donderdag wordt vervroegd uitspraak gedaan. Dat is (bijna) altijd in het voordeel van de verdachte.

UPDATE – 20 maart  2014 – uitspraken
Ronnie is vrijgesproken. Uit niets blijkt dat hij wat heeft gedaan, vinden de rechters. Het dossier is onvolledig.
Dat geldt niet voor Edwin. Uit het dossier blijkt wel dat er een handgemeen is geweest en dat het vermeende slachtoffer pijn heeft ondervonden. Dat laatste is een voorwaarde om van mishandeling te kunnen spreken zoals de rechtbank doet. Slaan en schoppen doet, ook als er geen letsel is, toch zeer.  De straf: een voorwaardelijke boete van 500 euro.  Omdat Edwin 11 dagen heeft vastgezeten mag hij 50 euro per dag van die voorwaardelijke boete aftrekken.  Dan blijft er niets over, sterker nog: dan staat Edwin 50 euro in de plus. Nee, die kan hij niet claimen als hij binnen de proeftijd van 2 jaar opnieuw de fout ingaat, zeiden de rechters desgevraagd.

 

Ongelofelijk medeplichtig

9589832-hennepIn heel het dorp gonsde het al weken van de geruchten.
De boerderij van Arjen zit vol hennep.
Hij woonde er zelf niet, maar met zijn vrouw bij de kerk.
Wie van zijn lege boerderij gebruik wilde maken, maakte er maar gebruik van.
Kon mij dat schelen, mompelt Arjen tegen de rechters.

De rechters kijken naar hem en misschien denken de drie magistraten wel: wat doet die man hier?
Waarom moeten wij over deze man oordelen?
Waarom hebben wij niets beters te doen?
Een van de rechters zegt: ‘Gezien uw leeftijd had u er veel sprankelender uit kunnen zien.’
Dat was niet onaardig bedoeld.

Arjen is 57 jaar.
Of hij is een groot toneelspeler die met terugwerkende kracht wereldberoemd moet worden of hij lijdt.
Hij hangt voorover in de verdachtenbank, met zijn beide handen tegen de oren gedrukt.
Huilend zegt hij: ‘Ik kan hier niet meer tegen. Ik zit al drie jaar in de stress, ik kan niet meer functioneren, ik kan er niet van slapen. Ik woon in een dorp, in een gereformeerd bolwerk. Ik word gezien als een grote drugscrimineel.’

Dat laatste zou wel heel bijzonder zijn, want er staan zelden grote drugscriminelen terecht in de Groninger rechtszaal.

De geruchten die door het dorp gonsden, bereikten ook de wijkagent.
Die besloot tot een daadkrachtig optreden: hij ging er eens even kijken.
De agent wist toen al dat Arjen en zijn vrouw – ze woonden bij het café naast de kerk – de eigenaren waren van de boerderij.
Ter plaatse snuffelde de agent in de rondte en wat hij zag was niet mis.
Hij zag een camera aan de gevel en even later een man in een rode auto.
De wijkagent wist ambtshalve wie die man was: het was Geurt, de man met drugsantecedenten.

Tevreden keerde de agent terug op zijn post en tikte op wat hij had waargenomen.
Daarna belde hij zijn meerdere en besloten werd een inval te doen.
Het was bingo geweest.
In een afgetimmerde zolderruimte werden 30 moederplanten gevonden, 1.348 hennepplanten in bloei en in een derde ruimte stonden 1.250 met aarde gevulde bloempotten met een hoop hennepafval.
Een blik op de meterkast leerde dat met de stroom was gerotzooid.

Arjen werd gearresteerd.
Er zou ten minste drie keer zijn geoogst, opgeteld goed voor 200.000 euro.
De benadeling van stroomboer Enexis: 8.000 euro.

Bij de politie had Arjen eerst alles ontkend en daarna een beetje.
In de rechtszaal ontkent hij weer alles.
De verklaringen die hij bij de politie had afgelegd, kloppen niet.
Als hij niet verklaarde wat de agenten wilden horen, dan zouden ze hem nog langer opsluiten.
Ja, dat zeiden ze, jammert Arjen.

Rechters: ‘Hoe is het verhoor bij de politie gegaan?’
Arjen: ‘Dat wilt u niet weten.’
Rechters: ‘Juist wel.’
Arjen, geëmotioneerd en met stemverheffing: ‘Ik ben onder druk gezet.’

De rechters kijken nu niet alsof ze water zien branden.
Verdachten worden vaak onder druk gezet door de politie.
Dat mag.
Arjen, in tranen: ‘Ik heb nog nooit een hennepplant in het echt gezien. Ik kwam nooit op zolder. Als ik het had geweten, dan had ik ingegrepen.’

Nu gaat dit verhaal  merkwaardig worden.
Bovenstaande speelde zich af in november 2010.
Zo voortvarend de politie de boerderij was binnengevallen, zo traag werd de zaak afgehandeld.
Toen het dossier eindelijk op de burelen belandde van het Openbaar Ministerie was daar de capaciteit op.
Zo verstreken drie jaren.
Arjen had geen advocaat meegenomen om daar iets lelijks over te zeggen.

Merkwaardig is ook dat de officier van justitie eigenlijk vindt dat de politie op basis van die ene waarneming helemaal geen inval had mogen doen.
Een lege boerderij waar een man rondloopt die eerder is veroordeeld wegens het exploiteren van een hennepkwekerij is onvoldoende reden aan te nemen dat er iets strafbaars aan de hand is.
De inval was te snel en dus onrechtmatig.
De officier van justitie is verantwoordelijk voor dit soort kwesties.
Ze zegt dat de fout van de politie moet worden bestraft met een strafkorting in het voordeel van Arjen.

De officier van justitie besluit dat Arjen medeplichtig moet zijn aan het exploiteren van een hennepkwekerij. Geen medeplichtigheid in de zin van boze opzet, maar in de zin van verwijtbaarheid.
Het was zijn boerderij waar de planten zijn aangetroffen.
Hij had moeten controleren wat anderen daar deden.
De richtlijn: zeven maanden celstraf.
Maar gezien Arjen’s rol, de foute inval en omdat het al zo lang geleden is, kan worden volstaan met een taakstraf van 80 uur (eis).

Het kan nog gekker.
De strafzaak tegen Geurt is in mei dit jaar geseponeerd.
Het mag dan zijn initiatief zijn geweest en zijn planten en oogsten en bloempotten, er is onvoldoende bewijs dat dat ook echt zo is.
Met dat sepot hoeft Geurt zich dus ook niet voor de rechters te verantwoorden.
Arjen wel.
Je kunt dus zeggen dat Arjen medeplichtig is aan iets waarvan het Openbaar Ministerie zegt dat het niet is te bewijzen.

In een beschaafd land is veel mogelijk.
De officier van justitie had ook nog een ontnemingsvordering ingediend.
Omdat misdaad niet mag lonen zou Arjen 5.000 euro aan de Staat der Nederlanden moeten betalen.
Dat bedrag zou hij als medeplichtige hebben verdiend.
Maar de officier van justitie is plots van mening dat Arjen niets hoeft te betalen.
Ze zegt: ‘Ik heb dat zo slecht onderbouwd.’

De rechters zeggen tegen Arjen dat ze over twee weken uitspraak zullen doen en bedanken hem voor zijn komst naar de rechtbank.
Arjen, vol ongeloof: ‘Mag ik naar huis?’

Rob Zijlstra

UPDATE – 19 december 2013 – uitspraak
Arjen is geen hennepman van het jaar geworden, maar veroordeeld. Medeplegen kan worden bewezen. Het binnentreden door de politie is rechtmatig geweest. Maar het heeft wel te lang geduurd. Verdachte heeft daardoor lange tijd in stress geleefd. De rechtbank tilt hier zwaarder aan dan de officier van justitie. De straf: 60 uur geheel voorwaardelijk. De ontneming – conform – afgewezen.

Niet vergeten

politieonderzoek na overval avondwinkel - foto: dvhn

politieonderzoek na overval avondwinkel hoogezand – – foto: dvhn

Op 25 maart 2011 wordt in Hoogezand een avondwinkel overvallen.
Het gaat er heftig aan toe.
Een van de eigenaren verzet zich en wordt neergeschoten.
Hij wordt door twee kogels geraakt.
De man raakt levensgevaarlijk gewond, maar zal het dankzij medisch ingrijpen overleven.

In april en mei 2011 worden twee mannen aangehouden als verdachten.
Er zijn verklaringen van getuigen die naar de twee wijzen.
Er is een dna-match die niets bewijst, maar wel bijdraagt aan de verdenkingen.
Het slachtoffer meent een van de overvallers te herkennen als een klant.

In november 2011 staan de twee verdachten voor de rechter.
De feiten worden besproken, de verdachten ontkennen.
De door het Openbaar Ministerie opgeroepen getuige komt niet opdagen.

De getuigen die belastende verklaringen afleggen, praten onzin, zeggen de verdachten.
Dat zeggen ze ook tegen elkaar in een afgeluisterd telefoongesprek.
De een zegt: ‘Mensen praten poep.’
De ander: ‘We worden er ingeluisd.’

Er zouden twee groepen zijn die elkaar naar leven staan.
De verdachten behoren tot de ene groep, getuigen tot de andere.
Het slachtoffer mag de rechtbank toespreken en vertelt hoe hij voor zijn leven vreesde, en hoe bang hij en zijn ouders – de eigenaren van de avondwinkel – zijn geweest: ‘we werden gek van angst.’
De toenmalige burgemeester van Hoogezand had om extra politie gevraagd.

De rechtbank vindt dat de getuige die niet is komen opdagen, alsnog moet worden gehoord.
De strafzaak moet daarom worden onderbroken.
De advocaten van de twee verdachten vinden dat goed, mits hun cliënten de gevangenis mogen verlaten om het vervolg van het proces in vrijheid af te wachten.
Het is immers niet de schuld van de verdachten dat het proces vertraging oploopt.

De officier van justitie zegt er niet over te piekeren de twee op vrije voeten te stellen.
Geschokte rechtsorde, ernstige bezwaren.
De rechters denken daar anders over.
V. en P. mogen per direct naar huis: ze blijven verdachten, maar de voorlopig hechtenis wordt opgeheven.
Het proces zal over een paar maanden worden voortgezet.

Niet.
Het wordt stil en inmiddels zijn er 23 maanden verstreken.

In maart 2012 laat een van de verdachten nog wel even van zich horen.
Hij is betrokken bij een gewelddadige beroving in een park in Hoogezand.
In juli 2012 werd hij voor die zaak veroordeeld tot twee jaar celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk.

Het Openbaar Ministerie in Groningen zegt dat de getuige die in november 2011 niet kwam opdagen vorig jaar is gehoord en dat de resultaten van haar verhoor in januari 2013 op papier zijn gezet.
Een woordvoerster: ‘De zaak ligt inmiddels klaar om ingeboekt te worden bij de rechtbank.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat de zaak niet is vergeten.
Waarom het zo lang duurt zegt het Openbaar Ministerie niet te kunnen zeggen.
Waarom ze dat niet kunnen zeggen, kunnen ze ook niet zeggen.

De officier van justitie zal tijdens het vervolg van de zaak – ergens in de toekomst – vast en zeker tekst en uitleg geven.
Dat de zaak met grote voortvarendheid is aangepakt, maar dat er halverwege kennelijk iets is gebeurd waardoor we nu pas hier staan zoals we nu pas hier staan.
Er gebeuren wel gekkere dingen bij het Openbaar Ministerie.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2013-09-04 om 11.03.47

dagblad van het noorden – vandaag

Schermafbeelding 2013-09-04 om 11.14.02

UPDATE – 25 oktober 2013 – geen Gronings probleem
Langzaam maar zeker dringen de problemen ook tot de rest van het land door. Soms (vaak) zijn problemen pas problemen op het moment de landelijke media gaan publiceren
>>> strafprocessen liggen stil

Rechter, bedankt!

huilen met pet

het moet nu echt anders

Het rommelt binnen het Openbaar Ministerie (OM) en dat is niet zo raar.
Officieel zijn de 19 arrondissementsparketten die Nederland altijd telde begin dit jaar opgegaan in elf nieuwe organisaties.
Vier jaar geleden werd hiertoe besloten en de plannen van toen worden op dit moment in praktijk gebracht.

De parketten Groningen, Assen en Leeuwarden heten nu samen Parket Noord-Nederland (PNN), gevestigd in een te klein kantoorpand in Groningen.
Er werken 300 mensen.
Assen heeft zich uiteindelijk morrend neergelegd bij het samengaan met Groningen, maar in Leeuwarden zijn ze nog altijd zuur.
Recent liet burgemeester Crone van Leeuwarden nog weten dat de reorganisatie binnen het OM slecht is voor de veiligheid in Nederland (lees: Leeuwarden).
De afstanden zouden veel te groot worden.
Het is dezelfde kritiek die burgemeesters hadden als het ging om de vorming van de nationale politie.
Ook die is inmiddels een feit.

Fusies van omvang verlopen nooit zonder slag of stoot.
En er komt nog iets bij dat het proces er niet eenvoudiger op maakt: er moeten miljoenen euro’s worden bezuinigd.
De fusie in Noord-Nederland is niet gepaard gegaan met ontslagen, maar het aantal banen loopt wel terug.
Wie vertrekt, wordt niet vervangen.
Het werk moet met minder mensen worden gedaan.

Welhaast vanzelfsprekend zijn er hardnekkige ict-problemen die er bijvoorbeeld toe leiden dat informatie niet uitgeprint kan worden.
Dat is meer dan lastig omdat strafdossiers nog altijd uit papier bestaan.

Vorig jaar zei regiohoofdofficier van justitie Jan Eland, de baas in Noord-Nederland, nog dat de burger van de fusie binnen het OM weinig zal merken.
Ook verwachtte Eland toen dat de fusie soepeltjes zou verlopen omdat al langere tijd intensief met elkaar werd samengewerkt.
Tussen Groningen en Assen iets meer dan die twee samen met Leeuwarden.

Maar inmiddels regent het klachten.
Niet alleen in Groningen.
Het parket Oost-Nederland (Zwolle, Almelo, Zutphen) erkende afgelopen weekeinde zelfs in een persbericht dat de fusie ‘bepaald niet foutloos’ verloopt.
Advocaten in het oosten noemen dat een understatement, zij reppen van een ‘grote puinhoop’.
In het oosten worden dossiers niet alleen op het laatste moment aangeleverd, er verdwijnen daar ook dossiers.

Maandag haalde strafrechter Edzard van Weringh tijdens een strafzaak in Groningen ongekend fel uit naar de club van Jan Eland.
Hij zei: ‘Het moet hier maar eens gezegd. Het is huilen met de pet op.’

Voor de Groninger strafrechter, die de naam heeft geen blad voor de mond te nemen, is de maat vol.
Strafdossiers (die door het OM worden aangeleverd) komen zo laat binnen dat er nauwelijks tijd is om zaken voor te bereiden.
Rechters, advocaten en verdachten zijn daar de dupe van.
Vorige week heeft de rechtbank zelfs gedreigd een zittingsdag van de politierechter te schrappen.
Zoiets is nog nooit vertoond.

Volgens de Groninger rechter zijn de grenzen van wat nog acceptabel is, bereikt.
‘Het moet nu echt anders’, waarschuwde Van Weringh.

Het OM reageerde niet met een ‘wij geven geen commentaar’ of met het vaak gehoorde ‘wij herkennen ons niet in de kritiek’.
Nee, het OM zei, het klopt, wij hebben onze zaken niet op orde.
Wij zijn slecht bereikbaar (nieuw callcenter) en het kost ons moeite dossiers op tijd bij de rechtbank te krijgen want de interne werkprocessen zijn nog niet helemaal op elkaar afgestemd, we weten elkaar nog niet overal te vinden, er zijn (uiteraard) ict-problemen. En: we doen heel erg ons best (hard werken) om alle problemen op te lossen.

Het is niet zo raar dat het rommelt binnen het Openbaar Ministerie.
Een paar dagen geleden lekte uit dat de justitieorganisatie opnieuw om de oren wordt geslagen, nu met een extra bezuiniging van 110 miljoen euro.
Door in de regio te erkennen dat de zaak in het honderd loopt, worden de problemen verplaatst naar ‘Den Haag’.
Er is al geroepen dat de kwaliteit van de rechtspraak onder druk komt te staan en dat criminelen dreigen hun verdiende straf te ontlopen.
En kijk, de eerste vragen in de Tweede Kamer zijn gesteld.

Het OM is de rechter met zijn harde kritiek zeer dankbaar.

Rob Zijlstra

Schermafbeelding 2013-05-31 om 11.36.39

.

dingetjede burger mag er niets van merken

[dvhn, oktober 2011]

Jellebellen

KneppelDe samenvoeging van de politiekorpsen in Groningen, Drenthe en Friesland zal de criminaliteit in Noord-Nederland doen dalen.
Hoe of waarom is vooralsnog volstrekt onduidelijk, maar de voormalige burgemeester van Delfzijl, nu minister van justitie, heeft het beloofd.

Gelijk de politie hebben ook de drie noordelijke rechtbanken de handen ineen moeten slaan.
De rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden heten sinds drie weken Rechtbank Noord-Nederland.
Intern is er wel wat geharrewar, maar daar merkt niemand iets van.

Deze week kwam via Twitter wel even naar buiten dat medewerkers van de rechtbank in Leeuwarden zaten te jellebellen tijdens een gezamenlijke cursusdag.
Op de bewegwijzering naar het juiste cursuszaaltje had ‘rechtbank Groningen’ gestaan. In plaats van rechtbank Noord-Nederland.
Zie je wel, kwetterde een Ljouwtjer verongelijkt.

Vanuit het gerechtsgebouw aan de Brinkstraat in Assen werd zuinigjes gereageerd. Gutteguttie, klonk het, waarover je je wel niet druk kunt maken.
Zolang de Friese collega’s dat rare taaltje van ze maar thuis laten, vinden ze in Assen alles best.

Als gevolg van kneppelfreed (knuppelvrijdag, 16 november 1951) mag in het gerechtsgebouw in Leeuwarden Fries worden gesproken.
De waarheid en niets dan de waarheid?
‘Dat ûnthjit ik’.

Alsof het nog niet genoeg is, zijn ook de arrondissementsparketten Groningen, Drenthe en Friesland sinds 2013 samen.
Het heet nu Openbaar Ministerie Noord-Nederland.
Helemaal lekker loopt het nog niet bij justitie.

Sinds ze het samen doen kunnen ze bijvoorbeeld niets meer printen.
Al twee keer moest een strafzaak om die reden tijdens de zitting worden stilgelegd en uitgesteld.
Heel soms kan er wel worden geprint, maar dan duurt dat een halve dag.
Het gedoe is overigens niet een gevolg van schaalvergroting, zeggen ze, maar is juist veroorzaakt door de krimpende overheid.
Door bezuinigingen.

Maandag stond een man terecht, de zoveelste, bij wie kinderporno op de computer was aangetroffen.
De rechters vroegen hem het hemd van het lijf.
Man ontkende de misdaad.
De werkgever vond dat de man niet goed presteerde, hij draaide geen omzet, maar zat wel heel de dag achter de computer.
Wel een beetje gek, vond de werkgever die man’s computer ’s nachts uit elkaar schroefde, 4000 kinderpornofoto’s aantrof en toen de politie waarschuwde.

Verdachte: ‘Ja, ja.’
Rechters: ‘Nee?’
Verdachte: ‘Ik zat te midden van een arbeidsconflict.’
Rechters: ‘Uw werkgever heeft het gedaan?’
Verdachte: ‘Ik kan het niet bewijzen, maar ik vermoed het wel ja.’

Op het moment dat de officier van justitie zijn verhaal wilde houden, kwam een probleempje aan het licht.
De officier meldde dat het dossier van de zaak zoek was, hij snapte daar ook niets van. Het kinderpornodossier was op de een of de andere manier zoekgeraakt tussen het Openbaar Ministerie aan de Paterswoldeweg in (nog net) Groningen en de burelen van de rechtbank in de Groninger binnenstad.
Het lag toch niet op straat?
Geen idee, wat kenmerkend is voor iets dat zoek is.

Nee, er zaten geen vreselijke foto’s in dat dossier, maar natuurlijk wel de naam en zo.
Hoogst ongelukkig en pijnlijk voor de verdachte tegen wie niettemin negen maanden gevangenisstraf werd geëist.
Dat deed de officier van justitie gewoon uit het hoofd.
Een intern onderzoek leverde aanvankelijk niets op, maar donderdag was er blijdschap: het Groninger pornodossier lag per ongeluk in Leeuwarden.

De vreugde van de vondst werd overschaduwd door weer iets heel anders op donderdag. In de verdachtenbank zat een criminele organisatie.
Vijf mannen worden verdacht op grote schaal hennepkwekerijen te hebben geëxploiteerd in Groningen (in lege kantoorpanden) en in – jawel – Leeuwarden (boven winkelpanden). Twee van hen zouden zich ook schuldig hebben gemaakt aan een poging tot moord.

In maart wordt de strafzaak inhoudelijk behandeld.
Zeer tegen de zin in van justitie mocht een van de hoofdverdachten naar huis.
Van heel de criminele bende zit nu nog maar één verdachte in het gevang.

En dan was er nog een opmerkelijke zaak die voor het OM Noord ook niet goed uitpakte. In april 2010 werd een man uit Friesland vermist.
De toen nog Friese politie deed onderzoek en ontdekte dat ze in Groningen moesten wezen.
De Fries bleek in een woning in Groningen te zijn vermoord.
De verdachte kon na veel speurwerk op het stadhuis van Moskou, Rusland, worden aangehouden nadat de Nederlandse autoriteiten een tip vanuit Turkije hadden gekregen.
Tikkeltje complex, maar zo is het nu eenmaal gegaan.

Het OM eiste na lang wikken en wegen tien jaar gevangenisstraf.
Dat zou passend en geboden zijn.
Maar de rechtbank Noord oordeelde anders.
De eis van het OM is te laag en doet geen recht.
Twaalf jaar.
Het OM zal wel in hoger beroep gaan.
Dat moet sinds 1 januari bij het gerechtshof in Arnhem.
Locatie Leeuwarden.

Rob Zijlstra

• Kneppelfreed
Leeuwarder Courant over knuppelfreed (17 november 1951)

 

Afrekenen

Wie wekelijks uren doorbrengt in de zalen van het strafrecht, krijgt een aardig inkijkje in de Misdaad BV, in mijn geval in die van Groningen.
Ik wil niet bagatelliseren.
Echte boeven bestaan, ook in Groningen.
Er zitten er zelfs heel slechte tussen.

Maar dat de Misdaad BV zoals die in Groningen actief is, het grootste probleem van deze tijd vormt, waag ik weloverwogen te betwijfelen.
En ik durf in dit verband Drenthe en Friesland ook wel te noemen.

Sinds dit weekeinde moet ik anders denken.
Volgens procureur-generaal Harm Brouwer, de hoogste baas van justitie, laat de politie tachtig procent van criminele bendes lopen omdat er te weinig capaciteit is.
Tachtig procent is nogal veel.

Als de justitiebaas gelijk heeft, betekent dat dat mij inkijkje in de Misdaad BV nogal vertekend is.
Ik krijg maar een klein deel te zien.

Harm Brouwer noemt het handhavingstekort verontrustend, omdat misdaad niet mag lonen.
Hij heeft ook een oplossing: de invoering van nationale politie.
Daar is hij warm voorstander van.
Juist op het moment dat in politiek Den Haag een nieuw kabinet wordt gesmeed, door mannen die ook voorstander zijn om het huidige regionale politiebestel af te schaffen, schreef Brouwer hierover een artikel in NRC Handelsblad (afgelopen zaterdag).

Is het echt waar wat Brouwer beweert?
Is het echt waar zoals Brouwer schrijft dat tachtig procent van de slechtste boeven vrij spel heeft?

Omdat ik wekelijks doorbreng in de zalen van het strafrecht, lees ik ook allerhande tijdschriften die met het strafrecht en de misdaad te maken hebben.
Ik lees bijvoorbeeld het blad Opportuun, het magazine van het openbaar ministerie.
Collega’s van Brouwer schrijven daar belangrijke verhalen en vrolijke columns in over de misdaad en de bestrijding daarvan, over allerlei succesvolle projecten en actuele justitiezaken.

Tijdje geleden stond in dit justitieblad bij uitstek een interview met Harm Brouwer. Daarin hekelt hij de ‘scorebordjournalistiek’.
Kritiek op het openbaar ministerie vindt hij niet terecht.
Hij zegt trots te zijn op het openbaar ministerie.
Omdat het goed gaat met de opsporing en vervolging in Nederland.
Het beeld dat de krantenlezer van justitie heeft, moet node worden bijgesteld, zegt hij.
Hij zegt: ‘We leveren een wezenlijke bijdrage aan de criminaliteitsbestrijding.’

Dit blijkt dus één grote leugen te zijn, getuige zijn verhaal van afgelopen weekeinde.
Het gaat helemaal niet goed.
Het gaat zelfs zo beroerd slecht dat heel het politieapparaat op de schop moet.

Nu kan het ook zijn dat het verhaal van die tachtig procent niet klopt.
Dat dat een leugen is.
Een verzonnen argument in een politiek spel.
Aan een spel ook waar justitie kennelijk graag aan deelneemt.

Stel dat het waar is, van die tachtig procent.
Waarom heeft Brouwer dan niet eerder aan de bel getrokken?
De noodklok geluid?
Waarom heeft niet – toen hij kennis kreeg van die tachtig procent – onmiddellijk de minister gebeld en om spoedoverleg gevraagd?
Een minister moet er toch blindelings op kunnen vertrouwen dat zijn hoogste justitieman hem op de hoogte houdt van het criminele wel en wee in het land?

Maar Brouwer deed dat niet.
Hij schreef een stuk in de krant.

In het Opportuun-interview zegt Harm Brouwer dat hij wil worden afgerekend op de effecten van het (zijn) justitiebeleid.
Als het echt waar is, dat tachtig procent van de BV Misdaad vrijspel heeft, is de tijd voor de afrekening aangebroken.

Rob Zijlstra

.

artikel Harm Brouwer in NRC Handelsblad (21 augustus ’10)

interview Harm Brouwer in Opportuun (juni ’08)

Openbaar

HUISHOUDELIJKE MEDEDELING

In een tijd dat de wereld – ons deel dan – zowat uit elkaar spat van communicatie en vooral van bijbehorende middelen, besluit het openbaar ministerie in Groningen de informatieverstrekking aan de pers per direct stop te zetten.
Maakten ze vanmiddag zomaar wereldkundig.
Reden: bezuinigingen.

Het Groninger openbaar ministerie, dat is justitie, gaat in deze i-wereld in een houten roeiboot zitten en deelt vervolgens mee dat ze moeten roeien met de riemen die ze hebben.
De openbaarheid van de strafrechtspraak in Groningen wordt met dit besluit geweld aan gedaan.

De rechtbankpers heeft een bevoorrechte positie.
Dat is al honderd jaar zo.
Wij mogen in de zittingszalen van het strafrecht aan een tafel zitten om te schrijven en krijgen net als de rechters en verdachten er soms een glaasje water bij.

Maar vooral krijgt de pers – in heel Nederland is dat zo – vooraf informatie over de strafzaken die op de rol staan.
Het gaat dan om een perslijst waarop summier staat wie er terecht moet staan, wanneer, hoe laat en waarom.
Daarnaast krijgen wij de dagvaardingen waarin in juridische bewoordingen is opgenomen voor welke strafbare feiten een verdachte zich moet verantwoorden.

Deze informatie krijgen we in Groningen onder embargo en strikte voorwaarden.
We mogen de informatie niet gebruiken voor de zitting en na de zitting moeten we de papieren vernietigen (doen we).
Misbruik wordt bestraft met uitsluiting.

Deze maatregel wordt genomen in een tijd ook dat er meer persvoorlichters bestaan – vooral bij de overheid – dan er journalisten zijn.
Wat deze maatregel van justitie aan besparing oplevert is vooralsnog niet duidelijk.
Het gaat per week om nog geen vijftig bedrukte A-viertjes.
Maar zonder die informatie sta je als rechtbankverslaggever met lege handen.
Ook een zaak voorbereiden kan niet meer.

Het strafrecht is openbaar.
Dat is een van de belangrijkste peilers van het strafrecht.
Het volk moet zien dat er recht wordt gesproken.
De openbaarheid garandeert (tot op zekere hoogte) ook dat officieren van justitie en rechters niet maar wat aanklooien of zich te buiten gaan aan willekeur.

Het is altijd al raar geweest dat buiten de rechtbankpers om niemand vooraf kennis kan nemen van de strafzaken die worden behandeld.
En nu wordt dit ‘voorrecht’ de pers in Groningen ontzegd.
Zonder pers is de openbaarheid van het strafrecht een wassen neus.

Uiteraard is er vanmiddag direct geklaagd bij het armlastige openbaar ministerie.
En ze geven het ruiterlijk toe: de nieuwe situatie is zeer onwenselijk en voor niemand leuk.
Maar dan komen ze met die roeiriemen.

Kortom: de rol van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Groningen ziet er vanaf nu als volgt uit:
Maandag en donderdag – waarschijnlijk vanaf 09.00 uur – diverse strafzaken.
Verdachten: mensen.

Dan weet u dit even.

Rob Zijlstra